Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

The Librarians

Dogwoof

The Cider House Rules, Fahrenheit 451 en – natuurlijk – The Handmaid’s Tale. Zomaar enkele titels van de 850 boeken die de Republikeinse volksvertegenwoordiger Matt Krause in 2021 wil laten verwijderen uit de schoolbibliotheken van de Amerikaanse staat Texas. De thema’s van de boeken die in de ban moeten worden gedaan zijn voorspelbaar: seksuele voorlichting, LHBTIQ+-onderwerpen en alles wat maar onder de term ‘woke’ kan worden geschaard.

Het vak van bibliothecaris was, kortom, nog nooit zo spannend en – werkelijk waar! – gevaarlijk als in het hedendaagse Amerika. The Librarians (86 min.) staan, ongewild, in de vuurlinie van een cultuuroorlog die door conservatieve christenen is opgestart. Binnen de kortste keren kan een verontruste ouder een officiële klacht indienen omdat zijn of haar kind is blootgesteld aan Lentekriebels-achtige pornografie. De jaarlijkse conferentie van bibliotheekmedewerkers moet zelfs beveiligd worden.

Regisseur Kim A. Snyder (Newtown / Us Kids) laat de informatie-intermediairs in deze actuele documentaire uitgebreid aan het woord, soms uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerd. Daarnaast spreekt ze ideologische opponenten – althans, zo zien die dat zelf – zoals Tiffany Justice en Tina Descovich van de conservatie organisatie Moms For Liberty, die ter bescherming van Amerika’s kinderen aan een kruistocht tegen vulgair, pornografisch en ander schadelijk lesmateriaal zijn begonnen.

De vrijheid van meningsuiting komt ernstig in de verdrukking door zulk modern McCarthyisme, waarbij censuur en zelfcensuur hand in hand gaan. Op zwarte lijsten, aanklachten en authentieke boekverbrandingen volgen bijna automatisch een pijnlijk stilzwijgen. Intussen krijgt volkshysterie, veelal op religieuze grondslag, alle ruimte om voort te woekeren en spinnen slinkse populistische politici zoals Ron DeSantis, de Republikeinse gouverneur van Florida, daar weer garen bij.

Met politieke benoemingen in schoolbesturen en gecoördineerde campagnes wordt een oerconservatieve ideologie opgedrongen aan kinderen en tieners. En de bibliothecaris die zich daartegen verzet loopt het risico ontslagen, aangehouden of zelfs uit de weg geruimd te worden. De conservatieve activist Bruce Friedman de zelfverklaarde ‘Michael Jordan of book banning’ spreekt bijvoorbeeld uit dat hij bibliotheken koste wat het kost wil zuiveren. En iedereen die in zijn weg staat? ‘Run over them like a dead body.’

John Irving, Ray Bradbury en Margaret Atwood hadden ‘t zo gek niet kunnen verzinnen. Bijna dan.

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

De Film Die Nooit Afkwam

&Bromet’/ EO

De zwarte bladzijde uit het filmende leven van Frans Bromet kan in 2017 alsnog worden omgeslagen. De documentaire die hij in de jaren zeventig wilde maken over schilder en Holocaust-overlever Sieg Maandag (1937-2013), waarvan de productie jaren eerder vanwege een volledig uit de hand gelopen conflict tussen Bromet en zijn producent George Becht was afgebroken, kan toch nog worden voltooid.

De Film Die Nooit Afkwam (58 min.) begint bij de foto die George Rodger (1908-1995) van de kleine Sieg maakte bij de bevrijding van het concentratiekamp Bergen-Belsen in 1945. De Britse fotograaf van het vermaarde tijdschrift Life kan, als Bromet hem een heel leven later opzoekt, nauwelijks geloven dat het jongetje zijn leven daarna ‘gewoon’ heeft kunnen vervolgen en nog altijd in leven is. Tot een ontmoeting tussen de fotograaf en zijn subject en de foto die daarvan moet worden gemaakt – het beoogde einde van de nooit afgeronde docu Life’s Picture – zal het door alle productionele perikelen echter nooit komen.

Bromet, zelf afkomstig uit een Joodse familie, wilde toentertijd nadrukkelijk uit de zwaarte weg blijven. Niet te veel inzoomen op de ontzaglijke ellende van het kamp, bijvoorbeeld – ook omdat hij die confrontatie zelf nauwelijks aankon. In plaats daarvan filmde hij opgeprikte, soms bijna clowneske reconstructiescènes, waarin Maandag zijn eigen belevenissen naspeelde. Die waren vermoedelijk ook de spreekwoordelijke druppel voor producent Becht. Samen met Sieg Maandags weduwe Karen en zijn kinderen Sarah en Simon kijkt de filmmaker het beeldmateriaal nu terug en bespreekt met hen de man daarachter.

Gaandeweg wordt tevens duidelijk hoe, waarom en door wie Bromets oorspronkelijke film werd getorpedeerd en hoe de direct betrokkenen, waaronder hijzelf, daar jaren later op terugkijken. De tijd lijkt in elk geval deze wonden wel te hebben geheeld. En met De Film Die Alsnog Afkwam kan Bromet toch zijn oorspronkelijke vraag beantwoorden: hoe kan een mens verder leven na het concentratiekamp? De vraag is dan alleen nog hoe hij die nieuwe docu naar z’n einde kan brengen. En ook die vraag wijst uiteindelijk zichzelf, in deze boeiende film over de erfenis van de Tweede Wereldoorlog en hoe die te beheren.

De Film Die Nooit Afkwam is hier te zien.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen

Pieter van Huystee Film / NTR

Nadat hij met een belletje heeft geklingeld, spreekt Hans Rasker de andere genodigden aan de Indische tafel toe. ‘Hartelijk welkom bij deze laatste maaltijd voor de zomervakantie’, zegt hij tegen de leden van de tamelijk chique mannenclub, waarna ie even recht in de camera kijkt. ‘En Pieter, jij ook van harte welkom en je medewerkers.’

Pieter is documentaireproducent Pieter van Huystee, de maker van Als Ik Mijn Ogen Sluit (2024), een persoonlijke film over de ervaringen van zijn eigen moeder en oma en andere Nederlandse vrouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp zaten. Nu laat hij de mannen, bij wie zijn vader ooit aan tafel zat, de ogen sluiten en speelt dan in op wat er bij hen bovenkomt, verhalen die ze verder alleen met elkaar delen.

Verhalen ook die ze, vanwege hun jonge leeftijd, soms alleen uit de overlevering kennen – hoewel hun ouders er lang niet altijd happig op waren om ze na de oorlog te vertellen. De inmiddels gepensioneerde ‘jongens’ verlaten zich op hun prille geheugens en op wat er bewaard is gebleven van hun levens in het voormalige Nederlands Indië: dagboeken, brieven, foto’s, tekeningen, boeken, knuffels en andere herinnerdingen.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen (70 min.) is hun gezamenlijke relaas over een kindertijd die een kwestie van overleven werd. Dat lukte niet iedereen. Zoals ook sommige moeders zouden bezwijken aan de ontberingen van het kamp. Honger, ziekte en geweld werden menigeen te veel. Intussen raakte hun vader, met wie ze na de oorlog herenigd hoopten te worden, steeds verder op de achtergrond.

Van Huystee omlijst de herinneringen van deze ontheemde mannen, die zich tachtig jaar later nog steeds niet altijd thuis voelen in Nederland, met een uitgebreide collectie archieffoto’s en -beelden en versterkt de dramatische loop van zijn vertelling met een uitgesproken soundtrack. Zo roept hij de klamme hitte, zoemende krekels en geur van kretek-sigaretten op van een verloren wereld, die maar niet vergeten kan worden.

Als ze tien worden – halverwege deze geladen film – moeten de jongens het kamp verlaten, weg bij hun moeders. Ze hebben geen idee waar ze naartoe gaan. ‘Niemand huilde’, herinnert één van hen zich. ‘De vrouwen hielden zich allemaal goed. En wij waren ook stil. Ik geloof niet dat er één jongetje huilde.’ Op de dag vóór zijn vertrek wordt er, bij gebrek aan foto’s, een tekening van hem gemaakt. En dan wacht het onbekende…

Donor Unknown

Met Film

‘Jij hebt een donor’, zei haar moeder vroeger tegen JoEllen. ‘Geen vader.’ Dat gaf haar als kind alle ruimte om te fantaseren: hij was een filmster. Een zakenman in een kantoor. Of hij woonde in het buitenland.

Van haar moeders familie, de Marshes, weet JoEllen nagenoeg alles. Ze kan hun stamboom helemaal uittekenen tot aan de legendarische Mayflower, het schip met Engelse kolonisten dat in 1620 naar het beloofde land Amerika voer, op zoek naar een leven in vrijheid. De begraafplaats van, jawel, Marshtown ligt vol met familieleden. Van haar vader, de spermadonor, weet de jonge vrouw uit Pennsylvania echter niets. Behalve dat hij bij de California Cryobank geregistreerd stond als Donor 150. 

JoEllen heeft ook het profiel gevonden dat haar moeder destijds heeft opgesteld voor de beoogde donor. Het is de vraag of/hoe dit correspondeert met de man die door regisseur Jerry Rothwell aan het begin van de documentaire Donor Unknown (76 min.) uit 2010 al is geïntroduceerd als haar biologische vader: een wat wereldvreemde dierenvriend in een rommelige camper op Venice Beach, Los Angeles. Sperma doneren was voor hem jarenlang een soort substituut voor een reguliere baan.

Pas halverwege de film wordt onthuld hoe ‘150’ werkelijk heet. Daarna werkt Rothwell langzaam toe naar een ontmoeting tussen de man en zijn nageslacht. Want intussen hebben zich, via het register donorkinderen, ook andere zoons en dochters van hem gemeld, halfbroers en -zussen van JoEllen met soortgelijke vragen en ervaringen. Zij hebben ook meegewerkt aan een artikel in The New York Times, dat ook donor 150 onder ogen is gekomen. Hij voelt zich verplicht om contact op te nemen.

Met deze exploratie van de gevolgen van spermadonatie begeeft Jerry Rothwell zich in de schimmige wereld van spermabanken en -donoren, die sindsdien nog veel vaker in documentaires is bezocht: is het niet vanwege sjoemelende vruchtbaarheidsartsen, zoals de Nederlandse dokter Jan Karbaat, die in het pre-DNA tijdperk niet schroomden om hun eigen zaad te gebruiken, dan wel vanwege véél te enthousiaste donoren, zoals de Amerikaan Ari Nagel en de Nederlander Jonathan Jacob Meijer.

Donor Unknown belicht de zoektocht van 150’s kinderen, maar schetst ook de business. Van praktische zaken, zoals de ‘masturbatoria’ in een spermabank, tot de manier waarop de zoektocht naar een donor is ingericht. Zo kunnen wensouders bijvoorbeeld aangeven op welke beroemdheid die moet lijken. Dat betekent overigens niet dat je kinderen ook op Ben Affleck lijken als je die uitkiest, haast een medewerker zich om erbij te zeggen. ‘Ben Afflecks eigen kinderen lijken niet eens op hem.’

Voor de toekomst kan echter niets worden uitgesloten, zo valt ruim vijftien jaar nadat deze delicate documentaire werd uitgebracht inmiddels wel vast te stellen. We hebben nu al 60.000 kinderen verwekt’, stelde de eigenaar van een spermabank destijds trots. ‘Het begint nu pas.’

American Doctor

Tiny Boxer Films

Hij dwingt de filmmaakster om voor haar eigen camera kleur te bekennen. De Joods-Amerikaanse orthopedisch chirurg Mark Perlmutter toont Poh Si Teng in de openingsscène van American Doctor (93 min.) beelden van zijn werk in Gaza. En hij wil dat zij die ook voorschotelt aan de kijkers van haar documentaire.

‘Deze eerste foto laat de kinderen zien die we in feite direct elimineren’, zegt hij geëmotioneerd, bij de aanblik van Palestijnse kinderen die niet meer waren te redden. ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken’, reageert Teng afwijzend. Ze wil de waardigheid van de kinderen niet beschadigen. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, corrigeert Perlmutter. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Tengs documentaire is nog geen drie minuten onderweg en de gewraakte foto verschijnt vol in beeld: zes lichaampjes van Palestijnse kinderen, die het geweld in Gaza niet hebben overleefd. Het is niet om aan te zien, maar moet naar de stellige overtuiging van Mark Perlmutter – en in zijn kielzog dus ook Poh Si Teng – wél worden gezien. Daarmee is ook de missie van deze film helder – en van de protagonisten ervan. Drie Amerikaanse artsen die aandacht vragen – nee: eisen! – voor oorlogsmisdaden in Gaza.

De Pakistaans-Amerikaanse trauma-arts Feroze Sidhwa werkt samen met Perlmutter in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Samen met hun collega’s stellen zij in gevaarlijke omstandigheden alles in het werk om gewonde Palestijnse burgers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Als deze man het overleeft, dan komt dat door God’, zegt Sidhwa bijvoorbeeld tegen hen na een spoedoperatie, waarbij ze gevoelsmatig met één arm op hun rug moesten werken. ‘Niet door wat wij hebben gedaan.’

Zijn collega Thaer Ahmad, een Palestijns-Amerikaanse spoedarts, zou niets liever doen dan ook zijn bijdrage leveren in Gaza. Hij wordt bij de grens echter steeds tegengehouden door de Israëli’s. In eigen land probeert hij dus aandacht te genereren voor de situatie van de Palestijnen, in het bijzonder voor zijn overtuiging dat het Israëlische leger gericht schiet op journalisten, medisch personeel én kinderen. Artsen zoals zij zien vrijwel dagelijks jonge slachtoffers, beaamt zijn collega Feroze Sidhwa.

In Gaza sterven er volgens hem zelfs zeshonderd keer zoveel kinderen door geweld als in Oekraïne. De gezamenlijke aanklacht van Perlmutter, Ahmad en Sidhwa, die allemaal met hun poten in de modder (en het bloed) hebben gestaan, tegen Israëls optreden in Gaza is nauwelijks te negeren, maar lijkt vooralsnog wel aan dovenmansoren gericht. Met American Doctor zet Poh Si Teng hun wanhopig woedende boodschap nog eens kracht bij: in deze oorlog wordt elk recht geschonden. Wie roept Israël een halt toe?

Als in maart 2025 een staakt-het-vuren wordt beëindigd, volgt er bijvoorbeeld binnen enkele dagen een luchtaanval op een ‘terrorist’ die in het Nasser-ziekenhuis zou verblijven. ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed’, blikt Feroze Sidhwa, nog altijd strijdbaar, terug. ‘Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’ Zelf is ie ook door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was hij bij z’n patiënt geweest.

Deze film wordt daarmee een indringend eerbetoon aan zorgverleners zoals hij, die steeds weer de moed vinden om in een hopeloze omgeving hun essentiële vak te blijven uitoefenen.

Echte Mannen Huilen Niet

Cinetree

Één mislukte wedstrijd, onhandige actie of verkeerd woord en de zeis gaat erover. In de kleedkamer, op televisie of online. Als topvoetballer heb je ‘t maar te slikken. Daar word je, zogezegd, een grote jongen van. Erover klagen is in elk geval taboe en lijkt alleen maar vragen om nog meer problemen. In de documentaire Echte Mannen Huilen Niet (53 min.), gelanceerd in het kader van de campagne Samen Voor Kwetsbaarheid, vraagt Jan Paul van der Velden samen met enkele oud-profvoetballers aandacht voor mentale problemen bij mannen.

Voormalig speler en initiatiefnemer Gianni Zuiverloon, die samen met oud-international Edson Braafheid tevens collega’s en coaches interviewt in de podcast Building Bridges, weet waar hij over praat: de druk, ook die hij zichzelf oplegde, speelde hem tijdens z’n carrière regelmatig parten. Samen met de profs Ron Vlaar, Calvin Jong-a-Ping, Ryan Donk, Thomas Marijnissen en Mark Diemers, de enige nog actieve speler, gaan Zuiverloon en Braafheid nu twee dagen onder professionele begeleiding ‘de kracht van kwetsbaarheid’ onderzoeken.

Terwijl ze zich onder handen laten nemen door systemisch coach William Wilson, voormalig commandant bij het Korps Commandotroepen Erik Wegewijs en kickbokser Levi Rigters vinden de oud-spelers elkaar en maken hun ervaringen met eenzaamheid, paniekaanvallen, schuldgevoelens, rouw en (een gebrek aan) zelfliefde bespreekbaar. Als iemand even overmand raakt door emotie, wordt er begripvol geknikt, een arm om de schouder geslagen of geknuffeld. Zo creëren ze samen een ‘safe space’, waarin het gemakkelijk lijkt om gevoelens te delen.

Tussendoor delen ook Demi de Zeeuw, Jan van Halst, Hedwiges Maduro, Martijn Reuser, Henk ten Cate en Daryl Janmaat, die na zijn spelersloopbaan in een drugsverslaving belandde, in deze klassieke film met een boodschap hun eigen ervaringen met hoe ze zich als voetballer of coach – en ‘gewoon’ als man, zoon of vader – staande probeerden te houden in een wereld, waarin prestaties altijd voorop stonden en over gevoelens praten vaak lastig was. Zij vertellen weliswaar geen nieuwe dingen, maar het is wel goed dat zij ze vertellen.

Je hoeft het niet altijd alleen te doen, houdt Echte Mannen Huilen Niet de 39 procent van de Nederlandse mannen die worstelen met mentale problemen tenslotte voor. Kwetsbaarheid is een kracht. Praten helpt. En, de onvermijdelijke ‘call to action’ van deze productie van Zuiverloons Play Mental Foundation, als Typhoons themanummer Kan Niet Alleen al klinkt en de aftiteling begint: durf te delen.

LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton

Maysles Films

Slechts een dikke halve eeuw geleden hadden Afro-Amerikaanse kinderen uit de Mississippi-delta in de maanden september, oktober en november nog gewoon schoolvrij, legt Reggie Barnes uit. Dan werden ze, ook al was de slavernij toch echt al bijna een eeuw afgeschaft in de Verenigde Staten, tegen een hongerloon aan het werk gezet op katoenvelden van witte landeigenaren.

Het is illustratief voor de maalstroom van armoede, misdaad en verslaving waardoor een deel van de zwarte bevolking van het Amerikaanse zuiden aan het begin van de 21e eeuw nog altijd wordt meegezogen. De oplossing zit in beter onderwijs, is de overtuiging van Barnes. Hij heeft de opdracht gekregen om het abominabele niveau van de scholen in het district Tallahatchie County op te krikken. Anders grijpt de Amerikaanse overheid in.

De legendarische documentairemaker Albert Maysles, die samen met zijn broer David de klassiekers Salesman, Gimme Shelter en Grey Gardens maakte, heeft voor LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton (90 min.), in 2002 genomineerd voor een Oscar, de handen ineen geslagen met Deborah Dickson en Susan Froemke. Zij kijken samen mee hoe de gedreven Reggie Barnes met de moed der wanhoop aan het werk gaat.

Ze sluiten ook aan bij Laura Lee Wallace, een struise Afro-Amerikaanse vrouw met, zegt ze vol trots, achtendertig kleinkinderen en ook nog eens vijftien achterkleinkinderen. Laagopgeleide mensen zoals ‘LaLee’ hebben geen cent te makken. Het kost al een godsvermogen om de kinderen, met geschikte kleding en pen en papier, überhaupt naar school te krijgen. Als alleenstaande mater familias moet zij alle zeilen bijzetten.

Via de onverzettelijke LaLee en haar soms nogal dwarsliggende nageslacht toont deze landerige film, voorzien van een lekker lome blues-soundtrack, hoe Tallahatchie nog een lange weg heeft te gaan voordat er definitief een einde is gemaakt aan wat met hedendaagse ogen toch echt derdewereldtoestanden lijken – en voordat Reggie Barnes er een adequaat functionerend schooldistrict van heeft gemaakt.

Eeuwige Liefde

Janita Sassen / MAX

Bijna zestig jaar zijn ze nu bij elkaar. Boerendochter Jo en timmerman Jan uit Haaksbergen. Het Amsterdamse stel Gerard en Johan. En Fenny en haar Molukse echtgenoot Mesach uit woonoord Schattenberg in Drenthe. In deze uit het leven gegrepen documentaire van Geertjan Lassche getuigen ze, in de aanloop naar hun diamanten bruiloft, van hun Eeuwige Liefde (79 min.).

Die begon bij Jo en Jan met jarenlang verkering zonder ‘handtastelijkheden’. Dat deed je niet. Ze pasten ook wel op. Gerard kon intussen gewoon blijven slapen bij Johan, die van zijn hospita immers alleen ‘geen damesbezoek’ mocht ontvangen. En Fenny moest thuis flink ruziën over haar nieuwe liefde. Geen zwarten over de vloer, hadden haar ouders gezegd. Zij liet zich daardoor echter niet afschrikken.

Sindsdien is er veel veranderd en toch relatief weinig. Ze hebben geluk gekend en tegenslag. Ze zijn ouder geworden en kwetsbaarder. En ze hebben (klein)kinderen gekregen – of juist niet. En al die jaren, waarin ook het leven in Nederland veranderde, zijn ze samengebleven. Tot de dag, nu niet meer ver weg, waarop de burgemeester op bezoek komt om hen te feliciteren met hun zestigjarige huwelijk.

Die feestelijke gelegenheid vormt het vanzelfsprekende eindstation van een fijne film, waarin deze door de wol geverfde koppels, die elk een ander perspectief op liefde en leven belichamen, (proberen te) doen wat ze al zolang doen en ondertussen levenswijsheden delen, hun zegeningen tellen en een intiem inkijkje geven in wat het betekent om samen oud te worden. Tot de dood ook hen ooit zal scheiden….

Het Magische Leven Van Kazàn

SkyShowtime

‘Als je aan tafel zat, verdween er altijd wel een zoutvaatje of vloog er een servet over de tafel’, herinnert zoon Oscar zich zijn jeugd met goochelaar Hans Kazàn. ‘En, uiteraard, op verjaardagsfeestjes deed m’n vader altijd trucjes voor m’n vriendjes. Want hij was natuurlijk altijd bezig met het maken van nieuwe televisieshows en hij moest altijd nieuwe goocheltrucs uitproberen. En aan wie liet hij z’n trucs dan zien? Ja, aan ons!’

Kazàn (echte naam: Mulders) werd in de jaren zeventig een landelijke bekendheid door zijn bijdrage aan het jeugdprogramma Ren Je Rot, waarin hij eenvoudige trucjes uitlegde aan kinderen. De goochelboekjes die hij in die tijd ook uitbracht, raakten een gevoelige snaar bij ene Hans Klok uit Purmerend, tegenwoordig illusionist van beroep en nog altijd vol lof over Kazàn. Volgens sommige concullega’s overtrad die echter een beroepscode. Want over trucs hield je te allen tijde je mond. Het kwam de goochelaar zelfs op bedreigingen te staan, vertelt hij in Het Magische Leven Van Kazàn (58 min.).

In deze vlotte docu neemt Jelmar Hoekstra met de hoofdpersoon zelf, zijn gezin, medewerkers zoals regisseur Rolf Meter en assistente Antje Monteiro en de populaire komiek Andre van Duin de loopbaan door van de goochelaar, die ook nog ettelijke honderden afleveringen van het televisieprogramma Prijzenslag presenteerde. Intussen viel de appel niet ver van de boom. Kazàns zoons Renzo en Oscar vormden samen met schoondochter Mara jarenlang het trio Magic Unlimited. En Steven, de jongste telg van de Kazànnetjes, maakte eveneens naam als goochelaar en komiek.

En net als deze docu een wel erg vluchtige goednieuwsshow dreigt te worden, een promofilm voor het merk Kazàn bijna, passeren de zeldzame spierziekte van dochter Lara en het financiële fiasco rond hun eigen theater Magic Palace in Torremolinos, die de altijd goedlachse Hans aan de rand van de afgrond heeft gebracht, nog de revue. Zodat voor eens en altijd duidelijk wordt dat het lachen zelfs een ‘mensenmens’ zoals Hans Kazàn kan vergaan. Al duurt dat in deze magische versie van het leven van de Kazàns nooit héél erg lang.

The Eukrainian

Viktor Nordenskiöld / Freetown Films

Hoe kom je Europa binnen – en dan ook nog in tijden van oorlog? Voor die opdracht ziet de Oekraïense vicepremier Olha Stefanishyna zich gesteld in deze documentaire van Viktor Nordenskiöld. Sinds de Russische aanval op 24 februari 2022 zoekt Oekraïne toenadering tot de Europese Unie. En zij is degene die de entree van haar land uiteindelijk moet bewerkstelligen.

Aan het begin van deze film kijkt The Eukrainian (90 min.) recht in de camera. Stefanishyna ziet daarin zichzelf. ‘Het zou interessant zijn om mezelf te vergelijken met hoe ik eruit zag toen je begon te filmen’, zegt ze tegen de Zweedse documentairemaker. ‘Op beelden heb ik gezien dat ik veranderd ben.’ Waarna Nordenskiöld teruggaat in de tijd, naar die februari-dag waarop ze dat ene verontrustende telefoontje krijgt: Rusland is zojuist haar land binnengevallen.

Hij volgt Stefanishyna in de navolgende twee jaar als zij voorop gaat in het diplomatieke gevecht achter de oorlog, dat eerder ook al inzichtelijk werd gemaakt in films zoals Un Président, l’Europe Et La Guerre (2023) en Facing War (2025). Omdat de strijd zich nu eenmaal niet alleen afspeelt aan de frontlinie of onderhandelingstafel, maar tevens wordt uitgevochten in de publieke ruimte. Ook beeldvorming bepaalt uiteindelijk de uitkomst van die verlammende oorlog.

Met haar idealisme en daadkracht is Olha Stefanishyna een uitstekend visitekaartje voor een land met de aspiratie om lid te worden van de Europese familie – en daarnaast is ze ook gewoon een feilbaar mens. Als ze na een bilateraaltje haar eigen visitekaartje wil overhandigen aan de Zweedse minister Hans Dahlgren, merkt Stefanishyna bijvoorbeeld net op tijd dat ze hem bijna de verkeerde versie geeft. Het kaartje zónder haar telefoonnummer. Grappend: ‘This is for bad people.’

Een cruciaal moment in Stefanishyna’s campagne om haar land de Europese gemeenschap binnen te loodsen is voorzien op 15 december 2023. Dan bespreken Europese regeringsleiders een voorstel om te gaan onderhandelen over Oekraïnes toetreding. De Hongaarse premier Viktor Orbán ligt vooralsnog dwars. Intussen ontstaat er in eigen land discussie over een wetsvoorstel om de rechten van minderheden beter te beschermen, een voorwaarde voor die toetreding.

Tussen de bedrijven door probeert Stefanishyna mens te blijven. Om precies te zijn: moeder. Gedwongen door de omstandigheden moet ze soms afstand nemen van haar kinderen. Zij verblijven vermoedelijk bij haar ex-echtgenoot (die overigens niet in deze boeiende kijk achter de schermen participeert). ‘Het enige wat ik voor mijn kinderen wil, is dat ze de kans krijgen om hun eigen leven te leiden, zegt de vicepremier aan het eind van de film, als ze weer recht in de camera kijkt.

Waarna Olha Stefanishyna, terwijl ze hen langzaam voor haar geestesoog haalt, voorzichtig begint te glimlachen.

The Cult Behind The Killer: The Andrea Yates Story

HBO Max

Als het schokkende verhaal – de Amerikaanse moeder Andrea Yates verdrinkt in 2021 zonder duidelijke aanleiding haar vijf jonge kinderen – nu eens gewoon sec, zonder een overdaad aan opzichtige true crime-clichés, zou worden verteld, dan was de miniserie The Cult Behind The Killer: The Andrea Yates Story (135 min.) vast een stuk beter te verteren zijn geweest. Dat trieste verhaal – de vrouw blijkt onder invloed van een sekteleider te hebben gehandeld – doet er namelijk wel toe.

Toegegeven, de titel van deze miniserie van Julian P. Hobbs en Elli Hakami doet geen al te serieus profiel vermoeden van een kwetsbare vrouw die wordt meegezogen in een religieuze dystopie, maar iets meer terughoudendheid zou al wonderen hebben gedaan. De brokstukken voor een meeslepende vertelling liggen er: Andrea’s echtgenoot Rusty beschermt zijn echtgenote bijvoorbeeld nog altijd en spreekt liefdevol over haar. David De La Isla zat jarenlang vast in dezelfde unheimische wereld als Andrea en kan die dus van binnenuit belichten. En Moses Storm groeide zelfs op in deze ongezonde omgeving.

Storm is tevens een neef van de man – zeg maar gerust: de kwade genius – die achter de schermen aan alle touwtjes trekt: de hel & verdoemenis-straatprediker Michael Woroniecki. Hij rijdt het land rond in een bus die moet doorgaan voor een moderne versie van Noach’s Ark en bindt van daaruit de strijd aan met Satan. Mike’s woord is in feite niets minder dan Gods woord. En hij verkondigt in diens naam natuurlijk ook het Einde der Tijden. Andrea Yates heeft zich door hem laten meeslepen naar de diepste diepten – en naar alle waarschijnlijkheid geholpen door een postnatale psychose.

En dan komt die hectische montage weer op gang, wordt er opnieuw een sinister muziekje ingestart en blijkt het personage Michael Woroniecki tot nóg karikaturalere proporties – tot de verpersoonlijking van, jawel, Het Kwaad – te kunnen worden opgeblazen. De gedachte is tegen die tijd bijna onvermijdelijk: laat maar.

Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story

Jodi Hildebrandt (l) en Ruby Franke (r) / Netflix

Het verhaal is te ‘sexy’ om niet van alle kanten te belichten. Nadat de ernstige mishandeling van de kinderen van een bekende ‘momfluencer’ in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke is benaderd vanuit de ontaarde moeder, die met donderend geraas van haar zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, komt in Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story (101 min.) nu de Mormoonse therapeut/goeroe, die Franke zou hebben aangezet tot haar volledig ontspoorde opvoedingspraktijken, aan de beurt.

Het verhaal is natuurlijk ook te sexy om over te laten aan een andere streamer. Elk platform wil zijn eigen versie van pak ‘m beet het Britney Spears-verhaal, de puntjepuntpjepuntje-moorden of het Jeffrey Epstein-schandaal. Relatief goedkoop te maken content, waarmee trouwe abonnees worden bediend en wellicht zelfs nieuwe leden kan worden geworven. Aan de makers van zulke producties is het vervolgens de taak om exclusieve getuigenissen en uniek bewijsmateriaal te verzamelen.

Bij de zaak Ruby Franke/Jodi Hildebrandt heeft regisseur Skye Borgman, één van Netflix’s favoriete true crime-makers, de hand weten te leggen op bodycam-materiaal van de politie. En de betrokken agenten blijken ook best bereid om herinneringen op te halen aan de schokkende ontdekking van de kinderen en de aanhouding van Ruby en Jodi. Los van de ethiek daarvan – na de reguliere rechtsgang kan dus altijd nog ‘trial by media’ volgen – hebben zij de achtergronden daarvan natuurlijk ook alleen uit de tweede hand.

De tragische geschiedenis begint – althans, in deze versie van het verhaal – met de zogeheten ‘Porn Panic’ die na de opkomst van het internet postvat in de Mormoonse kerk, de gemeenschap waarvan zowel Ruby Franke als Jodi Hildebrandt deel uitmaken. ‘Pornografie is net zo verslavend als cocaïne of andere illegale drugs’, houdt kerkleider James E. Faust zijn achterban dan voor. Hildebrandt speelt in op dit sentiment met een eigen verslavingbehandeling en verwerft zo een invloedrijke positie als therapeut.

Met haar bedrijf ConneXions praat ze menige mannelijke Mormoon in Utah een seksverslaving aan en propageert ze ‘tough love’, die in de praktijk soms nauwelijks meer is te onderscheiden van mishandeling of zelfs marteling, in de opvoeding. Met veelal secundaire bronnen, zoals cliënten van Hildebrandt, collega-therapeuten en kenners van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints, probeert Borgman vat te krijgen op haar ‘evil influencer’ en de volstrekt twijfelloze wereld waarvan zij een representant is.

Tegelijkertijd verliest de ervaren misdaadmaker nooit haar publiek uit het oog: dat wil best horen dat haar hoofdpersoon zelf ook haar butsen heeft opgelopen, maar vooral bewezen zien hoe slecht ze daarvan is geworden. Voor de zekerheid heeft ze daarom, zeker tegen het einde van deze adequate film, ook nog enkele typische true crime-schrikeffecten toegevoegd.

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…