Tot De Dood Ons Scheidt

KRO-NCRV

In elk leven zit minimaal één verhaal. In elk huwelijk minimaal twee. Zeker als het gezamenlijke verhaal niet meer door beide partijen wordt gedragen.

Tegenover de camera zitten twee oudere echtparen. Mat en Marga. En Gerda en Bennie. Ze gaan uit elkaar. En hun mediators, die achter diezelfde camera verscholen blijven, proberen ervoor te zorgen dat dit in (zo) goed (mogelijk) overleg gebeurt. In een serie gesprekken maken ze samen de restwaarde op. Van het gedeelde bezit en de relatie zelf.

‘Het was niet mijn idee’, zegt Bennie eerlijk. ‘Ik was niet op het idee gekomen.’ Maar Gerda miste iets en wil nu een nieuwe start maken. En dus moet er over van alles en nog wat afspraken worden gemaakt, zoals over hond Daisy. ‘Dat dier kan er niks aan doen’ meent Bennie. ‘Dat hondje heeft er niet om gevraagd.’ Moet de omgangsregeling met de hond dan ook opgenomen worden in het echtscheidingsconvenant? Dat gaat toch te ver, vinden ze. ‘Dan krijgen we zo’n dik boek.’

Bij Mat en Marga is het gezamenlijke huis een belangrijk thema in de gesprekken. Hij verhuist zonder problemen naar een appartementje. Zij wil echter blijven zitten waar ze zit en kan/wil haar bijna ex-man eigenlijk ook niet kwijt. Na een nacht vruchteloos mediteren is toch het besef gekomen dat ze hem moet loslaten. Als Marga opstaat ziet ze het woord ‘loslaten’ als het ware letterlijk voor zich. ‘Echt met van die grote letters die je in designwinkels ziet. Toen dacht ik: dit is een teken. Hier moet ik mee aan de slag, maar dat is gewoon vreselijk moeilijk.’

Uit elkaar gaan betekent ook het loslaten ook van die ene belofte: Tot De Dood Ons Scheidt (49 min.), het geloof in een gezamenlijke toekomst dat in deze gespreksfilm is vervat in enkele fotosequenties van de echtparen in (ogenschijnlijk) betere tijden. Verder heeft regisseur Niels van Koevorden z’n film beperkt tot de absolute essentie: twee mensen naast elkaar, los van elkaar. In een vast two shot, dat laat zien hoe ze altijd waren: samen. Zoals ze nu niet meer zijn. In een constante dialoog, strijd soms, over hoe ze uit datzelfde frame kunnen stappen – of hoe ze dat gedwongen moeten verlaten.

Het zijn gesprekken die onverminderd blijven boeien en raken. Juist omdat elke vorm van opsmuk ontbreekt en alle betrokkenen in lastige omstandigheden blijven zoeken naar contact en harmonie. Het is duidelijk: deze mensen zijn van goede wil, maar ook op verschillende sporen beland. Of ze dat nu wilden of niet. Waarbij in elk geval één van de betrokken partijen nog een nieuw verhaal in z’n eigen leven ziet. En de ander verplicht om er ook een punt achter te zetten.

Farewell Paradise

Persicoop Film

De mise-en-scène spreekt boekdelen. Een stemmige interviewsetting met twee stoelen. Links neemt een oudere man plaats in een gemakkelijke zwarte stoel: vader Ueli. Rechts op een witte fauteuil gaat vervolgens een dame op leeftijd zitten: moeder Dorine. Ze worden gescheiden door een veelzeggende zwarte streep. Van ver klinkt kindergezang, ondersteund door idyllische beelden van een gezin aan het strand, met vier dochters in matchende rode badkleding. Waarna de titel van de film in beeld verschijnt: Farewell Paradise (96 min.).

Filmmaakster Sonja Wyss legt aan haar ouders uit wat ze van plan is: ze wil hun kant van het verhaal horen over hun gezamenlijke verleden. Dat begint met een zwart-wit foto: van hun vertrek uit de Bahama’s. Niet veel later nemen ook haar drie oudere zussen in hetzelfde decor plaats. Eerst Kathrin, dan Chriggi en tenslotte Bettina. Gezamenlijk ontleden ze hun roerige familiegeschiedenis, die hen aan het eind van de jaren zestig van een tropisch eiland naar het koude Zwitserland leidt en die ieder van hen voor de rest van hun bestaan met zich zal meedragen.

Sonja Wyss spaart haar familieleden niet in deze persoonlijke interviewfilm, waarin enkele goed getimede intermezzo’s de openhartige ontboezemingen van de talking heads zo nu en dan kleur geven. Zo pleegt ze vivisectie op een huwelijk, kindertijd en familiesysteem, waarbinnen mensen zichzelf en elkaar zowel kunnen kwijtraken als (weer) terugvinden. Daarmee zegt Wyss iets over haar eigen gezin, maar benadert ze ook het wezen van elke familie.

Verstoten Vaders

BNNVARA

Met een verrekijker staat een man van middelbare leeftijd in het schemerdonker vanuit de bosjes naar een hockeytraining te kijken. Daar, ergens in de verte, schijnt zijn tienerzoon te spelen. Gerard heeft hem al enkele jaren niet gezien. ‘Ik vraag me af wat je aan het doen bent, wat je voelt en waar je bent’, schrijft hij in een open brief aan zijn kind. ‘Nieuwe dingen die je vandaag geleerd hebt op school en hoe je hebt geslapen. Ik zie je al zo lang niet meer.’

De zoon van Gerard behoort tot de 16.000 kinderen die jaarlijks na een (v)echtscheiding het contact met één van hun ouders verliezen. In de tv-documentaire Verstoten Vaders (51 min.) portretteert Elena Lindemans nog twee mannen, zelf overigens ook opgegroeid zonder vader, die het contact met hun kroost hebben moeten staken. Die kinderen, onderwerp van evenveel verhalen als conflicten, blijven buiten beeld. Op de onvermijdelijke foto’s met hun vaders zijn ze onherkenbaar gemaakt.

De huizen van de mannen herbergen nog talloze sporen van het bestaan dat ze ooit met hun kinderen leidden of zouden willen leiden: verweesd speelgoed of juist nieuw aangeschafte spullen, teneinde straks weer in de smaak te vallen. Intussen zijn er verwijten gekomen en beschuldigingen, waarbij je als man vaak schuldig lijkt totdat het tegendeel is bewezen. En dan meldt zich natuurlijk een arbiter, jeugdzorg, die onvermijdelijk ook partij wordt in de schermutselingen.

Met lange, indringende shots brengt Lindemans het speelveld In kaart van deze ‘dwaze vaders’, die verder zonder weerwoord hun kant van het verhaal mogen doen. De lezing van hun voormalige partners laat ze voor een andere gelegenheid. Het is nochtans een somber beeld dat spreekt uit deze stemmige film: van mensen die ooit geliefden waren en daarna het vermogen zijn kwijtgeraakt om op een normale manier met elkaar te communiceren. Met hun bloedeigen zoons en dochters als kind van de rekening.

Lief En Leed Op Parc Beaugarde

KRO-NCRV

De liefde heeft Hans Pool ooit naar Culemborg gebracht. Als zijn huwelijk vijftien jaar later stuk loopt, besluit de filmmaker, die even zonder woning zit, een zomer door te brengen op een recreatiepark in de directe omgeving. Daar treft hij diverse andere mannen en vrouwen aan, die na een echtscheiding de draad weer proberen op te pakken.

Die zomer heeft geresulteerd in de televisiedocumentaire Lief En Leed Op Parc Beaugarde (55 min.), waarin Pool, die zijn eigen beslommeringen verder achterwege laat, rustig en genuanceerd vijf (tijdelijke) bewoners van het recreatiepark portretteert. Camping Tranendal, noemt een van de betrokkenen het fraai gelegen park, waar ook gewone vakantiegangers en Oost-Europese gastarbeiders verblijven. Gekscherend, maar beslist ook met een kern van waarheid.

Stratenmaker Arie, nog niet zo lang geleden door zijn vrouw aan de kant gezet voor een nieuwe liefde, arriveerde bijvoorbeeld met zo’n beetje alleen een televisie in Parc Beaugarde en heeft nog altijd geen cent te makken. In korte tijd heeft hij wel een soort pseudo-familie gevonden op het park. Jan woont daarentegen al zo’n dertien jaar alleen in een van de chalets. Sinds zijn huwelijk op de klippen is gelopen, houdt hij ’t bij zijn hond en vishengel. Hij blijft in elk geval, zo zegt hij ferm, uit de buurt van vrouwen.

Parc Beaugarde is een soort eiland voor afgewezenen, constateert de Oekraïense vrouw Olga, die met haar man en drie kinderen ook op het park bivakkeert en daar – hoe symbolisch – bruidsjurken naait. Zij beziet de, veelal mannelijke, populatie van de chalets van enige afstand en voorziet hun lief en leed van nuchter commentaar. Olga ziet ook hoe Peter, een oudere bewoner die na twee gestrande huwelijken in het recreatiepark terecht is gekomen, via een datingsite een nieuwe liefde heeft gevonden.

En dan is er nog de arts Saskia, die na een ingrijpende gebeurtenis besloot dat het helemaal anders moest met haar leven. Ze heeft onlangs een chalet betrokken, dat ze voorlopig met haar toekomstige ex-man gaat delen. Allebei zorgen ze daarnaast enkele dagen per week thuis voor de kinderen. Is dit werkelijk de stap die zij nu wil zetten? En wat betekent dat dan voor hem?

Met compassie belicht Hans Pool in Lief En Leed in Parc Beagarde een wereld, waarin de aloude belofte ‘tot de dood ons scheidt’ zijn oorspronkelijke waarde heeft verloren en mensen, vaak zonder dat ze het wilden of zagen aankomen, halverwege hun leven ineens de koers moeten verleggen. Ieder gaat die uitdaging op zijn eigen manier aan.