Paper & Glue

MSNBC

Mensen willen gezien worden. Dat begrijpt fotograaf JR als geen ander. Ooit wilde hij, jongen met buitenlandse wortels uit een Parijse achterstandswijk, zichzelf ook laten zien. Hij sprayde zijn initialen op de meest onmogelijke plekken en begon dat proces vervolgens vast te leggen. En die foto’s, begeleid door graffiti, ging hij weer exposeren, gewoon op willekeurige muren in de stad.

Niet veel later volgde de behoefte om ook anderen, vaak lot- en leeftijdsgenoten, een gezicht te geven. Liefst levensgroot. Jongeren uit de banlieues bijvoorbeeld, die toentertijd letterlijk in brand stonden. Hij maakte ze los van alle stereotypen en liet ze zien zoals ze zichzelf zagen. Intussen vond hij ook zichzelf als straatkunstenaar: met Paper & Glue (94 min.) ging JR gigantische portretten maken voor in de openbare ruimte. Hij plakte ze op de muren en liet zijn helden floreren. Waarna wind en regen alle ruimte kregen en zij weer tot menselijke proporties werden teruggebracht.

Die modus operandi vormde al het uitgangspunt voor de heerlijke roadmovie Visages Villages (2017), waarin hij met de gevierde filmmaakster Agnès Varda door het Franse platteland reisde en gewone mensen tot iconische grootte opblies. Deze film gaat in wezen uit van hetzelfde principe en moet het bovendien zonder de chemie tussen de twee kunstenaars doen, maar is net zo onweerstaanbaar. ‘Iemand heeft ons gezien’, constateert Rosiete, een oudere vrouw uit de Braziliaanse favela Morro da Providencia, bijvoorbeeld geëmotioneerd als ze zichzelf op een muur terugziet.

En het is precies zo’n gevoel van (weer) mens zijn dat JR losmaakt in de gemeenschappen die hij bezoekt. Of het nu gedetineerden zijn van de Tehachapi-gevangenis in Californië, met wie hij een groepsportret voor op de binnenplaats maakt en die hij naar zichzelf laat kijken totdat ze weer een mens zien. Of de bewoners van de Mexicaans-Amerikaanse grensstreek, die hij confronteert met een enorm portret van het jongetje Kikito en daarna, aan beide zijden van het hek dat hen scheidt, trakteert op een picknick. Waarbij ze in een ontspannen atmosfeer weer even één kunnen zijn.

Zo onderscheidt JR zich bijvoorbeeld van zijn al even mediagenieke geestverwant Banksy, die net als hij is geworteld in graffitikunst en eveneens zijn eigen identiteit probeert te verhullen. JRs werk wordt nooit ironisch of cynisch, maar blijft altijd optimistisch. Dat zou je ook tegen kunnen hebben op deze door hemzelf geregisseerde positivoofilm, die is te beschouwen als één grote lofzang op de kunstenaar en zijn maatschappelijk betrokken werk. Maar een kniesoor, met wel erg weinig oog voor het goede in de mensch, die daarop let bij deze joyeuze, humane documentaire.

L’Assassin De Ma Fille

Netflix

Volgens de Duitse autoriteiten is het vijftienjarige meisje Kalinka op 10 juli 1982 een natuurlijke dood gestorven. Haar vader, de Franse accountant André Bamberski, weigert die uitleg te accepteren. Hij verdenkt Dieter Krombach, de tweede echtgenoot van zijn ex-vrouw Danièle, ervan dat hij de hand heeft gehad in Kalinka’s overlijden. Heeft Krombach, die eerder al Bamberski’s huwelijk kapot heeft gemaakt, nu geprobeerd om seksueel misbruik van zijn stiefdochter Kalinka te maskeren?

Dieter Krombach, een gewaardeerde dokter uit het kuuroord Lindau aan de Bodensee, ontkent alle beschuldigingen. En ook Danièle is ervan overtuigd dat haar man niets heeft misdaan. Bamberski neemt daar echter geen genoegen mee en bijt zich vast in L’Assassin De Ma Fille (84 min.). Met hem en andere direct betrokkenen analyseert regisseur Antoine Tassin in deze degelijke docu de beschuldigingen tegen de omstreden arts en het politieonderzoek dat daarnaar heeft plaatsgevonden.

Tassin neemt ruim de tijd om de gebeurtenissen in de ruim dertig jaar die sinds Kalinka’s dood zijn verstreken in kaart te brengen. Daarbij gaat de vaart er soms behoorlijk uit. Het boeiendst wordt deze film als Krombach, via de spaarzame interviews die hij ooit heeft gegeven, zelf aan het woord komt over de relatie met zijn stiefdochter en andere vrouwen waarmee hij, al dan niet met hun toestemming, seks heeft gehad. Op zulke momenten laat hij zich ongewild in de kaarten kijken.

Zo leren we een man kennen die zich onaantastbaar waant en denkt dat hij overal mee wegkomt. André Bamberski, aangemoedigd door een handlanger die bereid is om de grenzen van de wet op te zoeken, wil heel ver gaan om dat te voorkomen.

Notes From Brussels

In Context Productions

‘Het gevoel dat je onderdeel bent van een groter verhaal, is dat het waard om al je andere behoeften en verlangens te onderdrukken?’ vraagt Nadine van Loon zich halverwege Notes From Brussels (79 min.) af. Ze werkte ooit zelf als politiek medewerker van een Europarlementariër en haakte toen af met een burn-out. Voor haar debuutdocu heeft ze gedurende enkele jaren drie vrouwen gevolgd, die nog altijd werkzaam zijn in Brussel en Straatsburg. En dan begint het toch weer te kriebelen. Had ze niet gewoon wat harder moeten zijn voor zichzelf?

Die persoonlijke insteek voelt soms wat gezocht in deze film over het werk aan de basis van de Europese Droom. De verhalen van de drie geportretteerde vrouwen spreken voor zichzelf. De carrière van de Duitse topambtenaar Beate Gminder heeft een normaal gezinsleven bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk gemaakt en de hoeveelheid stress zorgt ook voor gezondheidsproblemen. De Poolse journaliste Joanna Sopinska vraagt zich ondertussen af wanneer ze met haar gezin wil terugkeren naar haar eigen land, dat in de voorgaande jaren steeds verder is geradicaliseerd.

En de jonge Française Anne-Cécile Gault, medewerker van Europarlementariër Nathalie Griesbeck, vraagt zich af of ze nog steeds een lange Europese carrière ambieert. ‘Hoe ik mezelf over tien jaar zie?’ zegt ze in gesprek met twee jonge collega’s. ‘Ik heb werkelijk geen idee.’ Gault hoopt dat ze tegen die tijd kinderen heeft en kan zich niet voorstellen dat ze nog in Brussel werkt. ‘Zou jij geen Europarlementariër willen zijn?’ vraagt ze aan één van de anderen. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Nooit!’ vult de derde jonge vrouw aan. ‘Nooit. Nooit.’

Via drie levens die voortdurend van beleidsnota naar vergadering snellen, waarbij er nauwelijks meer ruimte is voor een privéleven, geeft deze film een aardige inkijk in hoe de Europese politiek en bureaucratie direct betrokkenen helemaal kan slopen. Voor hun idealen en/of carrière moeten ze zien te overleven in de Europese arena, waarbinnen het nog verdomd lastig is om een succesje te scoren ook. Of de kosten opwegen tegen de baten? Nadine van Loons antwoord op de vraag die ze halverwege de film opwierp laat zich wel voorspellen.

Johnny Par Johnny

Netflix

Johnny Hallyday? Een nep-Elvis, de Franse evenknie van Rob de Nijs, een halfbakken Jean-Paul Belmondo. Zoiets. Niet geïnteresseerd. En dan start de vijfdelige docuserie Johnny Par Johnny (172 min.), een portret van de Franse zanger/acteur. ‘Was er ooit een dag dat je trots op jezelf was?’ wil een interviewer, te midden van een flashy montage van hoogtepunten uit ‘s mans lange loopbaan, weten in de openingsscène. ‘Weet ik niet. Nooit over nagedacht.’

De interviewer vraagt door: ‘Een dag waarop je van jezelf walgde?’ Johnny Hallyday (1943-2017) denkt even na terwijl zijn gesprekspartner hem een ontboezeming probeert te ontlokken. ‘Ja’, zegt hij te langen leste, ogenschijnlijk schuldbewust. ‘Daar baal je vast van’, houdt de interviewer aan. ‘Nee’, antwoordt Hallyday ferm. Hij laat vervolgens zijn tanden zien. Een glimlach. Soort van. En dan is het zover: ook de niet Hallyday-fan is helemaal verkocht.

Nog bijna drie uur te gaan. Van dat ongenaakbare gelaat. De onmiskenbare oerkracht daarachter. En, niet te vergeten, als spiegel van een getormenteerde ziel: die ogen. Helblauw. Hard. Dodelijk, als het moet. In deze serie snijden de makers Alexandre Danchin en Jonathan Gallaud interviewfragmenten uit allerlei tijdsgewrichten dwars door elkaar heen. Zoveel verschillende incarnaties van Johnny. Elke keer nét anders. En toch precies hetzelfde. Onweerstaanbaar.

James Dean, Herman Brood, Elvis in Vegas, Mad Max en Johnny Cash ineen. Een onverbeterlijke meidengek, drinkebroer, cokesnuiver, brokkenpiloot, tabloidster, potsenmaker, has-been, rijpe man, pseudo-Hells Angel en megalomane rockster. In een groter dan grootst leven kreeg hij, tussen alle optredens, affaires en drinkgelagen door, ook nog te maken met belastingontduiking, een zelfmoordpoging, Russische roulette, een auto-ongeluk en een mislukte Amerikaanse droom.

Alle hoogte- en dieptepunten hebben hun plek gevonden binnen een hallucinante, bombastische en opwindende vertelling, ingekaderd met off screen-quotes van mensen die de man achter de ster hebben leren kennen. Het turbulente leven van Jean-Philippe Smet, alias Johnny Hallyday, dat doortrokken lijkt te zijn geweest van pure doodsverachting of -drift – tis maar hoe je ernaar kijkt – en dat hier met ontzettend veel bravoure wordt opgediend.

Arsène Wenger: Invincible

Discovery+

Het beangstigt hem dat zijn hele leven vooral heeft gedraaid om voetbal. Die ontboezeming, direct aan het begin van het (zelf)portret Arsène Wenger: Invincible (95 min.) tekent de frêle Fransman. De filosofisch aangelegde Wenger stond 22 jaar aan het roer bij de Londense voetbalclub Arsenal, maar hij zou zich nog altijd het liefst enigszins distantiëren van de wereld waarvan hij jarenlang een smaakmaker is geweest.

De komst van een ‘buitenlander’ als manager van Arsenal valt in eerste instantie overigens helemaal niet zo goed. Wie is híj, een coach die vanwege z’n klunzigheid direct ‘Clouseau’ wordt gedubt door spits Ian Wright, om zich te bemoeien met de Engelse voetbalcultuur? Pas als ‘s mans ‘onorthodoxe’ methoden – gezond eten en stoppen met zuipen, mannen! – resultaat beginnen op te leveren, keert het tij. Slechts anderhalf jaar na zijn aanstelling in 1996 heeft ‘Boring Arsenal’ de landstitel en FA Cup al in de wacht gesleept.

Wenger noemt zichzelf in deze stevige sportfilm van Gabriel Clarke en Christian Jeanpierre een ‘pragmatische romanticus’. Winnen alleen is niet genoeg – al blijft dat, geen twijfel daarover, natuurlijk wel het uitgangspunt. Samen met sleutelspelers uit zijn Londense tijd (Henry, Bergkamp, Vieira, Keown, Dixon en Pires) belicht hij hoe dat er ruim twee decennia in de praktijk uitzag. En in een filmzaaltje kijkt hij in zijn eentje hoogte- en dieptepunten terug, waaronder een befaamd incident met Manchester United-spits Ruud van Nistelrooij.

De enorme rivaliteit met Man United, de Schotse manager Alex Ferguson (onlangs zelf hoofdpersoon van Never Give In: Sir Alex Ferguson) in het bijzonder, loopt sowieso als een rode draad door Wengers regime als Arsenal-manager en door deze film. Daarin geeft zowaar ook Ferguson acte de présence. Hij is gul naar die andere ‘dinosaurus’ Arsène, een man die toch jarenlang dienst heeft gedaan als zijn gezworen vijand. Bezien door de achteruitkijkspiegel heeft hun jarenlange tweestrijd echter alleen maar aan heroïek gewonnen.

In 2004 wordt Arsenal, met een team dat ‘The Invincibles’ wordt genoemd, ongeslagen kampioen. Dat is nog altijd een Brits record en de kroon op Wengers werk. Daarna worden ‘The Gunners’ voorbijgestreefd door kapitaalkrachtigere concurrenten. Arsène Wenger blijft de club echter trouw en gaat daarmee ook ten onder. ‘Dat is een belangrijke karakterzwakte’, zegt hij glimlachend. ‘Ik hou te veel van waar ik ben.’ Totdat zijn eigen fans ‘Wenger out!’ beginnen te scanderen. In deze film is hij dan ook stellig: hij had moeten vertrekken. Bij Arsenal komt hij tegenwoordig nooit meer.

Op zulke momenten klinkt Arsène Wenger heel even wat bitter. Verder voert zelfreflectie echter de boventoon. Ook over wat de drang om, ten koste van zowat alles, nooit te verliezen hem heeft gekost. Wenger constateert dat hij zijn gezin door dat voetbal jarenlang heeft verwaarloosd. ‘Dat probeer ik nu te repareren’, lacht hij verontschuldigend in een film die hem als een sieraad van zijn sport nog eens netjes probeert op te poetsen.

Vier Vrienden Op Een Platte Aarde

Human

Het had zomaar een willekeurige trip nostalgia kunnen zijn. Van vier gezworen vrienden, die oude glorie laten herleven tijdens een tripje naar Frankrijk. De akoestische gitaar is er, het kampvuur en vast ook een drankje. En dan komen de verhalen vanzelf. Deze vier mannen zijn echter niet zomaar met hun camper naar het buitenland vertrokken. Ze hebben een missie: aantonen dat onze aarde helemaal niet rond is.

Met een speciaal aangekocht laserapparaat gaan ze hun gelijk bewijzen. Ze zijn overigens niet allemaal even overtuigd van het welslagen van de onderneming, deze Vier Vrienden Op Een Platte Aarde (27 min.). In hun midden speelt zich af wat zich in heel Nederland, de wereld zelfs, lijkt te voltrekken: verschillende percepties van de wereld kunnen zomaar tot een scheiding der geesten leiden.

Hoewel het woord ‘Corona’ helemaal niet valt, is het niet moeilijk om in deze korte film van de jonge documentairemaker Tim Bary (Wognum/Dunya) parallellen te vinden met de felle discussies die er momenteel worden gevoerd over de pandemie. De toonzetting tussen deze mannen blijft alleen te allen tijde vriendschappelijk. Verbinding is voor hen duidelijk belangrijker dan het halen van het eigen gelijk.

Bary benadert de mannen bovendien respectvol en probeert hen niet weg te zetten als een doorgedraaide dependance van The Flat Earth Society. Hij legt hun tocht uiterst sfeervol vast en stevent uiteindelijk koersvast af op het moment suprême als die laserstraal duidelijkheid moet brengen over de vorm van de aarde. Wat volgt? Een opzienbarende ontdekking, een verpletterende deceptie of…?

Aznavour, Le Regard De Charles

Piece Of Magic

Via wat hij zag, krijgen we hem te zien. Charles Aznavour (1924-2018), chansonnier, acteur én amateurfilmer. Een paar maanden voor zijn dood leidde hij regisseur Marc di Domenico binnen in zijn heilige der heiligen: een geheime kamer, bezaaid met filmrollen. Aznavour had die hoogstpersoonlijk volgeschoten met de 16mm-camera, die hij in 1948 kreeg van zangeres Edith Piaf. De zanger zou er tot 1982 zijn leven mee filmen, met een bijzonder oog voor de wereld om hem heen én voor vrouwelijk schoon.

Het (zelf)portret Aznavour, Le Regard De Charles (75 min.) is vrijwel volledig opgebouwd uit deze privébeelden: Charles op de filmset van de anti-oorlogsfilm Un Taxi Pur Toubrouk, Charles en zijn toenmalige geliefde op een zeilboot en Charles omringd door handtekeningenjagers in een Chinese trein. Maar vooral zien we wat hij zag: vanaf het moment dat de ruim twintig jaar jongere Zweedse schone Ulla in zijn leven komt, domineert zij bijvoorbeeld een tijd lang elk frame. En verder: de plekken die hij aandeed en de mensen die hij daarbij ontmoette

Intussen vertelt hij zelf, in voice-overteksten die zijn gebaseerd op interviews en notities van Aznavour en ingesproken door acteur Romain Duris, zijn levensverhaal: telg van een familie die de Armeense genocide ontvluchtte, als zanger onder de hoede genomen door Edith Piaf, doorgebroken in het verre Amerika, comfortabel levend in de internationale jetset en toch altijd verlangend naar dat ene land dat Zij, Armeniërs van de diaspora, moesten verlaten. Want je kan een man wel van zijn geboortegrond halen, maar daarmee haal je die grond nog niet uit de man.

Gekende evergreens als La Bohème, Formidable en She begeleiden Aznavours videodagboek, dat de kijker een intieme blik gunt in zijn gedachtewereld en zielenleven. Aan het eind van de film richt hij zich rechtstreeks tot z’n publiek: ‘Ik heb deze beelden nooit teruggezien. Maar ik wist dat u ze ooit zou zien. Vandaag bent u erbij, meekijkend over mijn schouders. Er is geen scheiding meer, geen lijn meer tussen ons. Onze blikken smelten samen.’

Sophie: A Murder In West Cork

Netflix

Bij de ruïne van een kasteel op Three Castle Head had ze een geestverschijning. Op die idyllische plek zou een mythisch personage rondwaren dat ooit bij het nabijgelegen meer had gewoond, ‘de witte dame’. De aanblik daarvan maakte Sophie Toscan du Plantier doodsbang. Ze kende de lokale legende die erbij hoorde: als je deze vrouw hebt gezien, zal je binnen een paar uur sterven.

‘Ze werd bevangen door een diepgevoelde, onverklaarbare paniek, slechts enkele uren voordat ze op brute wijze zou worden gedood’, schreef de plaatselijke journalist Ian Bailey later in een artikel over de moord op de Française, op 23 december 1996 in het dorp Schull aan de afgelegen zuidwestkust van Ierland. Sophie werd verminkt langs een weg achtergelaten, ver weg van haar zoon en echtgenoot, de vermaarde filmproducent Daniel Toscan du Plantier, in Frankrijk.

Het onderzoek naar die spraakmakende moord staat vanzelfsprekend centraal in de driedelige true crime-serie Sophie: A Murder In West Cork (164 min.), waarin regisseur John Dower de gebeurtenissen reconstrueert met nabestaanden, de lokale bevolking en vertegenwoordigers van politie en justitie. Gaandeweg komt er ook een verdachte in beeld, die ruim 25 jaar na dato nog altijd stug vasthoudt aan zijn onschuld en zich toch goedgeluimd laat filmen en interviewen.

Deze man – een even intrigerend als complex personage – is één van de troeven van deze slim opgebouwde miniserie: is hij wie hij zegt te zijn? Of toch degene die anderen in hem zien? Hij krijgt in elk geval fijn tegenspel van de toenmalige hoofdcommissaris van de Ierse Garda, Dermot Dwyer, die ‘s mans verhalen ogenschijnlijk geamuseerd probeert te weerleggen. Ook Sophie’s familie en de inwoners van Schull blijven ervan overtuigd: deze vent is zo schuldig als wat.

Dat is een intrigerend uitgangspunt voor een boeiende vertelling, die zich bovendien afspeelt binnen een aansprekend decor: het Ierse platteland, dat zich had ontwikkeld tot een thuishaven voor ‘inwaaiers’, die er stilte, veiligheid of een ander leven hoopten te vinden. Totdat het schokkende misdrijf elk gevoel van (gemoeds)rust rigoureus verstoorde, ook bij de plaatselijke bevolking. Die moet nu al een kwart eeuw met een onopgeloste moord zien te leven. En met een man die daarvan verdacht wordt.

‘Sophie’s ingewikkelde liefdesleven’, kopte journalist Ian Bailey, die vanaf het begin bij de zaak betrokken was, twee dagen na haar dood in The Star. Ze zou volgens hem zijn gedood met een stomp voorwerp en niet seksueel zijn misbruikt.

Wonder Boy – Olivier Rousteing, Né Sous X

Netflix

‘Nu ik steeds beter weet waar ik heen wil, moet ik weten waar ik vandaan kom’, zegt Olivier Rousteing gedecideerd tegen zijn chauffeur Mohammed. Op zijn 24e werd de jonge Fransman creatief directeur van het prestigieuze Parijse modehuis Balmain, het wonderkind van de internationale modewereld. Inmiddels is Rousteing enkele jaren verder en een gevestigde naam geworden. In stilte worstelt hij echter met zijn afkomst.

Daarvan weet hij heel weinig. Olivier Rousteing zou een kind zijn van een heel donkere moeder en een heel witte vader. Meer weet – of wil? – zijn adoptiemoeder er ook niet over te vertellen. In Wonder Boy: Olivier Rousteing, Né Sous X (82 min.) begint hij aan een persoonlijke zoektocht naar zijn oorsprong. Hij wil zijn biologische ouders vinden. Om te ontdekken waarom ze hem hebben afgestaan. Afgewezen, zoals hij dat zelf ervaart.

Regisseur Anissa Bonnefont mag getuige zijn van dat zéér intieme proces en vangt de emoties die hem onderweg overspoelen met lange, intieme shots. Rousteings existentiële eenzaamheid sijpelt gaandeweg ook steeds meer door naar zijn werk. Te midden van celebrities als Claudia Schiffer, Neymar en Jennifer Lopez begint hij, ogenschijnlijk het middelpunt van elk feest, steeds meer te ogen als een verweesd jongetje.

Het contrast tussen de intieme scènes van het volwassen kind dat via officiële instanties zijn ouders hoopt te vinden en de grootse taferelen rond de gevierde ontwerper wordt door Bonnefont ten volle uitgenut in deze stemmige en aangrijpende film. De conclusie die Olivier Rousteing zelf allang heeft getrokken wordt daarmee onvermijdelijk: zonder ouderliefde – en de daarmee verbonden eigenliefde – stelt dat succes geen ene mallemoer voor.

‘Ik ben bang voor het einde van deze film’, bekent Rousteing halverwege tegen Mohammed, die hij als een soort biechtvader gebruikt. ‘Wat wordt de laatste scène?’ Hij laat een lange stilte vallen. ‘Gaat mijn leven daarna gewoon door?’

Overcoming

Netflix

Hoe je een documentaire in de montage totaal kunt verknallen…

Je hebt een fascinerend hoofdpersonage: Bjarne Riis, ploegleider van de wielerploeg CSC en zelf oud-winnaar van de Tour de France. En altijd geassocieerd met doping, dat ook.

Sterke bijrollen: Riis’ toprenners Ivan Basso (een potentiële winnaar), Carlos Sastre (diens interne concurrent en bovendien aanstaand vader) en Kurt-Asle Arvesen (een knecht die betrokken is bij de ene na de andere valpartij).

Een ‘man you love to hate’ als superieure tegenstander: veelvuldig Tour-winnaar Lance Armstrong, die dan nog niet is ontmaskerd als Mr. Doping.

Alle mogelijke uitdagingen: blessures, familietrubbels en – natuurlijk – bergtoppen.

En, vanzelfsprekend, een onweerstaanbaar strijdtoneel: de Ronde van Frankrijk van 2004.

Na drie weken absolute topsport, met alle bijbehorende pieken en dalen, kom je – filmmaker Tómas Gislason uit Denemarken – met ronduit prachtig materiaal thuis en sla je helemaal op hol in de editruimte:

Stevig split screen-gebruik.

Zomaar zwartwit.

Dramatische slow-motion.

Onnavolgbare flashbacks.

Potsierlijke teksten in beeld.

Overdadige kleurcorrectie.

Toevallige timelapse-sequenties.

Opdringerige soundtrack.

Flashy flash forwards.

Overdramatische herhalingen.

Oh ja, dat hadden we ook nog: green screen.

Kortom: een onvervalste ADHD-montage. Waarmee in Overcoming (108 min.) al het afzien, de heroïek, dat gekonkel, de stress en het alomtegenwoordige drama van de ultieme wielerwedstrijd vakkundig de nek om wordt gedraaid.

Lourdes

Zeker drie miljoen mensen maken jaarlijks de pelgrimstocht naar het Franse bedevaartsoord Lourdes (90 min.), meldt de begintekst van deze documentaire. Sinds 1858 zou dit hebben geresulteerd in zo’n zevenduizend onverwachte genezingen. Zeventig ervan worden officieel als wonder erkend door het Vaticaan.

In de stoet gelovigen die dagelijks voorbijtrekt aan de grot van Massabielle, waar de Heilige Maagd Maria in de negentiende eeuw zou zijn verschenen aan de veertienjarige Bernadette Soubirous, bevinden zich mensen met allerlei aspiraties en verwachtingen. In de hoop dat zij als wonder 71 de geschiedenisboeken ingaan, of anders worden geboekstaafd als herstelgeval 7001. Hun bedevaart lijkt een uiting van oprechte (wan)hoop.

Daar – op de plek waar wonderen (moeten) gebeuren, verlichting van alle kwalen kan worden verkregen of op zijn minst vergeving voor ieders zonden wordt verleend – liggen de verhalen natuurlijk voor het oprapen. Op elke straathoek is iemand met een tot de verbeelding sprekend persoonlijk relaas te vinden. Zulke Lourdes-verhalen zijn al veel vaker verteld, maar niet vaak zo sfeervol, van dichtbij en met oog voor detail en drama als in deze film.

De documentairemakers Thierry Demaizière en Alban Teurlai introduceren bijvoorbeeld een gehandicapte man die als kind uit huis ontsnapte en vervolgens werd geschept door een voertuig. Het jongetje dat met zijn vader gaat bidden voor zijn doodzieke kleine broertje. Een man in een rolstoel met de progressieve spierziekte ALS die nog altijd op herstel hoopt. Een tienermeisje dat lijdt onder online pesterijen. En de oudere mannelijke prostituee uit Parijs, die altijd nog eens misdienaar had willen zijn.

Stuk voor stuk bidden ze tot de Heilige Maagd. Deze persoonlijke gebeden, waarvan het audio zéér intiem is vastgelegd, behoren tot de meest overtuigende elementen van een stemmige film, die de massale devotie in het Franse stadje van allerlei verschillende gezichten voorziet. Demaizière en Teurlai werken uiteindelijk toe naar een bijna sacrale slotscène, waarin hun hoofdpersonages mogen baden in ijskoud water uit de heilige grot.

En dan zit de bedevaart naar Lourdes er alweer op, zo op het eerste gezicht zonder wonderbaarlijke genezingen.

Petite Fille

Imagine Film

Zou zij de genderdysforie van haar kind hebben veroorzaakt? Karine Kovac vraagt het zich af. Zij wilde dolgraag een meisje. Na diverse miskramen. Het voelde als een klap in haar gezicht toen ze hoorde dat het toch een jongetje zou worden. Heeft ze Sasha – toevallig haar enige kind met een naam die bij beide geslachten past – zo opgescheept met de diepgevoelde behoefte om als meisje door het leven gaan? Een Petite Fille (84 min.).

Op school begrijpen ze in elk geval weinig van Sasha. Tot grote wanhoop van Karine en haar echtgenoot. Zij roepen de hulp in van een kinderpsychiater. Die moet de schoolleiding en leerkrachten ervan overtuigen dat hun achtjarige kind na de zomer als meisje naar school mag komen. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. De andere kant zit helemaal niet te wachten op dat gesprek.

Regisseur Sébastien Lifshitz observeert het delicate proces dat Sasha doormaakt. Het meisje heeft nog nauwelijks zicht op het krachtenveld om haar heen, maar voelt het haarfijn aan als ze wordt buitengesloten. Dit wordt wel bijzonder schrijnend als Sasha, enthousiast aangesproken met ‘vent’, bij de balletles van haar juf als enige een kostuum in een andere kleur krijgt aangereikt. Als ze gaan dansen, oogt Sasha eenzamer dan een kind mag zijn. Aan zijn/haar lot overgelaten.

Lifshitz benadert zijn protagonist veelal vanaf ooghoogte en met veel compassie. Kleine kwetsbare scènes zoals het dragen van een badpak aan het strand, kijken in een lachspiegel of dansen als een elfje krijgen daardoor een enorme emotionele lading, die nog eens wordt versterkt met weelderige klassieke muziek. Intieme interviews met Sasha’s ouders, die bang zijn dat hun kind wordt buitengesloten of juist als kermisattractie wordt behandeld, completeren dit delicate portret.

Sasha is zomaar een kind dat de dingen doet die een kind doet. De wetenschap dat ze een jongetje was – en feitelijk nog is – plaatst echter alles wat ze onderneemt in een ander licht en maakt van de kleine stapjes die elk kind moet zetten in haar geval reuzensprongen. Als Sasha met verdrietige ogen voor zich uitstaart, kan bovendien geen mens wegkijken. En als ze lacht, trekt de hemel open.

Adolescentes

IDFA

Behalve beste vriendinnen zijn de Franse tieners Emma en Anaïs ook tegenpolen. Emma oogt als een typische Française. Een frêle en gevoelig meisje. Ze is intellectueel aangelegd en heeft oog voor de kunsten. Anaïs stamt daarentegen uit een volks milieu. En dat straalt ze ook uit. Ze is vooral praktisch ingesteld en wil later met kinderen werken. Of bejaarden.

De Franse documentairemaker Sébastien Lifshitz volgt de twee meisjes in Adolescentes (130 min.) gedurende enkele jaren op hun pad naar volwassenheid. Hoewel ze onderweg vergelijkbare thema’s tegenkomen – het omgaan met al die onmogelijke jongens, de zoektocht naar waar hun toekomst ligt en het losmaken van thuis – zijn ze zonder enige twijfel op weg naar een andere eindbestemming.

En de contouren daarvan lijken op voorhand al min of meer vast te liggen. In die zin stelt deze delicate coming of age-docu, waarin en passant ook de recente Franse historie langskomt, misschien niet keihard dat wie voor een dubbeltje is geboren nooit een kwartje wordt, maar wel dat het een stuk gemakkelijker is als je al als kwartje bent geboren. Of als je er tevreden mee bent dat je ‘gewoon’ een dubbeltje bent.

Lifshitz observeert de twee ontluikende levens van zeer dichtbij en monteert de ontwikkelingen parallel aan elkaar, waardoor de verschillen en overeenkomsten tussen Anaïs en Emma extra cachet krijgen. Zo ontstaat een intieme vertelling over de universele ervaring van opgroeien, waarbij de meisjes worden gevolgd totdat ze de middelbare school hebben afgerond en de wijde wereld mogen intrekken. 

‘Toen ik veertien was, speelde ik nog gewoon met Barbies’, verzucht Anaïs dan als ze bij een meertje ziet hoe net iets jongere meisjes voortdurend bezig zijn met hun mobiele telefoon. ‘Ik verkleedde me nog als prinses’, beaamt Emma. Als ze vervolgens naar zichzelf en elkaar kijken, concluderen ze tegelijkertijd dat hun gedeelde verleden geen garantie is voor een gezamenlijke toekomst. ‘We zullen zien waar het leven ons brengt.’

Colette

The Guardian

Voor het eerst in haar leven gaat de negentigjarige Colette Marin-Catherine naar Duitsland, naar het concentratiekamp Mittelbau-Dora in Nordhausen, waar haar broer Jean-Pierre ter dood werd gebracht. De Franse verzetsstrijdster wordt vergezeld door de jonge studente geschiedenis Lucie Fouble, die nog nooit in een kamp is geweest en nu het levensverhaal van Jean-Pierre Catherine gaat optekenen.

Slechts één procent van de Fransen zou tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet komen tegen de Duitse bezetter. Voor broer en zus Catherine leek dat echter vanzelfsprekend. Wat was Jean-Pierre voor een man?, wil Lucie in de trein naar het kamp weten. ‘Gemaakt van staal’, antwoordt Colette (25 min.). ‘Als hij door een muur wilde, kon de muur het wel vergeten.’

Eenmaal ter plaatse in Duitsland wil de burgemeester Colette tijdens een etentje officieel verwelkomen. Al snel laat de hoogbejaarde Franse vrouw echter weten dat ze daarvan niet gediend is. Als Colette samen met haar metgezel op het kamp arriveert, nemen de emoties het definitief over. En ook Lucie houdt het niet meer droog. Samen staan ze echter sterk.

In de chemie tussen de twee vrouwen – de één oud en getraumatiseerd, de ander jong en idealistisch – zit de voornaamste meerwaarde van deze korte documentaire van Anthony Giacchino, die verder het welbekende tragische verhaal van de Tweede Wereldoorlog vertelt. Op een manier die ook voor nieuwe generaties aantrekkelijk is.

De Oscar-jury bleek er in elk geval gevoelig voor en beloonde de film met de Academy Award voor beste korte documentaire. Dat is eerlijk gezegd wat veel van het goede.

Room 2806: The Accusation

Netflix

Had ‘Parijs’ de hand in de plotse neergang van Dominique Strauss-Kahn? De directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds werd er in 2011 van beschuldigd dat hij Nafissatou Diallo, een kamermeisje van het New Yorkse Sofitel Hotel, zou hebben misbruikt. En volgens journalist/schrijver Edward Jay Epstein kon dat geen toeval zijn. Die twee hotelbeveiligers, vastgelegd door een beveiligingscamera, maakten niet voor niets een overwinningsdans nadat ze Diallo ervan hadden overtuigd om de politie in te schakelen.

Epstein doet zijn boude bewering in de vierdelige docuserie Room 2806: The Accusation (198 min.), waarin ook Diallo zelf, een alleenstaande moeder uit de Bronx, veelvuldig aan het woord komt. DSK laat verstek gaan, maar wordt vertegenwoordigd door zijn advocaten en enkele (politieke) vrinden. Het contrast tussen de twee kernfiguren in deze geruchtmakende zaak kan bijna niet groter zijn: een anonieme immigrante uit West-Afrika versus de man van de wereld, die veelvuldig wordt genoemd als president van Frankrijk.

Nicolas Sarkozy en Francois Hollande, Strauss-Kahns potentiële rivalen voor die positie, spinnen in elk geval garen bij diens arrestatie. Zeker als daardoor ook DSK’s promiscue leven, in het bijzonder een incident van acht jaar eerder, weer in het middelpunt van de belangstelling komt te staan. De jonge journaliste Tristane Banon beweert dat ze in 2003 is lastiggevallen toen ze hem ging interviewen en schroomt niet om een boekje open te doen over Dominique Strauss-Kahn in deze gelikte politieke thriller van Jalil Lespert.

Intussen laat de bewijsvoering voor Edward Jay Epsteins complottheorie lang op zich wachten. Heeft hij aanwijzingen gevonden voor een smerige campagne om een politieke rivaal kalt te stellen? Of is zijn bewering simpelweg een opzichtige poging van Team DSK om Diallo’s geloofwaardigheid te ondermijnen? En wie is Dominique Strauss-Kahn dan? Een onverbeterlijke Don Juan of toch een ‘male chauvinist pig’?

Het zijn vragen die nog altijd lastig zijn te beantwoorden omdat er van de essentie van dit soort #MeToo-zaken, gebeurtenissen tussen een individuele man en vrouw, doorgaans maar twee getuigen zijn: de dader en het slachtoffer. Als ze dat al zijn.

Ik Alleen In de Klas

EO

‘Dit is een film die ik niet wilde maken’, opent regisseur Karin Junger haar documentaire Ik Alleen In De Klas (67 min.) uit 2017. ‘Toen ik opgroeide was kleur een onderwerp waar ik nooit bij stilstond. Ik was wit in een witte wereld. Dus had ik nooit last van mijn kleur.’ Terwijl ze dit zegt, zien we een jongere versie van Junger in beeld met haar zwarte echtgenoot en kinderen.

Inmiddels zijn haar zonen en dochter volwassen en neemt de filmmaakster hen en hun vrienden, stuk voor stuk donker in een witte wereld, mee naar een landgoed in Frankrijk om te praten over hoe zij in hun leven te maken hebben gekregen met racisme. Gezamenlijk diepen ze pijnlijke herinneringen op, die vervolgens met de groep (met behulp van witte gezichtsmaskers, schmink en blonde pruiken) worden nagespeeld.

Die herbelevingsscènes, hoewel soms wat vet aangezet, verbeelden treffend de gevoelens van onbegrip en uitsluiting die sommige van de twaalf jongeren hebben ervaren. Tijdens en na het spelen komen er soms nog altijd heftige emoties los. ‘Waarom ben ik niet hetzelfde als de rest?’, vat de jonge vrouw Soulayma, die net als veel allochtone klasgenoten ernstig werd onderschat op de basisschool, haar gevoel als opgroeiend kind samen. ‘Waarom zijn we niet allemaal hetzelfde?’

Tegelijkertijd ontstaan er felle onderlinge discussies tussen de deelnemers. Want waar de één zich stelselmatig gestigmatiseerd voelt, wil een ander zich juist niet laten leiden door z’n huidskleur. Tezamen representeren ze een nieuwe generatie die is opgegroeid in een veelkleurig Nederland, dat zich langzaam maar zeker probeert te ontdoen (of juist niet) van de dominantie van wit. Dat gaat onvermijdelijk gepaard met (Pyrrus)overwinningen, (eervolle) nederlagen en (bloedeloze) gelijke spelen.

Ik Alleen In De Klas is hier te bekijken.

Who Killed Little Grégory?

Netflix

Als in het najaar van 1984 de vierjarige Grégory dood wordt aangetroffen in de Volonge-rivier weet iedereen in het Franse dorp Lépanges wie de moordenaar is: de kraai. De man of vrouw achter dit angstaanjagende pseudoniem valt de familie van Grégory Villemin, zijn ouders Jean-Marie en Christine in het bijzonder, immers al jaren lastig met venijnige, lasterlijke en bedreigende brieven en telefoontjes. Maar wie binnen of nét buiten de familie is deze kraai? vraagt de enerverende eerste episode van deze vijfdelige true crime-serie zich af. Hij/zij zal in elk geval een dramatische keten van gebeurtenissen in gang zetten.

In Who Killed Little Grégory? (297 min.) wordt de onopgeloste moordzaak 35 jaar na dato nog eens kritisch tegen het licht gehouden. Het is een bizar relaas, dat zo nu en dan doet denken aan de geruchtmakende zaak rond de verdwenen peuter Maddy McCann (die onlangs werd behandeld in de docureeks The Disappearance Of Madeleine McCann) en dat hier vooral uit de doeken wordt gedaan door omstanders: politieagenten, advocaten en journalisten. De echte hoofdrolspelers, de Villemins en aanverwanten, blijven zwijgen.

Bijzondere aandacht besteedt regisseur Gilles Marchand aan de kwalijke rol van de Franse schandaalpers. Die heeft, geholpen door publiciteitsgeile overheidsfunctionarissen, allerlei roddels en insinuaties de wereld ingestuurd, waarmee de verhoudingen nog verder op scherp zijn gezet. Een familietragedie in de Vogezen werd zo een landelijk mediaspektakel van jewelste. Zelfs oprechte zoekers naar de waarheid zagen door de bomen het bos niet meer.

Deze miniserie ontleedt die hype vakkundig, maar heeft (logischerwijs) meer moeite om klaarheid in de zaak zelf te brengen en krijgt dat verhaal dan ook niet rond. De zoektocht naar de identiteit van ‘de kraai’, en de nefaste rol die deze heeft gespeeld in de familie Villemin, raakt in de latere afleveringen zelfs helemaal op de achtergrond, ten faveure van allerlei complicaties bij het onderzoek naar de moord op de kleine Grégory. Waardoor ook deze true crime-productie de belofte van zijn spannende start uiteindelijk niet volledig waarmaakt.

Rotjochies

Jahlano (l), Mitchel (m) & Mike (r) / VPRO

Met Alicia ging Maasja Ooms heel Nederland rond. Tweemaal zelfs. Eerst met de camera toen het verweesde meisje van de ene naar de andere opvangplek werd gestuurd, om te bekijken waar ze op haar plek zou zijn – of op zijn minst gehandhaafd kon worden. En daarna met de film zelf, die als een aanklacht tegen de Nederlandse jeugdzorg moest worden opgevat – of op zijn minst als een serieuze aansporing om het nu toch écht eens beter te gaan doen.

Voor opvolger Rotjochies (91 min.) is Ooms afgereisd naar het Franse platteland, waar de Nederlandse jeugdwerker Petra Knol enkele jongeren opvangt die thuis niet meer welkom zijn en die in den vreemde een allerlaatste kans krijgen om hun leven te beteren. Knol houdt er de wind onder en confronteert de jongeren indringend met hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Die geladen gesprekken legt de filmmaakster, die zich blijkbaar bijna onzichtbaar wist te maken, van zéér nabij vast.

Niet dat de jongens zomaar het achterste van hun tong laten zien. Binnen hun nieuwe omgeving, waar de verleidingen van thuis zijn vervangen door kluswerk in en rondom het huis, proberen ze vooral de aandacht niet op zich te vestigen. Onderhuids broeit er echter van alles. Als ze buiten het zicht zijn van Petra, en ook Ooms en haar camera niet in de buurt zijn, kan de boel toch nog snel ontvlammen en vallen de ‘mannetjes’ terug op hun (vroegere) overlevingsstrategie: geweld en intimidatie.

En als ze daarmee worden geconfronteerd, is de reactie altijd hetzelfde: glashard ontkennen. Totdat het écht niet meer kan. En dan gewoon ruiterlijk toegeven. Alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld is. Hoe dring je door het pantser van zulke beschadigde jongeren? Als gewonde dieren besluipen en beloeren ze elkaar – en zichzelf. Ondanks enkele pittige aanvaringen lijken de jongens in de Morvan in eerste instantie tot een soort wapenstilstand te kunnen komen. En dan verschijnt er een meisje op het toneel…

Maasja Ooms voorziet de ontspoorde jongeren slechts beperkt van context. Uit hun gedragingen en de gesprekken met begeleider Petra zijn zo nu en dan clous te destilleren, die een verklaring zouden kunnen vormen voor hun gedrag. De filmmaakster kadert dit verder niet in met interviews of verbindende teksten. Ze observeert slechts en laat de kijker z’n eigen conclusies trekken als de jongens gaandeweg, of ze dat nu willen of niet, toch steeds meer van zichzelf laten zien.

Waar haar vorige film Alicia de uiterst wrange weerslag was van een jarenlang proces, is Rotjochies eerder een momentopname. Een diepe duik in het leven van zogenaamde probleempubers, met een enigszins frustrerend open einde. Omdat het verhaal niet af is – als het al een verhaal is, met een duidelijke kop en staart. Als kijker wil je weten hoe het de jongens na het maken van de film is vergaan. Want het mogen dan kutmennekes zijn, op de één of andere manier kruipen ze tóch in je hart.

Les Bleus 2018, Au Coeur De L’épopée Russe


Documentaire maken in real time, het kan. Slechts twee dagen na de WK-finale verscheen Les Bleus 2018, Au Coeur De L’épopée Russe (122 min.), een gelikte achter de schermen-film over het Franse voetbalelftal dat uiteindelijk de wereldtitel in de wacht zou slepen. De documentaire is in twee delen op YouTube te bekijken, waarbij je de kreupele ondertiteling voor lief moet nemen.

Erg diep graaft die film natuurlijk niet en de toon blijft altijd positief – naar de blunder van keeper Hugo Lloris in de WK-finale tegen Kroatië zul je bijvoorbeeld tevergeefs zoeken. De filmmakers Emmanuel le Ber en Théo Schuster hebben echter wel opmerkelijk veel toegang gekregen. Voor, tijdens en na de wedstrijd lijkt de camera overal welkom te zijn; van de wedstrijdbesprekingen van coach Didier Deschamps tot het opmaken van de balans in de rust en de euforie na alwéér een gewonnen wedstrijd. De spelers doen daarnaast regelmatig hun verhaal in een soort dagboekcamera en worden gefilmd als ze zich ontspannen of prepareren voor de volgende wedstrijd.

Intussen wordt glashelder wie de absolute leider is van de ploeg: Manchester United-middenvelder Paul Pogba. Voor de wedstrijden geeft hij steeds een ongenadige peptalk (‘we zijn gekomen om deze fuckin’ wereldcup te winnen’), tijdens de negentig minuten stroopt hij het hele veld af en na afloop geeft hij letterlijk het tempo aan bij het feestgedruis. Het voetbal van Les Bleus tijdens het wereldkampioenschap in Rusland mag dan wat al te zakelijk zijn gebleven, deze backstagedocu met straffe beelden en kekke muziekjes laat zien dat de kersverse wereldkampioen achter de schermen wel degelijk flink kon swingen.

Op Netflix is nog altijd Les Bleus: Une Autre Histoire De France 1996-2016 te zien, een documentaire waarin twintig turbulente jaren van het Franse elftal in beeld worden gebracht en zo meteen een beeld wordt geschetst van (de strubbelingen in) het hedendaagse, multiculturele Frankrijk.

Visages Villages


Je kunt allerlei grote woorden verbinden aan deze film en het bijbehorende kunstproject: lofzang op de gewone man, een eerste stap in diens empowerment en het vergroten van sociale cohesie in het algemeen. Je kunt ook gewoon een hopeloos romantische viering van het leven zien in Visages Villages (93 min.), een kostelijke roadmovie van de bijna negentigjarige nouvelle vague-filmster Agnès Varda en de ruim een halve eeuw jongere fotograffiti-kunstenaar JR.

Het idee is even simpel als effectief: Varda en JR reizen samen in een mobiele fotostudio door het platteland van Frankrijk. Ze ontmoeten plaatselijke bewoners, fotograferen hen en maken van die foto’s grote prints die ze op treffende plekken in de directe omgeving plakken. Gewone mensen worden zo letterlijk metershoge helden. De laatste bewoonster van een rij mijnwerkerswoningen, die op de nominatie staan om te worden gesloopt, wordt bijvoorbeeld vereeuwigd op de muur. Net als enkele mannen die er jarenlang naar het diepste der aarde afdaalden.

Het is geen kunst voor de eeuwigheid; regen, wind of gewoon overijverige ambtenaren kunnen wat vandaag nog fier of olijk op een muur prijkt morgen zomaar hebben weggewerkt. Dat is ook niet erg. Het speelse duo is dan alweer op een volgende plek. Bij boeren die de hoorns van geiten wegbranden en anderen die daartegen ageren. Bij een sympathieke postbode die heel aardig blijkt te kunnen schilderen. Of bij dokwerkers in de haven van Le Havre, waar ze nu eens de vrouwen in het zonnetje zetten – of beter: op een enorme stapel containers.

Gaandeweg verdiept ook de band tussen de twee reisgenoten zich en krijgt deze documentaire een wat introspectiever karakter – al blijft er altijd meer dan genoeg lucht om het hart. Hij stelt haar voor aan zijn grootmoeder, zij neemt hem mee naar plekken waar nog onvoltooid verleden ligt. Tijd om daarmee aan de slag te gaan! Want alleen nostalgie is aan de hoogbejaarde filmmaakster nog altijd niet besteed. Ze barst van de levenslust en wil nieuwe beelden creëren zolang haar ogen, die zienderogen slechter worden, het toelaten. En hij is oprecht geïnteresseerd in alles en iedereen.

Samen maken ze van Visages Villages, ook wel bekend onder de Engelse titel Faces Places, een aanstekelijke ode aan het bestaan, waarin het gewone algauw heel bijzonder wordt.