Who Is Ghislaine Maxwell?

Starz

Van de ene ploert naar de andere. Dat is oppervlakkig beschouwd de portee van Ghislaine Maxwells turbulente levensverhaal. Eerst diende ze zich te verhouden tot haar vader Robert Maxwell, eigenaar van diverse Britse kranten en een onvervalste potentaat die regelmatig een loopje nam met de wet. Daarna volgde Jeffrey Epstein, een man die nooit genoeg kreeg van (te) jonge meisjes, minimaal drie orgasmes per dag wilde hebben en ook haar ondergang, eind 2021 vervat in een gevangenisstraf van twintig jaar, zou inluiden.

Daarmee wordt zij, het Britse elitemeisje dat Epsteins partner in crime was geworden, echter schromelijk tekort gedaan, getuige de driedelige docuserie Who Is Ghislaine Maxwell? (140 min.) van Erica Gornall. Ghislaine was een essentieel instrument in hun verwrongen stiel. Zij fungeerde als vaardige ronselaar die de stroom ontheemde tieners op gang hield en die hen, als een verknipte moederfiguur, een soort schijnzekerheid bood binnen het ‘seksueel piramidespel’ dat ze, zonder dat zij het doorhadden, speelden. Zodat Jeffrey, z’n (bekende) vrinden én zijzelf hun gang konden gaan.

‘Hij had een aandachtsspanne van drie seconden’, vertelde Epsteins voormalige vriend Stuart Pivar eens aan de Amerikaanse journalist Leland Nally, die het netwerk van Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell in kaart probeerde te brengen en minutieus alle namen in hun beruchte zwarte boekje nabelde. Volgens Pivar leed Epstein aan satyriasis, de mannelijke tegenhanger van nymfomanie. ‘Hij onderbrak gesprekken en veranderde van onderwerp’, illustreert hij ’s mans onophoudelijke geslachtsdrift. ‘Dan zei hij: Wat heeft dat met kutjes te maken?’

Op hun eigen – echt waar! – Maagdeneilanden ontvingen Epstein en Mawell behalve tienermeisjes ook de machtigen der aarde, weet het eikenhouten beheerdersechtpaar Miles en Cathy Alexander, dat in deze miniserie voor het eerst z’n verhaal doet. Ghislaine was bijvoorbeeld ‘heel hecht’ met de in opspraak geraakte Britse prins Andrew. Met alle gevolgen van dien. Verder komen studiegenoten, medewerkers, kennissen, collega’s, een lid van Maxwells voormalige schoonfamilie en natuurlijk de slachtoffers en hun advocaten aan het woord.

Tezamen ontsluiten zij het inmiddels welbekende verhaal van de charmante, wereldse en berekenende vrouw, die jarenlang een handel in minderjarige meisjes bestierde en die zich ondertussen doodleuk het imago van milieuactivist aanmat. Een verhaal ook over hoe de mondiale elite steeds met alles lijkt weg te komen. De serie toont tevens hoe Maxwell als het doek is gevallen uiterlijk onbewogen haar publieke ontmaskering en de navolgende juridische stappen ondergaat. Alsof ze zich eigenlijk niet kan voorstellen dat dit haar, en mensen zoals zij, kan overkomen.

‘Ze moeten zich schamen’, zegt Gretchen Rhodes, één van de ‘overlevers’, heel treffend over het collectieve verdriet van de slachtoffers van Maxwell en Epstein. ‘Zíj moeten zich schamen.’ Ze heeft even een ogenblik nodig om haar emotie weg te slikken. ‘En niet ik.’

Zoals dat tegenwoordig gaat met tot de verbeelding sprekende schandalen zijn aan Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell inmiddels meerdere documentaireseries gewijd. Van Jeffrey Epstein: Filthy Rich en Surviving Jeffrey Epstein over hem tot Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell, Ghislaine Maxwell: Filthy Rich en Ghislaine: Partner In Crime over haar.

Elephant Mother

EO

Ruim honderd jaar geleden waren er volgens Lek Chailert van de Save Elephant Foundation honderdduizenden olifanten in Thailand. Het merendeel daarvan leefde bovendien in het wild. Nu zijn er minder dan 6.000 dieren over. En daarvan lijkt het grootste deel geknecht door de toeristenindustrie. Met harde hand, en daarin vaak een venijnige haak, zijn ze klaargemaakt voor menselijk gebruik.

Maffiapraktijken, aldus de Elephant Mother (56 min.) Lek, die samen met haar Canadese echtgenoot Darrick Thomson ook het Elephant Nature Park runt. Daar verblijven zo’n 65 ‘bevrijde’ olifanten, die geen strak geregisseerde trucjes hoeven uit te voeren voor toeristen – al zijn die wel van harte welkom om te komen kijken. Intussen worden ze dan bijgespijkerd over Lek Chailerts missie om het dier dat ooit als heilig werd beschouwd definitief te ontdoen van zijn huidige imago van geldmachine.

Als het toerisme in 2020 door het Coronavirus plotseling tot stilstand komt, pakt dat in deze documentaire van Jez Lewis in eerste instantie desastreus uit voor de Thaise olifanten. Er is helemaal geen geld meer voor eten en fatsoenlijke verzorging. Om dat drama het hoofd te bieden meldt Lek zich bijvoorbeeld bij haar buurman, Oom Eddie, die er in zijn eigen olifantenverblijf Chok Chai heel andere mores op nahoudt. De bevlogen olifantenmoeder ziet echter kansen: never waste a good crisis.

Lewis sluit in deze enigszins brave film gedurende enkele jaren aan bij zijn gedreven hoofdpersoon, legt fraai vast hoe comfortabel de olifanten zich bij haar voelen en laat tevens zien wat er kan gebeuren als deze dieren, hongerig en vastgeketend, gefrustreerd raken. Een daverende oorvijg met een slurf bijvoorbeeld. Daarmee wordt tevens de urgentie van Lek Chailerts opdracht zichtbaar: zonder waardige bejegening is de Thaise olifant een gevaarlijke attractie en wellicht ook ten dode opgeschreven.

Joni Mitchell – Lady Blue

Getty Images / NTR

Ze heeft dan misschien een klassiek lied gewijd aan Woodstock, maar zelf ontbreekt ze in de zomer van 1969 op het ultieme hippiefestival. Haar nieuwe manager David Geffen heeft de Canadese singer-songwriter Joni Mitchell ervan overtuigd dat ze moet kiezen voor een optreden in The Dick Cavett Show, een toentertijd toonaangevend televisieprogramma. Terwijl Jimi Hendrix, Janis Joplin en haar vrienden van Crosby, Stills, Nash & Young dus ten overstaan van zo’n 400.000 festivalgangers popgeschiedenis schrijven, is Mitchell voor het eerst in heel Amerika op televisie te zien.

Het zal haar definitieve doorbraak betekenen, op een moment dat de jaren zestig tot een climax komen. In de wat brave tv-docu Joni Mitchell – Lady Blue (53 min.) schetsen Julia en Clara Kuperberg vervolgens hoe dat gelukzalige hippiegevoel rigoureus de nek wordt omgedraaid door de moordlustige Manson Family en het volledig uit de hand gelopen Altamont-festival van The Rolling Stones, waarbij een concertganger de dood vindt. Terwijl het algehele gevoel van hoop vervliegt, haalt Joni Mitchell echter het beste uit zichzelf met heel persoonlijke en eigenzinnige muziek.

Met concertbeelden en ander archiefmateriaal, oude interviews met Mitchell zelf en (muzikale) partners zoals David Crosby en Graham Nash en een erg aanwezige verteller lopen de Kuperbergs netjes de lange carrière door van hun hoofdpersoon, die haar tijd tegenwoordig vooral besteedt aan familie en schilderen en onlangs voor het eerst in twintig jaar (!) optrad. In Joni Mitchell: Lady Blue krijgen haar kenmerkende folky stem, akoestische gitaar en maatschappijkritische songteksten de aandacht, die een toonaangevende (vrouwelijke) boomer nu eenmaal toekomt.

Een trailer van Joni Mitchell – Lady Blue is hier te bekijken.

Running With The Devil: The Wild World Of John McAfee

Netflix

‘Is McAfee een succesvolle ondernemer die gek is geworden en zijn buurman vermoordde?’ vraagt de hoofdpersoon van Running With The Devil: The Wild World Of John McAfee (106 min.) zich hoogstpersoonlijk af in het vet aangezette intro van deze documentaire. ‘Of is hij de mogelijke redder van Amerika?’ Bij beelden van de populaire talkshow van Larry King, waarin hij zichzelf vervolgens presenteert als presidentskandidaat, gooit John McAfee er nog maar eens een smakelijke oneliner in. ‘Ik wil niemand alcohol, drugs, geweld of krankzinnigheid aanpraten’, zegt hij onderkoeld, als een onvervalste Hollywood-held. ‘Maar bij mij heeft het gewerkt.’

En daarmee is het spel op de wagen voor deze slicke schelmendocu waarin, wederom volgens de Brits-Amerikaanse antivirussoftware-pionier zelf, ‘James Bond meets Scarface, with a little Indiana Jones’. Documentairemaker Charlie Russell is duidelijk in zijn nopjes met zijn larger than life-hoofdpersoon en serveert diens doldwaze lotgevallen uit met de bravoure van een willekeurige blockbuster. Daarmee is hij overigens zeker niet de eerste. In 2017 verscheen bijvoorbeeld het al even smeuïge Gringo: The Dangerous Life Of John McAfee. Toen was de man alleen nog in leven. In 2021 viel definitief het doek voor de voorstelling van de toen 75-jarige durfal.

En dus kan nu de balans worden opgemaakt van een leven dat John McAfee over hoge toppen en door diepe dalen sleurde. Russell is alleen duidelijk niet van plan om een doorwrocht portret te maken, waarin alle bokkensprongen van zijn subject op hun plek worden gezet binnen een geloofwaardig narratief. Hij concentreert zich liever op McAfee’s vlucht uit Belize in 2012, nadat hij daar verdachte werd in een moordzaak. De rouwdouwer nam de wijk naar Guatemala, gevolgd door een cameraploeg. En VICE-verslaggever Rocco Castoro en cameraman Robert King delen nu natuurlijk maar al te graag hun verhaal en claimen zo meteen hun eigen ‘fifteen minutes of fame’.

McAfee’s veelbewogen bestaan wordt daarmee gereduceerd tot het mediaspektakel dat hij er in de laatste jaren willens en wetens van heeft gemaakt. De man daarachter laat zich evenwel nauwelijks zien, ook niet in interviews met zijn toenmalige, ternauwernood meerderjarige, vriendin Samantha Venegas en latere liefde, de voormalige prostituee Janice Dyson. Zoals ook zijn ghostwriter Alex Cody Foster, die waarschijnlijk ook een graantje wil meepikken, vooral sterke verhalen toevoegt, die hij van de ‘bullshitter’ zelf te horen heeft gekregen. Over hoe die de halve wereld heeft gehackt en uit de weg dreigt te worden geruimd door het Sinaloa-drugskartel.

Pas in het laatste deel van de film krijgt McAfee’s eindeloze stroom van zelf veroorzaakte ellende, broodje aap-verhalen en doorgesnoven paranoia iets meer context en duiding. Als er echt wezenlijke dingen uit zijn verleden boven tafel dreigen te komen, dient zich echter meteen een spraakmakende theorie aan. Die is voor een buitenstaander met geen mogelijkheid op waarde te schatten, maar haalt de focus wel weer weg van wat McAfee nu werkelijk heeft gemaakt tot wie hij is. Running With The Devil blijft daardoor steken op het niveau van een lekker trashy realityshow, waarbij de opperfreak tot het bittere eind bereid blijft om alles te doen waarmee hij de aandacht kan vasthouden.

Katrina Babies

HBO Max

De orkaan Katrina groeide in 2005 uit tot een toonbeeld van het falen van de Amerikaanse overheid, de regering Bush in het bijzonder, Toen de dijken rond New Orleans doorbraken en het woelige water de stad dreigde te overspoelen, waren de inwoners, met name de zwarte bewoners van de slechte wijken, volledig op zichzelf aangewezen. De storm zelf was een ramp, de nasleep werd dat al evenzeer. ‘George Bush doesn’t care about black people’, stelde de rapper Kanye West cynisch vast.

Regisseur Spike Lee tekende de tragedie, ontreddering en woede in 2006 genadeloos op in de epische docuserie When The Levees Broke: A Requiem In Four Acts, die niets minder dan een aanklacht tegen de liefdeloze behandeling van The Big Easy’s zwarte kinderen werd. Ruim vijftien jaar later blikt Edward Buckles Jr., die als twaalfjarige jongen de ramp in New Orleans zelf meemaakte, in Katrina Babies (81 min.) terug op de gebeurtenis die de wereld van hem en zijn familie en vrienden op z’n grondvesten deed schudden.

Hij besteedt vanzelfsprekend aandacht aan de orkaan zelf en de navolgende traumatische evacuatie, maar legt de nadruk op de periode ná de natuurramp, als (lang niet) iedereen terugkeert naar een stad die onherkenbaar is veranderd. De zwarte gemeenschap is zijn thuis kwijt, ook omdat ze door de autoriteiten doelbewust lijkt te worden versplinterd. Buckles illustreert de herinneringen van zijn vrienden met nieuwsbeelden van Katrina, privévideo’s en tot de verbeelding sprekende ‘mixed media’-animaties van Antoni Sendra. Voor deze kinderen van New Orleans is Katrina geen gebeurtenis uit het verleden, maar een integraal onderdeel van hun leven.

In Katrina Babies wordt collectief de schade opgemaakt. Zodat ze, zo benadrukt de filmmaker, nu eindelijk eens kunnen helen. Dit gaat gepaard met fraaie beelden, inkijkjes en ontboezemingen, maar leidt niet tot een heel coherente of meeslepende vertelling en levert ook geen baanbrekende inzichten op. De kracht van deze lappendeken van een film zit in de kleine dingen des levens, van gewone mensen die moeten delen met een levensveranderende gebeurtenis in hun jeugd.

Terror At The Games – Munich ‘72

Looksfilm / VPRO

De schandvlek van 1936, de Olympische Spelen van Berlijn die een propagandaspeeltje van Adolf Hitler waren geworden, moest worden uitgewist. De Spelen van 1972 zouden een nieuw Duitsland laten zien. Waar de Olympische ploeg van Israël met open armen werd ontvangen. Óók door een groep nietsontziende strijders voor de Palestijnse zaak, van de clandestiene organisatie Zwarte September, die een militaire operatie hadden voorbereid om hun tweehonderd landgenoten in de Israëlische gevangenis vrij te krijgen.

Een halve eeuw later kijken sporters, officials, politici, journalisten, agenten, leden van speciale eenheden, slachtoffers, nabestaanden én de twee nog levende daders in de vierdelige docuserie Terror At The Games – Munich ‘72 (186 min.) terug op de Horrorspelen van 1972, op de grimmige gijzeling, de faliekant mislukte bevrijdingspoging en de nasleep daarvan, waarbij Israël overging tot keiharde represaillemaatregelen. ‘’Het zit nog helemaal in m’n hoofd, zegt één van de Palestijnen, de bijzonder openhartige Mohammed ‘Tarzan’ Safady. ‘Hoe we binnendrongen. Hoe de gijzelaars waren. En het gevecht.’ Hij lag er een periode wakker van, vertelt hij, maar die is allang voorbij. ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan.’

Het bloedbad van München speelde zich af voor het oog van de wereld, heeft huiveringwekkende beelden opgeleverd vanuit het Olympisch dorp en is al onderwerp geweest van een Oscar-winnende film, Kevin Macdonalds One Day In September uit 1999, maar wordt in deze krachtige miniserie van Bence Máté en Lucio Mollica nog eens nauwgezet en overtuigend gereconstrueerd. Waarbij de afgewogen selectie bronnen, het overvloedige archiefmateriaal en de aandacht voor de historische en politieke context van de gijzeling en de afhandeling daarvan (waarbij de kapers met de schrik vrijkomen) in het oog springen. ‘Het is verschrikkelijk’, zegt Peter Brandt, de zoon van de toenmalige Duitse bondskanselier Willy Brandt. ‘Maar we weten dat ook cynische overwegingen een rol spelen in de politiek.’

Ondanks de ravage die en plein public werd aangericht bij de Israëlische delegatie, zouden de Olympische Spelen overigens ‘gewoon’ doorgaan. En alle atleten die na ‘The Munich Massacre’ nog een medaille wonnen, zoals de Nederlandse judoka Wim Ruska, werden net als hun vermoorde medesporters en de terroristen van Zwarte September onderdeel van de schandvlek van 1972.

Incident At Oglala

Carolco

Op 26 juni 1975 vallen enkele mannen het Pine Ridge-reservaat in South Dakota binnen. Pas later wordt het de bewoners duidelijk dat het om FBI-agenten gaat. Ze zijn op zoek naar Jimmy Eagle, die wordt verdacht van het stelen van een paar cowboylaarzen. Dan hebben de aanwezige Lakota Sioux-indianen, die zich bijna van nature – en niet zonder reden – bedreigd voelen, echter allang naar de wapens gegrepen. Een intens vuurgevecht kost twee FBI-agenten en één ‘native American’ het leven.

Na de ‘shoot out bij Jumping Bull’ worden drie bewoners van het reservaat aangeklaagd. Onder hen is Leonard Peltier, die ervan wordt beschuldigd dat hij de agenten koelbloedig heeft geliquideerd. Hoewel Peltier, die zelf ook aan het woord komt in Incident At Oglala (90 min.) van regisseur Michael Apted, ontkent, verdwijnt hij voor onbepaalde tijd achter de tralies. In de navolgende jaren zal hij uitgroeien tot een martelaar, die figureert in films (Apteds eigen Thunderheart), wordt bezongen in songs van U2, Rage Against The Machine en Little Steven en zelfs een eigen standbeeld krijgt in Washington D.C.

Behalve de schietpartij op Pine Ridge en de nasleep daarvan schetst deze documentaire uit 1992 ook nadrukkelijk de deplorabele situatie van de native Americans, de oorspronkelijke inwoners van de Verenigde Staten. In de reservaten waartoe zij al generaties lang zijn veroordeeld blijven armoe, ziekte en verslaving schering en inslag. Dit heeft in de jaren vóór Jumping Bull al geleid tot de bezetting van het historisch beladen stadje Wounded Knee, waar in 1890 een enorme slachtpartij onder indiaanse stammen werd aangericht. En die actie heeft weer geleid tot talloze rechtszaken en allerlei gewelddadige confrontaties met de FBI.

Deze klassiek opgezette documentaire is voor hedendaagse begrippen tamelijk traag en uitleggerig, met een duidelijk aanwezige verteller (Robert Redford), heel veel pratende hoofden en aansluitend archiefmateriaal en figuratieve beelden van het reservaat. Michael Apted, een veelzijdige filmmaker die zowel een James Bond-film (The Word Is Not Enough) als de legendarische documentaireserie Up op zijn naam heeft staan, laat evenwel zowel ‘native Americans’ als vertegenwoordigers van de lokale en federale overheid aan het woord. Gezamenlijk schetsen zij het enorme wantrouwen dat is ontstaan tussen Amerika’s oorspronkelijke bewoners en de (federale) overheid. En dat – zo maakt Incident At Oglala glashelder – móest wel tot gewelddadige aanvaringen leiden.

Leonard Peltier verblijft ondertussen al een kleine halve eeuw in de gevangenis.

The Abduction Of Milly Dowler

Channel 5

Het blijft een schandvlek voor de Britse journalistiek: rücksichtslose verslaggevers en privédetectives van de Engelse tabloid News Of The World hacken in 2002 Milly Dowlers mobiele telefoon en beluisteren stiekem de voicemailberichten die ze heeft ontvangen. Daardoor denken de ouders van het vermiste dertienjarige meisje dat ze nog in leven is. In werkelijkheid is Milly allang overleden, ten prooi gevallen aan een seriemoordenaar die pas net op gang lijkt te zijn gekomen.

In The Abduction Of Milly Dowler (67 min.) roept televisiemaker Alex Nott met een vriendin van Milly, enkele agenten die waren betrokken bij het onderzoek en Paul McMullan, een voormalige journalist van de destijds bijzonder machtige krant News Of The World, het onderzoek van de politie van Surrey naar de geruchtmakende verdwijning van de Engelse middelbare scholier op. Dat komt erg moeizaam op gang en zal pas jaren later tot een concrete verdachte leiden.

Deze true crime-docu, afgeleverd met een nét iets te nadrukkelijk sensatierandje, belicht behalve het schokkende misdrijf zelf ook de dubieuze methoden van de tabloidjournalisten en de manier waarop zij tevens het politieonderzoek proberen te corrumperen. Als de illegale hacks van Dowler en talloze beroemdheden in 2011 eindelijk publiekelijk aan de kaak wordt gesteld, wordt News Of The World vrijwel direct opgedoekt door de omstreden mediamagnaat Ruper Murdoch.

Voor Milly Dowler en haar nabestaanden is dat niet meer dan heel bittere mosterd na de maaltijd.

Young Plato

Soilsiu Films

‘The Troubles’ mogen dan al enige tijd tot het verleden behoren. In de grauwe straten van Ardoyne, een arbeidersbuurt in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, zijn de tegenstellingen tussen loyalisten en republikeinen nog altijd overal zichtbaar. ‘End British internment of Irish republicans’, eist één van de vele kenmerkende muurschilderingen. En elders wordt een ode gebracht aan de gevallen strijders van de ‘Marrowbone Belfast Brigade’.

Het hier en nu kent dan weer zijn eigen problemen. ‘Parasite drug dealers leave our kids alone!’ schreeuwt een poster, met daarop een wel erg plastische injectiespuit. Binnen die harde omgeving probeert directeur (en Elvis-fan) Kevin McArevey van de Holy Cross Boys’ Primary School, zo’n man waarvan je stante pede gaat houden, zijn jongens met filosofielessen voor te bereiden op het leven. Hij laat hen denken. Over de wereld, de ander en zichzelf.

In Young Plato (99 min.) kijken Declan McGrath en Neasa Ní Chianáin, die eerder samen met David Rane het hartverwarmende School Life regisseerde) mee hoe hij de kinderen (en ook hun ouders) op een heel eenvoudige manier, met een filosofiebord, ideeënverzamelaar en socratische kring bijvoorbeeld, laat kennismaken met Aristoteles, Plato, en Seneca en zo aanzet tot (zelf)reflectie. Mag je ooit je woede koelen op een ander? vraagt hij bijvoorbeeld aan de jongens in schooluniform. Waarna er een genuanceerd groepsgesprek ontstaat.

McArevey confronteert hen tegelijkertijd ook met beelden van twintig jaar eerder, van heftige onlusten tussen katholieken en protestanten bij de Holly Cross Girls School. Geweld als ultieme consequentie van je niet willen of kunnen verplaatsen in de ander. Speels, met humor en recht voor zijn raap geeft McAvey zijn leerlingen, die natuurlijk af ten toe flink hun hoofd stoten, zo een plek om samen betere mensen te creëren en daarmee ook een betere wereld.

Young Plato wordt uiteindelijk een heel optimistische film, over de kracht van onderwijs. Een goede leraar kan daadwerkelijk het verschil maken. Óók – of júist – op beschadigde plekken zoals Belfast. Het zit allemaal vervat in een nieuwe muurschildering, op de plek waar ouders en kinderen elkaar voor en na school ontmoeten. Conor, één van McArevey’s jongens, is daarop afgebeeld als De Denker van Auguste Rodin, in schoolkostuum te midden van grote denkers.

‘To find yourself, think for yourself.’

I Just Killed My Dad

Netflix

Dat hij ‘t heeft gedaan, staat niet ter discussie. I Just Killed My Dad (125 min.) is dus nadrukkelijk geen whodunnit, maar een whydunnit: waarom heeft Anthony Templet, een inmiddels achttienjarige tiener uit Baton Rouge in de Amerikaanse staat Louisiana, op 3 juni 2019 zijn vader Burt doodgeschoten? In de openingsscène neemt hij plaats op een stoel in een – bij true crime verplichte – duistere loods om te worden geïnterviewd.

Anthony stelt zelf dat het noodweer was, maar andere sprekers in deze driedelige serie van Skye Borgman – waaronder zijn stiefmoeder Susan, advocaat Jarrett Ambeau, een voormalige collega, Burts beste vriend en allerlei betrokkenen bij het politieonderzoek – hebben zo hun twijfels bij zijn lezing van wat er is gebeurd. Achter het simpele nieuwsfeit – zoon doodt vader – gaat een hele geschiedenis schuil.

Borgman pak dit tragische verhaal zorgvuldig uit en belandt zo in Ingleside, Texas, waar het kat- en muisspel van Burt, Anthony en de rest van hun getroebleerde familie een kleine twintig jaar eerder is begonnen en ook Anthony’s biologische moeder Teresa, die al jaren volledig uit zijn leven is verdwenen, nog wel het één en ander heeft te vertellen over haar tienerzoon en de man die haar ooit radeloos achterliet.

Wordt Anthony’s daad, vanuit die context bezien, begrijpelijk of zelfs te vergoelijken? Die vraag speelt nadrukkelijk op als Borgman de zaak vaardig – met de eveneens verplichte emotionele interviews, beveiligingscamerabeelden, duistere reconstructiescènes en unheimische soundtrack – verder ontleedt. En ook: wat is Anthony voor een jongen? Getraumatiseerd of contactgestoord? Is hij (nog/wel) in staat tot empathie?

Tijdens een door Anthony’s advocaat Ambeau (voor deze serie?) georganiseerd proefproces, waarbij ook de beraadslagingen van een speciaal samengestelde proefjury in beeld worden gebracht, komt vervolgens aan de orde welke straf de jongen nu moet krijgen. Het antwoord vormt de vanzelfsprekende climax van deze stevige true crime-productie. Waarna alleen nog een emotionele uitlui volgt.

Trainwreck: Woodstock ’99

Netflix

Het had een reprise moeten worden van de peace, love & music van het oorspronkelijke festival uit 1969, maar draaide dertig jaar later uit op een orgie van frustratie, chaos en (seksueel) geweld. Hoewel organisator Michael Lang en zijn nieuwe partner, muziekpromotor John Scher, het oorspronkelijke Woodstock-sfeertje wilden laten herleven, werd het festival dat ze in 1999 op een luchtmachtbasis bij Rome, New York, organiseerden zowat het tegendeel van een relaxte hippiehappening.

De driedelige serie Trainwreck: Woodstock ‘99 (142 min.) reconstrueert hoe het festival uitgroeit tot een nineties-variant op Altamont, het naargeestige festival van The Rolling Stones dat helemaal verkeerd afliep en werd vereeuwigd in de documentaire Gimme Shelter. Regisseur Jamie Crawford ontleedt met de organisatoren, hun medewerkers, enkele bezoekers en een handvol optredende artiesten, zoals Korn-voorman Jonathan Davis, deejay Fatboy Slim en singer-songwriter Jewel wat er zoal misging in dat oververhitte juliweekend.

De start van deze miniserie zet meteen de toon: de plaatselijke burgemeester krijgt de champagnefles om het podium in te wijden maar niet kapotgeslagen, openingsact James Brown wil pas optreden als hij (meer) geld krijgt en zijn vrouwelijke collega Sheryl Crow krijgt vervolgens telkenmale te horen dat ze haar tieten moet laten zien. De sfeer zit er, kortom, direct goed in en laat het dan maar aan hyperagressieve nu-metalbands als Korn en Limp Bizkit over om de kwart miljoen bezoekers helemaal over de flos te krijgen.

Crawford belicht in de drie afleveringen vervolgens simpelweg de verschillende festivaldagen: de vrijdag (als duidelijk wordt dat deze versie van Woodstock bijzonder commercieel is opgezet en bovendien abominabel blijkt te zijn georganiseerd, de zaterdag (waarop het festival, mede door toedoen van Bizkit-voorman Fred Durst, compleet ontspoort) en tot slot de zondag (wanneer Woodstock ‘99 begint te lijken op een wel erg realistische re-enactment van William Goldings onrustbarende vertelling Lord Of The Flies).

Uiteindelijk komt alle baldadigheid, frust en agressie na slotact The Red Hot Chili Peppers samen in een boze meute die zich de lijfspreuk van een andere optredende act, Rage Against The Machine, volledig eigen heeft gemaakt: Fuck You, I Won’t Do What You Tell Me. Als een horde orks razen ze over het festivalterrein. Dan is ook allang duidelijk dat er nooit meer een Woodstock zal komen – en dat de geest van de sixties allang is gesmoord in een onuitstaanbare combi van egoïsme, machismo en hedonisme.

In dat opzicht slaat deze gedegen reconstructie, van een ongeluk dat wel móest gebeuren, tevens een brug tussen de oorspronkelijke Woodstock-docu, nog altijd de ultieme festivalfilm, en de recente terugblikken op het frauduleuze Fyre-festival in 2017, dat was opgezet als een soort Woodstock voor millennials en eveneens een gigantisch fiasco werd.

The Princess

Piece Of Magic / HBO

Als het verhaal en de tragische afloop daarvan – tijdens een auto-ongeluk op 31 augustus 1997 in een Parijse tunnel, achtervolgd door paparazzi die haar ook na de scheiding van prins Charles zijn blijven opjagen – zo breed is uitgemeten in de pers als bij Lady Diana, blijft het natuurlijk verdomd lastig om nog nieuwe verhaalelementen te ontdekken of het narratief bij te sturen of zelfs om te keren.

Met The Princess (109 min.), een film die volledig bestaat uit archiefmateriaal (nieuwsreportages, interviews, vox-pops en talkshowfragmenten), waagt regisseur Ed Perkins niettemin een dappere poging. Hij concentreert zich volledig op de gekte rond de Britse monarchie in de media en hoe die de verhoudingen tussen de twee echtelieden steeds verder op scherp zet. Totdat hun leven samen, precies halverwege de documentaire, echt ondraaglijk is geworden.

Was het huwelijk tussen de prins van Wales Charles Windsor en het ‘burgermeisje’ Diana Spencer niet sowieso gedoemd om te mislukken? Hij verlangde immers naar zijn oude vlam Camilla Parker Bowles, met wie hij later inderdaad weer een relatie zou krijgen. En viel zij niet gewoon voor de prins, in plaats van voor de man? Zelfs in het live-verslag van hun huwelijk komt Camilla al zijdelings ter sprake, als een zwaard van Damocles dat vanaf het allereerste begin boven hun relatie hangt.

‘Naast prins Charles kan me niks gebeuren’, zegt Diana nochtans tijdens een gezamenlijk interview, als hun liefde nog heel pril is. En ze lijkt het echt te menen. Gaandeweg sluipt er echter ongemak in hun publieke optredens, laat Perkins met een knappe montage zien, als Charles steeds meer in de schaduw komt te staan van zijn bevallige echtgenote. Of wanneer een journalist aan haar vraagt: ‘Wat zegt u ervan als u in de krant leest dat u een vastberaden, bazige vrouw bent?’

Als hun huwelijk in verregaande staat van ontbinding is geraakt, schakelen de Britse tabloids nog een tandje bij. Elke stap die Diana zet, alles wat ze zegt, alles wat ze niet zegt, elke steelse, verlegen of ongemakkelijke blik, iedereen in haar omgeving… is ‘BREAKING NEWS!’. Als horzels stormen fotografen en cameraploegen op alles af waarmee ‘Di’ zich onledig houdt. Ze serveren dat in hapklare brokken aan het volk, dat steeds iets nieuws wil zien van steeds weer dezelfde poppenkast. 

Perkins kneedt alle losse elementen tot een meeslepende vertelling, waarbij de stuwende soundtrack de verschillende verhaallijnen verbindt en een dramatische lading meegeeft. Dat het leven van Lady Diana vrijwel onmogelijk werd gemaakt door de onstilbare honger van (schandaal)pers en publiek kan natuurlijk moeilijk een nieuwe take worden genoemd. The Princess maakt echter zeer overtuigend zicht- en voelbaar hoe dat in zijn werk is gegaan.

Paper & Glue

MSNBC

Mensen willen gezien worden. Dat begrijpt fotograaf JR als geen ander. Ooit wilde hij, jongen met buitenlandse wortels uit een Parijse achterstandswijk, zichzelf ook laten zien. Hij sprayde zijn initialen op de meest onmogelijke plekken en begon dat proces vervolgens vast te leggen. En die foto’s, begeleid door graffiti, ging hij weer exposeren, gewoon op willekeurige muren in de stad.

Niet veel later volgde de behoefte om ook anderen, vaak lot- en leeftijdsgenoten, een gezicht te geven. Liefst levensgroot. Jongeren uit de banlieues bijvoorbeeld, die toentertijd letterlijk in brand stonden. Hij maakte ze los van alle stereotypen en liet ze zien zoals ze zichzelf zagen. Intussen vond hij ook zichzelf als straatkunstenaar: met Paper & Glue (94 min.) ging JR gigantische portretten maken voor in de openbare ruimte. Hij plakte ze op de muren en liet zijn helden floreren. Waarna wind en regen alle ruimte kregen en zij weer tot menselijke proporties werden teruggebracht.

Die modus operandi vormde al het uitgangspunt voor de heerlijke roadmovie Visages Villages (2017), waarin hij met de gevierde filmmaakster Agnès Varda door het Franse platteland reisde en gewone mensen tot iconische grootte opblies. Deze film gaat in wezen uit van hetzelfde principe en moet het bovendien zonder de chemie tussen de twee kunstenaars doen, maar is net zo onweerstaanbaar. ‘Iemand heeft ons gezien’, constateert Rosiete, een oudere vrouw uit de Braziliaanse favela Morro da Providencia, bijvoorbeeld geëmotioneerd als ze zichzelf op een muur terugziet.

En het is precies zo’n gevoel van (weer) mens zijn dat JR losmaakt in de gemeenschappen die hij bezoekt. Of het nu gedetineerden zijn van de Tehachapi-gevangenis in Californië, met wie hij een groepsportret voor op de binnenplaats maakt en die hij naar zichzelf laat kijken totdat ze weer een mens zien (verder uitgewerkt in de documentaire Tehachapi). Of de bewoners van de Mexicaans-Amerikaanse grensstreek, die hij confronteert met een enorm portret van het jongetje Kikito en daarna, aan beide zijden van het hek dat hen scheidt, trakteert op een picknick. Waarbij ze in een ontspannen atmosfeer weer even één kunnen zijn.

Zo onderscheidt JR zich bijvoorbeeld van zijn al even mediagenieke geestverwant Banksy, die net als hij is geworteld in graffitikunst en eveneens zijn eigen identiteit probeert te verhullen. JRs werk wordt nooit ironisch of cynisch, maar blijft altijd optimistisch. Dat zou je ook tegen kunnen hebben op deze door hemzelf geregisseerde positivoofilm, die is te beschouwen als één grote lofzang op de kunstenaar en zijn maatschappelijk betrokken werk. Maar een kniesoor, met wel erg weinig oog voor het goede in de mensch, die daarop let bij deze joyeuze, humane documentaire.

All Or Nothing: Arsenal

Prime Video

Elk seizoen van elke voetbalclub – of het nu FeyenoordManchester City of zelfs FC Utrecht is – verloopt eigenlijk op dezelfde manier. Het begint vol hooggespannen verwachtingen: dit jaar gaat het weer – of wél! – gebeuren. Met een coach die precies weet hoe het moet en spelers die nog/nu helemaal op hun plek zijn ligt de weg naar allerhande prijzen helemaal open. En dan, in de navolgende maanden, moet vrijwel elk team langzaam maar zeker afstand doen van alle uitgesproken aspiraties. Met een beetje geluk kan het desbetreffende elftal nog tot het einde meedoen voor de landstitel, een ‘Europese’ plek of – desnoods – een positie nét boven de degradatiestreep. En dan staat het volgende seizoen alweer voor de deur.

Enter Arsenal, de volgende club die de deuren van zijn kleedruimte, trainingscomplex en directiekamer wagenwijd openzet – nou ja, een behoorlijk eind in elk geval – voor de filmploeg van de bekende kijk achter de schermen-franchise, waarvoor acteur en Arsenal-fan Daniel Kaluuya ditmaal de voice-over verzorgt: All Or Nothing: Arsenal (391 min.). De Londense club is al enkele jaren geen schim meer van de ploeg die onder de hoede van de Franse toptrainer Arsène Wenger elk jaar om (Europese) titels streed. Arsenals huidige coach, de Spaanse oud-speler Mikel Arteta, kreeg zijn jeugdige elftal in de voorgaande seizoenen maar niet aan de praat. Voor het eerst in 25 jaar heeft de Londense club zich zelfs niet eens geplaatst voor Europees voetbal.

Dat is een aardige premisse voor wat zomaar een moeizaam seizoen 2021-2022 – en daardoor een bevredigende kijkervaring, met wellicht zelfs Sunderland ‘Til I Die-achtige allure – kan worden. Dat is nodig ook, want de serie telt maar liefst acht afleveringen. Arsenal start gelukkig slecht aan de nieuwe jaargang – ideaal! – maar vindt gaandeweg – helaas? – de weg omhoog, al slaagt de club er ook geen moment in – dodelijk! – om zich écht in de strijd om de titel te mengen. En dus moet de serie het hebben van miniportretjes – de bloedfanatieke nieuwe keeper Aaron Ramsdale, kersverse Britse international Bukayo Saka (die net de beslissende penalty heeft gemist op het EK) en notoire rode kaartenpakker Granit Xhaka bijvoorbeeld – of aardige inkijkjes bij een prominent Premier League-team.

Ter afsluiting van zijn bespreking voor de wedstrijd tegen aartsrivaal Tottenham Hotspur tekent Arteta bijvoorbeeld met rode stift een basaal hart op z’n flipover. ‘Jullie zullen met een groot hart moeten spelen, jongens’, zegt hij erbij. Waarna de coach er met blauw nog een rudimentaire schets naast plaatst. ‘En tegelijkertijd moeten jullie met een groot brein spelen. Die twee moeten samenwerken. Passie en helderheid.’ En als de supporters er dan ook nog eens achter gaan staan, zijn ze naar zijn bescheiden mening onverslaanbaar. En voor de wedstrijd tegen titelpretendent Liverpool laat de bevlogen coach You’ll Never Walk Alone, de hymne van de concurrent, horen tijdens de training van zijn eigen ploeg. Zodat iedereen er straks voor de volle tweehonderd procent voor wil gaan.

Verder is het ‘business as usual’ in deze degelijke, met de verplichte dramatische wedstrijdbeelden en kleedkamerimpressies volgestorte sportreeks. Al valt het zeker te prijzen dat het snel escalerende conflict met sterspeler Pierre-Emerick Aubameyang en de afhandeling van zijn navolgende transfer naar FC Barcelona niet met de mantel der liefde – of het bedompte kleed van alles overstijgende commerciële belangen – wordt bedekt. Daar zit ook het voornaamste vuurwerk van dit All Or Nothing-seizoen over Arsenal, dat verder, in elk geval vanuit de optiek van een buitenstaander, relatief rimpelloos passeert. En dan is het dus alweer tijd voor een nieuwe jaargang, waarbij het vooral de vraag is bij welke gerenommeerde voetbalclub de docu-franchise nu zijn tent gaat opslaan.

PS Jane Par Charlotte

Het is dat mijn moeder huisvrouw is en altijd naailes heeft gegeven en ik slechts een omhooggevallen provinciaal ben. Anders zou ik nu subiet beginnen aan Fien By Helmut, waarin we dan, al babbelend over het leven, door Oss gaan wandelen.

Terwijl we, om wat couleur locale op te snuiven (frituurvet), een tussenstop maken bij kwalitaria Frans van der Schoot – ‘een begrip in Oss en omgeving’ en één van de pronkstukken van wat ik voor het gemak maar de snackbarhoofdstad van Nederland noem – vertelt zij me nog maar eens een keer hoe opa en oma ooit door de pastoor van Geffen aan elkaar werden ‘voorgesteld’, probeer ik de oneindige (als in: eindeloze) verhalen over Theo & Henriëtte uit te zitten en laten we samen ook de maagbloedingen en -zweren en het bijbehorende fatalisme van ‘ons pap’ weer de revue passeren.

En dat ‘ons mam’ dan bij alles wat ook maar enigszins eet- of drinkbaar is, zegt: ‘vatten wa ge lust.’

Net als in het echt.

My Life As A Rolling Stone

Videoland / BBC

Interessant idee: de geschiedenis van The Rolling Stones aan de hand van portretten van de individuele bandleden. Eerst Mick, daarna Keith, Ronnie en (wijlen) Charlie. Maar, zo vraag je je dan meteen af, loopt dan ook niet langzaam de lucht uit de serie? De kern zit immers bij het songschrijversduo The Glimmer Twins: zanger Jagger en gitarist Richards. Welnu, the proof of the pudding is in the eating: de vierdelige miniserie My Life As A Rolling Stone (236 min.).

Allereerst: die portretten zijn eigenlijk heel aardig, ook al graven ze niet enorm diep. Ze bevestigen vooral de oerbeelden die je al hebt van de bandleden en voegen hier en daar saillante details toe: Mick als zakelijke hart van de band, Keith als muzikale geweten. ‘Nieuweling’ Ronnie die halverwege de jaren zeventig de lol terugbrengt, Keiths gitaarbroertje wordt en een echte verbinder blijkt. En Charlie, de onverstoorbare jazzdrummer die per ongeluk ruim een halve eeuw in een rock & rollband verzeild is geraakt.

Oud-bandleden komen er intussen bekaaid vanaf in deze serie van Sam Anthony: oprichter en zelfverklaard bandleider Brian Jones duikt hier en daar zijdelings in het verhaal op, tweede gitarist Mick Taylor komt vooral via zijn vertrek ter sprake en de naam Bill Wyman, toch een slordige dertig jaar bassist van The Stones, valt zelfs (vrijwel) helemaal niet. Hetzelfde geldt voor de tweede helft van de zes decennia die de Britse rockband nu al actief is. Die heeft muzikaal natuurlijk ook niet al te veel opgeleverd.

Verder loodst actrice Sienna Miller de kijker geroutineerd door de vier levensverhalen heen. Ze wordt, buiten beeld, in de rug gedekt door grootheden als Tina Turner, Rod Stewart, Jon Bon Jovi, Sheryl Crow, Lars Ulrich, Tom Waits, Chrissie Hynde en Brian Johnson. Aardiger nog zijn de bijdragen vanuit de entourage van de band, zoals achtergrondzanger Bernard Fowler, geluidstechnicus Glyn Johns, Richards’ gitaartechnicus Pierre de Beauport en de designer van het befaamde tonglogo, John Pasche.

Gezamenlijk voegen zij kleur en detail toe aan het welbekende bandverhaal, bijvoorbeeld over Mick Jaggers vermarkting van de groep, zijn bittere conflicten met Richards en Ronnie Woods aanhoudende drank- en drugsproblemen. Die nopen uiteindelijk nota bene Keith Richards – zelf jarenlang nummer één op de lijst van verwachte rockdoden – om in te grijpen. Wel een kwestie van ‘de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet’, aldus de gitaargod die echter weigert om zijn maatje verloren te laten gaan.

En het laatste deel, een eerbetoon aan de vorig jaar overleden Charlie Watts (1941-2021), is zowaar inderdaad een prima afsluiting, waarvoor de deuren letterlijk opengaan. Bij ‘s mans kleermaker, in Watts’ hoofd (waarin gedurig dwangstoornissen opspeelden en een midlifecrisis hem op latere leeftijd nog opzadelde met een heroïneverslaving, die volgens Keith niet bij hem paste) en van zijn imposante privéarchief (een opslagruimte met gewilde drumattributen, die ooit een museumcollectie moeten gaan vormen).

My Life As A Rollling Stone wordt zo een alleraardigst (zelf)portret van ‘the greatest rock n’ roll band on earth’, die nu toch zo langzamerhand echt, écht!, is aanbeland in de eindfase van zijn periode op aarde. En daarna zijn er nog altijd de verhalen en – natuurlijk, ook in deze miniserie niet te versmaden en met smaak opgediend – dat imposante songboek.

The Most Hated Man On The Internet

Netflix

Als The Most Hated Man On The Internet (162 min.) van Rob Miller een klassieke Hollywood-actiefilm zou zijn geweest, dan was die waarschijnlijk aangeprezen met een smeuïge tagline in de trant van: ‘one woman’s mission to detroy The King Of Revenge Porn’.

Die vrouw heet Charlotte Laws en krijgt te horen dat er illegaal een topless foto van haar dochter Kayla is gepubliceerd op de schmutzige website IsAnyoneUp.com. Charlotte, een voormalige ‘partycrasher of the rich and famous’ die wordt ondersteund door echtgenoot/advocaat Charles, zet alles in het werk om die website uit de lucht te krijgen en de kwade genius daarachter, de cynische internetpiraat Hunter Moore, een kopje kleiner te maken.

Een typisch heldenverhaal dus: goede vrouw pakt slechte man aan. Een thema dat Netflix in de afgelopen jaren al op diverse manieren heeft aangegrepen voor aantrekkelijke true crime-achtige producties: van The Tinder Swindler en Bad Vegan tot Don’t F**k With Cats en The Puppet Master. Een gecompliceerde – en wellicht ook enigszins genuanceerdere – werkelijkheid wordt daarbij aangeboden in een hap-slik-weg verpakking.

Hoe komt Moore aan de foto’s? Met die vraag kan deze formule-achtige film, waarin alle betrokken netjes de rol spelen die hen is toebedeeld, wel even vooruit. Hij zal zijn slachtoffers toch niet hebben gehackt? Charlotte laat zich de hoofdrol van onverschrokken heldin intussen maar al te graag aanleunen. Zoals ook de bijrollen goed bezet zijn: haar dochter is overtuigend als onschuldig slachtoffer en de schurkenrol blijkt Moore op het lijf geschreven.

Hij verschuilt zich met liefde en plezier achter het argument dat hij slechts de beheerder van het ranzige platform is. Wat daarop wordt geplaatst is natuurlijk niet zijn verantwoordelijkheid – al verdient hij er wel een aardige zakcent mee. Intussen doet deze driedelige docuserie min of meer hetzelfde: het treurige relaas van een jonge vrouw die zich als ‘Butthole Girl’ publiekelijk heeft ‘laten’ vernederen, wordt bijvoorbeeld nauwelijks meer dan clickbait.

Echte interesse voor haar verhaal – of voor dat van de andere gekleineerde, misbruikte en soms zelfs volledig geknakte vrouwen – is er niet in deze typisch Amerikaanse productie. Zoals ook Hunter Moore nooit meer wordt dan een verachtelijk personage, waarbij eenieder zich moreel verheven kan voelen. En aan het eind, ook al zo bevredigend, wordt de slechterik natuurlijk ingerekend en, op zijn minst in gedachten, geboeid afgevoerd.

Toch is het niet ondenkbaar dat diezelfde kijker na afloop ook achterblijft met een ongemakkelijk gevoel, dat wel aardig wordt samengevat met de boodschap die IsAnyoneUp steevast stuurde als iemand stiekem naaktfoto’s had geüpload: ‘Thank you for being evil.’

Kipchoge: The Last Milestone

HBO Max

Achter die ene man, de Keniaanse marathonloper Eliud Kipchoge, die een godsonmogelijke barrière wil doorbreken, gaat een enorm multidisciplinair team schuil. Bij de 1:59 Challenge zijn behalve allerlei verschillende coaches, zijn vaste fysiotherapeut en zorgvuldig samengestelde hazenteams bijvoorbeeld ook een prestatiemanager, inspanningsfysioloog, weerkenner, aerodynamica-deskundige en wetenschappers van de Technische Universiteit Eindhoven betrokken. Op zaterdag 12 oktober 2019 moeten al hun inspanningen worden beloond op een speciaal geselecteerd parcours in Wenen: de allereerste marathon die in minder dan twee uur wordt gelopen.

Regisseur Jake Scott besteedt de eerste helft van de gelikte documentaire Kipchoge: The Last Milestone (83 min.) aan het introduceren van de stoïcijnse Keniaanse atleet, de ontzagwekkende onderneming waarvan hij het middelpunt is en de concrete voorbereidingen daarop. Om het historische karakter van de recordpoging nog eens te benadrukken past Scott enkele bombastische sequenties in, waarbij de link wordt gelegd met grote menselijke prestaties uit de recente geschiedenis, zoals de eerste mens op de maan. Daarna gaat de race zelf van start, begeleid door commentaar van alle betrokkenen: van Eliuds vrouw Grace en dochter Lynne tot de Nederlandse atletenmanager Valentijn Trouw, directeur van het organiserende sportmanagementbureau Global Sports Communication Jos Hermens en IAFF-voorzitter Sebastian Coe.

In Kenia kijkt een mensenmenigte ondertussen gespannen toe of het hun landgenoot lukt om elke kilometer in 2 minuut 50 af te ronden. Daarvoor moet hij consequent een gemiddelde van 21 kilometer per uur halen. Laserstralen op de weg geven de sterloper, en de hazen die hem in het ritme en uit de wind houden, permanent de bevestiging of hij nog altijd op schema ligt. Of het Kipchoge daadwerkelijk is gegeven om als eerste marathonloper onder de twee uur te duiken? Zelfs notoire sporthaters kunnen dat wel raden. Daarvan moet deze promodocu ’t niet hebben. De film lijkt uiteindelijk vooral bedoeld als een ongegeneerde viering van een groepsprestatie die één enkele man tot ongekende hoogten heeft opgestuwd.

We Met In Virtual Reality

HBO Max

Terwijl de halve wereld eind 2020 in lockdown gaat vanwege de Coronacrisis, zoekt een selecte groep escapisten een andere dimensie op. In de videogame VRChat kunnen ze elkaar, met behulp van de techniek ‘full body tracking’, in elk geval gevoelsmatig fysiek blijven ontmoeten. Regisseur Joe Hunting sluit bij hen aan, observeert hoe ze zich gedragen en spreekt met hen over hun leven in een verbluffende documentaire die zich volledig in die virtuele wereld afspeelt: We Met In Virtual Reality (89 min.).

‘Je kunt degene zijn die je altijd al wilde zijn’, vertelt de Peter Pan-achtige verschijning Toaster, die met zijn exotische vriendin DustBunny alle zorgen vergeet in een spectaculair digitaal pretpark . ‘Je kunt in zekere zin helemaal opnieuw beginnen. In het echte leven heb je te maken met verwachtingen die anderen van je hebben over hoe je dingen moet doen of je moet gedragen. En daarmee kun je het eens zijn of niet. In VR weet niemand wie je bent. Het kan ook niemand schelen wie je was, alleen wie je nu bent. Je bent vrij om te zijn wie je wilt.’

Buitenstaanders moeten in eerste instantie wel een psychologische barrière nemen om mee te kunnen in die beleving. Want mensen van vlees en bloed tonen zich hier via een digitale gedaante, hun avatar. Ze ogen als pak ‘m beet een schattig konijntje, gespierde strijder of voluptueuze vamp. Stoer, sexy en extravagant lijken de norm. Als je in het echte leven – IRL in jargon – weinig kleur denkt te hebben, kan het in de VRChat-gemeenschap doorgaans niet op. Deze personages bewegen zich bovendien in een wereld die voortdurend van sfeer kan veranderen. Het ene moment Disney of The Muppet Show, dan weer The Matrix of Walking With Dinosaurs.

Binnen die onwerkelijke setting vindt Hunting wel degelijk de mensen achter de personages – of beter: de mensen ín de personages. Die verliefd worden, gebarentaal spreken, niet van de drank kunnen afblijven, zich uitleven in dans, non-binair zijn, in het huwelijk treden, lijden aan depressies of al hun fantasieën uitleven. Hun belevenissen worden door hem met veel schwung, bravoure en een dikke soundtrack uitgespeeld. In We Met In Virtual Reality is de verbeelding echt aan de macht. Tegelijkertijd toont deze geheel bijdetijdse film aan dat virtual reality de troost en verbondenheid kan bieden die in de échte wereld soms ontbreekt.

The Rossellinis

In zekere zin leven ze, ruim veertig jaar na ‘s mans overlijden, nog altijd in zijn schaduw. Daar, bij de uitvaart van Roberto Rossellini, begint ook deze documentaire van zijn oudste kleinzoon Alessandro. Al zijn nazaten begeleiden de grote regisseur, die sinds de film Roma Città Aperta (1945) werd beschouwd als een genie, in 1977 naar zijn laatste rustplaats. Volgens Alessandro lijden ze stuk voor stuk aan dezelfde aandoening: Rossellinitis.

‘Mensen zeiden tegen me: jij bent een Rossellini. Met jouw achternaam kun je geen ober worden’, vertelt Alessandro’s oom Robertino, ooit één van de meest begeerde mannen ter wereld, bijvoorbeeld treffend. ‘Ik mocht eigenlijk alleen maar een genie zijn.’ Tegenwoordig heeft hij zich teruggetrokken op een idyllische plek aan de Zweedse kust, in een huis dat ooit toebehoorde aan zijn moeder Ingrid Bergman, de befaamde actrice en tweede vrouw van zijn vader.

‘Wij waren bij onze geboorte al losers’, zegt Alessandro’s tante Ingrid, die het liefst buiten beeld blijft. ‘Hopeloos!’ Haar tweelingzus Isabella lijdt ogenschijnlijk nog het minst aan de familieziekte. Zij heeft een geslaagde carrière opgebouwd als fotomodel en actrice en voelt zich ook wat ongemakkelijk bij de vragen die haar neef in The Rossellinis (98 min.) op haar afvuurt en de onaantastbare status die hij haar, als rechtgeaarde opvolger van zijn grootvader, toedicht.

Tijdens zijn boeiende rondgang langs verschillende familieleden, doorsneden met filmfragmenten van de patriarch, komt Alessandro gaandeweg tot de conclusie dat hij, de zoon van Roberto Rossellini’s gedroomde opvolger Renzo en een zwarte vrouw, de kleinzoon die opzichtig worstelde met een drugsverslaving, de man ook van twaalf ambachten en dertien ongelukken, misschien wel het meest gebukt is gegaan onder die vermaledijde familienaam en de verpersoonlijking daarvan: zijn grootvader.

Dat familiesysteem heeft hen elk op hun eigen manier gevormd. Daarom kan deze boeiende film eigenlijk ook slechts op één manier tot een (bevredigend) einde worden gebracht: met een gestileerde groepsfoto waarop elk afzonderlijk familielid zijn eigen plek binnen de Rossellinis probeert in te nemen. Zodat in één beeld zichtbaar wordt wat hen bindt én wat hen van elkaar onderscheidt. Alsof stamvader Roberto ze van gene zijde nog eenmaal netjes op hun plek heeft gezet.