Last Take: Rust And The Story Of Halyna

Disney+

De twee slachtoffers zijn met een traumahelikopter afgevoerd. ‘Het gaat goed met Joel’, zegt een man op de filmset van Rust. ‘En hoe gaat het met haar?’ vraagt Alec Baldwin. Het antwoord is ontmoedigend: ‘Niet zo goed.’

Baldwin lijkt in de openingsscène van Last Take: Rust And The Story Of Halyna (91 min.) nog nauwelijks te kunnen bevatten dat de ‘nepkogel’ die hij als acteur heeft gelost daadwerkelijk zijn collega’s heeft getroffen. ‘Waar is Halyna geraakt?’ vraagt hij door. ‘Het lijkt alsof het schot door haar rechteronderarm is gegaan’, antwoordt een collega. ‘Hij verliet haar lichaam bij haar linkerschouderblad, dus…’ Baldwin probeert te begrijpen wat hij hoort. ‘Hij is door haar lichaam gegaan? Levensbedreigend?’

Inmiddels weet de hele wereld het antwoord: Rusts 42-jarige Oekraïense cinematograaf Halyna Hutchins zou de verwondingen die ze op 21 oktober 2021 opliep bij de opnames van de western in Santa Fe, New Mexico, niet overleven. Regisseur Joel Souza, die eveneens werd getroffen door de kogel die door het lichaam van zijn cameravrouw was gegaan, overleefde het schot wel. De filmset werd na het incident door de plaatselijke politie direct uitgeroepen tot een plaats delict.

Hutchins’ echtgenoot Matthew vroeg de bevriende documentairemaakster Rachel Mason om een film aan zijn vrouw te wijden. Zij voelde zich echter genoodzaakt om eerst te belichten wat er op die filmset is gebeurd. Halyna’s camera-assistent blijkt een dag voor het schietincident te zijn vertrokken. Lane Luper beklaagde zich onder andere over de gebrekkige veiligheid. ‘Things are often played very fast and loose’, schreef hij aan de producers. Op 16 oktober waren  er al twee vuurwapens per ongeluk afgegaan.

Assistent-regisseur Dave Halls, verantwoordelijk voor veiligheid op de filmset, liet de zaak echter niet onderzoeken. Terwijl er alle reden was om het werk van de 24-jarige wapenmeester Hannah Gutierrez-Reed eens onder de loep te nemen. Ze mocht dan een dochter zijn van Thell Reed, die zowat elke filmcowboy ooit had leren schieten, maar ze was ook erg onervaren. Hannah werd bovendien slechts in deeltijd ingehuurd als wapenmeester en moest op andere dagen (slechter betaalde) productieklussen doen.

Met vrijwel alle direct betrokkenen, Baldwin en Gutierrez-Reed uitgezonderd, reconstrueert Mason nu het tragische incident op de filmset, dat vervolgens uitgroeit tot een trieste mediahype. De Trumps hebben bijvoorbeeld nog een appeltje met Alec Baldwin te schillen, sinds hij Donald persifleerde in Saturday Night Live. En dus maakt die de acteur moedwillig verdacht in interviews en begint Don Jr. doodgemoedereerd T-shirts met de tekst ‘Guns don’t kill people, Alec Baldwin kills people’ te verkopen.

Last Take nestelt zich zo tussen pak ‘m beet Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (over Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now), Burden Of Dreams (over Werner Herzogs Fitzcarraldo) en Lost In La Mancha (over Terry Gilliams The Killing Of Don Quixote) in het rijtje van documentaireklassiekers over rampzalige filmshoots. Een aangrijpend document over een bijzonder tragisch incident dat diepe indruk heeft gemaakt op alle betrokkenen – niet in het minst door de onsmakelijke nasleep ervan.

En om het drama helemaal een wrang randje te geven: ook Rust zelf, inmiddels met goedkeuring van Halyna’s moeder Olga uitgebracht, gaat over een onopzettelijke schietpartij en de nasleep daarvan.

The Dark Money Game

HBO Max

In het verontrustende tweeluik The Dark Money Game gaat Alex Gibney ‘Citizens United’ te lijf. De zeer kwestieuze beslissing van het Amerikaanse hooggerechtshof uit 2010 geeft bedrijven de mogelijkheid om ongelimiteerd geld te steken in partijen of politici. En dit mogen en kunnen ze nog geheim houden ook. Dat is, niet alleen volgens Gibney overigens, vragen om ‘pay-to-play’. Ofwel: omkoping. Hij verwijst daarbij naar een pijnlijke statistiek: in negentig procent van de Amerikaanse congresverkiezingen wint de kandidaat die het meeste geld uitgaf.

In twee delen levert de befaamde Amerikaanse documentairemaker vervolgens het bewijsmateriaal voor het corrumperende effect van al dat duistere geld. Ohio Confidential (115 min.) start bij de lobbyist Neil Clark, die in 2021 overlijdt door een schotwond aan het hoofd. Clark is betrokken geraakt bij een groot corruptieschandaal en heeft zichzelf ernstig in de nesten gewerkt. Uit geluidsopnames, die in handen zijn gekomen van openbaar aanklagers, valt af te leiden dat hij een sleutelrol heeft gespeeld in een smeergeldaffaire waarmee maar liefst 61 miljoen dollar was gemoeid.

Larry Householder, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in Ohio en een contact van Clark, zou er een zeer dubieuze schone lucht-wet doorheen hebben gedrukt. House Bill 6 leverde de energieleverancier FirstEnergy een enorme smak gemeenschapsgeld op. En laat dat bedrijf nu net ervoor hebben gezorgd dat Householder überhaupt werd gekozen tot voorzitter. Als House Bill 6 toch weer ter discussie lijkt te worden gesteld, slaan de twee stiekeme partners de handen ineen, om hun tegenstanders een loer te draaien. Onder het motto: Fuck Anybody Who Aint Us.

Na deze ontluisterende case study gaat deel 2, Wealth Of The Wicked (115 min.), verder op de ingeslagen weg. Het is tijd om uit te zoomen. ‘Omkoping vind je overal ter wereld’, constateert Gibney bij de start, ‘maar alleen in Amerika maakten we het legaal.’ Dat gebeurde volgens hem niet zomaar. ‘Het was een zorgvuldig uitgevoerd project, gerealiseerd door een onzalig verbond van rijke zakenmannen en religieuze extremisten die besloten dat het woord van God hetzelfde klonk als het geluid van geld’, vervolgt hij met die karakteristieke stem, die onderkoeld de vinger op de zere plek legt.

Daarna gaat hij te rade bij Jane Mayer, de journaliste die in 2016 het invloedrijke boek Dark Money uitbracht, over hoe het grote geld de Amerikaanse democratie heeft ontwricht. Zij gaan samen terug naar de oorsprong, naar hoe bedrijven zich in de jaren zeventig begonnen te verzetten tegen de alsmaar toenemende macht van gewone burgers, wetten rond campagnefinanciering onderuit gingen halen en hun krachten bundelden met de kerk. Van daaruit ontstond vervolgens de pro-life movement, de slim genaamde anti-abortus beweging. Wie kon er immers tégen het leven zijn?

‘De rijkdom van de zondaar is weggelegd voor de rechtvaardige’, parafraseert de conservatieve geestelijk leider Rob Schenck een Bijbelvers. ‘Waarom niet? Laten we het geld van de miljardair dopen.’ James Bopp wordt de voornaamste jurist van dat verbond tussen God en Geld. Hij verzet zich tegen begrenzing van de hoeveelheid geld in de politiek, want dat zou een inperking van de vrijheid van meningsuiting inhouden. Bopp wil dus ook de Campaign Finance Reform-wet van de Democratische senator Russ Feingold en zijn inmiddels overleden Republikeinse collega McCain uit 2001 ontmantelen.

Citizens United markeert in 2010 een belangrijk keerpunt in de verwording van de Amerikaanse democratie, zes jaar later gevolgd door de verkiezing van Donald Trump tot president. Daarmee is de basis gelegd voor een smeergeldcultuur zonder weerga, toont Alex Gibney overtuigend aan in deze verpletterende exegese van een onvervalste pay-to-play natie. De belichaming daarvan is de ‘herkerstening’ van het hooggerechtshof, dat in 2019 natuurlijk levert voor zijn religieuze donateurs: het federale recht op abortus wordt op de brandstapel gegooid. En ook ‘big business’ telt z’n zegeningen.

The Diamond Heist

Netflix

Een beetje bijdetijdse maker maakt zijn publiek tegenwoordig direct lekker en probeert zijn verhaal dus binnen enkele minuten te verkopen. True crimester Jesse Vile (Curse Of The Chippendales, The Ripper en The Great Rhina Robbery) doet dit in de driedelige docuserie The Diamond Heist (134 min.) bijna letterlijk. In de openingssequentie verzucht één van de sprekers, journalist Neil Wallis van de Britse tabloid Sunday People, meermaals ‘fuck me, that is a story!’

Dat ‘Godsklere, wat een verhaal!’-verhaal begint in juli 2000, vier maanden vóór de roof van een collectie diamanten, waaronder de kolossale Millennium Star. Plaats van handeling is het Engelse Kent. Waar een mislukte gewapende overval op een geldwagen plaatsvindt. Beoogde buit: bijna negen miljoen pond. Lee Wenham en zijn kornuiten blijven echter met lege handen achter. Ze weten wel aan de politie te ontkomen en beginnen vervolgens TBHOAT te beramen. The Biggest Heist Of All Time.

Move over dus, The Great Train Robbery (1963) of Knightsbridge Safe Deposito’s Centre (1987)! Dit wordt de grootste kraak ooit: 350 miljoen pond. Het plan komt overigens van de Londense gangster Ray Betson, een man met opvallend kille zwarte ogen. Een haai zogezegd. Vile accentueert dit met Jaws-achtige beelden. Betson chartert Lee voor de klus en belooft hem één miljoen. En dat is – blijkbaar – goed genoeg voor het kind van de East End-penoze, type ‘I love it when a plan comes together’.

Met z’n tweeën kunnen Ray en hij dat klusje echter niet klaren, vertelt Lee, die eens goed op zijn praatstoel is gaan zitten voor deze Heist-serie. Ze stellen een soort A-Team samen,  met louter doorgewinterde criminelen: een Joe Pesci-achtige klusjesman, de spreekwoordelijke dommekracht die geweld bepaald niet schuwt, een charmante techneut en de oude rot die écht nergens voor terugdeinst. Een archetypische boevenbende, rechtstreeks afkomstig uit een Guy Ritchie-film.

En dat treft: de Britse regisseur doet dienst als ‘executive producer’. Hij is alleen vergeten om een ‘pikey’ te ritselen, die verdacht veel op Brad Pitt lijkt. Lee Wenham is overigens wel degelijk afkomstig uit een Roma-familie. Voor de zekerheid heeft hij ook ‘Born Wild’ op zijn beide handen laten tatoeëren. De gedroomde boef voor een B-film. Het is ook niet moeilijk om je Vinnie Jones of Stephen Graham voor te stellen in de rol van Wenham. En dan zou die roofoverval vast heel anders zijn afgelopen.

Het plan was helder, legt de echte broodcrimineel uit aan de hand van een maquette: eerst rijden ze met een graafmachine de protserige Millennium Dome binnen, daarna verschaffen ze zich toegang tot de kluis en tot slot maken ze zich uit de voeten met een speedboot. ‘En we leven nog lang en gelukkig.’ Zoals ’t een eenvoudige boef betaamt, heeft Wenham echter één ding over het hoofd gezien: de politie. En die heeft de bende allang in de smiezen. Althans, dat die iets van plan is. Maar wat?

Deze klassieke cops & robbers-reeks – volgepompt met gelikte reconstructies (waarin enkele hoofdpersonen duidelijk enthousiast participeren), beeldgrapjes en coole tunes – begint dan vol goede moed aan aflevering 2, waarin de zaak vanuit het perspectief van de Engelse politie wordt belicht. En die lijkt een platte pet, een omgekochte agent, in de gelederen te hebben. Bovendien dreigt hun supergeheime undercoveroperatie uit te lekken naar de roddelpers, die er wel een ‘fuck me, that is a story!’ inziet.

Intriges genoeg, kortom, voor een vermakelijke real life-variant op Ocean’s Eleven/Twelve/Thirteen, die ‘t natuurlijk niet van z’n emotionele diepgang moet hebben, maar genoeg lekkere verhaalwendingen bevat om de aandacht helemaal tot het eind vast te houden.

The Sky Above Zenica

HBO Max

The Sky Above Zenica ( 92 min.) wordt getekend door de plaatselijke staalfabriek. Nadat de oorlog in het voormalige Joegoslavië halverwege de jaren negentig eindigde, volgde een periode van investeringen – en vervuiling – in Bosnië-Herzegovina. In de middelgrote stad in het hart van de Balkan streek het internationaal opererende staalconcern ArcelorMittal neer. Sindsdien is de luchtkwaliteit in Zenica zienderogen achteruit gegaan.

‘Als je denkt dat dit er normaal uitziet, ben ik Brad Pitt’, stelt Samir Lemes, de gedreven voorman van de actiegroep Eko Forum Zenica, terwijl hij kijkt naar de rook die de plaatselijke cokesfabriek permanent uitstoot. ‘Deze rook moet eerst gefilterd worden.’ Zulke vervuilde lucht zie je volgens hem nergens anders in Europa. En die conclusie wordt bevestigd door de World Health Organization: alleen in Noord-Korea vallen er meer doden door luchtvervuiling.

Samen met enkele getrouwen stelt Lemes zich in deze documentaire van Zlatko Pranjic en Nanna Frank Møller, gefilmd in de periode 2017-2024, teweer tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de staalfabriek, die werkgelegenheid biedt aan ruim tweeduizend mensen, alle milieuregels steeds weer aan z’n laars lapt en voor ernstige gezondheidsproblemen zorgt in de lokale gemeenschap, waar kanker en diabetes ongenadig huis houden.

Eko Forum moet over een lange adem beschikken. ArcelorMittal en de Bosnische autoriteiten verschuilen zich achter elkaar als het gaat om wat er precies aan de hand is en wie daarvoor verantwoordelijk is. ‘Waarom geven we milieuvergunningen uit aan vervuilers die de zorgen van burgers negeren?’ spreekt een medewerker van het Ministerie van Milieu uiteindelijk uit wat iedereen allang denkt. Gevolgd door: ‘Ik geef toe dat we niet aan de verwachtingen hebben voldaan.’

Niet veel later wordt er dus een Green City Action Plan gelanceerd. Zenica moet zowaar de eerste Bosnische stad worden, waarin louter duurzaam wordt geïnvesteerd. Samir Lemes en de andere activisten geloven er geen barst van en blijven zich vastbijten in het dossier rond de uitstoot van de fabriek. En dat lijkt zich gaandeweg ook enigszins uit te betalen. ArcelorMittal wordt gedwongen om onder ogen te zien wat de onderneming veroorzaakt in de gemeenschap.

Burgers kunnen wel degelijk het verschil maken, betoogt The Sky Above Zenica daarmee – al nemen Pranjic en Møller daarvoor wel ruim de tijd. Als waarheidsgetrouwe weerslag van een bijzonder taai proces heeft deze David & Goliath-docu daarom beslist z’n waarde, maar als schouwspel had ’t soms wel iets enerverender gekund.

Sean Penn: The Outsider

Terranoa / VPRO

Meer dan een figurantenrol zat er niet in. Het zou een ‘match made in Hell’ zijn geweest: de geboren rebel Sean Penn, later ook wel ‘de nieuwe James Dean’ gedubd, als vast onderdeel van de entourage van de Ingalls-familie in de zoetsappige Amerikaanse televisieserie Little House On The Prairie. Penns bijdrage bleef echter beperkt tot een te vergeten rolletje in een aflevering die was geregisseerd door zijn vader Leo.

Bij die man zat wat, betoogt France Swimberge in het tv-portret Sean Penn: The Outsider (52 min.). Leo Penn was een WOII-veteraan die later als filmmaker op de zwarte lijst van de communistenjager Joe McCarthy was beland. Dat maakte hem het werken – en leven – lang onmogelijk en ontstak in zijn zoon een links vuur, dat nog lang bleef smeulen in ‘Citizen Penn’ – óók op plekken waar hij zijn vingers eraan kon branden.

Ten tijde van dat Kleine Huis op de Prairie was Sean veertien, zomaar een ‘Dogtown-brat’. Zo’n Californische lefgozer, die zich onledig hield met surfen – een wereld die hij later nog eens zou bezoeken als verteller van de documentaire Dogtown And Z-Boys (2001). Nog lang niet ‘the handsome broken face of film’, zoals verteller David Gasman hem noemt, één van de vele benamingen waarmee hij de held van deze docu opzadelt.

‘Mr. Madonna’ is een andere. Toen Sean ’t in zijn hoofd had gehaald om de grootste popster van dat moment te trouwen. Aan de zijde van Madonna zou hij in de jaren tachtig al snel nóg een bijnaam verwerven: ‘bad boy’. Een kerel die zich kon verliezen in drank en losse handjes had. Dat explosieve imago vertaalde zich ook naar het filmscherm met prachtige rollen in kaskrakers als Carlito’s WayDead Man Walking en Mystic River.

Net nadat zijn broer Chris op veertigjarige leeftijd was overleden maakte Sean Penn als regisseur zijn beste film: Into The Wild (2007), een exploratie van hoe een jonge Amerikaan alles achter zich laat om de wildernis in te trekken – om nooit meer terug te keren. Penn zelf ging zich intussen meer en meer toeleggen op activistische activiteiten, waarvoor hij bij Fox News dan weer ‘enemy of the state’ werd genoemd.

Zo jaagt dit profiel, dat natuurlijk is opgeleukt met talloze filmfragmenten en (talkshow)interviews met ‘America’s trouble maker’, Penns leven en loopbaan erdoorheen, voortdurend laverend tussen zijn ontwikkeling als ongeleid links projectiel en ‘method actor’, die ook tussen de opnames door in zijn rol wil blijven. Een man die gaat voor risico en lol, een neiging heeft tot zelfdestructie en altijd en overal reuring veroorzaakt.

Trailer Sean Penn: The Outsider

Fighting The Silence

IF Productions

Sommige vrouwen vertelden pas jaren later dat ze waren verkracht. Anderen bleven zwijgen. Tijdens de burgeroorlogen die rond de eeuwwisseling woedden in Congo leek seksueel geweld bijna een integraal onderdeel van het gevecht. ‘Ik schaamde me’, vertelt een vrouw, die werd overweldigd door een groep soldaten, in Fighting The Silence (52 min.). ‘Want het is hier niet normaal dat een volwassen vrouw naakt rondloopt en haar man moet vertellen dat ze verkracht is.’

Alsof dat ergens normaal is…  Na het zien van deze film van Ilse en Femke van Velzen uit 2007 is het alleen de vraag of ’t misschien tóch normaal is in Congo. Niet normaal, als in: geaccepteerd. Maar normaal, als in: regelmatig voorkomend. De Nederlandse tweelingzussen Van Velzen maakten diverse films over de positie van vrouwen in Afrika en laten in deze film zien hoe seksueel geweld vanuit de eigen cultuur kan worden vergoelijkt. Zodat de betrokken vrouwen eigenlijk tweemaal bruut worden overweldigd.

Vrouwen worden in Congo als minderwaardig gezien, stelt Chantal Andzjelani Kakozi van de hulporganisatie Sobifef, die opvanghuizen voor verkrachte vrouwen is gestart. Dat wordt treffend geïllustreerd door een Congolese man die bij thuiskomst ontdekt dat er iets loos is. Zijn vrouw ligt huilend op bed. Hij reageert zoals zijn cultuur hem blijkbaar heeft ingegeven. ‘Ik zei: een vrouw delen met een Burundees kan echt niet’, herinnert hij zich. ‘Je gaat terug naar je familie. Ik laat je los en hoef m’n bruidsschat niet terug.’

‘Als je als man bij je verkrachte vrouw blijft’, zegt een andere man even later, ‘dan krijg je geen rust.’ Zelfs kameraden blijven je dan lastigvallen. ‘Als je een beetje ruziet met vrienden, zeggen ze: jij deelt je vrouw met FDD soldaten. Wat kan je dan nog zeggen?’ Als Chantal Kakozi in gesprek gaat met mannen over seksueel geweld, krijgt ze dan ook alle mogelijke vormen van ‘victim blaming’ op zich afgevuurd – en het idee dat verkrachting door de legers van Burundi, Rwanda en Oeganda in Congo zou zijn geïntroduceerd.

‘De cirkel eindigt nooit omdat er niet gestraft wordt’, constateert Kakozi moedeloos, als ze de man – jongen – die zich heeft vergrepen aan een heel jong meisje in de gevangenis tevergeefs ter verantwoording probeert te roepen. Er is geen beginnen aan, lijkt de conclusie van Fighting The Silence in eerste instantie – ook al schreeuw je ’t van de daken. Toch vinden de zussen Van Velzen aan het einde van hun diep treurige film een sprankje hoop: een echtgenoot die z’n vrouw weer in genade heeft aangenomen.

Na Fighting The Silence maakten Ilse en Femke van Velzen nog twee films in Congo, Weapon Of War (2009) en Justice For Sale (2011). De drie documentaires vormen samen de Congo-trilogie.

Faderen, Sønnerne Og Helligånden

Christian Sønderby Jepsen

Een stevig fundament ontbreekt. En dus leiden de Deense broers Henrik en Christian Ernst een zeer wankel bestaan. Hun moeder Elisabeth had een serieus alcoholprobleem en overleed op jonge leeftijd. Vader Preben startte daarna een nieuw gezin met een Thaise vrouw en heeft elke vorm van contact met hen verbroken. En dan is er nog de nalatenschap van hun vermogende opa Hans Peter Ernst. Die overleed in 2010, maar daarvan hebben de broers nooit een cent gezien. Ze zijn ervan overtuigd dat de handtekening onder zijn testament is vervalst.

De Deense documentairemaker Christian Sønderby Jepsen volgt de gebroeders Ernst in Faderen, Sønnerne Og Helligånden (Engelse titel: The Father, The Sons And The Holy Trinity, 97 min.) gedurende een langere periode, waarin ze hun leven op orde proberen te krijgen. Henrik heeft in de voorgaande jaren weinig uitgevreten. Behalve gamen en blowen. En samen met zijn vrouw Ceci z’n gezin een beetje bij elkaar gehouden. Hij kan zich goed voorstellen dat mensen in hem, die kerel met dat lange haar en die cowboyhoed op, niet meer dan een luie loser zien.

Henriks broer Christian, met wie hij een tijd nauwelijks contact had, heeft een veelbewogen bestaan achter de rug. Als hij aan hun vader Preben denkt, kan Christian nog altijd zomaar in woede ontsteken. Hij oogt als een eeuwige jongen. Van het versleten soort, dat wel. En als een ruige kerel, dat ook, met z’n getatoeëerde handen en die tattoo op z’n linkeroor. Christian raakte op jonge leeftijd verslaafd aan heroïne, zat enkele jaren in de gevangenis en was ook een flinke tijd dakloos. Net als hij zijn leven enigszins op de rit lijkt te hebben, dient er zich een nieuwe ontwikkeling aan.

Christian sluit zich aan bij een orthodox-christelijke militie. Binnen de kortste keren heeft hij een leren clubjack met de tekst ‘Hellige Danmark’ aangetrokken, verklaart hij ferm dat Denemarken toch echt van en voor de Denen is en begint hij rond te hangen met lieden die heel fier op hun land zijn – waarbij het de vraag is of dat wederzijds is. In Servië zoekt Christian zielsverwanten van de Holy Europe-beweging op, kerels met gemillimeterd haar en een bomberjack. Bovendien plaatst hij ‘von’ voor zijn achternaam – vermoedelijk omdat het Germaanser klinkt. Christian Peter von Ernst.

Henrik ziet deze ontwikkeling met lede ogen aan. ‘Ik ga niet graag om met een Führer-achtig types en alle bijbehorende symbolen’, zegt hij ongemakkelijk lachend. ‘Ik weet niet waar hij mee bezig is.’ Hij richt zich naar de camera: ‘Weet ie dat zelf eigenlijk wel?’ Henrik besluit intussen te stoppen met blowen en zijn oude beroep van elektricien weer op te pakken. En hij houdt goed in de gaten hoe ’t gaat met zijn oudste zoon Alexander. Zou deze langharige tiener, een rasechte metalhead, in staat zijn om het familiesysteem te doorbreken en zowaar zijn school af te maken?

Via de getormenteerde broers Ernst en hun gezinnen laat Christian Sønderby Jepsen zien hoeveel moeite het kost om een leven dat al op jonge leeftijd is ontspoord weer op de rit te krijgen – áls dat al lukt. Zijn film- en montagestijl is al even ruw als de levens die zich voor zijn cameralens ontvouwen. Los van wat toegevoegde muziek permitteert hij zich geen enkele opsmuk. Ook geen spannende ontknoping overigens. Het spoor naar dat vervalste testament loopt al snel dood. Het leven gaat ondertussen gewoon door. Twee stappen vooruit en één weer terug, lijkt het parool.

En familie blijft familie – hoe verknipt die misschien ook is.

Bad Influence: The Dark Side Of Kidfluencing

Netflix

‘Crush content’ doet het geweldig bij de achterban. Niets leuker dan video’s van een jongen en een meisje die helemaal verkikkerd op elkaar raken. Daar smullen tieners van.

En dus moet ook Piper Rockelle, een Amerikaans YouTube-sterretje met miljoenen volgers, eraan geloven. Haar eerste kus zal worden gefilmd. Met de twaalfjarige Gavin, haar ‘vlam’. Het is een typisch geval van ‘shipping’, een gemanifesteerde relatie. Ofwel: speciaal voor het YouTube-kanaal ingestoken. Verzonnen dus. Kinderen die nauwelijks in de puberteit terecht zijn gekomen hebben hun eerste bullshitbaan te pakken.

Gavin verdwijnt al snel weer van het toneel. Zijn ouders vinden The Squad, het team van YouTube-tieners dat ‘momager’ Tiffany Smith heeft opgetrokken rond haar dochter Piper en dat zij met harde hand bestiert, toch wel een ongezonde omgeving voor hun zoon om op te groeien. Als vervanger wordt een joch gecast dat verdacht veel op Gavin lijkt: Walker. Samen met Piper wordt hij Piker gedubt. Met een hashtag ervoor: #piker.

Want al die ‘spontane’ kids moeten natuurlijk wel te gelde worden gemaakt. In typische jeuktaal: het merk moet gemonetariseerd worden. Met merkdeals, samenwerkingen en het aanprijzen van producten. Daar hebben de ouders, die het grensoverschrijdende gedrag van Tiffany in deze driedelige serie aan de kaak stellen, geen enkel bezwaar tegen. Totdat ze merken dat hun kinderen keihard moeten werken en slecht worden behandeld.

In Bad Influence: The Dark Side Of Kidfluencing (149 min.) geven Jenna Rosher en Kief Davidson hen alle gelegenheid om een inktzwart beeld te schetsen van Tiffany Smith, die net als haar dochter Piper en vriend/cameraman Hunter niet wil reageren. Intussen vegen de ouders meteen hun eigen straatje schoon. Ze zijn naïef geweest en hadden hun kinderen beter moeten beschermen. Tot wezenlijke zelfreflectie komen zij echter niet.

Terwijl Rosher en Davidson laten zien dat daar alle aanleiding toe is in een industrie, waarin kinderen vooral worden beschouwd als een verdienmodel – zelfs als hun publiek uit nét iets te oude mannen bestaat, zoals op het platform Brand Army. Piper komt daar terecht als ze, door de aantijgingen tegen haar momager, wordt ‘gedemonetariseerd’ door YouTube en haar heil zoekt in de schimmige uithoeken van het internet.

Waar de grenzen nóg verder worden opgezocht om het aantal views en likes op te jagen en inkomsten te genereren. Deze erg Amerikaanse serie, die al die andere moeders wel erg gemakkelijk laat wegkomen, brengt dat punt helder over het voetlicht: zolang er geen duidelijke regels bestaan, zullen er altijd haaibaai-momagers zijn die hun o zo stralende kindercreators over de grenzen van het wenselijke en betamelijke pushen.

Blue Notes & Higher Grounds

Max

Anthon, de 89-jarige vader van filmmaker Erik de Bruyn, kwakkelt steeds nadrukkelijker met zijn gezondheid. Er moet echter heel wat gebeuren wil hij een repetitie of optreden overslaan van de Seaside Dixieland Jazz Band, waarin hij sinds z’n pensionering trombone speelt. Als hij musiceert met z’n vrienden – of zijn liefde voor muziek deelt in z’n eigen programma Carrousel op Radio Schouwen-Duivenland – oogt Anthon even vitaal als altijd. Dan is er weinig van te merken dat hij in de ‘PHPD’-fase van zijn leven zit: pijntje hier, pijntje daar.

De appel valt niet ver van de boom: ook Erik zelf is verknocht aan muziek, net als diens zoon Ole. In de warme documentaire Blue Notes & Higher Grounds (alternatieve titel: Swingtij, 57 min.) tekent De Bruyn via zijn vader en diens vrinden op wat muziek kan betekenen voor mensen op leeftijd. Anthons beste vriend Bart Wind, een oud-collega bij de politie te water met wie hij al ruim een halve eeuw optrekt, koestert zelfs nog een bescheiden droom: hoe mooi zou ‘t zijn als ze nog eens mogen optreden op het Jazz By The Sea-festival in Domburg? ‘Als je daar mag staan, dan hoor je bij de top, hè?’, zegt de beminnelijke Bart enthousiast. ‘Maar ik denk wel dat ’t te hoog gegrepen is, hoor.’

De oude dag zorgt bij alle bandleden voor kleinere en grotere gebreken. Saxofonist Ad Smaal heeft last van ijzerstapeling, trompettist Dies de Jonge kampt met reuma en pianist Maarten Bruijnes heeft last van artrose in zijn handen. Wat doe je daaraan? wil Erik de Bruyn weten. ‘Doorspelen’, antwoordt Bruijnes nuchter. ‘Dat zal wel moeten. Met klagen gaat ‘t niet over.’ En anders is er nog altijd drummer Reinier van der Valk, met 65 de benjamin van de groep en tevens huisarts in Bruinisse. ‘Stel dat er wat gebeurt, dan moet er iemand de AED bedienen’, zegt hij lachend. ‘Dat is natuurlijk ook een extra reden dat ik drummer van de band ben geworden.’

Los daarvan is (samen) muziek maken goed voor lichaam en geest. Je hoeft overigens geen dokter te zijn om dat te kunnen constateren. Één blik op een repetitie van de Seaside Dixieland Jazz Band, elke vrijdagavond in de wachtkamer van Van der Valks praktijk, is genoeg: hier zitten mannen die helemaal in hun element zijn, die er samen alles uithalen wat er nog altijd inzit. Dat gevoel – van muziek als positieve en verbindende kracht – weet deze liefdevolle film, waarin Erik de Bruyn en passant een klein monumentje opricht voor zijn vader Anthon, diens boezemvriend Bart en zijn moeder Fetty, uitstekend over te brengen.

The Treasure Hunter

Gex Film

De vindplaats is natuurlijk niet met een kruis aangegeven, stelt Jack nog maar eens ten overvloede. De jonge Brit zoekt nu al een jaar of zes, geheel verblind en met één arm op zijn rug gebonden, naar Yamashita’s goud.

Bij de invasie van de Filipijnen, in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog, beroofde de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita het land van zijn schatten. En toen de Japanners na de capitulatie weer met de staart tussen de benen uit de Aziatische archipel moesten vertrekken, zou hij volgens plaatselijke legenden het verzamelde goud hebben verstopt in het labyrint van grotten, gangen en tunnels van zijn strijdkrachten.

Jack is ervan overtuigd dat hij die schat kan vinden – en zijn beste vriend Giacomo Gex, die eigenlijk beter zou moeten weten, legt zijn verwoede pogingen om schathemeltjerijk te worden van zeer nabij vast. Één blik op al dat gegraaf en gewroet in claustrofobische kuilen, gangetjes en grotten en een buitenstaander weet genoeg: Jack zal nooit iets vinden en zal desondanks altijd blijven doorgaan. Tot hij er helemaal aan kapot is gegaan.

Steun van zijn ouders hoeft The Treasure Hunter (84 min.) niet te verwachten. Beter: echte steun. Geld is – herstel: wás – er in overvloed. Jacks vader, die ooit een flinke rederij bezat, heeft naar verluidt al miljoenen gepompt in de redeloze queeste van zijn zoon. Het water staat ook hem inmiddels aan de lippen. En Jacks moeder had ’t al niet zo breed. Ook zij legt echter haar laatste cent apart. Zodat ze met z’n allen naar de Gallemiezen gaan.

Het is een tragische geschiedenis. De jonge protagonist, een lastig invoelbaar personage, trekt zijn hele omgeving, inclusief zijn Filipijnse vrouw en kind, mee in zijn verslaving. Plaatselijke huurkrachten zijn er goed mee – al denken zij er vast het hunne van. Totdat Jack zichzelf tot de orde roept en z’n leven weer in het gareel probeert te krijgen. Hij kan natuurlijk ook een normale huisvader worden, die tegen betaling Engelse les geeft.

Dat lijkt eigenlijk wel zo gemakkelijk, maar hoeveel jaren er ook overheen gaan, de goudzucht laat hem nooit helemaal los. Die aap op Jacks rug blijft zich maar roeren, toont Giacomo Gex, in deze donkere en beklemmende film, waarvan het einde, dat geen einde kan zijn, bij het begin al vast lijkt te staan. En dat is ook voor de kijker een ontmoedigende gedachte.

The Wolves Always Come At Night

Madman

Terwijl hij met een pikhouweel een gat in de grond probeert te graven, dat dienst moet gaan doen als toilet, spreekt Davaa een bijzonder pijnlijke gedachte uit. ‘Toen ik m’n hele kudde kwijtraakte, vroeg ik me af: wat voor een herder ben ik eigenlijk?’

Samen met zijn vrouw Zaya, vier kinderen en hun kudde leek Davaa eerder helemaal in zijn element op de Mongoolse steppe. Regisseur Gabrielle Brady neemt aan het begin van The Wolves Always Come At Night (96 min.) ook uitgebreid de tijd om hun nomadische bestaan en de wereld waarin dat zich afspeelt op te tekenen. De kale vlakten, fraai vereeuwigd, en dan dat handjevol mensen daarbinnen. Met de man des huizes als liefdevolle echtgenoot en vader, als vurige berijder van zijn favoriete hengst en als betrouwbare hoeder van zijn dieren. Het resulteert in prachtige scènes, bijvoorbeeld van hoe Davaa liefdevol de bevalling van een geit begeleidt.

Tegelijk staan die wereld en leefwijze permanent onder druk. Als na een verwoestende storm een groot deel van de kudde is gesneuveld, wordt het Mongoolse gezin gedwongen om de tering naar de nering te zetten: ze verkopen hun paarden, pakken al hun huisraad in en trekken naar de stad, die oogt als een nauwelijks te nemen fort. Brady vervat deze dramatische ontwikkeling in zeer doeltreffende scènes. Davaas verhuiswagen, volgestouwd met hun hele hebben en houwen, past bijvoorbeeld maar nét (of niet) door de doorgang naar het perceel waar ze nu gaan wonen. Nog voor ze daadwerkelijk hun intrek hebben genomen in die stad, is hun vrijheid al beknot.

‘We gaan terug’, bezweert de herder tegen zijn vrouw, als ze samen in bed liggen. Een zeer intieme scène, die toch niet gekunsteld voelt en vermoedelijk de Ausdauer van de maakster verraadt, die dan al een tijd aan hun zijde bivakkeert. Eenmaal aan het werk bij de plaatselijke grindfabriek, in zijn bedrijfskloffie en met een heldere opdracht, wordt nog eens helder hoeveel Davaa van zichzelf heeft moeten inleveren. Brady gebruikt ‘s mans favoriete hengst en de andere paarden die het nomadengezin ooit bezat als verbeelding daarvan. In mythische sequenties draven de dieren ook door Davaas huidige leefwereld en keert zelfs zijn favoriete hengst terug in zijn bestaan.

Wat minder duidelijk is: ook het hele steppeleven van het gezin is geënsceneerd. Gabrielle Brady heeft Davaa en zijn gezin pas ontmoet toen ze al in de stad waren neergestreken. Alle scènes van vóórdat ze daar zijn gaan leven zijn uitgewerkt aan de hand van herinneringen, waarvoor het ouderpaar ook een ‘writing credit’ krijgt in de aftiteling. Als de herder zijn kudde aantreft na de steppestorm en de lijken van zijn dieren afvoert, gaat het dus om een reconstructie van de werkelijkheid. En dat roept meteen de vraag of hoeveel er dan is gestaged in deze fraaie film, waarin allerlei actuele thema’s, zoals de tegenstelling stad-platteland en klimaatverandering, een plek vinden.

Iemand die eenmaal hier is, gaat nooit meer weg, zegt een oudere man, die twintig jaar eerder zijn kudde is kwijtgeraakt en toen met zijn vrouw naar de stad is verhuisd. Spontaan of ingefluisterd? En de diepe wanhoop die zich soms meester lijkt te maken van Davaa, een man die losgerukt is van zijn oorsprong, is ongetwijfeld authentiek, maar of hij spontaan met zijn ziel onder z’n arm in een karaokebar is beland? De vraag stellen is hem vermoedelijk beantwoorden. Die constatering doet in wezen weinig af aan de zeggingskracht van The Wolves Always Come At Night, maar plaatst de film wel in een ander perspectief. En zulke kijkkennis hoort eigenlijk aan de voorkant.

The Fox Hollow Murders: Playground Of A Serial Killer

Disney+

Als lijkschouwer Jeff Jellison van Hamilton County wordt benaderd door Eric Pranger, met de vraag of hij het lichaam van zijn neef Allen Livingston kan traceren, zoekt hij zijn heil bij de universiteit van Indianapolis. Daar zijn botten opgeslagen die in de jaren negentig werden aangetroffen op de Fox Hollow Farm, het privéterrein van de seriemoordenaar Herb Baumeister. Jellison is met stomheid geslagen als hij ziet hoeveel er bewaard is gebleven: tienduizend stukjes bot.

‘Dat is het op één na hoogste aantal ongeïdentificeerde menselijke resten in de Verenigde Staten’, zegt de lijkschouwer in de vierdelige true crime-serie The Fox Hollow Murders: Playground Of A Serial Killer (209 min). ‘Het World Trade Center staat op één. En ik dacht bij mezelf: waar ben ik aan begonnen?’ Jellison plaatst een openbare oproep. ‘Als je iemand mist, laat het ons weten. Dan nemen we wat DNA en halen het door de database van vermisten.’

Van een serieuze poging om de stoffelijke resten te identificeren was het eerder nooit gekomen. Toen de seriemoordenaar in 1996 definitief van het toneel verdween, besloot de politie van Indiana om het onderzoek te staken. Nabestaanden mochten eventueel onderzoek naar de identiteit van de slachtoffers zelf betalen. Dat had alles met de aard van die slachtoffers te maken. Beter: hun geaardheid. De jonge homoseksuele mannen hadden ‘t er vast zelf naar gemaakt.

De zaak was nochtans saillant genoeg: Herbert Baumeister, ogenschijnlijk een brave huisvader, zou stiekem mannen mee naar huis hebben genomen als zijn vrouw en kinderen tijdens de zomermaanden elders verbleven. Bij het unheimische zwembad, dat werd omringd door paspoppen, verleidde hij hen vervolgens tot wurgseks. Met dodelijke afloop. Hoe hij de lijken vervolgens naar een stuk bos vervoerde, is overigens nog altijd de vraag. Kreeg Baumeister misschien hulp?

Die vraag drijft ook deze trashy productie van Alex Jablonski – al gaat die wel bij bijzondere figuren op zoek naar een antwoord. Bij Rob Graves bijvoorbeeld, de huidige eigenaar van de Fox Hollow Farm, die het naargeestige imago van zijn huis maar wat graag uitbaat. Hij laat de paranormale filmmakers Russ Walker en Jane Gerlach er bijvoorbeeld filmen. En die nodigen Mark Goodyear weer uit, de bizarre getuige die de zaak tegen Herb Baumeister destijds aan het rollen bracht.

Als de ervaren cold case-onderzoeker Steve Ainsworth zich aan het begin van de derde aflevering over de zaak-Baumeister begint te buigen en een eigen hypothese ontwikkelt over wat er destijds is gebeurd, heeft The Fox Hollow Murders z’n geloofwaardigheid al een heel eind verloren. De zoektocht naar de waarheid is verzand in een freakshow, waarin enkele hoofdrolspelers zich helemaal in hun element voelen. Zij floreren in hun signatuurrol als onnavolgbare getuige/verdachte.

Intussen blijven Herbert Baumeister en de stoffelijke resten op zijn boerderij een raadsel. In de komende jaren zal menige (amateur)detective ongetwijfeld nog proberen om dit alsnog op te lossen.

King Of The Apocalypse

SkyShowtime

Zou iemand hebben vermoed toen Stewart Rhodes als dertiger begon te studeren aan de prestigieuze Yale Law School en een scriptie schreef over hoe de Amerikaanse regering de grondwet had uitgehold na 11 september 2001, dat hij zo’n twintig jaar later, na een aanval op diezelfde Amerikaanse democratie, zou worden beschuldigd van ‘opruiende samenzwering’?

Rhodes was al in de dertig en getrouwd toen hij ging studeren. Hij zou in totaal zes kinderen krijgen. En die voedde hij op met de voorspelling dat het einde der tijden aanstaande was. De aangekondigde Dag des Oordeels bleef alleen uit, constateert zijn zoon Dakota Adams droog. Hij fungeert als verteller van deze documentaire van Daniel Vernon, die werd vernoemd naar de bijnaam die Rhodes kreeg van zijn kinderen: King Of The Apocalypse (87 min.). Pappie Wappie – al wordt ie daarmee ook tekort gedaan.

Adams, ondersteund door zijn moeder Tasha en zus Sedona, doet zijn verhaal vanachter een laptop, met een headset waarmee hij in beeld zijn verbindende voice-overs inspreekt. Hij noemt zijn vader consequent ‘Stewart’, waarschijnlijk om afstand tussen hen te scheppen. Vernon lardeert dit persoonlijke relaas met familiefoto’s en -video’s, archiefbeelden en campy filmfragmenten, die de plank soms een beetje misslaan. Waardoor de gekozen vertelvorm ook de kijker van deze film soms op afstand zet.

Dakota schetst een scherpslijper die steeds verder radicaliseert, zich ronduit paranoïde begint te gedragen en zo het gezin terroriseert. Totdat het leven in hun huis te Trego, Montana, ondraaglijk is geworden voor de anderen. In 2009 heeft zijn vader intussen Oath Keepers opgericht, een extreemrechtse en gewelddadige anti-overheidsmilitie. En daarmee zal Stewart Rhodes ook een sleutelrol spelen bij de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, die hij mede zou hebben gepland en gecoördineerd.

Verder volgt Daniel Vernon hoe ’t hem in de periode daarna vergaat, als hij vanwege zijn rol in de aanval wordt gearresteerd en berecht. Die kwestie heeft ook een persoonlijke dimensie: Rhodes’ eigen gezinsleden zijn doodsbang voor hem en willen graag dat hij vast blijft zitten. Vernon belicht verder de rol van wapens in het gedachtegoed van ultrapatriottische Amerikanen zoals Rhodes en zoomt in op een paar van zijn geestverwanten, Michael ‘Whip’ Simmons en Mike Dunn van The Boogaloo Bois.

Hoewel King Of The Apocalypse weer uiterst actueel is, nu Donald Trump is begonnen aan zijn tweede ambtstermijn als president en de sleutelfiguren van de bestorming van het Capitool amnestie heeft verleend, wil de documentaire niet echt beklijven. Daarvoor hinkt de film op te veel gedachten. Vernon heeft ook moeite om de juiste toon te vinden en vast te houden en het dramatische verhaal van de Rhodes-familie, dat nu weer een nieuw hoofdstuk krijgt, met gepast drama en urgentie uit te serveren.

The Bad Guy

Diplodokus

Wat te doen als er zich een schutter meldt in het kinderdagverblijf? Cursusleider Andrew van het Institute for Childhood Preparedness ziet grofweg drie opties: vluchten, verbergen of vechten. En dat gaan de medewerkers oefenen. Nadat het startsignaal is gegeven worden de drie scenario’s uitgespeeld, met de kinderen als levende rekwisieten. De lastigste blijft de derde V: vechten. Want welke wapens heb je eigenlijk als begeleider van een kinderdagverblijf op het moment dat er zich iemand met een machinegeweer meldt? Een plantenspuit, enkele blokken of toch een schaar? Werkelijk?

Sinds de Robb Elementary School in Uvalde op 24 mei 2022 het toneel was een ‘school shooting’, waarbij negentien kinderen en twee leraren werden vermoord, verkeert iedereen in de Texaanse gemeente zo’n beetje permanent in de hoogste staat van paraatheid. Dat geldt eigenlijk voor de gehele Verenigde Staten, waar meer dan één ‘mass shooting’, een schietpartij met minimaal vier dodelijke slachtoffers, per dag plaatsvindt. De situatie vraagt om drastische maatregelen, vinden veel Amerikanen, om de kinderen en hun begeleiders te beschermen: hyperrealistische oefeningen en trainingen, strenge veiligheidsmaatregelen én het bewapenen van schoolpersoneel.

Filmmaakster Louise van Assche, die oorspronkelijk uit België komt, ziet het met lede ogen aan. Samen met haar echtgenoot Phil woont ze in Uvalde. Hun dochtertje Zaïra is pas twee maanden oud als een schutter dood en verderf zaait op de plaatselijke school. In The Bad Guy (69 min.) – een titel die ongetwijfeld verwijst naar de NRA-slogan ‘The only way stop a bad guy with a gun is with a good guy with a gun’ – onderzoekt Van Assche samen met Kwinten Gernay de even enge als absurde cultuur en industrie die is ontstaan rond schietpartijen op Amerikaanse scholen. Waarbij de remedie, zo toonde de kille documentaire Bulletproof (2020) al aan, bijna net zo erg lijkt als de kwaal – en de kwaal onlosmakelijk verbonden lijkt met de remedie.

Want al die nauwelijks van echt te onderscheiden ‘drills’ kunnen niet anders dan eng – en wellicht zelfs traumatisch – zijn voor de betrokken leerlingen en hun begeleiders. Hoe kunnen zij zich nog veilig voelen, als ze op regelmatige basis onderdeel zijn geweest van héél realistische oefeningen, waarvan pas later duidelijk werd dat ze niet echt waren? Het zorgt in deze geladen film, waarin allerlei Amerikanen aan het woord komen over hun ervaring met of voorbereiding op een ‘school shooting’, voor elementaire twijfel bij Louise van Assche: wil ze haar dochtertje werkelijk laten opgroeien in deze wereld, waar de angst maar blijft regeren?

Gone Girls: The Long Island Serial Killer

Netflix

Toen Liz Garbus in 2020 de thriller Lost Girls uitbracht, met een indrukwekkende rol van Amy Ryan als een moeder die zich vastbijt in de verdwijning van haar dochter, tastte de Amerikaanse politie nog volledig in het duister over wie er verantwoordelijk was voor een serie vrouwenmoorden in Long Island, New York. Vijf jaar later is daarover inmiddels klaarheid gekomen en waagt Garbus, die zich in de serie I’ll Be Gone In The Dark ook al over een vergelijkbare zaak rond The Golden State Killer boog, opnieuw een poging om de schokkende misdrijven te belichten.

De zaak wordt aan het rollen gebracht door Shannan Gilbert. Zij belt op 1 mei 2010 in doodsangst naar de alarmcentrale. ‘Ze willen me vermoorden’, weet de jonge vrouw, die zich via advertenties op Craigslist aanbiedt als prostituee, nog uit te brengen. En daarna verdwijnt ze van de aardbodem. Sekswerkers hebben echter geen enkele prioriteit voor de politie van Suffolk County. Tot frustratie van Shannans moeder Mari Gilbert. ‘Hoe zou jij je voelen als niemand je kwam zoeken?’ houdt ze de toegestroomde media later voor.

Eind 2010 worden de stoffelijke overschotten van vier jonge vrouwen aangetroffen op het nabijgelegen Gilgo Beach. Het blijkt eveneens te gaan om meisjes die actief waren als escort. Shannan Gilbert is er alleen niet bij. Ze zou gemakkelijk te herkennen zijn geweest aan het titanium plaatje in haar mond. Dat heeft ze overgehouden aan een gewelddadig vriendje. Precies een jaar na de vondst van de zogenaamde ‘Gilgo Four’, eind 2011, wordt alsnog duidelijk wat er is gebeurd met de jonge vrouw, die in blinde paniek een hulplijn belde.

Daarmee eindigde zowel het boek Lost Girls: An Unsolved American Mystery (2013) van de journalist Robert Kolker, die ook in deze serie participeert, als de speelfilm die Liz Garbus daarop baseerde. Diezelfde ontdekking vormt nu het startpunt voor de driedelige docuserie Gone Girls: The Long Island Serial Killer (158 min.), waarin Garbus het vervolg van de zaak toont en weer mensen van vlees en bloed probeert te maken van al die gezichtsloze sekswerkers. Kinderen, zussen en moeders. Van gewone Amerikanen die hen nog altijd missen.

Heel veel wijzer is de plaatselijke politie in de jaren sinds hun verdwijning overigens niet geworden. Door interne perikelen heeft het onderzoek naar de verdwenen vrouwen nauwelijks prioriteit gekregen. De conclusie van deze typische true-crime productie, met enigszins opgelegde reconstructies en een nét iets te vet aangezette soundtrack, is ontluisterend: essentiële aanwijzingen zijn gemist en belangrijke sporen nooit fatsoenlijk onderzocht, waardoor er waarschijnlijk méér slachtoffers zijn gevallen dan nodig was geweest.

In de afgelopen jaren is de zaak door een ander onderzoeksteam opnieuw opgepakt en vervolgens vrijwel direct in een stroomversnelling gekomen. In de slotaflevering belicht Garbus de afwikkeling ervan en de persoon die veel te lang z’n gang heeft kunnen gaan – wellicht zelfs véél langer dan iemand vermoedde. Hoe meer ze op deze man inzoomt, met mensen uit z’n directe omgeving en aangetroffen bewijsmateriaal, hoe unheimischer het beeld wordt. Intussen groeit het vermoeden dat de bodem van deze serie gruwelijke misdrijven nog altijd niet is bereikt.

Ook de onrustbarende miniserie Gone Girls zou dus nog wel eens een vervolg kunnen krijgen.

In de vierdelige true crime-serie Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders wordt het vervolg van de zaak geschetst. En in de driedelige serie The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets komen zowaar de vrouw en dochter van de verdachte uitgebreid aan het woord.

The Aristocrats

Think Film

Een documentaire over één enkele grap. Met een enorme baard bovendien, zo oud als Methusalem. Waarvan de clou ook al meteen wordt weggegeven: The Aristocrats (88 min.), juist. En toch blijft deze docu van Paul Provenza en Penn Jilette uit 2005 bijna anderhalf uur lang boeien en vermaken.

Want het gaat niet om de eindbestemming, de zogenaamde ‘punchline’, maar om de weg daarnaartoe, bezweren honderd bekende komieken en entertainers, waaronder George Carlin, Jon Stewart, Robin Williams, Chris Rock, Whoopi Goldberg, Bob Saget, Eric Idle, Penn & Teller, Howie Mandel, Eddie Izzard, Carrie Fisher, Don Rickles, Drew Carey, The Amazing Johnathan en Sarah Silverman.

Ieder van hen vertelt ook z’n eigen versie van de aloude grap. De ene nog ranziger dan de andere. Alles mag – zolang er maar veel poep en pis, seks en geweld inzit. Liefst in combinatie met dieren. Op weg naar een ‘pointe’ die iedereen al minutenlang ziet aankomen, laat de verteller zien uit welk hout hij of zij is gesneden en welke variaties ie op het welbekende thema kan bedenken.

Een South Park-versie bijvoorbeeld, waarin een onverstoorbare Cartman de andere personages uit de animatieserie vergast op zijn Artistocrats-grap. Of de roast van Playboy-baas Hugh Hefner door komiek Gilbert Gottfried, die kort na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 zijn publiek voor het eerst weer eens ouderwets laat lachen. Dat mag dan (blijkbaar) weer.

De grove grap zegt iets over de normen en waarden van een samenleving, concluderen de medewerkers van The Onion, het Amerikaanse voorbeeld van De Speld, tijdens een redactievergadering. Wat als grappig wordt beschouwd, waar de grens ligt en of die met de tijd verandert. Met seks valt in elk geval nauwelijks meer te shockeren, concluderen ze eensgezind, nu zo’n twintig jaar geleden.

Deze film bestaat vrijwel volledig uit gesproken woord – interviews, het vertellen van de grap en enkele performances – en is nog altijd buitengewoon grappig. Juist door de voorspelbaarheid ervan. The Aristocrats wordt bovendien geheel in stijl afgesloten, met een zeer geruststellende gedachte in de aftiteling: ‘No animals were fucked during the making of this film.’

Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure

Netflix

Ergens in de Rocky Mountains is een schatkist verborgen. Daarin zit goud ter waarde van enkele miljoenen dollars. Het is een idee van de gefortuneerde kunsthandelaar Forrest Fenn. In The Thrill Of The Chase, zijn autobiografie uit 2010, heeft hij een gedicht opgenomen, waarin negen aanwijzingen zijn verwerkt om de schat te vinden.

Het lijkt in eerste instantie niet meer dan een truc om zijn boek onder de aandacht te brengen, maar al snel loopt Fenns idee helemaal uit hand. Talloze gewone Amerikanen raken bevangen door goudkoorts en proberen het gedicht te ontcijferen. De Hursts, een stel rednecks, weten bijvoorbeeld zeker dat de buit is verstopt in het voormalige mijnwerkersdorp Kirwin in Wyoming, terwijl de gepensioneerde ingenieur Cynthia Meachum ervan overtuigd raakt dat de schat in New Mexico is te vinden.

Op zoek naar ‘fortuin en glorie’, aldus de montere softwareontwikkelaar Justin Posey. Want wie wil er nu geen Indiana Jones zijn? Niet iedereen is echter gemaakt voor de rol van avonturier, blijkt in de driedelige docuserie Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure (160 min.) van Jared McGilliard. Het duurt niet lang of de schattenjacht eist z’n eerste slachtoffer: ene Randy Bilyue raakt nabij Santa Fe vermist als hij in hartje winter, met een rubberboot van Walmart, de Rio Grande probeert af te varen.

Forrest Fenns autobiografie wordt in de media, die ’s mans meesterzet en de navolgende goudkoorts helemaal uitmelken, dan al omschreven als: ‘the book that lures readers to their deaths’. Fanatieke speurders zoals Meachum, die bij Fenn zelf op zoek gaat naar aanwijzingen, en de Hurst-familie, dromend van een leven buiten het ‘trailer park’, laten zich daardoor niet weerhouden. En de inventieve Posey begint doodleuk een hond te trainen, zodat die letterlijk kan worden ingezet als speurneus.

McGilliard volgt hen terwijl ze hun nieuwste theorie najagen en ergens in Amerika op zoek gaan naar de goudkist. Hij snijdt hun verhalen slim door elkaar en leukt ze op met een avonturenfilmsoundtrack en gewiekste cliffhangers, zodat ’t steeds spannend blijft of iemand op de buit stuit – en wie dat dan is. Tegelijkertijd schetst ie ook de gekte in de schatzoekersgemeente. Die krijgt gaandeweg ook een naar kantje: vergezochte hypothesen krijgen gezelschap van onvervalste complotten.

Op een luchtige manier toont Gold & Greed zo hoe het idee van eeuwige rijkdom voor tal van gewone Amerikanen een obsessie wordt. Totdat ze zowaar tien jaar van hun leven hebben gespendeerd aan een waanidee – al heeft zelfs dat z’n aantrekkelijke kanten. De jacht is immers mooier dan de vangst. Justin Posey realiseert zich dat terdege en probeert in deze joyeuze productie zowaar in de voetsporen te treden van Forrest Fenn, die in 2020, na een enerverende oude dag, op negentigjarige leeftijd is overleden.

Jim Carrey: America Unmasked

VPRO

‘Hoe werd Carrey, aan het begin van de jaren negentig nog volledig onbekend, de grappigste man ter wereld?’ vraagt de stem zich af. ‘Wie was het werkelijke doelwit van zijn lawine van karikaturen? En maskeerde zijn ongegeneerde idioterie misschien kritiek op de samenleving die hij grof en vulgair vond?’

Met die vragen zet de vertelstem, ingesproken door Lison DanielJim Carrey: America Unmasked (52 min.), een tv-portret van de befaamde Canadese komiek en acteur, in gang. ‘Een grappig gezicht met benen’ aldus diezelfde stem, ook wel voice-over genaamd. Rubber benen, welteverstaan. En ook een rubberen gezicht, trouwens.

Jim Carrey ontwikkelde zich, zo betoogt deze film van Thibaut Sève en Adrien Dénouette, tot een soort nineties-versie van Charlie Chaplin. Met zijn gekke bekken kon hij doorgaan voor een kolderieke reactie op de actiehelden van de jaren tachtig, een platvloerse parodie op de American Dream en een uitvergroting van het bijbehorende materialisme.

Hij was ‘een comedymachine die zich door niets of niemand laat stoppen’, stelt de stem nog maar eens, ten overvloede. Ga maar na: de Ace Ventura-films, Dumb & Dumber en The Mask. Terwijl hij zich puur op archiefmateriaal moet verlaten – filmfragmenten, tv-optredens en archiefinterviews – wandelt de verteller door Carreys leven en loopbaan.

Eenmaal aan het einde van de twintigste eeuw aanbeland, stijgt die nog naar grote hoogte met de televisietrilogie The Cable GuyThe Truman Show en Man On The Moon. In de volgende eeuw, zeker na 11 september 2001, wordt alles anders. De klok heeft geslagen voor cartooneske komieken zoals Eddie Murphy, Robin Williams en Jim Carrey.

In een wereld waarin sinds de komst van het internet echt iedereen beroemd kan worden, zijn eigen Truman Burbank zogezegd, is er eigenlijk vooral behoefte aan kijkers, mensen die ’t op zich af laten komen. ‘De acteur is geleidelijk van het toneel verdwenen’, constateert de stem, ‘en wordt de laatste kijker, die de gekte van de wereld aanschouwt.’

En dat geeft hem, de karikaturale buitenbeen, alle ruimte om de ontregelende boodschappen die altijd al in films zoals Ace VenturaHow The Grinch Stole Christmas en Me, Myself & Irene verstopt zaten, nu ongefilterd op de wereld los te laten. Jim Carrey is politieker dan ooit, concludeert de vertelstem, ook al legt zich hij tegenwoordig vooral toe op schilderen.

Trailer Jim Carrey: America Unmasked

Larger Than Life: Reign Of The Boybands

SkyShowtime

Het is natuurlijk een beetje vloeken in de kerk om een documentaire over boybands te starten met The Beatles – al lijkt soms alles in de popmuziek ooit te zijn begonnen met John, Paul, George en Ringo. Beatlemania was echter onmiskenbaar een voorbode van de boybands die in de jaren negentig, geheel geprofessionaliseerd, door de muziekbusiness aan het meisje werden gebracht: een groepje zorgvuldig geselecteerde hartendieven, met voor elke fangirl wat wils.

En van The Beatles is het een logische stap naar The MonkeesThe Jackson 5 en The Osmonds. ‘Ik begon op m’n vierde met zingen en werd op mijn vijfde professional’, vertelt Donny Osmond in Larger Than Life: Reign Of The Boybands (96 min.). ‘Dus toen de Osmond-gekte in 1970 begon, zat ik al heel lang in het vak.’ Toch werd ook hij destijds nog verrast door het enorme gegil van al die tienermeisjes. ‘Ik dacht: dat meen je niet’, herinnert Osmond zich lachend. ‘Dit moet ik de rest van m’n leven doen.’

Vanuit deze grondleggers van een popgenre, waarvan zij toen vast geen idee hadden dat het ooit zou floreren en waarmee ze wellicht ook helemaal niets te maken wilden hebben, werkt regisseur Tamra Davis met leden van bekende boybands naar het heden toe: Michael Bivins (New Edition), Donnie Wahlberg (New Kids On The Block), AJ McLean (Backstreet Boys), Zac, Taylor en Isaac Hanson (Hanson), Chris Kirkpatrick en Lance Bass (*NSYNC) en Nick Lachey en Jeff Timmons (98 Degrees).

En dat heden bestaat toch vooral uit K-pop. De ultieme Zuid-Koreaanse popgroep lijkt Seventeen, in deze gelikte productie vertegenwoordigd door Vernon en Hoshi, een boyband met maar liefst dertien leden. Met écht voor elke fangirl dus wat wils. Onderweg naar dit punt in de pophistorie worden ook One Direction en de (christelijke) Jonas Brothers nog uitgebreid besproken, maar komen niet-Amerikaanse bands zoals Take ThatBoyzone en Menuda er wel heel bekaaid vanaf.

Vlotjes behandelt Larger Than Life nog wel deelonderwerpen als de typecasting binnen een band, rivaliteit met andere groepen, de rol van ouders, solocarrières en het negatieve imago van boybands in het algemeen. Davis richt zich verder niet op de uitwassen die in andere boybanddocu’s al uit en te na zijn behandeld – al komen de wurgcontracten die de leden vrijwel zonder uitzondering hebben getekend nog wel aan de orde. Want het was natuurlijk vooral business, die boybands.

Waar de tienerjongens van de jaren negentig hun lol al op konden met rock, punk of rap, hadden de meisjes, die van tevoren nooit serieus waren genomen als muziekliefhebber, duidelijk behoefte aan ook iets voor zichzelf. Speciáál voor hen.

Chaplin: Spirit Of The Tramp

Periscoop Film

Na de dood van hun moeder vindt Victoria Chaplin in een afgesloten lade van een kast in hun Zwitserse huis Manoir de Ban een brief die haar vader Charlie heeft ontvangen na het publiceren van zijn autobiografie in 1964. Ze geeft hem aan haar broer Michael, die er helemaal van ondersteboven is. De brief is afkomstig van ene Jack Hill. Hij noemt hun vader een leugenaar. ‘Hallo Charlie, je schrijft over je geboortehuis’, schrijft Hill. ‘Je liegt alleen dat je barst. Je kunt helemaal niet weten waar je bent geboren of wie je eigenlijk bent. Als je ‘t zo nodig wilt weten: je bent geboren in een caravan.’

De wereldberoemde Britse komiek en acteur Charlie Chaplin (1889-1979) – die vader dus – kwam ter wereld op de zogenaamde Black Patch in Smethwick, nabij de Britse industriestad Birmingham. In een Roma-caravan, naar verluidt zelfs van de Gypsy Queen van de gemeenschap, Jack Hills tante. Chaplin had dus ‘zigeunerbloed’ door zijn aderen vloeien en zou zijn jonge jaren in erbarmelijke omstandigheden en diepe armoede doorbrengen. In Chaplin: Spirit Of The Tramp (90 min.) onderzoeken twee kleindochters van Chaplin, de zussen Carmen (regie) en Dolores (productie), hoe die wortels zijn te traceren in ‘s mans leven en werk.

Chaplins oudste zoon, de schrijver Michael J. Chaplin, fungeert daarbij als verteller. Hij wordt terzijde gestaan door zijn broer Christopher (musicus) en zussen Geraldine (actrice), Victoria (circusartiest) en Jane (schrijfster) en gaat verder in gesprek met bekende vertegenwoordigers van de Roma-gemeenschap zoals regisseur Tony Gatlif, schrijver Damian Lebas, regisseur Emir Kusturica en muzikant Stochelo Rosenberg. Stuk voor stuk vinden zij talloze aanknopingspunten in Chaplins oeuvre. Te beginnen natuurlijk bij zijn voornaamste creatie, The Tramp. Een zwerver die zomaar voor een zigeuner kan worden versleten.

Het feit dat Charlie Chaplin in producties als de stomme film-klassieker The Gold Rush (1925) en de genadeloze Hitler-pastiche The Great Dictator (1940) gebruik maakte van composities van Johannes Brahms, die sterk was beïnvloed door Romani-muziek, is minder voor de hand liggend. Of dat de manier waarop hij, in de woorden van Emir Kusturica (de maker van de ultieme gypsy-komedie Black Cat, White Cat), vecht met de zwaartekracht (zoals naderhand treffend wordt geïllustreerd met een slapstick koorddansscène uit The Circus, waarvoor Chaplin in 1928 een Oscar won) ook kan worden verbonden met zijn Roma-roots.

Hoewel de verhaallijn in deze ‘familiefilm’ van The Chaplins, waarin ook Charlies biograaf David Robinson en acteur Johnny Depp nog even kort hun zegje mogen doen, soms wat scherper had gekund en de docu ook stilistisch een beetje een ratjetoe wordt (met interviews, ontmoetingen, archiefbeelden, filmfragmenten en uitzinnige Roma-sequenties) voegt Chaplin: Spirit Of The Tramp wel degelijk een waardevol perspectief toe aan The Real Charlie Chaplin (2021), de documentaire die enkele jaren geleden het definitieve portret leek van de baanbrekende entertainer.