Los Niños Perdidos

Netflix

Op dag 16 wordt het neergestorte vliegtuig gevonden. De Cessna 206, met zeven passagiers aan boord, is op 1 mei 2023 plotseling uit de lucht gevallen boven het Colombiaanse Amazone-regenwoud. Ruim twee weken later treffen vrijwilligers van een zoekteam bij het vliegtuigje de levenloze lichamen van drie volwassenen aan. Onder hen is de 33-jarige inheemse vrouw Magdalena Mucutuy. Samen met haar vier kinderen was ze op weg naar haar echtgenoot Manuel Ranoque. Haar drie dochters en zoon zijn nu spoorloos.

De zaak van Los Niños Perdidos (Engelse titel: The Lost Children, 97 min.) was wereldnieuws in de zomer van 2023. Met beelden van het reddingsteam, de media en het Colombiaanse leger, aangevuld met archiefmateriaal en reconstructies, reconstrueren Orlando von EindsiedelLali Houghton en Jorge Durán ‘Operatie Hoop’, de gecoördineerde actie om de dertienjarige Lesly, haar zusje Soleiny van negen, hun vierjarige halfbroertje Tien Noriel en Cristin, een baby van slechts elf maanden oud, van een wisse dood te redden. Alle inspanningen worden voor deze film bovendien ingekaderd door reddingswerkers, militairen en familieleden van de kinderen.

Dat speciale eenheden van het Colombiaanse leger samenwerken met de inheemse bevolking, die zich thuis voelt in de jungle, blijkt na een halve eeuw burgeroorlog bepaald geen vanzelfsprekendheid in het Zuid-Amerikaanse land. Dit is FARC-gebied, waar de beruchte revolutionaire beweging, die in verband werd gebracht met geweld, intimidatie en drugshandel, heel lang de dienst uitmaakte. Voor de vermiste kinderen stappen de voormalige opponenten gaandeweg echter over hun eigen schaduw heen. Na 34 dagen staan ze alleen nog steeds met lege handen. Geen kinderen. De wanhoop slaat dan toe bij het reddingsteam, bekennen ze in deze terugblik.

De jungle en algehele ‘duende’, een magische duistere kracht die volgens de overlevering voor onheil kan zorgen, lijken hen te machtig. Ze zoeken ’t dus hogerop. Bij Yagé. Om hun geest te verruimen drinken de reddingswerkers de hallucinogene drank ayahuasca, in de hoop de kinderen zo alsnog te kunnen traceren. De filmmakers volgen hen ook op dit deel van hun queeste, die ze begeleiden met dikke muziek en fraaie beelden van het regenwoud – alsof ze uit een natuurfilm afkomstig zijn. Het gevaar van de jungle wordt zo enigszins karikaturaal benadrukt: daar glibbert weer een slang, loert een tijger naar z’n prooi en steekt een krokodil vervaarlijk zijn kop op.

Ook zonder die overdaad hebben Von Einsiedel, Houghton en Durán natuurlijk een buitengewoon verhaal in handen, dat enigszins doet denken aan de redding van een Thais jeugdvoetbalteam uit een ondergelopen grot (vereeuwigd in de bloedstollende documentaire The Rescue). Het is zo’n verhaal waardoor het leven bijna een sprookje lijkt, waarin wonderen wel degelijk blijken te bestaan. Totdat de tragiek van de situatie nog eens goed doordringt.

Op Disney+ is Lost In The Jungle, een andere sterke reconstructie van deze miraculeuze redding, te bekijken.

Witches

MUBI

Enkele eeuwen geleden zou ze wellicht op de brandstapel zijn beland – in plaats van in een kliniek voor vrouwen die net een kind hebben gekregen.

Na de geboorte van haar zoon, nu drie jaar geleden, raakte Elizabeth Sankey verstrikt in zichzelf. Een stem in haar hoofd vertelde de Britse filmmaakster dat de wereld beter af zou zijn zonder haar. Ze wilde al snel niet meer leven en was bang dat ze haar eigen kind iets zou aandoen. Deze wirwar van inktzwarte gevoelens ging duidelijk verder dan de ‘baby blues’ waarin sommige moeders belanden. Sankey was terechtgekomen in een postpartum psychose. Binnen een maand na de geboorte moest ze worden opgenomen.

In een andere tijd en wereld, betoogt Sankey in het bekroonde video-essay Witches (90 min.), zou ze wellicht zijn beschouwd als een heks. Want zo ontdeden gemeenschappen zich soms van eigenzinnige, kritische én instabiele vrouwen. Die werden tot ‘outcast’ verklaard en uit hun natuurlijke omgeving verwijderd. Dan hoefden anderen ook niet in te gaan op wat ze zeiden of hun klachten serieus te nemen. De geschiedenis kent talloze voorbeelden van zulke ‘heksen’ die worden verstoten – of definitief uitgeschakeld.

Elizabeth Sankey verbindt haar eigen verhaal en dat van enkele lotgenoten met die beladen geschiedenis. Ook in beeld: met talloze fragmenten uit speelfilms, die op een virtuoze manier worden verknoopt met haar persoonlijke relaas – al is die connectie eerder associatief dan letterlijk en soms ook enigszins gekunsteld. Ze wil duidelijk iets kwijt over hoe we naar vrouwen in het algemeen kijken en hoe zij worden opgezadeld met predicaten als maagd, hoer, meisje, moeder en (goede en slechte) heks.

Sankey doet haar verhaal vanuit een klassiek decor, midden in beeld zittend en recht in de camera kijkend. Alsof ze zich rechtstreeks tot de kijker wil richten, in de overtuiging dat die nodig van de ernst van de situatie moet worden doordrongen. Én zodat zij niet kan worden weggezet als de zoveelste hysterica, die het leven nu eenmaal niet aankan. Zo’n houding is namelijk niet zonder gevaar: zelfdoding is één van de belangrijkste doodsoorzaken bij zwangere vrouwen en vrouwen die net een kind hebben gekregen.

Dave Emson, de enige man in deze indringende film, blijft daarvoor waarschuwen. Zijn vrouw Daksha worstelde al langer met haar psychische gezondheid, maar stopte met haar medicatie toen ze zwanger werd van hun dochter Freya. In stilte, bang om te worden gezien als een slechte moeder en haar kinderen kwijt te raken, worstelde Daksha met een postpartum psychose. Met dramatische gevolgen. ‘Ik kan niet toestaan’, stelt Dave, ‘dat mijn meiden, en andere moeders en baby’s, tevergeefs sterven.’

Met voorbeelden van andere moeders die uit het dal wisten te klimmen en hulp van de supportgroep Motherly Love, waarin vrouwen met elkaar praten over de schaduwkanten van het moederschap, vond Elizabeth Sankey de weg terug naar zichzelf en haar kind. De groep heeft mijn leven gered, zegt ze vanachter de camera tegen oprichtster (en ervaringsdeskundige) Milli Richards. Allebei ervoeren ze hoe heilzaam de stilte verbreken en delen – en de angst, schaamte en schuldgevoelens achterlaten – kan zijn.

Witches brengt die boodschap glashelder, en toch op een volstrekt originele en eigenzinnige manier, over het voetlicht: hoe belangrijk ’t is dat moeders in nood serieus worden genomen en professionele zorg krijgen. Ook, of juist, omdat ’t zo’n beangstigende gedachte is dat zij, de vrouwen die doorgaans de veiligste plek op aarde vormen, hun kind iets zouden kunnen aandoen.

Three Mothers, Two Babies And A Scandal

Firecrest Films

Het is zo’n verhaal waarvan de schandaalpers smult: het Welshe echtpaar Judith en Alan Kilshaw adopteert in 2000 – via het internet, dat dan nog in de kinderschoenen staat – in de Verenigde Staten de tweeling Belinda en Kimberly. Die blijkt alleen eerder al te zijn geadopteerd door het Amerikaanse echtpaar Richard en Vickie Allen. Als de Kilshaws bereid blijken om meer te betalen (!), zou de biologische moeder Tranda Wecker, in overleg met Tina Johnson van het bemiddelingsbureau Caring Heart, echter hebben besloten om de twee meisjes alsnog aan hen te gunnen.

In een naïeve bui heeft de volkse Judith Kilshaw, die al snel door het leven zal gaan als de meest gehate vrouw van Groot-Brittannië, zelf contact opgenomen met Briony Warden van de Britse tabloid The Sun om de succesvolle adoptie te delen. Die heeft al snel door dat ze op een spraakmakend verhaal is gestuit over Three Mothers, Two Babies And A Scandal (150 min.). Ze laat de Kilshaws helemaal leeglopen, legt contact met het nette Amerikaanse echtpaar Allen en schermt de beide stellen vervolgens af van andere media. Zodat zij de primeur heeft over de ‘net twins’, een zaak waarvan haar bronnen duidelijk de reikwijdte nog niet overzien. Binnen de kortste keren staat de kinderbescherming bij de Kilshaws aan de deur.

In de eerste aflevering van deze driedelige serie is het met name Judith die haar kant van dit smeuïge verhaal mag doen. In aflevering 2 krijgt Vickie Allen de gelegenheid om daar vanuit haar perspectief op te reageren. Hun herinneringen staan regelmatig op gespannen voet met elkaar. Het gevecht om de kinderen zal uiteindelijk publiekelijk worden uitgevochten door de twee ouderparen. Op een gegeven moment zitten ze zelfs samen te bekvechten in de talkshow van Oprah Winfrey. Dat is in niemands belang – Oprah misschien uitgezonderd – en zeker niet in dat van de twee baby’s waar ze om strijden. Uiteindelijk raken ook de Allens ernstig beschadigd.

Documentairemaakster Alice McMahon-Major besluit de miniserie tenslotte met het persoonlijke relaas van de biologische moeder Tranda. Terwijl zij de achtergronden schetst van het ter adoptie aanbieden van haar dochters, belandt de ‘babies for cash’-zaak in Groot-Brittannië voor de rechter, worden feiten en fictie van elkaar gescheiden en kan de persoonlijke, sociale en financiële schade worden opgemaakt van een zaak die helemaal uit de klauw is gelopen. Niet in het minst door sensatiebeluste journalisten en media.

Girl, Taken

Abacus

‘Ik vroeg aan God: ga je me nu echt wegnemen terwijl ik mijn dochter nooit meer heb gezien?’ Die werkelijkheid is voor Celeste Nurse niet te bevatten. De Zuid-Afrikaanse vrouw heeft kanker, haar huwelijk met Morné, de vader van haar vier kinderen, ligt aan diggelen en er is nog altijd geen spoor van Zephany.

Het meisje verdwijnt op 30 april 1997, drie dagen na haar geboorte in het Groote Schuur-ziekenhuis te Kaapstad. Terwijl haar jeugdige moeder nog bijkomt van een heftige bevalling wordt zij als baby ontvreemd van de kraamafdeling. Girl, Taken (92 min.) dus. Het gerucht gaat dat Zephany Nurse is gestolen door een vrouw die even daarvoor een miskraam heeft gehad in het ziekenhuis, maar definitief uitsluitsel daarover blijft alsmaar uit.

De tieners Celeste en Morné zijn op dat moment pas enkele maanden getrouwd. In de navolgende jaren zullen ze nog drie kinderen krijgen. Eerst, vier jaar na Zephany, volgt dochter Cassidy. Daarna wordt het gezin nog verrijkt met de jongens Joshua en Micah. Tegelijkertijd blijft het gemis van hun oudste kind danig opspelen. Haar ouders weigeren om Zephany los te laten en blijven, ook jaren na de verdwijning, geloven in haar terugkeer.

Na ruim zeventien jaar, begin 2015, komt de geruchtmakende verdwijningszaak plotseling in een stroomversnelling. Met vrijwel alle direct betrokkenen reconstrueert deze slim opgebouwde film van Francois Verster en Simon Wood hoe de kwestie dan een beslissende wending krijgt en daarna van de ene in de andere verrassende ontwikkeling belandt. Intussen worden ieders incasseringsvermogen en loyaliteit danig op de proef gesteld.

Aan het einde, als alle familieleden van het verdwenen meisje ruim 25 jaar na dato de balans opmaken, is de conclusie onvermijdelijk: deze zaak kent alleen verliezers. Juist dan – en dat is toch wel een verrassing – wordt echter ook duidelijk dat de tijd echt alle wonden kan helen.

Truman & Tennessee: An Intimate Conversation

Dogwoof

De wegen van Tennessee Williams (1911-1983) en Truman Capote (1924-1984) bleven elkaar een leven lang kruisen. Zij behoorden tot de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van hun tijd en waren ook ruim veertig jaar bevriend met elkaar. De twee leerden elkaar kennen toen Truman zestien was. Tennessee liep toen al tegen de dertig. Binnen enkele jaren zouden ze allebei doorbreken met hun debuut: het toneelstuk The Glass Menagerie (Williams, 1944) en de roman Other Voices, Other Rooms (Capote, 1948).

In de navolgende jaren zouden ze uitgroeien tot chroniqueurs van hun tijd en wereld. Tennessee deed dat veelal met theaterstukken. Die werden vaak ook verfilmd, zoals A Streetcar Named Desire, Cat On A Hot Tin Roof en Baby Doll. En Truman Capote, een graag geziene societyfiguur, manifesteerde zich nadrukkelijk met de novelle Breakfast At Tiffany’s en leverde daarna een huiveringwekkende true crime-klassieker af, In Cold Blood, een boek waaraan hij volgens eigen zeggen bijna kapot ging. 

In het dubbelportret Truman & Tennessee: An Intimate Conversation (85 min.) laat regisseur Lisa Immordino Vreeland de twee auteurs zichzelf én elkaar kenschetsen. Zo had Williams volgens zijn vriend een onstuitbare drang om te schrijven, terwijl die zich weer verbaasde over Capotes oneindige zucht naar roem. De filmmaakster gebruikt voor zulke inkijkjes zowel interviews met de New Yorkse schrijvers als hun geschriften, die ze door de acteurs Jim Parsons (Capote) en Zachary Quinto (Williams) heeft laten inspreken.

Immordino Vreeland zet daarnaast fragmenten uit speelfilms, gebaseerd op hun boeken en theaterstukken, in om hun levenswandel en oeuvre te illustreren en maakt slim gebruik van de veelvuldige bezoekjes van de twee sterauteurs aan de talkshows van David Frost en Dick Cavett. Wat ze daar te berde brengen over bijvoorbeeld de liefde, bekendheid, drankzucht, kritiek en – natuurlijk! – het schrijven zelf snijdt ze slim tegen elkaar weg. Om de overeenkomsten en verschillen tussen hen te benadrukken.

De twee mannen, allebei min of meer openlijk homoseksueel in een tijd waarin dat bepaald nog geen vanzelfsprekendheid was, leren gaandeweg ook de keerzijde van hun faam kennen. Op uitbundige lof volgt soms keiharde kritiek. Van middelpunt van de belangstelling kun je ook zomaar de risee van een gezelschap worden. Deze zorgvuldig gemaakte film toont vervolgens ook de neergang van de twee ooit zo gevierde schrijvers en werkt zo toe naar het tamelijk roemloze einde dat hen allebei ten deel viel.

The Kid Stays In The Picture

USA Films

The Kid Stays In The Picture (94 min.), zou de legendarische filmproducent Darryl Zanuck hebben gezegd. Daarmee was de discussie over Robert Evans definitief beslecht. Eerder hadden schrijver Ernest Hemingway en de acteurs Tyrone Power, Ava Gardner en Eddie Albert nog een brief geschreven aan Zanuck: als Evans de rol van Pedro Romero speelt, wordt onze film The Sun Also Rises een gigantische flop. Alleen co-ster Errol Flynn had zich afzijdig gehouden. Die moest wel lachen om alle drukte.

Het joch blijft in de film, schreeuwde Zanuck dus door een megafoon, toen hij Robert Evans eenmaal aan het werk had gezien als de Spaanse stierenvechter. En iedereen die het daar niet mee eens is, voegde hij eraan toe, kan zelf vertrekken. Robert Evans wist het ondertussen zeker: dit wil ik ook. Vanaf dat moment was zijn acteercarrière ten dode opgeschreven. Een legendarische filmproducent werd daar, op die verdeelde filmset, geboren: Bob Evans (1930-2019), de man achter Hollywood-klassiekers als Rosemary’s Baby, Love Story, The Godfather, Chinatown en Serpico.

Althans, dat is de versie van zijn levensverhaal die Evans opdist in deze typische Hollywood-film van Brett Morgen en Nanette Burstein uit 2002, die weer is gebaseerd op zijn eigen gelijknamige autobiografie. Omdat een leven ook maar gewoon een leven is – en dus niet zomaar een verhaal wordt. Dat maakt de verteller er dus zelf van, met een oneliner van Darryl Zanuck – zou die daadwerkelijk ooit zo zijn uitgesproken? – als inciting incident. Waarna de gelikte vertelling die Evans van zijn eigen lotgevallen heeft gemaakt van start kan.

Via belangrijke plotpoints – ’s mans eerst contract bij Paramount Pictures, zijn Hollywood-huwelijk met Love Story-ster Ali McGraw (die hem uiteindelijk inruilde voor Steve McQueen), z’n partygedrag met elke keer een andere schone aan zijn arm, de onvermijdelijke megaflop (The Cotton Club) en het ontslag bij Paramount dat uiteindelijk het logische gevolg was – op weg naar een klassiek point of no return, geïllustreerd met klassieke scènes uit zijn eigen films, als hij in de jaren tachtig werkeloos, berooid en depressief zijn leven en loopbaan lijkt te moeten eindigen.

Hollywood zou echter Hollywood niet zijn – en Evans niet Evans – als er niet toch nog een happy end in het verschiet lag in dit vermakelijke, als een klassieke Hollywood-film opgebouwde en aangeklede portret van een man die als geen ander de gouden jaren van de Amerikaanse filmindustrie representeert.

Raël: La Prophète Des Extraterrestres

Netflix

Met het starten van een sekte verzeker je jezelf ook min of meer van een hoofdrol in documentaire(serie)s. De gemiddelde sekteleider oogt doorgaans ook als een personage: de persoon – nee: man – die een eigen geloofsgemeenschap bestiert doet dat meestal niet vanuit een rijtjeshuis, van waaruit hij dan ‘s ochtends in pak en stropdas naar kantoor afreist en aan het einde van de werkdag netjes bij vrouw en kinderen aanschuift voor een voedzame maaltijd, gevolgd door een gezapig avondje voor de televisie.

Nee, zo’n ver boven gewone stervelingen verheven figuur meldt zich met een goddelijke glimlach, bizar kapsel, opvallend gewaad, luxe privéverblijven, een heuse harem en – in het geval van de Franse profeet Raël – tevens een directe lijn met buitenaardse wezens, de zogenaamde Elohim. En die, beste mensen, hebben ons dus allemaal geschapen. Om hen daarvoor te bedanken wil Raël, de artiestennaam van voormalig autocoureur, journalist en zanger Claude Vorilhon, zelfs een ‘ambassade’ bouwen, waar zij dan in hun vliegende schotels kunnen worden ontvangen. Nadine Gary, Raëliaan sinds 1981, wil dan zelfs ook wel geslachtsgemeenschap hebben met zo’n Eloha. ‘Ik kan me niets krachtigers voorstellen’, zegt ze met een stralende glimlach.

Binnen de beweging wordt sowieso de vrije liefde gepredikt. Vooral door en voor Raël zelf. In een idyllisch landgoed dat niet voor niets Eden wordt genoemd lopen zijn volgelingen veelal bloot rond en verpozen zich dan met elkaar. Via een spiegel laat hij hen ook naar zichzelf kijken. Naar hun naakte lichaam, hun eigen anus in het bijzonder. De Franse Messias – niet Jezus zelf, maar zijn broer – wil er ondertussen ook voor zorgen dat al zijn volgelingen straks het eeuwige leven krijgen. Althans, dat doet zijn eigen wetenschapster Brigitte Boisselier, die in deze vlot gesneden miniserie, overtuigd en ook kwetsbaar, tevens acte de présence geeft. Want zij kan dus klonen en zou met hun bedrijf Clonaid in een laboratorium daadwerkelijk – hoax alert! – een baby hebben gecreëerd: Eva.

En wie stapt daar, ruim twintig jaar later, in de laatste aflevering van Raël: La Prophète Des Extraterrestres (Engelse titel: Raël: The Alien Prophet, 180 min.) het beeld in? Juist: (niet) de jonge vrouw, die als bij Goddelijke beschikking, van Raël dus, is vernoemd naar het allereerste exemplaar van haar soort. Verder laten de documentairemakers Antoine Baldassari en Manuel Guillon nu eens niet een hele stoet gefrustreerde oud-sekteleden aan het woord. Ze geven in eerste instantie alle ruimte aan Raëls blijmoedige volgelingen, die het weldadige archiefmateriaal voorzien van een veelal positivistische boodschap. Gaandeweg sluipt er, via de bijdragen van wetshandhavers, journalisten en critici, alleen toch argwaan binnen in het paradijs: is hun almachtige leider dan toch een charlatan?

Een slinkse fraudeur, machtswellusteling, aandachtzoeker en seksmaniak, met een voorliefde voor veel te jonge meisjes? Dat beeld begint zich uiteindelijk toch af te tekenen – en blijkt Raël toch weer gewoon een variant op het archetypische personage van de sekteleider. De man zelf, inmiddels een goeiig ogende grijsaard met een strohoed, heeft enkele jaren geleden al eens uitgebreid zijn verhaal gedaan in de documentaire The Prophet And The Space Aliens (2020) en komt in deze smakelijke vierdelige serie pas tegen het slot daadwerkelijk aan bod. En dan blijkt hij – inderdaad géén man voor pak ‘m beet een veertigurige werkweek, enkele kleinkinderen en een favoriete voetbalclub – nog altijd zéér rolvast. Al zet hij zijn eigen verhaal tegelijkertijd nog eens goed op zijn kop.

Make People Better

Rhumbline Media

Het nieuws over de geboorte van de CRISPR-tweeling Lulu en Nana zorgt in 2018 wereldwijd voor controverse. De Chinese wetenschapper He ‘JK’ Jiankui heeft met behulp van de omstreden CRISPR-gentherapie het erfelijke materiaal van de embryo’s aangepast. ‘Ik kan me geen mooier en heilzamer geschenk voor de samenleving voorstellen’, zegt hij daarover. Als journalisten JK aan de tand willen voelen over deze revolutionaire stap en de ethische implicaties daarvan, is de onderzoeker van SUSTech in de Chinese stad Shenzhen echter al van het toneel verdwenen.

Was JK zo’n typische geniale wetenschapper die te ver voor de muziek uitliep en dus nodig moest worden teruggefloten? Of is er iets toch anders aan de hand? Cody Sheehy onderzoekt in Make People Better (82 min.) de achtergronden van He Jiankui’s onderzoek en het internationale speelveld waarop hij actief was. Want de Chinese onderzoeker opereerde bepaald niet in een vacuüm. Kort voordat hij wereldnieuws werd en verdween wist hij zich zelfs nog verzekerd van de steun van de Chinese autoriteiten én een belangrijk deel van zijn vakbroeders in het buitenland.

Tijdens de ophef, die iedereen had kunnen voorspellen, stond JK er ineens helemaal alleen voor. In deze boeiende docuthriller krijgt hij alsnog rugdekking van de Amerikaan ‘Ryan’, een geanonimiseerde getuige à charge die met JK samenwerkte en een persoonlijke motivatie heeft om zich bezig te houden met ‘human genetic engineering’. Want de eerste toepassing daarvan is zeker niet het creëren van de ideale mens – en het angstbeeld daarbij: designer baby’s – maar het verhogen van de menselijke immuniteit, uitbannen van erfelijke ziekten en tegengaan van veroudering.

Sheehy brengt deze baanbrekende wetenschap, waarbij de maatschappelijke acceptatie standaard achterloopt op de technische ontwikkelingen, verder in kaart met insiders zoals de befaamde Amerikaanse geneticus George Church (Harvard), wetenschapsjournalist Antonio Regalado (die de primeur had van JK’s CRISPR-baby’s) en bio-ethicus Ben Hurlbut. Zij leggen tevens het verband met de geboorte van de eerste IVF-baby. Die gebeurtenis was in 1978 ook wereldnieuws. Sindsdien zijn er wereldwijd miljoenen kinderen geboren via In Vitro Fertilisatie en kraait er geen haan meer naar.

Zou het anders gaan met genetisch gemanipuleerde kinderen? ‘We steken onze kop in het zand als we denken dat dit niet allang gebeurt’, zegt ‘Ryan’. ‘Als je de kans hebt om je kind te modificeren en ervoor te zorgen dat het, voor pak ‘m beet vijfduizend of tienduizend dollar, gezonder is en beschermd tegen ziekte’, stelt Ben Hurlbut zelfs, ‘is dat dan geen welbesteed geld aan de toekomst van mijn kind?’ Dat klinkt vast niet onredelijk, maar zitten er ook grenzen aan dat idee van ‘making people better’? En wat als de commercie, bijvoorbeeld in de één of andere voormalige Sovjet-republiek, ermee aan de haal gaat…

Arnold

Netflix

Waar een wil is, is een weg. Als je het kunt imagineren, al dan niet met een sigaar in je mond, kun je het dus ook worden. Mister Olympia bijvoorbeeld. Een actieheld. Of – als geboren Oostenrijker – gouverneur van de Amerikaanse staat Californië. Arnold Schwarzenegger, zittend op zijn praatstoel met een sigaartje erbij, kan er smakelijk over vertellen. En Leslie Chillcott, de regisseur van de driedelige serie Arnold (190 min.) geeft hem alle ruimte en vult ‘s mans herinneringen, bekentenissen en bespiegelingen aan met bijdragen van mensen uit zijn periferie: sportvrinden, concurrenten, een ex-vriendin, zijn acteercoach, medespelers, regisseurs, medewerkers en politieke opponenten. 

De indeling van deze aangeklede autobiografie, uitgebracht als er toevallig ook net een nieuwe serie loopt van Arnie (FUBAR), is al even logisch: aflevering 1: bodybuilding, 2: film en 3: politiek. Als een geboren verteller kneedt Schwarzenegger – met drama, humor en een enkel kwetsbaar moment – van zijn opmerkelijke, uitbundig op camera gedocumenteerde levensloop een onderhoudende vertelling. Over de ontmoeting met zijn grote held, bodybuilder en Hercules-acteur Reg Park (wiens zoon Jon Jon acte de présence geeft in deze miniserie) bijvoorbeeld. Zijn rivaliteit met die andere actieheld van eind twintigste eeuw (Sylvester Stallone, die best wil vertellen over zijn voormalige grote vijand). En hoe hij als politieke novice, die overigens wel getrouwd was met een ‘Kennedy’, een succesvolle bestuurder wordt.

Hoewel hij zich soms beslist kwetsbaar opstelt, bijvoorbeeld als het overlijden van zijn broer en vader of zijn huwelijkse problemen aan de orde komen, blijft Arnold in controle. Hij heeft en houdt te allen tijde de regie en verkoopt zijn leven met een enorme hoeveelheid ‘Schmäh’, een combinatie van pure bluf en klinkklare nonsens. Dat roept onvermijdelijk de vraag op: wordt deze miniserie ooit meer dan het narratief dat de inmiddels bejaarde Arnold zelf van zijn leven wil maken? De vraag stellen…. Dit is de Hollywood-versie. Schwarzeneggers heldenverhaal. Waarin beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwen en seksuele escapades dus vooral dienen als (fikse) hobbel op de weg naar wie je altijd al wilde worden en een uiteindelijk toch wel happy end.

Je vormt je leven nu eenmaal door het je voor te stellen – vooraf, als de jonge hond die je ooit was – en door datzelfde leven naderhand in een bepaald perspectief te plaatsen – achteraf dus, als de oude leeuw die je bent geworden. Én door het hier en nu, als de epiloog na een enerverende vertelling, nog wat sjeu te geven met ritjes in een tank, mijmeringen bij de aanblik van imposante bergtoppen en het uitlaten van je eigen ezels, pony’s en andere boerderijdieren. Het is tenslotte de Arnold Schwarzenegger Show! Vermaak gegarandeerd, wanneer het gordijn eenmaal is opengegaan. Maar wat er daarachter werkelijk schuilgaat? Arnold zal het uit zichzelf niet vertellen.

Pretty Baby: Brooke Shields

Hulu

Moet Pretty Baby worden beschouwd als kritiek op het seksualiseren van jonge meisjes? Of is Louis Malles speelfilm uit 1978, over een bordeel in New Orleans aan het begin van de twintigste eeuw, daarvoor veel te ambigu?

Feit is dat de elfjarige Brooke Shields, die in Pretty Baby letterlijk als maagd wordt geserveerd aan een groep begerige mannen en vervolgens per opbod wordt verkocht, het imago van (veel te) jeugdige verleidster overhield aan de film. Zij deed daarin een kusscène, vertelt de Amerikaanse actrice in de tweedelige documentaire Pretty Baby: Brooke Shields (140 min.), terwijl ze in werkelijkheid nog nooit een jongen had gezoend. Haar tegenspeler Keith Carradine, maar liefst zestien jaar ouder, probeerde haar gerust te stellen: ‘Hee, weet je wat? Deze telt niet, we doen alleen net alsof.’

Enkele jaren later mocht de hele wereld getuige zijn van Shields’ seksuele volwassenwording – althans, dat was de suggestie – in de Adam & Eva-achtige film The Blue Lagoon (1980), waarin ze met een helblonde jongen (Christopher Atkins) de liefde leert kennen op een exotisch eiland. Ze was op dat moment vijftien jaar oud en volgens eigen zeggen nog zo groen als gras. Als het ‘sekssymbool’ vervolgens in Endless Love (1981) de liefde moet bedrijven en niet overtuigend genoeg extase acteert, schroomt regisseur Franco Zeffirelli niet om in de teen van de dan zestienjarige actrice te knijpen.

Brooke Shields wordt zo het gezicht van een tijdsgewricht met een andere seksuele moraal, waarin jonge meisjes ongegeneerd als lustobject worden geportretteerd. Die Lolita-fixatie vormt het uitgangspunt voor het eerste deel van deze tweedelige documentaire van Lana Wilson, waarin tevens de getroebleerde relatie met haar alleenstaande, drankzuchtige moeder en manager Teri centraal staat. In werkelijkheid behoudt Shields al die jaren haar onschuld. Zodat ze enige jaren later, in de puriteinse Reagan-jaren, zowaar een symbool van zelfverkozen maagdelijkheid kan worden.

Met dat beeld, van het eeuwig onschuldige jonge meisje, trapt het tweede deel af, waarna de actrice in zowel een carrièrecrisis als #metoo-situatie belandt en zich losmaakt van haar moeder door in een andere ongezonde relatie te stappen, met tennistopper Andre Agassi. Pas later vindt ze haar stiel en de ware liefde. Pretty Baby heeft dan wel iets van zijn oorspronkelijke glans verloren, als de vertelling een wat meer particulier karakter krijgt en ook wel verdacht veel begint te lijken op een klassiek held(in)-overwint-elke-tegenslag-en-komt-er-als-een-herboren-mens-uit verhaal.

Aan het eind van dit (zelf)portret wordt Brooke Shields thuis aan tafel door haar dochters geconfronteerd met Pretty Baby. Volgens hedendaagse maatstaven is die niet oké, vindt Grier. ‘Zitten er naaktscènes in?’ wil Rowan weten. Ja, van mijn elfjarige ik, antwoordt haar moeder. Dat zou nu worden beschouwd als kinderporno, denken de dochters, en is in elk geval niet te vergelijken met wat zij als tiener, helemaal zelf, soms op TikTok of Instagram posten. Waarna de kloof die even dreigt te ontstaan tussen twee verschillende generatie Shields-vrouwen even snel als moeiteloos wordt gedicht.

Want zelfs in Hollywood geldt: blood is thicker than water.

Tweeling

Jean Charles Counet / VPRO

De reis begint in Eritrea en leidt via Ethiopië, Soedan en Libië in 2016 naar Europa. Onderweg, op een boot op de Middellandse zee, wordt Merhawit verrast. Niet door het feit dat ze zwanger is, ook niet dat het om twee kinderen gaat, maar wel doordat ze nu al, op de vlucht en in hachelijke omstandigheden, geboren willen worden. Na de bevalling op zee belanden de nieuwe moeder en haar eeneiige Tweeling (91 min.) op het Italiaanse eiland Sicilië. En daar leren ze de Nederlandse documentairemaakster Bregtje van der Haak kennen, die toevallig in Palermo is voor het programma Tegenlicht en op Merwahit en haar baby’s Hiyap en Evenezer wordt geattendeerd door een reportage van CNN.

Van der Haak vraagt of ze hen jaarlijks mag komen filmen, om via deze Afrikaanse vrouw en haar kinderen, en echtgenoot/vader Yohannes in Soedan, het leven van nieuwe Europeanen te documenteren en grip te krijgen op waar zij vandaan komen en wat zij nu in een compleet nieuwe wereld, die soms pijnlijk vijandig reageert, op hun pad vinden. Deze documentaire, opgeknipt in zeven handzame en ook los te bekijken hoofdstukken, is een soort tussenrapportage van dit project, dat moet lopen totdat Merwahits zoons volwassen zijn. Bezien vanuit de traditie van de Up-serie, het klassieke documentaireproject dat sinds 1964 elke zeven jaar verslag doet van het leven van een selecte groep Britten, is dit dan een logisch moment.

In die zeven jaar, waarin Merwahit en haar zoons vaste voet aan de grond krijgen in Duitsland, bouwen de twee vrouwen, die in het begin echt met handen en voeten met elkaar moeten communiceren, een band op en raakt Van der Haak zelf bovendien steeds meer het verhaal ingetrokken. Dat begint met de verwantschap die zij als alleenstaande moeder voelt met de vrouw die in een vreemde wereld helemaal op zichzelf is afgewezen en mondt uit in situaties waarin ze ook zelf, de functionele zelfonthulling voorbij, haar eigen verhaal doet aan Merwahit. Die deelt dan weer haar levensverhaal, geïllustreerd met beelden uit de totalitaire staat Eritrea, en haar toenemende twijfels over de relatie met haar man op afstand.

Met fraaie observerende scènes krijgen Van der Haak en haar crew, die ook een plek verwerft binnen de kleine familie-eenheid, toegang tot het leven van de alleenstaande moeder en haar kinderen. Hoe ze er aan het begin van de eerste dag op de kinderopvang bijvoorbeeld voor zorgt dat de jongens, die nog geen Duits spreken, weten waar het toilet is. En hoe die enkele jaren later al zover zijn dat ze zelfstandig pizza kunnen halen – al komt die niet heelhuids thuis aan. De twee kinderen zijn altijd samen en uiterlijk identiek, maar van binnen – en dat wordt met de jaren steeds duidelijker – heel verschillend. Terwijl Hiyap floreert in contact met andere mensen, duikt Evenezer juist regelmatig weg voor de wereld. Merwahit probeert dat in goede banen te leiden.

Die voorlopige tussenconclusie maakt benieuwd naar wat de toekomst (volgende rapportage wederom over zeven jaar, in 2030?) gaat brengen voor de Eritrese vrouw en haar zoons. Op de valreep heeft de wereld waarin zij zich ogenschijnlijk best thuis zijn gaan voelen alleen nog een onaangename verrassing in petto voor alle betrokkenen – en een ongenadige cliffhanger voor elke kijker die hen intussen een beetje in z’n hart heeft gesloten.

The Missing Children

ITV

In een hoek van de binnentuin van het St. Mary’s Mother and Baby Home in Tuam, West-Ierland, dat door Bon Secours-nonnen werd gerund en in 1961 is gesloten, doen twee lokale jongens tijdens hun zoektocht naar appels een bizarre ontdekking. We vonden een stapeltje botten, kan Frannie Hopkins zich een kleine halve eeuw later nog altijd goed herinneren. ‘Als er geen schedels tussen hadden gezeten, hadden we geen idee gehad dat het om menselijke resten ging.’

Tot een serieus onderzoek komt het echter niet in de jaren zeventig. De zaak wordt door de plaatselijke autoriteiten grondig toegedekt. Totdat de deksel, door inspanningen van de lokale historica Catherine Corless, in 2014 alsnog van de septische put gaat. Bijna achthonderd baby’s liggen er waarschijnlijk begraven in de tuin van het katholieke moederhuis. Zelfs dat is voor de Ierse overheid echter geen reden om meteen een officieel onderzoek te gelasten.

Sterker: Corless komt zelf onder vuur te liggen. Ze zou een notoire fantast en aandachtszoeker zijn. De nonnen van de Bon Secours-orde en de Ierse katholieke kerk treft in elk geval geen enkele blaam. Hoe dan ook. Het is een bijzonder pijnlijk verhaal, dat in The Missing Children (88 min.) wordt verteld door nabestaanden van kinderen die stierven in Tuam en anderen die er wél overleefden. Een schandaal dat zowel in Ierland als in de rest van de wereld z’n sporen heeft achtergelaten.

Zo werd Michael Byrne bijvoorbeeld geadopteerd door een Amerikaanse echtpaar. Zijn biologische moeder heeft hij nooit leren kennen. ‘Helaas kreeg ik de informatie dat ze inmiddels was overleden en al die tijd in Philadelphia had gewoond’, vertelt hij. ‘Dat is dichtbij waar ik woon. Ik had gewoon de trein naar haar kunnen nemen.’ Hij kan er nog steeds kwaad om worden. ‘Wie heeft waarom besloten om deze informatie, die alleen voor mij belangrijk is, bij me weg te houden?’

Michael Byrne ontdekte verder dat zijn moeder anoniem was begraven en maakte zelf een gedenkteken voor haar. ‘Dat is het enige wat ik voor haar kon doen’, stelt hij geëmotioneerd. ‘Ik heb haar nooit ontmoet en toch altijd aan haar gedacht.’ Het enige wat hem nu rest is aandacht voor haar vragen, bij elke gelegenheid die hij heeft. ‘Annie Owen’, zegt Byrne demonstratief, terwijl hij recht in de camera van regisseur Tanya Stephan kijkt, in een film die zowel aangrijpt als boos maakt.

Van 1922 tot 1998 blijken er ruim tachtigduizend ongetrouwde Ierse moeders te zijn vastgezet in meer dan veertig door de kerk gerunde instellingen. De meeste vrouwen werden gedwongen om afstand te doen van hun baby. Duizenden van die kinderen zijn vervolgens ongevraagd geadopteerd. En nog eens ruim negenduizend van hen zijn zelfs gestorven in de tehuizen. Hun dood werd echter niet officieel geregistreerd. En hun lichaampjes werden simpelweg weggemaakt.

Zelfs 25 jaar na de sluiting van het allerlaatste Mother and Baby Home wachten sommige Ieren die ooit in zo’n tehuis verbleven, of hun familieleden, nog altijd op informatie over wie ze zijn of waren, waar ze vandaan komen en wat er is gebeurd met hun verwanten. Door devote dienaren van God, die er soms nog geld aan leken te verdienen ook, zijn bij hen elementaire mensenrechten geschonden. Dat valt achteraf niet meer te repareren. Hooguit te verzachten.

Depeche Mode: 101

Sire Records

Ruim dertig jaar zijn er verstreken sinds de documentaire Depeche Mode: 101 (120 min.) werd uitgebracht in 1989. Zanger Dave Gahan worstelde in die periode opzichtig met een drugsverslaving, songschrijver Martin Gore leek de band daardoor meermaals op te moeten doeken, toetsenist Alan Wilder verliet halverwege de jaren negentig gefrustreerd de groep en keyboardspeler Andrew Fletcher overleed plotseling in 2022. Tegenwoordig bestaat de Britse synthpopband nog slechts uit twee leden, Gahan en Gore, maar is er desondanks opnieuw een wereldtournee aangekondigd.

Deze tourdocu van David DawkinsChris Hegedus en direct cinema-pionier D.A. Pennebaker (die klassieke muziekfilms maakte zoals Dont Look BackMonterey Pop & Ziggy Stardust And The Spiders From Mars), geremasterd in 2021, toont het oorspronkelijke viertal, zoals dat in de jaren tachtig furore begon te maken, en route in de Verenigde Staten. Soms treffen ze daar een uitverkocht huis aan, op een andere plek moeten ze ter plaatse nog allerlei promotionele activiteiten ondernemen om de zaal enigszins vol te krijgen. Intussen is er het leven tussen de concerten door: interviews, cassettebandjes van Roy Orbison en Johnny Cash scoren in Nashville, de stapels geld tellen van verkochte merchandise, spontane jamsessies en zanger Dave Gahan die backstage een baby de fles geeft.

Het meest opmerkelijke aan deze film is echter de aanwezigheid van een groepje kleurrijke Depeche Mode-fans, dat met hun favoriete band meereist naar Pasadena voor het 101ste en laatste concert van de Music For The Masses World Tour in de Rose Bowl, op 18 juni 1988. De acht jongelingen zijn via een danswedstrijd in Club Malibu geselecteerd voor deze trip langs de vermaarde Route 66, van New York naar Californië, en hebben daarmee automatisch ook een prominente plek in de film veroverd. Zij genieten overduidelijk van hun ‘fifteen minutes of fame’ en zullen de geschiedenisboeken ingaan als de allereerste realitysterren, een fenomeen dat in de navolgende jaren door televisieprogramma’s zoals MTV’s The Real World immens populair zal worden.

101 is verder doorsneden met songs, hits om precies te zijn, van het groots opgezette concert in de Rose Bowl, waar Depeche Mode, in voortdurende wisselwerking met diezelfde fans, zich manifesteert als een band die het gevoel van de jaren tachtig in de vingers heeft en moeiteloos het hart van een nieuwe generatie popfans, inmiddels overigens stuk voor stuk dik in de vijftig, weet te winnen.

Als We Het Zouden Weten

Human

De filmografie van het echtpaar Peter en Petra Lataster-Czisch kent inmiddels tal van hoogtepunten; van publieksfavoriet De Kinderen Van Juf Kiet en de spin off daarvan Jij Bent Mijn Vriend tot persoonlijke films zoals Niet Zonder Jou en Reis Door Onze Wereld, hun persoonlijke beleving van de Corona-periode die onlangs werd gekozen tot beste Nederlandse documentaire op het IDFA. Als We Het Zouden Weten (80 min.) behoort beslist ook tot de beste films van het Nederlands-Duitse docuduo.

Deze observerende documentaire uit 2007 speelt zich vrijwel volledig af op de Neonatale Intensive Care Unit van het Universitair Medisch Centrum Groningen, waar een team van kinderartsen vroeggeboren kinderen behandelt. Gezamenlijk moeten zij beslissen over leven en dood. Buiten beeld delen de doctoren daarbij hun persoonlijke beweegredenen en dilemma’s. Zien zij in situaties van uitzichtloos en ondraaglijk lijden bijvoorbeeld ruimte om het leven actief te beëindigen?

De techniek maakt steeds meer mogelijk, maar uiteindelijk blijft het toch mensenwerk. Terwijl de artsen bekijken of een behandeling moet worden vervolgd of beter kan worden gestaakt, moeten ze oog houden voor de patiëntjes en hun familie die hun eigen strijd leveren. ‘Je kunt het alleen’, fluistert een moeder bijvoorbeeld in dialect tegen haar pasgeboren baby, die, ondersteund door allerhande apparatuur, moet zien te overleven. ‘Je kunt het wel. We vechten allemaal voor jou. Jij moet ook vechten.’

Peter en Petra Lataster dringen diep door in deze parallelle wereld, waar ouders en kinderen volledig zijn overgeleverd aan gespecialiseerde artsen, die zich zelf ook maar hebben te schikken naar de nauwelijks te bevatten wetten van leven en dood. Alles van waarde is nu eenmaal weerloos. Zeker, of juist, het prille menselijk leven. Waarvan, overmand door onpeilbaar diep verdriet, soms afscheid moet worden genomen. Of dat tóch, als een geschenk van God, mag worden gekoesterd.

Het zijn precaire, ontzagwekkende taferelen, door de Latasters met veel empathie, precisie en toch ook respect vereeuwigd, die diepe indruk maken en daarna nog wel even na-ijlen. Samen vormen ze een bijzonder aangrijpende film, voorzichtig ingekleurd met een fijngevoelige soundtrack van Candy Dulfer en Thomas Bank, over de maakbaarheid van het leven – en de grenzen daaraan, die we niet kunnen maar simpelweg hebben te accepteren.

Als We Het Zouden Weten is hier te bekijken.

The Children In The Pictures

BNNVARA

Het is een gruwelijke lakmoesproef. Nadat de undercoveragenten van de taskforce Argos de online identiteit van een kindermisbruiker hebben aangenomen en zijn geïnfiltreerd in hun internationaal opererende netwerk, volgt onvermijdelijk de vraag: kun je eens wat delen? Niet reageren is geen optie. Dan worden de banden onmiddellijk doorgesneden. En dus verlagen ze zich noodgedwongen tot zo’n beetje het walgelijkste waartoe een mens in staat is en klikken vervolgens op verzenden, met een luchtig berichtje erbij: Geniet ervan.

Met zulke omstreden infiltraties proberen rechercheur Jon Rouse, het Australische hoofd van de toonaangevende taskforce, en zijn Britse collega Paul Griffiths wereldwijd netwerken op te rollen en kinderen te redden van misselijkmakend misbruik. Daarmee is de kous dan overigens nog niet af. Jaren nadat ze zijn bevrijd kunnen er nog steeds foto’s of filmpjes van hen rondgaan op het dark web. ‘De seksuele uitbuiting van die kinderen gaat door lang nadat ze gered zijn’, vertelt Warren Bulmer, een Canadees lid van de taskforce Argos. ‘En zij moeten daar hun hele leven mee omgaan.’

In de schokkende documentaire The Children In The Pictures (80 min.) van Akhim Dev en Simon Nasht leggen de gedreven rechercheurs tot in detail uit hoe ze aan het begin van deze eeuw, tijdens een onderzoek genaamd Operation Achilles, infiltreren bij het netwerk ‘The Group’. Onder de schuilnaam ‘Red_Rocket’ jagen ze daar bijvoorbeeld twee jaar lang op een specifieke ‘producent’. Hij levert al jaren achter elkaar afzichtelijk beeldmateriaal van één enkel meisje, ‘Girl One’ gedubd, dat letterlijk voor de camera opgroeit. Het geweld in de filmpjes lijkt bovendien ernstig te escaleren.

Terwijl ze de identiteit weten vast te stellen van verschillende deelnemers aan het netwerk, waaronder een Nederlander met de bijnaam ‘Thunderbird’, en zo langzamerhand willen overgaan tot arrestaties, lukt het Rouse en zijn vakbroeders maar niet om de identiteit van Girl One en haar kwelgeest vast te stellen. Daardoor komen ze voor een duivels dilemma te staan: ze hebben nu de kans om een aantal notoire kindermisbruikers uit te schakelen, maar als ze dat doen raken Girl One en de man die haar misbruikt waarschijnlijk weer buiten beeld.

Van zulke keuzes liggen de gespecialiseerde rechercheurs, die dagelijks verschrikkelijke dingen (moeten) zien, nachten wakker. Behalve een afdaling in een bijzonder naargeestige schaduwwereld is deze unheimische film tevens een portret van hen, gedreven politiemensen die werkelijk door riemen en ruiten gaan voor de kinderen. Daarbij worden de omstandigheden steeds lastiger. De techniek staat, letterlijk, voor niets en faciliteert steeds grotere en geavanceerdere netwerken. Namen als The Love Zone, Child’s Play en Baby Corner laten weinig aan de verbeelding over.

En hoewel hun werk soms dweilen met de kraan vol open lijkt, sociale netwerken zoals TikTok (die kinderen stimuleren om selfies, ofwel: user generated content, te maken) alweer voor nieuwe uitdagingen zorgen en seksuele uitbuiting van kinderen sowieso het snelst groeiende zware misdrijf in de wereld is, blijven Rouse en zijn team op de één of andere manier optimistisch. ‘Zonder hoop zou ik niet naar m’n werk gaan’, zegt hij ferm, vast ook tegen zichzelf, in deze documentaire die niemand wil maar iedereen moet zien. Zolang de taskforce Argos maar één kind kan redden…

Midwives

Dogwoof

Waar verloskundige Hla simpelweg moeders en kinderen ziet, zien anderen in het overwegend boeddhistische land Myanmar slechts moslims. De verfoeide Rohingya, om precies te zijn. Een volk om te verdrijven of vertrappen. Zeker geen mensen die moeten worden geholpen bij het op de wereld zetten van nakomelingen.

‘De moslims in de provincie Rakhine zijn geen inwoners van Myanmar’, stelt generaal Min Aung-Hlaing, de leider van het leger dat het Aziatische land dan in z’n greep probeert te krijgen, tijdens een officiële speech. ‘Het zijn illegale immigranten. Er bestaat helemaal niet zoiets als een Rohingya-volk.’ Aung-Hlaing wil maar al te graag korte metten maken met deze uitvreters.

Hla’s jonge collega Nyo Nyo behoort zelf tot de vervolgde religieuze Rohingya-minderheid. Waarom zijn wij als moslims geboren in Rakhine? vraagt zij zich vertwijfeld af. Mensen zoals Nyo Nyo kunnen eigenlijk geen kant op. Toch probeert ze aan de zijde van de strenge Hla het vak van verloskundige te leren, zodat ze misschien ooit een eigen kraamkliniek kan openen.

Dat idee zorgt tevens voor spanningen in Midwives (91 min.), de observerende film waarin Hnin Ei Hlaing geduldig gadeslaat hoe Hla en Nyo Nyo aanstaande moeders bijstaan terwijl om hen heen de strijd steeds nadrukkelijker losbarst. Het is een treffend tafereel: terwijl de mannen dood en verderf zaaien, eren de vrouwen onverminderd het leven.

Daarmee vertegenwoordigen zij de hoop in Myanmar, dat inmiddels opnieuw is verworden tot een uiterst repressieve militaire dictatuur. Een land waar wanhoop weer de overhand heeft gekregen en Rohingya-kinderen, net geboren of niet, hun leven in elk geval niet zeker zijn.

Our Father

Netflix

Is er na de Nederlandse miniserie Het Zaad Van Karbaat en de Amerikaanse tegenhanger daarvan, Baby God, ruimte voor nóg een documentaire over een fertiliteitsarts die, ongevraagd natuurlijk, zijn eigen zaad heeft gebruikt om patiënten te bevruchten en zo een enorm nageslacht blijkt te hebben nagelaten? In tegenstelling tot zijn twee collega’s, Jan Karbaat en Quincy Fortier, is de stiekeme spermadonor van Our Father (97 min.) in elk geval nog in leven. Donald Cline kan zich dus hoogstpersoonlijk in de zaak mengen en verdedigen tegen alle aantijgingen. Als hij dat tenminste zou willen…

Verder voelt deze documentaire van Lucie Jourdan, wellicht simpelweg door de timing van de release, als een wandeling op bekend terrein. Terwijl het verhaal eigenlijk te gek voor woorden blijft. Net als de Cline-geschiedenis een wel erg hoog mosterd-na-de-maaltijd gehalte dreigt te krijgen, neemt de vertelling ‘gelukkig’ een sinistere wending, die associaties oproept met zowel The Handmaid’s Tale als het beruchte Lebensborn-project. De achtergronden daarvan zitten kernachtig vervat in Cline’s favoriete Bijbelcitaat: ‘Voordat ik u vormde in uw moeders schoot, kende ik u’ (Jeremiah, 1:5). Die intrigerende verhaallijn wordt alleen nauwelijks uitgediept.

Even later hervat Our Father zijn vertrouwde – en natuurlijk toch nog schokkende – betoog over die sjoemelende dokter weer. Met ouders die zich ernstig bedrogen voelen en kinderen die zich schamen voor wie ze (blijkbaar) zijn. De vraag dringt zich op: zou dit altijd al usance zijn geweest in de vruchtbaarheidsbusiness? De kans dat de ware aard van het zaad werd ontdekt leek in het pré-DNA tijdperk immers vrijwel nihil. Was het dan vreemd dat deze artsen, die tenslotte vrijelijk over nieuw leven konden beschikken, een soort God-complex ontwikkelden en begonnen te denken dat de wereld er alleen maar beter van zou worden als zij zich lustig zouden vermenigvuldigen?

Inmiddels zijn er in de Verenigde Staten een kleine vijftig van zulke hulpvaardige artsen tegen de lamp gelopen. Donald Cline, tevens kerkouderling in Indiana, geldt vooralsnog als de productiefste. Zijn nazaten hebben alleen weinig met hem op. Hij wordt door hen consequent ‘Cline’ of ‘that man’ genoemd. Voor hen is hij geen vader, eerder een verkrachter. En dat is dan weer vervat in een vrij plastisch tafereel dat Jourdan, net als andere kerngebeurtenissen uit deze onverkwikkelijke geschiedenis, met acteurs en afstammelingen heeft gereconstrueerd: nét voor de bevruchting maakt Cline zich in een zijkamertje letterlijk klaar voor de klus. Zodat er genoeg zaad is…

Het viezige karakter van ‘s mans levenswerk – zijn heilige missie? – wordt daarmee treffend verbeeld. In een film die een flinke dosis persoonlijk leed blootlegt, veroorzaakt door een man die vindt dat hij mag wikken en beschikken over het lot van een ander. Our Father legt het desondanks af tegen Het Zaad Van Karbaat, waarin dezelfde thematiek met meer diepte, nuance en (beeld)poëzie is uitgewerkt.

Forget Me Not

VPRO

Kun je je kind werkelijk uit liefde weggeven? vraagt Sun Hee Engelstoft zich af. Op de dag van haar geboorte is de maakster van de indringende documentaire Forget Me Not (86 min.) afgestaan door haar Koreaanse moeder. Ze weet nu welke achternaam die, en zij dus eigenlijk ook, heeft: Shin. Verder tast Sun Hee, die opgroeide in Denemarken, echter in het duister over haar persoon, situatie en beweegredenen.

Om via een omweg toch antwoord op haar vraag te krijgen, volgt Engelstoft enkele zwangere meisjes tijdens hun verblijf in Aesuhwon, een onafhankelijke opvang voor ongehuwde moeders op het Zuid-Koreaanse eiland Jeju. Soms sluiten daarbij ook hun vriend(je) en/of ouders aan. En die spreken vanzelfsprekend een woordje mee als de jonge vrouwen een ingrijpende levenskeuze moeten maken: houden of niet?

De 21-jarige Jiin was bijvoorbeeld vast van plan om afscheid te nemen van haar dochter. En toen zag ze haar gezichtje en lukte dat niet meer. Toch is de twijfel sindsdien niet verdwenen. ‘Ik weet niet wat ik moet doen met dit kind’, zegt ze vertwijfeld, terwijl de baby op haar arm ligt te slapen. ‘Ze zou een beter leven kunnen hebben bij een ander.’ Een gedachte die bij meer vrouwen in Aesuhwon blijkt te leven.

‘Ben je blij dat je bent geadopteerd?’ vragen de veelal geanonimiseerde meisjes aan Sun Hee. Zij is immers naar een betere plek gegaan, een leven vol misère is haar bespaard gebleven. Volgens de documentairemaakster vergeten ze dat zij haar moeder is verloren. Sun Hee herkent zichzelf in de baby’s in het opvanghuis, vertelt ze in de voice-over waarmee ze de verschillende verhaalelementen verbindt.

Haar eigen adoptieverhaal wordt zo subtiel verweven met het emotionele proces dat de jonge vrouwen voor en na hun bevalling doormaken. Ze kunnen het opvanghuis verlaten als ouder (of, als een enkele goedbedoelende grootouder zijn zin krijgt, als zus). Of glashard ontkennen dat ze ooit in Aesuhwon zijn geweest. Sun Hee staat daarbij aan de zijlijn, maar voelt zich vanuit haar eigen positie duidelijk zeer betrokken.

‘Mam, ik denk dat ik me jou nu een beetje beter kan voorstellen’, concludeert de filmmaakster als ze het Zuid-Koreaanse eiland zelf weer verlaat. Haar moeder en zij zijn voor altijd met elkaar verbonden door één en hetzelfde leed.

Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story

‘The dingo’s got my baby!’ Die ene zin zou de geschiedenis ingaan en meteen het lot van Lindy Chamberlain-Creighton bezegelen. De Australische vrouw was in 1980 met haar man Michael en hun kinderen aan het kamperen in het rotsachtige Uluru-gebied. En toen zou er dus een verwilderde hond zijn gekomen, die haar jongste dochtertje Azaria meenam. Het kind, negen weken oud, werd nooit meer gezien. In de tent bleef wel bloed achter. Even verderop werd een jumpsuit aangetroffen.

De tragische gebeurtenis, onder de noemer A Cry In The Dark verfilmd met Meryl Streep en Sam Neill (die tevens de voice-over voor deze docu verzorgt) veroorzaakte een enorme mediahype en zou uitmonden in een eindeloze stroom complottheorieën. Die smolten uiteindelijk samen tot één enkel uitgangspunt: Lindy, inmiddels de meest gehate vrouw van haar land, had haar eigen kind vermoord. Uitroepteken. Een jaar later werd ze officieel aangeklaagd. De veroordeling volgde snel: Azaria’s moeder, inmiddels alweer zwanger van een dochtertje, verdween levenslang achter slot en grendel.

Iedereen had kunnen bedenken dat dit een gerechtelijke dwaling moest zijn, zo betoogt Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story (148 min.), waarin de hoofdpersoon, haar kinderen en talloze betrokkenen veertig jaar na dato hun verhaal doen. Ontlastende verklaringen en bewijzen waren er volop, waaronder berichten over aanvallen van zeer agressieve dingo’s in dezelfde omgeving. Maar Barbertje, lid van een sowieso al gewantrouwde kerkgemeenschap, moest hangen. Enne… ‘the dingo was framed’.

Hoewel dit drama zich begin jaren tachtig afspeelde, voelt deze tweedelige documentaire opvallend actueel. Nuchter legt regisseur Mark Joffe allerlei mechanismen bloot, die we wellicht eerder associëren met het huidige tijdsgewricht, van nepnieuws, wappies en trial by social media. De zaak Azaria Chamberlain, die ook onmiskenbaar gelijkenissen vertoont met de dramatische verdwijning van de Britse peuter Madeleine McCann, toont evenwel aan dat een blind volksgericht van alle tijden is en echt geen algoritmen nodig heeft.

Trailer Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story

Baby God

HBO

De Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat lijkt verwant te zijn aan een arts in de Verenigde Staten. Quincy Fortier (1912-2006) was een Amerikaanse gynaecoloog, bij wie vrouwen die jarenlang onvruchtbaar leken ineens toch in verwachting raakten. ‘Vrouwen werden zwanger als ze bij hem langs waren geweest’, vertelt zijn volwassen zoon Quincy Jr. ‘Andere doktoren kregen dat niet voor elkaar. Hij wel. Hij wist wat hij moest doen – of wat er gedaan moest worden.’

Thuis maakte Fortier senior er geen geheim van: in zijn eigen Womens Hospital ‘hielp’ hij patiënten met zijn eigen sperma, dat net zulke wonderen bleek te kunnen verrichten als het in Nederland zo omstreden zaad van Karbaat. Ook de Amerikaanse arts had zichzelf in stilte benoemd tot een Baby God (78 min.). Hij kon destijds natuurlijk niet vermoeden dat er ooit zoiets als DNA-onderzoek zou worden ontwikkeld. En dat gewone burgers daarvan gebruik konden gaan maken.

Wendi Babst, een net gepensioneerde politieagente, had op haar beurt geen idee dat de man die ze haar hele leven ‘papa’ had genoemd niet haar biologische vader was. Haar moeder tastte ook in het duister. Toen Wendi een genealogisch onderzoek opstartte, stuitte ze echter plotseling op allerlei verwanten met een voor haar onbekende achternaam: Fortier.

Hoe moet je die naam eigenlijk uitspreken? wil een andere nazaat weten. Hij lijkt als twee druppels water op de omstreden dokter en vraagt zich af of alle dingen die hij van zichzelf niet begrijpt misschien tot deze onbekende ‘donor’ zijn te herleiden? Nannette en Sonia, de twee dochters die Fortier als alleenstaande man van in de vijftig adopteerde, zijn ondertussen nog altijd overtuigd van diens goede bedoelingen en nemen het voor hem op in deze wrange documentaire van Hannah Olson.

In het kielzog van Wendi Babst, die zich helemaal heeft vastgebeten in de affaire, belandt zij op het spoor van nog andere sinistere zaakjes van de dokter. Zodat deze Amerikaanse evenknie van de Nederlandse documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarvan binnenkort een nieuwe driedelige variant in première gaat op het Sundance Film Festival, nog een venijnig kartelrandje krijgt.