Millonario

Netflix

Het was geen geluk, vindt zijn gelovige vrouw Blanca, maar een zegening. Als Javier Zapata, een veertigjarige boer uit de Zuid-Chileense stad Los Ángeles, in maart 2018 ontdekt dat ie over het winnende lot van de Kino-loterij beschikt, kan hij zijn geluk in elk geval niet op. Ze kunnen allebei stoppen met werken. De jackpot van ruim drie miljoen euro wordt binnenkort immers op hun rekening bijgeschreven. De gezegende winnaar moet de prijs alleen nog even claimen. Maar waar heeft hij dat lot ook alweer gelaten?

Javier heeft zestig dagen om het bewijs van zijn prijs te overhandigen. Samen met zijn vrouw en hun dochter Mariela kamt hij het hele huis uit, op zoek naar het lot dat waarschijnlijk is weggegooid tijdens het schoonmaken. Het leidt in Millonario (102) tot een serie kluchtige scènes, waarin de drie met liefde en plezier de navolgende prijzenslag nog eens naspelen. Want als dat lot is opgediept, letterlijk uit het vuil, ontstaat er discussie over de authenticiteit ervan en wil Lotería Concepcion niet uitkeren. Ook omdat er zich nog een andere gezegende Chileen heeft gemeld…

De inmiddels zevenjarige (!) lijdensweg van de Zapata’s om hun recht te krijgen is dan pas net begonnen. De Chileense broers Felipe en José Isla fabriceren daarvan een tragikomisch tis-toch-niet-te-geloven! verhaal over rijkdom, hebzucht en oplichting, dat wordt ingebed in een grotere vertelling over de cultuur en historie van gokken in Chili, op paardenrennen in het bijzonder. Tussendoor laten gewone Chilenen op straat hun licht schijnen over de persoon Javier Zapata en zijn geloofwaardigheid, of geld een mens kan veranderen en wat zij zelf zouden doen met zoveel miljoen.

Het resultaat is een zeer vermakelijke, opvallend luchtig getoonzette zedenschets over een man die een kans ziet om aan zijn gewone bestaan te ontsnappen en dus het geluk – waarop hij recht meent/zegt te hebben – probeert af te dwingen. En de mensen om hem heen hopen daarvan mee te profiteren, fronsen hun wenkbrauwen of steunen hem van ganser harte. Het lot heeft beslist, concluderen de Hermanos Isla nét voor de aftiteling van Millonario. En zij die (niet) gezegend zijn, hebben dit maar te aanvaarden.

Flying Hands

Limonero Films

Een naam was eigenlijk overbodig. Veel Pakistanen spraken het kind wel aan op z’n beperking. Hee, dove! Dat wilde Aniqa Bano niet laten gebeuren. Toen haar dochtertje vijf maanden oud was, ontdekte de hoogopgeleide vrouw uit Skardu, een district in de afgelegen regio Baltistan, dat haar kind ernstige gehoorproblemen had. Aniqa wist één ding zeker. Dit kind zou wél bij haar naam genoemd worden: Narjis Khatoon. Inmiddels is dat kleine meisje uitgegroeid tot een zelfbewuste jonge vrouw, die gerust het dagboek mag inzien dat haar moeder in de tussenliggende jaren bijhield.

Samen praten ze ook over die tijd in de documentaire Flying Hands (78 min.). Over hoe een tante bijvoorbeeld tegen Aniqa zei: Allah heeft Narjis bewust doof gemaakt, zodat ze het huishouden kan doen terwijl jij aan het werk bent. Dat was tegen het zere been. Hoewel zij zich geen cochleair implantaat voor hun dochter konden veroorloven, zagen Aniqa en haar trouwe echtgenoot Afzal wel een andere uitweg: een dovenschool. Ze realiseerden zich al snel dat zij dan zelf ook gebarentaal moesten leren. Inmiddels runnen ze hun eigen opleiding: de, jawel, Narjis Khatoon Hearing Impairment School.

In deze gestileerde film kijken Marta Gómez en Paula Iglesias mee bij de pogingen van het gedreven echtpaar om ook de andere ouders van de ongeveer vierhonderd dove kinderen in Baltistan te bewegen om hun kind naar school te sturen. Daarbij stuiten ze regelmatig op onbegrip en schaamte. ‘Ze kunnen niet horen, dus waarom zou ik ze een educatie geven?’ zegt de moeder van dove dochters van tien en zes, die het ouderlijk huis nauwelijks uitkomen, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek. En wat kost dat dan? willen andere ouders bij een huisbezoek weten. Ze hebben geen cent te makken.

Tegelijk tonen Gómez en Iglesias de gang van zaken op die school, waar geïsoleerd opgegroeide kinderen via elkaar zichzelf leren kennen en waarderen. Ze vervatten dit in poëtische en theatrale beelden, die het bijzondere karakter benadrukken van wat er zich tussen die schoolmuren voltrekt. Met een gemanipuleerd geluidsdecor proberen ze er bovendien zo nu en dan echt een immersieve ervaring van te maken, zodat de kijker even kan ervaren hoe ’t is om niets te horen en buiten het reguliere leven te staan. In dat leven gelden in Pakistan voor meisjes overigens ook nog andere beperkingen.

En die melden zich in deze boeiende film als de leerlingen van de Narjis Khatoon Hearing Impairment School willen meedoen aan een sporttoernooi in de grote stad Lahore.

Slachtofferhulp

BNNVARA

‘Weet je wat slachtoffers helpt?’ staat er op een wand in het kantoor van Slachtofferhulp Nederland. ‘Oordeel uit, aandacht aan.’ Die houding wordt in de praktijk gebracht door veertig speciaal daarvoor opgeleide casemanagers. Zij ondersteunen slachtoffers en nabestaanden van een ongeval of misdrijf.

In de vierdelige serie Slachtofferhulp (187 min.) brengt Elena Lindemans dit delicate, belangrijke en soms onmenselijk zware werk in beeld via zes casemanagers en de mensen die zij begeleiden. In situaties waarin de emoties zeer hoog oplopen en hun cliënten soms helemaal de weg kwijt dreigen te raken, proberen zij orde in de chaos te scheppen. Ze kunnen het verschil maken, is de stellige overtuiging van Gré’, één van deze professionele hulpverleners. Maar niet in elke situatie.

Hoe begeleid je bijvoorbeeld een gezin, waarvan de 24-jarige zoon zomaar in hun eigen huis is doodgestoken? Als blijkt dat zijn dode lichaam niet goed is geprepareerd? Als de voorlopige hechtenis van één van de twee vermoedelijke daders vanwege ziekte tijdelijk wordt onderbroken en hij de benen neemt? Of als de advocaat van de verdachten tijdens de rechtszaak de kosten van het schoonmaken van de woning, het wegschilderen van het bloed van hun eigen kind, in twijfel trekt.

Al die tijd staat Sandra aan de zijde van de familie Struijs – al is het ook haar soms zwaar te moede. Zulk werk kun je alleen doen als je zelf in balans bent, laat Lindemans, die eerder de series In de TBS en Een Goede Dood maakte, met een mix van observerende scènes en interviews met de casemanagers zien. Anders wordt de last, ook voor een beroepskracht, te zwaar om te dragen en lukt het niet om cliënten langs onderzoekdossiers, fotoschouwen en slachtofferverklaringen te loodsen.

Als cliënt Claudia in de rechtszaal bijvoorbeeld moet aanhoren hoe haar ex opnieuw de verantwoordelijkheid voor de dood van hun zoontje Livio, slechts 55 dagen oud, probeert af te schuiven en diens advocate later zowaar haar onder vuur begint te nemen, dreigen de stoppen door te slaan bij de Brabantse vrouw. Woedend beent ze naar buiten. En Chantal van Slachtofferhulp probeert haar buiten beeld, mooi gevangen met behulp van een zendermicrofoontje, weer tot bedaren te brengen.

Als hulpverleners mogen zij zich niet laten meeslepen door emoties, stelt haar collega Femke, die zelf twee zeer delicate familiekwesties begeleidt. Ze moeten het proces bewaken. Haar collega Peter staat bijvoorbeeld een ouderpaar bij, dat serieuze twijfels heeft bij de zelfdoding van hun dochter. Heeft de politie haar toxische relatie wel goed onderzocht? Hij verbaast zich daarbij over de veerkracht van mensen, maar weet ook: zolang je niet weet waar je mee verder moet, kun je niet verder.

Via de wisselwerking tussen de casemanagers en hun cliënten, het appcontact dat zij daarover hebben en enkele persoonlijke scènes, waarin de mens achter de hulpverlener even is te zien, toont Elena Lindemans alle facetten van Slachtofferhulp. Het is werk dat ertoe doet, met cliënten die veel vragen – en soms ook keihard eisen. Veel langer dan zeven jaar moet je het eigenlijk niet doen, maar sommige medewerkers kunnen en willen langer door. Omdat hun werk er écht toe doet.

‘Jij hebt echt honderd procent naast mij gestaan’, slaat één van de cliënten de spijker op z’n kop tegen haar begeleider. ‘En dat maakte – want je vertrouwt op dat moment niemand meer – dat ik toch dacht: kijk, er zijn nog wel goede mensen.’

From Roger Moore With Love

BBC

De kritieken zijn niet mals: ‘Mr. Moore overtuigt niet’, ‘seksistische snob’, ‘eendimensionale vertolking’. De Britse acteur Roger Moore (1927-2017) heeft in 1973 grote schoenen te vullen als hij wordt geselecteerd als de nieuwe James Bond. Hij moet Sean Connery doen vergeten. Tijdens de opnames voor Live And Let Die raakt hij direct betrokken bij een speedbootongeluk, dat gelukkig goed afloopt. En hoewel de recensenten bepaald niet overtuigd zijn, wordt de film wel een commercieel succes.

Moore is subiet een graag geziene gast in het talkshowcircuit, waar hij met zijn gesoigneerde uiterlijk, charme en ‘tongue in cheek’-humor de ideale Roger Moore kan zijn. Roger Moore, het personage. Niet: Roger Moore, het omhoog gevallen jongetje uit de Londense arbeiderswijk Stockwell, die zichzelf uitstekende manieren en een bekakt accent heeft aangeleerd. ‘Roger Moore’ is volgens eigen zeggen zijn grootste creatie. Niet Ivanhoe, niet Simon Templar (ofwel: The Saint). En zelfs niet James Bond.

Met z’n dochter Deborah en zoons Geoffrey en Christian Moore en bekende vrinden zoals Joan Collins, Christopher Walken en Dick Cavett, alsmede de Bond-girls Jane Seymour en Gloria Hendry, regisseur John Glen en zijn opvolger als 007, Pierce Brosnan, wandelt Moore zelf met z’n kenmerkende timbre, timing en zelfspot door zijn eigen leven en loopbaan. Althans: de woorden zijn van hem, afkomstig uit zijn memoires. De stem is van acteur/komiek Steve Coogan, die hier eveneens zijn beste ‘Roger Moore’ doet.

Regisseur Jack Cocker heeft From Roger Moore With Love (78 min.) verder volgestort met filmfragmenten, televisie-interviews met de charmeur zelf én niet eerder vertoonde privé-opnamen en beelden uit ‘s mans persoonlijke archief. Met zijn eigen videocamera filmde de acteur het luxe leven dat hij zelf inmiddels leefde, te midden van andere beroemdheden. Met zijn derde vrouw Luisa, met wie hij uiteindelijk dertig jaar samen zou zijn. Totdat hij weer een nieuwe levensfase in wilde, met een nieuwe vrouw, Kristina.

Dat is een terugkerend element in dit portret: Roger Moore was niet alleen op het scherm als Saint, Persuader of Bond een rokkenjager, ook in het echte leven bleek hij niet altijd ‘every inch a gentlemen’. Moore/Coogan redt er zich echter altijd wel weer uit, met even schmieren of een kwinkslag. En dat is ook meteen een beetje de makke van dit soepele portret: Roger Moore blijft wel heel erg ‘in character’. De man kan comfortabel achter het personage blijven schuilen – al is dat misschien ook wel weer treffend.

Tata

Cinema Delicatessen

Als het om iemand anders zou gaan, wat zou je dan doen als journalist? Haar vriend Radu Ciorniciuc, met wie ze enkele jaren geleden de festivalfavoriet Acasă, My Home maakte, drukt Lina Vdovîi met de neus op de feiten: wil ze dit verhaal nu werkelijk laten lopen omdat het om haar eigen vader gaat?

De controlefreak Pavel had thuis in Moldavië jarenlang voor een onmogelijke atmosfeer gezorgd. Toen hij 25 jaar geleden naar het buitenland vertrok, om daar te gaan werken, kwam er eindelijk rust in huis. Samen met haar zus stuurde Lina hem nog een tijdje VHS-banden met familiefilmpjes, maar uiteindelijk verwaterde het contact tussen Tata (83 min.) en zijn dochter. Totdat hij haar dus zelf een video stuurt vanuit Italië, waarop ie de blauwe plekken op zijn armen laat zien. Met een noodkreet erbij: ‘Help me, alstjeblieft!’

Vdovîi kan niet anders. Samen met Ciorniciuc rust ze haar vader, die beweert dat hij door zijn werkgever wordt afgeknepen, gekleineerd en uitgebuit, uit met geheime opnameapparatuur. Tegelijkertijd dwingt het hernieuwde contact met de schrik van haar jeugd Lina ook om na te denken over het geweld in haar leven. Of ze misschien een beetje op haar vader lijkt? wil Radu bovendien weten. Die vraag is haar al eens eerder gesteld: door haar voormalige echtgenoot. Die pakte binnen een half jaar zijn biezen.

Thuis in Moldavië spreekt Lina haar oma, moeder en zus. Was hoe Pavel thuis met harde hand regeerde regel of toch uitzondering? En hoe kan ‘t dat een dominante figuur zoals hij in de rol van arbeidsmigrant ineens een heel kwetsbare man lijkt? Via zijn verborgen camera wordt intussen glashelder dat Pavel Vdovîi in Italië inderdaad de onderliggende partij is en dat zijn baas een enorme bullebak is – al blijft ’t, door de geanonimiseerde beelden en beperkte achtergrondinformatie, lastig om de situatie écht te beoordelen.

Het hernieuwde contact tussen Lina en haar vader, alsmede de weer aangehaalde relatie met haar moeder en nieuwe ontwikkelingen in haar relatie met Radu, dwingt hen om opnieuw naar zichzelf en elkaar te kijken. Tegelijkertijd laat deze persoonlijke film zien hoe bedrieglijk gemakkelijk alles ook bij het oude blijft. Simpelweg omdat het altijd al zo ging. Zowel in Lina’s eigen gezin als in hun land. Waar mannen en vrouwen elk hun eigen rol spelen – en elkaar, in het slechtste geval, doodongelukkig maken.

My Mom Jayne

HBO Max

Mariska Hargitay was pas drie toen haar moeder Jayne Mansfield op 29 juni 1967 overleed. De Amerikaanse actrice werd slechts 34. Zij ging de entertainmenthistorie in als het ultieme domme blondje, een platvloerse, wellustige en nóg rondborstigere variant op het sekssymbool van de jaren vijftig en zestig, Marilyn Monroe. Want daar was destijds vraag naar in Hollywood.

In de geladen egodocu My Mom Jayne (106 min.) gaat Mansfields ‘baby nummer vier’, zelf ook actrice, op zoek naar wie haar moeder werkelijk was. Daarvoor spreekt ze onder anderen met haar oudere zus Jane Marie en broers Zoltan en Mickey Jr. Zij groeiden samen op in het luxueuze huis dat Jayne in Los Angeles bewoonde met hun (stief)vader, de Hongaarse acteur, bodybuilder en Mr. Universe Mickey Hargitay. En ze waren er ook getuige van hoe hun moeder ten onder ging aan een imago waaraan ze niet meer kon of wilde voldoen.

Illustratief is een fragment uit 1962, waarin zij te gast is in de televisieshow van de comedian Groucho Marx. ‘Je bent eigenlijk helemaal geen dom blondje’, houdt hij haar dan voor. ‘Ik denk dat de mensen moeten weten dat je een slimme, gevoelige en begripvolle persoon bent. En dit is een façade van jou, die niet gebaseerd is op wie je werkelijk bent.’ Mansfield reageert zoals van een vrouw zoals zij wordt verwacht. ‘Dat is lief’, neemt ze de complimenten bescheiden in ontvangst. ‘Dank je.’ Groucho bijt nog even door. ‘Jayne, dit is een soort act. Toch?’

Vera Jayne Palmer (1933-1967), de echte naam van de blonde seksbom, was al op jonge leeftijd beschadigd geraakt en zou haar hele korte bestaan op zoek blijven naar succes en erkenning, eerst overigens nog niet als blondine en ook niet met die verplichte kirstem. Haar dochter Mariska schetst hoe zij als jonge, getalenteerde vrouw klem komt te zitten tussen haar eigen ambities en de mores van haar tijd, maar exploreert gaandeweg ook steeds meer verborgen hoekjes uit het privébestaan van de moeder, waaraan ze zelf eigenlijk nauwelijks herinneringen heeft.

Dit resulteert in brisante onthullingen, die ook de levens van andere Mansfield-erven raken en deze persoonlijke film, waarin Hargitay tevens spreekt met haar vader, stiefmoeder Ellen en haar moeders PR-man Raymond ‘Rusty’ Strait (die een smeuïg boek over Jayne Mansfield schreef), persoonlijke urgentie en een onmiskenbare drive geven. My Mom Jayne ontstijgt zo moeiteloos het niveau van een inwisselbaar sterrenportret, dat is gemaakt door een kind dat die beroemde ouder alsnog recht wil doen of nog eens ongegeneerd op het schild wil hijsen.

Moeders Springen Niet Van Flats

VARA

Elena Lindemans maakt het in de openingsscène van deze zeer persoonlijke film meteen heel concreet. Tastbaar. Misschien ook wel voor zichzelf, om er enigszins vat op te kunnen krijgen. Feitelijkheden. De drie Muntflats in Heerenveen. Vijftien verdiepingen hoog. Maandag 25 februari 2002. 16.02 uur, om precies te zijn. Toen en daar eindigde het leven van haar moeder. ‘Ik wist wat ze ging doen en ik heb haar niet tegengehouden.’

Lindemans is nooit terug naar die plek geweest. Ze durfde er vanaf de snelweg zelfs niet naar te kijken. Voor Moeders Springen Niet Van Flats (56 min.) uit 2014 besluit ze om er tóch naartoe te gaan. ‘Ik heb vragen aan iedereen die met de dood van mijn moeder te maken kreeg en ik ben niet meer bang voor de antwoorden.’ Bestemming bereikt, meldt haar navigatiesysteem even later, als ze ter plaatse arriveert. Bestemming bereikt.

En dan wacht de confrontatie met die drie imposante flatgebouwen en het lot van de vrouw die al zo lang leed. Ondraaglijk en uitzichtloos, vindt Lindemans. Ze gaat erover in gesprek met haar zus Birgitta en Ed Gloudemans, de vriend van haar moeder. Samen waren ze er getuige van hoe zij al een tijd zocht naar een zachte dood. En toen euthanasie haar niet bleek gegeven – wérd gegeven – zocht ze een andere uitweg.

Elena gaat tevens op bezoek bij flatbewoners die haar moeder op die laatste dagen zagen komen – niet voor het eerst overigens – en zagen springen. Een onderbuurman maakte naderhand hoogstpersoonlijk schoon. Ook zij werden getekend door die fatale val – bepaald niet de enige in de voorgaande jaren. Een vrouw herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe ze slechts ternauwernood één van deze desolate mensen kon ontwijken.

En dan zijn er nog de behandelaars, waarmee Elena Lindemans tijdens deze aangrijpende zoektocht in gesprek wil. Zij zagen behandelperspectief bij haar moeder – of durfden ’t simpelweg niet aan. Geen schande, wel uitermate pijnlijk voor alle direct betrokkenen, die ene volstrekt wanhopige vrouw in het bijzonder. Scherp, maar respectvol bevraagt haar dochter hen nu over hun keuzes en beroepsopvatting.

Moeders Springen Niet Van Flats wordt zo een indringend pleidooi voor een humane dood voor mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een thema dat Elena Lindemans tien jaar later met de docuserie Een Goede Dood (2024) nog eens verder zou exploreren. Want het einde dat haar moeder uiteindelijk moest kiezen, gun je geen mens.

Fred And Rose West: A British Horror Story

Netflix

In wezen was het een simpele zaak, stelt rechercheur Russ Williams in Fred And Rose West: A British Horror Story (156 min.). Fred had de moorden op de vrouwen, die in het voorjaar van 1994 in hun huis aan 25 Cromwell Street in Gloucester waren aangetroffen, immers al bekend. Daar hoefden ze geen energie meer in te steken. ‘Het was wel lastig om de slachtoffers te identificeren en te bepalen wat we met Rose zouden doen.’ Want in hoeverre was Freds echtgenote op de hoogte van de moorden of er zelfs bij betrokken?

Als de verbouwereerde politie van Gloucestershire ‘t aan Fred West zelf vraagt, zoals in deze driedelige true crime-serie van Dan Dewsbury is te horen in onrustbarende geluidsopnames van zijn verhoren, is hij heel stellig: Rose wist nergens van. Ook wanneer hun voormalige oppas Carol Owens beweert dat mevrouw West al in 1972 betrokken was bij ernstig seksueel geweld tegen haar, wimpelt hij dat resoluut af. ‘Absolute rubbish.’ Toch is de kous daarmee bepaald niet af: Rose West lijkt wel degelijk bijgedragen te hebben aan de moordlust van haar echtgenoot.

Zij was pas vijftien toen ze de 27-jarige weduwnaar Fred in 1969 leerde kennen. Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk. Het lot had hen ook al snel voor het leven verbonden: Rose was binnen een jaar zwanger van hun eerste kind, Heather. En die zou ruim de twintig jaar later de strafzaak tegen haar ouders aan het rollen brengen. Niet bewust overigens. Zij behoorde tot de eerste slachtoffers die werden gevonden. Al jaren grapten de andere kinderen West dat ze onder de patio zouden eindigen als ze zich misdroegen. Net als Heather, die sinds 1986 werd vermist.

In deze miniserie zijn zowel homevideo’s en privéfoto’s van de familie West opgenomen als unheimische beelden van hoe Fred de Britse politie rondleidt in de directe omgeving van hun woning. Bijna achteloos wijst hij aan waar ze naar lijken moeten zoeken. Het is een huiveringwekkend tafereel: een onopvallende morsige man die zonder omhaal van woorden de meest gruwelijke misdrijven bekent. De slachtoffers, veelal ontheemde jonge meisjes, werden gedumpt als een zak botten. Enkele nabestaanden slagen er nochtans in om weer mensen van vlees en bloed van hen te maken.

A British Horror Story richt zich verder vrijwel volledig op de strafzaak tegen het gedegenereerde echtpaar en de wandaden waaraan zij zich schuldig hebben gemaakt. De karakters, achtergrond en motieven van de twee blijven grotendeels buiten beeld. Dat is echt een gemis. Hoewel de miniserie zich zeker niet schuldig hoeft te maken aan de ‘seksualisering’ van seriemoordenaars, zoals elders nog wel eens gebeurt, blijven er hier wel héél veel vragen open. Hoe ontdekten ze bijvoorbeeld bij elkaar dat de ander net zulke perfide neigingen had? En hoe konden ze daar zo lang mee wegkomen?

Een deel van de antwoorden is in elk geval te vinden in andere documentaires, zoals Fred West: The Glasgow Years en Rose West, Born Evil?.

Congonhas: Tragédia Anunciada

Netflix

De ramp na de ramp. En vooral: de ramp vóór de ramp. Die zijn bijna net zo erg als het vliegtuigongeluk zelf. Wanneer een Airbus A320 van vliegmaatschappij TAM op 17 juli 2007 bij z’n landing op de luchthaven Congonhas, midden in de metropool São Paolo, niet voldoende kan remmen en tegen een gebouw aanvliegt, is de schade nauwelijks te overzien. Het gaat om de dodelijkste vliegramp in de Latijns-Amerikaanse geschiedenis, met 187 doden aan boord en twaalf slachtoffers op de grond.

In Congonhas: Tragédia Anunciada (139 min.) reconstrueert Angelo Defanti eerst met overlevenden, nabestaanden en direct betrokkenen hoe vlucht JJ3054, twee uur eerder opgestegen in Porto Allegre, bij z’n landing het gebouw voor vrachtverkeer van TAM binnenvliegt. Daarna concentreert de driedelige serie zich op de commotie na de ramp, waarbij de vliegmaatschappij, het Braziliaanse agentschap voor veilig vliegverkeer ANAC en zelfs president Lula danig onder vuur komen te liggen.

Want kijkend naar de voorgeschiedenis lijkt het om een ‘aangekondigde tragedie’ te gaan. ‘Het was vreselijk’, zegt een insider, ‘maar voorspelbaar.’ Brazilië is immers al enkele jaren in de greep van een luchtvaartcrisis. Het vliegverkeer is in de voorgaande jaren enorm toegenomen, de luchthavens kunnen de drukte allang niet meer aan. Op Congonhas zijn er ook al langer problemen met de landingsbaan, waarop groeven voor waterafvoer ontbreken. Er dreigt voortdurend slipgevaar.

Ruimte om pas op de plaats te maken en afdoende veiligheidsgaranties in te bouwen zien de betrokken bedrijven en instanties echter niet. Ze willen door. De prijsvechter TAM heeft z’n prioriteit in elk geval zeker niet bij de veiligheid van de passagiers liggen. De Braziliaanse vliegmaatschappij gaat prat op z’n zeven geboden. De eerste? ‘Er gaat niets boven winst.’ Dat dit gebod voorop staat is toeval, beweert CEO Marco Antonio Bologna, achttien jaar na de ramp op Congonhas, nog altijd met droge ogen.

Haarfijn identificeert Defanti in deze pijnlijke miniserie alle losse elementen die samen wel tot een ramp móesten leiden. ‘Winst is natuurlijk belangrijk’, stelt Dario Scott, vader van de tiener Thaís. Na het ongeluk waarbij zijn dochter om het leven kwam heeft hij zich onvermoeibaar opgeworpen als woordvoerder van de nabestaanden – óók in Congonhas: Tragédia Anunciada. ‘Elk bedrijf moet winstgevend zijn, maar winst mag niet belangrijker zijn dan mensenlevens.’

Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke

Disney+

In een perfecte wereld leefde eens een perfect gezin met een perfecte moeder die met haar perfecte echtgenoot en perfecte kinderen een perfect gezinskanaal had op YouTube. Nou ja, bijna dan. In elk geval voor het oog. Want voor en na de opnames… Enfin, Amerika smulde ervan. Al snel had Ruby Franke, die zichzelf beschouwde als een eenvoudig instrument van God, ruim een miljoen abonnees – en kwam er toch al gauw 100.000 dollar per maand binnen bij 8 Passengers, het familiebedrijf van het Mormoonse gezin Franke uit Springville in Utah.

Totdat één van Ruby’s vlogs blootlegde dat ‘America’s mom’ haar perfecte tienerzoon Chad vanwege problemen op school maandenlang in de kelder had laten slapen. Volgers en sponsoren lieten haar daarna keihard vallen. Een slachtoffer van cancelcultuur, vond ze zelf. Franke zocht haar toevlucht tot een levenscoach en groef daarmee haar eigen graf. Of, beter: ze plaveide de weg naar het gevang. Want als rechterhand van Jodi Hildebrandt, volgens critici leider van ‘een mannen hatende sekte’, zou ze pas echt uitgroeien tot ’the mom you love to hate’ en een fikse gevangenisstraf krijgen.

Samen met enkele vriendinnen, buren en een plaatselijke therapeut blikken Ruby’s echtgenoot Kevin en hun oudste kinderen Chad en Shari nu in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke (150 min.) terug op hoe een ogenschijnlijk onberispelijke gezinsvlogger, die blijkbaar een stuk labieler was dan ze wilde lijken, onder invloed van een alwetende goeroe verwerd tot een godsdienstwaanzinnige, die haar eigen ondergang documenteerde met bizarre opvoedvideo’s. En die ideeën bracht ze natuurlijk ook in de praktijk, getuige de huiveringwekkende mishandeling van haar eigen kinderen.

Samen met Chad en Shari staat echtgenoot Kevin, die alle ontwikkelingen wel héél lijdzaam onderging en die nu ook wel héél deemoedig terugkijkt op het drama, regisseur Olly Lambert niet alleen te woord. Ze hebben hem ook ruim duizend uur nog niet eerder vertoond beeldmateriaal gegeven voor deze driedelige serie. Daarmee kan Lambert zowel Ruby’s vlogs, op zichzelf vaak al tenenkrommend, laten zien als wat er gebeurde vóór en nádat de recordknop werd ingedrukt. Want ook een christelijke influencer zoals Ruby Franke toont haar volgers alleen de allerbeste versie van zichzelf en haar gezin.

Daarmee is zij ook een typische representant van Utah, het epicentrum van het gezinsvloggen. Het streven naar perfectie in de ‘Happy Valley’ is een weerslag van wat de Mormoonse Kerk consequent uitdraagt. Lambert benadrukt dit met de framing van de interviews met buurtgenoten van de Frankes. Dit zitten er perfect bij. Als zorgvuldig gestylede decorstukken. In perfecte huizen, waar misschien heel wat scheef zit maar in elk geval niets scheef staat. Die symmetrie is ook zichtbaar in de manier waarop hij hun omgeving portretteert. Een perfect aangeharkte en steriele wereld, voor ideale mensen.

Binnen die volstrekt klinische bubbel kon Ruby Franke – en  Jodi Hildebrandt die haar, dat is althans Lamberts suggestie, als een poppenspeler heeft aangestuurd – tot een monster uitgroeien. Waarbij het de vraag blijft of de vrouw die tijdens het bestrijden van de Duivel in haar familie zelf een soort versie van de Duivel werd, werkelijk kwaad in de zin had of volledig verstrikt was geraakt in haar eigen waangedachten. Én of er in Frankes achtergrond wellicht aanwijzingen zijn te vinden voor wie ze uiteindelijk zou worden. Want daarop werpt de intrigerende docuserie Devil In The Family dan weer geen licht.

Het sprookje dat Ruby Franke met veel succes van haar leven had gemaakt eindigde in elk geval in een tragedie. Cru gesteld: en ze leefde nog lang en ongelukkig.

Eind 2025 heeft Netflix z’n eigen documentaire over dit verhaal uitgebracht, ditmaal met Jodie Hildebrandt als hoofdpersoon: Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story.

One To One: John & Yoko

Magnolia Pictures

Eind 1971 verhuizen John Lennon en Yoko Ono van Londen naar New York, waar ze anderhalf jaar lang in een klein appartement in Greenwich Valley wonen, kunstenaars en politieke activisten ontvangen en héél véél televisie kijken. Ze zijn zelf overigens ook vaak op de buis, getuige de documentaire One To One: John & Yoko (100 min.) van Kevin Macdonald en Sam Rice-Edwards, in één van de vele Amerikaanse nieuws-, entertainment- of praatprogramma’s.

Want dat kennen ze dan nog niet buiten de Verenigde Staten: de hele dag door televisie, een permanent venster op de wereld, gewoon in je eigen huiskamer. Waarop bijvoorbeeld is te zien hoe een lid van The Ray Conniff Singers in het Witte Huis de Amerikaanse president Richard Nixon de mantel uitveegt over de Vietnamoorlog, leden van de tegencultuur zoals Jerry Rubin ongegeneerd hun kans grijpen in talkshows en een opstand in de Attica-gevangenis met brute kracht wordt neergeslagen.

John en Yoko’s Greenwich-periode culmineert in One To One, het énige volledige optreden dat Lennon heeft gegeven ná het einde van The Beatles. Macdonald en Rice-Edwards matchen fragmenten van dit benefietconcert voor kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, op 30 augustus 1972 in Madison Square Garden, met andere activiteiten van de Britse zanger/gitarist en de Japanse kunstenares, die elkaar hebben gevonden in zowel de liefde als een alomvattend activisme.

Deze archieffilm bevat ook talloze telefoongesprekken van het tweetal. Met vrienden, managers, journalisten en allerlei andere lieden die iets van hen willen. Lennons echtgenote moet zich bijvoorbeeld de vele Yoko-haters van het lijf houden, die haar het einde van Johns eerste huwelijk en van The Beatles verwijten, en probeert zelf, ook via de televisie overigens, de relatie met Kyoko, de dochter uit haar relatie met kunstpromotor Anthony Cox, te herstellen. Haar ex is spoorloos verdwenen met het meisje.

Terwijl de camera zwerft over een replica van het voormalige appartement van Lennon en Ono, komt via de beeldbuis de rest van de wereld binnen. Zowel het segregatie-boegbeeld George Wallace als zijn absolute tegenpool, de zwarte vrouw Shirley Chisholm, stellen zich bijvoorbeeld namens de Democratische Partij kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1972. Het Watergateschandaal rond de Republikeinse president Nixon komt op gang. En intussen zijn er tv-reclames in alle soorten en maten.

Via het iconische duo John en Yoko – en hun optredens, opgenomen belletjes en televisietoestel – brengen Macdonald en Rice-Edwards haarscherp een getroebleerde natie in beeld. Een land dat aan het begin van de jaren zeventig wordt verscheurd door Vietnam, raciale spanningen en maatschappelijke tegenstellingen. Waar Richard Nixon in 1972 een gigantische verkiezingsoverwinning kan boeken, om nog geen twee jaar later, als gevolg van Watergate, roemloos af te druipen als niets meer dan een ‘crook’.

John Lennon en Yoko Ono zijn dan al enige tijd weg uit Greenwich Valley en hebben elders in New York een appartement betrokken.

The Baby Daddy

Yes Docu

Op een feestje waar een aantal moeders en kinderen zich hebben verzameld – als één grote ‘happy family’ – maakt Ari Nagel van de nood maar een deugd. Er is ook een nieuw vrouwenkoppel met een kinderwens aanwezig. Daarin kan hij misschien wel meteen voorzien. Op het toilet legt hij dus de hand aan zichzelf, zodat het stel het resultaat daarvan in een nabijgelegen slaapkamer kan inbrengen.

Zo heeft de Joodse wiskundeleraar uit New York inmiddels 22 kinderen op de wereld gezet. Nee: 26. Ik bedoel: 29. Weet ik veel. Véél. Steeds meer zelfs. Véél meer. Want Ari, bijgenaamd ‘The Sperminator’, weet van geen ophouden. Sterker: The Baby Daddy (78 min.) laat er geen misverstand over bestaan: hij kán helemaal niet ophouden. En voor veel van die kinderen wil hij ook best een soort vaderrol vervullen – en voor andere wordt hij gedwongen om alimentatie te betalen. Hij houdt ’t allemaal netjes bij op een speciaal daarvoor aangemaakt Excel-spreadsheet.

Nagel, die ook al één van de hoofdrollen had in Lance Oppenheims unheimische Spermworld, gunt Adi Rabinovici en Yair Cymerman in dit portret een ogenschijnlijk ongefilterd kijkje in zijn leven: van de problematische relatie met zijn orthodoxe ouders, die afstand nemen van de manier waarop hij zijn leven invult, tot de omgang met zijn oudste kind, de achttienjarige Tyler, in wie Ari zowaar een soort opvolger ziet. Hij neemt de jongen dus gewoon mee op zijn omzwervingen door binnen- en buitenland, waarop hij zijn kinderschare gestaag blijft uitbreiden.

Rabinovici en Cymerman lijken nauwelijks geïnteresseerd in Nagels beweegredenen. Ze gaan in elk geval niet heel erg op zoek naar de belangrijkste vraag die hun hoofdpersoon oproept: waarom? Wat beweegt een Amerikaanse man van halverwege veertig om overal – toiletten in de Target, op het vliegveld of in een winkelcentrum lijken favoriet – vrouwen aan een kind te ‘helpen’? Ook die andere voor de hand liggende vraag komt overigens slechts beperkt aan bod: wat vinden de moeders ervan dat hij vrolijk doorgaat met het verwekken van halfbroertjes en -zusjes van hun eigen kinderen?

The Baby Daddy volgt simpelweg de bal(len): naar overal waar Ari nu weer met een leeg bekertje een klein hokje opzoekt. Tussen al die momentjes van klein geluk door – gratis, maar niet belangeloos – vangt de film ook de frictie die er soms ontstaat tussen Arie en zijn zoon Tyler, die zich toch wel een beetje schaamt voor die overactieve vader, en de ongemakkelijke ontmoetingen met Nagels tamelijk laconieke vader Heshy en zijn vinnige vrouw Shirley, zorgvuldig buiten beeld gehouden, die haar zoon op niet mis te verstane manier laat weten dat ze zijn leefwijze verafschuwt.

Het geheel – het bizarre leven van de ‘Target-donor’ Ari Nagel – vormt een even onwerkelijk als onweerstaanbaar schouwspel.

Vietnam: The War That Changed America

Apple TV+

Of er na The Vietnam War, de epische reeks van Ken Burns uit 2017, werkelijk behoefte is aan een nieuwe docuserie over de oorlog die de Verenigde Staten in de jaren zeventig nagenoeg in het stof deed bijten? Op voorhand lijkt het antwoord: nee. Burns heeft tien afleveringen – en in totaal zestien en een half uur – de tijd genomen om ogenschijnlijk elk afzonderlijk aspect van ‘Nam uit te diepen. Van het grotere geopolitieke verhaal tot de kleine menselijke verhalen van Amerikanen en Vietnamezen.

Toch is er nu, een halve eeuw na het einde van die oorlog, Vietnam: The War That Changed America (255 min.). Bescheidener van opzet (zes afleveringen), maar toch nog dik vier uur kijkmateriaal. Met een duidelijke afbakening, dat wel: de mannen en vrouwen aan het front. De Amerikanen, welteverstaan – al komen er, eerlijk is eerlijk, zo nu en dan ook Vietnamezen aan het woord. ‘This is the real story’, declameert verteller Ethan Hawke ferm bij de start van de serie. ‘Told only by those who were there.’

Aan de hand van een aantal goed gekozen hoofdpersonen belicht regisseur Rob Coldstream vervolgens het verloop van de oorlog in Vietnam, terwijl Hawke de verbinding blijft leggen met politieke ontwikkelingen en gebeurtenissen in eigen land. Zo stuurt de miniserie soepel door een verleden, dat nog altijd een schaduw werpt over het heden. Toen ‘Vietnam’ begon kenden veel jonge Amerikanen oorlog alleen van John Wayne-films. Zo’n tien jaar later was een hele generatie getekend door ‘Vietnam’.

Hun persoonlijke verhalen raken en brengen toch ook weer onbekende – of simpelweg vergeten – delen van die oorlog in beeld. C.W. Bowman en Gary Heeter verkenden bijvoorbeeld samen het ondergrondse tunnelstelsel van de Vietcong. De Afro-Amerikaan Melvin Pender, die een eenheid leidde in de Mekong-delta, werd teruggeroepen om deel te nemen aan de Olympische Spelen in Mexico. En Malik Edwards, een andere zwarte Amerikaan, verliet de Mariniers en voegde zich bij de Black Panthers.

Ook in Vietnam zelf dreigde tweespalt. Bill Broyles studeerde in Oxford en leek de dienstplicht te ontlopen, maar meldde zich zelf voor Vietnam. Daar werd hij, als groentje, commandant van een door en door cynische eenheid en dreigde het slachtoffer te worden van ‘fragging’, een doelbewuste poging om een meerdere uit te schakelen. Scott Camil kwam intussen recht tegenover zijn boezemvriend Jim Fife te staan, toen hij na zijn ‘tour of duty’ actief werd voor Vietnam Veterans Against The War.

Deze serie vertelt hun individuele verhalen, maar brengt hen soms ook bij elkaar. Als de ‘brothers in arms’, die ze, wat er destijds ook is gebeurd, altijd blijven. Ook het relaas van Marty Halyburton blijft bijzonder. Toen hun dochtertje vijf dagen oud was, werd haar echtgenoot Porter naar Vietnam uitgezonden. Niet veel later volgde een tragisch bericht: killed in action. In werkelijkheid was Porter gevangen genomen en afgevoerd naar het Hanoi Hilton, waar Amerikaanse krijgsgevangenen vaak jaren vast werden gehouden.

Met die menselijke insteek voegt Vietnam: The War That Changed America toch weer nieuwe dimensies toe aan het verhaal van de oorlog, die al in zoveel boeken, films en series is belicht. Óók als het gaat om gebeurtenissen die allang op ieders netvlies staan gebrand. Huan Nguyen geeft bijvoorbeeld een andere draai aan de wereldberoemde foto van de Vietnamese man die bruut wordt geliquideerd op straat. Hij behoorde tot de Vietcong-eenheid, die Nguyens complete familie uitmoordde toen hij nog maar een jongetje was.

Zijn relaas legt de verraderlijkheid bloot van ‘Vietnam’ en elke andere oorlog. Huan Nguyen zou als volwassene overigens carrière maken in het leger van… de Verenigde Staten. Niet alle Vietnamezen bleven dus achter met haat tegenover ‘Merica. En veel Amerikaanse veteranen keken met tegenstrijdige gevoelens terug op hun tijd in Vietnam. ‘Ik ben niet trots op de oorlog waarin we vochten’, zegt Bill Broyles bijvoorbeeld treffend, ‘maar ik ben trots op de mensen met wie ik heb gediend.’

An Update On Our Family

HBO Max

De tijd dat onhandige papa’s met een fototoestel of een videocamera bibberig de eerste verrichtingen van hun nageslacht probeerden te vereeuwigen, ligt inmiddels al lang en breed achter ons. Een beetje bijdetijds ouderkoppel heeft tegenwoordig een eigen YouTube-kanaal, waarop over alle wederwaardigheden van het gezinsleven wordt gevlogd. Over (positieve) zwangerschapstesten, spugende kinderen en het huis dat maar niet opgeruimd raakt.

Zo kunnen we echt met hen meeleven, vinden devote fans zoals de alleenstaande moeder Hannah Cho uit Phoenix, Arizona. Zij is verslingerd geraakt aan The Stauffer Life, het toch wel behoorlijk professioneel ogende familiekanaal van Myka en James Stauffer. Dat Amerikaanser dan Amerikaanse echtpaar houdt z’n achterban uitstekend op de hoogte van wat er in hun o zo gezellige gezinnetje allemaal gebeurt. Als ze een miskraam heeft gekregen, zit Myka binnen vier uur weer voor de camera. Ook om haar excuses te maken dat ze zo lang niet heeft gevlogd. En wanneer ze daarna toch weer in verwachting raakt, wordt de positieve test voor de camera met de andere kinderen gedeeld. ‘Zwangerschapsaankondigingen krijgen nu eenmaal veel views’, weet ook Hannah Cho.

De Stauffers gelden inmiddels als de zwarte schapen van de mamavlog-wereld. En de kwestie die daarvoor heeft gezorgd – de adoptie van het Chinees jongetje Huxley – gebruikt Rachel Mason als voertuig om alle uithoeken van die gemeenschap te verkennen in An Update On Our Family (139 min.). In de driedelige docuserie, geïnspireerd op het artikel Un-adopted van Caitlin Moscatello in New York Magazine, introduceert Mason tevens de familievloggers Harold en Rachel Earls (Earls Family Vlogs) en Channon Rose (Channon Rose Vlogs), die ’t heel fijn vinden om hun ‘journey’ met de gemeenschap te delen. Er zit trouwens ook een aardig verdienmodel in zo’n familievlog. Als je tenminste weet hoe je jezelf – en je kinderen – moet verkopen.

Deel 2 van deze miniserie zoomt verder in op de adoptie van kinderen uit het buitenland. Zoals dat nieuwe zoontje van de Stauffers. Myka en James laten hun vlogkanaal floreren met een continue stroom updates over de adoptie en wachten Huxley natuurlijk ook met draaiende camera op als hij vanuit een Chinees weeshuis recht in hun armen loopt. Herstel: had moeten lopen. Want erg enthousiast is het joch in eerste instantie niet. En dat blijkt de voorbode van een moeizame episode in het bestaan van die alleraardigste Stauffers, waarbij hun adoptiekind gaandeweg helemaal van het toneel lijkt te verdwijnen. Dan hebben ze echter buiten fanatieke fans zoals Hannah Choh, die zelf is geadopteerd vanuit Korea, gerekend. Zij gaan op zoek naar waar Huxley is gebleven.

Influencer-expert Sophie Ross, die zelf overigens ook verdacht veel lijkt op een influencer, brengt de zaak in mei 2020 buiten de ‘momosphere’ met een messcherpe tweet, waarna de rest van de trending wereld – van Business Insider tot Buzzfeed – ermee aan de haal gaat en de hele familiegoegemeente losgaat op die onfortuinlijke Myka en James Stauffer. Hun vlogroem komt als een boemerang bij hen terug. Een waarschuwing voor al die ouders met een familiekanaal, die nog in de veronderstelling leven dat het delen van beelden van hun kinderen, in deze lekker cringy serie overigens consequent onherkenbaar gemaakt, volstrekt onschuldig is. Terwijl die kids in werkelijkheid natuurlijk allang van de complete gemeenschap zijn geworden.

En al die volgers weten, als digitale huisvriend, véél beter wat goed voor hen is. Te beginnen met die arme Huxley.

Under The Surface

Storyhouse

Onder water voelt Anne Verelst zich volledig veilig. In de wereld boven het water staat de Vlaamse dertiger alleen permanent in de overlevingsstand, toont haar neef Guido in de delicate documentaire Under The Surface (77 min.). Ze heeft beperkt zicht en kan zich soms ook maar ternauwernood staande houden in het gewone sociale verkeer.

Anne had een lastige start. Ze werd op 13 april 1989 geboren na slechts zes en een halve maand zwangerschap. Zij woog 800 gram en mocht pas na drie maanden de kraamafdeling verlaten. Al snel merkte haar moeder Marianne dat Anne anders was. Ze zat volgens haar ‘onder d’r eigen stolpke’. Autisme, luidde de officiële diagnose.

Achter die lastige start ging weer een ander pijnlijk verhaal schuil: over Anne’s oma, die na enkele miskramen het medicijn Distilbène kreeg voorgeschreven. Zodat ze gezonde kinderen zou krijgen. Aan de mogelijke bijwerkingen daarvan besteedde destijds niemand aandacht. Haar dochter Marianne, Anne’s moeder, werd zo een DES-dochter.

Pas later werd duidelijk wat de gevolgen van dit kunstmatige vrouwelijke hormoon, dat wereldwijd zo’n tien miljoen slachtoffers zou hebben gemaakt, konden zijn. Belgische DES-vrouwen vragen nog altijd om erkenning. Hun strijd blijft enigszins een Fremdkörper in deze film, die toch vooral een portret van een moeder en dochter wordt.

In ‘mermaiden’, een soort combinatie van freediven en cosplay, heeft Anne zichzelf gevonden. Zij kan ruim drie minuten, op eigen adem, onder water verblijven. ‘De Ariel van de Kempen’, kopte de Gazet van Antwerpen al eens. En met haar oogverblindende staart oogt Anne inderdaad als een zeemeermin uit een sprookjesachtige wereld.

Met prachtige onderwateropnamen maakt haar neef Guido het goddelijke gevoel dat zich dan meester van haar maakt zichtbaar. In het water voelt Anne zich duidelijk volledig veilig en geborgen – net als in de baarmoeder, ben je onwillekeurig geneigd om te denken. Of, zoals ze ‘t zelf uitdrukt: ‘Het water accepteert mij zoals ik ben.’

Guido Verelst vangt zijn nicht daarnaast, ook via vlogs die zij zelf maakt, op haar meest kwetsbare momenten. Als alles haar even te veel wordt. Tegelijkertijd laat hij haar op haar meest ontspannen zien: als ze samen met vader Jef in de auto luidkeels meezingt met Queens Bohemian Rhapsody of op de tandem zit met haar vriend Johnny.

Want in de drie jaar dat Anne Verelst is gefilmd voor dit portret is ook de liefde in haar leven gekomen. Het lijkt voor een voorzichtige ontspanning te zorgen in haar bestaan, niet in het minst bij Annes zorgelijke moeder. Die worstelt met de vragen die elke ouder met een kwetsbaar kind zich stelt: hoe moet ’t straks verder, als ik er niet meer ben?

Afgaande op Under The Surface, een fraaie en sensibele film over een jonge vrouw die haar weg zoekt en uiteindelijk ook wel lijkt te vinden, kan Marianne Annes toekomst met enig vertrouwen tegemoet zien. Want Johnny lijkt toch wel verdacht veel op, inderdaad, prins Erik. En samen leefden zij… – al is het leven natuurlijk geen sprookje.

The Jacket

Jamal (l) en Zreik (r) / Amstelfilm

‘Kijk naar de bergen’, zegt Mohamad ‘Zreik’ al Saghir tegen Jamal Hindawi, terwijl ze samen even genieten van het uitzicht.

‘Zo rustig’, beaamt zijn vriend, met wie hij net tijm heeft geplukt.

‘Het is een mooi land’, constateert Zreik over Libanon.

‘Je houdt ervan?’ vraagt Jamal.

‘Jazeker, ik ben hier geboren.’ De oude man denkt nog even na. ‘Maar ik hou nog meer van Palestina. ‘

‘Natuurlijk’, reageert zijn vriend.

‘Het klopt dat ik daar niet ben geboren’, zegt Zreik. ‘En ik heb er ook nooit gewoond. Maar ik hou ervan.’

Jamal laat dat even indalen. ‘Wat zou je gaan doen als je kon terugkeren naar Palestina?’

Zo filosoferen de twee mannen nog even verder over Palestina, een land dat van hen is en toch nooit is geweest. Intussen steken ze een sigaretje op in Libanon, het land dat nooit van hen zal zijn, ook al werden ze er allebei op de wereld gezet. Dat is nu eenmaal het lot van mensen die in ballingschap zijn geboren. In hun geval: het vluchtelingenkamp Shatila te Beiroet. Daar kwamen hun families terecht na de Nakba in 1948, toen Palestijnen moesten wijken voor de staat Israël.

De Belgische filmmaker Mathijs Poppe heeft het tweegesprek – of moeten we ’t toch een dialoog noemen? – halverwege The Jacket (71 min.) geplaatst. Jamal en zijn vriend en collega Zreik acteren daarnaast samen in een theaterstuk over een jack, waarop Jamals vrouw Mona lapjes in allerlei kleuren heeft genaaid. Dat jasje staat voor de Palestijnse identiteit, de verdeeldheid in hun land van oorsprong en het gewicht dat zij als ontheemden al hun hele leven dragen.

En ergens onderweg, terwijl de inflatie in Libanon de brandstofprijzen helemaal laat ontsporen, raakt Jamal dat jack zomaar ineens kwijt en moet hij ernaar op zoek. Op zoek naar wat hij is kwijtgeraakt, hoe symbolisch. Theater en het echte leven zijn dan al volledig verknoopt geraakt in deze hybride van docu en drama. Op zijn zoektocht heeft Jamal dus ook louter betekenisvolle ontmoetingen, bijvoorbeeld met Syriërs die ooit zijn gevlucht voor de oorlog in hun land.

En Jamals dochter Hanan, met wie hij regelmatig belt, staat ongetwijfeld voor de uitzichtloze positie van Palestijnen in Libanon. Zij is in het buitenland gaan studeren, want in ‘eigen’ land lijkt er voor haar, een jonge intelligente vrouw, weinig te halen. Zo belicht deze ‘documentaire die de tools van fictie gebruikt’ de Palestijnse kwestie vanuit het perspectief van gewone mensen en hoe die hun leven drijft. Als een jack waarvan ze geen afscheid kunnen, mogen of willen nemen.

The Body Next Door

Videoland

Vooralsnog is het een whoisit, stelt rechercheur Gareth Morgan. In plaats van een whodunnit, waarin de nadruk ligt op het achterhalen van de dader van een misdrijf. Eerst moet de Welshe politie ontdekken wie het slachtoffer is: de man van middelbare leeftijd die zorgvuldig in plastic is gewikkeld en op 24 november 2015 wordt gevonden bij een appartementencomplex in het dorpje Beddau in Zuid-Wales. Pas daarna kan de vraag worden beantwoord wie hem heeft vermoord en vervolgens als een mummie heeft achtergelaten.

Buurvrouw Leigh Sabine zou het antwoord vermoedelijk wel hebben kunnen geven. Zij is alleen een maand voordat The Body Next Door (138 min.) wordt gevonden zelf overleden. De excentrieke dame op leeftijd spreekt tot de verbeelding van de dorpsbewoners, die in deze intrigerende driedelige true crime-serie van Gareth Johnson hun licht laten schijnen over de raadselachtige zaak. Was Leigh nu verpleegster, zangeres of hondenfokster geweest? En waar kwam zij eigenlijk vandaan? Uit Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika of toch gewoon – niet eens zo ver van Wales – uit Reading?

Kortom: whowasshe? Zou het antwoord op die vraag kunnen bijdragen aan een oplossing van het mysterie rond het lijk dat is aangetroffen bij haar appartement aan Trem-Y-Cwn 57 in het voormalige Welshe mijnwerkersdorp? En hoe zit ‘t met die vijf kinderen waarover Leigh Sabine net voor haar dood ineens terloops had gesproken? Bestaan die werkelijk? Of zijn zij een product van de ongebreidelde fantasie van de oudere vrouw, die altijd rookgordijnen rond zich optrok? De ene vraag is nog niet beantwoord in deze puike productie of de volgende dient zich alweer aan.

Whydunnit bijvoorbeeld. Waarom is die onbekende man door wie gedood? Gaandeweg openbaart zich aan de hand van zulke vragen een opzienbarende geschiedenis, die door Gareth Johnson bovendien fraai is vormgegeven en zeer ingenieus wordt uitgepakt. Als een delicaat geoffreerd cadeautje, dat stukje bij beetje z’n geheimen prijsgeeft – en dat dan vaak nét iets anders uitvalt dan de oplettende kijker zelf al had zitten te bedenken. Niet onbelangrijk daarbij: ook terug redenerend blijft het verhaal rond dat vacuüm verpakte lichaam kloppen. En de daarin opgevoerde personages krijgen intussen alsmaar meer diepte.

Trefzeker stevent The Body Next Door zo af op een even ontluisterende als bevredigende ontknoping. Als er nog één laatste vraag wordt beantwoord: whendunnit?

De Eeuw Van Simeon ten Holt

Cinema Delicatessen

‘De bunker’ beschikte begin jaren vijftig niet over gas, water of licht en zou oorspronkelijk ook alleen dienst doen als studio. Op een gegeven moment trok Simeon ter Holt (1923-2012) er toch maar gewoon in. De componist zou uiteindelijk een jaar of tien wonen in het basale huisje in zijn geboorteplaats Bergen. Met een olielamp, petroleumstel en een emmer water met soeplepel hield hij zichzelf in leven – en aan het werk. ‘Hij speelde natuurlijk heel veel piano, ook als ik er was’, vertelt Ten Holts dochter Marijn, die toentertijd doordeweeks bij haar moeder woonde, bij de bunker van haar grote held. Even later: ‘Hij heeft zich er altijd over verwonderd dat ie kinderen had.’

Want haar vader was een vakidioot, een einzelgänger én één van de grootste Nederlandse componisten van de twintigste eeuw. Een man die met zijn pièce de résistance Canto Ostinato tot menig muziekhart is doorgedrongen. Daar begint de documentaire De Eeuw Van Simeon ten Holt (79 min.) van Paul Hegeman dus ook. Bij hoe ‘t is om Ten Holts composities te spelen en te beleven. Met een serie quotes van zijn dochter, enkele (oud-)geliefden en de musici en gezelschappen die zijn werk (nog altijd) uitvoeren, aangevuld met registraties van de klassieker. Canto Ostinato bracht hem weliswaar naar een groot publiek, maar hing soms ook als een molensteen om z’n nek.

Hegeman valt in deze film met de deur in huis en kiest er niet voor om zijn protagonist eerst uitgebreid te introduceren en vervolgens (chrono)logisch zijn carrière door te lopen. Dit postume portret heeft daarmee een behoorlijk hoog instapniveau; wie nog niet bekend is met Simeon ten Holt heeft enige tijd – en doorzettingsvermogen – nodig om alsnog vat op de man en zijn oeuvre te krijgen. Ten Holts muziek fungeert daarbij als postiljon d’amour. Via zijn werk worden ook de mens en de vakman ontsloten. ‘Ik ben een procesbewaker’, zei hij daar zelf over. ‘Ik ben dus ook geen maker van muziek. Ik ben eigenlijk het werktuig dat dienstbaar is aan het ontstaan van het stuk zelf.’

De Eeuw Van Simeon is verder tamelijk anekdotisch en fragmentarisch. Afzonderlijke herinneringen van verschillende mensen uit Ten Holts leven, enkele quotes uit interviews met de componist zelf en hedendaagse uitvoeringen van zijn werk vormen samen een losvast geheel, waaruit zowel de man als zijn levens- en muzikale filosofie zijn te destilleren. Vanuit de gedachte dat Simeon ten Holt zelf dan misschien niet onsterfelijk is gebleken, maar de muziek die hij heeft nagelaten vooralsnog wel.

The Commandant’s Shadow

HBO

Hans Jürgen Höss heeft volgens eigen zeggen ‘een fijne en idyllische jeugd’ gehad. Hij speelde met z’n zusje Inge-Brigitt, bijgenaamd ‘Püppi’, in het zwembad bij hun huis, ravotte met de hond of ging met zijn vader kanoën op de rivier. Als kind had hij er geen idee van dat hij naast het vernietigingskamp Auschwitz woonde – en dat zijn vader Rudolf daarvan de commandant was. Vanuit hun huis konden ze het crematorium zien.

Dat gruwelijke uitgangspunt – het gelukkig gezinnetje Höss, naast een moordmachine zonder gelijke – vormde natuurlijk al het uitgangspunt voor de Oscar-winnende speelfilm The Zone Of Interest (2023). De documentaire The Commandant’s Shadow (103 min.) zorgt voor verdere context. Rudolf Höss’s zoon Hans Jürgen houdt daarin vol dat hij zich als kind geen moment bewust is geweest van wat er zich daar, aan de andere kant van de tuinmuur, afspeelde. Zijn eigen zoon Kai, de kleinzoon van de commandant en zelf pastor in een kerk te Stuttgart, kan zich dat nauwelijks voorstellen. Hij vermoedt dat zijn vader die herinneringen, uit pure zelfbescherming, heeft verdrongen.

In deze film van Daniela Volker gaat Hans Jürgen eindelijk de confrontatie aan. Hij verdiept zich bijvoorbeeld in de memoires van zijn vader. Als hij leest hoe die tijdens het afvoeren van vrouwen en kinderen naar de gaskamers moest denken aan zijn eigen gezin, reageert Hans Jürgen geschokt. Zo komt ’t wel heel dichtbij. Hij reist ook af naar de Verenigde Staten voor een ontmoeting met ‘Püppi’, die hij al ruim een halve eeuw niet heeft gezien. Hun vader was ‘een goed mens’, houdt zij dan staande, ook tegenover zichzelf. Hij was ergens in beland waaruit ie niet meer kon ontsnappen. En hun moeder Hedwig schermde de kinderen af, zodat zij een onbezorgd leventje konden leiden.

Tegenover de verschillende leden van de familie Höss plaatst Volker de Joodse vrouw Anita Lasker-Wallfish, die als celliste een plek veroverde in het kamporkest van Auschwitz en mede daardoor de oorlog overleefde, en haar dochter Maya, die met typische tweede generatie-problematiek kampt. ‘Ik ben de verkeerde moeder voor mijn dochter’, stelt Anita. ‘Ik ben heel simpel. Getraumatiseerd? Vergeet ‘t. Ga door met je leven.’ Maya wil die geschiedenis echter verder onderzoeken en legt in dat kader contact met vader en zoon Höss. Hun ontmoeting vormt de climax van deze stemmige film over verzoening met een verleden waarmee geen mens zich eigenlijk kan verzoenen.

Hans Jürgen en zijn zoon moeten accepteren dat ze afstammen van, in Kais woorden, ‘de grootste massamoordenaar uit de menselijke historie’, Anita en haar dochter dat zelfs hun traumatisch verleden geen enkele garantie biedt voor de toekomst. Want om hen heen zien ze hoe de tegenstellingen weer ouderwets worden opgepookt en ook de zondeboktheorie gewoon weer opgeld doet.

Cose Che Accadono Sulla Terra

IDFA

Dit lijkt in eerste instantie zowaar een échte Spaghettiwestern te worden. Met een cowboyhoed op, hun lasso in de aanslag en een geweer hangend aan hun schouder proberen Giulio De Donatis en zijn vrouw Francesca te paard hun kudde ‘rode koeien’ te beschermen. De Italiaanse veehouders laten hun vee vrij grazen op uitgestrekte, alsmaar drogere vlaktes in het Tolfa-gebergte. Ze hebben speciaal daarvoor een ras geïmporteerd uit de Verenigde Staten, de Beefmaster, dat goed gedijt in droogte en hitte.

Het echtpaar heeft alleen moeite om het hoofd boven water te houden. Hun bedrijf stoelt misschien wel te veel op een idee – voedsel produceren op een manier die goed is voor mens, dier en aarde – en te weinig op keiharde cijfers. Want er komt regelmatig te weinig binnen om alle rekeningen te kunnen betalen. Bovendien ambieert hun zoon Brando een carrière als professioneel rugbyer. Dochterlief Brianna etaleert intussen een oneindige nieuwsgierigheid naar de wereld. Het tintelfrisse kleine meisje vraagt haar moeder het hemd van het lijf over hun manier van leven.

‘We weten allemaal dat het draait om het verkopen van steaks’, zegt Giulio in Cose Che Accadono Sulla Terra (Engelse titel: Things That Happen On Earth, 83 min.), als de financiële nood hen begint op te breken. ‘Maar wij vinden het nu eenmaal belangrijk wat er gebeurt voordat die steak wordt gemaakt.’ Die bedrijfsvoering wordt alleen ernstig gehinderd door een bijzondere vijand: een roedel wolven die ‘t hebben voorzien op hun dieren. Op beelden van beveiligingscamera’s is te zien hoe de wolven hun prooien besluipen en zich daarna tegoed doen aan het vlees.

Brianna kan ‘t nauwelijks bevatten: ze hebben al twee van haar pony’s opgegeten! Samen met haar moeder Francesca maakt zij hun wereld, die door regisseur Michele Cinque is vervat in een combinatie van fraaie vergezichten en levendige close-ups, inzichtelijk voor zichzelf. Cinque gebruikt de ontwapenende gesprekjes tussen moeder en kind als structurerend element in een weldadige film, die maar op één manier kan eindigen: met de onverschrokken Italiaanse cowboy en z’n girl, die ondanks al hun besognes op hun ros de toekomst tegemoet rijden.

Waarna de kijker bijna automatisch een Ennio Morricone-deuntje neuriet.’