Under Tomorrow’s Sky

Van Skèndel naar wereldsteden als Taipei, Amsterdam en Seoul. Winy Maas, afkomstig uit de Brabantse plaats Schijndel bereikt met zijn expertise – op het snijvlak van landschap, stedenbouw en architectuur – inmiddels de ganse wereld. ‘Ik heb een missie om die stad of die wereld van morgen vorm te geven’, stelt hij daarover halverwege Under Tomorrow’s Sky (70 min.). Dat is volgens hem een kwestie van optimisme. Want je construeert niets minder dan de toekomst.

Nu de wereldbevolking in de komende jaren onverminderd blijft groeien, is het zijn ambitie om de steden, waar al die mensen een plek moeten vinden, compact en leefbaar te houden. Daarvoor gebruikt Maas, die zich op de TU-Delft tevens bezighoudt met doceren en onderzoeken, termen als: humaner, ecologischer, groener, energetischer en gemengder. En om dat te realiseren is zowel idealisme als vechtlust nodig.

Beide eigenschappen worden mooi zichtbaar in deze film van Jan Louter, die Maas van de zomer van 2018 tot de winter van 2020 volgt, tijdens de realisatie van enkele grote projecten. Als hij moet laveren tussen zijn eigen ideeën, de wensen van de opdrachtgever en de omstandigheden ter plaatse. De Nederlander communiceert gemakkelijk met allerlei verschillende type mensen, kan soms ook flink op zijn strepen staan en is er daarnaast eerlijk over dat hij soms zijn verlies moet nemen.

Deze documentaire is, net als zijn hoofdpersoon, vooral gericht op de toekomst. De achtergrond van Winy Maas wordt niet of nauwelijks belicht. Geen terugblik op zijn jonge jaren in Schijndel bijvoorbeeld. Ook diens privéleven – als daar überhaupt ruimte voor is – blijft geheel buiten beschouwing. Louter concentreert zich volledig op het werk, waarmee zijn protagonist de wereld wil veranderen – of zeg maar gerust: verbeteren.

Maas’ ideeën voor de toekomst worden daarbij fraai geïncorporeerd in de metropolen van nu. Wat hij voor zijn geestesoog ziet, wordt zo ook voor gewone stervelingen zichtbaar. Under Tomorrow’s Sky biedt op die manier een boeiende blik in de groene en menselijke stad die Winy Maas voor ogen staat. Waarbij het natuurlijk altijd de vraag is, zo toont deze interessante film eveneens glashelder, of die daadwerkelijk zo gerealiseerd zal kunnen worden.

Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal

Netflix

Prima deal. In ruil voor een aardige donatie krijgt je nageslacht toegang tot een droomschool. Wat is nu een miljoen dollar – of een ietsiepietsie meer – als de toekomst van je kind ervan afhangt? Via een kleine omweg koop je bijvoorbeeld een sportbeurs. Ook al heeft je ‘allesie’ nog nooit een football vastgehouden, een waterpolocap gedragen of op een zeilboot gevaren. En dan staan de deuren van Yale, Harvard of Princeton plotsklaps wagenwijd open en is het kostje van Junior gekocht.

Schoolkeuzecoach Rick Singer was daarvoor jarenlang een perfecte postiljon d’amour. Als geen ander wist hij welk (sport)onderwijsprogramma van een Ivy League-school nog wel wat financiële ondersteuning kon gebruiken. Via hem konden gefortuneerde ouders zo ‘prestige’ inkopen voor hun kroost. Volgens John Reider, voormalig lid van de toelatingscommissie van Stanford University, betekent dat woord in het Frans niet voor niets bedrog. ‘Dat is wat prestige is op de universiteit: het is denkbeeldig, een illusie. En toch geloven mensen erin.’

Regisseur Chris Smith, die in Fyre: The Greatest Party That Never Happened al de gebakken lucht van een gigantisch festivalfiasco blootlegde, ontleedt in Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal (100 min.) hoe Singer zijn schoolzwendel opzette. Dat wordt nooit zo buitenissig of grappig als in Fyre, maar zeker zo pijnlijk. Smith heeft de beschikking over opnamen die de FBI maakte van Singers (telefoon)gesprekken met bereidwillige ouders en schoolmedewerkers. Die heeft hij letterlijk, soms in gecondenseerde vorm, laten naspelen door acteurs, met Matthew Modine in de rol van aalgladde schooladviseur.

Hij, de slinkse ‘coach’, wordt in dit gesmeerde docudrama gepresenteerd als het oliemannetje van een volledig geperverteerd systeem, waarbinnen gefortuneerde ouders, zoals bijvoorbeeld de actrices Felicity Huffman en Lori Loughlin, er geen been in zien om hun kind op onoorbare wijze vooruit te helpen en universiteiten rustig dubieuze donaties incasseren en vervolgens een oogje dichtknijpen als leerlingen onder valse voorwendselen de school worden binnengesmokkeld. Het is al met al een treurige bedoening, de totale verwording van een door en door competitieve maatschappij. 

Die kent natuurlijk ook zijn slachtoffers: behalve alle kinderen die onder de prestatiedruk dreigen te bezwijken gaat het dan ook om bollebozen die door de fraude níet worden toegelaten. ‘Het is gewoon klote om je zo te voelen’, zegt een meisje, dat net heeft gehoord dat ze niet welkom is op de school van haar voorkeur. ‘Maar ik weet zeker dat de iedereen die wel is aangenomen het verdient.’ Daarop introduceert Chris Smith met bijna sardonisch genoegen Olivia Jade, een YouTube-sterretje met miljoenen volgers dat zomaar een plek kreeg toegespeeld in het roeiteam van de prestigieuze University of Southern California. Ze zou nooit aan een training of wedstrijd deelnemen.

In een wereld waarin alleen winnen, of de schijn daarvan, lijkt te tellen kan dat zomaar gebeuren. Uiteindelijk is het wel de vraag of het werkelijk in het belang is van de betrokken kinderen, die vaak overigens niet of nauwelijks op de hoogte waren van de schimmige praktijken van hun ouders, dat ze terechtkomen op een school waar ze eigenlijk niet op hun plek zijn. En wanneer het omkoopschandaal in 2019 plotseling in de openbaarheid komt, nadat de centrale figuur daarvan rücksichtslos dubbelspel is gaan spelen, worden zij bovendien publiekelijk gebrandmerkt als jongeren die het niet op eigen kracht kunnen. Over een slechte deal gesproken.