Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor

DR

Inmiddels zijn ze met vijftien. En de lijst met halfbroers en -zussen blijft gestaag groeien. Ze stammen allemaal af van één en dezelfde man. Dat is hen overigens pas later, véél later, duidelijk geworden. Toen hij allang dood was.

Thomas Rasmussen maakt zich aan het begin van de straffe driedelige documentaireserie Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor (internationale titel: The Nazi Donor Mystery, 90 min.) van Søren Klovborg op om drie van zijn halfbroers en -zussen voor het eerst te ontmoeten in zijn huis op het Deense schiereiland Sjællands Odde. Ze delen een donorvader met een uiterst dubieus verleden: Walther Frisch (1917-1992) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog drie jaar bij de Waffen-SS.

In de loop van de jaren zestig heeft de Deense SS’er Frisch in zeker vier landen – Zweden, Finland, Denemarken en Duitsland – kinderen op de wereld gezet. Heeft hun vader daarmee het credo van zijn voormalige baas Heinrich Himmler in de praktijk gebracht? Volgens hem zou elke SS-officier minimaal vier kinderen moeten hebben. ‘Zijn wij het resultaat van die ideologie?’ vraagt zijn zoon Mats Rydberg, een Zweedse halfbroer van Thomas, zich nu af. ‘Of zijn we gewoon verwekt omdat hij dat kon?’

Samen met hun halfbroer Matthias Kötter en halfzus Charlotte Kudsk proberen Mats en Thomas ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Over het oorlogsverleden van hun vader, natuurlijk. Welke rol speelde Walther Frisch bijvoorbeeld bij een massa-executie in april 1944 in Graz, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden vermoord? Na de oorlog beweerde hun vader in de rechtbank dat hij op dat moment elders was, maar volgens deskundige Dennis Larsen loog hij dat het gedrukt stond.

En over wat er na er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde: hoe kon het dat hun vader, ondanks zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, door het Zweedse Karolinska Sjukhuset werd ingezet als zaaddonor? Gebeurde dat gewoon tijdens werktijd of stiekem, in de donkere uurtjes, door specialisten van het ziekenhuis met nazisympathieën? En welke motieven had de man die werd omschreven als een leuke, grappige en genereuze persoon – ‘op dat ene ding na’ – daarvoor zelf?

Daarmee voegt Klovborgs miniserie een navrant element toe aan de stroom scandaleuze verhalen die in de afgelopen jaren al zijn losgekomen vanuit de ‘fertiliteitsindustrie’. Van de ene na de andere vruchtbaarheidsarts is inmiddels gebleken dat hij, in een tijd waarin ze zich onbespied waanden, onzorgvuldig is omgegaan met de selectie van spermadonoren en/of de bevruchting van patiënten met een kinderwens – of dat hij daarvoor, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat, zelfs zijn eigen zaad heeft gebruikt.

Die pijnlijke geschiedenissen zouden nooit boven tafel zijn gekomen zonder de introductie van DNA. En daar zijn ook de zoektochten van enkele Frisch-nazaten begonnen. Bij een onbezonnen DNA-test, soms zelfs als gevolg van een verjaardagscadeau. Met verstrekkende gevolgen. Terwijl zij de implicaties van die keuze proberen te bevatten, krijgen de vier zestigers met een onverwacht en ongewild oorlogsverleden vooralsnog nul op het rekest bij het Karolinska-ziekenhuis.

Zijn zij de belichaming van een doelbewust plan om nazi-genen veilig te stellen? Of simpelweg de nazaten van één enkele man die een geheel eigen en uiterst twijfelachtig levenspad heeft gekozen?

Jimmy & The Demons

Magnet Film / VPRO

Op een gegeven moment begint Jimmy Grashow zelf een beetje te lijken op de Christusfiguur, met een heuse kathedraal op zijn rug, waaraan hij nu al drie jaar vol overgave werkt. De Amerikaanse kunstenaar, illustrator en beeldhouwer mag de tachtig dan al zijn gepasseerd, maar hij legt nog steeds ziel en zaligheid in zijn werk. En net als zijn uit hout gesneden Christus wordt hij daarbij omringd door zijn eigen duivels en demonen. In zekere zin is een kunstwerk nu eenmaal een zelfportret.

In de liefdevolle documentaire Jimmy & The Demons (94 min.) volgt Cindy Meehl de ontwapenende kunstenaar en zijn vrouw Guzzy, met wie hij al ruim een halve eeuw getrouwd is, tijdens het werken aan het groots opgezette houtsnijkunstwerk dat hij zelf beschouwt als zijn ‘grande finale’. Grashow is een warme en begeesterde man, met wie het gemakkelijk meeleven is – ook omdat hij op geen enkele manier blasé lijkt. Hij gáát ervoor, met alles wat ie heeft, en pleegt zo meteen roofbouw op zichzelf.

Zijn echtgenote ziet het soms met lede ogen aan. Op ‘Guzzy’s worry ladder’ geeft ze haar voornaamste zorgen van dat moment een plek. ‘Health’ staat nu op één, met ‘Jimmy’ daar net achter. Via het onafscheidelijke duo dringt Meehl door tot het wezen van het kunstenaarschap – zonder dat haar film al te serieus of zwaar wordt. Want voor Jimmy mag zijn werk dan een toevluchtsoord zijn, in een wereld vol chaos en ellende, hij houdt oog voor zijn omgeving en blijft dankbaar voor al wat die hem te bieden heeft.

Terwijl de voltooiing van zijn werk in zicht komt en Grashow nog te maken krijgt met de verplichte crisis die elke grote prestatie lijkt te vergezellen, vertelt deze fijne film ook het verhaal van zijn leven en werk. Hoe een onzeker Joods jongetje ontdekt dat hij een talent heeft en daarmee begint te ‘spelen’, een gevoel dat hij zijn leven lang vast weet te houden. Daarmee kan Jimmy ook zijn altijd weer opspelende angst voor de dood, de realisatie dat wij allen maar al te sterfelijk zijn, hanteerbaar houden.

Zo stevent hij ook zelf af op de grande finale. Dankbaar voor het leven dat hij heeft geleid, als kunstenaar en als familieman. En overmand door melancholie dat het einde nu echt in zicht is. Deze film toont hem als een man om van te houden, met ook werk waarvan het hart moeiteloos open bloeit.

De Non En De Wegwerpkinderen

WNL / vrijdag 28 augustus, om 20.25 uur, op NPO2

Het imago van Truus Kuijpers heeft zich op min of meer dezelfde manier ontwikkeld als de beeldvorming rond interlandelijke adoptie. Eerst werd de Nederlandse non beschouwd als een weldoener, die arme kindertjes uit Chili een warm thuis bezorgde in haar eigen moederland. Later volgden de vragen over hoe ze dit eigenlijk had gedaan en wat daarvan de gevolgen waren. Inmiddels is ‘zuster Gertrudis’ al net zo omstreden als de adoptievorm, waarmee ze zich haar hele leven bezig heeft gehouden. ‘Ik wilde dus gewoon helpen’, beweert ze in een interview met Hart van Nederland uit 2022, tien dagen voordat ze op 89-jarige leeftijd zal overlijden. ‘Dat moet toch kunnen?’

In datzelfde interview zegt ze ook: ‘Ik heb nooit gewerkt voor ouders die een kind zoeken. Wij hadden kinderen die ouders zochten.’ Daarover is echter fundamentele twijfel ontstaan. Tanja Kok, die ook het Hart-interview met Kuijpers deed, zoekt het verder uit in de journalistieke documentaire De Non En De Wegwerpkinderen (66 min.), die is geregisseerd door Foeke de Koe. De term ‘wegwerpkinderen’ schijnt de adoptienon overigens zelf te hebben gebruikt. Direct betrokkenen stellen nu alleen dat sommige van die kinderen op oneigenlijke manieren zijn afgenomen van hun biologische moeders of zelfs zijn ontvoerd. Kuijpers zou op bestelling kinderen hebben geleverd.

Chili was in die tijd een kinderfabriek, stelt Marisol Rodriguez, een vertegenwoordigster van Hijos y Madres del Silencio, ‘de kinderen en moeders van de stilte’. Kok spreekt met hen en gaat ook poolshoogte nemen bij het voormalige kindertehuis Las Palmas in Santiago de Chile. In totaal hebben daar meer dan 800 kinderen gezeten, waarvan er ongeveer 200 naar Nederland zijn gekomen. De verhalen van deze inmiddels volwassen Chileense Nederlanders zijn buitengewoon schrijnend. Ze voelen zich bij de neus genomen door zuster Truus. In elk geval bij de adoptie zelf – en soms ook nog tijdens de lucratieve rootsreizen die zij eind jaren negentig begon te organiseren.

‘M’n zoon is van de vuilnisbelt teruggekomen’, zegt Orfelina, de moeder van Alejandro Quezada, als zij het volwassen kind dat ze in september 1979 op veertienjarige leeftijd ter wereld heeft gebracht een half leven later voor het eerst ontmoet. Hij was gestorven, hadden ze haar wijsgemaakt – omdat zíj hem te vaak had opgepakt. En daarna was ie simpelweg afgevoerd. In werkelijkheid is ‘dat dode kindje’ bij een stel in de Achterhoek beland. Eenmaal herenigd krijgen moeder en zoon van zuster Gertrudis nog geen half uur om opnieuw kennis te maken. Tot het eind probeert de adoptienon de regie te houden over haar levenswerk, dat in deze Spoorloos 2.0 definitief wordt ontheiligd.

Het tragische verhaal van Mirjam Hunze, één van de Chileense adoptiekinderen, is overigens ook al uit de doeken gedaan in de podcast De Gestolen Kinderen. Tanja Kok maakte voor Hart van Nederland bovendien al een podcast over Truus Kuijpers: De Adoptienon.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

The Librarians

Dogwoof

The Cider House Rules, Fahrenheit 451 en – natuurlijk – The Handmaid’s Tale. Zomaar enkele titels van de 850 boeken die de Republikeinse volksvertegenwoordiger Matt Krause in 2021 wil laten verwijderen uit de schoolbibliotheken van de Amerikaanse staat Texas. De thema’s van de boeken die in de ban moeten worden gedaan zijn voorspelbaar: seksuele voorlichting, LHBTIQ+-onderwerpen en alles wat maar onder de term ‘woke’ kan worden geschaard.

Het vak van bibliothecaris was, kortom, nog nooit zo spannend en – werkelijk waar! – gevaarlijk als in het hedendaagse Amerika. The Librarians (86 min.) staan, ongewild, in de vuurlinie van een cultuuroorlog die door conservatieve christenen is opgestart. Binnen de kortste keren kan een verontruste ouder een officiële klacht indienen omdat zijn of haar kind is blootgesteld aan Lentekriebels-achtige pornografie. De jaarlijkse conferentie van bibliotheekmedewerkers moet zelfs beveiligd worden.

Regisseur Kim A. Snyder (Newtown / Us Kids) laat de informatie-intermediairs in deze actuele documentaire uitgebreid aan het woord, soms uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerd. Daarnaast spreekt ze ideologische opponenten – althans, zo zien die dat zelf – zoals Tiffany Justice en Tina Descovich van de conservatie organisatie Moms For Liberty, die ter bescherming van Amerika’s kinderen aan een kruistocht tegen vulgair, pornografisch en ander schadelijk lesmateriaal zijn begonnen.

De vrijheid van meningsuiting komt ernstig in de verdrukking door zulk modern McCarthyisme, waarbij censuur en zelfcensuur hand in hand gaan. Op zwarte lijsten, aanklachten en authentieke boekverbrandingen volgen bijna automatisch een pijnlijk stilzwijgen. Intussen krijgt volkshysterie, veelal op religieuze grondslag, alle ruimte om voort te woekeren en spinnen slinkse populistische politici zoals Ron DeSantis, de Republikeinse gouverneur van Florida, daar weer garen bij.

Met politieke benoemingen in schoolbesturen en gecoördineerde campagnes wordt een oerconservatieve ideologie opgedrongen aan kinderen en tieners. En de bibliothecaris die zich daartegen verzet loopt het risico ontslagen, aangehouden of zelfs uit de weg geruimd te worden. De conservatieve activist Bruce Friedman de zelfverklaarde ‘Michael Jordan of book banning’ spreekt bijvoorbeeld uit dat hij bibliotheken koste wat het kost wil zuiveren. En iedereen die in zijn weg staat? ‘Run over them like a dead body.’

John Irving, Ray Bradbury en Margaret Atwood hadden ‘t zo gek niet kunnen verzinnen. Bijna dan.

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

De Film Die Nooit Afkwam

&Bromet’/ EO

De zwarte bladzijde uit het filmende leven van Frans Bromet kan in 2017 alsnog worden omgeslagen. De documentaire die hij in de jaren zeventig wilde maken over schilder en Holocaust-overlever Sieg Maandag (1937-2013), waarvan de productie jaren eerder vanwege een volledig uit de hand gelopen conflict tussen Bromet en zijn producent George Becht was afgebroken, kan toch nog worden voltooid.

De Film Die Nooit Afkwam (58 min.) begint bij de foto die George Rodger (1908-1995) van de kleine Sieg maakte bij de bevrijding van het concentratiekamp Bergen-Belsen in 1945. De Britse fotograaf van het vermaarde tijdschrift Life kan, als Bromet hem een heel leven later opzoekt, nauwelijks geloven dat het jongetje zijn leven daarna ‘gewoon’ heeft kunnen vervolgen en nog altijd in leven is. Tot een ontmoeting tussen de fotograaf en zijn subject en de foto die daarvan moet worden gemaakt – het beoogde einde van de nooit afgeronde docu Life’s Picture – zal het door alle productionele perikelen echter nooit komen.

Bromet, zelf afkomstig uit een Joodse familie, wilde toentertijd nadrukkelijk uit de zwaarte weg blijven. Niet te veel inzoomen op de ontzaglijke ellende van het kamp, bijvoorbeeld – ook omdat hij die confrontatie zelf nauwelijks aankon. In plaats daarvan filmde hij opgeprikte, soms bijna clowneske reconstructiescènes, waarin Maandag zijn eigen belevenissen naspeelde. Die waren vermoedelijk ook de spreekwoordelijke druppel voor producent Becht. Samen met Sieg Maandags weduwe Karen en zijn kinderen Sarah en Simon kijkt de filmmaker het beeldmateriaal nu terug en bespreekt met hen de man daarachter.

Gaandeweg wordt tevens duidelijk hoe, waarom en door wie Bromets oorspronkelijke film werd getorpedeerd en hoe de direct betrokkenen, waaronder hijzelf, daar jaren later op terugkijken. De tijd lijkt in elk geval deze wonden wel te hebben geheeld. En met De Film Die Alsnog Afkwam kan Bromet toch zijn oorspronkelijke vraag beantwoorden: hoe kan een mens verder leven na het concentratiekamp? De vraag is dan alleen nog hoe hij die nieuwe docu naar z’n einde kan brengen. En ook die vraag wijst uiteindelijk zichzelf, in deze boeiende film over de erfenis van de Tweede Wereldoorlog en hoe die te beheren.

De Film Die Nooit Afkwam is hier te zien.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen

Pieter van Huystee Film / NTR

Nadat hij met een belletje heeft geklingeld, spreekt Hans Rasker de andere genodigden aan de Indische tafel toe. ‘Hartelijk welkom bij deze laatste maaltijd voor de zomervakantie’, zegt hij tegen de leden van de tamelijk chique mannenclub, waarna ie even recht in de camera kijkt. ‘En Pieter, jij ook van harte welkom en je medewerkers.’

Pieter is documentaireproducent Pieter van Huystee, de maker van Als Ik Mijn Ogen Sluit (2024), een persoonlijke film over de ervaringen van zijn eigen moeder en oma en andere Nederlandse vrouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp zaten. Nu laat hij de mannen, bij wie zijn vader ooit aan tafel zat, de ogen sluiten en speelt dan in op wat er bij hen bovenkomt, verhalen die ze verder alleen met elkaar delen.

Verhalen ook die ze, vanwege hun jonge leeftijd, soms alleen uit de overlevering kennen – hoewel hun ouders er lang niet altijd happig op waren om ze na de oorlog te vertellen. De inmiddels gepensioneerde ‘jongens’ verlaten zich op hun prille geheugens en op wat er bewaard is gebleven van hun levens in het voormalige Nederlands Indië: dagboeken, brieven, foto’s, tekeningen, boeken, knuffels en andere herinnerdingen.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen (70 min.) is hun gezamenlijke relaas over een kindertijd die een kwestie van overleven werd. Dat lukte niet iedereen. Zoals ook sommige moeders zouden bezwijken aan de ontberingen van het kamp. Honger, ziekte en geweld werden menigeen te veel. Intussen raakte hun vader, met wie ze na de oorlog herenigd hoopten te worden, steeds verder op de achtergrond.

Van Huystee omlijst de herinneringen van deze ontheemde mannen, die zich tachtig jaar later nog steeds niet altijd thuis voelen in Nederland, met een uitgebreide collectie archieffoto’s en -beelden en versterkt de dramatische loop van zijn vertelling met een uitgesproken soundtrack. Zo roept hij de klamme hitte, zoemende krekels en geur van kretek-sigaretten op van een verloren wereld, die maar niet vergeten kan worden.

Als ze tien worden – halverwege deze geladen film – moeten de jongens het kamp verlaten, weg bij hun moeders. Ze hebben geen idee waar ze naartoe gaan. ‘Niemand huilde’, herinnert één van hen zich. ‘De vrouwen hielden zich allemaal goed. En wij waren ook stil. Ik geloof niet dat er één jongetje huilde.’ Op de dag vóór zijn vertrek wordt er, bij gebrek aan foto’s, een tekening van hem gemaakt. En dan wacht het onbekende…

Donor Unknown

Met Film

‘Jij hebt een donor’, zei haar moeder vroeger tegen JoEllen. ‘Geen vader.’ Dat gaf haar als kind alle ruimte om te fantaseren: hij was een filmster. Een zakenman in een kantoor. Of hij woonde in het buitenland.

Van haar moeders familie, de Marshes, weet JoEllen nagenoeg alles. Ze kan hun stamboom helemaal uittekenen tot aan de legendarische Mayflower, het schip met Engelse kolonisten dat in 1620 naar het beloofde land Amerika voer, op zoek naar een leven in vrijheid. De begraafplaats van, jawel, Marshtown ligt vol met familieleden. Van haar vader, de spermadonor, weet de jonge vrouw uit Pennsylvania echter niets. Behalve dat hij bij de California Cryobank geregistreerd stond als Donor 150. 

JoEllen heeft ook het profiel gevonden dat haar moeder destijds heeft opgesteld voor de beoogde donor. Het is de vraag of/hoe dit correspondeert met de man die door regisseur Jerry Rothwell aan het begin van de documentaire Donor Unknown (76 min.) uit 2010 al is geïntroduceerd als haar biologische vader: een wat wereldvreemde dierenvriend in een rommelige camper op Venice Beach, Los Angeles. Sperma doneren was voor hem jarenlang een soort substituut voor een reguliere baan.

Pas halverwege de film wordt onthuld hoe ‘150’ werkelijk heet. Daarna werkt Rothwell langzaam toe naar een ontmoeting tussen de man en zijn nageslacht. Want intussen hebben zich, via het register donorkinderen, ook andere zoons en dochters van hem gemeld, halfbroers en -zussen van JoEllen met soortgelijke vragen en ervaringen. Zij hebben ook meegewerkt aan een artikel in The New York Times, dat ook donor 150 onder ogen is gekomen. Hij voelt zich verplicht om contact op te nemen.

Met deze exploratie van de gevolgen van spermadonatie begeeft Jerry Rothwell zich in de schimmige wereld van spermabanken en -donoren, die sindsdien nog veel vaker in documentaires is bezocht: is het niet vanwege sjoemelende vruchtbaarheidsartsen, zoals de Nederlandse dokter Jan Karbaat, die in het pre-DNA tijdperk niet schroomden om hun eigen zaad te gebruiken, dan wel vanwege véél te enthousiaste donoren, zoals de Amerikaan Ari Nagel en de Nederlander Jonathan Jacob Meijer.

Donor Unknown belicht de zoektocht van 150’s kinderen, maar schetst ook de business. Van praktische zaken, zoals de ‘masturbatoria’ in een spermabank, tot de manier waarop de zoektocht naar een donor is ingericht. Zo kunnen wensouders bijvoorbeeld aangeven op welke beroemdheid die moet lijken. Dat betekent overigens niet dat je kinderen ook op Ben Affleck lijken als je die uitkiest, haast een medewerker zich om erbij te zeggen. ‘Ben Afflecks eigen kinderen lijken niet eens op hem.’

Voor de toekomst kan echter niets worden uitgesloten, zo valt ruim vijftien jaar nadat deze delicate documentaire werd uitgebracht inmiddels wel vast te stellen. We hebben nu al 60.000 kinderen verwekt’, stelde de eigenaar van een spermabank destijds trots. ‘Het begint nu pas.’

American Doctor

Tiny Boxer Films

Hij dwingt de filmmaakster om voor haar eigen camera kleur te bekennen. De Joods-Amerikaanse orthopedisch chirurg Mark Perlmutter toont Poh Si Teng in de openingsscène van American Doctor (93 min.) beelden van zijn werk in Gaza. En hij wil dat zij die ook voorschotelt aan de kijkers van haar documentaire.

‘Deze eerste foto laat de kinderen zien die we in feite direct elimineren’, zegt hij geëmotioneerd, bij de aanblik van Palestijnse kinderen die niet meer waren te redden. ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken’, reageert Teng afwijzend. Ze wil de waardigheid van de kinderen niet beschadigen. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, corrigeert Perlmutter. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Tengs documentaire is nog geen drie minuten onderweg en de gewraakte foto verschijnt vol in beeld: zes lichaampjes van Palestijnse kinderen, die het geweld in Gaza niet hebben overleefd. Het is niet om aan te zien, maar moet naar de stellige overtuiging van Mark Perlmutter – en in zijn kielzog dus ook Poh Si Teng – wél worden gezien. Daarmee is ook de missie van deze film helder – en van de protagonisten ervan. Drie Amerikaanse artsen die aandacht vragen – nee: eisen! – voor oorlogsmisdaden in Gaza.

De Pakistaans-Amerikaanse trauma-arts Feroze Sidhwa werkt samen met Perlmutter in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Samen met hun collega’s stellen zij in gevaarlijke omstandigheden alles in het werk om gewonde Palestijnse burgers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Als deze man het overleeft, dan komt dat door God’, zegt Sidhwa bijvoorbeeld tegen hen na een spoedoperatie, waarbij ze gevoelsmatig met één arm op hun rug moesten werken. ‘Niet door wat wij hebben gedaan.’

Zijn collega Thaer Ahmad, een Palestijns-Amerikaanse spoedarts, zou niets liever doen dan ook zijn bijdrage leveren in Gaza. Hij wordt bij de grens echter steeds tegengehouden door de Israëli’s. In eigen land probeert hij dus aandacht te genereren voor de situatie van de Palestijnen, in het bijzonder voor zijn overtuiging dat het Israëlische leger gericht schiet op journalisten, medisch personeel én kinderen. Artsen zoals zij zien vrijwel dagelijks jonge slachtoffers, beaamt zijn collega Feroze Sidhwa.

In Gaza sterven er volgens hem zelfs zeshonderd keer zoveel kinderen door geweld als in Oekraïne. De gezamenlijke aanklacht van Perlmutter, Ahmad en Sidhwa, die allemaal met hun poten in de modder (en het bloed) hebben gestaan, tegen Israëls optreden in Gaza is nauwelijks te negeren, maar lijkt vooralsnog wel aan dovenmansoren gericht. Met American Doctor zet Poh Si Teng hun wanhopig woedende boodschap nog eens kracht bij: in deze oorlog wordt elk recht geschonden. Wie roept Israël een halt toe?

Als in maart 2025 een staakt-het-vuren wordt beëindigd, volgt er bijvoorbeeld binnen enkele dagen een luchtaanval op een ‘terrorist’ die in het Nasser-ziekenhuis zou verblijven. ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed’, blikt Feroze Sidhwa, nog altijd strijdbaar, terug. ‘Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’ Zelf is ie ook door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was hij bij z’n patiënt geweest.

Deze film wordt daarmee een indringend eerbetoon aan zorgverleners zoals hij, die steeds weer de moed vinden om in een hopeloze omgeving hun essentiële vak te blijven uitoefenen.

Echte Mannen Huilen Niet

Cinetree

Één mislukte wedstrijd, onhandige actie of verkeerd woord en de zeis gaat erover. In de kleedkamer, op televisie of online. Als topvoetballer heb je ‘t maar te slikken. Daar word je, zogezegd, een grote jongen van. Erover klagen is in elk geval taboe en lijkt alleen maar vragen om nog meer problemen. In de documentaire Echte Mannen Huilen Niet (53 min.), gelanceerd in het kader van de campagne Samen Voor Kwetsbaarheid, vraagt Jan Paul van der Velden samen met enkele oud-profvoetballers aandacht voor mentale problemen bij mannen.

Voormalig speler en initiatiefnemer Gianni Zuiverloon, die samen met oud-international Edson Braafheid tevens collega’s en coaches interviewt in de podcast Building Bridges, weet waar hij over praat: de druk, ook die hij zichzelf oplegde, speelde hem tijdens z’n carrière regelmatig parten. Samen met de profs Ron Vlaar, Calvin Jong-a-Ping, Ryan Donk, Thomas Marijnissen en Mark Diemers, de enige nog actieve speler, gaan Zuiverloon en Braafheid nu twee dagen onder professionele begeleiding ‘de kracht van kwetsbaarheid’ onderzoeken.

Terwijl ze zich onder handen laten nemen door systemisch coach William Wilson, voormalig commandant bij het Korps Commandotroepen Erik Wegewijs en kickbokser Levi Rigters vinden de oud-spelers elkaar en maken hun ervaringen met eenzaamheid, paniekaanvallen, schuldgevoelens, rouw en (een gebrek aan) zelfliefde bespreekbaar. Als iemand even overmand raakt door emotie, wordt er begripvol geknikt, een arm om de schouder geslagen of geknuffeld. Zo creëren ze samen een ‘safe space’, waarin het gemakkelijk lijkt om gevoelens te delen.

Tussendoor delen ook Demi de Zeeuw, Jan van Halst, Hedwiges Maduro, Martijn Reuser, Henk ten Cate en Daryl Janmaat, die na zijn spelersloopbaan in een drugsverslaving belandde, in deze klassieke film met een boodschap hun eigen ervaringen met hoe ze zich als voetballer of coach – en ‘gewoon’ als man, zoon of vader – staande probeerden te houden in een wereld, waarin prestaties altijd voorop stonden en over gevoelens praten vaak lastig was. Zij vertellen weliswaar geen nieuwe dingen, maar het is wel goed dat zij ze vertellen.

Je hoeft het niet altijd alleen te doen, houdt Echte Mannen Huilen Niet de 39 procent van de Nederlandse mannen die worstelen met mentale problemen tenslotte voor. Kwetsbaarheid is een kracht. Praten helpt. En, de onvermijdelijke ‘call to action’ van deze productie van Zuiverloons Play Mental Foundation, als Typhoons themanummer Kan Niet Alleen al klinkt en de aftiteling begint: durf te delen.

LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton

Maysles Films

Slechts een dikke halve eeuw geleden hadden Afro-Amerikaanse kinderen uit de Mississippi-delta in de maanden september, oktober en november nog gewoon schoolvrij, legt Reggie Barnes uit. Dan werden ze, ook al was de slavernij toch echt al bijna een eeuw afgeschaft in de Verenigde Staten, tegen een hongerloon aan het werk gezet op katoenvelden van witte landeigenaren.

Het is illustratief voor de maalstroom van armoede, misdaad en verslaving waardoor een deel van de zwarte bevolking van het Amerikaanse zuiden aan het begin van de 21e eeuw nog altijd wordt meegezogen. De oplossing zit in beter onderwijs, is de overtuiging van Barnes. Hij heeft de opdracht gekregen om het abominabele niveau van de scholen in het district Tallahatchie County op te krikken. Anders grijpt de Amerikaanse overheid in.

De legendarische documentairemaker Albert Maysles, die samen met zijn broer David de klassiekers Salesman, Gimme Shelter en Grey Gardens maakte, heeft voor LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton (90 min.), in 2002 genomineerd voor een Oscar, de handen ineen geslagen met Deborah Dickson en Susan Froemke. Zij kijken samen mee hoe de gedreven Reggie Barnes met de moed der wanhoop aan het werk gaat.

Ze sluiten ook aan bij Laura Lee Wallace, een struise Afro-Amerikaanse vrouw met, zegt ze vol trots, achtendertig kleinkinderen en ook nog eens vijftien achterkleinkinderen. Laagopgeleide mensen zoals ‘LaLee’ hebben geen cent te makken. Het kost al een godsvermogen om de kinderen, met geschikte kleding en pen en papier, überhaupt naar school te krijgen. Als alleenstaande mater familias moet zij alle zeilen bijzetten.

Via de onverzettelijke LaLee en haar soms nogal dwarsliggende nageslacht toont deze landerige film, voorzien van een lekker lome blues-soundtrack, hoe Tallahatchie nog een lange weg heeft te gaan voordat er definitief een einde is gemaakt aan wat met hedendaagse ogen toch echt derdewereldtoestanden lijken – en voordat Reggie Barnes er een adequaat functionerend schooldistrict van heeft gemaakt.

Eeuwige Liefde

Janita Sassen / MAX

Bijna zestig jaar zijn ze nu bij elkaar. Boerendochter Jo en timmerman Jan uit Haaksbergen. Het Amsterdamse stel Gerard en Johan. En Fenny en haar Molukse echtgenoot Mesach uit woonoord Schattenberg in Drenthe. In deze uit het leven gegrepen documentaire van Geertjan Lassche getuigen ze, in de aanloop naar hun diamanten bruiloft, van hun Eeuwige Liefde (79 min.).

Die begon bij Jo en Jan met jarenlang verkering zonder ‘handtastelijkheden’. Dat deed je niet. Ze pasten ook wel op. Gerard kon intussen gewoon blijven slapen bij Johan, die van zijn hospita immers alleen ‘geen damesbezoek’ mocht ontvangen. En Fenny moest thuis flink ruziën over haar nieuwe liefde. Geen zwarten over de vloer, hadden haar ouders gezegd. Zij liet zich daardoor echter niet afschrikken.

Sindsdien is er veel veranderd en toch relatief weinig. Ze hebben geluk gekend en tegenslag. Ze zijn ouder geworden en kwetsbaarder. En ze hebben (klein)kinderen gekregen – of juist niet. En al die jaren, waarin ook het leven in Nederland veranderde, zijn ze samengebleven. Tot de dag, nu niet meer ver weg, waarop de burgemeester op bezoek komt om hen te feliciteren met hun zestigjarige huwelijk.

Die feestelijke gelegenheid vormt het vanzelfsprekende eindstation van een fijne film, waarin deze door de wol geverfde koppels, die elk een ander perspectief op liefde en leven belichamen, (proberen te) doen wat ze al zolang doen en ondertussen levenswijsheden delen, hun zegeningen tellen en een intiem inkijkje geven in wat het betekent om samen oud te worden. Tot de dood ook hen ooit zal scheiden….