Killing Patient Zero

Hij is de geschiedenis ingegaan als de man die AIDS hoogstpersoonlijk naar de Verenigde Staten had gebracht. Ofwel: Patient Zero. Gaétan Dugas, een flamboyante purser van de vliegmaatschappij Air Canada met een ongezonde seksuele behoefte. Hij had meer ‘fuckbuddies’ dan goed was voor wie dan ook. Goed, Gaétan zou zelf in 1984 bezwijken aan dat fatale virus, maar van tevoren wist hij het nog lekker rond te neuken. Totdat iedere … (vul scheldwoord in) doodsbang was voor die ‘homokanker’.

Tot zover de kwaadaardige karikatuur die van Dugas is gemaakt: de culminatie van alle vooroordelen die conservatieve Amerikanen over homo’s hadden, de stok om een complete gemeenschap mee te slaan. In deze documentaire maakt Laurie Lynd, nadat hij met prominente LGBT’ers zoals Fran Lebowitz, Richard Berkowitz en B. Ruby Rich eerst de AIDS-crisis nog eens tot in detail heeft doorgelopen, korte metten met die halfbakken theorie. Killing Patient Zero (98 min.), juist.

Dugas was niet zozeer slachtoffer van zijn eigen hedonistische gedrag – en daarmee ook een soort dader, die moedwillig het virus zou hebben verspreid – maar een klassieke zondebok. En de benaming Patient Zero zelfs het gevolg van een stom misverstand: de O van ‘Out of California’ was aangezien voor een 0. En die nul bombardeerde hem, de man die in tegenstelling tot veel andere gays geen last van ‘geïnternaliseerde homohaat’ had, vervolgens tot de bron van al het HIV-kwaad.

Bill Darrow, onderzoeker van de AIDS Task Force van het Amerikaanse Centers for Disease Control And Prevention, kan er nog altijd niet over uit. Zijn ‘cluster study’ kwam volledig verminkt terecht in het boek And The Band Played On van Randy Shilts, die daarmee het hardvochtige beleid van de regering Reagan ten aanzien van de AIDS-epidemie genadeloos aan de kaak wilde stellen. En passant werd een willekeurige homoseksuele man, ook nog postuum, gebrandmerkt als een gevaar voor de volksgezondheid.

Deze krachtige film maakt van de archetypische losbandige homo uit de jaren zeventig Gaétan Dugas weer een mens van vlees en bloed en voegt zo – in navolging van documentaires als Larry Kramer: In Love And AngerHow To Survive A Plague en 5B – opnieuw een gezicht toe aan de schier eindeloze galerij van AIDS-slachtoffers. Zij representeren een tijd waarin homo’s genadeloos werden afgerekend op het feit dat ze de pasverworven vrijheid om te zijn wie ze altijd al waren in de praktijk hadden gebracht.

Sir Alex Ferguson: Never Give In

Universal

Hij kan zich elk detail herinneren. De straat waarin hij werd geboren (Shieldhall Road). De dag waarop hij trouwde (12 maart 1966). En zelfs de reisagent die hij bij zijn eerste voetbalclub gebruikte (Harry ‘Disaster’ Hynds). Alles. Behalve de gebeurtenissen op 5 mei 2018. Op die dag kreeg Alex Ferguson een hersenbloeding. In een boekje schreef de voormalige manager van de Britse voetbalclub Manchester United naderhand alles op wat hij zich kon herinneren. Want dat geheugen was zijn alles. Zonder bestond hij, de levende legende, de man die ‘sir’ voor zijn naam mag plaatsen, helemaal niet meer.

Die ene dag waarop Fergusons complete bestaan op z’n kop werd gezet en de periode daarna, waarin hij weer vat probeerde te krijgen op het leven dat ooit van hem was, lopen als een rode draad door het gedragen portret Sir Alex Ferguson: Never Give In (108 min.) dat zijn zoon Jason Ferguson van hem maakte. Samen met zijn vrouw en drie kinderen blikt de nurkse Schot terug op de dag dat hij, de archetypische bikkelharde manager, ook maar een gewoon mens bleek te zijn. Hij lijkt er milder op te zijn geworden, op het eerste gezicht niet meer de rücksichtslose bullebak die altijd met scherp schoot als iets hem niet zinde.

Legendarisch is in dat verband zijn bijtende reactie na de Schotse bekerfinale van 1983, waarin hij met Aberdeen had gewonnen van Glasgow Rangers, de club die ooit zijn grote jeugdliefde was en die hem later als speler genadeloos afdankte. Ferguson was ondanks de winst woest over de slechte performance van zijn elftal. ‘Ging het je om het beste team van Schotland zijn?’ wil Jason bijna veertig jaar later weten. ‘Of was het je om het vernederen van de Rangers te doen? Pa maakt van zijn hart geen moordkuil: ‘Ik wilde het mes in ze steken.’

Ferguson kreeg het imago van een coach die er ook bij zijn eigen ploeg maar wat graag de zweep over legde. Geen vaderfiguur die met een aai over de bol twijfelaars over de streep trekt. Die leiderschapsfilosofie hangt hij nog steeds aan: elk klein dingetje dat je door de vingers ziet, kan je uiteindelijk de kop kosten, zo is zijn stellige overtuiging. Het is een killersmentaliteit, die hem een overvolle prijzenkast heeft bezorgd. Daar wordt in deze film overigens relatief weinig aandacht aan besteed. Zoals er ook weinig oud-spelers en trainers aan het woord komen. Gordon Strachan, Ryan Giggs en Eric Cantona, dat is ‘t wel zo’n beetje.

Vader en zoon Ferguson houden het liever klein en verwijzen gedurig naar de arbeidersachtergrond van de topcoach, die wordt verbeeld met lyrische shots van werkers in de scheepswerf van de Glasgowse volkswijk Govan, waaronder Alex’s eigen vader, die zich een leven lang het schompes moesten werken. Daar ligt volgens hen de sleutel naar zijn succes. Die thematiek zit ook vervat in de climax van de film, de roemruchte Champions League-finale van 1999, waarin het team dat de coach en persoon Alex Ferguson het beste representeerde voor de poorten van de hel de overwinning wegsleept tegen Bayern München. 

Deze zwaarbevochten cup zal het hoogtepunt worden van een imposante trainersloopbaan, die in het Verenigd Koninkrijk niet licht zal worden vergeten en waarvan de hoofdpersoon nog steeds elk detail probeert vast te houden.

The Last Cruise

HBO

De vergelijking met de Titanic is onvermijdelijk: op een gegeven moment beginnen de passagiers en bemanningsleden van The Diamond Princess te beseffen dat ze wel eens hun ondergang tegemoet zouden kunnen varen. Niet die van het cruiseschip zelf, op 20 januari 2020 vertrokken uit de haven van Yokohama, maar van alle mensen die daarop bivakkeren. Want met hen is ook het Coronavirus stiekem aan boord gekomen in Japan.

‘Zoals u kunt zien, dames en heren, is de situatie onder controle’, meldt de omroeper van dienst als de eerste van in totaal ruim zevenhonderd slachtoffers van COVID-19 is getraceerd. ‘Er is geen enkele reden tot zorg.’ En dus laten de passagiers van The Diamond Princess zich de maaltijd nog eens goed smaken in de korte documentaire The Last Cruise (49 min.) van Hannah Olson. Ze genieten van het uitzicht en wagen een dansje. Voorlopig het laatste, dat wel.

Want daarna moet het schip, dat inmiddels tien positief getesten telt, toch echt in quarantaine. De passagiers worden geacht de komende veertien dagen op hun kamer te blijven. ‘Bedankt voor de medewerking.’ Nu begint de boodschap bij alle aanwezigen door te dringen. Ze zitten vast op een ‘ghost ship’, waar al snel nog veel meer besmettingen worden bekendgemaakt. Zullen we onze familie ooit nog zien? vraagt kok Maruja, één van de geportretteerde crewleden in deze ‘real life’-rampenfilm, zich zelfs af.

Uit de beelden die de opvarenden zelf maakten tijdens hun verblijf op het ‘Coronaschip’ wordt hun gemoedstoestand duidelijk: bezorgd, onverstoorbaar, melig, opgesloten of wanhopig. Zo wordt bijvoorbeeld een echtpaar gescheiden omdat de vrouw naar de ziekenboeg moet. Haar man probeert zijn gedachten te verzetten met het entertainment dat de achterblijvers krijgen aangeboden: een quiz, enkele goocheltrucs en de cursus servet vouwen. Ditmaal maken ze een roos. ‘Diamond Princess-familie’, klinkt het enthousiast via de intercom. ‘We zijn hier en we staan naast jullie!’

En dat zullen ze blijven doen, in deze beklemmende film. Totdat de bijna drieduizend passagiers, al dan niet veilig, van boord zijn gehaald en terug naar huis kunnen worden vervoerd, in een vliegtuig waarin de Coronapatiënten in een soort plastic tent moeten blijven. Pas dan mogen ook de crewleden, die zich volledig hebben moeten wegcijferen, eindelijk huiswaarts. De Indonesische medewerkers verlaten als allerlaatsten het schip in lockdown, dat ruim een maand wereldnieuws was omdat het de helft van het totale aantal Coronabesmettingen ter wereld, buiten China, aan boord had. Veertien van hen hebben het niet overleefd.

De Roze Revolutie

VPRO

‘Laten we elkaar geen mietje noemen: 248 Bis moet weg’, stond er op een protestbord. Begin 1969, een half jaar voor de fameuze Stonewall-rellen in New York, vond in Amsterdam een demonstratie voor homorechten plaats. Het was naar verluidt de allereerste in de wereld. ‘De demonstratie is gericht tegen artikel 248 Bis van het wetboek van strafrecht dat homoseksueel contact tussen meerderjarigen en minderjarigen strafbaar stelt’, stelt een strijdbare studentenwoordvoerder Joke Swiebel. ‘En bovendien zijn de organisaties die hier aanwezig zijn van mening dat dit artikel de opvang van de jongere homofielen en ook van minderjarige homofielen in de weg staat.’

Ruim vijftig jaar later moet Swiebel er een beetje om lachen dat ze het woord ‘homofielen’ gebruikt, een term die sindsdien een ongemakkelijke connotatie heeft gekregen. In de eerste aflevering van De Roze Revolutie (180 min.) blikt ze met Michiel van Erp terug op de protestactie die als startpunt van de homo-emancipatie in Nederland geldt. De vierdelige serie belicht deze ontwikkeling via de tijdloze thema’s verzet, solidariteit, identiteit en vrijheid. Van Erp ontvangt zijn gasten, die gezamenlijk alle aspecten en generaties van de vaderlandse LGBT-historie representeren, in een studiosetting, waar op grote schermen archiefbeelden worden geprojecteerd. Zo ontstaat een soort hybride van documentaire en talkshow, waarbij het wel de vraag is wat de meerwaarde van die studio is. Tot echte interactie tussen verschillende standpunten, ervaringen of generaties komt het slechts beperkt.

De voornaamste troeven van deze serie, waarin Michiel van Erp op een onnadrukkelijke manier ook zijn eigen ontwikkeling als homoseksuele man heeft verwerkt, zijn de diversiteit van de sprekers en het confronterende, grappige en aangrijpende archiefmateriaal waarmee hun persoonlijke herinneringen, sfeerimpressies en bevindingen tot leven worden gewekt. Vanuit een relatief eenduidige emancipatiebeweging – die met de termen homoseksueel, lesbisch en biseksueel vrijwel volledig kon worden ingekaderd – is met vallen en opstaan een veelkleurige gemeenschap met allerlei losse identiteiten ontstaan, onder de (huidige) noemer LGBTQIA+. Verschillende subgroepen claimen daarbinnen hun eigen plek. Zij zorgen ervoor dat de beweging nog altijd niets van zijn oorspronkelijke strijdvaardigheid heeft verloren.

Van Erp vindt in zijn gesprekken de juiste mixture van nieuwsgierigheid, empathie en no-nonsense en leidt zijn publiek daarmee langs belangrijke ijkpunten als de AIDS-crisis, de openstelling van het huwelijk en de, ondanks alle verworvenheden, toch nog steeds opspelende homohaat. Vergeleken met vijftig jaar geleden leven LGBT’ers tegenwoordig in een totaal andere wereld. En toch is die, getuige deze interessante serie, nog altijd niet zo vanzelfsprekend als de wereld waarin hetero’s – cisgenders, in hedendaags jargon – kunnen bivakkeren.

The Year Earth Changed

Apple TV+

Als wij even pauze inlassen, constateert ‘s werelds bekendste bioloog David Attenborough, krijgt de aarde de gelegenheid om rustig adem te halen. Voor de natuurlijke habitat van de mensheid en de andere bewoners daarvan is het Coronavirus, en de bijbehorende lockdown, waarschijnlijk dus niets minder dan een zegen. Economische drukte heeft plaatsgemaakt voor weldadige stilte, wilde Afrikaanse dieren worden niet meer gevolgd door hordes toeristen en de lucht is zo schoon dat ze in de Indiase stad Jalandhar voor het eerst in dertig jaar Himalaya-bergtoppen kunnen zien.

Zo bezien was 2020, The Year Earth Changed (48 min.), zonder enige twijfel een hoopvol jaar. En laat het dan maar aan Attenborough en zijn machtige stem over om daar een heuse belevenis van te maken. Schildpadden, walvissen en dolfijnen beginnen weer te floreren. Bedreigde diersoorten als cheeta’s, zeepaardjes en berggorilla’s maken ineens kans om te overleven. En in de bebouwde kom van een behoorlijke stad, ergens in de wereld, kunnen zich doodgemoedereerd herten, nijlpaarden of pinguïns melden.

In een adembenemende scène eigent een luipaard zich bijvoorbeeld een verlaten safariresort in het Zuid-Afrikaanse Mpumalanga toe, tot ontsteltenis van de aanwezige cameraploeg. Het imposante roofdier begint daar zijn eigen ‘all you can eat’-feestje te vieren. Ook indrukwekkend: hoe een Indiase gemeenschap, om zijn eigen oogst te beschermen, rond de akkers speciale gewassen plant om een uitgebreide olifantenfamilie van eten te voorzien en nog eens glorieus in die opzet slaagt ook.

Op zulke momenten oogt deze vanzelfsprekend weer oogstrelende documentaire van Tom Beard bijna als een promotiefilm voor het Wereld Natuur Fonds. Met een stichtelijke boodschap bovendien: mens en dier kunnen wel degelijk coëxisteren. Toch valt uit deze natuurdocu ook een andere boodschap te destilleren: de aarde zou wellicht een stuk beter af zijn zonder de mens. Of in elk geval: zonder een groot deel van de mensheid. Zodat de natuurlijke balans kan worden hersteld.

Die boodschap zal Sir David Attenborough vermoedelijk alleen nooit in de mond nemen.

The People Vs. Agent Orange

IDFA

‘Als je denkt dat je te klein bent om het verschil te maken, heb je nog nooit met een mug van doen gehad.’

Terwijl Agent Orange vanaf 1971 niet meer gebruikt mocht worden bij de oorlog in Vietnam, bleven ze het ontbladeringsmiddel gewoon gebruiken in Amerikaanse natuurgebieden. In Oregon zag Carol Van Strum wat de gevolgen daarvan bij haar thuis waren: haar kinderen werden ziek, hun tuin veranderde in een woestenij en de hond ging dood. Ze kon niet meer lijdzaam toekijken. Met de actiegroep Citizens Against Toxic Sprays (CATS) begon Carol informatie te verzamelen over de ontbladering van haar leefomgeving. Die strijd duurt tot op dag van vandaag en heeft haar echt ongelooflijk veel gekost – méér dan wat een mens eigenlijk kan dragen.

In Vietnam is Tran To Nga, die een kind verloor als gevolg van het gebruik van Agent Orange, ondertussen ook in het geweer gekomen. Ze heeft de producenten aangeklaagd. Hun herbicide werd ingezet als chemisch wapen, om delen van haar land te ontdoen van begroeiing die de communistische vijand kon beschermen. Agent Orange heeft in Trans land uiteindelijk gewerkt als een massavernietigingswapen, waarvan de schade ruim een halve eeuw later nog altijd zichtbaar is. Dat wordt in The People Vs. Agent Orange (87 min.) treffend geïllustreerd met een schokkende scène in een Vietnamees kinderziekenhuis. 

Gaandeweg onthullen de filmmakers Kate Taverna en Alan Adelson hoe diep de beerput eigenlijk is, zowel in Vietnam als in de Verenigde Staten zelf, en hoezeer de dreggers daarvan, weggezet als notoire complotdenkers, zijn tegengewerkt. Door de Amerikaanse overheid en de betrokken multinationals: verdwenen bewijsmateriaal, intimidatie en – naar het zich laat aanzien – bruut geweld. Zulk onrecht kan eigenlijk geen mens onberoerd laten. De volksgezondheid – niet alleen van voormalige vijanden, maar ook van gewone Amerikaanse burgers – is rücksichtslos opgeofferd voor bedrijfs- of regeringsbelangen.

Voor Carol en Tran wordt de strijd intussen een race tegen de klok: leven ze lang genoeg om hun recht te halen of hebben hun tegenstrevers uiteindelijk toch een langere adem? Dat is om woest van te worden.

They Call Me Dr. Miami

Met vermeldingen in songs als I Don’t Care, Cuddle My Wrist en 4 AM droegen de rappers Snoop Dogg, Future en 2 Chains eraan bij Dr. Miami een begrip werd in de Amerikaanse plastische chirurgie. Dé man om een snelle ‘boob job’, ‘tummy tuck’ of ‘butt lift’ te krijgen. Op social media laat deze karikaturale variant op onze eigen Robert Schumacher zich ook zelf niet onbetuigd. Via popi filmpjes op Instagram en Snapchat geeft hij potentiële klanten alvast een kijkje in zijn catalogus, operatiekamer of slechte gevoel voor humor.

Achter het personage van de supersnelle dokter, die je voor een paar duizend dollar van een ‘perfect’ en volstrekt inwisselbaar uiterlijk kan voorzien, blijkt in deze documentaire van Jean-Simon Chartier de gladjanus Michael Salzhauer schuil te gaan. Deze Joodse businessman hoopt dat hij nog maar een dikke tien jaar hoeft te werken en daarna lekker kan gaan rentenieren. Tot die tijd gaat hij z’n product ongegeneerd aan de man/vrouw brengen – en die op de loer liggende burn-out op afstand proberen te houden.

Die geldingsdrang moet zijn onzekerheid compenseren, stelt echtgenote Eva in het tamelijk treurige portret They Call Me Dr. Miami (78 min.). Ze lijkt zich soms behoorlijk te generen voor de publieke escapades van haar man, die zich voor wat extra aandacht nergens voor lijkt te schamen en die thuis bovendien de gelovige familieman uithangt. Salzhauers dochter heeft zich zelfs afgewend van de sociale media. Dat lijkt bepaald geen onnatuurlijke reactie voor een kind dat zich moet zien te verhouden tot een vader, die zo’n beetje alles representeert wat de influencer-cultuur zo intens leeg kan maken.

Al te veel om het lijf heeft deze film, die met de Franse slag ook nog wat ethische kwesties rond cosmetische chirurgie aan de orde stelt, uiteindelijk niet. Het is vooral een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks zijn innig beleefde relatie met het Joodse geloof, met recht een plastic arts mag noemen.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

76 Days

MTV

Doordat bijna alle mensen in beeld een astronautenpak dragen, of op zijn minst een mondkapje, is vrijwel niemand herkenbaar: de vrouw die schreeuwt om haar overleden vader. De lui die bijna met geweld een plek in het ziekenhuis proberen af te dwingen. En de oudere man die weigert om zijn paspoort te laten zien en niet kan geloven dat hij het Coronavirus heeft opgelopen.

Het is aangrijpend en treffend tegelijkertijd: dit virus maakt geen onderscheid. Elk van de elf miljoen inwoners van de Chinese stad Wuhan kan COVID-19 krijgen. En is dan aangewezen op de zorg in vier ziekenhuizen, die inmiddels volledig overvraagd zijn. Met artsen en verpleegkundigen die er het beste van proberen te maken. En het soms ook niet meer weten. Echt niet. Overvallen door een pandemie die het normale bestaan helemaal lamlegt.

De stortvloed aan steeds weer nieuwe patiënten dreigt hen in de eerste van de in totaal 76 Days (93 min.) dat de stad in lockdown was volledig te overspoelen. Intussen wordt er op de afdeling gynaecologie een keizersnede uitgevoerd, want het leven gaat zelfs in de meest stressvolle periodes gewoon door. De plastic bak met paspoorten en smartphones van overledenen raakt alleen voller en voller. Alles wordt netjes gedesinfecteerd, natuurlijk.

Gaandeweg beginnen de futuristische zorgfabrieken in deze observerende documentaire van Hao Wu, Weixi Chen en – hij weer! – Anonymous weer te ogen als reguliere ziekenhuizen, met patiënten die zowaar een gezicht blijken te hebben. En hoewel de medewerkers er nog altijd uitzien als zorgrobots, proberen ze wel degelijk humane zorg te verlenen in deze hachelijke tijden. Deze aangrijpende film is een eerbetoon aan de heldendaden die zij tijdens hun werk hebben verricht.

Als de lockdown zijn einde nadert en het eerste gevaar van het Coronavirus lijkt te zijn geweken, is er alleen nog die plastic bak. Daaraan is een loodzware taak verbonden: de persoonlijke bezittingen moeten worden overhandigd aan de nabestaanden van de slachtoffers van de allereerste COVID-19 golf.

Lever, Elsker, Savner

Ze had al kanker toen ze werd geboren. En sindsdien is Rosemarie nooit helemaal losgekomen van die K-ziekte. Inmiddels is ze een puber, van het weerspannige type. Terwijl ze een behandeling voor haar aandoening moet ondergaan kan de vijftienjarige Deense ontzettend nurks reageren en dwars doen. Zeker naar haar moeder Katrine, met wie ze een lastige relatie onderhoudt. Ze haalt haar soms echt het bloed onder de nagels vandaan.

Rosemarie fungeert in Lever, Elsker, Savner (79 min.) als de verteller van haar eigen verhaal. Regisseur Sine Skibsholt heeft haar observerende film aangekleed als een videovariant op het dagboek dat de tiener er op nahoudt. Terwijl die opkrabbelt na haar nieuwste aanvaring met de ziekte die haar soms dreigt te definiëren, lijkt de impact daarvan pas echt door te dringen tot haar moeder. En Rosemarie háát dat.

Nu haar haren na de behandeling langzaam maar zeker hun normale lengte terugkrijgen – en zij intussen haar normale tienerleven oppakt, met vriendinnen, uitgaan én sigaretten – moet ze ook haar relatie met Katrine herdefiniëren. Die blijft onverminderd bang dat ze haar kind verliest. Terwijl dochterlief eigenlijk alleen maar vooruit wil. Léven. Carpe diem. Alsof het de allerlaatste dag is.

Skibsholt doorsnijdt het geruzie en de voorzichtige toenaderingspogingen tussen moeder en dochter met korte flashbacks van Rosemaries ziekteperiodes als kind. Zo benadrukt ze hoe nadrukkelijk kanker hun beider levens is binnengedrongen en de impact die de ziekte nog altijd heeft op hun broze relatie. Waarbij Katrine soms wel erg weinig geduld heeft met haar tegendraadse dochter en die op haar beurt in het gevoel blijft hangen dat er echt he-le-maal niets deugt aan haar moeder.

Dat is een even ongemakkelijk als herkenbaar schouwspel, dat in vrijwel elk coming-of-age drama zijn plek claimt. Zoals beide partijen dan meestal ook een keer beginnen te beseffen hoeveel ze eigenlijk van elkaar houden.

Als Mara Lacht

KRO-NCRV

‘Dat is iets voor de kinderarts’, concludeert de dienstdoende arts nuchter in de openingsscène van de aangrijpende documentaire Als Mara Lacht (55 min.). Hij heeft het zojuist geboren meisje, dat nog in de armen van haar moeder lag, kort onderzocht. Elke keer als hij haar handjes of voetjes aanraakte, begon Mara te huilen. Het baby’tje had duidelijk pijn. Die moet worden onderzocht.

25 Jaar later is de zuigeling van toen uitgegroeid tot een intelligente en zelfbewuste jonge vrouw. Mara Tempelman bleek een aangeboren spierziekte, de ziekte van Ullrich, te hebben en zit al haar hele leven in een rolstoel. Door haar aandoening is ze afhankelijk van allerlei apparaten en middelen, moet ze altijd in de buurt zijn van andere mensen en komt ze slechts beperkt toe aan zichzelf. Ze voelt zich ook een last voor anderen, haar ouders in het bijzonder.

‘Lastig lijf, goeie kop, zeggen wij altijd’, vertelt moeder Ingrid. Toch – of juist: daarom – kwam haar dochter gaandeweg tot een pijnlijke conclusie: Mara wilde haar leven (laten) beëindigen. ‘Er is nu een te grote discrepantie tussen wie ik eigenlijk ben en wil zijn en wie ik kan zijn met dit lichaam’, constateert ze nuchter. Haar menselijke waardigheid kwam in het geding. ‘Ik wil niet dood’, vertelde ze aan haar moeder, ‘maar ik wil ook dit leven niet meer.’

Mara’s vader Arnoud is van mening dat ze nog jaren verder kan. Hij beschouwt dat hele ‘euthanasiegebeuren’ als niet meer dan een allerlaatste redmiddel. Haar moeder heeft er intussen vooral moeite mee dat Mara die beslissing helemaal in haar eentje heeft moeten nemen. Documentairemaker Ans L’Espoir legt de gesprekken daarover en de ontwikkelingen die daaruit voortvloeien van dichtbij vast. Het resultaat is een fraaie en genuanceerde tv-film over vrijwillige levensbeëindiging, die echt tot nadenken stemt.

En dan, als Mara de keuze voor euthanasie al lijkt te hebben gemaakt, dient zich een onverwachte kans aan…

Als Mara Lacht is hier te bekijken.

Normal Is Over

Renée Scheltema

Bijna een halve eeuw geleden waarschuwde een groep prominente wetenschappers, verzameld in de Club van Rome, al dat de aarde de oneindige behoefte aan beter, groter en meer van de mens nooit aan zou kunnen. Het rapport De Grenzen Aan De Groei fungeerde in 1972 als een wake-up call voor een complete generatie: het moest en zou anders met de wereld. Renée Scheltema was één van hen. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de oliecrisis ging rolschaatsen op autoloze zondagen. Tegelijkertijd zag ze dat er uiteindelijk (te) weinig veranderde. Economische groei bleef leidend.

Sinds begin jaren negentig woont de Nederlandse met haar gezin in Zuid-Afrika. Gaandeweg groeide bij haar behoefte om de staat van de aarde op te maken in een persoonlijke film en te bekijken hoe de klimaatverandering, milieuverontreiniging en de massale uitroeiing van allerlei diersoorten tot staan kan worden gebracht. Want het roer moet om volgens haar en, zoals wiskundige/filosoof Charles Eisenstein het uitdrukt, Normal Is Over (102 min.). Dat uitgangspunt brengt haar gedurende enkele jaren naar alle uithoeken van de wereld, waar ze in gesprek gaat met wetenschappers, deskundigen en activisten.

De teneur van de film is beurtelings idealistisch, alarmistisch én hoopvol. Want initiatieven om de zaak ten goede te keren zijn er ook volop. Al blijft het vigerende maatschappijmodel, en de daarmee verbonden economische mores en verhoudingen, erg hardnekkig. Een enkele keer stuit Scheltema tevens op een luchtig tafereel, zoals wanneer de enorme koe van dierenactiviste Marina Rust-Evans in de keuken belandt en het halve interieur dreigt te verpletteren. Knuffelend krijgt de ‘cowgirl’ hem uiteindelijk toch weer naar buiten. 

Door zijn inhoud en toonzetting zal Normal Is Over, dat ongegeneerd ijvert voor een betere wereld, niettemin vooral aftrek vinden bij een kijkersgroep, die zich sowieso al bekommert om de toekomst van de aarde en haar bewoners. Want om de (meeste) ideeën in de documentaire te omarmen, zal ieder van ons ook zijn eigen streven naar economische groei moeten loslaten. En dat lukt vermoedelijk pas als we in ons eigen leven de absolute noodzaak daartoe zien.

Wellicht dat de Coronacrisis daarin nog als vliegwiel gaat fungeren…

Baby God

HBO

De Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat lijkt verwant te zijn aan een arts in de Verenigde Staten. Quincy Fortier (1912-2006) was een Amerikaanse gynaecoloog, bij wie vrouwen die jarenlang onvruchtbaar leken ineens toch in verwachting raakten. ‘Vrouwen werden zwanger als ze bij hem langs waren geweest’, vertelt zijn volwassen zoon Quincy Jr. ‘Andere doktoren kregen dat niet voor elkaar. Hij wel. Hij wist wat hij moest doen – of wat er gedaan moest worden.’

Thuis maakte Fortier senior er geen geheim van: in zijn eigen Womens Hospital ‘hielp’ hij patiënten met zijn eigen sperma, dat net zulke wonderen bleek te kunnen verrichten als het in Nederland zo omstreden zaad van Karbaat. Ook de Amerikaanse arts had zichzelf in stilte benoemd tot een Baby God (78 min.). Hij kon destijds natuurlijk niet vermoeden dat er ooit zoiets als DNA-onderzoek zou worden ontwikkeld. En dat gewone burgers daarvan gebruik konden gaan maken.

Wendi Babst, een net gepensioneerde politieagente, had op haar beurt geen idee dat de man die ze haar hele leven ‘papa’ had genoemd niet haar biologische vader was. Haar moeder tastte ook in het duister. Toen Wendi een genealogisch onderzoek opstartte, stuitte ze echter plotseling op allerlei verwanten met een voor haar onbekende achternaam: Fortier.

Hoe moet je die naam eigenlijk uitspreken? wil een andere nazaat weten. Hij lijkt als twee druppels water op de omstreden dokter en vraagt zich af of alle dingen die hij van zichzelf niet begrijpt misschien tot deze onbekende ‘donor’ zijn te herleiden? Nannette en Sonia, de twee dochters die Fortier als alleenstaande man van in de vijftig adopteerde, zijn ondertussen nog altijd overtuigd van diens goede bedoelingen en nemen het voor hem op in deze wrange documentaire van Hannah Olson.

In het kielzog van Wendi Babst, die zich helemaal heeft vastgebeten in de affaire, belandt zij op het spoor van nog andere sinistere zaakjes van de dokter. Zodat deze Amerikaanse evenknie van de Nederlandse documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarvan binnenkort een nieuwe driedelige variant in première gaat op het Sundance Film Festival, nog een venijnig kartelrandje krijgt.

A Lion In The House

Ze worden kaal, blazen langzaam helemaal op of verliezen plotseling één of meerdere lichaamsfuncties. Al op zeer jonge leeftijd moeten de hoofdpersonen van A Lion In The House (230 min.) dealen met de meest gevreesde ziekte van onze tijd.

Toen Steven Bognar en Julia Reichert, de makers van deze tweedelige documentaire uit 2006, door het kinderenziekenhuis in Cincinnati werden gevraagd om te komen filmen, had hun eigen dochter net een behandeling tegen kanker achter de rug. Toch stemden ze toe, om het verhaal van enkele zieke kinderen en hun families te vertellen. Daarbij nemen ze afwisselend de voice-over voor hun rekening.

Over Alex bijvoorbeeld, een schattig meisje van nauwelijks zeven. Ze heeft op die leeftijd al diverse terugvallen en remissies achter de rug. Haar prognose blijft zorgwekkend. Alex’s moeder Judy vraagt zich af hoever ze nog moeten gaan met behandelingen. Haar echtgenoot Scott wil echter van geen wijken weten. En dus wordt de kleine Alex steeds weer met nieuwe tegenslagen en ontberingen geconfronteerd. ‘Papa had beloofd: geen auwtjes meer’, kermt ze op een gegeven moment wanhopig.

Door de jeugdige leeftijd van de meeste patiëntjes zijn het eigenlijk hun ouders die als hoofdpersonen voor deze indringende film fungeren. Hun twijfel over wat het beste is voor hun kind staat centraal. Hun verdriet. Hun onmacht. En ook: hun onenigheid. Want het pad naar een gezonde toekomst – of de dood – dient zich niet vanzelfsprekend aan, maar moet steeds, elke keer weer, onderweg ontdekt worden. Artsen en verpleegkundigen staan hen daarbij terzijde.

Dat kan ook een heel eenzaam proces worden. De afro-Amerikaanse puber Tim heeft bijvoorbeeld al een veelbewogen leven achter de rug als hij wordt gediagnosticeerd met een nektumor. Zijn vader werd vermoord toen hij nog maar een kind was. Sindsdien staat zijn moeder Marietha er helemaal alleen voor. Ze kan zijn ellende en verdriet er eigenlijk niet bij hebben. De jongen heeft intussen een leerachterstand opgelopen en ook zijn complete sociale leven is naar de gallemiezen. En dan blijft ook die K-ziekte steeds terugkomen.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld een tv-programma zoals Over Mijn Lijk ontbreekt in deze film de Bucketlist: de insteek van vrijwel alle betrokkenen is niet gericht op het verzamelen van zoveel mogelijk piekervaringen voordat Magere Hein dan toch langskomt, maar volledig op het leven redden, verlengen of op zijn minst menswaardig laten eindigen. En dat blijkt al moeilijk genoeg.

Zie Je Me? Hoor Je Me?

Human

‘Karin ziet jou. En jij ziet Karin’, introduceert één van de zorgverleners van Het Hendrickszhuys de nieuwe Skypekar.

‘Ik snap het niet’, antwoordt een oudere mevrouw, die wordt opgevangen in het Amsterdamse verpleeghuis.

‘Maar vind je het wel leuk?’

‘Eigenlijk niet ‘

‘Maar kijk nou, wat een lieve dochter!’

‘Mama, wat fijn om je te zien’, antwoordt die vanaf het beeldscherm.

‘Kom je straks hier?’ vraagt haar moeder streng.

‘Ja, dat zou ik heel graag willen, maar ik mag nog even de deur niet uit door dat stomme virus.’

‘Welk virus?’ reageert moeder verbaasd. ‘Ik weet van geen virus.’

COVID-19 legt natuurlijk ook documentairemakers allerlei restricties op. In de beperking toont zich evenwel de meester. En dus levert de pandemie ook nieuwe initiatieven en inventieve ideeën op. Die Skypekar is daarvan een geweldig voorbeeld. Daarmee kan Het Hendrickszhuys communiceren met de buitenwereld. En daarvan kan Anne-Marieke Graafmans dan weer een aangrijpende documentaire maken: Zie Je Me? Hoor Je Me? (50 min.).

‘Oh, wat een hel dit, jongen!, verzucht één van de zorgverleners bijvoorbeeld als het virus ook in huis toeslaat. ‘Echt afschuwelijk! Maar goed, we motten nog effe door, hè?’ Het tekent de mentaliteit in het Hendrickszhuys: compassie en onverschrokkenheid.

Ook bij locatiemanager Linda Fokke, die vanwege een niertransplantatie tot de risicogroep behoort en dus noodgedwongen aan huis is gekluisterd. Zo goed en zo kwaad als dat gaat probeert ‘baasie’ haar medewerkers van daaruit bij te staan en al beeldbellend normaal werkoverleg te houden. Als dank krijgt ze soms een virtuele knuffel.

Zie Je Me? Hoor Je Me? laat zo de beste kant zien van (particuliere) ouderenzorg in Nederland. Al maken de omstandigheden het lang niet altijd gemakkelijk om de moed erin te houden. ‘Ik woon hier heel raar’, zegt mevrouw Toorenaar bijvoorbeeld treffend tegen haar familieleden. ‘Aan die kant is dood’, wijst ze naar haar ene buur. Over de andere: ‘En die kant is jarig.’

De lach en de traan zijn altijd maar enkele ogenblikken weg in deze hartveroverende film, die de gevolgen van het Coronavirus voor de kwetsbaarste groep Nederlanders en hun directe omgeving blootlegt.

Zie Je Me? Hoor Je Me? is hier te bekijken.

Frontberichten – De Special

BNNVARA

Ze komen uit alle uithoeken van Nederland: Uden, Roermond, Diemen, Rosmalen, Nieuwegein, Breda, Heerde, Leeuwarden, Geldrop, Nunspeet, Schiedam, Oldebroek, Utrecht, Ammerzoden, Zwolle, Tynaarlo, Sint-Oedenrode, Almelo, Zaltbommel, Schaijk, Apeldoorn, Haren, Purmerend, Venlo, Warnsveld of Veldhoven.

Ze werken in het dagelijks leven als wijkverpleegkundige, revalidatiearts, gehandicaptenbegeleider, ambulancemedewerker, huisarts, politieagent, IC-verpleegkundige, locatiemanager van een verpleeghuis, intensivist, maatschappelijk werker, overledenenverzorger, verpleegkundige in een verzorgingshuis, geestelijk verzorger, officier bij de geneeskundige dienst van het leger, schoonmaker van de corona-afdeling, doktersassistent, anesthesiemedewerker of longarts.

En ze luisteren naar namen als Angela, Elsje, Maurits, Kim, Miranda, Theo, Ellen, Wouter, Kim, Gor, Michelle, Geert, Nujen, Rob, Janiek, Eduard, Judith, Charly, Annemieke, Marco, Lin, Cindy, Manon, Thijs, Nick, Rooa, Lotte, Aart en Martine.

Applaus hebben ze gehad. Sterker: we hebben onze handen stukgeklapt. Voor hun werk tijdens de pandemie. En ook voor hun rol in het dagelijkse televisieprogramma Frontberichten, waarvoor ze tot 1 juni jongstleden vlogs verzorgden over de eerste golf van het Coronavirus. Nu blikken deze zorgverleners, aan de hand van bedenker en regisseur Geertjan Lassche, terug op die hectische periode in de documentaire Frontberichten – De Special (56 min.).

Het is een tijdloos document geworden over een onwerkelijke tijd. Niet gemaakt door beleidsmakers of deskundigen, maar door gewone mensen. De spreekwoordelijke handen aan, voor, bij, naast, boven, na en achter het bed. Waarbij, in de woorden van revalidatiearts Maurits, vooral de enorme saamhorigheid in het oog springt.

Samen stijgen ze echt boven zichzelf uit in een tijd die daar ook om vraagt. Iets wat door Lassche nog eens wordt benadrukt met korte nieuwsberichten over de dramatische ontwikkelingen rond COVID-19 en die eenvoudige, maar zeer doeltreffende vormgeving, waarmee in één oogopslag duidelijk wordt dat zij deel uitmaken van een groter geheel. Vele handen maken nu eenmaal licht werk. Dat mag meteen tussen aanhalingstekens: “licht werk”.

En nu gaan ze weer, gewoon, aan dat werk. Beter: dat zijn ze allang.

#Lockdocs

Human

Opa is overleden. Ze kunnen niet naar zijn uitvaart. Daarom hebben Lucia en haar familie, die zich vanuit Barcelona hebben teruggetrokken op het Spaanse platteland, maar zijn favoriete toetje gemaakt. Je moet tenslotte wat. Het is exemplarisch voor hoe de kinderen in de jeugddocu #Lockdocs (17 min.) de gevolgen van de (eerste) lockdown tegemoet treden.

Waar ze ook mee worden geconfronteerd – een vader die ze niet mogen zien, een moeder met Corona of een broertje dat erg kwetsbaar is – de Nederlandse jongens en meisjes (9-14 jaar) in deze sympathieke jeugdfilm van Sanne Rovers maken er het beste van. Ze hebben deze docu ook grotendeels zelf gemaakt met hun eigen smartphone en gaan via Zoom met elkaar in gesprek over hoe het gaat.

Niet dat ze geen problemen hebben door COVID-19: hoe vier je je verjaardag, hoe kun je afscheid nemen van de basisschool en – het allerbelangrijkste – hoe overleef je de periode dat je favoriete milkshakezaak dicht is? Met een optimistische ondertoon doen ze zelf, ondersteund door Nederlandse documentairemakers, verslag van hun belevenissen als de wereld voor onbepaalde tijd op slot wordt gegooid.

Vanuit Barcelona en omgeving, vanuit het epicentrum van de pandemie in Noord-Italië en gewoon vanuit allerlei plekken in Nederland. Met de onweerstaanbare open blik van een kind, waarvan wij, bewoners van de grote mensenwereld, soms nog wel eens wat kunnen leren.

Bibian Mentel: Leef

Videoland

‘Vroeger was ze dwars, nu is ze ook nog laesie’, grapt echtgenoot Edwin over snowboardkampioen Bibian Mentel, die al jaren een gevecht op leven en dood levert met kanker. Sinds enige tijd zit ze ook in een rolstoel. Het verhindert haar niet om in het najaar van 2019 deel te nemen aan Dancing With The Stars. ‘Dit is mijn overlevingsstrategie’, zegt ze daar zelf over in deze persoonlijke tv-docu.

In het ziekenhuis, wachtend op alweer een uitslag, verbaast Mentel zich over het feit dat ze zelfs de finale van het televisieprogramma heeft gehaald. Even later krijgt ze van haar arts zorgwekkend nieuws. Dat heeft ook weer gevolgen voor de finale trainingen. Extensie van de rug moet volgens hem worden voorkomen. ‘Je wilt geen calamiteit hebben op de dansvloer daar’, klinkt het eufemistisch.

In Bibian Mentel: Leef (55 min.) volgt regisseur Jesse Bleekemolen Mentel, haar man Edwin en zoon Julian gedurende een periode waarin de eindigheid van haar leven steeds nadrukkelijker in zicht komt. Een portret dat direct heftig begint. In de openingsscène doet een huilende Mentel haar echtgenoot in een persoonlijke videoboodschap een belofte: ‘Ik beloof jou dat ik zal knokken.’

Dat zal ook het parool van deze documentaire worden – en een sleutel om haar leven te begrijpen. ‘Wat niet kan, dat kan niet’, zegt een begeleider van Dancing With The Stars bij de start van het programma bijvoorbeeld tegen de vrouw, die er dan nog aan moet wennen dat ze voortaan in een rolstoel zit. ‘Whoa, ik zal je laten zien wat ik kan!’ reageert Mentel vol bravoure.

Daarmee wordt Bibian Mentel: Leef, net als eerder Nada’s van Nie’s docu Marc de Hond: Tot De Dood Ons Scheidt, een uiterst toegankelijk eerbetoon aan mensen die – om de terminologie van de eveneens verwante Gouden Televizier-Ring winnaar Over Mijn Lijk te hanteren – ‘niet rustig willen wachten op de dood en er juist nog een mooie tijd van proberen te maken’.

Waarbij de kijker zich verwondert over de hoeveelheid moed van de hoofdpersoon, al dan niet stiekem met haar een traantje wegpinkt en zich tegelijkertijd ook een héél klein beetje een voyeur voelt.

Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).

Rooting For Roona

Netflix

Thuis, in het dorp Jirania Khola in de Indiase deelstaat Tripura, noemen ze haar Jannat. Dat betekent zoveel als hemel. Roona Begum is zestien maanden oud als ze in april 2013 wordt ‘ontdekt’. Het meisje heeft een enorm waterhoofd. Het is bijna niet om aan te zien. ‘Ze zeiden dat als ze behandeld zou worden, ze zou kunnen leven’, vertelt haar moeder Fatema, die meteen problemen voorziet. ‘We leiden een armoedig leven. Hoe moeten we de zorgkosten betalen?’

Roona moet zo snel mogelijk geopereerd worden. In haar directe omgeving ontbreken daarvoor echter de faciliteiten. Pas als journalisten en fotografen de ‘giant head baby’ in de peiling krijgen en ze een wereldwijde hype wordt, dient zich een uitweg aan: Sandeep Vaishya, een neurochirurg van een ziekenhuis in Delhi, is bereid om een serie operaties uit te voeren, om de hulpeloze peuter van een wisse dood te redden.

Rooting For Roona (41 min.), een rechttoe rechtaan-film van Pavitra Chalam en Akshay Shankar, volgt de pogingen van vader Abdul en moeder Fatema om het kind met de aangeboren afwijking een normaal leven te bezorgen, een proces dat uiteindelijk jaren in beslag zal nemen. En als de laatste operatie zich dan eindelijk aandient, blijkt Roona waterpokken te hebben en moet de ingreep alsnog worden uitgesteld.

De vraag is dan allang of het Indiase meisje, als er verder geen complicaties optreden en ze ook die allerlaatste operatie doorstaat, ooit zal kunnen lopen en praten. Voor Roona en haar ouders zou dat niets minder dan de Jannat betekenen. Dit is alleen de rauwe werkelijkheid, niet de B/Hollywood-verfilming ervan.