If I Should Fall From Grace – The Shane MacGowan Story

Het is die lach waarmee de film wordt beëindigd. Een volledig doorrookte variant op de giechel waarmee Sesamstraat’s Ernie elke sketch met Bert afsluit. Van een notoire dronkenlap ditmaal, die om zijn eigen spitsvondigheden lacht. Waarbij het lachen veel mensen in zijn directe omgeving waarschijnlijk allang is vergaan.

Want hij had zoveel kunnen worden: geweldige zanger, ijzersterke frontman en – in het bijzonder – ongenaakbare songschrijver. En , ondanks die godvergeten drankzucht, ís Shane MacGowan dat ook allemaal geworden. Eerst en vooral van de illustere Britse folkpunkband The Pogues, daarna ook van zijn eigen vehikels The Popes en The Shane Gang. Maar er had zóveel meer ingezeten. Als hij niet de onbedwingbare behoefte had gevoeld om altijd en overal de bodem van elke fles te zoeken….

Sarah Share’s portret If I Should Fall From Grace – The Shane MacGowan Story (91 min.) uit 2001 observeert de doorgewinterde innemer, ook van harddrugs trouwens, in zijn dagelijks leven, waarin hij heldere momenten en scherpe statements afwisselt met typische dronkemanspraat en -fratsen. Ze spreekt verder met zijn opvallend nuchtere vader Maurice en moeder Therese, tante Monica en vriendin Victoria Clarke en neemt zijn carrière door met andere Pogues-leden, manager Joey Cashman en collega-poëet Nick Cave. De nadruk ligt daarbij (gelukkig) op zijn onmiskenbare talent als tekst- en songschrijver.

Want een man die zo openlijk zijn talent verkwanselt, wordt onvermijdelijk een parodie op zichzelf. Zijn optredens werden op een gegeven moment de ideale gelegenheid voor een pijnlijk soort ramptoerisme, waarbij een deel van het publiek vooral stond te wachten op hoe Shane dronken zou worden. Zoals die ene keer met The Popes op het Pinkpop-festival van 1995, waarbij hij na enkele nummers van het podium gehaald moest worden. Hij was – en lijkt nog altijd – geen schim meer van de man die hij ooit moet zijn geweest.

Daartegenover staat nog altijd een overweldigend songboek, met tijdloze klassiekers die iedereen, van elke generatie, kunnen aanspreken, zoals A Rainy Night In SohoIf I Should Fall From The Grace Of God en – dat ene kerstliedje dat wél deugt – Fairytale Of New York. Zulke prachtsongs verraden dat onder al die lol en bravoure nog altijd een zeer sensitief jongetje zit dat – stiekem, niet doorvertellen! – lijkt te worstelen met zijn eigen verlegenheid.En dan duurt het nooit lang of die langzaam wegstervende gggggg-lach klinkt weer…

In 1997 maakte de BBC ook al een informatief en tamelijk braaf portret van de gevierde songsmid, The Great Hunger: The Life & Songs Of Shane MacGowan, waarin collega’s als Bono, Christy Moore, Sinéad O’Connor, Billy Bragg en wederom Nick Cave hun licht over hem laten schijnen.

Kill Chain: The Cyber War On America’s Elections

HBO

Kunnen de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 worden gehackt? De Finse cybersecurity-expert Harri Hursti meent van wel. De man heeft recht van spreken. In 2005 hackte hij hoogstpersoonlijk een stemmachine en beïnvloedde zo de uitslag die daar uitrolde. Diezelfde machine wordt op diverse plekken nog steeds ingezet. De vraag ligt dan voor de hand: zijn de verkiezingen van 2016, waarbij Donald Trump werd gekozen tot president, wel reglementair verlopen? (Hoe) heeft Poetins Rusland het verloop beïnvloed en de uitslag gestuurd?

In Kill Chain: The Cyber War On America’s Elections (91 min.) demonstreert Hursti op diverse manieren en plekken hoe kwetsbaar de hedendaagse (Amerikaanse) democratie is. Via Ebay weet hij bijvoorbeeld gewoon een stemmachine, die eigenlijk op een beveiligde locatie moet zijn opgeslagen, op de kop te tikken. Slechts 75 dollar. Het apparaat dat niet te hacken zou zijn wordt vervolgens binnen de kortste keren gekraakt tijdens de hackathon Def Con. Het is heel eenvoudig om software voor deze machine te schrijven, die stilletjes stemmen verandert en geen bewijs daarvan achterlaat, stelt Hursti.

De filmmakers Simon Ardizzone, Russell Michaels en Sarah Teale leveren daarbij een interessante casus in Georgia, waarbij één van de twee kandidaten voor het gouverneurschap in 2018 zelf de kiesmachines in beheer had. Drie keer raden wie de bijzonder spannende tweestrijd op het nippertje heeft gewonnen… Hursti en zijn team maken aannemelijk dat die verkiezingen wel eens niet geheel reglementair kunnen zijn verlopen – en dat de uitslagen van verkiezingen, waarbij geen papieren registratie van de stemmen wordt aangelegd, sowieso niet mogen worden vertrouwd.

Daarmee stelt deze interessante en tot nadenken stemmende film hele praktische, en daarmee ook filosofische, vragen over de houdbaarheid van ons politieke systeem en hoe dat beter zou moeten worden beschermd.

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?

The Central Park Five

Ava DuVernays vierdelige drama When They See Us, sinds kort te zien op Netflix, is zonder enige twijfel de meest geprezen televisieserie van 2019. Over hetzelfde onderwerp, de onterechte veroordeling van vijf donkere New Yorkse jongens vanwege een gewelddadige verkrachting, werd in 2012 ook al een prijswinnende documentaire gemaakt: The Central Park Five (118 min.).

Beide producties gaan terug naar die ene fatale dag in 1989, woensdag 19 april, toen een vrouwelijke jogger nagenoeg levenloos werd achtergelaten in het New Yorkse Central Park. Ze zou twaalf dagen in coma liggen. Enkele jongens, onderdeel van een grotere groep tieners die stenen naar auto’s had gegooid en een paar willekeurige parkbezoekers in elkaar had geslagen, werden gearresteerd voor de verkrachting.

Onder druk van de politie legden ze tijdens hun (gefilmde) verhoren een valse bekentenis af, die hen zou blijven achtervolgen. Ook al was er geen enkel fysiek bewijs – een situatie die herinneringen oproept aan de Puttense moordzaak. Toen in een andere zaak een erkende serieverkrachter als verdachte werd aangehouden, vond niemand het nodig om zijn DNA te testen. The Central Park Five zouden jarenlang achter de tralies zitten.

Met de vijf voormalige verdachten – één van hen wilde alleen niet in beeld – en advocaten, journalisten, burgerrechtenactivisten, psychologen en familieleden van de jongens nemen Ken BurnsDavid McMahon en Sarah Burns de zaak door, die kan worden gezien als de culminatie van raciale spanningen in het door een misdaadgolf en de crackepidemie overspoelde New York van de jaren zeventig en tachtig.

Het vergrijp speelde destijds perfect in op latent racisme. Een blanke vrouw verkracht? Daar kón alleen een zwart roofdier achter zitten. Vijf nog wel. Zelfs in 2016, toen de zaak al lang en breed was opgelost en de onschuldige verdachten allang op vrije voeten waren, bleef een zekere New Yorkse vastgoedman, die ook al eens een advertentie in de krant had geplaatst om de doodstraf te bepleiten voor de vijf, volhouden dat de jongens in wezen schuldig waren.

De uitspraken van deze Donald Trump geven dit dramatische verhaal over stuitend onrecht, dat door Burn, McMahon en Burns zonder effectbejag is opgetekend, een actuele draai. Datzelfde racisme steekt nog altijd de kop op in het hedendaagse Amerika, dat lang niet zo kleurenblind is als je zou hopen.

Bij een zaak met zulke grote maatschappelijke implicaties zou je bijna vergeten dat de gewelddadige verkrachting in eerste en laatste instantie een vrouwelijk slachtoffer had. Trisha Meili maakte zich in 2003 met een boek bekend als de Central Park-jogger, geeft zo nu en dan haar mening over de zaak rond de vijf ten onrechte veroordeelde jongens en schijnt tegenwoordig met andere slachtoffers van seksueel geweld te werken.

De Zaak Tuitjenhorn

Anneke Tromp / Zeppers

Binnen zes weken verandert Nico Tromp van een gewaardeerde huisarts in een man die door de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) publiekelijk is geschorst en door het Openbaar Ministerie wordt beschuldigd van ‘moord’ op één van zijn patiënten. In opperste wanhoop maakt hij begin oktober 2013 een einde aan zijn leven. ‘Jullie zijn beter af zonder mij’, schrijft hij in een afscheidsbrief aan zijn gezin.

Haar echtgenoot is het slachtoffer van karaktermoord, meent Anneke Tromp. Na zijn overlijden start ze een juridisch gevecht voor eerherstel. In de documentaire De Zaak Tuitjenhorn (66 min.) keert Sarah Vos, gebruikmakend van de officiële getuigenverklaringen, verhoren en rechtszaak, de zaak binnenstebuiten die ooit is begonnen met een terminaal zieke dorpsgenoot (65) van Tromp. Bij de behandeling wijkt de huisarts vervolgens af van de bestaande protocollen en dient hem 1 gram morfine toe. Waarna de man terstond komt te overlijden…

Een jonge coassistent die met hem meeliep verbaast zich over Tromps handelen. Ze maakt melding van de kwestie bij een begeleidende huisarts, die haar verklaring op zijn beurt doorstuurt naar de Inspectie. En die schakelt weer justitie in, waarna Nico Tromp midden in de nacht van zijn bed wordt gelicht en een Kafkaëske nachtmerrie begint. De huisarts uit Tuitjenhorn stort helemaal in en wordt opgenomen in een psychiatrische instelling. Volgens zijn zoon Reinier was hij ‘ontzettend bang’ om in de gevangenis te komen.

De politie ziet er nochtans geen been in om Tromp tijdens zijn opname, drie weken voor zijn zelfdoding, te verhoren. Delen van dit gesprek zijn voor deze film gereconstrueerd, waarbij acteur Pierre Bokma de rol van medewerker van de opsporingseenheid van de Inspectie Gezondheidszorg op zich neemt. Bokma geeft ook tijdens de rechtszaak een stem aan de IGZ omdat Vos geen toestemming heeft gekregen om de oorspronkelijke geluidsopnames te gebruiken. De betrokken medewerkers van de Inspectie worden overigens wel met naam en toenaam genoemd.

Heeft de huisarts, zoals de jonge coassistent denkt en door de IGZ lijkt te worden ondersteund, een patiënt vermoord? Of is Nico Tromp, zoals zijn weduwe en zoon denken, geheel ten onrechte aan de schandpaal genageld? Wat de juiste toedracht ook is – het is helder aan welke kant Sarah Vos staat – de actie van de coassistent heeft een keten van gebeurtenissen in gang gezet, die uiteindelijk tot nóg een familietragedie leidt. Waardoor deze tragische film een relaas is geworden met louter verliezers, voor wie een Pyrrusoverwinning het hoogst haalbare lijkt.

The Case Against Adnan Syed

Zelden zal true crime zo’n groot publiek hebben bereikt als in 2014/2015. Eerst was er Serial, waarin journalist Sarah Koenig de moord op het tienermeisje Hae Min Lee uitploos. Ene Adnan Syed zat daarvoor al ruim vijftien jaar (onterecht?) vast. Een klein jaar later volgde Making A Murderer, waarin Laura Ricciardi en Moira Demos probeerden aan te tonen dat Steven Avery beslist niet de moordenaar kon zijn van Teresa Halbach. De twee hypes lanceerden tevens twee stijlvormen die nog altijd erg in trek zijn, respectievelijk de podcast en de documentaireserie.

Beide series hebben inmiddels een vervolg gekregen. Seizoen 2 van Making A Murderer was, in mijn ogen, een veel te lang uitgesponnen, eendimensionale en sentimentele toevoeging. Met name de mediagenieke/-geile nieuwe advocate van de hoofdverdachte, Kathleen Zellner, kreeg wel erg ruimte om haar toneelstukjes over nieuw bewijsmateriaal op te voeren en te oreren over Averys (vermeende) onschuld. Wat er écht te vertellen viel, had ook in anderhalf uur gepast. In plaats van tien. En daarbij zal het, daarop kun je natuurlijk vergif innemen, niet blijven ook.

Het ‘vervolg’ op Serial, de vierdelige documentaireserie The Case Against Adnan Syed (267 min), is andere koek. Filmmaker Amy Berg start met Koenigs bevindingen in Serial, richt zich op nieuw bewijsmateriaal dat ná de release van de podcast is ontdekt en zet zelf privé-detectives op enkele onderzoekspistes die nog nadere aandacht verdienen. Daarmee brengt ze het onderzoek ook daadwerkelijk verder. De resultaten worden vervolgens tamelijk sereen, zonder al te veel effectbejag, gepresenteerd aan de kijker. Waarbij uiteindelijk de hamvraag is: krijgt Adnan, die inmiddels al twintig jaar vastzit en in de serie alleen aanwezig is via telefonische interviews, op basis daarvan ook een nieuwe rechtszaak?

Berg licht de zaak tegen de Pakistaanse Amerikaan grondig door en maakt behoorlijk aannemelijk dat met hem wellicht een onschuldige jongen/man is veroordeeld. De filmmaakster laat zich tegelijkertijd niet verleiden om al te zeer te speculeren over andere scenario’s van wat er gebeurd zou kunnen zijn of andere potentiële verdachten. Alleen Adnans medeverdachte Jay Wilds, op basis van wiens getuigenverklaring hij grotendeels is veroordeeld, mag zich in haar bijzondere aandacht verheugen. Diens twijfelachtige beweringen worden wel degelijk onder het vergrootglas gelegd. En via zijn ex-vriendin probeert ze hem ook te spreken te krijgen.

Behalve een poging om nieuw licht te werpen op de geruchtmakende moordzaak is deze miniserie tevens een portret van multicultureel Amerika. Baltimore, de stad die in de klassieke televisieserie The Wire is geportretteerd als een kolossale, grotendeels zwarte achterbuurt met een enorme drugsproblematiek, blijkt ook een behoorlijke Koreaanse gemeenschap te hebben. Slachtoffer Hae Min Lee stamt uit deze cultuur. Haar nabestaanden worden in deze korte reeks vertegenwoordigd door een vriend van de familie Lee. Haar ex-vriend en hoofdverdachte Adnan Syed is afkomstig uit het moslimdeel van de stad. Zijn familie participeert nadrukkelijk in de serie en wordt geportretteerd tijdens de pogingen van Adnans advocaten om de zaak weer in beweging te krijgen. Ook als thuis het noodlot toeslaat…

Amy Berg maakt tastbaar hoeveel menselijke schade een levensdelict aanricht, zowel bij het slachtoffer en haar familie als bij de verdachte en diens verwanten. Waarbij er natuurlijk ook nog gezamenlijke vrienden van Hae en Adnan zijn, die al twintig jaar nauwelijks weten welke positie ze moeten kiezen. Het maakt van The Case Of Adnan Syed een subtiel en gelaagd moordmysterie. Misschien minder een hapklare brok televisievermaak dan Making A Murderer, maar uiteindelijk een bevredigendere kijkerervaring.

Stories We Tell

 

‘Elke familie heeft een verhaal’, stelt de ondertitel van deze overrompelende egodocumentaire van Sarah Polley uit 2012, die donderdag wordt herhaald op NPO2. Je zou die zin ook kunnen parafraseren: elke familie wórdt een verhaal – en zou dus het decor kunnen vormen voor een zeer persoonlijke film zoals Stories We Tell (108 min.).

Die verhalen kunnen de waarheid natuurlijk ook in de weg zitten. Want corresponderen de verhalen die we over onszelf vertellen werkelijk met het leven zoals we dat leven of hebben geleefd? Of overwoekert onze behoefte om de protagonist te worden in onze eigen vertelling, met een kop en (liefst een bevredigende) staart, de ware gebeurtenissen? En in hoeverre worden we eigenlijk voor de gek gehouden door ons geheugen?

In de aangrijpende speelfilm My Life Without Me vertolkte Sarah Polley ooit de rol van een zieke moeder die in het geheim scenario’s voor haar man en kinderen schrijft, voor een toekomst waarvan ze zelf geen deel meer zal uitmaken. In Stories We Tell gaat ze op zoek naar haar eigen moeder. Diane Polley overleed toen dochter Sarah elf was en liet haar gezin vooral achter met mogelijke scenario’s voor het verleden: wie was bijvoorbeeld Sarahs biologische vader? En (hoe) kun je vooruit als die vraag nog niet is beantwoord?

De regisseuse laat daarbij ostentatief zien hoe ze haar eigen verhaal stuurt. Ze instrueert de man die ze jarenlang als haar vader beschouwde, acteur Michael Polley, bij het inspreken van voice-overs, demonstreert hoe ook interviews uiteindelijk geënsceneerde situaties zijn waarover alleen zij als maakster controle heeft en fabriceert zelfs authentiek ogende familiefilmpjes die ze versnijdt met originele video’s van het gezin Polley. Stories We Tell is haar verhaal, wil ze maar zeggen. Haar waarheid.

En een verhaal vertellen kan ze, deze Canadese filmmaakster. Ze lardeert haar persoonlijke zoektocht met kleine valkuilen, milde humor en verraderlijke cliffhangers en werkt uiteindelijk toe naar een bijzonder bevredigend einde. Stories We Tell is, kortom, het werk van een geboren verhalenverteller, die ook nog eens verdacht dicht bij de – nee, laten we zeggen: een – waarheid lijkt te komen.

Losing Sight Of Shore

 

Deze enerverende documentaire van Sarah Moshman over moed, doorzettingsvermogen en vriendschap staat al even op Netflix, maar ik was er nog niet aan toegekomen om hem te bekijken.

In Losing Sight Of Shore (91 min.) gaat een groepje vrouwen de ultieme uitdaging aan: de zogenaamde Coxless Crew roeit over de Grote Oceaan, van San Francisco in de Verenigde Staten via Hawaï en Samoa naar Cairns in Australië.

In totaal moeten de vrouwen ruim 15.000 kilometer afleggen. Bijna driekwart jaar lang brengen ze met elkaar door, op een hele kleine boot. In een dodelijk ritme ploegen ze door: twee uur roeien, twee uur eten en slapen. Elke dag weer.

Het is een fysieke uitputtingsslag die ze aangaan, maar zeker ook een mentale en sociale uitdaging, die in deze fijne film met behulp van allerlei kleine camera’s treffend in beeld wordt gebracht.