Mokum

In zijn controversiële film Episode 3 – Enjoy Poverty uit 2008 spoorde beeldend kunstenaar Renzo Martens arme Afrikanen aan om hun persoonlijke misère te veranderen in een geslaagd verdienmodel. Dat deed de rest van de wereld – van hulporganisaties tot oorlogsfotografen – immers ook. En dus legde de Nederlander, ogenschijnlijk met sardonisch genoegen, bijvoorbeeld uit aan lokale fotografen in Congo hoe ze de ellende om hen heen zo gedetailleerd mogelijk konden vastleggen. Zodat die optimaal effect zou sorteren.

Martens’ nieuwe film White Cube (77 min.) is een logisch vervolg op die ontregelende exercitie, maar minder cynisch getoonzet. Plaats van handeling is een palmolieplantage in Congo, die al ruim een eeuw wordt gerund door de multinational Unilever. De plaatselijke medewerkers verdienen er nauwelijks een dollar per dag, terwijl het Brits-Nederlandse concern wereldwijd enorme omzetten draait. Een deel van dat geld wordt vervolgens, in goede koloniale traditie, ingezet om gerenommeerde musea in het westen te sponsoren. 

Dat kan en moet anders, constateert de steevast in smetteloos wit gestoken Martens, die daardoor oogt als een ouderwetse witte imperialist. Hij richt samen met voormalige werknemers van de plantage de Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise (CATPC) op, om de lokale economie een serieuze push te geven, Van rivierklei gaan zij beelden boetseren, waarvan vervolgens met 3D-technologie een chocolade replica wordt gemaakt. Wat chocola überhaupt is, moet Martens ze dan nog wel even uitleggen. Beter: hij laat het ze proeven. In een wrange scène verdeelt hij ‘de zoete verleiding’ onder de Afrikanen. Dus dit eten ze in het rijke westen?

De commerciële opzet van de hele onderneming laat onverlet dat die wel degelijk betekenisvol werk oplevert. Het beeld dat een deelneemster maakt van hoe een man in de struiken ruw een vrouw verkracht, gebaseerd op een daadwerkelijke ervaring van de maakster, is even expliciet als pijnlijk. De inspanningen van CATPC vinden ondertussen hun weg naar een New Yorks museum, waar de Afrikaanse kunstwerken met groot enthousiasme worden onthaald. Met het geld dat zo wordt verdiend, kunnen ze thuis een eigen kunstcentrum bouwen, een zogenaamde ‘white cube’, en hun land terugveroveren op de kolonisator.

Die strijd zonder wapens – of het moeten creativiteit en koopmansgeest zijn – maakt dat deze documentaire aaibaarder is dan zijn provocerende voorganger. Enigszins conventioneler ook. Tegelijkertijd stelt Renzo Martens wederom ongemakkelijke vragen, over zijn eigen werkterrein nota bene, die niet zomaar van een sluitend antwoord zijn te voorzien. Als een slager die rücksichtslos in eigen vlees durft te snijden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.