The Mission

Autlook

Het is een soort dienstplicht. Geen militaire of maatschappelijke, maar een religieuze dienstplicht. Alle jongeren van de Amerikaanse Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints (LDS) moeten eraan geloven. Ze moeten zich minimaal achttien maanden vrijmaken om de heilige boodschap van The Book Of Mormon te verspreiden.

Deze documentaire van Tania Anderson volgt de Elders Pauole en Davis en de Sisters Field en Bills – ze mogen elkaar niet bij hun voornaam aanspreken – tijdens The Mission (95 min.), die hun jonge levens moet vormen. Ze worden naar het andere eind van de wereld gezonden: Finland. De Missie Helsinki is een behoorlijke uitdaging: van de ruim vijfeneenhalf miljoen Finnen zijn er nog geen vijfduizend lid van de Mormoonse kerk.

Eerst gaan ze echter naar het Missionary Training Center in Utah, waar ze elkaar leren kennen en een stoomcursus Fins krijgen. Eenmaal in Scandinavië worden de missionarissen geïnstrueerd over de regels (hooguit eenmaal per week contact met familie) en krijgen ze een partner toegewezen. Alleen vanwege ‘redenen van persoonlijke hygiëne’ mogen ze elkaar de komende tijd uit het oog verliezen. Na negen weken krijgen ze een andere Elder Of Sister toegewezen.

Het wordt een periode die hun geloof versterkt of hen juist aan het twijfelen brengt. Want die Finnen zitten niet bepaald op hen te wachten. ‘Get a fucking life’, roept een jongen met opgestoken middelvinger twee Elders toe, als ze in hun nette pak en met hun stichtelijke boodschap op pad zijn. Het serieuze gesprek over religie en zingeving van twee Sisters bij een aardige familie thuis levert uiteindelijk al even weinig op: géén bekeerde zielen.

Anderson observeert de LDS-jongeren zonder te oordelen en kan zo diep doordringen in hun (belevings)wereld. Daarin speelt niet alleen geloof een belangrijke rol, maar ook hoe ze zich in den vreemde, zonder hun ouders en vrienden, staande houden. Als één van hen psychische problemen begint te ontwikkelen, dringt de vraag zich op of de missionaris moet worden teruggeroepen naar huis. Want dat voelt als immens persoonlijk falen.

En als de Missie Helsinki er dan officieel opzit en Kai Pauole, Tyler Davis, Mckenna Field en Megan Bills gelouterd naar huis zijn teruggekeerd, het vanzelfsprekende eindstation van deze serene film, wacht het volwassen bestaan: trouwen en kinderen krijgen? Of toch een ander leven, al dan niet in dienst van de Heer?

Daughters

Ita Zrboniec-Zajt / WG Film

Ze ogen als drie gewone Zweedse zussen, in gesprek over het leven. Hun leven. dat hen voor altijd Daughters (90 min.) heeft gemaakt. Dochters van een vrouw, die een einde aan haar leven maakte. Maja was zestien, Hedvig tien en Sofia slechts acht. En daarna moest het leven door. Dat ging het in elk geval. Als gewone meisjes probeerden ze daarbinnen, zo goed en zo kwaad als dat ging, hun weg te vinden.

En documentairemaakster Jenifer Malmqvist was erbij. Gedurende een periode van tien jaar. Toen Sofia tegen haar oma zei: ‘weet je, mijn kinderen zullen geen oma hebben.’ En toen Maja, veel later overigens, over de bipolaire stoornis van haar moeder vertelde. ‘Het heeft me een hele tijd gekost voordat ik besefte dat ze ziek was’, zei ze. ‘Mama heeft er niet voor gekozen om niet bij ons te zijn. Ze was ziek.’

Malmqvist volgt in deze observerende film grofweg twee verhalen, die ze parallel heeft gemonteerd: hoe de drie zussen de draad weer oppakken na de gebeurtenis die hun jonge levens volkomen op z’n kop heeft gezet en hoe ze daar later, als jongvolwassenen, op terugkijken. Dan kunnen ze ook voor het eerst onder woorden te brengen wat er precies is gebeurd en welke impact dit heeft gehad op hen.

Voor middelste dochter Hedvig is de suïcide van naar moeder helemaal een heikel punt: de traumatische gebeurtenis vond nota bene op haar verjaardag plaats. Dat is wel het laatste wat ze nu tegen anderen vertelt over haar moeder. ‘Dan lijkt het alsof ze iets verkeerds heeft gedaan’, zegt ze, op weer een verjaardag, tegen haar zussen Maja en Sofia. ‘Zo denk ik niet. En ik wil ook niet dat anderen dit denken.’

Terwijl de dochters kampen ieder met hun eigen issues – boosheid, paniekaanvallen en een elementair gevoel van eenzaamheid – vinden ze elkaar ook om te praten, troosten en knuffelen. Daughters brengt zo van binnenuit in kaart hoe ‘t is om op te groeien met of ondanks een traumatische ervaring. Wat nemen we mee? Wat laten we achter? En hoe doen we dat dan, zonder het verleden te vergeten of te ontkennen?

Vlucht Dans Leef

Dmytro Borodai en zijn familie / NTR

Op hun mobiele telefoons kunnen de dansers van het onlangs gevormde United Ukrainian Ballet moeiteloos hun vorige leven tevoorschijn halen – en ook hoe dat inmiddels volledig is ontregeld. Op foto’s en filmpjes is te zien hoe zij in steden als Kharkiv, Donetsk of Odesa een leven leidden dat in het teken stond van hun zelfgekozen professie. En toen kwam die vervloekte oorlog en werden ze genoodzaakt om hun vertrouwde omgeving te ontvluchten. Als mens en als danser moeten ze zich nu in den vreemde herijken.

Inmiddels worden deze jonge Oekraïeners opgevangen in een leegstaand gebouw van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar ze hun intrek hebben genomen in oude klaslokalen, werkkamers en repetitieruimtes en een soort gemeenschap in ballingschap vormen. In Vlucht Dans Leef (55 min.) laat Ditteke Mensink haar camera door dat gebouw dwalen. Op haar tocht pikt ze de verhalen op van de nieuwe bewoners. In hun eigen kamers wordt dat eigenlijk direct al verteld via de daar uitgestalde spullen: knuffels, spitzen, kattenbrokken, lijsten met telefoonnummers, tafeltennisbatjes en petjes met trots ‘Ukraine’ erop, bijvoorbeeld.

De nieuwe bewoners verzorgen daarbij de bijsluiter. Oleksii Kniazkov vertelt bijvoorbeeld hoe hij per trein het land is ontvlucht. Hij moest zich negen uur lang staande houden in een overvolle coupé, te midden van mensen die alles van waarde, inclusief huisdieren, mee hadden proberen te nemen. In Nederland zet hij nu alles op alles om zijn vak te onderhouden. ‘Het is essentieel voor dansers om te blijven werken omdat zij hun lichamelijke conditie snel verliezen’, vertelt hij. ‘Een half jaar en je bent geen balletdanser meer.’ Intussen stelt Kniazkov zichzelf de vraag of hij toch niet had moeten helpen om zijn land te verdedigen. ‘Maar ik wil niet doden.’

Mensink geeft de gedreven dansers de ruimte om hun persoonlijke relaas te doen en illustreert dat met repetities en enkele aangrijpende scènes. In lokaal 1.19, waar ooit aardrijkskunde werd gegeven, woont Dmytro Borodai met zijn oma, moeder, broertje en zusje. Alleen zijn vader ontbreekt. Die zit in het leger en probeert hun land te beschermen. ‘Zoon, één militair in onze familie is genoeg’, heeft hij tegen hem gezegd. ‘Ik wil dat je veilig bent.’ In een aangrijpende scène zingt Dmytro’s jongere zusje vervolgens hartstochtelijk mee met een patriottisch lied. ‘De woorden van de vader, Oekraïne – dat ben ik. De liederen van de moeder, Oekraïne – dat ben jij!’

Met haar galmende woorden vat ze de trots, het verdriet en de weemoed van haar land- en lotgenoten, die ver van huis afwachten hoe het thuis verder gaat – en of, en wanneer, daar misschien weer plek komt voor hen, als mens en als danser.

Category: Woman

WMM

Is hij wel een vrouw? In die ene vraag zit alle twijfel – doelbewust gezaaid, volgens medestanders – over de negentienjarige Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya vervat. Als zij in 2009 op de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn de 800 meter hardlopen heeft gewonnen, is er volgens criticasters een ‘noodzaak tot genderverificatie’. Maakt Semenya misschien te veel testosteron aan om nog vrouw genoemd te kunnen worden? Is zij, kortom, een notoire valsspeler?

Aan de hand van deze en vergelijkbare casussen exploreert regisseur Phyllis Ellis in Category: Woman (76 min.) een bijzonder pijnlijke kwestie binnen de internationale sportwereld. Alles wat afwijkt van de standaard (wit, mannelijk en hetero) moet gereguleerd worden, of het nu gaat om ras, seksuele identiteit of gender. ‘Wanneer je als man exceptioneel presteert, dan ben je een superman’, stelt Payoshni Mitra, een juriste die gefnuikte vrouwelijke atleten bijstaat, pijnlijk nauwkeurig vast. ‘Wanneer je als vrouw exceptioneel presteert, dan moet je wel een man zijn.’

Daarvoor kan deze intrigerende film al teruggrijpen op de besmette Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, waarbij tweevoudig Gouden medaillewinnaar Helen Stephens wordt omgeven door roddels dat ze in werkelijkheid een man is. In de navolgende jaren zal de atletiekbond IAAF, in samenspraak met het Internationaal Olympisch Comité, dan ook talloze tests optuigen om bepaalde vrouwelijke atleten – en die hebben doorgaans geen witte huidskleur – te controleren op hun vrouw zijn; van medische certificaten en dopingtesten tot heuse inspecties van het lichaam. Naakt, natuurlijk.

Geruchten over met name sporters uit het Oostblok, die in werkelijkheid tot het mannelijke geslacht zouden hebben behoord, zetten de zaak nog verder op scherp. Bijzondere prestaties van vrouwelijke atleten worden daardoor nog meer met argusogen bekeken. Ellis introduceert vervolgens enkele sportsters die zijn gediagnosticeerd met hyperandrogenisme. Zij hebben van nature een hogere testosteronspiegel dan de meeste vrouwen, waardoor hun spierontwikkeling beter op gang komt. De atletiekbond heeft hen daarom de kwalificatie DSD toegekend: Differences of Sexual Development.

De Keniaanse atleten Margaret Wambui en Evangeline Makena raken daardoor hun droom en broodwinning kwijt. Hun Indiase collega Dutee Chand stapt vanwege soortgelijke issues naar de rechter en wordt zowaar in het gelijk gesteld. Daar tegenover staat echter het schokkende persoonlijke relaas van de Oegandese middellange afstandsloopster Annet Negesa. Zij is min of meer gedwongen tot een medisch niet-noodzakelijke chirurgische ingreep en daarna nooit meer de oude geworden. Ze is kapotgemaakt. Letterlijk. Geknakt doet ze haar verhaal in Category: Woman. 

De IAAF krijgt, bij monde van voorzitter en oud-atleet Sebastian Coe, slechts beperkt de gelegenheid om z’n positie toe te lichten. De bond wil vooral de ‘eerlijke en open competitie’ tussen sporters beschermen, zo luidt het verweer. Maar of daarvoor basale mensenrechten mogen worden geschonden? Het is duidelijk aan welke kant van deze discussie documentairemaker Phyllis Ellis staat. Ze agendeert de achterliggende kwestie op pregnante wijze in een film, die de vanzelfsprekendheden binnen de sport onder het vergrootglas legt en daarmee automatisch ook ter discussie stelt.

Over hetzelfde thema verscheen in 2024 de hybride van docu en drama Life Is Not A Competition, But I’m Winning.

While We Watched

TIFF

‘Namaskar! Mijn naam is Ravish Kumar’, start de bekende presentator van NDTV India steevast zijn televisieprogramma Prime Time. Kumar is een autoriteit in zijn land, een journalist die het controleren van de macht tot zijn voornaamste taken rekent. Sinds de hindoe-nationalistische Bharatiya Janata-partij van premier Narendra Modi aan het roer is gekomen in India, laat de macht dat echter niet meer zomaar over z’n kant gaan. Onafhankelijke stemmen zoals Ravish Kumar worden consequent gebrandmerkt als ‘onvaderlandslievend’. Dat voortdurende gehamer op trouw aan de natie is in zijn ogen overigens niet meer dan een dekmantel voor ongebreideld religieus fanatisme.

De gevolgen laten zich echter raden in While We Watched (95 min.). Kumar wordt niet (alleen) bedreigd door anonieme toetsenbordridders, maar ook openlijk: door lieden die trots aankondigen dat ze hem met blote handen gaan doden – of anders aan zijn haren naar buurland en aartsvijand Pakistan zullen slepen. Vanuit een ander gezichtspunt belicht deze grimmige film van Vinay Shukla zo een thema dat ook al aan de orde is gesteld in Writing With Fire, een portret van enkele Indiase vrouwen uit de laagste kaste die een eigen krant runnen, en dat als decor fungeert voor de prijswinnende docu All That Breathes, een film over twee broers met een eigen roofvogelopvang in New Delhi.

While We Watched is bovendien thematisch sterk verwant met recente films als A Thousand Cuts, over de pogingen van Nobelprijs voor de Vrede-winnaar Maria Ressa en haar nieuwsorganisatie Rappler om in de Filipijnen een onafhankelijke stem te laten horen, en F@ck This Job, over de strijd van de Russische televisiezender Dozhd om uit handen van het regime van Vladimir Poetin te blijven. Dat de pers in de afgelopen jaren door allerlei regimes – van Brazilië en Mexico tot de Verenigde Staten – is geframed als vijand van het gewone volk wordt ook zichtbaar gemaakt in Endangered, een urgente film over de journalistiek als beroepsgroep in de verdrukking.

Terwijl de Indiase autoriteiten NDTV het leven steeds vaker zuur of ronduit onmogelijk maken, zien ‘nationalistische’ media ‘t als hun taak om olie op het vuur te gooien. Ook Ravish Kumar wordt daarbij bruusk weggezet als een verachtelijk lid van de ‘mainstream media’, een term die ook in Nederland in zwang is geraakt om de pers te delegitimeren. Intussen krijgt de presentator bij zijn werkgever regelmatig taart geserveerd, als wéér een collega, gedwongen door de omstandigheden, zijn heil elders zoekt. Het is een triest beeld: met elk stuk dat er uit de taart wordt gesneden, verdeeld en weggekauwd, raakt de Indiase democratie verder verzwakt.

Deze krachtige film schetst zo een grimmig beeld van wat ook zomaar, wanneer we ons maatschappelijke debat en de rol van onafhankelijke journalistiek daarbinnen veronachtzamen, ons voorland zou kunnen zijn. Als de waakhond van de democratie met brute kracht wordt gedwongen om zich als een kwispelend schoothondje te gedragen – of juist wordt (op)gefokt tot de pitbull van een autoritair regime, die van leer trekt tegen al wat een ander, of gewoon onafhankelijk, geluid laat horen.

Nothing Lasts Forever

Showtime

Synthetische diamanten zien er volgens Dusan Simic beter uit en zijn nog goedkoper ook. Waarom zouden we dan nog echte diamanten zoeken? wil filmmaker Jason Kohn weten. ‘Dat is een goede vraag’, antwoordt de edelsteendeskundige met een schalkse blik. ‘Sommige mensen willen nu eenmaal iets wat echt bij de aarde hoort. Iets wat is gemaakt door God, niet in één of ander laboratorium. Wat vind je van dat antwoord?’

Even later introduceert Kohn precies zo’n figuur in zijn tragikomische exploratie van de wereld achter (synthetische) diamanten: Martin Rapaport. Daarbij moet meteen wel gezegd worden dat Rapaport een zeker belang heeft bij een duidelijk onderscheid tussen die nepdiamanten van menselijke makelij en de diamanten die écht voor altijd zijn  Als voorzitter van de zogenaamde Rapaport Group stelt hij, vanuit een kantoor aan de Diamond Jewelry Way, immers de prijzen van diamanten vast. Een synthetische diamant verkopen als verlovingsring is volgens hem een ernstige inbreuk op de ethische code van de diamantindustrie. ‘Je schopt mensen in hun emotionele ik-hou-van-jou plek’, zegt de sleutelfiguur binnen het diamantkartel gedecideerd, alsof hij ‘t zelf gelooft. ‘Wat is mijn huwelijk waard, wat is mijn relatie waard?’

Op die vraagstelling valt natuurlijk wel wat af te dingen. En dat gebeurt dus ook in Nothing Lasts Forever (83 min.). ‘De diamant was ook nooit echt’, stelt de messcherpe juwelenontwerpster Aja Raden bijvoorbeeld, niet zonder ‘Schadenfreude’. ‘Dat was ook altijd al een leugen. Een synthetische diamant is dus niet meer dan een leugen over een leugen. Ik vind dat hilarisch en verrukkelijk.’ Stephen Lussier, een gesoigneerde topman van het toonaangevende diamantbedrijf De Beers in Botswana, maakt zich desondanks niet druk om ‘vervalsingen’. Hij weet immers, zegt hij met een triomfantelijk bedoelde glimlach, ‘waartoe De Beers in staat is’. Maar of ‘parasieten’ zoals John Janik van Xtropy Lab-Grown Diamonds, die de ‘diamantdroom’ proberen te stelen, zich daardoor werkelijk laten afschrikken?

En laten we eerlijk zijn: in China staan ze ongetwijfeld al te popelen om een diamant-lopende band te laten draaien, terwijl in India nu al druk wordt gehandeld in diamanten met een dubieuze herkomst. ‘Want je bent pas een dief als je gepakt wordt’, stelt Tehmasp Printer van het International Gemological Institute. ‘Tot dat moment ben je een eerlijk mens.’ Met zichtbaar plezier prikt Kohn in deze kostelijke film, geïllustreerd met fraaie beelden van diamantproductie en -controle en verluchtigd door een afwisselend enerverende en joyeuze soundtrack, de ene na de andere mythe van de diamantwereld door. Totdat alles een illusie lijkt – of superieure marketing. Gaandeweg zou een buitenstaander wel eens het idee kunnen krijgen dat diamanten in werkelijkheid vooral van lucht worden gebakken.

Prins Bernhard

Videoland

Het verhaal is te mooi om niet opnieuw te worden verteld.

Over de armlastige Duitse edelman die in 1937 ‘omhoog trouwde’ en een Nederlandse prins werd. Een onverzadigbare charmeur die er in de hele wereld liefjes – en kinderen – op nahield. De ritselaar die het z’n hele leven niet al te nauw nam met de regeltjes. Een man van de wereld met oog voor het goede leven en een gigantisch gat in zijn hand. De oorlogsheld die na de Lockheed-affaire geen uniform meer mocht dragen. Een fervente jager die het boegbeeld van het Wereld Natuur Fonds werd. En – niet te vergeten – de bon vivant die (op z’n minst een beetje) model zou hebben gestaan voor het personage James Bond.

Als één Nederlander zich leent voor zijn eigen documentaire, dan is het Prins Bernhard (132 min.). Zoals er ook al talloze biografieën en series zijn gewijd aan Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004) en zijn echtgenote, koningin Juliana. De schrijvers daarvan – Annejet van der Zijl, Jolande Withuis, Gerard Aalders, Marc van der Linden en Jutta Chorus – leveren ook stuk voor stuk een bijdrage aan deze driedelige serie van Joost van Ginkel, die met oud-premier Dries van Agt, Bernards nooit erkende dochter Mildred Zijlstra en allerlei intimi sowieso sterk is bezet. Al schittert de Koninklijke familie zelf natuurlijk door afwezigheid.

De documentairemaker serveert alle smeuïge anekdotes, scherpe observaties en ferme conclusies in hoog tempo uit in hapklare hoofdstukjes en stut die met heerlijk archiefmateriaal, illustratieve scènes en tekeningen uit de aan Bernhard gewijde strip Agent Orange. Van Ginkels toon is over het algemeen kritisch, maar hij heeft ook oog voor ‘s mans charmes en verdiensten. Met een wel erg frivole soundtrack – waarin het ene op het andere voor de hand liggende hitje volgt, liefst met een héél toepasselijke tekst – maakt hij het larger than life van zijn hoofdpersonage bovendien toegankelijk voor een groot publiek.

Al die input over een eeuwige kwajongen, netjes op een rijtje gezet en ingekaderd, resulteert weliswaar niet in nieuwe inzichten over de man die in zijn eigen avonturenroman leefde, maar brengt hem, een kleine twintig jaar na zijn dood op 93-jarige leeftijd, wel weer helder in het vizier. Als de belichaming van prinsheerlijk leven – en het mooie verhaal dat nodig weer eens verteld moest worden.

Begin 2025 bracht Videoland Beatrix uit, een driedelige serie van Joost van Ginkel over Bernhards dochter, koningin Beatrix.

Stolen Youth: Inside The Cult At Sarah Lawrence

Disney+

Als acht studenten van het prestigieuze Sarah Lawrence College in 2010 besluiten om samen in een huis te gaan wonen, kunnen ze niet vermoeden dat er zich nog een soort extra bewoner zal melden in Slonim Woods 9 te Bronxville, New York, en dat hij het leven van enkele huisgenoten helemaal gaat overnemen. Lawrence Ray, de vader van studente Talia, is een voormalige marinier, medewerker van de CIA en FBI-informant, komt net uit de gevangenis en werpt zich ongevraagd op als mentor van enkele huisbewoners tijdens een door hemzelf afgekondigde Q4P, ofwel ‘quest for potential’.

De tieners zijn stuk voor stuk artistiek aangelegd en hebben niets voor niets gekozen voor een tamelijk alternatieve school die zich afficheert met de slogan ‘You are different, so are we’. Ze zijn stuk voor stuk kwetsbaar en zoekende. Ideaal materiaal voor een bijzonder dominant heerschap met zijn eigen issues, getuige Stolen Youth: Inside The Cult At Sarah Lawrence (203 min.). Binnen korte tijd vormt Larry Ray hen om tot zijn eigen sekte. Die krijgt in de media voor het gemak maar meteen het predicaat ‘sekssekte’ toebedeeld, ook al lijkt de seks uiteindelijk vooral nevenschade te zijn van Ray’s paranoïde machtswellust.

Deze driedelige docuserie van Zach Heinzerling reconstrueert de dramatische verwikkelingen met enkele direct betrokkenen en kan hun herinneringen bovendien illustreren met unheimische beeld- en geluidsopnames. Want Larry Ray maakte er een sport van om alles vast te (laten) leggen, een bizarre gewoonte die ook Keith Raniere en zijn roemruchte NXIVM-sekte er op nahielden en die in de inmiddels twee seizoenen tellende serie The Vow al optimaal is uitgenut. Ray’s escapades doen tevens denken aan het perverse machtsspel van R&B-zanger R. Kelly, dat uitvoerig is gedocumenteerd in de #metoo-serie Surving R. Kelly.

Heinzerling bouwt zijn vertelling zorgvuldig op. In aflevering 1 wordt uiteengezet hoe de parasiet Lawrence Ray het leven van zijn subjecten binnendringt en helemaal leegvreet. De tweede aflevering laat zien tot welke excessen dit vervolgens leidt en hoe sommige slachtoffers een toonbeeld worden van het Stockholm Syndroom. En de slotaflevering brengt de emotionele tol van het leven in ‘Larryland’ in kaart. Als geheel schetst Stolen Youth een onrustbarend beeld van hoe een malicieuze controlfreak anderen eerst volledig in zijn macht kan krijgen, om hen daarna rücksichtslos naar de rand van de afgrond te dirigeren.

Amira

Videoland

Ze is negen jaar oud, weegt achtentwintig kilo en grossiert inmiddels in Europese en wereldtitels. Niet in turnen, ballet of stijldansen, maar als kickbokser. Tegelijkertijd is Amira Rahri een heel gewoon Marokkaans-Nederlands meisje dat naar de basisschool gaat, geniet van de kermis en zich houdt aan de Ramadan. Daarnaast staat haar jonge leven in het teken van de sport. En daarbij staat vader Younes constant aan haar zijde.

Tijdens een wedstrijd in Frankrijk wordt hij er tijdens de eerste ronde bijvoorbeeld mee geconfronteerd dat de tegenstandster van Amira (55 min.) ook op haar hoofd mikt. In Nederland mag dit helemaal niet. Younes ziet het vanuit de zaal met lede ogen aan, maar laat zijn dochter toch maar terugslaan. En die trekt de beladen tweekamp, haar opponent razendsnel stoten en schoppen toebrengend, gewoon naar zich toe.

In Marokko wordt Amira niet voor niets ‘The Wonder Girl’ genoemd. Als ze in deze (jeugd)documentaire van Elza Jo Tratlehner uit 2019 in het land van haar ouders arriveert, wordt ze op het vliegveld opgewacht door een enthousiaste menigte fans. ‘Papa, ik durf dit niet’, zegt ze tegen haar vader. Later moet ze ook nog allerlei journalisten te woord staan. In het Nederlands, want een andere taal spreekt ze niet.

Net als Tratlehners eerdere portretten van Jolene en Famke Louise is Amira, waarmee ze op het Cinekid-festival de prijs voor beste Nederlandse jeugdfilm won, over het algemeen erg ruw gefilmd en puur op de inhoud gemonteerd. Trefzeker werkt de film –  via een laatste rustmoment, de verplichte staredown met haar tegenstandster en de finale weging – toe naar een gevecht in Antwerpen, waar de jonge heldin opnieuw zal moeten zegevieren.

Veekay

Prime Video

De 22-jarige Nederlander Rinus ‘Veekay’ van Kalmthout zit aan het stuur, maar zijn ontluikende carrière als autocoureur is beslist een familieaangelegenheid. De ouders van Rinus zijn ook naar de Verenigde Staten verkast, om hun zoon te ondersteunen bij zijn poging om de top van het Amerikaanse IndyCar-racing te bereiken. Vader Marijn weet als oud-coureur wat er nodig is, moeder Evelien hoopt vooral dat haar zoon steeds heelhuids de finish bereikt.

Dat is niet vanzelfsprekend. Bij zijn debuut tijdens de Texas Motor Speedway in 2020 was de rookie Rinus meteen betrokken bij twee crashes op de ‘oval’. Daardoor heeft hij zich echter niet gek laten maken. ‘Als je angst hebt en je gaat dit spelletje doen’, zegt vader Marijn, in het proza van de autosport dat hij grondig heeft verinnerlijkt. ‘Dat gaat niet werken.’ Want angst haalt snelheid weg. En dat kun je je als topcoureur niet permitteren.

‘Tuurlijk is de sport gevaarlijk, maar ik sta het mezelf niet toe om daarover na te denken’, zegt moeder Evelien in Veekay (122 min.). ‘Want dan wordt het wel heel rommelig om naar een race te kijken.’ Rinus zelf lijkt zich niet zo druk te maken. ‘Als ik dan voor de race instap in de auto is er vaak een priester vanuit IndyCar die een gebedje doet’, vertelt hij laconiek. ‘Al ben ik niet gelovig, ik denk wel dat zulke dingen geen kwaad kunnen.’

In deze driedelige serie werkt Team Veekay toe naar de Indy 500. Ook Arie Luyendyk, de landgenoot die de belangrijkste race van het jaar tweemaal won, is daarbij betrokken. Hij weet hoe het is om achter dat stuur te kruipen. ‘Ik heb nooit in de auto gezeten voor de start en aan mijn vrouw of kinderen gedacht’, vertelt hij. ‘Maar ‘s morgens als ik onder de douche stond om naar het circuit te gaan, dan dacht ik: nou, als het even tegenzit, zou het wel eens de laatste keer kunnen zijn vandaag.’

Met enerverende impressies van Rinus van Kalmthouts races, ‘actiebeelden’ van zijn ouders tijdens die wedstrijden, inkijkjes bij het leven achter de racerij van de jonge Nederlander en talloze, vaak erg gelikte, quotes van insiders brengt deze miniserie de IndyCar-scene aardig over het voetlicht. Al te diep graaft ‘t allemaal niet, maar als introductie van de Amerikaanse autosport of kijkdingetje voor de chauvinistische fan volstaat Veekay zeker.

De Verdediging Van Robert M.

Wim Anker (l) en Tjalling van der Goot (r) / Maria Mok en Meral Uslu

De boze en bedreigende voicemailberichten, e-mails en brieven die binnenkomen bij het advocatenkantoor van Wim en Hans Anker laten er geen misverstand over bestaan: het wordt de Friese tweelingbroers bepaald niet in dank afgenomen dat ze De Verdediging Van Robert M. (90 min.) op zich hebben genomen. En menige afzender kan daarbij nauwelijks onderscheid maken tussen de verdachte en zijn pleitbezorgers.

In de openingsscène van deze observerende film van Meral Uslu en Maria Mok over de grootste zedenzaak uit de Nederlandse geschiedenis heeft Wim Anker buiten bij de Penitentiaire Inrichting te Vught nog aan enkele meisjes uitgelegd hoe belangrijk het is dat zelfs de verdachten van de meest gruwelijke daden adequate juridische bijstand krijgen. Het is in Nederland bovendien de rechter, betoogt hij, die bepaalt of een verdachte ook daadwerkelijk schuldig is.

Om hun cliënt, die wordt beschuldigd van ernstig seksueel misbruik van tientallen (zeer) jonge kinderen en het verspreiden van kinderporno, optimaal te kunnen verdedigen, moeten Wim Anker en zijn collega Tjalling van der Goot zich door een enorm strafdossier werken, schokkend beeldmateriaal bekijken dat is gemaakt door Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O. en de vernietigende publieke opinie over alles wat met pedofilie heeft te maken trotseren.

‘Een hele dag Robert M., dat trek ik niet’, stelt Van der Goot, die zich in eerste instantie wat heeft verkeken op de omvang en zwaarte van het dossier, als ze enige tijd onderweg zijn. ‘Ik ben na een halve dag in de zeden echt wel klaar.’ Tegelijkertijd is hun cliënt, die veelal in isolatie verblijft, somber en moedeloos. Als protest tegen het feit dat hij tijdens zijn detentie wordt blootgesteld aan cameratoezicht, gaat hij zelfs in honger- en dorststaking.

Anker en Van der Goot proberen hem een hart onder de riem te steken, terwijl ze de zaak zelf ook fysiek en mentaal ‘loodzwaar’ vinden. Uslu en Mok, die eerder het bijzonder boeiende tweeluik Anker & Anker (2010) maakten en later Wim Anker zouden volgen in De Zaak Gebroeders R. (2018), brengen de worsteling die schuilgaat achter hun professionele attitude sober maar uiterst doeltreffend in beeld. Daaruit spreekt pure plichtsbetrachting: ‘it’s a dirty job but somebody’s gotta do it.’

Ondanks – of juist vanwege – de volkswoede die deze zaak losmaakt, verdient Robert M. een messcherpe verdediging. ‘Met als mogelijk resultaat dus dat die man op vrije voeten komt?’ vertolkt Bløf-zanger Pascal Jakobsen het ‘gesundes Volksemphinden’ in de talkshow Pauw & Witteman. ‘U zegt eigenlijk – en u bent niet de enige die dat zegt – verdediging, doe het niet, in het belang van de samenleving’, antwoordt Tjalling van der Goot. Emotioneel kan hij de vraag wel begrijpen, maar als advocaat zet hij de knop om: oordelen is niet zijn taak.

‘Kunt u dan slapen?’ wil Jakobsen nog weten. ‘Ik kan wel slapen, ja’, antwoordt Van der Goot, wellicht ook een beetje tegen zichzelf. Via hem en zijn gedreven confrère Wim Anker toont deze nog altijd urgente documentaire uit 2013 hoe lastig het is voor advocaten om in dit soort gevoelige zaken ‘gewoon’ hun werk te doen. Zeker als bestuurders, politici en opinieleiders, zoals bij de zaak rond Robert M., ongegeneerd meesurfen op de golven van emotie die op zo’n moment door Nederland gaan.

Bill Russell: Legend

Netflix

Zeven maanden voor zijn dood laat de hoogbejaarde basketballegende Bill Russell (1934-2022) zijn verzameling memorabilia veilen: kampioensringen, Most Valuable Player-trofeeën en de shirts die hij in zijn hoogtijdagen in de jaren vijftig en zestig bij The Boston Celtics droeg. Een belangrijk deel van de opbrengst gaat naar zijn eigen goede doel MENTOR, waarmee hij de kansen voor jonge (zwarte) Amerikanen wil vergroten. En latere topspelers zoals Charles Barkley, Shaquille O’Neal en Stephen Curry staan in de rij om iets van hun gading te bemachtigen en de man en zijn imposante nalatenschap te eren.

Sinds 2013 staat er in het centrum van Boston, de stad die hem groot maakte en die hij groot maakte, een standbeeld van de topsporter en burgerrechtenactivist. Deze tweedelige film van Sam PollardBill Russell: Legend (199 min.), is eveneens bedoeld als een eerbetoon. Teamgenoten, concurrenten en navolgers steken de loftrompet over de man die een basketbalwedstrijd kon lezen als geen ander en zo het moderne verdedigen heeft uitgevonden. Dat heeft hem en zijn teamgenoten bepaald geen windeieren gelegd, getuige een schier eindeloze stroom landstitels met The Celtics. Achter de gevierde sporter gaat echter gewoon een zwarte man in een witte wereld schuil.

In de lente van 1963 besluiten notabelen in zijn woonplaats Reading bijvoorbeeld om een officiële Bill Russell-dag uit te roepen. De hoofdpersoon reageert vereerd en geëmotioneerd. Als hij enkele maanden later naar een woning in een betere buurt wil verhuizen, krijgt Russell echter een andere kant van de gemeenschap te zien. ‘Mijn vrouw Rose kwam huilend thuis toen bewoners een petitie tegen de verkoop hadden getekend’, schrijft hij in zijn memoires, voor dit portret ingelezen door acteur Jeffrey Wright. ‘We moeten dat huis vergeten, zei Rose. Ze willen ons hier niet.’ Russell is echter onvermurwbaar: ‘Niemand vertelt mij waar ik ga wonen.’

Gaandeweg laat hij zich steeds meer gelden in de burgerrechtenstrijd. Als bokser Muhammad Ali ernstig onder vuur komt te liggen omdat hij zich tegen de oorlog in Vietnam keert, weet hij Russell bijvoorbeeld aan zijn zijde. ‘s Mans maatschappelijke betrokkenheid is ook het interessantste onderdeel van deze verder wel erg ronkende sportbiografie, waarin allerlei prominenten hem de ene na de andere veer in z’n reet steken. Meer nog dan de speler die The Boston Celtics in dertien jaar maar liefst elf landskampioenschappen heeft bezorgd gaat Bill Russell immers de geschiedenisboeken in als de man die het basketbal heeft geopend voor Afro-Amerikanen, eerst als speler en later als coach.

Les Mots De La Fin

Human

In het Centre Hospitalier Régional de la Citadelle te Luik houdt dokter Damas spreekuur. Hij ontvangt geen gewone patiënten, maar mensen met een doodswens. Sinds België in 2002 euthanasie legaliseerde, kunnen zij, bij ongeneeslijk en ondraaglijk lijden, in het ziekenhuis een afspraak maken voor een levenseinde-consult.

In Les Mots De La Fin (71 min.) kijken Gaëlle Hardy en Agnès Lejeune met de camera mee bij deze indringende gesprekken. Mevrouw Hox meldt zich bijvoorbeeld. De hoogbejaarde vrouw is gediagnosticeerd met ALS en ziet dat haar mogelijkheden steeds beperkter worden. Ze wil liefst zo snel mogelijk euthanasie, betoogt ze, met haar nicht aan haar zijde. Liefst binnen enkele weken.

Een andere patiënt, mevrouw Dubois, mankeert nog weinig. Zij heeft echter gezien hoe haar echtgenoot en schoonmoeder hebben geleden. Dat wil ze zelf toch graag voorkomen. Mevrouw Bonsignore is dan weer geestelijk helemaal uitgeput, maar voor de trein springen wil ze vanwege haar zoons ook niet. Die zijn overigens nog niet op de hoogte van haar plannen.

Tijdens indringende gesprekken tasten arts en patiënt elkaar af. Is euthanasie werkelijk de beste – of in elk geval: minst slechte – oplossing? Voldoen de vragers aan alle voorwaarden? En (hoe) hebben ze hun verwanten meegenomen in deze ingrijpende keuze? Dokter Damas staat in principe welwillend tegenover hun verzoek, maar geeft wel degelijk ook de én zijn grenzen aan.

Sommige verzoeken worden ook nog belemmerd door een andere grens: die tussen België en Frankrijk, waar de wet aanmerkelijk minder ruimte biedt aan mensen voor wie het leven vooral lijden is geworden. Damas worstelt daarmee en brengt die vraag ook in bij een interdisciplinair overleg over levensbeëindiging, een ander belangrijk bestanddeel van deze gespreksfilm.

Verder bestaat de documentaire vrijwel volledig uit afzonderlijke levenseinde-consulten, zo nu en dan onderbroken door verdwaalde shots van het ziekenhuis en de omgeving, aangekleed met stemmige muziek. De daad zelf, het verrichten van euthanasie, wordt bewaard voor het slot van de film. En ook dan zijn alleen de voorbereidingen te zien en is het levenseinde zelf slechts te horen.

Les Mots De La Fin richt zich volledig op de beweegredenen van mensen met een doodswens en de gesprekken die zij daarover voeren met hun arts. Aan het eind gaat dokter Damas nog op bezoek bij de familie van een ernstig zieke jonge vrouw die hij van het leven heeft verlost. Dan laat de man die iedereen professioneel te woord heeft gestaan even zijn artsenmasker zakken.

Want euthanasie mag dan inmiddels tot het standaardrepertoire van sommige artsen behoren, deze serene film laat zien dat (hulp bij) het beëindigen van het leven – ook al is dat een kwestie van ongeneeslijk en ondraaglijk lijden geworden – nooit routine wordt – of mag worden.

Loving Highsmith

Mad Man

Bijna alle boeken van de Amerikaanse thrillerschrijfster Patricia Highsmith (1921-1995) zouden uiteindelijk het witte doek halen: van haar debuut Strangers On A Train, verfilmd door de ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock, tot de onder pseudoniem verschenen ‘enige lesbische roman met een happy end’ Carol en de reeks rond de gewetenloze bedrieger Tom Ripley, die diverse films met uiteenlopende vertolkers als Dennis Hopper, John Malkovich en Matt Damon heeft opgeleverd.

In het verzorgde portret Loving Highsmith (84 min.) probeert regisseur Eva Vitija met familie, vrienden en voormalige geliefden vat te krijgen op de enigmatische vrouw, die noodgedwongen een dubbelleven moest leiden. Alleen in dag- en notitieboekjes kon ze zich bijvoorbeeld over haar seksuele geaardheid uiten. Fragmenten uit die persoonlijke geschriften zijn voor deze documentaire ingelezen door de actrice Gwendoline Christie (Game Of Thrones/Wednesday).

‘Volgens mijn moeder heeft ze met terpentine tevergeefs geprobeerd om een abortus op te wekken’, vertelt zij bijvoorbeeld namens de schrijfster. ‘Wederom volgens mijn moeder – één van haar andere verhalen – was het eigenlijk mijn vader die een abortus wilde. Ik vroeg mijn moeder welke van de twee verhalen waar was. Mijn moeder houdt echter niet van simpele, directe vragen en heeft me nooit geantwoord. Ik realiseer me overigens dat beide verhalen waar kunnen zijn.’

Vitija kleedt Highsmiths zielenroerselen aan met fraaie archiefbeelden en foto’s van haar protagonist en toepasselijke fragmenten uit de films die aan de hand van haar boeken zijn gemaakt. Zo ontstaat zowel een intiem portret van een gecompliceerde vrouw, die zich helemaal kon overgeven aan drank en zich soms ook verloor in dubieuze tirades, als een gelaagd beeld van haar leefwereld. Daarin werd zij omringd door allerlei vrouwen om van te houden, waarmee ze ’t echter nooit lang uithield.

‘Schrijven is de vervanging van het leven dat ik niet kan leven’, schreef Patricia Highsmith in één van haar dagboeken. ‘Dat ik niet in staat ben om te leven.’

Stil Water

Bente en haar broer / EO

Ruim vijf jaar na Pilotenmasker (2017) keert documentairemaakster Simonka de Jong terug naar het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht, een omgeving die de vorige keer een diep ontroerende film heeft opgeleverd. Destijds volgde De Jong enkele kinderen met kanker, kleuters met ‘gemene celletjes’ in hun lichaam die noodgedwongen werden blootgesteld aan ingrijpende medische onderzoeken en behandelingen.

Stil Water (55 min.) is een soort vervolg, waarbij de focus ditmaal ligt op de directe verwanten van zo’n ziek kind: de ouders, broers en zussen. Twee jaar lang is de documentairemaakster met haar crew aangesloten bij drie Nederlandse gezinnen, die een welhaast onmenselijke uitdaging moeten aangaan en haar ondertussen toegang geven tot hun meest intieme en kwetsbare momenten. Te midden van de pijn en het verdriet vindt ze ook veerkracht, lol en – vooral – verbondenheid.

‘Ik weet nog dat ik die eerste vrijdag, toen we het net wisten, vroeg: wordt ze dan nog wel zes jaar?’ vertelt Annemieke Goudswaard, de moeder van Fien. ‘En dat ze toen zeiden: dat weten we niet!’ Vader Gijs vertelt hoe hij zijn dochter bij een ziekenhuisopname in zijn armen de trap afdroeg. ‘Toen vroeg ze: Het komt toch wel goed, pap? Toen dacht ik: volgens mij weet jij ook dat het niet goed komt.’ Hun andere kinderen willen het verdriet van hun ouders intussen liever niet zien.

Steven Voerknecht vertelt dat hij in eerste instantie ‘helemaal niks’ voelde toen hij hoorde dat zijn jongere broer Matthijs ernstig ziek was. In een gesprek met zijn andere broer Reinier en hun ouders constateren ze dat Matthijs door zijn aandoening emotioneel achterloopt. Soms is ie gewoon strontvervelend. Hoe kunnen ze daar het beste mee omgaan? Het zijn vragen die je als buitenstaander niet direct bedenkt, maar die in deze getroffen gezinnen aan de orde van de dag zijn.

Bij de familie Van Eersel uit Weesp is het de jongste van drie kinderen, de driejarige Bente, die ernstig ziek is. Ook als het meisje voor behandelingen in het ziekenhuis ligt komt papa een verhaaltje voorlezen. Via de mobiele telefoon speelt ze verstoppertje met haar oudere broers Jens en Tim. En als de kleine Bente geniet van het geladen Frozen-liedje Laat Het Los, een rechtstreekse verwijzing naar één van de ontroerendste scènes van Pilotenmasker, kijken haar ouders geraakt toe.

Stil Water belicht hoe de familieleden hun eigen weg proberen te vinden met en rond de ziekte van één van hen. Van therapeutische gesprekken, familie-opstellingen en het geloof tot een kindercoach, speltherapie en Inca-rituelen. Simonka de Jong omlijst hun ervaringen en emoties met gestileerde onderwater-sequenties, ondersteund door gefühlvolle muziek, waarmee de gevoelstoestand van de verschillende hoofdpersonen op een aangrijpende manier tot uitdrukking wordt gebracht.

Deze film wordt daardoor net zo’n stoot in de maag als Pilotenmasker. Tezamen vormen de documentaires een tweeluik dat de kwetsbaarheid van het (samen) leven héél tastbaar maakt en tegelijkertijd laat zien hoeveel incasseringsvermogen, creativiteit en warmte tijden van opperste nood kunnen losmaken.

Murder In Big Horn

Showtime

‘Voor ons zijn dit geen true crime-verhalen’, zegt journalist Luella Brien, waarvan in 1977 tante DeeDee verdween, met ingehouden emotie. ‘De slachtoffers komen uit onze families.’ Al decennia zijn de ‘native Americans’ van Big Horn County, Montana, zich er maar al te zeer van bewust dat er jonge vrouwen, meisjes nog, uit hun midden verdwijnen. Verder kraait er echter geen haan naar deze MMIW (Missing/Murdered Indigenous Women).

Totdat Henny Scott in 2018 plotseling verdwijnt na een feestje op The Northern Cheyenne Reservation. Het veertienjarige meisje wordt enkele weken later dood aangetroffen in de sneeuw. Omdat ze op het indianenreservaat zelf is gevonden moet het Bureau of Indian Affairs (BIA) van Lame Deer in actie komen. En die kan de hulp inroepen van de FBI. Zoals de sheriff van Big Horn County dan weer verantwoordelijk is voor een ander deel van het grotere gebied, The Crow Reservation. Afhankelijk van het slachtoffer, de (onbekende) dader, plaats delict en de plek waar het lichaam wordt aangetroffen. Dat probleem speelt direct op als ruim een half jaar later een ander indiaans meisje, Kaysera Stops Pretty Places, dood wordt gevonden. Er zijn aanwijzingen dat ze wellicht is vermoord. En dan raakt op 1 januari 2020 ook de zestienjarige Selena Not Afraid nog vermist.

Dat juist het leefgebied van de Cheyenne- en Crow-stammen juridisch braak ligt, is natuurlijk geen toeval. ‘Native Americans’ werden aan het einde van de negentiende eeuw aan hun lot overgelaten, in de hoop dat ze stilletjes zouden opgaan in de ‘gewone’ bevolking of zouden uitsterven. Reservaten groeiden uit tot plekken van werkeloosheid, armoede, gokken en verslaving. Door Big Horn County loopt bovendien nog de Interstate 90, die als doorvoerroute van en naar Canada kan fungeren voor drugs, vrouwen en andere illegale handel. Zo wordt de traditionele angst gevoed voor de witte man, die zich van oudsher op indianenvrouwen richt om via hen de complete gemeenschap te ontwrichten, zo is het algehele gevoel. Neem bijvoorbeeld Pocahontas. Van haar romance met kapitein John Smith is een prachtige Disney-liefde gemaakt, maar in werkelijkheid was ze waarschijnlijk slachtoffer van mensenhandel.

Die geladen geschiedenis en maatschappelijke context zorgen ervoor dat Murder In Big Horn (157 min.) nooit een routineuze true crime-productie wordt. Zeker omdat er ook nog een andere kant aan datzelfde verhaal zit: de misstanden binnen het reservaat zelf, waar huiselijk geweld en seksueel misbruik schering en inslag lijken. Veel meer dan een zoektocht naar de daders van de tientallen ‘native women’ die in de afgelopen decennia zijn verdwenen is deze sfeervolle driedelige docuserie van Razelle Benally en Matthew Galkin een portret van een getroebleerde gemeenschap, die in z’n hart – de vrouwen en meisjes – wordt getroffen. ‘Every child matters’, stelt een leus over de MMIW. Dat moet het uitgangspunt worden, vinden strijdbare vrouwen zoals Luella Brien. In plaats van ‘another dead indian’.

HyperNormalisation

BBC

In plaats van het richting geven aan een alsmaar gecompliceerdere wereld verkiezen leiders aan het einde van de twintigste eeuw steeds vaker een aansprekend verhaal. Tijdens het bewind van de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989) dubben zijn medewerkers dit stiefbroertje van ouderwetse propaganda ‘perception management’. Met sterke verhalen beginnen ze actief de collectieve beleving van de werkelijkheid te sturen, zodat gewone Amerikanen zich voortaan met het verhaal over de werkelijkheid bezighouden, in plaats van met de werkelijkheid zelf die veler bevattingsvermogen sowieso te boven gaat.

Het is slechts één van de voorbeelden van HyperNormalisation (166 min.) die de Britse essayist Adam Curtis (The Century of The Self en Can’t Get You Out Of My Head) in deze epische film uit 2016 inzet om zijn betoog te stutten. Daarin weerklinkt opnieuw zijn geheel eigen stem. Letterlijk: die typisch Britse woordkeus en lekker pedante dictie. En figuurlijk: die volstrekt eigenzinnige visie, dwarsverbanden en interpretatie van welbekende en de meest buitenissige archiefbeelden. Waarmee geopolitieke ontwikkelingen op onnavolgbare wijze worden gekoppeld aan ideeën van denkers, kunstenaars en wetenschappers. Zo krijgen Tarkovsky’s sciencefictionfilm Stalker, de workout-video’s van Jane Fonda en wat we nu TikTok-filmpjes zouden noemen een min of meer logische plek binnen een doolhof over de schijn van het zijn, waarvan alleen Adam Curtis de uitgang kan vinden.

De term hypernormalisatie ontleent hij aan een karakterisering van de Sovjet-Unie als een samenleving waarin iedereen weet dat de leiders onzin verkopen. Met eigen ogen kunnen gewone Russen immers vaststellen dat de economie bezig is om te imploderen. Tegelijkertijd moeten ze het spel dat alles geweldig is gewoon meespelen. Want wat is het alternatief? Later schetst Curtis hoe Vladislav Surkov, als rechterhand van de Russische president Poetin, doelbewust begint te morrelen aan het concept waarheid, zodat diezelfde gewone Russen nooit zeker kunnen weten wat waar is en wat niet. Een strategie die vervolgens in de Verenigde Staten wordt toegepast door presidentskandidaat Donald Trump, die eerder in deze film al is opgevoerd als een gemankeerde ondernemer die als geen ander de façade van succes weet op te houden. De politicus Trump verslaat zo de journalistiek, stelt Curtis, want hij maakt de waarheid waarnaar zij zoeken volstrekt irrelevant.

Het is de slotsom van een nauwelijks te reproduceren narratief waarin op de één of andere miraculeuze manier ook Prozac, zelfmoordaanslagen, de voormalige Syrische dictator Hafiz al-Assad, cyberspace, de therapeutische computer ELIZA en het steeds weer, al naar gelang de behoefte van het westen, rebranden van de Libische leider Muammar Gaddafi tot vrijheidsstrijder of superschurk nog zijn geïncorporeerd. Met de grandeur van een ziener die de wijsheid al een leven lang in pracht heeft – en die trouwens ook wel van een lekker tegendraads muziekje houdt – toont Adam Curtis zijn toehoorders en -schouwers hier de wereld op een manier waarop ze die vast nooit eerder hebben gezien en zonder hem ook nooit meer zullen zien.

Stephen: The Murder That Changed A Nation

BBC

Tien jaar nadat Nederland wordt opgeschrikt door de racistische moord op Kerwin Duinmeijer, een vijftienjarige Antilliaanse jongen die in 1983 in Amsterdam is doodgestoken door een skinhead, sterft Stephen Lawrence in Londen een gewelddadige dood. Op 22 april 1993 wordt de achttienjarige jongen van Jamaicaanse afkomst aangevallen bij een bushalte.

De lafhartige moord – de vierde met een racistisch motief in minder dan twee jaar – zet de plaatselijke zwarte gemeenschap, die zich in de steek gelaten voelt door de politie en getergd door de extreemrechtse British National Party, in vuur en vlam. En de zaak krijgt zelfs een (inter) nationaal karakter als het Zuid-Afrikaanse icoon Nelson Mandela op bezoek komt en zijn steun betuigt aan de familie. Al gauw worden er enkele witte jongeren gearresteerd, die vanwege gebrek aan bewijs ook weer snel worden vrijgelaten. En daarna gebeurt er heel veel – en verdacht weinig.

In 1999 wijdt regisseur Paul Greengrass de speelfilm The Murder Of Stephen Lawrence aan de kwestie, in 2006 volgt Neil Grants The Boys Who Killed Stephen Lawrence. Scènes uit die speelfilms en interviews met de hoofdrolspelers hebben teven hun weg gevonden naar de driedelige docuserie Stephen: The Murder That Changed A Nation (177 min.) uit 2018, waarin James Rogan de geruchtmakende zaak doorlicht met Stephens ouders Doreen en Neville, politieagenten, advocaten, journalisten en politici en uiteindelijk ook enkele verdachten aan het woord komen..

Stephens vriend Duwayne Brooks, die erbij is op die fatale avond in april 1993, vertelt hoe hij tijdens demonstraties na de moord op zijn vriend is gearresteerd. Zijn ervaringen werpen een navrant licht op het betrokken politiekorps, dat door en door racistische elementen blijkt te bevatten. Als een agent een zwarte man ‘nigger’ noemt, wil een journalist van het tv-programma Panorama in 1983 bijvoorbeeld weten van de voorzitter van de politievakbond Les Curtis, of die dan ontslagen moet worden. ‘Nee, waarom?’ antwoordt die. ‘Die mening mag je hebben.’

Binnen dat krachtenveld kan de moord op een zwarte jongen als Stephen Lawrence plaatsvinden en ook ongestraft blijven. Gedetailleerd reconstrueert Rogan deze tragische geschiedenis, die mettertijd woede en verontreiniging in het halve land (en bij de willekeurige kijker) veroorzaakt en uiteindelijk wellicht iets ten goede kan keren in de strijd tegen racisme in Groot-Brittannië. Van tevoren worden de nabestaanden van Stephen Lawrence echter gedwongen om de gifbeker helemaal leeg te drinken.

McCurry: The Pursuit Of Colour

Afghan Girl / Steamroller Media

In India kreeg de wereld kleur. Na enkele jaren buffelen voor een kleine krant in Philadelphia vond fotograaf Steve McCurry er in 1978 zijn stem. Hij ging voor het eerst met kleurfilm werken en ontdekte de bloemrijkste taferelen. Via buurland Pakistan belandde de Amerikaanse fotograaf vervolgens in Afghanistan, waar toen een bloedige oorlog met de Sovjet-Unie woedde. McCurry was er gek genoeg helemaal op zijn plek. ‘Hij koos de oorlog niet’, zegt Anthony Bannon, oud directeur van het George Eastman Museum of Photography, daarover. ‘Die koos hem.’

Daar, in dat jarenlange conflict, zou Steve McCurry in 1984 ook zijn beroemdste foto schieten: Afghan Girl, een portret van het twaalfjarige meisje Sharbat Gula dat in een Pakistaans vluchtelingenkamp was beland. Vanaf de cover van het tijdschrift National Geographic leek ze, met haar felgroene ogen, de wereld met een mengeling van wanhoop en verwijten aan te kijken. Pas toen hij enkele maanden later thuis zijn materiaal ging bekijken, ontdekte McCurry wat hij had gemaakt: een soort moderne Mona Lisa, een symbool voor alle slachtoffers van de oorlog.

‘Ik heb mijn leven gewijd aan het najagen van kleur’, zegt hij zelf in McCurry: The Pursuit Of Colour (53 min.). ‘Om de schoonheid van diversiteit uit te drukken.’ Samen met mensen uit zijn directe omgeving, zoals z’n zus Bonnie en vriend/schrijver Paul Theroux, loopt de fotograaf zijn loopbaan door en probeert intussen z’n filosofie onder woorden te brengen. Tegelijkertijd toont regisseur Denis Delestrac hoe de kwieke zeventiger nog altijd als een fotograferende nomade naar alle uithoeken van de wereld afreist, om te laten zien hoe kostbaar het leven is.

Aan het eind van de film komt ook de controverse aan de orde die ooit rond McCurry is ontstaan: in de nabewerking van zijn foto’s zou hij de waarheid nét iets te veel naar zijn hand hebben gezet. ‘Ik ben zeer dankbaar dat iemand dat heeft ontdekt en onder de aandacht heeft gebracht van mij en de wereld’, zegt hij onderkoeld tegen Delestrac. ‘Ik wil ze daar oprecht voor bedanken.’ Die kan zijn oren niet geloven. ‘Dat meen je niet, toch?’ Zijn gesprekspartner begint te lachen. ‘Nee, dat is bullshit.’

Steve McCurry is van mening dat hij als ‘visuele verhalenverteller’ meer artistieke vrijheid heeft dan een willekeurige fotojournalist. ‘Ik fotografeer niet voor jou’, zegt hij ferm. ‘Ik fotografeer ook niet voor iemand anders. Ik fotografeer voor mijn eigen plezier en hoop dat mijn foto’s communiceren. Punt.’ Wie niet beter weet – of gewoon heeft gezien: in de talloze foto’s waarmee dit verzorgde portret is aangekleed – zou bijna gaan denken dat die hele wereld hem gestolen kan worden.

Karo Wil Goed Dood

Human

‘Einddatum’ staat er in haar digitale agenda bij vrijdag 2 december 2022. Drie dagen van tevoren wil Karo nog naar een concert van de symfonische metalband Within Temptation. In de navolgende dagen is er dan gelegenheid voor familie en vrienden om afscheid van haar te nemen. En dan wil ze op een waardige wijze afscheid nemen van het leven.

Karo Wil Goed Dood (39 min.) is het relaas van een jonge, beschadigde vrouw die aan meerdere traumatische gebeurtenissen een complexe posttraumatische stressstoornis (CPTSS) heeft overgehouden en nu een euthanasieverzoek heeft ingediend. Na vijftien jaar, waarin ze naar verluidt zo’n tweehonderd hulpverleners heeft gezien, is ze uitbehandeld. Karo gaat vrijwel dagelijks gebukt onder angsten, somberte en de drang om zichzelf te pijnigen.

Xena Maria Evers documenteert in deze korte documentaire, die thematisch sterk verwant is met Jesse van Venrooij’s film ‘t Is Goed Zo (over de euthanasie van Eelco de Gooier uit 2018), wat de laatste dagen van Karo’s leven moeten worden. Haar psychiater heeft haar aanvraag goedgekeurd. Nu moet een second opinion-arts alleen nog vaststellen of de vrouw uit Beverwijk inderdaad ondraaglijk lijdt en in staat is om de keuze voor euthanasie te maken.

‘Alsof je een soort van moet solliciteren of je dood mag’, meent de 29-jarige vrouw zelf. De precieze redenen voor haar doodswens blijven onbenoemd in deze wrange film – om geen ongewenste gevolgen te triggeren – maar uit wat Karo vertelt over de dagelijkse strijd die haar leven is geworden en de doelgerichtheid waarmee ze het euthanasietraject uiterlijk onbewogen doorzet spreekt hoezeer ze verlangt naar de rust die haar alom wordt toegewenst.