Spector

Showtime

‘Het was een foutje’, zegt de heer des huizes als politieagenten in zijn privékasteel in het Californische Alhambra een dode vrouw aantreffen. ‘Ik begrijp niet wat er in godsnaam mis is met jullie. De revolver ging per ongeluk af. Oh, God!’ Het is 3 februari 2003, de dag waarop het leven van Phil Spector (1939-2021) definitief een dramatische wending zal nemen. De legendarische producer van The Righteous Brothers, Ike & Tina Turner, The Beatles/John Lennon, Leonard Cohen en The Ramones wordt ingerekend en zal de rest van zijn leven in de gevangenis doorbrengen.

Vijf weken voor de dood van Lana Clarkson gaf de excentrieke kluizenaar Spector (207 min.) nog een onthullend interview aan journalist/biograaf Mick Brown. De tapes daarvan, en Brown zelf, fungeren nu als ruggengraat voor deze vierdelige docuserie van Sheena M. Joyce en Don Argott, waarin ook (voor hem ogenschijnlijk inwisselbare) performers die ooit mochten excelleren op zijn imposante Wall Of Sound, zoals Carol Connors (The Teddy Bears), La La Brooks (The Crystals), Nedra Talley-Ross (The Ronettes) en Darlene Love (The Blossoms), een bijdrage leveren.

Behalve mensen uit Spectors directe (werk)omgeving, waaronder ook zijn dochter Nicole, zoomt deze miniserie met haar moeder Donna en allerlei vrienden tevens in op de vrouw die door hem de dood vindt. Van een zielloos slachtoffer, consequent weggezet als ‘B-film actrice’, wordt Lana Clarkson weer een mens van vlees en bloed. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Phil Spector zelf, een man die doorgaans wordt geportretteerd als een geniale en gevaarlijke gek. Joyce en Argott vinden in hem een kwetsbaar en labiel mens, dat al op heel jonge leeftijd ernstig werd beschadigd.

De titel To Know Him Is To Love Him, zijn allereerste hit met de groep The Teddy Bears, blijkt bijvoorbeeld gebaseerd op het grafschrift van zijn vader, die een einde aan zijn leven maakte toen Phil negen was. Net als zijn zus Shirley zou hij zelf de rest van zijn leven kampen met serieuze psychische problemen, zoals paranoia en manische en depressieve perioden, en afhankelijk raken van medicatie. Wanneer hij daarbij begint te drinken, zoals in de periode waarin hij Lana Clarkson min of meer dwong om nog even een drankje bij hem te doen, kan het zomaar he-le-maal fout gaan.

Spector richt zich met name op de moord en de navolgende rechtszaak, waarbij er nog een bijzondere rol is weggelegd voor filmmaker Vikram Jayanti die in deze periode de hele fijne documentaire The Agony And Ecstacy Of Phil Spector (2009) maakte. ‘Ik kan me herinneren dat hij zei dat de rechter niet wilde dat hij muziek zou laten horen of zou praten over zijn muziekcarrière tijdens de rechtszaak, omdat dit niets te maken had met die nacht’, vertelt Jayanti over Phil Spector. ‘Tijdens de rechtszaak dacht hij: als deze mensen mijn muziek maar konden horen, dan zou ik hier niet zitten.’

Het is typisch zo’n verhaal geworden dat louter verliezers kent. ‘Zij wordt nog altijd enorm gemist’, zegt één van Clarksons vrienden geëmotioneerd. Tegelijkertijd vraagt Mick Brown zich in deze genuanceerde, afgewogen en uiteindelijk ook aangrijpende miniserie af: ‘Wordt hij herinnerd vanwege You’ve Lost That Lovin’ Feeling en Be My Baby of voor het vermoorden van Lana Clarkson?’ Volgens Spectors dochter Nicole kunnen we gewoon plezier aan zijn oeuvre blijven beleven. ‘Hij bracht muziek vanuit de hemel in onze wereld’, zegt zij. En: ‘Ik kan alleen zeggen is: to know him is to love him.’

Look What You Made Me Do

Witfilm

‘Dus jij bent de ster van de show?’ zegt de vrouwelijke taxichauffeur, waarbij Laura net is ingestapt.

‘Ja’, antwoordt zij bedremmeld.

‘Mag ik vragen waarom ze een documentaire over jou maken?’ vraagt de vrouw achter het stuur. 

Laura: ‘Ze hebben me verteld dat het een film wordt over vrouwen die hun man hebben gedood.’

De taxichauffeur vertrekt geen spier. ‘Oh, dus jij hebt zo’n achtergrond.’

‘Ja, ik zat in een gewelddadige relatie’, zegt Laura. Waarna de twee rustig verder praten.

Het blijkt geen toevallige ontmoeting. Regisseur Coco Schrijber laat ogenschijnlijk weinig aan het toeval over in Look What You Made Me Do (84 min.), waarin ze liefdes belicht die eindigen in moord. Doorgaans zijn dat overigens varianten op een aloud thema: good women love bad men. En de enige manier om weer van die slechte man af te komen, is zelf een slechte vrouw worden. Althans, die conclusie hebben deze vrouwen getrokken.

Daarvan presenteert Schrijber meerdere voorbeelden. Zo deed Rosalba uit Italië bijvoorbeeld eerst een overdosis slaapmiddelen door het eten van haar man. Daarna pakte ze een touw. De Nederlandse Rachel nam haar toevlucht tot een pistool, met geluidsdemper, om van ‘hem’ af te komen. En Laura, inmiddels gelukkig met een andere man en bovendien zwanger, stak in blinde paniek met een mes in op haar ex.

Look What You Made Me Do is echter bepaald geen rechttoe rechtaan film rond de ervaringsverhalen van enkele slachtoffers die, gedwongen door de omstandigheden, dader van een misdrijf zijn geworden. En dat is na de openingsscène, waarin een naakt stel elkaar tot bloedens toe te lijf gaat in de sneeuw, al duidelijk. Schrijber stuurt haar publiek een associatief labyrint in, waarin ze zelf de dwarsverbanden moeten maken.

Gaandeweg komen alle elementen, zoals het zeventiende eeuwse schilderij van Artemisia Gentileschi (waarin twee vrouwen een man het mes op/in de keel zetten), een team van professionals dat een bebloede woning reinigt en het briefje dat aan diverse mannen op straat wordt overhandigd (en waarop blijkt te staan dat wereldwijd jaarlijks 30.000 vrouwen worden vermoord door hun eigen partner) min of meer organisch samen.

Schrijbers gestileerde film, die wordt opgeleverd met zeer uitgesproken typografie en muziek, wordt zo een afwisselend fraai, weerbarstig en intrigerend exposé over waartoe de mens, wanneer die tot het uiterste wordt gedreven, als relationeel wezen in staat is.

Eat The Rich: The GameStop Saga

Netflix

Hedgefondsen als Citadel, Point72 en Melvin Capital weten het zeker: GameStop gaat kapot. En dat is, tenminste in de wereld van het aasgierkapitalisme, een geweldige kans om eens goed binnen te lopen. De fondsen besluiten om aandelen van de Amerikaanse videogameketen te ‘short sellen’. Met andere woorden: aandelen van hun klanten te verkopen, zodat ze die straks goedkoper kunnen terugkopen voor hen. En het verschil, dat al snel ettelijke miljoenen kan belopen, is dan voor henzelf.

Dat er intussen wellicht een bedrijf onderuit gaat, medewerkers op straat komen te staan en hele gezinnen hun huis kwijtraken, soit. Dat is nu eenmaal the (p)art of the deal. Daarmee hebben deze nietsontziende roofdieren echter buiten Robinhood (!) gerekend, een app waarmee kleine beleggers in aandelen kunnen handelen. In hun eigen Reddit-groep WallStreetBets besluiten ze, aangevuurd door hun eigen deskundige ‘Roaring Kitty’, om tegen de markt in te gaan beleggen. Zij beginnen en masse GameStop-aandelen te kopen. En daarmee worden de rollen ineens omgedraaid.

De driedelige docuserie Eat The Rich: The GameStop Saga (109 min.) reconstrueert hoe de kleine investeerders zo in 2020, in het hart van de COVID-19 pandemie, ineens al die dik/duurbetaalde hedgefondsmanagers schaakmat zetten – en daarmee het complete systeem onderuit dreigen te halen. Want zij moeten de verkochte aandelen nu ineens tegen een veel hogere prijs terugkopen. ‘Dit is de gameficatie van de markt’, zegt hun aartsvijand Andrew Left van Citron Research (in WallStreetBet-taal: Shitron Research). Of zoals Washington Post-journalist Taylor Lorenz het dramatisch formuleert: ‘Laten we de economie vernietigen.’

Regisseur Theo Love roept voor deze miniserie de hulp in van allerlei beursdeskundigen, probeert ingewikkelde financiële materie met hen in Jip & Janneke-taal te vatten en laat verteller Guy Raz alle elementen vervolgens met ontzettend veel humor en allerlei beeldgrapjes bij elkaar brengen. Zo creëert Love (die eerder een soortgelijke ‘tone of voice’ aansloeg in McMillions en The Legend Of Cocaine Island) een onweerstaanbaar Davids tegen Goliath-verhaal, waarin al die kleine luyden – een doodgewoon gezinnetje, dolkomisch rapgroepje of karikaturale would be-influencer bijvoorbeeld – de show stelen.

En dan, als donderslag bij heldere hemel, blijkt het ineens niet meer mogelijk te zijn om GameStop-aandelen te kopen, waardoor al die kleine beleggers alsnog het onderspit dreigen te delven. Paniek om niks of toch grove marktmanipulatie? En zo ja, door wie- dan? Dat zijn de vragen waarmee deze bijzonder vermakelijke en toch wel degelijk serieus te nemen serie, over een volstrekt amorele wereld die meer dan eens de geur van gebakken lucht afgeeft, op zijn ontluisterende einde afstevent.

MC5: A True Testimonial

‘Als je opgroeit in Detroit, dan is dat je voorland’, zegt Wayne Kramer, terwijl hij langs de autofabrieken van de industriestad in Michigan rijdt. ‘Het vooruitzicht dat ik daar de rest van mijn leven zou moeten werken stond me niet aan. En dus zocht ik een paar gasten om een band mee te beginnen.’ Die band werd The MC5, een belangrijke voorvader van wat later punk zou gaan heten, de belichaming van de tegencultuur van de sixties en simpelweg één van de opwindendste rockbands die ooit op een podium heeft gestaan.

Een MC5 zou volgens gitarist Kramer, die met veel humor als voornaamste verteller fungeert van deze documentaire van David C. Thomas uit 2002, zomaar een auto-onderdeel kunnen zijn. MC zou natuurlijk ook kunnen staan voor Motor City. Of voor: Manufacturing Center, Morally Corrupt, Marihuana Cigarette, Much Cock of Mongolian Clusterfuck. Om maar eens wat te noemen. Samen met zanger Rob Tyner, de frontman met de imposante stem en bos kroeshaar, en zijn medegitarist Fred ‘Sonic’ Smith, die later een relatie zou krijgen met zangeres/dichteres Patti Smith, vormde Wayne Kramer de kern van de groep die in zijn korte bestaan (1965-1972) talloze zinderende concerten gaf en in elk geval één onvervalste songklassieker naliet: Kick Out The Jams. Een strijdkreet die meteen werd gevolgd door een eensgezind gebruld ‘Motherfucker!’.

MC5: A True Testimonial (121 min.) is een typische bandjesdocu, waarin de opkomst en ondergang van deze beeldbepalende groep uit de doeken wordt gedaan door de nog levende leden en hun toenmalige entourage. Een bijzondere rol is weggelegd voor beatnik-poëet, kunstenaar, überhippie, LSD-goeroe en bandmanager John Sinclair. Hij zorgde ervoor dat The MC5 in de zomer van 1968 de ‘Motor City’ Detroit verliet en onderdeel werd van de Trans-Love & MC5 Commune in het nabijgelegen Ann Arbor. Daar vond de band definitief zijn onstuimige sound en fuck you-attitude, die zou resulteren in talloze confrontaties met de politie. Er ontstond zelfs zoiets als The White Panther Party, een eigen variant op de in die tijd zeer omstreden Black Panthers. En ook een platencontract was niet meer ver weg: samen met kleine broertje The Stooges tekende The MC5 bij Elektra Records.

Die overeenkomst zou echter niet het startsein blijken voor een lange, lucratieve carrière, maar eerder het startschot voor een ongenadige Blitzkrieg, waarbij de groep nog eenmaal doorschakelde en zich als een typisch hedonistische rock & roll-band begon te manifesteren. Daarna implodeerde de hele boel in een vloek en een zucht, als gevolg van een overdosis dope en ego. En dat doet tijdens het maken van deze documentaire, zo’n dertig jaar later, nog altijd zichtbaar pijn bij Kramer en zijn voormalige bandmaten. Met het einde van The MC5 was ook hun glorieperiode – door Thomas hier vereeuwigd met een hele sloot, lekker energiek gemonteerd archiefmateriaal en nog altijd zeer enerverende concertimpressies – definitief voorbij. Voor de voormalige rockrebellen, die met evenveel trots als zelfspot terugblikken, moesten de jaren des verstands gaan beginnen.

En dat ging, zo blijkt in de toch wat tragische epiloog van deze kostelijke film, bepaald niet vanzelf.

MC5: A True Testimonial is hier te bekijken.

Fire Of Love

The Searchers

Elke vulkaan heeft zijn eigen persoonlijkheid, meent Maurice Krafft. Samen met zijn echtgenote Katia reist hij van de ene naar de andere eruptie. De twee vulkanologen hebben zich afgewend van de mens, laven zich aan de oerkracht van de aarde en zijn bereid om hun eigen leven daarvoor in de waagschaal te stellen. Elke fout kan fataal zijn, zo beseffen ze allebei.

‘Ik wil steeds dichter bij de buik van de vulkaan komen’, stelt de waaghals Maurice, ogenschijnlijk zonder twijfel. ‘Dat wordt ooit mijn dood, maar daar kan ik me niet druk over maken.’ Zijn vrouw vult al even onverstoorbaar aan: ‘Het is niet dat ik doelbewust flirt met de dood. Maar op zo’n moment kan het me gewoon niets schelen. Een fascinatie met gevaar? Misschien.’

Fire Of Love (93 min.) is een overweldigende ode aan hun liefde, voor actieve vulkanen en elkaar. Die is weliswaar (bewust) kinderloos gebleven, maar heeft een ongelofelijke beeldenpracht opgeleverd. Regisseur Sara Dosa nut die in deze topdocu volledig uit. Van boos brommende en onheil ophoestende bergen tot kolkende, spuitende en attaquerende lava, magma en as.

De mens valt vrijwel weg tegen het ontzaglijke natuurgeweld, dat hier met veel gevoel voor kleur, detail en compositie is vereeuwigd. Een werkelijkheid die door zijn schaal en schoonheid soms bijna onwerkelijk oogt. Alsof die op de studioset van een sciencefictionfilm, met zorgvuldig gestylede acteurs, veel special effects en de nodige montagetrucs, is gecreëerd.

Vulkanen moeten vernietigen om te kunnen creëren, stelt kunstenaar, filmmaker en schrijver Miranda July die als verteller van deze film alle aspecten van de strijd, romance en poëzie van de Kraffts en hun professie verkent. Zij krijgt bovendien steun van een stemactrice, die Katia’s eigen geschriften heeft ingesproken en haar kant van het verhaal kracht bijzet.

Want – zoveel is vanaf de start duidelijk – het onafscheidelijke duo zelf spreekt alleen nog via wat het heeft nagelaten. Op 3 juni 1991 is tijdens een expeditie in Japan het doek voor hen gevallen. Hoewel ze in hun leven de ene na de andere kamikazeactie hebben uitgehaald, is Maurice er nooit in geslaagd om zijn grote droom te verwezenlijken: met een kano door een rivier van lava varen.

Fire Of Love is intussen een sprekend voorbeeld geworden van wat documentaires teweeg kunnen brengen: ze rukken je los van je eigen leven en transporteren je vervolgens, zonder oog voor tijd en plaats, naar een onbekende wereld. Daar kun je, al is ’t slechts voor een uur of anderhalf, een ander leven leven. In dit geval: als onderdeel van een verzengende liefde. Voor vulkanen en die ander.

Waarna je een héél klein beetje veranderd weer je eigen bestaan instapt.

Pearl Jam Twenty

Voordat Pearl Jam kon ontstaan ‘moest’ eerst Mother Love Bone ter ziele gaan. Om precies te zijn: zanger Andrew Wood. Hij bezweek aan een drugsverslaving. ‘Dat was de dood van de onschuld van de plaatselijke scene’, zegt Chris Cornell, de latere frontman van een andere rockband uit Seattle, Soundgarden, terwijl hij zijn tranen probeert weg te slikken. ‘Niet de dood van Kurt Cobain, die enkele jaren later de hand aan zichzelf sloeg.’ De beelden van Wood in een ziekenhuisbed, in leven gehouden met allerlei apparatuur, zouden niet alleen Cornell, die in 2017 een einde aan zijn leven maakte, altijd bijblijven.

Het overlijden van Andy Wood noopte de andere leden van Mother Love Bone om een nieuwe groep te beginnen: Pearl Jam. Samen met Soundgarden en Cobains Nirvana zou die zich ontwikkelen tot de vaandeldrager van grunge. Pearl Jam moest daarvoor eerst nog wel een nieuwe zanger rekruteren: een verlegen jongen uit San Diego met een machtige stem, Eddie Vedder. De rest is rockgeschiedenis. En die wordt in Pearl Jam Twenty (119 min.) door Cameron Crowe, een voormalige popjournalist die halverwege de jaren tachtig in Seattle kwam wonen en de bandleden ooit nog liet opdraven in zijn speelfilm Singles (1992), uitgeserveerd met een overload aan nieuwe en oude interviews, videoclips en opwindende concertbeelden.

Het klassieke optreden van de band op het Pinkpop-festival in 1992, waarbij Vedder van aanzienlijke hoogte in het uitzinnige publiek springt, krijgt daarbij bijvoorbeeld alle ruimte. Pearl Jams verleden is sowieso uitstekend gedocumenteerd. Dit bandportret uit 2011, gemaakt ter gelegenheid van het twintigjarige bestaan, bevat zelfs beelden van de tweede show van het Amerikaanse vijftal. En ook het catastrofale optreden op Roskilde in 2000, waarbij negen fans worden verdrukt en om het leven komen, mag natuurlijk niet ontbreken. Die dramatische gebeurtenis fungeert als breuklijn in de bandhistorie en deze boeiende weerslag daarvan.

Daarvóór kon Pearl Jam met enige goede wil nog worden beschouwd als een toonaangevende band, die mede richting gaf aan de laatste tien jaar van de twintigste eeuw en die in vrijwel elk land – men neme in Nederland bijvoorbeeld Kane – zijn eigen gladgestreken kloon kreeg. Daarná werd de groep, op eigen voorwaarden, definitief onderdeel van de gevestigde orde. Een onvervalste rockdinosaurus, zo’n band die tegenwoordig ook wel met de kwalificatie ‘dadrock’ wordt opgezadeld. Tegen die tijd hadden Eddie Vedder en de zijnen echter allang hun allergrootste problemen met beroemd zijn achter de rug – of hun eigen manier gevonden om daarmee om te gaan.

Ruim tien jaar zijn sindsdien alweer verstreken. Pearl Jam is inmiddels dik dertig, draait nog altijd mee in de popwereld en weet daarmee ook nog steeds een aanzienlijk publiek aan zich te binden. Dat galmt dat ze nog steeds Alive zijn. Of heerlijk zwelgt in Black.

Love It Was Not

Piece Of Magic

Ze stráált. Een vitale jonge vrouw. Met een onweerstaanbare glimlach. Alleen haar kleding, een hoofddoek en zwart-wit gestreepte jurk, verraadt waar de foto is gemaakt. Het vernietigingskamp Auschwitz. Een Oostenrijkse SS-officier legde de lachende Helena Citron vast op de gevoelige plaat. Deze Franz Wunsch was smoorverliefd op haar.

Samen met duizend andere Joodse meisjes uit Slowakije was Helena in maart 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. Zij waren de eerste vrouwen in het kamp. Samen met overlevenden onderzoekt Maya Sarfaty in Love It Was Not (82 min ) de onmogelijke liefde van Citron en Wunsch die daar ontstond. ‘Liebe war es nicht’, zong Helena, waarna de vonk toch oversprong. ‘Denn du hast leider doch kein Herz. Liebe war es nicht. Es war ein Scherz.’

De Joodse vrouw is, net als haar voormalige geliefde, inmiddels overleden. Via archiefinterviews komen de twee alsnog aan het woord over de relatie, waarvoor met name zij met de nek werd aangekeken door sommige andere vrouwen in Auschwitz. Ook al kon ze soms wel degelijk iets voor hen betekenen. Dat wordt eens te meer duidelijk als ook haar oudere zus Roza en haar kinderen zich in het vernietigingskamp moeten melden.

Het liefdesverhaal van de kampbewaker en de Joodse gevangene leidt de Israëlische documentairemaakster, die in 2016 al een studenten-Oscar won voor de voorstudie The Most Beautiful Woman, uiteindelijk naar Wenen. Daar moet de Oostenrijkse militair Franz Wunsch begin jaren zeventig terecht staan voor oorlogsmisdaden. De voormalige SS’er polst zijn vroegere geliefde als getuige à décharge. Ze hebben elkaar sinds de oorlog niet meer gezien.

Maya Sarfaty brengt de tragische liefdesgeschiedenis tot leven met dagboekfragmenten van Franz, briefwisselingen en een uitgekiende fotomontage – geïnspireerd door de manier waarop hij, volgens zijn dochter Dagmar, foto’s van Helena’s gezicht uitknipte en vervolgens in andere situaties plakte. Zo fabriceert de filmmaakster een boeiende en gelaagde vertelling over een liefde (?) die niet mocht zijn.

Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

Verhalen Van Berlijn – Paul Spies In Het Humboldt Forum

Alexander Schippel

Ooit stond er het Berliner Stadtschloss. Het Pruisische paleis werd echter zwaar beschadigd in de Tweede Wereldoorlog en in 1950 op instigatie van DDR-leider Walter Ulbricht zelfs opgeblazen. Op diezelfde plek, in het hart van Berlijn, is nu een moderne replica herrezen: het Humboldt Forum. Voor het samenstellen van een permanente expositie aldaar over de relatie van Berlijn tot de wereld wordt in 2016 zowaar een Nederlander gevraagd: kunsthistoricus Paul Spies, de directeur van het Amsterdam Museum.

‘Bewonderenswaardig’ vindt die het, dat een buitenlander zo’n belangrijke klus krijgt toebedeeld. In Verhalen Van Berlijn – Paul Spies In Het Humboldt Forum (91 min.) volgt Sonia Herman Dolz de Nederlandse chef-curator gedurende enkele jaren tijdens zijn poging om de moderne geschiedenis van de Duitse hoofdstad samen te ballen in de permanente expositie Berlin Global, een ‘omstreden prestigeproject’ aldus verteller Huub Stapel. Spies richt zich daarbij op verhalen van de Berlijners zelf en hun beleving van de wereldstad.

Een mooi voorbeeld daarvan is de massieve deur van een kluis uit het befaamde Joodse warenhuis Wertheim, die in de jaren negentig onderdak bood aan de ondergrondse technoclub Tresor. Nadat de club in 2005 werd gesloten, bevond de loodzware roestige deur zich jarenlang in een kraakpand. Van daaruit heeft hij nu zijn weg gevonden naar de expositie, waar de deur allerlei aspecten van de stadsgeschiedenis representeert; van de Jodenvervolging tot de periode dat Berlijn de technohoofdstad van de wereld was.

Herman Dolz zet haar film breed op. Ze concentreert zich natuurlijk op de totstandkoming van de expositie, maar belicht ook het gezinsleven van Paul Spies en ruimt tijd in voor het werk van zijn vrouw Meike Ziegler, die een kunstwerk over de Muur maakt. Daarnaast waaiert ze uit naar de persoonlijke verhalen van gewone Berlijners die verschillende elementen van de stad weerspiegelen, zoals het leven in de DDR, de Turkse gemeenschap van Berlijn en het voormalige Niemandsland rond de Muur, waar tegenwoordig een levendig ‘Mauerpark’ is.

Dat is een ambitieuze opzet, waarbinnen niet alle verhaallijnen tot volle wasdom komen. Tegelijkertijd doet die grootse aanpak recht aan de wereldstad Berlijn, waarin allerlei uiteenlopende verhalen samen proberen te komen tot één enkele vertelling, die voortdurend van kleur verschiet.

The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart

Barry Gibb, 75 jaar inmiddels, is de laatste der Bee Gees. De andere twee broers, de tweeling Robin en Maurice, zijn al enige tijd overleden. Met de soundtrack voor de film Saturday Night Fever maakten ze in 1977 het best verkochte album aller tijden. Totdat Michael Jackson hen met Thriller van de troon stootte. Hun muziek leeft echter voort, zoals dat dan zo mooi heet.

Frank Marshall stoft de roerige geschiedenis van de drie gebroeders vakkundig af in The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart (111 min.). Via interviews met Barry, oude vraaggesprekken met zijn broers, herinneringen van intimi en de verplichte loftuitingen van collega’s (zoals Eric Clapton, Noel Gallagher, Chris Martin en Justin Timberlake; hun bijdragen passen overigens zo in dit hilarische Twitterdraadje) tekent hij hun opkomst, ondergang én wederopstanding op.

Het verhaal moge bekend zijn: hoe de Gibb-broers in de sixties, als een soort Australische surrogaat-Beatles, eerst uiterst succesvol werden, vervolgens ernstig gebrouilleerd raakten en daarna, via het ontdekken van hun eigen falsetstem, de weg omhoog terugvonden in de hoogtijdagen van disco. Met kneiterhits als Stayin’ Alive, How Deep Is Your Love en Night Fever als gevolg – en een positie als pispaal voor alle discohaters.

Intussen raakte hun jongere broer Andy Gibb, die op eigen kracht een tieneridool was geworden, steeds verder in de problemen en begonnen de Bee Gees zich toe te leggen op het produceren van collega’s als Barbra Streisand, Diana Ross en Celine Dion. Totdat de tijd hen definitief inhaalde. Het is een tamelijk stereotiep popverhaal, dat nochtans met veel plezier wordt verteld en natuurlijk helemaal is volgestort met hits.

Tiger King 2

Netflix

Aan larger than life-personages was er al bepaald geen tekort in het eerste seizoen van de trashy bingehit Tiger King. Allereerst was er natuurlijk Joe Exotic zelf, de flamboyante, homoseksuele, country zingende, licht ontvlambare en altijd aandacht zoekende eigenaar van een privédierentuin in Oklahoma. Tussen het knuffelen met tijgers en leeuwen door zou hij een complot hebben gesmeed om Carole Baskin te laten vermoorden. Deze betweterige dierenrechtenactiviste, ook te zien in The Conservation Game, zou zelf dan weer een schimmige rol hebben gespeeld in de verdwijning van haar echtgenoot Don Lewis in 1997.

Rond dit tweetal had zich een bizarre verzameling typetjes verzameld: de kille Allen Glover werd ingehuurd als huurmoordenaar, maar bleek uiteindelijk toch niet op zijn taak berekend. James Garretson, een corpulente entrepreneur met niet al te veel smaak of ethiek, lapte Joe Exotic erbij en zorgde ervoor dat hij achter slot en grendel belandde. En would be-Hells Angel Jeff Lowe en zijn wulpse vriendin Lauren zouden hem dan weer op lafhartige wijze zijn dierentuin afhandig hebben gemaakt.

In Tiger King 2 (212 min.) wordt er nog een hele stoet andere profiteurs, lowlifes en wannabes aan deze dubieuze sterrencast toegevoegd. Terwijl Carole Baskin deelneemt aan Dancing With The Stars krijgt Joe Exotic bijvoorbeeld plotseling steun van ene Eric Love, een aalgladde cowboy die hij nog nooit heeft ontmoet. Met zijn ‘Team Tiger’ begint Love desondanks druk voor gratie te lobbyen bij president Trump. Hij reist op 6 januari 2021, de dag van de bestorming van het Capitool, zelfs in een speciaal vliegtuig, de ‘Exotic 1’, naar Washington om een handtekening onder Exotics gratieverzoek te krijgen.

Intussen krijgen de drie dochters van Don Lewis in hun zoektocht naar wat er bijna 25 jaar geleden is gebeurd met hun vader spontaan ‘hulp’ van privédetective Jerry Mitchell, internetspeurder Ripper Jack en ‘helderziende detective’ Troy Griffin. Schimmige figuren die vooral een plek in deze ranzige docusoap lijken te willen bemachtigen en die daarin ook alle ruimte krijgen van de makers Eric Goode en Rebecca Chaiklin. John Phillips, de advocaat die de nabestaanden van Lewis bijstaat, is de erven Lewis uiteindelijk toch te mediageil. Nadat hij voor zijn diensten is bedankt, gaat hij dus Joe zelf maar bijstaan – en blijft zijn bijrol in Tiger King verzekerd.

Joe Exotic, die alleen via de gevangenistelefoon kan participeren in de serie, krijgt in dit tweede seizoen zelf overigens serieuze concurrentie: zijn dwarse collega Tim Stark, die zich vreemd genoeg volledig vereenzelvigt met Johnny Cash’s A Boy Named Sue, blijkt al net zo’n meester in het veroorzaken van het soort commotie dat Goode en Chaiklin nodig hebben om weer vijf nieuwe afleveringen te vullen. Waarbij steeds nadrukkelijker de vraag opspeelt of Tiger King de weerslag is van wat er sowieso zou zijn gebeurd in de louche wereld van de grote katachtigen of dat al die spannend bedoelde verwikkelingen, al dan niet met medeweten van de makers, speciaal voor de serie in scène worden gezet.

Toneelstukjes of niet, elke vorm van entertainment, spanning en humor, die van dat eerste Tiger King-seizoen nog een ‘guilty pleasure’ maakte, is uit dit bloedeloze vervolg verdwenen. De bekende verhaallijnen voelen uitgekauwd, het nogmaals afspeuren van doodgelopen sporen levert nauwelijks iets op en de nieuwe intriges willen maar niet beklijven. Dan resteert plat kijkvermaak dat niet eens vermaakt.

De Tiger King-franchise heeft inmiddels ook een echte spin off, die zich volledig concentreert op een kwestieus bijpersonage uit de oorspronkelijke serie, de flamboyante eigenaar van Myrthle Beach Safari en het grote voorbeeld van Joe Exotic: Tiger King: The Doc Mantle Story.

That Day: Afscheid Van Golden Earring

NTR

Een carrière van bijna zestig jaar eindigde op 16 november 2019 in Rotterdam Ahoy. Met Radar Love als slotakkoord, natuurlijk. Alleen wist niemand dat dit het allerlaatste optreden van Golden Earring was geweest. Ook de Haagse band zelf niet. Bijna vijftien maanden later moest de succesvolste Nederlandse rockgroep noodgedwongen de handdoek in de ring gooien. Gitarist George Kooymans bleek de ongeneeslijke spierziekte ALS te hebben. En zonder hem kon en mocht er geen Earring meer zijn. 

Dat tragische vaarwel komt natuurlijk wel aan de orde in That Day: Afscheid Van Golden Earring (108 min.), maar is uiteindelijk niet meer dan een aanleiding om chronologisch de imposante carrière van de band te doorlopen. Het tweeluik van regisseur Marcel de Vré heeft daarbij een uitgesproken handicap: de bandleden zelf schitteren door afwezigheid. Hun perspectief op de ontwikkeling van de groep en het gedwongen einde daarvan ontbreekt dus.

De Vré moet het doen met archiefmateriaal van de Earring en beelden van dat laatste concert in Ahoy. Voor de bijbehorende verhalen zoekt hij zijn toevlucht tot oud-bandleden zoals Frans Krassenburg, Fred van der Hilst en Jaap Eggermont, vaste gastmuzikanten Bertus Borgers en Robert Jan Stips, platenbaas Willem van Kooten en allerlei bekende en minder bekende medewerkers van de band. Hun bijdragen zijn veelal anekdotisch en bevatten natuurlijk ook de verplichte gemeenplaatsen over het belang van de band.

Er is tenslotte, zo wordt telkenmale benadrukt, maar één Golden Earring. Zo’n essentiële band verdient dan eerlijk gezegd wel een grondiger portret, waarin ook de interne machinerie en beleving volledig tot hun recht komen. Tot die tijd is er deze echte (ouwe) jongensfilm – waarin letterlijk niet één vrouw aan het woord komt – die als doekje voor het bloeden kan dienen voor de rouwende liefhebber die na maar liefst zestig jaar (!) afscheid heeft moeten nemen van ‘zijn‘ band.

Lever, Elsker, Savner

Ze had al kanker toen ze werd geboren. En sindsdien is Rosemarie nooit helemaal losgekomen van die K-ziekte. Inmiddels is ze een puber, van het weerspannige type. Terwijl ze een behandeling voor haar aandoening moet ondergaan kan de vijftienjarige Deense ontzettend nurks reageren en dwars doen. Zeker naar haar moeder Katrine, met wie ze een lastige relatie onderhoudt. Ze haalt haar soms echt het bloed onder de nagels vandaan.

Rosemarie fungeert in Lever, Elsker, Savner (79 min.) als de verteller van haar eigen verhaal. Regisseur Sine Skibsholt heeft haar observerende film aangekleed als een videovariant op het dagboek dat de tiener er op nahoudt. Terwijl die opkrabbelt na haar nieuwste aanvaring met de ziekte die haar soms dreigt te definiëren, lijkt de impact daarvan pas echt door te dringen tot haar moeder. En Rosemarie háát dat.

Nu haar haren na de behandeling langzaam maar zeker hun normale lengte terugkrijgen – en zij intussen haar normale tienerleven oppakt, met vriendinnen, uitgaan én sigaretten – moet ze ook haar relatie met Katrine herdefiniëren. Die blijft onverminderd bang dat ze haar kind verliest. Terwijl dochterlief eigenlijk alleen maar vooruit wil. Léven. Carpe diem. Alsof het de allerlaatste dag is.

Skibsholt doorsnijdt het geruzie en de voorzichtige toenaderingspogingen tussen moeder en dochter met korte flashbacks van Rosemaries ziekteperiodes als kind. Zo benadrukt ze hoe nadrukkelijk kanker hun beider levens is binnengedrongen en de impact die de ziekte nog altijd heeft op hun broze relatie. Waarbij Katrine soms wel erg weinig geduld heeft met haar tegendraadse dochter en die op haar beurt in het gevoel blijft hangen dat er echt he-le-maal niets deugt aan haar moeder.

Dat is een even ongemakkelijk als herkenbaar schouwspel, dat in vrijwel elk coming-of-age drama zijn plek claimt. Zoals beide partijen dan meestal ook een keer beginnen te beseffen hoeveel ze eigenlijk van elkaar houden.

Author: The JT LeRoy Story

Voor iedereen die wel eens knorrend de familie Van de Biggelaar heeft opgebeld, ongevraagd boekenseries van Lekturama heeft besteld voor vriendjes of de buren heeft gebeld dat ze de loterij hebben gewonnen, klinkt dit verhaal een heel klein beetje bekend. Een héél klein beetje.

Dit is het verhaal van de Amerikaanse auteur JT LeRoy, het transseksuele kind van een verslaafde tankstation-prostituee uit West-Virginia die zelf ook zijn lichaam verkoopt voor dope. De jonge puber begint zijn hart eind jaren negentig uit te storten bij de psychiater Terrence Owens. Via de telefoon. Ze ontmoeten elkaar nooit. Hij legt daarna ook al snel contact met de schrijvers Bruce Benderson en Dennis Cooper.

LeRoy wil zijn getormenteerde bestaan vereeuwigen. Inmiddels vertolken ook tot de verbeelding sprekende personages zoals ‘Speedie’ en ‘Astor’ daarin een saillante bijrol. Benderson en Cooper zijn wildenthousiast over wat JT neerpent over hun tranentrekkende bestaan en geven hun sensationele nieuwe collega een flinke duw in de rug. Het duurt dan ook niet lang of de ‘angry young kid’ is binnengehaald als één van de interessantste nieuwe stemmen van de Amerikaanse literatuur.

Één probleem: de übercoole Jeremiah Terminator LeRoy bestaat helemaal niet. Het is niet meer/minder dan het geesteskind van het muurbloempje Laura Albert, een dertiger die zich bepaald niet cool voelt. Ineens wordt haar parallelle persoonlijkheid echter onderdeel van ‘the beautiful people’. Beroemdheden als Gus van Sant, Tom Waits, Courtney Love, Matthew Modine en Billy Corgan hangen geregeld aan de telefoon, gesprekken die ze allemaal opneemt.

Die cassettes hebben natuurlijk een prominente rol gekregen in de hele fijne documentaire Author: The JT LeRoy Story (111 min.) van Jeff Feuerzeig, die eerder al een prachtige biopic maakte van een andere heerlijke weirdo, de getroebleerde singer-songwriter Daniel Johnston. Deze nieuwe film uit 2016, waarin ook Winona Ryder, Bono en Asia Argento nog een gênante bijrol vertolken, is van hetzelfde schmutzige laken een pak. Een bizar verhaal, met een karrenvracht heerlijke archiefbeelden en animaties heel aantrekkelijk aangekleed.

Met bijna twee uur speelduur is Author: The JT LeRoy Story natuurlijk een hele zit, maar de docu weet de aandacht over het algemeen moeiteloos vast te houden. Het is natuurlijk niet alleen een ‘too good to be true’-verhaal, dat dus vooral niet moet worden doodgecheckt, maar ook een genadeloos exposé van de literaire wereld en celebrity-cultuur. Het pseudoniem JT LeRoy wordt tevens een synoniem voor het Kleren van de Keizer-gehalte van de ons kent ons-wereld.

En nee, eenieders favoriete verschoppeling die zich door tout Hollywood knorrend laat opbellen, dat is voorwaar geen kattenkwaad meer.

My Psychedelic Love Story

Joanna Harcourt-Smith / SHOWTIME.

Allereerst is er gewoon een interview. Met Robert McNamara, Donald Rumsfeld of Steve Bannon. Protagonisten die ver voorbij hun gebruikelijke verhaal gaan. Gedwongen door een enkele indringende vraag of een onverwacht perspectief. Hoewel ze de regie nooit uit handen lijken te geven, komen ze toch op een totaal nieuwe manier in beeld. Ook door de briljante framing van het gesprek. Shots van boven of juist van onder, overshoulder, schuin of van opzij. Elke zinsnede kan daardoor een verrassing opleveren. En krijgt door de bijpassende beeldenpracht, virtuoze vormgeving en urgente soundtrack een onvermoede lading.

Het resulteerde in weergaloze documentaires: The Fog Of War (McNamara), The Unknown Known (Rumsfeld) en American Dharma (Bannon). Zo’n film wilde Joanna Harcourt-Smith ook wel. Gebaseerd op haar eigen boek Tripping The Bardo With Timothy Leary: My Psychedelic Love Story (102 min.). Ook doordat ze zich, na het zien van Errol Morris’ paranoïde serie Wormwood, begon af te vragen of ze in de jaren zeventig misschien, zonder dat ze het zelf in de gaten had, een werktuig van de CIA was geweest. Was haar stormachtige affaire met de LSD-goeroe, die uit een Amerikaanse gevangenis was ontsnapt en sindsdien als balling in Zwitserland verbleef, misschien onderdeel van een sluwe campagne van de buitenlandse veiligheidsdienst om Leary alsnog in de kraag te grijpen?

Die intrigerende vraag vormt het startpunt voor dit met veel verve opgediste levensverhaal van een Zwitsers high society-meisje, doorgewinterde femme fatale en losgeslagen hippie. Als twintiger op drift belandde ze in 1972 midden in de cultuuroorlog van haar tijd. Aan de zijde van de hogepriester van de geestverruimende middelen Timothy Leary, die alles representeerde wat de gevestigde orde toentertijd meende te moeten bevechten. Morris laat Joanna Harcourt-Smith helemaal leeglopen, checkt haar herinneringen zeker niet dood en geeft ze vervolgens vorm als een weelderige LSD-trip, waarin Alice in Wonderland botst op de ‘war on drugs’ van president Richard Nixon, Rolling Stone Keith Richards tegen het lijf loopt en soms in de voetsporen van de beruchte Manson Family dreigt te treden.

De vormgeving van haar monoloog, door Morris slechts een enkele keer onderbroken door een vraag of uitroep van verbazing, is zo overdonderend dat de verhaallijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken: hallucinante graphics, schreeuwende krantenkoppen, Tarotkaarten, raak getimede archiefbeelden en bijzonder dwingende muziek. Harcourt-Smith probeert iedereen bij de les te houden met haar opmerkelijke ontboezemingen, kwieke oneliners en slim uitgeserveerde lach. Een typisch Errol Morris-personage kortom, dat onder zijn hoede een geheel eigen web weeft tussen feit en fictie.

Bitter Love

IDFA

Eenmaal aan boord van de Maxim Gorky storten volslagen vreemden ongegeneerd hun hart uit bij elkaar. De twee dames op leeftijd die aan de man willen. Een jonge blondine met twijfels over haar relatie. Het kibbelende oudere koppel. De zanger van melancholieke liederen. Een vrouw die voor de tweede keer in scheiding ligt. En de jonge operazangeres en haar vriend op piano.

Tijdens een riviercruise over de Wolga lijkt de tijd even stil te staan voor dit bonte Russische gezelschap. Ieder voor zich kan volledig opgaan in het moment. Wie deze reizigers waren voordat ze aan boord stapten en wie ze zijn als ze het schip straks weer verlaten, doet er in wezen niet toe. Hier tellen alleen het hier en nu, de verhalen die ze met elkaar willen delen en de genegenheid die ze daarmee hopen te vinden. Vrienden voor het leven, voor een week of drie.

Regisseur Jerzy Sladkowski observeert de passagiers van heel dichtbij. Zo dichtbij dat de vraag zich aandient hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen en of – en zo ja: wat? – er is geënsceneerd. Bitter Love (87 min.) oogt als een traditionele ensemblefilm, waarin een zorgvuldig gecaste groep personages, op één en dezelfde plek en binnen een afgebakende periode, een gezamenlijke emotionele ontwikkeling doormaakt. Was de filmmaker daarbij alleen een vlieg op de muur? Of toch eerder een spin in het web?

Feit is dat zowel de jonge vermakers als de oudere vermaakten op het modale cruiseschip op de één of andere manier hebben te dealen met de vergankelijkheid van de liefde en het bestaan. Ze kijken daarbij ook nadrukkelijk naar elkaar, waarbij muzikale intermezzo’s, van het musicerende koppel en de eenzame man met gitaar, de gevoelstemperatuur van deze bitterzoete film inregelen.

Love Fraud

Showtime

Een vastgoedman met zijn eigen bedrijf. Piloot bovendien. En katholiek, diep christelijk. Zo’n kerel swipe je op Tinder natuurlijk naar rechts. Zeker als je zelf toch al in de veertig bent en een nieuwe start wilt maken. Hij swipete gelukkig ook naar rechts.

Niet veel later zat Tracy bij Mickey op de motor. De motor waarop, zo bleek later, ook Ellen had gezeten. En Sabrina. ‘God is mijn getuige dat ik zielsveel van je hou’, had hij zelfs ingesproken op Sabrina’s voicemail. Het was niet gemakkelijk om dat voor de camera terug te luisteren. Haar gezicht, en dat van de anderen, spreekt boekdelen. Want hoe zat het dan met Jean? Sandy? Candi? Caroline? Carrie? Lisa? Angela? Christine? En er scheen zelfs een Vanessa in de picture te zijn geweest.

Enfin, Mickey hield er een levendig relationeel bestaan op na, zullen we maar zeggen. Alhoewel Mickey? Scott zul je bedoelen. Of Rick. Hij was trouwens ook professioneel waterskiër, kok of karateka, begreep Tracy. Al naar gelang de behoefte van de op te vrijen dame, die vervolgens werd bedolven onder liefdesverklaringen. Een onvervalste Love Fraud (200 min.), juist. Echte naam: Richard Scott Smith. En, voordat je het goed en wel doorhad, was ie alweer verdwenen. Met alles wat je had, natuurlijk.

En dus roep je, samen met lotgenoten, de hulp in van premiejager Carla, een lekker doorrookte tante die de charlatan moet traceren. En ook de filmmakers Heidi Ewing en Rachel Grady beginnen zich actief met de zoektocht te bemoeien in deze ingenieuze variant op Netflix’s kijkcijferhit van eind vorige jaar, Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer, die qua setting, ‘white trash America’, ook wel wat weg heeft van die andere bingeserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness.

Die jacht, op een charlatan die ogenschijnlijk routineus slachtoffers maakt, leidt naar Krab Kingz Seafood in Wichita, Kansas, waar Chris/Scott/Mickey lijkt te zijn neergestreken met ene Karla, die net op stel en sprong haar echtgenoot Jim in de steek heeft gelaten. De vogel is alleen alweer gevlogen voordat je kunt toeslaan. En zo gaat het steeds in deze ravissant vormgegeven miniserie, met verborgen camerabeelden, een lekker op de zenuwen werkende soundtrack en ronduit betoverende animaties.

Terwijl jij en die andere bedrogen vrouwen, lekkere larger than life-personages ook, blijven zinnen op wraak, brengen Ewing en Grady, die eerder al verantwoordelijk waren voor docuklassiekers als Jesus Camp en One Of Us, Love Fraud glorieus aan de kook, naar een peil dat voor slechts weinig true crime-documentaires is weggelegd. Met een enigmatische bad guy, een man die zielsveel van jou hield, van jou alleen, en die tijdens de zinderende apotheose toch nog het achterste van zijn tong wil laten zien. Althans, dat belooft hij plechtig.

Richard Scott Smith zegt ook: ‘I’ll do anything to be somebody’s everything. That’s truly what I want. You just gotta trust me.’

Laurel Canyon: A Place In Time

In Laurel Canyon, een idyllisch deel van Los Angeles, hing magie in de lucht: de geest van de sixties waarde er rond en bracht zijn meest verlichte vertegenwoordigers mee. Ze vormden bands als The Byrds, Love, The Mamas & The Papas, Buffalo Springfield en The Doors. En de fotografen Henry Diltz en Nurit Wilde, de laissez-faire vertellers van dat historische verhaal, keken hun ogen uit en legden voor het nageslacht vast wat zij mochten zien.

Dit babyboomer-tweeluik van Alison Ellwood kijkt ook over de Love & Peace-schutting: de vallei vormde immers niet alleen een toevluchtsoord voor musicerende hippies. Ook Frank Zappa, The Monkees en Alice Cooper hielden er huis. Zodat het er niet te serieus en zoetsappig aan toe zou gaan in Laurel Canyon: A Place In Time (156 min.). En anders kwam Sadie Mae Glutz, één van de vooraanstaande leden van The Manson Family, wel even langs, met haar vriendje Bobby Beausoleil.

Niet veel later zouden deze twee betrokken raken bij de gruwelijke Tate- en LaBianca-moorden, die een rassenoorlog hadden moeten ontketenen. Ideetje van hun leider, de gesjeesde muzikant Charles Manson. Helter Skelter, juist. De oorlog in Vietnam en een volledig uit de hand gelopen concert van The Rolling Stones bij de Altamont-racebaan, waarbij de als beveiligers ingehuurde Hells Angels een zwarte concertganger doodden, zouden de geest van de vrijgevochten jaren zestig, perfect vervat in het nummer Woodstock van Joni Mitchell, vervolgens weer helemaal in de fles doen verdwijnen.

In Laurel Canyon, zo laat het tweede deel van deze verzorgde en ook wat brave documentaire zien, vond er intussen een wisseling van de wacht plaats, waarbij seventieshelden als Jackson Browne, The Flying Burrito Brothers, Bonnie Raitt, The Eagles en Linda Ronstadt het nieuwe decennium een countryfeel meegaven en zo een eigen hoofdstuk toevoegden aan de muziekgeschiedenis van dit glorieuze deel van de ‘City Of Angels’. Wat de rol van Laurel Canyon daarin was – en of de plek überhaupt echt een rol speelde – blijft daarbij een beetje ongewis.

Ellwood verweeft al die verhalen, off screen geduid door de direct betrokkenen, overigens soepeltjes met elkaar en geeft de bijbehorende muziek behoorlijk wat ruimte. Al lijkt haar selectie ook tamelijk willekeurig en zijn de meeste van die zo-maakten-wij-belangwekkende-muziek verhalen al eerder verteld. Een halve eeuw later lijkt het alsof de trip nostalgia naar de helden van Laurel Canyon nu wel vaak genoeg is gemaakt, dat déze tijdgeest even niet meer per se hoeft te worden opgeroepen. Oké, boomer?

A Secret Love

Netflix

Voor Diana Bolan was tante Terry als een moeder. ‘Ze was erbij toen ik gedoopt werd, bij mijn diploma-uitreiking’, vertelt de Canadese vrouw van middelbare leeftijd. ‘Door haar kon ik studeren. Zij luisterde toen ik zei dat ik docent wilde worden. Zonder haar had ik nooit gehad wat ik nu heb. Ik heb alles te danken aan haar. Alleen aan haar.’

Toch ontdekte Diana pas enkele jaren geleden dat tante Terry iets voor haar verborg. ‘Ik leefde als het waren in een leugen’, zegt die nu. ‘Ik zei tegen Pat: als Diana weer komt, vertel ik het haar.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Na een gezellig etentje had ik het nog steeds niet verteld. Ik werd steeds zenuwachtiger. Ik wilde haar liefde niet kwijt.’ En toen uiteindelijk, te langen leste, bekende ze kleur: ‘We zijn lesbisch.’

Terry en Pat waren op dat moment al ruim zestig jaar bij elkaar, maar open over hun geaardheid waren ze nooit geweest. Met recht A Secret Love (82 min.) dus. Dat was overigens niet zo vreemd: Terry’s broer Tom, de vader van Diana, zei volgens zijn dochter altijd dat tante eens geneukt zou moeten worden door een grote zwarte neger. Dat zou haar wel op het rechte pad brengen. ‘Dat zei hij heel vaak’, herinnert Diana zich. ‘Nuchter, niet dronken.’

Via Pat Henschel en Terry Donahue, die allebei op hoog niveau honkbal speelden en met hun collega’s de inspiratie vormden voor de speelfilm A League Of Their Own, belicht regisseur (en Diana’s zoon) Chris Bolan de emancipatiestrijd van Amerikaanse homo’s en lesbiennes sinds de Tweede Wereldoorlog en de façade die mensen zoals zij in al die jaren moesten ophouden. Nee, ze waren geen geliefden, hoor. Gewoon beste vrienden, collega’s of – leugentje om bestwil – elkaars nicht.

En nu zijn Terry en Pat hoogbejaard en worden ze gedwongen om na te denken over hoe en waar ze hun laatste jaren willen spenderen. Gaat het bijvoorbeeld nog tot een huwelijk komen? Hoe zit het met de homo-acceptatie in woonvoorzieningen voor ouderen? En zijn ze samen überhaupt nog in staat om hele ingrijpende stappen te zetten?

Het aangrijpende A Secret Love legt op pijnlijk intieme wijze vast hoe de twee vrouwen, ondersteund door en soms in conflict met nicht Diana, de allerlaatste fase inrichten van het leven dat ze voor een groot deel in de kast hebben doorgebracht. Zodat ze elkaar eindelijk openlijk kunnen liefhebben.

Love Child

Zij zou gestenigd worden, hij geëxecuteerd. En dus ontvluchten Leila en Sahand in 2012 op stel en sprong hun geboorteland Iran. Ze vluchten allebei ook uit een ongelukkig huwelijk. Met hún buitenechtelijke kind – al moet dat laatste feit via een DNA-test nog officieel worden aangetoond.

Voor dat Love Child (111 min.) is deze nieuwe werkelijkheid een hard gelag. De kleuter Mani wil de oom, die ook nog zijn vader blijkt te zijn, niet accepteren. Hij zet zich als een bezetene af tegen Sahand, die dit lijdzaam over zich heen moet laten komen. Het is een buitengewoon pijnlijke scène die deze observerende documentaire van Eva Mulvad nog verder op scherp zet.

Want de twee geliefden hebben hun onveilige zekerheid ingeruild voor veilige onzekerheid. Totdat hun asielaanvraag is afgehandeld, kunnen ze in relatieve rust leven in een appartement in Turkije. Wat de toekomst brengt, blijft echter ongewis. Leila en Sahand verversen zowat elke minuut de website van de vluchtelingenorganisatie UNHCR, om te bekijken wat de status van hun aanvraag is.

Mulvad mag daarbij ruim zes jaar ongegeneerd meekijken en is tevens welkom bij therapiesessies, waarin man en vrouw, los van elkaar, hun achtergrond en dilemma’s schetsen. Intussen lopen de spanningen in deze pijnlijk intieme film flink op als uitsluitsel over hun lot uitblijft en de belangen van Leila en Sahand uit elkaar (lijken te) gaan lopen.

Op hun donkerste dagen hebben ze vast wel eens gedacht: steniging of executie, was dat niet véél gemakkelijker geweest? Maar dan is er, gelukkig, nog altijd dat liefdeskind.