White Riot

Syd Shelton

Ruim veertig jaar na dato doet het onwerkelijk aan, maar in het Verenigd Koninkrijk van halverwege de jaren zeventig liet menigeen zich openlijk racistisch uit. De extreemrechtse partij The National Front fulmineerde bijvoorbeeld met de regelmaat van de klok tegen kleurlingen en stond hoog in de peilingen. Ook celebrities uitten zich soms in xenofobe termen. ‘Get the wogs out’, riep Eric Clapton, niet in de beste periode van zijn leven en carrière, bijvoorbeeld tijdens een concert in Birmingham. ‘Get the coons out.’

De Britse gitarist sprak daarnaast zijn steun uit aan de omstreden conservatieve politicus Enoch Powell. Die had in 1968 gewaarschuwd voor ‘rivieren van bloed’ als de aanhoudende immigratie niet werd gestopt. Volgens Clapton zou Groot-Brittannië nu binnen tien jaar zelf een kolonie kunnen worden. De popfotograaf Red Saunders kon zijn oren niet geloven en besloot actie te ondernemen. Hij formuleerde een openbare reactie naar de man die groot was geworden van/met de blues, van oorsprong toch echt slavenmuziek. ‘Come on, Eric. you’re rock music’s biggest colonialist’, schreef Saunders venijnig. ‘P.S. Who shot the sheriff, Eric? It sure as hell wasn’t you, mate…’

Saunder’s  open brief aan het poptijdschrift NME zou het startpunt betekenen voor Rock Against Racism. Regisseur Rubika Shah tekent de activistische organisatie in White Riot (80 min.), vernoemd naar de klassieke eerste single van de punkband The Clash, van binnenuit op en schetst met kopstukken als Mykaell Riley (Steel Pulse), Tom Robinson en Pauline Black (The Selekter) het explosieve politieke klimaat in Groot-Brittannië, dat de ideale voedingsbodem zou blijken te zijn voor zowel punk als antifascisme. Bewegingen die, geheel naar de tijdgeest, gekenmerkt werden door roestvrijstalen overtuigingen, een echte Do It Yourself-mentaliteit en lekker schreeuwerige esthetiek.

Aan de vooravond van de Britse verkiezingen van 1979, waarbij het National Front hoge ogen leek te gaan gooien, culmineerden de activiteiten van Rock Against Racism in een gratis concert in het Londense Victoria Park, tevens de climax van deze degelijke film, waarbij zo’n 100.000 Britse jongeren letterlijk kleur bekenden. Het werd een soort Woodstock voor de punkgeneratie en bleek tevens een ideale generale repetitie voor groots opgezette evenementen in latere jaren, zoals het ultieme Gutmensch-evenement Live Aid.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids

Wat komt er terecht van een kind dat opgroeit in de rosse buurt van de Indiase metropool Calcutta? De Britse fotografe Zana Briski, die in Sonagachi is gaan wonen om de aldaar werkzame prostituees te fotograferen, begint zich het lot van hun kroost aan te trekken. Ze deelt cameraatjes uit en stimuleert hen om hun eigen leefwereld vast te gaan leggen. Al snel brengen de kinderen mensen en plekken in beeld, die voor buitenstaanders doorgaans goed verborgen blijven. En laten ze ook steeds meer van zichzelf zien.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids (83 min.), bekroond met een Oscar en talloze andere filmprijzen, geeft een bezielde impressie van het leven van deze opgroeiende jongens en meisjes in een omgeving, waar ruzie, drugsgebruik en geweld aan de orde van de dag zijn. De documentaire uit 2004 laat tevens zien hoe Briski, als een typische westerse weldoener, de levens van de kinderen probeert op te vrolijken met uitstapjes naar het strand en de dierentuin. En altijd gaan de cameraatjes weer mee.

Intussen doet Zana Briski, die deze film heeft geregisseerd met Ross Kauffman, serieuze pogingen om hen echt van een betere toekomst te verzekeren. Dat is nog geen sinecure. De meeste meisjes zijn bijvoorbeeld voorbestemd om ook in ‘het vak’ te belanden. Neem het uiterst aaibare meiske Kochi. Haar moeder kon niet voor haar zorgen. En haar vader stond op het punt om haar te verkopen. Alleen oma trekt zich haar lot aan. Welke kans heeft zo’n meisje om aan Sonagachi te ontsnappen?

Én: je kunt het kind wel uit het ‘red light district’ halen, maar haal je het ‘red light district’ daarmee ook uit het kind? Welke school accepteert überhaupt kinderen met zo’n achtergrond? Hoeveel goede intenties er ook schuilgaan achter deze film, en het bijbehorende project Kids With Cameras, het blijft de vraag of je als relatieve buitenstaander daadwerkelijk de levensloop van deze kinderen kunt bijsturen. Het lijkt onvermijdelijk dat in elk geval enkele meisjes die werden geboren in een bordeel daar ook ooit zal sterven.

Er is niet al te veel bekend over hoe het na de documentaire verder ging met de kinderen. In dit artikel van The Times Of India uit 2009 komen Preeti en Abhijit aan het woord. Ze zijn heel verschillend terecht gekomen.

The End Of Fear


‘Het is een onvervangbaar werk wat vermoord is’, aldus Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het is 21 maart 1986. Een ‘verwarde’ 31-jarige man heeft met een stanleymes Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III toegetakeld. Het omstreden schilderij van Barnett Newman, in 1969 aangekocht voor een kleine 300.000 gulden en inmiddels ettelijke miljoenen waard, heeft maar liefst vijftien messteken te verwerken gekregen.

Newmans abstracte werk riep wel vaker agressie op. Vier jaar eerder werd in de Nationalgalerie van Berlijn ook al een ander schilderij van de Amerikaanse kunstenaar aangevallen. Barbara Visser onderzoekt in The End of Fear (69 min.) de achtergronden van deze ingrijpende acties, die een felle discussie binnen de kunstwereld weerspiegelden, en het bijzonder moeizame, door schandalen omgeven restauratieproces van Newmans enorme doek.

De ‘moordverdachte’, een onbekende realistische kunstenaar die abstractie in de kunst als ‘een plaag’ zag en die vanuit de achtergrond ook een rol speelt in deze documentaire, had wel een bijdrage willen leveren aan de restauratie van het grotendeels rode doek, zo verklaart zijn advocaat tijdens de rechtszaak. ‘Juist dit werk zou zich prima lenen voor een goedkope replica.’ Hij wilde er nog net geen plaatselijk schildersbedrijf voor inhuren. Het is overigens nog maar de vraag of de ingehuurde Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer het er veel beter vanaf heeft gebracht.

Intussen heeft Barbara Vissser de jonge kunstenares Renske van Enckevort gevraagd om voor deze zorgvuldig gestileerde film, waarin primaire kleuren een prominente plek hebben gekregen, een eigen versie te maken van Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III. Aan de hand daarvan stelt The End Of Fear elementaire vragen over kunst en dringt zich ook de vraag op wie in dit geval de kunstenaar is: degene die verantwoordelijk is voor het concept of degene die dat vervolgens, op geheel eigen wijze, heeft uitgewerkt?