Code Groen

Marjoleine Boonstra

‘Het is de bedoeling dat we dat er nu weer allemaal tussenuit gaan halen’, zegt Erwin terwijl hij met zijn ploeg van de Amsterdamse groenvoorziening een stadsperkje onkruidvrij probeert te maken. De mannen treffen van alles aan, constateren ze grappend: neutronenkorrels, scheurgras, rucola…. ‘Eigenlijk is niks onkruid, hè?’ constateert Erwin vervolgens droog. ‘Eigenlijk bestaat onkruid niet. Dat is door mensen bedacht.’

Daarmee heeft hij het, al dan niet bewust, ook over zichzelf. Erwin heeft volgens eigen zeggen een kort lontje, toch gauw een jaar of zes achter de tralies doorgebracht en nu z’n plek gevonden binnen Pantar. Andere medewerkers van deze sociale werkvoorziening zijn door schulden, verslaving of familieproblemen in de kantlijn van de samenleving beland. Via het werken in de groenvoorziening proberen ook zij nu de weg terug te vinden.

Begeleider Theo weet wat daarvoor nodig is. Hij kampte jarenlang met een gokverslaving en belandde zelfs op straat, maar wist uiteindelijk toch de weg omhoog weer te vinden. Zo brengen alle hoofdpersonen van Code Groen (71 min.), gestoken in die welbekende fluorescerende oranje pakken, hun eigen geschiedenis met zich mee en moet ze op weg naar een arbeidzaam bestaan nog de nodige hobbels nemen. 

Filmmaker Marjoleine Boonstra slaat dat proces van een afstandje gade, kleedt dit aan met sfeervolle muziek en laat de mannen (en een enkele vrouw, de Syrische vluchtelinge Amina) in een studiosetting aan het woord over hun verleden, heden en toekomst. Daarbij kijken ze van zeer dichtbij recht in de camera, alsof ze de buitenwereld even een blik in hun ziel gunnen. Dat werkt ontzettend ontwapenend.

Want ze mogen dan deel uitmaken van een kwetsbare groep die moeite heeft om aan te haken in de hedendaagse participatiesamenleving, het gaat ook om mensen die met wat steun en (zelf)vertrouwen verder kunnen reiken dan menigeen, op de eerste plaats zijzelf, had gedacht. In die zin is deze documentaire nauw verwant met Boonstra’s film Spiegeldromen (2018), over de aspiraties van jongeren uit het praktijkonderwijs.

En als de poging van een ‘Pantar’ om zich terug te werken in de maatschappij onverhoopt tóch dreigt te stranden, vindt die een begeleider zoals Marina aan z’n zijde, die weigert om hem los te laten. Als haar cliënt Anton, ondanks een vast contract, bijvoorbeeld dreigt af te haken, blijft ze hem ‘stalken’. Totdat hij ‘t toch weer gaat proberen. Daarmee wordt Code Groen een optimistische film, over een wereld(je) waarin iedereen een nieuwe kans verdient.

Lazy Duck

Zeppers

Ze verkochten hun huis en begonnen in 2012 aan een reis om de wereld. In hun zeilboot Lazy Duck (77 min.) belandde het Nederlandse echtpaar Peter Putker en Durdana Bruijn, dat trouw een blog bijhield, drie jaar later in de Colombiaanse havenstad Cartagena. Op zaterdag 19 september 2015, nabij de Rosario-eilanden, nam hun gezamenlijke leven een dramatische wending. Durdana kwam op tragische wijze om het leven.

Volgens Peter werden ze op die dag overvallen door enkele rovers. Hij gebruikte in eerste instantie abusievelijk de omschrijving ‘piraten’ voor de overvallers, die er met 200.000 pesos en twee camera’s vandoor gingen. Van die term zou hij nog spijt krijgen. Volgens de plaatselijke autoriteiten waren er in Colombia helemaal geen piraten – die zijn natuurlijk ook slecht voor het imago van de omgeving bij toeristen. En toen was de conclusie snel getrokken: Peter zelf moest de dader zijn.

Regisseur Walter Stokman sluit voor deze documentaire aan als de zaak tegen de Nederlandse pensionado vijf jaar later in eigen land wordt voortgezet en Peter Putker voor de rechter moet verschijnen als verdachte van de moord op zijn vrouw. Zijn directe verwanten – kinderen en leden van beide kanten van de familie – zijn overtuigd van zijn onschuld, zo laten ze in deze geladen rechtbankfilm zonder enig voorbehoud weten. Maar is de officier van justitie tot dezelfde conclusie zijn gekomen?

Stokman volgt de rechtszaak op de voet, laat ook Colombiaanse betrokkenen aan het woord en gebruikt een geanimeerde versie van de zeilboot om de situatie aan boord en de scenario’s van wat daar kan zijn gebeurd te visualiseren. Zo werken zowel de enerverende rechtszaak zelf als deze serene weerslag daarvan toe naar een vanzelfsprekende afwikkeling: het vonnis. Is Peter Putker schuldig aan de dood van zijn echtgenote Durdana of niet?

Springsteen & I

Hij behoort al enige tijd tot het selecte gezelschap artiesten dat boven elke twijfel verheven lijkt. Bob Dylan, The Beatles, David Bowie, Nick Cave en… Bruce. Die voornaam volstaat overigens. 

Als hoofdpersoon van documentaires houdt Springsteen – hij dus – via zijn huisfilmer Thom Zimny graag de teugels stevig in handen – al draaft hij, eerlijk is eerlijk, dan ook weer met liefde en plezier op in allerlei popdocu’s over collega’s, om hen hoogstpersoonlijk een veer in de reet te steken.

Voor Springsteen & I (77 min.) wordt hij in zekere zin aan de zijlijn geparkeerd. In deze alleraardigste film van Baillie Walsh uit 2013 staat die ik namelijk centraal. Beter: al die ikken. Doorgewinterde fans van de Amerikaanse rocker die hebben vastgelegd wat Bruce en zijn muziek voor hen betekenen.

Hij pept hen op, inspireert, troost, onderwijst, windt op, emotioneert en leert hen zichzelf beter kennen. Bruce speelt ook – dat weten ze zeker – eigenlijk alleen voor hen. ‘We zijn al vrienden sinds 1985’, vertelt een Deense vrouw bijvoorbeeld overtuigd. ‘Ook al kent hij me niet.’

Deze film is niets meer (of minder) dan een aaneenschakeling van statements, loftuitingen en anekdotes van Bruce’s hondstrouwe achterban, doorsneden met talloze fragmenten van ‘s mans vrolijke, vurige en gedragen performances. Dat pakt beurtelings grappig, gênant en ontroerend uit.

Ze boden zich als Courtney Cox aan om met hem dansen tijdens Dancing In The Dark, mochten uitgedost als Elvis een moppie met hem spelen (en wilden vervolgens eigenlijk niet meer van het podium af) of werden ontmaagd op één van zijn prijsnummers, het machtig mooie Thunder Road.

Behalve een eerbetoon aan hun geblokte idool wordt deze documentaire zo ook een soort zelffelicitatie. Want Bruce Springsteen is een sublimatie van wie zij zijn of willen zijn. Een onwerkelijk grote held en toch zo’n gewone, aanraakbare jongen. Waar zij dan weer perfect bij passen.

Flight/Risk

Prime Video

Is het omdat documentaires, vergeleken met dramaproducties, relatief goedkoop zijn? Feit is dat er, met name sinds de komst van allerlei verschillende streamers, een run lijkt te zijn ontstaan op relevante onderwerpen die in potentie een groot en internationaal publiek kunnen bereiken. En dit kan zomaar resulteren in concurrentie tussen productiebedrijven die tegelijkertijd aan vergelijkbare films werken.

Zo bezien is het niet meer dan logisch dat twee verschillende platforms binnen een half jaar een documentaire over precies hetzelfde thema presenteren: de twee hagelnieuwe Boeing 737 MAX-vliegtuigen die enkele jaren geleden binnen vijf maanden en zonder duidelijke aanleiding uit de lucht vielen, met honderden dodelijke slachtoffers als gevolg. Eerst Netflix’s Downfall: The Case Against Boeing, nu Flight/Risk (98 min.) op Prime Video, een film die bijna per definitie als mosterd na de maaltijd aanvoelt.

Toch verdient deze productie eigenlijk de voorkeur. De documentaire van Karim Amer en Omar Mullick bevat min of meer dezelfde basiselementen als de film die hem de loef heeft afgestoken, maar is minder technisch van aard, lijkt nét wat dichter bij het vuur te zitten en volgt de ontwikkelingen in de zaak bovendien via enkele tot de verbeelding sprekende personages. Daarvan springt met name een Boeing-manager, die zich heeft opgeworpen als klokkenluider, in het oog: oud-marineman Ed Pierson

‘Op 9 juni 2018, toen het Lion Air-toestel werd geproduceerd en vier maanden voor het neerstortte, heb ik een e-mail naar de 737-manager geschreven, waarin ik hem aanraadde de productie stil te leggen’, verklaart hij tijdens een hoorzitting van het Amerikaanse congres. ‘Ik ben genegeerd. Toen ik zei dat ik meegemaakt had dat processen in het leger vanwege kleinere problemen waren stilgelegd, gaf hij een antwoord dat ik nooit zal vergeten: het leger heeft geen winstoogmerk.’

Daarmee koerst Flight/Risk op dezelfde conclusie af als Downfall: het verkopen van zoveel mogelijk toestellen, en het op peil houden of opkrikken van de beurskoers van het bedrijf, heeft bij Boeing voorrang gekregen op het afleveren van veilige vliegtuigen. En de controle daarop door de Federal Aviation Agency, de officiële regeringsinstantie die veel te weinig afstand blijkt te hebben gehouden tot de vliegtuigfabrikant, is schromelijk tekort geschoten.

De gevolgen daarvan zijn onontkoombaar: in honderden families, in allerlei verschillende landen, ontbreken sinds enkele jaren mensen die niet gemist kunnen worden. ‘Verjaardagen en sterfdagen zijn heel zwaar’, vertelt nabestaande Zipporrah Kuria, terwijl ze slingers ophangt voor een bescheiden feestje. ‘Dus we zorgen dat we niet alleen verdrietig zijn, maar dat we pap ook vieren, dat we zijn lach en zijn leven vieren.’ Ze houdt een ogenblik pauze. ‘Dat hebben we wel nodig, want de 737 Max vliegt alweer.’

Amigo Secreto

Cinema Delicatessen

Toen hij in 2018 werd veroordeeld vanwege corruptie en witwassen, was één ding duidelijk: de linkse kandidaat Luiz Inácio Lula da Silva, die op kop ging in de peilingen, zou niet kunnen deelnemen aan de Braziliaanse presidentsverkiezingen van dat jaar. Lula, die van 2003 tot 2010 al president was, ging voor zeker tien jaar de gevangenis in. Intussen werd zijn grote opponent, de (ultra)rechtse kandidaat Jair Bolsonaro, tot president gekozen. En wie selecteerde hij vervolgens als zijn minister van justitie? Juist: Sergio Moro, de rechter die Lula had veroordeeld.

Journalisten van The Intercept Brasil constateren bovendien – het startpunt van de observerende documentaire Amigo Secreto (97 min.) – dat Moro tijdens het zogenaamde Car Wash-onderzoek naar Lula in het geheim contact heeft gehad met openbaar aanklager Deltan Dallagnol en zijn collega’s. Is Lula zo, via een slinks georkestreerde en politiek gedreven aanval, onschadelijk gemaakt? Regisseur Maria Augusta Ramos volgt de journalisten van The Intercept en El País terwijl ze zich, via gesprekken met juristen en het bekijken van bewijsmateriaal, een weg banen door het onderzoeksdossier, om zo de onderste steen boven te krijgen.

Ramos opereert daarbij in klassieke direct cinema-traditie en presenteert het werk van haar protagonisten zonder enige opsmuk en slechts ondersteund door verbindende teksten in beeld. Een no nonsense-benadering die enigszins doet denken aan Alexander Nanau’s gelauwerde documentaire Collective, over gigantische misstanden in de Roemeense gezondheidszorg na een brand in een nachtclub en de manier waarop die door de overheid worden toegedekt. Die film is alleen wel een stuk enerverender. Amigo Secreto bevat erg veel pratende hoofden, die ook nog eens behoorlijk veel ruimte krijgen.

Daarmee slaagt Ramos er weliswaar in om een verrotte politieke cultuur, waarbij bedrijven met steekpenningen partijen van beide zijden gunstig proberen te stemmen, bloot te leggen en vervolgens accuraat de gevaren te schetsen van een volledig gepolitiseerde rechtspraak, maar enorm enerverende cinema levert het niet op. Het voornaamste vuurwerk komt van Lula zelf, als de oud-president zich vanuit de gevangenis zonder meel in de mond uitspreekt over zijn politieke tegenstanders die ervoor hebben gezorgd dat hij achter de tralies is beland en wat die periode hem intussen, zowel persoonlijk als politiek, heeft gekost.

Inmiddels is de populaire linkse leider weer op vrije voeten en doet hij, net als zijn aartsrivaal Bolsonaro, opnieuw een gooi naar het presidentschap. Deze film is in dat opzicht perfect getimed en roept dan ook de vraag op of de Braziliaanse democratie (ditmaal wel) robuust genoeg is voor een faire en eerlijke campagne.

The Anthrax Attacks: In The Shadow Of 9/11

Netflix

‘Is Amerika klaar voor een chemische aanval?’ vraagt een nieuwspresentator met gedragen stem. ‘Het antwoord is: nee.’ ‘s Mans dramatische constatering komt niet uit de lucht vallen. De Verenigde Staten zijn enkele weken eerder, op die beruchte 11 september 2001, aangevallen door een terroristische cel van Al-Qaeda. Zij hebben de World Trade Center-torens in New York neergehaald en een aanval op het Pentagon uitgevoerd.

En nu, begin oktober, duiken er op diverse plekken in het land poederbrieven met antrax – ofwel: miltvuur – op. Bij een roddelkrant in Boca Raton, een gebouw van NBC News in New York en het kantoor van de Democratische senaatsleider Tom Daschle in Washington DC zijn enveloppen met het uiterst gevaarlijke poeder bezorgd. En onderweg zijn diverse mensen – van postsordeerders tot receptiemedewerkers – ermee in aanraking gekomen.

‘Het moet doden om te overleven’, zegt specialist Paul Keim met het nodige aplomb over antrax. ‘Het moet doden om z’n levenscyclus te voltooien.’ Als de vooraanstaande wetenschapper het aangetroffen poeder onderzoekt, komt hij echter tot een opzienbarende conclusie: het gaat om de zogenaamde Ames-stam die tot dan toe (en twintig jaar later nog altijd) alléén in Amerikaanse laboratoria voorkomt.

Het spoor leidt in The Anthrax Attacks: In The Shadow Of 9/11 (95 min.) al snel naar een onderzoeker van de militaire inlichtingendienst. Dokter Bruce Ivins doet daar onderzoek naar infectieziekten. Hij wordt in deze documentaire van Dan Krauss vertolkt door acteur Clark Gregg. De bijbehorende gedramatiseerde scènes zijn gebaseerd op verslagen van de FBI, de interviews met ‘Gregg’ op persoonlijke communicatie van de man.

Binnen luttele minuten is daarmee glashelder: dit is de hoofdverdachte, die bovendien een soort Unabomber– of Hannibal Lecter-achtige allure krijgt aangemeten. Dat komt niet helemaal uit de verf. Zoals dit soort prominente fictiescènes sowieso nogal eens op gespannen voet komen te staan met het meer traditionele non fictie-deel van een documentaire. Ze doen al gauw afbreuk aan de authenticiteit van het totaalverhaal.

Deze ferme productie, waarin slachtoffers, nabestaanden, FBI-agenten en anderen die betrokken raakten bij het politieonderzoek, oogt daardoor soms meer als een op ware feiten gebaseerde speelfilm over de koortsachtige jacht op een mysterieuze moordenaar dan als een reguliere documentaire over de geruchtmakende bio-terreuraanslagen en de gemoedstoestand van een land dat plotseling aan de frontlinie van een smerige oorlog blijkt te liggen.

Het onderliggende verhaal is echter sterk genoeg om de aandacht gedurende de volledige speelduur vast te houden.

De Burgerwacht

KRO-NCRV

Ze functioneren als ‘de ogen en de oren van de politie’, zijn te herkennen aan hun felgele hesjes, karakteristieke fietsen en elektrische scooters en beschikken zelfs over een ‘aandachtsfunctionaris huiselijk geweld’. In Rhoon Noord, een buurt in de Zuid-Hollandse gemeente Albrandswaard, is een fanatieke buurtpreventiegroep actief. Volgens eigen zeggen hebben ze ervoor gezorgd dat de overlast en criminaliteit duidelijk zijn afgenomen.

Voor de tv-docu De Burgerwacht (53 min.) sluit ‘good old’ Frans Bromet aan bij de gedreven vrijwilligers, die werk op zich nemen dat van oudsher tot het takenpakket van de overheid werd gerekend. Van patrouilleren op plekken waar jongeren rondhangen en het samen met kinderen opruimen van hondenpoep tot het signaleren van eenzaamheid in de buurt en opruimen van lachgaspatronen. De medewerkers van buurtpreventie zorgen zowel voor sociale cohesie als sociale controle.

Bromet heeft er zijn vragen bij. ‘Is dit nou iets om even in te grijpen’, vraagt hij bijvoorbeeld aan een vrijwilliger als enkele buurtbewoners een boom proberen bij te snoeien. ‘Ingrijpen?’, reageert deze luchtig. ‘Nee, dat zijn mensen die in hun eigen tuin bezig zijn.’ Bromet probeert nog even te prikken: ‘Maar hebben ze een kapvergunning?’ De man laat zich echter niet uit de tent lokken. ‘Dat zal voor zo’n klein boompje niet nodig zijn, denk ik. Als ze een hele dikke gaan weghalen die langs de weg staat, dan wel.’

Terwijl hij zo op microniveau in kaart probeert te brengen wat die participatiesamenleving, met een zich terug trekkende overheid, in de praktijk inhoudt, blijft Frans Bromet op de van hem welbekende directe manier op Jan en alleman vragen afvuren: wat buurtpreventie wel en niet mag volgens de plaatselijke wethouder, of de wijkagent eigenlijk nog wel nodig is en of mensen zich misschien ook bij buurtpreventie aanmelden omdat ze stiekem een beetje eenzaam zijn.

Zonder dat de docu héél spannend, grappig of onthullend wordt, wandelt De Burgerwacht zo ontspannen het hart van de buurtpreventie in, ergens tussen oprechte maatschappelijke betrokkenheid en het betere Cor van der Laak-gevoel. Of zoals Bromet het zelf formuleert in één van zijn voice-overs: tussen burgerplicht en bemoeizucht.

Crumb

David Lynch presents… a Terry Zwigoff film: Crumb (116 min.). Althans, met die boodschap begint deze klassieke documentaire uit 1994. In werkelijkheid zou de gevierde filmmaker helemaal niets hebben bijgedragen. Pas toen Crumb al volledig was afgerond, reageerde Lynch op een verzoek om een financiële bijdrage te leveren. ‘s Mans reputatie kon echter uitstekend worden ingezet om de documentaire te promoten.

Deze gevierde film wordt sowieso omgeven door mythen: regisseur Terry Zwigoff zou zijn vriend en hoofdpersoon, de Amerikaanse underground cartoonist Robert Crumb (Fritz The Cat, Mr. Natural en de slogan ‘Keep On Trucking’), hebben gedreigd met zelfmoord als hij niet wilde meewerken aan de productie. Dit broodje aap-verhaal bleek later per ongeluk in omloop te zijn gebracht door de befaamde filmcriticus Roger Ebert – al klopt het wel dat Crumb eigenlijk geen zin had in deze onthullende en verontrustende docu.

Zulke verhalen sluiten naadloos aan bij de aard van de film. Achter het Harold Lloyd-achtige uiterlijk van de hoofdpersoon en zijn ontwapenende glimlach gaat een onvervalste weirdo en provocateur schuil, wiens werk regelmatig met misogynie en racisme in verband is gebracht. Terwijl de kunstcriticus Robert Hughes niets minder dan een moderne Breughel of Goya ziet in Robert Crumb, ontwaren anderen toch vooral een vies, eng mannetje, dat zich (letterlijk) verlustigt aan zijn eigen afzichtelijke creaties.

Crumb wordt echt ongemakkelijk – en ontroerend en, op een vreemde manier, ook grappig – als de kunstenaar zijn familie opzoekt in Philadelphia. Daar woont zijn oudere broer en grote inspiratiebron Charles, zelf een getalenteerd tekenaar, in bij hun moeder Beatrice. Beiden kampen met ernstige psychische problemen, die luchtig worden besproken en consequent weggelachen. In een luizige hotelkamer in San Francisco treft Robert tevens zijn jongere broer Maxon die al even expliciete kunst maakt – en, dat ook, meermaals vrouwen heeft aangerand.

Of deze unheimische film ook een verklaring geeft voor al die zieke geesten in de Crumb-familie? Een begin ervan, misschien. Hun vader Charles, een marinier die ooit actief was als oorlogstekenaar, zou volgens zijn oudste zoon en naamgenoot ‘een sadistische bullebak’ zijn geweest. Maar of dat werkelijk een afdoende antwoord is? De slotsom is in elk geval helder: dit gezin is verworden tot een menselijk rariteitenkabinet (waarbij overigens moet worden aangetekend dat Roberts zussen Sandra en Carol niet aan het woord komen).

Uiterst accuraat schetst Crumb zo de context bij het oeuvre van een toonaangevende Amerikaanse kunstenaar, waarbij een sterke maag soms echt gewenst is en ’s mans werk hem, en ons, tevens lijkt te beschermen tegen grotere ellende.

What’s Left? – De Puinhopen Van Links

Frenkie Media/BNNVARA

‘In tien jaar tijd is het aantal daklozen verdubbeld. We leven in de grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. De GGZ, de jeugdzorg, de ouderenzorg zijn uitgekleed…’ En zo kan Johan Fretz nog wel even doorgaan. Dat doet hij trouwens ook aan het begin van dit bevlogen pleidooi voor een betere wereld – een linkse wereld dus. Want Half Nederland staat in brand. En dat is overigens óók de schuld van links.

Tenminste, die conclusie is onvermijdelijk voor de schrijver en columnist van het Parool. Of zoals sommige lezers van die krant hem volgens eigen zeggen noemen: ‘die linkse, woke deugfascist, excuusallochtoon, gutmensch, socialistische, communistische, racistische, antiracistische, vervelende rot-millennial in zijn grachtengordel-bubbel’. En dan woont hij ook nog eens ‘in een schitterend jaren dertig-koophuis’.

In het politieke pamflet What’s Left? – De Puinhopen Van Links (72 min.), gemaakt met coregisseur en sidekick Juul Op den Kamp, onderzoekt Fretz hoe en waar het mis is gegaan met de sociaaldemocratie en de voornaamste vertegenwoordiger daarvan, de Partij van de Arbeid, en hoe het neoliberalisme vervolgens de dominante ideologie heeft kunnen worden in ons land – en trouwens ook in de rest van de westerse wereld.

Over Fretz’s startpunt bij deze lekker up tempo-zoektocht kan geen misverstand ontstaan: hij komt uit een echt PvdA-nest en is nog altijd stijflinks. De idealen die boegbeeld en oud-premier Joop den Uyl namens die partij uitdroeg in de jaren zeventig en tachtig zijn volgens hem sindsdien grondig verkwanseld. En daardoor zijn de kansen die hij ooit zelf heeft gehad in het Nederland van nu allang niet meer vanzelfsprekend.

Scherp, speels en met de nodige (zelf)spot verweeft de geboren verteller zijn eigen levensloop met de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen die ons land in de afgelopen halve eeuw heeft doorgemaakt. Hij spreekt in dat kader ook met zijn eigen ouders, de ‘oude hippies’ Jan en Virginia, en legt drie voormalige PvdA-leiders/‘hoofdverdachten’ het vuur aan de schenen: Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samson.

In de ogen van Fretz zijn zij onderweg, terwijl ze druk bezig waren met ‘verantwoordelijkheid nemen’, de grondbeginselen van de sociaaldemocratie – de eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen – uit het oog verloren. En daarom leven we nu met zijn allen in een – diepe ademhaling – neoliberale hel. What’s Left wordt daarmee een demasqué van het hedendaagse Nederland, een land dat altijd nét iets te trots op zichzelf lijkt.

En dat is weer zo’n stellingname, lekker polemisch getoonzet ook, waarmee menigeen het natuurlijk grondig oneens kan zijn. Fretz’s schotschrift dwingt in elk geval tot zelfreflectie. Over wie we zijn (geworden), wie we (willen) worden en of er überhaupt wel zoiets als ‘wij’ bestaat (of moet bestaan). En welke rol links daar dan weer in moet spelen, natuurlijk.

ZOEK! De Vrouw, De Hond En De Dood

Windmill Film

Als de openingsscène van een film inderdaad een belofte inhoudt over wat er nog gaat komen, dan weet de kijker van ZOEK! De Vrouw, De Hond En De Dood (71 min.) direct dat hij het nodige kan verwachten. In een Nederlands bos lopen een vrouw en haar hond. Speurend. Al snel begint de hond te blaffen. Hij heeft iets aangetroffen. ‘Knap hoor!’ zegt zij. ‘Netjes!’ Ze belt met de politie. ‘Ja, goeiendag, Esther van Neerbos, Signi Zoekhonden’, klinkt het geroutineerd. ‘Wij hebben vandaag gezocht naar Ibrahim. We hebben hem gevonden. Dus kunnen jullie het beste hiernaartoe komen.’

En daarmee is het spoor uitgezet voor wat een enerverende, filmische en ook schokkende film zal worden. Vijf jaar lang volgt regisseur Mariëtte Faber dierenarts Esther van Neerbos, haar collega en levenspartner Janette Kruit, hun vijf speciaal getrainde honden en de ruim vijftig vrijwilligers van hun stichting. In hun vrije tijd zoeken zij naar (langdurig) vermiste mensen. Tegelijkertijd moet Signi zich echter de arbeidsinspectie van het lijf zien te houden. Net als de politie kan die maar moeilijk wennen aan het idee van burgerspeurders – en het feit dat die zich niet houden aan alle ARBO-regeltjes, zoals de afspraken rond arbeidsomstandigheden voor duikers.

Faber sluit aan bij enkele zoekacties van Signi Zoekhonden naar Nederlanders die een noodlottig ongeval hebben gehad, zijn vermoord of – in veruit de meeste gevallen – zelf een einde aan hun leven hebben gemaakt. Zo is de filmcrew erbij als Van Neerbos en haar opvallend professionele team in het Stieltjeskanaal speuren naar de auto van een 55-jarige vrouw uit het Drentse Erica. Als ze met geavanceerde apparatuur vaststellen dat er inderdaad voertuigen in het water liggen, moeten die worden ‘afgedoken’. Zodat definitief kan worden vastgesteld of de vrouw daar is overleden. Daarna rest dan nog een klus die zowel heel belangrijk als godsonmogelijk is: het informeren van de nabestaanden.

Op voorhand heeft deze documentaire al het nodige mee: een aansprekende protagonist met een duidelijke en maatschappelijk relevante missie, die bovendien opereert binnen een spannend decor en daarbij de nodige obstakels op haar pad vindt. Tegelijkertijd is ZOEK! ook ‘gewoon’ een bijzonder knap gemaakte film. De zoekacties van Signi – met hond, per boot en/of via een duikploeg – zijn sereen en met oog voor detail geregistreerd. Faber waakt ervoor om al te zeer in te zoomen op onsmakelijke details of de ideële onderneming, waarbij het inderdaad de vraag is of die tot de taken van gewone burgers behoort, af te beelden als één groot succesverhaal.

Gaandeweg komt de documentaire ook steeds dichter bij Esther en Janette. het complementaire duo dat honden van jongs af aan opvoedt met de geur van de dood (waarvan ze als pup moeten gaan houden, om later te kunnen functioneren als zoekdier). Terwijl de inspectie hun werk blijft bemoeilijken krijgen ze ook te maken met persoonlijke malheur. Dan begint deze puntgave film, mede door subtiel gebruik van muziek, steeds meer op het gevoel te werken, zonder daarbij ook maar een ogenblik uit de bocht te vliegen.

Natasja Kensmil – You Want It Darker

Interakt

Met ferme penseelstreken verft Natasja Kensmil een groot deel van haar eigen schilderij weg. ‘Ik ben er effe klaar mee’, zegt ze gefrustreerd. ‘Ik heb niet gewonnen.’

‘Van jezelf?’ wil filmmaakster Lisa Boerstra weten.

‘Nou, van het schilderij’, glimlacht de Surinaams-Nederlandse kunstenares ontevreden. ‘Of wij hebben samen niet gewonnen, laat ik het zo zeggen.’

Kensmil worstelt soms niet alleen met haar ambacht, maar ook met de subjecten daarvan: personen en artefacten uit de tijd dat Nederland een onvervalste VOC-mentaliteit had, de zeven zeeën bevoer én overal slaven maakte. Met haar werk brengt ze de achterkant van ons koloniale verleden, zoals dit doorgaans in musea werd/wordt gepresenteerd, in beeld. Daarmee is ze inmiddels doorgedrongen tot het hart van exposities in het Amsterdam Museum en Stedelijk Museum. Natasja Kensmil heeft in 2021 bovendien de prestigieuze Johannes Vermeer Prijs ontvangen.

Het intieme en geladen portret Natasja Kensmil – You Want It Darker (52 min.) komt heel dichtbij de gevierde kunstenares. In haar atelier, dat fungeert als een burcht waarmee ze de gevaren van de wereld buiten de deur kan houden, observeert Boerstra hoe Kensmil werkt aan haar eigen, zwart omrande en skeletachtige variaties op traditionele regenten- en schuttersstukken. Werk dat, gezien haar eigen geschiedenis, een zeer persoonlijke lading heeft. Hetzelfde geldt ook voor de Sleeping Beauty-serie, een reeks schilderijen van opgebaarde kinderen.

Toen haar eigen zoontje ernstig ziek werd, raakte Kensmil gegrepen door de post mortem-fotografie van de Victoriaanse tijd en begon zelf ook te experimenteren met ‘wat de dood doet met kleur’. Ze legt uit: ‘Dat is een heel proces. En dat is ook wat ik bij mijn zoontje zag toen hij een hartstilstand kreeg en werd gereanimeerd. Het eerste wat je ziet is een bewusteloos lichaam, maar je ziet ook meteen de kleur veranderen.’ Het resultaat is een indringende serie kunstwerken, waarmee ze de dood gelukkig op afstand heeft weten te houden.

Tegelijkertijd belicht Lisa Boerstra in deze persoonlijke documentaire, gezegend met sfeervol camerawerk en een expressieve soundtrack, met Kensmils moeder en haar zus Iris (tevens beeldend kunstenaar) de getroebleerde jeugd van haar protagonist. Die nam als kind al haar toevlucht tot de kunst en zou, pas na enkele verplichte tussenstappen, op de Rietveld Academie belanden. Haar moeder heeft volgens eigen zeggen ‘gehuild als een klein kind bij de diploma-uitreiking’ en fungeert ook tijdens de uitreiking van de Vermeer Prijs als stralend middelpunt.

Daarmee wordt You Want It Darker zowel een boeiend inkijkje bij een toonaangevende kunstenaar, die steevast op het scherp van de snede opereert, als een portret van een hechte familie-eenheid, waarbij dat succes bepaald niet is komen aanwaaien.

Een Gat In Mijn Hart

Omroep Zwart

Op die zondag in 1992 begon zijn leven. Van vóór die tijd kan hij zich niets herinneren. ‘Alleen maar wat er ná die dag kwam.’ Die dag was 4 oktober. Toen stortte een Boeing 747 van de Israëlische vliegtuigmaatschappij El Al neer op de Amsterdamse flats Groeneveen en Klein-Kruitberg. De Bijlmerramp.

De bekende rapper, acteur, dichter en activist Akwasi O. Ansah was nog maar een jongetje van vier toen het vrachtvliegtuig zich voor zijn ogen in de flatgebouwen boorde. Het is zijn eerste actieve herinnering. Hij mocht zijn indrukken destijds verwerken in de bundel Een Gat In Mijn Hart (48 min.), waarin kinderen uit de Bijlmer hun verhalen, gedichten en tekeningen over de ramp kwijt konden (en die nu fraai tot leven zijn gewekt met animaties).

Akwasi laat het boek dertig jaar later zien aan zijn dochtertje Nekaya, nu ook vier jaar oud. ‘Hier zie je papa’s mama en daar zie je brand’, vertelt hij haar. ‘Brand in het huis.’ Daarna maakt hij in deze persoonlijke documentaire, die werd geregisseerd door Olivier S. Garcia (Torso en Gewoon Boef), een rondgang door de omgeving waar hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht. Na de ramp verhuisde hij met zijn gezin naar Osdorp, weg van de herinneringen.

Hij bezoekt zijn moeder en broer, de schooldirecteur die het boek bedacht, de rampjuf die drie jaar lang ouders en kinderen begeleidde in hun rouwproces en voormalige flatbewoners voor wie de Bijlmerramp een vormende ervaring was in hun jeugd. ‘Ik vind het niet leuk want het vliegtuig is neergestort’, leest één van hen uit het boek voor tijdens een groepsgesprek. ‘En misschien is Lisandra dood. En dat wil ik niet. Want Lisandra is mijn beste vriendin.’

Joey Jasien Khan was elf toen het vliegtuig zich in de flat Groeneveen boorde. Zijn vader raakte vermist. En hun huis werd naderhand, vanwege brand- en waterschade, onbewoonbaar verklaard. In zijn huidige woning hangt nog altijd een brokstuk van het vervloekte toestel aan de muur. ‘The Killer’ is erop geschilderd. ‘Je kan niet komen bij mij thuis zonder de Bijlmerramp te voelen en de verbinding te maken met het vliegtuig zelf.’

Zo maakt deze delicate film invoelbaar hoe de vliegramp – waarbij meer dan veertig mensen de dood vonden, waarvan een deel ongedocumenteerd was en nooit is geïdentificeerd – een half leven later nog altijd doorwerkt in het dagelijks bestaan van de Bijlmer-bewoners die er getuige of slachtoffer van werden. De ramp is nooit onderdeel geworden van hun verleden, maar nog altijd onlosmakelijk verbonden met wie ze nu zijn.

Je moet tot je door laten dringen wat het met je doet en dat accepteren, stelt Berthold Gersons, voormalig afdelingshoofd psychiatrie van het AMC ziekenhuis, tegen Akwasi. ‘Het klinkt heel raar, maar ik zou zeggen: koester het gat in je hart.’

M’n Beessie En Ik

Halal

Het is even proppen, maar dan heeft Frans, vernoemd naar kunstenaar Francis Bacon, in de openingsscène van M’n Beessie En Ik (77 min.) dan toch echt z’n plekje achter in de gele stationwagen gevonden. Eenmaal thuis, als hij gezellig met ‘eigenaar’ Kim op de bank zit, krijgt hij een lekker stukje fruit toegestopt. Het varken is zes jaar geleden bij haar, en haar toenmalige partner, ingetrokken. ‘We zien hem echt als onze dikke maat’, zegt ze. En hij heeft met zijn vaste routines ook wel wat weg van ‘een autistisch jongetje’.

Frans is één van de opmerkelijke ‘huisdieren’ in deze tragikomische film van regisseur Johan Kramer (Keeper), waarin allerlei exotische exemplaren en hun baasje worden gepresenteerd: de Afrikaanse reuzenslak (Her Majesty) Nokia, kapper Vico’s coole sfinxen, influencerkat Zappa (met meer dan 100.000 volgers op Instagram), de zingende Titanic-hond Mikey van een kwetsbare tiener en Dog Dance-kampioen Kamatz en zijn menselijke danspartner Wollie. En, natuurlijk, de vreemdste diersoort van allemaal: de mensch.

De Beessies worden grondig gehumaniseerd. Ontdierlijkt ook. Of simpelweg ontvleest. En de mensen aan hun zijde respectvol geportretteerd. Want hoewel een buitenstaander bij de aanblik van de koppels een milde glimlach soms misschien nauwelijks kan onderdrukken, of zelfs even hardop moet lachen, probeert Kramer nooit te scoren ten koste van zijn personages. Hij beziet hen met compassie en begrip en maakt zo inzichtelijk welke rol deze partner, ouder of nakomeling in dierenvermomming speelt in hun leven.

M’n Beessie En Ik wordt daarmee een soort zusterfilm van Heddy Honigmanns Buddy, over de symbiotische relatie tussen hulphonden en hun baasje. Deze dieren openen de wereld van hun menselijke vrienden, zorgen ervoor dat zij zich geaccepteerd voelen en geven hen een gevoel van veiligheid. Johan Kramer registreert dit zeer gestileerd, met fraaie totalen en extreme close-ups, waarbij hij echt héél dicht op de vacht zit. Met bijzondere aandacht ook voor de dierlijke communicatie – het knorren, spinnen, kwispelen – waaruit de goede verstaander nog heel wat kan afleiden.

Tegen dat gevoel van volledige geborgenheid kan klaarblijkelijk weinig op. Zoals Wollie, die enige tijd geleden is gescheiden, het treffend uitdrukt: ‘Ik heb ooit een sleutelhanger gekocht. En die tekst vond ik zo mooi: Onvoorwaardelijke liefde, hoe ziet dat eruit? Voor mij heel eenvoudig: vier poten en een snuit.’

House Of Hammer

Discovery+

Wanneer eindigt een voor beide partijen bevredigende BDSM-relatie en begint seksueel misbruik? Voor buitenstaanders is dat verdraaid lastig vast te stellen. Is de kinky aankondiging ‘I’m going to bite the fuck out of you’ bijvoorbeeld niet meer dan een erg uitgesproken manier van flirten of toch het schaamteloze statement van een seksueel roofdier dat rücksichtslos andermans grenzen overschrijdt?

Jonge vrouwen zoals Courtney Vucekovich zagen in dit soort brisante berichtjes in elk geval geen aanleiding om hun online-contacten met de bekende acteur Armie Hammer (The Social Network, Call Me By Your Name en Death On The Nile) af te breken. Sterker: ze gingen daarna fysiek met hem afspreken, vanuit de gedachte dat ze nu toch echt hun prins op het witte paard hadden gevonden. En toen liep het al snel helemaal uit de hand, stellen ze in House Of Hammer (167 min.), waarin de knappe Hollywood-held publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld.

Alle vrouwen die zich in deze driedelige docuserie van Elli Hakami en Julian P. Hobbs uitspreken hebben ogenschijnlijk een soortgelijk profiel: ze ogen als fotomodel en lijken influencer-ambities te hebben. Hun persoonlijke getuigenissen, die vooralsnog niet tot officiële aanklachten tegen Hammer hebben geleid, zijn in de voorbije periode driftig rondgepompt door juicechannel-types, zoals TheZenBlonde en Candice Cronkhite. Die laten zich doorgaans niet al te veel gelegen liggen aan het checken van de feiten en lijken ook wel te genieten van alle ophef die ze veroorzaken. Dat heeft iets onsmakelijks.

De idylle die Armie Hammer jarenlang in stand probeerde te houden – als man met een perfect huwelijk, inclusief ‘trophy wife’ en twee bekoorlijke kinderen – wordt in elk geval ruw verstoord. Bovendien plaatsen de bekende onderzoeksjournalist Edward Epstein en Armie’s eigen tante Casey, die heeft gebroken met de rest van de familie, zijn uitspattingen en de gedachte dat je overal mee wegkomt binnen een lange familietraditie. Die schijnt ooit te zijn gestart door Armie’s meedogenloze overgrootvader Armand Hammer, puissant rijk geworden met Occidental Petroleum. Een zeer machtig man, gewend om zijn zin te krijgen.

Deze historische context, waarbij de Hammers worden vergeleken met de disfunctionele Roy-familie uit de dramaserie Succession, vormt het interessantste deel van House Of Hammer. Als de beschuldigingen tegen Armie Hammer, nog eens goed in de verf gezet door de vermaarde vrouwenrechten- en #metoo-advocate Gloria Allred, de boventoon voeren, krijgt de miniserie al snel het karakter van een eendimensionale lynchpartij. Waarbij de acteur zelf, schuldig aan seksueel geweld of niet, wel zo verstandig is om niet verder in de vlek te gaan wrijven.

Moonage Daydream

NBC Universal

Met de drie documentaires Finding FameFive Years en The Last Five Years heeft filmmaker Francis Whately de carrière van de gelauwerde Britse muzikant, acteur en beeldend kunstenaar David Bowie (1947-2016) al netjes in kaart gebracht. Klus geklaard, zou je zeggen. Door naar het volgende icoon.

Dat is echter buiten regisseur Brett Morgen gerekend, die van de Erven Bowie toegang kreeg tot diens persoonlijke archief en dat binnenstebuiten heeft gekeerd om Een Andere Bowie-film te maken. Geen rechttoe rechtaan popdocu, maar een immersieve film. Een ervaring, zogezegd. Een portret ook dat niet zozeer de mens achter de mythe vandaan probeert te halen, maar juist, in de geest van Bowie zelf, verder probeert te mythologiseren.

Dat diens nabestaanden Morgen de vrije hand lijken te hebben gegeven is gezien zijn sublieme films over The Rolling Stones (Crossfire Hurricane), Nirvana-voorman Kurt Cobain (Montage Of Heck) en de beschermvrouwe van ‘s werelds chimpansees Jane Goodall (Jane) overigens niet zo vreemd. De Amerikaanse documentairemaker heeft het vermogen om bestaand materiaal binnenstebuiten te keren, volledig naar zijn hand te zetten en er nieuwe lagen en thema’s in te ontdekken.

Moonage Daydream (140 min ) is in dat opzicht een logische volgende film: net zo virtuoos gemonteerd als z’n voorgangers – waarbij Bowie’s muziek, die zelden beter klonk, de toon zet – maar op het eerste oog wel minder verhalend. Behalve off screen quotes van de hoofdpersoon zelf en oude tv-gesprekken met hem bevat de documentaire geen enkel (zit)interview. Familieleden, vrienden en collega’s hebben natuurlijk ook al hun kans gekregen in Whately’s trilogie.

Voor deze absolute tour de force leefde Morgen vijf jaar lang met Bowie. Alleen het bekijken en beluisteren van het materiaal kostte hem al twee jaar van zijn leven. Hij monteerde de film geheel alleen en moest daarbij ook nog een hartaanval, waardoor hij zelfs in coma belandde, te boven komen. En toen was er deze associatieve trip door de wereld van een man, een ‘generalist’ in zijn eigen woorden, die van zichzelf een caleidoscopische kunstobject heeft gemaakt.

Die focust zich meer op de kunstenaar en het fenomeen Bowie dan op de man daarbinnen – al treedt die gedurende de film, die min of meer chronologisch is opgebouwd, wel steeds meer op de voorgrond. Die ontwikkeling lijkt de hoofdpersoon zelf ook te hebben doorgemaakt. ‘Ik ben niet mijn werk, maar een entiteit die aandacht nodig heeft’, zegt David Bowie in de tweede helft van de docu, die hem tot dan als een door alles en iedereen bewonderde ‘loner’ heeft geportretteerd.

Moonage Daydream wordt zo het levensgrote uitroepteken – neergepend door een maker die overduidelijk verliefd is geworden op zijn onderwerp – achter de imposante carrière van een kunstenaar met duizend gezichten.

Gabby Giffords Won’t Back Down

Een krachtigere pleitbezorger voor strengere Amerikaanse wapenwetten is nauwelijks denkbaar. Op 8 januari 2011 overleefde Gabrielle Giffords als Democratisch congreslid voor de Amerikaanse staat Arizona een moordaanslag in Tucson – hoewel sommige media in eerste instantie meldden dat ze was overleden. Giffords liep wel ernstige hersenbeschadiging op, raakte deels verlamd, kampte met afasie, verloor een deel van haar gezichtsveld en moest helemaal opnieuw leren spreken.

Haar echtgenoot Mark Kelly, een voormalige astronaut die inmiddels namens de Democratische partij in de Amerikaanse senaat zit, besloot haar herstelproces vanaf het allereerste begin te filmen, omdat hij vermoedde dat zijn vrouw later beslist zou willen zien hoe ze er in die begindagen aan toe was. Ook al had zij er in eerste instantie helemaal geen idee van dat ze door ene Jared Lee Loughner, een man met ernstige psychische problemen, in het hoofd was geschoten.

Dat intieme beeldmateriaal, van een ambitieuze en begaafde vrouw die opnieuw moet leren hoe ze zichzelf kan zijn en die zich tegelijkertijd begint te realiseren dat ze nooit meer de oude wordt, is even schokkend als aangrijpend en vormt het hart van Gabby Giffords Won’t Back Down (98 min.), de nieuwe film van het linksige docuduo Julie Cohen en Betsy West (RBG en My Name Is Pauli Murray). Giffords stamelt, huilt of zingt zich naar de best mogelijke versie van zichzelf.

Een jaar na de moordaanslag ziet Gabrielle Giffords zich toch genoodzaakt om afscheid te nemen als volksvertegenwoordiger. De beelden van hoe zij, enkele seconden voordat ze haar vertrek bekend gaat maken, voor de camera oefent hoe ze bepaalde woorden het beste kan uitspreken is erg ontroerend. Hier zit een vrouw die de waarheid onder ogen ziet en daar consequenties aan heeft verbonden. Ze heeft daarnaast ook privé enorme offers moeten brengen door toedoen van die ene verwarde man.

Cohen en West zoomen in op Giffords’ voortijdig afgebroken politieke loopbaan, laten die (in jubeltermen) becommentariëren door medestanders en de toenmalige president Barack Obama en volgen haar als zij zich begint op te werpen als onvermoeibare strijder voor stringentere wapenwetgeving en drijvende kracht achter de politieke carrière van haar man Mark Kelly, die in zekere zin de gefnuikte ambities van zijn echtgenote probeert te verwezenlijken.

Net als in hun eerdere films sympathiseren de twee documentairemakers duidelijk met hun hoofdpersoon – een moedige en optimistische vrouw die letterlijk zingend door het leven lijkt te gaan, maar ook een politica in hart en nieren – en blijft elke vorm van scherpte of conflict achterwege. Deze degelijke en typisch Amerikaanse documentaire had zo’n kartelrandje eerlijk gezegd wel kunnen gebruiken.

RIP!: A Remix Manifesto

Van wie is een idee of creatie? En wat mag een ander daar dan mee doen? Die vragen staan centraal in Brett Gaylors baanbrekende documentaire RIP!: A Remix Manifesto (86 min). Ze monden uit – in Gaylors woorden – in oorlog tussen de ‘copyright’, de traditionalisten die het ouderwetse auteursrecht koste wat het kost willen beschermen en gewoon willen blijven inzetten als melkkoe, en de ‘copyleft’, de generatie die is opgegroeid met het internet, in wezen vindt dat alles van iedereen is en zweert bij samples, mashups, covers, citaten en alle andere toepassingen waarmee de vrije uitwisseling van ideeën wordt gegarandeerd. Het gevecht om intellectueel eigendom dus. En dat strekt zich uit ver voorbij de grenzen van muziek of kunst.

Bouwt kennis of cultuur sowieso niet altijd voort op al wat eerder is gedaan? En ging ’t ook niet altijd zo? Gaylor geeft een treffend muziekvoorbeeld: de hit The Last Time van The Rolling Stones was toch gebaseerd op This May Be The Last Time van The Staple Singers, dat overigens ook nog een behandeling kreeg van een project van de voormalige manager van The Stones, The Andrew Loog Oldham Orchestra? En toen besloot The Verve vervolgens The Stones weer te samplen voor Bittersweet Symphony. Nadat Jagger en Richards succesvol de rechten van dat nummer hadden geclaimd, verkochten ze het voor een commercial door aan sportmerk Nike. Waarna Gaylors favoriete artiest Girl Talk, die een centrale positie inneemt in deze film, het in 2007 weer gebruikte voor een eigen nummer: Once Again.

Wie het nog snapt, mag het zeggen. Welnu: Brett Gaylor doet een loffelijke poging, met ontzettend veel inventiviteit, heerlijke humor en fijne historische doorkijkjes (Mickey Mouse!): in het publieke domein kunnen/moeten we als mensheid voortbouwen op onze collectieve kennis. Niks mis mee. Toch? Of zijn het dan weer gewoon andere multinationals die daarvan profiteren, trekken de verantwoordelijke denkers/kunstenaars/ontwerpers sowieso aan het kortste tijd en zou daardoor de menselijke ontwikkeling wel eens kunnen stagneren? Hoewel de voornaamste spelers en conflicten sinds de release van deze documentaire in 2008 zijn veranderd – wie herinnert zich nog de strijd van Metallica tegen Napster of Radioheads opstelling als ‘grensverlegger’? – is de discussie in wezen niet veranderd.

Waar houdt zogenaamd ‘fair use’ op en begint inbreuk op auteursrecht, (intellectueel) eigendom of patenten? Het fijne van RIP is dat vorm en inhoud echt samen optrekken. De film zelf is ook een mashup en daarmee – afhankelijk van de stam waaraan je je hebt verbonden in deze ideeënoorlog – een belangrijk manifest over de vrijheid van meningsuiting/illegaal werk/verwarrende kunstuiting. Ruim tien jaar later, een eeuwigheid in deze discussie, heeft Brett Gaylors pièce de résistance in elk geval nog helemaal niets aan denkkracht, amusementswaarde en relevantie ingeboet.

The English Surgeon

‘Hoe kun je niets doen?’ vraagt Henry Marsh zich hardop af. ‘Hoe kun je zeggen: ga weg en sterf maar? Wat de risico’s of kosten ook zijn, we moeten iets doen. Hoop is het allerbelangrijkste in het leven.’ The English Surgeon (93 min.) komt al sinds 1992 in Kiev, waar hij een vorm van gezondheidszorg aantrof die in zijn ogen volledig bankroet was. Hij kon niet anders dan bijspringen, vertelt hij in deze boeiende, schokkende en aangrijpende documentaire van Geoffrey Smith uit 2007.

Marsh krijgt bijvoorbeeld te maken met Marian Dolishny, een straatarme, uiterst religieuze man uit het West-Oekraïense stadje Zolochiv, die als gevolg van een hersentumor een ernstige vorm van epilepsie heeft. Hij zou zomaar ineens zwaar gehandicapt kunnen raken. Ingrijpen lijkt noodzakelijk. Dat is echter beslist niet zonder gevaar. Het is als Russische roulette met twee revolvers, stelt de Britse chirurg. De ene heet behandeling, oftewel een operatie, en de andere is géén behandeling. Waarmee doet hij nu, en straks, het meeste goeds – en het minste kwaad?

‘Zou je je persoonlijkheid, intellect of vermogen om te denken willen verliezen?’ illustreert Henry Marsh wat er op spel staat. Hij kiest uiteindelijk voor ingrijpen. Met het gevaar dat hij een uitgangspunt van zijn beroep schendt: het do no harm-principe. Dat vereist het soort heldenmoed dat Marsh en zijn plaatselijke collega Igor Kurilets, die regelmatig ernstig in de clinch ligt met de plaatselijke autoriteiten, in overvloed lijken te hebben. Marian zal, volledig bij bewustzijn, een hersenoperatie moeten ondergaan, die door Smith overigens zéér expliciet in beeld wordt gebracht.

The English Surgeon onderstreept het belang van goede geneeskunde en werkt meteen als eerbetoon aan de onbaatzuchtige en moedige beoefenaars ervan. Hoewel Henry Marsh en zijn protegé Igor Kurilets soms botte humor gebruiken om zich staande te kunnen houden en zo nu en dan ook keiharde boodschappen moeten afgeven – wat in deze indringende film een paar keer tot enkele hartverscheurende scènes leidt – hebben ze het hart zonder enige twijfel op de goede plek zitten.

Hoe het Henry Marsh, Igor Kurilets en enkele van hun patiënten is vergaan sinds het verschijnen van de documentaire, is hier te lezen.

Pleistocene Park

VPRO

Hij speelt voor God op zijn eigen kleine stukje aarde. Geofysicus Sergej Zimov maakt zich zorgen over het ontdooien van het Permafrost, want daardoor komen er allerlei broeikasgassen vrij en warmt de aarde nóg sneller op dan gevreesd. Daarom heeft Sergej – type gekke wetenschapper, van Russische origine bovendien – een lumineus plan bedacht: hij wil een verloren gegaan ecosysteem herstellen, een mammoetsteppe uit de IJstijd.

In een uithoek van Siberië is Zimov, sinds hij werd bevrijd van zijn plichtplegingen als wetenschapper in de Sovjet-Unie, samen met zijn volwassen zoon Nikita druk doende om een succes te maken van hun Pleistocene Park (101 min.). Daarvoor halen de Zimovs, met veel pijn en moeite, op allerlei plekken dieren op, die vervolgens worden uitgezet in het gebied: rendieren, muskusossen, paarden, wisenten, jaks, bosbizons, elanden en wapiti’s (maar die bleken nogal gemakkelijk over de omheining te kunnen springen). En ook de mammoet is natuurlijk van harte welkom.

Filmmaker Luke Griswold-Tergis laat zich rondleiden in het onherbergzame gebied van vader en zoon dat inmiddels zo’n 160 km2 beslaat, verdiept zich in hun bijzonder eigenzinnige wetenschappelijke experiment en raakt gaandeweg zelf ook steeds meer betrokken bij het project. Dit wordt met de ene na de andere uitdaging geconfronteerd: van geld- en logistieke problemen tot dwarsliggende dieren én een permanente stroom cameraploegen. Want zowel de hoekige Sergej Zimov als zijn wilde dieren en de ruige leefomgeving waarin zij leven zijn uiterst mediageniek.

Intussen zetten andere wetenschappers hun vraagtekens bij de missie van de Zimovs: is dit een reële oplossing voor het gehele Noordpoolgebied? En kan klimaatverandering hiermee werkelijk een halt toe worden geroepen? Pleistocene Park is desondanks geen topzware film. Griswold-Tergis hanteert een lichte toets: hij zet vol in op de kleurrijke personages, zoekt en vindt ook vaak de humor in wat er voor zijn camera gebeurt en verluchtigt het geheel bovendien met beurtelings vlotte en koddige muziekjes. Dit resulteert in een bijzonder amusante documentaire, die toch ook nog ergens over gaat.

Privégesprekken

Zeppers/Human

De opzet is heel eenvoudig: drie Nederlandse stellen gaan in een basale studiosetting in gesprek met regisseur Walter Stokman én elkaar. Over wat bij ziekte doorgaans onbesproken blijft. Één van hen heeft kanker gehad. Als daarna het gewone (relationele) leven weer begint, is dat echter helemaal niet zo eenvoudig.

Dat blijkt tevens uit onderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). Tweederde van de respondenten gaf aan dat hun seksualiteit en intimiteit slechter zijn geworden na de diagnose. Dit vormt het voornaamste onderwerp van gesprek in de intieme film Privégesprekken (55 min.) en wordt tevens inzichtelijk gemaakt met bijna tactiele scènes, van zeer dichtbij, waarin geanonimiseerde mensen die kanker hebben (gehad) tijdens een massage vertellen welk effect de ziekte heeft gehad op hun zelfbeeld en relatie.

Tijdens de behandeling staat het hoofd, van zowel de zieke als zijn/haar partner, vaak niet – of in elk geval op een andere manier – naar seksualiteit en intimiteit. Maar ook als het signaal ‘kankervrij’ eenmaal is afgegeven, blijkt het lastig om de draad weer op te pakken – of er überhaupt over te spreken met elkaar. ‘Als je intiem wil zijn met elkaar, moet je je vrij voelen’, vertelt Nzinga bijvoorbeeld over hoe de relatie met haar partner Misha door haar gezondheidsproblemen werd beïnvloed. ‘En dat voelde ik me niet in mijn zieke lichaam.’

Joost noemt zijn ziekte, en de complicaties die deze met zich mee heeft gebracht, dan weer een ‘les in nederigheid’. Zijn vrouw Teddy is vooral blij dat hij er nog is en dat ze nog altijd van hem kan genieten. ‘Dat is voor mij het belangrijkste’, zegt ze. Openhartig spreken de koppels in deze boeiende interviewfilm zo met en tegen elkaar, bijvoorbeeld over het behouden van spontaniteit, inzetten van hulpmiddelen en (her)vinden van jezelf en elkaar. Kanker heeft hen allebei veranderd en ook hun leven samen behoorlijk ontwricht, maar toch niet onmogelijk gemaakt.

‘Ik heb ontzettend veel bewondering voor jou hoe jij deze hele periode…’, begint Wim bijvoorbeeld geëmotioneerd. Zijn vrouw Carla vult liefdevol aan: ‘hebt beleefd.’ Tijdens een vakantie met de camper in Spanje werd de wereld van het oudere Amsterdamse koppel enkele jaren geleden helemaal op zijn kop gezet. ‘Het is geen kattenpis geweest, het is best wel pittig geweest’, constateert Wim treffend. ‘En dat had ook anders kunnen uitvallen.’