De Verdwenen Buurt

EO

De vader van Louis de Leeuwe wilde uiting geven aan zijn ‘onbenoembare verdriet’. Bij zijn pensionering in 1989 kreeg Jacques de Leeuwe van zijn kinderen het boek De Verdwenen Buurt (58 min.) van ingenieur Ies van Creveld, die zich had opgeworpen als geschiedschrijver van Joods Den Haag. Na het lezen nam De Leeuwe direct contact op met de schrijver. ‘Ik ben er kapot van.’

Een missie voor de rest van zijn leven was geboren. Jacques de Leeuwe, die zelf zijn ouders verloor in de Tweede Wereldoorlog en daar nauwelijks over sprak, besloot om een maquette van ‘de Jodenbuurt’ te gaan maken. De op een na grootste Joodse gemeenschap van Nederland was door de nazi’s vrijwel volledig uitgeroeid. Van de 17.000 Joodse Hagenaars overleefden er slechts tweeduizend de oorlog.

In samenspraak met bewoners probeerde De Leeuwe de huizen van deze verdwenen buurt zo nauwkeurig mogelijk na te maken. Hij wilde volgens zijn zoon Louis niets aan het toeval overlaten en zou uiteindelijk zo’n zeven jaar werken aan deze historische reconstructie, die in 1996 een plek kreeg in het Haagse gemeentehuis. En Louis zorgt ervoor dat het bijbehorende verhaal twintig jaar later nog altijd wordt verteld.

Hij krijgt in deze degelijke documentaire van Danny Akker, waarvoor Job Cohen als verteller fungeert, gezelschap van rabbijn Mendel Katzman, de achterkleinzoon van Izak van Gelder en zijn vrouw Lea. Ook rabbijn Van Gelder ontkwam niet aan deportatie. Samen met zijn vrouw werd hij in 1943 meegenomen naar het Nederlandse kamp Westerbork. Van daaruit volgde hun laatste reis naar het vernietigingskamp Sobibor.

Hoewel zulke verhalen al telkenmale zijn verteld, blijven ze onwerkelijk. En elke ooggetuige of herinnering is er één, nu de oorlog steeds langer geleden is en nieuwe verhalen uit de eerste hand alsmaar spaarzamer worden.

De Onterechte Kampioen

Video 2000 Deluxe

Theo Maassen is al cabaretier, standup comedian en acteur als hij in 2003 ook documentairemaker wordt met de korte film De Onterechte Kampioen (37 min.). Hij zal daarna ook nog televisiepresentator, regisseur en podcastmaker worden. En tussendoor steelt hij tot twee keer toe (*) een Europese bokaal van zijn favoriete voetbalclub PSV – althans, hij is degene die de UEFA Cup (1978) en de UEFA Super Cup (1988) via de televisie weer terugbezorgt aan de rechtmatige eigenaar.

Als achter straatartiest Heintje Bondo geen echte persoon had gezeten, de kleurrijke Eindhovenaar Huub van Bijnen, dan had hij zomaar een personage kunnen zijn uit de eerste voorstellingen van de cabaretier Maassen. Een oudere, lekker opgefokte versie van De Eindhovenaar bijvoorbeeld. De fanatieke oom van Prins CarnavalBerry van Aerle’s boze buurman. Of een ondergeschikte van Henk van de Tillaart bij Mengvoeders United. Brabanders die voortdurend balanceren tussen komedie en tragedie en intussen, gemoedelijk natuurlijk, hun publiek alle hoeken van de zaal laten zien.

Theo Maassen maakte deze observerende documentaire overigens met zijn jeugdvriend Marco Jansen. Ooit stonden ze samen al heerlijk hinderlijk in beeld tijdens een standupper van Shownieuws-verslaggever Albert Verlinde, nu kijken ze mee hoe Huub bij het Living Statue-kampioenschap in Oostende de hoofdprijs in de wacht probeert te slepen. De avond van tevoren is hij in elk geval strijdvaardig. ‘Ik dacht thuis al: ik sta m’n mannetje wel hoor’, zegt Huub, terwijl hij met een ijsje in de hand rondkijkt in een speelgoedwinkel. ‘Dat doe ik zeker. Ik laat me niet op m’n kop zitten. Dat doe ik niet.’

De volgende dag in de Belgische stad begint ontspannen. ‘Ik doe m’n best en ik hoop dat God de rest doet’, zegt Huub en start monter met de wedstrijd. Totdat hem geruchten bereiken over een concurrent. Behalve dat ie iedereen nat spuit, schijnt ‘De Fontein’ ook helemaal niet te stáán. Hij zít stiekem – althans, daar raakt Huub van overtuigd. ‘Ik sta hier ontzettend mijn best te doen, van heb ik jou daar’, fulmineert hij tijdens een Kees Momma-achtige tirade met Brabantse tongval, die zowel ontroert als op de lachspieren werkt. ‘En hij zit daar prinsheerlijk op een zetel, als de koning van Spanje.’

Maassen toont hoe zijn held ondertussen alles op alles moet zetten om als Amerikaans vrijheidsbeeld stil te blijven staan, laat hem tussendoor lekker uitrazen voor zijn camera en werkt daarna, met de wel erg dramatische themamuziek van de film Requiem For A Dream, toe naar de prijsuitreiking. Waarbij Huub licht beteuterd toekijkt hoe de jury een ander beloont. Of zoals hij dat zelf verwoordt: een ervaring rijker en een illusie armer. Als levend standbeeld mag hem dan geen eeuwige roem vergund zijn, dit aardige portret zet Huub vol in de spotlights, die hij al zijn hele leven lijkt te hebben gezocht.

Enkele jaren later spreekt Theo Maassen bij de uitvaart van Huub van Bijnen (1937-2016) zijn vriend nog eens hartelijk toe. ‘Als de spelers van het Nederlands elftal zijn mentaliteit hadden gehad, dan waren we al vier keer wereldkampioen geweest.’ De schrijver Henk van Straten heeft dan ook al een boek gewijd aan Heintje Bondo, Mijn Beste Nieuwe Vriend (2008).

(*) In 2012 bleek in het televisieprogramma De Wereld Draait Door overigens dat Theo Maassen ook de kampioensschaal van Ajax in z’n bezit had gekregen. Die prijs heeft ie vanzelfsprekend héél snel teruggegeven aan de onterechte kampioen van dat jaar.

Fase 8: Femicide

Posh Productions / BNNVARA

Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.

Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.

Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.

Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.

Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.

Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.

In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.

Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.

Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B.

VPRO

Als de Noorse minister van Justitie Tor Mikkel Wara in 2018 dreigbrieven ontvangt, zijn huis wordt beklad met de belediging ‘rasisit’ en hakenkruizen en ook zijn dienstauto in vlammen opgaat, kijkt vrijwel iedereen direct naar ideologische tegenstanders van zijn rechts-populistische Vooruitgangspartij, Fremskrittpartiet.

Totdat zijn eigen echtgenote Laila Anita Bertheussen in beeld komt als verdachte. Zij ontkent echter ten stelligste dat ze iets met de intimidatie van doen heeft. Nog steeds – ondanks een veroordeling tot twintig maanden gevangenisstraf. Ook in de intrigerende documentaire Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B. (56 min.) van de Nederlandse regisseur Stefanie de Brouwer. Terwijl ook echtgenoot Tor Mikkel inmiddels afstand heeft genomen van haar.

De zaak is vermoedelijk in gang gezet door de theatervoorstelling Ways Of Seeing in het Black Box Teater in Oslo. Het huis van Wara wordt daarin als achtergrond gebruikt. Laila zit in de zaal en legt deze inbreuk op haar privacy vast met haar mobiele telefoon. ‘Je vraagt je af: staat ze dit live te streamen naar een of ander platform?’ herinnert theatermaakster Hanan Benammar zich. Ze hoort pas later dat ‘t om de echtgenote van de minister gaat.

De Brouwer sluit aan als Bertheussen haar leven weer oppakt. Tijdens de rechtszaak heeft ze vooral van zich laten horen via zelfgemaakte tassen. Daarmee begint zij uit te drukken hoe ze zich voelt. ‘Ik was het niet’, staat er bijvoorbeeld op een fleurig groenrood exemplaar. Het is gaandeweg haar manier geworden om haar kant van het verhaal te doen. ‘Sorry dat ik je een zak noemde’, is er te lezen op een bloemetjestas. ‘Ik dacht dat dat bekend was.’

Laila Bertheussen houdt intussen stug vast aan haar eigen waarheid. De Brouwer bevraagt die wel, maar legt haar niet het vuur aan de schenen. Ze lijkt eerder het principe ‘show, don’t ask’ te huldigen. Door haar protagonist simpelweg te tonen – op bezoek in haar geboortedorp Lødingen, haar voormalige woning uitruimend of te gast bij het politieke festival Arendalsuka, waar ze haar tassen exposeert – laat die zelf wel zien uit welk hout ze is gesneden.

Achter dat koele uiterlijk schuilt een vrouw met een verleden, haar eigen uitdagingen en nauwelijks verholen rancune tegenover de man met wie ze een half leven samen was. Die zich sterk houdt, tóch naar binnen laat kijken en zichzelf opnieuw probeert uit te vinden – ook al blijft ze voor de buitenwacht vermoedelijk altijd de vrouw van Fremskrittpartiet-kopstuk Tor Mikkel Wara, die zijn tegenstanders verdacht probeerde te maken en zo zichzelf besmeurde.

Kandinsky, The Colours Of Sounds

Jaune Rouge Bleu, 1925 © Centre Pompidou, MNAM-CCI / AVROTROS

Een uitvoering van Wagners opera Lohengrin zet in 1896 alles op zijn kop. Wassily Kandinsky is voorbestemd om jurist te worden, maar besluit daarna om zijn vaderland Rusland te verlaten en zich aan kunst te gaan wijden. In de kunstenaarsstad München neemt Kandinsky, die als kind piano en cello leerde spelen, regelmatig tentoonstellingen bezocht en vaste gast was in het theater en bij de opera, vanaf 1900 les bij ‘de vorst van de schilderkunst’ Frans von Stuck.

‘Ik had het gevoel herboren te zijn, maar stuitte op de grenzen van m’n vrijheid’, schrijft Kandinsky destijds, een tekst die nu is ingelezen door Pierre-Henri Gibert, één van de makers van Kandinsky, The Colours Of Sounds (53 min.). ‘Gevangen in het werken naar een model.’ Hij besluit om zijn eigen weg te gaan. Zijn liefde voor muziek, de manier waarop die hem tot in elke vezel van zijn lichaam weet te raken, werkt daarbij inspirerend. Kandinsky ontdekt ‘een esthetiek van gekleurde vlekken’, aldus de verteller van dit kunstenaarsportret. In deze schilderijen zit muziek!

De ontwikkeling die de schilder in de navolgende jaren doormaakt wordt in deze documentaire door Gibert en zijn coregisseur Adrien Minard fraai inzichtelijk gemaakt met een stapsgewijze ontleding van zijn stijl, kleurgebruik en gebruik van symboliek en uitleg daarbij van kunsthistorici én muziekwetenschappers. Want de Russische kunstenaar laat zich voortdurend inspireren door zijn andere grote liefde, muziek. Als Kandinsky in 1911 samen met zijn vriendin Gabriele Münter naar een concert van Arnold Schönberg is geweest, valt voor hem ook als schilder het kwartje.

In deze ‘wereld zonder simpele herkenningstekens’ lijkt de tonaliteit volledig te zijn losgelaten. Schönbergs muziek krijgt direct zijn weerslag in Kandinsky’s eerste abstracte doek, Schilderij Met Cirkel. Hij schrijft tevens een bedankbrief aan de componist, die de start vormt van een samenwerking tussen de uitvinder van de atonaliteit en de vader van de abstracte kunst. Kandinsky probeert zijn idee van een totale kunst ook onder woorden te brengen, bijvoorbeeld in de alamanak Der Blaue Reiter. Voor hem overstijgt kunst, ongeacht de vorm ervan, alle talen, haat en grenzen.

Abstracte thematiek voor de gemiddelde 21e eeuwer, zou je zeggen, maar in deze ferme film helder uiteengezet en invoelbaar gemaakt. Langzaam maar zeker zal Kandinsky in zijn verdere leven, zo nu en dan gehinderd door de grillen van de liefde en de wereldgeschiedenis, zijn eigen stijl verder verfijnen. Na een woelige periode in z’n vaderland belandt hij aan het begin van de jaren twintig weer in Duitsland, waar hij floreert in de Bauhaus Schule. Totdat de nazi’s er de macht grijpen en zijn werk tot ‘ontaarde kunst’ verklaren…

De Wilde Noordzee

MN Media / EO

Zijn passie voor de onderwaterwereld werd ooit in gang gezet door de films van de befaamde Franse ‘oceanaut’ Jacques Cousteau. En gaandeweg wist de Nederlandse duiker en natuurfilmer Peter van Rodijnen van zijn hobby zowaar z’n beroep te maken. Het duurde alleen even voordat hij ook in zijn eigen omgeving begon rond te kijken, naar De Wilde Noordzee (89 min.).

Hij start deze groots opgezette natuurfilm, geregisseerd door Mark Verkerk, dicht bij huis, in zijn eigen biotoop Zeeland. Daar observeert hij bijvoorbeeld hoe een mannelijke zeedonderpad wekenlang tussen de oesters waakt over z’n eitjes. ‘Na al die weken zorg voor hem en zo’n tien koude duiken voor mij komen de eitjes uit’, vertelt Van Rodijnen erbij. ‘Ja, je krijgt echt een band! Nou ja, of het echt wederzijds is…’

Zo begeleidt hij de verwikkelingen in en om het water van persoonlijk, veelal luchtig commentaar. Bij de reuzenhaai bijvoorbeeld, ‘formaat stadsbus’, die hij zowaar ook in die good old Noordzee aantreft. Voor de mens vormt die geen gevaar. Want deze haai mag dan gigantisch groot zijn, volgens de Nederlandse Cousteau eet hij piepklein. ‘Hij zwemt met zijn muil open’, windt hij er geen doekjes om, ‘en filtert er plankton uit.’

Peter van Rodijnen is natuurlijk geen Jacques Cousteau – of ‘een’ David Attenborough – maar zeker een verdienstelijke verteller, met ook oog voor de rol van de mens: van vissers uit Urk tot de aanleg van windmolens. Hij benoemt de schade die zo wordt aangericht, maar zoomt ook in op initiatieven om de biodiversiteit te stimuleren, zoals Deense pogingen om de zalm te laten terugkeren in z’n oorspronkelijke leefgebied.

Van Rodijnens verhalen strekken zich uit tot alle landen rond de Noordzee en worden begeleid door treffende Cousteau-citaten, een weelderige soundtrack van Sven Figee en – natuurlijk – zinnenprikkelende beelden van het waterleven, zowel (extreme) close-ups van al wat leeft onder de zeespiegel als epische droneshots van de wereld daaromheen. Ernaar kijken betekent ook bij De Wilde Noordzee er waarde aan hechten.

En, citeert Peter van Rodijnen tot besluit ene Jacques-Yves Cousteau: mensen beschermen waar ze van houden.’

Echo’s Van Sobibor

Submarine / BNNVARA

In 2021 wonnen Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, met de documentaire De Sobibor Tapes – De Vergeten Interviews Van Jules Schelvis. Vijf jaar later is er de driedelige serie Echo’s Van Sobibor (165 min.). Die neemt opnieuw de getuigenissen die Sobibor-overlevende Jules Schelvis en schrijfster en slaviste Dunya Breur in de jaren tachtig vastlegden van overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor als uitgangspunt, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de volgende generaties van hun families.

Jetje Manheim van de Stichting Sobibor, een goede vriendin van de in 2016 overleden Schelvis, fungeert daarbij als verbindende schakel. Heel lang wist ze weinig over Sobibor, haar vader wilde er niets van weten. Later vertelde hij dat haar grootouders in het kamp waren vermoord. Het gedenken daarvan is volgens Jetje de laatste tijd echter in een heel ander licht te staan door de oorlog in Israël en Gaza. ‘Die maakt het bijna onmogelijk om puur te herdenken’, constateert ze. ‘De boodschap van het nooit meer laten gebeuren van zo’n verschrikkelijk onheil is al verstoord.’

Miriam en Eran Kahanov, de dochter en kleinzoon van Hella Weiss, ervaren in Israël hoe het leven daar sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 is veranderd. Als ze over Weiss vertellen, zijn op de achtergrond acties van het Israëlische leger te horen. Michael en Vadym, de zoons van de Oekraïner Arkady Wajspapir, vragen zich intussen af wat hun vader zou hebben gevonden van de huidige oorlog in hun land. Die wilde beslist niet leven in een totalitaire staat. En Rena Blatt, de dochter van Thomas Blatt, kampt met het permanente gevoel van onveiligheid waarmee ze in de VS is grootgebracht.

Via getuigenissen van de gevangenen die het vernietigingskamp in Polen, al dan niet na de befaamde opstand op 14 oktober 1943, wisten te overleven, schakelen De Blaauw en Tuinstra in deze miniserie soepel tussen heden en verleden. Naar het lange gesprek bijvoorbeeld dat Thomas Blatt in 1983 had met de aangeklaagde kampbeul Karl Frenzel. ‘Ik wil nadrukkelijk naar u uitspreken dat ik niet kwaad op u ben’, zegt Frenzel, die vindt dat hij zelf ook ontzettend heeft geleden. ‘Dat u van alles over mij hebt verteld en ook een zekere haat tegenover ons koestert neem ik u niet kwalijk.’

‘Dit is echt ongelooflijk’, reageert Jetje Manheim verontwaardigd, na het beluisteren van de geluidsopnames. ‘Ik kan niet begrijpen wat ik gehoord heb. Hij zegt ook dat hij Blatt niet kwalijk neemt wat hij vandaag in de rechtszaak gezegd heeft. Dat moest er nog bijkomen. Dit is gewoon de omgekeerde wereld.’ In Brazilië heeft Sobibor-overlevende Stanislav ‘Shlomo’ Smajzner dan allang zijn conclusies getrokken. Als hij in 1978 de SS’er Gustav Franz Wagner uit Sobibor herkent in zijn nieuwe thuisland, wil hij hem het liefst direct doden. In 1980 steekt Wagner zichzelf dood in zijn cel. (Zelf)moord?

Zo blijven de gruwelijke gebeurtenissen in Sobibor hun schaduw werpen over het latere leven van de overlevenden, nabestaanden en hun afstammelingen. Ook achter de voordeur hebben die veel ellende veroorzaakt. Zo spreekt Dena, de weduwe van Thomas Blatt, in het slot van de laatste aflevering van deze miniserie voor het eerst uit hoe onmogelijk ‘t eigenlijk was om met haar man te leven. Blatt, die zich naar buiten toe altijd goed en groot hield, was volgens Dena niet in staat om van anderen te houden en maakte haar en de rest van het gezin gedurig het leven zuur.

Met zulke ontboezemingen brengt Echo’s Van Sobibor, ruim tachtig jaar na dato, alle uithoeken van het oorlogstrauma dat dit ene Duitse vernietigingskamp te weeg bracht nog eens krachtig in beeld.

Hoodfights

Liano (l), Yannick (m) en Wesje (r) / Powned / NPO Start

Als documentairemaker houdt Joost van der Valk er een opmerkelijke voorkeur voor rauwdouwers op na. Type heel ruwe bolster, min of meer blanke pit. Nee, dan worden natuurlijk niet de Nigeriaanse hulpverlener Sam Itauma (Saving Africa’s Witch Children), Oegandese activist Peter Sewakiryanga (The Witchdoctor Hunters) of meermaals bekroonde oorlogsfotograaf Eddy van Wessel (Eddy’s Oorlog) bedoeld.

Van der Valk, al dan niet met zijn vaste partner Mags Gavan, heeft er echter ook een sport van gemaakt om types aan Neerlands rafelranden te portretteren. Keylow (Crips: Strapped ‘N Strong) bijvoorbeeld, toentertijd oprichter van de Haagse Crips-gang en later voorman van de motorclub Caloh Wago en in die hoedanigheid naar verluidt ook de moordmakelaar van Ridouan Taghi. De volstrekt onaangepaste Hagenees John Waldschmit (Haagse Sjonnie). En enkele gestaalde generaals en drieste voetsoldaten van de Molukse motorbende Satudarah (Satudarah – One Blood).

Aan dat rijtje voegt hij in de vierdelige docuserie Hoodfights (126 min.), die verdacht dicht tegen reality-tv aanschurkt, weer enkele illustere helden toe. Om te beginnen: de Bosschenaar Yannick, alias ‘Turbulentie’, die tijdens de Coronacrisis illegale straatgevechten is gaan organiseren. ‘Als je totaal niks van vechten afweet, kan het allemaal heel heftig overkomen’, zegt deze vrije jongen, in reactie op alweer een gemeentelijke brief dat ie moet stoppen. ‘Maar het is ook gewoon een sport, snap je?’ Hij klokt z’n blikje energydrink leeg. ‘Ik heb zelf ook weer zin om te knokken.’

En dan is er Wesley, een licht ontvlambare 36-jarige vader uit Spijkenisse van maar liefst acht kinderen die ooit z’n brood verdiende als gigolo en tegenwoordig werkt als porno-acteur. ‘Wesje’, ogenschijnlijk een gedroomde hoofdpersoon voor de eerste echte Nederlandse kneukfilm, staat in de startblokken om ook eens helemaal los te gaan in een geïmproviseerde kooi in het Brabantse buitengebied. Hij komt daar tegenover de jongeling Liano, ofwel ‘De Hoevelakense Hamer’, te staan. Als moderne gladiatoren slaan en schoppen ze al hun verdriet, woede en overtollige energie van zich af.

Joost van der Valk tekent de wedstrijden van deze Fight Club (waaronder een onvervalst bare knuckle-gevecht in de bossen, bij het licht van geparkeerde auto’s) met veel drama op, schetst tussendoor met ruwe pennenstreken de mens achter de ‘soldaat’ en de lieden om hem heen en tekent zo een wereld met z’n geheel eigen codes en mores op. Zonder dat ie er zelf iets van vindt of ’t kritisch bevraagt. En als zijn hoofdpersoon, na een frustrerende periode, besluit om naar Engeland af te reizen voor z’n eigen gevecht in de ring, sluit hij aan en legt alles vast, inclusief de verbroedering na afloop.

Want zoals het echte gladiatoren betaamt, is eerst alles geoorloofd om de ander te verslaan en voelen ze zich daarna als broeders die samen een oorlog hebben overleefd. En Joost staat erbij, kijkt ernaar en laat de rest van de wereld ervan ‘meegenieten’.

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…

Zabic Miss

HBO Max

Op negentienjarige leeftijd ligt de wereld aan haar voeten. Agnieszka Kotlarska, eerstejaars student aan de Wrochlaw Tech-universiteit, wordt eerst gekozen tot Miss Polen van 1991 en sleept daarna in Tokio ook nog de Miss International-titel in de wacht. In eigen land wordt ze daarna als een grote ster onthaald, als een schitterend voorbeeld van hoe het Oostblokland na de val van het IJzeren Gordijn de vrije wereld kan veroveren.

Achter de schermen moet Kotlarska echter een stalker, Jerzy Lisiewski, van zich afhouden, een man waarvan zij denkt dat hij geen echt gevaar voor haar vormt. De kijker van de driedelige true crime-serie Zabic Miss (internationale titel: Obsession: The Murder Of A Beauty Queen, 136 min.) weet natuurlijk wel beter. Dat Agnieszka’s sinistere belager zal toeslaan staat op voorhand vast. Het is, tragisch genoeg, alleen nog de vraag hoe, waar en wanneer.

Terwijl zij zich ontwikkelt tot een internationaal gevierd supermodel, trouwt met haar veel oudere jeugdliefde Jaroslaw Swiatek en samen met hem ook een kind krijgt, kijkt Jerzy vanuit de coulissen mee. Hij voelt zich genegeerd. ‘Ik geloof dat je even de tijd moet nemen voor iemand die daar echt naar verlangt’, zegt hij geheel in stijl, op geluidopnames van zijn verhoor. Jerzy uit zijn woede op straat. ‘Kurwa Kotlarska’, kalkt hij op talloze ramen en muren. Kotlarska, de slet. 

Haar echtgenoot Jaroslaw, diverse intimi en collega’s schetsen Agnieszka in deze geladen productie van Maciek Bielinski nochtans overtuigend als een vrouw met klasse, waarbij de schoonheid zeker niet alleen van buiten zit. De 36-jarige man die haar fataal wordt komt ondertussen, ook door de nogal clichématige gedramatiseerde scènes, over als een archetypische engerd, een gestoorde killer die in zijn eentje steeds verder afdaalt in zijn eigen hel en haar daarin meesleurt.

De moord op het net 24-jarige topmodel in augustus 1996 staat overigens niet op zichzelf. Ook andere ‘schoonheidskoninginnen’ en bekende Polen vertellen in Zabic Miss over hun onrustbarende ervaringen met stalkers. De dood van hun collega zorgt in Polen eerst voor ontzetting en daarna voor volkswoede, wanneer blijkt dat de dader niet voor de rest van zijn leven achter de tralies wordt gezet en dus ooit weer een gevaar voor de maatschappij zou kunnen vormen.

Bijna dertig jaar later ijlt zijn horrordaad nog altijd na, laat het aangrijpende slot van deze miniserie zien. Jaroslaw Swiatek heeft zich begrijpelijkerwijs ontwikkeld tot een overbeschermende vader. Na Agnieszka Kotlarska’s dood werd er een ‘beschermende paraplu’ over hun dochter Patrycja gelegd. Die kan nog altijd vrijwel niets over haar moeder zeggen, vertelt ze, ‘omdat ik niets voel’. Patrycja’s moeder is een symbool geworden, een onderwerp om te ontvluchten.

Tortelduifjes

Human

Voor wie nog twijfelde of de spichtige man met die baard en dat lange haar, die in de openingsscène van Tortelduifjes 20 min.) een duif uit z’n kooitje haalt en met Amsterdamse tongval tegen het dier kletst, misschien ‘Dennis van de Dierenwinkel’ zou kunnen zijn, haalt Ester Gould direct zijn vaste bluesy muziekje uit de veelgeprezen serie Schuldig (2016) weer van stal.

Haar ontwapenende hoofdpersoon zet ondertussen een container en een plant buiten, zodat zijn zaak in de Amsterdamse Vogelbuurt weer open kan. Als de telefoon gaat, nadat hij ook de dieren in zijn winkel heeft begroet, neemt de man die zo’n tien jaar geleden een cultheld werd op vertrouwde toon op. ‘Dierenspeciaalzaak Ambulia’, klinkt ‘t, alsof de tijd heeft stilgestaan. ‘Goedemorgen, met Dennis.’

Alleen staat de vader van Dennis van den Burg niet meer achter toonbank. Die is enige tijd geleden overleden. Dat is heel snel gegaan. ‘Dus toen was het wel stil, ja’, constateert Dennis mismoedig. Een eenzaam bestaan lonkte. Totdat hij Swindey ontmoette. Op een vrijdagmiddag. In de winkel, natuurlijk. Zij was eenzaam en op zoek naar twee vogels. Ze vond een liefdevolle paradijsvogel.

Samen doen ze nu het hartverwarmende verhaal van hun late liefde, dat door Gould vanzelfsprekend is afgehecht met een sfeervolle soundtrack. Zingt Nick Cave daar bijvoorbeeld dat hij niet gelooft in een interveniërende God? Je zou er bijna (weer) van gaan geloven. Zoals ook de liefdevolle manier waarop de twee over elkaar vertellen – en hoe ze kijken als de ander dan spreekt – raakt.

‘O-o, wat ken een mens een sachte aap worden’, zegt Dennis zelf treffend in Tortelduifjes, als zijn liefde met Swindey definitief is bezegeld. Deze lekker onschuldige Schuldig-nabrander is dan al een kostbaar kleinood geworden voor de donkere dagen van het jaar. Een kerstverhaal, dat helemaal niet in december speelt en toch meer dan genoeg hoop en troost biedt voor een zalig uiteinde.

Breaking Walls

SeriousFilm / VPRO / maandag 22 december, om 23.05 uur, op NPO2

Terwijl Hai Yi aan tafel zit met zijn Nederlandse vriend Fred, komt er een bericht binnen vanuit China. Zijn moeder attendeert hem op voeding waarmee hij zijn hormoonhuishouding op orde kan brengen. Zodat hij seksueel beter presteert. ‘Het werkte ook voor Yen en Lin’, schrijft ze enthousiast. ‘Een drieling!’

De Chinees-Nederlandse journalist en activist houdt zijn geaardheid nog altijd verborgen. Zoals hij noodgedwongen ook zijn identiteit zoveel mogelijk afschermt. Als het Chinese regime hem op het spoor komt, zijn hij en zijn familie in China niet veilig. ‘Ik zou in een wereld willen kunnen leven, waarin ik mij veilig voel om in vrijheid mijn werk te doen’, zegt hij daarover in Breaking Walls (22 min.). ‘Zonder daarbij bang te hoeven zijn voor het uiten van mijn persoonlijke of politieke mening.’

De huidige realiteit dicteert echter dat in deze film, die is geïnspireerd op Hai Yi’s leven, zijn anonimiteit is geborgd. Regisseur Jan-Dirk Bouw kiest dus voor een hybride-vorm, een combinatie van documentaire-elementen en animaties van Sverre Fredriksen. Zo tast hij zowel het persoonlijke als het publieke leven van zijn hoofdpersoon af, die afkomstig is uit een samenleving waarin het begrip vrijheid een totaal andere betekenis heeft en die, gedwongen door de omstandigheden, ook een onvrij leven leidt.

Hai Yi moet schipperen. Tussen wie hij is en moet zijn. En: tussen wat hij vindt en in het openbaar kan vinden. Dat eist in deze delicate film onvermijdelijk zijn tol. ‘Als je gedachten zijn gekaapt door anderen’, houdt hij, in zijn rol als activist, zijn publiek voor tijdens een festival voor de vrijheid van meningsuiting. ‘Dan kun je je niet vrijelijk uitdrukken en komt je leven tot stilstand.’ Hij weet waarover ie spreekt.

Trailer Breaking Walls

De Redders Van Het Scheepswrak

NTR

‘De Jurk’ heeft alles veranderd voor de leden van de Duikclub Texel. Zomaar de Waddenzee induiken en rondstruinen in een scheepswrak is er niet meer bij. Dat is sinds die ene vondst in het Palmhoutwrak, op een onbewaakte dag in 2014, ondenkbaar geworden. Toen troffen ze in een kist in dat wrak een puntgave jurk uit de zeventiende eeuw aan, die vierhonderd jaar onder water had gelegen. ‘Onze Nachtwacht’, noemde Corina Hordijk, de directeur van het plaatselijke museum Kaap Skil, deze archeologische schat.

Het verhaal van die bijzondere vondst en de maatschappelijke discussie die daarover binnen en buiten Texel ontstond, tot in Londen aan toe, is al verteld in de puike miniserie De Jurk En Het Scheepswrak (2023). In dit vervolg toont Arnold van Bruggen hoe de redding van dat wrak daarna toch weer grotendeels tot stilstand is gekomen. Want ondanks wereldwijde aandacht voor de jurk en tentoonstelling ervan in Kaap Skill, waar ook koning Willem-Alexander en koningin Maxima een kijkje zijn komen nemen, ligt het Palmhoutwrak nog altijd gewoon bij Burgzand op de bodem van de Waddenzee.

Bij de start van De Redders Van Het Scheepswrak (59 min.) pakt directeur Hordijk dus haar biezen. Zij is teleurgesteld in het gebrek aan vooruitgang. De strijd wordt echter voortgezet door Tweede Kamerlid Sandra Beckerman (SP), die zelf is opgeleid tot archeoloog. Zij pleit binnen en buiten de Kamer voor structurele financiering voor maritieme archeologie en stimuleert de verantwoordelijke minister Eppo Bruins om eens een kijkje te gaan nemen in Texel. Terwijl Beckerman naar politiek draagvlak zoekt, voert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een nadere verkenning van het wrak uit.

Van Bruggen volgt hun verrichtingen, in en boven water, om te komen tot een reddingsplan voor Neerlands maritieme erfgoed en steekt tevens z’n licht op bij de mensen waarmee dit verhaal ooit begon: de Texelse hobbyduikers. Zij hebben zich maar aan te passen aan ‘het nieuwe normaal’. Het feit dat er voortaan officieel ontheffing moet worden gevraagd voordat er kan worden gedoken bij wrakken in de Waddenzee strijkt menigeen tegen de haren. Want met al die officiële vergunningsaanvragen en doorlooptijden van een week of acht is dat duiken al snel geen leuke hobby meer.

Hoewel deze nieuwe film de wow!-factor mist van de oorspronkelijke serie, die een hele nieuwe wereld boven water haalde, heeft dit vervolg zeker ook z’n waarde: de documentaire toont hoe het Palmhoutwrak, ondanks die bewierookte jurk, vier eeuwen na dato gewoon vastloopt in de modder van het Hollandse poldermodel. Waar de neuzen echt niet zomaar dezelfde kant op wijzen.

Aimée & Samir

Elbe Stevens Film / NTR

Aimée de Jongh wil laten zien wat onzichtbaar is geworden, zegt ze in de korte documentaire Aimée & Samir (29 min.). Zodat we niet meer kunnen wegkijken van wat er onder onze ogen gebeurt. De Nederlandse stripauteur en illustrator, die zelf Indonesische roots heeft, doelt dan vooral op de schaduwkanten van migratie, bijvoorbeeld voor de vluchtelingen aan de grenzen van Fort Europa.

Met een beperkt aantal, tamelijk droog ingesproken voice-overs stuurt ze deze sfeervolle film van Catherine van Campen zelf aan. Die laat De Jonghs succesvolle carrière veelal links liggen en concentreert zich op de totstandkoming van haar nieuwe graphic novel Samir. Over een fictieve Syrische jongen in een Grieks vluchtelingenkamp, die de reis op zee heeft overleefd door zich vast te klampen aan een jerrycan.

Om hiervoor research te doen is de stripkunstenares afgereisd naar Lesbos. Ze gaat in gesprek met vluchtelingen die daar in een tentenkamp zijn beland en bevraagt bewoners van het Griekse eiland. Terwijl ze hen tekent – een proces dat Van Campen tegelijkertijd met animaties in beeld brengt – geeft De Jongh hen alle ruimte om te vertellen. Als bedankje ontvangen ze naderhand hun eigen portret.

Of hij hier met familie is, wil ze bijvoorbeeld weten van een tienerjongen. Alleen met mijn oma en opa, antwoordt die. Hij heeft verder geen andere familie in het kamp. ‘Ik hoop dat zij ook hierheen kunnen komen’, reageert De Jongh, die ondertussen geconcentreerd blijft doortekenen. ‘Wie?’ vraagt de jongen. ‘Je familie’, antwoordt zij. ‘Nee, die heb ik niet’, zegt de jongen bijna achteloos. ‘Ze zijn dood.’

Een plaatselijke visser vertelt dat hij tijdelijk is gestopt met zijn werk. ‘Ik haalde mensen binnen in plaats van vis’, vertelt hij. Dat wordt zichtbaar op een begraafplaats voor onbekende vluchtelingen, waar De Jongh de Afghaanse vluchteling Sohrab ontmoet. Rondom hen liggen overal vluchtelingen begraven. Vooral moslimvrouwen, legt hij uit. Want die hebben vaak niet leren zwemmen.

Met haar fraaie en treffende illustraties, die Catherine van Campen integraal onderdeel heeft gemaakt van deze film, probeert Aimée de Jongh deze werkelijkheid zichtbaar te maken. Tegelijk zit er bij haar ook ongemak over hoe zij, als een willekeurige westerse toerist, zomaar uit de wereld van vluchtelingen en eilanders kan stappen, om gewoon even van de zon en de omgeving te genieten.

Die dubbelheid weerhoudt de Nederlandse kunstenares er niet van om met potlood en schetsboek letterlijk vorm te geven aan haar idealen en overtuigingen. Met haar nieuwe album, afgeleverd bij Uitgeverij Dargaud te Brussel, geeft ze iets terug aan de mensen die haar hebben gevoed.

Life After

Together Films

Het heeft nogal wat voeten in de aarde als Elizabeth Bouvia in 1983 in haar rolstoel de rechtszaal in het Californische Riverside wordt binnengereden. De 25-jarige vrouw, die in haar dagelijks leven volledig afhankelijk is van de zorg van anderen, eist het recht op om te mogen sterven – om zichzelf, onder begeleiding, te mogen uithongeren. Deze aangekondigde dood zal haar door de rechter echter niet worden gegund.

In 1997 wordt Bouvia, liggend in bed, nog eens voor het televisieprogramma 60 Minutes geïnterviewd door Mike Wallace. Daarna verdwijnt ze van het toneel. Filmmaker Reid Davenport vraagt zich bij de start van Life After (99 min.) af of het boegbeeld van de right-to-die beweging nog leeft, hoe het haar sindsdien is vergaan en wat haar erfenis is. Hij heeft zelf een ernstige lichamelijke beperking en buigt zich in deze scherpe film over het zelfbeschikkingsrecht dat zij zo nadrukkelijk heeft opgeëist.

Davenport gaat de ongemakkelijke issues niet uit de weg. Want is de keuze voor de dood, die Bouvia wilde maken en die andere mensen met een lichamelijke beperking sindsdien hebben willen maken, werkelijk ingegeven door pijn of een gebrekkige kwaliteit van leven? In hoeverre spelen praktische overwegingen daarbij ook een rol? De Canadese euthanasiewet Medical Assistance In Dying (M.A.I.D.) is bijvoorbeeld inmiddels speciaal voor mensen met een lichamelijke beperking opengesteld.

Zorgt dat niet voor (extra) druk op hen? Michal Kaliszan, een man uit Ontario, ziet in euthanasie bijvoorbeeld ‘een uitweg’. Na de dood van zijn moeder lijkt zijn enige alternatief een in zijn ogen uitzichtloos leven in een instelling. Dan verkiest hij toch de dood, zegt hij stellig, de minste van twee kwaden. Voor Michael Hickson, een man die aan een periode in coma ernstige schade overhield, maken zijn artsen die keuze. Zijn vrouw Melissa is het daar helemaal niet mee eens. Ze hoort ’t echter pas een dag later.

De ontwikkelingen rond Dying With Dignity gaan tegenwoordig snel in Canada, vertellen direct betrokkenen, véél sneller dan in traditionele gidslanden zoals Nederland en België. Daarbij wordt er volgens hen ook gecommuniceerd dat zo’n zachte dood tot lagere zorgkosten kan leiden. Over perverse prikkels gesproken. ‘Je kunt geen menselijk lijden verhelpen door mensen te doden’, vindt professor Catherine Frazee van de universiteit van Toronto, die zelf in een rolstoel zit en zuurstof krijgt toegediend. 

Reid Davenport kamt het hele gebied rond euthanasie voor mensen met een lichamelijke beperking uit, waarbij onvermijdelijk ook de eugenetica en de Amerikaanse voorvechter Jack Kevorkian van het honoreren van doodswensen, de revue passeren. Het resultaat is een emancipatoire film, die opnieuw aanzet tot nadenken over ieders (?) recht om te sterven en die eindigt waar ie begon: bij de vrouw met het, volgens sommige Amerikaanse media, ‘useless body’: Elizabeth Bouvia. Waarom wilde zij nu écht dood?

Leven Na De Dictatuur

TMD Media / NTR

In 2014 stemde Thaeer Muhreez bij de presidentsverkiezingen nog op de Syrische leider Bashar al-Assad, een jaar later ontvluchtte hij zijn land en de oorlog die daar woedde. In de tweedelige docu Leven Na De Dictatuur (51 min.) kijkt hij terug op zijn eigen vluchtverhaal, dat hem tien jaar geleden naar Nederland heeft gebracht. Helemaal loskomen van de wereld die hem heeft voortgebracht is moeilijk gebleken. ‘Zonder dictator raak je verdwaald’, constateert Thaeer in de voice-over waarmee hij zijn persoonlijke relaas richting geeft. ‘Je voelt eenzaamheid die moeilijk te beschrijven is.’

Vluchten is ‘alsof je opnieuw bent geboren’, stelt zijn beste vriend en collega-filmmaker Jamil Makhoul zelfs. Thaeer heeft hem destijds overgehaald om uit Syrië te vertrekken. Samen legden ze hun reis naar Europa ook vast. In de herfst van 2015 kwamen de twee in Nederland aan, waar ze werden opgevangen in een tent. Al snel ontmoetten ze daar de filmmaker Robert van Tellingen, die vriendschap met de Syriërs sloot en bijvoorbeeld Sinterklaas met hen vierde. Later kwam er een ruis op de lijn tussen de Nederlander en Jamil, die ook z’n weerslag had op de relatie tussen de Syrische vrienden.

Tien jaar later kijkt Thaeer Muhreez met hen terug op deze periode en hoe hun leven in het ‘vrije’ westen sindsdien is verlopen. Robert en Jamil hebben geen contact meer – al wordt niet helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Ook de gesprekken tussen Thaeer en zijn Syrische vriend daarover blijven tamelijk omfloerst. Duidelijk is dat hun achtergrond in een wereld waarin alles voor hen werd bepaald daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo’n dictator bepaalt niet alleen ieders hele leven, maar kruipt ook onder de huid. Hij wordt ongemerkt onderdeel van wie iemand is of denkt te zijn.

‘Eigenlijk ben je eerst uit de oorlog gekomen’, zegt Robert tegen Thaeer, als zij tijdens een wandeling hun vriendschap bespreken. ‘En de afgelopen tien jaar is de oorlog uit jou gekomen.’ Dat proces van vasthouden wie je bent en tegelijk loskomen van wat je belemmert is tevens vervat in fraaie animaties van Studio Yoko. Terwijl hij veel dogma’s van zijn oude wereld, waarin achter zich heeft gelaten, maakt Thaeer Muhreez zich in deze bespiegelende film intussen zorgen over de roep om een sterke leider zoals Geert Wilders. Weten Nederlanders wel hoe ’t is als je niet hardop mag denken?

Opgroeien Met Tegenwind

BNNVARA

Armoede is ook in Nederland slechts één echtscheiding, ziekte, onhandige keuze of gevalletje van pure pech weg. Ruim 100.000 kinderen worden erdoor geraakt, betoogt Opgroeien Met Tegenwind (194 min.). En dat is lang niet altijd duidelijk voor de buitenwereld. De gevolgen – dagen zonder (warme) maaltijd, geen geld voor kleding, hobby’s of vakantie of permanente geldstress bijvoorbeeld – worden doorgaans zoveel mogelijk afgeschermd.

Met deze vierdelige serie brengen Thomas Blom en Cathelijn Felet in beeld hoe leven op of onder de armoedegrens kinderen en hun ouders op alle mogelijke manieren raakt. Zij vertrekken daarbij doorgaans vanuit de vrijwilligers, professionals en ervaringsdeskundigen die zich om deze gezinnen bekommeren. Mensen zoals Sylvia, een alleenstaande moeder met zeven kinderen uit Heerlen. Gemeentes en instanties moeten zich volgens haar kapot schamen. ‘Iets gaat er mis.’

Sylvia is de drijvende kracht achter een burgerinitiatief om armlastige stadsgenoten bij te staan. De hele dag door komen er medestanders voedsel en andere spullen bij haar thuis langsbrengen. Daarvan maakt Sylvia pakketten, die vervolgens door Heerlenaren met een krappe beurs worden opgehaald. Ze werkt intensief samen met chefkok Arend, die met een groep vrijwilligers wekelijks gezonde maaltijden bereidt. Daarbij zijn ze wel afhankelijk van giften en donaties. En die staan onder druk.

Sinds haar scheiding zit ook Ferah in de financiële problemen. De Rotterdamse vrouw doet er alles aan om die achter zich te laten. Volgens haar elfjarige zoon Semi werkt ze véél te hard. Soms wordt hij door haar zelfs gewekt vanaf haar werk in de bejaardenzorg, waar ze regelmatig een extra nachtdienst draait. Een cadeautje voor zijn verjaardag of gewoon eens op vakantie in de zomer zit er desondanks meestal niet in. Samen met een gezinsondersteuner zoekt zijn moeder nu een weg uit de problemen.

Blom en Felet concentreren zich volledig op zulke ervaringsverhalen. Van gewone Nederlanders die uit de armoede of schulden proberen te komen en anderen met een groot hart die hen ondersteunen. Zij bieden dagelijkse hulp, maken hen wegwijs in wetten en regelingen en bieden tevens morele steun. Want armoede gaat ook tussen de oren zitten en wordt soms van generatie op generatie doorgegeven. Zeker als de directe omgeving in min of meer hetzelfde schuitje zit.

Deze gedegen miniserie, waarin verteller Lizzy Diercks al die verschillende mensen, situaties en plekken bij elkaar brengt, kijkt ook naar hoe de overheid Nederlanders in armoede beter zou kunnen ondersteunen. In Zwolle proberen de verantwoordelijke wethouder en medewerkers, zoals ervaringsdeskundige Karin, bijvoorbeeld minder vanuit de ‘systeemwereld’ van de gemeente te werken en meer te kijken naar wat inwoners echt nodig hebben. En dit lijkt te werken.

Dat is ook het punt dat Opgroeien Met Tegenwind lijkt te willen maken: waar het traditionele overheidsbeleid tekort schiet of soms zelfs averechts werkt, met de Toeslagenaffaire als tragisch dieptepunt, snellen gewone burgers toe. Zij kennen armoede vaak vanuit eigen ervaring, weten waar de schoen wringt en steken gewoon de handen uit de mouwen voor de mensen om hen heen – in het bijzonder hun kinderen. Want die zouden de toekomst moeten hebben.

De Deal Met Iran

VRT

‘Wat zijn we goedgelovig’, zegt Nasimeh Naami tegen haar vriend Amir Saadouni, die in de cel naast haar zit. ‘Waarom heb ik niet in die tas gekeken?’

De Belgische politie heeft het gesprek tussen de twee geliefden uit Wilrijk, die aan het begin van deze eeuw van Iran naar Europa zijn gevlucht, stiekem afgeluisterd. Zij worden ervan verdacht dat ze in juni 2018 hebben geprobeerd om in Parijs een bomaanslag te plegen bij een bijeenkomst van de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK), de oppositie in ballingschap. Zijn zij daadwerkelijk om de tuin geleid, zoals hun gesprek lijkt te suggereren? Of proberen de twee achteraf hun eigen straatje schoon te vegen?

In De Deal Met Iran (46 min.), een driedelige documentaireserie van Maarten en Lennart Stuyck, staat in eerste instantie de enerverende klopjacht op deze ‘sleeper cell’ van het Iraanse regime centraal. Gaandeweg wordt duidelijk dat Nasimeh en Amir onderdeel zijn van een groter netwerk. De Belgische politie arresteert vervolgens ook hun opdrachtgever, de Iraanse diplomaat Assadollah Assadi. En die zal in 2023 onderdeel worden van een zéér omstreden ‘overbrengingsverdrag’ met de schurkenstaat Iran.

Want sinds februari 2022 wordt daar de Belgische humanitair hulpverlener Olivier Vandecasteele vastgehouden in de beruchte Evin-gevangenis. Hij is veroordeeld tot veertig jaar gevangenisstraf, 74 zweepslagen en één miljoen dollar boete. Zijn familie en vrienden in België zetten alles op alles om hem weer thuis te krijgen, het thema van de slotaflevering van deze spannende miniserie, waarin de Belgische premier De Croo en minister van Buitenlandse Zaken Lahbib het diplomatieke steekspel toelichten.

Stuyck en Stuyck ontleden de hele affaire vanuit Belgisch perspectief, maar kijken ook naar hoe het huidige regime aan de macht is gekomen en hoe dit nu al ruim veertig jaar met ijzeren hand regeert. Duidelijk is ook dat Iraanse veiligheidsdiensten zich niet laten beperken door de landsgrenzen. Ze slaan hun tentakels rustig uit naar het buitenland, om daar onwelgevallige stemmen te laten verstommen. Tegelijkertijd proberen tegenstanders op alle mogelijke manieren aandacht te vragen voor zulke misstanden.

Olivier Vandecasteele participeert zelf overigens niet in deze geopolitieke thriller. De honneurs worden waargenomen door Washington Post-journalist Jason Rezaian en enkele dissidenten die de Iraanse gevangenis van binnen hebben leren kennen. Zij schetsen een huiveringwekkend beeld van een land waar elke vorm van kritiek op de staat met wortel en tak wordt uitgeroeid. Een land ook dat internationaal de confrontatie durft te zoeken – en de tegenpartij dan voor allerlei lastige ethische keuzes zet.

IVF In België

VRT

Louise Brown, het allereerste IVF-kind ter wereld, was nog geen vijf jaar oud toen in de zomer van 1983 ‘de eerste Belgische proefbuisbaby’ Ellen werd geboren bij de Katholieke Universiteit Leuven. De Belgische kerk zag deze ontwikkeling destijds met lede ogen aan.

In-vitrofertilisatie was in die jaren een kwestie van pionieren. Zowel voor de ongewenst kinderloze stellen, lesbische koppels en alleenstaande vrouwen met een kinderwens als voor de betrokken artsen en zorgverleners. In de historische documentaire IVF In België (50 min.) blikken zij terug op deze bewogen periode, waarin de vernieuwende behandeling permanent onder een vergrootglas lag.

Begin jaren negentig werd in Brussel ook de ICSI-techniek ontwikkeld, een vruchtbaarheidsbehandeling die later in de hele wereld school zou maken. Tegenwoordig vindt zo’n zeventig procent van de kunstmatige inseminaties op deze manier plaats. En de aanvankelijke toename van het aantal meerlingen daarbij werd met het zogeheten ‘Belgian Model’ ook een heel eind getackeld.

De nadruk ligt in deze tv-film op zulke grote ontwikkelingen, waarbij de gespannen relatie tussen de katholieke universiteiten en het Vaticaan steeds opnieuw aandacht vraagt. Die worden toegelicht door de betrokken artsen en wetenschappers. De verhalen van enkele wensouders – hun kinderen komen niet aan bod – dienen daarbij vooral als menselijk illustratiemateriaal bij het grotere verhaal.

Intussen schrijdt de techniek nog altijd verder en is het de vraag of de betrokken mensen en organisaties dat nog wel kunnen bijbenen, het thema van het slot van deze interessante IVF-terugblik. In 2019 heeft bijvoorbeeld een 74-jarige Indiase vrouw twee kinderen gekregen. Zij geldt als de oudste moeder ter wereld. Of dat een goede ontwikkeling is? Daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Want deze wetenschap begeeft zich nu eenmaal altijd op de grens tussen de autonomie van de patiënt en de ethiek van diens arts. Voor professor Reproductieve Geneeskunde Gianpiero Palermo is ’t in wezen simpel: zolang het geen risico inhoudt voor de patiënt of diens embryo, doet hij wat die wil. Ethiek is volgens hem iets voor oudere collega’s die wetenschappelijk niets meer bij te dragen hebben.

Niet elke arts of wetenschapper stelt ‘t zo scherp. ‘Men moet altijd open blijven voor nieuwe ideeën’, vindt klinisch bioloog André van Steirteghem, die samen met gynaecoloog Paul Devroey baanbrekend werk verrichtte. ‘Als je met iets nieuws begint, dan moet je durven grenzen te verleggen’, zegt hun collega Stephan Gordts. ‘Dat is de enige manier, denk ik, waarop de geneeskunde vooruit kan gaan.’

‘De wetenschap heeft stappen vooruit gezet en maakt iets mogelijk’, concludeert Mieke Felix, één van de gelukkige moeders, als ze terugkijkt. ‘En wij hebben daar mogen gebruik van maken. Er is ons een cadeau gegeven.’

Trailer IVF In België

App Me Als Je Thuis Bent

KRO-NCRV / NPO Start

Hun namen zijn synoniemen geworden voor ieders nachtmerrie: Marianne Vaatstra, Anne Faber en Lisa uit Abcoude. Één enkele ontmoeting met een onbekende man werd hen fataal. In de driedelige serie App Me Als Je Thuis Bent (105 min.) van Elly de Bont vertellen enkele andere jonge vrouwen over hún ervaringen met zo’n man die de nacht van hen en andere vrouwen afpakt.

De engste versie van seksueel geweld, kortom. Niet door een familielid, niet door een (ex-)partner en niet door een bekende – de meest voorkomende vormen – maar door een volstrekt onbekende man. Een seksueel roofdier, dat vanuit het niets toeslaat en dat dan naar hun keel grijpt, dreigt met een mes en doet wat ie niet laten wil. ‘Gaat het verder zo?’ vroeg de man die Sonja in 2003, op 8 september om precies te zijn, net had verkracht. ‘Rennen, jij!’ kreeg Jolanda op haar beurt te horen van de ‘jogger’ die zich in Nijmegen aan haar vergreep, herinnert ze zich in de eerste aflevering van deze miniserie. Hij zou zeker nog tien andere slachtoffers maken.

Zij vroeg zich later af of ze zijn smerige spel niet te veel had meegespeeld. ‘Had je jezelf niet iets minder weg kunnen geven en dan alsnog kunnen overleven?’ vertelt ze in het tweede deel, dat dealt met de gevoelens die zo’n traumatische ervaring oproept en de ‘victim blaming’ die dan ook onvermijdelijk lijkt. Hadden de Leidse studenten Willemijn en Frederique bijvoorbeeld wel zo laat alleen de straat op moeten gaan? En was het wel verstandig om zoveel te drinken? Willemijn probeerde zelf nog een tijd te ontkennen wat er was gebeurd en gedroeg zich volgens eigen zeggen een beetje ‘jongensgek’. Totdat ze toch echt onder ogen moest zien wat haar was misdaan.

Het seksuele geweld tegen deze jonge vrouwen zorgde tevens voor een algeheel gevoel van onveiligheid in de steden Nijmegen en Leiden. Dat gold al helemaal voor Utrecht, waar eind jaren negentig jarenlang een serieverkrachter actief was. Één van zijn slachtoffers, de geanonimiseerde Noa, vertelt hoe ze van de politie, die zijn sporen wilde vastleggen, in eerste instantie niet mocht douchen. Thuis kon ze zich eindelijk ontdoen van hem. ‘Het is de langste en heetste douche die ik in m’n leven ooit heb gehad.’ Schoon voelde Noa zich echter niet. En dat gevoel bleef, niet in het minst omdat die kerel heel lang uit de handen van de politie wist te blijven.

Jolanda loopt nog altijd met vragen rond. De man die haar overweldigde is nooit gepakt. Zou ‘t dan toch de Utrechtse serieverkrachter zijn? vraagt ze zich af in de slotaflevering van App Me Als Je Thuis Bent, waarin de lange termijn-gevolgen van zo’n traumatische ervaring worden onderzocht. Dan komen ook twee vriendinnen van Anne Faber, die in 2017 werd vermoord door een man die destijds al onder behandeling was van een psychiatrische instelling, aan het woord. Ze zochten destijds mee naar Anne, die bijna twee weken spoorloos was. ‘Je hoopt dat ze nog ergens wordt vastgehouden.’ Meer dan haar jas zou er in eerste instantie echter niet worden gevonden.

Hun herinneringen tarten nog altijd elke verbeelding. De Bont omkleedt alle ervaringsverhalen met stemmige reconstructies en getuigenissen van enkele politiemensen en een officier van justitie, casemanager van Slachtofferhulp en cold case-rechercheur die bij de zaken betrokken waren. Samen geven zij in deze miniserie een indringend inkijkje bij hoe ’t is om de willekeurige prooi te worden en zijn (geweest) van een seksueel roofdier.