Shadow World: Inside The Global Arms Trade

Dillywood / Louverture Films

‘Er zijn maar twee dingen die ertoe doen in de business: geld en seks’, stelt Riccardo Privitera van Talisman Europe Ltd. ‘De rest is onzin.’ De handelaar in wapens en militaire uitrusting zit niet om oneliners verlegen in Shadow World: Inside The Global Arms Trade (94 min.), een ontluisterend exposé over het zogenaamde militair-industrieel complex. ‘Politici zijn net prostituees’, stelt hij bijvoorbeeld unverfroren. ‘Alleen véél duurder.’

Het is een idee dat documentairemaker Johan Grimonprez verder uitwerkt in deze essayistische film uit 2016, die is gebaseerd op een boek van Andrew Feinstein over de verwevenheid van politiek en wapenindustrie. Die komt pijnlijk duidelijk naar voren in de jaren tachtig als de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher weliswaar met de mond belijden dat ze tegen terrorisme zijn, maar in werkelijkheid dubieuze wapendeals sluiten met de Saudi’s. En daarbij moet dan, onder de tafel, stevig worden betaald voor ‘consultancydiensten’. Ofwel: smeergeld.

Grimonprez belandt vervolgens bij een fragment van Reagan en Thatchers inspiratiebron: de econoom Milton Friedman. ‘Wat is hebzucht?’ houdt de eminente pleitbezorger van het ongebreidelde kapitalisme zijn gehoor voor bij een openbaar interview. ‘Wij zijn zélf natuurlijk niet hebberig’, zegt hij lachend. ‘Dat zijn al die anderen. De wereld draait nu eenmaal om allerlei individuen die hun eigen belang najagen.’ En als je die gedachte maar ver genoeg doortrekt, kan het idee van ‘nooit meer oorlog’ uitmonden in een permanente oorlog, waar Jan en alleman z’n voordeel mee doet.

Doordat we hebzucht tot het leidende principe van onze samenleving hebben gemaakt, stelt de Indiase historicus Vijay Prashad, gaat de wereld kapot. Leiders die een groot deel van hun budget willen besteden aan wapens en defensie maken in zijn ogen een morele keuze. ‘Militarisme is belangrijker dan het welzijn van de bevolking.’ Dit uitgangspunt wordt in deze docu van talloze gezichten voorzien. Van Bandar bin Sultan bijvoorbeeld, de Saudische prins die als oliemannetje fungeert bij talloze schimmige wapendeals, waarbij nogal eens wat aan de strijkstok blijft hangen.

Of de hautaine blik van de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld. Hij wordt beschouwd als de architect van de Irak-oorlog die president George W. Bush in 2003 startte. Als er beelden van een zakelijk onderonsje tussen Rumsfeld en de Iraakse leider Saddam Hoessein van enkele jaren eerder worden getoond in een tv-programma, reageert hij als door een adder gebeten. ‘Waar heb je deze beelden vandaan?’ bijt hij de interviewer toe. ‘Van de Iraakse televisie zeker?’ Dit hebben we uit ons eigen archief gehaald, reageert die rustig. Rumsfeld: ‘Goh, wat toevallig! Daar zit ik dan…’

Dick Cheney, vicepresident van diezelfde Bush, is eveneens een icoon geworden van de vermenging van business en eh…, ja, oorlog. Hij maakte diverse keren gebruik van de draaideur tussen de Amerikaanse overheid en de wapenindustrie en kon, toen er weer strijd moest worden geleverd, zijn voormalige werkgever Halliburton dus allerlei lucratieve opdrachten toespelen. Het is, kortom, niet moeilijk om cynisch te worden van Shadow World, dat met kritische journalisten zoals Robert Fisk, Jeremy Scahill en Chris Hedges de strijd optekent van privilege en macht tegen gerechtigheid en waarheid.

Een episch gevecht, waarbij alleen meestal de bevoorrechte enkeling wint – en de rest maar blijft verliezen.

Theo van Gogh, De Hunkering

Andy Gray / BNNVARA

Zou hij toch nog een grote publieksfilm hebben gemaakt? Over welke onderwerpen zou Theo zich boos maken? En welke zelfverkozen vijanden zou hij aanhoudend tot op het bot hebben beledigd?

Twintig jaar nadat Theo van Gogh (1957-2004) op klaarlichte dag met bruut geweld werd gedood op de Linnaeusstraat – door burgemeester Job Cohen destijds vervat in de onvergetelijke woorden ‘er is vandaag een Amsterdammer vermoord’ – lijkt de filmer, meesterinterviewer, columnist, provocateur, televisiemaker en onversaagde ridder voor het vrije woord nog even relevant als in de pak ‘m beet 25 jaar dat hij de goegemeente compleet voor zich innam of geestdriftig tegen zich in het harnas joeg.

Nadat Cohens zoon Jaap dit jaar al een zéér leesbare biografie uitbracht, De Bolle Gogh, is er nu een vierdelige serie van documentairemaker David de Jongh, die eerder schrijfster Renate RubinsteinFrans Bromet en zijn eigen vader, de fotograaf Eddy de Jongh, vereeuwigde in zéér kijkbare films. Theo van Gogh, De Hunkering (193 min.), gebaseerd op research van Jaap Cohen, start bij ‘s mans tragische einde op 2 november 2004 en fladdert daarna associatief door z’n veelbewogen leven.

Het verteltempo ligt enorm hoog – alsof zo Van Goghs dadendrang moet worden benaderd. De miniserie krijgt daarmee ook iets hakketakkerigs. Het ene deelonderwerp is nog niet afgewikkeld – met een springerige montage van (ingelezen) interviewfragmenten, filmscènes, columns, persoonlijke brieven, gedramatiseerde taferelen en korte quotes van een veelheid aan sprekers – of een volgend thema klopt alweer op de deur. Het verveelt geen seconde, maar of alles ook even goed binnenkomt?

Theo van Gogh, De Hunkering wordt min of meer chronologisch verteld en begint dus bij de gelukkige jeugd waaraan hij volgens eigen zeggen leed in Wassenaar. Met een zeer uitgesproken moeder, de regelmatig met haar botsende vader en beroemde familieleden, schilder Vincent van Gogh en diens broer Theo, om tegenaan te schoppen en stiekem te bewonderen. Vrijwel alle mensen die ertoe deden in zijn hoekige bestaan zijn verder van de partij en spreken zonder meel in de mond.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen: zijn zussen Jantine en Josien en zoon Lieuwe hebben geen zin in een interview. Ellik Bargai, de hoofdpersoon van Van Goghs film Vals Licht (1993) die er met zijn vriendin Heleen vandoor ging, laat ook verstek gaan. En vanzelfsprekend zijn ook de mikpunten van Theo’s spot, weerzin en woede, op alle mogelijke manieren en langdurig in de openbaarheid uitgevent, wel wijzer. Geen Thom Hoffman, Sonja Barend, Leon de Winter, Caroline Tensen of Monique van de Ven dus.

Behalve al Van Goghs publieke activiteiten en zijn permanente oorlog tegen hypocrisie blijft er dan nog méér dan genoeg smeuïgs over: uitbundig fabuleren, drugsgebruik, allerlei vormen van deviante seks en een al dan niet geconsumeerd Oedipus-complex bijvoorbeeld. In die wirwar van beelden en typeringen is vooral Van Goghs buitenkant te zien: die pretoogjes, sardonische grijns en dikke pens, na alwéér een duivelse provocatie. De man – of zo u wilt: het jongetje – daarachter houdt zich veelal schuil.

Dat zit ongetwijfeld ook in de aard van het medium televisie. Jaap Cohens biografie voelt minder als een rariteitenkabinet en is coherenter en genuanceerder dan deze miniserie. De Jongh kan dan weer de aanloop naar Van Goghs dood indringend in beeld brengen. Zijn bikkelhard verwoorde kritiek op de Islam mondt uit in de controversiële film Submission. Die maakt hij op initiatief van Ayaan Hirsi Ali. Het is volgens journalist Yoeri Albrecht een ‘game of chicken’. Theo wil niet voor haar onderdoen.

En daarmee komt in de zomer van 2004 een fatale dynamiek op gang rond Van Gogh, die er ten onrechte van overtuigd leek te zijn dat een ‘dorpsgek’ niet vermoord zou worden. Geen nieuwe films, fixaties of vijanden meer. Geen larger than larger than life-persoonlijkheid ook, met ongetwijfeld een verrassend klein hartje. En hoewel hij inmiddels twintig jaar dood is, heeft het enfant terrible der enfant terribles Theo van Gogh als schouwspel nog altijd nauwelijks aan kracht ingeboet.

Trailer Theo van Gogh, De Hunkering

Rainbow Warrior

Expanded Media

In de afgelopen halve eeuw heeft Greenpeace zich een meester getoond in het planten van ’mind bombs’: een onvergetelijke beeld dat volgens Rex Weyler, één Greenpeace’s oprichters, direct explodeert in ons brein en daarna de hele wereld overgaat. Een essentieel onderdeel van die strategie is de Rainbow Warrior (96 min.), een boot die, voor het oog van de camera, op heroïsche wijze de strijd aanbindt met milieuvervuilers, dierenbeulen en landen die nucleaire tests uitvoeren.

Daar begon ‘t in 1971 ook voor de milieuactivisten, toen de Amerikanen bij het eiland Amchitka een kernbom wilden testen. En daar gaat ‘t veertien jaar later ook verder, als Greenpeace bij Nieuw-Zeeland zelf wordt aangevallen, het onderwerp van deze documentaire van Edward McGurn. De Rainbow Warrior is op 10 juli 1985 het slachtoffer van ‘Opération Satanique’, een clandestiene actie van de Franse geheime dienst DGSE die twee bommen laat afgaan op de iconische Greenpeace-boot.

Met bemanningsleden van de Rainbow Warrior, Nieuw-Zeelandse politiemensen en één van de leden van het Franse eliteteam, Jean-Luc Kister, reconstrueert McGurn de roekeloze operatie, waarbij Greenpeace’s Portugees-Nederlandse fotograaf Fernando Pereira de dood vindt. Hoewel alle sporen al snel richting Parijs leiden, probeert de Franse president François Mitterand te doen alsof zijn neus bloedt. Dat is echter buiten enkele vasthoudende onderzoeksjournalisten gerekend.

Zij herinneren zich in deze boeiende film hoe er daarna een vuil politiek spel op gang komt: wiens kop moet er rollen? En kan Mitterand zijn eigen hoofd uit de strop houden? Intussen komt in Auckland de rechtszaak op gang tegen de Franse aanvallers, die zich volgens Greenpeace-voorman David McTaggart schuldig hebben gemaakt aan staatsterrorisme op vreemde bodem. Al snel blijkt echter dat sommige verdachten toch nét iets meer gelijk zijn dan anderen.

Uiteindelijk heeft die fatale explosie, wrang genoeg, ook Greenpeace geen windeieren gelegd. ‘Het opblazen van de Rainbow Warrior heeft ons niet kunnen stoppen’, stelt Rex Weyler. ‘Sterker: daardoor heeft de populariteit van Greenpeace een enorme vlucht genomen.’ Zo bezien was het drama op de Rainbow Warrior niets minder dan een ‘mind bomb’. Door een andere organisatie geplaatst, dat wel.

In Vogue: The 90s

Disney+

Het duurt welgeteld twintig seconden voordat ze in de zesdelige serie In Vogue: The 90s (281 min.) het beeld instapt: Anna Wintour, de almachtige hoofdredacteur van de Amerikaanse editie van het modetijdschrift Vogue. Zoals altijd is ze uit duizenden herkenbaar: zuinig gezicht, kolossale zonnebril, strakke boblijn en een elegante outfit. Met de ene vinger aan de pols bij de ‘Zeitgeist’ en de andere in de richting van waar het, sneller dan wie dan ook in de gaten heeft, straks gaat gebeuren.

Zij wikt en beschikt over wat er toe deed, doet en gaat doen. Anna’s wil is wet, al zeker veertig jaar. Zij maakte zich bijvoorbeeld eind jaren tachtig sterk voor de nieuwe popster Madonna op de cover, maar moest dan weer niets hebben van grunge in Vogue. Zij zag even later in John Galliano een beeldbepalende ontwerper die wel een steuntje in de rug kon gebruiken, maar kon in eerste instantie Alexander McQueens bloed wel drinken nadat hij haar bij één van zijn shows buiten had laten wachten. En zij bracht hoogstpersoonlijk The Met Gala naar een hoger plan, maar had wel even tijd nodig om met haar trendy magazine de uitbundige hiphopcultuur te omarmen.

Zo wandelt deze miniserie van Jane Preston langs allerlei onderwerpen die de mode-industrie in de jaren negentig in hun greep hielden. Van het tijdperk van de supermodellen, ‘heroin chic’ en de opkomst van Stella ‘de dochter van’ McCartney tot de moord op Gianni Versace, ‘ghetto fabulous’ en Liz Hurleys weinig verhullende jurk bij de première van de film Four Weddings And A Funeral. ‘I announced that ‘the body’ was back’, stelt Wintour over dat laatste, ‘and that we were moving into a different era of fashion.’ Die deelonderwerpen zijn doorgaans elders al eens behandeld – en soms ook grondiger – maar worden hier netjes op een rijtje gezet en in een groter kader geplaatst.

Behalve Wintour zelf, leden uit haar directe entourage en ontwerpers zoals Marc Jacobs, Jean Paul Gaultier, Tommy Hilfiger, Misa Hylton en Donna Karan doen daarbij natuurlijk ook talloze topmodellen hun zegje: Claudia Schiffer, Naomi Campbell, Kate Moss, Linda Evangelista, Tyra Banks en Jenny Shimizu bijvoorbeeld. En om de sterrenparade helemaal compleet te maken hebben ook Kim Kardashian, Gwyneth Paltrow, Sarah Jessica Parker, Victoria Beckham, Claire Danes,  Missy Elliott, Baz Luhrmann, Mary J. Blige, Nicole Kidman en Hillary Clinton plaatsgenomen voor de camera om kond te doen van hun ervaringen met Vogue – en nog eens met verve hun eigen publieke zelf te spelen.

Het zegt iets over de schaal van deze documentaireproductie – waarbij Wintour zelf natuurlijk een flinke vinger in de pap heeft gehad – en de bedoeling ervan: het vieren van American Vogue’s rol en positie in de hedendaagse modewereld. Want wat er ook gebeurt op de cover, catwalk of fotoset, het vindt altijd zijn weg naar het grote publiek via die dekselse Anna Wintour en haar tijdschrift. Als zij in beeld komt – en dat weet ze zelf maar al te goed – gebeurt er iets – en, denkt een buitenstaander er wellicht bij, buigt de rest ook wel erg deemoedig het hoofd en luistert. Waarbij niemand meer lijkt/durft te kijken naar de kleren van de Keizerin.

Zoals ook The Devil Wears Prada – het boek dat Wintours voormalige assistente Lauren Weisberger in 2003, drie jaar te laat dus voor deze serie, uitbracht en dat werd verfilmd met Meryl Streep als de ijzige hoofdredactrice van een modetijdschrift – natuurlijk geheel onvermeld blijft.

Life Itself

Magnolia Pictures

Hij is een soort merknaam geworden. Voor al uw filmbesprekingen. Ruim tien jaar na zijn dood verschijnen er nog gewoon nieuwe recensies op de website rogerebert.com. Alsof de man zelf, geliefd en gevreesd, nog steeds zijn duim omhoog of omlaag steekt bij elke nieuwe release.

Als de gerenommeerde documentairemaker Steve James in december 2012 begint te filmen voor Life Itself (120 min.), heeft Roger Ebert (1942-2013) nog vijf maanden te leven. Hij ligt met schildklierkanker in het ziekenhuis, krijgt eten toegediend via een infuus en kan alleen nog via een ‘voice synthesizer’ spreken. Zijn gevoel voor humor heeft er niet onder geleden. ‘Ik heb geen angst voor de dood’, zegt hij jolig tegen James. ‘Dood gaan we allemaal. Ik beschouw de dagen die me nog resten als geld op de bank. Als alles op is, word ik ingevorderd.’

Terwijl zijn protagonist onherroepelijk afstevent op het einde van zijn leven, neemt James dat leven, met behulp van ingesproken fragmenten uit Eberts autobiografie, onder de loep. Als jongeling belandt die bij The Chicago Sun-Times, waarvoor hij zijn hele leven zal blijven schrijven, met name als filmjournalist. Ebert ontwikkelt zich tot een autoriteit, een man die een groot publiek bereikt en toch diepte en inhoud heeft. In dit portret wordt dit geïllustreerd met enkele fraaie combinaties van fragmenten uit zijn recensies, versneden met sleutelscènes uit de desbetreffende films.

Roger Ebert breekt echter pas door bij het grote publiek aan de zijde van Gene Siskel, zijn concullega van The Chicago Tribune. Samen introduceren ze een nieuwe vorm van filmkritiek, die daarna wereldwijd school zal maken: twee kenners gaan op de buis het gesprek aan over nieuwe bioscoopfilms en bestrijden elkaar daarbij regelmatig te vuur en te zwaard. In enkele fijne scènes laat deze documentaire uit 2014 tevens zien hoe het er achter de schermen aan toegaat, waarbij de twee tegenpolen tussen de opnames door eindeloos dollen, kibbelen en ruziën met elkaar.

Van rivalen worden ze gaandeweg, zonder dat ze dit nadrukkelijk naar elkaar uitspreken, toch zoiets als vrienden. Samen groeien ze bovendien uit tot een machtsfactor van betekenis in de Amerikaanse filmindustrie. ‘Two thumps up!’ van Siskel en Ebert begint te gelden als de ultieme aanprijzing, die vervolgens een prominente plek op filmposters krijgt. Uiteenlopende cineasten zoals Martin Scorsese, Errol Morris, Ramin Bahrani, Ava DuVernay en Werner Herzog plukken daar de vruchten van en steken in deze film dus de loftrompet over het toonaangevende tweetal.

De nurkse, uitgesproken en grappige Ebert heeft de kijker dan allang voor zich ingenomen. Hij heeft zich laten kennen als een klassiek vat vol tegenstrijdigheden. Een geboren dagbladjournalist, met het spreekwoordelijk radiohoofd, die desondanks een televisiester wordt, de eeuwige vrijgezel die op z’n vijftigste alsnog vol overtuiging in het huwelijksbootje stapt en een absolute eigenheimer die tegen wil en dank beroemd wordt als onderdeel van een duo. En, niet in het minst, als een man die zich durft te laten zien zoals hij is, ook als dat oud, ziek en breekbaar is.

Zonder schaamte toont hij dus ook zijn door operaties en infecties geschonden aangezicht. Tegelijkertijd blijft Roger Ebert – als hij schrijft voor zijn eigen website, waarmee hij z’n tijd eigenlijk best vooruit was – gewoon zijn oude vertrouwde zelf.

Killer Lies: Chasing A True Crime Con Man

National Geographic

In de loop van veertig jaar sprak hij volgens eigen zeggen met maar liefst 77 seriemoordenaars. En zeker in Frankrijk geldt Stéphane Bourgoin al enkele decennia als een absolute autoriteit op het gebied van deze ‘sexy’ moordenaars. Totdat er in het true crime-wereldje serieuze twijfel ontstaat over al zijn beweringen. Het online-burgercollectief The 4th Eye Corporation gaat op onderzoek uit en vindt al snel aanwijzingen dat de killerexpert, die ooit werd getraind door de legendarische FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), uitgebreid sprak met Charles Manson en tientallen boeken schreef over seriemoordenaars, in werkelijkheid een doorgewinterde fantast is. Een ‘Serial Mytho’.

Misschien was zijn levensverhaal ook wel te ‘mooi’ om waar te kunnen zijn: in 1976 werd Stéphanes vriendin Eileen om het leven gebracht door een brute killer. Die tragische gebeurtenis zou hem op het spoor van seriemoordenaars hebben gezet. En dat bracht hem begin jaren negentig in de Verenigde Staten, waar hij voor een documentaire mocht spreken met tot de verbeelding sprekende killers zoals Gerard Schaefer, Ottis Toole en Ed Kemper. Volgens zijn toenmalige collega’s gedroeg Bourgoin zich daarbij als een kind in een snoepwinkel, een ‘fanboy’ die z’n lotsbestemming had ontdekt – en de kortste weg naar wereldwijde roem. Waarbij een beetje fabuleren geen bezwaar bleek.

Nu wordt Stéphane Bourgoin zelf kritisch doorgelicht in Killer Lies: Chasing A True Crime Con Man (129 min.), een driedelige serie die is gebaseerd op een artikel in The New Yorker van de Amerikaanse journalist Lauren Collins. Zij treedt ook op als getuige-deskundige in deze productie, die tevens een metablik wil werpen op het true crime-genre – in het verlengde van true crime²-producties zoals I’ll Be Gone In The Dark, Citizen Sleuth en Cybersleuths: The Idaho Murders – en de werking van de media in het algemeen. In een tijd waarin gewone burgers steeds vaker zelf het voortouw nemen, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse ‘wisdom of the crowd’-initiatief Bureau Dupin.

Voor Bourgoin lijkt de werkelijkheid een homp klei die je naar eigen believen kan kneden en vervolgens mag verkopen, soms letterlijk, binnen je eigen verhaal. Dat klinkt onschuldiger dan het is. Zo spreekt hij bijvoorbeeld met Dahina Sy-Le Guennan, een getraumatiseerde jonge vrouw die een aanval van de beruchte Franse seriemoordenaar Michel Fourniret heeft overleefd. Daarna meldt Bourgoin doodleuk in een televisieprogramma: ‘Het interview is onderdeel van een drie uur durende DVD die ik deze week uitbreng.’ Enige tijd later figureert zij, zonder overleg, ook nog in een graphic novel over de Fourniret-zaak. Het is helder: volgens Bourgoin mag misdaad wel degelijk lonen.

Dan rest nog de vraag waarom Stéphane Bourgoin zich decennialang zo gigantisch heeft vergaloppeerd. ‘Veel schrijvers liegen nu eenmaal over hun eigen biografie’, probeert de man zelf de kwestie met een boutade af te doen, als hij in de slotaflevering van deze miniserie van Ben Selkow zowaar voor de camera verschijnt. Daarmee neemt de filmmaker geen genoegen. Samen met Lauren Collins gaat hij de confrontatie aan. Zo hopen ze Bourgoin eindelijk te kunnen ontsluiten, diens signatuurverhaal over ‘Eileen’ in het bijzonder, en te begrijpen waarom de man zo achteloos met de waarheid omgaat.

The Brainwashing Of My Dad

Gravitas Ventures

Frank Senko’s vrouw snijdt in zijn bijzijn geen gevoelige onderwerpen meer aan. En zijn volwassen dochter Jen ervaart hem als kwaad en onbereikbaar. Van een politiek geëngageerde ‘Kennedy-Democraat’ is haar lieve en grappige vader, onder invloed van een mediadieet van rechtse talk radio en de conservatieve nieuwszender Fox News, veranderd in een klassieke boze witte man.

Jen Senko, die zelf duidelijk een links profiel heeft, besluit de radicalisering van haar vader te onderzoeken voor The Brainwashing Of My Dad (90 min.). Want Frank is bepaald niet de enige die zich door ‘this vast right-wing conspiracy’, zoals Hillary Clinton dit conglomeraat van uitgesproken rechtse Amerikaanse media eens noemde, in een permanente staat van woede heeft laten manoeuvreren. In deze egodocu uit 2015, waarvoor acteur Matthew Modine als medeverteller fungeert, onderzoekt de filmmaakster wat er is gebeurd met insiders zoals de spijtoptant David Brock, mediacriticus Noam Chomsky, , Republikeinse communicatiestrateeg Frank Luntz, historicus Rick Perlstein en Jeff Cohen, een progressieve opiniemaker die een tijd actief was voor Fox News.

Met hen keert Senko terug naar de jaren zestig, als de benaming ‘conservatief’ bijna wordt beschouwd als een scheldwoord. ‘Liberals’ zetten de toon. De rechtse televisiemaker Roger Ailes zint op een tegenzet. Hij begint de Republikeinse politicus Richard Nixon te adviseren. Met eenvoudige boodschappen lukt ’t hen om gewone Amerikanen – in Nixons woorden: de zwijgende meerderheid – aan hun kant te krijgen. In 1968 wordt Nixon gekozen tot president van de Verenigde Staten. Dit blijkt het startschot voor een conservatieve comeback, met rechtse denktanks, ideologisch gedreven media en een christelijke cowboy als president, Ronald Reagan (1981-1989). Halverwege de jaren negentig krijgt Ailes bovendien de kans om z’n eigen nieuwszender te gaan runnen: Fox News.

De slogan van Ailes’ geesteskind, gefinancierd door de oerconservatieve mediamagnaat Rupert Murdoch, is slim gekozen: ‘fair and balanced’. Die kan echter niet verhullen dat de zender een onmiskenbaar rechtse koers vaart en niet altijd even secuur is met de feiten. Van de verschillende onderzoeksresultaten die Jen Senko in deze aardige film presenteert valt één conclusie meteen op: Fox-kijkers zijn aanmerkelijk minder goed geïnformeerd dan anderen. En vermoedelijk zijn zij – net als adepten van rechtse talk shows – ook bozer dan gemiddeld. Want als de gastheren van al die praatprogramma’s één ding goed hebben begrepen dan is ’t dat woede een geweldige motivator is. Om te blijven kijken en luisteren – en hopelijk ook nog eens de portemonnee te trekken.

Senko’s bevindingen zijn een kleine tien jaar later nog altijd zeer relevant. De cultuuroorlogen die tot zo’n jaar of vijftien geleden nog vooral werden aangejaagd door invloedrijke talk show-hosts zoals Rush Limbaugh en Bill O’Reilly, worden tegenwoordig, zowel vanuit links als rechts, opgestart vanuit social media en zetten zo de toon voor het maatschappelijke debat. Senko exploreert tevens waarom het menselijke brein zo gevoelig is voor emoties zoals angst en woede. Is er misschien sprake van een soort hersenspoeling? En kunnen die hersenen dan ook weer gedeprogrammeerd worden? Van dat laatste blijkt Frank Senko overigens een bijna verdacht goed voorbeeld. Als zijn radio ’t begeeft, grijpt zijn echtgenote in en zet hem op dieet. Met verbazingwekkend resultaat.

Jimmy Carter: Man From Plains

Sony Pictures Classics

‘I’m only trying to make it to vote for Kamala Harris.’ Vanuit het hospice waar hij sinds februari 2023 wordt verpleegd, komt begin augustus het bericht dat Jimmy Carter hoopt dat hij nog eenmaal mag stemmen. Daarna kan de voormalige Amerikaanse president (1977-1981), die op 1 oktober ook honderd jaar oud wordt, zich met een gerust hart voegen bij zijn vrouw Rosalynn, die in november 2023 op 96-jarige leeftijd is overleden.

‘s Mans buitengewone leven begint op een eenvoudige pindaboerderij in Georgia, de staat waarvan hij later gouverneur zal worden. Van daaruit zet hij de stap naar een presidentschap, dat zeker niet door iedereen als een succes wordt beschouwd. Dat geldt wél voor de dik veertig jaar erna, als de ‘elder statesman’ Carter overal in de wereld strijdende partijen bij elkaar probeert te brengen en essentiële vredesakkoorden weet te sluiten. Het levert hem in 2002 de Nobelprijs voor de Vrede op.

Enkele jaren later, in het najaar van 2006, sluit regisseur Jonathan Demme (The Silence Of The Lambs, Philadelphia en Stop Making Sense) aan bij de politicus, inmiddels in de tachtig, voor Jimmy Carter: Man From Plains (125 min.). Carter heeft dan net een controversieel boek uitgebracht, Palestine: Peace Not Apartheid, waarover hij in gesprek gaat met Amerikaanse media. Die hebben in zijn optiek ‘abominabel’ bericht over de Palestijnse kwestie. Ze zijn veel te veel op de hand van Israël.

Daarvoor is, naast eigenzinnigheid, ook politieke moed nodig. Behalve woedende opiniestukken, kritische vragen van interviewers als Charlie Rose, Larry King en Wolf Blitzer en allerlei boze burgers krijgt Carter echter ook lof van gewone Amerikanen (en Palestijnen, die hem komen bedanken voor zijn bijdrage aan het debat). Over het algemeen houdt Carter zich tijdens zijn boektour zonder al te veel moeite staande, ook tijdens geladen interviews met de Israëlische televisie en Al Jazeera.

Tussendoor bezoekt hij zijn eigen Carter Center in Atlanta, een non-profit organisatie die de strijd aanbindt met wereldwijde thema’s als armoede, ziekte en onrecht, en steekt hij de handen uit de mouwen voor Habitat For Humanity, dat zich dan bezighoudt met het herbouwen van huizen in New Orleans, nadat de orkaan Katrina daar in 2005 ongenadig huis heeft gehouden. Intussen beijvert zijn echtgenote Rosalynn zich voor betere geestelijke gezondheidszorg voor Amerikaanse jongeren.

Zij is ‘t ook die herinneringen ophaalt aan hoe haar echtgenoot in 1978 het vredesakkoord tussen Israël en Egypte mogelijk maakte. Volgens Rosalynn trok Carter als president de besprekingen vlot door de kleinkinderen van de toenmalige Israëlische leider Begin erbij te betrekken. Op gezette moment snijdt Demme intussen door naar crisissituaties in Israël en de Palestijnse gebieden, om de noodzaak van een blijvende oplossing voor dit nog altijd door etterende conflict te benadrukken.

Deze observerende documentaire uit 2007 moet ’t verder niet hebben van dramatische ontwikkelingen of messcherpe confrontaties. Daarvoor is de hoofdpersoon ook een te vriendelijke en beheerste man. Illustratief is een scène van Jimmy op reis. Als hij een vliegtuig instapt – gewoon een reguliere vlucht, geen privétoestel – krijgt elke afzonderlijke passagier een hand. Waarbij het de vraag is, of hij inderdaad ‘heel gewoon’ is gebleven of toch ‘gewoon’ een doorgewinterde politicus is.

Jimmy Carter: Man From Plains toont in elk geval een man die dan al de huidige leeftijd van president Joe Biden heeft bereikt en die onvermoeibaar blijft pleiten voor de zaken die hem aan het hart gaan. En zeventien jaar later is hij er dus nog steeds: een heel eind uitgeleefd, maar klaar om een stem uit te brengen op de Democratische kandidaat die wellicht de eerste vrouwelijke president van de VS gaat worden.

In de fijne documentaire Jimmy Carter: Rock & Roll President (2020) wordt overigens belicht hoe de Democratische president in het Witte Huis een podium bood aan allerlei muzikanten zoals Bob Dylan, Bono, Nile Rodgers, Gregg Allman en Willie Nelson. Zij betonen hem in deze film alle eer.

Control Room

Magnolia Pictures

Met ingehouden adem wacht de wereld in het voorjaar van 2003 op de Amerikaanse inval in Irak. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 heeft president George W. Bush besloten om niet alleen achter de verantwoordelijke terreurorganisatie, Osama bin Ladens Al-Qaeda, aan te gaan in Afghanistan, maar om eindelijk ook eens af te rekenen met de Iraakse dictator Saddam Hoessein.

Deze ontwikkelingen worden met argusogen bekeken op het hoofdkwartier van Al Jazeera. Vanuit Doha in het nabijgelegen oliestaatje Qatar bedient de nieuwszender zo’n veertig miljoen Arabische kijkers. In de achter-de-schermen documentaire Control Room (86 min.) neemt Jehane Noujaim poolshoogte bij de Arabische nieuwsorganisatie, die rond de Amerikaanse inval in Irak van alle kanten onder vuur ligt.

De meeste regimes in het Midden-Oosten zitten immers bepaald niet te wachten op onafhankelijke journalistiek, terwijl Al Jazeera vanuit de Verenigde Staten voortdurend wordt beschuldigd van anti-Amerikaanse propaganda. Aan de ene kant staat een houwdegen als Donald Rumsfeld, aan de andere een wezenloze propagandist, Mohammed Saïd Al-Sahaf, die zich als karikaturale leugenaar ontwikkelt tot een cultfiguur en meme.

Deze boeiende film uit 2004 toont intussen feilloos hoe ook in deze oorlog de waarheid het eerste slachtoffer is. Want wanneer heeft Saddam Hoessein de VS nu daadwerkelijk bedreigd met ‘weapons of mass destruction’ (die later overigens een Amerikaanse idee-fixe – of gewoon: leugen – blijken te zijn)? Zijn de Amerikanen nu al wel of niet doorgedrongen tot de Iraakse hoofdstad? En hoe verhoudt de ‘war on terror’ van Bush zich tot ‘regime change’ in Baghdad?

Op zoek naar zoiets als de waarheid moeten de Al Jazeera-zwaargewichten Hassan Ibrahim en Samir Khader daarover de degens kruisen met persofficieren van het Amerikaanse leger. Interessant is daarbij dat één van hen, luitenant John Rushing, zowaar bereid blijkt om over zijn eigen schaduw heen te springen. Tijdens momenten van zelfreflectie bekent Rushing dat hij zelf soms ook een nefaste bijdrage levert aan de informatie-oorlog in de media.

Het Amerikaanse leger presenteert bijvoorbeeld met veel bravoure een stok kaarten, waarop ruim vijftig Iraakse sleutelfiguren zijn afgebeeld. Die moeten zo snel mogelijk worden uitgeschakeld. Dead or alive dus. Naderhand is het Amerikaanse perskorps verontwaardigd. Vooral over de vorm van de mededeling, overigens. Want waarom zijn er geen promotie-exemplaren van deze ‘deck of cards’ beschikbaar gemaakt voor journalisten?

Zo schieten de Amerikanen zichzelf publicitair wel vaker in de eigen voet. ‘Dankzij de moed en macht van ons leger is het Iraakse volk nu vrij’, stelt de Amerikaanse president Bush bijvoorbeeld unverfroren tijdens zijn beruchte ‘mission accomplished’-overwinningsspeech op een Amerikaans vliegdekschip, waarmee Noujaim haar boeiende film naar een logisch eindpunt brengt – dat uiteindelijk dus helemaal geen eindpunt blijkt zijn.

Bush’ triomfantelijke woorden zullen in de navolgende jaren als een boemerang naar hem terugkomen: behalve de waarheid gaan er ook nog veel Amerikanen sneuvelen in Irak, de inval van de Verenigde Staten zal voor verdere destabilisatie van het Midden-Oosten zorgen en ook de opkomst van een nieuwe terreurorganisatie, Islamitische Staat, kan niet los worden gezien van ’s mans besluit om na elf september orde op zaken te stellen in Irak.

In de navolgende twintig jaar zal Al Jazeera daarvan verslag blijven doen – en John Rushing zal zich dan zowaar ook bij de nieuwsorganisatie voegen.

De Taxioorlog

Powned

Als er op 1 januari 2000 een nieuwe taxiwet in werking treedt in Nederland, barst de bom in Amsterdam. Taxichauffeurs die bij de monopolist TCA (Taxicentrale Amsterdam) een verplichte, peperdure vergunning hebben aangeschaft, zijn woest dat concurrenten van de nieuwe centrale Taxi Direkt zonder zo’n vergunning aan de slag kunnen.

Broodroof, menen de verontwaardigde TCA-chauffeurs. Hun eigen taxivergunning, die te zijner tijd als oudedagsvoorziening had moeten dienen, is ineens geen dubbeltje meer waard. Dat gevoel van onrecht leidt tot ernstige ongeregeldheden op straat, de eerste schermutselingen van wat uitmondt in De Taxioorlog (125 min.). En die zal in de navolgende jaren nog danig escaleren.

Gaandeweg ontdekken de chauffeurs daarbij dat hun eigenlijke vijand zich misschien wel binnen de eigen gelederen bevindt: het driekoppige bestuur van de TCA, onder leiding van oud-politieman Dick Grijpink. Met een roestvrijstalen glimlach en snedige oneliners werpt die alle beschuldigingen steeds ver van zich en deelt intussen ferme sneren uit naar z’n concurrent en de politie, rechters en politiek.

Samen met zijn collega’s wordt Grijpink, een man met een hoofd en manier van doen die bepaald niet hadden misstaan in de misdaadserie Penoza, geassocieerd met allerlei dubieuze zaken: onrechtmatige verrijking, belastingontduiking, intimidatie, omkoping en witwassen. De Amerikaanse term ‘racketeering’ valt ook. Afpersing van z’n eigen mensen. Als de eerste de beste maffiabaas.

Wanneer de verhoudingen verharden en zijn chauffeurs niet meer zo gemakkelijk in het gareel zijn te krijgen, begint Grijpink, de onmiskenbare ‘schurk’ van deze straffe serie, zich zelfs te omringen met een eigen ‘controledienst’ van kooivechters. Misdaadjournalist Paul Vugts kwam ermee in aanraking. ‘Wat zal ik met hem doen?’ zou één van hen dreigend hebben gezegd. ‘Neusje of ruggetje?’

Joey Boink pelt deze gelaagde zaak in deze vierdelige serie, die is gebaseerd op het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Sander ’t Sas en zijn bekroonde podcast voor BNR, gestructureerd af. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de voormalige TCA-chauffeurs Cees Meester en Jan den Hartog. Zij hebben zich, met gevaar voor eigen leven, opgeworpen als klokkenluider.

Hun herinneringen aan de tijd waarin ze meer en meer onder vuur komen te liggen bij de TCA, worden verder ingekaderd door onder anderen ‘t Sas, voormalig minister Tineke Netelenbos, Taxi Direkt-directeur Peter Fonckert, politiecommissaris Ad Smit, TCA-advocaat Rob IJsendijk, misdaadjournalist John van den Heuvel en de zoon van Peter R. de Vries, advocaat Royce de Vries.

Zij schetsen een ontluisterend beeld van de hoofdstedelijke taxiwereld, die wordt gedomineerd door een uiterst dubieuze monopolist, met vermoedelijk directe banden met de penoze. Boink omkleedt de verklaringen van zijn bronnen – Grijpink en z’n medebestuurders wilden overigens niet meewerken – met treffend archiefmateriaal, spannende reconstructiebeelden en smakelijke (volks)muziek.

Zo ontstaat een even stemmige als enerverende vertelling over de verwevenheid van onder- en bovenwereld, die tijdens De Taxioorlog voor eenieder zichtbaar werd – niet voor het eerst en zeker ook niet voor het laatst.

Death In Gaza

BBC

‘Israëlische burgers zijn in de afgelopen tijd het slachtoffer geweest van dodelijke terreuraanslagen door militante Palestijnen’, meldt een tekst aan het begin van de documentaire Death In Gaza (80 min.). Die vervolgt: ‘Israëlische kiezers hebben een leider gekozen die heeft beloofd dat hij verdachte militanten in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever zal opjagen en doden.’ Alleen het jaartal (2000) en de naam van die leider (Ariel Sharon) zijn niet meer accuraat, maar verder is die tekst bijna 25 jaar na dato nog altijd volstrekt actueel.

Begin 2003 zijn de 34-jarige Britse cameraman James Miller en verslaggever Saira Shah naar de Gazastrook vertrokken voor een documentaire over hoe ‘t is om op te groeien in een conflictgebied. Slechts enkele maanden later, op 2 mei, zal Miller met zijn eigen leven betalen voor die missie. Samen met Shah heeft hij dan al enkele Palestijnse kinderen geportretteerd, aan hun Israëlische tegenhangers zijn ze nooit toegekomen. Deze schrijnende film uit 2004, bekroond met enkele BAFTA- en Emmy Awards, vormt de indringende nalatenschap van de gesneuvelde cameraman.

Een documentaire met ontwapenende Palestijnse kinderen en hun tragische verhalen. ‘Hij is zo aardig voor mij’, zegt de twaalfjarige Mohammed bijvoorbeeld over zijn boezemvriend Ahmed. ‘Ik wil ook aardig zijn voor de hele wereld. Behalve voor onze vijanden, de Joden.’ Niet veel later krijgt Ahmed door gemaskerde paramilitairen een raketwerper in de hand gedrukt. Zodat hij er alvast aan kan wennen. De elfjarige Abdul Sattar kan ook bijna niet wachten tot hij zijn speelgoedgeweer, waarmee hij met zijn vriendjes gedurig het spelletje ‘Joden en Arabieren’ speelt, mag inruilen voor een werkend exemplaar.

‘Het leven is een en al wanhoop’, constateert het zestienjarige meisje Najla ondertussen somber. ‘Ik heb al acht jonge familieleden verloren.’ En in deze film zal er opnieuw een martelaar bijkomen. De kinderen en hun directe omgeving lijken intussen volledig vertrouwd met het oorlogsjargon, dat nog altijd wordt gebezigd in het conflict tussen de Israëli’s en Palestijnen. Termen als: Intifadah, bulldozergeweld, stenen gooien, nederzettingen, zelfmoordaanslag, de bezetter, Jihad en, ja, martelaren. Hun namen zijn op de muren gekalkt, zodat zij niet tot de naamloze slachtoffers van dit eindeloze conflict gaan behoren.

En dan bereiken Miller, Shah en hun medewerkers in deze grimmige documentaire – waarin hun werkoverleg, dat normaal gesproken wordt weggeknipt, laat horen hoe ze te werk gaan en een opzwepende soundtrack de dramatiek van alle gebeurtenissen nog eens extra aanzet – de laatste dag van hun bezoek aan de Gazastrook: vrijdag 2 mei 2003. De dag waarop zowel de film zelf als het leven van de maker ervan zal eindigen. De contouren van Millers tragische dood, waarbij een witte vlag en alle afgegeven signalen dat ze journalisten zijn toch niet mogen baten, worden vereeuwigd door een lokale filmcrew.

Van maker is James Miller dan definitief onderwerp geworden van deze film: dood in Gaza.

Vroeg Verloren

VPRO

‘Ik vind ‘t voor haar heel erg’, zegt Liesbeth Rasker, terwijl ze volschiet bij de gedachte aan haar moeder. Die overleed ruim 25 jaar geleden, toen zij een kind van tien was. ‘Ze heeft ons in bed gestopt en geweten: ik ga vanavond d’ruit. Dat kun je je toch niet voorstellen, dat je je kind in bed legt en weet: ik ga haar nooit meer zien.’

Rasker heeft volgens eigen zeggen heel lang ‘de act van: het heeft mij niks gedaan, het heeft mij niet aangetast’ uitgevoerd. Die tijd ligt achter haar. Toen schrijfster Renate Dorrestein – de beste vriendin van haar moeder, die lang als een soort surrogaatmoeder voor Liesbeth en haar zus heeft gefungeerd – in 2018 overleed, ging haar steun en toeverlaat nóg een keer dood.

Net als haar moeder Liesbeth Hendrikse (1954-1998), die van 1989 tot 1994 de eerste hoofdredactrice was van de Nederlandse Elle, is Rasker in de journalistiek beland. Zij werkt als reisjournalist, schrijfster en podcastmaakster en gebruikt de vaardigheden die ze zo heeft verworven nu om haar moeder beter te leren kennen en haar eigen verdriet te exploreren.

Ze gaat bijvoorbeeld in gesprek met enkele lotgenoten, die eveneens op jonge leeftijd een ouder verloren, en bezoekt haar vader, zus en hun vroegere oppas. Ze kan tevens putten uit audio-opnamen van gesprekken die Renate Dorrestein met haar moeder voerde in de allerlaatste levensfase van haar leven. Liesbeth kan dus de stem horen van de vrouw naar wie ze is vernoemd.

Dorrestein maakte een boek van die gesprekken: De Stem Van Je Hart. Want dat was de grootste les van Liesbeths moeder: bij moeilijke dingen in het leven win je advies in bij de mensen om je heen en dan ga je luisteren naar wat je hart je ingeeft. ‘Ik denk dat ik die stem moet bloot leggen en ernaar gaan luisteren’, constateert haar dochter nu. ‘Vaker dan dat ik nu doe.’

De documentaire Vroeg Verloren (58 min.) van Tessa Louise Pope is de sensitieve weerslag van dat persoonlijke proces, waarin Liesbeth Rasker naar zichzelf en haar omgeving moet erkennen dat het overlijden van haar moeder toch ook haar heeft getekend. Als volwassen vrouw ziet ze dit voor het eerst onder ogen en raakt weer meer vertrouwd met haar moeder via familievideo’s.

‘Inmiddels merk ik dus door dit allemaal dat ik ‘t ook best wel erg vind voor mezelf’, bekent ze uiteindelijk tegen haar jongere zus Barbara, die vijf jaar was toen hun moeder overleed en deze kerngebeurtenis uit hun beider leven dus heel anders heeft beleefd. Samen met hun vader herontdekken ze de vrouw die zij voor hen was en de relatie die ze met haar hadden én hebben.

Dit is een intiem en tegelijk universeel proces, over gedeeld verdriet dat niet vanzelfsprekend wordt gedeeld, dat in deze film integer in beeld wordt gebracht.

Trailer Vroeg Verloren

Cult Massacre: One Day In Jonestown

Disney+

‘Gisteravond gaf iemand me dit briefje’, zegt Don Harris, verslaggever van de Amerikaanse televisiezender NBC, terwijl hij een velletje papier overhandigt aan Jim Jones. De sekteleider kijkt er misprijzend naar. ‘Dat bedoel ik’, zegt hij uiteindelijk. ‘Hij wil zijn zoon hier achterlaten. Waarom zou hij dat doen als Jonestown zo slecht is?’ Harris laat zich echter niet afbluffen. ‘Baart het je geen zorgen dat deze man, één van de mensen in deze groep…’ Hij wordt bruusk onderbroken door Jones. ‘Mensen spelen spelletjes, vriend. Ze liegen en liegen. Wat kan ik daaraan doen?’ Ga alsjeblieft weg, bijt hij de televisiejournalist toe. ‘Wie wil gaan, kan gaan.’

Slechts zes uur later, op die fatale achttiende november 1978, zijn ruim negenhonderd volgelingen van Jones dood. De leider van de Amerikaanse Peoples Temple, enkele jaren daarvoor uitgeweken naar Guyana, heeft ook zijn eigen leven beëindigd. Op de valreep heeft hij bovendien enkele bezoekers, onder wie het congreslid Leo Ryan en Don Harris, meegenomen naar het hiernamaals. Volgens oud-sektelid Tim Carter moet dat briefje de druppel zijn geweest voor Jim Jones, een man die is weggezonken in z’n eigen paranoia. ‘Hij voelde zich verraden’, zegt Carter in Cult Massacre: One Day In Jonestown (132 min.). ‘Hij zag elk vertrek als een persoonlijk verraad.’

Documentairemaakster Marian Mohamed concentreert zich in deze driedelige docuserie vrijwel volledig op het tragische einde van de Peoples Temple, een christelijke kerkgemeenschap die ooit zeer hoopvol en tolerant begon in de Verenigde Staten. Ze kan daarbij gebruik maken van een overvloed aan unheimisch beeldmateriaal en audio-opnames uit de laatste uren van Jonestown en van de getuigenissen van enkele kerkleden en ooggetuigen, die ternauwernood aan het redeloze geweld wisten te ontsnappen. Een aardige troef is ook Jones’ zoon Stephan. Hij wil het beeld van zijn vader corrigeren: die was eerder knettergek dan de verpersoonlijking van het kwaad.

Stephan Jones verblijft ten tijde van het bloedbad overigens in Georgetown, de hoofdstad van Guyana. Hij vreest dan al met grote vreze en probeert zich te distantiëren van zijn vader. De beelden uit Jonestown en geluidsopnamen van Jones brengen diens gruweldaad indringend tot leven. Eerst de honderden mannen, vrouwen en kinderen die lamgeslagen en bedrukt voor zich uitkijken. Dan de stem van hun leider: ‘Geef je leven met waardigheid, niet met tranen en kwelling.’ En tenslotte de beelden van levenloze lichamen, het in tweeën gesneden vat met cyanide en de bekers waarmee de kerkleden, ongetwijfeld onder druk, dat gif hebben ingenomen.

De schokkende gebeurtenis die als een collectieve zelfmoord het geheugen is ingegaan blijkt in werkelijkheid toch vooral een brute massamoord. De weinige overlevenden dragen het ontzaglijke drama vanzelfsprekend voor de rest van hun bestaan met zich mee. Al kan Jonestown ook inspireren, bewijst het bijzondere verhaal van Leo Ryans medewerker Jackie Speier. Dertig jaar na zijn overlijden, in het voorjaar van 2008, wordt zij geïnstalleerd als vertegenwoordiger van Ryans district in het Amerikaanse congres. ‘Als je de dood in de ogen kunt kijken en overleeft’, zegt Speier aan het slot van deze indringende miniserie, ‘geeft het je het gevoel dat je alles kunt doen.’

Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

NTR

Elke keer als ze een rode lijn overgaat, ontdekt ze een nieuwe. ‘Het is net een doolhof dat een labyrint vormt’, zegt de Egyptische cartooniste Doaa el-Adl in de documentaire Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom (50 min.) van regisseur Nada Riyadh, onderdeel van de Draw For Change-serie. ‘Ik wou dat er geen beperkingen bestonden en dat ik vrij was om met mijn eigen ideeën te komen. Dat wens ik elke dag dat ik aan het werk ben.’

El-Adl’s vaste redacteur Amro Sélim, met wie ze al dertien jaar samenwerkt, is van mening dat een cartoonist de grenzen van de vrijheid van meningsuiting moet oprekken. Dat is bepaald geen sinecure in een land als Egypte, waar de Moslimbroederschap nog altijd een belangrijke positie inneemt en menige collega al naar het buitenland is uitgeweken. In de wetenschap ook dat cartoonisten zoals zij, getuige de bloedige aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015, zomaar doelwit kunnen worden van lieden die weinig respect hebben voor de vrijheid van meningsuiting.

Toen Doaa el-Adl begon te tekenen, keek ze nog, zonder dat ze het zelf echt doorhad, vanuit een traditioneel mannelijk perspectief naar de wereld. De vrouwenfiguren die uit haar tekenpen vloeiden, vertelt ze zelfkritisch, voldeden aan alle stereotypen. Gaandeweg is El-Adl zich echter steeds bewuster geworden van haar eigen positie en heeft ze zich ontwikkeld tot een geduchte tegenstander van eenieder die vrouwen wil beknotten, kleineren of beschadigen. Daarmee voegt ze een eigen perspectief toe aan het maatschappelijke debat. Dat is alleen niet zonder gevaar.

In haar messcherpe werk neemt Dooa El-Adl bijvoorbeeld genitale verminking, groepsverkrachting en de achtergestelde positie van vrouwen in het algemeen op de korrel. Daar zit bepaald niet iedereen op te wachten. Nada Riyadh heeft deze cartoons vanzelfsprekend een prominente plek gegeven in dit boeiende portret van een moedige vrouw, die van geen wijken wil weten en vanuit eigen land blijft werken. ‘Ben je bang dat er iets met je gebeurt?’ vraagt Riyadh nog aan haar protagonist. Die geeft er de voorkeur aan om die vraag niet te beantwoorden.

Trailer Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

Citizenfour

Dogwoof

‘Het is jouw beslissing of en hoe je mijn betrokkenheid met de wereld wilt delen’, schrijft de anonieme bron aan documentairemaakster Laura Poitras. ‘Het heeft mijn voorkeur dat je gewoon man en paard noemt. Niemand, zelfs de mensen die het dichtst bij me staan, is op de hoogte van mijn plannen. Het zou niet fair zijn als zij er desondanks de gevolgen van moeten dragen. Jij kunt dat als enige voorkomen. Nagel mij onmiddellijk aan het kruis, in plaats van me als bron te beschermen.’

Poitras en de onbekende persoon die haar in januari 2013 heeft benaderd, onderhouden dan al enkele maanden contact met elkaar en hebben onlangs een afspraak gemaakt voor een ontmoeting in Hongkong. Op 3 juni sluit op verzoek van Citizenfour (113 min.) ook journalist Glenn Greenwald aan, voor wat een serie ontmoetingen op een hotelkamer zal worden, die in totaal acht dagen in beslag neemt. Voor de camera heeft een bedachtzame 29-jarige man plaatsgenomen, die de wereld zal leren kennen als de klokkenluider Edward Snowden.

Als contractant voor de CIA en NSA is hij er getuige van geweest hoe Amerikaanse inlichtingendiensten illegaal informatie verzamelen over mensen en organisaties in binnen- en buitenland. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn hun bevoegdheden steeds verder opgerekt. Inmiddels reikt de lange arm van Uncle Sam verder dan wie dan ook goed lijkt. Telefoons worden afgeluisterd, e-mails gelezen en zoekopdrachten op Google nagetrokken. Snowden kan niet langer leven met deze gigantische inbreuk op de privacy.

Om te illustreren dat hij echt overal rekening mee houdt, gooit hij een rode doek over zich heen voordat hij een wachtwoord invoert bij zijn laptop. ‘Ik denk dat we inmiddels op het punt zijn aanbeland waarop niets ons nog verrast’, reageert Glenn Greenwald grappend. Alle aanwezigen in die hotelkamer, waar ook Ewen MacAskill van The Guardian is aangesloten, lijken inmiddels gestoken door het ‘paranoia-beestje’. En dan gaat het brandalarm af. Het is een onwerkelijk tafereel. Wat nu? Is het een oefening? Of toch een slinkse poging om de geheime meeting te hacken of ontregelen?

Als zijn onthullingen even later naar buiten beginnen te komen, valt de spanning voor Edward Snowden enigszins weg: hij weet dat zijn tijd nu beperkt is. Vroeger of later zal hij worden ingerekend. De klokkenluider wil echter laten zien dat hij niet bang is en zich ook nergens voor schaamt. ‘Ik wil me niet verbergen of op de vlucht gaan’, zegt hij tegen Greenwald, die zich afvraagt hoe hij in zijn publicaties moet omgaan met de identiteit van zijn bron. ‘Dat zou ook niet nodig moeten zijn’, stelt Snowden, waarschijnlijk tegen beter weten in.

Poitras is er ondertussen getuige van hoe in die hotelkamer geschiedenis wordt geschreven en legt dat sober, een beetje droog en traag zelfs, vast voor de eeuwigheid. De focus moet in Citizenfour, waarmee ze de Oscar voor beste documentaire van 2014 won, te allen tijde blijven liggen op de inhoud van Snowdens boodschap en de implicaties daarvan – en op de gevolgen voor hemzelf, de man die tot nader order de rol van Amerika’s staatsvijand krijgt toebedeeld.

Wat Is Het Waard?

Mave Media / BNNVARA

Aan de hand van drie concrete casussen belichten Max Vessies en Gonzalo Ochoa in de korte docu Wat Is Het Waard? (25 min.) het toenemende geweld tegen Nederlandse journalisten. In 2023 werden bij Persveilig, een organisatie die zich ten doel heeft gesteld om ‘de positie van journalisten te versterken tegen geweld en agressie op straat, op social media en tegen juridische claims’, maar liefst 218 incidenten met journalisten gemeld.

In Göteborg, waar hij samen met zijn Zweedse vriendin woont, vertelt podcasthost, columnist en programmamaker Sander Schimmelpenninck bijvoorbeeld over hoe hij vanuit extreemrechtse hoek aanhoudend wordt bestookt met bedreigingen, laster en stalking. Tot handgeschreven brieven aan zijn Zweedse schoonfamilie aan toe. Schimmelpenninck vindt het daarom wel zo prettig om buiten Nederland te wonen. In Zweden voelt hij zich veiliger, vertelt hij tijdens het uitlaten van de hond.

De Rotterdamse journaliste Tara Lewis werd in 2022 ernstig bedreigd na een column in NRC over de Roze Kameraden, de LHBTIQ+-supportersvereniging van de voetbalclub Feyenoord. Op een gegeven moment adviseerde de politie haar zelfs om tijdelijk haar woning te verlaten, omdat er vanuit de harde kern van de club concrete plannen zouden zijn om dat in brand te steken. Intussen wilde Lewis zelf gewoon wedstrijden van Feyenoord kunnen blijven bezoeken in stadion De Kuip.

Misdaadjournalist Paul Vugts tenslotte kreeg in de nazomer van 2017 concrete aanwijzingen dat er voor hem een moordopdracht was afgegeven. Uit zijn publicaties in het Parool hadden criminelen opgemaakt dat Vugts nog veel meer moest weten dan hij al had opgeschreven en op basis daarvan geconcludeerd dat hij daarom maar beter uit de weg kon worden geruimd. Vugts leefde vervolgens een aanzienlijke periode in een safehouse en mocht alleen met beveiliging de straat op.

De ervaringen van Schimmelpenninck, Lewis en Vugts maken tastbaar hoe kwetsbaar kritische journalisten kunnen worden in de huidige maatschappelijke verhoudingen en hoeveel moed en doorzettingsvermogen het dan van hen en hun directe omgeving vraagt om dat werk gewoon te vervolgen. De opzet en lengte van deze film laten echter niet toe dat zij verder gaan dan het simpelweg delen van wat hen is overkomen en welke rol dat nu nog speelt in hun leven.

Dat volstaat weliswaar om de problematiek (nogmaals) te agenderen, maar laat ook nog het nodige te wensen over.

Ukraine’s War: The Other Side

Otherside Press / VPRO

Collega’s hebben ‘t hem afgeraden. Ze zijn er zeker van dat hij toch de waarheid niet zal kunnen vertellen. De Britse oorlogsjournalist Sean Langan laat zich daardoor echter niet weerhouden. In oktober 2022, acht maanden na de Russische inval in Oekraïne, vertrekt hij naar Rusland en het door de Russen bezette deel van Oekraïne, de Donbas-regio, voor Ukraine’s War: The Other Side (88 min.).

Op dat moment lijkt Oekraïne aan de winnende hand, in een oorlog die zeker in de Donbas al sinds 2014 woedt. De Russische president Poetin heeft dan net een gedeeltelijke militaire mobilisatie afgekondigd, in de hoop het tij te kunnen keren. Langan, die als jonge buitenlandcorrespondent verslag deed van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, heeft van de Russische autoriteiten een persvisum gekregen om zelf poolshoogte te gaan nemen. Hij wordt begeleid door een lokale fixer. De Brit vraagt zich alleen af of deze Sasha voor hem werkt of in werkelijkheid is ingehuurd om over hem te rapporteren.

De ervaren Britse journalist heeft eerder met dit bijltje gehakt. In de documentaire The Hostage Takers (2023) moest hij bijvoorbeeld twee leden van ‘The Beatles’ van Islamitische Staat te vriend houden, om hen informatie over gegijzelde westerlingen te kunnen ontfutselen. Sean Langan blijft in zulke situaties lang vriendelijk en beleefd, maar stelt wel de vragen die gesteld moeten worden, bijvoorbeeld als de Russische militaire blogger Timofey Yermakov begint te oreren over de naziregering in Kyiv. En met zijn voice-over kadert Langan z’n belevenissen in en deelt de gedachten en bedenkingen die hij daarbij heeft.

Tijdens zijn reizen, onderbroken door tripjes naar huis en het opnieuw aanvragen van een visum, spreekt de oorlogsjournalist met allerlei Russische militairen: jonkies, oude rotten en hardliners. Onderweg, in de loopgraven of aan het front. Een man die van 2001 tot 2011 in de Oekraïense marine diende en nu zowaar aan Russische zijde vecht, vertelt dat hij zelf ook niet helemaal begrijpt hoe het zover heeft kunnen komen. Hij beschouwt Oekraïne tegenwoordig echter als onderdeel van Rusland, zegt hij. Mannen zoals hij papegaaien nogal eens ongegeneerd de alomtegenwoordige Russische propaganda na.

In Donetsk ontmoet Langan gewone burgers die proberen te overleven terwijl de stad onder vuur wordt genomen, zoals Nina en haar kleindochter Yulia. De tiener kan zich nog herinneren hoe Rihanna en Beyoncé bij hen kwamen optreden. Nu leeft ze met haar oma in de wetenschap dat elke dag de laatste kan zijn. Dat gevoel, van burgers en voetsoldaten die vaak door een wrede speling van het lot in deze oorlog terecht zijn gekomen, overheerst in deze boeiende film die een ander – en toch ook een min of meer vergelijkbaar – perspectief toont op de oorlog die nu al ruim twee jaar voortwoekert.

Hitler: A Life In Pictures

BBC / HBO Max

‘Hij is de architect van één van de grootste rampen ooit’, stelt historicus Keith Lowe bij aanvang van elke aflevering van Hitler: A Life In Pictures (176 min.). ‘De meest gefotografeerde leider van het begin van de twintigste eeuw’, vult verteller David Harewood aan. ‘Hij oefende z’n poses urenlang voor de spiegel’, beweert professor Maiken Umbach zelfs. ‘Elke foto was een optreden.’

Aan de hand van zeldzame en gedigitaliseerde beelden belicht deze vierdelige serie van Jonathan Mayo de opkomst en ondergang van Adolf Hitler, een leider die heel zorgvuldig zijn eigen imago heeft geconstrueerd en ondertussen delen van zijn ware identiteit aan het oog probeerde te onttrekken. ‘Hitler schiep een ongekend beeld van politieke roem dat daarvoor nog niet bestond’, stelt historicus Guy Walters. ‘De manipulatie van de media, de presentatie van zichzelf, is te vergelijken met wat film- en popsterren tegenwoordig doen.’

Kijkend naar de propagandafoto’s die Hitlers persoonlijke fotograaf Heinrich Hoffmann van zijn leider maakte bij de Anschluss van Oostenrijk in 1938, ziet professor Nicholas O’Shaugnessy bijvoorbeeld dat hij consequent wordt geportretteerd als ‘de Messias van een seculiere religie’. De fotograaf voedt volgens hem de Führercultus. ‘Hoffmann creëert, zoals zo vaak, een symbolisch beeld. Hitler is het stille middelpunt van een draaikolk van opperste extase, waarin het volk bevangen raakt door een soort opperste euforie.’

Hoffmann, die zich dan ook al bedient van Photoshop-trucs avant la lettre, is daarmee een cruciale figuur in de beeldvorming rond de Führer. Ook filmmaakster Leni Riefenstahl, verantwoordelijk voor de nazi-propagandafilm Triumpf des Willens, en cameraman Walter Frentz spelen een essentiële rol in de constructie van Adolf Hitlers imago als leider, volksheld en krijgsheer, stellen diverse historici, beelddeskundigen en psychologen (waarbij Mayo, via B-roll beelden, tevens de setting laat zien, waarbinnen zij zijn geïnterviewd).

Tegenover zijn publieke profiel, eerder al onderzocht in de Nederlandse serie Hitler En De Macht Van Het Beeld (2022), staat de privépersoon Adolf Hitler. Die is te zien in de homemovies van zijn vriendin Eva Braun. Zij filmde ook regelmatig bij de Berghof, Hitlers huis op de Obersalzberg in de Beierse Alpen. De beelden, waarop haar man ontspannen verpoost met nazi-kopstukken zoals Joseph Goebbels, Heinrich Himmler, Martin Bormann, Reinhard Heydrich en Albert Speer, waren lang spoorloos, maar doken uiteindelijk weer op.

Zeker zo interessant is de achterkant van het naziregime zelf, die in deze boeiende miniserie naar voren komt in opgediepte foto’s en filmpjes. Zoals een uitstapje van de SS’ers van het vernietigingskamp Auschwitz en hun echtgenoten. In de natuur bij de zogenaamde Solahütte houden zij een ontspannen wedstrijdje bosbessen eten. ‘Het is opzichtige, agressieve pret, in weerwil van alles’, stelt Maiken Umbach. ’Dit is geen onschuldig vermaak. Ze zitten letterlijk in de schaduw van de grootste genocide ooit.’

Tegenover het beeldenbombardement van de nazi’s konden hun slachtoffers slechts hun eigen menselijkheid plaatsen. De Joodse fotograaf Henryk Ross besloot bijvoorbeeld om het gewone leven in het getto van de Poolse stad Lódz vast te leggen. Behalve de verschrikkingen van de oorlog liet hij tevens een verliefd stelletje, een kinderfeestje en een moeder die haar kind kunst zien. Ook deze foto’s hebben de tand des tijds doorstaan en definiëren nu het tijdperk van Adolf Hitler, dat onuitwisbare beelden heeft nagelaten.

We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks

Universal Pictures

De slogan is even provocerend als zelfvoldaan: ‘WikiLeaks: giving us the truth when everyone else refuses to.’ Op het levensgrote billboard, langs een Amerikaanse weg, staat tevens een ‘holier than thou’- achtige foto van voorman Julian Assange. Die neemt tijdens interviews ook geen blad voor de mond en noemt WikiLeaks zonder terughoudendheid ‘de machtigste inlichtingendienst op aarde, een inlichtingendienst van het volk’.

Als Alex Gibney in 2013 de documentaire We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (129 min.) oplevert, is Assange alomtegenwoordig in de media. Zijn klokkenluiderswebsite WikiLeaks heeft in 2010 de spraakmakende Collateral Murder-video, waarin is te zien hoe een Amerikaanse gevechtshelikopter in Irak gewone burgers en journalisten neermaait, de wereld in gestuurd. En hijzelf geldt als een belangrijke voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die structureel de gevestigde orde tegen de haren in blijft strijken – en zo ook het noodlot tart.

Inmiddels zit Assange alweer zo’n twaalf jaar vast in Groot-Brittannië, waar hij vecht tegen uitlevering aan de Verenigde Staten (vervat in de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange). Ook zijn reputatie ligt aan gruzelementen: WikiLeaks zou tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 hebben samengespannen met Rusland, om Donald Trump aan de winst te helpen. Hij is een banneling geworden. Een dubieuze figuur, waarvoor alleen verstokte strijders voor de persvrijheid zich nog sterk maken. Van de Robin Hood-achtige status die Assange ooit genoot, is niets meer over.

Gibney verdiept zich in het verleden van zijn enigmatische hoofdpersoon. Als de hacker Mendax, alias Nobele Leugenaar, is hij in zijn geboorteland Australië betrokken geweest bij diverse ontregelende acties. Hij ontleedt verder alle controverses waarin Assange verzeild raakt en laat tegelijk zien hoe hij overduidelijk geniet van alle aandacht die hem ten deel valt. In de slipstream van de permanente commotie rond Julian Assange voltrekt zich ondertussen het drama rond de klokkenluider Bradley Manning, die vanuit Bagdad ultrageheime informatie naar WikiLeaks heeft doorgespeeld.

‘I just… couldn’t let these things stay inside of the system and inside of my head’, schrijft deze bradass87 in vertrouwelijke berichten aan de Amerikaanse hacker Adrian Lamo. ‘I’m just weird, I guess. I… care?’ Informatieanalist Manning, die later in transitie zal gaan en zich dan Chelsea begint te noemen (zoals is te zien in de documentaire XY Chelsea), wordt er vervolgens ingeluisd door Lamo, een man die, getuige bijvoorbeeld een scène waarin hij opzichtig met een ‘snitch’-pet poseert, in zijn eigen spionagefilm lijkt te leven. Hij zorgt ervoor dat Manning wordt gearresteerd.

Intussen komt Julian Assange ook steeds meer onder vuur te liggen vanwege vermeend seksueel geweld tegen twee Zweedse vrouwen, de basis voor de penibele situatie waarin hij ruim tien jaar later nog altijd zit. Alex Gibney spaart de onverbeterlijke ‘selfkicker’, die als kat in het nauw rare sprongen begint te maken, niet in deze intrigerende, spannende en fraai vormgegeven film. Tegelijkertijd kraakt hij ook harde noten over de manier waarop Assange door zijn tegenstanders wordt aangepakt, waarbij de vraag boven de markt hangt of ook hij erin is geluisd.

Voor Chelsea Manning, die een zware periode beleeft in detentie, heeft Gibney duidelijk meer compassie. Zij is uiteindelijk de ware held van We Steal Secrets.

Secrets Of Prince Andrew

Bitachon365 / Candle Media

Het vuurtje dat hij op televisie uit had willen trappen ontploft als een bom in zijn gezicht. Op 14 november 2019 geeft de Britse prins Andrew een rampzalig interview aan het BBC-programma Newsnight (op basis waarvan onlangs overigens de speelfilm Scoop is gemaakt). Sindsdien is zijn naam onlosmakelijk verbonden geraakt met het seksueel misbruik-schandaal rond Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell, dat hem al eerder in verlegenheid had gebracht. ‘Prince & Perv’, kopte The New York Post bijvoorbeeld in 2010. ‘1st Photos: Randy Andy with NYC sex creep.’

Met Newsnight-interviewer Emily Maitlis en -producer Sam McAlister schetst regisseur Paula Wittig in Secrets Of Prince Andrew (170 min.) de totstandkoming van het spraakmakende interview. Dat mondt soms bijna uit in zelfpijperij. De twee zijn nogal verguld met zichzelf en hun rol in ‘the biggest news story in the world’ en ‘the scoop of the century’. Tegelijkertijd hebben McAlister, de vrouw die Andrew langzaam binnen hengelde voor Newsnight, en Maitlis, die als vrouwelijke interviewer helemaal op haar plek was in het gesprek met de losgeslagen prins, natuurlijk ontegenzeggelijk iets teweeg gebracht in een geruchtmakende affaire, waarbij talloze minderjarige meisjes en machtige mannen (waarbij steeds weer de namen vallen van Bill Clinton, Donald Trump én Andrew, de Hertog van York) betrokken zouden zijn geweest.

Dit tweeluik schetst tevens het leven waarvan dit schandaal het publicitaire dieptepunt is; hoe Andrew in de beeldvorming van prins op het witte paard, via onverbeterlijke rokkenjager, verwordt tot een notoire pedo. Onderweg bekent hij zo nu en dan openlijk kleur. Als een jonge corpsbal-achtige uitvoering van de Hertog van York bijvoorbeeld te gast is in het televisieprogramma van Selina Scott flirt de prins heel opzichtig met de knappe presentatrice en dwingt hij haar ook min of meer om zijn bijnaam ‘Randy Andy‘ uit te spreken. Het is een ontluisterende scène. Hier zit duidelijk een man die zijn hele leven nauwelijks is begrensd en zomaar over de grenzen van een ander heen kan gaan.

Zijn gedrag lijkt ook het gevolg van zijn positie als tweede zoon van koningin Elizabeth, die gaandeweg buiten beeld raakt als potentiële troonopvolger en daarna elke vorm van richting lijkt te ontberen. Hij heeft een relatie met de actrice/fotografe Koo Stark, trouwt met en scheidt van Sarah Ferguson en openbaart zich met de jaren steeds nadrukkelijk als een Peter Pan-achtige figuur: een jongen die maar niet volwassen wil/kan worden – en daardoor steeds vaker in botsing komt met de burgersamenleving. Deze ontwikkeling wordt aardig in de verf gezet met vrienden, historici, biografen, koningshuisdeskundigen, advocaten, slachtoffers en beroepsgetuigen, zoals ‘lady’ Victoria Hervey, die er bijna een dagtaak van hebben gemaakt om over de Epstein-zaak te verhalen.

In het laatste deel van deze gedegen terugblik op de Andrew-affaire krijgen alle betrokkenen vervolgens pijnlijke fragmenten uit het gewraakte interview te zien. Daarin openbaart zich een man, die in al z’n arrogantie en wereldvreemdheid, geen oog heeft voor wat Epstein en zijn omgeving – waaronder vermoedelijk ook hijzelf, getuige de verklaringen van Victoria Giuffre – hebben aangericht. Daardoor wordt het Newsnight-interview met Andrew inderdaad een televisiemoment om niet snel te vergeten – al ligt dat uiteindelijk toch echt meer aan het klunzige opereren van de overjarige prins Casanova dan aan het kundige BBC-team.