Onvoorwaardelijk

Submarine / BNNVARA

Hij staat te boek als extreem gewelddadig, onvoorspelbaar en manipulatief en heeft al sinds jaar en dag problemen met het gezag. Voor de Nederlandse vrouw Yolanda, een alleenstaande medewerkster van een verzekeringsmaatschappij, is dat in 2013 echter geen beletsel om contact op te nemen met Billy Tracy. Ze heeft zijn profiel gevonden via de website Write A Prisoner. Het duurt niet lang of de twee zijn verliefd en beginnen elkaar gepassioneerde brieven te schrijven.

Via deze briefwisseling leren zij elkaar kennen – en de kijkers van deze documentaire van Elena Lindemans maken zo kennis met dit toch wel heel erg opmerkelijke koppel. Hun liefde is voorbestemd, meent Yolanda. Terwijl zij gewoon haar kleine Nederlandse leventje leidt, alleen in haar opgeruimde appartement, is ze in gedachten voortdurend bij die man in de Prison Unit in het Texaanse Livingston, die haar overstelpt met romantische teksten. Het is een liefde, waarover menige buitenstaander ongetwijfeld zijn wenkbrauwen fronst: die moet wel ‘too good to be true’ zijn.

De idylle wordt in Onvoorwaardelijk (55 min.) feitelijk alleen verstoord door een zakelijke voice-over die stap voor stap Billy’s gewelddadige geschiedenis doorloopt. En die is bepaald niet mals. Yolanda laat zich daardoor echter niet afschrikken en vertrekt naar de Verenigde Staten, om haar geliefde te ontmoeten en nóg beter te leren kennen. Ze bezoekt zijn ouderlijk huis, gaat langs bij een voormalige celmaat die z’n leven inmiddels op orde lijkt te hebben en spreekt af met enkele lotgenoten. Als ultiem bewijs van haar liefde laat ze ook nog een ‘always Billy’-tatoeage zetten.

Zelfs als in deze unheimische film blijkt dat de oude vos wel zijn haren maar niet zijn streken heeft verloren, wankelt haar liefde in eerste instantie niet. ‘Billy is natuurlijk gewoon mijn vent, mijn man’, zegt ze dan ferm, ogenschijnlijk vooral tegen zichzelf. ‘Ik wist ook gewoon heel sterk: ik blijf bij jou.’ Tegen die tijd heeft Lindemans, die de twee in hun waarde laat en niet opzichtig oordeelt, allang de vraag opgeworpen of Yolanda eigenlijk wel zonder Billy kan – of zonder het idee van een man zoals hij. Een man die onvoorwaardelijk voor haar – en niemand anders – heeft gekozen.

Trailer Onvoorwaardelijk

Once Upon A Time In Northern Ireland

BBC

Ruim 25 jaar geleden, op 10 april 1998, werd het Goedevrijdag-akkoord gesloten. Daarmee kwam er een eind aan ‘The Troubles’, die Noord-Ierland sinds eind jaren zestig in vuur en vlam hadden gezet. Katholieken en protestanten stonden in die dertig jaar recht tegenover elkaar. Republikeinen, die zich los wilden maken van Groot-Brittannië, tegenover loyalisten, die zich daar juist tegen verzetten. Het resultaat was een aaneenschakeling van conflicten, schietpartijen en bomaanslagen.

In de ijzersterke vijfdelige docuserie Once Upon A Time In Northern Ireland (275 min.) brengt James Bluemel de menselijke tol van deze bloedige burgeroorlog in kaart met gewone Noord-Ieren. Van leden van het ondergrondse Republikeinse leger, de IRA, en hun aartsvijanden van de privémilitie Ulster Defence Association (UDA) – fanatiekelingen die de strijd doelbewust hadden opgezocht – tot burgers die ongewild betrokken raakten bij Bloody Sunday, de geruchtmakende hongerstakingen of de zoveelste dodelijke actie.

Zeker de verhalen van willekeurige mensen die plotsklaps werden getroffen door het noodlot, maken diepe indruk. Michael McConville en zijn familie verkeerden bijvoorbeeld dertig jaar in onzekerheid over wat er met zijn moeder Jean was gebeurd. De alleenstaande moeder van tien kinderen werd in 1972 ontvoerd door de IRA. Of het verhaal van June, de vrouw van politieman John Proctor van The Royal Ulster Constabulary. Hij werd in 1981 geliquideerd toen hij in het ziekenhuis naar zijn pasgeboren kind kwam kijken.

En dan zijn er nog de voetsoldaten die veelal met gemengde gevoelens terugkijken op hun eigen betrokkenheid bij The Troubles – en hun partners en kinderen die daar maar mee hadden te leven. Ricky O’Rawe werd bijvoorbeeld gearresteerd tijdens een bankoverval voor de IRA toen zijn vrouw hoogzwanger was. Of Bernadette McDonnell, de tienjarige dochter van de overtuigde Republikein Joe McDonnell. Als kind voelde zij zich verplicht om zijn zaak te bepleiten. Totdat hij na 61 dagen hongerstaking bezweek en een IRA-icoon werd.

‘Als je er nu naar kijkt, is het gestoord’, constateert de ‘vredelievende loyalist’ John Chambers. ‘Maar niet als je geboren bent in een stammenstrijd en je leven wordt bepaald door The Troubles.’ Katholieken zagen er niet uit, stonken en waren voor hem dus de natuurlijke vijand. Chambers liep alleen met een geheim rond: zijn eigen moeder was katholiek. Zo’n detail kon iemand ten tijde van de onlusten in Ulster zomaar fataal worden – al waren er wel degelijk ook Noord-Ieren voor wie religie of politieke voorkeur er niet toe deed.

En toen de Noord-Ierse bevolking zich steeds massaler begon te verzetten tegen het alomtegenwoordige sektarisch geweld – van een aanval op een uitvaart tot een moordaanslag op de gehate Britse premier Margaret Thatcher in een hotel te Brighton – ontstond er zelfs bij de meest geharnaste strijders draagvlak voor een wapenstilstand. In de slotaflevering van deze aangrijpende miniserie reconstrueert Bluemel hoe de verschillende partijen uiteindelijk stapvoets, met zo nu en dan ook een flinke stap achterwaarts, af koersten op vrede.

Die houdt nu al ruim 25 jaar, met veel pijn en moeite, stand.

God Save Texas

HBO Max

Zestien jaar en 265 executies later keert de Amerikaanse filmmaker Richard Linklater (Boyhood en de trilogie Before Sunrise/Sunset/Midnight) terug naar zijn geboortegrond, waar hij in 2003 het protest tegen de executie van Delma Banks Jr. bij de gevangenis van Huntsville bijwoonde. Er zijn tegenwoordig maar liefst zeven gevangenissen in dit deel van Texas. Gedetineerden zijn de drijvende kracht achter de plaatselijke economie geworden. In Hometown Prison (87 min.), onderzoekt Linklater de impact van het gevangenissysteem en de doodstraf op Texas, dat inmiddels meer dan honderd penitentiaire inrichtingen telt.

Het eerste deel van het drieluik God Save Texas, dat is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Lawrence Wright (die overigens in elke aflevering als klankbord voor de filmmaker van dienst fungeert), verbindt de speelfilms die Linklater heeft gemaakt, zijn eigen levensverhaal en gesprekken met de mensen die hij in zijn Texaanse jaren heeft leren kennen. Stuk voor stuk hebben ze te maken gekregen met het justitiële systeem in de Lone Star State: als gedetineerde, bewaarder, advocaat of lid van het executieteam. Het levert een genuanceerde film op – de blikvanger van de drie – waarmee de bekende regisseur uiteindelijk toch duidelijk stelling neemt tegen de gevangenisindustrie in Texas.

Linklaters collega Alex Stapleton probeert in deel 2, The Price Of Oil (55 min.), het zwarte verhaal van Zwart Texas te vertellen – en de rol van de olie-industrie daarin. Ook zij gebruikt daarvoor haar eigen achtergrond en familie. In dat kader keert ze terug naar de periode van de slavernij. Ook toen die officieel werd afgeschaft, bleef de positie van Afro-Amerikanen in Texas penibel. Zo werden zij, in het midden van de twintigste eeuw, door de racistische Jim Crow-wetten bijvoorbeeld nog altijd buiten reguliere woonprojecten voor Amerikanen met een middeninkomen gehouden. Pas toen in 1948 initiatieven zoals Pleasantville ontstonden, leken de kansen voor zwarte Amerikanen te keren.

Juist deze wijken zouden echter met vervuiling door de fossiele industrie te maken krijgen. In haar eigen familie zijn er mensen ernstig ziek geworden, constateert de filmmaakster. Socioloog Robert Bullard van de Texas Southern University noemt het een typisch geval van ‘environmental racism’ door Big Oil. En dat staat volgens Stapleton dan weer niet op zichzelf. ‘Heb je je ooit afgevraagd waarom je nog nooit een zwarte JR Ewing hebt gezien?’ stelt ze, met een verwijzing naar de schurk uit de populaire tv-serie Dallas, in deze degelijke docu een retorische vraag, waarop het antwoord voor de hand ligt. ‘Dat komt omdat alle grote Amerikaanse oliebedrijven een witte CEO hebben.’

In La Frontera (54 min.), het afsluitende deel van deze Texas-trilogie, belicht Iliana Sosa de problematiek in haar geboorteplek El Paso, waar de grens van oudsher een enorme aantrekkingskracht heeft op immigranten uit Midden-Amerika. Sosa’s ouders zijn ook ooit vanuit Mexico overgekomen en hebben daar twee kinderen op de wereld gezet, die zich eerder Amerikaans dan Mexicaans voelen. Prikkeldraad en een heuse muur moeten tegenwoordig voorkomen dat ‘gelukszoekers’ zoals haar ouders de Verenigde Staten bereiken. Het is de weerslag van een tamelijk vijandige houding tegenover immigranten, die in 2019 ook z’n weerslag heeft gekregen in een ‘mass shooting’, waarbij een witte racist ruim twintig mensen doodde in een Walmart in El Paso.

Gezamenlijk schetsen deze drie televisiedocu’s, vanuit het persoonlijke perspectief van drie plaatselijke en toch gerenommeerde filmmakers, een aardig portret van het moderne Texas, dat zich maar moeilijk los kan maken van zijn beladen historie en ook in het heden nog z’n pregnante issues heeft.

Jorik

Prime Video

De wereld heeft Jorik Scholten leren kennen als Lil’ Kleine. Al snel zijn de twee niet meer van elkaar te onderscheiden. De gebutste jongen en zijn provocerende alter ego, de rapper met de stoere praatjes en losse handjes. Ook voor hemzelf niet. Hij gaat van het ene in het andere feest. Nachten doorhalen. Zuipen, snuiven, knokken. Totdat zijn vriendin Jaimie Vaes, met wie hij ook een zoontje heeft, via het juicekanaal Life Of Yvonne een video naar buiten brengt, waarin Kleine haar bij zijn auto mishandelt. Er zijn beroemdheden voor minder gecanceld.

Hoog tijd om Jorik (111 min.) weer eens achter die dekselse Lil’ Kleine vandaan te halen. De man die nu eindelijk eens wil afkicken, de vader die weigert om zijn kind op te geven en de zoon die zich beschadigd voelt door zijn eigen moeder (en nog altijd opzichtig de goedkeuring zoekt van ‘papa’). Samen met zijn vader, moeder, zus, advocaat, bodyguard, producer, reclasseringsambtenaar en enkele vrienden doet Jorik Scholten in deze driedelige serie van Nick Hoedeman, die is gefilmd in de periode na het auto-incident, een poging om zijn imago van ‘Pauperkabouter’ te ontmantelen.

Soms ligt dat er wel heel dik bovenop, bijvoorbeeld als hij voor het eerst in tien maanden, voor de camera, weer contact mag hebben met zoontje Lío. Na een kort gesprekje via FaceTime volgt een emotionele ontlading. En natuurlijk probeert hij ook het veelbesproken incident met Jaimie, dat hem als artiest miljoenen zou hebben gekost, in perspectief te plaatsen. Ze waren allebei ‘helemaal wappie’, stelt hij nu. Nuchter zou de situatie nooit zo uit de hand zijn gelopen. ‘Het is natuurlijk mijn fout. Maar het kan wel in een relatie gebeuren. Helemaal in een relatie zoals waar wij in zaten.’

Alle goede voornemens ten spijt begint het bloed gaandeweg toch weer te kruipen waar het niet gaan kan. Zijn manager Breghje spreekt hem – is ‘t Jorik of toch weer Lil’ Kleine? – erop aan dat hij weer regelmatig stevig lijkt te drinken en zich dan ook ontremd gedraagt. In een poging om zijn leven te beteren neemt de omstreden rapper nog maar eens de wijk naar Thailand. Maar of hij écht in staat en bereid is om zichzelf bij te sturen? De vraag stellen is…  – hoezeer Hoedeman ook, zeker tegen het einde van deze miniserie, de nadruk probeert te leggen op de kwetsbare kant van zijn hoofdpersoon.

‘Jezelf zijn is het allermooiste’, hoor je Jorik in de slotscène zeggen, terwijl hij een verjaardagstaart voor Lío aansnijdt. ‘Heel veel mensen zijn niet hunzelf. Dat was ik ook een hele lange tijd niet, maar het allermooiste is om jezelf te zijn met wat je vader en je moeder je hebben geleerd. De fouten van je vader en de fouten van je moeder, de goeie dingen en de slechte dingen van je ouders. En ik heb ervaren hoe ’t is om mezelf te zijn’ Scholten zit inmiddels ’s avonds op een stoel, ogenschijnlijk kwetsbaar en in een reflectieve bui. ‘En daar ben ik wel trots op…’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Ja.’

Vanachter de onkwetsbare rapper, die in zijn blote bast een kolkende menigte naar zijn hand zet, lijkt een kwetsbaar joch tevoorschijn te zijn gekomen. Het is alleen wel heel moeilijk om dit tafereel los te zien van de bedoeling van deze miniserie: de boeman Lil’ Kleine weer terugbrengen tot menselijke proporties en zijn carrière een doorstart geven.

I Am Andrew Tate

Channel 4

Achteraf bezien lijkt het de goden verzoeken. ‘Ik heb nog geen enkele negatieve interactie gehad met een vrouw sinds ik de grootste vrouwenhater ter wereld ben genoemd’, stelt Andrew Tate met z’n gebruikelijke bravoure tijdens een interview in het televisieprogramma Piers Morgan Uncensored in december 2022. ‘Sterker: geen enkele vrouw heeft me beticht van een misdaad, beschuldigd van verkrachting of ook maar iets gezegd over wat ik fout heb gedaan in de voorbije 36 jaar.’

Negen dagen later wordt Andrew Tate samen met zijn jongere broer Tristan gearresteerd in de Roemeense hoofdstad Boekarest. De twee worden beschuldigd van georganiseerde misdaad en mensenhandel, vrouwenhandel in het bijzonder. De Brits-Amerikaanse realityster, kickbokser, webcamondernemer, pooier, influencer, coach, jongensfluisteraar, ophefmaker, agressor en, ja, seksist is dan net begonnen met filmen voor de documentaire I Am Andrew Tate (82 min.).

Regisseur Marguerite Gaudin heeft dit ongeautoriseerde portret dus vooral met al bestaand – en soms nog niet eerder vertoond – materiaal en mensen uit zijn directe entourage (waaronder enkele geanonimiseerde meisjes, die voor hem werkten en Tate nu beschuldigen van seksueel geweld) moeten maken. Samen met enkele critici en gezworen fanboys schetsen zij een ontluisterend beeld van de man die zichzelf zonder gêne omschrijft als de ‘bekendste levende persoon op aarde’.

Volgens Dan Reed, de producer van deze documentaire (en maker van de spraakmakende Michael Jackson-docu Leaving Neverland), heeft Tate nochtans zelf het initiatief genomen voor de film. Half 2022 kwam er volgens Reed een mail binnen van Tate: ‘Potential documentary opportunity with currently the most controversial public figure.’ Al snel blijkt dat Reeds bedrijf bepaald niet als enige is benaderd. Nadat Andrew Tate is gecanceld, probeert hij de regie weer te nemen over zijn imago.

Behalve interviews met geestverwanten als Tucker Carlsson en Alex Jones hoort daar blijkbaar ook een documentaire bij. Over hoe hij, een man die gewoon zegt waar het op staat, slachtoffer is geworden van, juist, ‘the matrix’. Nadat Tate drie maanden in een Roemeense cel heeft doorgebracht en vervolgens huisarrest krijgt, is hij echter niet meer zo happig op dat filmen. Vandaar dat Gaudin aangewezen is op andere mensen en middelen om de beruchte patser te portretteren.

Tate’s werk spreekt vaak al voor zichzelf. ‘Je moet die meiden neuken’, stelt hij bijvoorbeeld in een video over zijn webcambedrijf, als ware het een diepere waarheid. ‘Je kunt nu eenmaal geen volledig professionele relatie onderhouden met een vrouw. Dat werkt gewoon niet. Als jij haar niet neukt, neukt ze met een ander. En dan heeft die ander haar in zijn macht.’ Een nihilistische kijk op het andere geslacht, zou je zeggen, maar voor (eeuwig) jonge jongens blijkbaar een belangrijke levensles.

Tate, één van de beeldbepalende figuren van onze tijd, lijkt te beschikken over een roofdierachtige intelligentie en inventiviteit: wat kan ik doen om die ander te laten doen wat ik wil? Op de vraag welke persoon daarachter schuilgaat – volgens Reed maakte hij bij ontmoetingen een ongelukkige en kwetsbare indruk – geeft deze docu geen definitief antwoord. Al zijn er in ‘s mans achtergrond, het voorbeeld dat hij kreeg van zijn narcistische vader bijvoorbeeld, zeker aanknopingspunten te vinden.

Andrew Tate doet soms denken aan Donald Trump, een publieke figuur voor wie ook alles geoorloofd lijkt om zijn eigen doelen te verwezenlijken. De twee übermannen jagen zo weldenkende mensen consequent tegen zich in het harnas, maar weten tegelijkertijd een andere groep, mannen in het bijzonder, in het hart te raken. En dat roept dan weer de vraag op wat het over onze wereld zegt dat hun schaamteloosheid, materialisme, arrogantie, seksisme en agressie zo tot de verbeelding spreken?

Trailer I Am Andrew Tate

Natascha Kampusch – A Lifetime In Prison

Videoland

Zij werd naamgever van de zaak. Niet hij. Zoals meestal. Het slachtoffer, in plaats van de dader – ook omdat die al dood was toen de zaak aan het licht kwam. Wolfgang Priklopil bleef dus relatief onbekend. En Natascha Kampusch groeide uit tot wereldnieuws.

Als tienjarig kind werd Natascha op 2 maart 1998 ontvoerd. Een 35-jarige Oostenrijkse eenzaat sleurde het meisje in zijn witte busje en hield haar vervolgens ruim acht jaar lang gevangen in zijn huis, ergens in de buurt van Wenen. 3096 dagen zat ze vast, meestentijds in de bedompte kerker, drie meter onder de grond, waaraan hij vier jaar lang had geklust. Hij deed er het licht aan (of niet). Hij zorgde voor eten (of niet). En hij liet haar even naar boven of zelfs naar buiten gaan (of niet). Ze was, kortom, van hem. Jarenlang.

Zover had ’t overigens niet hoeven te komen. De politie stond al snel na haar verdwijning bij Wolfgang Priklopil voor de deur – omdat een getuige had gezien dat het meisje was meegenomen door iemand in een wit busje – maar de dienstdoende agenten achtten Priklopil, één van de zevenhonderd eigenaars van zo’n busje in de regio Wenen, niet in staat tot dit misdrijf. En ook een concrete aanwijzing, een brief over ‘s mans gestoorde persoonlijkheid die zes weken na de kidnapping binnenkwam bij de Oostenrijkse politie, werd genegeerd.

In de eerste twee delen van de miniserie Natascha Kampusch – A Lifetime In Prison (155 min.) doorloopt Nicole Horanyi de geruchtmakende zaak met Natascha zelf, haar moeder Brigitta Sirny (die al die jaren als verdachte werd beschouwd), andere betrokkenen én de gebruikelijke deskundigen. Één van hen, profiler Mark T. Hofmann, heeft een bijzondere rol: via gesprekken met Natascha Kampusch, ook in een replica van de kelder waar ze jarenlang verbleef, moet hij zicht krijgen op de dader, die nooit eens grondig is doorgelicht door een psycholoog.

Diens slachtoffer kenschetst Wolfgang Priklopil nu als ‘hulpeloos’. Ze had zelfs medelijden met hem – al was dit ongetwijfeld ook onderdeel van het Stockholmsyndroom dat onvermijdelijk lijkt voor een meisje in haar situatie. ‘Eerlijk gezegd vond ik hem altijd zwakker dan ik. Alleen fysiek sterker.’ Over de details daarvan zwijgt ze. Kampusch geeft sowieso duidelijk haar grenzen aan over wat ze wel en niet kwijt wil. Om zichzelf, haar verwanten en mensen in een vergelijkbare situatie te beschermen.

Tegelijkertijd vertelt ze ook heel veel wél. Over de wanhoop die haar alsmaar nadrukkelijker in z’n greep kreeg bijvoorbeeld. ‘M’n gedachten gingen steeds meer van: ik kom hier nooit meer weg’ naar: dit is niet meer vol te houden’, vertelt ze. Je wist, vat Hofmann samen, dit houdt pas op als één van jullie twee sterft? Op 23 augustus 2006, na bijna 8,5 jaar, komt het daadwerkelijk zover. Zijn verhaal komt ten einde – en dat van haar gaat door, met nóg een pijnlijk, onsmakelijk en voor buitenstaanders misschien zelfs nóg interessanter hoofdstuk.

Want dan duikt de hele wereld op hun gezamenlijke zaak en moet zij die verdedigen tegen roddel en laster. Het is een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, waarbij ook allerlei complottheorieën opgeld doen. En die zijn niet eens afkomstig uit de donkerste krochten van het internet, blijkt in de ontluisterende slotaflevering van deze driedelige serie, maar van gewezen rechters en politici. De aanhoudende commotie maakt van Natascha Kampusch een mediapersoonlijkheid, een rol die ze gaandeweg omarmt en met eigen media-adviseurs vorm geeft.

Die traumatische ervaring is een soort tweede huid geworden en zij daarmee haar eigen verhaal: De Zaak Kampusch.

No Accident

HBO Max

‘Jews will not replace us’, schreeuwt de meute die op 11 en 12 augustus 2017 door de Amerikaanse stad Charlottesville in Virginia trekt. Met brandende fakkels loopt een combinatie van neonazi’s, alt-righters en leden van de Ku Klux Klan provocerend door de straten. Het is een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie. Na de zogenaamde Unite The Right-rally, waarbij diverse tegendemonstranten gewond raken en één van hen, Heather Heyer, zelfs overlijdt als de extremist James Fields met zijn auto op hen inrijdt, bestaat de Amerikaanse president Donald Trump ‘t om te spreken over ‘very fine people on both sides’.

Negen tegendemonstranten, die zowel lichamelijke als emotionele schade hebben opgelopen in Charlottesville, laten ‘t er echter niet bij zitten. Namens hen starten de advocaten Roberta Kaplan en Karen Dunn in oktober 2017 een civiele rechtszaak tegen de organisatoren van de extreemrechtse rally, die uiteindelijk meer dan vijf jaar in beslag zal nemen. De verdachten zouden collectief raciaal geweld hebben uitgedragen en gepromoot. Gaandeweg blijken zij bovendien, al dan niet rechtstreeks, in contact te staan met mannen die in de navolgende jaren bloedbaden zullen aanrichten in de Tree Of Life-synagoge, de Walmart van El Paso en de Christchurch-moskee in Nieuw-Zeeland.

In No Accident (97 min.) volgt Kristi Jacobson het gedreven advocatenteam en hun cliënten. Zij willen de ‘white supremacists’ publiekelijk aan de kaak stellen en hen liefst ook nog een flinke poot uitdraaien, zodat ze voortaan niet meer de middelen hebben om haatcampagnes te financieren. Daarvoor moeten ze de dwarsverbanden onderzoeken tussen de verschillende extreemrechtse kopstukken en de communicatie tussen hen op het online-platform Discord, waar ze ongefilterd spreken over The Great Replacement (omvolking, in slecht Nederlands), het in scène zetten van gewelddadige confrontaties met Antifa en die dekselse Joden (die je overal de schuld van kan geven).

Vanwege Coronamaatregelen heeft Jacobson niet kunnen filmen tijdens de rechtszaak zelf. Ze gebruikt daarom animaties en audioreconstructies van de verschillende verklaringen. Het echte vuurwerk zit in de verhoren van de verdachten Richard Spencer (een gladjakker, die zich voordoet als het fatsoenlijke gezicht van de beweging en de term alt-right zou hebben gemunt), Christopher Cantwell (een vuilgebekte podcaster, die de Joodse advocaat Michael Bloch tijdens een verhit verhoor plotseling ‘you lying Jew piece of shit’ noemt) en de plaatselijke organisator Jason Kessler (die vooraf allerlei duistere voetsoldaten heeft opgeroepen ‘to fight this shit out’ in Charlottesville).

Het optreden van deze extremisten verraadt zelfvertrouwen. Dat ontlenen ze ongetwijfeld aan de achterban die ze inmiddels in hun eigen duistere uithoek van het internet hebben opgebouwd en de impliciete en expliciete steun die ze van populistische politici krijgen. Met de middelen die de rechtsstaat biedt proberen hun slachtoffers en ideologische tegenstanders hen nu een toontje lager te laten zingen. Deze gedegen film documenteert dat spannende proces vanuit het perspectief van de eisers, die daarbij hun eigen angsten aan de kant moeten zetten, ten faveure van het grotere ideaal. Het is alleen de vraag of ze deze diabolische geest nog terug de fles in kunnen krijgen.

Zolang hun politieke afgod Donald Trump, die zelfs door de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 nauwelijks electorale schade heeft opgelopen, populair blijft bij een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking, laten deze dubieuze kopstukken van extreemrechts zich echt niet zomaar verdrijven naar het verdomhoekje waar ze eigenlijk thuishoren.

Paul Blanca, Deze Film Redt Je Leven

Doxy

Zijn carrière begint eind jaren tachtig met een baksteen en een ingeslagen ruit. Die levert hem tijdens de krakersrellen in Amsterdam drie camera’s op. Met één exemplaar, zo wil de overlevering, betaalt Paul Blanca (1958-2021) de taxi waarmee hij zich uit de voeten maakt. Nummer twee gebruikt hij om een schuld, waarschijnlijk vanwege drugs, af te betalen. En met de derde maakt hij de foto’s die uiteindelijk hun weg zullen vinden naar een hele succesvolle tentoonstelling.

Galeriehouder Gabriel Rolt dist het verhaal in Paul Blanca, Deze Film Redt Je Leven (84 min.) smakelijk op aan kunstverzamelaar Roderic Evans-Knaup. In dit intrigerende, geheel in zwart-wit uitgevoerde portret, dat bijna uit zijn voegen barst van de smeuïge anekdotes, probeert Ramón Gieling vat te krijgen op de Nederlandse kunstenaar en zijn provocerende werk. Hij heeft daarvoor ook meerdere ontmoetingen tussen mensen uit Blanca’s tumultueuze leven gearrangeerd.

‘Het was eigenlijk een wandelende atoombom, met duizend procent talent’, concludeert de onlangs overleden fotograaf Erwin Olaf daarbij. Tatoeëerder Louise Schiffmacher snapt Blanca wel, zegt ze tegen haar man Henk. Hij werd als kind immers verlaten door zijn vader. ‘Dan begrijp ik wel dat je langzaam zin krijgt om jezelf pijn te doen.’ Choreograaf Hans van Manen verbaast zich er dan weer over hoever de fotograaf ging als hij een zelfportret maakte. ‘Hij naait zomaar zijn lippen dicht.’

En dan is er dat verhaal over die huilende vrouw. ‘Ik weet niet honderd procent zeker of het zo klopt’, begint Roderic Evans-Knaup. Nadat Blanca met haar had geslapen en drugs ging halen, wilde hij niet dat ze wegging. Daarom sloot hij haar op in de kast. Eenmaal buiten werd Blanca gearresteerd. Hij zat twee dagen in de cel. ‘Toen ie terugkwam, heeft ie haar eruit gelaten en op dat moment die foto van haar gemaakt.’ Beeldschone foto, vindt zijn gesprekspartner Rolt. ‘Maar zo’n verschrikkelijk verhaal.’

Zulke anekdotes worden in deze film vergezeld door Blanca’s Spartaanse zwart-wit beelden. Die leggen regelmatig een zieke performance bloot of verraden doelgericht geweld. Van een man, die is gevormd in een grimmige tijd en flirt met gevaar. De foto van een hand die een revolver richt op een vagina bijvoorbeeld. Een zelfportret met een levende rat in de mond. En ‘s mans rug, waarin met een scheermes Mickey Mouse is gekerfd. Het zijn onrustbarende beelden die zich in de ziel klieven.

Ramón Gieling geeft ze kleur met fraaie, onheilszwangere muziek en heeft daarnaast allerlei mensen bij zijn hoofdpersoon langs gestuurd. Meestal is de man niet thuis, een enkele keer wel. En op één van die momenten slaat de filmmaker zelf toe. Of hij heeft gekoketteerd met de ondergang? vraagt Gieling hem. Is hij beïnvloed door zijn befaamde collega Robert Mapplethorpe? Zijn z’n zelfportretten reflecties van zijn mentale conditie? En, de vraag der vragen: moet een kunstenaar lijden?

Tot slot is er dan nog het verhaal waardoor Paul Blanca persona non grata in zijn eigen wereld is geworden: de bomaanslag waarbij collega-kunstenaar Rob Scholte in 1994 z’n benen kwijtraakt. Die wijst hem naderhand aan als dader. ‘It all matched up’, meent Scholte. ‘And I cannot get this story out of my head.’ Paul Blanca, na jaren aan de zelfkant inmiddels in broze gezondheid, vindt die beschuldiging verschrikkelijk. ‘Het leek wel of míjn benen eraf waren’, zegt hij provocerend.

Het is de treffende slotsom van een onontkoombare film over een man die volgens collega-fotograaf Milan Gies een eenheid vormde met zijn eigen kunst. ‘Hij is wat hij altijd gemaakt heeft en dat is ook waarom hij zo goed is.’

Waar Zijn We Mee Bezig?

&Bromet / KRO-NCRV

‘Hee man, mafketel, laat me los, man! Ik kom je helpen’, schreeuwt brandweerman Michel tegen de kerel die hem van een balkon op acht hoog dreigt af te duwen. Michel, die op een melding van brand in de flat is afgekomen, merkt dat zijn gezicht bloedt en zijn hand openligt. Pure overlevingsdrang neemt bezit van hem. Hij probeert de man te ‘overrulen’ en weet zichzelf uiteindelijk te bevrijden.

Het is zomaar één van de incidenten die aan de orde komt in Frans Bromets interviewfilm Waar Zijn We Mee Bezig? (54 min.). De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten spreekt verder met een verpleegkundige van de spoedeisende hulp, apotheker, ambulancemedewerker en twee politieagenten over het geweld waarmee zij in hun werk worden geconfronteerd.

Verbale agressie behoort tot de dagelijkse routine, blijkt uit hun verhalen. Vaak zijn de daders onder invloed van drank en drugs. Ook fysiek geweld wordt niet geschuwd: spugen, slaan en – bepaald niet prettig als onduidelijk is of iemand iets onder de leden heeft – bijten. En op oudjaarsnacht wordt er traditiegetrouw gegooid met vuurwerk, dat allang niet meer lijkt op de onschuldige rotjes van vroeger.

Geweld tegen hulpverleners neemt nog altijd toe. In 2022 is 92 procent van hen in aanraking gekomen met geweld of agressie. Corona heeft daarbij waarschijnlijk als katalysator gewerkt. Er wordt alom schande van gesproken, maar wat er daadwerkelijk aan gebeurt? Volgens direct betrokkenen lopen dit soort zaken bij de rechter vaak met een sisser af, terwijl zij met de gevolgen ervan blijven rondlopen.

Zo hebben de politieagenten Xue-Ann, die in haar vrije tijd assisteerde bij een aanhouding en daarbij en plein public onzedelijk werd betast, en Daniël, waarbij een mes op de keel werd gezet toen hij ingreep bij een relationele ruzie, tijdelijk een stapje terug moeten doen. Fysieke en mentale klachten belemmeren hen om het vak uit te oefenen, waaraan ze mettertijd verknocht zijn geraakt.

Want ook dat valt op aan de hulpverleners in deze Typische Bromet: ze hebben het hart nog altijd op de juiste plaats, ook al is het dan al eens (bijna) vertrapt, en willen niets liever dan ‘gewoon’ hun werk doen.

Teaser Waar Zijn We Mee bezig?

De Beul Van Twente

AVROTROS

In die tijd wordt dierenmishandeling kennelijk nog beschouwd als een soort vandalisme. Een paard, schaap of geit is zo bezien niet meer dan het eigendom van een ander. En daar hoor je vanaf te blijven. In het najaar van 2000 wordt de omgeving van Enschede, die nog moet bijkomen van de Vuurwerkramp, echter opgeschrikt door allerlei gruwelijk gemolesteerde dieren. Het feit dat de dader ook hun geslachtsdelen afsnijdt duidt op een ernstige seksuele perversie.

En daardoor gaan de alarmbellen af in de regio Twente. Want een beetje crimekenner weet: elke seriemoordenaar is ooit begonnen met het mishandelen en verminken van dieren. ‘Het is niet ondenkbeeldig dat iemand op een gegeven moment overgaat op mensen’, stelt hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter in De Beul Van Twente (118 min.) onderkoeld. Deze driedelige true crime-serie van Duco Coops, die onlangs een enigszins vergelijkbare productie over De Regenboogmoorden in het Kralingse Bos maakte, reconstrueert met direct betrokkenen de jarenlange jacht op de dierenbeul die zijn mes inderdaad ook in mensen zal gaan zetten.

De gemoederen op het Twentse platteland raken ondertussen behoorlijk verhit. Henk ten Napel, een boer uit Enschede, start bijvoorbeeld een burgerwacht als één van zijn paarden ernstig wordt mishandeld. ‘Dat was toch wel heel bijzonder’, herinnert hij zich nu, niet zonder trots en plezier. ‘Midden in de nacht. Echt iedereen met legerkleding aan en zo. Dat was wel heel bizar.’ Ten Napel is alleen zo vaak in de buurt als er een dier is toegetakeld dat hij zelf ook in beeld komt bij pers en politie. De Twent blijkt zelfs een cameraman te hebben ingehuurd om de activiteiten van zijn militie te documenteren. En nét als die erbij is, wordt er natuurlijk een dood dier aangetroffen.

Coops tekent de grimmige sfeer rond de misdrijven en de verknipte geest die daarachter schuilgaat op een typisch true crime-manier op: veel donkere, unheimische beelden, gebruik van slow-motion, dreigende geluiden en muziek en – natuurlijk – een politieprikbord met alle informatie die is verzameld over de vermoedelijke dader. Hij kan tevens putten uit correspondentie van ‘De Beul’, die met een vervormde stem is ingelezen en wordt omkleed met sinistere, in scène gezette beelden. ‘Als ik seksueel geprikkeld was ging ik in de buurt kijken naar plekken waar schapen liepen’, vertelt de engerd bijvoorbeeld. ‘Want de penis van een mens past in een ooi.’

Zou deze psychopaat misschien afkomstig kunnen zijn uit de nabijgelegen TBS-kliniek Oldenkotte in Rekken? vragen de verantwoordelijke rechercheurs zich al snel af. En als ze daadwerkelijk een serieuze verdachte in beeld krijgen, moeten ze nog afdoende bewijsmateriaal tegen hem verzamelen. Ruim twintig jaar na dato volgt deze duistere miniserie dat proces op de voet: hoe ze vanuit het botte geweld tegen dieren en enkele serieuze steekincidenten, die een man op een homo-ontmoetingsplaats in Enschede noodlottig wordt, in het hoofd van De Beul proberen te komen. En daar wil geen levend wezen – mens of dier – al te lang vertoeven.

Beneath The Surface

Spring Films

Ze werden zogezegd geboren aan de verkeerde kant van het fjord, een wetteloze plek waar alcoholisme, (huiselijk) geweld en drugs welig tierden. Decennialang hulde de Sami-gemeenschap van Tysfjord, gelegen in de poolcirkel, zich in stilzwijgen over wat er zich in haar binnenste afspeelde. Langzaam maar zeker ging echter de deksel van de beerput. In 2016 publiceerde de Noorse krant VG over elf meldingen van seksueel misbruik. In totaal zouden er ruim honderdvijftig meldingen worden gedaan, op een gemeenschap van slechts tweeduizend zielen.

Hele generaties Sami-kinderen groeiden ermee op. Het moet een publiek geheim zijn geweest. En ook de Noorse autoriteiten, aan de andere kant van dat fjord, keken blijkbaar jarenlang de andere kant op. Daar waren ze erop gericht om de Sami-minderheid in hun land, die tegen hun zin ‘Lappen’ werden genoemd, bij wet te verplichten om te assimileren en zo ongemerkt op te gaan in de samenleving. Dat had dan weer zijn effect op die gemeenschap zelf. Een gebrek aan waarde leidt immers onherroepelijk tot geen eigenwaarde, zelfhaat vervolgens tot zelfdestructie.

Zo ongeveer luidt de, enigszins onbevredigende, verklaring voor het grootschalige misbruik in Beneath The Surface (89 min.), een stemmige film waarin regisseur Alexander Irvine-Cox (Missing: Dead Or Alive) VG-journalist Harald Amdal volgt als hij in gesprek gaat met slachtoffers, die de hardnekkige zwijgcultuur binnen hun volk hebben doorbroken. Hun herinneringen worden geïllustreerd met ogenschijnlijk idyllische familiefilmpjes en beelden van de imposante leefomgeving van de Sami, een gebied dat ook wel Lapland wordt genoemd en zich uitstrekt over meerdere Scandinavische landen.

Een schuldig landschap zou de Nederlandse schrijver en kunstenaar Armando ’t noemen, dat leed en geheimen verbergt. Die van de ene op de andere generatie blijken te zijn doorgegeven. Door mannen én vrouwen. Ouders, grootouders, broers en andere familieleden. Leden van een geslagen (nomaden)volk. Alles van waarde is weerloos, constateerde de dichter Lucebert al, maar deze zware, danig op het gemoed werkende documentaire bewijst dat dit evenzeer geldt voor datgene waar nauwelijks waarde aan wordt toegekend: door de betrokkenen zelf en een onverschillige overheid.

Waco: American Apocalypse

Netflix

Zouden al die Branch Davidians, (federale) agenten en onderhandelaars werkelijk nog precies weten wat ze toen, nu dertig jaar geleden, wanneer deden? Als je hen hoort verhalen over de gebeurtenissen in het voorjaar van 1993, bij de belegering van zwaarbeveiligde bastion van sekteleider David Koresh en zijn discipelen, lijkt het alsof ze zich alles nog héél nauwkeurig herinneren. Dat zou dan in tegenspraak zijn met hedendaagse inzichten over de onbetrouwbaarheid van het menselijke geheugen.

Gezien het historische karakter van de gebeurtenissen – we hebben ‘t naar verluidt over de grootste veldslag op Amerikaans grondgebied sinds de Burgeroorlog – is de vraag wat deze participanten en ooggetuigen precies opnieuw oproepen in Waco: American Apocalypse (142 min.): hun eigen herinneringen? Of toch herinneringen die ze hebben gevonden bij elkaar of in één van de talloze reconstructies van de volledig uit de hand gelopen schermutselingen rond Mount Carmel Center, nabij het Texaanse stadje Waco, waarbij uiteindelijk 86 mensen stierven?

Bij deze hervertelling, in drie afleveringen, maakt regisseur Tiller Russell in elk geval een heldere keuze: hij concentreert zich vooral op de escalatie van het conflict tussen de Amerikaanse overheid en de geradicaliseerde sekte. De lange aanloop daarnaartoe, de interne machinerie van de religieuze beweging en de rol daarin van de archetypische sekteleider Koresh, die zichzelf presenteert als de Messias, worden vanuit de kantlijn belicht. Daarmee wordt de ‘standoff’ in Waco wel een beetje gereduceerd tot een spannend frontgevecht, voor het oog van de wereld.

Pas later zorgt Russell, die gebruik kan maken van niet eerder vertoond archiefmateriaal, voor achtergrondinformatie over het verziekte klimaat dat David Koresh om zich heen heeft gecreëerd en dat tijdens de belegering voor ijzingwekkende taferelen zal zorgen. Tegelijkertijd moet het FBI-team dat hem wil uitroken allerlei tactische keuzes maken, die zeker niet allemaal even goed uitpakken en bijdragen aan de apocalyptische apotheose op 19 april 1993, de dag waarop Koresh zijn volgelingen, waaronder 28 kinderen, met zich meeneemt in de dood.

De datum 19 april zal twee jaar later overigens nog eens extra lading krijgen als Timothy McVeigh – een fanatiekeling van een anti-overheidsmilitie, die als sympathisant van de Branch Davidians is te herkennen op beelden van de belegering – een terroristische aanslag pleegt op een FBI-gebouw in Oklahoma City, waarbij bijna 170 mensen om het leven komen. Het is een navrant eerbetoon aan ‘Waco’. Of gewoon wraak. En opnieuw een gebeurtenis die zich in het geheugen grift, al dan niet vergezeld van allerlei gruwelijke details.

Crips: Strapped ‘N Strong

Pieter van Huystee

Het is een even onwerkelijke als geladen scène. De documentaire Crips: Strapped ‘N Strong (86 min.), een groepsportret van de Haagse Crips-gang uit 2009, is een half uur onderweg als Main C. aan Keylow, de oprichter en leider van zijn ‘set’, vertelt dat hij wil stoppen met ‘bangen’, het participeren in illegale bende-activiteiten. Main kan niet anders: de afgelopen tijd zat hij in de gevangenis, nu wil hij er zijn voor z’n opgroeiende kinderen. ‘Anders worden jullie net als papa’, heeft hij hen al gewaarschuwd. Keylow kan echter weinig met de mededeling: ‘Een kind mag nooit de reden zijn dat je zegt: ik stop.’ Zijn ‘brother’ ziet alleen geen andere mogelijkheid. ‘Het liefst ren ik een bank binnen‘, bezweert hij Keylow emotioneel. ‘En dwing ik iedereen om te liggen…’

‘s Mans poging om aan de goede kant van de wet te blijven vormt één van de centrale verhaallijnen van deze ruige documentaire, die is geïnspireerd op het boek Crips.nl van Saul van Stapele. Zes jaar later zou het Nederlands-Britse duo Joost van der Valk en Mags Gavan overigens een soortgelijke film maken over de beruchte Molukse motorbende Satudarah (Satudarah – One Blood, 2015). Ook dan sluiten ze aan bij de verschillende bendeleden, documenteren (al dan niet geanonimiseerd) hun illegale activiteiten en laten dat geheel voor zichzelf spreken, zonder dat ze daarover een moreel oordeel vellen. Sterker: met gelikte sequenties van het bendeleven, zoals van het prepareren van drugs en wapens, begeleid door agressieve muziek (hiphop, in dit geval) dragen ze in zekere zin bij aan het gangsterimago van de ‘homies’.

Keylow, die in 2022 is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf vanwege zijn rol als president van motorclub Caloh Wagoh en ‘moordmakelaar’ van Ridouan T., is daarvan de verpersoonlijking. Zijn woorden zeggen eigenlijk alles over wie hij is én wie hij wil zijn. ‘Wie het eerste trekt, wie het snelste is, die gaat weg met de buit’, zegt de ‘G’, gangster, bijvoorbeeld als hij door een flat loopt waar flinke plassen bloed op de vloer zijn blijven liggen. ‘Kill or be killed, man.’ Gewoon in een normale Nederlandse buitenwijk, laat hij buiten nog eens zien, waar juist op dat moment een man met hond voorbij loopt. ‘Hier in Holland noemen ze het een ripdeal’, stelt Keylow, die net als z’n ‘soldiers’ wordt voorgesteld met zijn strafblad. ‘Voor ons is het gewoon werk. Elke dag. Je moet zorgen dat je geen slachtoffer van een ripdeal wordt, je moet zorgen dat je altijd de winnaar in een ripdeal bent.’

Een ‘187’, ofwel moord, is duur, stelt soldaat Santos even later, terwijl hij in de keuken vlees staat te bakken. Als je iemand voorgoed wilt laten verdwijnen, beweert hij met de nodige bravoure, helpt het als je een varkensboer als vriend hebt. Want varkens vreten, als ze maar genoeg honger hebben, werkelijk alles. Geef ze even de tijd en er blijft niks meer over. Santos denkt erover om terug te gaan naar Suriname. Hier zal hij toch nooit meer dan een ‘nikker’ worden. Bovendien wordt de grond hem in Nederland regelmatig te heet onder de voeten. Over wat hij precies heeft misdaan, doet Santos tamelijk schimmig, maar het is duidelijk dat er een prijs op zijn hoofd staat. Die ellende wil hij weghouden bij zijn vijfjarige dochtertje, zo’n beetje het enige waarvoor hij leeft. Het liefst zou de Crip een gemakkelijk leven gaan leiden in Suriname. ‘Going legit’, zegt hij lachend, al lijkt hij ’t niet werkelijk te menen.

Wanneer Keylow en enkele andere leden hun licht opsteken bij Crips-broeders in de VS, krijgen ze daar een ferme waarschuwing. ‘Deze levensstijl is een doodsstijl’, houdt een Amerikaans bendelid hen voor. Het is alleen de vraag of Keylow, Main C. en Santos niet al véél te ver onderweg zijn om nog rechtsomkeer te maken en een regulier burgermansbestaan te gaan leiden. Deze film laat hen zien als mens, met achter al die dubieuze daden en stoere praat ook een persoonlijk verhaal en invoelbare motieven, maar biedt ook weinig perspectief op een ander leven. Wandelend met de hond in een normale buitenwijk, om maar eens wat te noemen.

Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid

Moondocs

Niet de wereld zelf of het leven van een personage als decor, maar echt, daadwerkelijk, een decor. Het is opvallend hoe vaak Nederlandse documentairemakers de laatste tijd een eigen arena of theater creëren voor hun films. Van de huiskamer van Johannes Post (in Geertjan Lassches De Erfenis Van Een Verzetsheld) en de uitgeleefde woning van een drankzuchtige vader (Kelly Klingenbergs Alleen Met Jenever) tot de vervreemdende grijze kamers voor nieuwkomers in Nederland (Al Wat Je Ziet van Niki Padidar) en een oude fabriekshal als passende entourage voor een vluchtverhaal in de familie (Biserka Surans Scènes Met Mijn Vader).

En als er eenmaal een decor is ontworpen, volgen het acteren vanzelf, zoals in Vincent Boy Kars’ Drama Girl, voor Abdiwahab Ali’s nagespeelde herinneringen in een door oorlog verscheurd Mogadishu (Douwe Dijkstra’s Buurman Abdi) en bij Het Zit In Mijn Hart, waarin Saskia Boddeke via een aantal spelers van KamaK, een theatergroep bestaande uit acteurs met een beperking, de ruimte tussen fictie en non-fictie verkent. Noem het een hybride tussen docu en drama of kruisbestuiving van documentaire en theater. Feit is dat deze makers de werkelijkheid graag een handje helpen en zo de grenzen van het genre documentaire opzoeken.

In de openingsscène van Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid (66 min.) laat Marlou van den Berge letterlijk zien hoe dat decor wordt gefabriceerd. En als alle stukken op hun plek staan, kan de hoofdrolspeler z’n entree maken. ‘Hier heb ik dus zesentwintig maanden in gewoond’, zegt De Jonge, oud-strijder tegen Apartheid, als hij zich achter de typemachine aan zijn bureau heeft geïnstalleerd. ‘Zonder die machine had ik het vast veel moeilijker gehad.’ Hij leest voor: ‘Vandaag, vrijdag 19 juli 1985, om precies vier uur, ben ik door de Zuid-Afrikaanse veiligheidspolitie bij de Nederlandse ambassade in Pretoria afgeleverd. De ambassadestaf heeft een kamer voor me vrijgemaakt.’

En in die kamer is Klaas de Jonge, een kleine veertig jaar later, opnieuw verzeild geraakt, althans in een replica daarvan, om het verleden te herbeleven. Door het Apartheidsregime beschuldigd van verboden wapenbezit en terrorisme, min of meer veilig op dat kleine stukje Nederlands grondgebied. Daar ontvangt hij nu zijn zoons, voormalige stiefkinderen en de vrouw en dochter van een gesneuvelde medestrijder. Samen onderzoeken zij hun geschiedenis. De clandestiene activiteiten en gewapende strijd van Klaas en zijn ex-vrouw Hélène Passtoors, die nog een tijd in de gevangenis doorbracht, hebben gevolgen gehad voor het leven van alle betrokkenen.

Tussen de gesprekken door neemt De Jonge plaats op de hometrainer, worden er aardappels gejast en is er ook gelegenheid voor een dansje bij de transistorradio. Dan blijkt ook meteen het gevaar van deze hybride aanpak: dat die enscenering tot een soort toneelstuk leidt – of, erger, tot toneelstukjes. Daar tegenover staan De Jonge’s confrontaties met een bewaker van de Nederlandse marechaussee, officier van de Zuid-Afrikaanse veiligheidspolitie en slachtoffer van een autobom van zijn organisatie. Dan wordt hij gedwongen tot (zelf)reflectie – al had de navolgende bedscène, waarin hij tijdens zijn slaap wordt belaagd door boze stemmen, achterwege mogen blijven.

De vraag of het doel, hoe nobel dat streven ook is, werkelijk alle middelen heiligt ligt dan al lang en breed op tafel in die geïmproviseerde kamer en zal in de venijnige climax van deze film nog tot schrijnende confrontaties leiden.

We Were Once Kids

Resolution Media

Opeens hangt er een poster in Washington Square Park: ‘Open casting call.’ Gezocht: echte New Yorkse jongeren, van allerlei verschillende achtergronden en kleuren. Jongens en meisjes, tussen de dertien en negentien. Voor de opnames van een film genaamd “Kids”, geregisseerd door Larry Clark en geschreven door een negentienjarige jongen die al een tijdje in de buurt rondhangt, Harmony Korine.

Niet veel later valt het kwartje bij het groepje straatjongeren, dat begin jaren negentig een soort skategroep heeft gevormd. Clark, dat is de oudere jongere, een fotograaf naar verluidt, die de afgelopen tijd nogal eens een jointje met hen is komen roken. Als één van hen, Hamilton Harris, daadwerkelijk naar de casting gaat, blijkt hij auditie te moeten doen voor een personage dat ‘toevallig’ zijn eigen naam draagt.

Tijdens de opnames voor de speelfilm zullen de grenzen tussen fictie en realiteit nog verder vervagen. En als Kids in 1995 wordt uitgebracht, kan ook de buitenwereld nauwelijks onderscheid maken tussen de tieners en hun personages. Ze zijn de verpersoonlijking geworden van ‘de jeugd van tegenwoordig’: volledig oversekst, bijzonder gewelddadig en voortdurend experimenterend met drank en drugs.

In de degelijke documentaire We Were Once Kids (86 min.) van Eddie Martin blikken enkele van die voormalige jongeren terug op hoe hun persoonlijke grenzen flink werden opgerekt tijdens de opnames, de film bij release een fikse controverse veroorzaakte en vervolgens een enorm kassucces werd en de acteercarrière van met name Rosario Dawson en Chloë Sevigny daardoor een pikstart maakte.

Deze hoofdrolspelers, welbekende Hollywood-namen inmiddels, komen overigens niet aan het woord. Net als Larry Clark en Harmony Korine, die allebei voor de eer bedankten. De nadruk komt daardoor automatisch te liggen op wat de film Kids de andere skatejongeren heeft gebracht en gekost. En dan blijkt, enigszins voorspelbaar, dat niet alle betrokkenen het plotselinge succes even goed hebben verwerkt. 

Met enkele ‘acteurs’ is het niet goed afgelopen – waarbij het natuurlijk de vraag blijft of dat rechtstreeks met de film is te verbinden. Dit drama wordt in deze docu in elk geval met dikke muziek aangezet. Daarbij is het ook jammer dat Clark de mogelijkheid om kritiek van zijn voormalige cast te weerleggen – over zijn manipulatieve gedrag op de filmset en uitbuiting van zijn hoofdrolspelers – onbenut laat. 

Daardoor blijft We Were Once Kids een weliswaar interessante, maar ook enigszins gemankeerde terugblik op het maakproces van een omstreden hitfilm.

Een trailer van We Were Once Kids (ook wel bekend als The Kids) is hier te bekijken.

January 6th

Discovery+

Voor de gemiddelde Amerikaan behoeven datums zoals 4 juli, 7 december en 11 september geen nadere toelichting. De bijbehorende jaren denken ze er wel bij: 1776, 1941 en 2001. Net als hun betekenis: onafhankelijkheidsverklaring, Pearl Harbor en de terroristische aanslagen in New York. Twee jaar geleden kwam er een nieuwe datum bij: January 6th (153 min.) Het is waarschijnlijk nog te vroeg om te zeggen of de gebeurtenissen op die schokkende dag een aberratie, culminatie of inspiratie zijn geweest, maar het is vrij eenvoudig om te constateren dat de Amerikaanse politiek nog altijd wordt gedreven door 6 januari 2021.

Een jaar na dato zette Jamie Roberts de gebeurtenissen al eens op een rij in de huiveringwekkende documentaire Four Hours At The Capitol. Nu is er deze groots opgezette film van de Franse broers Jules en Gédéon Naudet (9/11, 13 Novembre: Fluctuat Nec Mergitur en Notre-Dame, Our Lady Of Paris), waarin de traumatische dag nog eens chronologisch wordt gereconstrueerd met ruim vijftig bronnen: Capitool-medewerkers, politieagenten, beveiligers, (foto)journalisten en politici, waaronder kopstukken zoals Liz Cheney, Adam Kinzinger en Nancy Pelosi (wiens sleutelrol op 6 januari tevens wordt belicht in de docu die haar dochter Alexandra onlangs afleverde: Pelosi In The House). Opvallend verder: (vrijwel) alleen Republikeinse uitzonderingen op de regel dat je beter geen afstand kunt nemen van Donald Trump. Én: geen oproerkraaiers (die Roberts nog wel uitgebreid aan het woord liet). De broers waren, volgens dit interview, geïnteresseerd in de slachtoffers van de bestorming, niet zozeer in de daders ervan.

Via inzooms naar en uitzooms van een digitale replica van het Capitoolgebouw schakelen de Naudets tussen de gebeurtenissen binnen, waar de verkiezingsuitslag moet worden gecertificeerd zodat de weg vrij is voor Joe Biden als nieuwe president, en buiten, waar Trump-aanhangers worden opgehitst en zich klaarmaken om het gebouw te bestormen. Die twee parallelle verhalen komen na ruim een half uur samen als de Republikein James Lankford aan zijn betoog tegen certificering begint. ‘In Amerika beslechten we onze meningsverschillen met verkiezingen’, stelt de senator uit Oklahoma tijdens een nog altijd onwerkelijke scène. ‘Maar wat als je de telling niet vertrouwt of bezorgd bent dat rechtbanken zaken afwijzen vlak nadat ze veel bewijsmateriaal hebben ontvangen?’ Op datzelfde moment wordt vicepresident Mike Pence door beveiligingsmedewerkers afgevoerd, waarna de voorzitter direct de zitting verdaagt. ‘Ze zijn in het gebouw’, fluistert iemand tegen Lankford. ‘Het ligt niet aan iets wat je zei.’

Een paar minuten later moeten met name Democratische politici, samen met hun beveiligers, rennen voor hun leven. ‘Ik bevond me binnen zeven meter van de opstandelingen’, vertelt senaatsleider Chuck Schumer bijvoorbeeld. ‘Uit tweede hand hoorde ik dat iemand wees en zei: we pakken die grote Jood.’ In het parlementsgebouw breekt paniek uit. ‘Terwijl iedereen met z’n geliefden praat voer ik eigenlijk een mentale strijd over of ik mijn kinderen moet bellen, zodat ze mijn stem kunnen horen en ik die van hen’, vertelt het Democratische congreslid Susan Wild geëmotioneerd. ‘Of bel ik ze niet op, omdat ik ze niet ongerust wil maken?’ Uiteindelijk heeft Wild geen keuze en wordt ze ook al snel uit de droom geholpen: thuis hebben ze de glasscherven allang gezien en de pistoolschoten gehoord. Intussen moet The Metropolitan Police Department, die de gebroeders Naudet opvallend veel toegang heeft gegeven, de ellende zien te bezweren. ‘We doen dit voor jullie’, zegt één van de relmakers tegen de Afro-Amerikaanse politieman Ray, die even daarvoor nog voor ‘nigger’ is uitgescholden. ‘Zwarte mensen zouden hier bij ons moeten zijn.’ Ray wil er niks van horen: ‘Je bent een verrader. Knoop dat in je oren terwijl je hier staat.’

Hoewel Four Hours At The Capitol, met alle lelijkheid van Trumps ontspoorde achterban, uiteindelijk toch een completer beeld geeft, brengt January 6th de dag waarop de Amerikaanse democratie op z’n grondvesten schudde toch weer heel dichtbij. En het is niet moeilijk om te zien hoe die nog altijd doorwerkt in de politieke verhoudingen van twee jaar later.

Narco Cultura

WNYC Studios

De statistieken zijn dodelijk:

2007: 320

2008: 1623

2009: 2754

2010: 3622

In de Mexicaanse grensgemeente Ciudad Juárez vloeit door de escalerende drugsoorlog steeds vaker bloed. Tegelijkertijd blijft de teller in El Paso, aan de andere kant van de Mexicaans-Amerikaanse grens, steken op vijf moorden per jaar. Daar lijkt die oorlog soms bijna een bron van vermaak. ‘Met een AK-47 maar zonder kogelvrij vest reed ik rond in mijn witte truck’, zingt Edgar Quintero, frontman van BuKnas de Culiacan, bijvoorbeeld geveinsd stoer. ‘Ik schoot er één neer. Mijn geweer schiet altijd raak. Met een goed oog en een goede hartslag vecht mijn school terug.’

Edgar schrijft op bestelling ‘narcocorrido’s’, typische Mexicaanse songs waarin de ‘helden’ van de karteloorlog worden bewierookt. Tijdens een optreden met zijn groep in El Paso laat hij doodleuk een bazooka zien. Waar doet die jullie aan denken? vraagt hij aan het verzamelde publiek, dat vervolgens hartstochtelijk meezingt: ‘Met een AK-47 en een bazooka op mijn schouder. Kruis mijn pad en ik hak je kop eraf. Wij zijn bloeddorstig, gek en moordlustig.’ Het is weer eens wat anders dan André Hazes – of La Bamba van Ritchie Valens. Een latino-variant op gangsterrap, zo je wilt.

Terwijl Edgar, als onderdeel van de zogenaamde Movimiento Alterado, vanaf de goede kant van de grens onbekommerd het kartelleven verheerlijkt, leeft forensisch onderzoeker Richi Soto daadwerkelijk te midden van die Narco Cultura (99 min.). Hij rijdt in deze grimmige film van Shaul Schwartz uit 2013 regelmatig met gillende sirene naar een plaats delict, waar achteloos een slachtoffer van de drugsoorlog is gedumpt. Als medewerker van de Mexicaanse justitie loopt Richi ook zelf gevaar – of zijn familieleden, want de drugskartels deinzen werkelijk nergens voor terug.

Gedurende de gehele documentaire alterneert Schwartz tussen de bittere realiteit van het desolate leven in de Mexicaanse grensstreek en de ‘cultuur’ – een parodie bijna, als het niet zo onsmakelijk was – die daarvan wordt gemaakt in de Verenigde Staten. ‘Het is goeie muziek, al ben ik tegen geweld’, zegt een jonge Amerikaanse vrouw in een sexy jurkje bijvoorbeeld, bij een optreden van de befaamde corrido-zanger Alfredo ‘El Komander’ Rios. Intussen houdt ze ferm een mitrailleur vast en benadrukt nog maar eens: ‘Het is heel erg wat er in Mexico gebeurt. Dus: stop het geweld.’

Truth is, tegelijkertijd, scarier than fiction: diezelfde karikaturale corrido’s, waardoor schoolmeisjes zomaar zeggen dat ze best een narco als vriendje willen hebben, gelden aan de andere kant van de grens, op het slagveld van de permanente drugsoorlog, inmiddels als een aankondiging of melding van alwéér een moord. Het normale leven raakt er volledig door ontspoord. Terwijl Richi Soto overweegt of hij toch maar naar de VS moet verkassen, maakt zijn tegenpool Edgar Quintero juist plannen om eens inspiratie op te gaan doen in de wereld waar al z’n songs zijn gesitueerd.

Het is de Narco Cultura in een notendop. Waar de drugsoorlog het leven van gewone rechtschapen Mexicanen ondraaglijk maakt, is die over de grens een bron van vermaak of inkomsten – of simpelweg een bijproduct van de niet te bevredigen behoefte aan narcotica.

Femicide

BNNVARA

Elke acht dagen wordt er een Nederlandse vrouw vermoord. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om een man die ‘zijn’ vrouw doodt. Femicide (52 min.). Dit zijn de verhalen van enkele achterblijvers. Noem het vooral géén familiedrama, zegt één van hen, Nasrin Khoshkalems dochter Asri Kalhori, in deze interviewfilm van Roxanne Herder en Eva Strating. ‘Één persoon kiest ervoor om de ander te vermoorden’, zegt ze. ‘Dat is geen drama. Dat doe je niet met zijn tweeën. Dat doet één persoon!’

Stapsgewijs nemen de nabestaanden van Nasrin (1964-2018) en Nadine Beemsterboer (1986-2006), Eva Veerman (1992-2021) en Gea Godwaldt (1972-2020) door hoe de relatie die hun dierbaren het leven heeft gekost ooit (heel gewoon) is begonnen, zich vervolgens heeft ontwikkeld en uiteindelijk tot een dramatische ontknoping is gekomen. En hoe dit henzelf voor de rest van hun leven heeft getekend.

Stuk voor stuk hebben ze zich moeten buigen over de vraag of zij de tragedie misschien hadden kunnen voorkomen. Achteraf zijn de signalen dat er iets mis was vaak gemakkelijk te herkennen, maar waarom zag (vrijwel) niemand op het moment zelf de ernst van de situatie? En dan is er nog de woede, tegenover de man die ooit de partner van hun kind, zus of moeder was en die ook voor hen gewoon als familie voelde.

‘Als ik kom te overlijden op mijn oude dag, dan gaat er een bijl mee in mijn kist’, zegt Johan Veerman bijvoorbeeld ferm, als reactie op een boodschap die de moordenaar van zijn dochter Eva achterliet: we zien elkaar in de hemel. Gea Godwaldts zus Barbara kan zich dan weer boos maken over ‘victim blaming’. Mensen die vragen waarom haar zus niet gewoon wegging bij die vent. ‘Dit kan echt iedereen overkomen’, benadrukt ze.

Herder en Strating ondersteunen de tragische verhalen van de nabestaanden met beelden van het interieur van een onbestemd huis, dat zomaar een plaats delict zou kunnen zijn, en foto’s en filmpjes van de slachtoffers zelf, soms van vlak voor hun dood. Ze geven het geheel bovendien een stemmige ondertoon met de – overigens al wel erg vaak gebruikte – pianomuziek uit de Amerikaanse dramaserie The Leftovers.

Zo onderstrepen ze dat femicide een (on)menselijke tragedie is en blijft, waarover in de afgelopen jaren alles al eens is gezegd en die op de één of andere manier toch totaal onbegrijpelijk blijft.

Belaagd

KRO-NCRV

Let op voor mannen die snoepjes uitdelen. Niet in donkere steegjes lopen. Altijd samen naar huis fietsen. Even bellen als je weggaat. Bescherm je drankje. Draag rokken tot over de knie, lange mouwen en zeker geen diep uitgesneden kleding. ‘Het is eigenlijk te gek voor woorden dat het nodig is’, zegt een vrouw over de uitgaantips die zij en andere jonge meisjes vroeger kregen van hun ouders. ‘Mijn broer kreeg dezelfde uitleg niet.’

Nan Rosens (Verdacht, Doelwit en Gebroken) laat in de interviewfilm Belaagd (57 min.) Nederlandse vrouwen aan het woord over hoe ze seksueel lastig zijn (en worden) gevallen door mannen. De situaties die zij schetsen zijn zeer herkenbaar (en ook al vaker bespreekbaar gemaakt): van dubbelzinnige grapjes, fluitende bouwvakkers en ongevraagde aanrakingen tot dickpics, partnergeweld en verkrachting.

Rosens heeft haar gesprekspartners voor een ‘green screen’ geplaatst, waarop als uitgangspunt een roze achtergrond is geplaatst en aan de hand van wat zij vertellen ook andere kleuren, situaties en sferen kunnen worden geprojecteerd. Ze omkleedt deze ervaringsverhalen bovendien met unheimische scènes: een nachtelijk treinstation bijvoorbeeld, of een publieke ruimte met veel manvolk.

De film wordt daarmee precies wat ie vanaf het allereerste begin belooft te zijn: een documentaire over seksisme, het effect daarvan op vrouwen en de ernstige uitwassen ervan, allemaal vanuit vrouwelijk perspectief verteld. Een documentaire dus die perfect past in het #metoo-tijdsgewricht, waardoor er ruimte is gekomen voor ervaringsverhalen die voorheen vooral werden ingeslikt of gefluisterd.

Waarbij het mannelijke perspectief wellicht een waardevolle toevoeging zou zijn (geweest): (waarom) herkennen zij sommige signalen van vrouwen niet? Weten zij het wanneer ze een grens overgaan? En zo ja, waarom doen ze het dan toch?

Manifesto

IDFA

Manifesto begint ogenschijnlijk luchtig, met de ochtendrituelen van een nieuwe Russische generatie. Via YouTube-filmpjes en TikToks laten ze de wereld meekijken met hoe zij aan een nieuwe dag beginnen. Zo onschuldig als deze found footage-film begint, zo naargeestig zal ie eindigen, met het voortvluchtige vijftienjarige stel Denis Muravyov  en Katya Vlasova dat, als de politie arriveert om hen in te rekenen, overweegt om er dan maar zelf een einde aan te maken.

Tussendoor heeft regisseur Angie Vinchito – en dat is ongetwijfeld een schuilnaam – een huiveringwekkend beeld geschetst van de wereld waarin Russische jongeren opgroeien. Zeker op school heerst een klimaat van tucht en intimidatie, tonen ze zelf feilloos aan met stiekem gemaakte filmpjes. Leerkrachten schreeuwen, kleineren en delen zo nodig zelfs een klap uit. Intussen wordt een ‘traditioneel’ gedachtegoed uitgedragen. ‘Een vrouw moet klaar zijn voor seks als haar echtgenoot daar zin in heeft’, zegt een oudere docente bijvoorbeeld. ‘Niet, beste dames, als wij het willen, maar als onze mannen ’t willen.’

Gaandeweg wordt Manifesto (69 min.) steeds grimmiger. Bij sommige evacuaties, waarbij het alarm de naargeestige soundtrack verzorgt, hebben scholieren geen idee of het een oefening betreft of, gewoon, echt is. Niet veel later kan daarover geen misverstand bestaan: een schutter trekt moordend door het schoolgebouw. Hij blijkt niet de enige: op het politiebureau licht menige (potentiële) dader van een ‘school shooting’, vaak vergezeld van zijn ouders, rustig de motieven voor zijn daad toe.

Ook politiek is nooit ver weg. Een meisje met uitgelopen mascara vertelt huilend hoe een docent haar, vanwege onwelgevallige politieke ideeën, wil gaan rapporteren bij de autoriteiten. Andere tieners vertellen hoe ze zijn gearresteerd na deelname aan een bijeenkomst voor oppositieleider Aleksej Navalny, die zelf ook alweer enige tijd achter slot en grendel zit, of offreren deemoedig hun excuses aan de autocratische Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov, die ze blijkbaar hebben gegriefd.

Met een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van ik-beelden bouwt ‘Vinchito’ zo een onrustbarend narratief over een natie die nieuwe generaties verminkt het leven instuurt. Met als verpersoonlijking daarvan de middelbare scholieren Denis en Katia, die bekendheid verwerven als een live streamende variant op Bonnie en Clyde en de film, in afwachting van een Quick Reaction Force van de Russische overheid, een leverstoot van een einde bezorgen.