Mel

Windmill Film

Van trots van het land naar risee van de gemeenschap. Dezelfde inwoners van Armenië die Meline toejuichen als ze Europees kampioen gewichtheffen wordt, moeten niets hebben van Mel als die zich enkele jaren later gaat presenteren als man – terwijl hij dat volgens eigen zeggen altijd is geweest. Sport is voor Mel Daluzyan zijn hele leven een toevluchtsoord geweest, om bij de jongens te kunnen horen.

Tijdens die carrière wordt Meline wel regelmatig gedwongen om haar haren te laten groeien, make-up te dragen en een rokje aan te trekken. Mel (76 min.) is er op een gegeven moment helemaal klaar mee en overweegt om uit het leven te stappen. En dan kruist hij het pad van Lilit Ghazaryan, een jonge vrouw uit een conservatief dorp, waar vrouwen geacht worden om hun mond te houden. Vanachter het aanrecht, natuurlijk.

In het christelijke Armenië moeten ze vanzelfsprekend niets hebben van homoseksuelen, om van transgenders nog maar te zwijgen. Dat zijn niets minder dan kinderen van Satan, die traditionele gezinswaarden vertrappen. ‘Ze moeten worden neergeschoten voordat ze zich vermenigvuldigen’, zegt een vriendelijk glimlachende jongeman op straat. Een ogenschijnlijk volstrekt normaal meisje concludeert droog: ‘Ze hebben het recht niet om te leven.’

Er rest Mel en Lilith niets anders dan het land te ontvluchten. Precies halverwege deze documentaire. Ze komen in een asielzoekerscentrum in Arnhem terecht en proberen van daaruit de draad weer op te pakken. Regisseur Inna Sahakyan, in samenwerking met de Nederlandse documentairemaker Paul Cohen, legt van dichtbij vast hoe hun leven ook dan niet in rustiger vaarwater terecht komt en de twee uit elkaar dreigen te drijven.

Die tweede, Nederlandse, helft van deze documentaire, waarin Mel volledig Mel probeert te worden en Lilit worstelt met haar positie aan zijn zijde, is wel wat fragmentarischer dan het eerste deel, waarin de onverdraagzaamheid en beklemmende atmosfeer in hun moederland Armenië, met behulp van een meeslepende montage en soundtrack, zeer treffend wordt opgeroepen. Hier lijken de twee veilig, al blijft het de vraag of ze ooit echt aan hun verleden kunnen ontkomen.

Torso

‘Dan mag je een heel klein beetje zo je billen naar achter doen’, zegt de vrouw met de spuitfles met lichaamsbruiner in de openingsscène van deze korte documentaire. Axel Paulina staat met zijn rug naar de camera. In een soort minitent, poedelnaakt. Zijn brede schouders en rug, bekleed met een imposante tatoeage, worden van een dun laagje bruin voorzien. De titel verschijnt in beeld: Torso (24 min.). Van Olivier J. Garcia.

In de volgende scène showt Paulina zijn spierballen. Eerst licht onzeker, daarna met zelfvertrouwen. Opgepompt, in een strakke slip. Zijn tienerzoons Caine en Montell (die in 2017 overigens Holland’s Next Top Model won) kijken vol bewondering naar de man die bij een bodybuild-toernooi zijn comeback maakt. Hun inmiddels 48-jarige vader, die jarenlang buiten beeld was, is terug én in vorm.

Nog niet zo lang geleden had hij een buikje. En papperige bovenbenen. Die zijn binnen korte tijd met een personal trainer weggewerkt. Axel wilde een nieuwe man worden. Een ouder voor zijn twee jongens. ‘Je oogst wat je zaait’, zegt hij over zijn vroegere bestaan als vechtsporter, drugsdealer en afperser, dat z’n sporen heeft achtergelaten op zijn lijf. ‘Ik zaai ellende en ik krijg ook ellende terug.’

‘Was je toen heel anders?’ wil de documentairemaker weten. ’Toen had je me niet willen leren kennen’, antwoordt de held van zijn film met een ontwapende glimlach. ’Ik was een heel andere persoon.’ Die ‘bad boy’ laat zich niettemin nog wel eens zien voor Garcia’s camera. Als hij bij het begin van het toernooi bijvoorbeeld zijn zoons probeert op te trommelen. ‘Waar ben je?’ klinkt het nét iets te dwingend.

Hij oogt op zulke momenten als de man die hij ooit geweest moet zijn. Die gewend is om zijn zin te krijgen – of zijn zin, met alles wat hij in zich heeft, af te dwingen. Zo moeten zijn zoons nú naar hem komen kijken. Vaders wil is wet. Axel hengelt ondertussen ook naar hun goedkeuring en respect. Zodat hij dat ook voor zichzelf kan opbrengen, vermoedelijk.

In sfeervol zwart-wit brengt deze krachtige film haarfijn in beeld hoe Axel als vader zijn kinderen probeert terug te verdienen. Terwijl die jongens al die tijd, zeggen ze zelf, gewoon ‘een superheld’ in hem zijn blijven zien.

Transformer

Hij was een gestaalde marinier, werd een succesvolle bodybuilder en ontwikkelde zich ook nog eens tot één van de beste powerlifters van de wereld. Op en top man. Matt Kroczaleski, een spierbundel van jewelste. Kortweg: Kroc. Van jongs af aan wilde hij maar twee dingen: sterk zijn én vrouw zijn.

Dat is best lastig. Zeker als je ook vader bent van drie opgroeiende jongens. Zijn lijf brengt tevens zijn eigen dilemma’s met zich mee. Janae, de nieuwe naam van Kroczaleski, kan zichzelf niet voorstellen als een zeer gespierde vrouw. Als man zou hij echter niet met een ander lichaam kunnen leven.

Het kolossale lijf waarin hij altijd veilig heeft kunnen schuilen belet hem nu om zich door te ontwikkelen. Het uitgangspunt voor de documentaire Transformer (79 min.) is echter spannender dan de uitwerking ervan. Want die is typisch Amerikaans. Behalve zijn ouders is iedereen zo enthousiast over Krocs transitie dat het ongeloofwaardig wordt.

Alsof Kroczaleski zich permanent in een soort plastic realiteit bevindt, waarin al het ongemak bij hemzelf zit en vrijwel alle anderen (voor de camera) alleen maar ondersteunende woorden voor hem hebben. De hoofdpersoon praat de twijfel en onzekerheid dapper van zich af, maar regisseur Michael Del Monte had nadrukkelijker voorbij het sociaal wenselijke gedrag moeten kijken.

Hoewel Janaes achtergrond (white trash), persoonlijk leven (‘transgender dad’), leefomgeving (de powerliftwereld) en ingrijpende keuzes (het ziekenhuis) ogenschijnlijk aanknopingspunten bieden voor een moverende film die wel degelijk wringt, wil Transformer dus nooit meer worden dan het gemiddelde inspirerende Hollywood-drama. Real life, dat wel.

Born Strong


Nee, ze sjouwen niet meer met Alkmaarse kazen, hoeven geen locomotief vooruit te trekken en slalommen ook niet met melkbussen tussen pylonnen door, zoals gewezen televisiehelden als Ted van der Parre, Siem Wulfse en Gerard Du Prie tijdens deze Polygoon-achtige editie van De Sterkste Man Van Nederland. Om De Sterkste Man Van De Wereld te worden moet je je tegenwoordig bewijzen op onderdelen als de squat, bankdrukken en de deadlift.

Born Strong (86 min.) duikt in de wereld achter de zogenaamde Arnold Strongman Classic, een wedstrijd die is vernoemd naar de voormalige Mister Olympia, Hollywood-acteur en gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger. Arnie komt zelf ook uitgebreid aan het woord in deze degelijke docu, die zich echter vooral concentreert op vier deelnemers, waaronder de IJslander Hafthor Bjornsson, een beul van een vent die in de televisieserie Game Of Thrones de rol van ‘De Berg’ vertolkt.

‘Ik ben bereid om te sterven om de Sterkste Man Van De Wereld te worden’, bekent één van de andere deelnemers, de Brit Eddie ‘The Beast’ Hall. Er moet een leegte worden gevuld, zo geeft hij grif toe. Dat is ooit begonnen met zijn oudere broers, die hij steeds probeerde te overtroeven, en houdt nooit meer op. Als Hall hiermee moet stoppen, stapt hij vast direct over op een andere sport. Tot afgrijzen van zijn vrouw Alexandra.

Het alfamannetje Hall weegt inmiddels 180 kilo. Nog eens tien jaar op dit gewicht zal hij waarschijnlijk niet overleven. En die combinatie van (vr)eten en trainen levert ook praktische problemen op. ‘Hij kan zijn eigen sokken niet aantrekken’, stelt Alexandra. Seks is ook anders geworden, beweert Eddie op zijn beurt. Want zij kan haar benen niet meer om zijn lichaam krijgen. Zijn vrouw lacht er wat schaapachtig bij.

Het zijn dergelijke menselijke inkijkjes in het bestaan als ‘strongman’ die deze documentaire van Gary Cohen en Ross Hockrow een meerwaarde geven ten opzichte van de gemiddelde dertien-in-een-dozijn sportfilm. De krachtmeting zelf, waarbij ook de andere hoofdpersonen van deze documentaire, de ‘sterkste man aller tijden’ Zydrunas ‘Big Z’ Savickas en zijn Amerikaanse uitdager Brian Shaw, meedingen naar de titel, is uiteindelijk van ondergeschikt belang. Al wil je na bijna anderhalf uur ook wel weten wie van die kolossen nu écht de allersterkste is.

Pumping Iron


Voordat The Terminator gouverneur van Californië werd, was hij gewoon een ambitieuze Oostenrijkse bodybuilder met een grote bek, veel panache en de onbedwingbare wil om zich te manifesteren in het land van de onbegrensde dromen.

Tijdens de opnames voor de klassieke documentaire Pumping Iron (85 min.) uit 1977 bereidde Arnold Schwarzenegger zich voor op de Mr. Olympia-verkiezing van 1975, een titel waarop hij in de voorgaande jaren een soort abonnement had gekregen. Hij waande zichzelf onverslaanbaar.

Toen diende zich ineens een geduchte challenger aan: een verlegen Italiaans-Amerikaanse jongen, genaamd Lou Ferrigno, die alles op alles zette om letterlijk groter te worden dan hij was en de bluffer Arnie naar de kroon te steken.

Trefzeker schetst Pumping Iron de masculiene subcultuur van het bodybuilding, die in de navolgende decennia alleen maar aan belang zou winnen en ook van de bedeesde Ferrigno een beroemde acteur zou maken. Binnen afzienbare tijd begon hij te pas en te onpas groen van woede uit zijn vel te springen als The Incredible Hulk.

Met de wijsheid van nu zou je deze documentaire dus ook als The Terminator versus The Hulk kunnen betitelen. En hij kijkt net zo lekker weg, zoals dat dan zo mooi heet, als de actiefilms waarin de beide helden later de hoofdrol zouden claimen.