The Big Conn

Apple TV+

Zou het hartveroverende personage Saul Goodman, de lekker louche advocaat uit de gelauwerde series Breaking Bad en Better Call Saul, misschien geënt zijn op Eric C. Conn? De advocaat uit Pikeville, Oost-Kentucky, oogt net zo goedkoop, houdt er al even dubieuze methoden op na en schaamt zich ook niet voor een Goodman-achtige commercial, compleet met country- of rapsongs, koddige dansjes en bevallige dames, onder wie de bekende pornoster Raven Riley. En Conn laat rustig, dat ook, een standbeeld van Abraham Lincoln, à 400.000 dollar, bij zijn privéparkeerplaats plaatsen.

In de mijnstreek heeft ‘Mr. Social Security’, een ‘Appalachian’ kruising tussen Robin Hood en Rudy Giuliani, aan het begin van deze eeuw een uitkeringsfraude van ruim een half miljard opgezet. Bijna honderd procent van de aanvragen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering die hij indiende namens zijn cliënten, doorgaans slecht opgeleide en al enige tijd werkeloze werkemensen, werden toegewezen door één en dezelfde rechter: David Daugherty uit Huntington, West-Virginia. En daarvan kreeg de doorgewinterde – opgelet! – Connman dan weer een heel fijn percentage, dat werd geïnvesteerd in zo ongeveer een week vakantie per maand.

The Big Conn (232 min.), de vierdelige serie van James Lee Hernandez en Brian Lazarte (McMillions) over die kwestie, profiteert intussen van een heuse sterrencast: via passages uit zijn ongepubliceerde autobiografie, ingesproken door Boyd Holbrook, wordt de Conn-artiest zelf opgevoerd. Hij zal ook nog op andere manieren van zich laten horen. Daarnaast is er bijvoorbeeld Mason Tackett, een lochte hillbilly-variant op Eminem. Jennifer Griffith en Sarah Carver, klokkenluiders bij de Sociale Zekerheidsadministratie, fungeren als de tweekoppige Erin Brockovich, terwijl Damian Paletta, de Woodward & Bernstein voor hetzelfde geld van The Wall Street Journal, de zwendel uiteindelijk publiek maakt.

In de handen van Hernandez en Lazarte, die hun sappige schelmenverhaal opleuken met erg dik aangezette reconstructiescènes, losse humor en ludieke muziekjes (waaronder de kraker Little Green Bag van George Baker, dat sinds Quentin Tarantino’s Reservoir Dogs toch echt als een afgelikte boterham geldt), wordt Conn een nóg larger than larger than life-personage. Hoe vaak hij is getrouwd, daarover verschillen bijvoorbeeld de meningen. Ergens tussen de zes en veertig keer. ‘De vent heeft gewoon geen moreel kompas’, stelt Conns goedlachse advocaat Scott White. ‘Je kunt een slang niet verwijten dat ie zich als een slang gedraagt.’

Te midden van Conns kolder dreigt de achterliggende problematiek – van de gewone mensen met een haperend lichaam, die zich ook bij Kentucky’s eigen Goodman hebben gemeld – verloren te gaan. Want als de Amerikaanse overheid begint terug te slaan en toegekende uitkeringen ineens stopzet, worden zij geacht om de klappen op te vangen. Als deze kwetsbare Amerikanen in aflevering drie letterlijk in beeld komen, verandert deze miniserie even rigoureus van toon. Die plotselinge aandacht voor Conns slachtoffers blijft alleen een beetje een fremdkörper. Al snel vervolgt The Big Conn z’n weg weer als het type vermakelijke real life-misdaadkomedie, dat tegenwoordig per strekkende meter wordt afgeleverd.

Henk

Studio Ruba / VPRO

Henk (23 min.) vindt het wel prima dat de meeste docenten en studenten van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam weinig van hem weten. Hij is simpelweg de conciërge van de prestigieuze kunstopleiding. ‘Omdat ik hier altijd onderschat wil worden’, zegt hij daarover. ‘Dan heb ik altijd een stapje voor.’

Vol bravoure skeelert hij soms door het schoolgebouw, in deze film zelfs langs kolossale, uitgelichte letters die samen zijn voornaam vormen: H E N K. Dat hij ooit kampioen op de rollerskates was? Al die kunstenaars hebben geen idee. Dat hij in een succesvol bandje speelde? Iemand? Dat hij danste? Theater maakte?

Henk Shakison voelt in elk geval geen behoefte om zich op de borst te kloppen. Hij lijkt tevreden met zijn faciliterende rol op de kunstacademie. Goedlachs staat hij bellers te woord, speelt ontspannen een potje pingpong of grijpt in – vriendelijk maar kordaat – als er in het schoolgebouw spontaan een feestje is ontstaan.

Tegelijkertijd laat hij zich door Sarah Blok en Lisa Konno ook zonder al te veel problemen verleiden om kekke kleding aan te trekken, om zo te worden vereeuwigd. Het is alsof hij dan van persoonlijkheid verandert. De aimabele goedzak ontpopt zich tot iemand die aandacht opeist, een bink, een player zelfs.

De ingreep van de filmmakers verraadt flair en werkt wonderwel. Henk krijgt letterlijk kleur en onthult de persoon achter de vlotte lach. Een man die eerst zijn geboorteland Suriname moest verlaten en die zich op latere leeftijd, omdat het leven nu eenmaal verantwoordelijkheden met zich meebrengt en klappen uitdeelt, in een andere rol moest schikken. 

Een man ook die een klein en fleurig portret waard is en best kan dragen.

The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman

Netflix

Hij dringt hun leven binnen, maakt zich onmisbaar en isoleert hen vervolgens van de rest van de wereld. Sophie en Jake Clifton hebben bijvoorbeeld al jaren geen contact meer met hun moeder Sarah. Eind 2011 ontmoette zij een nieuwe geliefde, ene ‘David’. Die nam het gezin gaandeweg helemaal over en werkte vervolgens de kinderen het huis uit. En daarna verdwenen de twee tortelduifjes zelf met de noorderzon. Sindsdien is Sarah buiten het bereik van haar kinderen geraakt – en blijkt haar spaarrekening geplunderd.

Een al even vreemde kwestie deed zich twintig jaar eerder voor: op verzoek van barman ‘Rob’, die tevens actief was als spion, knapte de student John Atkinson begin jaren negentig enkele klusjes op voor de Britse geheime dienst MI5. Toen er op zijn opleiding een cel van IRA werd ontdekt, sloeg hij samen met zijn medestudenten Sarah en Maria en diezelfde barman op de vlucht. Ze zouden uiteindelijk zo’n tien jaar (!) onderweg zijn, ver weg van alles wat hen lief was. En één man bepaalde alles: serieoplichter Robert Hendy-Freegard.

In The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman (127 min.) deconstrueren Sam Benstead en Gareth Johnson de modus operandi van deze menselijke wurgslang die zijn prooien eerst uiterst behoedzaam benadert en hen daarna bijna ongemerkt de keel dichtknijpt. Ze kleden de herinneringen van Freegards slachtoffers, hun familieleden en de FBI- en Scotland Yard-agenten die op hem jagen bovendien aan met archiefbeelden, geluidsopnamen, spannende muziekjes en gedramatiseerde scènes met acteurs.

Vaardig ontleedt deze driedelige true crime-serie zo de ronduit bizarre geschiedenis van een gewetenloze parasiet en z’n slachtoffers, die hij doelbewust helemaal uitwoont. The Puppet Master begeeft zich daarmee op hetzelfde terrein als Love Fraud, een overrompelende miniserie over een enigmatische Amerikaanse ‘bad guy’ met eveneens een eindeloze stroom slachtoffers, en laat een vergelijkbaar gevoel van diepe verwondering achter: hoe krijgt deze man dit voor elkaar en – vooral – wat drijft hem in godsnaam?

Cheer Season 2

Cheer Season 2. Maddy Brum (center) in Cheer. Cr. Netflix © 2022

Seizoen 1 van de docuserie Cheer maakte begin 2020 halve beroemdheden van hoofdcoach Monica Aldama en het cheerleadingteam van Navarro College uit Corsicana, Texas. Dit vervolg start twee weken na de première van de serie, als Aldama en haar meest in het oog sprekende atleten mogen opdraven in zowat elk zichzelf respecterend Amerikaans televisieprogramma. Totdat de hype hen inhaalt en ook de schaduwzijde van de roem zich begint te manifesteren.

Intussen heeft showrunner Greg Whitely voor Cheer Season 2 (459 min.) ook zijn kamp opgeslagen bij Navarro’s grote concurrent bij de nationale studentenkampioenschappen in Daytona: het cheerleadingteam van Trinity Valley Community College (TVCC) uit Athens, ook in Texas. En daarmee krijgt Monica Aldama, de strenge blik(vanger) van het eerste seizoen, meteen een serieuze tegenstrever: TVCC-hoofdcoach Vontae Johnson, ook al zo’n ongelofelijke streber. En die deelt meteen de eerste klap uit: hij strikt Navarro’s voormalige choreograaf Brad Vaughan. Trinity oogt sowieso hongerig en gefocust, terwijl de ‘sterren’ van de grote concurrent zich ook onledig houden met influencerklusjes, commerciële activiteiten én Dancing With The Stars.

Die nieuwe elementen zijn nodig. Anders zouden de negen afleveringen van seizoen 2 echt een carbonkopie van hun voorgangers worden: eerst de moordende concurrentie binnen het team over welke van de veertig atleten een plek ‘op de mat’ bemachtigen tijdens de wedstrijd en daarna de ijzeren discipline van de geselecteerde turngroep om op het moment suprême de concurrentie met een perfecte ‘routine’ af te troeven. En dan gooit het Coronavirus, spelbreker/scherpsteller in menige documentaire, ook in de cheerwereld roet in het eten, wordt het seizoen plotseling afgebroken en moeten Navarro en Trinity in een nieuw jaargang, en zonder enkele sterkhouders, weer helemaal van voren af aan beginnen.

Als dat nog niet voldoende basis was voor een nieuw seizoen, dan zijn er ook de beschuldigingen vanwege seksueel misbruik tegen Navarro’s flamboyante stunter Jerry Harris. Er wordt halverwege de serie zelfs een complete aflevering vrijgemaakt voor belastende verklaringen van de minderjarige tweeling Sam en Charlie en hun advocaat Sarah Klein, zelf oud-topatleet en in die hoedanigheid slachtoffer van de beruchte sportarts Larry Nassar. Ook de geschokte teamgenoten van Harris komen aan het woord. Alleen de beschuldigde zelf, één van de ‘sterren’ van het eerste Cheer-seizoen, laat verstek gaan. Van Jerry Harris rest alleen beeldmateriaal uit betere tijden, dat alleen wel erg schuurt met de verhalen die er ondertussen over hem worden verteld.

Deze episode blijft een fremdkörper binnen de serie. In de volgende afleveringen gaan de twee teams gewoon verder waar ze waren gebleven. Cheer besteedt dan zelfs aandacht aan de kapsels bij Navarro en een ruzie over wie de eigenaar is van een bepaalde hond. In het licht van de gebeurtenissen rond Harris voelt dat wel heel futiel. En de aanloop naar de apotheose van dit tweede seizoen, als de turnploegen van Monica Aldama en Vontae Johnson in Daytona met elkaar gaan strijden om het nationale kampioenschap van 2021, oogt zelfs als een herhalingsoefening. In de trant van: been there, done that, won the trophy.

De vraag in deze erg Amerikaanse sportserie, die zich vooral richt op de spectaculair in beeld gebrachte verwikkelingen op en rond de turnmat en zo nu en dan uitstapjes maakt naar het persoonlijk leven van de atleten, is vooral: wie gaat er dit jaar vandoor met die felbegeerde trofee? De gedoodverfde favoriet of toch de supergemotiveerde uitdager? Als dat is bepaald, rest er alleen nog een lange, emotioneel geladen epiloog waarin de ongenaakbare Monica Aldama zich ineens van haar kwetsbare kant laat zien.

Muhammad Ali

PBS

Hij heeft één van de best gedocumenteerde levens van de afgelopen honderd jaar geleid. Het aantal documentaires over Muhammad Ali is nauwelijks te overzien. In Oscar-winnaar When We Were Kings (1996) wordt bijvoorbeeld zijn ‘rumble in the jungle’ met George Foreman belicht. Thrilla In Manila (2008) plaatst hem op de Filipijnen voor de allerlaatste keer tegenover aartsvijand Joe Frazier (die hij tot op het bot beledigde, gebruikmakend van racistische retoriek). The Trials Of Muhammad Ali (2013) concentreert zich op Ali’s problemen met justitie, nadat hij heeft geweigerd om een ‘tour of duty’ in Vietnam te doen. En Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali (2021) behandelt de relatie van de zwarte bokser met de vermoorde woordvoerder van de militante Nation Of Islam.

Het is maar een willekeurige selectie: zowat elk aspect van Ali’s roerige leven is inmiddels uit en te na in beeld gebracht. In films die een deel ervan uitdiepen of juist de grootsheid ervan proberen te omvatten (zoals Antoine Fuqua’s What’s My Name: Muhammad Ali uit 2019). En toch voelt Ken Burns, de grootmeester van de Amerikaanse historische documentaire, zich geroepen om nóg een portret te maken van ‘the greatest’, simpelweg Muhammad Ali (446 min.) getiteld. Net als in klassieke series zoals The Civil War, Baseball en Country Music is zijn aanpak tamelijk traditioneel: een verteller (Keith David in dit geval) leidt de kijker op gezaghebbende toon door Ali’s leven, ondersteund door weldadig archiefmateriaal en een uitgelezen selectie van sprekers (dochters Hana en Rasheda Ali, ex-vrouwen Belinda Boyd en Veronica Porche, broer Rahaman en zijn protégé en laatste opponent in een titelgevecht Larry Holmes bijvoorbeeld).

Van zijn opkomst als bokser onder de slavennaam Cassius Clay en eerste wereldtitelgevecht tegen Sonny Liston in 1964, via zijn bekering tot de islam en bijbehorende naamsverandering en politieke bewustwording naar zijn schorsing als bokser en onwaarschijnlijke comeback tot aan de aftakeling op latere leeftijd, een logisch gevolg van alle klappen die hij gedurende zijn leven moest incasseren. Samen met zijn coregisseurs, dochter Sarah en haar echtgenoot David McMahon, plaatst Burns die ontwikkeling, opgebouwd rond enkele heroïsche gevechten, voortdurend binnen z’n maatschappelijke context. De man, sporter en mediapersoonlijkheid Muhammad Ali kunnen immers niet los worden gezien van de tijd en wereld waarin hij leefde. In de bijna acht uur speeltijd van deze epische serie, op temperatuur gebracht met dampende zwarte muziek, blijft vrijwel geen aspect onbelicht van één van de beste boksers – en pochers en treiteraars – van de twintigste eeuw: zijn vechtlust, (media)geilheid, idealisme, wreedheid en veerkracht.

Tot nader order is dit zonder enige twijfel het definitieve portret van de man met de lijfspreuk ‘float like a butterfly, sting like a bee’. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er ook echt geen documentaires meer over hem zullen worden gemaakt.

Author: The JT LeRoy Story

Voor iedereen die wel eens knorrend de familie Van de Biggelaar heeft opgebeld, ongevraagd boekenseries van Lekturama heeft besteld voor vriendjes of de buren heeft gebeld dat ze de loterij hebben gewonnen, klinkt dit verhaal een heel klein beetje bekend. Een héél klein beetje.

Dit is het verhaal van de Amerikaanse auteur JT LeRoy, het transseksuele kind van een verslaafde tankstation-prostituee uit West-Virginia die zelf ook zijn lichaam verkoopt voor dope. De jonge puber begint zijn hart eind jaren negentig uit te storten bij de psychiater Terrence Owens. Via de telefoon. Ze ontmoeten elkaar nooit. Hij legt daarna ook al snel contact met de schrijvers Bruce Benderson en Dennis Cooper.

LeRoy wil zijn getormenteerde bestaan vereeuwigen. Inmiddels vertolken ook tot de verbeelding sprekende personages zoals ‘Speedie’ en ‘Astor’ daarin een saillante bijrol. Benderson en Cooper zijn wildenthousiast over wat JT neerpent over hun tranentrekkende bestaan en geven hun sensationele nieuwe collega een flinke duw in de rug. Het duurt dan ook niet lang of de ‘angry young kid’ is binnengehaald als één van de interessantste nieuwe stemmen van de Amerikaanse literatuur.

Één probleem: de übercoole Jeremiah Terminator LeRoy bestaat helemaal niet. Het is niet meer/minder dan het geesteskind van het muurbloempje Laura Albert, een dertiger die zich bepaald niet cool voelt. Ineens wordt haar parallelle persoonlijkheid echter onderdeel van ‘the beautiful people’. Beroemdheden als Gus van Sant, Tom Waits, Courtney Love, Matthew Modine en Billy Corgan hangen geregeld aan de telefoon, gesprekken die ze allemaal opneemt.

Die cassettes hebben natuurlijk een prominente rol gekregen in de hele fijne documentaire Author: The JT LeRoy Story (111 min.) van Jeff Feuerzeig, die eerder al een prachtige biopic maakte van een andere heerlijke weirdo, de getroebleerde singer-songwriter Daniel Johnston. Deze nieuwe film uit 2016, waarin ook Winona Ryder, Bono en Asia Argento nog een gênante bijrol vertolken, is van hetzelfde schmutzige laken een pak. Een bizar verhaal, met een karrenvracht heerlijke archiefbeelden en animaties heel aantrekkelijk aangekleed.

Met bijna twee uur speelduur is Author: The JT LeRoy Story natuurlijk een hele zit, maar de docu weet de aandacht over het algemeen moeiteloos vast te houden. Het is natuurlijk niet alleen een ‘too good to be true’-verhaal, dat dus vooral niet moet worden doodgecheckt, maar ook een genadeloos exposé van de literaire wereld en celebrity-cultuur. Het pseudoniem JT LeRoy wordt tevens een synoniem voor het Kleren van de Keizer-gehalte van de ons kent ons-wereld.

En nee, eenieders favoriete verschoppeling die zich door tout Hollywood knorrend laat opbellen, dat is voorwaar geen kattenkwaad meer.

Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro

Crux Productions

Op 6 september 2019 kwam er een einde aan Bernard Haitinks carrière van maar liefst 65 jaar. In die tijd werd de Nederlandse dirigent wereldwijd een begrip. De Britse documentairemaker John Bridcut benadert de inmiddels 91-jarige grootheid in Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro (90 min.) dan ook met alle egards en laat klinkende namen uit zijn métier, zoals operazanger Thomas Allen, mezzosopraan Sarah Connolly en klassiek pianist Emanuel Ax, uitgebreid de loftrompet over hem schallen. Deze klassiek gemaakte film, met een erg aanwezige voice-over van de maker, bevat natuurlijk ook fraaie beelden van de maestro aan het werk, als dirigent en als coach van nieuw talent. Een man die duidelijk helemaal in zijn element is.

Als hij met heel zijn hebben en houwen een orkest dirigeert, oogt Haitink imposant en ook wat streng. Eenmaal thuis, gezeten op een stoel naast zijn vrouw Patricia, lijkt de dirigent eerder verlegen. Dat is hij volgens eigen zeggen ook. Nog steeds. En tamelijk zwaarmoedig. In dit persoonlijke portret, waarin ook zijn kinderen Willem en Ingrid aan het woord komen, wordt dat verbonden aan zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En de Bevrijding, niet te vergeten. Die vond hij verschrikkelijk. Ineens had letterlijk iedereen bij het verzet gezeten. En de manier waarop er bijvoorbeeld wraak werd genomen op moffenmeiden stuitte hem ook ernstig tegen de borst.

Als kleine jongen werd Bernard Haitink tijdens een radioconcert volledig gegrepen door de achtste symfonie van de componist Anton Bruckner. ‘Het was niet normaal’, zegt hij zelf in deze film, die hem terechte eer betoont. ‘En ik ben bang dat ik ook geen normaal jongetje was. Want toen ik het op school vertelde, werd ik uitgelachen en voor de gek gehouden.’ Toen, in 1938 alweer, zou echter een levenslange liefde ontstaan, die hem na een korte periode op tweede viool vol in de schijnwerpers zou zetten als de leider van allerlei gerenommeerde orkesten. Hij ontdekte het geheim van dirigeren en musiceren in het algemeen. ‘Dat je het omhelst, zonder het te verstikken. En ja, dat heb ik mijn hele leven proberen te bereiken.’

Klassen

Human

Zou Dennis van de Dierenwinkel zich nog melden? Bij het begin van de zevendelige serie Klassen (350 min.) begin je héél even te twijfelen: die voice-over stem, die lekker losse vertelwijze, die zorgvuldige casting, die toegang tot precaire situaties en die bijzonder smaakvolle muziek. Is dit een nieuwe aflevering van Schuldig, de gelauwerde documentaireserie uit 2016 over schuldenproblematiek in Amsterdam-Noord, waarmee Dennis uitgroeide tot een publiekslieveling?

Nee, dit is een logisch vervolg. Dezelfde toon, setting en invalshoek, andere thematiek. Kansen(on)gelijkheid in het onderwijs, ditmaal. Aan de hand van enkele Amsterdamse kinderen in het laatste jaar van de basisschool, die worden voorbereid op hun overstap naar de middelbare, en enkele tieners die daar net terecht zijn gekomen schetsen Ester Gould, Sarah Sylbing en Daan Bol een levendig portret van een multiculturele samenleving, waarbinnen klasseverschillen, en bijbehorende problemen zoals onderadvisering van vooral allochtone basisschoolkinderen, aan de orde van de dag zijn (gebleven).

Op de Weidevogel hoopt bijvoorbeeld vrijwel iedere leerling op een VWO-advies, terwijl de kinderen op sommige andere scholen – noem het vooral geen zwarte scholen – stelselmatig een lager advies krijgen dan hun prestaties eigenlijk rechtvaardigen. Het is één van de voornaamste thema’s van de Amsterdamse wethouder van onderwijs en armoede, Marjolein Moorman (PvdA), onderwijspsycholoog Bowen Paulle (die spreekt over ‘the prison of low expectations’) en schoolbestuurder Mirjam Leinders, enkele van de professionals in deze Nederlandse evenknie van de veelgeprezen serie America To Me. Intussen proberen de leerlingen en hun bijzonder betrokken leerkrachten ‘gewoon’ het uiterste eruit te halen – of, tenminste, op koers of het rechte pad te blijven.

Halverwege de eerste aflevering van deze bijzonder boeiende serie, waarvan ik tot dusver vier afleveringen heb gezien, komt zowaar Dennis van de Dierenwinkel nog even langs, als een toevallige passant in het leven van de kinderen en een subtiele herinnering aan het feit dat Schuldig en Klassen zich in hetzelfde decor afspelen en thematisch ook nauw verweven zijn.

East Lake Meadows: A Public Housing Project

PBS

Van nieuw aangelegde stadswijk voor de zwarte gemeenschap in nauwelijks dertig jaar tijd naar volstrekt onleefbaar ghetto. De wijk East Lake Meadows in de Amerikaanse stad Atlanta werd opgeleverd in 1970 en ontwikkelde zich binnen de kortste tijd tot een door armoede, drugs en geweld geïnfecteerde uithoek. In het jaar 2000 deed de sloopkogel zijn onvermijdelijke beulswerk en werd er ruimte gemaakt voor een geheel nieuwe wijk met een beduidend wittere populatie.

Een sociale woningbouw-fiasco van de buitencategorie. Een soort reprise ook van de beruchte Pruitt-Igoe flats in Saint-Louis, een toonbeeld van stadsvernieuwing dat begin jaren zeventig, slechts zestien jaar na de opening, letterlijk werd opgeblazen. Omdat er geen redden meer aan was. Met die georkestreerde explosie gingen ook alle bijbehorende dromen en idealen de lucht in.

In de rechttoe rechtaan-docu East Lake Meadows: A Public Housing Project (104 min.) reconstrueren Sarah Burns en David McMahon met voormalige bewoners, politici, sociologen, journalisten en historici de geschiedenis van de wijk voor de arme zwarte inwoners van de Amerikaanse stad, die al snel als ‘Litte Vietnam’ door het leven ging. En toen moest de crack-epidemie van de jaren tachtig en negentig nog op gang komen.

Burns en McMahon hebben de beschikking over een karrenvracht interessant archiefmateriaal, plaatsen de teloorgang van East Lake Meadows daarmee binnen zijn historische kader en maatschappelijke context en verlevendigen dat geheel met zowel animatie als soul- en hiphop-muziek. Zo wordt de volledige ontwrichting blootgelegd van wat een hechte, goed functionerende gemeenschap had kunnen worden.

If I Should Fall From Grace – The Shane MacGowan Story

Het is die lach waarmee de film wordt beëindigd. Een volledig doorrookte variant op de giechel waarmee Sesamstraat’s Ernie elke sketch met Bert afsluit. Van een notoire dronkenlap ditmaal, die om zijn eigen spitsvondigheden lacht. Waarbij het lachen veel mensen in zijn directe omgeving waarschijnlijk allang is vergaan.

Want hij had zoveel kunnen worden: geweldige zanger, ijzersterke frontman en – in het bijzonder – ongenaakbare songschrijver. En, ondanks die godvergeten drankzucht, ís Shane MacGowan dat ook allemaal geworden. Eerst en vooral van de illustere Britse folkpunkband The Pogues, daarna ook van zijn eigen vehikels The Popes en The Shane Gang. Maar er had zóveel meer ingezeten. Als hij niet de onbedwingbare behoefte had gevoeld om altijd en overal de bodem van elke fles te zoeken….

Sarah Share’s portret If I Should Fall From Grace – The Shane MacGowan Story (91 min.) uit 2001 observeert de doorgewinterde innemer, ook van harddrugs trouwens, in zijn dagelijks leven, waarin hij heldere momenten en scherpe statements afwisselt met typische dronkemanspraat en -fratsen. Ze spreekt verder met zijn opvallend nuchtere vader Maurice en moeder Therese, tante Monica en vriendin Victoria Clarke en neemt zijn carrière door met andere Pogues-leden, manager Joey Cashman en collega-poëet Nick Cave. De nadruk ligt daarbij (gelukkig) op zijn onmiskenbare talent als tekst- en songschrijver.

Want een man die zo openlijk zijn talent verkwanselt, wordt onvermijdelijk een parodie op zichzelf. Zijn optredens werden op een gegeven moment de ideale gelegenheid voor een pijnlijk soort ramptoerisme, waarbij een deel van het publiek vooral stond te wachten op hoe Shane dronken zou worden. Zoals die ene keer met The Popes op het Pinkpop-festival van 1995, waarbij hij na enkele nummers van het podium gehaald moest worden. Hij was – en lijkt nog altijd – geen schim meer van de man die hij ooit moet zijn geweest.

Daartegenover staat nog altijd een overweldigend songboek, met tijdloze klassiekers die iedereen, van elke generatie, kunnen aanspreken, zoals A Rainy Night In SohoIf I Should Fall From The Grace Of God en – dat ene kerstliedje dat wél deugt – Fairytale Of New York. Zulke prachtsongs verraden dat onder al die lol en bravoure nog altijd een zeer sensitief jongetje zit dat – stiekem, niet doorvertellen! – lijkt te worstelen met zijn eigen verlegenheid.En dan duurt het nooit lang of die langzaam wegstervende gggggg-lach klinkt weer…

In 1997 maakte de BBC ook al een informatief en tamelijk braaf portret van de gevierde songsmid, The Great Hunger: The Life & Songs Of Shane MacGowan, waarin collega’s als Bono, Christy Moore, Sinéad O’Connor, Billy Bragg en wederom Nick Cave hun licht over hem laten schijnen.

En in 2020 heeft regisseur Julien Temple de documentaire Crock Of Gold: A Few Rounds With Shane MacGowan afgeleverd.

Kill Chain: The Cyber War On America’s Elections

HBO

Kunnen de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 worden gehackt? De Finse cybersecurity-expert Harri Hursti meent van wel. De man heeft recht van spreken. In 2005 hackte hij hoogstpersoonlijk een stemmachine en beïnvloedde zo de uitslag die daar uitrolde. Diezelfde machine wordt op diverse plekken nog steeds ingezet. De vraag ligt dan voor de hand: zijn de verkiezingen van 2016, waarbij Donald Trump werd gekozen tot president, wel reglementair verlopen? (Hoe) heeft Poetins Rusland het verloop beïnvloed en de uitslag gestuurd?

In Kill Chain: The Cyber War On America’s Elections (91 min.) demonstreert Hursti op diverse manieren en plekken hoe kwetsbaar de hedendaagse (Amerikaanse) democratie is. Via Ebay weet hij bijvoorbeeld gewoon een stemmachine, die eigenlijk op een beveiligde locatie moet zijn opgeslagen, op de kop te tikken. Slechts 75 dollar. Het apparaat dat niet te hacken zou zijn wordt vervolgens binnen de kortste keren gekraakt tijdens de hackathon Def Con. Het is heel eenvoudig om software voor deze machine te schrijven, die stilletjes stemmen verandert en geen bewijs daarvan achterlaat, stelt Hursti.

De filmmakers Simon Ardizzone, Russell Michaels en Sarah Teale leveren daarbij een interessante casus in Georgia, waarbij één van de twee kandidaten voor het gouverneurschap in 2018 zelf de kiesmachines in beheer had. Drie keer raden wie de bijzonder spannende tweestrijd op het nippertje heeft gewonnen… Hursti en zijn team maken aannemelijk dat die verkiezingen wel eens niet geheel reglementair kunnen zijn verlopen – en dat de uitslagen van verkiezingen, waarbij geen papieren registratie van de stemmen wordt aangelegd, sowieso niet mogen worden vertrouwd.

Daarmee stelt deze interessante en tot nadenken stemmende film hele praktische, en daarmee ook filosofische, vragen over de houdbaarheid van ons politieke systeem en hoe dat beter zou moeten worden beschermd.

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?

The Central Park Five

Ava DuVernays vierdelige drama When They See Us, sinds kort te zien op Netflix, is zonder enige twijfel de meest geprezen televisieserie van 2019. Over hetzelfde onderwerp, de onterechte veroordeling van vijf donkere New Yorkse jongens vanwege een gewelddadige verkrachting, werd in 2012 ook al een prijswinnende documentaire gemaakt: The Central Park Five (118 min.).

Beide producties gaan terug naar die ene fatale dag in 1989, woensdag 19 april, toen een vrouwelijke jogger nagenoeg levenloos werd achtergelaten in het New Yorkse Central Park. Ze zou twaalf dagen in coma liggen. Enkele jongens, onderdeel van een grotere groep tieners die stenen naar auto’s had gegooid en een paar willekeurige parkbezoekers in elkaar had geslagen, werden gearresteerd voor de verkrachting.

Onder druk van de politie legden ze tijdens hun (gefilmde) verhoren een valse bekentenis af, die hen zou blijven achtervolgen. Ook al was er geen enkel fysiek bewijs – een situatie die herinneringen oproept aan de Puttense moordzaak. Toen in een andere zaak een erkende serieverkrachter als verdachte werd aangehouden, vond niemand het nodig om zijn DNA te testen. The Central Park Five zouden jarenlang achter de tralies zitten.

Met de vijf voormalige verdachten – één van hen wilde alleen niet in beeld – en advocaten, journalisten, burgerrechtenactivisten, psychologen en familieleden van de jongens nemen Ken BurnsDavid McMahon en Sarah Burns de zaak door, die kan worden gezien als de culminatie van raciale spanningen in het door een misdaadgolf en de crackepidemie overspoelde New York van de jaren zeventig en tachtig.

Het vergrijp speelde destijds perfect in op latent racisme. Een blanke vrouw verkracht? Daar kón alleen een zwart roofdier achter zitten. Vijf nog wel. Zelfs in 2016, toen de zaak al lang en breed was opgelost en de onschuldige verdachten allang op vrije voeten waren, bleef een zekere New Yorkse vastgoedman, die ook al eens een advertentie in de krant had geplaatst om de doodstraf te bepleiten voor de vijf, volhouden dat de jongens in wezen schuldig waren.

De uitspraken van deze Donald Trump geven dit dramatische verhaal over stuitend onrecht, dat door Burn, McMahon en Burns zonder effectbejag is opgetekend, een actuele draai. Datzelfde racisme steekt nog altijd de kop op in het hedendaagse Amerika, dat lang niet zo kleurenblind is als je zou hopen.

Bij een zaak met zulke grote maatschappelijke implicaties zou je bijna vergeten dat de gewelddadige verkrachting in eerste en laatste instantie een vrouwelijk slachtoffer had. Trisha Meili maakte zich in 2003 met een boek bekend als de Central Park-jogger, geeft zo nu en dan haar mening over de zaak rond de vijf ten onrechte veroordeelde jongens en schijnt tegenwoordig met andere slachtoffers van seksueel geweld te werken.

De Zaak Tuitjenhorn

Anneke Tromp / Zeppers

Binnen zes weken verandert Nico Tromp van een gewaardeerde huisarts in een man die door de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) publiekelijk is geschorst en door het Openbaar Ministerie wordt beschuldigd van ‘moord’ op één van zijn patiënten. In opperste wanhoop maakt hij begin oktober 2013 een einde aan zijn leven. ‘Jullie zijn beter af zonder mij’, schrijft hij in een afscheidsbrief aan zijn gezin.

Haar echtgenoot is het slachtoffer van karaktermoord, meent Anneke Tromp. Na zijn overlijden start ze een juridisch gevecht voor eerherstel. In de documentaire De Zaak Tuitjenhorn (66 min.) keert Sarah Vos, gebruikmakend van de officiële getuigenverklaringen, verhoren en rechtszaak, de zaak binnenstebuiten die ooit is begonnen met een terminaal zieke dorpsgenoot (65) van Tromp. Bij de behandeling wijkt de huisarts vervolgens af van de bestaande protocollen en dient hem 1 gram morfine toe. Waarna de man terstond komt te overlijden…

Een jonge coassistent die met hem meeliep verbaast zich over Tromps handelen. Ze maakt melding van de kwestie bij een begeleidende huisarts, die haar verklaring op zijn beurt doorstuurt naar de Inspectie. En die schakelt weer justitie in, waarna Nico Tromp midden in de nacht van zijn bed wordt gelicht en een Kafkaëske nachtmerrie begint. De huisarts uit Tuitjenhorn stort helemaal in en wordt opgenomen in een psychiatrische instelling. Volgens zijn zoon Reinier was hij ‘ontzettend bang’ om in de gevangenis te komen.

De politie ziet er nochtans geen been in om Tromp tijdens zijn opname, drie weken voor zijn zelfdoding, te verhoren. Delen van dit gesprek zijn voor deze film gereconstrueerd, waarbij acteur Pierre Bokma de rol van medewerker van de opsporingseenheid van de Inspectie Gezondheidszorg op zich neemt. Bokma geeft ook tijdens de rechtszaak een stem aan de IGZ omdat Vos geen toestemming heeft gekregen om de oorspronkelijke geluidsopnames te gebruiken. De betrokken medewerkers van de Inspectie worden overigens wel met naam en toenaam genoemd.

Heeft de huisarts, zoals de jonge coassistent denkt en door de IGZ lijkt te worden ondersteund, een patiënt vermoord? Of is Nico Tromp, zoals zijn weduwe en zoon denken, geheel ten onrechte aan de schandpaal genageld? Wat de juiste toedracht ook is – het is helder aan welke kant Sarah Vos staat – de actie van de coassistent heeft een keten van gebeurtenissen in gang gezet, die uiteindelijk tot nóg een familietragedie leidt. Waardoor deze tragische film een relaas is geworden met louter verliezers, voor wie een Pyrrusoverwinning het hoogst haalbare lijkt.

The Case Against Adnan Syed

HBO

Zelden zal true crime zo’n groot publiek hebben bereikt als in 2014/2015. Eerst was er Serial, waarin journalist Sarah Koenig de moord op het tienermeisje Hae Min Lee uitploos. Ene Adnan Syed zat daarvoor al ruim vijftien jaar (onterecht?) vast. Een klein jaar later volgde Making A Murderer, waarin Laura Ricciardi en Moira Demos probeerden aan te tonen dat Steven Avery beslist niet de moordenaar kon zijn van Teresa Halbach. De twee hypes lanceerden tevens twee stijlvormen die nog altijd erg in trek zijn, respectievelijk de podcast en de documentaireserie.

Beide series hebben inmiddels een vervolg gekregen. Seizoen 2 van Making A Murderer was, in mijn ogen, een veel te lang uitgesponnen, eendimensionale en sentimentele toevoeging. Met name de mediagenieke/-geile nieuwe advocate van de hoofdverdachte, Kathleen Zellner, kreeg wel erg ruimte om haar toneelstukjes over nieuw bewijsmateriaal op te voeren en te oreren over Averys (vermeende) onschuld. Wat er écht te vertellen viel, had ook in anderhalf uur gepast. In plaats van tien. En daarbij zal het, daarop kun je natuurlijk vergif innemen, niet blijven ook.

Het ‘vervolg’ op Serial, de vierdelige documentaireserie The Case Against Adnan Syed (267 min), is andere koek. Filmmaker Amy Berg start met Koenigs bevindingen in Serial, richt zich op nieuw bewijsmateriaal dat ná de release van de podcast is ontdekt en zet zelf privé-detectives op enkele onderzoekspistes die nog nadere aandacht verdienen. Daarmee brengt ze het onderzoek ook daadwerkelijk verder. De resultaten worden vervolgens tamelijk sereen, zonder al te veel effectbejag, gepresenteerd aan de kijker. Waarbij uiteindelijk de hamvraag is: krijgt Adnan, die inmiddels al twintig jaar vastzit en in de serie alleen aanwezig is via telefonische interviews, op basis daarvan ook een nieuwe rechtszaak?

Berg licht de zaak tegen de Pakistaanse Amerikaan grondig door en maakt behoorlijk aannemelijk dat met hem wellicht een onschuldige jongen/man is veroordeeld. De filmmaakster laat zich tegelijkertijd niet verleiden om al te zeer te speculeren over andere scenario’s van wat er gebeurd zou kunnen zijn of andere potentiële verdachten. Alleen Adnans medeverdachte Jay Wilds, op basis van wiens getuigenverklaring hij grotendeels is veroordeeld, mag zich in haar bijzondere aandacht verheugen. Diens twijfelachtige beweringen worden wel degelijk onder het vergrootglas gelegd. En via zijn ex-vriendin probeert ze hem ook te spreken te krijgen.

Behalve een poging om nieuw licht te werpen op de geruchtmakende moordzaak is deze miniserie tevens een portret van multicultureel Amerika. Baltimore, de stad die in de klassieke televisieserie The Wire is geportretteerd als een kolossale, grotendeels zwarte achterbuurt met een enorme drugsproblematiek, blijkt ook een behoorlijke Koreaanse gemeenschap te hebben. Slachtoffer Hae Min Lee stamt uit deze cultuur. Haar nabestaanden worden in deze korte reeks vertegenwoordigd door een vriend van de familie Lee. Haar ex-vriend en hoofdverdachte Adnan Syed is afkomstig uit het moslimdeel van de stad. Zijn familie participeert nadrukkelijk in de serie en wordt geportretteerd tijdens de pogingen van Adnans advocaten om de zaak weer in beweging te krijgen. Ook als thuis het noodlot toeslaat…

Amy Berg maakt tastbaar hoeveel menselijke schade een levensdelict aanricht, zowel bij het slachtoffer en haar familie als bij de verdachte en diens verwanten. Waarbij er natuurlijk ook nog gezamenlijke vrienden van Hae en Adnan zijn, die al twintig jaar nauwelijks weten welke positie ze moeten kiezen. Het maakt van The Case Of Adnan Syed een subtiel en gelaagd moordmysterie. Misschien minder een hapklare brok televisievermaak dan Making A Murderer, maar uiteindelijk een bevredigendere kijkerervaring.

Stories We Tell


‘Elke familie heeft een verhaal’, stelt de ondertitel van deze overrompelende egodocumentaire van Sarah Polley uit 2012, die donderdag wordt herhaald op NPO2. Je zou die zin ook kunnen parafraseren: elke familie wórdt een verhaal – en zou dus het decor kunnen vormen voor een zeer persoonlijke film zoals Stories We Tell (108 min.).

Die verhalen kunnen de waarheid natuurlijk ook in de weg zitten. Want corresponderen de verhalen die we over onszelf vertellen werkelijk met het leven zoals we dat leven of hebben geleefd? Of overwoekert onze behoefte om de protagonist te worden in onze eigen vertelling, met een kop en (liefst een bevredigende) staart, de ware gebeurtenissen? En in hoeverre worden we eigenlijk voor de gek gehouden door ons geheugen?

In de aangrijpende speelfilm My Life Without Me vertolkte Sarah Polley ooit de rol van een zieke moeder die in het geheim scenario’s voor haar man en kinderen schrijft, voor een toekomst waarvan ze zelf geen deel meer zal uitmaken. In Stories We Tell gaat ze op zoek naar haar eigen moeder. Diane Polley overleed toen dochter Sarah elf was en liet haar gezin vooral achter met mogelijke scenario’s voor het verleden: wie was bijvoorbeeld Sarahs biologische vader? En (hoe) kun je vooruit als die vraag nog niet is beantwoord?

De regisseuse laat daarbij ostentatief zien hoe ze haar eigen verhaal stuurt. Ze instrueert de man die ze jarenlang als haar vader beschouwde, acteur Michael Polley, bij het inspreken van voice-overs, demonstreert hoe ook interviews uiteindelijk geënsceneerde situaties zijn waarover alleen zij als maakster controle heeft en fabriceert zelfs authentiek ogende familiefilmpjes die ze versnijdt met originele video’s van het gezin Polley. Stories We Tell is haar verhaal, wil ze maar zeggen. Haar waarheid.

En een verhaal vertellen kan ze, deze Canadese filmmaakster. Ze lardeert haar persoonlijke zoektocht met kleine valkuilen, milde humor en verraderlijke cliffhangers en werkt uiteindelijk toe naar een bijzonder bevredigend einde. Stories We Tell is, kortom, het werk van een geboren verhalenverteller, die ook nog eens verdacht dicht bij de – nee, laten we zeggen: een – waarheid lijkt te komen.

Losing Sight Of Shore

Netflix

Deze enerverende documentaire van Sarah Moshman over moed, doorzettingsvermogen en vriendschap staat al even op Netflix, maar ik was er nog niet aan toegekomen om hem te bekijken.

In Losing Sight Of Shore (91 min.) gaat een groepje vrouwen de ultieme uitdaging aan: de zogenaamde Coxless Crew roeit over de Grote Oceaan, van San Francisco in de Verenigde Staten via Hawaï en Samoa naar Cairns in Australië.

In totaal moeten de vrouwen ruim 15.000 kilometer afleggen. Bijna driekwart jaar lang brengen ze met elkaar door, op een hele kleine boot. In een dodelijk ritme ploegen ze door: twee uur roeien, twee uur eten en slapen. Elke dag weer.

Het is een fysieke uitputtingsslag die ze aangaan, maar zeker ook een mentale en sociale uitdaging, die in deze fijne film met behulp van allerlei kleine camera’s treffend in beeld wordt gebracht.