Swan Song

Ugly Duckling Media

Zij kent Het Zwanenmeer als geen ander. Aan de zijde van de wereldberoemde danser Rudolf Nureyev beleefde Karen Kain begin jaren zeventig haar absolute hoogtijdagen als ballerina. Een kleine halve eeuw later maakt ze bij het National Ballet of Canada, waarvan ze ook een aanzienlijke tijd artistiek leider is geweest, met dezelfde voorstelling haar debuut als regisseur. Het wordt meteen ook haar Swan Song (95 min.). Daarna wil Kain met pensioen.

Corona gooit alleen roet in het eten. Vanwege de pandemie moet de voorstelling in 2020, drie maanden voor de première, worden afgeblazen. Anderhalf jaar later pakt Karen Kain, die haar pensionering toch maar heeft uitgesteld, de draad weer op. Acht weken voordat het doek opengaat sluiten bovendien de filmmakers Chelsea McMullan en Sean O’Neill aan. Zij krijgen de kans om van binnenuit de wording van een artistieke triomf te vereeuwigen. Of wordt het toch een pijnlijk fiasco?

Want iedereen binnen het grote gezelschap heeft zo zijn eigen beslommeringen. De Litouwse prima ballerina Jurgita Dronina kampt met een hardnekkige zenuwaandoening. Danseres Shaelynn Estrada heeft alles opzij moeten zetten om überhaupt een plek in de groep te bemachtigen, maar worstelt flink met zichzelf. En de jonge choreograaf Robert Binet krijgt maar geen orde in de chaos bij het corps de ballet, het wild kloppende hart van elke geslaagde uitvoering van Het Zwanenmeer.

Intussen overweegt Karen Kain om een steen in het water te gooien: kan ze het gezelschap misschien met blote benen, zonder de bijna verplichte panty, laten performen? Dat bevalt de zwarte Australische ballerina Tene Ward wel – de balletwereld zou in haar ogen veel diverser en inclusiever moeten worden – maar is dan weer tegen het zere been van andere dansers. Als een vlieg op de muur registreren McMullan en O’Neil hoe de spanning zo tijdens de repetities steeds verder oploopt.

Het is zeker niet vanzelfsprekend dat alle puzzelstukjes straks op hun plek vallen. Sterker: na een bar slechte generale begint menigeen de finale te vrezen. Deze enerverende observerende film brengt treffend in beeld hoe ieder individu, met z’n eigen issues, zich volledig ondergeschikt moet maken aan het grotere geheel om uiteindelijk samen, als de som dan toch meer wordt dan de delen, een staande ovatie in ontvangst te kunnen nemen.

Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces

Prime Video

Gaan we een deal sluiten met een moordenaar? vragen Officier van Justitie Sander de Haas en zijn collega zich af na een geheim gesprek met Peter la Serpe? Die heeft zojuist uit de eerste hand verklaard over de liquidatie van vastgoedman Kees Houtman in 2005. Durven ze het aan om deze rasopportunist, die al zijn hele leven vuistdiep in het criminele milieu zit, in te zetten als kroongetuige? De Haas twijfelt. Als niet veel later een moord wordt gepleegd, die al min of meer is aangekondigd door La Serpe, komt de zaak alsnog in een stroomversnelling. Tegelijkertijd realiseren de medewerkers van het Ministerie van Justitie zich terdege dat ze een risico nemen. De onderwereld oordeelt vaak heel eenvoudig over lieden die uit de school klappen: zwijgen is zilver, spreken is lood.

De deal leidt tot een rechtszaak tegen enkele criminele kopstukken, die worden beschouwd als de sleutelfiguren van de liquidatiegolf in de Amsterdamse onderwereld. In de zesdelige docuserie Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces (283 min.) reconstrueren Erica Reijmerink en Peet Gelderblom met kenners van/uit het criminele milieu, rechercheleden, strafrechtadvocaten, officieren van justitie, rechters, hoogleraren strafrecht en misdaadjournalisten het geruchtmakende proces. Zij zijn stuk voor stuk aan de tand gevoeld in een soort verhoorkamer. Hun verklaringen worden omkleed met nieuws- en achtergrondreportages uit de tijd van de liquidaties (1993-2006) en rechtsgang (2007-2017) – al blijft het geheel tamelijk praterig.

Reijmerink en Gelderblom onderbreken hun vertelling zo nu en dan voor een miniprofiel van hoofdrolspelers zoals Dino Soerel en Willem Holleeder (die zelf overigens niet terecht staat tijdens het Passageproces), vragen rechtbanktekenaar Adrien Stanziani om alle sleutelfiguren te portretteren en geven forensisch rechercheur Carina van Leeuwen haar eigen Opsporing Verzocht-momentjes, waarin ze met behulp van maquettes enkele schokkende moorden doorneemt. Zo ontstaat een zeer complete en afgewogen impressie van een rechtszaak, die heel Nederland in z’n greep heeft gehouden. Waarbij verschillende lezingen van wat er is gebeurd naast of tegenover elkaar staan en soms ook nog altijd frontaal met elkaar botsen, met name tussen het Openbaar Ministerie en enkele prominente advocaten.

Dino Soerel ontbreekt in de zeer complete bronnenlijst. Hij heeft van Justitie geen toestemming gekregen om te participeren in de serie. Terwijl het Passageproces – zeker nadat medeverdachte en ‘moordmakelaar’ Fred Ros een deal heeft gesloten als tweede kroongetuige (!) – zich gaandeweg steeds nadrukkelijker op hem begint te richten. Soerels volwassen dochter Rachel treedt in Pact Met De Duivel op als zijn plaatsvervanger. Erg moeilijk wordt het haar niet gemaakt. Ze krijgt de gelegenheid om (weer) een mens van vlees en bloed van hem te maken: een opa bijvoorbeeld die elke Kerst een aardige boodschap stuurt aan zijn kleinkinderen. In elk geval niet de man die naar voren komt uit het Passageproces-dossier, waarin een mensenleven vaak nog geen stuiver waard lijkt.

In een tamelijk lang uitgevallen epiloog zet de miniserie deze grimmige fase in de Nederlandse criminele geschiedenis tot slot nog in hedendaags perspectief. Want de generatie ‘Holleeder’ mag dan een serieus gevaar voor de samenleving hebben gevormd, de volgende lichting criminele kopstukken, kortgezegd de generatie ‘Taghi’, lijkt bereid om nóg verder te gaan, getuige de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B., diens advocaat Derk Wiersum en misdaadjournalist Peter R. de Vries. En de opvolger van het Passageproces, het zogenaamde Marengo-proces, is al even tumultueus verlopen. Ridouan Taghi en twee medeverdachten hebben levenslang opgelegd gekregen, kroongetuige Nabil B. toch ook nog tien jaar.

De Wereld Van Carlijn

Amstelfilm

Waar op de ene plek het water vrij kan stromen, heerst elders droogte. Cartograaf Carlijn Kingma vind er een treffende metafoor in voor datgene waar onze wereld toch echt om draait: geld. Samen met Martijn Jeroen van der Linden, lector new finance aan de Haagse Hogeschool, en journalist Thomas Bollen van het onderzoeksplatform Follow The Money heeft ze geprobeerd om met dat beeld – geld als, ja, water – het financiële stelsel te vatten in een grote, getekende kaart: Het Waterwerk Van Ons Geld.

Documentairemaker Ariane Greep volgt de Nederlandse kunstenares, opgeleid als architect, tijdens de totstandkoming van dit ambitieuze project. Van het moment dat ze nog ongemakkelijk naar een wit canvas tuurt en tamelijk onzeker zegt: ‘Oh, ik krijg dus nu al helemaal zweethandjes. Dat eerste stuk is gewoon niet zo leuk.’ Tot het moment dat Kingma de laatste hand legt aan de immense, zeer gedetailleerde zwart-wit tekening en zowaar een foutje maakt. Dit moet in allerijl worden hersteld.

Tussendoor volgt Greep het volledige maakproces, dat in totaal zo’n anderhalf jaar onderzoek en maar liefst tweeduizend uur tekenen vergt, en zoomt ze tevens in op de achtergronden van Carlijn Kingma en haar werk. Haar moeder ziet er de tekenervaring van haar dochter op de Vrije School in terug. En Carlijn zelf legt de link met een waterwerk voor kinderen dat haar opa aan de kade van de IJssel in Zutphen heeft gebouwd. Als kleinkind heeft ze daar heel wat uurtjes doorgebracht.

Ariane Greep neemt uitgebreid de tijd om alle ontwikkelingsfasen van het minutieuze Waterwerk te documenteren, waaronder ook enkele, soms best geladen ontmoetingen met vertegenwoordigers van de financiële sector. Want Kingma’s interpretatie van die wereld is bepaald niet waardevrij. Activistisch zelfs. De huidige inrichting van ons geldsysteem vergroot volgens de ‘cartograaf van denkwerelden’ de ongelijkheid in onze samenleving en is dus een politieke zaak die ons allen aangaat.

Tussen al dat monniken- en zendingswerk door, ook op Lowlands en in musea, is er in deze ruim bemeten film, waarin Greeps voice-over in de ik-vorm een beetje een fremdkörper blijft, ook nog ruimte voor leven en liefde – al blijven die toch verbonden met waar het in De Wereld Van Carlijn (92 min.) vooral om lijkt te draaien: het in kaart brengen van het leven om haar heen, teneinde dit te kunnen begrijpen en begrijpelijk te maken.

Larry Flynt For President

WW Entertainment

De felste kritiek op de Republikeinse president Ronald Reagan komt in 1983 niet van zijn Democratische tegenstanders, maar van de flamboyante uitgever van het seksblad Hustler, Larry Flynt. Hij stelt zich zelfs kandidaat voor het presidentschap. Flynts campagne wordt zowel een satire op als rebellie tegen Reagans conservatieve visie op Amerika en doet heel wat stof opwaaien. Totdat de boel ook weer publiekelijk implodeert. Het beeldmateriaal dat in deze periode is gemaakt bleef jaren op de plank liggen, maar vormt nu de basis voor Larry Flynt For President (89 min.).

Flynt heeft bij de start van de campagne enkele jaren van complete inertie achter de rug. In 1978 is de vuil gebekte pleitbezorger van het vrije woord, die al menige controverse heeft veroorzaakt in puriteins Amerika, verlamd geraakt bij een moordaanslag. In de navolgende jaren lijdt hij onder helse pijnen, die alleen met zware medicatie zijn te onderdrukken en die hem volledig lam slaan. Terwijl zijn vrouw Althea Leasure wegzinkt in een ernstige drugsverslaving, weet Flynt de pijn echter langzamerhand de baas te worden. Daardoor kan hij zich weer gaan richten op wat hij het allerliefste lijkt te doen: het ontregelen van alles en iedereen, Brave Hendriken in het bijzonder.

‘Het leven moet één groot orgasme zijn’, declameert hij dus als presidentskandidaat, die zegt ‘onwetendheid en geslachtsziekten’ te willen uitbannen. En daarvoor moeten ze volgens hem ook de ‘massieve en repressieve hand van de regering weghalen uit het kruis van de Amerikaanse bevolking’. Flynts T-shirts vormen intussen een verhaal op zich. ‘Fuck The Olympics’, schreeuwt er eentje over de Olympische Spelen die een jaar later in Los Angeles moeten worden gehouden. Of, als de rechters hem niet goed gezind blijken: ‘Fuck this court’. En, erg gewaagd: ‘Give Hinckley a second chance’, een onverhulde verwijzing naar John Hinckley, de man die in 1981 een aanslag op Ronald Reagan pleegde.

Regisseur Nadia Szold gebruikt Flynts campagne, die wordt ingekaderd door allerlei lieden die er toentertijd op de één of andere manier bij betrokken waren of raakten, om zijn complete leven en missie over het voetlicht te brengen. Met de wijsheid van nu lijkt Larry Flynt een soort Donald Trump avant la lettre. Hij veroorzaakte net zo vaak en gemakkelijk ophef en liet zich eveneens in met dubieuze figuren en complottheorieën. Waar Trump echter de rechterkant van het politieke spectrum opzoekt en een kongsi is aangegaan met christelijk Amerika, zette de ongelovige Larry zich daar juist met zichtbaar plezier tegen af. Virtuoos en lomp, zoals alles waarmee hij zich bezighield.

Deze smakelijke film is een prima introductie in het tumultueuze leven van de geboren provocateur, over wie ook eerder ook al de heerlijke speelfilm The People Vs. Larry Flynt (1996) is gemaakt. Als geen ander slaagde Flynt erin om steeds weer, met veel lef en humor, de grenzen van de goede/slechte smaak op te rekken en zo The Right To Be Left Alone, tevens de titel van een andere documentaire over hem, op de kaart te zetten. Want voor Larry Flynt was vrijheid uiteindelijk het allerbelangrijkste. Om altijd en overal te kunnen zijn wie je wilde. Ook al was dat een eenvoudige pornoboer.

Nelson Het Minivarken

KRO-NCRV

‘Aan het eind van deze film ben ik volkomen terecht wereldberoemd’, beweert Nelson aan het begin van zijn ‘15 minutes of fame’. Zijn stem klinkt verdacht veel als Maarten van Rossem. En hij lijkt toch echt op een varken. Een minivarkentje, welteverstaan. Althans, dat was de bedoeling.

Nelson Het Minivarken (15 min.) woont in Werkendam, ‘een dorp met keurige mensen’. Hij heeft twee moeders: Angela en Annemarie. En die hebben weer twee zoons: Brandon en Jaydon. Zij zijn allemaal gek op hem. En dat vindt de hoofdpersoon zelf dan weer niet vreemd.

‘Eigenlijk ben ik een geniaal varken’, constateert Nelson enigszins zelfgenoegzaam, nadat hij heeft laten zien dat hij zelfstandig een koelkast kan openmaken. ‘Gek genoeg had ik altijd honger’, zegt hij erbij. Alsof ’t ook hem verbaast. En daarmee dient het drama van deze kostelijke jeugdfilm aan.

Dat begint met aangevreten speelgoedbeesten en zorgt uiteindelijk voor politie aan de deur. ‘Wat een klerezooi allemaal!’ Ze kijken Nelson al snel met de nek aan in Werkendam. ‘Daar heb je die mafkees ook weer’, roept een buurman als hij het ‘minivarken’ op straat tegenkomt. ‘Tjongejongejonge!’

Hij zorgt voor stank, zeggen ze. En als buitengewoon intelligent dier zal Nelson toch zelf ook wel beseffen dat persoonlijke hygiëne nou niet zijn meest in het oog springende eigenschap is? Als de buurt begint te klagen – want zo zijn ze – moet dit varkentje toch echt worden gewassen.

En dan bedenkt moeder Angela, ongetwijfeld ingefluisterd door regisseur Anneke de Lind van Wijngaarden, een list. Zoals er vast nog wel meer is gescript in deze hartveroverende docu voor jong en oud. Zodat iedereen gaat houden van die oude brombeer in dat jonge varkentjeslijf.

En niemand huisvarken Nelson, ook al gedraagt hij zich toch echt als een varken, nog kwijt wil.

Het Wonder Van Oirsbeek

EO

Terwijl ze begin 2022 de ontwikkelingen in Oekraïne op de voet volgen via hun tv-scherm, haalt het oudere Limburgse stel Leon en Suzannah Meessen steun uit hun enorme collectie heiligenbeelden en religieuze prenten. Die huilen volgens hen om de ellende in de wereld. Bloedtranen van Maria, welteverstaan.

‘Dit kleine prentje van Onze Lieve Vrouw van Fatima heeft afgelopen zondag de dertiende gebloed’, vertelt Leon, die met zijn zalvende stem, geestdrift en lange witte baard zo uit een mythisch rijk afkomstig zou kunnen zijn. ‘En rond die tijd was er in de politiek veel spanning tussen Rusland en Oekraïne, een voormalig Oostblokland. Misschien dat dat op de achtergrond meespeelt in dit bloeden.’

Leon en Suzannah zijn ervan overtuigd dat er zich bij hen iets bijzonders voltrekt. De hele wereld zou ‘t moeten aanschouwen: Het Wonder Van Oirsbeek (30 min.). Daarvan hebben ze in de afgelopen dertig jaar al talloze voorbeelden gezien. Na de terroristische aanslag in de Bataclan in Parijs of bij een scheepsramp met vluchtelingen bij het Italiaanse eiland Lampedusa werd er bijvoorbeeld ook uitbundig geweend bij het christelijke stel.

Het is een kwestie van tijd, denken ze zelf, voordat hun knusse huurhuisje een bedevaartsoord wordt. Het zal nog niet direct stormlopen, stelt Leon. Uiteindelijk zullen er naar zijn stellige overtuiging echter miljoenen bezoekers komen. ‘Op jaarbasis.’ Om zijn bewering kracht bij te zetten laat hij de filmmakers zien hoe Onze Lieve Vrouwe van Guadeloupe bloedt – al is ze nét begonnen voordat de camera draait.

Jaap van Heusden en Kees-Jan Mulder laten het echtpaar, dat een veelbewogen leven heeft gehad, in z’n waarde, maar tonen tevens dat de twee zich wel degelijk bewust zijn van het beeld dat ze willen uitdragen. ‘Net doen of de camera er niet bij is!’ fluistert Leon bijvoorbeeld als ze buiten de was, niet al te witte onderbroeken, gaan ophangen. ‘Nee, nee, die is er niet’, reageert zij samenzweerderig. ‘De mannen zijn er niet.’

De betrokkenheid van het echtpaar Meessen bij de wereld, tevens vervat in tamelijk overbodige beelden van de rampen die hun harten en allerlei religieuze artefacten deden bloeden, draagt bij aan de sympathie die het tweetal oproept – al is het wel de vraag of de documentairemakers niet wat meer in die bloedtranen hadden moeten prikken. Want wat nu als die onverhoopt tóch geen Goddelijk wonder blijken te zijn…

Bij Ons Op Het AZC

Human

Elke donderdagochtend is er meldplicht. Alle 740 bewoners van het asielzoekerscentrum in Zutphen moeten zich dan legitimeren. Één keer niet melden betekent een boete, de tweede keer moeten ze het centrum verlaten. Verder lijkt ‘t er best gemoedelijk aan toe te gaan, getuige de vierdelige serie Bij Ons Op Het AZC (160 min.) van Martijn Heijne. Hij maakte eerder de thematisch verwante miniserie Leven In Limbo.

Terwijl in Politiek Nederland regelmatig heftige discussies losbarsten over de jaarlijkse immigratiecijfers, de opvang van vluchtelingen en de komst van een asielzoekerscentrum – een werkelijkheid die Heijne aan het begin van de afleveringen verwerkt – gaat hij in het AZC juist op zoek naar kleine, menselijke verhalen. Van medewerkers die het hart duidelijk op de juiste plaats hebben en tegelijk te maken krijgen met bewoners die met hun ziel onder hun arm lopen, soms een beetje marchanderen met de regels of plotseling met de noorderzon blijken te zijn vertrokken.

En de verhalen van de mensen die er verblijven, vaak langer dan wie dan ook lief is. De Iraakse verpleegkundige Mazin heeft bijvoorbeeld inmiddels een verblijfsvergunning, maar wacht nog steeds op een huis. Hoewel hij tijdens zijn vlucht naar Nederland z’n diploma is kwijtgeraakt, hoopt Mazin straks zijn oude vak weer op te kunnen pakken. Sidney, die alweer acht jaar geleden is gevlucht vanuit Mali, hoopt nog steeds op zo’n verblijfsvergunning. Zijn eerste aanvraag is echter afgewezen. In afwachting van een herbeoordeling besteedt hij zijn tijd aan vrijwilligerswerk.

Het zijn mensen die, ondanks verdriet en tegenslag, iets van hun leven willen maken. Zo worden ze ook een beetje geportretteerd. Als modelburgers, die elke zichzelf respecterende samenleving onmiddellijk in de armen wil sluiten. Het is bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om geen compassie te krijgen met Hector en Luís, een homostel dat is gevlucht uit Venezuela. Luís heeft daarbij zijn zoontje moeten achterlaten. Dat doet zichtbaar pijn. Hij had echter geen keus: in zijn vaderland kun je eigenlijk geen homo zijn – en word je sowieso niet geaccepteerd als vader.

Martijn Heijne tekent zulke indringende verhalen sereen op en lardeert die met de dagelijkse activiteiten op het AZC, waar beheerder Berry samen met bewoners het terrein onderhoudt, diverse nieuwkomers de Nederlandse taal onder de knie proberen te krijgen en ook een traditioneel feest zoals Sinterklaas gezamenlijk wordt gevierd. Met een toegankelijke soundtrack, waarin hits van pak ‘m beet Stromae, Lou Reed en The Verve een plek hebben gevonden, zorgt Heijne er bovendien voor dat de serie nooit topzwaar of moeilijk te verteren wordt.

Bij Ons Op Het AZC werkt daardoor als een soort uitnodiging. Via het centrum in Zutphen kan iedereen met eigen ogen aanschouwen dat de populatie van de 180 AZC’s in Nederland vooral uit gewone mensen bestaat. Ieder met zijn eigen verhaal – en meestal geen leuk verhaal – maar vastberaden om hier iets van het leven te maken.

Trailer Bij Ons Op Het AZC

La Oscuridad De La Luz Del Mundo

Netflix

Ze moeten de apostel dienen. In alles. En alleen het beste is goed voor Hem, als directe afgezant van God. De leider wil natuurlijk ook hun kostbaarste bezit hebben. Dat neemt hij in ontvangst in de beslotenheid van de slaapkamer. Met een zakdoek vangt zijn eerste secretaresse dan het bloed op, dat vervolgens ook nog aan de apostel moet worden getoond. ‘Dat was mijn eerste keer’, vertelt één van de Jane Does, die de leider van de kerkgemeenschap La Luz Del Mundo (LLDM) nu hebben aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

De Mexicaanse pater familias Naasón Joaquin Garcia heeft zich altijd onaantastbaar gewaand. Ook omdat hij hoogstpersoonlijk door God is uitverkoren. Net als, heel toevallig, ook zijn vader Samuel en grootvader Eusebio. Zij regeren LLDM samen al een kleine honderd jaar. Ze worden aanbeden als God zelve, baden vanzelfsprekend in weelde en kunnen ook vrijelijk over hun volgelingen beschikken. Anderen kunnen zich bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen wat een machtig gevoel het geeft om mannen en vrouwen die elkaar nog nooit hebben ontmoet met elkaar te laten trouwen. Gewoon omdat zij dat hadden bedacht.

En die meisjes, vol leven, gedienstig, onbezoedeld, ja, die blijven een traktatie! Zij zijn bereid om hun onschuld aan God te geven, via de man die door de Heer is uitverkoren. En daarop richt ook de documentaire La Oscuridad De La Luz Del Mundo (114 min.) zich weer. Niet op zijn verdiensten als gepassioneerde redenaar. Niet op de vijf miljoen aanhangers die zich – tenminste, volgens de officiële cijfers – inmiddels laven aan Het Licht Van De Wereld. En ook niet op de imposante tempel die zij in Guadalajara hebben laten bouwen. Nee, Naasóns ruimhartigheid om zorgvuldig geselecteerde meisjes toe te laten tot zijn intieme leven moet het weer ontgelden.

Is dat verhaal nu nog niet vaak genoeg verteld? Zo’n beetje elke film over een religieuze beweging begint en eindigt met een leider die ervan wordt beschuldigd dat hij zich heeft vergrepen aan de macht, het geld en de vrouwen – en dat iedereen die zich daartegen verzet de mond is gesnoerd of direct wordt geëxcommuniceerd. Deze lijvige documentaire van Carlos Perez Osorio heeft in dat opzicht geen nieuwe inzichten te bieden – al wennen de slachtofferverhalen, bijzonder plastisch en emotioneel, echt nooit en blijft ook het feit dat een groot deel van Naasóns aanhangers hem unverfroren in de rug blijft dekken ongenadig steken.

En dan te bedenken dat er nu elders in de wereld vast alweer een nieuwe Naasón Joaquin Garcia is opgestaan, die geld afroomt bij zijn achterban, zelfbedachte Goddelijke ge- en verboden uitvaardigt en de allermooiste Jane Does opeist…

Voor een andere documentaire over het misbruikschandaal binnen LLDM, Unveiled: Surving La Luz Del Mundo, ontwikkelde ik overigens een zeer praktische invuloefening.

Het Leven Is Niet Kort Genoeg

Matthijs (l) en Joey (r) / BNNVARA

Op zijn 22e wordt hij opgenomen in het ziekenhuis met ‘een neucrotische alvleesklierontsteking door alcoholmisbruik’. De vrienden van Matthijs Kok zijn verrast: ze wisten wel dat hij roofbouw pleegde op zijn lijf, maar dat het zo erg was hadden ze toch niet gedacht. Ze kenden hem vooral van alle mogelijke ongein, liefst voor een camera. Samen maakten ze een soort Nederlandse variant op Jackass, waarbij niets te gek, smerig of pijnlijk was.

En Joey Benistant, de beste vriend van Matthijs en maker van dit postume portret, filmde alles. Zelfs toen het, met de wijsheid van nu, eigenlijk al te laat was. Als Matthijs uit het ziekenhuis komt, vraagt Joey hem nog of hij nuchter van het leven kan genieten. ‘Ik geniet helemaal nergens meer van’, is zijn ontnuchterende antwoord. De twintiger lijkt reddeloos verloren. Al heeft zijn directe omgeving dat niet door. Hij krijgt zelfs nog een vriendin: Ksenija.

Samen met haar en de andere leden van de Groningse rebellenclub, die ze er sinds hun tienerjaren op na hebben gehouden, kijkt Benistant nu in Het Leven Is Niet Kort Genoeg (48 min.) terug op het tumultueuze bestaan van zijn boezemvriend, die met wagonladingen drank en drugs en een eindeloze serie kwajongensstreken de pijn die in hem huisde eronder probeerde te krijgen. Op zijn zeventiende zei hij al dat hij niet ouder dan dertig wilde worden.

Joey diept tevens een brief op waarmee hij aan de binnenkant kan komen van zijn getraumatiseerde vriend. Daarmee krijgen Matthijs’ doldwaze capriolen, die hier met veel jeugdige bravoure, makerslol en dampende muziek worden gepresenteerd, een schrijnend fundament. Het eerbetoon aan zijn overleden vriend – met wie hij de tijd van z’n leven had, totdat de dood hem riep – is intussen zo’n typische (not) coming of age-docu geworden.

Waar niemand hetzelfde uitkomt als dat ie erin is gegaan.

Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht

Periscoop Film

Het is zo’n onbezonnen avontuur dat wel tot sterke verhalen moet leiden. Of het ook leuke verhalen zijn, valt alleen nog te bezien. Net zoals op voorhand ook niet zeker is dat iedereen ervan terugkeert. Want hoewel ze niet al te veel zeilervaring hebben, besluit een bont gezelschap van acht muzikale vrijbuiters in 2013 om met hun boot de Warnow naar het Noorderlicht te gaan zeilen. De tocht begint thuis in Schiedam en moet via Engeland en Schotland naar Noorwegen leiden. 

Het plan is om er meteen ook een documentaire van te maken en die dan voor grof geld te verkopen. Zodat ze daar later weer een reis naar Mexico of de Caribische eilanden van kunnen betalen. De realiteit blijkt echter weerbarstiger – en stormachtiger – dan het romantische idee dat de Nederlandse alto’s er van tevoren van hadden. Ten noorden van het Britse kustplaatsje Whitby dreigen ze met hun boot eerst opgeslokt te worden door het woelige water en later te pletter te slaan op de rotsen.

En dan is Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht (98 min.), de enerverende documentaire die Wim van der Aar heeft gemaakt van het door henzelf gefilmde beeldmateriaal, de audioquotes die hij uit interviews met enkele opvarenden van de Warnow heeft gehaald en de getuigenissen van mensen die ze op hun dollemanstocht tegenkwamen, nog niet eens halverwege. Tegen die tijd ligt allang de vraag op tafel of de Warnow überhaupt dat beoogde Noorderlicht zal bereiken.

Want hoewel de avonturiers zich maanden hebben voorbereid op de trip, worden ze onderweg toch overvallen door de verraderlijke Noordzee en het leven aan boord. Enkele opvarenden zien al snel scheel van de zeeziekte. En hun boot blijkt toch echt aan de kleine kant voor acht mensen en een hond. De groep dreigt daardoor uit elkaar te vallen en weet slechts met enkele onstuimige concerten op hun pleisterplaatsen de eenheid te bewaren. Voor zolang als het duurt.

Er is duidelijk onheil op komst. Het lijkt alleen de vraag of die zich aandient in de vorm van fatale frictie aan boord of een ongeluk op zee, al dan niet vergezeld van Lord Of The Flies-achtige taferelen. Want uit wie er aan het woord komen in deze documentaire volgt automatisch ook wie er niet aan het woord komen – en de vraag wat er met hen is gebeurd. Van der Aar werkt gestaag toe naar het moment waarop de kaarten worden verdeeld en tekent daarna op wat die voor eenieder in petto hebben.

Zijn film groeit desondanks uit tot een ongegeneerde ode aan het avontuur en zij die, zonder er verder al te diep over na te denken, bereid en in staat zijn om daarvoor alles achter zich te laten. Zonder de garantie dat ze het nog ooit terugzien – of dat zij nog ooit worden teruggezien. Op weg naar een stip op de horizon, die misschien altijd buiten bereik blijft. Omdat de reis nu eenmaal belangrijker is dan de bestemming.

Dit Is Hoe Ik Het Zie

KRO-NCRV

Één blik zou genoeg moeten zijn. Tijdens de opleiding logopedie, met haar twee zussen of nu als actrice en theatermaakster. Aysegül Karaka kampt alleen met een visuele beperking. De jonge Turks-Nederlandse vrouw heeft congenitale nystagmus: aangeboren wiebel- of trilogen. Dertig jaar lang heeft ze desondanks als ziende proberen te leven. Ze voelde zich alleen consequent belemmerd in haar sociale- en professionele functioneren.

En nu is ze he-le-maal op. Aysegül start een behandeling van acht maanden bij Visio Het Loo Erf in Apeldoorn, waar ze tijdens een intensief revalidatietraject haar beperking wil leren omarmen. Marloes van der Haagen en Marjolein Eilander volgen dit proces in de effectieve tv-docu Dit Is Hoe Ik Het Zie (45 min.) en brengen ondertussen samen met Aysegül, haar moeder Rabia, zussen Güler en Figen en broers Özkam en Baki de voorgaande dertig jaar in kaart. Dat meer beperkingen met zich meebracht dan ze in eerste instantie wilde erkennen.

De confrontatie daarmee zorgt nog altijd voor flink ongemak, blijkt als Aysegül tijdens een mobiliteitstraining voor het eerst met een wandelstok op pad gaat en zo nodig ook de weg moet vragen aan omstanders. Niet alleen het gegeven dat ze nauwelijks kan zien en weet waar ze zich bevindt speelt haar parten, maar ook het feit dat dit zichtbaar is voor de buitenwereld. Zelfs – of júist – als een ander heel behulpzaam reageert. Aysegül moet ook accepteren dat dagelijkse activiteiten bij haar veel meer energie kosten en voor overprikkeling en vermoeidheid kunnen zorgen.

‘Ik ben echt trots op haar dat zij dit heeft aan durven gaan met zichzelf’, concludeert trajectbegeleider Esther Jager-Broekman bij het emotionele afscheid. ‘En dat ze ook het leven weer tegemoet gaat.’ Dit degelijke portret, dat met tamelijk dikke muziek soms alleen wel erg nadrukkelijk naar grote emoties hengelt, heeft de ontwikkeling die haar cliënt heeft doorgemaakt treffend in beeld gebracht en laten zien hoe een visuele beperking niet alleen beïnvloedt hoe jij naar de wereld kijkt – en die naar jou – maar ook hoe je jezelf ziet.

Mama Weet Het Zeker

Human

Op weg naar zijn moeder belt Max Baggerman nog even met zijn broer Thomas. Terwijl hij op de snelweg langs een armada van elektriciteitsmasten rijdt, hebben ze het onvermijdelijk weer over ‘ma’. Zijn broer heeft haar onlangs ‘complotdenker’ genoemd. En dat zit moeder, die allerlei lichamelijke klachten en theorieën daarover heeft, behoorlijk dwars.

Van haar mobiele telefoon krijgt zij bijvoorbeeld een loopneus, traanogen en een bittere smaak in haar mond. ‘Dan kan iedereen zeggen: het kan niet’, zegt de oudere vrouw. ‘Maar ik merk het gewoon. Ik zou willen dat het niet kon.’ Mama Weet Het Zeker (24 min.): ze wordt in haar eigen huis geterroriseerd door allerlei schadelijke vormen van straling.

Na haar verhuizing ging het mis, constateert zoon Max in deze aardige egodocu. ‘Het veilige toevluchtsoord dat haar huis zou moeten zijn, veranderde in een broeinest van gevaar en onzekerheid. Een onzichtbare vijand was geboren.’ Inmiddels is moeder op de vlucht. Na een periode in haar auto slaapt ze nu tijdelijk in een vakantiehuisje van vrienden.

Als een mevrouw met een speciaal zoemend apparaatje haar eigenlijke woning komt doormeten, is het duidelijk: hier moet van alles anders aangelegd, geverfd en afgesloten worden. En als ze alles daadwerkelijk hebben aangepakt, zorgt een passerende boot weer voor hartkloppingen bij ‘ma’. ‘Hoever volg ik haar?’ vraagt Max zich af. ‘En wanneer geef ik mijn voeten rust?’

Terwijl hij zelf frictie liever ontwijkt, zoekt zijn broer de confrontatie. Dit dreigt de verhoudingen binnen de familie, waar weer een kind op komst is, op scherp te zetten. Deze korte film brengt dat heel behoorlijk in beeld – al was iets meer dramatische ontwikkeling en context over ‘ma’, haar achtergrond en de gezinssituatie geen overbodige luxe geweest.

Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje

BNNVARA/Signal.Stream / vanaf maandag 26 juni op NPO

Het was zeker mooi, maar had ook iets wrangs. Nog nooit waren ze zo van ‘ons’ en toch duidelijk van ‘hen’, als toen de Nederlandse ‘Atlas Leeuwen’ voor hun andere vaderland, Marokko, grote successen vierden in Qatar. Nadat het Nederlands elftal al was uitgeschakeld, drong het nationale team van Marokko, als eerste Afrikaanse land in de geschiedenis, door tot de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar. In dat elftal speelden vier spelers die in Nederland zijn opgegroeid een sleutelrol: Sofyan Amrabat, Hakim Ziyech, Noussair Mazraoui en Zakaria Aboukhlal.

Khalid Alterch, alias rapper ICE en ‘Tonnano’ uit de misdaadserie Mocro Maffia, heeft de vier Marokkaanse topvoetballers weten te strikken voor Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje (135 min). In deze vierdelige serie blikken ze samen met andere Marokkaanse Nederlanders zoals straatvoetballer Soufiane Touzani, schrijver Abdelkader Benali, ontwerper Aberrahmane Trabsini (modemerk Daily Paper), komiek Khalid Akouzdame (Borrelnootjez), oud-voetbalprof Ali Boussaboun, acteur Iliass Ojja, cabaretier Jawad Es Soufi (Sloegie), en Dania Boussatta, speelster van het Marokkaanse vrouwenteam, terug op het toernooi waarmee hun land zich wereldwijd in de kijker speelde – en zelfs in Nederland, waar ze zich allemaal wel eens onwelkom hebben gevoeld, de handen op elkaar kregen.

Met de wedstrijden van het WK voetbal als anker, waarvoor hij zelf met vrienden ook naar Qatar is afgereisd, gaat ICE ook met hen in gesprek over hoe ’t is om Marokkaan in Nederland te zijn. Een Marokkaanse jongen in Nederland, om precies te zijn, zo’n beetje het meest omstreden smaldeel van de vaderlandse populatie. Het is een verhaal van (gekrenkte) trots, familiegevoel en (geknakt dan wel hervonden) zelfvertrouwen. En van de herwaardering van Marokko als thuisland, ook als voetballer. Waar voor talenten het Nederlands elftal jarenlang het beoogde eindstation was, ook uit puur opportunistische overwegingen, lonken sinds het WK de Lions de l’Atlas nadrukkelijker dan ooit. Dat zien ook traditionele Nederlandse voetbalkenners als Willem van Hanegem, Andy van der Meijde en Joep Schreuder, die overigens niet al te veel toevoegen aan de reeks.

In deze miniserie wordt vooral het collectieve gevoel van Marokkaanse Nederlanders uitgedrukt. Niet zozeer via een treffend groepsportret of een helder opgebouwde thematische vertelling, maar meer in de vorm van een associatieve grabbelton van meningen, gevoelens en bespiegelingen. Tezamen schetsen die een aardig beeld van wat er leeft in de gemeenschap – en welke rol voetbal daarin speelt.

Gratie: Het Ware Verhaal Van Frank Masmeijer

Frank Masmeijer / c: Jeroen Nieuwhuis / Viaplay

De man die halverwege de jaren tachtig door de NCRV werd gepresenteerd als een ideale schoonzoon, de laatste showmaster van de oude stempel, is allang keihard van zijn voetstuk gevallen. In 2014, een kleine twintig jaar na zijn vertrek uit Hilversum (dat werd omgeven door geruchten dat hij in De Holidayshow vrienden aan een droomreis zou hebben geholpen), werd Frank Masmeijer in België gearresteerd vanwege betrokkenheid bij het binnenhalen van een enorme lading cocaïne, naar verluidt 467 kilo. Goed voor een straatwaarde van zo’n 25 miljoen euro.

Inmiddels verkeert de voormalige televisiepresentator alweer enkele maanden op vrije voeten en is hij erop gebrand om zijn naam te zuiveren. Daarvoor gaat hij in zee met Roy Dames, een documentairemaker die er zijn handelsmerk van heeft gemaakt om Foute Vrienden (zoals bijvoorbeeld Rob ScholteRudi Lubbers en Emile Ratelband) te portretteren. Is Masmeijer, zoals hij zelf volhoudt, puur op veronderstellingen veroordeeld en bovenal slachtoffer van de omstandigheden? Of was hij altijd al iemand, wat Dames eigenlijk steeds nadrukkelijker begint te vermoeden, die in kringen verkeerde van mensen die het niet zo nauw nemen met de regeltjes en die er zelf ook een handje van heeft om de grenzen op te zoeken?

Gratie: Het Ware Verhaal Van Frank Masmeijer (63 min.) is de weerslag van Dames’ zoektocht naar de waarheid, waarin hij behalve met de hoofdpersoon zelf ook spreekt met diens moeder Fien, ex-vrouw Sandra, dochters Michelle en Charlotte, en huidige vriendin Anita. Samen met Masmeijer bezoekt hij bovendien de plekken van zijn leven. Zijn vorstelijke huizen. De gevangenis, natuurlijk. En zijn horecazaken in het Belgische Wijnegem. ’Frank is altijd zot geweest van geld, hè?’, stelt oud-medewerkster Cindy dan. ‘Da’s waar, hè?’ kijkt ze naar de man zelf. ‘Ja’, bekent die. Waarna zij vervolgt: ‘Dus het had eigenlijk niks te maken met: wat heeft hem verkeerd gedaan? Als Frank morgen rijk kan worden door sokken te verkopen op de markt, dan ga jij sokken verkopen op de markt.’ Masmeijer beaamt: ‘Ja. Dat is zo.’

Het kost Dames intussen moeite om door te dringen tot zijn hoofdpersoon. Al vanaf de openingsscène steggelen ze over van alles en nog wat: de setting van de interviews, de belichting ervan en het geluid. Als voormalig televisiemaker heeft Frank Masmeijer over alles een mening. En ook over wat er nu precies voorafging aan ’s mans arrestatie en hoe dat precies ter sprake moet komen in de docu, kunnen ze het maar moeilijk eens worden. Het zorgt voor wantrouwen. ‘Jij bent aan de ene kant programmamaker, maar in hoeverre ben je mijn vriend?’ zegt Masmeijer tegen Dames. ‘Als je me naait, heb je een probleem.’ Hij wil ‘een realistische film’ maar is volgens Dames vooral bezig met ‘een imago te verkopen’. En als de camera uit is – vertelt de documentairemaker, die zich daarmee enigszins op glad ijs begeeft – hangt ie héle andere verhalen op.

Wanneer Dames door de rookgordijnen die zijn protagonist heeft opgetrokken nauwelijks meer een hand voor ogen ziet, gaat hij in gesprek met journalist Nick Dijkman, die samen met Masmeijer het boek Frank En Vrij heeft geschreven. Zo verzamelt hij steeds meer stukjes van het verhaal over Frank Masmeijers leven en demasqué – al blijft de complete puzzel, zonder diens volledige openheid, moeilijk te leggen. De wrijving daarover tussen de maker en hoofdpersoon van deze documentaire draagt zonder meer bij aan dit lekker hoekige portret. Waaruit een man naar voren komt die het liefst weer gewoon wil gaan zingen en presenteren, maar die als de nood aan de man komt ook zomaar weer de fout zou kunnen ingaan.

Het Beest Van Amsterdam

Doxy

Hij is geen schim meer van de imposante man die hij ooit moet zijn geweest. Alzheimer, vasculaire dementie en Parkinson doen hun ontregelende werk bij Jon Bluming (1933-2018) als regisseur Vuk Janic hem begint te filmen voor wat uiteindelijk een postuum portret is geworden. Hij was het die judo, karate, thaiboksen en worstelen ooit in Europa introduceerde. Een free fighter pur sang. Een meester in mixed martial arts. Een Nederlandse samoerai.

Janic probeert Het Beest Van Amsterdam (54 min.) dat nog ergens in dat versleten, broze lijf verscholen zit te vangen met een tekst die hij, op basis van interviews met Bluming en diens autobiografie Van Straatschoffie Tot 10e Dan (1999), met medewerking van Arthur van den Boogaard heeft geschreven. Die woorden zijn vervolgens, als een gekooide leeuw, ingesproken door Matteo van der Grijn en voorzien van stemmige zwart-witte animatie.

‘Onverslaanbaar zijn, dat wilde ik’, zegt die bijvoorbeeld. Of, over hoe hij terugkwam uit de oorlog in Korea: ‘Dood, ik ben wel klaar met je. Een losgeslagen straatschoffie werd ik.’ En over wat hij meenam van zijn traumatische ervaringen als zeventienjarige frontsoldaat. ‘Hij of ik. Altijd weer: hij of ik.’ Dat zou een leidmotief voor de rest van zijn bestaan worden. Zoals die vervloekte oorlog in Korea hem ook voor het leven tekende. ‘Angstig, altijd angstig, om dood te gaan’

Vechtsport was voor Jon Bluming uiteindelijk toch meer gevecht dan sport, vertellen mensen uit zijn directe omgeving zoals Jan de Bruin (voorzitter en kancho IBK Kyokushin Karate), viervoudig wereldkampioen K-1 Sem Schilt en Blumings protegé Chris Dolman, driemaal wereldkampioen sambo en veertig keer nationaal kampioen worstelen, judo of sambo. Jon Bluming was ‘keihard en liefdevol’, zegt één van de sprekers treffend op zijn uitvaart.

Die wordt door Vuk Janic gebruikt als startpunt voor deze wat weerbarstige film, waarin de breekbare oude man die zich slechts een enkele keer nog in zijn ziel laat kijken (‘Je vraagt je soms weleens af waarom je al die jaren gestudeerd hebt op vechten. Nou ja, ’t is niet anders.’) en het gevaarlijke beest dat via de geschriften van diezelfde man tot de wereld spreekt soms wat lastig samenkomen. Alsof het gaat om twee verschillende mensen, twee verschillende stemmen.

Maar misschien is dat gewoon wat het leven doet met tot de verbeelding sprekende vechters zoals Jon Bluming. Indachtig dat oude gezegde: old warriors never die, they simply fade away.

Blazen In Het Vuur: Afscheid Van Sogyal Rinpoche

bodhitv.nl

In juli 2017 gaat er een schokkende brief rond door de boeddhistische gemeenschap. Uitvoerig beschrijven acht studenten van de Tibetaanse leraar Sogyal Rinpoche, schrijver van Het Tibetaanse Boek Van Leven En Sterven, ‘jaren van fysiek, emotioneel en seksueel misbruik van leerlingen en het gebruik van donaties om zijn exorbitante levensstijl te bekostigen.’ Hun leraar slaat op de vlucht en vertrekt van zijn tempel in Frankrijk naar Thailand. 

Inmiddels is de gevallen meester daar overleden. Hij zal aan de voet van de Himalaya worden gecremeerd. En zijn Nederlandse volger Frank van Velthoven, die na 25 jaar afstand heeft genomen van diens organisatie Rigpa, wil deze crematie gaan bijwonen. Waarom? vraagt Chris Frieswijk, die al enige tijd handpan speelt bij de Tibetaanse mantra’s van muzikant/componist Frank, zich af. Wat hoopt zijn vriend daar nog te vinden? Met deze vragen en zijn camera volgt hij Van Velthoven naar het hart van het boeddhisme.

De documentaire Blazen In Het Vuur: Afscheid Van Sogyal Rinpoche (52 min.) is het verslag van Franks diep persoonlijke reis: naar de gemeenschap waarvan hij al zo lang deel uitmaakt én naar zijn eigen twijfel, over zichzelf en de leraar die hij intens heeft liefgehad. Kan hij zich nog verbonden voelen met andere volgelingen, die dezelfde vragen niet hebben of er zelfs niet eens over willen nadenken? En is hij zelf niet medeverantwoordelijk voor wat er is gebeurd? Frank twijfelt openlijk. In voice-overs voor deze bespiegelende film en in gesprekken met andere Rigpa-leden.

‘Ik kan niet ontkennen dat hij mijn leraar is’, zegt hij bijvoorbeeld tegen z’n vriend Boon, die niet erg happig lijkt op een gesprek over Rinpoche. ‘Ik ben heel dankbaar voor de lessen en voor de gulheid, die ik van hem heb ontvangen. Tegelijkertijd ben ik ook kritisch over zijn gedrag.’ Het gesprek wordt onderbroken vanwege de ruisende wind. Boon krijgt een zendermicrofoon opgespeld, maar grijpt die gelegenheid aan om het gesprek te stoppen. ‘Ik wil best met jou praten’, zegt hij tegen Frank. ‘Maar niet voor de camera.’

Zo zal het vaker gaan. De Nederlander begint zich eenzaam te voelen, in een omgeving die zo lang als thuis voelde. Chris Frieswijk observeert dit proces van dichtbij en stelt zo nu en dan indringende vragen. Eenmaal terug in Nederland en enkele confrontaties rijker, vooral met zichzelf, kan Van Velthoven de balans opmaken: wat betekenen de man aan wiens hand hij ‘de natuur van de geest’ heeft leren kennen en de beweging waarvan hij onderdeel uitmaakte nog voor hem?

Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum

Human

Hij is in zijn leven inmiddels tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tony van H. is desondanks pas 43. Met zoveel veroordelingen is het wonderlijk dat hij nog zoveel tijd heeft gehad om delicten te plegen, vindt psychiater Pieter Ronhaar van het Pieter Baan Centrum, een psychiatrische observatiekliniek in Almere waar de geanonimiseerde veelpleger zeven weken lang wordt onderzocht door een multidisciplinair team.

‘Ik word gewoon gedreven door iets’, heeft ‘de observandus’ zelf al tijdens een politieverhoor gezegd. ‘Ik weet niet door wat. Het lijkt of het mij niet gegund is om een goed leven te leiden.’ In eerste instantie lijkt de hoofdpersoon van de fascinerende film Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum (62 min.) nochtans van goede wil. Hij begint direct met het schoonmaken van zijn nieuwe kamer, maakt gezellig een praatje en is ogenschijnlijk ook bereid om naar zichzelf te kijken.

Naarmate deze observerende documentaire van Ditteke Mensink uit 2011 vordert, wordt Tony echter defensiever. Want écht kijken – vóórbij het helpen van oude vrouwtjes, wat hij ook regelmatig schijnt te doen – doet soms pijn. Dat betekent de confrontatie aangaan. Met je verleden en wat jou toen is aangedaan, maar vooral ook met je huidige zelf, jouw daden en de gevolgen daarvan. Voor de vrouw die je koelbloedig overviel, bijvoorbeeld. En je zoon, die je meesleepte in de criminaliteit.

Mensink legt die ontwikkeling, waarin Tony steeds meer van zichzelf moet prijsgeven, via de onderzoekers vast: een psychiater, klinisch psycholoog of een milieurapporteur, die zijn levensloop uitpluist. Zij is erbij als ze met hem afspreken, leest mee in hun rapportages en spreekt, ogenschijnlijk zonder al te veel beperkingen, over hun bevindingen. Via deze ene casus wordt zo inzichtelijk gemaakt wat er gebeurt in de zwarte doos die een plek zoals het Pieter Baan Centrum soms lijkt.

Dat gewroet in Tony’s psyche, delicten en privéleven moet uiteindelijk leiden tot een conclusie. ‘Hoe wilsvrij is iemand nu eigenlijk geweest om tot dit delict te komen?’ vat Michaël van Ekeren die samen. Als procespsychiater spreekt hij Tony zelf niet, maar is hij wel verantwoordelijk voor het gezamenlijke advies aan de rechter. Dan wordt de vraag beantwoord: heeft iemand een keuze kunnen maken om dit delict te plegen? Of had ie ook de keuze kunnen maken om er vanaf te zien?’

Deze conclusie, tevens het logische eindpunt van een film die de deur naar een doorgaans verborgen wereld open wrikt, bepaalt hoe het verder gaat met ‘de observandus’: kan die gewoon z’n straf ondergaan voor een delict dat hij blijkbaar willens en wetens heeft begaan? Of is er toch een stoornis in het spel, die ervoor heeft gezorgd dat hij tot zijn daad is gekomen? Dat laatste lijkt in eerste instantie misschien een prettige uitkomst, maar wordt door veel daders beschouwd als een doodvonnis.

Want daarna volgt dan onvermijdelijk dat ene advies aan de rechter: TBS met dwangverpleging.

Hoe het Tony van H. na de observatie in het Pieter Baan Centrum verging is in dit artikel te lezen.

De documentaire Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan centrum is hier te bekijken.

Praying For Armageddon

UpNorth Film

‘Nooit eerder in de geschiedenis van de wereld hebben alle spelers zich op het toneel gemeld’, houdt televisiedominee John Hagee van Cornerstone Church zijn gehoor voor. ‘Iran, Rusland, China, Europa, Amerika… Alles is helemaal perfect. Het eindgevecht om wereldheerschappij zal de moeder aller oorlogen worden. Armageddon.’

En om dat laatste gaat het de oprichter van de belangengroep Christians United For Israel (CUFI), een organisatie die maar liefst tien miljoen leden heeft en zo’n honderd miljoen evangelische Amerikanen, dertig procent van het totale electoraat, tot zijn natuurlijke achterban mag rekenen. De staat Israël is een voorwaarde om te komen tot de grote eindstrijd, liefst zo snel mogelijk, die in de Bijbel wordt aangekondigd en de terugkeer van Jezus Christus mogelijk maakt. Op ‘Judgment Day’ zullen evangelische Amerikanen en Israëlische Joden vervolgens recht tegenover elkaar komen te staan. En John Hagee heeft er geen enkele twijfel over wie er dan zal – en moet – zegevieren.

Tot die tijd is er een logisch verbond tussen de twee partijen. Vanuit conservatief en christelijk Amerika krijgt Israël dan ook vrijwel ongelimiteerde steun, zowel in moreel als financieel opzicht. Naar verluidt werd in 2021 door CUFI bijvoorbeeld 3,3 miljard dollar verzameld voor militaire steun aan Israël. Net als Maya Zinshteins ‘Til Kingdom Come (2020) verdiept Praying For Armageddon (97 min.) zich in de wereld daarachter. Van conservatieve religieuze leiders zoals Hagee en Robert Jeffress tot de op een Harley rondreizende dominee Gary Burd, die oogt als een Hells Angel en een soort ridderorde om zich heen verzamelt voor de bloedige strijd die is aangekondigd.

Tegenover deze ‘Evangelical Christian Zionists’ plaatst documentairemaakster Tonje Hessen Schei criticasters zoals de Israëlische rabbi en mensenrechtenactivist Arik Ascherman, de voormalige evangelische prediker Frank Schaeffer en de oud-militairen Lawrence Wilkerson en Michael Weinstein (die de Military Religious Freedom Foundation runt). Weinstein laat zien hoe christelijke symboliek, Bijbelverzen of de merknaam Crusader Arms bijvoorbeeld, inmiddels letterlijk op wapens is terug te vinden. En dat lijkt hem koren op de molen van wervers voor Amerika’s ideologische tegenstanders, zoals Islamitische Staat, Boko Haram en de Taliban.

Journalist Lee Fang van The Intercept fungeert als verbindende factor in deze unheimische film. Hij probeert in gesprek te gaan met de belangrijkste spelers uit het invloedrijke verbond tussen christelijke Amerikanen, die van hun land best een theocratie willen maken, en Israeli’s, die in hun eigen natie niets minder dan het beloofde land zien. Via hen schetst deze dramatisch getoonzette documentaire een volstrekt twijfelloze wereld, waarin roestvrijstalen religieuze idealen samenkomen met ongebreidelde geweldsfantasieën. Het is een angstaanjagend perspectief, dat zonder al te veel moeite kan – of, dramatischer gesteld: wel moet – leiden tot een bloedige oorlog.

De Amerikaanse generaal Jerry Boykin, nog niet zo lang geleden onderminister van Defensie, verwoordt het in een eigen interpretatie van het Bijbelboek Openbaringen en het daarin geschetste Armageddon als volgt: ‘Als de Heer terugkeert, komt hij als een strijder. Rijdend op een wit paard, in een met bloed bevlekt wit gewaad, met een zwaard in zijn hand. En ik geloof dat het zwaard dat hij dan draagt een AR-15 is.’

Kees Vliegt Uit

Videoland

Op zijn geheel eigen wijze is Kees Momma een soort Bekende Nederlander geworden. Misschien niet eens zozeer door Monique Nolte’s film Het Beste Voor Kees (2014), als wel door scènes uit de documentaire die ‘viral’ gingen via sociale media en televisieprogramma’s: Kees in de auto die helemaal losgaat op Duitsers, Kees die voortdurend tobt over het weer of Kees die Nolte een ferme veeg uit de pan geeft omdat ze iets in zijn huis omstoot.

Daardoor dreigde Kees een soort cultfiguur te worden: een karikaturale variant op de klassieke autist, die er een geheel eigen denkwereld op nahoudt, spreekt in heel precieze en archaïsche taal en soms ongenadig op de lachspieren werkt. Terwijl die film in wezen toch een tamelijk sombere aangelegenheid is. Over een volwassen man, die vastzit bij zijn vader en moeder en geen kant op kan of wil – en twee ouders die hun kind niet kunnen/willen loslaten.

Dit vervolg gaat verder waar Het Beste Voor Kees ophield – al is ‘verder’ een relatief begrip in het universum van Kees. Hij klampt zich vast aan wat hij heeft en zou dat het liefst tot aan het einde der tijden bij zich houden – zijn geliefde moeder, die zich helemaal voor hem wegcijfert, in het bijzonder. Toch probeert hij in Kees Vliegt Uit (105 min.) via een nieuwe woning en een contactpersoon/vriendin wel degelijk stappen richting de toekomst te zetten.

Dan blijkt er alleen een wereld van verschil te zitten tussen wat zijn ouders denken dat goed voor hem is en wat Kees zelf wil – of denkt te willen. Intussen krijgt de ouderdom steeds meer vat op moeder Henriëtte en vader Willem en wordt de vraag of Kees het zonder hen redt alsmaar nijpender. Hij wil duidelijkheid over een mogelijke toekomst zonder hen, maar is nauwelijks in staat om die daadwerkelijk te imagineren en concrete stappen te zetten.

Kalm volgt Monique Nolte het kleine leven van Kees, dat ze structureert met zijn ingelezen brieven aan haar, de chroniqueur van zijn aardse beslommeringen. Ze omlijst de rimpelingen in zijn bestaan – ongewenste geluiden, hummende mensen (die gewoon ja of nee moeten zeggen) – bovendien met beelden van de lucht die zijn geordende leventje elk moment kan verstoren met neerslag, het uitblijven daarvan of te hoge of juist te lage temperaturen.

Naarmate de film vordert wordt de gezondheid van zijn ouders zienderogen brozer, een gegeven dat nog eens wordt geaccentueerd met familiebeelden van het jonge gezin Momma. Het jongetje van toen moet nog altijd uitvliegen, maar verkiest uiteindelijk toch steeds het veilige kooitje dat hij met hen voor zichzelf heeft gecreëerd. Dat begint steeds meer te knellen. Totdat het, althans voor een buitenstaander, eigenlijk nauwelijks meer verantwoord lijkt.

In die zin eindigt deze film net als z’n voorganger. Met de belofte dat dit intrigerende levensverhaal opnieuw wordt vervolgd. Of de betrokkenen dat nu willen – of kunnen – of niet. Met z’n allen schuifelen ze op kousenvoeten verder door het leven van Kees.

In 2025 verschijnt de opvolger voor deze Kees-film: Kees Vliegt Écht Uit.

Meneer Pastoor

EO

Meneer Pastoor (55 min.) staat voor zijn afscheid. En zijn jonge vervangers. Stefan Musanai en Charles Leta, staan ook al klaar. Ze zijn vanuit Indonesië naar het Zuid-Limburgse Schimmert gekomen, want in Nederland is de aanwas van nieuwe priesters al enige tijd erg beperkt. ‘Vroeger gingen ze van hier daarheen’, constateert één van de parochianen nuchter. ‘En nu komen zij hierheen.’

Als omgekeerde missionarissen worden de twee dertigers uit de voormalige Nederlandse kolonie geacht om hier ons eigen geloof, het katholicisme, weer te verbreiden. Eerst moeten ze echter wegwijs worden gemaakt in Nederland, te beginnen met de taal. Het blijkt bijvoorbeeld bepaald niet gemakkelijk om ‘Gij zult tot stof wederkeren’ te zeggen. Of de onvervalste tongbreker ‘kerstsnuisterijen’.

Het is aandoenlijk om te zien hoe gewone leden van de Limburgse kerkgemeente in deze fijne kleine film van Gabrielle Provaas proberen om de nieuwkomers te ondersteunen bij hun inburgering. Intussen vindt pastoor John van Oss, inmiddels al even in de tachtig, het moeilijk om afstand te nemen en doen van zijn ambt. Moet hij ‘de jongens’, zijn nieuwe confraters, nu werkelijk op een sterfgeval afsturen?

Het Coronavirus zal uiteindelijk als vliegwiel fungeren voor de overdracht. Tijdens de lockdown blijft de kerk noodgedwongen leeg en moeten er alternatieven worden bedacht om het ‘contact met de klant’ te onderhouden. Daarmee komen er kansen voor de twee Indonesiërs. Intussen telt de oude pastoor zijn zegeningen, waaronder zijn vaste steun en toeverlaat Maria. Zij heeft 38 jaar met hem gediend.

Dit proces wordt door Provaas tamelijk idyllisch weergegeven, met fraaie observerende scènes en een bitterzoete soundtrack. Dat werkt wel. Als pastoor John van Oss bijvoorbeeld zijn 84e verjaardag viert en Charles zijn gitaar erbij pakt om met de andere aanwezigen in Limburgs dialect het lied Geniet Van Het Leven aan te heffen, levert dat een ontroerende scène op, waaruit onmiskenbaar gemeenschapszin spreekt.

En ook de zelfspot waarmee pastoor Van Oss zelf afscheid neemt, draagt bij aan dit warme portret van een man die de missie van zijn leven moet achterlaten en z’n opvolgers die op eigen wijze in zijn voetsporen treden.