A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen.Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

The End Of Fear


‘Het is een onvervangbaar werk wat vermoord is’, aldus Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het is 21 maart 1986. Een ‘verwarde’ 31-jarige man heeft met een stanleymes Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III toegetakeld. Het omstreden schilderij van Barnett Newman, in 1969 aangekocht voor een kleine 300.000 gulden en inmiddels ettelijke miljoenen waard, heeft maar liefst vijftien messteken te verwerken gekregen.

Newmans abstracte werk riep wel vaker agressie op. Vier jaar eerder werd in de Nationalgalerie van Berlijn ook al een ander schilderij van de Amerikaanse kunstenaar aangevallen. Barbara Visser onderzoekt in The End of Fear (69 min.) de achtergronden van deze ingrijpende acties, die een felle discussie binnen de kunstwereld weerspiegelden, en het bijzonder moeizame, door schandalen omgeven restauratieproces van Newmans enorme doek.

De ‘moordverdachte’, een onbekende realistische kunstenaar die abstractie in de kunst als ‘een plaag’ zag en die vanuit de achtergrond ook een rol speelt in deze documentaire, had wel een bijdrage willen leveren aan de restauratie van het grotendeels rode doek, zo verklaart zijn advocaat tijdens de rechtszaak. ‘Juist dit werk zou zich prima lenen voor een goedkope replica.’ Hij wilde er nog net geen plaatselijk schildersbedrijf voor inhuren. Het is overigens nog maar de vraag of de ingehuurde Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer het er veel beter vanaf heeft gebracht.

Intussen heeft Barbara Vissser de jonge kunstenares Renske van Enckevort gevraagd om voor deze zorgvuldig gestileerde film, waarin primaire kleuren een prominente plek hebben gekregen, een eigen versie te maken van Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III. Aan de hand daarvan stelt The End Of Fear elementaire vragen over kunst en dringt zich ook de vraag op wie in dit geval de kunstenaar is: degene die verantwoordelijk is voor het concept of degene die dat vervolgens, op geheel eigen wijze, heeft uitgewerkt?