Billy & Molly: An Otter Love

National Geographic

Samen met zijn vrouw Susan en hun bordercollie Jade is Billy Mail teruggekeerd naar zijn geboortegrond op de Shetlandeilanden. In een huis nabij de zee, ten noordoosten van Schotland, gaan ze gelukkig worden. Dat wil alleen niet echt lukken. Billy ervaart een leegte in z’n leven. ‘Als je alles hebt wat je wilt, kun je jezelf ervan overtuigen dat dit ook alles is wat je nodig hebt’, stelt Susan, in één van de bespiegelende voice-overs waarmee ze, samen met haar echtgenoot, zijn verhaal aanstuurt. ‘Je vertelt jezelf dan dat je gelukkig bent. Ik denk dat wij ons daar allebei schuldig aan hebben gemaakt.’

En dan, op een doodnormale lentedag, dient Billy’s redder zich aan. Het is een graatmagere jonge otter die zich vol probeert te vreten aan een krab. Ook dat wil niet echt lukken. ‘Otters zijn normaal gesproken heel verlegen’, herinnert Billy zich het moment, dat hij ook meteen maar heeft gefilmd. ‘Dat zij zo relaxed was in mijn aanwezigheid betekende waarschijnlijk dat ze wanhopig was.’ Billy heeft geen idee waar het dier vandaan komt, maar weet wel dat er in de omgeving een dode moederotter is aangetroffen. Hij legt wat te eten klaar voor de genode gast. En Molly, de naam die hij haar geeft, laat zich zijn zorg graag aanleunen. Ze blijft steeds bij hem terugkeren. 

Zoals dat gaat in dit soort films worden de twee onafscheidelijk en kan Billy elementaire levenslessen leren van Molly. Zoals dat eerder gebeurde bij een onweerstaanbare octopus (My Octopus Friend), de potvis Dolores (Patrick And The Whale) en een opgroeiende ocelot (Wildcat). In dat opzicht is Billy & Molly: An Otter Love Story (77 min.) een klassiek verhaal, een sprookje bijna, over hoe een dier, gewoon door te zijn wat ‘t is en te doen wat ‘t nu eenmaal doet, diepere waarheden over het leven onthult. Ook over loslaten. Want daar draait ’t toch altijd weer op uit: het dier eerst volledig omarmen, je eraan vastklampen zelfs, en ‘t daarna toch, onbaatzuchtig, de vrijheid geven.

Voor het zover is, moet Molly echt nog meer vet op de botten krijgen. Als Billy de otter onder z’n hoede neemt, is ze zeker niet klaar voor de winter. Daarin kan hij dan weer een rol spelen. Zo’n vertelling over de symbiotische relatie tussen mens en dier pakt al snel nét iets te glad en zoet uit. En nuchter bekeken is deze film van Charlie Hamilton James ook best glad en zoet. Het verhaal van Billy en Molly’s vriendschap wordt alleen wel zéér effectief verteld en is een lust voor het oog, met fraaie scènes van de interactie tussen man en otter, prachtige beelden van het dier in de natuur en weldadige (drone)shots van de idyllische leefomgeving van het echtpaar Mail en hun hond.

De natuurfotograaf en filmer houdt tevens oog voor de symboliek van alle gebeurtenissen, zoals een beginnende winter, de woeste zee en het verbranden van alles wat achter je ligt tijdens de zogenaamde Up Helly Aa Posession. Daarmee stuurt Hamilton James z’n documentaire naar het moment waarop zijn hoofdpersonen hun lotsbestemming vinden – en ook Billy’s leegte wordt gevuld. Of de werkelijkheid daarbij soms een handje is geholpen? Ongetwijfeld. De vertelstem, afwisselend van Billy en Susan, en stevig aangezette soundtrack nemen de vertelling heel nadrukkelijk bij de hand. Maar Billy & Molly: An Otter Love kan ’t beslist hebben.

Want dit is zo’n film die je in je hart sluit. Die je wílt geloven.

Jailbreak: Love On The Run

Netflix

Afgaande op de verhalen van vrienden en collega’s is Vicky White een plichtsgetrouwe, lievige vrouw. In de Florence Lauderdale County Gevangenis maakt ze als adjunct-directeur al zeventien jaar lange werkweken. De 56-jarige alleenstaande blondine staat er goed bekend. Gedetineerden waarderen haar begrip en betrokkenheid.

En dan, in augustus 2020, wordt Casey Cole White overgebracht naar de gevangenis in Alabama. De boomlange kerel staat te boek als uiterst gewelddadig. Hij heeft al 75 jaar cel aan z’n broek gekregen en moet in Florence nog worden berecht voor een geweldsmisdrijf. Een gevaarlijke man. Een rasmanipulator die z’n charme aanwendt om te krijgen wat hij wil, zo is het beeld, en zonodig ook bereid is om zijn toevlucht te nemen tot bruut geweld.

De titel van deze true crime-docu verraadt wat er dan gebeurt: Jailbreak: Love On The Run (88 min.). Op vrijdag 29 april 2022, een dag waarop de gevangenis toevallig minder bemenst is, nemen de twee de benen. Ze blijken al ruim anderhalf jaar in het geniep een relatie te hebben. Tussen november 2020 en februari 2022, ontdekken haar collega’s, heeft Vicky vanuit een onbekend telefoonnummer zeker duizend keer met haar geheime minnaar gebeld.

Tussen alle liefdesverklaringen, telefoonseks en stiekeme plannenmakerij door geeft Casey haar een nauwelijks verholen waarschuwing. ‘Geef niemand anders aandacht waar ik bij ben’, zegt hij achteloos tegen Vicky. ‘Zolang je dat niet doet, kan ik verder alles vergeven.’ Dat kan natuurlijk nooit goed aflopen. En dat doet ‘t dus ook niet. De twee tortelduifjes zijn op weg naar een dramatische ontknoping, die er toch nét weer anders uitziet dan verwacht.

En hun relatie is nog wel zo romantisch begonnen. Als Vicky langs Caseys cel loopt, roept die haar toe: ‘You’ve got a nice ass.’ En zij roept hem daarna niet tot de orde, maar voelt zich gevleid. Hun romance bloeit vervolgens op via (opgenomen) telefoongesprekken en voor de (beveiligings)camera, intieme opnames die het hart vormen van deze ‘op de vlucht’-docu. Alsof privacy er niet meer toe doet als je eenmaal de wet hebt overtreden.

Daar, in de krochten van die ingewikkelde relatie, zit ook de crux van Jailbreak, meer dan in het kat- en muisspel met de politie dat gaandeweg ontstaat.

All Inclusive Love

BNNVARA

‘Lief dagboek, ik vond het hotel eerst vreselijk’, leest Manon van Eijk voor uit wat ze als meisje neerpende tijdens die vakantie op een all inclusive resort in het buitenland. ‘Nou, ik zat er he-le-maal naast. Ik heb het reuze naar mijn zin. En het animatieteam is geweldig. Ze zijn echt zooo knap.’

Één van die jongens, de leider van het team, zag ‘t ook wel in haar zitten. Ze hadden een kortstondige zomerliefde. Seks. Manon dacht er de eerste jaren met plezier aan terug. En toen begon ‘t toch te knagen. Hij was 25, zei hij – al waren haar ouders ervan overtuigd dat hij 28 was.

Als Manon nu naar foto’s uit die tijd kijkt, schat ze hem echter in op 35, een jaar of twintig ouder dan zij zelf was. Een vijftienjarig meisje. Een kind nog, als was in zijn handen. Ze wordt tegenwoordig overmand door een wirwar van schaamte, walging, schuldgevoel en woede als ze eraan terugdenkt.

Vijftien jaar na dato besluit Manon om terug te gaan naar dat bewuste hotel, om haar eigen gevoelens over die All Inclusive Love (46 min.) nader te onderzoeken. Ze wil de ervaring ook delen met haar ouders. Die waren er toentertijd bij, maar weten nog altijd helemaal van niets.

Hun dochter herinnert zich ‘het goeie leven’ dat zo’n resort biedt: het aquagymmen, liggen aan het zwembad en dansen in de disco. Er hangt alleen grauwsluier overheen. Van een jong en naïef meisje dat misbruik van zich heeft laten maken. Grooming, noemen ze dat tegenwoordig.

Regisseur Kim Smeekes sluit aan bij de jonge vrouw, die haar verdriet en boosheid nog even koelt op een boksbal, en volgt haar naar zo’n typisch all inclusive-hotel, waar hele volksstammen genieten van het luxueuze zwembad, grootschalige entertainment en overvloedige eten en drinken.

Zoals dat dan gaat in dit soort films maakt haar hoofdpersoon daar een ontwikkeling door: de gevoelens die ze al zo lang heeft over wat er toen, vijftien jaar geleden op een achterafplek, met haar is gebeurd – wat ze heeft láten gebeuren – maken ruimte voor nog andere realisaties en emoties.

Manon van Eijk was en is natuurlijk niet de enige. Smeekes laat kort ook nog enkele andere meisjes met soortgelijke ervaringen aan het woord. Ook zij hebben zichzelf naderhand verwijten gemaakt over wat ooit een gewone zomerliefde leek en die ervaring later een plek moeten geven.

En dan rest er in deze vlotte docu, op maat gesneden voor een jonge doelgroep, nog maar één vraag: lukt ’t Manon om haar toenmalige animator op te sporen? En oh ja, als dat toevallig lukt, nóg één: zou hij nog weten wie ze is?

Trailer All Inclusive Love

The Beach Boys

Disney+

Terwijl de rest van The Beach Boys (113 min.) halverwege de jaren zestig de wereld rondreizen met hun zonnige popsongs, laat songschrijver, arrangeur en producer Brian Wilson, die ’t niet langer kan opbrengen om te toeren, de eenvoudige surfliedjes waarmee ze zijn doorgebroken definitief achter zich. Uitgedaagd door hun grote Britse rivaal The Beatles stijgt hij in de studio, in de rug gedekt door de gerenommeerde muzikanten van The Wrecking Crew, tot imposante hoogte. Met als resultaat het album Pet Sounds (1966) dat, hoewel niet direct een commercieel succes, inmiddels alom wordt beschouwd als een meesterwerk – en Wilson als een genie.

‘Het probleem was dat Brian werd onthaald als een genie, maar dat de rest van de band eigenlijk nauwelijks waardering kreeg’, stelt zanger Mike Love in deze gezaghebbende documentaire van Frank Marshall en Thom Zimny. ‘Dan was het misschien ook wat gemakkelijker geweest voor Brian om met dat predicaat om te gaan.’ Want het genie achter de schermen legt een enorme druk op zichzelf, worstelt met zijn dominante vader Murray en voelt dat hij niet altijd de onvoorwaardelijke steun heeft van zijn groepsgenoten. Gaandeweg raakt hij verstrikt in de kronkels van zijn eigen geest. Totdat het genie eigenlijk alleen nog maar in bed wil liggen.

Wilsons persoonlijke tocht over hoge toppen en door diepe dalen is onlangs al, met zijn eigen medewerking, gedocumenteerd in Brian Wilson: Long Promised Road (2021). Deze nieuwe film concentreert zich meer op de hoogtijdagen van zijn groep, met hem en de nog levende andere leden Mike Love, Al Jardine, David Marks en Bruce Johnston. Brians overleden broers Wilson, Dennis (1944-1983) en Carl (1946-1988), zijn aanwezig via archiefinterviews. Hun verhalen worden aangevuld door Brian Wilsons eerste vrouw Marilyn, producer Don Was en collega’s/fans zoals Janelle Monáe, Lindsey Buckingham (Fleetwood Mac) en Ryan Tedder (OneRepublic).

Dit levert geen nieuwe inzichten op over de tot Beach Boys gedoopte muzieknerds, die bij de eerste de beste golf al van hun surfboard donderden. Deze documentaire schetst echter wel een compleet en afgewogen beeld van hun gloriejaren en is natuurlijk volgestort met prachtig beeld- en geluidsmateriaal. De harmonieën van de drie Wilsons, hun neef Mike en de vrienden Al, David en Bruce zijn bijvoorbeeld nog altijd onovertroffen en een zegen en inspiratiebron voor iedereen met een pophart – of het verlangen om ook stiekem een ‘surf dude’ te zijn.

Ashley Madison: Sex, Lies & Scandal

Netflix

‘Life is short’, houdt de datingsite Ashley Madison potentiële klanten voor. ‘Have an affair.’ Al snel pronkt de site voor getrouwde mensen die wel eens een avontuurtje willen met niet minder dan 37 miljoen subscribers. CEO Noel Biderman manifesteert zich intussen nadrukkelijk in de media. ‘De perfecte affaire is niet alleen iemand ontmoeten, maar er ook nog mee wegkomen’, zegt hij, soms ook met zijn eigen vrouw Amanda aan z’n zijde. ‘Een affaire op je werk, onze grootste concurrent, wordt ontdekt.’

Het verdienmodel van Ashley Simpson is eenvoudig volgens voormalig vice president of sales, de guitige Evan Back: pay to play: klanten kopen credits om berichten te kunnen versturen aan potentiële ‘sex interests’. Het is dus zaak om ze, op alle mogelijke manieren, te stimuleren om zoveel mogelijk credits te blijven kopen. Zodat de kassa blijft rinkelen. En dan staat er ineens een melding in het interne systeem: ‘Wij zijn het Impact Team. We hebben alle systemen in uw kantoor- en productieomgeving overgenomen. Ashley Madison moet meteen en voorgoed stoppen.’ Kortom: de boel is gehackt. Met één druk op de knop kan gevoelige informatie van miljoenen vreemdgangers – persoonlijke gegevens, creditcardinformatie én seksuele fantasieën – op straat belanden. Hoeveel huwelijken gaan er dan omvallen?

Dat smeuïge verhaal is al eens eerder verteld, bijvoorbeeld in de erg gelikte miniserie The Ashley Madison Affair, maar wordt door Toby Paton in deze driedelige serie nog eens grondig en smakelijk opgediend. Hij kan daarvoor een beroep doen op enkele medewerkers van het bedrijf, waarbij de flamboyante Back, die volgens eigen zeggen ook al bijna 25 jaar een monogame relatie heeft, als centrale figuur is gepositioneerd. Daarnaast heeft Paton ook enkele stellen gestrikt die tot de klantenkring van Ashley Madison behoren. Soms zonder dat ze het weten of willen, maar zo nu en dan ook met instemming van de ander. In de regel – en daar zit natuurlijk ook het verdienmodel – faciliteert de datingsite echter buitenechtelijke escapades die het daglicht niet kunnen verdragen. En is er dus ook een bedrogen partner…

Men neme in Ashley Madison: Sex, Lies & Scandal (155 min.) bijvoorbeeld Sam en Nia, twee Amerikaanse ‘gezinsvloggers’ die samen met hun kinderen regelmatig een inkijkje geven in ‘hoe je kunt leven voor de Heer’. Als ze in de auto eens enthousiast playbacken bij het Frozen-liedje Love Is An Open Door, gaat het stel viral en lijkt hun kostje als christelijke influencers gekocht. Zeker als Sam later ook nog eens stiekem Nia’s urine test en haar fantastisch nieuws brengt in de video Husband Shocks Wife With Pregnancy Announcement. Wanneer het Impact Team start met datadumps van de Ashley Madison-hack, vestigt manlief echter ook nog op een heel andere manier de aandacht op zich. Sam blijkt een account op de overspelsite te hebben gehad. Tot daadwerkelijke ontmoetingen met andere vrouwen is het natuurlijk niet gekomen.

Terwijl dit persoonlijke verhaal zich ontvouwt, zoomt de serie steeds verder in op de hack van de overspelsite, de zoektocht naar de mogelijke dader(s), de lozingen van privéinformatie van miljoenen klanten en de schade – persoonlijk, sociaal en maatschappelijk – die daarmee worden veroorzaakt. Want onderweg blijkt dat Ashley Madison bepaald niet zo discreet te werk gaat als het z’n klanten altijd heeft voorgehouden en vallen er nog veel meer lijken uit de kast in deze slim opgebouwde miniserie over een tot de verbeelding sprekend schandaal – al hadden de voormalige medewerkers van de ondeugende datingsite, zoals die koddige vice president of sales, wel wat steviger aan de tand gevoeld mogen worden.

Thank You, Goodnight: The Bon Jovi Story

Disney+

Aan het eind van aflevering 1 zit ie breed lachend klaar voor een interview: voormalig Bon Jovi-leadgitarist Richie Sambora. ‘Gaan we de waarheid vertellen of gaan we een potje liegen?’ zegt hij uitdagend. ‘Laten we dat samen proberen te ontdekken.’

De gitarist – die sinds hij in 2013 niet kwam opdagen bij een concert niet meer echt ‘on speaking terms’ is met de rest van de hardrockband – is dan net het verhaal binnengestapt van zanger John Bongiovi, de hoofdpersoon van deze vierdelige serie. Hij bereidt zich vanaf februari 2022 voor op een tournee met de huidige incarnatie van de band en vertelt intussen het verhaal van zijn muzikale carrière. Die begint al op de middelbare school in een coverbandje. Als dat in 1979 tijdens een optreden in thuisbasis New Jersey start met een cover van de plaatselijke held Bruce Springsteen, springt de man zelf het podium op om even mee te zingen. Dat is alles wat de streber Bongiovi nodig heeft. ‘Het overtuigde me er nog maar eens van dat het onmogelijke wel degelijk binnen bereik was.’

De zanger, die zich al snel Jon Bon Jovi begint te noemen, stopt met het spelen van andermans liedjes en begint zelf songs te schrijven. Als hij met Runaway een potentiële hit schrijft, moet er een groep komen. De lefgozer Sambora meldt zich, met de mededeling dat hij de nieuwe leadgitarist wordt. Het is de start van een zeer succesvolle samenwerking, die dertig jaar standhoudt en uiteindelijk tamelijk bitter eindigt. Voor dat verhaal, gelardeerd met de verplichte seks, drugs en rock & roll, neemt filmmaker Gotham Chopra ruim vijf uur de tijd: Thank You, Goodnight: The Bon Jovi Story (301 min.). Springsteen levert z’n bijdrage, net als die andere held uit New Jersey, Southside Johnny. En Bon Jovi’s vrouw Dorothea, andere bandleden, managers, producers, songschrijvers en dus Richie Sambora.

‘Wanneer realiseerde je je dat zijn vertrek definitief was?’ vraagt Chopra. ‘Dat is nog steeds niet gebeurd, nu tien jaar later’, antwoordt Jon Bon Jovi, gepijnigd lachend. ‘Ik heb er geen spijt van dat ik de situatie achter me heb gelaten’, reageert Sambora. ‘Maar wel van de manier waarop ik dat heb gedaan.’ En daarmee ligt er misschien toch weer een verzoening in het verschiet. Tegelijkertijd kampt Bon Jovi met een andere probleem: tijdens de voorjaarstournee van 2022 blijkt dat de stemproblemen, waarmee de frontman al langer kampt, nauwelijks meer zijn te verbergen. Jon maakt zich daar duidelijk zorgen over. Vertrouw me maar, zei hij vroeger tegen de anderen, ik neem ons mee naar we heen moeten. Dat gevoel is verdwenen, constateert hij nu geëmotioneerd.

De kwetsbare kant van een artiest die gewend is geraakt aan succes en nu aan alles begint te twijfelen, ook of die tournee ter gelegenheid van Bon Jovi’s veertigjarige jubileum er nog wel moet komen, vormt het interessantste deel van deze productie. Want die volgt verder trouw het geijkte pad dat is uitgelegd voor dit soort rockdocs: van de jonge hondenjaren via een schijnbaar onwankelbare positie aan de top en de dan eigenlijk verplichte identiteitscrisis naar een respectabele ouwe dag. En die moet, behalve met deze miniserie, natuurlijk worden geconsumeerd met een nieuwe plaat en liefst ook… juist.

The Kid Stays In The Picture

USA Films

The Kid Stays In The Picture (94 min.), zou de legendarische filmproducent Darryl Zanuck hebben gezegd. Daarmee was de discussie over Robert Evans definitief beslecht. Eerder hadden schrijver Ernest Hemingway en de acteurs Tyrone Power, Ava Gardner en Eddie Albert nog een brief geschreven aan Zanuck: als Evans de rol van Pedro Romero speelt, wordt onze film The Sun Also Rises een gigantische flop. Alleen co-ster Errol Flynn had zich afzijdig gehouden. Die moest wel lachen om alle drukte.

Het joch blijft in de film, schreeuwde Zanuck dus door een megafoon, toen hij Robert Evans eenmaal aan het werk had gezien als de Spaanse stierenvechter. En iedereen die het daar niet mee eens is, voegde hij eraan toe, kan zelf vertrekken. Robert Evans wist het ondertussen zeker: dit wil ik ook. Vanaf dat moment was zijn acteercarrière ten dode opgeschreven. Een legendarische filmproducent werd daar, op die verdeelde filmset, geboren: Bob Evans (1930-2019), de man achter Hollywood-klassiekers als Rosemary’s Baby, Love Story, The Godfather, Chinatown en Serpico.

Althans, dat is de versie van zijn levensverhaal die Evans opdist in deze typische Hollywood-film van Brett Morgen en Nanette Burstein uit 2002, die weer is gebaseerd op zijn eigen gelijknamige autobiografie. Omdat een leven ook maar gewoon een leven is – en dus niet zomaar een verhaal wordt. Dat maakt de verteller er dus zelf van, met een oneliner van Darryl Zanuck – zou die daadwerkelijk ooit zo zijn uitgesproken? – als inciting incident. Waarna de gelikte vertelling die Evans van zijn eigen lotgevallen heeft gemaakt van start kan.

Via belangrijke plotpoints – ’s mans eerst contract bij Paramount Pictures, zijn Hollywood-huwelijk met Love Story-ster Ali McGraw (die hem uiteindelijk inruilde voor Steve McQueen), z’n partygedrag met elke keer een andere schone aan zijn arm, de onvermijdelijke megaflop (The Cotton Club) en het ontslag bij Paramount dat uiteindelijk het logische gevolg was – op weg naar een klassiek point of no return, geïllustreerd met klassieke scènes uit zijn eigen films, als hij in de jaren tachtig werkeloos, berooid en depressief zijn leven en loopbaan lijkt te moeten eindigen.

Hollywood zou echter Hollywood niet zijn – en Evans niet Evans – als er niet toch nog een happy end in het verschiet lag in dit vermakelijke, als een klassieke Hollywood-film opgebouwde en aangeklede portret van een man die als geen ander de gouden jaren van de Amerikaanse filmindustrie representeert.

Tell Them You Love Me

SkyShowtime

Derrick Johnson is zijn hele leven ingeschat als ernstig verstandelijk beperkt. De Afro-Amerikaanse twintiger heeft cerebrale parese, is niet in staat om zelfstandig te lopen en kan ook nauwelijks praten. Communiceren met anderen is dus verduiveld lastig. Tenminste, totdat er een nieuwe methode wordt ontwikkeld, waarmee de gedachten- en gevoelswereld van mensen met een ernstige beperking, die niet in staat zijn om zich verbaal uit te drukken, tóch kan worden geopend. 

Als Derrick in maart 2009 in contact komt met Anna Stubblefield, hoofd Filosofie van Rutgers University in New Jersey, laat zij hem kennismaken met ‘Gefaciliteerde Communicatie’. Met een toetsenbord en gerichte ondersteuning van een begeleider kunnen mensen zoals hij van zich laten horen. Anna neemt Derrick letterlijk bij de hand en typt samen met hem zijn gedachten in. In dat onwillige lichaam blijkt een intelligente, bedachtzame en eloquente man schuil te gaan, die enthousiast is over ‘the hopeful joy of communication’.

Derrick begint zich, met de onmisbare hulp van Anna, publiekelijk te manifesteren, besluit om te gaan studeren en heeft ook plannen om, onder begeleiding, op zichzelf gaan wonen. Dat is vooralsnog alleen een brug te ver voor zijn alleenstaande moeder Daisy en oudere broer John, die ooit studeerde op Rutgers en zijn toenmalige docent Anna met Derrick in contact heeft gebracht. En zij zijn er dan nog niet eens van op de hoogte dat de relatie tussen Derrick en Anna van karakter is veranderd. De twee zijn verliefd geworden.

Het is een situatie die wel uit de hand móet lopen. Bij de start van Tell Them You Love Me (103 min.) wordt meteen duidelijk dat Anna Stubblefield net uit de gevangenis komt. ‘Ik vind het niet erg als mensen dat weten, want ik was niet schuldig’, zegt ze dan. ‘Ik heb geen misdaad begaan.’ Anna is veroordeeld vanwege seksueel misbruik. Zelf houdt ze echter staande dat ze gewoon verliefd was en dat ‘DMan’ bovendien zelf het initiatief nam om met haar de lichamelijke liefde te verkennen. Hij gaf dat aan via, juist, Gefaciliteerde Communicatie.

Maar wiens gedachten worden nu eigenlijk uitgedrukt via deze omstreden communicatiemethode? vraagt regisseur Nick August-Perna zich in deze film af. Die van de bron of toch die van z’n boodschapper? Heeft Anna niet gewoon rücksichtslos haar seksuele perversie gebotvierd op een weerloos slachtoffer? Of zag zij juist iets in Derrick wat zijn omgeving altijd over het hoofd had gezien? En kan die zich daardoor niet voorstellen dat een lichamelijk gezonde vrouw zoals Anna verliefd wordt op een man met een ernstige beperking? 

De verschillende visies op wat er is gebeurd en hoe dat moet worden geduid botsen keihard op elkaar in deze intrigerende film, die aan de hand van een zeer prikkelende casus het terrein van intimiteit, seksualiteit en gevoelsleven bij/met mensen met een beperking verkent en ongemakkelijke vragen oproept, zonder meteen de pasklare antwoorden erbij te leveren.

Hate To Love: Nickelback

Nickelback

‘We zijn net The Beatles geproduceerd door Nickelback’, zegt Fred Savage stellig. ‘Het is muziek, maar die is wel kote!’

‘Nu is het genoeg!’, zegt zijn vriend die is verkleed als Spiderman. ‘Ik ben helemaal klaar met al dat Nickelback-gehaat. Denk je dat je daardoor cool overkomt bij de andere coole kids, Fred?

‘Nee’, antwoordt die zelfvoldaan. ‘Ik heb alleen wel gelijk.’

‘Nee, dat heb je niet’, reageert Spiderman fel.

‘Het is overgeproduceerde, formuleachtige oorrotzooi’, stelt Fred nog maar eens.

‘Oh, echt?’ sneert Spiderman, die zich naar de camera richt. ‘Dat staat dan wel op gespannen voet met de feiten. Vijftig miljoen verkochte albums. Nummer elf in de lijst van beste verkopende acts aller tijden. Billboard’s meest succesvolle groep van het afgelopen decennium. Zes Grammy-nominaties, twaalf Juno Awards…’ Hij werkt het lijstje nog even verder af, waarna de twee elkaar de hand geven en zacht Nickelbacks grootste hit How You Remind Me beginnen te zingen.

De scène uit de Hollywood-film Once Upon A Deadpool steekt op een aardige manier de draak met een opmerkelijk fenomeen: de alomtegenwoordige haat tegenover de Canadese band Nickelback, de risée van de internationale rockscene. Immens populair, maar geminacht door iedereen die zichzelf serieus neemt als muziekkenner. Een fenomeen waartoe ook acts als Bush, Kenny G en Limp Bizkit zich hebben te verhouden – of, in Nederland, Bløf en Kane.

Wat nu precies de reden is dat ’t, in vlogs, recensies en memes, zo gemakkelijk scoren lijkt tegen Nickelback? Ook de documentaire Hate To Love: Nickelback (101 min.) heeft het definitieve antwoord niet. Iets met gladgestreken gitaargeweld, platgetreden paden en pathos misschien? Zeker is dat ’t zo nu en dan nog steeds schrijnt en in het verleden ook écht pijn deed – zeker bij zanger Chad Kroeger, die samen met zijn broer Mike het hart van de groep vormt.

En dat is niet zo gek. ‘Ik heb geen identiteit zonder deze band’, zegt de frontman tijdens een partijtje pool met Mike. ‘We doen dit nu 22 jaar. De helft van mijn leven ben ik al die kerel die voor op het podium in een microfoon staat te schreeuwen. Dus ik weet helemaal niet wie ik ben als ik die vent niet zou zijn.’ Zijn moeder Debbie, begeleid door gedragen muziek, vult aan: ‘Hij is zeer zorgzaam en liefdevol en staat altijd open. Hij laat zich dus heel gemakkelijk pijn doen.’

Want Nickelback had al last van cancelcultuur, merkt iemand uit de entourage van de band op, voordat die term überhaupt bestond. Verder is deze muziekdocu van Leigh Brooks, die netjes de carrière van de band afloopt en daarbij even halthoudt bij het ontslag van enkele bandleden, lichamelijke ongemakken en het groepsgevoel, een beetje dertien in een dozijn. Met een nét iets te gladde climax. Net als …durf ’t bijna niet te zeggen… Nickelback.

My Silicone Love

Sophie Dros

‘Wil ik dit weten?’ vraagt Tracy enigszins ongemakkelijk als Everard Cunion, een tamelijk wereldvreemde man, tijdens hun eerste date in een Engelse pub vertelt over de opmerkelijke hobby die hij er ‘bij gebrek aan een echte vrouw’ op nahoudt.

Everard, een alleenstaande kerel van 53 uit Southampton, heeft haar dan al verteld over de vriendin die hij ooit had, min of meer dan, en waarvan hij nooit het huisadres of telefoonnummer bemachtigde. En dan begint hij over die hobby: het gaat om kunstmatige vrouwen. Poppen. Peperdure, zelfs. ‘Ik heb een flinke collectie.’ Zodra hij daarover kan vertellen, komt Everard al snel op stoom – en trekt Tracy haar conclusies.

Hoewel ze in gestileerde, met zwoele muziek omklede sequenties ook laat zien hoe hij ‘seks’ heeft met zijn poppen is Sophie Dros er in haar afstudeerfilm uit 2015 niet op uit om de Britse eenling te kijk te zetten of te portretteren als een onverbeterlijke perverseling. My Silicone Love (26 min.) is een even intiem als respectvol portret van een gemankeerde man, die zich maar al te goed realiseert hoezeer hij buiten de maatschappelijke normen staat.

‘Als ik in gesprek ben met mensen en ze beginnen over zichzelf te praten, dan verlies ik mijn interesse’, vertelt Everard Cunion bijvoorbeeld, als hij reflecteert op het feit dat hij geen vrienden of andere wezenlijke menselijke contacten heeft. ‘Wanneer ze over mij praten, ben ik geïnteresseerd. Als ik over mezelf kan praten heb ik doorgaans zelfs een geweldig gesprek. Tenminste, ik beschouw dat als een conversatie, maar waarschijnlijk is het dat niet.’

Everard heeft twaalf levensechte poppen. En daarmee is hij best gelukkig. Ze lijken in staat om het totale gebrek aan menselijke interactie te compenseren, maar kunnen uiteindelijk toch niet op tegen die ene vrouw: zijn moeder. Zij blijft zijn leven domineren – ook al is ze al enige tijd dood. De Brit lijkt zo bang om nog iemand anders te verliezen dat hij helemaal niet meer aan intieme contacten begint. Dat lijkt de slotsom van deze invoelende film over een toch wel zeer zonderlinge man.

De vraag ‘Wil ik dit weten?’ is overigens ook van toepassing op hoe het na My Silicone Love verder is gegaan met Everard Cunion. In 2020 stond er dit artikel over hem in de plaatselijke krant.

JDL – Behind The Wall

AVROTROS

‘Ze vertrouwt ons voor geen meter’, zegt één van de Italianen, in zijn eigen taal, over Judith de Leeuw tegen een collega. ‘Klopt’, zegt die, terwijl zij, de Nederlandse straatkunstenaar JDL, er gewoon naast staat. Ze heeft haar lokale medewerkers zojuist de wacht aan gezegd. Één van hen had zich vergist met de markeringen op de wand van een flat in Zuid-Italië. En daardoor dreigt de muurschildering die ze daarop gaat aanbrengen, nummer 4 uit de serie Love Is Stronger Than Death, nu helemaal de mist in te gaan. ‘Daar zakt mijn broek van af’, reageert Judith boos. ‘Hoe dan?’

Het project in de arbeiderswijk Paolo VI in Taranto lijkt niet onder een gelukkig gesternte geboren. De Leeuw heeft al in 62 verschillende landen enorme ‘murals’ gemaakt, realistische muurschilderingen over een maatschappelijk onderwerp. Deze grauwe flat, waarop een vrouw die wordt vastgehouden door onbekende handen moet verschijnen, blijkt echter een flinke uitdaging. Ze wil nu een projector laten komen, om het probleem te verhelpen en ook verdere tijdsdruk te voorkomen. Maar zie zo’n ding maar eens te vinden op een willekeurige zondagmiddag…

De moeizame totstandkoming van het kolossale werk in Taranto fungeert als rode draad voor de documentaire JDL – Behind The Wall (52 min.), waarin regisseur Deborah Faraone Mennella tevens de achtergrond van Judith de Leeuw uitdiept. De twintiger heeft al een woelig leven achter de rug, waarin ze gedurig met jeugdzorg in aanraking is gekomen en ook een tijdje heeft rond gezworven op straat. Toen De Leeuw ontdekte dat ze kon tekenen, heeft zij al haar kaarten daarop gezet. En haar kunst is inderdaad een uitweg gebleken uit een tamelijk uitzichtloze situatie.

Met dat werk wil JDL nu een stem geven aan mensen zoals ze zelf ooit was: zij die niet worden gezien of gehoord. Inmiddels weerklinkt dit geluid, dat wel een beetje doet denken aan vakbroeders als JR en Banksy, in de openbare ruimte van pak ‘m beet Rome, Tblisi en Athene en wordt ze zelfs gevraagd om TedX Talks te geven. Dit succes kan evenwel niet verhullen – en dat maakt dit persoonlijke portret alleen maar interessanter – dat in de succesvolle kunstenaar ook nog altijd een boze en verdrietige dochter en zoekende jonge vrouw verscholen zit.

Want zoals dat gaat: voor de goede kijker toont Judith de Leeuw via haar imposante werk ook zichzelf aan de wereld.

Bad Surgeon: Love Under The Knife

Netflix

‘Was hij een superheld, een superchirurg en de liefde van mijn leven?’ besluit een onbekende vrouwenstem de eerste twee minuten van deze driedelige docuserie, waarin alles wat nog volgt alvast wordt aangekeild. ‘Of was hij een gevaarlijke oplichter en een moordenaar?’ Het beeld, een close-up van een mysterieus kijkende man met een spannend muziekje erbij, laat er geen misverstand over bestaan wat het antwoord op die vraag is. En anders maakt de titel van deze serie van Ben Steele wel een einde aan alle twijfel: Bad Surgeon: Love Under The Knife (159 min.).

Dan is het alleen nog even wachten op de dame in kwestie. Die maakt nog geen minuut later, tot in de puntjes gestyled, haar opwachting voor het centrale interview van deze gelikte productie: de Amerikaanse televisiejournaliste Benita Alexander. Zij bezingt eerst uitgebreid de zegeningen van journalistieke onafhankelijkheid, integriteit en distantie en beschrijft vrijwel direct daarna haar eerste professionele ontmoeting met Paolo Macchiarini, de kwaaie chirurg, in woorden die zo uit een Bouquetreeks-romannetje kunnen komen: ‘Ik keek op en hij kwam binnen. Hij keek me recht aan. We bleven elkaar aankijken. Hij glimlachte naar me en meteen voelde ik me net een dwaas schoolmeisje.’

Wat niet eens zover bezijden de waarheid zou kunnen liggen, maar dat terzijde. Er sprong, kortom, een fikse vonk over tussen de twee. En de rest laat zich voorspellen: good woman loves bad surgeon. Die gepassioneerde relatie, geïllustreerd met allerlei verliefde videoberichtjes van hem naar haar en scènes waarin de journaliste naspeelt hoe ze die berichtjes ontvangt, gaat natuurlijk gepaard met romantische etentjes, droomreizen en grote gebaren, liefst met ringen en rozenblaadjes. Tegelijkertijd is er, natuurlijk, iets vreemds aan Paolo. Waarom heeft hij bijvoorbeeld zoveel telefoons? En is hij werkelijk de arts van de Clintons, de Japanse keizer Akihito en de paus?

Haar liefdesaffaire weerhoudt Alexander er niet van om ook nog gewoon te werken aan een tv-special over Macchiarini, A Leap Of Faith (waarover de Amerikaanse omroep NBC zich naderhand enigszins ongemakkelijk achter de oren krabt). Dat verhaal wordt hier gematcht aan de indringende persoonlijke getuigenissen van patiënten, familieleden en nabestaanden die rechtstreeks te maken hadden met de chirurg. Hij staat te boek als een pionier in de regeneratieve geneeskunde en draait zijn hand bijvoorbeeld niet om voor een risicovolle operatie met een plastic luchtpijp, soms met de dood tot gevolg. En dat begint collega-artsen, wetenschappers en onderzoeksjournalisten toch wel op te vallen…

Die kant van de Italiaanse wonderdokter is ronduit ontluisterend en verdient natuurlijk alle aandacht, maar moet zo nodig in het vaste stramien van Netflix-producties over karikaturale foute mannen, zoals The Tinder Swindler, Bad Vegan en The Puppet Master, worden gepropt. Hoewel vakbroeders en slachtoffers uiteindelijk Macchiarini’s ondergang inleiden, krijgt ook die ene – nou ja, ene – geliefde de sleutelrol toebedeeld die al de hele miniserie op haar ligt te wachten: als de good woman die de bad surgeon en plein public ontmaskert. Zo wordt (vermeend) ernstig medisch wangedrag in wezen ondergeschikt gemaakt aan ‘s mans strapatsen als gevaarlijk aantrekkelijke loverboy.

En zulke charlatans laten nu eenmaal – it’s beyond their control – een spoor van slachtoffers achter.

Love Has Won: The Cult Of Mother God

HBO

Ze is Jeanne d’Arc, Cleopatra en Marilyn Monroe ineen. In haar Galactic A-team zitten bovendien ambassadeurs zoals John Lennon, Carrie Fisher én Robin Williams. En, oh ja, Elvis is haar zoon. De mensheid zal het te zijner tijd wel inzien, meent aartsengel Hope. Zij blijft gewoon een trouwe volgeling van Mother God – ook al is die volgens de rest van de wereld toch echt al even dood. Op 28 april 2021 werd het gemummificeerde lichaam van Amy Carlson, de gewone mensennaam van Moeder God, aangetroffen in een met kerstlampjes verlichte kamer.

Dat is tevens het startpunt van Love Has Won: The Cult Of Mother God (159 min.), een driedelige serie van Hannah Olson over de geestelijk leider van de Amerikaanse sekte Love Has Won. Naast Mother God was er natuurlijk ook een Father God, een opeenvolging van Vader Gods zelfs. En de laatste, een vader met een aanzienlijk strafblad, zou Amy Carlson naar de afgrond hebben geleid. Deze Jason Castillo was zogezegd Moeders Tweelingvlam (en nee, Mom behoorde niet tot het Twin Flames Universe van die andere sekte, uit een recente Amerikaanse docuserie).

In werkelijkheid bleek Castillo, een voormalige klusjesman die de liefde naar verluidt had verkozen boven een verslaving aan meth, de zoveelste slechte man in het leven van de moedergodheid. ‘Ze had vele slechte vriendjes, slechte ervaringen met mannelijkheid’, kan een volgeling, Commander Buddha genaamd, zich nog goed voor de geest halen. ‘Dat was bedoeld om te transformeren, om het te dragen voor de mensheid.’ Want die kon het natuurlijk beslist niet bolwerken zonder de bovenmenselijke inspanningen van Moeder God en haar gevolg.

Als de goddelijke leidsvrouw weer eens te veel had gedronken, kwam er volgens haar volgelingen soms een geest door haar heen. ‘Alles wordt voor me verziekt door jullie kloothommels’, schreeuwt Mom bijvoorbeeld op bewaard gebleven filmopnamen (want alles van deze verheven schepselen, die de gewone 3D-wereld allang waren ontstegen, moest natuurlijk bewaard blijven), tijdens wat er voor buitenstaanders toch gewoon als een kwaaie dronk uitziet. ‘Ze draagt alle pijn voor de mensheid’, legt aartsengel Hope daarbij uit voor de camera. ‘En ze is het nu aan het verwerken.’

Ook voor Moeders duchtig opspelende eetstoornis hadden de volgelingen een verklaring die voor buitenstaanders nauwelijks is te bevatten. Om door een ruimteschip van The Galactics opgehaald te kunnen worden, moest ze een streefgewicht bereiken van 46,7 kilo. Uitroepteken. Alles bij Love Has Won was vervat in een geheel eigen jargon. Over healing, natuurlijk. Trippen. Achthonderd niveaus van pijn. Pele, de godin van vuur en vulkaan. Telepathisch advies. Het collectieve bewustzijn veranderen. Energetisch overweldigd. Colloïdaal zilverwater. En een 5D-wereld. De hunne dus.

In plaats van een aanklacht tegen een sekteleider die steeds verder over de grenzen van anderen heen gaat, is deze miniserie eerder het verhaal van een vrouw die steeds verder haar eigen grenzen overschrijdt – en door niemand wordt gestopt, omdat de anderen, die al even verward en hoogmoedig lijken, haar een goddelijke status toedichten. Alleen Moms moeder Linda en zus Tara proberen nog een soort interventie op te zetten via het televisieprogramma van Dr. Phil, die natuurlijk ook graag een graantje meepikt van deze bizarre situatie en verder weinig wezenlijks heeft te bieden.

Het is Amerika in een notendop: collectieve waanzin en ongebreidelde aandacht daarvoor – ook weer in deze smeuïge miniserie. Die tegelijkertijd amuseert en frustreert. Want was er nu echt niemand bij zijn volle verstand en/of in staat om de zaak bij te sturen?

The Randall Scandal: Love, Loathing & Vanderpump

Disney+

Het is zogezegd een ‘match made in heaven’. Althans, de Hollywood-versie daarvan. De ranzige Hollywood-versie daarvan, welteverstaan. Het ‘droomkoppel’ Randall Emmett en Lala Kent.

Hij, de producer van B-films, routineuze actieproducties met gewezen Hollywood-helden als Bruce WillisSylvester Stallone en Steven Seagal. Een man die net zo sleazy oogt als zijn producties en even cheap blijkt als zijn ‘sterren’. Hij begon zijn carrière ooit als de persoonlijke assistent van acteur Mark Wahlberg. Op basis van diens ervaringen als aankomende ster in Hollywood werd ooit de serie Entourage gemaakt. En Randall zou model hebben gestaan voor het personage Turtle, diens manusje van alles die lekker meeprofiteert van de verworvenheden van de nieuwe celebrity.

En Zij, de nieuwste – pardon my Dutch – bimbo van de realityserie Vanderpump Rules, een spin-off van The Real Housewives Of Beverly Hills. Van jongs af aan wilde Lala – volgens haar, toch wel behoorlijk strak getrokken moeder Lisa Burningham – in het middelpunt van de aandacht staan. Daarbij weet ze Randall al snel aan haar zijde. Op de onvermijdelijke rode lopers, maar ook op de set van Vanderpump, waarin hij maar al te graag een belangrijke bijrol claimt. Want ook deze man achter de camera wil uiteindelijk best vóór de camera en daar de bink uithangen.

En dan, als de schmutzige filmproducent eindelijk eens een serieuze film heeft gemaakt (The Irishman van Martin Scorsese), leggen de onderzoeksjournalisten Meg James en Amy Kaufman van The L.A. Times, ongetwijfeld hongerend naar een Pulitzer Prize, op The Randall Scandal: Love, Loathing & Vanderpump (84 min.) bloot. En de goede verstaander weet wat dit betekent: seks, drugs en rock & roll. En gerommel met geld, natuurlijk – en als gevolg daarvan: een spoor van (ver)woeste medewerkers, die vanzelfsprekend ook al gedurig met ’s mans veel te korte lontje en diens grensoverschrijdende gedrag te maken hebben gekregen.

Deze juicy docu trekt deze zaak, niet zonder Schadenfreude, helemaal leeg met de gebruikelijke spijtoptanten, ooggetuigen, haaibaaien, slachtoffers en deskundigen. Alleen de hoofdpersoon zelf laat verstek gaan. Terwijl hij wel wat heeft uit te leggen. Zou Randall bijvoorbeeld echt niet in de gaten hebben gehad dat er iets mis was met Bruce Willis, waarvan sindsdien bekend is geworden dat hij aan dementie lijdt, toen die op de filmset zijn shit maar niet ‘together’ kreeg? Of was ook hij niet meer dan een voertuig om de geldkar binnen te rijden voor Randall Emmett, die samen met zijn ‘trophy wife’ jarenlang floreerde aan de rafelranden van de entertainmentindustrie.

Inmiddels lijkt hij, getuige deze frontale aanval op al wat hij is, zich zelfs daar vrijwel onmogelijk te hebben gemaakt – al lijkt ‘s mans bron voor inferieure speelfilms nog altijd niet opgedroogd.

Elvis ’56

Media Home Entertainment

‘Terwijl hij onderweg is en in kleine clubs speelt, wil Elvis Presley niets liever dan een grote ster worden’, constateert Levon Helm, de verteller van Elvis ‘56 (58 min.). ‘Die droom lijkt volstrekt buiten zijn bereik. Op één klein detail na: de manier waarop meisjes beginnen te gillen als ze zien hoe Elvis beweegt terwijl hij zingt.’

Aan het begin van 1956 neemt de dan 21-jarige Presley, ingelijfd door de illustere manager Colonel Tom Parker (een pseudoniem van de Nederlandse ritselaar Dries van Kuijk), zijn allereerste nummer op voor het vermaarde platenlabel RCA: Heartbreak Hotel. Daarna zal het leven van de voormalige truckchauffeur uit Memphis, Tennessee, nooit meer hetzelfde zijn. 

Deze documentaire van Alan en Susan Raymond uit 1987 richt zich volledig op het sleuteljaar 1956, waarin Elvis van een ‘rockin’ nobody’ binnen korte tijd de onbetwiste ‘king of rock & roll’ wordt, een contract voor zeven jaar bij Paramount Pictures tekent en de ongevraagde aandacht, torenhoge verwachtingen en scherpe (en bekrompen) kritiek leert kennen die gepaard gaan met plotselinge roem.

Elvis voelt die druk ook, getuige deze film die volledig bestaat uit archiefmateriaal: dampende performances en fraaie zwart-wit foto’s. Voor Hound Dog heeft hij maar liefst dertig takes nodig. Pas dan is hij tevreden. Take 28 zal uiteindelijk de hitlijsten bestormen, in datzelfde jaar nog gevolgd door klassiekers als Don’t Be Cruel en het titelnummer van zijn debuutfilm Love Me Tender.

Met vaste hand schildert Elvis ’56 een jonge, viriele artiest die de duffe jaren vijftig een schop in hun kloten geeft met muziek die hij ‘leent’ van zwarte muzikanten en zulke ‘weerzinwekkende bewegingen’ maakt tijdens optredens dat een rechter ze probeert te verbieden. Hij zal in de navolgende decennia nog véél groter worden, constateert verteller Helm, die zelf furore maakt als drummer en zanger van The Band.

Elvis Presley wordt echter nooit meer zo benaderbaar als in het jaar 1956.

Love To Love You, Donna Summer

HBO Max

Op zoek naar het grote succes heeft ze een flinke omweg moeten maken. Zangeres Donna Summer (1948-2012) groeit op in een muzikaal gezin te Boston en ontdekt via gospelsongs in de kerk haar eigen stem. Tijdens de hippie-revolutie neemt ze zich voor om een zwarte Janis Joplin te worden. Dit uitgangspunt brengt haar naar Duitsland, waar ze een rol bemachtigt in de musical Hair. Eenmaal in München begint ze, in haar woorden, ‘schlagersongs’ te brengen, zoals in Love To Love You, Donna Summer (107 min.) wordt geïllustreerd met een vermakelijk fragment uit het Nederlandse televisieprogramma van Sjef van Oekel.

En dan, halverwege de jaren zeventig, wordt er volgens Joyce Trabulus, die de zangeres begeleidde namens Casablanca Records, een nieuw imago voor haar bedacht: ‘the first lady of love’. Ze moet, spreekwoordelijk, de liefde bedrijven voor haar nieuwe single: I Feel Love. Zo belandt Donna Summer, aan de hand van de Italiaanse sterproducer Giorgio Moroder (die nog altijd liefdevol over haar spreekt), in het hart van een nieuwe rage die in eerste instantie met name in de gaygemeenschap opgeld doet: disco. Ze wordt meteen tot koningin van het genre gekroond.

Hoewel alle, overigens netjes buiten beeld gehouden, sprekers in deze documentaire van Roger Ross Williams en Summers eigen dochter Brooklyn Sudano stellen dat ze in werkelijkheid een terughoudende persoonlijkheid had en erg gesteld was op haar privacy, zit Donna Summer daarmee de rest van haar leven vast aan het clichébeeld van een ‘seksgodin’. Williams en Sudano beginnen ook met dat beeld: Summer die zich zuchtend en kreunend, als een Afro-Amerikaanse variant op het ultieme zuchtmeisje Jane Birkin in Serge Gainsbourgs Je T’Aime Moi Non Plus (1969), door haar signatuursong Love To Love You Baby uit 1975 werkt.

Daarna pellen ze met de mensen uit haar veelbewogen leven (Summers dochters, zussen en mannen) en een combinatie van concert- en privébeelden langzaam maar zeker alle lagen van dat imago af. Totdat er vanachter de wulpse ‘Queen Of Disco’ een eigenzinnige en getormenteerde artieste tevoorschijn komt. Een eenzame vrouw ook, gevormd door slechte ervaringen met de popbusiness en allerlei mannen. Als moeder die altijd van huis is, gaat ze bovendien gebukt onder schuldgevoelens. Het is een ontnuchterend relaas, van een vrouw die zichzelf wil, kan en moet heruitvinden en in dat proces dan ook nog eens haar natuurlijke achterban van zich vervreemdt.

De geboren performer, die veel meer gezichten blijkt te hebben dan alleen dat ene, zogenaamd van lust vertrokken gelaat, dreigt vast te lopen in haar nieuwste rol. Die pijnlijke ervaring wordt in dit spannende en gelaagde portret gebruikt als brug naar Donna Summers laatste levensfase, waarin haar dood onbespreekbaar blijft, terwijl iedereen die haar liefheeft ziet dat die steeds dichterbij komt.

Hopper: An American Love Story

Exhibition On Screen

Misschien is dit het verhaal. Van Edward Hopper (1882-1967), één van de grootste Amerikaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Een schilder die, vanuit zijn eigen bubbel, de ziel van zijn land op het canvas wist te krijgen. Een verdwenen Amerika, nog nét niet vergeten. Waar geen zwarte Amerikanen schijnen te bestaan. Net als groepen mensen. ‘s Mans wereld wordt vrijwel alleen bevolkt door eenlingen. Zijn iconische schilderijen lijken doortrokken van een gevoel van opperste eenzaamheid.

Een verhaal – over een man, een kunstenaar, een oeuvre – dat wordt verteld door biografen, connaisseurs en curatoren. Exact de ‘high brow’-kenners die je in een portret van een belangwekkende kunstenaar verwacht. Hun zorgvuldig geformuleerde observaties en conclusies worden, natuurlijk, geïllustreerd met ’s mans filmische schilderijen. Die in Hopper: An American Love Story (52 min.) natuurlijk ook zeer accuraat worden geduid, vergeleken en geprezen. 

De persoon Edward Hopper, een man die volgens mensen die het kunnen weten was ‘geboren om kunstenaar te worden’, komt zelf aan het woord via een enkel bewaard gebleven interview op beeld en de gedachten die hij ooit op papier zette en die nu zijn ingesproken door stemacteur Glen McCready. ‘Ik wou dat ik nog meer kon schilderen’, verzucht die bijvoorbeeld. ‘Ik word doodmoe van lezen en naar de film gaan. Ik zou veel liever de hele tijd schilderen.’

Het was geen vrolijke man, zoveel wordt uit alle verhalen wel duidelijk. Een eenzaat en brompot zelfs. Zijn echtgenote Josephine Nivison Hopper, zelf ook kunstenaar, had getuige haar eveneens voorgelezen dagboeken heel wat te stellen met haar ‘E.’, die ze op goede momenten ook nog wel eens ‘Eddy’ noemde. Hopper was nu eenmaal geen mensenmens. Hij verdween liever in zijn werk, zoals één van de sprekers in deze tv-docu van Phil Grabsky het formuleert.

Misschien is dit inderdaad het verhaal: van een man die leeft voor en door zijn kunst. Het wordt in dit portret alleen wel erg braaf verteld, een tikkeltje saai zelfs – al kan de Hopper-veteraan of -novice vanzelfsprekend zijn ogen uitkijken bij zijn tijdgebonden en toch tijdloze oeuvre.

Pretty Baby: Brooke Shields

Hulu

Moet Pretty Baby worden beschouwd als kritiek op het seksualiseren van jonge meisjes? Of is Louis Malles speelfilm uit 1978, over een bordeel in New Orleans aan het begin van de twintigste eeuw, daarvoor veel te ambigu?

Feit is dat de elfjarige Brooke Shields, die in Pretty Baby letterlijk als maagd wordt geserveerd aan een groep begerige mannen en vervolgens per opbod wordt verkocht, het imago van (veel te) jeugdige verleidster overhield aan de film. Zij deed daarin een kusscène, vertelt de Amerikaanse actrice in de tweedelige documentaire Pretty Baby: Brooke Shields (140 min.), terwijl ze in werkelijkheid nog nooit een jongen had gezoend. Haar tegenspeler Keith Carradine, maar liefst zestien jaar ouder, probeerde haar gerust te stellen: ‘Hee, weet je wat? Deze telt niet, we doen alleen net alsof.’

Enkele jaren later mocht de hele wereld getuige zijn van Shields’ seksuele volwassenwording – althans, dat was de suggestie – in de Adam & Eva-achtige film The Blue Lagoon (1980), waarin ze met een helblonde jongen (Christopher Atkins) de liefde leert kennen op een exotisch eiland. Ze was op dat moment vijftien jaar oud en volgens eigen zeggen nog zo groen als gras. Als het ‘sekssymbool’ vervolgens in Endless Love (1981) de liefde moet bedrijven en niet overtuigend genoeg extase acteert, schroomt regisseur Franco Zeffirelli niet om in de teen van de dan zestienjarige actrice te knijpen.

Brooke Shields wordt zo het gezicht van een tijdsgewricht met een andere seksuele moraal, waarin jonge meisjes ongegeneerd als lustobject worden geportretteerd. Die Lolita-fixatie vormt het uitgangspunt voor het eerste deel van deze tweedelige documentaire van Lana Wilson, waarin tevens de getroebleerde relatie met haar alleenstaande, drankzuchtige moeder en manager Teri centraal staat. In werkelijkheid behoudt Shields al die jaren haar onschuld. Zodat ze enige jaren later, in de puriteinse Reagan-jaren, zowaar een symbool van zelfverkozen maagdelijkheid kan worden.

Met dat beeld, van het eeuwig onschuldige jonge meisje, trapt het tweede deel af, waarna de actrice in zowel een carrièrecrisis als #metoo-situatie belandt en zich losmaakt van haar moeder door in een andere ongezonde relatie te stappen, met tennistopper Andre Agassi. Pas later vindt ze haar stiel en de ware liefde. Pretty Baby heeft dan wel iets van zijn oorspronkelijke glans verloren, als de vertelling een wat meer particulier karakter krijgt en ook wel verdacht veel begint te lijken op een klassiek held(in)-overwint-elke-tegenslag-en-komt-er-als-een-herboren-mens-uit verhaal.

Aan het eind van dit (zelf)portret wordt Brooke Shields thuis aan tafel door haar dochters geconfronteerd met Pretty Baby. Volgens hedendaagse maatstaven is die niet oké, vindt Grier. ‘Zitten er naaktscènes in?’ wil Rowan weten. Ja, van mijn elfjarige ik, antwoordt haar moeder. Dat zou nu worden beschouwd als kinderporno, denken de dochters, en is in elk geval niet te vergelijken met wat zij als tiener, helemaal zelf, soms op TikTok of Instagram posten. Waarna de kloof die even dreigt te ontstaan tussen twee verschillende generatie Shields-vrouwen even snel als moeiteloos wordt gedicht.

Want zelfs in Hollywood geldt: blood is thicker than water.

Wattstax

Stax Films

‘Ik ben iemand’, laat Jesse Jackson zijn gehoor scanderen, nadat hij alle aanwezigen heeft gevraagd om een gebalde vuist in de lucht te steken. ‘Ik mag dan arm zijn, maar ik ben iemand. Ik mag dan een uitkering hebben, maar ik ben iemand. Ik mag dan ongeschoold zijn, maar ik ben iemand. Ik ben zwart, mooi en trots en moet gerespecteerd worden.’

De vlammende voordracht van het gedicht I Am Somebody door de Amerikaanse burgerrechtenleider illustreert dat Wattstax (99 min.), het benefietconcert dat op 20 augustus 1972 plaatsvindt in het Los Angeles Memorial Coliseum, meer is dan zomaar een popfestival. Zeven jaar na de rellen in de zwarte wijk Watts in 1965 wordt het festival een ongegeneerde viering van de Afro-Amerikaanse cultuur, waarbij ook voortdurend oog is voor de emancipatiestrijd van de gemeenschap en de tol die deze inmiddels op alle mogelijke manier heeft geëist.

In dat opzicht doet deze film denken aan een andere documentaire over een festival dat met het predicaat Black Woodstock is opgezadeld: Summer Of Soul (2021), Questlove’s film over het Harlem Cultural Festival in 1969 die een kleine halve eeuw later een Oscar zal winnen. Regisseur Mel Stuart alterneert tussen performances van artiesten uit de stal van het vermaarde soullabel Stax Records uit Memphis, waaraan al de documentaires Respect Yourself: The Stax Records Story en Stax: Soulsville U.S.A. werden gewijd, en gesprekken met gewone Afro-Amerikanen uit Watts over hun/het leven. 

Tussen alle onbekende Amerikanen die hun hart luchten of gewoon lekker babbelen, waarbij het de vraag is of die gesprekjes geënsceneerd zijn, is ook Ted Lange. De acteur zal later furore maken als barman Isaac in de suikerzoete tv-serie Love Boat. Hij vertelt bijvoorbeeld over zijn broer die een lichtere huid heeft. ‘Hij zei tegen me dat ik een nikker was’, vertelt Ted. ‘Ik wist helemaal niet wat dat was.’ Toen ging Lange’s broer naar hun moeder en zei dat hij een witte jongen was en Ted een zwarte nikker. ‘Waarop mijn moeder zei: dan kan ik niet je moeder zijn. Want al mijn kinderen zijn nikkers.’

De comedian Richard Pryor houdt Wattstax bij elkaar met een verzameling scherpe en grappige monologen. Het hart van de film wordt evenwel gevormd door zinderende performances van Stax-acts als Kim Weston, The Staple Singers, Carla Thomas, Albert King, The Bar-Kays, Luther Ingram en Rufus Thomas, die er een ongekend swingfestijn van maakt met zijn Do The Funky Chicken. Het slotakkoord is voor de übercoole Isaac Hayes, nadrukkelijk gepromoot als ‘Black Moses’, die lekker de blits kan maken met zijn titelsong voor de blaxploitation-hitfilm Shaft.

Gezamenlijk zetten deze soul brothers en -sisters ‘The Black Experience’ van begin jaren zeventig nog eens goed in de verf. In een film waarin naar hedendaagse maatstaven misschien tamelijk weinig (verhaal)lijn is te ontdekken, maar die wel een geweldig tijdsbeeld schetst.

Pamela, A Love Story

Netflix

Zo ziet ze er nu uit, op 55 jarige leeftijd! schreeuwen clickbait-sites weer als vanouds. Zonder make-up!

Sinds de tragikomische serie Pam & Tommy (2022), waarin het scandaleuze verhaal over de gestolen sekstape weer eens smakelijk werd uitgeserveerd, staat Pamela Anderson opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Zeker sinds het sekssymbool van de jaren negentig – in het collectieve geheugen opgeslagen in een Baywatch-rood badpak of, het privébeeld dat tegen haar zin met de wereld werd gedeeld, vrijend op een boot met haar ex-man Tommy Lee – een ‘tell all’-autobiografie (Love, Pamela) met bijbehorende documentaire heeft aangekondigd.

Als ze in de openingsscène van Pamela, A Love Story (114 min.) een VHS-videocassette pakt en in de speler schuift, is de gedachte bijna niet te vermijden: het zal toch niet dé tape zijn? Gestolen uit huize Anderson-Lee en vervolgens met de halve wereld gedeeld. Pamela Anderson blijkt echter een hele stapel privévideo’s te hebben van de man, drummer van de Californische hairmetalband Mötley Crüe, met wie ze slechts vier dagen na hun kennismaking in het huwelijk trad en twee kinderen kreeg, de zoons Brandon en Dylan (die ook allebei, net als haar ouders Carol en Barry, participeren in deze documentaire van Ryan White).

De voormalige Playmate Of The Year, die zich hier zonder make-up en zonder al te veel poespas presenteert, zou nóg vijfmaal trouwen. Die mannen, waaronder (semi-)celebrities zoals Kid Rock en Rick Salomon, worden echter nooit meer dan passanten in het sappige levensverhaal van Pamela Anderson, dat zich voor een belangrijk deel afspeelt in The Naughty Nineties, de tijd waarin het internet zijn plek als wereldwijd podium inneemt en vrouwen zoals Monica Lewinsky, Lorena Bobbitt en Anita Hill elk op hun eigen manier met ‘slutshaming’ krijgen te maken. Binnen die wereld manifesteert Anderson zich als een vamp die zonder al te veel nadenken elke uitdaging aangaat en mede daardoor alle uithoeken van liefde, roem en geluk leert kennen.

Het stranden van de gepassioneerde relatie met Tommy, en de rol die de vermaledijde sekstape daarin heeft gespeeld, fungeert daarbinnen als een kantelpunt en doet haar nog altijd zichtbaar pijn. De serie Pam & Tommy, uitgebracht tijdens het opnameproces van dit heel behoorlijke (zelf)portret, rijt oude wonden open, maar geeft de blondine ook de kans om haar carrière en publieke bestaan als vijftiger een nieuwe zwieper te geven, via een debuut op Broadway nota bene. Ook daarbij weet ze haar volwassen zoons aan haar zijde, een constante in deze film die haar lezing van de gebeurtenissen weerspiegelt. ‘Mijn leven is geen zielig verhaal’, zegt de stemactrice die namens Anderson – zelf wilde ze er niet aan beginnen – oude en soms ook pijnlijke dagboekfragmenten inspreekt.

‘Ik ben geen slachtoffer’, voegt Pamela Anderson daar even later hoogstpersoonlijk aan toe. ‘Ik heb mezelf in gekke situaties gebracht en ik heb ze overleefd.’