De Afhaalchinees

Omroep Zwart

In Sluis, het kleine dorp in Zeeuws-Vlaanderen waar ze is opgegroeid, noemden ze Kelly van Binsbergen soms De Afhaalchinees (186 min.), een bijnaam die nog altijd pijn doet. Haar adoptieouders runden één van de vele seksshops in de grensgemeente. Of dat nu een veilige omgeving was voor een kind om op te groeien? Zeker als je bedenkt dat er thuis ook de nodige problematiek was. Hoe dan ook, John en Angelina van Binsbergen kwamen door de screening. Ze waren ook al heel lang bezig met het krijgen van een kindje, eerst via IVF.

Het moment van Kelly’s overdracht, op 17 december 1993 in Guiyang, is vereeuwigd: een Nederlandse vrouw, die zeventien jaar op een kindje heeft gewacht, krijgt voor de camera een klein Aziatisch meisje overhandigd. Ze straalt van oor tot oor. ‘Mijn moeder werd mama’, vertelt Kelly. ‘Ze heeft er nét geen zeventien jaar van kunnen genieten, want op 17 december 2010 overleed ze. Mijn adoptiedag werd de sterfdag van mijn moeder.’ In diezelfde tijd vluchtte het adoptiekind naar Groningen, om zich los te maken van haar jeugd in Zeeland en te gaan studeren.

Kelly van Binsbergen was al eens eerder de hoofdpersoon van een documentaire. In Hallo Met Kyoko (2018) van Remco Geursen geeft ze een expliciet en tamelijk ontluisterend inkijkje bij haar werk als sekstelefoniste en in haar weinig gepassioneerde relatie. Ze vertelt en passant ook over haar adoptie, thuissituatie en het feit dat ze in Sluis werd gepest. Nu Van Binsbergen de dertig is gepasseerd, wil ze haar eigen geschiedenis echter veel grondiger onderzoeken – en daarmee ook een kritische blik werpen op de adoptie van buitenlandse kinderen in het algemeen.

Ze spreekt in dat kader uitvoerig – en in dialect – met haar adoptievader John, maar duikt ook diep in de (internationale) regelgeving en laat voorgangers (‘de Koreaantjes’), deskundigen, adoptieouders en lotgenoten aan het woord. Die gesprekken zijn open en empathisch, maar ook scherp en kritisch. Geen onderwerp blijft onbesproken: de adoptieprocedure, screening, verzonnen geboortedagen, hechtingsproblematiek, eenzaamheid, uithuisplaatsing, onvolledige of gemanipuleerde adoptiedossiers, kinderhandel en de zoektocht naar biologische ouders.

Haar bevindingen worden luchtig uitgeserveerd met losse voice-overs, kekke vormgeving en een jolige soundtrack, waarin bijvoorbeeld songs van Goldband (Kinderwens), David Bowie (het onvermijdelijke China Girl) en Tom Jones (Sex Bomb) een plek hebben gevonden. Dat kan evenwel niet verhullen hoe pijnlijk en confronterend deze publieke zoektocht naar wie Kelly-Qian van Binsbergen is, wie ze was en wie ze wil zijn soms wordt – en hoeveel pijn, verdriet en misstanden ze onderweg tegenkomt bij de adoptie van buitenlandse kinderen.

In het voorjaar van 2025 verscheen er een vervolg, De Afhaalchinees: Thuisbezorgd.

Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht

Periscoop Film

Het is zo’n onbezonnen avontuur dat wel tot sterke verhalen moet leiden. Of het ook leuke verhalen zijn, valt alleen nog te bezien. Net zoals op voorhand ook niet zeker is dat iedereen ervan terugkeert. Want hoewel ze niet al te veel zeilervaring hebben, besluit een bont gezelschap van acht muzikale vrijbuiters in 2013 om met hun boot de Warnow naar het Noorderlicht te gaan zeilen. De tocht begint thuis in Schiedam en moet via Engeland en Schotland naar Noorwegen leiden. 

Het plan is om er meteen ook een documentaire van te maken en die dan voor grof geld te verkopen. Zodat ze daar later weer een reis naar Mexico of de Caribische eilanden van kunnen betalen. De realiteit blijkt echter weerbarstiger – en stormachtiger – dan het romantische idee dat de Nederlandse alto’s er van tevoren van hadden. Ten noorden van het Britse kustplaatsje Whitby dreigen ze met hun boot eerst opgeslokt te worden door het woelige water en later te pletter te slaan op de rotsen.

En dan is Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht (98 min.), de enerverende documentaire die Wim van der Aar heeft gemaakt van het door henzelf gefilmde beeldmateriaal, de audioquotes die hij uit interviews met enkele opvarenden van de Warnow heeft gehaald en de getuigenissen van mensen die ze op hun dollemanstocht tegenkwamen, nog niet eens halverwege. Tegen die tijd ligt allang de vraag op tafel of de Warnow überhaupt dat beoogde Noorderlicht zal bereiken.

Want hoewel de avonturiers zich maanden hebben voorbereid op de trip, worden ze onderweg toch overvallen door de verraderlijke Noordzee en het leven aan boord. Enkele opvarenden zien al snel scheel van de zeeziekte. En hun boot blijkt toch echt aan de kleine kant voor acht mensen en een hond. De groep dreigt daardoor uit elkaar te vallen en weet slechts met enkele onstuimige concerten op hun pleisterplaatsen de eenheid te bewaren. Voor zolang als het duurt.

Er is duidelijk onheil op komst. Het lijkt alleen de vraag of die zich aandient in de vorm van fatale frictie aan boord of een ongeluk op zee, al dan niet vergezeld van Lord Of The Flies-achtige taferelen. Want uit wie er aan het woord komen in deze documentaire volgt automatisch ook wie er niet aan het woord komen – en de vraag wat er met hen is gebeurd. Van der Aar werkt gestaag toe naar het moment waarop de kaarten worden verdeeld en tekent daarna op wat die voor eenieder in petto hebben.

Zijn film groeit desondanks uit tot een ongegeneerde ode aan het avontuur en zij die, zonder er verder al te diep over na te denken, bereid en in staat zijn om daarvoor alles achter zich te laten. Zonder de garantie dat ze het nog ooit terugzien – of dat zij nog ooit worden teruggezien. Op weg naar een stip op de horizon, die misschien altijd buiten bereik blijft. Omdat de reis nu eenmaal belangrijker is dan de bestemming.

Hormonaal

BNNVARA

Elke cyclus weer kan een emotionele rollercoaster worden. Een tocht van het donker naar het licht – en weer terug. Van en naar de eisprong. En het begint, zo heeft deze man zich laten vertellen, als je er eigenlijk nog niet klaar voor bent. Tenminste, mentaal. Het lichaam vertelt alleen een ander verhaal – en legt de rest zijn wil op.

In de korte film Hormonaal (22 min.) laat Pien van Grinsven enkele Nederlandse vrouwen hún verhaal doen over de eerste menstruatie, het ongemak, emotionele instabiliteit, culturele verschillen, anticonceptie en de nadelen daar weer van. Zij blijven buiten beeld. Ín beeld is intussen performer en theatermaker Bodine Sutorius te zien. Zij wervelt langs alle deelonderwerpen van de hormonale cyclus die het dagelijks leven van vrouwen in meer of mindere mate beheerst.

Ze wordt ongesteld, gaat naar de dokter en twijfelt in de supermarkt over welke chips ze nu weer zal kopen. En ze wendt zich rechtstreeks tot de kijker, drukt haar emoties uit in korte danssequenties en doceert. ‘We weten heel goed wat hormonen doen met de baarmoeder’, vertelt Bodine bijvoorbeeld aan een groep studenten in collegebanken, waarvan er een aantal verdacht veel op haarzelf lijken. ‘Maar we weten niet precies wat ze doen met de hersenen en met de rest van het lichaam.’

Speels maakt Van Grinsven zo een onderwerp inzichtelijk en invoelbaar, dat weliswaar alledaags en van alle tijden is, maar daarom nog niet vrij van taboes.

Brieven Aan Vincent

NTR

‘Weet je, Vincent, ik heb nooit geschilderd’, begint Françoise Boissonat haar brief aan Vincent van Gogh, bij wie ze troost vindt. ‘Toch heb ik het gevoel dat we heel wat gemeen hebben. De gevoeligheid voor licht en kleur, de mooie dingen die de natuur ons zo schaamteloos heeft gegeven. Zoals we ons kunnen verliezen in een landschap, de oogst of de wind in de tarwe. Alle kleine dingen waardoor ons kapotte brein zich toch zo sterk voelt.’

Van Gogh verbleef een belangrijk deel van zijn laatste levensjaar – van mei 1889 tot mei 1890 – in het psychiatrische ziekenhuis Saint-Paul-De-Mausole te Frankrijk. Van daaruit schreef hij persoonlijke brieven aan zijn moeder, zussen en broer Theo. In deze kliniek, gevestigd in een voormalig klooster, worden nog altijd kwetsbare mensen opgevangen. En ook zij schilderen en schrijven hun persoonlijke malheur van zich af.

In de gestileerde korte documentaire Brieven Aan Vincent (25 min.) richten enkele vrouwen zich tot hun illustere voorganger. In hun eigen woorden, recht op camera uitgesproken, vertellen ze hem over hun verdriet, verslavingen en somberte. En hij, de dan nog miskende kunstenaar, ‘antwoordt’ hen, met de gedachten en gevoelens die hij zelf ooit aan het papier heeft toevertrouwd – en die nu door acteur Valentijn Dhaenens zijn ingesproken.

Via deze zielsverwanten, hun geschriften en de idyllische omgeving waarvan die een weerspiegeling zijn onderzoekt documentairemaker Hannah van Tassel zo het schemergebied tussen creativiteit en gekte. Schilderen werkt heilzaam voor hen. Net als zingen. ‘Beste Vincent, ik heb ervan genoten om in het klooster te zijn, waar jij een jaar hebt verbleven’, vervolgt Françoise aan het eind van deze fraaie, verstilde film haar persoonlijke brief.

‘Misschien is het je subtiele aanwezigheid – of beter: je subtiele afwezigheid – die deze plek zo bijzonder maakt. Je bent hier zonder hier te zijn, zo donker dwalend over de wegen als je schilderijen licht geven.’ Ze heeft ook bemoedigende woorden gevonden voor hem, de man die pas na zijn dood erkenning heeft gekregen als schilder. ‘Weet je, Vincent, dat alle schilderijen die je hier hebt gemaakt nu in de hele wereld bekend zijn? Al het beste, Françoise.’

Ze kijkt recht in de camera, laat een stilte vallen en slikt met moeite haar emotie weg.

Mag Ik Je Aanraken?

Witfilm / NTR

Kijken ze alleen? Of spelen ze ook een beetje? Om wat ze zien, en wat wij als kijkers alleen krijgen te horen, onschadelijk te maken? Als de camera zich op hun gezicht vastzet, terwijl ze kijken naar een seksscène die ze ooit hebben gespeeld, doorlopen enkele bekende Nederlandse acteurs in deze documentaire van Tamar van den Dop elk zo hun eigen gevoelens: gêne, tevredenheid, ontroering, lol óf verdriet.

‘Ik snap gewoon niet zo goed waarom dit zo lang in beeld moet’, zegt Nora El Koussour bijvoorbeeld ontdaan als ze een scène van zichzelf terugziet in Mag Ik Je Aanraken? (73 min.). Ze vindt het tafereel confronterend, vernederend zelfs. ‘Het is door gaan sijpelen in mijn eigen leven. Daarna is gewoon het respect weg voor mij.’ Na de opname kreeg zij een bos bloemen, haar tegenspeler bleef met lege handen achter.

Het blijft sowieso fascinerend: dat kijken naar kijken – en ondertussen niet zien wat zij zien. De jonge acteurs Joes Brauers en Lina Heijmans lezen bijvoorbeeld eerst hardop het script van wat ‘een onstuimige vrijpartij’ moet worden voor en aanschouwen daarna los van elkaar de daaruit voortgevloeide scène. Het is een intiem kijkspel, ook voor degene die er niet direct bij betrokken is, het zelfs niet eens zelf kan waarnemen.

Van den Dop, zelf ook actief als actrice, regisseuse en scenarioschrijfster, bevraagt in deze interviewfilm verder collega’s zoals Monic Hendrickx, Gijs Naber, Hannah Hoekstra, Jeroen Spitzenberger en Georgina Verbaan, terwijl ze op de filmset een zendermicrofoon krijgen opgespeld of worden gepoederd. Over de do’s en don’ts van seksscènes – en daarmee ook de verander(en)de seksuele moraal.

‘Doe maar (gewoon)’, kregen ze regelmatig van filmregisseurs te horen. En ook: ‘kan het wat geiler?’ Ze mochten – en wilden/durfden/konden – meestal vooral niet te moeilijk doen. En Van den Dop vraagt door: is het ook wel eens gewoon fijn? Raak je soms opgewonden? Hoe vertel je familie dat je een homorol gaat spelen? Mogen je kinderen deze scène zien? En: sta je eigenlijk op pornosites? En wat vind je daar dan van?

Als het gaat om seks zijn de tijden, zeker sinds #metoo, flink veranderd. ‘Ik ben wel kritischer gaan kijken: is het wel nodig?’ vertelt Rifka Lodeizen, die regelmatig functioneel naakt was te zien, bijvoorbeeld tegen haar visagiste, die van Waldemar Torenstra al te horen heeft gekregen dat hij soms in contracten laat vastleggen dat ie zijn kleren niet meer uittrekt. Een beetje film heeft tegenwoordig ook een intimiteitscoördinator.

Als kinderen van de vrijheid blijheid van de jaren zestig en zeventig moeten de routiniers Peter Faber en Jeroen Krabbé weinig hebben van zulke ontwikkelingen, die je onder de noemer ‘nieuwe preutsheid’ kunt categoriseren. ‘Het is alsof Queen Victoria weer terug is’, verzucht Krabbé. Tegelijkertijd blijkt, na enig doorvragen, dat hij vroeger zelf ook de nodige slechte ervaringen heeft opgedaan tijdens filmopnamen.

Van de andere kant: zorgt de huidige terughoudendheid er misschien ook voor dat seksualiteit nu wordt overgelaten aan reclame en porno? En wat betekent dat dan weer? Zo waadt Mag Ik Je Aanraken? dapper en delicaat, zonder ook maar een ogenblik navelstaarderig te worden, door het moeras rond seksualiteit op het scherm. En als de schijn niet bedriegt, wordt dat voorlopig niet meer zo vanzelfsprekend als in het verleden.

Hoe ’t dan wel moet of mag, blijft een kwestie van interpretatie en gevoel. Net als in het echt.

Dit Is Hoe Ik Het Zie

KRO-NCRV

Één blik zou genoeg moeten zijn. Tijdens de opleiding logopedie, met haar twee zussen of nu als actrice en theatermaakster. Aysegül Karaka kampt alleen met een visuele beperking. De jonge Turks-Nederlandse vrouw heeft congenitale nystagmus: aangeboren wiebel- of trilogen. Dertig jaar lang heeft ze desondanks als ziende proberen te leven. Ze voelde zich alleen consequent belemmerd in haar sociale- en professionele functioneren.

En nu is ze he-le-maal op. Aysegül start een behandeling van acht maanden bij Visio Het Loo Erf in Apeldoorn, waar ze tijdens een intensief revalidatietraject haar beperking wil leren omarmen. Marloes van der Haagen en Marjolein Eilander volgen dit proces in de effectieve tv-docu Dit Is Hoe Ik Het Zie (45 min.) en brengen ondertussen samen met Aysegül, haar moeder Rabia, zussen Güler en Figen en broers Özkam en Baki de voorgaande dertig jaar in kaart. Dat meer beperkingen met zich meebracht dan ze in eerste instantie wilde erkennen.

De confrontatie daarmee zorgt nog altijd voor flink ongemak, blijkt als Aysegül tijdens een mobiliteitstraining voor het eerst met een wandelstok op pad gaat en zo nodig ook de weg moet vragen aan omstanders. Niet alleen het gegeven dat ze nauwelijks kan zien en weet waar ze zich bevindt speelt haar parten, maar ook het feit dat dit zichtbaar is voor de buitenwereld. Zelfs – of júist – als een ander heel behulpzaam reageert. Aysegül moet ook accepteren dat dagelijkse activiteiten bij haar veel meer energie kosten en voor overprikkeling en vermoeidheid kunnen zorgen.

‘Ik ben echt trots op haar dat zij dit heeft aan durven gaan met zichzelf’, concludeert trajectbegeleider Esther Jager-Broekman bij het emotionele afscheid. ‘En dat ze ook het leven weer tegemoet gaat.’ Dit degelijke portret, dat met tamelijk dikke muziek soms alleen wel erg nadrukkelijk naar grote emoties hengelt, heeft de ontwikkeling die haar cliënt heeft doorgemaakt treffend in beeld gebracht en laten zien hoe een visuele beperking niet alleen beïnvloedt hoe jij naar de wereld kijkt – en die naar jou – maar ook hoe je jezelf ziet.

Shadowland

Peacock

Als er geen gedeelde waarheid meer lijkt te bestaan, een ‘Us vs. Them’-mentaliteit heeft postgevat aan beide uitersten van het politieke spectrum en sommige leiders dat liever exploiteren dan bestrijden, kan dit een samenleving in het hart raken. De verdeeldheid in de Verenigde Staten is voor The Atlantic in 2020 aanleiding om het Shadowland-project te starten. Het Amerikaanse tijdschrift wil onderzoeken hoe complottheorieën het land ontwrichten. De zesdelige docuserie Shadowland (320 min.) van Joe Berlinger is gebaseerd op deze artikelenreeks en portretteert gewone Amerikanen die de afgelopen jaren in een ‘complotfuik’ terecht zijn gekomen, waaronder ook enkele mensen die hebben meegedaan aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Met compassie, geduld en begrip voor hun positie en gevoel van onrechtvaardigheid, maar ook onafhankelijk en kritisch. Zónder ook meteen hun ideeën of methoden te omarmen.

Pauline Bauer, de eigenaresse van een pizzeria in Pennsylvania ging op 6 januari bijvoorbeeld met de meute het Capitoolgebouw binnen en wacht nu op berechting. Ze riskeert twintig jaar cel. Haar man en zoon willen niet gefilmd worden, maar zelf verhaalt Pauline onverbloemd over hoe ze tijdens de financiële crisis van 2008 haar complete pensioen kwijt is geraakt op de aandelenmarkt. Toen bijna alles was afbetaald, moest haar zaak in 2020 dicht vanwege het Coronavirus. Door de ‘plandemic’ lijkt ze definitief geradicaliseerd. Inmiddels gelooft Pauline in De Nieuwe Wereldorde, die in handen zou zijn van het Vaticaan, de koninklijke familie en ‘de dertien elitefamilies’, waaronder de Rothschilds en de Rockefellers. ‘We moeten in opstand komen’, zegt ze. ‘We moeten vechten. Daarom was ik erbij op 6 januari.’ Op advies van de bouwvakker, autonome burger en ‘rechtsdeskundige’ Bobby Lawrence besluit Pauline zichzelf te gaan verdedigen in de rechtbank – en werkt ze zich ongenadig in de nesten.

Voor ‘Google-klokkenluider’ en ondernemer Zach Voorhies en ‘onderzoeksjournalist’ Maryam Henein vormen hun theorieën over de wereld tevens een businessmodel. Dat resulteert in een eindeloze stroom YouTube-video’s, podcasts en optredens bij dubieuze media. Ze leerden elkaar kennen via de infame Infowars-show van de ultieme complotroeper Alex Jones. Nu zijn de twee onafscheidelijk. Ook letterlijk: ze komen nauwelijks het huis uit. Maryam: ‘Ik grap altijd: wie heeft er nou seks en luistert samen naar Yuri Bezmenov?’ Behalve een opmerkelijke voorliefde voor een anticommunistische activist vinden de twee elkaar ook in hun strijd tegen de manier waarop de ‘deep state’ COVID-19 heeft gebruikt om de wereldbevolking te knechten. Dat brengt ze overigens zeker niet alleen voorspoed. Het stel wordt volgens Maryam, die zich ernstig miskend voelt, behandeld als ‘ongevaccineerd ongedierte’. Ze liggen zowel met hun familie als allerlei instanties overhoop en overwegen of ze elders moeten gaan wonen.

Het zijn herkenbare verhalen, ook binnen de Nederlandse context, waarbij inmiddels vertrouwde begrippen als QAnon, pedonetwerken, de ‘Main Stream Media’, cancelcultuur en omvolking de revue passeren en – door de sociale media aangejaagde – verwarring, woede en totale zelfoverschatting zichtbaar worden. In deze ijzersterke serie, die echt de tijd neemt om z’n personages uit te diepen en gedurende een langere periode te volgen, komen bijvoorbeeld ook de zelfbenoemde leider van de ‘vaccinpolitie’, een tegen mondkapjes strijdende psychiatrisch verpleegkundige en de aalgladde predikant Greg Locke die Amerika ‘wakker’ wil schudden in beeld. Journalisten van The Atlantic zorgen tussendoor voor duiding. ‘Het voelt goed om te denken dat je het geheim achter rijkdom en macht kent’, vertelt redacteur Ellen Cushing bijvoorbeeld, die als tiener zelf in complotten geloofde. ‘Dat voelt alsof je high bent.’

Cushing en haar collega’s volgen natuurlijk ook de geldstromen achter al die nefaste theorieën, want de handel in woede en complotten heeft zich ontwikkeld tot een miljardenindustrie. ‘Klaar met een overheid die onze rechten afpakt die nota bene in de grondwet zijn vastgelegd’, houdt Liz Wheeler het publiek van haar eigen podcast bijvoorbeeld voor. ‘Straks meer, maar nu eerst…’ Waarna ze een product aanprijst, waarop de kijker een zeer aantrekkelijke korting kan krijgen. Zulke schaamteloos geëxploiteerde woede heeft z’n tentakels inmiddels uitgeslagen naar alle uithoeken van de Verenigde Staten en zaait daar ongenoegen en verdeeldheid. Dat is funest voor de sociale cohesie in een samenleving, zoals deze serie op een ontluisterende manier aantoont, en kan volgens historicus Jeffrey Herf ook zomaar tot geweld leiden. Het leeuwendeel van de in Shadowland geportretteerde complotdenkers lijkt bovendien helemaal niet gelukkig te zijn in de alternatieve realiteit, die wij met z’n allen zouden moeten leren kennen.

The Last Rider

Laurent Fignon (l) & Greg LeMond (r) / Offside / L’Equipe / Dogwoof

In de veelbewogen geschiedenis van ‘s werelds belangrijkste wielerwedstrijd de Tour de France heeft er zelden een heroïscher tweegevecht plaatsgevonden dan in 1989. Thuisfavoriet Laurent Fignon en zijn Amerikaanse concurrent Greg LeMond strijden gedurende drie weken op het scherpst van de snede om de eindoverwinning. Tijdens de afsluitende tijdrit wordt ‘t op de Champs Élysées in Parijs letterlijk secondenwerk. LeMond is aan zet: hij moet vijftig tellen goedmaken op klassementsleider Fignon. Dat lijkt een onmogelijke opdracht.

Het wordt de zinderende apotheose van Greg LeMonds carrière die, natuurlijk, al over hoge toppen en door diepe dalen is gegaan. In The Last Rider (97 min.), een documentaire van Alex Holmes (Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story / Maiden), blikken de wielrenner en zijn vrouw Kathy terug op die turbulente jaren en de persoonlijke dilemma’s die hem daarbij parten spelen. LeMond is in 1981 door het wielerpeloton binnengehaald als ‘de nieuwe Bernard Hinault’, de Franse renner die de Ronde van Frankrijk dan al vier keer heeft gewonnen.

Greg LeMond wordt Hinaults rechterhand en moet hem in 1985 aan zijn vijfde Tour-overwinning helpen. Als wederdienst belooft de Breton zijn Amerikaanse teamgenoot dat hij het volgende jaar voor hem zal rijden. Tegen die tijd besluit de eerzuchtige Hinault, die niet aan het woord komt in deze film, echter om toch weer voor eigen succes te gaan. LeMond voelt zich verraden. Intussen worstelt hij ook met een bijzonder delicaat geheim. Als de Amerikaan enkele maanden later bovendien ernstig gewond raakt bij een jachtongeluk lijkt zijn loopbaan definitief voorbij.

Na het verplichte vallen en opstaan – dit is immers een heldenverhaal – volgt de onvermijdelijke comeback die Greg LeMond in 1989 terug naar de Tour leidt, voor het duel van zijn leven met z’n hautaine rivaal Laurent Fignon. De enerverende strijd tussen de twee matadoren, die met hulp van Fignons ploegleider Cyrille Guimard en hun Spaanse concurrent Pedro Delgado overtuigend wordt opgeroepen, vormt vanzelfsprekend het hart van deze enerverende sportfilm, waarbij het wel jammer is dat het perspectief van Fignon (1960-2010) ontbreekt.

Hoe zou de tweevoudige Tour-winnaar er nu op terugkijken dat hij LeMond, die dan een kleine minuut op hem achterstaat in de strijd om de gele trui, tijdens één van de laatste etappes alvast heeft ‘gefeliciteerd’ met zijn tweede plaats? Ligt daar misschien de sleutel voor één van de meest iconische sportmomenten van de twintigste eeuw, dat in The Last Rider in volle glorie herleeft? Het wordt erop of eronder voor de twee wielertoppers, waarbij de één de ander vernedert en zo tot op het bot motiveert. En, zoals al vaker is aangetoond, er bestaat nauwelijks een betere drijfveer voor een sporter dan rancune.

De Beul Van Twente

AVROTROS

In die tijd wordt dierenmishandeling kennelijk nog beschouwd als een soort vandalisme. Een paard, schaap of geit is zo bezien niet meer dan het eigendom van een ander. En daar hoor je vanaf te blijven. In het najaar van 2000 wordt de omgeving van Enschede, die nog moet bijkomen van de Vuurwerkramp, echter opgeschrikt door allerlei gruwelijk gemolesteerde dieren. Het feit dat de dader ook hun geslachtsdelen afsnijdt duidt op een ernstige seksuele perversie.

En daardoor gaan de alarmbellen af in de regio Twente. Want een beetje crimekenner weet: elke seriemoordenaar is ooit begonnen met het mishandelen en verminken van dieren. ‘Het is niet ondenkbeeldig dat iemand op een gegeven moment overgaat op mensen’, stelt hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter in De Beul Van Twente (118 min.) onderkoeld. Deze driedelige true crime-serie van Duco Coops, die onlangs een enigszins vergelijkbare productie over De Regenboogmoorden in het Kralingse Bos maakte, reconstrueert met direct betrokkenen de jarenlange jacht op de dierenbeul die zijn mes inderdaad ook in mensen zal gaan zetten.

De gemoederen op het Twentse platteland raken ondertussen behoorlijk verhit. Henk ten Napel, een boer uit Enschede, start bijvoorbeeld een burgerwacht als één van zijn paarden ernstig wordt mishandeld. ‘Dat was toch wel heel bijzonder’, herinnert hij zich nu, niet zonder trots en plezier. ‘Midden in de nacht. Echt iedereen met legerkleding aan en zo. Dat was wel heel bizar.’ Ten Napel is alleen zo vaak in de buurt als er een dier is toegetakeld dat hij zelf ook in beeld komt bij pers en politie. De Twent blijkt zelfs een cameraman te hebben ingehuurd om de activiteiten van zijn militie te documenteren. En nét als die erbij is, wordt er natuurlijk een dood dier aangetroffen.

Coops tekent de grimmige sfeer rond de misdrijven en de verknipte geest die daarachter schuilgaat op een typisch true crime-manier op: veel donkere, unheimische beelden, gebruik van slow-motion, dreigende geluiden en muziek en – natuurlijk – een politieprikbord met alle informatie die is verzameld over de vermoedelijke dader. Hij kan tevens putten uit correspondentie van ‘De Beul’, die met een vervormde stem is ingelezen en wordt omkleed met sinistere, in scène gezette beelden. ‘Als ik seksueel geprikkeld was ging ik in de buurt kijken naar plekken waar schapen liepen’, vertelt de engerd bijvoorbeeld. ‘Want de penis van een mens past in een ooi.’

Zou deze psychopaat misschien afkomstig kunnen zijn uit de nabijgelegen TBS-kliniek Oldenkotte in Rekken? vragen de verantwoordelijke rechercheurs zich al snel af. En als ze daadwerkelijk een serieuze verdachte in beeld krijgen, moeten ze nog afdoende bewijsmateriaal tegen hem verzamelen. Ruim twintig jaar na dato volgt deze duistere miniserie dat proces op de voet: hoe ze vanuit het botte geweld tegen dieren en enkele serieuze steekincidenten, die een man op een homo-ontmoetingsplaats in Enschede noodlottig wordt, in het hoofd van De Beul proberen te komen. En daar wil geen levend wezen – mens of dier – al te lang vertoeven.

In De TBS

Hans Faber / BNNVARA

Als iemand overtuigd moet worden van de effectiviteit van TBS, dan is ‘t Hans Faber – of zijn broer Wim en diens gezin. Wims dochter Anne wordt in 2017 op brute wijze vermoord door Michael P., die al eerder is veroordeeld voor gewelds- en zedendelicten en die op dat moment het laatste deel van zijn straf uitzit op de Forensisch Psychiatrische Afdeling Roosenburg in Den Dolder. Tijdens de grootscheepse zoekactie naar Anne en de dramatische nasleep daarvan fungeert Hans Faber als woordvoerder van de geschokte familie.

Na het verschijnen van zijn boek Anne: Kroniek Van Een Familie (2019) wordt Hans gevraagd door regisseur Elena Lindemans of hij wil meewerken aan een documentaireserie over TBS. ‘Mijn journalistieke hart schreeuwt: ja’, zegt hij daarover in één van de voice-overs, waarmee de verschillende verhaalelementen in deze serie met elkaar worden verbonden. ‘Wat is er veranderd na het Anne-drama?’ Zijn broer Wim, Annes vader, is aanmerkelijk minder enthousiast. ‘Je wordt gebruikt voor positieve beeldvorming van de TBS.’ 

Hans Faber snapt de scepsis van zijn broer, maar besluit toch in te stemmen. Op 3 juni 2022 gaat hij voor het eerst op bezoek In De TBS (265 min.), voor wat een jaar bij de Van der Hoevenkliniek in Utrecht zal worden. Justitie heeft daarbij wel een harde eis gesteld: hij mag niet vragen waarom de patiënten, die hij op de leefgroepen ontmoet en ogenschijnlijk vrijelijk mag volgen en bevragen, hier precies zitten. Om hun slachtoffers te beschermen. ‘Je moet TBS-patiënten niet humaner maken dan ze zijn’, heeft zijn broer Wim hem nog meegegeven.’

Toch is dat wel de insteek waarmee Hans de, digitaal geanonimiseerde, TBS’ers tegemoet treedt: als mensen die de kans krijgen – en ook moeten krijgen – om hun leven grondig bij te sturen. De kliniek lijkt intussen soms bijna een ontspanningsoord. De patiënten genieten van allerlei sporten, zitten bij een koor of gaan lekker op wandel- of zeilvakantie. Tegelijkertijd is er wel degelijk controle. Via een drugshond bijvoorbeeld die geregeld de leefgroep afspeurt. Of een ‘herstelkamer’, ofwel separeerruimte, waar iemand tot rust mag (of gewoon moet) komen.

De buitenstaander Hans Faber beziet het ogenschijnlijk welwillend. Ook al weet hij als geen ander waartoe deze mensen in staat kunnen zijn. ‘Begin ik nu verschijnselen te vertonen van een embedded oorlogsjournalist?’ vraagt hij zich op een gegeven moment af. ‘Iemand die niet meer kritisch kan zijn over het leger waarmee hij optrekt?’ En soms zou je inderdaad willen dat hij, al is het alleen om de zaak een keer goed op scherp te zetten, even doorbijt. In de ‘pornotheek’ bijvoorbeeld, waar een patiënt doodleuk de film Dominate Me 2 kan lenen.

Dat is tegelijkertijd ook de kracht van deze vijfdelige serie, waarbij Faber soms ook even uit beeld verdwijnt. Het leven in de kliniek wordt nergens gesensationaliseerd, maar ook niet geromaniseerd. Nuchter en genuanceerd, met oog voor zowel de mens als z’n voetangels en klemmen, brengt Lindemans het dagelijks leven van enkele vaste hoofdpersonen in (en buiten) de kliniek in beeld. Van dichtbij is te zien hoe TBS’ers aan zichzelf werken, ontspannen, uitdagingen aangaan, (gedwongen) reflecteren of, achter slot en grendel, helemaal vastlopen.

Dit resulteert in fraaie, ongemakkelijke en indringende scènes. Een beschadigde vrouw, die soms ook een gevaar is voor zichzelf, gaat bijvoorbeeld voor het eerst in vier jaar met een begeleider de straat op. Een oudere man, die als vader vaak niet thuis heeft gegeven en op het punt staat om grootvader te worden, zingt bij muziekles een duidelijk diepgevoelde versie van Papa van Stef Bos. En een jonge joviale kerel is aan het daten en loopt na achttien jaar eindelijk warm voor transmuraal verlof, maar moet accepteren dat dit langer in beslag neemt dan hij wil.

Als de veiligheid niet kan worden gegarandeerd, krijgt Hans Faber onderweg te horen, gaan de deuren op slot. En daarmee wordt precies het dilemma van TBS weergegeven. Want wanneer is iemand veilig? Wanneer reageert de mens en wanneer diens sociaal wenselijke façade op een kritische vraag of interventie? En als ‘zero tolerance’ zelfs op een plek zonder internet een utopie is, zoals één van de begeleiders toegeeft, hoe kunnen patiënten dan daadwerkelijk uit de buurt worden gehouden van schadelijke elementen, zoals drank en drugs?

Want het leven buiten sijpelt onvermijdelijk naar binnen, voorbij de door patiënten zelf gemaakte tralies. Zoals de mensen binnen, die gemiddeld zo’n acht jaar in de kliniek verblijven, uiteindelijk toch naar buiten gaan – of op z’n minst de hoop daarop moeten houden. Uit de humane benadering van de Van der Hoevenkliniek, die op Hans Faber soms ook als ‘pamperen’ overkomt, spreekt onherroepelijk vertrouwen in de mens. Ook al is dat regelmatig beschaamd en bieden resultaten uit het verleden, positief of negatief, geen enkele garantie voor de toekomst.

‘De TBS als wasstraat waar iedereen weer schoon uitkomt’, concludeert Faber uiteindelijk nuchter maar niet onwelwillend, ‘is een utopie.’

Mark Cavendish: Never Enough

Netflix

‘Cavs identiteit is wielerwedstrijden winnen’, stelt zijn vriend en oud-collega Peter Kennaugh in het portret Mark Cavendish: Never Enough (92 min.). ‘Dat is wie hij is. Daarvoor staat hij ’s ochtends op. Wat is het leven zonder dat?’

Mark Cavendish houdt zijn kaarten echter het liefst tegen zijn borst. Hoe hij zich voelt is zijn eigen zaak. Dat merkt ook David Spindler als hij in 2019 wordt afgestuurd op de Britse topsprinter, die al een hele tijd onder de maat presteert en er ook gewoon geen zin meer in lijkt te hebben, wordt afgestuurd. Cavendish moet weinig hebben van sportpsychologen. Hij heeft altijd zijn eigen zaakjes geregeld. Met vrijwel ongekend succes. Jarenlang is hij bijvoorbeeld gestaag op weg geweest om Eddy Merckx’ record van 34 gewonnen Tour de France-etappes uit de boeken te rijden.

Sinds kort is ‘The Manx Missile’ echter niet meer vooruit te branden. Is het die ene valpartij geweest? Zijn eetprobleem? Dat verraderlijke Epstein-Barr virus? Of toch – Cav is zelf eigenlijk wars van dat soort verklaringen – een depressie? Heeft de druk die hij zichzelf al sinds jaar en dag oplegt zich nu dan tegen hem gekeerd? Spindler gaat met hem terug naar de bron van zijn onvrede en hoopt daar – bij de tienjarige Mark, te zien in een aandoenlijk interview – ook de liefde voor de fiets weer te vinden bij de horkerige streber, die volgens zijn vrouw Peta thuis al even lastig is als voor zijn eigen teamgenoten en de rest van het peloton.

‘Ik had zoveel zelfmedelijden dat het me niet boeide wie om mij gaf’ vertelt Cavendish daar zelf over. Hij maakt soms nog altijd een getormenteerde indruk in deze typische sportfilm, waarin regisseur Alex Kiehl, begeleid door een dikke soundtrack, langs de heroïsche overwinningen en dieptepunten in zijn lange loopbaan koerst. Een man die alles aan de kant schuift voor de winst, maar zich het zoet van de overwinning nooit lang kan laten smaken. Een man ook die uiteindelijk gewoon niet meer weet wat winnen is – of wat daarvoor moet worden gedaan en gelaten.

Als hij zelf eigenlijk al zover is om in de remmen te knijpen en voor de allerlaatste maal af te stappen, meldt zich echter zijn voormalige ploegleider Patrick Lefevere, de Vlaamse houwdegen met wie hij in het verleden grote successen vierde – en krijgt dit klassieke heldenepos zijn derde akte. Waarin Mark Cavendish na enkele vruchteloze jaren de Rocky Balboa in zichzelf (terug)vindt, de verplichte onverwachte remonte doormaakt en dan, natuurlijk, ook weer gaat jagen op Eddy Merckx.

Tanja – Dagboek Van Een Guerrillera 

Cinema Delicatessen

Of ze zichzelf als een terrorist ziet? ‘Natuurlijk niet’, stelt Tanja Nijmeijer ferm.

De wereld leerde haar ruim vijftien jaar geleden kennen onder de naam ‘Eileen’, een jonge Nederlandse vrouw die actief was geworden binnen de Colombiaanse revolutionaire beweging FARC. Tegen haar wil werden dagboeken van de knappe ‘guerrillera’ toen gepubliceerd door de krant El Tiempo. De Overijsselse studente werd daarmee een westers gezicht bij de strijd tegen het ‘staatsterrorisme’ van de regering in Colombia. Dat sprak tot de verbeelding. Tanja kreeg een welhaast mythische status: een vrouwelijke variant op Che Guevara, uit Denekamp nog wel.

Ten tijde van Leo de Boers documentaire Dichter Bij Tanja (2010) was Nijmeijer al zo’n twee jaar vermist. Het gerucht ging dat ze tegen haar wil werd vastgehouden door de FARC of zelfs al zou zijn overleden. Dertien jaar later, als Tanja – Dagboek Van Een Guerrillera (86 min.) wordt uitgebracht, zijn de grootste raadselen rond de radicale Nederlandse strijdster allang opgelost. Ze was betrokken bij het vredesakkoord dat in 2016 met de Colombiaanse regering werd gesloten, trad veelvuldig op in de media en bracht een boek uit: Van Guerrilla Naar Vredesproces (2021).

Wat heeft deze film van de gelauwerde Duitse maker Marcel Mettelsiefen (Watani – My HomelandAfghanistan: The Wounded Land en In Her Hands) daaraan toe te voegen? Behalve de hoofdpersoon zelf die – beurtelings in het Engels, Spaans en Nederlands – terugblikt op haar betrokkenheid bij de FARC. Bijzonder beeldmateriaal bijvoorbeeld. Vanuit het hart van de beweging, die destijds ook met cocaïnehandel en ontvoeringen in verband werd gebracht. Daarop is te zien hoe Nijmeijer tolkt bij drie ontvoerde Amerikanen, die ruim vijf jaar werden vastgehouden.

‘Ik weet niet hoor Jans, waar dit project naartoe gaat’, schreef Tanja toentertijd aan haar vriendin Janneke Stuulen, met wie ze al die jaren bleef corresponderen. ‘Hoe zal het dan zijn als we de macht hebben? De vrouwen van de commandanten in een Ferrari Testarossa, met siliconentieten en kaviaar?’ Marcel Mettelsiefen gebruikt de briefwisseling tussen de twee vrouwen als structurerend element voor zijn film, waarin aan de hand van de lotgevallen van die ene Nederlandse strijdster tevens het grotere verhaal van de bloedige burgeroorlog in Colombia wordt verteld.

Via gesprekken met Nijmeijers hartsvriendin Janneke, voormalige FARC-commandanten en de Colombiaanse journaliste Jineth Bedoya (die Tanja’s dagboeken destijds naar buiten bracht) en fragmenten uit die veelbesproken persoonlijke geschriften krijgt Mettelsiefen stilaan echt vat op de revolutionair Tanja en de persoon daarachter. Al maakt hij ’t haar in interviews ook niet al te moeilijk. Hele kritische vragen lijken achterwege te zijn gebleven. De documentairemaker biedt kijkers zo de ruimte om hun eigen conclusies te trekken over de keuzes van zijn protagonist.

Intussen vangt deze intrigerende, zwaar doorwrochte film zowel de praktijk als de psychologie van een revolutionaire beweging. Het moet prettig hebben gevoeld om onderdeel te zijn van een gedeeld groter ideaal – ook al heeft dat verzet tegen het Colombiaanse regime uiteindelijk bitter weinig opgeleverd. ‘Het wapens opnemen werkt niet’, constateert Tanja Nijmeijer met de wijsheid van nu. ‘Heeft niet gewerkt. Dat is nu inmiddels wel een keer bewezen.’ Ze moet haar betrokkenheid bij die strijd alleen nog altijd bekopen met een plek op Interpols lijst van gezochte personen.

Terrorist of niet.

De Regenboogmoorden

Prime Video

In het Kralingse Bos komt het begin jaren negentig tot een confrontatie tussen buurtbewoners en de ‘homotoeristen’ die daar mannenontmoetingsplaats bezoeken. Enkele bewoners, waaronder ‘de Robin Hood van Crooswijk’, zijn het spuugzat dat kinderen in het Rotterdamse bos zomaar kunnen worden geconfronteerd met vrijende mannen en voortdurend de schmutzige resten vinden van hun escapades, in de vorm van gebruikte condooms en tissues.

Binnen die gespannen situatie vindt een plaatselijk jongetje, dat dertig jaar later zijn verhaal doet in deze sterke driedelige serie van Duco Coops, op 3 juli 1993 een lijk in het Kralingse Bos. Theo van Lente blijkt met messteken om het leven te zijn gebracht. Volgens zijn vrouw ging hij elke woensdagavond trimmen. Ze heeft geen idee van het dubbelleven dat haar echtgenoot leidde. Drie maanden later wordt er opnieuw een ‘homofiel’, een term die destijds soms nog gewoon werd gebezigd, vermoord op de ontmoetingsplek. En ook in Den Haag vallen in diezelfde periode enkele mannen, waarvan de nabestaanden aan het woord komen, ten prooi aan excessief antihomogeweld.

De Regenboogmoorden (130 min.) roept overtuigend een tijd op, nog niet eens zo lang geleden, waarin homoseksualiteit regelmatig openlijk werd afgekeurd. Ook bij het Nederlandse politiekorps, dat verantwoordelijk was voor het onderzoek naar de moorden. Dat bleek sowieso een lastige klus: de bereidheid om een getuigenverklaring af te leggen was bij homo’s, zeker als ze nog stevig in de kast zaten, over het algemeen zeer beperkt. Het vertrouwen ontbrak dat de overheid er ook voor hen was als ze weer eens ‘viezerik’ waren genoemd of het slachtoffer dreigden te worden van potenrammen – of wat onderzoeker Henk van den Boogaard nu ‘vandalisme tegen mensen’ noemt.

Het pijnlijke gebrek aan kennis en sensitiviteit bij de toenmalige politie wordt ronduit bevestigd door Dick Snaterse, oud-medewerker van het Gay Team van de politie in Rotterdam, en de voormalige woordvoerders Ellie Lust en Klaas Wilting (die de hand ook nadrukkelijk in eigen boezem steekt). Agenten moesten in die tijd ook een enorme omslag in hun denken maken. Waar homoseksualiteit niet lang daarvoor nog strafbaar was en mannen die zich daar toch ‘schuldig’ aan maakten konden worden gearresteerd, daalde langzaam het besef in dat homoseksuelen min of meer gedwongen waren geweest om hun seksualiteit in het geniep te beleven en daarom moesten worden beschermd.

Met Henk Krol (oud-hoofdredacteur van de Gay Krant), Jan Willem Duyvendak (hoogleraar sociologie) en vertegenwoordigers van de Rotterdamse homoscene probeert Coops in De Regenboogmoorden verder het homofobe klimaat te duiden dat Nederland aan het einde van de twintigste eeuw nog altijd in zijn greep had. Het meest tastbaar wordt dat via het indringende relaas van een bezoeker van de Rotterdamse mannenontmoetingsplaats. Met veel gêne en emotie vertelt hij over een nachtelijk rendez-vous in het Kralingse Bos, waarbij hij door enkele mannen in elkaar werd geslagen. Door wie hij was belandde hij letterlijk in de hoek waar de klappen vallen.

De ‘homomoorden’ in het Kralingse Bos bleven intussen heel lang onopgelost. Totdat een speciaal opgericht coldcaseteam, waarvan de leiders ook uitgebreid aan het woord komen in deze miniserie, een poging ondernam om alsnog klaarheid in de zaken te brengen. De zoektocht naar de man die zijn diepgevoelde woede botvierde op bezoekers van de mannenontmoetingsplaats wordt echter nooit meer dan een zijlijn in deze serie. De Regenboogmoorden wil, ondanks die smeuïge titel, helemaal geen reguliere true crime-productie worden. Regisseur Duco Coops documenteert uiteindelijk toch liever een pijnlijk hoofdstuk uit de recente Nederlandse homohistorie.

De Regenboogmoorden wordt daarmee een soort zusterserie van de onlangs verschenen Amerikaanse vierdelige documentaire Last Call. De twee producties kunnen tevens worden opgevat als een waarschuwing. Want zo’n dertig jaar later lijkt homoseksualiteit weliswaar breed geaccepteerd, maar voelen LHBTIQ+’ers zich nog altijd – en met reden, blijkt regelmatig – niet overal even veilig.

Stand Van De Zon / Stand Van De Maan / Stand Van De Sterren

human

Zijn bijzonder succesvolle carrière kwam in Libanon plotsklaps tot een einde. Tijdens het werken aan zijn film The Long Season kreeg de Nederlandse documentairemaker Leonard Retel Helmrich in 2017 een acute hartstilstand, waardoor hij ernstig gehandicapt raakte. De film over Syrische vluchtelingen in een Libanees kamp, afgerond door zijn Syrische cameravrouw Ramia Suleiman en producent Pieter van Huystee, zou op het IDFA nog worden uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire en een nominatie krijgen voor een Gouden Kalf.

De veelgeprezen trilogie Stand Van De Zon (2001), Stand Van De Maan (2004) en Stand Van De Sterren (2011), waarvoor hij dertien jaar lang onderdeel is geworden van een familie in een sloppenwijk te Jakarta, geldt echter als Retel Helmrichs pièce de résistance. Hij observeert daarin op onnavolgbare wijze, via de zogenaamde Single Shot Cinema, het christelijke gezin Sjamsuddin. Zijn camera is intuïtief, zoekend en dynamisch. Als de spreekwoordelijke vlieg die maar niet op de muur wil blijven plakken en soms, in het pre-drone tijdperk, zelfs zomaar ineens opstijgt.

Zo vangt hij details – insecten, hagedissen en de vechtvissen van vader Bakti, die uiteindelijk, in een bijzonder brute scène, in de wokpan van zijn woedende vrouw zullen verdwijnen – maar ook de geest van het moderne Indonesië, één van de grootste moslimlanden ter wereld. Waar politieke en religieuze conflicten na de val van president Soeharto aan de orde van de dag zijn. En die manifesteren zich in het meermaals bekroonde drieluik ook bij de familie Sjamsuddin. Als Bakti zich bijvoorbeeld bekeert tot de islam, is dat tegen het zere been van zijn moeder/oma Rumidja.

Elk moment kan de vlam, op micro- of macroniveau, zomaar in de pan slaan. En de filmmaker legt het rücksichtslos vast. Intiem en confronterend. Van klein naar groot – en vice versa. Rauw en artistiek. Het gewone leven, door Leonard Retel Helmrich (1959-2023) gesublimeerd tot filmkunst.

Antoon – Engel

FCCE / Prime Video

‘Tien, negen, acht…’, wordt er backstage via de intercom afgeteld. De volgepakte Ziggo Dome in Amsterdam houdt in december 2022 z’n adem in. Tienermeisjes richten hun telefoon naar het podium, waar het concert elk moment kan beginnen. Achter de schermen staat de zanger van hits als HotelschoolVluchtstrook en Hyperventilatie gespannen te wachten. De muziek zwelt al aan. ‘Één minuut voor Antoon-reveal’, klinkt ’t via het interne communicatiekanaal. En dan kan die show, een wezenlijk bestanddeel van de film Antoon – Engel (88 min.), eindelijk van start.

Elke bijdetijdse popster heeft tegenwoordig zijn eigen documentaire. Waar een gefilmd portret ooit de kroon op een lange, veelbewogen carrière was, is zo’n film nu eerder een (door)startmoment: om een nieuwkomer zo te positioneren dat hij de oversteek kan maken van de jeugd naar een mainstreampubliek.  En meestal, daar kun je zelfs bijna vergif op innemen, is er ook nieuwe waar om aan de man te brengen. De docu’s van/over Ed Sheeran en Lewis Capaldi werden bijvoorbeeld strategisch ingezet om een nieuw album te promoten.

Deze documentaire over de Nederlandse zanger, rapper en producer Antoon is tevens te vergelijken met de recente films over Snelle en Suzan & Freek en reconstrueert de weg van Valentijn Verkerk, alias Antoon, naar de vaderlandse poptop. Van zero naar hero, binnen no time. Ogenschijnlijk zonder tussenstations. Al klinkt dat gemakkelijker dan het was. Hij moest wel degelijk serieuze tegenslagen overwinnen, zoals het overlijden van zijn moeder. Die traumatische gebeurtenis heeft de volharding van Antoon, die uit een zeer competitief gezin komt, echter alleen maar versterkt.

‘Ga op zoek naar het unieke talent van je kind en stimuleer dat’, stelt vader Justus Verkerk niet voor niets. Met ‘slabakken’ heeft die niks. Zonde van de tijd. Als Antoons manager heeft hij deze film over zijn zoon ook geregisseerd. En daarbij komen al die jeugdfilmpjes – van zijn kinderliedjes zingende, een ijsje etende of lekker jumpende zoon – natuurlijk goed van pas. Antoons succes is niet alleen het gevolg van een door God gegeven talent, zoveel is duidelijk, maar ook van ambitie, keihard werken en een uitgekiende strategie.

Elke fase van zijn prille loopbaan komt langs in deze (auto)biografie: van het deejayen op een middelbare schoolfeestje via zijn tijd op de Herman Brood Academie tot het tekenen van dat eerste platencontract, stuk voor stuk met vooruitziende blik vereeuwigd voor een toekomstig publiek. Vader Justus, zus Anneleen (een fanatieke roeister) en oma Anneleen zorgen daarbij voor de persoonlijke context, terwijl leden uit zijn professionele entourage zoals Big2, Young Dylan, Paul Sinha en Ronnie Flex hem intussen de verplichte artistieke veren in de reet steken.

Het resultaat is een gelikte productie waaraan – verschrikkelijke dooddoener-alert! – de fanbase zich geen buil zal vallen, maar die daarbuiten pas echt waarde krijgt als Antoon de tieneridoolfase voorbij raakt en aantoont dat hij daadwerkelijk een artiest met ausdauer is.

Il Principe

Netflix

Is het een noodlottig ongeval of toch een moedwillige moord? En wie heeft de trekker overgehaald? Bij een nachtelijk meningsverschil nabij het Franse eiland Cavallo, gelegen tussen Corsica en Sardinië, worden er op 18 augustus 1978 minimaal twee schoten gelost en raakt de negentienjarige Duitse toerist Dirk Hamer ernstig gewond. Een kleine vier maanden later bezwijkt de jongen in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

De verdachte luistert naar de welluidende naam Vittorio Emanuele van Savoye. Hij is niemand minder dan Il Principe (130 min.), de troonpretendent van het Italiaanse koningshuis in ballingschap en zal voortaan door het leven moeten als ‘de schietende prins’. Hij vergelijkt zichzelf in deze driedelige serie met een stier in een stierengevecht. Iedereen wil het dier dood hebben. Maar, stelt Van Savoye, ‘de stier heeft hoorns.’

Hamers zus, een bekend fotomodel, ontwikkelt zich tot zijn Nemesis, ook in deze reconstructie van de verwikkelingen door Beatrice Borromeo Casiraghi. Birgit Hamer stelt alles in het werk om Vittorio te laten boeten voor de dood van haar broer, maar stuit volgens eigen zeggen steeds op de ‘ondoordringbare muur’ die rond de kroonprins is opgetrokken. Stuitende klassenjustitie of toch een tot in het absurde doorgevoerde heksenjacht?

Dat klinkt enerverender dan het wordt. Il Principe voert een flinke stoet familieleden, direct betrokkenen en ooggetuigen op, die tot in detail verklaren over wat er is gebeurd en hoe dat wel/niet is afgedekt. De afwikkeling van de zaak wordt daardoor tamelijk stroperig, terwijl de sfeertekening van het milieu van de prins, dat hem bijvoorbeeld in contact brengt met de Sjah van Perzië en de vrijmetselaarsloge P2, juist om verdieping vraagt.

In een bijzin komt ook het Dirk Hamer-syndroom nog ter sprake. Als Hamers vader Ryke na de dood van zijn zoon kanker krijgt, wijt hij dit aan zijn immense verdriet. Ryke Hamer zal zich ontwikkelen tot een omstreden propagandist van het idee dat kanker is te genezen door het behandelen van psychisch trauma. De verhaallijn over de beruchte kwakzalver, een buitenbeentje wellicht binnen de grotere vertelling, wordt echter nauwelijks uitgewerkt.

Deze miniserie sleept zich liever voort langs alle verwikkelingen in de zaak rond de kroonprins Vittorio Emanuele van Savoye, die gedurende meerdere decennia via het gerecht en de media wordt uitgevochten en uiteindelijk toch nog tot een enerverende ontknoping krijgt. Waarbij ook de Spaanse koning Juan Carlos, die ervan wordt verdacht dat hij in 1956 per ongeluk zijn broer Alfonso heeft doodgeschoten, nog een piepklein bijrolletje heeft.

DEPOT – Reflecting Boijmans

Sjarel Ex (l) & Winy Maas (r) / NTR

Eerst wordt de film opgedragen aan ‘de ziel van Museum Boijmans Van Beuningen’. Daarna volgt een tamelijk overcomplete voice-over over ‘het Louvre aan de Maas’ (‘iconische schilderijen en beeldhouwwerken’, ‘zware regenval’, ‘propvol asbest’, ‘totale renovatie’, ‘bouw groot publiekelijk toegankelijk depot’, ‘ark van Noach’, ‘bewaren voor de eeuwigheid’). En tenslotte volgt een lied annex leader waarin het met de adjectieven ‘wonderlijk’, ‘eigenwijs’ en ‘onvoorstelbaar prachtig’ omschreven gebouw alsmede de voornaamste spelers in deze documentaire (directeur Sjarel Ex, architect Winy Maas en regisseur Sonia Herman Dolz en haar crew) worden gepresenteerd. En dan ben je als kijker wel binnen bij DEPOT – Reflecting Boijmans (86 min.) – of niet, natuurlijk.

Ex en Maas leiden de kijker als ervaren gidsen rond door de totale vernieuwing van het Rotterdamse museum; van de ontmanteling van het oude gebouw en het inpakken en verhuizen van de collectie tot de ontwikkeling van James Bond-achtige plannen voor het depot, een gigantisch spiegelpaleis in het hart van de stad, en de vrijwel onvermijdelijke protesten daartegen vanuit de directe omgeving, waarover de rechter dan weer moet oordelen. Parallel daaraan toont Dolz, via fragmenten uit de film Bouw Van Boymans (1935), de geschiedenis van het oorspronkelijke museumgebouw, dat geen opslagruimte heeft voor de snel groeiende collectie. Dit pand is sinds 2019 gesloten, voor een renovatie die naar verwachting zeker zo’n tien jaar zal duren.

‘Wat is nou belangrijk?’ vraagt Ex. ‘De veiligheid of dat het kunstwerk kan worden genoten? Dan zal ik altijd zeggen dat een kunstwerk moet worden genoten. Natuurlijk, op een veilige manier. Maar het is onzin om te zeggen: het is gevaarlijk om het te laten zien. Dat kan toch niet? Want dan zouden we de kunst helemaal niet meer kunnen genieten.’ In de opslag krijgt elk van de ruim 150.000 kunstwerken bovendien een gelijke kans en valt er steeds weer iets nieuws te ontdekken. DEPOT biedt ook echt gelegenheid om, begeleid door de expressieve muziek en liederen van Paul M. van Brugge, aandachtig te kijken. Naar de (inmiddels ruim 150.000) kunstwerken, het ‘naakte’ oude gebouw, dat imposante depot, de feestelijke opening daarvan met de koning én de betrokken personages.

Als de lyrische beeldenpracht en krachtige soundtrack samensmelten is deze film, waarin Dolz’s vertelstem een beetje een fremdkörper blijft, op zijn sterkst. In zulke sequenties wordt voel- en zichtbaar wat Ex, die in 2022 na achttien jaar is gestopt als directeur, bedoelt als hij zegt dat het met zestienhonderd spiegels behangen depot, niet zomaar een gebouw is, maar een stukje stad. Een weerspiegeling van al, de mensen, gebouwen en activiteiten, waardoor het wordt omringd.

Girls Girls Girls

NTR

Als negentienjarige zag Soulaima El Khaldi de documentaireserie Girls Girls Girls (1998) van Ireen van Ditshuyzen en Walther Grotenhuis, die vier jaar later werd gevolgd door Voorheen Girls. Ze herkende zich in de biculturele vrouwen die aan het woord kwamen over hun ambities en kijk op Nederland. ‘Door deze serie wist ik: ik ben niet gek’, stelt ze. ‘Deze thema’s spelen echt.’ Vijfentwintig jaar later heeft El Khaldi vier vrouwen uit de serie opgezocht voor zes nieuwe afleveringen van Girls Girls Girls (240 min.). Via hen wil ze opnieuw de vraag beantwoorden: hoe is Nederland als je afwijkt van de norm?

Zo stelt oud-PvdA politica Amma Asante, inmiddels voorzitter van het Commissariaat voor de Media, bijvoorbeeld dat niemand vrij is van institutioneel racisme. ‘Het kan iedereen overkomen. Ook mij.’ Of je als niet-witte vrouw ooit goed genoeg bent? wil El Khaldi van haar weten. ‘Het is pas genoeg als ik wit word’, zegt Asante opvallend bitter. Toch blijft ze zich – net als bijvoorbeeld Sylvana Simons, met wie ze zich verwant voelt en ook in gesprek gaat – inzetten voor een inclusievere samenleving. Voormalig advocaat Gülsen Alkan, tegenwoordig dansleraar en festivalorganisator, noemt Nederland een schijndemocratie en overweegt of ze zich verkiesbaar wil stellen voor de politieke partij Denk. Ze heeft nog altijd weinig nodig om boos te worden, constateert ze zelf.

Theatermaakster Marjorie Boston meent dat witte Nederlanders anno 2023 nog altijd anders naar zwarte mensen kijken. En dat heeft directe gevolgen voor mensen zoals zij: ‘We moeten weten wat onze plek is.’ Intussen studeert haar dochter Joni rechten. Zij is in een studentenhuis beland met allerlei typische rechtenmeisjes, die ook wel heel veel op elkaar lijken. Inge Verton tenslotte was politieagent in Rotterdam. Na een dienstverband van bijna twintig jaar had ze het gevoel dat die pet haar toch echt niet meer paste. Inmiddels werkt ze als masseuse en begeleidt chi kung-sessies. Zeker sinds de Coronacrisis is Verton het vertrouwen in grotere verbanden en organisaties helemaal kwijtgeraakt en staat ze een alternatieve manier van leven voor.

Na deze vier portretten (waarbij de omstreden columniste Ebru Umar, die in de eerdere series nog wel een prominente rol speelt en ook in het daarvan gebruikte archiefmateriaal regelmatig aan het woord komt, dus ontbreekt) volgt een aflevering waarin de hoofdpersonen samen terugkijken naar (verhitte) groepsgesprekken uit de oorspronkelijke reeks en met elkaar in dialoog gaan over thema’s als uitsluiting en racisme, de positie van vrouwen in Nederland en het fundamentele gebrek aan vertrouwen bij sommigen van hen in het huidige politieke systeem en bestuur (dat soms verdacht dicht tegen complottheorieën aanschuurt). Die gesprekken zijn wederom scherp en gepassioneerd, maar waaieren ook wel erg breed uit.

In het slotdeel komt vervolgens een nieuwe generatie biculturele vrouwen aan het woord: multidisciplinair kunstenaar Yén-Nhi Lê, onderzoeker en docent Oumaima Hajri en rechtenstudent Patrisha Hassell (die een lichamelijke beperking heeft). Hoewel zij zich vrij voelen om zichzelf te zijn en zich uit te spreken, zijn ze ook van mening dat de positie van jonge vrouwen zoals zij nog altijd te wensen overlaat. Dat geldt eerlijk gezegd ook een beetje voor deze serie. Die snijdt weliswaar prikkelende thema’s aan die nog altijd actueel en urgent zijn, maar zou ook wel hebben gevaren bij enige kritische distantie bij de maakster en scherpe eindredactie van iemand die wat minder dicht op de materie zit. Zodat het kaf nét iets meer van het koren was gescheiden.

Girls Girls Girls is hier te zien.

Extra Handen

Omroep Max

Extra Handen (53 min.) zijn er nodig in de ouderenzorg. De helft van het nieuwe personeel valt binnen twee jaar weer uit, stelt Loes Luca, de verteller van deze fijne tv-film. In Rotterdam is daarom een project gestart om mensen, die al een tijdje in een uitkering zitten en in hun persoonlijk leven ervaring hebben met het zorgen voor een ander, klaar te stomen voor een baan in de zorg. Zes maanden lang krijgen ze één dag per week les en gaan ze twee dagen stage lopen.

Documentairemaker Joost van der Wiel volgt vier van deze aspirant-verzorgenden terwijl ze hun weg zoeken binnen de ouderenzorg en dat werk proberen te combineren met hun privéleven. Ieder heeft daarbij zijn eigen uitdagingen. De Marokkaans-Nederlandse Iman Tahtah (43), moeder van twee dochters, voelt zich bijvoorbeeld als een vis in het water tijdens het contact met de cliënten, maar heeft soms moeite met hoe collega’s invulling geven aan dat werk.

Bibiche Lompole (38), een uit Congo afkomstige moeder van drie kinderen, heeft vooral stress voor en na de werkdag. Hoe zorgt ze er bijvoorbeeld voor dat haar pubers op tijd op school zijn en zij op haar stage? Ilidia ‘Linda’ Tavares (53) is betrokken geraakt bij het Toeslagenschandaal en verloor door Corona bovendien haar baan in de horeca, waarvoor ze soms meerdere diensten op een dag draaide. Haar voornaamste uitdaging in de zorg is nu het bewaken van haar eigen grenzen.

Alleenstaande Marco Hogenboom (56) tenslotte heeft zich jarenlang om zijn vader bekommerd en zorgt nu samen met andere familieleden voor zijn moeder. Hij is een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Houdt Marco ‘t in de zorg wél vol? Via deze vier personages, die worden geobserveerd tijdens hun werk- en studieactiviteiten, volgt Van der Wiel het dagelijks leven in een ouderenzorginstelling en het project dat een nieuwe impuls aan de bemensing daarvan moet geven.

Of dat daadwerkelijk kan bijdragen aan het op peil brengen en houden van het aantal handen aan het bed valt op basis van Extra Handen niet vast te stellen. Duidelijk is wel dat het mensen met het hart op de goede plek een tweede kans kan bieden op een functie binnen de zorg – al blijkt die ook weer niet voor iedereen weggelegd.

Satan Wants You

Cargo

‘Ik, Michelle Smith, werd op mijn vijfde door mijn moeder overgedragen aan een groep praktiserende satanisten, die me daarna een jaar lang gevangen hielden en me zowel mentaal als fysiek misbruikten als onderdeel van het demonische ritueel The Feast Of The Beast’, start de spreekstalmeester van het televisieprogramma To Tell The Truth, de Amerikaanse versie van Wie Van De Drie, alweer een nieuwe aflevering op.

‘Na deze beproeving leefde ik normaal en gelukkig tot 1976. Toen begon ik me ongemakkelijk te voelen en zocht psychiatrische hulp’, galmt de stem verder. ‘Al mijn verdrongen herinneringen heb ik toen hervonden met de hulp van dokter Lawrence Pazder. En dokter Pazder en ik hebben mijn verhaal nu verteld in een boek genaamd Michelle Remembers.’ Was getekend, Michelle Smith, ‘patient zero’ van de Satanic Panic, die zich uitstrekt van metalmuziek en het fantasyspel Dungeons & Dragons tot geruchtmakende misdaden zoals bijvoorbeeld de West Memphis Three-moorden.

Waarna de uitzending van Wie Van De Drie, waaraan die psychiater natuurlijk ook zijn medewerking verleent, kan beginnen en een schier eindeloze stroom van horrorverhalen over ritueel misbruik, marteling, verminking en – natuurlijk! – het drinken van bloed lanceert. Door geheimzinnige sektes van satanische pedofielen, die talloze kinderlijken op hun geweten zouden hebben. Zulke geruchten veroorzaken maatschappelijke onrust in de jaren tachtig en negentig. En Smith en Pazder hebben die ‘trend’ aangezwengeld, met een boek dat was gebaseerd op hun gezamenlijke therapiesessies.

Opnamen daarvan zijn ook te horen in deze documentaire van Sean Horlor en Steve J. Adams. ‘Laat het maar komen zoals het komt’, zegt Pazder bijvoorbeeld tegen zijn cliënt in november 1976. ‘Oordeel niet.’ Er weerklinkt onheilspellend gekreun. ‘Laat het zijn wat het is’, spoort de therapeut Smith nogmaals aan. Zij begint vervolgens geëmotioneerd te associëren, teksten die in bloedrode letters in beeld worden geprojecteerd: ‘Ik kon niet wegkomen. Niemand was goed. Ze deden me pijn en zorgden maar niet voor me. Ik kan het niet aan om ze daar te zien staan.’

Met hun verhalen over ‘Satanic Ritual Abuse’ worden Smith en Pazder, die er een ongezonde relatie op na blijken te houden, graag geziene gasten in de talkshows van Geraldo Rivera en Sally Jessy Raphael. Met Smiths zus Charyl, Pazder ex-vrouw Marylyn en dochter Theresa, podcaster Sarah Marshall, Blanche Barton (Magistra van de Church Of Satan), psycholoog Elizabeth Loftus en onderzoeksjournalist Debbie Nathan ontleden (en ontzenuwen) Horlor en Adams nu de wilde geruchten en beschuldigingen, die voor direct betrokkenen vaak ernstige consequenties hadden.

Michelle Smith en Larry Pazder waren niet meer dan cynische verkopers, stelt socioloog Jeff Victor, met de angst voor de Duivel als voornaamste product. En zulke handelaars in angst, zo maakt deze duister getoonzette film eveneens duidelijk, zijn van alle tijden. Zij haken aan bij maatschappelijke vrees – de horrorverhalen rond Jeffrey Epstein bijvoorbeeld, of in Nederland Robert M. – en voegen daar vervolgens hun eigen dosis spanning en sensatie aan toe. Ze oreren over pak ‘m beet Qanon, Pizzagate of Bodegraven, scoren daarmee volop aandacht en verdienen er ook nog een dik belegde boterham mee.

De boodschap van Satan Wants You blijft daarmee uiterst actueel. Want het gevaar schuilt niet in de Duivel. Althans niet in de gehoornde versie daarvan, hooguit in de mens die het slechtste in zichzelf aanboort. Teneinde een ander ermee te raken.