Making Marie Antoinette

c: Eleanor Coppola / vanaf vrijdag 6 november op MUBI

Haar motivatie voor deze film lijkt heel particulier: Eleanor Coppola wil simpelweg haar kind aan het werk zien en een rol spelen in haar wereld, schrijft ze in haar dagboek.

Zo is de Amerikaanse documentairemaakster in 2005 op de filmset van Sofia’s nieuwste project terechtgekomen: Marie Antoinette, een film over de jonge en decadente Franse koningin (1753-1799), die de hongerende Franse bevolking, bij gebrek aan brood, aanraadde om dan maar cake te gaan eten. Eleanor Coppola (1936-2024) maakt er zo’n tachtig uur aan making of-materiaal, voor een belangrijk deel op Milena Canonero‘s kostuumafdeling. Die beelden blijven echter altijd op de plank liggen. Totdat zowel Sofia als zijzelf niets beters hebben te doen tijdens de Corona-lockdown van 2020.

Na de dood van haar moeder in 2024 heeft Sofia Coppola de documentaire Making Marie Antoinette (86 min.) zelf afgemaakt. Ze ziet zichzelf natuurlijk terug in haar moeders observerende film en hoort intussen haar gedachten, vastgelegd in dat dagboek en ingesproken door de Amerikaanse actrice Diane Lane. Waarom haar dochter, die eerder de succesvolle speelfilms The Virgin Suicides (1999) en Lost In Translation (2003) heeft gemaakt, bijvoorbeeld altijd vrouwelijke hoofdpersonen kiest, die zich geïsoleerd en onbegrepen voelen? Alsof ze Sofia wil vragen: voel jij je ook zo?

Eleanor is overigens geen groentje in het making of-genre. Eerder registreerde ze hoe haar echtgenoot en Sofia’s vader Francis, regisseur van de Godfather-trilogie, bijna ten onder ging aan de slopende opnames voor zijn Vietnam-klassieker Apocalypse Now. Haar documentaire Heart Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991) werd eveneens een ijkpunt in de filmhistorie. Daarmee vergeleken ogen het budget voor Sofia’s film (40 miljoen dollar), de beoogde draaitijd (57 dagen) en de opnamelocaties (enkele plekken in Frankrijk, waaronder het kasteel van Versailles) nog héél bescheiden.

Hetzelfde geldt voor deze making of. Een hoestende regisseur is toch écht iets anders dan een hoofdrolspeler, die in de Filipijnse jungle een hartaanval krijgt. Eleanor laat niettemin een dokter komen. Die stelt bronchitis vast bij haar dochter. Ze vraagt bij acteurs zoals hoofdrolspeelster Kirsten Dunst en Jason Schwartzman (Louis XVI) ook nog wel eens naar de bekende weg. Hoe het was om te werken met Sofia? Alsof ook maar iemand het in z’n hoofd haalt om dan te antwoorden: nepobaby, bakt er eerlijk gezegd weinig van, ik zal blij zijn als ik weer met een echte regisseur mag werken.

Making Marie Antoinette is duidelijk gemaakt vanuit een moederhart. Afgerond bovendien door het object van haar liefde, een filmmaakster die haar sporen inmiddels echt wel heeft verdiend en die nu ook haar eigen making of-docu, waarin ze als een redelijk relaxte vrouwelijke regisseur de scepter zwaait op de set, heeft mogen maken. Als eerbetoon aan de vrouw die zo graag een rol wilde spelen in haar wereld – en die zich tegelijkertijd afvroeg of ze zo langzamerhand niet eens voor haar eigen creatieve proces moest gaan, in plaats van het observeren van het creatieve werk van haar familie.

La Messagerie Du Diable

HBO Max

Wie indruk wil maken op straat, vertelt de zorgvuldig geanonimiseerde telefoonverkoper en dealer ‘Albert’ uit Marseille, laat zien dat ie een Sky ECC-telefoon heeft. ‘Als je Sky hebt, ga je met gevaarlijke mensen om.’ Drugsdealers, wapenhandelaren en huurmoordenaars, om precies te zien. Voor enkele duizenden euro’s – een schijntje, afgezet tegen hun inkomsten – wanen zij zich onaantastbaar met zo’n telefoon. Want de code van Sky ECC is op geen enkele manier te kraken. Althans, dat denken ze.

Hoewel de versleutelde telefoons bijna lijken te zijn gemaakt voor criminele activiteiten, wast het Canadese bedrijf Sky Global z’n handen in onschuld. CEO Jean-François Eap is van Cambodjaanse origine en zweert bij privacy. Op zich niet vreemd voor iemand waarvan de familie is ontsnapt aan de Rode Khmer, vertelt Sky’s distributeur Thomas Herdman, die vanwege soortgelijke discretie inmiddels is aangehouden in Frankrijk, in La Messagerie Du Diable (internationale titel: The Narco Hack, 137 min.).

Die telefoons hebben maar één nadeel, constateert ‘Albert’. ‘Je kunt berichten, foto’s en spraakberichten sturen, maar je kunt niet bellen.’ Eenmaal ín de telefoon, ligt het belastende bewijsmateriaal dus voor het oprapen, concludeert de Franse cybercrime-unit van onderzoeksrechter Johanna Brousse die het versleutelingssysteem samen met collega’s uit België en Nederland probeert te ontmantelen. Eind 2020 komt er heuglijk nieuws: een ‘geniale’ Nederlandse student is erin geslaagd om de code te kraken.

Deze driedelige serie van Ksenia Bolchakova en Simon Bouisson, straf vormgegeven met animaties, gedramatiseerde scènes en een sjiek interviewdecor, begint dan aan aflevering 2. Daarin houden de meekijkende agenten zich veelal gedeisd, zodat ze informatie kunnen verzamelen over criminelen met gebruikersnamen als Escobar, Heisenberg en – jawel! – Tony Montana. Zij weten niet dat er iemand over hun schouder meekijkt – en de agenten weten nog niet altijd bij wie ze over de schouder meekijken.

In de slotaflevering van deze miniserie, die thematisch verwant is aan de Britse productie Operation Dark Phone: Murder By Text (2025), richten de onderzoekers zich op een kille afrekening op de openbare weg bij Besançon. Het slachtoffer, Houcine Hakkar, belt op 8 maart 2020 zelf in met de meldkamer, terwijl er driftig op hem wordt geschoten. De brute moord wordt door ooggetuigen en bewakingscamera’s ook gefilmd. Sky ECC kan vervolgens de vraag beantwoorden waarom de monteur Hakkar is geliquideerd.

Via zulke data krijgen politie en justitie, eerst live en later ook via de administratieve weerslag ervan, inzicht in hoe de internationale onderwereld denkt, communiceert en opereert. Tegelijkertijd, werpen kritische advocaten tegen, roept de grootschalige Sky ECC-operatie ook de vraag op in hoeverre zulke ‘massasurveillance’ gewettigd is. Intussen lijkt de criminele sector alweer te zijn overgeschakeld op nieuwe communicatiemiddelen.

Monet Et Les Nymphéas L’Éternité Retrouvée

Arte

In de zomer van 1899 is het hem eindelijk gelukt. De Franse impressionistische schilder Claude Monet heeft meerdere pogingen nodig gehad om enkele grote vijvers aan te leggen in zijn tuin, waarin daadwerkelijk waterlelies tot bloei kunnen komen. Vanaf een speciaal aangelegde Japanse brug kan hij ze nu goed bekijken en het water, de lichtinval en kleuren observeren. Hij begint obsessief waterlelies te schilderen. Tot aan zijn dood in 1926, een periode waarin zijn zicht terugloopt, zal hij ze nooit meer loslaten.

‘Artistieke zelfmoord’, aldus critici. Na Monets overlijden raken ‘De Waterlelies’, ook door de Tweede Wereldoorlog, in de vergetelheid. Totdat de Amerikaanse kunstenaar Ellsworth Kelly de vergeten schilderijen in 1952 ontdekt in Monets voormalige woonplaats Giverny in Normandië. Hij relateert ze direct aan het immersieve werk van moderne kunstenaars zoals Jackson Pollock en Mark Rothko, mannen die dan de kunstwereld domineren. Claude Monet is zijn tijd duidelijk vooruit geweest.

Zijn abstracte werk zal echter nog lang in de schaduw blijven staan van de impressionistische schilderijen waarmee hij in de negentiende furore eeuw maakte, toont Anne-Cécile Genre in de documentaire Monet Et Les Nymphéas: L’Éternité Retrouvée (52 min.). Intussen zijn ook Monets huis, tuin en vijvers in verval geraakt. Met het revitaliseren daarvan, door een tuinman genaamd Gilbert Vahé, komt ook de herwaardering van zijn late werk op gang.

Vahé zwaait nog altijd de scepter over het kleine paradijs van Claude Monet, dat in 1980 is opengesteld voor het publiek en tegenwoordig jaarlijks aanzienlijke aantallen bezoekers trekt. Hij laat in deze verzorgde film zien hoe honderd jaar na Monets dood ook zijn waterlelies (weer) als vanouds bloeien. Net als de serie schilderijen waarmee de Franse kunstenaar, die dit jaar uitbundig zal worden herdacht, de schoonheid, diepte en vergankelijkheid van de wereld heeft onderzocht.

70 Up

ITV / in 2027 bij de NPO

In een betere wereld had Michael Apted kunnen doorgaan met filmen totdat de langst levende participant aan zijn legendarische documentaireserie z’n laatste adem had uitgeblazen. In 2021 overleed de Britse filmmaker echter zelf op 79-jarige leeftijd. Apted liet een onvoltooid meesterwerk achter. Het leeuwendeel van z’n vaste hoofdpersonen, die sinds hun zevende elke zeven jaar waren opgezocht voor respectievelijk 7, 14, 21, 28, 35, 42, 49, 56 en 63 Up, was nog in leven. Maar wie zou zich durven te wagen aan het vervolgen van de Up-serie, één van de belangrijkste documentaireprojecten aller tijden?

De eer is uiteindelijk ten deel gevallen aan de Britse Up-adept Asif Kapadia (Senna, Amy en Diego Maradona). Hij zet de reeks niet voort, maar sluit hem, met goedkeuring van Ups vaste producer Claire Lewis, definitief af met het tweeluik 70 Up (14 min.). Het eerste deel daarvan volgt nog trouw Apteds opzet en voelt in eerste instantie ook als een herhaling van zetten, met veel bekende scènes uit de eerdere edities. Als alle hoofdpersonen in het hier en nu zijn geïntroduceerd, zitten die eerste vijf kwartier er alweer op. Kapadia is op de achtergrond gebleven, maar heeft intussen wel degelijk subtiele accenten gezet, met name over de totstandkoming van de klassieke serie.

Het tweede deel van 70 Up heeft aanzienlijk meer scherpte en krijgt ook een extra personage: Michael Apted zelf. Via interviewfragmenten laat hij, buiten beeld, zijn licht schijnen over de serie. En middels B-roll beelden wordt ook zijn werkwijze zichtbaar gemaakt. Zijn hoofdpersonen krijgen tevens de gelegenheid om daarop te reflecteren. Dat doen ze vrijelijk, zonder meel in de mond. Niet iedereen is even enthousiast over Apted: het beeld dat hij van hen had, werkte regelmatig beknellend en streek hen tegen de haren. Hij benaderde vrouwen seksistisch, wreef de volkse taxichauffeur Tony Walker zowat racisme aan en zag anderen vooral als representant van hun stand.

John Brisby, die als zevenjarig joch werd gestrikt op een exclusieve privéschool, voelde zich bijvoorbeeld al van kinds af aan neergezet als de ‘bad guy’, een vertegenwoordiger van een volstrekt verouderd klassensysteem. Hij voelde zich nooit veilig bij Apted, die niet echt in hem als persoon geïnteresseerd leek. Zijn toenmalige klasgenootje Charles Furneaux – die steevast naast Brisby en Andrew Brackfield, een andere jongen van dezelfde ‘prep school’, op een bank werd geposteerd – besloot daarom na 21 Up af te haken. Bijna een halve eeuw later is Charles, die zelf in de televisiewereld is beland, terug met een (beperkte) bijdrage. Hij laat zich, buiten beeld, interviewen.

Kapadia toont zo de achterkant van de serie, zonder dat het disrespectvol wordt naar zijn voorganger, die sinds 14 Up de scepter zwaaide over de Up-serie. Apted zat met z’n hele hebben en houwen in de productie, die net zo goed een portret was van hem als van zijn hoofdpersonen. Daarbij ging hij ook leidende vragen niet uit de weg. Jij verdient beter dan dit, zei hij bovendien tegen Neil Hughes, toen die als onthechte jongeling van de ene naar de andere plek zwierf en in een caravan op de Shetland-eilanden was beland. Op zijn zeventigste wil Neil, inmiddels woonachtig in Frankrijk, dat beeld enigszins bijstellen: hij heeft weliswaar last van depressies, maar is zeker geen kluizenaar.

70 Up wordt aldus een bevredigend slotakkoord voor een baanbrekend project, dat in 1964 begon met de vraag of je de volwassene al kunt zien in het zevenjarige kind. De zevenjarigen van toen zijn inmiddels gepensioneerd en kijken over het algemeen nuchter, zonder valse romantiek, terug op hun leven, dat hoe dan ook gekleurd is door hun deelname aan de Up-serie. Voor Nick Hitchon, een boerenzoon die in de Verenigde Staten carrière maakte als wetenschapper, is die ‘ontzettend belangrijk’ geweest. Hij was tijdens de opnames van 63 Up al ernstig ziek, maar heeft toch weer tijd ingeruimd voor een afscheidsinterview. Slechts enkele dagen voor zijn overlijden, blijkt later.

De Up-serie is volgens hem te vergelijken met een timelapse-foto van een bloem, die binnen enkele minuten tot bloei komt en ook weer afsterft. ‘Iets soortgelijks zien bij een mens is al even wonderbaarlijk’, vat Hitchon de verdienste van Michael Apted en alle Up-participanten kernachtig samen. ‘Want dat zien we doorgaans niet. We zijn zo druk met ons dagelijks leven dat we het grotere verhaal van hoe we met de tijd veranderen helemaal niet zien.’

Au Bain Des Dames

Caviar Paris / Les Films de Nout

‘Beha aan, ouwe taarten’, staat er op een wand bij het strand van Marseille gekalkt. Joëlle reageert direct. De oudere Française trekt haar topje uit, steekt haar beide middelvingers in de lucht en roept demonstratief ‘fuck!’. De korte documentaire Au Bain Des Dames (30 min.), een joyeuze film van Margaux Fournier, kan beginnen. Even later liggen Joëlle en haar vriendinnen comfortabel aan het strand. Enkele van hen inderdaad, net als zij, zonder beha, topless.

Ze praten over mannen, over relaties en over seks. Zonder meel in de mond. Expliciet. Vulgair zelfs. Zoals we vrouwen op leeftijd eigenlijk niet meer hebben horen praten sinds Heddy Honigmanns O Amor Natural (1996). Joëlle houdt van stoere mannen, vertelt ze. Type Charles Bronson, Al Pacino of Robert De Niro. En Patrick Bruel, die wordt alsmaar knapper. Ze heeft overigens ook ervaring met vrouwen, vertelt Joëlle onbeschroomd op dat stukje strand dat helemaal van hen lijkt.

Geflirt wordt er ook, in het zonovergoten Marseille. ‘Ik zou hem wel lusten’, bekent Joëlle bijvoorbeeld over een plaatselijke Casanova, een man met een gebruind lijf in een flatterende zwembroek. ‘Een lekker stuk vlees.’ Is het bluf? ‘Honden geven mij de liefde die jullie mij niet geven’, klaagt een andere oudere Adonis, terwijl hij het hondje van één van de dames, in leeftijd uiteenlopend van grofweg zestig tot honderd, liefdevol aanhaalt. Hij gaat daarna tussen hen in liggen.

Fournier zet de verwikkelingen onder de zon aan met romantische muziek en schroomt ook niet om close-ups van de gebruinde oudere lichamen te tonen. Gaandeweg komt vanachter het gebabbel en de bravoure ook een kwetsbaardere kant van met name Joëlle tevoorschijn. De hekel die ze heeft gekregen aan haar eigen uiterlijk, bijvoorbeeld. ‘Ik kijk in de spiegel’ vertelt ze. ‘En spuug naar mezelf.’ En de relatie met haar ex-echtgenoot, die we nu toxisch zouden noemen.

Au Bain Des Dames is desondanks doordesemd van een onweerstaanbaar joie de vivre, van oude lijven met jonge geesten (of andersom), dat vertrouwen geeft in de toekomst, als menigeen z’n geest jong probeert te houden terwijl dat lichaam toch echt ouder wordt.

Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

The Spy In Your Mobile

BBC

‘We verkopen het alleen aan overheden en entiteiten waarvan we weten, of willen geloven, dat ze de mogelijkheden niet zullen misbruiken’, laat Shalev Hulio, CEO van de Israëlische NSO Group, optekenen tijdens een televisie-interview in april 2020. En we beschikken over alle mechanismen, voegt hij er met het nodige aplomb aan toe, om ervoor te zorgen dat klanten geen misbruik maken van het systeem.

Slechts enkele maanden later krijgen medewerkers van het journalistieke netwerk Forbidden Stories in Parijs een databestand in handen met ruim 50.000 telefoonnummers. Op deze telefoons is in het diepste geheim NSO’s voornaamste product Pegasus geïnstalleerd. Met de spyware kunnen buitenstaanders stiekem meelezen, -kijken en -luisteren. Het is de ideale tool voor repressieve regimes, stelt journalist Paul Lewis van de Britse krant The Guardian. Nooit was surveillance van kritische burgers gemakkelijker. De technologie is niet voor niets verkocht aan zo’n veertig landen.

Samen met tachtig nieuwsorganisaties uit zeventien landen gaat Forbidden Stories de kwestie verder onderzoeken. Terwijl documentairemaker Anne Poiret meekijkt, proberen ze de personen achter de nummers op te sporen. Aan het begin van The Spy In Your Mobile (86 min.) stuiten ze bijvoorbeeld op de Azerbeidzjaanse journaliste Khadija Ismayilova, die al een hele tijd wordt geïntimideerd door de machthebbers in haar land. Zij is níet verrast dat haar telefoon is gehackt, wél dat dit is gebeurd zonder dat ze zelf ook maar iets heeft aangeklikt. Én ze voelt zich schuldig, tegenover haar familie, vrienden én bronnen.

Ook de regeringen van Mexico en Saudi-Arabië zetten Pegasus in om kritische geluiden de kop in te drukken, stellen CNN-journaliste Carmen Aristegui en de mensenrechtenactiviste Hatice Cengiz. Bij de moord op Cengiz’s Saudische verloofde Jamal Khashoggi in 2018 zou Pegasus zelfs een faciliterende rol hebben gespeeld – ook al ontkent The NSO Group dit ten stelligste. In deze duistere wereld mag immers niets lijken wat het is. Het bedrijf komt voort uit de Israëlische defensie-industrie en weet zich in de rug gedekt door de regering Netanyahu, die vindt dat cyberveiligheid zo min mogelijk belast en gereguleerd moet worden.

Als de onderzoekers ontdekken dat ook de Franse president Macron en andere leden van zijn regering worden bespioneerd en hun gezamenlijke deadline in 2021 nadert, loopt de spanning op in deze typische journalistenfilm. De lancering van The Pegasus Project veroorzaakt wereldwijd opwinding en verontwaardiging. De Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden luidt dan nog eens de noodklok. Volgens hem zijn er nog véél meer bedrijven zoals NSO. ‘Als we veilig willen zijn, moeten we het spel fundamenteel veranderen.’

En ook als het Pegasus-verhaal eenmaal op straat op straat ligt, duiken er nog talloze nieuwe slachtoffers op. Het Europese parlement ziet zich genoodzaakt om The NSO Group ter verantwoording te roepen. Uiteindelijk moet de Israëlische onderneming bekennen dat ze ook veertien landen van de Europese Unie als cliënt heeft. NSO ontkent verder de meeste aantijgingen in deze film. En ook de regering Netanyahu werpt de suggestie dat Pegasus als politiek wisselgeld is aangeboden aan andere landen ver van zich. Waarvan akte.

The Spy In Your Mobile is hier te zien.

Le Bus: Les Bleus En Grève

Netflix

Tijdens het wereldkampioenschap van 2010 in Zuid-Afrika barst de bom die al enkele jaren onder het Franse voetbalelftal ligt: nadat spits Nicolas Anelka uit de selectie wordt verwijderd, weigeren de andere spelers om te trainen. Zo escaleert een kwestie waarover in eigen land dan al kranten worden volgeschreven. Uiteindelijk druipt Frankrijk na de eerste ronde met de staart tussen de benen af. En de spelers krijgen de zwarte piet toebedeeld. De kwestie ligt echter een stuk genuanceerder, blijkt uit de fascinerende reconstructie Le Bus: Les Bleus En Grève (81 min.).

‘Deze leugen duurt al vijftien jaar’, zegt voormalig aanvoerder Patrice Évra. ‘Ik nam mijn verantwoordelijkheid en ik wil dat Raymond Domenech, de bondscoach, dat ook doet.’ En die blijkt inderdaad bereid tot een interview. Domenech heeft bovendien al die jaren een dagboek bijgehouden, dat de filmmakers Jérôme Fritel en Christophe Astruc nu in z’n geheel mogen inzien. En daarin maakt hij van zijn hart geen moordkuil. ‘Ik zag Pat Évra’, schrijft de geplaagde coach, die zijn eigen spelers soms als ‘klootzakken’ of ‘idioten’ omschrijft. ‘Hij kan maar beter zwijgen…’

Nauwgezet ontleden Fritel en Astruc met verder ook de spelers William Gallas en Bacary Sagna, Domenechs ex-partner Estelle Denis, perschef François Manardo, conditietrainer Robert Duverne en minister van Sport Roselyne Bachelot hoe de situatie rond het elftal, dat met kanonnen als Henry, Anelka en Ribéry een serieuze kanshebber voor de wereldtitel leek, steeds verder escaleert. De bom barst definitief na een aanvaring tussen Domenech en Anelka, tijdens de rust van de wedstrijd tegen Mexico. ‘Rot op, vuile klootzak!’ kopt de sportkrant L’Équipe.

Het is de vraag of Nicolas Anelka, die dan al de reputatie heeft van een enfant terrible, deze woorden ooit zo heeft uitgesproken. Zelfs Raymond Domenech kan zich dat niet herinneren. Feit is wel dat dit beeld zich zet in de media – en dat iemand binnen de groep deze informatie dus moet hebben gelekt naar een journalist. Al snel wordt het Franse team opgeslokt door een bijzonder onguur spelletje Wie Is de Mol?. Bij de buitenwacht domineert intussen het beeld van een stelletje verwende vedetten, dat nergens meer voor is te motiveren, zelfs niet voor een wereldtitel.

Als de spelers hun positie proberen te verduidelijken met een persverklaring, in de hoop de crisis te kunnen bezweren en het WK enigszins te redden, weigert perschef Manardo die echter voor te lezen. Daarna stapt de bondscoach zelf naar voren. ‘Ik dacht als eerste: ze hebben dit niet geschreven’, herinnert Raymond Domenech zich, met kenmerkend dedain. ‘Er staan geen spelfouten in.’ Terwijl het team op zijn bevel wacht in de spelersbus, leest hij de boodschap, die haaks staat op zijn eigen positie, echter met een stalen gezicht voor en is zijn ploeg reddeloos verloren.

Het tekent het dwarse karakter van de onorthodoxe coach, die dan al een tijd op voet van oorlog leeft met de Franse pers en die ook een flinke rol lijkt te hebben gehad in het ontstaan en ontsporen van het conflict. Domenech komt zo frontaal in botsing met de speler die hij zelf heeft laten debuteren bij Les Bleus en vervolgens tot aanvoerder heeft gebombardeerd, Patrice Évra. Als haantjes staan ze tegenover elkaar, in een gevecht waarbij zowel reputaties als de nationale trots sneuvelen.

The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.

Credible Messengers Amsterdam

KRO-NCRV

Voor hun vorige film bezochten Meral Uslu en Maria Mok Jongens Zonder Thuis. Daarvóór volgden ze, als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, onder anderen de mannen van de longstay-afdeling van een TBS-kliniek, de advocaten van Robert M. en kritische leden van de blauwe familie.

Om mooifilmerij, straffe vormgeving of ingenieuze montagetrucs malen ze niet. Uslu en Mok brengen hun verhalen terug tot de essentie. Ze zijn erbij op de wezenlijke momenten, maken zichzelf vervolgens zo klein mogelijk en registreren simpelweg wat er zich dan afspeelt. De kleine waarheid, zoals zij die waarnemen.

Credible Messengers Amsterdam (92 min.) past perfect in hun inmiddels behoorlijk omvangrijke filmografie als duo. Ditmaal sluiten ze aan bij ervaringsdeskundigen die jongeren begeleiden die (dreigen te) ontsporen. Met persoonlijke coaching hopen ze hen te behoeden voor de fouten die ze zelf ooit hebben gemaakt.

Zo begeleidt ‘credible messenger’ Mike de tiener Clayton. Die groeide op bij zijn moeder in Frankrijk, begon zich in z’n banlieue met steeds meer zaken bezig te houden die het daglicht niet kunnen verdragen en is nu bij zijn vader in Nederland beland. Aan Mike de opdracht om de jongen enigszins op het rechte pad te houden.

Zijn collega Jurmain bekommert zich intussen om Jedi, een tiener die ook al z’n eerste aanvaringen met de wet achter de rug heeft en nu z’n eigen hoodies wil gaan verkopen. Zijn ferme coach staat hem daarbij met raad en daad terzijde. Gaandeweg blijkt dat Jedi uit een gezin komt dat slachtoffer was van de Toeslagenaffaire.

Zulke informatie bereikt de kijker veelal terloops. Want Uslu en Mok houden hun film in het hier en nu. Klassieke direct cinema. Geen grondige zoektocht dus naar hoe het zo is gekomen, een uitgebreide uitleg over de filosofie achter de messengers of kritische vragen als één van hen een opmerkelijke interventie pleegt.

Wanneer één van de ervaringsdeskundigen haar pupil Saïda, die in een gewelddadige relatie verzeild is geraakt, bijvoorbeeld thuis uitnodigt om eens met haar eigen moeder te praten, die ook jarenlang (over)leefde te midden van huiselijk geweld, volgt er dus geen indringend gesprek over het belang van professionele distantie.

Show, don’t tell. De kijker mag/moet het zelf uitzoeken. In een authentieke weerslag van de wereld waarin het filmende duo nu weer is gedoken en de mensen van vlees en bloed, dealend met de uitdagingen op hun levenspad, die ze daar hebben aangetroffen.

Den Sista Resan

Universal

Van de levenslustige kerel die in 2008 als docent Frans afscheid nam van de Ullvi-school en zich samen met zijn echtgenote Tiina opmaakte voor zijn derde levensfase, z’n ‘troisième âge’, is helemaal niets meer over. Lars Hammar zit er op z’n tachtigste, na een periode van ziekte, sombertjes bij. Elke vorm van levenslust is verdwenen. In hun huis in de Zweedse stad Köping is hij nauwelijks nog uit zijn Belgische leren fauteuil te krijgen. Lars zit gewoon op de dood te wachten.

Dat wil zijn zoon, televisiepersoonlijkheid Filip Hammar, niet laten gebeuren. Hij tikt een oranje Renault 4 op de kop, de auto waarmee ze in de jaren zeventig als gezin op vakantie naar Frankrijk gingen, en besluit om daarmee gouden tijden te laten herleven. Ook Filips tv-maatje Fredrik Wikingsson gaat mee op Den Sista Resan (internationale titel: The Last Journey, 88 min.), waarop Lars weer een beetje zin in het leven moet krijgen. En alles wordt gefilmd, voor wat zo’n typische hartverwarmende roadmovie moet worden.

Op weg naar hun vroegere vakantiebestemming Beaulieu-sur-Mer wordt alles uit de kast gehaald om de oude man op te vrolijken en zijn geheugen op te frissen. Het duo Filip en Fredrik laat niets aan het toeval over en zet de gekste dingen in scène om de vroegere Lars weer uit de broze oude man met de rollator tevoorschijn te laten komen. Dat levert aandoenlijke reacties op van de Francofiel op leeftijd, maar krijgt al snel ook iets krampachtigs. Los daarvan lijken al die strapatsen ook het echte vader-zoon contact in de weg te zitten.

‘Ik hoop dat je niet teleurgesteld in me bent’, zegt Lars als hun gezamenlijke reis er bijna op zit. ‘Waarom zou ik?’ antwoordt Filip, misschien net iets te snel. Lars: ‘Omdat ik niet meer zo ben als vroeger.’ Zijn zoon heeft echter nog één ding voor hem geregeld, in de hoop dat hij daarmee nog een laatste keer de gevoelige snaar kan raken bij zijn vader, voor het verplichte sentimentele einde van deze speciaal voor hem samengestelde Surprise Show.

Muriel Leferle

La Sept Cinema / Double D Copyright Films

Meer dan de helft van deze film bestaat uit één enkel shot. Twee vrouwen, tegenover elkaar zittend. Van opzij gefilmd, aan een tafel met verder alleen een lamp en een telefoontoestel erop. In gesprek. De één, links, vertelt. De ander, rechts, vraagt. Het lijkt bijna een spel – vraag, antwoord, vraag… – maar zou bittere ernst moeten zijn. De jonge vrouw links, Muriel Leferle (76 min.), is aangehouden vanwege autodiefstal en probeert het achterste van haar tong niet te laten zien bij de mevrouw rechts, een psychologe die niet eens zoveel ouder lijkt, maar veel degelijker oogt.

Het gesprek is afkomstig uit Délits Flagrants, de klassieke direct cinema-film die Raymond Depardon in 1994 maakte over het Franse rechtssysteem. Daar zat dit verbale steekspel ook al in, terug gesneden tot enkele minuutjes. Nu is vrijwel het volledige gesprek van drie kwartier te zien. Plots dreigt Muriel daarin op te stappen. ‘Ik heb je dit alleen verteld omdat ik dacht dat dit onder ons zou blijven’, zegt ze tegen haar gesprekspartner – en voor Depardons geduldig registrerende camera. Of de psychologe haar aantekeningen niet kan verscheuren? ‘Ik ontken toch alles.’

Daarna volgen nog twee, veel kortere ontmoetingen. ‘Wat zal ik zeggen?’ zegt Muriel, als de assistent-aanklager haar confronteert met getuigen die verklaren dat ze op heterdaad is betrapt terwijl zij een gestolen auto probeerde te starten. ‘De waarheid, graag’, antwoordt de vrouw tegenover haar glimlachend. Muriel is wel wijzer. Ze houdt het bij: ‘Ik heb daarop niets te zeggen.’ Even later confronteert de aanklaagster Muriel met haar aanzienlijke strafblad, het gevolg van een hardnekkige drugsverslaving. Ze zal ditmaal, zoveel is duidelijk, niet ontkomen aan rechtsvervolging.

Tot slot ontmoet Muriel de advocaat, die haar is toegewezen voor de gang naar de rechter. Ze is bang dat ze nu niet aan een gevangenisstraf ontkomt. ‘Je gaat zeker naar de gevangenis als je de rechter onzin probeert te verkopen’, spreekt hij haar vermanend toe als ze hem een totaal ongeloofwaardig verhaal vertelt over haar aanwezigheid in die auto. In de rechtszaal zal Muriel toch echt met een betere verklaring moeten komen. Depardon kijkt intussen nog altijd mee. Als een, inderdaad, Franse Frederick Wiseman. Zonder in te grijpen, bijna dan, of de boel te verfraaien.

Net als Délits Flagrants (1994) en 12 Jours (2017), Depardons film over Fransen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting en in dat kader voor de rechter moeten verschijnen, toont Muriel Leferle (1999) de gewone feilbare mens tegenover het systeem, dat dan afwisselend z’n formele, bureaucratische en – hopelijk – menselijke gezicht toont. Er gebeurt helemaal niets en tegelijk van alles.

KIJK HIER: Muriel Leferle

Je Navais Que Le Néant – Shoah Par Lanzmann

mk2 Films / Arte

Twaalf jaar heeft Claude Lanzmann gewerkt aan Shoah (1985), zijn epische documentaire van negen en een half uur over de Holocaust. Het tweeluik is inmiddels opgenomen in het UNESCO Memory Of The World Register.

Tegenwoordig is nauwelijks meer voor te stellen dat Shoah er voor hetzelfde geld helemaal niet was gekomen. De Franse schrijver en filmmaker Claude Lanzmann (1925-2018) werd begin jaren zeventig benaderd, was eigenlijk helemaal niet zo happig op het maken van een film over de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en wilde er, door allerlei strubbelingen en tegenslagen, ook meerdere malen de brui aan geven.

In Je Navais Que Le Néant – Shoah Par Lanzmann (internationale titel: All I Had Was Nothingness, 95 min.) neemt hij de wording van dit monument nog eens nauwgezet door. Althans, dat doet de Franse documentairemaker Guillaume Ribot, die de beschikking kreeg over 220 (!) uur ruw materiaal en vervolgens een voice-over van Lanzmann samenstelde, die is gebaseerd op zijn memoires en persoonlijke geschriften.

Een documentaire over het maken van een documentaire dus. En dat is in het geval van Shoah niet vreemd. Sterker: het is ook niet de eerste documentaire over het maken van de belangrijkste Holocaust-documentaire aller tijden. Claude Lanzmann: Spectres Of The Shoah (2015) van Adam Benzine richt zich op de betekenis van de film en de al even kolossale man daarachter, die daarover zelf ook uitgebreid aan het woord komt.

Deze nieuwe film, veertig jaar na de oorspronkelijke release van Shoah uitgebracht, richt zich nog nadrukkelijker op het maakproces van deze ‘race tegen de dood’ en volgt dit echt vanuit het perspectief van Lanzmann en zijn Duitse assistente Corinna Coulmas. ‘We konden niet filmen wat er was gebeurd’, vertelt hij erbij, omdat het bewijsmateriaal nu eenmaal grotendeels was vernietigd. ‘Daarom moesten we het opnieuw oproepen.’

Claude Lanzmann schuwt daarbij ogenschijnlijk geen enkel middel: hij zet Abraham Bomba, een Joodse man die vrouwen knipte voordat ze naar de gaskamers gingen, aan het werk in een kapperszaak. Voor Henryk Gawkowski, conducteur op de doodstreinen naar Treblinka, regelt hij een locomotief. En Lanzmann vraagt Simon Srebnik, één van de twee overlevenden van het vernietigingskamp Chelmno, om een oud Pools liedje te zingen.

En bij daders gaan de handschoenen echt uit: hij ritselt een vals paspoort, presenteert zich als historicus van een fictief onderzoeksinstituut en maakt gebruik van een verborgen camera, de zogeheten Paluche. Zo filmt hij bijvoorbeeld stiekem het interview met de nazi Franz Suchomel, terwijl die alleen heeft ingestemd met een geluidsopname. En als Suchomels vrouw het bedrog ontdekt, liegt Lanzmann dat het gedrukt staat.

Het doel heiligt voor hem duidelijk alle middelen. Tegelijkertijd is deze tocht naar de donkerste kamers van de hel de Franse intellectueel natuurlijk ook niet in de koude kleren gaan zitten. Ribot besluit zijn geslaagde film niet voor niets met een intieme scène, als Claude Lanzmann na een geladen gesprek met Yitzhak ‘Antek’ Zuckermann, één van de leiders van de opstand in het ghetto van Warschau, even steun zoekt bij hem.

Alleen samen zijn ze bestand tegen wat zich opnieuw, wéér, voor hun ogen ontrolt.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Het Ondergronds Orkest

Eye Film

Muziek overstijgt elke taal en communiceert met iedereen. Altijd en overal. In de Parijse metro weerklinkt bijvoorbeeld zowel harp- en accordeonmuziek als Otis Redding en zigeunermelodieën. In de onlangs gerestaureerde documentaire Het Ondergronds Orkest (110 min.) uit 1997 probeert de Peruaans-Nederlandse filmmaakster Heddy Honigmann (1951-2022) zowel de muziek zelf als de mensen daarachter te vangen.

De Franse politie is tegelijkertijd onverbiddelijk: filmen in de metro is strikt verboden. Iedereen die dit toch probeert, wordt er zonder pardon uitgebonjourd. Honigmann en haar crew, die al snel naar buiten worden gedirigeerd, laten zich echter niet ontmoedigen en volgen een aantal straatmuzikanten, ogenschijnlijk spontaan, de stad in, richting hun eigen onderkomens. Daar leggen ze hun ziel bloot. Niet alleen met hun zangstem of instrument.

Het gaat veelal om bannelingen, professionele muzikanten die een wereld hebben achtergelaten waar ze niet gelukkig, gewenst of veilig waren. Zanger Malo Kélé uit Kinshasa bijvoorbeeld. Hij leeft in een piepklein appartement, ‘mijn cel’’. Daarvan heeft ie er in Zaïre meer van binnen gezien. ‘Ik was een slaaf van Mobutu’, vertelt hij. ‘Ik was één van de kinderen die hij naar de concentratiekampen stuurde.’ Malo kwam uiteindelijk met de boot naar Frankrijk.

Of de Venezolaanse harpist Mario Guacarán. Hij speelde al in half Europa, maar dreigt nu uit zijn huis gezet te worden omdat hij geen paspoort heeft. ‘Soms huil ik’, zegt hij. ‘Zodat ik niet dood.’ De Malinese zangeres Assitan Keïta betaalt intussen de hoofdprijs voor een eenkamerflat. ‘Je kunt niet anders als je uit Afrika komt. Ik kan nergens anders heen.’ Want in eigen land is geen werk. Ze kan sowieso niet lezen of schrijven. ‘Ik wil sterven in muziek’, zegt ook zij dramatisch.’

De Roemeense cellist Georges Florea raakte teleurgesteld in de revolutie in zijn eigen land, waaraan hij zelf actief had deelgenomen, en besloot daarna om in Frankrijk te blijven toen hij daar met zijn orkest speelde. Hij treedt soms op met zijn zoon. Die is van zins om naar het conservatorium te gaan, maar speelt net zo goed elektrische gitaar. ‘Bach is AC/DC voor mij’, legt ie uit. ‘Het ultieme.’ Van die band hebben zowel zijn vader als Honigmann echter nog nooit gehoord.’

Voor een grijpstuiver spelen deze muzikale nomaden bijna letterlijk alsof hun leven ervan afhangt. Bijzonder indringend is het relaas van de Argentijnse pianist Miguel Angel Estrella. Hij moest vluchten voor de doodseskaders van het Videla-regime omdat ie had opgetreden voor ‘het tuig’ en zo een klassenbewustzijn aanwakkerde waaraan de machthebbers helemaal geen behoefte hadden. Toen hij werd gemarteld, zochten zijn folteraars doelbewust zijn speelvingers op.

Die gesprekken gaan soms diep, maar voelen soms ook wat vluchtig en voxpopperig. Zoals menigeen aan de keukentafel, bij een borreltje of in het café ook wel eens over zichzelf begint te vertellen. Tezamen benadrukken ze echter het belang van muziek, de universele taal waaraan Heddy Honigmann twee jaar later opnieuw een film zou wijden: het eveneens bekroonde Crazy (1999), een aangrijpende documentaire over het belang van muziek voor oorlogsveteranen.

The Sadeck Effect

AVROTROS

Met behulp van een lineaaltje tekent hij zijn choreografieën uit op papier. Zijn werk is in feite geometrie, legt Sadeck Berrabah uit, te vergelijken met de rotaties van een Rubik’s kubus. En hijzelf is dan te beschouwen als de leider van een vlucht vogels, die het tempo en de richting aangeeft. ‘Als we allemaal met elkaar verbonden zijn’, stelt hij in The Sadeck Effect (54 min.), ‘kunnen we magnifieke dingen creëren.

Inmiddels is de Franse choreograaf, die zich ook wel Sadeck Waff noemt en sterk is beïnvloed door hiphop, martial arts, Michael Jackson en manga, een gevierde ster. Via de televisietalentenjacht America’s Got Talent bereikte zijn dansgezelschap enkele jaren geleden een groot publiek. Sindsdien werkt hij samen met wereldsterren zoals Shakira en in opdracht van gerenommeerde organisaties en bedrijven.

Ooit was ie een zorgenkindje, vertelt Sadeck in het gestileerde portret dat Stéphane Carrel van hem maakte. Een stotteraar uit het plaatsje Forbach in het noordoosten van Frankrijk. Zoon van vroeg gescheiden ouders. En een tiener die afhaakte op school. Als achttienjarige werd Sadeck door zowel z’n vader als z’n moeder buitengezet. Hij leefde een tijdje op straat en verkaste daarna naar Montpellier.

Daar haalde Sadeck z’n rijbewijs, begon hij met z’n handen te werken en werd ie voor het eerst vader. Intussen kwam zijn danscarrière op gang. Toen hij in 2017 samen met een vriend een nieuw concept bedacht, gebaseerd op geometrie en menselijke beweging, en vanuit dat idee de video Geometrie Variable maakte, ging die direct ‘viral’. Zijn wereld veranderde compleet. Al snel stroomden de aanbiedingen binnen.

Tijdens deze film werkt Sadeck samen met zijn getrouwen, waaronder enkele broers, aan de theatervoorstelling Murmuration, een show die zich afspeelt op het snijvlak van wiskunde, wetenschap en de natuur. En die begint voor hem, letterlijk, op de tekentafel, met het uitwerken van ideeën op papier. Daarna volgt de vertaling naar een groep dansers die zijn tableaus nauwgezet uitbeeldt.

Zo werkt de gedreven choreograaf toe naar de spectaculaire uitvoering van Murmuration in de Parijse concertzaal Zénith, het eindstation van deze fraaie film die ‘s mans overweldigende werk vol in de schijnwerpers zet. Aan dat succes zit, natuurlijk, ook een keerzijde. Het heeft Sadeck Berrabah weliswaar status en zelfvertrouwen gegeven, maar zorgt ook voor druk, vermoeidheid en afstand tot zijn kinderen.

Want de afstemming tussen zijn bestaan als veelgevraagd kunstenaar en z’n verplichtingen als huisvader luistert eveneens héél nauw.

Vendredi Noir

France TV

‘Zou je bereid zijn om de video te bekijken die ik op de avond van de aanval heb opgenomen?’ vraagt Daniel Psenny aan enkele overlevenden van de moordpartij in de Bataclan op 13 november 2015. Toen drie terroristen in de Parijse rockclub het vuur openden op fans van de Amerikaanse band Eagles Of Death Metal, pakte de Franse journalist, destijds werkzaam bij de krant Le Monde, zijn mobiele telefoon en registreerde vanuit zijn raam de paniek op straat.

Zeven mensen die hij toen filmde hebben nu tegenover hem plaatsgenomen. Ze zuchten eens, slikken hun emotie weg en halen nog een keer diep adem. Voordat ze inderdaad Psenny’s tablet aanpakken en de gruwelijke gebeurtenissen, die ze vast al zo vaak voor hun geestesoog hebben gezien, nog eens de revue laten passeren. 131 doden vielen er te betreuren na de aanslagen op deze klassieke vrijdag de 13e. En nog eens ruim 350 mensen raakten gewond.

Psenny’s huiveringwekkende beeldmateriaal woelt alle emoties van die fatale avond weer los. Vendredi Noir (53 min.), de indringende film die Daniel Psenny nu heeft gemaakt met Franck Zahler, gaat daarna terug naar het concert. Om 21.47 uur klinkt er ineens geweervuur in de Bataclan. De Eagles Of Death Metal verlaten daarna halsoverkop het podium. Hun publiek kijkt de dood echter in de ogen – al duurt het even voordat iedereen zich dat realiseert.

Stapsgewijs lopen de Bataclanners opnieuw de tragische gebeurtenissen langs op die inktzwarte vrijdag, waarop Psenny hen nog te hulp schoot en zelf ook ernstig gewond raakte. Ze zijn stuk voor stuk door het oog van de naald gekropen, realiseren ze zich, ontkomen aan de Kalasjnikovs van drie nietsontziende terroristen. Die hebben een drama veroorzaakt dat tien jaar na dato nog altijd voortleeft in de harten van de mensen die ze destijds niet raakten.

Vendredi Noir roept deze tragische avond waarop hun leven veranderde – en dat van anderen in een horrorverhaal eindigde – nog eens op alsof ’t dag van gisteren was.