Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes

Netflix

Wat Charles Manson onderscheidt van Ted BundyJohn Wayne GacyJeffrey Dahmer en The Son Of Sam – aan wie true crime-specialist Joe Berlinger eerder een Conversations With A Killer-docuserie wijdde – is dat hij zelf geen bloed aan zijn handen lijkt te hebben gehad. Althans, niet letterlijk. Manson liet anderen voor zich moorden en werd zo, als de man die de geest van de jaren zestig hoogstpersoonlijk de nek omdraaide, net zo berucht als échte seriemoordenaars.

De vraag is wel wat de driedelige serie Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes (172 min.) nog kan toevoegen aan de eindeloze stroom documentaires over de maniakale hippie-sekteleider. Die is in de afgelopen jaren nog eens verrijkt met een Errol Morris-productie die onderzoekt of de Manson-moorden het resultaat waren van een uit de hand gelopen CIA-project, Chaos: The Manson Murders (2025), en een persoonlijke film van een jonge vrouw die Mansons kleindochter blijkt te zijn, My Grandfather Charles Manson (2026).

Eerlijk gezegd: vrij weinig. Naast de verplichte rechercheurs, deskundigen en Manson-biografen laat Berlinger ook de Family-leden Dianne LakeCatherine ‘Gypsy’ ShareStephanie Schram en Bobby Beausoleil (die inbelt vanuit de gevangenis) leeglopen over hun periode als Manson-discipel. Samen lopen ze netjes ’s mans levenswandel, het ontstaan van zijn losgeslagen sixties-enclave en de aanloop naar en afwikkeling van de beruchte Tate/LaBianca moorden af. Hij ondersteunt hun herinneringen met nogal opzichtige reconstructies.

Alle bekende elementen uit het Manson-verhaal passeren weer de revue. Zijn gefnuikte muziekcarrière die om wraak vraagt. Zijn opdrachten aan volgelingen om ‘creepy crawls’, inbraken in willekeurige huizen waarbij zomaar wat spullen worden verzet, te ondernemen. En zijn tirades over een rassenoorlog en de vermeende aankondiging daarvan in het Beatles-nummer Helter Skelter. De geluidsopnames, waaraan deze franchise z’n naam en bestaansrecht ontleent, spelen bovendien slechts een beperkte rol en voegen ook weinig toe.

‘Hij heette Roman Polanski omdat hij de Jood was die de Rooms-katholieke kerk bestuurde’, zegt Manson bijvoorbeeld met van sarcasme druipende stem, over de rouwende filmregisseur die na de moord op zijn hoogzwangere vrouw Sharon Tate en enkele van hun vrienden zelfs nog even verdacht werd gemaakt in de schandaalpers. ‘Hoeveel mensen stierven er vanwege die films? Rosemary’s Baby. Al die waanzin. Denk je dat Christus, als hij terugkwam, dat zou goedkeuren? En als hij het niet zou goedkeuren, zou hij dan worden afgewezen en verstoten?’

Voor iedereen die nooit genoeg krijgt van zulke diabolische gekte en die zich (opnieuw) wil verlustigen aan de infame Manson-moorden en de bizarre nasleep daarvan – een mediaspektakel van jewelste, binnen de rechtszaal met de publiciteitsgeile openbaar aanklager Vincent Bugliosi en daarbuiten met Mansons grondig gehersenspoelde harem – biedt deze true crime-miniserie een handzaam overzicht. Verder is ie tamelijk overbodig.

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

Skin: A History Of Nudity In The Movies

Plausible Film

Al vanaf de geboorte van de Amerikaanse film aan het eind van de negentiende eeuw zoeken makers de grenzen van hun tijd op met naaktscènes. In 2020, als #metoo Hollywood net op zijn grondvesten heeft doen schudden en de intimiteitscoördinator zijn entree heeft gemaakt op de filmset, maakt Danny Wolf in de documentaire Skin: A History Of Nudity In The Movies (130 min.) de balans op van ruim 130 jaar bloot in films.

Gedurende die jaren lijken periodes van vrijheid en preutsheid elkaar voortdurend af te wisselen. Nét voordat in 1934 de zogeheten Production Code wordt ingevoerd, die twintig jaar lang zal bepalen welke films wel en niet in productie kunnen worden genomen, zien bijvoorbeeld nog het baanbrekende Ecstacy (1933), met een naakte Hedy Lamarr en een heuse seksscène, en Tarzan And His Mate (1934), waarin de ster Maureen O’Sullivan tijdens een naaktzwemscène zowaar wordt vervangen door een ‘body double’, het licht.

Hollywood realiseert zich intussen terdege dat ‘sex sells’. Met de vraag ‘What are the two great reasons to see Jane Russell in The Outlaw?’ en een sexy afbeelding van de hoofdrolspeelster wordt in 1943 bijvoorbeeld de Howard Hughes en Hawks-western letterlijk aan de man gebracht. Later fungeren ‘seksbommen’ zoals Brigitte Bardot, Marilyn Monroe en Jayne Mansfield als verleidelijk uithangbord voor nieuwe films. De tijd dat naaktscènes of -foto’s een actrice haar carrière kunnen kosten lijkt dan definitief voorbij.

Behalve op filmjournalisten en -historici verlaat Wolf zich in deze chronologisch opgebouwde film ook op regisseurs zoals Peter Bogdanovich (The Last Great Picture Show), Amy Heckerling (Fast Times At Ridgemont High) en Kevin Smith (Zack And Miri Make A Porno). Hij laat verder actrices aan het woord die spraakmakende blootscènes speelden, waaronder Mamie van Doren (High School Confidential), Pam Grier (Foxy Brown), Mariel Hemingway (Personal Best), Sean Young (No Way Out) en Shannon Elizabeth (American Pie).

Ook aan mannelijk naakt – en het taboe daarop in bepaalde tijdsgewrichten – besteedt Skin volop aandacht, met bijdragen van Malcolm McDowell, die de hoofdrol vertolkte in de klassiekers A Clockwork Orange en Caligula, en Ken Davitian, de zwaarlijvige acteur die een grotesk naaktgevecht leverde in de comedy Borat. ‘Full frontal’-naaktscènes maken sowieso altijd de tongen los, getuige de spraakmakende verhoorscène in Basic Instinct van Paul Verhoeven, die met Showgirls nog een andere zéér omstreden naaktfilm maakte.

Danny Wolf wikkelt de hele historie netjes af, met natuurlijk ook verwijzingen naar de illustere filmmakers Ed Wood, Russ Meyer en Roger Corman, geruchtmakende films zoals Blow-Up, Last Tango In Paris, The Crying Game en Fifty Shades Of Grey en de rol van de alomtegenwoordige filmkeuring, maar hij gaat nooit echt de diepte in. Deze documentaire voelt daardoor, ondanks talloze saillante voorbeelden en de bijbehorende filmfragmenten, eerder als een interessante geschiedenisles dan als een geslaagde vertelling.

The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas

HBO Max

Kan deze opzet werkelijk méér worden dan een opsomming van op zichzelf best interessante levensverhalen, samengevat in grofweg een minuut of zes? Of tellen de individuele getuigenissen in de interviewfilm The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas (84 min.) daadwerkelijk bij elkaar op?

Regisseur Eugene Yi zet vijftien miniportretjes van bekende Aziatische Amerikanen achter elkaar en probeert zo de dilemma’s van hun leven in een witte wereld te schetsen. Actrice Sandra Oh vierde grote successen met Grey’s Anatomy, een televisieserie met een opvallend diverse cast, en bijt het spits af. Daarna volgt een brede waaier aan biculturele bronnen, variërend van de Pulitzer Prize-winnende fotograaf Manny Crisostomo en zwarte gaten-onderzoeker Nergis Mavalvala tot Basement Bhangra-DJ Rekha en de Democratische politicus Tammy Duckworth.

De bekende Chinees-Amerikaanse journalist Connie Chung probeerde bijvoorbeeld te overleven in de televisiewereld door het gedrag van de witte mannen om haar heen te kopiëren. De Pakistaanse stand-upcomedian Kumail Nanjiani moest zich na de aanslagen van 11 september 2001 gedurig verweren tegen associaties met Osama Bin Laden en voelt zich nog altijd geen volbloed Amerikaan. En Kathy Masaoka maakte zich sterk voor herstelbetalingen aan Japanse Amerikanen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden afgevoerd naar interneringskampen.

Alle sprekers hebben zo hun eigen ervaringen met het leven tussen twee werelden. Recht in de cameralens kijkend delen ze hun verhalen, die door Yi op elkaar worden gestapeld en die uiteindelijk samen een soort totaal-narratief vormen over de Aziatische gemeenschap van de Verenigde Staten. Door de gekozen opzet houdt The A List echter toch echt iets vluchtigs, als ware het een verzameling YouTube-portretjes van rolmodellen die gerust elke zes minuten even op pauze kan worden gezet.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Boom Box: Beats And Betrayal

HBO Max

Afhankelijk van het gekozen perspectief zie je in de Boom Box-muziekwinkel en opnamestudio in Noord-Londen een plek waar aspirant-rappers in 2009 door undercoveragenten zijn aangezet tot allerlei strafbare feiten óf een broeinest van criminaliteit, waar de Britse politie een aantal jeugdbendeleden op heterdaad heeft kunnen betrappen op de handel in drugs, gestolen spullen en wapens (de zogeheten ‘clickers’).

De vierdelige serie Boom Box: Beats And Betrayal (184 min.) start bij de lezing van de verdachten, zwarte tieners die zijn opgegroeid in de probleemwijk Edmonton. Bij Boom Box hopen ze via hiphop een uitweg te vinden uit een leven dat onvermijdelijk richting de verkeerde kant van de wet leidt. In de studio krijgen ze onder andere te maken met Fish, een larger than life-persoonlijkheid met zijn eigen agenda. Zijn lezing van wat er zich op die ‘toevallige’ ontmoetingsplek heeft afgespeeld staat doorgaans lijnrecht tegenover het verhaal van de anderen.

Om het geheugen van alle betrokkenen op te frissen heeft regisseur Toby Paton de belangrijkste gebeurtenissen, op basis van rechtbankdocumenten, verhoorverslagen en getuigenverklaringen, gereconstrueerd met acteurs. Bij deze scènes kijken en luisteren de echte personen mee. Zo nodig mogen zij de geportretteerde situatie ook corrigeren. Ter voorbereiding op en aan de hand van deze gedramatiseerde scènes gaan de hoofdpersonen bovendien in gesprek met de acteurs over wat er is gebeurd en hoe dit met de kennis van nu moet worden geduid.

Met deze ingenieuze vorm, eerder bijvoorbeeld ook al toegepast in de superieure miniserie L’Affaire D’Outreau (2023), laat Paton zien dat er niet zoiets als één waarheid bestaat. Achter de naakte feiten van Operation Peyzac – 26 ingenomen wapens, 37 arrestaties en meer dan vierhonderd jaar gevangenisstraf – gaan persoonlijke verhalen schuil. Van mensen, elk met hun eigen verhaal, die elkaar op een willekeurig punt in hun leven tegenkomen in een Londense muziekstudio. De gebeurtenissen daar zullen hun verdere levensloop bepalen.

Boom Box: Beats And Betrayal doet intussen ook denken aan de fameuze dramaserie The Wire. Die begon bij een relatief eenvoudig kat- en muisspel tussen de politie en jeugdige criminelen en zoomde daarna elk seizoen nét iets verder uit. Een relatief eenduidige kwestie werd zo ingebed in de wereld waarvan die het product was. Toby Paton maakt met deze ferme true crime-serie hetzelfde punt: we zijn stuk voor stuk een optelsom van onze genen en achtergrond. Die beperkt onze speelruimte – al blijven we zelf verantwoordelijk voor welk spel we spelen.

Tot die slotsom komen ook de Boom Boxers.

Ronaldinho Gaúcho

Netflix

Zijn standbeeld wordt in de hens gestoken. Als het Braziliaanse nationale elftal in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal van 2006 is uitgeschakeld door Frankrijk, koelen fans van de Seleção hun woede op het bijna acht meter hoge beeld van de grote ster, Ronaldinho.

Het lijkt de ommekeer in de carrière van de begaafde balgoochelaar van FC Barcelona, die al tweemaal is verkozen tot beste speler van de wereld en in 2002 wél wereldkampioen is geworden met Brazilië. ‘Als je niet presteert, betaal je de prijs’, zegt zijn oudere broer en zaakwaarnemer Roberto de Assis Moreira, zelf oud-profvoetballer, bijna schouderophalend in Ronaldinho Gaúcho (internationale titel: Ronaldinho: The One And Only, 165 min.). ‘Zo is het.’

De driedelige docuserie van Luis Ara is dan ruim honderd minuten onderweg. Ronaldinho’s weg naar de top, die hem van de straten van Porto Allegre via Grêmio en Paris Saint-Germain naar Barcelona heeft gebracht is met behulp van gesprekken met de wereldster zelf, fraaie actiebeelden en bijdragen van voetbalgrootheden zoals Ronaldo, Neymar en zijn protegé Messi vaardig opgetekend. Nu, aan het einde van deel twee, kondigt de val van de held zich aan.

‘Ronnie’ is geen schim meer van de frivole speeltuinvoetballer, die iedereen dol draait en de bal vanuit elke denkbare hoek het doel in werkt. Hij is permanent geblesseerd, oogt ongemotiveerd en verliest zich in het uitgaansleven. Barca dirigeert hem naar de uitgang… Het einde van Ronaldinho’s roemruchte carrière lijkt in aantocht, maar moet in aflevering 3 tóch nog een paar keer worden uitgesteld. Totdat elke titel is gewonnen en hij z’n kicksen definitief aan de wilgen kan hangen.

Die geschiedenis is best onderhoudend, maar deze miniserie wordt het meest interessant als de gewezen topspeler een voorzichtig inkijkje geeft in zijn persoonlijk leven: de vroegtijdige dood van zijn vader, de lastige relatie met z’n zoon João Mendes en het verlies van zijn moeder. Hoewel hij ook dan het achterste van zijn tong niet laat zien – ook niet over die geruchtmakende arrestatie in Paraguay in 2020 – verschijnt de mens achter de topsporter even in beeld.

En dan is ie weer weg… En volgt die kenmerkende kamerbrede glimlach, een van het basketbal afgekeken no look-pass of zo’n onnavolgbare solo – waarvan niemand weet waar die eindigt.

Keep Quiet And Forgive

PBS

Lizzie Hershberger is pas veertien als ze aan het einde van de jaren tachtig begint te werken voor de Stutzman-familie in Minnesota. Een eenvoudig Amish-meisje zoals zij gaat niet naar de middelbare school, maar krijgt in plaats daarvan een dienstbetrekking bij een vrome familie. Diaken Chriss Stutzman ziet zijn kans schoon bij de tiener. Hij zal zich in de navolgende tijd diverse malen aan haar vergrijpen.

Dertig jaar lang blijft Lizzie daarover zwijgen. Keep Quiet And Forgive (85 min.) wordt ook haar parool – of ze nu wil of niet. Net als talloze andere Amish-vrouwen, die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik binnen de mennonitische geloofsgemeenschap, waarvoor de negentiende eeuw nooit lijkt te zijn geëindigd. Totdat zij die gestolde wereld besluit te verlaten en zich publiekelijk begint uit te spreken.

Hershberger, de hoofdpersoon van deze geladen film van Sarah McClure en Jessie Deeter, schrijft een boek (Behind Blue Curtains), start een belangenorganisatie (Voices Of Hope) en stapt naar de rechter. Zo wil ze lotgenoten een hart onder de riem steken. Dat blijft niet zonder gevolgen. ‘God knows the truth’, staat er bijvoorbeeld in een anonieme brief die ze ontvangt. ‘Relax. Keep lying. Judgement day is coming.’

De Amish, die alle verworvenheden van de moderne wereld proberen te negeren, willen de rijen koste wat het koste gesloten houden. Vrouwen – en een enkele man – worden geacht om in stilte te lijden. Als ze zich toch uitspreken, proberen ze hen met alle mogelijke middelen de mond te snoeren. En anders worden zij uitgestoten – als ze de archaïsche gemeenschap tegen die tijd niet allang uit eigen vrije wil hebben verlaten.

Uiteindelijk vinden de afvallige zusters steun bij elkaar en proberen ze de mannen, die over de schreef zijn gegaan, rekenschap af te laten leggen in een reguliere rechtbank. Wat de Amish altijd onder hun kenmerkende hoed hebben gehouden, verborgen ook achter die vrome blik en beschermende baard, dient volgens hen nu en plein public te worden gezien voor wat het is: structureel seksueel geweld tegen hun eigen vrouwen.

En die worden binnen hun oerconservatieve gemeenschap sowieso al veel te lang als tweederangs schepsels van God gezien.

The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson

Netflix

Ze heeft haar leven in sneltreinvaart geleefd. Alsof ze altijd al wist dat haar tijd beperkt zou zijn… Althans, dat is het gevoel dat moeder Karen, vader Eric en broer Matt hebben overgehouden aan het veel te korte bestaan van Anna Moriah Wilson (1996-2022). Van start tot finish zijn de Amerikaanse wielrenster uiteindelijk nog geen 26 jaar vergund geweest. Het leven van de jonge Amerikaanse vrouw, die voorbestemd leek voor een topsportcarrière als gravelbiker, is op 11 mei 2022 bruut beëindigd in Austin, een stad in de zuidelijke staat Texas.

Moriah Wilson verblijft dan voor de Gravel Locos-wedstrijd bij een vriendin die ze thuis in Vermont, helemaal in het noordoosten van de Verenigde Staten, heeft leren kennen. Caitlin Cash zal haar daar ook levenloos en zwaar bebloed aantreffen. Verder kent ‘Mo’ maar één andere persoon in Austin: Colin Strickland, een succesvolle gravelbiker met wie ze al een tijdje aan het daten is. Hij is sinds enige tijd weer vrijgezel – al woont zijn ex Kaitlin Armstrong nog wel in hetzelfde huis – en zal de laatste persoon worden die haar in levende lijve heeft gezien.

In The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson (97 min.) belicht Marina Zenovich kort Wilsons wielercarrière, waarna ze zich vooral richt op het misdrijf en de nasleep daarvan, die via interviews met direct betrokkenen en beelden van bodycams van politiemensen, verhoren en beveiligingscamera’s zorgvuldig in kaart worden gebracht. Deze docu moet ‘t niet zozeer hebben van z’n true crime-gehalte – relatief weinig spanning & sensatie! – maar focust zich op de menselijke tol en de nauwelijks te bevatten rol daarbinnen van pure pech.

Vanachter de kille moord komen bovendien enkele indringende vragen tevoorschijn: kun je altijd de gevolgen van je eigen daden overzien? Wanneer ken je iemand echt? En (hoe) kun je betekenis geven aan het verlies van het dierbaarste wat je hebt?

Studio One Forever

Kanopy

Héél Hollywood kwam er in de jaren zeventig: Liza Minnelli, Rock Hudson, Betty Davis, Cary Grant, Gregory Peck, Diana Ross, Kirk Douglas, Burt Reynolds…. In Studio One Forever (96 min.) lijken de oud-medewerkers en -bezoekers van de gayclub in Los Angeles de namen van alle bekende bezoekers, die ze zich nog kunnen herinneren van die wilde tijden, te willen droppen. Totdat het de kijker bijna begint te duizelen…

Homo-emancipatie was destijds bepaald nog niet vanzelfsprekend. Studio One, een voormalige filmstudio in West Hollywood, speelde een sleutelrol in het ontwikkelen van een eigen cultuur voor de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, daarover zijn alle betrokkenen het een halve eeuw later wel eens. En op de dansvloer werd meteen de basis gelegd voor de dominante muziekstroming van de jaren zeventig: disco.

Van de New Yorkse tegenhanger Studio 54, die eerst de kunst kwamen afkijken en daarna ook maar een jaar of drie open waren, moeten ze in elk geval nog altijd weinig hebben. Studio One, met al z’n onweerstaanbare ‘menergy’, was écht veel puurder, bracht bovendien eigen queerhelden zoals SylvesterDivine en Wayland Flowers and Madame voort en had dus ook nog eens aanzienlijk meer Ausdauer dan 54.

Zoals één van de insiders ’t geheel in stijl verwoordt: New York mocht dan de Stonewall-opstand hebben en San Francisco de moord op het homoseksuele gemeenteraadslid Harvey Milk, maar wij in Los Angeles hadden de enige echte Studio One. Van de mannen die met ontbloot en bezweet bovenlijf op foto’s en film uit die tijd staan is alleen een groot deel niet meer in leven. Drugsverslavingen en – vooral – AIDS eisten hun tol.

Ook die keerzijden van de medaille komen natuurlijk uitgebreid aan de orde in deze vlotte film van Marc Saltarelli, waarin oude tijden herleven en, in het kader van het behoud van cultureel erfgoed, ook het pand van Studio One nog van de ondergang moet worden gered.

Law And Order

Zipporah Films

Het idee is sindsdien nog eindeloos uitgemolken, totdat het z’n oorspronkelijke kracht allang is kwijtgeraakt. Als de Amerikaanse documentairemaker Frederick Wiseman (1930-2026), die net de direct cinema-klassiekers Titicut Follies (1967) en High School (1968) heeft afgeleverd, in het najaar van 1968 voor het eerst instapt bij een dienstauto van de Kansas City Police Department, moet dat echter een opwindend uitgangspunt zijn geweest. Hoeveel machtsmisbruik zal hij, onderweg en op het bureau, met zijn observerende camera kunnen registreren?

Na vierhonderd uur in het gezelschap van veelal witte agenten moet Wiseman zijn mening toch enigszins bijstellen. Behalve klassieke ‘bad cops’, die nét iets te hardhandig verdachten in de boeien slaan en continu (zwarte) mensen afbekken op straat, ontmoet hij onderweg ook plaatselijke varianten op Oom Agent, die de helpende hand bieden na een ongeluk, bemiddelen tussen een taxichauffeur en zijn passagier over de precieze ritprijs of een zoekgeraakt klein meisje meenemen naar het bureau en haar daar snoep geven, in afwachting van de ouders.

Toch is de scène van Law And Order (80 min.) die uiteindelijk het meeste indruk maakt wel degelijk een klassiek voorbeeld van politiegeweld. Nadat een agent in burger een deur heeft ingestampt, trekt hij een Afro-Amerikaanse vrouw uit haar bed en neemt haar in een verstikkende wurggreep. En hoeveel ze ook hoest of naar adem hapt, hij wil maar niet loslaten. Het unheimische tafereel lijkt verdacht veel op de fatale arrestatie van Eric ‘I can’t breathe’ Garner, die een kleine halve eeuw later tot grootschalige Black Lives Matter-demonstraties zal leiden.

Met deze typische fly on the wall-film kijkt Wiseman op microniveau naar hoe staatsmacht in de praktijk werkt, waarbij gewone burgers worden geconfronteerd met mannen in blauw. Hij schetst zo meteen een beeld van zijn land dat, getuige de manier waarop de huidige president Donald Trump de federale politiedienst ICE inzet, nog altijd zeer actueel is. En als tegen het einde van de documentaire één van Trumps voorgangers, de typische Law & Order-politicus Richard Nixon, nog even mag speechen, gebruikt die zowaar de woorden ‘make America right again’.

Met een variant op die belofte zal een kleine halve eeuw later Trump zelf tot president worden gekozen, een man die deze staatsmacht zonder scrupules aanwendt voor zijn eigen persoonlijke agenda. Bij de aanblik van hoe ICE begin 2026 huishoudt in de straten van Amerika, moet Frederick Wiseman in zijn allerlaatste levensdagen toch heel even de aanvechting hebben gevoeld om opnieuw met draaiende camera aan te sluiten, om te (laten) zien wat er van zijn land is geworden.

Monterey Pop

Janus Films

Als filmmaker stond D.A. Pennebaker (1925-2019) in de jaren zestig precies op de plek waar hét gebeurde. Samen met Robert Drew, Richard Leacock en de gebroeders Albert en David Maysles behoorde hij tot de bekendste exponenten van de zogeheten ‘direct cinema’. Met een lichtgewichtcamera op de schouder, voorheen volstrekt onmogelijk geacht, legden zij het leven onopgesmukt vast zoals zich dat voor hun lens aftekende.

Toen in diezelfde tijd ook een nieuwe generatie muzikanten zich meldde, was Pennebaker er als de kippen bij. Hij maakte bijvoorbeeld de klassieke Bob Dylan-documentaire Dont Look Back (1967). Later zou ie ook nog werken met uiteenlopende grootheden zoals John Lennon, David Bowie en Depeche Mode. In 1968 was de Amerikaanse filmer tevens verantwoordelijk voor één van de eerste grote concertfilms: Monterey Pop (79 min.), een verslag van het International Pop Festival. Dat vond in het weekend van 16 tot en met 18 juni 1967 plaats in het Californische stadje Monterey en werd beschouwd als het hoogtepunt van de ‘summer of love’.

Muzikale hoogtepunten te over. De bitterzoete meezinger California Dreamin’ van The Mamas & The Papas bijvoorbeeld. Een florerende Janis Joplin bij Big Brother And The Holding Company. Het lijflied My Generation van The Who, waarbij Pete Townshend zijn gitaar helemaal aan gort mept. De onweerstaanbare soulinjectie van Otis Redding, slechts enkele maanden voor zijn dood bij een tragisch vliegtuigongeluk. En het vuuroffer van Jimi Hendrix die – baas boven baas – zijn instrument in de hens zet en daarna de brokstukken in het publiek gooit. Met een lang uitgesponnen sitar-exercitie van de Indiase virtuoos Ravi Shankar, die z’n gehoor in extase brengt, tot besluit.

Behalve de dampende performances op het podium maakte Pennebaker ook een schouwspel van het observeren van gewone festivalgangers: buiten in een slaapzak pittende hippies, lekker verliefde stelletjes en bezoekers die, al dan niet onder invloed van geestverruimende middelen, helemaal uit hun dak gingen. Als twee jaar later niet de legendarische Woodstock-film was uitgebracht, over ‘three days of peace & music’, dan zou Monterey Pop beslist de geschiedenis zijn ingegaan als de ultieme weerslag van de flower power-jaren, een tijd waarin een nieuwe generatie ervan overtuigd was dat alles beter werd als we maar een beetje liever voor elkaar zouden zijn.

Matter Of Time

Netflix

Zijn machtige stem is niet meer dan een voertuig. ‘Good evening, Seattle’, opent Eddie Vedder z’n solo-optreden in de thuisbasis van zijn band Pearl Jam. Die stem, begeleid door alleen een akoestische gitaar, leidt zijn publiek in de Benaroya Hall door ‘s mans eerste nummer, de Pearl Jam-klassieker Elderly Woman Behind The Counter In A Small Town. ‘I just want to scream hello’, galmt ie, bijgestaan door enthousiaste fans. Als Vedder is aanbeland bij het bespiegelende ‘Hearts and thoughts, they fade away…’, zingt de hele zaal mee.

Die machtige stem is echter niet meer dan een voertuig, een manier om ‘de ergste ziekte waar je nog nooit van hebt gehoord’, aldus Eddies vrouw Jill, onder de aandacht te brengen tijdens een benefietconcert. Want in de zaal zitten ook ‘vlinderkinderen’ met hun families, overgekomen uit alle hoeken van Noord-Amerika, en wetenschappers die onderzoek doen naar epidermolysis bullosa (EB), de zeldzame genetische huidaandoening waar zij aan lijden. Volgens Vedder zijn er genoeg ontwikkelingen om vertrouwen en hoop uit te putten. ‘Het moeilijkste is alleen geduld opbrengen.’

Via Pearl Jam-evergreens zoals Lukin, Wishlist, Just Breathe, Porch en – opgedragen aan een overleden jongen met EB – Better Man loodst die stem de kijker van Matt Finlins documentaire Matter Of Time (106 min.) langs de aangrijpende verhalen van enkele kinderen met de vlinderziekte. Hun aandoening zorgt in het gunstigste geval voor jeuk, irritatie en pijn, maar kan ook resulteren in chronische wonden, huidkanker en een voortijdige dood. Eddie en Jill Vedder maken zich al jaren sterk voor onderzoek naar EB. Volgens optimistische prognoses behoort genezing binnen tien jaar tot de mogelijkheden, maar daarvoor moet er nog heel wat water door de Rijn.

Nieuwe behandelingen worden uitgeprobeerd op ‘oudere’ patiënten zoals de 27-jarige Garrett, die duidelijk al veel heeft geleden. ‘Ik doe het voor de jongere generatie in de hoop dat hun wonden kunnen genezen’, legt hij uit. ‘Misschien krijgen zij er dan nog tien, twintig of dertig jaar bij. Hopelijk hoeven ze niet alles te doorstaan wat ik heb doorstaan.’ Één van die kinderen is de zesjarige Eli. Hij is geadopteerd uit China en wordt regelmatig aangestaard op straat. Samen met z’n grote zus Lily bedacht hij een T-shirt om de ban te breken: come say hi!. Het schattige joch zit ook in de zaal als Eddie Vedder een liedje aan hem opdraagt, dat massaal wordt meegezongen. ‘I come and say hi when I see Eli.’

Vedder heeft duidelijk hart voor de zaak, gunt diverse vlinderkinderen hun momentje in de spotlights en slikt zo nu en dan zelf een brok in de keel weg. Met zijn stem vraagt hij intussen geld en aandacht voor een akelige ziekte en steekt hij de kinderen en hun ouders een hart onder de riem. En zijn laatste nummer van de avond voorspelt dat ie voorlopig ook niet van zins is om daarmee te stoppen: I won’t back down.

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

How To Die In Oregon

HBO

‘It was easy, folks!’ zegt Roger Sagner, net voor hij zijn laatste adem uitblaast in de openingsscène van de aangrijpende documentaire How To Die In Oregon (107 min.) uit 2011. ‘It was easy.’ Even daarvoor heeft Roger, omringd door zijn naasten en enkele vrijwilligers van de ideële organisatie Compassion And Choices een drankje ingenomen, dat naar verluidt ‘houtachtig’ smaakt, om zijn leven te beëindigen.

Als de Amerikaanse staat Oregon halverwege de jaren negentig de Death With Dignity Act aanneemt, zijn er nog maar twee landen in de wereld – Zwitserland en Nederland – waar euthanasie is gelegaliseerd. Ruim vijftien jaar later hebben inmiddels ruim vijfhonderd ‘Oregonians’ de zachte dood gekregen die zij, gedwongen door de omstandigheden, hebben gezocht. Ze moeten het dodelijke middel uiteindelijk overigens wel zelf innemen. Hun artsen kunnen en willen zich nog niet wagen aan het verlenen van actieve hulp.

In deze film brengt documentairemaker Peter Richardson verschillende aspecten van dit delicate proces in beeld. Hij volgt bijvoorbeeld Cody Curtis, een aimabele 54-jarige vrouw met leverkanker, die is uitbehandeld en een waardig levenseinde nastreeft. Samen met haar echtgenoot Stan en hun volwassen kinderen Jill en zoon Thomas probeert Curtis, voortdurend ondersteund door haar oncoloog Katherine Morris, te genieten van elke goede dag die haar nog is vergund – al voelt ze zichzelf ook een ‘dead woman walking’.

Nancy Niedzielski uit Seattle is intussen vastbesloten om de laatste wens van haar echtgenoot Randy in vervulling te laten gaan. Hij overleed na een lange lijdensweg aan hersenkanker. ‘Zes weken voor zijn dood zei hij: dit wordt een heel lelijk proces’, herinnert ze zich geëmotioneerd. ‘Beloof me dat je je best doet om de wet te laten veranderen.’ Dat wordt vervolgens Nancy’s levensdoel. Pas als de Death With Dignity-wet is aangenomen in de staat Washington, is haar huwelijk echt voorbij – en kan zij eindelijk gaan rouwen.

Tegenstanders noemen zo’n zachte dood consequent ‘assisted suicide’ en bestrijden die te vuur en te zwaard. Richardson is er echter niet op uit om het politieke gevecht rond euthanasie te belichten, maar richt zich op de menselijke verhalen. Zo wil Randy Stroups zorgverzekeraar bijvoorbeeld zijn behandeling voor prostaatkanker niet vergoeden, omdat die te weinig effect zou hebben op z’n levensverwachting. Een ‘doctor assisted suicide’ blijkt wel bespreekbaar. Als Stroup daarmee naar buiten treedt, krijgt ie alsnog zijn behandeling.

Sober, zonder enige vorm van effectbejag, belicht How To Die In Oregon intussen de dagelijkse praktijk in Ohio rond Death with Dignity. Na een onverwachte zomer begint intussen ook de geleende tijd van Cody Curtis op te raken. Ze ziet er nog bedrieglijk goed uit – Curtis volgt een ‘kankerdieet’, zegt ze zelf – maar voelt het einde wel degelijk naderen. Als het zover is, brengt Peter Richardson dit met gepaste distantie in beeld. Als treffend slot van een ingetogen en juist daardoor zo indringende film.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Happy Clothes: A Film About Patricia Field

Greenwich Entertainment

Zelf maakt Patricia Field het meestal niet moeilijker dan ‘t is: ze zweert bij gelukkige kleding. ‘Ik houd nu eenmaal van gelukkig’, zegt de New Yorkse modeontwerpster en stylist ter verduidelijking. Ze zou dus nooit willen meewerken aan een oorlogsfilm of een horrorfilm. Field maakte als ontwerper naam met de ‘happy clothes’ van de kaskrakers Sex And The City, Emily In Paris en The Devil Wears Prada.

En de sterren van zulke succesproducties betonen de Grieks-Amerikaanse ontwerpster maar al te graag eer in deze vlotte documentaire van Michael Selditch. ‘Toen ik Pat voor het eerst ontmoette, was ik verliefd’, zegt Sarah Jessica Parker, ofwel Carrie Bradshaw uit Sex And The City, bijvoorbeeld. ‘Ik kan me geen betere partner indenken’, stelt haar collega Kim Cattrall, die samen met Field op shoptrips ging om samen het spraakmakende personage Samantha Jones verder te ontdekken.

En toen Pat Field de jeugdige Lily Collins, de hoofdrolspeelster van Emily In Paris, direct omarmde en zelfs een complimentje gaf voor de broek die ze droeg, voelde die zich de koning te rijk. ‘I feel like I’m winning!’ herinnert Collins zich het gevoel dat ze kreeg tijdens deze eerste ontmoeting. Field voelt zich intussen enigszins bezwaard onder alle loftuitingen, zegt ze meermaals in Happy Clothes: A Film About Patricia Field (100 min.) – misschien ook wel een beetje omdat dat zo hoort.

Bij het optekenen van ‘Planet Pat’ legt Selditch Field en haar getrouwen, die zich nog altijd rond haar tafel of in haar kunst- en modegalerie verzamelen, in elk geval geen strobreed in de weg. Ook niet als die ene, typisch Amerikaanse accessoire in de interviews en gesprekken wel héél vaak wordt gebruikt om de ontwerper met het opvallende rode haar, de zwaar doorrookte stem en inmiddels meer dan tachtig levensjaren in de ongetwijfeld fleurige achterzak te duiden: de veer in de reet.

Van de vrouw achter de trendsetter wordt de bewonderaar van haar happy clothes ondertussen niet al te veel wijzer. Want deze film besteedt nauwelijks aandacht aan Fields persoonlijk leven en richt zich vrijwel volledig op haar professionele bestaan en de hippe New Yorkse (queer)scene waarvan haar werk tegelijk de weerslag en een aanjager is.