Is That Black Enough For You?!?

Netflix

Waarom zijn we eigenlijk gestopt met het maken van de zwarte speelfilms die in de jaren zeventig zo succesvol waren? vraagt regisseur Elvis Mitchell zich af bij de start van het video-essay Is That Black Enough For You?!? (135 min.), waarin hij de zwarte Amerikaanse filmhistorie doorlicht.

Aan de hand van een enorme verzameling filmfragmenten laat Mitchell eerst zien hoe (wit) Hollywood door de jaren heen Afro-Amerikanen heeft geportretteerd en vervolgens hoe er in jaren zestig, op de golven van de burgerrechtenbeweging, een zelfbewuste en diverse generatie zwarte filmmakers opstaat, die ruimte vindt voor de authentieke verhalen en personages uit hun eigen wereld.

Met als meest uitgesproken uitingsvorm: de Blaxploitation-films van de jaren zeventig, die kaskrakers als Shaft, Super Fly en Foxy Brown heeft voortgebracht. De benadering van zwarte regisseurs en scenarioschrijvers, de serieuze rollen die daaruit voortvloeien voor iconische acteurs en actrices én de muziek waarmee die verhalen worden aangekeild en begeleid, sijpelen vervolgens ook door naar het werk van witte regisseurs zoals Sergio Leone, Francis Ford Coppola en Quentin Tarantino.

Elvis Mitchell onderbreekt zijn persoonlijk ingestoken en met veel feitjes en weetjes gestutte betoog zo nu en dan voor herinneringen, observaties en constateringen van de prominente Afro-Amerikaanse acteurs en regisseurs Margaret Avery, Harry Belafonte, Samuel L. Jackson, Whoopi Goldberg, Laurence Fishburne, Sheila Frazier, Billy Dee Williams, Suzanne De Passe, Charles Burnett, Glynn Turman, Mario von Peebles Jr. en Zendaya.

In tegenstelling tot de stilistisch verwante essays Disclosure (transcultuur), Body Parts (vrouwbeelden) en Brainwashed: Sex-Camera-Power (het vrouwelijk lichaam) voelt Is That Black Enough For You?!?, mede door Mitchells overcomplete voice-over en het ondanks de aanzienlijke speelduur toch behoorlijk hoge verteltempo, alleen eerder als een op cinefielen gerichte verhandeling over een essentieel stuk filmgeschiedenis dan als een breed toegankelijke beschouwing op de representatie van zwart Amerikanen in film en de maatschappelijke gevolgen daarvan.

Wisconsin Death Trip

mubi.com

Is dit nu een voorbeeld van hoe ‘nieuws’, door zijn voortdurende gerichtheid op de (negatieve) afwijking van wat we met z’n allen normaal vinden, ons beeld van de wereld kan verminken? Afgaande op de berichten die Frank Cooper in de jaren 1890-1900 voor een plaatselijke krant schreef was de dood werkelijk alomtegenwoordig in Black River Falls, een stadje in het noorden van de Amerikaanse staat Wisconsin dat vooral werd bevolkt door Noorse en Duitse immigranten en dat in die tijd werd geconfronteerd met mijnsluitingen en een economische crisis. Magere Hein kwam bovendien zelden helemaal uit zichzelf. Hij werd regelmatig een handje geholpen.

In Wisconsin Death Trip (78 min.), de verfilming van Michael Lesy’s gelijknamige non-fictieboek uit 1973, daalt regisseur James Marsh aan de hand van Coopers nieuwsberichten, ingelezen door acteur Ian Holm, af in een zwart-witte horrorwereld die volledig wordt gedomineerd door malheur: ziekte (difterie), drugsgebruik, allerlei vormen van gekte (winterdepressies, liefdesverdriet en godsdienstwaanzin) en de vertaling daarvan naar tragische ongelukken, wanhoopsdaden en – niet te negeren: zo vaak – redeloos geweld. Tegen een voormalige geliefde, zichzelf of iemand die toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek was.

Zo introduceert de filmmaker in deze documentaire uit 1999 bijvoorbeeld de verwarde schoollerares Mary Sweeney die overal ruiten kapot slaat, een dertienjarige Duitse jongen die samen met zijn tienjarige broertje een willekeurige man doodt en de wereldberoemde Franse operaster Pauline L’Allemand, die in de herfst van haar carrière en leven plotseling, zonder enige vooraankondiging, het geïsoleerde plaatsje in Wisconsin aandoet. Marsh illustreert al deze menselijke drama’s met authentieke foto’s van de lokale fotograaf Charles Van Schaik, stemmige klassieke muziek en naargeestige gereconstrueerde scènes zonder geluid.

Tegenover dat ‘stomme’ verleden, gerangschikt aan de hand van de vier jaargetijden, plaatst hij hedendaagse beelden van Black River Falls: ogenschijnlijk onschuldige taferelen van kinderen in Halloween-kostuum, de plaatselijke missverkiezingen of kerkdiensten, die echter steeds nadrukkelijker worden begeleid door verhalen over brandstichting, seriemoordenaars en zelfmoord. Zo klinkt de beladen geschiedenis van het kleine stadje onmiskenbaar door in het heden. Alsof alle ellende zich zomaar zou kunnen herhalen. Wisconsin Death Trip wordt daarmee niets minder dan een reis, bepaald niet ontdaan van drama en bombast, naar de donkerste spelonken van de menselijke geest. Daar waar doorgaans, dat ook, het spraakmakendste ‘nieuws’ wordt gevonden.

Sins Of Our Mother

Netflix

De verhouding tussen Lori Vallow en haar vierde echtgenoot Charles wordt er zacht gezegd niet beter op als zij ervan overtuigd raakt dat hij een ‘duistere geest’ is geworden en een demon in zich verbergt. Van deze ‘Nick Schneider’ wil ze zich maar al te graag ontdoen. Niet veel later – op 11 juli 2019 in Chandler, Arizona om precies te zijn – beslecht Lori’s broer Alex met enkele kogels een ruzie met Charles. Noodweer, zegt hij. En zijn zus/Charles’ vrouw lijkt daar niet echt van op te kijken of wakker van te liggen.

Lori, de hoofdpersoon van de driedelige docuserie Sins Of Our Mother (139 min.), heeft dan al een turbulent leven achter de rug. De knappe blondine deed bijvoorbeeld mee aan de Miss Texas-verkiezing, draafde op in het welbekende tv-spelprogramma Wheel Of Fortune en raakte gaandeweg steeds dieper verwikkeld in haar eigen interpretatie van het geloof, dat ze als kind van de Mormoonse Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints (LDS) had meegekregen.

Aan de zijde van alweer een nieuwe liefde, de zelfverklaarde ziener Chad Daybell, begint Lori Vallow vervolgens steeds meer tekenen te vertonen van een bijzonder gevaarlijke vorm van godsdienstwaanzin, die zomaar enkele ‘zombies’ uit haar directe omgeving het leven zou kunnen kosten. En dan dient het einde der tijden zich ook nog aan, natuurlijk. Kortom: koren op de molen voor een true crime-crack zoals Skye Borgman, die eerder dit jaar ook al Girl In The Picture en I Just Killed My Dad afleverde.

Het is Lori’s oudste zoon Colby Ryan, ondersteund door enkele andere familieleden en kennissen, die voorgaat in deze afdaling in Lori Vallows eigen versie van de hel. Zijn jongere zus Tylee Ryan en broertje JJ Vallow zijn intussen ook nog vermist geraakt. Borgman serveert al die tragische verwikkelingen vet en vakkundig uit, totdat ze zijn gecondenseerd tot zo’n typisch ‘bizar verhaal’, waarvan de goegemeente lekker kan gruwen. Zoals dat gaat bij true crime, het ideale tijdverdrijf voor brave burgers zoals jij en ik.

Crumb

David Lynch presents… a Terry Zwigoff film: Crumb (116 min.). Althans, met die boodschap begint deze klassieke documentaire uit 1994. In werkelijkheid zou de gevierde filmmaker helemaal niets hebben bijgedragen. Pas toen Crumb al volledig was afgerond, reageerde Lynch op een verzoek om een financiële bijdrage te leveren. ‘s Mans reputatie kon echter uitstekend worden ingezet om de documentaire te promoten.

Deze gevierde film wordt sowieso omgeven door mythen: regisseur Terry Zwigoff zou zijn vriend en hoofdpersoon, de Amerikaanse underground cartoonist Robert Crumb (Fritz The Cat, Mr. Natural en de slogan ‘Keep On Trucking’), hebben gedreigd met zelfmoord als hij niet wilde meewerken aan de productie. Dit broodje aap-verhaal bleek later per ongeluk in omloop te zijn gebracht door de befaamde filmcriticus Roger Ebert – al klopt het wel dat Crumb eigenlijk geen zin had in deze onthullende en verontrustende docu.

Zulke verhalen sluiten naadloos aan bij de aard van de film. Achter het Harold Lloyd-achtige uiterlijk van de hoofdpersoon en zijn ontwapenende glimlach gaat een onvervalste weirdo en provocateur schuil, wiens werk regelmatig met misogynie en racisme in verband is gebracht. Terwijl de kunstcriticus Robert Hughes niets minder dan een moderne Breughel of Goya ziet in Robert Crumb, ontwaren anderen toch vooral een vies, eng mannetje, dat zich (letterlijk) verlustigt aan zijn eigen afzichtelijke creaties.

Crumb wordt echt ongemakkelijk – en ontroerend en, op een vreemde manier, ook grappig – als de kunstenaar zijn familie opzoekt in Philadelphia. Daar woont zijn oudere broer en grote inspiratiebron Charles, zelf een getalenteerd tekenaar, in bij hun moeder Beatrice. Beiden kampen met ernstige psychische problemen, die luchtig worden besproken en consequent weggelachen. In een luizige hotelkamer in San Francisco treft Robert tevens zijn jongere broer Maxon die al even expliciete kunst maakt – en, dat ook, meermaals vrouwen heeft aangerand.

Of deze unheimische film ook een verklaring geeft voor al die zieke geesten in de Crumb-familie? Een begin ervan, misschien. Hun vader Charles, een marinier die ooit actief was als oorlogstekenaar, zou volgens zijn oudste zoon en naamgenoot ‘een sadistische bullebak’ zijn geweest. Maar of dat werkelijk een afdoende antwoord is? De slotsom is in elk geval helder: dit gezin is verworden tot een menselijk rariteitenkabinet (waarbij overigens moet worden aangetekend dat Roberts zussen Sandra en Carol niet aan het woord komen).

Uiterst accuraat schetst Crumb zo de context bij het oeuvre van een toonaangevende Amerikaanse kunstenaar, waarbij een sterke maag soms echt gewenst is en ’s mans werk hem, en ons, tevens lijkt te beschermen tegen grotere ellende.

The Princess

Piece Of Magic / HBO

Als het verhaal en de tragische afloop daarvan – tijdens een auto-ongeluk op 31 augustus 1997 in een Parijse tunnel, achtervolgd door paparazzi die haar ook na de scheiding van prins Charles zijn blijven opjagen – zo breed is uitgemeten in de pers als bij Lady Diana, blijft het natuurlijk verdomd lastig om nog nieuwe verhaalelementen te ontdekken of het narratief bij te sturen of zelfs om te keren.

Met The Princess (109 min.), een film die volledig bestaat uit archiefmateriaal (nieuwsreportages, interviews, vox-pops en talkshowfragmenten), waagt regisseur Ed Perkins niettemin een dappere poging. Hij concentreert zich volledig op de gekte rond de Britse monarchie in de media en hoe die de verhoudingen tussen de twee echtelieden steeds verder op scherp zet. Totdat hun leven samen, precies halverwege de documentaire, echt ondraaglijk is geworden.

Was het huwelijk tussen de prins van Wales Charles Windsor en het ‘burgermeisje’ Diana Spencer niet sowieso gedoemd om te mislukken? Hij verlangde immers naar zijn oude vlam Camilla Parker Bowles, met wie hij later inderdaad weer een relatie zou krijgen. En viel zij niet gewoon voor de prins, in plaats van voor de man? Zelfs in het live-verslag van hun huwelijk komt Camilla al zijdelings ter sprake, als een zwaard van Damocles dat vanaf het allereerste begin boven hun relatie hangt.

‘Naast prins Charles kan me niks gebeuren’, zegt Diana nochtans tijdens een gezamenlijk interview, als hun liefde nog heel pril is. En ze lijkt het echt te menen. Gaandeweg sluipt er echter ongemak in hun publieke optredens, laat Perkins met een knappe montage zien, als Charles steeds meer in de schaduw komt te staan van zijn bevallige echtgenote. Of wanneer een journalist aan haar vraagt: ‘Wat zegt u ervan als u in de krant leest dat u een vastberaden, bazige vrouw bent?’

Als hun huwelijk in verregaande staat van ontbinding is geraakt, schakelen de Britse tabloids nog een tandje bij. Elke stap die Diana zet, alles wat ze zegt, alles wat ze niet zegt, elke steelse, verlegen of ongemakkelijke blik, iedereen in haar omgeving… is ‘BREAKING NEWS!’. Als horzels stormen fotografen en cameraploegen op alles af waarmee ‘Di’ zich onledig houdt. Ze serveren dat in hapklare brokken aan het volk, dat steeds iets nieuws wil zien van steeds weer dezelfde poppenkast. 

Perkins kneedt alle losse elementen tot een meeslepende vertelling, waarbij de stuwende soundtrack de verschillende verhaallijnen verbindt en een dramatische lading meegeeft. Dat het leven van Lady Diana vrijwel onmogelijk werd gemaakt door de onstilbare honger van (schandaal)pers en publiek kan natuurlijk moeilijk een nieuwe take worden genoemd. The Princess maakt echter zeer overtuigend zicht- en voelbaar hoe dat in zijn werk is gegaan.

The Most Hated Man On The Internet

Netflix

Als The Most Hated Man On The Internet (162 min.) van Rob Miller een klassieke Hollywood-actiefilm zou zijn geweest, dan was die waarschijnlijk aangeprezen met een smeuïge tagline in de trant van: ‘one woman’s mission to detroy The King Of Revenge Porn’.

Die vrouw heet Charlotte Laws en krijgt te horen dat er illegaal een topless foto van haar dochter Kayla is gepubliceerd op de schmutzige website IsAnyoneUp.com. Charlotte, een voormalige ‘partycrasher of the rich and famous’ die wordt ondersteund door echtgenoot/advocaat Charles, zet alles in het werk om die website uit de lucht te krijgen en de kwade genius daarachter, de cynische internetpiraat Hunter Moore, een kopje kleiner te maken.

Een typisch heldenverhaal dus: goede vrouw pakt slechte man aan. Een thema dat Netflix in de afgelopen jaren al op diverse manieren heeft aangegrepen voor aantrekkelijke true crime-achtige producties: van The Tinder Swindler en Bad Vegan tot Don’t F**k With Cats en The Puppet Master. Een gecompliceerde – en wellicht ook enigszins genuanceerdere – werkelijkheid wordt daarbij aangeboden in een hap-slik-weg verpakking.

Hoe komt Moore aan de foto’s? Met die vraag kan deze formule-achtige film, waarin alle betrokken netjes de rol spelen die hen is toebedeeld, wel even vooruit. Hij zal zijn slachtoffers toch niet hebben gehackt? Charlotte laat zich de hoofdrol van onverschrokken heldin intussen maar al te graag aanleunen. Zoals ook de bijrollen goed bezet zijn: haar dochter is overtuigend als onschuldig slachtoffer en de schurkenrol blijkt Moore op het lijf geschreven.

Hij verschuilt zich met liefde en plezier achter het argument dat hij slechts de beheerder van het ranzige platform is. Wat daarop wordt geplaatst is natuurlijk niet zijn verantwoordelijkheid – al verdient hij er wel een aardige zakcent mee. Intussen doet deze driedelige docuserie min of meer hetzelfde: het treurige relaas van een jonge vrouw die zich als ‘Butthole Girl’ publiekelijk heeft ‘laten’ vernederen, wordt bijvoorbeeld nauwelijks meer dan clickbait.

Echte interesse voor haar verhaal – of voor dat van de andere gekleineerde, misbruikte en soms zelfs volledig geknakte vrouwen – is er niet in deze typisch Amerikaanse productie. Zoals ook Hunter Moore nooit meer wordt dan een verachtelijk personage, waarbij eenieder zich moreel verheven kan voelen. En aan het eind, ook al zo bevredigend, wordt de slechterik natuurlijk ingerekend en, op zijn minst in gedachten, geboeid afgevoerd.

Toch is het niet ondenkbaar dat diezelfde kijker na afloop ook achterblijft met een ongemakkelijk gevoel, dat wel aardig wordt samengevat met de boodschap die IsAnyoneUp steevast stuurde als iemand stiekem naaktfoto’s had geüpload: ‘Thank you for being evil.’

Elizabeth: A Portrait In Part(s)

The Searchers

Je kunt er de charme van de monarchie in zien. Of de complete gekte. Elizabeth: A Portrait In Part(s) (85 min.) portretteert op geheel eigen wijze de Britse koningin die inmiddels zeventig jaar op de troon zit. Niet in de vorm van een chronologisch verteld levensverhaal, verantwoord profiel met allerlei hoogwaardigheidsbekleders of psychologisch portret waarbij intimi uit de school klappen. Nee, dit is een typische archieffilm, waarin regisseur Roger Michell (Notting Hill) intuïtief langs alle uithoeken van Queen Elizabeth’s lange periode als staatshoofd zwerft.

De vertelling is onderverdeeld in thematisch gegroepeerde hoofdstukken, met titels als Ma’am, In The Saddle en A Ticklish Sort Of Job, en belicht zo associatief de koningin zelf, haar ambt en wat zij zoal in het Verenigd Koninkrijk heeft losgemaakt. Één hoofdstuk is bijvoorbeeld gewijd aan haar huwelijk, waarbij ze afwisselend is te zien als jonge verliefde vrouw en als helft van een hoogbejaard koppel. De toon is beurtelings gedragen, luchtig en (voorzichtig) spottend. Ook door de uitgesproken en soms ook lekker tegendraadse muziekkeuze: van Madness’ Our House tot de David Bowie-cover Heroes van Moby featuring Mindy Jones bijvoorbeeld.

Met een aansprekende collage van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden, fragmenten uit films, series en televisieprogramma’s zoals Star Trek, Peppa Pig en natuurlijk The Crown en prominente figuranten als The Beatles, Lady Di en David Attenborough keert Michell de rituelen, het uiterlijk vertoon en de verplichtingen van het Britse koningshuis en de vrouw die daar al sinds mensenheugenis het gezicht van is binnenstebuiten. Een ‘modern sprookje’ dat zich afspeelt op het snijvlak van traditie, protocol en idioterie. Zoals het een Koningshuis betaamt.

Jimmy Savile: A British Horror Story

Netflix

Hij kan met gemak voor een dorpsgek worden versleten. En dat wordt hij ook: de bekendste dorpsgek van het hele land. Die tevens dienst doet als televisiepresentator, verslaggever, deejay, fondsenwerver en algehele mascotte. Jimmy Savile (1926-2011) is dan misschien een eigenaardige jongen, lijken ze in het Verenigd Koninkrijk te denken, maar het is wel ‘onze’ eigenaardige jongen. Hij wordt razendpopulair. Een volksheld pur sang, die geen kwaad lijkt te kunnen doen.

En dus kan het zomaar gebeuren dat Jimmy, met die boerse kop, tamelijk oenige glimlach en uitzinnige blonde haardos, tijdens zijn carrière van ruim een halve eeuw aan de zijde belandt van grootheden zoals premier Margaret Thatcher, de paus en Lady Di (en tevens een penvriend wordt van haar echtgenoot Charles). ‘Een man van het volk mag onder het volk zijn’, zoals televisiecriticus Mark Lawson het uitdrukt in de tweedelige docu Jimmy Savile: A British Horror Story (170 min.) van Rowan Deacon. Hij laat even een stilte vallen. ‘Daardoor zijn er vreselijke dingen gebeurd.’

Want er zijn al die tijd ook geruchten. Over kleine meisjes. Die kunnen evenwel niet voorkomen dat Savile in 1990 wordt geridderd, de apotheose van het eerste deel van deze documentaire. Daarin is te zien hoe hij met televisieprogramma’s zoals Jimmy’ll Fix It – waarin hij, werkelijk waar!, kinderwensen vervult – en breed uitgemeten vrijwilligerswerk en liefdadigheidsacties uitgroeit tot een publieksfavoriet. Als je al die elementen, met de wijsheid van nu, opnieuw bekijkt, is het vrijwel onmogelijk om níet te zien wat hij ondertussen achter de schermen uitvreet.

Hij maakt er zelf ook gedurig grappen over. Wat voor avonturen heb je beleefd? vraagt een verslaggever hem bijvoorbeeld als hij in de jaren zeventig, voor de camera natuurlijk, een week gaat joggen voor een goed doel. ‘Zoveel avonturen dat mijn zaak donderdag voorkomt in meerdere regio’s’, antwoordt Jimmy Savile. ‘We vertrekken meestal vrij snel als we ergens hebben geslapen. Wanneer alle vriendjes, broers en vader je komen zoeken met geweren, vinden ze alleen een dieselwolk en een oliedruppel.’ Hij kan zulke dingen zeggen, zonder dat iemand er iets van denkt. Enkele gesprekspartners van toen kunnen het nu nauwelijks aanzien.

In het tweede deel van de docu wordt de pleister echt van de collectieve wonde getrokken en komt de volle omvang van het leed dat deze onverbeterlijke kindermisbruiker heeft veroorzaakt in beeld. En ook dan wordt weer pijnlijk duidelijk dat hij er zelf eigenlijk nooit een geheim van heeft gemaakt. ‘Soms help ik de jongens’, vertelt Savile bijvoorbeeld over zijn vrijwilligerswerk in een ziekenhuis te Leeds. ‘En soms, als niemand kijkt, help ik de meiden. We stoeien gewoon wat en ik maak me verdienstelijk als er een patiënt is die mijn specialiteit nodig heeft.’ De verslaggever kan er wel om lachen.

Dat schaapachtige gelach, in alle soorten en maten, is zo mogelijk bijna nog schrijnender dan het misbruik zelf. De sociaal handige Jimmy is alles en iedereen steeds te slim af. Dat is ook de portee van deze geladen productie die zich in tegenstelling tot de meeste seksueel misbruik- of #metoo-documentaires niet op de slachtofferverhalen richt – slechts één misbruikt kind komt aan het woord, tegen het einde van het tweeluik – maar op de manier waarop de pedofiel Savile al die jaren ongestoord zijn gang kan gaan. Niet door een groot complot, zo lijkt het, maar omdat hij nu eenmaal Jimmy is. Een eigenaardige jongen die nooit kwaad in de zin lijkt te hebben.

Johnny Par Johnny

Netflix

Johnny Hallyday? Een nep-Elvis, de Franse evenknie van Rob de Nijs, een halfbakken Jean-Paul Belmondo. Zoiets. Niet geïnteresseerd. En dan start de vijfdelige docuserie Johnny Par Johnny (172 min.), een portret van de Franse zanger/acteur. ‘Was er ooit een dag dat je trots op jezelf was?’ wil een interviewer, te midden van een flashy montage van hoogtepunten uit ‘s mans lange loopbaan, weten in de openingsscène. ‘Weet ik niet. Nooit over nagedacht.’

De interviewer vraagt door: ‘Een dag waarop je van jezelf walgde?’ Johnny Hallyday (1943-2017) denkt even na terwijl zijn gesprekspartner hem een ontboezeming probeert te ontlokken. ‘Ja’, zegt hij te langen leste, ogenschijnlijk schuldbewust. ‘Daar baal je vast van’, houdt de interviewer aan. ‘Nee’, antwoordt Hallyday ferm. Hij laat vervolgens zijn tanden zien. Een glimlach. Soort van. En dan is het zover: ook de niet Hallyday-fan is helemaal verkocht.

Nog bijna drie uur te gaan. Van dat ongenaakbare gelaat. De onmiskenbare oerkracht daarachter. En, niet te vergeten, als spiegel van een getormenteerde ziel: die ogen. Helblauw. Hard. Dodelijk, als het moet. In deze serie snijden de makers Alexandre Danchin en Jonathan Gallaud interviewfragmenten uit allerlei tijdsgewrichten dwars door elkaar heen. Zoveel verschillende incarnaties van Johnny. Elke keer nét anders. En toch precies hetzelfde. Onweerstaanbaar.

James Dean, Herman Brood, Elvis in Vegas, Mad Max en Johnny Cash ineen. Een onverbeterlijke meidengek, drinkebroer, cokesnuiver, brokkenpiloot, tabloidster, potsenmaker, has-been, rijpe man, pseudo-Hells Angel en megalomane rockster. In een groter dan grootst leven kreeg hij, tussen alle optredens, affaires en drinkgelagen door, ook nog te maken met belastingontduiking, een zelfmoordpoging, Russische roulette, een auto-ongeluk en een mislukte Amerikaanse droom.

Alle hoogte- en dieptepunten hebben hun plek gevonden binnen een hallucinante, bombastische en opwindende vertelling, ingekaderd met off screen-quotes van mensen die de man achter de ster hebben leren kennen. Het turbulente leven van Jean-Philippe Smet, alias Johnny Hallyday, dat doortrokken lijkt te zijn geweest van pure doodsverachting of -drift – tis maar hoe je ernaar kijkt – en dat hier met ontzettend veel bravoure wordt opgediend.

Charles Bradley: Soul Of America

Charles Bradley zou nooit méér worden dan een imitator. Black Velvet was zijn naam. Ofwel: James Brown Jr. Een heel verdienstelijke imitator, dat wel. Met pruik en cape, alle verplichte danspasjes en die van soul druipende stem. Intussen leidde hij een tamelijk armetierig bestaan in een ongure New Yorkse flat. Soms moest Charles als volwassen vent zelfs bij zijn moeder in de kelder slapen.

Sinds zijn veertiende trad de zanger op als James Brown. Hij kon er echter nooit van leven. In 2011, als hij bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, mag hij dan toch nog officieel debuteren als soloartiest. Bij Daptone Records, het kleine platenlabel van enkele witte soulfanaten die eerder al Miss Sharon Jones in de vaart der volkeren opstuwden. Bradley, die nauwelijks kan lezen en schrijven, vormt hun nieuwste project. Hij heeft alle butsen die hij in zijn leven heeft opgelopen, waaronder het overlijden van zijn oudere broer, verwerkt in eigen nummers.

In de docu Charles Bradley: Soul Of America (71 min.) uit 2012 volgt Poull Brien ‘The Screaming Eagle Of Soul’ in de aanloop naar de officiële release van zijn debuutalbum. Dat resulteert bijvoorbeeld in een prachtige scene als de Amerikaanse soulzanger hoort dat hij voor het eerst in de krant staat, op pagina 6 van The New York Post. De halve buurt loopt ervoor uit. Dan begint tastbaar te worden wat tot dusver een soort droom leek: hij, Charles Bradley, armoedzaaier uit New York, zou het als zestiger wel eens alsnog kunnen gaan maken.

Charles kan de eindjes alleen nog altijd nauwelijks aan elkaar knopen, ook omdat hij tegenwoordig moet zorgen voor zijn breekbare oude moeder, met wie hij van jongs af aan al een gecompliceerde relatie heeft. Het perspectief op een ander leven – met videoclips, fans en een Europese tournee – maakt echter alles anders. Het is alsof er een schijnwerper op hem wordt gezet, waardoor hij, bijna letterlijk, oplicht. Dat maakt van de 62-jarige debutant Charles Bradley een onweerstaanbaar filmpersonage, in een documentaire die liefdevol de ziel streelt.

Rockfield: The Studio On The Farm

‘Ik herinner me er eerlijk gezegd helemaal niets van’, zegt Liam Gallagher (Oasis), als de eeuwige puber die hij nu eenmaal is, aan het begin van de heerlijke documentaire Rockfield: The Studio On The Farm (92 min.). Zijn band nam nochtans z’n sleutelabums Definitely Maybe en (What’s The Story) Morning Glory op in de plattelandsstudio van de Welshe broers Kingsley en Charles Ward. Zij bouwden het boerenbedrijf van hun familie eind jaren zestig om tot een opnamestudio, waar artiesten tevens, ver weg van het stadse leven, konden verblijven. 

‘Dus je hebt muzikanten genomen als vervangers van de varkens?’ grapt Robert Plant, die zichzelf er na het uiteenvallen van zijn band Led Zeppelin opnieuw uitvond als soloartiest, tegen de aandoenlijke Kingsley. Die moet daar smakelijk om lachen. Zijn broer Charles zou nog tot 1975 gewoon koeien blijven melken op de plek die al snel een populaire studio werd. Op een goede dag kon je er zien hoe Freddie Mercury in een stal de laatste hand legde aan Bohemian Rhapsody, Iggy Pop en David Bowie op het erf rondzwierven, The Stone Roses dertien maanden lang (!) werkten aan een album, de gebroeders Gallagher op de vuist gingen of, dat ook, een koe kalverde.

Hele generaties Britse bands streken in de afgelopen halve eeuw neer bij Rockfield in Wales, werkten er aan hun beste platen en vertellen er nu met zichtbaar plezier over in deze vlotte, grappige en liefdevolle documentaire. En regisseur Hannah Berryman verluchtigt de herinneringen van Ozzy Osbourne (Black Sabbath), Dave Brock (Hawkwind, met destijds nog Motorheads boegbeeld Lemmy Kilmister in de gelederen), Jim Kerr (Simple Minds), Tim Burgess (The Charlatans), Martin Carr (The Boo Radleys), James Dean Bradfield (Manic Street Preachers) en Chris Martin (Coldplay) met videoclips, hartstikke geinige animaties en beelden van de idyllische omgeving. Daarmee vervolmaakt zij deze fijne film over een kostelijk stukje popgeschiedenis op het platteland.

Liefsteling

KRO-NCRV

Hoe houd je de liefde vast terwijl de persoon je ontglipt? Hetty (76) ziet zich gesteld voor het typische dilemma waarmee de partner van iemand die begint te dementeren wordt geconfronteerd: hoe ga je ermee om dat de persoon waarvan je zielsveel houdt – in Hetty’s geval: haar levenspartner Jeanne (91) – langzaam maar zeker verandert in iemand waarvoor je zeer intensief moet zorgen – en waarover je je dagelijks zorgen maakt, dat ook?

In haar eerste lange documentaire Liefsteling (72 min.) portretteert Eva van Barneveld de twee oudere vrouwen, die steeds meer moeten prijsgeven van wie ze waren en toch vrede proberen te hebben met wie ze zijn. Voor Jeanne is dat vanzelfsprekend: zij lijkt tamelijk onbekommerd in het heden te leven. Voor Hetty is dat veel meer een keuze: ze wil bij en met Jeanne blijven. Totdat de dood hen scheidt. Die dient zich wellicht aan in de vorm van enkele tumoren. Zou het een probleem zijn als die Jeanne inhalen, voordat haar ‘vergeetachtigheid’ verder verergert?

Hoewel deze documentaire zeker ook zijn ontluisterende momenten kent – als Jeanne tegen haar eigen beperkingen oploopt of Hetty het gevoel heeft dat ze compleet faalt – is Liefsteling geen typische dementiefilm geworden, waarin de hoofdpersoon onvermijdelijk afstevent op het moment dat hij of zij afscheid heeft moeten nemen van alles wat ie ooit was. Van Barneveld heeft er eerder een ode aan de liefde van gemaakt. In uitdagende tijden, dat wel. Ze heeft zichzelf echt onderdeel gemaakt van het dagelijks leven van de twee vrouwen, die zich op hun meest intieme momenten laten vereeuwigen.

Het grootste deel van de film zijn ze ook letterlijk samen in beeld, als een hechte eenheid, nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat gevoel – noem het gerust romantisch – wordt nog eens geaccentueerd met dromerige accordeonmuziek en de chansons van Charles Aznavour, Edith Piaf en Ramses Shaffy, waar Hetty en Jeanne helemaal aan verknocht zijn. Liefsteling wordt zo een tedere film, over samen in liefde oud worden. Ook al komt die ouderdom dan misschien met gebreken.

Neymar: The Perfect Chaos

Netflix

Met allerlei mensen die vervelende dingen over mij zeggen, antwoordt Neymar zonder dralen. Regisseur David Charles Rodrigues heeft de voetballer zojuist gevraagd hoe hij zelf deze documentaireserie zou beginnen. Het is een treffend moment aan het begin van Neymar: The Perfect Chaos (164 min.). De Braziliaanse sterspeler realiseert zich dat de ‘haat’ die hem vanuit grote delen van de voetbalwereld ten deel valt niet kan ontbreken in een geloofwaardig portret. Tegelijkertijd wordt de bal daarvoor ondubbelzinnig bij hem – en niemand anders – neergelegd.

En inderdaad, in de driedelige serie wordt vervolgens getoond hoe hij steevast theatraal doorrolt na overtredingen – en hoe daar in de halve wereld weer de draak mee wordt gestoken. Ook is te zien hoe hij een tijdlang stelselmatig wordt beschimpt door de fans van zijn eigen club. En natuurlijk mag de breed in de pers uitgemeten beschuldiging van verkrachting, inclusief het filmpje waarmee dat zou worden bewezen, ook niet achterwege blijven. Waarbij Neymar en de zijnen vanzelfsprekend zijn onschuld bepleiten.

Zo tikt deze (auto)biografie alle welbekende pijnpunten in het leven van de flegmatieke aanvaller aan, inclusief zijn veelbesproken vertrek bij FC Barcelona, waarop zijn voormalige ploeggenoten Suárez en – vooral – Messi nog altijd erg zuinig reageren. Nieuwe inzichten levert het doorlopen van zijn carrière verder niet op. Wel enkele fraaie jeugdfilmpjes. Over zijn privéleven geeft de Braziliaan, die zich soms gewoon te midden van zijn vaste entourage aan vrienden laat interviewen, ook niet al te veel prijs. Al komt zijn hele familie, inclusief zijn inmiddels tienjarige zoon Davi Lucca, regelmatig langs.

Het interessantst wordt deze miniserie als ook Neymar Sr. in beeld komt. Vader leidt NR Sports, een bedrijf met ruim tweehonderd medewerkers dat de carrière en het imago van zijn zoon beheert. Zij hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat Neymar Jr. een internationaal merk met meer dan tweehonderd miljoen volgers op social media werd. De relatie tussen vader en zoon is desondanks/daardoor afstandelijker geworden, aldus het merk zelf. Professioneel, in zijn woorden. En soms wordt de spanning tussen hen in deze serie echt zichtbaar.

Naarmate Neymar: The Perfect Chaos vordert, komt de nadruk echter steeds meer te liggen op de sportieve prestaties van de Braziliaanse sterspeler, die in de zomer van 2020 met Paris St. Germain opstoomt naar de finale van de Champions League. Dan wordt elke poging om dit portret nog van diepgang of een persoonlijke dimensie te voorzien terzijde geschoven, ten faveure van de gebruikelijke gezwollen wedstrijdimpressies, vergezeld van clichématige quotes van PSG’ers over de wil om te winnen, het belang van teamgeest en het drama dat verliezen heet.

Met die finale, nu toch alweer enkele Coronagolven en anderhalf voetbalseizoen geleden, wordt de serie naar een climax gebracht, waarna alleen nog een tamelijk zijig einde rest. Over de liefde voor de bal en hoe de held die bij kinderen uit zijn geboorteomgeving probeert te stimuleren. En daarmee laadt regisseur Rodrigues meteen de verdenking op zich dat het uiteindelijke doel van deze serie toch in het verlengde ligt van de missie van NR Sports, het bedrijf van de Neymarretjes.

The Real Charlie Chaplin

Showtime

Als Charlie Chaplin in 1947 het podium opstapt voor een persconferentie in het Gotham Hotel in New York, weet hij dat er nauwelijks vragen zullen komen over zijn nieuwe film Monsieur Verdoux, de eerste zonder zijn vaste zwerverspersonage The Tramp. ‘Dank u, dames en heren van de pers’, valt hij meteen met de deur in huis. ‘Ik ga uw tijd niet verdoen. Begint u maar met de slachting.’

Via een over shoulder-shot is inderdaad te zien hoe het verzamelde journaille al in de aanvalshouding is gaan staan. ‘Meneer Chaplin, er zijn in het verleden verschillende verhalen geweest waarin u er min of meer van wordt beschuldigd dat u een ‘fellow traveller’ bent, een sympathisant van de communisten’, barst één van de vragenstellers los. ‘Kunt u een directe vraag beantwoorden: bent u een communist?’

‘Hoe zijn we op dit punt gekomen?’ vraagt actrice Pearl Mackie, die dienst doet als de alwetende verteller van The Real Charlie Chaplin (113 min.), op dat moment. We zijn ongeveer halverwege de film. De documentaire keert vervolgens enkele jaren terug in de tijd, naar het moment waarop Chaplin net is begonnen aan de eindspeech van The Great Dictator (1940). Bij de opnames van die film, over de opkomst van Adolf Hitler, waren we net ook al. Nu komt echter het verhaal over het enorme succes ervan. Chaplin wordt daardoor een veelgevraagd spreker. Niet slecht voor een man die de grote held van de stomme film was en lang weigerde om zijn mond open te doen op het witte doek.

Charlie Chaplin (1887-1977) komt zo echter ook op de radar te staan van J. Edgar Hoovers Federal Bureau of Investigation, dat na de Tweede Wereldoorlog op communistenjacht is en dat daarbij dus ook bij de komiek uitkomt. Tijdens de persconferentie, die in deze documentaire van Peter Middleton en James Spinney wordt gereconstrueerd met acteurs en het oorspronkelijke geluid, leggen journalisten hem daarover ongenadig het vuur aan de schenen. Chaplin werpt alle beschuldigingen ver van zich.

Het is een exemplarische scène voor een speels gemaakte historische documentaire. Van Charlie Chaplin zijn er natuurlijk speelfilmfragmenten te over. Aan foto’s ook geen gebrek. Hij heeft echter nauwelijks interviews nagelaten. En de meeste vrienden en tijdgenoten zijn inmiddels ook overleden. Wat rest is vooral nog wat audiomateriaal – van Chaplin zelf, zijn kinderen, een handvol kennissen en enkele openbare gebeurtenissen – dat door de filmmakers vakkundig van nieuwe, bijpassende beelden is voorzien. Dat werkt heel behoorlijk.

Met al die verschillende elementen bouwen Middleton en Spinney een gelaagd portret op van een bijzonder gecompliceerd mens: een man die aan het eind van de negentiende in bittere armoede opgroeide in Londen en vervolgens overzee één van de allereerste celebrities werd. Een geniale komiek ook, een onmogelijk heerschap en een liefhebber van nét iets te jonge vrouwen. The Real Charlie Chaplin probeert al die persoonlijkheden bij hun lurven te pakken en een plek te geven in een allesomvattend portret van één van de beeldbepalende figuren van de twintigste eeuw.

Aznavour, Le Regard De Charles

Piece Of Magic

Via wat hij zag, krijgen we hem te zien. Charles Aznavour (1924-2018), chansonnier, acteur én amateurfilmer. Een paar maanden voor zijn dood leidde hij regisseur Marc di Domenico binnen in zijn heilige der heiligen: een geheime kamer, bezaaid met filmrollen. Aznavour had die hoogstpersoonlijk volgeschoten met de 16mm-camera, die hij in 1948 kreeg van zangeres Edith Piaf. De zanger zou er tot 1982 zijn leven mee filmen, met een bijzonder oog voor de wereld om hem heen én voor vrouwelijk schoon.

Het (zelf)portret Aznavour, Le Regard De Charles (75 min.) is vrijwel volledig opgebouwd uit deze privébeelden: Charles op de filmset van de anti-oorlogsfilm Un Taxi Pur Toubrouk, Charles en zijn toenmalige geliefde op een zeilboot en Charles omringd door handtekeningenjagers in een Chinese trein. Maar vooral zien we wat hij zag: vanaf het moment dat de ruim twintig jaar jongere Zweedse schone Ulla in zijn leven komt, domineert zij bijvoorbeeld een tijd lang elk frame. En verder: de plekken die hij aandeed en de mensen die hij daarbij ontmoette

Intussen vertelt hij zelf, in voice-overteksten die zijn gebaseerd op interviews en notities van Aznavour en ingesproken door acteur Romain Duris, zijn levensverhaal: telg van een familie die de Armeense genocide ontvluchtte, als zanger onder de hoede genomen door Edith Piaf, doorgebroken in het verre Amerika, comfortabel levend in de internationale jetset en toch altijd verlangend naar dat ene land dat Zij, Armeniërs van de diaspora, moesten verlaten. Want je kan een man wel van zijn geboortegrond halen, maar daarmee haal je die grond nog niet uit de man.

Gekende evergreens als La Bohème, Formidable en She begeleiden Aznavours videodagboek, dat de kijker een intieme blik gunt in zijn gedachtewereld en zielenleven. Aan het eind van de film richt hij zich rechtstreeks tot z’n publiek: ‘Ik heb deze beelden nooit teruggezien. Maar ik wist dat u ze ooit zou zien. Vandaag bent u erbij, meekijkend over mijn schouders. Er is geen scheiding meer, geen lijn meer tussen ons. Onze blikken smelten samen.’

Diana’s Decades

EO

Via het vertellen van Diana’s leven kunnen we een beeld schetsen van de laatste decennia van de twintigste eeuw. Met die belofte trapt elke aflevering van Diana’s Decades (140 min.) af. Gevolgd door de constatering: waarin zij zo’n grote rol speelde.

Die zinsnede verraadt zowel de insteek van de driedelige serie – het leven van Lady Di, afgezet tegen haar tijd – als de fixatie op beroemdheid in diezelfde periode. Als de echtgenote van een lid van het Britse koningshuis, simpelweg door wie ze is of wat ze vertegenwoordigt, tot de belangrijkste personen van de wereld wordt gerekend, wat zegt dat dan over die wereld?

Die bredere blik – oog voor maatschappelijke ontwikkelingen, niet alleen voor Diana’s ongelukkige huwelijk met Prins Charles en de geruchtmakende breuk die daarop volgde – doet de serie overigens zeker goed. Behalve haar dansje met John Travolta, knuffel voor een jongetje met AIDS en buitenechtelijke affaire komen zo bijvoorbeeld ook de grimmige Thatcher-jaren, de val van de Muur en de volledig ontsporende celebrity-cultuur, die ‘Dynasty Di’ uiteindelijk de kop zou kosten, moeiteloos tot leven.

Diana’s Decades lijkt goed gedocumenteerd en wordt met behulp van een speelse voice-over vlot verteld, maar moet het wel voornamelijk met secundaire bronnen doen: kennissen, biografen, journalisten, paparazzi, royalty-deskundigen en haar persoonlijke modeontwerper en astroloog. Geen directe familieleden of – natuurlijk niet! – Windsors. Daarmee komt de serie van Nick Angel niet héél dicht bij de persoon Diana Spencer, maar wordt het fenomeen Ladi Di wel heel behoorlijk geduid.

Speelde die werkelijk een grote rol in de wereld van haar tijd? Of was ze simpelweg een perfect canvas, het prinsesje met de ‘gewone’ achtergrond, waarop alle mogelijke Assepoester-fantasieën, sensatielust en monarchie-manie kon worden geprojecteerd?

A Perfect Candidate

Misschien droomden ze ervan om de Republikeinse James Carville en George Stephanopoulos te worden. Die hadden twee jaar eerder Bill Clinton het Witte Huis in geholpen en waren zelf via de meeslepende weerslag daarvan, de klassieke campagnedocu The War Room, uitgegroeid tot sterren van de Democratische partij. Seniorstrateeg Mark Goodin en communicatiedirecteur Mark Merritt mikten in 1994 op een senaatszetel voor de Amerikaanse staat Virginia.

Ze moesten een al even omstreden kandidaat in het zadel helpen: luitenant-kolonel Oliver North, de centrale figuur van het zogenaamde Iran-Contra-Schandaal. Namens de Regering Reagan had North halverwege de jaren tachtig clandestien wapens geleverd aan de toenmalige aartsvijand Iran. Met de opbrengst werden vervolgens stiekem rechtse Contra-rebellen in Nicaragua gefinancierd. Zijn baas Ronald Reagan werd er ernstig door in verlegenheid gebracht.

‘Ollie’ ziet enkele jaren later niettemin A Perfect Candidate (105 min.) in zichzelf. Een ideale vertolker van het sentiment van de gewone man. En de beide Marks, Goodin en Merritt, halen alles uit de kast om hem namens Virginia naar Washington te brengen. Daarvoor moeten ze één belangrijke horde nemen: de zittende Democratische senator Chuck Robb, een ideale schoonzoon (van voormalig president Lyndon Baines Johnson, om precies te zijn) die de voorgaande jaren echter onder vuur is komen te liggen vanwege een buitenechtelijke affaire met Miss Virginia en vermeend cocaïnegebruik.

Oliver Norths messcherpe huurwoordenaars ruiken bloed. Hoe kunnen ze in debatten en met vileine campagnespots de traditionele ‘liberal’ Robb definitief vloeren en intussen hun eigen populistische kandidaat het beste positioneren om diens plek te confisqueren? Ze kiezen daarbij voor ‘wedge issues’, thema’s waarover veel verschil van mening is, die opvallend modern aandoen: het behouden van de ‘Confederate Flag’, de vooringenomenheid van de mainstream media (MSM) en een verstikkend maatschappelijk klimaat dat we tegenwoordig ‘woke’ zouden noemen.

Terwijl North enthousiast wordt onthaald in het heartland, over zijn persoonlijke band met de Heer spreekt in een kerk en eens lekker gaat schieten (hij zou later niet voor niets president van de NRA worden) laat ook zijn tegenstrever Robb zich niet onbetuigd: ‘Mijn opponent is een documenten-vernietigende, Grondwet-vertrappende, opperbevelhebber-bashende, Ayatollah-liefhebbende, wapenhandelende, misdadigers beschermende, curriculum-verbeterende, Noriega-knuffelende, Zwitsers bankierende, wetbrekende, zwendelende, egoïstische, tweedehands autoverkoper, die het verschil niet kent tussen de waarheid en een leugen.’

Don Baker ziet het allemaal misprijzend aan. De journalist van The Washington Post fungeert in deze fijne campagnefilm van R.J. Cutler en David Van Taylor uit 1996 als de stem van de rede, een man die met dichtgeknepen neus het politieke theater aanschouwt en becommentarieert. Wellicht voelt hij ook een heel klein beetje compassie met North, die bepaald geen natuurtalent lijkt. Geen politicus bijvoorbeeld die zo klunzig een brok in zijn keel kan veinzen als ‘Ollie’. Voor het duo Goodin en Merritt kan hij niettemin een belangrijk voertuig naar politiek sterrendom zijn.

The Sons Of Sam: A Descent Into Darkness

Netflix

In de eerste aflevering bewandelt The Sons Of Sam: A Descent Into Darkness (239 min.) nog netjes het seriemoordenaarspad. Trefzeker schetst de doorgewinterde true crimer Joshua Zeman het desolate New York van halverwege de jaren zeventig, waar een mysterieuze killer volstrekt willekeurige slachtoffers begint te maken. Op zogenaamde ‘lover’s lanes’, plekken waar geliefden zich terugtrekken om elkaar te verkennen, liquideert hij koelbloedig enkele jongeren. Om de spanning verder op te voeren begint de freak bovendien een publieke briefwisseling met columnist Jimmy Breslin van The New York Daily News. En dan wordt aan het eind van aflevering 1 David Berkowitz, alias The Son Of Sam, in de boeien geslagen. Case closed, zou je zeggen.

Het echte verhaal moet dan echter nog beginnen. Zeman volgt daarin het spoor van crimejournalist Maury Terry (1946-2015), die ook bij de start van de serie al voorzichtig is geïntroduceerd als verteller en via acteur Paul Giamatti een eigen, nét iets te vet aangezette stem heeft gekregen. Terry gelooft er niets van dat de politie met Berkowitz, een 24-jarige postbode uit Yonkers die beweert dat hij in opdracht van de duizenden jaren oude hond van de buren opereerde, de (enige) moordenaar in de kraag heeft gegrepen. Hij lijkt helemaal niet op de politietekeningen die aan de hand van getuigenverklaringen zijn gemaakt. En hoe zit het trouwens met die buurman? Die heet toch Sam en heeft ook nog eens twee zoons?

Gaandeweg begint Terry’s onderzoek naar de ware toedracht van de Summer Of Sam bijna karikaturale proporties aan te nemen. Hij legt ‘een eindeloos web van moorden door het hele land’ bloot, waarin werkelijk geen uitwas ontbreekt: orgies, zwarte magie, Scientology, de Manson-familie, satanisme, kinderporno en ‘snuff films’. ‘Elke nieuwe aanwijzing leek onvermijdelijk te leiden naar een dood spoor en het volgende lijk’, constateert Maury Terry in zijn boek The Ultimate Evil, dat in 1987, ruim tien jaar na de Son Of Sam-moorden, zou verschijnen . ‘Er was iets smerigs aan de hand.’ Hij zou een vaste gast worden in Amerika’s schmutzigste praatprogramma’s.

Handelde David Berkowitz in zijn eentje? Of was hij toch onderdeel van een occulte sekte? Voor de protagonist van deze serie, het prototype ‘complotdenker’, kan daarover geen twijfel bestaan. Zijn lezing van de feiten wordt bovendien bevestigd door enkele directe collega’s en oud-politieagenten. Dat betekent alleen niet dat Terry ook wordt geloofd door de autoriteiten, die in deze intrigerende serie zo nu en dan de ruimte krijgen om Terry’s take op de moorden te ontmantelen. Berkowitz, die ’s mans conclusies desgevraagd best wil bevestigen, voorspelde die desinteresse overigens al in een brief aan de amateurdetective. ‘Maury, het publiek zal je nooit echt geloven’, schrijft hij in een zin die het leidmotief voor diens kruistocht zou worden, ‘hoe goed je je bewijs ook presenteert.’

Sons Of Sam volgt ’s mans paranoïde gedachtespinsels, verbeeld met duistere shots en aangezet met een onheilszwangere soundtrack, intussen tot het bittere einde. Als een moegestreden Maury Terry in z’n echoput eigenlijk alleen nog zijn eigen stem terug hoort. Case closed, zou je opnieuw zeggen. Wat rest is een tijdloos exposé over de bezeten zoektocht naar een eigen waarheid en het uitsluiten van elke vorm van twijfel daarbij. En dan geeft documentairemaker Joshua Zeman op de valreep toch weer lucht aan ‘s mans wilde theorieën…

Normal Is Over

Renée Scheltema

Bijna een halve eeuw geleden waarschuwde een groep prominente wetenschappers, verzameld in de Club van Rome, al dat de aarde de oneindige behoefte aan beter, groter en meer van de mens nooit aan zou kunnen. Het rapport De Grenzen Aan De Groei fungeerde in 1972 als een wake-up call voor een complete generatie: het moest en zou anders met de wereld. Renée Scheltema was één van hen. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de oliecrisis ging rolschaatsen op autoloze zondagen. Tegelijkertijd zag ze dat er uiteindelijk (te) weinig veranderde. Economische groei bleef leidend.

Sinds begin jaren negentig woont de Nederlandse met haar gezin in Zuid-Afrika. Gaandeweg groeide bij haar behoefte om de staat van de aarde op te maken in een persoonlijke film en te bekijken hoe de klimaatverandering, milieuverontreiniging en de massale uitroeiing van allerlei diersoorten tot staan kan worden gebracht. Want het roer moet om volgens haar en, zoals wiskundige/filosoof Charles Eisenstein het uitdrukt, Normal Is Over (102 min.). Dat uitgangspunt brengt haar gedurende enkele jaren naar alle uithoeken van de wereld, waar ze in gesprek gaat met wetenschappers, deskundigen en activisten.

De teneur van de film is beurtelings idealistisch, alarmistisch én hoopvol. Want initiatieven om de zaak ten goede te keren zijn er ook volop. Al blijft het vigerende maatschappijmodel, en de daarmee verbonden economische mores en verhoudingen, erg hardnekkig. Een enkele keer stuit Scheltema tevens op een luchtig tafereel, zoals wanneer de enorme koe van dierenactiviste Marina Rust-Evans in de keuken belandt en het halve interieur dreigt te verpletteren. Knuffelend krijgt de ‘cowgirl’ hem uiteindelijk toch weer naar buiten. 

Door zijn inhoud en toonzetting zal Normal Is Over, dat ongegeneerd ijvert voor een betere wereld, niettemin vooral aftrek vinden bij een kijkersgroep, die zich sowieso al bekommert om de toekomst van de aarde en haar bewoners. Want om de (meeste) ideeën in de documentaire te omarmen, zal ieder van ons ook zijn eigen streven naar economische groei moeten loslaten. En dat lukt vermoedelijk pas als we in ons eigen leven de absolute noodzaak daartoe zien.

Wellicht dat de Coronacrisis daarin nog als vliegwiel gaat fungeren…

A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen.Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.