Nile Rodgers – Secrets Of A Hit-Maker

Aan zijn hand maakte Diana Ross een geweldige comeback, flirtten The Rolling Stones opzichtig met funky zwarte muziek en brak Madonna definitief door. Intussen was gitarist/producer Nile Rodgers op eigen kracht natuurlijk ook al een poplegende geworden. Met de band Chic, opgericht met zijn vaste maatje Bernard Edwards (bas), had hij in de jaren zeventig de dansvloer veroverd met een nieuw muziekgenre dat volgens sommige puristen ‘sucks’: disco.

In Nile Rodgers – Secrets Of A Hit-Maker (51 min.), een tv-docu van Marjory Déjardin uit 2015, loopt de ‘wandelende groovemachine’ uit New York, die inmiddels een oeuvre van ruim een halve eeuw heeft opgebouwd en dit jaar als bijna-zeventiger nog mocht aantreden op het Pinkpop-festival, zijn eigen loopbaan door, waarbij de egiatne na de andere hitsingle – van klanten zoals Sister Sledge, David Bowie en INXS – er wel voor zorgt dat het nooit saai wordt.

Rodgers, met die kenmerkende rastahaardos, laat met zijn gitaar in de hand zien hoe al die popklassiekers tot stand zijn gekomen en krijgt daarnaast natuurlijk alle lof toegezwaaid van vakbroeders als Pharrell Williams, Avicii en Duran Duran. Wanneer ziekte, de dood van Edwards en een drugsverslaving – waarmee hij zich in de bedenkelijke slipstream begeeft van zijn ouders – hem dreigen te vellen, richt Rodgers zich op en maakt aan de zijde van het übercoole Daft Punk zelf een geweldige comeback.

En als ooit het moment komt dat de swingendste opa van de westerse wereld zelf niet meer in staat is om een mensenmassa in beweging te brengen, dan doen nieuwe artiesten dat vast wel voor hem met een smakelijke sample uit zijn indrukwekkende hookboek.

Senzo: Murder Of A Soccer Star

Netflix

Een uit de hand gelopen roofoverval, crime passionnel, ruzie tussen vrienden, koelbloedige huurmoord of toch een fatale combinatie daarvan? Acht jaar nadat iemand op 26 oktober 2014 een dodelijke kogel afvuurde op Senzo Meyiwa, de keeper en aanvoerder van de Orlando Pirates uit Johannesburg en het Zuid-Afrikaanse nationale voetbalelftal, is zijn gewelddadige dood nog altijd omgeven door raadselen.

‘Senzo’s leven was net een kluis’, stelt één van de sprekers in Senzo: Murder Of A Soccer Star (194 min.). ‘Als je die open hebt, vind je nog een kluis. En nog één. Het houdt niet op: je vindt steeds weer een nieuwe kluis.’ Al snel in deze gedegen vijfdelige true crime-serie van Sara Blecher is echter duidelijk: de doelverdediger van Bafana Bafana was een onvervalste ‘player’. Aan elke vinger een vrouw, als het aan hem lag.

Zangeres Kelly Khumalo, die zeven maanden eerder een dochter had gekregen met de keeper, wil dat niet zomaar accepteren. En Senzo’s ex-echtgenote Mandisa Mkhize, niet lang daarvoor aan de kant gezet voor Kelly, voelt zich publiekelijk vernederd door de man die, geheel in lijn met zijn achtergrond als Zoeloe, gewoon een tweede vrouw wilde nemen. En zij was nog bereid geweest om daarmee in te stemmen ook.

Dat is ook het aardige aan deze traditionele whodunnit. Behalve allerlei theorieën – of complotten, verspreid vanuit een anoniem Twitteraccount – over wat er op die fatale avond in het huis van Kelly’s moeder is voorgevallen, bevat de serie ook plaatselijke healers, voorouders en taxi-killers. Zij verrijken de zoektocht naar de dader(s), die in elke aflevering natuurlijk weer een andere wending krijgt, met de nodige couleur locale.

De werkelijkheid is alleen bewerkelijker dan de Hollywood-versie ervan: aan het eind van een serie zoals Senzo: Murder Of A Soccer Star komt er niet automatisch uitsluitsel over wat er is gebeurd op die tragische avond in het township Vosloorus. Zodat degene die de trekker heeft overgehaald, en eenieder die hem/haar al die tijd de hand boven het hoofd heeft gehouden, en plein public in de boeien kan worden geslagen.

Death Of A Child

finalcutforreal.dk

Schuld is een veel te mild woord. Rouw volstaat ook niet. Als ouder zou je het liefst je kop door een muur beuken, om hem vervolgens af te hakken. Overmand door een nauwelijks te bevatten falen, dat je je hele leven blijft achtervolgen.

Doug vergat ‘s ochtends zijn driejarige dochtertje Kristen af te leveren bij de kinderopvang. ‘s Middags ging hij haar daar ophalen met zijn vrouw Diana. Kristen bleek nog in zijn auto te liggen. Eerste hulp mocht niet meer baten.

Bishop werd nog geen half jaar oud. Zijn ouders dachten van elkaar dat ze hun zoontje naar het dagcentrum hadden gebracht. Thuis ging het ondertussen helemaal mis.

Ook Bryce zou z’n eerste verjaardag niet halen. Zijn moeder Lynn, in het dagelijks leven militair, kon hem niet meer redden. ‘Geen ouder wil weten hoe het is om je eigen kind te beademen.’ En toen moesten de officiële beschuldigingen nog komen.

In hun vorige film Pervert Park (2014) portretteerden Frida en Lasse Barkfors Amerikaanse zedendelinquenten. In Death Of A Child (79 min.) uit 2017 richten ze zich op een al even omstreden groep: ouders die ‘schuldig’ zijn aan de dood van hun eigen kind. Het resultaat is al net zo indringend. Terwijl hun hoofdpersonen zijn te zien in hun dagelijks leven, inclusief (dezelfde) partner en kinderen, doen ze hun verhaal. Volstrekt normale ouders die een ondraaglijke last met zich meetorsen.

Het Deense echtpaar Barkfors blijft zelf vrijwel volledig op de achtergrond en laat de diep persoonlijke getuigenissen zoveel mogelijk voor zichzelf spreken: over schaamte, depressie, huwelijksproblemen, laster, ouderschap, sociale uitsluiting én de vraag of ze hun kind ooit, in het hiernamaals, nog zullen ontmoeten. En of het dan niet boos op hen zal zijn. Niemand anders kan hen immers nog een verwijt maken dat ze zichzelf nooit hebben gemaakt. Behalve het kind dat alleen in hun gedachten voortleeft.

Toch is deze stemmige film geen eindeloos tranendal geworden. Na afloop overheerst vooral het gevoel dat ook na het grootst denkbare verdriet het leven gewoon verdergaat. Het vergt dan alleen wel ongelooflijk veel moed en doorzettingsvermogen om het weer ten volle aan te gaan.

Obama: In Pursuit Of A More Perfect Union

HBO

‘Veel geluk bij alles wat je doet en haal dat diploma rechten,‘ leest Anthony Peterson de boodschap voor die klasgenoot Barry ooit in zijn jaarboek schreef. ‘Want ooit, als ik een beroemde basketballer ben, wil ik vast mijn team onder druk zetten voor meer geld.’

Peterson zou later nog wel eens de boer opgaan met het jaarboek en vroeg dan steeds: denken jullie dat deze gast echt basketballer is geworden? Het antwoord was doorgaans ‘nee’. Dat is immers voor weinigen weggelegd. Maar wat zou er dan met hem zijn gebeurd? Vaak opperde er dan iemand dat Petersons klasgenoot waarschijnlijk in de gevangenis zou zitten of al dood was.

Niemand had tenslotte kunnen bedenken dat Barry president van de Verenigde Staten zou worden, de eerste zwarte.

‘Race doesn’t matter’, scandeerden zijn supporters nadat Barack Obama begin 2008 de primary van de Amerikaanse staat South Carolina had gewonnen. Ze hielden zichzelf een beetje voor de gek: zijn ras was én is precies wat Obama definieert als politicus. Was hij bijvoorbeeld wel zwart genoeg? Kon een Afro-Amerikaan überhaupt president van de Verenigde Staten worden? En hoe zwart kon zo’n leider zijn en was hij dan daadwerkelijk in staat om het lot van al die zwarte Amerikanen ten positieve te beïnvloeden?

Obama’s identiteit als zwarte man en Amerika’s uiterst moeizame verhouding daartoe vormt ook het hart van de doeltreffende driedelige serie Obama: In Pursuit Of A More Perfect Union (306 min) van Peter Kunhardt, die eerder films maakte over de Amerikaanse presidenten Abraham Lincoln en Richard Nixon en ook Obama’s opponent bij de presidentsverkiezingen van 2018, John McCain, portretteerde. Hij gaat met Obama-insiders (spin doctor David Axelrod, adviseur Valerie Jarrett en speechschrijver John Favreau), burgerrechtenleiders (John Lewis, Al Sharpton en Jesse Jackson) en prominente Afro-Amerikaanse denkers (Cornel West, Jelani Cobb en Ta-Nehisi Coates) op zoek naar de essentie van de man en zijn missie.

De vertelling is chronologisch opgebouwd: de eerste aflevering concentreert zich op Obama’s jonge jaren, het tweede deel behandelt de baanbrekende campagne die hem in het Witte Huis zou brengen en het even lijvige als krachtige slot omvat ‘s mans complete presidentschap. De toonzetting is positief-kritisch en Kunhardt houdt zijn ogen consequent op de bal: Obama en Amerika’s giftige rassenrelaties, op gezette momenten ingekleurd met beelden uit de (inkt)zwarte historie.

Andere deelthema’s komen slechts zijdelings aan bod. Échte opponenten krijgen geen spreektijd en er is ook nauwelijks aandacht voor het politieke theater en de bijbehorende straatgevechten. Daardoor oogt dit drieluik in eerste instantie wat braaf. Gaandeweg betaalt die keuze voor het grotere, symbolische verhaal – waarin bijvoorbeeld de controverse rond Obama’s uitgesproken pastor Jeremiah Wright, de van racisme doortrokken complottheorie over zijn geboorteakte en het ontstaan van de Black Lives Matters-beweging logisch op hun plek vallen – zich echter onmiskenbaar uit.

Kunhardts reconstructie van het raciale mijnenveld dat Obama uiteindelijk tamelijk ongeschonden door is gekomen culmineert in een diep ontroerende scène van de uitvaart van een vermoorde zwarte dominee te Charleston. Als ‘the chosen one’ even alle reserve laat varen, de hymne Amazing Grace aanheft en alle aanwezigen tranen in de ogen zingt.

Na acht tropenjaren in het Witte Huis, die waren gestoeld op de hoop dat de Verenigde Staten een post-raciale natie was geworden, wordt de eerste zwarte Amerikaanse president opgevolgd door een soort anti-Obama, de verpersoonlijking van alles waar hij zich als mens, politicus en symbool tegen heeft verzet en een man die hem in de voorgaande jaren hoogstpersoonlijk heeft zwartgemaakt: Donald Trump.

Helaas: race does matter.

Memories Of A Murderer: The Nilsen Tapes

Netflix

‘Normaal gesproken heb je bij een moord een slachtoffer en ga je op zoek naar de moordenaar’, stelt rechercheur Steve McCusker. ‘In dit geval hadden we een moordenaar, maar hij wist niet wie de slachtoffers waren.’

In de flat en voormalige woning van Dennis Nilsen in Londen had de politie in 1983 de lijken van diverse jonge mannen aangetroffen. Het waren er in totaal vijftien of zestien volgens de man des huizes, werkzaam als leidinggevende bij het plaatselijke arbeidsbureau. Een schrikbarend aantal, dat op een naargeestige manier deed denken aan de bijna dertig dode jongens die waren gevonden in de kruipruimte onder de woning van de beruchte Amerikaanse seriemoordenaar John Wayne Gacy.

Nilsen wilde best over zijn daden vertellen, hoor, maar kon zich de details écht niet meer voor de geest halen. Herinneringen had de voormalige politieman niettemin genoeg, zo bleek later. In zijn gevangeniscel vertrouwde hij die met liefde en plezier toe aan een serie cassettebandjes. Ze hebben nu hun weg gevonden naar Memories Of A Murderer: The Nilsen Tapes (85 min.). ‘Ik ben een man’, zegt Dennis Nilsen daarop. ‘Geen monster. Raar, hè?’

Was de man knettergek of oerslecht? Regisseur Michael Harte probeert er de vinger achter te krijgen via interviews met politieagenten, nabestaanden, collega’s en zijn advocaat en benadrukt verder het duistere karakter van diens verhaal met onthullend archiefmateriaal, unheimische gestileerde beelden en onheilszwangere muziek. Het resultaat is stemmig, onrustbarend en niet al te cheap en behoort tot de betere exemplaren die de lopende band van seriemoordenaarsdocu’s in de afgelopen jaren heeft afgeleverd.

Truth To Power

Nee, tactisch was het niet om direct na de aanslagen van 11 september 2001 aandacht te vragen voor de beweegredenen van de terroristen en kritische vragen te stellen bij het Amerikaanse Midden-Oosten beleid. De rest van System Of A Down stond in elk geval bepaald niet te juichen toen frontman Serj Tankian zijn essay daarover, zonder overleg vooraf, op de bandwebsite plaatste. Toxicity, het tweede album van de Armeens-Amerikaanse metalgroep, was net uit en leek een enorme hit te gaan worden. Nu dreigde de band in de ban te worden gedaan.

Volgens Rick Rubin, die deze langspeler had geproduceerd, pakte de zanger simpelweg zijn rol als kunstenaar en maakte hij gebruik van het podium dat hij nu eenmaal had. En toen had Tankian nog niet eens stelling genomen tegen de Amerikaanse inval in Irak. ‘Why must we kill our own kind?’ zong hij op de van hem welbekende lyrische manier in Boom!, waarvoor een videoclip was gemaakt door de linkse stokebrand Michael Moore. Met de al even radicale Rage Against The Machine-gitarist Tom Morello richtte Serj Tankian vervolgens de ideële non-profitorganisatie Axis Of Justice op.

De andere bandleden van System Of A Down zouden zich liever vooral op de muziek hebben gericht, bekennen ze in Truth To Power (79 min.), een portret van de bevlogen artiest en opiniemaker Serj Tankian. Over één ding waren ze het wél roerend eens: de Armeense genocide van 1915. Die traumatische gebeurtenis, waardoor hun voorouders ooit de wijk hadden moeten nemen naar de Verenigde Staten, moest nu eindelijk eens officieel erkend worden. Met die stellingname zouden ze in aanvaring komen met hun eigen platenbaas, de Turkse Amerikaan Ahmet Ertegun die allerlei initiatieven had gefinancierd om die erkenning juist te ontmoedigen.

En daarna sloot Tankian zich ook nog aan bij het verzet tegen de huidige Armeense regering. Niet zonder resultaat overigens. Dat lijkt ook het verhaal van zijn leven. De zanger (en componist en dichter en kunstenaar) heeft blijkbaar altijd wel een zaak waarvoor hij zich sterk wil maken. Van regisseur Garin Hovannisian krijgt hij in deze wat brave policor-docu alle ruimte om zijn idealen uit te dragen. Weerwoord of kritische noten blijven uit. Daarmee wordt Truth To Power eerder een soort monumentje voor de oerkracht Serj Tankian dan een afgewogen film die ook voor buitenstaanders of zelfs tegenstanders interessant is.