OJ Unseen: Exploitation Of Evil

HBO Max

Hoewel hij officieel is vrijgesproken van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman in 1994, beschouwt een groot deel van Amerika Orenthal James ‘O.J.’ Simpson (1947-2024) na de spraakmakende rechtszaak wel degelijk als een moordenaar. De voormalige American footballer, filmacteur en bekendheid, ooit alom geliefd, wordt met de nek aangekeken en moet ook steeds twijfelachtigere klussen aannemen om aan z’n geld te komen. Het inhuren van een ‘dream team’ voor zijn verdediging heeft hem namelijk een godsvermogen gekost.

In 2004, na tien jaar van kwaad tot erger, besluit hij mee te werken aan Juiced, een variant op het dan razend populaire verborgen cameraprogramma Punk’d. Als autoverkoper probeert O.J., ook wel ‘Orange Juice’ genoemd, daarin bijvoorbeeld nietsvermoedende klanten een witte Ford Bronco aan te smeren, de wagen waarin hij na de dubbele moord tevergeefs aan de politie probeerde te ontsnappen. Of er worden jonge achtergrondzangeressen en danseressen ingehuurd om op te treden met de man, die meermaals in verband is gebracht met huiselijk geweld en naar alle waarschijnlijk twee moorden op zijn geweten heeft. En dan begint hij ze ook nog te versieren…

De vierdelige serie OJ Unseen: Exploitation Of Evil (178 min.) van Rebecca Halpern belicht deze ranzige episode uit de toch al beladen Amerikaanse televisiehistorie met nietsvermoedende deelnemers, entertainmentdeskundigen en Juiced-medewerkers, waaronder de aalgladde bedenker Rick Mahr, het prototype van de nietsontziende televisieproducer, en zijn ogenschijnlijk schuldbewuste regisseur Todd Lewis. De één glimt nog altijd van trots als hij de nooit eerder vertoonde opnames en achter de schermen-beelden terugkijkt en voorziet die van smeuïg commentaar. De ander zegt zich er al twintig jaar voor te schamen, maar kan er ook smakelijk over vertellen.

Alle reden om hen bij de enkels af te zagen, zou je zeggen, maar Halpern legt ze niet eens het vuur aan de schenen. Nee, Juiceds medewerkers mogen gewoon leeglopen over hun ervaringen met de gevallen ster en worden nooit écht uitgedaagd of verplicht tot serieuze reflectie. In wezen profiteren ze zo, ruim twee decennia na dato, opnieuw van O.J.’s onverwoestbare schurkenstatus. Dat blijkt tevens de specialiteit van hun realityshow: met smakeloze pranks spelen ze in op zijn bedenkelijke reputatie en de beschuldigingen die hem dan al tien jaar achtervolgen. Zogezegd in de hoop dat hij zich wellicht alsnog laat verleiden tot een bekentenis. Een volstrekt ongeloofwaardige dekmantel.

Hoewel het schaamteloze gedrag van O.J. (en de televisiemakers) op een verwrongen manier voor intrigerend beeldmateriaal zorgt, mag OJ Unseen niet in de schaduw staan van de eerdere O.J.-documentaireseries O.J.: Made In America (2016), beloond met een Oscar, en American Manhunt: O.J. Simpson (2025). Deze schmutzige miniserie toont vooral hoe ver het Afro-Amerikaanse icoon – lijfspreuk: ‘Ik ben niet zwart. Ik ben O.J.’ – is afgegleden. En juist dan is hij het meest interessant voor een bepaald type televisiemaker. Die bijvoorbeeld strippers, blonde Nicole-lookalikes, voor hem inhuurt.

Monsters Of God

HBO Max

Zelfs vrienden staan na een praatje meestal bij hem in het krijt. Want Ray Van Nostrand, inmiddels een broze oude man met dementie, is een geboren verkoper. Zijn specialiteit zijn reptielen, slangen in het bijzonder. Die begint hij in de jaren zeventig in Florida te verkopen bij het bedrijf Pet Farm. En daarbij wil hij nog wel eens een loopje met de regels nemen.

Ray komt al snel in contact met de ‘Cocaine Cowboy’ Mario Tabraue, een Cubaanse drugshandelaar met een voorliefde voor wilde dieren en een eigen bedrijf, Zoological Imports Unlimited. Behalve leeuwen en tijgers bezit die bijvoorbeeld ook Caesar, een chimpansee met een gouden Rolex en een opzichtige ketting om. De aap is werkelijk verzot op coke. Al snel stapt Ray met Mario ook in een andere business. Hij houdt er een bijnaam aan over: Ray Van Nostril. Want hij voorziet ook zijn eigen neusgaten rijkelijk van witte lijntjes.

Met zijn bedrijf Strictly Reptiles, ‘de Amazon.com van de reptielen’, zet Rays zoon Mike de familiezaak voort. Net als zijn vader verwerft hij een bijnaam ‘The Lizard Ling of Florida’. Met Mike Van Nostrand kan deze vijfdelige serie van Eric Goode, die eerder met ditzelfde bijltje heeft gehakt als maker van de groteske bingehit Tiger King (2020) en het al bijna even scandaleuze Chimp Crazy (2024), weer verder. Jarenlang brengt Mike koffersvol regenboogboa’s, pijlgifkikkers en ringstaartleguanen het land in. Een miljoenenbusiness, volstrekt legaal. Toch?

Via deze ‘reptielmensen’ brengt Goode, die zelf sinds z’n zesde wilde dieren bezit en ook regelmatig een illegale aankoop heeft gedaan, de geschiedenis van de (illegale) handel in reptielen in de Verenigde Staten in kaart, een business waarin (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar worden beschouwd. Die lijkt te zijn opgestart door twee aartsrivalen. De lepe leverancier Hank Molt en zijn concurrent, meesterfokker Tommy Crutchfield (voor al uw custom made-reptielen!), nemen het allebei niet zo nauw met de wet en mogen dus ook een tijdje brommen.

Monsters Of God (273 min.) zit barstensvol met zulke ‘larger than life’-personages. Types als Larry Loveless, géén artiestennaam, een agent van de Drugs Enforcement Agency die, volgens eigen zeggen dan, masturbeert bij de gedachte aan criminelen die hem op de korrel willen nemen. De kluizenaar Al Killian, die met een collectie gifslangen woont, waaronder de levensgevaarlijke koningscobra. Én de Maleisische superhandelaar Anson Wong die via Nederland, blijkbaar een knooppunt in de internationale reptielensmokkel, zo’n beetje elk exotisch dier kan leveren.

Waardige opvolgers van Tiger Kings Joe Exotic, zonder de bijbehorende reality-achtige ontwikkelingen. Zij vertegenwoordigen in deze intrigerende en (on)smakelijke serie een subcultuur, waarin sommigen (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar beschouwen en anderen juist helemaal gebiologeerd zijn door de variëteit in reptielenland – en dus ook bereid zijn om de poeplap te trekken en/of schimmige paadjes te bewandelen.

Jimmy & The Demons

Magnet Film / VPRO

Op een gegeven moment begint Jimmy Grashow zelf een beetje te lijken op de Christusfiguur, met een heuse kathedraal op zijn rug, waaraan hij nu al drie jaar vol overgave werkt. De Amerikaanse kunstenaar, illustrator en beeldhouwer mag de tachtig dan al zijn gepasseerd, maar hij legt nog steeds ziel en zaligheid in zijn werk. En net als zijn uit hout gesneden Christus wordt hij daarbij omringd door zijn eigen duivels en demonen. In zekere zin is een kunstwerk nu eenmaal een zelfportret.

In de liefdevolle documentaire Jimmy & The Demons (94 min.) volgt Cindy Meehl de ontwapenende kunstenaar en zijn vrouw Guzzy, met wie hij al ruim een halve eeuw getrouwd is, tijdens het werken aan het groots opgezette houtsnijkunstwerk dat hij zelf beschouwt als zijn ‘grande finale’. Grashow is een warme en begeesterde man, met wie het gemakkelijk meeleven is – ook omdat hij op geen enkele manier blasé lijkt. Hij gáát ervoor, met alles wat ie heeft, en pleegt zo meteen roofbouw op zichzelf.

Zijn echtgenote ziet het soms met lede ogen aan. Op ‘Guzzy’s worry ladder’ geeft ze haar voornaamste zorgen van dat moment een plek. ‘Health’ staat nu op één, met ‘Jimmy’ daar net achter. Via het onafscheidelijke duo dringt Meehl door tot het wezen van het kunstenaarschap – zonder dat haar film al te serieus of zwaar wordt. Want voor Jimmy mag zijn werk dan een toevluchtsoord zijn, in een wereld vol chaos en ellende, hij houdt oog voor zijn omgeving en blijft dankbaar voor al wat die hem te bieden heeft.

Terwijl de voltooiing van zijn werk in zicht komt en Grashow nog te maken krijgt met de verplichte crisis die elke grote prestatie lijkt te vergezellen, vertelt deze fijne film ook het verhaal van zijn leven en werk. Hoe een onzeker Joods jongetje ontdekt dat hij een talent heeft en daarmee begint te ‘spelen’, een gevoel dat hij zijn leven lang vast weet te houden. Daarmee kan Jimmy ook zijn altijd weer opspelende angst voor de dood, de realisatie dat wij allen maar al te sterfelijk zijn, hanteerbaar houden.

Zo stevent hij ook zelf af op de grande finale. Dankbaar voor het leven dat hij heeft geleid, als kunstenaar en als familieman. En overmand door melancholie dat het einde nu echt in zicht is. Deze film toont hem als een man om van te houden, met ook werk waarvan het hart moeiteloos open bloeit.

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

The Murder Of Rachel Nickell

Netflix

’Alex, de man die mama vermoordde, waar was die?’ vraagt André Hanscombe aan zijn zoontje als ze de plaats delict naderen in het Londense park Wimbledon Common. Rachel Nickell is daar op 15 juli 1992 met bijna vijftig messteken om het leven gebracht. De enige getuige van de gruwelijke moord is haar tweejarige zoontje. Omdat de politie volledig in het duister tast over de ‘gemene man’ die de jonge vrouw heeft gedood, wordt Alex later mee teruggenomen naar het park, in de hoop dat hij zich details herinnert waarmee de dader kan worden geïdentificeerd. En zijn vader André moet hem daar, voor een camera die hun bezoek documenteert, bevragen over de grootste tragedie van hun leven.

Ruim dertig jaar later blikt Hanscombe, samen met anderen die destijds bij het politieonderzoek betrokken raakten, in The Murder Of Rachel Nickell (96 min.) terug op het schokkende misdrijf en de zoektocht naar de dader, die aanvankelijk maar niet op gang wil komen. Doordat de moordenaar geen vingerafdrukken of andere bruikbare sporen heeft achtergelaten op de plaats delict, weet hij heel lang uit handen van de politie te blijven. Deze geruchtmakende zaak vormt ook het uitgangspunt voor de zojuist uitgebrachte dramaserie The Witness. Voor kijkers daarvan toont deze indringende documentaire van Lucy Bowden de echte mensen achter de personages en de tragedie waarin zij verzeild raken.

Anderen zien een vaardig verteld true crime-verhaal, waarbij de filmmaakster stapsgewijs nieuwe informatie en bronnen introduceert. Zo laat ze nieuwkomers bij deze geschiedenis, die in Groot-Brittannië heel wat stof deed opwaaien, de zaak echt meebeleven. Centraal daarin staan een jonge vrouw die haar zoontje met haar eigen leven beschermt, een kind dat zich ook na haar dood aan zijn moeder blijft vastklampen en een man die daarna de weg terug naar het leven moet vinden voor zichzelf en hun zoon. Én een ‘ongeorganiseerde seriemoordenaar’, aldus de Amerikaanse FBI-profiler Robert Ressler, voor wie het misdrijf blijkbaar de apotheose is van een verwrongen fantasie. En hij is nog niet klaar.

‘De gemene man stak zijn ding in haar’ vertelt Alex een jaar na de dood van zijn moeder, tijdens een zorgvuldig voorbereid kinderverhoor, aan zijn vader André. ‘Een mes.’

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Chernobyl: The Lost Tapes

HBO

Ooit was Tsjernobyl nog niet de naam van de grootste nucleaire ramp uit de geschiedenis. Ooit stond die naam symbool voor de droom van de Sovjet-Unie, een communistische heilstaat die hier, zevenhonderd kilometer van Moskou, een nieuw ideaal zou verwerkelijken: een zonovergoten droomwereld, voortgestuwd door een onuitputtelijke bron van kernenergie.

Bij dat beeld start de Britse documentairemaker James Jones in 2022 ook zijn film Chernobyl: The Lost Tapes (96 min.), waarvoor hij onbekend beeldmateriaal heeft opgediept uit Sovjet-archieven, waarin de Sovjet-Unie, die dan al op zijn laatste benen begint te lopen, de schijn nog ophoudt. ‘Het leven was zo relaxt’, vertelt inwoonster Lyudmila Ihnatenko, die net is getrouwd met haar grote liefde Vasya en zwanger is van hem. ‘We konden ons helemaal niet voorstellen dat er gevaar dreigde.’

En dan wordt het 26 april 1986. Jones zet het beeld op zwart en laat een indringend alarmsignaal horen. Bij de centrale komt een paniekerig telefoontje vanuit de kerncentrale binnen. Na een explosie is er brand uitgebroken in één van de reactoren. En daarbij is ook radioactieve straling vrijgekomen. De autoriteiten proberen de crisis direct in te dammen en ondertussen de eigen bevolking zo lang en zoveel mogelijk van de domme te houden. Met, heel voorspelbaar, ronduit desastreuze gevolgen.

Terwijl de omvang van de ramp duidelijk wordt, een grootschalige evacuatie op gang komt en Jan & alleman de schade probeert te beperken, gaat de 1 mei-viering in het nabijgelegen Kyiv echter gewoon door. De Sovjet-Unie probeert halsstarrig – zo laat Jones zien met een geladen mixture van archiefbeelden en off screen-terugblikinterviews met medewerkers van de kerncentrale, gewone inwoners van Tsjernobyl en functionarissen in de hoofdstad Moskou – de façade op te houden.

Geen van de betrokkenen kan dan nog bedenken hoe lang deze nucleaire ramp blijft na-ijlen. Want Tsjernobyl zal ook jaren nadat de eerste Sovjetburgers zijn blootgesteld aan radioactieve straling – de beelden van hun verminkte lichamen branden zich ook veertig jaar later moeiteloos op het netvlies – slachtoffers blijven maken. Volgens het regime hebben zij ‘radiofobie’. Zwaar getroffen burgers zoals Lyudmila Ihnatenko doorbreken nu het zwijgen, dat hen na de crisis in de kernreactor is opgelegd.

Het idee van de Sovjet-Unie als een ideaal maatschappijmodel is dan ook allang ten grave gedragen. En anders kan deze onrustbarende documentaire van James Jones, die in Fukushima: A Nuclear Nightmare (2026) ook de angstaanjagende crisis in een Japanse kernreactor nog zal reconstrueren, alsnog dienen als nagel aan de doodskist die in feite allang ter aarde is besteld.

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

Sentient

Lisa Jones-Engel / In Film

Zijn dierproeven onontbeerlijk voor het waarborgen van de menselijke gezondheid? Of is het volstrekt onethisch om dieren hiervoor in te zetten en brengt dit zelfs gevaren met zich mee?

Zonder testen op dieren was er vast niet zo snel een vaccin voor het Coronavirus ontwikkeld. Tegelijkertijd zou de volgende pandemie wel eens kunnen ontstaan doordat testdieren, bijvoorbeeld afkomstig uit schimmige fokkerijen in Azië, gevaarlijke ziekten zoals ebola, tuberculose en malaria meebrengen naar het westen. Dat is ‘een luid tikkende tijdbom’ volgens primatoloog Lisa Jones-Engel.

De wetenschap moet top zijn, hun welzijn optimaal. Dat waren voor haar mentor Jim Mahoney, directeur van het Amerikaanse LEMSIP-laboratorium, altijd de basisvoorwaarden voor dierproeven. In het kader van AIDS-onderzoek injecteerden zij destijds chimpansees met het HIV-virus. Dat doel rechtvaardigde volgens hen de middelen, maar zorgde tegelijk voor schuldgevoelens.

Toen Lisa Jones-Engel in Cambodja echter zag hoe een moedermakaak en enkele oudere dieren een door haar in de val gelokt jonkie als een leeuw beschermden, maakte dit een onuitwisbare indruk op de primatoloog. De vooraanstaande wetenschapper groeide uit tot een dierenactivist, die nog altijd geëmotioneerd raakt als zij de beelden terugkijkt in de documentaire Sentient (105 min.).

Jones-Engel fungeert als spil van deze genuanceerde film van Tony Jones, waarin alle elementen en kanten van het debat over het testen van dieren, primaten in het bijzonder, aan de orde komen. Niet alleen schokkende undercoverbeelden van misstanden in commerciële dierproefcentra dus, maar ook de emoties van wetenschappers die betrokken zijn bij onderzoeken met dieren.

Want sommige medewerkers houden daar psychische klachten of zelfs PTSS aan over. Hun doel mag dan alle middelen heiligen, daarmee wordt hun eigen gevoel nog niet uitgeschakeld. Als biomedisch wetenschapper Preston van Hooser van de Universiteit van Washington bijvoorbeeld vertelt hoe hij ooit een levende muis in tweeën hakte, schiet ie helemaal vol. ‘Omdat het dier leed.’

Jones ondergraaft tegelijk een belangrijk argument voor dierproeven van de biomedische industrie, die in deze film wordt vertegenwoordigd door lobbyist Cindy Buckmaster: om de veiligheid van een medicijn te kunnen garanderen, is testen op dieren bittere noodzaak. Hoe vaak je medicijnen echter ook uitprobeert op dieren, laat hij zien, bij mensen kunnen er altijd onvoorziene effecten optreden.

Zodat de slotsom van Sentient uiteindelijk toch lijkt te luiden dat dit soort wetenschappelijk onderzoek ongewenst is. Voor dier én mens.

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.

Dynasty: The Murdochs

Netflix

De Amerikaanse documentairemaakster Liz Garbus valt direct met de deur in huis: bij de start van haar vierdelige serie Dynasty: The Murdochs (203 min.) introduceert ze de Australische mediamagnaat Rupert Murdoch en zijn kinderen aan de hand van de verschillende leden van de Roy-familie, de op hen gebaseerde personages in de veelgeprezen dramaserie Succession.

Daarvoor heeft ze overigens een behoorlijk alibi: naar verluidt heeft de aflevering van Succession, waarin Ruperts alter ego, pater familias Logan Roy, plotseling overlijdt, flink huisgehouden bij de Murdoch-kinderen. Net als de Roys ligt er geen enkel scenario klaar voor als hun vader, die inmiddels al dik in de negentig is, ineens wegvalt. Dan zou diens imperium, dat zowel talloze kranten in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als de rechtse Amerikaanse nieuwszender Fox News omvat, wel eens héél snel in totale chaos kunnen vervallen. Net als in Succession. Over ‘life imitating art’ gesproken.

Garbus gebruikt de strijd om Mudochs opvolging, gevisualiseerd met een soort Levensweg-speelbord, in deze ferme productie als vliegwiel om ‘s mans lange leven en loopbaan nog eens te laten doorlichten door oud-medewerkers, biografen en journalisten. Zij lepelen allerlei smakelijke verhalen op, zoomen in op de schandalen rond Monica Lewinsky, News Of The World, Roger Ailes en Dominion en proberen hem als man, ondernemer en conservatief te duiden. Rupert zelf en zijn kroost participeren niet in de miniserie – al zijn ze volop in beeld via archiefinterviews.

En dan volgt in aflevering vier de grote afrekening als Rupert Murdoch en z’n zoon Lachlan, die hij inmiddels als enige zijn nalatenschap toevertrouwt, in 2024 in de rechtbank tegenover zijn andere kinderen Prudence, Elisabeth en James komen te staan. De man die zijn leven lang tweedracht heeft gezaaid, schroomt ook niet om zijn eigen familie uit elkaar te spelen. Zoals hij zijn kroost eerder ook rustig voor de bus gooide als zijn levenswerk daarom vroeg. De rechtszaak vormt de tragische climax van ruim zeventig jaar aan een zelf gekozen frontlinie voor Rupert Murdoch.

Bij de aanblik van het slagveld dat hij in eigen kring aanricht – ‘life surpassing art’, zou je kunnen zeggen – moeten Logan Roy en zijn televisiekinderen Connor, Kendall, Roman en Siobhan zich héél even een ideaal gezin hebben gewaand.

All About The Money

Fís Éireann Screen Ireland

Hoeveel geld hij ook weggeeft, zijn kapitaal blijft toch wel intact – of het groeit zelfs gestaag door. Als telg van één van de allerrijkste families van de Verenigde Staten behoort James ‘Fergie’ Chambers tot de meest vermogende 0,01 procent van de Amerikaanse bevolking. Fergie, die met zijn petten, hoodies en tattoos oogt als de eerste de beste anti-globalist, is goed voor meer dan 250 miljoen dollar en weet feitelijk van gekkigheid niet wat hij met al dat geld aan moet.

Hij kan er zijn eigen communistische leefgemeenschap mee financieren, om maar eens wat te noemen. In Alford, op het platteland van Massachusetts, laat ie een groep stijflinkse activisten gratis op zijn land wonen. De commune is bedoeld als een soort proeftuin voor een andere manier van leven – en de totale ontwrichting van het kapitalistische systeem. Behalve All About The Money (95 min.) is Fergie namelijk ook van de extreme ideeën. En dat begint zich na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 te wreken.

Wanneer Israël keihard terugslaat in Gaza, begint de rijkeluiszoon zich publiekelijk uit te spreken voor Hamas en brengt zo ook ‘zijn’ communeleden in lastig vaarwater. De Ierse documentairemaakster Sinéad O’Shea volgt Chambers en zijn begunstigden dan al enige tijd en blijft hem ook daarna opzoeken als hij het land ontvlucht, in Tunesië belandt en daar direct weer nieuwe initiatieven ontplooit, terwijl de anderen verweesd achterblijven en worden geconfronteerd met de consequenties van hun acties.

Als ‘extreem rijk, wit lid van de Amerikaanse bourgeoisie’ lijkt Fergie de dans te ontspringen. Hij begint zich echter steeds meer te gedragen als een ongeleid projectiel, komt daarmee ook zelf in de problemen en geeft intussen ook het een en ander prijs over z’n getroebleerde verleden. O’Shea confronteert hem met de tegenstrijdigheden in zijn leven, maar zorgt er ook voor dat ze een goede werkrelatie behouden. Zo houdt zij toegang tot deze ‘rich kid with daddy issues’ die écht in een parallelle wereld leeft.

All About The Money groeit ondertussen uit tot een totaal demasqué, een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks z’n maatschappelijke idealen, vooral onledig lijkt te houden met het vullen van de leegte in zichzelf. Fergie, die al vervreemd is geraakt van zijn familie en nu ook z’n geliefde Stella Schnabel dreigt kwijt te raken, wordt daarmee het levende bewijs van de gedachte dat geld weliswaar niet gelukkig maakt, maar wel verdomd handig is bij het ontlopen van de consequenties van je eigen gedrag.

Fukushima: A Nuclear Nightmare

Ikuo Izawa / Blast Films / VPRO

Een aardbeving triggert op vrijdag 11 maart 2011 een tsunami in Japan. Al snel nadert het woeste water de kerncentrale Fukushima Daiichi in Ōkuma. De speciaal aangelegde zeewal is kansloos. Een nucleaire ramp dreigt, véél erger dan Tsjernobyl. In het ergste geval ontstaat er een complete meltdown en wordt het gehele noorden van het land door radioactieve straling volstrekt onbewoonbaar.

In de stemmige documentaire Fukushima: A Nuclear Nightmare (90 min.) reconstrueert regisseur James Jones (AntidoteOn The President’s Orders en Chernobyl: The Lost Tapes) met enkele direct betrokkenen, deskundigen en journalisten de ramp in wording, die met nieuwsbeelden, visualisaties en dagboekfragmenten van de Japanse premier Naoto Kan héél dichtbij wordt gebracht.

De naderende catastrofe is volgens journalist Martin Fackler van The New York Times het gevolg van een aaneenschakeling van menselijke blunders. Het hoofdkantoor van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO) in de Japanse hoofdstad zit letterlijk op afstand, heeft in de voorgaande jaren talloze waarschuwingen in de wind geslagen en stapelt ook als de nood aan de man komt weer fout op fout.

Akira Kawano, senior manager bij TEPCO, werpt die suggestie ver van zich. Bij nucleaire energie geldt vanzelfsprekend altijd veiligheid eerst, zegt hij. ‘We hebben ons aan alle voorschriften gehouden. Daarom mochten we ook in bedrijf zijn.’ Maar: veiligheid kost volgens Kawano ook geld. ‘Je kunt je dus afvragen of kerncentrales überhaupt moeten worden gerund door bedrijven met een winstoogmerk.’

Om de crisis te bezweren wordt er een team samengesteld, de zogeheten ‘Fukushima 50’. Het gaat in werkelijkheid om bijna zeventig medewerkers die achterblijven in de centrale, zodat anderen daar weg kunnen. Ze staan ogenschijnlijk voor een harakiri-missie. Onder hen is Ikuo Izawa, ploegleider reactor 1 en 2. Hij voelt zich echter bepaald geen held, vertelt ie. Eerder een medeplichtige.

Vanuit de centrale mailt Izawa zijn kinderen. ‘Ik reken erop dat jullie je om elkaar zullen bekommeren.’ Daarbij doelt hij in het bijzonder op zijn vrouw die in een rolstoel zit. ‘Dat zou een zware last worden voor mijn kinderen, maar zij waren de enigen die ik dit kon vragen.’ En dan gaat ie samen met die andere naamloze helden/medeplichtigen aan het werk om een nog veel grotere ramp te voorkomen.

De gebeurtenissen in Fukushima, die door Jones zeer indringend worden opgeroepen, onderstrepen nog maar eens met welke krachten de mens speelt als ie zich inlaat met nucleaire energie en hoe belangrijk ’t is om die onder controle te houden. De omgeving van de kerncentrale is intussen nog altijd onbewoonbaar. Het wegwerken van alle schade en vervuiling duurt vermoedelijk nog vele generaties.

Murder In Glitter Ball City

HBO Max

Met enige goede wil kan de tragische vondst in het Victoriaanse huis van Jeffrey Mundt en Joey Banis in juni 2010 worden beschouwd als een verrijking van de plaatselijke folklore. De oude stadswijk Old Louisville, waar volgens Jan en alleman regelmatig geesten worden waargenomen, kan nog wel een ‘moordhuis’ gebruiken.

De plaatselijke schrijver David Dominé vertelt er graag over tijdens de rondleidingen die hij verzorgt door de grootste stad van Kentucky. Hij heeft eerder ook al een boek gewijd aan het lijk dat is aangetroffen op 1435 South 4th Street, de woning van het homoseksuele koppel: A Dark Room In Glitter Ball City. In het souterrain van Mundt en Banis blijkt al zo’n zes maanden het levenloze lichaam van Jamie Carroll verstopt te liggen. Door wie de ‘drag queen’ om het leven is gebracht, blijft echter ongewis. Daarover gaan héél verschillende verhalen de ronde.

Fenton Bailey en Randy Barbato beginnen hun tweedelige documentaire over deze moord eveneens bij Dominé, die de nare geschiedenis ook als verteller lekker opleukt en tevens de nodige ‘coureur locale’ toevoegt. De filmmakers borduren daarop lustig verder en laten kleurrijke inwoners van Old Louisville voorlezen uit zijn boek. Murder In Glitter Ball City (149 min.) begint daardoor bedrieglijk luchtig – al zit er vóór de rondgang langs al die paradijsvogels nog wel een intrigerende bekentenisvideo. Die zal een doorslaggevende rol spelen in de afwikkeling van de moord.

Deze video keert regelmatig, steeds op een nét iets andere manier, terug in de film én in de rechtszaal, waar de zaak definitief dient te worden beslecht. Daarvoor moet eerst de relatie tussen de ‘bad boy’ Joey en de braverik Jeffrey helemaal worden uitgevlooid. De punker met de hanenkam, tattoos en het strafblad versus een IT’er, die jarenlang aan de universiteit werkt en nu een bed & breakfast wil starten. Op het eerste gezicht ligt voor de hand wie Carroll naar de andere wereld heeft geholpen, maar een nadere blik op de kinky relatie van de twee zorgt toch voor twijfel.

Van een zwierige rondgang langs de bonte gemeenschap van Old Louisville is Murder In Glitter Ball City dan allang getransformeerd in een klassieke true crime-vertelling rond de vraag der vragen in misdaadverhalen: whodunnit?

Finding Fela

Kino Lorber

Bij leven en welzijn had Fela Anikulapo Kuti (1938-1997) waarschijnlijk nooit kunnen vermoeden dat hij de hoofdpersoon zou worden van een Amerikaanse musical. Twaalf jaar na zijn dood brengt regisseur/choreograaf Bill T. Jones het levensverhaal van de Nigeriaanse Afrobeat-pionier niettemin naar Broadway. En de musical Fela! vormt meteen één van de belangrijkste bouwstenen voor dit postume portret van de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney.

Finding Fela (119 min.) bestaat dus voor een belangrijk deel uit musicalscènes, met de acteur Sahr Ngaujah in de rol van Fela Kuti, een revolutionair pur sang. In alle opzichten: geïnspireerd door James Brown speelt hij een sleutelrol in de ontwikkeling van een eigen muziekgenre. En net als z’n Jamaicaanse geestverwant Bob Marley krijgt Kuti’s werk gaandeweg een uitgesproken politiek karakter. Het Nigeriaanse regime beschouwt hem als een oproerkraaier. Elk nieuw album kan ‘m op gevangenisstraf komen te staan.

Ze maken me alleen maar sterker, houdt Fela Kuti vol tegenover een interviewer, nadat hij weer eens is opgepakt en afgeranseld. ‘Ooit word ik president van dit land!’ Zover zal ‘t nooit komen – ook doordat hij relatief jong het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. En dat heeft alles met z’n levensstijl te maken. De Afrikaanse ster trouwt bijvoorbeeld met 27 vrouwen (!) en laat desondanks geen andere aantrekkelijke dame ongemoeid. Via seks kan hij spirituele krachten krijgen, meent Fela zelf. In werkelijkheid krijgt hij AIDS.

Met behulp van opwindende concertopnamen, oude reportages en (archief)interviews met Fela Kuti en zijn dochter Yeni, zoons Seun en Femi, voormalige geliefde Sandra Izsadora, ex-vrouw Queen Kewe, drummer Tony Allen, manager Rikki Stein en de bekende fans Paul McCartney en Ahmir ‘Questlove’ Thompson (drummer van The Roots en maker van de muziekdocumentaires Summer Of Soul en Sly Lives!) krijgt Gibney in deze biografie uit 2014 vat op een groots, meeslepend en excessief leven. 

Fela Kuti opereert daarin als de onbetwiste heerser van zijn eigen rijk. Z’n band Africa ’70 en entourage bestaan bijvoorbeeld al uit 28 mensen. Maar als hij eind 1978 in Europa gaat optreden, sluiten er maar liefst 71 mensen aan bij de tournee. Niet te doen, vindt Fela’s meesterdrummer en bandleider Tony Allen. Niet te betalen ook. Er is permanent geldtekort. Na een, overigens klassiek geworden, optreden op het Berlin Jazz Festival besluit Allen zijn drumstokken in de lucht te gooien. Een ander mag ze opvangen.

Daarmee is de man die het ritme bepaalt voor Fela’s lang uitgesponnen grooves verdwenen. Kuti gaat echter onverdroten verder. Africa ‘70 neemt een nieuwe gedaante aan, Egypt ’80, en de leider ervan haakt aan bij een spiritueel adviseur, de schimmige Professor Hindu, die zowaar mensen uit het graf kan laten herrijzen. Alex Gibney tekent zulke smakelijke verhalen vaardig op en smeedt daarmee een ge(s)laagd portret van deze Afrikaanse rebel, polygamist en muzikale legende.

Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story

Jodi Hildebrandt (l) en Ruby Franke (r) / Netflix

Het verhaal is te ‘sexy’ om niet van alle kanten te belichten. Nadat de ernstige mishandeling van de kinderen van een bekende ‘momfluencer’ in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke is benaderd vanuit de ontaarde moeder, die met donderend geraas van haar zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, komt in Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story (101 min.) nu de Mormoonse therapeut/goeroe, die Franke zou hebben aangezet tot haar volledig ontspoorde opvoedingspraktijken, aan de beurt.

Het verhaal is natuurlijk ook te sexy om over te laten aan een andere streamer. Elk platform wil zijn eigen versie van pak ‘m beet het Britney Spears-verhaal, de puntjepuntpjepuntje-moorden of het Jeffrey Epstein-schandaal. Relatief goedkoop te maken content, waarmee trouwe abonnees worden bediend en wellicht zelfs nieuwe leden kan worden geworven. Aan de makers van zulke producties is het vervolgens de taak om exclusieve getuigenissen en uniek bewijsmateriaal te verzamelen.

Bij de zaak Ruby Franke/Jodi Hildebrandt heeft regisseur Skye Borgman, één van Netflix’s favoriete true crime-makers, de hand weten te leggen op bodycam-materiaal van de politie. En de betrokken agenten blijken ook best bereid om herinneringen op te halen aan de schokkende ontdekking van de kinderen en de aanhouding van Ruby en Jodi. Los van de ethiek daarvan – na de reguliere rechtsgang kan dus altijd nog ‘trial by media’ volgen – hebben zij de achtergronden daarvan natuurlijk ook alleen uit de tweede hand.

De tragische geschiedenis begint – althans, in deze versie van het verhaal – met de zogeheten ‘Porn Panic’ die na de opkomst van het internet postvat in de Mormoonse kerk, de gemeenschap waarvan zowel Ruby Franke als Jodi Hildebrandt deel uitmaken. ‘Pornografie is net zo verslavend als cocaïne of andere illegale drugs’, houdt kerkleider James E. Faust zijn achterban dan voor. Hildebrandt speelt in op dit sentiment met een eigen verslavingbehandeling en verwerft zo een invloedrijke positie als therapeut.

Met haar bedrijf ConneXions praat ze menige mannelijke Mormoon in Utah een seksverslaving aan en propageert ze ‘tough love’, die in de praktijk soms nauwelijks meer is te onderscheiden van mishandeling of zelfs marteling, in de opvoeding. Met veelal secundaire bronnen, zoals cliënten van Hildebrandt, collega-therapeuten en kenners van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints, probeert Borgman vat te krijgen op haar ‘evil influencer’ en de volstrekt twijfelloze wereld waarvan zij een representant is.

Tegelijkertijd verliest de ervaren misdaadmaker nooit haar publiek uit het oog: dat wil best horen dat haar hoofdpersoon zelf ook haar butsen heeft opgelopen, maar vooral bewezen zien hoe slecht ze daarvan is geworden. Voor de zekerheid heeft ze daarom, zeker tegen het einde van deze adequate film, ook nog enkele typische true crime-schrikeffecten toegevoegd.

The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy?

Springer Films

Hij zegt ’t met een stalen gezicht. ‘Ik kan je dit alleen vertellen omdat het programma inmiddels is vrijgegeven’, vertelt de Amerikaanse wetenschapper Russell Targ van het gerenommeerde Stanford Research Institute over de pogingen van de Amerikaanse veiligheidsdienst CIA om, midden in de Koude Oorlog, een gecrasht Sovjet-vliegtuig in Zaïre te traceren. Om er vervolgens bloedserieus aan toe te voegen: ‘Anders had ik jullie, nadat ik had verteld wie dit programma had gefinancierd, moeten doden.’

Welkom in een levensechte James Bond-film. Met zowaar een absolute hoofdrol voor ’s werelds beroemdste paragnost, Uri Geller. De Israëlische lepeltjesbuiger, helderziende en gedachtelezer zou jarenlang in het geheim voor enkele veiligheidsdiensten hebben gewerkt. Eerst voor de Mossad, daarna dus ook voor de CIA. De man wil – nee: kán – er zelf niets over kwijt in de documentaire The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy? (91 min.) uit 2013, maar zegt steeds nét genoeg om de aandacht toch vast te houden.

Geller zou met zijn bijzondere gaven bijvoorbeeld een essentiële rol hebben gespeeld bij de Israëlische aanval op het Oegandese vliegveld van Entebbe in 1976, waarbij de Joodse passagiers van een gekaapt vliegtuig konden worden bevrijd. Daarover zegt hij dan: ‘Wat ik lees en hoor is dat ik radarsystemen tot aan Entebbe heb uitgeschakeld tijdens de bestorming, waarbij de broer van Benjamin Netanyahu is omgekomen. Zo zouden de Israëlische vliegtuigen veilig hebben kunnen landen in Entebbe.’

Maar dat heb je dus niet van hem. Filmmaker Vikram Jayanti moet de bevestiging van dit soort sterke verhalen dus elders halen. Bij wetenschappers van de prestigieuze Stanford University, zoals Russell Targ en zijn collega-natuurkundige Hal Puthoff, astronaut Edgar Mitchell, enkele oud-CIA-medewerkers en legerofficieren én de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Zij ondersteunen, direct dan wel indirect, Gellers suggesties. Want hij mag dan de schijn tegen hebben, wellicht heeft wel de waarheid aan zijn zijde.

Jayanti lardeert zijn zoektocht door de wereld van psyops met een wirwar aan ludieke muziekjes: van het Peter Gunn Theme en de soundtrack van The X Files tot het Mission Impossible-deuntje en – natuurlijk – dat uit duizenden herkenbare James Bond-thema. Daarmee relativeert hij zijn eigen bevindingen, die hem ook nog brengt bij de Hollywood-komedie The Men Who Stare At Goats (2009), waarin een Amerikaanse legereenheid wordt opgevoerd die gebruik maakt van paranormale tactieken en zo geiten doodt.

Dat kolderieke idee blijkt zowaar een snipper van een flinter van een kern van waarheid te bevatten: tijdens een wetenschappelijk experiment zou een helderziende in staat zijn geweest om de hartslag van een rat zo te vertragen dat die eraan overleed. En als dat inderdaad echt is gebeurd, zouden zo dan ook politieke rivalen om zeep kunnen worden geholpen? Naar het antwoord op die vraag blijft het gissen. Omdat a) het nooit is gebeurd. b) dit helemaal niet kan. Of c) dat zo geheim is dat niemand ‘t ooit zal toegeven.

En dus blijft ook ná het bekijken van deze vermakelijke film in nevelen gehuld of Uri Geller daadwerkelijk een paranormaal begaafde superspion is – of toch een charlatan, die weer een nieuwe manier heeft gevonden om zichzelf in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen.