Clash Of The Superpowers: America Vs China

BBC

Als Donald Trump, met z’n echtgenote Melania aan zijn zijde, op 8 november 2017 in Beijing arriveert voor wat de Chinezen een ‘staatsbezoek plus’ dubben, hangt er nog altijd een conflict over Amerikaanse importheffingen boven de markt. De Chinese leider Xi Jinping besluit eens goed uit te pakken. ‘Xi wilde het natuurlijk zo spectaculair mogelijk maken’, vertelt hoogleraar internationale betrekkingen Xiang Lanxin in Clash Of The Superpowers: America Vs China (119 min.). ‘Iedereen weet dat Trump van spektakel houdt. Hij houdt er misschien wel van om als een koning behandeld te worden.’

‘We hadden het met Trump over de beelden die Xi Jinping wilde oproepen’, vult Trumps toenmalige nationale veiligheidsadviseur H.R. McMaster aan. ‘Het moest lijken alsof de leider van de vrije wereld, president Trump, naar Beijing kwam om te knielen voor de keizer, Xi Jinping.’ Samen inspecteren de twee wereldleiders vervolgens een militaire parade, genieten van spectaculaire dansvoorstellingen en dineren in de zogeheten Verboden Stad. De Chinezen stellen alles in het werk om Trump te paaien en proberen hem intussen los te weken van zijn meest geïnformeerde adviseurs.

Tegelijk blijft het altijd weer afwachten of zo’n charmeoffensief daadwerkelijk vat krijgt op deze onberekenbare Amerikaanse president. Een handelsoorlog hangt permanent boven de markt, toont dit interessante tweeluik over de betrekkingen tussen de twee supermachten van Tim Stirzaker en Barry Ronan, die onder de hoede van de gezaghebbende Britse producer Norma Percy en het productiehuis Brook Lapping, weer de mannen aan de knoppen – en een enkele vrouw – van de internationale politiek en diplomatie aan het woord laten in dit stevig doortimmerde tweeluik.

In de eerste aflevering staat de gespannen relatie tussen de VS en China tijdens Trumps eerste ambtstermijn centraal, die in deel twee onder zijn opvolger Joe Biden verder onder druk komt te staan door Taiwan en COVID-19. Het is een intrigerend machtsspel, dat in Clash Of The Superpowers opnieuw wordt opgeroepen – en van nieuwe context wordt voorzien. Want alle insiders – of ‘t nu gaat om Trumps veiligheidsadviseur John Bolton, congresleider Nancy Pelosi of oud-prime minister Boris Johnson – proberen met hun bijdrage aan dit soort producties de beeldvorming te beïnvloeden.

De autocratische leiders van China begrijpen dat Trump te werk gaat als een beroepsworstelaar, stelt de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin bijvoorbeeld. ‘In het begin komt hij woest en angstaanjagend uit de hoek’, zegt hij olijk lachend over de man die al aan zijn tweede termijn als president is begonnen. ‘Als je terugdeinst, gaat hij nog harder duwen. Als je weet dat je in staat bent om overeind te blijven, gaat hij neer.’

Bliksem

VPRO

‘Als onze families onze liefde zouden zien, zou dat wellicht iets doorbreken en zouden we meer verbonden kunnen zijn’, verwoordt Aiman Hassani, bij de start van Bliksem (59 min.), het gevoel waarmee hij deze persoonlijke film over z’n relatie met Tim inging. Want hoewel ze al ruim vijf jaar samen waren, hadden hun families elkaar nog nooit ontmoet. Tim en Aiman wilden graag delen hoe gelukkig zij samen waren. En toen bleek de ware Jacob er een verborgen leven op na te houden.

Tim stamt uit een gehucht in de Achterhoek, Aiman groeide op in een Marokkaanse familie uit de omgeving van Utrecht. Ze zeiden ‘u’ tegen elkaar – teder! – en waren heel lang elkaars veilige plek. Ook nadat alles op losse groeven is komen te staan, blijft Hassani zijn leven documenteren. Om greep te krijgen op die nieuwe realiteit en zichzelf onder controle te houden. Alsof hij in de spiegel naar zichzelf blijft turen en elk afzonderlijk element van z’n eigen verlies wil optekenen.

Hassani filmt bijvoorbeeld hoe hij een filmpje terugkijkt dat hij ooit samen met Tim maakte tijdens het koken. En dat krijgt de kijker van Bliksem dan weer te zien. Meermaals. Zoals die ook wordt meegenomen naar de sportschool, waar Aiman een nieuwe routine vindt – en een nieuwe versie van zichzelf, met een wasbord. Hij gaat ook nog naar de kapper. Het lijken afscheidsrituelen, van een jonge man die op drift is geraakt/gebracht. Losgeraakt, ook van zijn familie.

‘Niemand heeft je afgewezen omdat je anders bent’, zegt zijn ernstig zieke vader, in wat misschien wel hun laatste gesprek wordt. ‘Wij houden van jou omdat je Aiman bent. Jij bent onze zoon.’ Die boodschap moet nog even doordringen bij de filmmaker in deze even particuliere als universele registratie van de ontmanteling van het ene leven, om aan het volgende te kunnen beginnen.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.

U.S. Against The World: Four Years With The Men’s National Soccer Team

HBO Max

Sinds het wereldkampioenschap voetbal van 2026 acht jaar geleden is toegewezen aan de Verenigde Staten, Canada en Mexico, is het doel van het Amerikaanse team duidelijk: de wereldcup pakken in eigen land. Ofwel: U.S. Against The World: Four Years With The Men’s National Soccer Team (302 min.), een beetje zoals het ook al een tijdje buiten het voetbalstadion gaat. En president Donald Trump is natuurlijk ook de eerste die de overwinning zal claimen als het daadwerkelijk zover komt.

Halverwege het project, bij het WK van 2022 in Qatar, komt Team USA in elk geval niet verder dan de achtste finale, waarin niemand minder/meer dan het Nederlands elftal van Louis van Gaal te sterk blijkt. Dat toernooi wordt afgewikkeld in de eerste aflevering van deze gelikte vijfdelige serie van Rand Getlin en Janina Pelayo. In de navolgende jaren en afleveringen neemt de zelfverklaarde ‘Golden Generation’ nog aan diverse andere, altijd weer héél belangrijke toernooien deel en dreigt hun missie serieuze averij op te lopen.

Als de Amerikanen in 2024 bijvoorbeeld deelnemen aan de Copa América, eveneens in eigen land, komt bondscoach Gregg Berhalter door tegenvallende resultaten onder enorme druk te staan. Want ook in Amerika ziet de scheidsrechter het soms helemaal verkeerd en staan er stuurlui aan de wal die het écht beter weten. Een leiderschapswissel blijkt onvermijdelijk. De no-nonsense trainer wordt opgevolgd door de Argentijnse toptrainer Mauricio Pochettino. Maar of de resultaten daarvan beter worden?

Getlin en Pelayo maken van elke afzonderlijke match (Uruguay! Panama! Guatemala!) een enerverende samenvatting en laten tussendoor miniportretjes van enkele spelers en hun gezinnen zien. Veteraan Tim Ream bijvoorbeeld, die na bijna tien jaar in de Britse Premier League, hoopt dat hij toch weer mee mag naar het WK. Linksback Antonee Robinson, die daaraan, vanwege een aanhoudende blessure, inmiddels flink twijfelt. En alle spelers die, door geboorteplek of familiebanden, eigenlijk ‘toevallig’ Amerikaan zijn.

De Nederlandse Amerikaan Sergino Dest en de Duitse Amerikaan Malik Tillman worden er nog uitgelicht in de slotaflevering van deze vermakelijke miniserie. Dit geldt helaas niet voor die andere PSV’er, de Mexicaanse Amerikaan Ricardo Pepi. Zij zijn stuk voor stuk onderdeel van een sportploeg, met een opmerkelijk emotionele coach, die gedurende de jaren heel wat teleurstellingen moet slikken om uiteindelijk uit te kunnen komen bij het beoogde einddoel: die wereldtitel in eigen land.

Daarvoor lijkt dan wel een klein wonder nodig.

Deze bespreking is na elke aflevering bijgewerkt.

The Crash

Netflix

Een gebroken dijbeen, drie gebroken ribben, een gescheurde lever en nier, en beschadigde halsslagaders. Mackenzie Shirilla overleeft het ernstige ongeluk op 31 juli 2022 weliswaar, maar ze komt er bepaald niet ongeschonden uit. De zeventienjarige Amerikaanse scholier heeft er in eerste instantie ook geen weet van dat haar vriendje Dom en hun gezamenlijke vriend Davion, die ook in de auto zaten waarmee zij op volle snelheid tegen een huis in Strongsville is gebotst, de crash niet hebben overleefd. Die informatie houden haar ouders nog even bij zich.

Via schrijnende bodycam-beelden van de politie is te zien hoe zij, moeder Natalie en vader Steve Shirilla, in het ziekenhuis worden geïnformeerd over hun overlijden. De aanloop naar het ongeluk, het drama zelf en de nasleep daarvan worden in The Crash (94 min.) in beeld gebracht met een indringende collectie beeldmateriaal van bodycams, beveiligingscamera’s, social media-posts, politieverhoren en de rechtszaak. In die zin is deze true crime-docu van Gareth Johnson, die eerder de intrigerende miniserie The Body Next Door maakte, helemaal van deze tijd. Niets lijkt privé. Dat roept allerlei ethische vragen op, maar zorgt tevens voor een fascinerende film, waarin ook de families van de twee dodelijke slachtoffers zijn vereeuwigd op bijzonder kwetsbare momenten.

Enne… true crime? Jazeker, want aan dat dodelijke ongeluk lijkt een luchtje te zitten. Via gesprekken met alle belangrijke spelers in deze tragische geschiedenis probeert Johnson duidelijkheid te krijgen over wat er zich op die vroege zondagochtend, nadat Mackenzie Shirilla, Dominic Russo en Davion Flanagan op een feestje zijn geweest, heeft afgespeeld. In de Toyota waarmee zij plankgas door de bebouwde kom reden, worden zowel wiet als paddo’s aangetroffen. ‘Kenzie’ beweert dat ze zich helemaal niets van deze dodemansrit kan herinneren. Lijdt ze werkelijk aan geheugenverlies? Of speelt ze een spelletje, om te verhullen dat ze haar auto bewust – en wellicht ook met voorbedachte rade – heeft laten crashen? Bij ruzies zinspeelde de tiener al eens op een ongeluk.

En net als het typische TikTok-meisje, met name op basis van haar eigen (online-)gedrag, zo schuldig als wat lijkt te zijn, voegt Gareth Johnson extra informatie of een nieuw verhaalelement toe, die deze conclusie toch weer in twijfel trekken. Kan Mackenzie misschien ook een black-out hebben gehad? Al die verschillende scenario’s van wat er tijdens die fatale autorit gebeurd kan zijn, zorgen ervoor dat deze documentaire continu blijft boeien, maar maken het ook verdomd lastig om definitieve conclusies te trekken over wat nu het vervolg zou moeten zijn voor Mackenzie Shirilla: fikse gevangenisstraf of toch intensieve zorg? Of allebei?

The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas

VRT / Docville

‘We gaan een documentaire maken van vijftig minuten met alles wat Dennis gedaan heeft en wat hij dus nu doet’, vertelt regisseur Katherine Schmelzer in de openingsscène van Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas (52 min.) aan één van de kunstenaars die daarin aan het woord komt, Peter Fengler. ‘Ja, dat is kort’, reageert die. ‘Dat is krap.’ Zijn Vlaamse collega Gerard Herman vult al snel aan: ‘Ik denk niet dat dat mogelijk gaat zijn om iets van vijftig minuten over Dennis te maken.’ Waarna Sara Weyns, directrice van het Middelheimmuseum, de grap doorzet: ‘Het is een begin…’

Welk leven is er wél in vijftig minuten te vangen? Die vraag dringt zich onwillekeurig op, bij eenieder die de Antwerpse kunstenaar nog niet kent. Die gaat in de navolgende vijftig, snel voorbij fladderende minuten kennis maken met een man die werkelijk niet voor één gat – of door één cameralens – te vangen is: tekenaar, radiomaker, ontwerper, performancekunstenaar, organisator, tatoeëerder en eigenaar van het obscure noise-platenlabel Ultra Exzema. Tijdens deze film legt hij zich toe op het maken van olieverfschilderijen. Voor een expositie in de Tim van Laere Gallery te Rome.

Katherine Schmelzer en coregisseur Pieter Verbiest volgen de creatieve duizendpoot gedurende dit intensieve proces, waarin hun overactieve hoofdpersoon zichzelf weer eens helemaal opnieuw wil gaan uitvinden. Tyfus weet in dit joyeuze portret ogenschijnlijk niet waar hij mee bezig is – en wil dat vermoedelijk ook helemaal niet weten. Zijn vriendin, kunstenares Charline Tyberchein, wordt er soms ‘zot’ van, vertelt ze. Tegelijk lijkt zij hem ook wel een beetje te benijden om die heerlijk onbezonnen werkwijze, ‘hoe da ge dan toch uzelf kunt verrassen terwijl da ge aan het maken zijt’.

Tussendoor maakt het filmmakende duo, aan de hand van uiteenlopende bronnen zoals schilder Luc Tuymans, kunsthistorica Anny de Decker en Sonic Youth-gitarist Thurston Moore, vlotte uitstapjes naar alle lumineuze ideeën, bokkensprongen en rare fratsen die hun protagonist door de jaren heen, in naam van de kunst, op zijn naam heeft geschreven. Wat te denken bijvoorbeeld van No Choice Tattoos? Waarbij iemand een nog onbekende tatoeage kan laten zetten door Tyfus. ‘Laat mij maar doen’, legt z’n vriend Gerard Herman het concept uit. ‘Vertrouw er maar op dat het goed komt.’

De No Choice Taxi biedt klanten dan weer de kans om ‘vrijwillig ontvoerd’ te worden. In de wereld van Dennis Tyfus, die afwisselend een verbaasde glimlach, gefronste wenkbrauwen of een ongecontroleerd schuddende buik oproept, tuimelen de anarchistische ideeën werkelijk over elkaar heen. Met een bijzondere rol voor blokluiten – zo mogelijk in combinatie met zijn (andere) grote liefde, de punkband The Ramones. Of zoals Thurston Moore het treffend omschrijft in een film die met vijftig minuten tegelijk véél te kort en toch precies goed is: joyful disturbance.

Strange Journey: The Story Of Rocky Horror

Kaleidoscope Entertainment

Erg fiducie hebben de mensen die Richard O’Brien begin jaren zeventig benadert niet in zijn idee. Een rockmusical, nog één? Zijn Jesus Christ Superstar, Hair en al die slappe aftreksels daarvan nog niet genoeg?

Met zijn eerste composities krijgt Richard regisseur Jim Sharman en muzikaal leider Richard Hartley nochtans direct aan z’n zijde, vertelt hij aan zijn zoon, filmmaker Linus O’Brien, in diens lekkere documentaire Strange Journey: The Story Of Rocky Horror (90 min.). They Came From Denton High kan ‘t helemaal gaan worden, maar moet dan nog wel een nieuwe titel krijgen: The Rocky Horror Picture Show.

De show is een doorslaand succes. Eerst in het theater in Engeland en later, verfilmd, wereldwijd in de bioscoop. Met zichtbaar plezier kijken de castleden Tim Curry, Susan Sarandon, Nell Campbell, Patricia Quinn en Barry Bostwick, direct betrokkenen zoals producer Lou Adler en kostuumontwerper Sue Blane en de bekende fans Jack Black en Trixie Mattel terug op de storm die ‘Rocky’ ontketende.

Daarachter schuilt nog een ander verhaal. De horrormusical werkt voor Richard O’Brien zelf bevrijdend. Geholpen door de populariteit van de androgyne helden David Bowie, Mick Jagger en Lou Reed durft hij ongegeneerd zijn liefde voor travestie te omarmen. Ook voor andere LHBTIQ+-ers werkt The Rocky Horror Picture Show emanciperend. Niet alleen vijftig jaar geleden, maar ook nu nog.

Bij openbare vertoningen van deze ultieme B-film is participatie bijna verplicht. Een geheel in stijl gekleed publiek blijft vooral niet op z’n stoel zitten, roept op vaste momenten iconische kreten naar het scherm en zingt natuurlijk luidkeels mee. Soms verschijnt er zelfs een schaduwcast op het podium, om de feestvreugde verder te verhogen. Want bij deze gelegenheden mag echt iedereen zichzelf zijn.

En dat is in de hedendaagse wereld niet meer zo vanzelfsprekend als ‘t een halve eeuw geleden leek te gaan worden, toen Richard O’Brien uit zijn binnenste een campy musical opdiepte, die allang niet meer van hem alleen is.

Sean Combs: The Reckoning

Netflix

Achter de schermen moet er iemand vuil spel gespeeld hebben. Omdat het doel de middelen blijkbaar rechtvaardigt – of omdat er genoeg geld op tafel is gekomen. Hoe dan ook: de beelden die Sean ‘Puff Daddy / P. Diddy’ Combs in september 2024 achter de schermen laat maken door een cameraman, als hij in New York zijn alsmaar benardere positie probeert te managen, zijn gelekt naar de makers van deze vierdelige serie. Tot woede van de megalomane entertainer en businessman zelf, die volgens mensen uit zijn omgeving een ‘God-complex’ heeft.

Want laat Sean Combs: The Reckoning (242 min.) nu net door Curtis James Jackson III, ofwel zijn aartsrivaal 50 Cent, zijn geproduceerd. Dat moet dus wel een lynchpartij worden volgens Team Diddy. Daarover later meer. Want ook dit verhaal begint bij het begin: Combs’ jeugd in Harlem, ’s mans opmars als hitproducent bij Uptown Records, de heldenstatus die hij verwerft met z’n eigen Bad Boy Entertainment en tenslotte de geruchtmakende oorlog tussen hiphoppers van de West- en de Oostkust, die halverwege de jaren negentig achtereenvolgens de rappers Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. het leven kost en die hier nog eens dunnetjes wordt overgedaan.

Want ook daarin had Diddy, althans volgens Bad Boy mede-oprichter Kirk Burrowes, een sleutelrol. Nu is Burrowes, die zichzelf beschouwt als één de eerste facilitatoren van de hiphopmagnaat, ook al een hele tijd gebrouilleerd met Combs. Misschien kleurt dat zijn herinneringen, die zijn voormalige compagnon bepaald niet in een goed daglicht stellen. Dat is overigens ook een terugkerend thema in het leven van deze machtige man (en figuren zoals hij): zolang ze tot zijn entourage behoren, voelen veel bronnen nooit de aandrang om hem aan te spreken op zijn gedrag. Nu ze los van hem zijn gekomen en zijn macht en status tanende lijken, krijgt Combs alsnog van onder uit de zak.

Ook deze pijnlijk gedetailleerde en rijk gedocumenteerde miniserie van Alexandria Stapleton maakt met graagte gebruik van de docu-industrie die direct rond een gevallen ster wordt opgetrokken. Zo waren Combs’ jeugdvriend Tim ‘Dawg’ Patterson, producer Rodney ‘Lil Rod’ Jones en beveiliger Roger Bonds bijvoorbeeld ook al te zien in The Fall Of Diddy en draafden Patterson, alweer hij, en Al B. Sure! tevens op in Diddy: The Making Of A Bad Boy. Ditmaal krijgen ze ondersteuning en rugdekking van Diddy’s personal assistant Capricorn Clark, rapper Erick Sermon, gigolo Clayton Howard en beschadigde Bad Boy-artiesten zoals Mark CurryKalenna Harper en Aubrey O’Day.

Zij schetsen hem als een ongelooflijke controlefreak. Een man die alles wil bepalen en ook alles wil hebben, inclusief de vrouw van een ander. Zijn leven, zoals dit door Stapleton wordt opgetekend, is een aaneenschakeling van conflicten, geweld én seksueel misbruik. Dat begint al in 1991. Diddy’s collega Joi Dickerson-Neal zou door hem gedrogeerd en misbruikt zijn. En daarvan maakte hij naar verluidt een ‘obscene videoband’. Tijdens feestjes liet hij die zien op een groot scherm. Geëmotioneerd leest Dickerson voor de camera een brief voor die haar ouders in 1992, ruim dertig jaar voordat ze een aanklacht zou indienen, aan Seans ouders schreven.

Sean heeft nooit het verschil tussen goed en kwaad geleerd, stelt zijn jeugdvriend Tim Patterson dan. Hij werd thuis flink geslagen door zijn moeder Janice, keek op tegen zijn gangstervader Melvin en leerde dat alles geoorloofd is om te overleven en winnen. Dit is in zijn hele verdere levensloop, tenminste zoals die in Sean Combs: The Reckoning wordt neergezet, te herkennen. En dat brengt hem in 2006, halverwege aflevering 3, in het leven van Cassie Ventura. In het najaar van 2023 spant zij een rechtszaak tegen hem aan vanwege allerlei vormen van geweld. Er duikt zelfs een video op waarin zij door hem wordt mishandeld. Naar ‘t zich nu laat aanzien markeert die het begin van zijn einde.

Dat proces wordt inzichtelijk gemaakt met de gelekte beelden, waarover Team Diddy zich zo kwaad maakt, als hij in september 2024, enkele dagen voordat de rechtszaak tegen hem van start staat, de PR-machine in gang zet die de schade voor hem moet zien te beperken. En dan is hij, op een totaal verknipte manier, in zijn element. Deze serie – noem het gerust een lynchpartij, al heeft Diddy dan wel zelf de strop om zijn nek gedaan – zet een uitroepteken achter de ondergang van deze man, die lijdt aan een God-complex en ook anderen daaronder laat lijden. Als Sean Combs echter daadwerkelijk is wie hij zelf denkt te zijn, dan kan er natuurlijk altijd nog een wederopstanding komen.

Mo Ihattaren – De Beproeving

Act Of Sports / BNNVARA

Op het dieptepunt weegt hij 117 kilo. De kans op een carrière als topvoetballer lijkt enkele jaren geleden definitief verkeken voor Mohamed Ihattaren. Het voormalige supertalent is begin twintig en lijkt toch al volledig uitgerangeerd. De ‘slapzak eerste klas’, aldus Johan Derksen, heeft ‘t helemaal verknald bij topclubs als PSV, Juventus en Ajax en wordt alom uitgekotst. Geen club wil zijn vingers nog branden aan het Marokkaans-Nederlandse enfant terrible.

En dan besluit hij er toch nog een keer vol voor te gaan. Ondersteund door zijn eigen ‘Team Mo’, onder leiding van oud-speler José Fortes Rodriguez. Personal trainer Jivan Akihary probeert Ihattaren lichamelijk helemaal fit te krijgen, mental coach Bram Bakker bekommert zich om de geestelijke kant. En Koen Veenstra en Ricardo Kishna zorgen voor de dagelijkse begeleiding. Hij beschikt van zichzelf niet over de juiste mindset, windt Kishna er geen doekjes om in Mo Ihattaren – De Beproeving (55 min.). ‘Anders had ie ons allemaal niet nodig gehad.’

Getuige deze heel aardige docu van Joel van den Heuvel en Tim van Maanen is Mo’s grote steun en toeverlaat echter zijn oudere broer Yassir. Hij voedde hem zowat op, ging altijd mee naar Eindhoven toen Mohamed in de jeugd van PSV speelde en fungeert nog altijd als een soort vaderfiguur voor hem. Zeker nadat hun vader Mostapha na een lang ziekbed, waarbij Mo veelal weg was gehouden, in 2019 overleed, probeerde hij hem samen met moeder Ihattaren op koers te houden. De dood van het gezinshoofd markeerde overigens meteen de start van hun oogappels neergang.

Er is destijds, dat maakt deze film wel duidelijk, erg hard geoordeeld over de tiener die en plein public moest opgroeien en rouwen. Zodra hij over zijn vader spreekt in De Beproeving oogt die ogenschijnlijk nét iets te arrogante Mo al snel weer als een beschadigd joch, dat geen raad weet met zijn gevoelens. ‘Ik ben een emotievreter’, bekent hij onomwonden. Het Utrechtse raspaardje kan echter ook grappen over de tijd dat een voetbalcarrière verder weg leek dan ooit. ‘Op een gegeven moment wilde ik bijna naar de Hunkemöller gaan, om beha’s te passen.’

Ihattaren, die na enkele jaren weer thuis bij zijn moeder woont, krijgt dan echt iets ontwapenends. In de juiste omgeving, tussen de juiste mensen, is het helemaal geen slecht jong. Dat spreekt ook uit de warme woorden die Mark van Bommel, jarenlang zijn trainer bij PSV, nog altijd aan hem wijdt. Hij heeft de mens en de voetballer Mohamed Ihataren, die zich via RKC Waalwijk naar een contract bij eredivisieclub Fortuna Sittard heeft geknokt, duidelijk nog niet opgegeven – hoe sceptisch Johan Derksen, ooit één van de mannen die hem over het paard tilde, daarover ook is.

Dit portret is ongetwijfeld bedoeld om het joch Mo achter het %#@-ventje Ihattaren vandaan te halen. Zodat de allerlaatste kans voor deze potentiële topspeler ook daadwerkelijk kans van slagen heeft. Hij bezoekt daarin verder zijn eerste club S.V. Houten, laat zich als een eregast onthalen op een kickboksgala en geeft alles wat ie in zich heeft tijdens een bokstraining. En hij gaat, in het kader van zijn persoonlijke herbronning, naar Al Hoceima in Marokko, om het graf van zijn vader zaliger te bezoeken. Om nog eens goed te beseffen waarvoor – en voor wie – hij ’t doet.

It’s Never Over, Jeff Buckley

Piece Of Magic

Op z’n 29e verjaardag zegt Jeff tegen z’n vriendin Rebecca: ik ben nu ouder dan mijn vader. De befaamde singer-songwriter Tim Buckley was in 1975 bezweken aan een overdosis heroïne. Zijn zoon, voor wie hij nooit een echte vader zou worden, zal alleen niet héél veel ouder worden. Jeff Buckley gaat op 27 mei 1997 zwemmen in de Mississippi-rivier in Memphis en komt nooit meer uit het water. Hij is slechts dertig jaar oud. Kort daarvoor heeft hij nog vol overtuiging verklaard: ik ga niet eindigen zoals mijn vader, met een label aan mijn teen.

Bij leven en welzijn wil ie alles zijn, behalve ‘de zoon van Tim Buckley’. Want aan de bijbehorende verwachtingen kan hij als kind toch nooit voldoen. Zo lijkt ‘t tenminste. In werkelijkheid zal Jeff zijn illustere vader al snel overvleugelen. Als een interviewer hem vraagt wat hij heeft geërfd van zijn vader, heeft hij dat alleen nog niet door. ‘Mensen die zich mijn vader herinneren’, antwoordt de jonge zanger resoluut. ‘Volgende vraag.’ Buckley zal altijd een moederskind blijven. Net voor zijn dood spreekt hij nog een liefdevolle boodschap in op haar voicemail.

Mary Guibert heeft die ongetwijfeld vaker terug gehoord. Toch raakt ze in de documentaire It’s Never Over, Jeff Buckley (106 min.) weer geëmotioneerd als ze de laatste woorden beluistert van haar zoon, de jongen die zij als tiener op de wereld zette en vervolgens grotendeels alleen opvoedde. Zoals ook die andere vrouwen in zijn leven, Jeffs ex-vriendin Rebecca Moore en zijn verloofde Joan Wasser, bijna dertig jaar na zijn plotselinge overlijden nog altijd bevangen raken door emoties als ze die even kwetsbare als krachtige jongen weer voor hun geestesoog zien.

Met dit postume portret tilt de gelauwerde Amerikaanse documentairemaakster Amy Berg (West Of MemphisThe Case Against Adnan Syed en Phoenix Rising) Buckley weer in het hier en nu. Voorbij Hallelujah, de Leonard Cohen-song waarvan hij uiteindelijk een echte evergreen maakte. Voorbij zijn gelauwerde debuut Grace (1994), het enige album dat hij bij leven uitbracht en dat inmiddels als een klassieker wordt beschouwd. En voorbij het iconische beeld van de ongrijpbare zanger met het enorme bereik, die zich in ieders ziel etste en onderweg menig hart stal en brak.

Jeff wordt weer de jongen die op de middelbare school flink werd gepest. De muzikale veelvraat, die net zo gemakkelijk Edith Piaf als Sjostakovitsj, Nina Simone, Nusrat Fateh Ali Khan of Led Zeppelin verorberde. En de kunstenaar die gedurig twijfelde aan zichzelf. Of Grace toch geen toevalstreffer was en hijzelf een bedrieger? Amy Berg roept hem op met een veelheid aan archiefbeelden en geluidsopnames, animaties die z’n gemoedstoestand verbeelden en – natuurlijk – ’s mans tijdloze composities, waarvan de teksten voor de gelegenheid ook zijn ondertiteld. Zodat eenieder recht in zijn ziel kan kijken.

Deze stemmige, geladen film blijft in elk geval ver uit de buurt van gemakzuchtige popbio’s, waarin willekeurige concullega’s superlatieven uitstrooien over de held van dienst. Berg beperkt zich tot intimi, die daadwerkelijk een kijkje achter het gordijn hebben gekregen bij Buckley en die hem als mens, kunstenaar en artiest kunnen duiden. It’s Never Over, Jeff Buckley wordt daarmee het gelaagde psychologische portret, dat je zowel de hoofdpersoon zelf als zijn achterban, gehoor en muziekliefhebbers toewenst.

Israël And The Palestinians: The Road To 7th October

Alamy

Voor de oorsprong van de terroristische aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 en de verwoestende oorlog in Gaza die daaruit is voortgekomen gaat de driedelige serie Israël And The Palestinians: The Road To 7th October (177 min.) twintig jaar terug in de tijd.

Dan besluit de Israëlische premier Ariel Sharon om nederzettingen en troepen terug te trekken uit Gaza. Daarmee zet hij veel kwaad bloed in eigen kring. Bovendien biedt het zeer omstreden besluit Hamas de mogelijkheid om de credits voor die terugtrekking te claimen. In 2006 wint de islamitische Palestijnse organisatie, die weigert om de staat Israël te erkennen en de gewapende strijd voorstaat, vervolgens de verkiezingen in Gaza. Sindsdien maakt Hamas daar de dienst uit en zijn andere Palestijnse partijen, zoals Fatah van president Mahmoud Abbas, steeds meer naar de zijlijn verdreven.

Deze groots opgezette miniserie van Tim Stirzaker en Norma Percy richt zich op de beslissers, diplomaten en onderhandelaars, die in de afgelopen twintig jaar – tevergeefs – hebben geprobeerd om het conflict te bezweren, in hun eigen voordeel te beslissen of te beëindigen. Zoals gebruikelijk bij het gezaghebbende Britse productiehuis Brook Lapping, dat eerder series maakte over grote onderwerpen zoals de uitdagingen voor de Europese Unie, de relatie tussen Poetin en het westen en het buitenlandbeleid van de Amerikaanse president Trump, is de opzet breed en komen alle partijen aan het woord.

Zowel regeringsfunctionarissen van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu als woordvoerders van Hamas, waaronder ook Ismail Haniyeh (die een maand na zijn interview werd gedood) blikken dus terug. Zij worden aangevuld of weersproken door adviseurs van de Palestijnse president Abbas, de voormalige premier Salam Fayyad, speciaal gezant Tony Blair en oud-premier van Israël, Ehud Olmert. Een bijzondere positie is er voor de Amerikaanse diplomaten, niet alleen in deze miniserie overigens, die de ministers van Buitenlandse Zaken Rice, Hillary Clinton en Kerry afvaardigen.

Gezamenlijk schetsen al die pratende hoofden een levensgevaarlijk labyrint, opgetrokken rond begrippen zoals bouwstop, tunnels, guerrillacampagne, blokkades en tweestatenoplossing. Intussen leven gewone Israëli’s en Palestijnen, die allebei overigens niet worden bevraagd in deze hoogover-productie, voortdurend tussen hoop en – vooral – wanhoop. ‘Grote dromen vragen een grote prijs’, stelt Hamas-leider Khaled Meshaal eufemistisch. ‘Volgens de Bijbel is er een tijd voor vrede en een tijd voor oorlog’, zet Israëls premier Netanyahu daartegenover. ‘Nu is het tijd voor oorlog.’

En dat is precies waarin deze vervloekte regio sinds 7 oktober 2023 nu alwéér terecht is gekomen.

Trailer Israel And The Palestinians: The Road To 7th October

Pee-wee As Himself

HBO Max

Regisseur Matt Wolf en de andere makers van Pee-wee As Himself (202 min.) hadden er geen idee van dat de hoofdpersoon van hun portret, entertainer Paul Reubens, al zes jaar kanker had. Zijn dood op 30 juli 2023 kwam voor hen volledig onverwacht – al was de man achter het personage Pee-wee Herman inmiddels toch al zeventig. Hij liet hen achter met veertig uur aan interviews. Samen met zo’n duizend uur beeldmateriaal en een karrenvracht foto’s uit zijn privé-archief vormen die nu het fundament onder dit lijvige tweeluik over de ontdekking en opkomst van de cultheld Pee-wee in de jaren tachtig (deel 1) en Pee-wee’s gloriejaren, neergang en rehabilitatie (deel 2).

Reubens vertelt hoe hij begin jaren tachtig, te midden van een wirwar van personages, zijn alter ego Pee-wee vond en merkte dat hij daarin zijn volledige zelf kwijt kon – én kwijt kon raken. Want die kinderlijke bonenstaak met het rode vlinderstrikje nam ook Paul Reubens over, een man die zijn geaardheid verborg – ook al was hij jaren daarvoor al uit de kast gekomen naar zijn ouders. ‘Mijn vader schreef me een ongelooflijke brief en zei: zoon, als je homoseksueel bent, wil ik dat je weet dat ik hoop dat je de beste homoseksueel wordt die je kunt zijn’, herinnert Reubens zich. ‘En ik ging die nacht uit om te proberen de beste te zijn…’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Nee, grapje.’

Het is een positie, die de entertainer vaker zal innemen tijdens z’n gesprekken met Wolf: laveren tussen ernst en scherts en dan in het midden laten waar hij precies is uitgekomen. Ruebens vervolgt zijn verhaal. Over hoe hij zichzelf als jongeling compleet had verloren in een relatie en zich daarna volledig op z’n loopbaan als conceptuele (klein)kunstenaar ging richten. Hij glipte ook weer terug de kast in. Zodat anderen hem voor hetero konden verslijten. Want openlijk homo zijn zou z’n carrière beslist hebben geschaad, stelt Ruebens nu. ‘Weet je, ik ben van gedachten veranderd’, laat hij, als een meesterontregelaar, direct daarop volgen. ‘Ik voel me geen homo meer, dus…’

Nadat Paul Ruebens samen met collega’s als Tim Burton (de film Pee-wee’s Big Adventure), Laurence Fishburne (het kinderprogramma Pee-wee’s Playhouse) en David Arquette (Buffy The Vampire Slayer) uitgebreid stil heeft gestaan bij Pee-wee’s gloriejaren, maakt het grote publiek alsnog kennis met de man achter het infantiele personage. Paul Reubens verschijnt in de media met een, zoals ie ’t zelf noemt, ‘Charlie Manson-politiefoto’. Daarmee wordt zijn zéér pijnlijke neergang ingezet, een verplicht onderdeel van elk zichzelf respecterend portret. En die komt tot een climax in een ‘homofobe heksenjacht’, waarmee Wolf toewerkt naar de al even verplichte comeback.

Pee-wee lijkt herboren. Herstel: Paul Reubens. Ik bedoel: Paul Rubenfeld. Want zelfs Reubens blijkt een artiestennaam. Voor een man met meer dubbele bodems dan soms goed voor hem was. Een buitenbeentje, een controlefreak, een beschadigd mens ook. En een geboren entertainer, zo toont dit even lange als bevredigende portret aan, die veel meer punk en underground was dan je op basis van Pee-wee’s voorkomen misschien zou verwachten.

Deaf President Now!

Tim, Bridgetta, Greg en Jerry (vlnr) / Apple TV+

Harvey Corson en I. King Jordan mogen de Gallaudet University in Washington D.C. niet gaan leiden. Het universiteitsbestuur geeft in de lente van 1988 de voorkeur aan een vrouw: Elisabeth Zinser. Niet veel later slaat de vlam in de pan. De studenten ervaren de keuze als een persoonlijke belediging en bezetten de campus. Niet omdat Zinser een vrouw is, maar omdat zij kan horen. De toonaangevende dovenuniversiteit moet nu eindelijk eens worden geleid door één van hen.

Deaf President Now! (100 min.) eisen zij. Volgens Jane Bassett Spilman, de voorzitter van Gallaudets Raad van Toezicht, is er echter geen enkele kans dat het besluit wordt teruggedraaid. Deze kruising van Nancy Reagan en Margaret Thatcher toont zich sowieso behoorlijk toondoof. Zij bestaat het bijvoorbeeld om te zeggen dat dove mensen er nog niet klaar voor zijn om te functioneren in een horende wereld. ‘Ach, dat mens!’ reageert Gerald ‘Jerry’ Lee Covell, die zich opwerpt als één van de leiders van de protestactie, bijna veertig jaar later nog altijd als door een adder gebeten. De IJzeren Heinige opstelling van Spilman heeft hun verzet alleen maar gesterkt.

Deze documentaire van Davis Guggenheim en Nyle DiMarco beslaat slechts één enkele week in de lente van 1988. Met de vier sleutelfiguren uit het studentenprotest blikken ze terug op de turbulente dagen, waarop zij de horende wereld tot de orde hebben geroepen. Voorbij is de tijd dat doven niet meetellen of worden gezien als mensen die moeten worden gerepareerd. Een nieuw zelfbewustzijn vat post in hen. Als het schoolbestuur bijvoorbeeld stelt dat het pas weer in gesprek wil als de studenten hun bezetting van de campus opgeven, reageert Jerry op een manier waarvoor geen kennis van gebarentaal nodig is: twee ferm opgestoken middelvingers.

De vier activisten communiceren ook in deze film louter in gebarentaal, elk op hun eigen manier. Ze hebben daarnaast ook ieder een stem gekregen. Covell, een ‘little demon from hell’ die zich beslist niet zo gedwee wilde opstellen als zijn eveneens dove vader, oogt en klinkt bijvoorbeeld als een punker, terwijl de gekozen studentenleider Greg Hlibok nog altijd overkomt als een klassieke diplomaat. De voormalige cheerleader Bridgetta Bourne-Firl, die letterlijk ritme in de gebarenprotesten bracht, communiceert met de vastberadenheid van een zelfbewuste en strijdbare vrouw. En ook de expressieve activist Tim Rarus maakt op z’n geheel eigen manier een zeer geestdriftige indruk.

Gezamenlijk hebben zij eind jaren tachtig de voorhoede gevormd van een emancipatiebeweging, die gaandeweg steeds meer aan kracht wint en daarmee een essentiële rol speelt in de (zelf)acceptatie van doven. De slogan ‘Deaf president now!’ staat daarbij voor de eis om nu eindelijk eens gehoord te worden. En daarmee lijkt deze aangrijpende documentaire zowat een zusterfilm van het gelauwerde Crip Camp: A Disability Revolution (2020), waarin een al even essentieel hoofdstuk van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging wordt belicht. Zij effenen voor dove Amerikanen het pad naar volwaardige deelname aan de samenleving.

Oklahoma City Bombing: American Terror

Netflix

Als maker van historische documentaires houd je er een geheel eigen agenda op na. Enige tijd voordat een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis een jubileum nadert, beginnen vaak al de voorbereidingen voor een nieuwe productie. Voor 19 april 2025 bijvoorbeeld, als het dertig jaar geleden is dat Timothy McVeigh een terroristische aanslag pleegde op het Alfred P. Murrah Building in Oklahoma City.

En dus bracht National Geographic onlangs de driedelige docuserie Oklahoma City Bombing: One Day In America uit. Netflix volgt nu met de documentaire Oklahoma City Bombing: American Terror (84 min.). En HBO Max probeerde de concurrentie vorig jaar al te slim af te zijn met An American Bombing – The Road To April 19th. In grote lijnen vertellen ze steeds precies hetzelfde verhaal. The devil is in the detail.

De schaal bijvoorbeeld. Neem je de aanloop naar McVeighs terreurdaad en de nasleep daarvan – van pak ‘m beet de belegering van Waco, precies twee jaar eerder, tot de bestorming van het Capitool – mee of juist niet? En belicht je alleen de gebeurtenissen ter plaatse of ook het grotere, maatschappelijke en politieke verhaal? Regisseur Greg Tillman gebruikt de dag zelf en het navolgende onderzoek als zijn uitgangspunt.

In z’n chronologische reconstructie verwerkt hij een korte terugblik op Waco, waarbij FBI-agent Bob Ricks eveneens een prominente rol speelde, en de persoonlijke herinneringen van enkele direct betrokkenen. De levensveranderende ervaring van Amy Downs bijvoorbeeld, een jonge vrouw die vast kwam te zitten onder het puin. Zij deed haar verhaal ook al in de miniserie van National Geographic. Net als Ricks trouwens.

Dat blijft nu eenmaal een thema voor een maker van docu’s over populaire onderwerpen: welke slachtoffers, ooggetuigen en functionarissen doen waar hun verhaal? En kun je hen ook exclusief krijgen? Renee Moore, de moeder van de baby Antonio die tijdens de aanslag in het kinderdagverblijf in het Murrah Builing verbleef en die één van de 168 slachtoffers zou worden, is vast benaderd voor meerdere producties.

Een andere ‘catch’ is Charlie Hanger, de agent van de Oklahoma Highway Patrol die McVeigh na de aanslag aanhield op de snelweg. Een kwestie van stom toeval. Hanger had geen idee dat dit de gezochte aanslagpleger was. Of cipier Marsha Moritz van de Noble County Jail. Zij nam bij aankomst een foto van de benige oud-militair, die alweer bijna was vrijgelaten toen hij alsnog werd geïdentificeerd als binnenlandse terrorist.

En waar houd je als maker op? Tillman concentreert zich in het laatste deel van deze boeiende, hoewel soms nét iets te vet aangezette reconstructie van 19 april 1995 zowel op het justitiële onderzoek tegen McVeigh en zijn medeverdachten Terry Nichols en Michael Fortier als op de motieven van de Golfoorlog-veteraan, die in de extreemrechtse hoek terecht was gekomen en die we nu zouden opzadelen met de kwalificatie ‘incel’.

Als ’t voor Timothy McVeigh ophoudt, besluit vervolgens ook Greg Tillman zijn vertelling.

Oklahoma City Bombing: One Day In America

National Geographic

Terwijl Bill Clinton tijdens een persconferentie in het Witte Huis de gevaren van terrorisme bespreekt – ‘een autobom in het Midden-Oosten’, oppert hij, of de acties van een ‘religieuze fanatiekeling’ – krijgt de Amerikaanse president de mededeling dat er een aanval is gepleegd op zijn eigen land. Het is een onwerkelijk tafereel. ‘Ik wilde schreeuwen’, herinnert Clinton zich. Maar dat kon natuurlijk niet: presidenten schreeuwen niet, in elk geval niet in het openbaar.

Het iconische fragment van Clinton, de opening van de driedelige serie Oklahoma City Bombing: One Day In America (132 min.), doet sterk denken aan het moment waarop zijn opvolger George W. Bush op 11 september 2001, tijdens een voorleesuurtje op een basisschool in Sarasota, krijgt ingefluisterd dat een vliegtuig zich in één van de torens van de Twin Towers heeft geboord – al snel gevolgd door nóg een toestel in de andere toren van de imposante New Yorkse wolkenkrabber, die weer even later bezwijkt.

Tot ‘9/11’ geldt de bomaanslag op het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City op woensdagochtend 19 april 1995, waarbij zeker een derde van het overheidsgebouw wordt weggeblazen en 168 gewone Amerikanen omkomen, als de dodelijkste terroristische aanval in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Dertig jaar later is de actie van de Goldoorlog-veteraan en anti-overheidsextremist Timothy McVeigh nog altijd de dodelijkste terreurdaad die ooit door een Amerikaan in eigen land is gepleegd.

De schok is enorm: dit gebeurt in Afrika, Noord-Ierland of – inderdaad – het Midden-Oosten. Maar niet in Amerika, het heartland nog wel. Met overlevenden, ooggetuigen, hulpverleners, (FBI-)agenten, bestuurders, journalisten en McVeighs advocaat kijkt Ceri Isfryn terug op de dag waarop hun wereld – en het geloof in de Amerikaanse onaantastbaarheid – op z’n grondvesten schudde. Methodisch zetten ze de gebeurtenissen van die dag en de nasleep daarvan, de jacht op de dader, op een rijtje.

Deze historische docuserie is gemaakt volgens hetzelfde procedé als de National Geographic-producties 9/11: One Day In America (2021) en JFK: One Day In America (2023): via de kleine en grote verhalen van direct betrokkenen – gematcht aan een schat aan archiefmateriaal, liefst ook van de hoofdpersonen zelf – wordt een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie gereconstrueerd, de verbinding tussen de belegering van de Branch Davidians in Waco en de bestorming van het Capitool.

Met die aanpak onderscheidt de serie zich ook van een andere recente docuserie over de bomaanslag, An American Bombing: The Road To April 19th (2024), die juist vertrekt vanuit een helikopterview en McVeighs gruwelijke aanslag veel nadrukkelijker plaatst binnen de recente geschiedenis van ‘homegrown terrorists’, anti-overheidsmilities en extreemrechts geweld in de Verenigde Staten. Isfryn zoomt in en volgt zo de gebeurtenissen: chronologisch, tot in detail en op het niveau van de individuele mens.

Het onbeschrijfelijke leed van Edye Raines bijvoorbeeld. Zij verloor haar zoontjes Chase en Colton, die ten tijde van de aanslag in het kinderdagverblijf van het Murrah Building verbleven. De peuters behoorden tot de in totaal negentien kinderen die door Tim McVeigh van het leven werden beroofd. Of het aangrijpende relaas van Bud Welch, de vader van de 23-jarige vertaalster Julie, die zich in lijn met de idealen van zijn dochter verzette tegen het opleggen van de doodstraf aan de man die haar heeft vermoord.

Zulke aangrijpende verhalen brengen een tragedie van kolossale proporties, die het hedendaagse Amerika mede heeft gevormd, terug tot de menselijke maat.

Netflix bracht overigens ongeveer tegelijkertijd een documentaire over hetzelfde onderwerp uit: Oklahoma City Bombing: American Terror.

Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen

Channel 4 / Videoland

Als het te goed lijkt om waar te zijn, dan is ‘t dat misschien ook. De belofte van groot geld kan echter zelfs de scherpste geesten verblinden. En dan wordt de propositie van ‘Dr. Ruja’, de grote roerganger van een cryptobedrijf dat zich vanaf 2014 bijna als een sekte presenteert, volstrekt onweerstaanbaar: snel rijk worden en ook nog iets goeds doen voor de wereld. Menigeen tuint er met open ogen in en investeert (al) z’n zuurverdiende centen in OneCoin. Het vervolg laat zich voorspellen.

De driedelige docuserie Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen (Nederlandse titel: De Cryptokoningin: Visionair Of Meesterfraudeur?, 138 min.) zet de hele Onecoin-affaire, die ook al het onderwerp was van de documentaire Lie To Me, nog eens op een rijtje. OneCoin, met de zelfgekozen bijnaam The Bitcoin Killer, werkt in feite als een wereldwijde Tupperware-party, waarbij familieleden en vrienden elkaar overtuigen van de zegeningen van de cryptomunt en worden beloond als ze daarin slagen.

Wie er eens goed naar kijkt, zoals cryptokenner Tim ‘Tayshun’ Curry, ziet dat OneCoin in werkelijkheid niet meer is dan een zorgvuldig opgetrokken luchtkasteel, dat een gigantisch piramidespel moet verhullen. En het Bulgaarse orakel Ruja Ignatova, gezegend met een IQ van boven de 200, speelt een sleutelrol in het uitdragen van de centrale boodschap: join the financial revolution. Zij overtuigt hele volksstammen ervan dat ze met de aankoop van OneCoins vliegensvlug miljonair kunnen worden.

Regisseur Alex Tondowski zoomt in op de achtergronden van de vrouw die een – ja, nog zo’n slimme marketingterm – OneLife propageert. Na de val van de Muur is Ruja zelf begin jaren negentig met haar ouders naar Duitsland geëmigreerd. In het plaatsje Schramberg in het Zwarte Woud belandt zij als Oost-Europese immigrante op het gymnasium, waarna ze naar Oxford zou zijn vertrokken en bij McKinsey beland. Ignatova heeft altijd al grote dromen: ze wil rijk en belangrijk worden. Enter Evgeni Minchev.

Haar flamboyante landgenoot, die maar wat graag over zijn voormalige protegé lijkt te willen vertellen, zorgt ervoor dat ze de juiste mensen leert kennen en binnen twee maanden na de oprichting van OneCoin al tot zakenvrouw van het jaar wordt gekozen in eigen land. Tussendoor ondergaat ze een grondige make-over bij de plastische chirurg. Binnen de kortste keren staat Ruja daarna op de cover van het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Magazine – al blijkt ook in dit geval dat niets is wat het lijkt.

‘If you want to tell a lie’, zegt Lyndell Edgington cryptisch. ‘Tell a big one.’ Behalve fraudejagers zoals hij en klokkenluiders, waaronder de voormalig OneCoin-hotshots  Duncan Arthur en Frank Schneider, laat Fugitive ook enkele van de ruim een miljoen gedupeerde investeerders aan het woord. Terwijl zij berooid zijn achtergebleven, is Ignatova sinds 2017 spoorloos. Is ze zelf verdwenen? vraagt deel drie van deze boeiende miniserie zich af. Of heeft de Russische georganiseerde misdaad haar laten verdwijnen?

Met behulp van geheime telefoonopnamen van Ruja Ignatova en bronnen uit alle uithoeken van de financiële en journalistieke wereld loopt Tondowski de verschillende theorieën af en komt uiteindelijk tot een geloofwaardige hypothese over wat er gebeurd kan zijn met de zakenvrouw die daadwerkelijk te goed was om waar te kunnen zijn.

Becoming Led Zeppelin

Piece Of Magic

Na bijna veertig minuten is het eindelijk zover: de vier mannen die eind jaren zestig onder de noemer Led Zeppelin een wereldberoemde rockband zullen gaan vormen, zijn voor het eerst samen in een oefenruimte beland.

De Britse stergitarist Jimmy Page, die z’n sporen heeft verdiend als studiomuzikant en al in The Yardbirds zat, is wel toe aan een eigen band. Sessiemuzikant en arrangeur John Paul Jones wil ‘t wel eens op bas proberen in die groep. En zanger Robert Plant, platzak en dakloos, kan inmiddels wel een project met enige potentie gebruiken. Alleen drummer John Bonham moet worden overgehaald. Die verdient toch al gauw veertig pond per week bij de begeleidingsband van de Amerikaanse zanger Tim Rose en moet dus nodig met zijn vrouw Pat overleggen.

‘Toen we uiteindelijk stopten, was ik ervan overtuigd dat iedereen wist dat onze levens voorgoed zouden veranderen’, herinnert Jimmy Page zich die eerste repetitie. Niet veel later staat ook Becoming Led Zeppelin (122 min.) in vuur en vlam, als dat viertal voor het eerst optreedt. Dat heeft de film van Bernard MacMahon ook wel nodig. Het eerste half uur van deze rockdoc is tamelijk routineus. Met archiefmateriaal, gecombineerd met zitinterviews met de drie nog levende bandleden en een geluidsopname van een gesprek met John Bonham (1948-1980), dat hier voor het eerst is te horen.

MacMahon ruimt vervolgens opmerkelijk veel tijd in voor Led Zeppelins opwindende live-performances, die dik een halve eeuw na dato nog niets aan kracht hebben ingeboet, en verbindt die via nieuwsbeelden weer met de gebeurtenissen van die tijd. Tussendoor blikken de drie bandleden en hun overleden maatje – andere sprekers kent deze docu niet – los van elkaar terug op de formatieve jaren van hun geesteskind. Zo nu en dan kijken Jimmy, Robert en John Paul ook naar een concertfragment van hun band of luisteren wat wijlen Bonham in dat overgeleverde interview had te melden.

En dan, na ruim twee uur speelduur, zijn de baanbrekende albums Led Zeppelin I en II, allebei uitgebracht in 1969, aan de wereld toevertrouwd, heeft de signatuursong Whole Lotta Love het levenslicht gezien en mag de band voor het eerst aantreden in de Londense Royal Albert Hall. Led Zeppelins beginperiode zit er dan op, evenals deze film – die dus ruimte laat voor mogelijke vervolgfilms (Being Led Zeppelin? Leaving Led Zeppelin?). De Led Zep-liefhebber zal geen buil vallen aan deze klassieke bandjesfilm, maar of de Britse rockgroep er ook nieuwe fans aan zal overhouden?

Daarvoor blijft Becoming Led Zeppelin toch te veel een ‘en toen en toen en toen’-docu, die bovendien wel erg netjes binnen de lijntjes kleurt.