Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

Kusama In Holland

Memphis Film / maandag 21 september, om 22.40 uur, op NPO2

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

A Toxic Love Story

Netflix

‘Je zult nooit aan me ontsnappen’, schrijft de onbekende stalker aan Angela Connell, als ze in 2016 vrijwel direct na hun ontmoeting is gaan samenwonen met Ian Diaz en in verwachting is geraakt van een tweeling. De stalker lijkt geen man, maar een vrouw. ‘Jij hebt mijn leven gestolen’, schrijft ‘LilithisTruth’, die zich heeft vernoemd naar Lilith. De eerste vrouw van de Bijbelse figuur Adam wilde zich niet aan hem onderwerpen en moest vervolgens plaats maken voor Eva. Een duivels personage, zogezegd – of, afhankelijk van je gezichtspunt, een krachtige vrouw.

De logische verdachte is Ians ex-vriendin Michelle Hadley. Ze zijn samen nog eigenaar van de flat in Anaheim, vlakbij Los Angeles, die hij met Angela is gaan bewonen. Angela vraagt een contactverbod aan, maar daarmee is de zaak natuurlijk niet af. Want dan zou deze typische ‘stranger than fiction’-docu A Toxic Love Story (90 min.) nooit zijn gemaakt. En die levert: regisseur Alexandra Lacey keert de ‘bizarre driehoeksverhouding in Orange County’ binnenstebuiten en zet haar volgers daarbij regelmatig op het verkeerde been. Totdat de zaak z’n allerlaatste draai krijgt.

Lacey kan daarvoor terugvallen op bodycams van agenten die worden ingeschakeld, hun audio-opnamen en verhoorbeelden. Het is alleen de vraag waarvoor die precies bewijs leveren. Dat blijft toch afhankelijk van interpretatie. Daarom haalt ze ook enkele direct betrokkenen en ooggetuigen voor de camera, om alle verwikkelingen nog eens goed in te kaderen. Die omvatten bijvoorbeeld een gefingeerde ernstige ziekte, nepecho’s en een online-advertentie op Craigslist, voor een man die een verkrachtingsfantasie wil waarmaken. Bij een vrouw die zelf alleen nog van niets weet.

A Toxic Love Story richt zich volledig op zulke intriges, die met behulp van de verplichte ‘plot twists’ en nogal dikke reconstructies slim worden uitgespeeld. Psychologische diepgang ontbreekt verder. Lacey lijkt nauwelijks geïnteresseerd in de beweegredenen van haar ‘bad (wo)man’. Dat begint gaandeweg, terwijl de verhaalwendingen elkaar in rap tempo opvolgen, wel te knagen. Als de afronding zich aftekent, dient ook de waarom?-vraag zich steeds nadrukkelijker aan. Het antwoord blijft alleen flinterdun. Omdat ‘t er, blijkbaar, binnen deze vertelling niet echt toe doet.

Angela, Ian en Michelle zijn in feite niet meer dan poppetjes in een ingenieus ‘sleeping with the enemy’-spel, dat vooral met ons aller ‘mind’ moet fucken.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

Love, Ted Bundy

Oxygen

Hij werkte als vrijwilliger voor een zelfmoordpreventiehulplijn, publiceerde over hoe seksueel geweld kan worden voorkomen en was actief binnen een misdaadcommissie van de Amerikaanse stad Seattle. Edna Cowell Martin vond haar knappe neef Ted een moordkerel. Ze adoreerde hem als een oudere broer. De twee waren samen opgegroeid en belandden daarna allebei op de Seattle University. En toen begonnen er in 1974 in hoog tempo jonge vrouwen te verdwijnen in de staat Washington, meisjes die zomaar vriendinnen hadden kunnen zijn van Edna. De gedachte dat Ted in de buurt woonde gaf haar toch wel enig gevoel van veiligheid.

Bijna een halve eeuw heeft de Amerikaanse vrouw gezwegen over deze neef, de man die tegenwoordig als ‘de popster onder de seriemoordenaars’ te boek staat. In 1986 nam Edna weer contact op met Ted Bundy, die toen al lang en breed in een dodencel zat te wachten op zijn executie. Ze hadden in de voorgaande tien jaar geen contact met elkaar gehad. Zijn nicht had besloten om Ted te schrijven, in de hoop hem informatie over zijn (nog onbekende) slachtoffers te kunnen ontfutselen. De neef, die z’n hele leven dus een complete vreemde voor haar was gebleven, beantwoordde haar brieven. Hij ondertekende die alsof er niets aan de hand was: Love, Ted Bundy (85 min.).

Edna Cowell Martin wil haar briefwisseling met die beruchte neef nog altijd alleen met handschoenen aanraken. Ze heeft haar schroom om over hem te vertellen inmiddels wel laten varen. Ze was bepaald niet de enige die zich door Ted in de luren had laten leggen. Haar latere echtgenoot Don vond het een ‘goeie gast’, vertelt hij aan documentairemaker Christopher Cassel, die hun herinneringen omkleedt met een mixture van archiefmateriaal en erg gelikte reconstructies. De twee kunnen een uniek persoonlijk perspectief toevoegen aan wat er al bekend is over de diabolische killer – al tasten ook zij nog altijd, letterlijk, in het duister over wat er écht in hem omging.

Edna kan zich met terugwerkende kracht nog wel een paar momenten herinneren, waarin zijn ogen letterlijk zwart werden en haar geliefde neef even een totaal andere man leek. Het monster dat zich in eigen kring altijd verscholen had gehouden, zou later diepe schaamte veroorzaken bij alle mensen die hem ooit tot hun familie of vriendenkring hadden gerekend. Anna, het enige kind van Edna en Don, ontdekte zelfs pas later dat haar moeder verwant was aan Ted Bundy, de seriemoordenaar over wie we bijna veertig jaar na zijn dood, getuige ook Edna’s boek Dark Tide en deze degelijke true crime-docu die daarop is gebaseerd, nog altijd niet zijn uitgepraat.

Paul McCartney: Man On The Run

Piece of Magic / vanaf vrijdag 27 februari op Prime Video

Terwijl John en Yoko in 1969 voor het oog van de wereld in een Amsterdams hotelbed zijn gekropen om te pleiten voor vrede op aarde, heeft Paul zich samen met Linda teruggetrokken aan ‘the end of nowhere’. Hij verschanst zich op z’n boerderij op het Schotse platteland. Somber, te veel drinkend. The Beatles zijn uit elkaar! Alleen de wereld weet het nog niet – niet officieel in elk geval.

Want Lennon heeft nooit bekend gemaakt dat hij uit de band is gestapt. McCartney besluit uiteindelijk om niet langer te talmen en gooit de knuppel in het hoenderhok: The Beatles zijn geschiedenis! En dus wordt hij ook verantwoordelijk gehouden voor het einde van de populairste band ter wereld. Het feit dat hij in die tijd een rechtszaak aanspant om zich los te maken van de andere bandleden werkt niet in zijn voordeel.

In Paul McCartney: Man On The Run (115 min.) kijkt de Britse legende, volledig buiten beeld, terug op de jaren waarin hij vervolgens los probeert te komen van zijn verleden en een nieuwe versie van zichzelf hoopt te vinden. Zónder John, maar mét Linda. Zijn echtgenote, de Amerikaanse fotografe Linda Eastman, wordt al snel het gezicht van alles wat er volgens de buitenwacht niet deugt aan de ex-Beatle en zijn nieuwe groep, Wings.

McCartneys vrouw, hun dochters Mary en Stella, zijn broer Michael, John Lennons zoon Sean, de nog levende Wings-leden en bevriende muzikanten zoals Mick Jagger, Nick Lowe en Chrissie Hynde staan hem terzijde in deze documentaire van Morgan Neville (Keith Richards: Under The InfluenceShangri-La en 20 Feet From Stardom), die volledig uit archiefmateriaal bestaat, zowel muziekbeelden als privéfilmpjes en -foto’s.

Die schetsen een intiem beeld van de man die lang een ‘has been’ lijkt, een muzikale held die op z’n dertigste al veel meer verleden dan toekomst heeft. McCartney wil graag ‘one of the guys’ in zomaar een bandje zijn, maar blijft altijd de man achter YesterdayHey Jude en Let It Be. Eenmaal een Beatle betekent nu eenmaal altijd een Beatle. En hij zal zich dus ook moeten verhouden tot zijn voormalige bloedbroeder John Lennon.

Neville maakt dit delicate proces, waarbij zijn protagonist ook definitief een familieman wordt, van binnenuit zichtbaar. Dat gaat, vanzelfsprekend, met vallen en opstaan – en vallen en opstaan. ‘In mijn geval is er nooit iemand die zegt: wat een stom idee, je zou dat niet moeten doen’, constateert McCartney zelf, hoorbaar grinnikend. ‘Ik kan dus ook altijd een ander de schuld geven.’

Monterey Pop

Janus Films

Als filmmaker stond D.A. Pennebaker (1925-2019) in de jaren zestig precies op de plek waar hét gebeurde. Samen met Robert Drew, Richard Leacock en de gebroeders Albert en David Maysles behoorde hij tot de bekendste exponenten van de zogeheten ‘direct cinema’. Met een lichtgewichtcamera op de schouder, voorheen volstrekt onmogelijk geacht, legden zij het leven onopgesmukt vast zoals zich dat voor hun lens aftekende.

Toen in diezelfde tijd ook een nieuwe generatie muzikanten zich meldde, was Pennebaker er als de kippen bij. Hij maakte bijvoorbeeld de klassieke Bob Dylan-documentaire Dont Look Back (1967). Later zou ie ook nog werken met uiteenlopende grootheden zoals John Lennon, David Bowie en Depeche Mode. In 1968 was de Amerikaanse filmer tevens verantwoordelijk voor één van de eerste grote concertfilms: Monterey Pop (79 min.), een verslag van het International Pop Festival. Dat vond in het weekend van 16 tot en met 18 juni 1967 plaats in het Californische stadje Monterey en werd beschouwd als het hoogtepunt van de ‘summer of love’.

Muzikale hoogtepunten te over. De bitterzoete meezinger California Dreamin’ van The Mamas & The Papas bijvoorbeeld. Een florerende Janis Joplin bij Big Brother And The Holding Company. Het lijflied My Generation van The Who, waarbij Pete Townshend zijn gitaar helemaal aan gort mept. De onweerstaanbare soulinjectie van Otis Redding, slechts enkele maanden voor zijn dood bij een tragisch vliegtuigongeluk. En het vuuroffer van Jimi Hendrix die – baas boven baas – zijn instrument in de hens zet en daarna de brokstukken in het publiek gooit. Met een lang uitgesponnen sitar-exercitie van de Indiase virtuoos Ravi Shankar, die z’n gehoor in extase brengt, tot besluit.

Behalve de dampende performances op het podium maakte Pennebaker ook een schouwspel van het observeren van gewone festivalgangers: buiten in een slaapzak pittende hippies, lekker verliefde stelletjes en bezoekers die, al dan niet onder invloed van geestverruimende middelen, helemaal uit hun dak gingen. Als twee jaar later niet de legendarische Woodstock-film was uitgebracht, over ‘three days of peace & music’, dan zou Monterey Pop beslist de geschiedenis zijn ingegaan als de ultieme weerslag van de flower power-jaren, een tijd waarin een nieuwe generatie ervan overtuigd was dat alles beter werd als we maar een beetje liever voor elkaar zouden zijn.

Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem

Ça Tourne Productions

Hij rommelt wat aan in en rond zijn zomerhuis in Caraquet, ontvangt er nieuwe en oude vrienden en probeert vooral in leven te blijven. De befaamde Canadese keramist Léopold Foulem slikt inmiddels zo’n vijftien pillen per dag, om de diabetes in toom te houden en z’n hartproblemen te bezweren. Zijn echtgenoot Richard en zus Marie-Paule fungeren daarbij als zijn linker- en rechterhand. Richard bedient de oven en maakt de foto’s van Léopolds werk. Marie-Paule, opgeleid als verpleegster, verzorgt haar broer en ondersteunt hem in de huishouding.

En nu heeft een dorpsgenoot, Renée Blanchar, het plan opgevat om een portret te maken van de vermaarde kunstenaar. Ze kwam vroeger als klein meisje al in Léopolds cadeaushop Le Royaume Du Cadeau. Voor haar was de winkel, vertelt ze geëmotioneerd aan hem, een eerste venster op wat de wereld verder nog te bieden had. ‘Het was alsof ik Ali Baba’s grot binnenging. Ik zag dingen die ik nog nooit eerder had gezien.’ En achter de toonbank stond een flamboyante jonge man zoals ze die nog niet eerder had gezien. Door hem, weet ze nu, is ze zelf later filmmaker geworden.

Haar film heeft dan allang het karakter aangenomen van een Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem (52 min.). Geen gewone keramist overigens, maar een conceptuele keramist. Hij maakt geen decoraties, maar interpretaties van decoraties. ‘Het lijkt misschien een object’, vertelt Foulem aan galeriehouder John Leroux, die bij hem op bezoek komt. ‘Maar is in feite een abstractie ervan. Het object heeft z’n functie verloren.’ Dit misverstand wordt ook in de hand gewerkt door het materiaal waarmee Foulem werkt, keramiek. Daardoor lijkt het al snel alsof hij simpelweg gebruiksvoorwerpen maakt.

Iemand die beter kijkt, zoals Blanchar met haar camera, ziet echter de ideeënrijkdom, de grotere verhalen en de kleine details over pak ‘m beet religie, macht en seksualiteit. Beelden waarmee hij niet alleen haar raakt. ‘Lieve Léopold’, besluit zij dit kleine en huiselijke portret, als de keramist voor de rest van het jaar naar zijn andere huis in Montréal vertrekt, met een persoonlijke voice-over. ‘Je hebt mijn verbeelding verrijkt. Je voedde mijn eerste intuïtie over het bestaan van een wereld waarin je jezelf kunt uitvinden en kunt creëren op je eigen manier.’

Fase 8: Femicide

Posh Productions / BNNVARA

Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.

Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.

Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.

Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.

Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.

Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.

In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.

Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.

Broken English

Paradiso Films

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.

Love+War

National Geographic / Disney+

Er is vrijwel geen brandhaard die ze niet heeft bezocht. Irak, Libië, Somalië, Soedan en Afghanistan. Het is dus niet meer dan logisch dat de Amerikaanse fotojournaliste Lynsey Addario enkele dagen vóór de Russische aanval al in Oekraïne verblijft, om de gevolgen van een scharnierpunt in de moderne geschiedenis vast te leggen.

Op 7 maart 2022 publiceert ze een foto op de voorpagina van The New York Times die wereldnieuws wordt omdat ie bewijst dat Russische troepen zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden: Addario heeft enkele dodelijke slachtoffers gefotografeerd van een gerichte aanvalsactie op de evacuatie van gewone Oekraïense burgers. Drie dagen later meldt Serhiy Perebyinis zich. Hij heeft zijn vrouw en twee kinderen op de foto ontdekt. ‘De wereld moet weten wat hier gebeurt.’

In de volgende scène, aan het begin van Love+War (95 min.), reist Addario via Polen naar huis in Engeland. Ze heeft haast: haar tienjarige zoon Lukas heeft ‘s avonds een muziekuitvoering. Thuis wordt ze begroet door haar Britse echtgenoot Paul de Bendern, zelf oud-journalist, en is er nog net gelegenheid om even te douchen. En om de enerverende dag af te sluiten mag ze na de uitvoering een verhaaltje voor het slapengaan voorlezen aan haar driejarige zoontje Alfred.

‘Wil je dit blijven doen?’ vroeg een televisie-interviewer al toen haar jongste pas tien weken oud was. Lynsey Addario reageerde quasi-geïrriteerd. ‘Stel je die vraag ook aan mannen?’ Toch is dat ook de centrale vraag van deze gedegen film van Elizabeth Chai Vasarhelyi en Jimmy Chin: hoe houdt een vrouw, met kinderen nota bene, zich staande in de oorlogsjournalistiek, van oudsher echt een mannenberoep? Het eenvoudige antwoord luidt: Paul. Hij houdt de boel thuis bij elkaar.

Zodat zij de wereld in al z’n lelijkheid kan laten zien, in de hoop daarmee impact te maken. ‘Mensen hebben de neiging om verder te gaan’, zegt ze, over de beperkte aandachtspanne van het grote publiek, dat vaak snel door wil naar het volgende verhaal. ‘Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat ze hun aandacht erbij houden.’ Vrouwenrechten hebben daarbij haar speciale aandacht, Afghanistan in het bijzonder. Sinds de terugkeer van de Taliban is de situatie daar weer penibel.

Vasarhelyi en Chin schakelen in deze film voortdurend tussen een regulier carrièreoverzicht van de prijswinnende fotografe Addario en haar pogingen om zowel verslag te doen van de oorlog in Oekraïne als ook recht te doen aan haar gezin. In die balanceeract zit ook de toegevoegde waarde van deze nieuwste toevoeging aan wat inmiddels een genre op zich is: de oorlogsfotografendocu.

Carol Doda: Topless At The Condor

Picturehouse

Op 19 juni 1964 wordt Carol Doda een bescheiden sensatie in San Francisco. Ze is net als altijd op de piano van de Condor Club gaan staan. Die wordt daarna vanaf het plafond naar beneden getakeld, de zaal in. De band van George & Teddy is al begonnen met spelen. Intussen start Carol met dansen. Dat heeft ze al veel vaker gedaan, maar nog nooit in een monokini. Ze is de eerste topless-danseres van het uitgaansdistrict North Beach. Kort daarna zijn er behalve talloze danseressen ook topless-schoenenpoetsers, -mannenkledingzaken en -bands.

Voor Carol Doda wordt het dan wel lastig om zich te onderscheiden. Zeker omdat ze geen indrukwekkende borstpartij heeft, vindt ze zelf. Carol strikt een arts, dokter Vincent Spano, die bereid is om haar te injecteren met siliconen. Zo verzekert zij zichzelf van permanente aandacht en het gezelschap van bekendheden zoals Andy Warhol en Frank Sinatra. Ze zet ook meteen de toon: pinups worden niet langer afgerekend op hun eindeloze benen, maar op de grootte van hun borsten. En ook ‘the summer of love’ staat op het punt van beginnen…

Via archiefinterviews met North Beachs voornaamste attractie en actuele gesprekken met andere insiders uit het topless-circuit van San Francisco tekenen Marlo McKenzie en Jonathan Parker de opkomst van het naaktentertainment op in de aardige documentaire Carol Doda: Topless At The Condor (100 min.). De hoofdpersoon vaart ogenschijnlijk wel bij haar sterrenstatus – al laat zij doorgaans weinig los over zichzelf en bindt ze zich aan niemand. ‘Als een man me uitvraagt’, zegt Doda daarover, lekker rolvast, ‘weet ik nooit of hij geïnteresseerd is in mij of in hen.’

Intussen verliest de business waarbinnen zij werkzaam is langzaam maar zeker z’n charme. De onderlinge concurrentie wordt harder, de klandizie minder en het aanbod platter. Er is steeds meer nodig om op te vallen. Net als haar concullega’s probeert Carol Doda mee te bewegen. Ze weigert in elk geval om te accepteren dat ook rondborstige blondines een houdbaarheidsdatum kunnen hebben – zeker als ze niet volledig door Moeder Natuur zijn geschapen – en blijft zoeken naar hoe ze ‘The Male Gaze’ kan blijven behagen en zichzelf vermarkten.

Waarbij het de vraag is of ze ooit méér kan worden dan ‘Carol on the piano’, de geuzennaam waarmee ze ooit in de Condor Club werd gepresenteerd.

Rebel Royals: An Unlikely Love Story

Netflix

Nee, hij werd niet beschouwd als koninklijk materiaal, dat kunnen we gerust stellen. Voor de Noorse prinses had werkelijk niemand ‘een zwarte, biseksuele sjamaan’ in gedachten gehad. Een man die in de toekomst – God verhoede ‘t! – wellicht zelfs koning zou kunnen worden. Zelfs Durek Verrett zelf niet. Zegt hij. Hooguit zijn aanstaande, de lieftallige prinses Märtha Louise van Noorwegen.

Nu is zij zelf ook niet het archetypische lid van een koninklijke familie, dat haar gezicht altijd in plooi houdt en netjes binnen de lijntjes kleurt. Ze ervaart haar prinsessenleven regelmatig als een keurslijf, is volgens eigen zeggen hoog sensitief en beschikt zowaar over paranormale gaven. Toen ze Sjamaan Durek voor het eerst zag, dacht ze: ik ken je al. Niet vreemd: de twee ontmoetten elkaar al tijdens een vorig leven in Egypte. ‘Het voelde alsof ik naar Harry Potter-land kwam’, constateert ze tevreden. Als Märtha Louise een prins was geweest, zou er vast iemand op samenzweerderige toon hebben gefluisterd: midlifecrisis. Ze heeft nochtans drie dochters om op te voeden. En die zijn eveneens met bijzondere gaven behept: Maud is een getalenteerde kunstenares, Leah een bekend model en influencer en Emma een uitstekende amazone.

En nu moet dat ‘marriage made in another dimension’, waarop iedereen wel wat heeft aan te merken, nog worden voltrokken. In het Noorse dorp Geiranger, de eerste plek waar de Vikingen ooit landden. Net Lord Of The Rings. Dan staat er nog maar één belangrijke vraag open: moet hij, de sjamaan van Hollywoods sterren en onversaagde Gwyneth Paltrow-fluisteraar, zijn vrouw straks in het openbaar ‘majesteit’ of ‘uwe koninklijke hoogheid’ noemen? En net als Rebel Royals: An Unlikely Love Story (101 min.), nog eens aangezet door een lichte, soms bijna ludieke Bachachtige soundtrack, wel erg gemakkelijk tussen suikerzoet,  aalglad en (onbedoeld) komisch lijkt door te glibberen, vindt documentairemaakster Rebecca Chaiklin (Tiger King) zowaar ook nog wat drama in het familieleven en de gezondheid van het onwaarschijnlijke koppel.

En dan weer door, voorwaarts mars, naar de voorbereidingen op dat Disney-huwelijk. Daarbij houden de lafhartige aanvallen van de Noorse pers op de vreemde snoeshaan, die sinds een bijna-doodervaring geesten ziet en ook nog eens met hen kan communiceren, natuurlijk onverminderd aan. Zoals ook Janteloven, de wet van Jante die in Noorwegen door Jan en alleman wordt gepredikt, met voeten wordt getreden door het koninklijk paar in spe. Doe vooral niet te gewoon, lijken Märtha en Durek tegen zichzelf te zeggen, je doet niet snel gek genoeg. Zo werkt dit 21e eeuwse sprookje toe naar een groots opgezette, overigens met privaat geld gefinancierde, droombruiloft. Waarna er natuurlijk maar één einde kan komen: en ze leefden nog….

From Roger Moore With Love

BBC

De kritieken zijn niet mals: ‘Mr. Moore overtuigt niet’, ‘seksistische snob’, ‘eendimensionale vertolking’. De Britse acteur Roger Moore (1927-2017) heeft in 1973 grote schoenen te vullen als hij wordt geselecteerd als de nieuwe James Bond. Hij moet Sean Connery doen vergeten. Tijdens de opnames voor Live And Let Die raakt hij direct betrokken bij een speedbootongeluk, dat gelukkig goed afloopt. En hoewel de recensenten bepaald niet overtuigd zijn, wordt de film wel een commercieel succes.

Moore is subiet een graag geziene gast in het talkshowcircuit, waar hij met zijn gesoigneerde uiterlijk, charme en ‘tongue in cheek’-humor de ideale Roger Moore kan zijn. Roger Moore, het personage. Niet: Roger Moore, het omhoog gevallen jongetje uit de Londense arbeiderswijk Stockwell, die zichzelf uitstekende manieren en een bekakt accent heeft aangeleerd. ‘Roger Moore’ is volgens eigen zeggen zijn grootste creatie. Niet Ivanhoe, niet Simon Templar (ofwel: The Saint). En zelfs niet James Bond.

Met z’n dochter Deborah en zoons Geoffrey en Christian Moore en bekende vrinden zoals Joan Collins, Christopher Walken en Dick Cavett, alsmede de Bond-girls Jane Seymour en Gloria Hendry, regisseur John Glen en zijn opvolger als 007, Pierce Brosnan, wandelt Moore zelf met z’n kenmerkende timbre, timing en zelfspot door zijn eigen leven en loopbaan. Althans: de woorden zijn van hem, afkomstig uit zijn memoires. De stem is van acteur/komiek Steve Coogan, die hier eveneens zijn beste ‘Roger Moore’ doet.

Regisseur Jack Cocker heeft From Roger Moore With Love (78 min.) verder volgestort met filmfragmenten, televisie-interviews met de charmeur zelf én niet eerder vertoonde privé-opnamen en beelden uit ‘s mans persoonlijke archief. Met zijn eigen videocamera filmde de acteur het luxe leven dat hij zelf inmiddels leefde, te midden van andere beroemdheden. Met zijn derde vrouw Luisa, met wie hij uiteindelijk dertig jaar samen zou zijn. Totdat hij weer een nieuwe levensfase in wilde, met een nieuwe vrouw, Kristina.

Dat is een terugkerend element in dit portret: Roger Moore was niet alleen op het scherm als Saint, Persuader of Bond een rokkenjager, ook in het echte leven bleek hij niet altijd ‘every inch a gentlemen’. Moore/Coogan redt er zich echter altijd wel weer uit, met even schmieren of een kwinkslag. En dat is ook meteen een beetje de makke van dit soepele portret: Roger Moore blijft wel heel erg ‘in character’. De man kan comfortabel achter het personage blijven schuilen – al is dat misschien ook wel weer treffend.

Crazy Love

Magnolia Pictures

Het was nu niet direct liefde op het eerste gezien toen Linda Riss in september 1957 Burton Pugach ontmoette. Ze hield de boot af toen hij haar, een lookalike van Elizabeth Taylor, overlaadde met rozen. Enkele dagen later ging Linda, die eruit zag als een flirt maar volgens vriendinnen in werkelijkheid heel braaf was, toch overstag. Voor een ritje in zijn… vliegtuig.

Samen met vrienden, collega’s, journalisten en deskundigen vertellen de twee tortelduifjes vijftig jaar later het brisante verhaal van hun Crazy Love (91 min.). Hij, de man die het breed kon laten hangen, was stapelverliefd op haar. En zij was op haar beurt best onder de indruk van de playboy, die graag liet zien dat hij een man van de wereld was. Burt was alleen wel getrouwd. En zij wilde pas seks als ze zelf getrouwd waren.

Toen het daarna helemaal misging tussen Linda en Burt, kreeg hij volgens eigen zeggen ‘primitieve gedachten’. In de trant van: als ík haar niet kan hebben… De onverbeterlijke charmeur nam z’n toevlucht tot een wanhoopsdaad, die de loop van hun levens voorgoed zou veranderen – en waardoor ze meteen het favoriete stel werden van de roddelpers, die in chocoladeletters uitpakte over hoe liefde letterlijk blind kan maken.

Met fraaie zwart-wit foto’s, ronkende krantenkoppen en een nostalgische soundtrack tekenden Dan Klores en Fisher Stevens in 2007 deze onnavolgbare liefdesgeschiedenis op. Over twee mensen die blijkbaar tot elkaar veroordeeld waren. Haar gedrag en keuzes bleven voor menigeen volstrekt onbegrijpelijk, terwijl het tegelijkertijd heel begrijpelijk was dat hij in de tabloids werd uitgeroepen tot ‘America’s most horrible husband’

En dan hadden zelfs die waarschijnlijk niet kunnen voorzien dat ook deze oude vos wel z’n haren zou verliezen, maar niet z’n streken. Evangeline Borja, 27 jaar jonger, kon ervan getuigen. In 1996, bijna veertig jaar later, zou ook zij de donkere kant van Burton Pugach leren kennen. ‘Ik mag Burt echt heel graag’, zegt zijn vriend Bob Janoff daarover. Waarna hij er lachend aan toevoegt: ‘Echt waar! Ze zeggen dat zelfs Hitler vrienden had.’

Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Of Pugach een soort slachtoffer van zijn eigen obsessies was of toch ‘gewoon’ een psychopaat, valt op basis van deze bedrieglijk nostalgische film nauwelijks te zeggen. Hij oogt als een goedmoedige oude baas, met een vrouw die hém het leven zuur maakt. Zoals schijn nu eenmaal kan bedriegen. Ook bij deze Crazy Love, die vast niemand echt gelukkig heeft gemaakt.

Becoming Led Zeppelin

Piece Of Magic

Na bijna veertig minuten is het eindelijk zover: de vier mannen die eind jaren zestig onder de noemer Led Zeppelin een wereldberoemde rockband zullen gaan vormen, zijn voor het eerst samen in een oefenruimte beland.

De Britse stergitarist Jimmy Page, die z’n sporen heeft verdiend als studiomuzikant en al in The Yardbirds zat, is wel toe aan een eigen band. Sessiemuzikant en arrangeur John Paul Jones wil ‘t wel eens op bas proberen in die groep. En zanger Robert Plant, platzak en dakloos, kan inmiddels wel een project met enige potentie gebruiken. Alleen drummer John Bonham moet worden overgehaald. Die verdient toch al gauw veertig pond per week bij de begeleidingsband van de Amerikaanse zanger Tim Rose en moet dus nodig met zijn vrouw Pat overleggen.

‘Toen we uiteindelijk stopten, was ik ervan overtuigd dat iedereen wist dat onze levens voorgoed zouden veranderen’, herinnert Jimmy Page zich die eerste repetitie. Niet veel later staat ook Becoming Led Zeppelin (122 min.) in vuur en vlam, als dat viertal voor het eerst optreedt. Dat heeft de film van Bernard MacMahon ook wel nodig. Het eerste half uur van deze rockdoc is tamelijk routineus. Met archiefmateriaal, gecombineerd met zitinterviews met de drie nog levende bandleden en een geluidsopname van een gesprek met John Bonham (1948-1980), dat hier voor het eerst is te horen.

MacMahon ruimt vervolgens opmerkelijk veel tijd in voor Led Zeppelins opwindende live-performances, die dik een halve eeuw na dato nog niets aan kracht hebben ingeboet, en verbindt die via nieuwsbeelden weer met de gebeurtenissen van die tijd. Tussendoor blikken de drie bandleden en hun overleden maatje – andere sprekers kent deze docu niet – los van elkaar terug op de formatieve jaren van hun geesteskind. Zo nu en dan kijken Jimmy, Robert en John Paul ook naar een concertfragment van hun band of luisteren wat wijlen Bonham in dat overgeleverde interview had te melden.

En dan, na ruim twee uur speelduur, zijn de baanbrekende albums Led Zeppelin I en II, allebei uitgebracht in 1969, aan de wereld toevertrouwd, heeft de signatuursong Whole Lotta Love het levenslicht gezien en mag de band voor het eerst aantreden in de Londense Royal Albert Hall. Led Zeppelins beginperiode zit er dan op, evenals deze film – die dus ruimte laat voor mogelijke vervolgfilms (Being Led Zeppelin? Leaving Led Zeppelin?). De Led Zep-liefhebber zal geen buil vallen aan deze klassieke bandjesfilm, maar of de Britse rockgroep er ook nieuwe fans aan zal overhouden?

Daarvoor blijft Becoming Led Zeppelin toch te veel een ‘en toen en toen en toen’-docu, die bovendien wel erg netjes binnen de lijntjes kleurt.

The Beat Behind Golden Earring

NTR

‘We nemen ons niet echt voor om een afscheidsconcert of -tour te doen’, zegt bassist Rinus Gerritsen bij aanvang van The Beat Behind Golden Earring (53 min.) uit 2015. ‘Dat laten we aan anderen over, denk ik. Als ’t gebeurt, dan zullen ze achteraf denken: hee, ze spelen niet meer. Er zal wel iets gebeurd zijn.’ Drummer Cesar Zuiderwijk, de andere helft van de ritmesectie van de Haagse rockband, kan er wel om lachen.

En inderdaad: zo zal het gaan. Golden Earring geeft in november 2019 ongemerkt z’n allerlaatste concert. Omdat gitarist George Kooymans de slopende ziekte ALS blijkt te hebben, moet de band de handdoek in de ring gooien. Anderen – fans en liefhebbers – geven op 30 september 2024 vervolgens een afscheidsoptreden in Rotterdam Ahoy, een happening die is vereeuwigd in de hartveroverende registratie De Earring & Ik.

En daarmee lijkt het jongensboek van de Nederlandse rockgroep, die doorbrak in Amerika en tenminste één onvervalste klassieker (Radar Love) afleverde, definitief dicht te gaan. Totdat zanger Barry Hay begin 2025 aankondigt dat er toch nog een officieel afscheidsconcert komt: One Last Night, in januari 2026. Het wordt een serie concerten, natuurlijk, met Barry, Rinus, Cesar en hopelijk George – en allerlei muzikale gasten.

Een slordige tien jaar geleden konden Rinus Gerritsen en Cesar – echte naam: Cor – Gerritsen nog niet bevroeden dat het zo zou lopen met hun bandje. Voor deze tv-docu van Marcel de Vré nemen ze samen plaats aan een tafel en kletsen een eind weg over hun band, instrument en muziek. Muzikanten op leeftijd die zomaar hadden kunnen uitgroeien tot een Haagse variant op Waldorf & Statler, de twee mopperende Muppets.

In plaats daarvan zitten er twee eeuwige jongens naast elkaar, dollend en lachend. Absolute liefhebbers. De Amerikaanse meesterdrummer Terry Bozzio (Frank Zappa) is vol lof over zijn Nederlandse vakbroeder. Samen zijn Cesar en ‘Rainus’ net een trein, stelt John Waite (The Baby’s). De Britse zanger is duidelijk fan van de Earring, die zich dan, ter gelegenheid van z’n vijftigjarige bestaan, opmaakt voor een jubileumconcert.

Hun oprechte enthousiasme sluit uitstekend aan bij het ongecompliceerde karakter van Golden Earrings ritmetandem en deze film daarover van Marcel de Vré, die in 2021 ook het tweeluik That Day; Afscheid Van Golden Earring afleverde. Alleen de poëtische intermezzo’s van schrijver/columnist Thomas Verbogt blijven een Fremdkörper in deze vrolijke viering van het bandjesleven.

Rinus Gerritsen zou trouwens ook nog één van de hoofdrollen claimen in Tot De Laatste Snik?!, Marcel Goedharts groepsportret van enkele oudere wordende artiesten, zoals Angela Groothuizen, Loïs Lane en wijlen Jan Rot.

The Beat Behind Golden Earring is hier te bekijken.

Witches

MUBI

Enkele eeuwen geleden zou ze wellicht op de brandstapel zijn beland – in plaats van in een kliniek voor vrouwen die net een kind hebben gekregen.

Na de geboorte van haar zoon, nu drie jaar geleden, raakte Elizabeth Sankey verstrikt in zichzelf. Een stem in haar hoofd vertelde de Britse filmmaakster dat de wereld beter af zou zijn zonder haar. Ze wilde al snel niet meer leven en was bang dat ze haar eigen kind iets zou aandoen. Deze wirwar van inktzwarte gevoelens ging duidelijk verder dan de ‘baby blues’ waarin sommige moeders belanden. Sankey was terechtgekomen in een postpartum psychose. Binnen een maand na de geboorte moest ze worden opgenomen.

In een andere tijd en wereld, betoogt Sankey in het bekroonde video-essay Witches (90 min.), zou ze wellicht zijn beschouwd als een heks. Want zo ontdeden gemeenschappen zich soms van eigenzinnige, kritische én instabiele vrouwen. Die werden tot ‘outcast’ verklaard en uit hun natuurlijke omgeving verwijderd. Dan hoefden anderen ook niet in te gaan op wat ze zeiden of hun klachten serieus te nemen. De geschiedenis kent talloze voorbeelden van zulke ‘heksen’ die worden verstoten – of definitief uitgeschakeld.

Elizabeth Sankey verbindt haar eigen verhaal en dat van enkele lotgenoten met die beladen geschiedenis. Ook in beeld: met talloze fragmenten uit speelfilms, die op een virtuoze manier worden verknoopt met haar persoonlijke relaas – al is die connectie eerder associatief dan letterlijk en soms ook enigszins gekunsteld. Ze wil duidelijk iets kwijt over hoe we naar vrouwen in het algemeen kijken en hoe zij worden opgezadeld met predicaten als maagd, hoer, meisje, moeder en (goede en slechte) heks.

Sankey doet haar verhaal vanuit een klassiek decor, midden in beeld zittend en recht in de camera kijkend. Alsof ze zich rechtstreeks tot de kijker wil richten, in de overtuiging dat die nodig van de ernst van de situatie moet worden doordrongen. Én zodat zij niet kan worden weggezet als de zoveelste hysterica, die het leven nu eenmaal niet aankan. Zo’n houding is namelijk niet zonder gevaar: zelfdoding is één van de belangrijkste doodsoorzaken bij zwangere vrouwen en vrouwen die net een kind hebben gekregen.

Dave Emson, de enige man in deze indringende film, blijft daarvoor waarschuwen. Zijn vrouw Daksha worstelde al langer met haar psychische gezondheid, maar stopte met haar medicatie toen ze zwanger werd van hun dochter Freya. In stilte, bang om te worden gezien als een slechte moeder en haar kinderen kwijt te raken, worstelde Daksha met een postpartum psychose. Met dramatische gevolgen. ‘Ik kan niet toestaan’, stelt Dave, ‘dat mijn meiden, en andere moeders en baby’s, tevergeefs sterven.’

Met voorbeelden van andere moeders die uit het dal wisten te klimmen en hulp van de supportgroep Motherly Love, waarin vrouwen met elkaar praten over de schaduwkanten van het moederschap, vond Elizabeth Sankey de weg terug naar zichzelf en haar kind. De groep heeft mijn leven gered, zegt ze vanachter de camera tegen oprichtster (en ervaringsdeskundige) Milli Richards. Allebei ervoeren ze hoe heilzaam de stilte verbreken en delen – en de angst, schaamte en schuldgevoelens achterlaten – kan zijn.

Witches brengt die boodschap glashelder, en toch op een volstrekt originele en eigenzinnige manier, over het voetlicht: hoe belangrijk ’t is dat moeders in nood serieus worden genomen en professionele zorg krijgen. Ook, of juist, omdat ’t zo’n beangstigende gedachte is dat zij, de vrouwen die doorgaans de veiligste plek op aarde vormen, hun kind iets zouden kunnen aandoen.

Meru

Music Box Films

Samen met zijn partner Elizabeth Chai Vasarhelyi heeft Jimmy Chin zowat een eigen specialisme ontwikkeld: de avonturendocu.

Het Amerikaanse duo heeft inmiddels een aantal spectaculaire titels op z’n naam staan, zoals de Oscar-winnaar Free Solo (een portret van soloklimmer Alex Honnold, die zonder zekering ijzingwekkende bergwanden beklimt), The Rescue (over de grootscheepse operatie om een Thais jeugdvoetbalteam, dat vast is komen te zitten in een ondergelopen grot, te redden) en Endurance (een expeditie naar de zuidpool, waar het legendarische scheepswrak van Ernest Shackleton sinds 1915 op de zeebodem ligt).

Het begon evenwel met klimmen. Meru (85 min.) was in 2015 de eerste grote film van het Amerikaanse echtpaar. Jimmy fungeert niet alleen als regisseur (en cameraman) voor deze documentaire, maar neemt ook één van de hoofdrollen voor zijn rekening. Samen met zijn mentor Conrad Anker en een nieuwe veelbelovende klimmer/cameraman die hij nog niet zo goed kent, Renan Ozturk, heeft Chin zich voorgenomen om ‘Shark’s Fin’, de top van de Himalaya-berg Meru in India, te bereiken.

En zoals dat gaat in dit soort klimfilms, moeten ze een aantal fikse obstakels nemen en staat het bereiken van de bergtop op voorhand bepaald niet vast. Dat is een understatement: het is tot dan nog niemand gelukt om de ‘haaienvin’ te bedwingen. Eerdere pogingen van de oude rot Anker zijn bijvoorbeeld voortijdig gestrand. De drie beginnen in 2008 niettemin monter aan hun poging. Ditmaal… En dan begint het te stormen, hebben ze te weinig voedsel en blijkt een ongeluk in een klein hoekje te zitten.

Oud-klimmer Jon Krakauer, auteur van de klimbestseller Into Thin Air (en overigens ook van de klassieker Into The Wild), plaatst de verrichtingen van de drie klimmers in hun (historische) context. Ieder van hen blijkt zijn eigen motivatie te hebben om de top te bereiken. Conrad Anker ziet zijn poging bijvoorbeeld als een eerbetoon aan zijn eigen mentor Mugs. Voordat die om het leven kwam bij een ongeluk deed hij twee vergeefse pogingen om Meru te bedwingen. Anker kan dat nu postuum rechtzetten voor hem.

Chin en Chai Vasarhelyi diepen daarnaast ook ’s mans persoonlijke geschiedenis op. Nadat zijn klimvriend Alex Lowe om het leven kwam, ontfermde Anker zich over diens vrouw en kinderen (een onderwerp waarover Lowes zoon Max in 2022 de persoonlijke film Torn maakte). Ook Renan Ozturk heeft heel wat te bewijzen op de Shark’s Fin. En Jimmy Chin probeert daar een existentiële crisis te bezweren. Gedrieën hebben ze dus zoveel te winnen dat het risico om alles te verliezen geen onoverkomelijk bezwaar vormt.

Na Meru zullen dus nog vele avonturen volgen – en films daarover.