A House Made Of Splinters

Kolya en Kristina / c: Final Cut For Real & Simon Lereng Wilmont

‘Dochter van me, waarom wil je me het graf in jagen?’ vraagt moeder als Eva haar, via de telefoon op de gang van de tijdelijke opvang, eindelijk weer eens aan de lijn heeft gekregen. ‘Ik zit hier in m’n eentje te huilen.’ Eva, een verweesd meisje van een jaar of tien dat veel te wijs is voor haar leeftijd, verblijft dan al enige tijd in A House Made Of Splinters (87 min.) te Lysytsjansk, zo’n twintig kilometer van de frontlinie in Oost-Oekraïne. Ze oogt ineens ongelooflijk eenzaam.

Het is haar tweede periode in Het opvanghuis, waar de oorlog zoveel mogelijk buiten de deur wordt gehouden. Eva’s vader is niet meer in leven. En haar moeder is soms dagenlang verdwenen als ze de strijd met de drank weer eens heeft verloren. Zij dreigt nu ook uit de ouderlijke macht te worden gezet. En dan moet Eva naar een weeshuis. Haar begeleider Marharyta probeert op de valreep nog een familielid of pleeggezin te vinden, waar het meisje terecht kan. Misschien wil Eva’s grootmoeder de voogd van het meisje worden?

Als het ene kind vertrekt, dient zich echter al snel weer een nieuw kind aan in deze aangrijpende film van Simon Lereng Wilmont (The Distant Barking Of Dogs). Hij heeft zich gedurende langere tijd in het opvanghuis genesteld en vangt vanuit die positie, met de ogen en het hart wijd open, ontzettend intieme taferelen. Van kinderen, terzijde gestaan door enkele liefdevolle begeleiders, die het samen moeten zien te rooien: stoeiend, knuffelend, dansend, klierend, spelend en troostend. Via hen wordt tevens zichtbaar wat de werkelijke schade is van al die disfunctionele families, gesloopt door oorlog, depressies en drank, altijd weer drank.

Als Kolya’s moeder, die ruikt naar alcohol, bijvoorbeeld op bezoek komt, maant ze het stoere joch om te stoppen met huilen. Hij is immers een man. En als zodanig draagt hij ook de verantwoordelijkheid voor een jonger broertje en zusje. Kinderen zoals zij mogen maximaal negen maanden blijven in de tijdelijke opvang. Daarna moet er een definitieve oplossing komen: terug naar huis, naar een pleeggezin of toch naar het kindertehuis van Vadertje Staat. Het kan zomaar betekenen dat Kolya en zijn broertje Zhenya en zusje Kristina straks uit elkaar worden gehaald.

Intussen heeft het vertederende meisje Sasha in het opvanghuis te Lysytsjansk vriendschap gesloten met een ander meisje, Alina. Als er voor haar een pleeggezin is gevonden, staat het kind met de gewonde ogen er ineens weer helemaal alleen voor. En dan is er speciaal bezoek voor Sasha, van iemand die wordt aangekondigd als ‘tante Lena’. Ligt daar misschien haar toekomst, bij een vriendelijke mevrouw waarvan ze nauwelijks meer weet dan dat ze in de buurt woont en een schattige teckel heeft?

Simon Lereng Wilmont observeert deze kwetsbare kinderen met zeer veel compassie en gevoel voor poëzie. Hij vindt bij hen kleine momenten – een telefoon die maar niet wordt beantwoord, een magisch spel met zeepbellen of een schoolbord dat beslist wordt schoongeveegd bijvoorbeeld – die door de setting een enorme betekenis krijgen, daardoor ongenadig op het gevoel werken en van A House Made of Splinters een buitengewoon aangrijpende film maken.

The New Greatness Case

Autlook

De groepering had dertien leden en een duidelijk oogmerk: het omverwerpen van de staat. Althans, dat stelt die staat. Inmiddels zitten tien leden van The New Greatness vast. De drie anderen bleken in werkelijkheid undercoveragent te zijn, namens diezelfde Russische staat. En één van hen, ene Ruslan D., heeft de organisatie zelfs opgericht, beweren de reguliere leden. Dat kan dan met een gerust hart uitlokking worden genoemd.

Welkom in het Rusland van Vladimir Poetin, waar politieke vervolging aan de orde van de dag is en een groepje idealistische studenten in Moskou zomaar ineens kan worden geïnfiltreerd door agenten van de binnenlandse veiligheidsdienst FSB. Intussen worden hun activiteiten stiekem gefilmd met beveiligingscamera’s, zodat er meteen voldoende bewijsmateriaal tegen deze ‘staatsgevaarlijke’ coupplegers wordt verzameld.

Die beelden hebben tevens hun weg gevonden naar een film over hun zaak: The New Greatness Case (92 min.) van Anna Shishova. Zij sluit aan bij Julia en Dima, de ouders van één van de aangeklaagden, de zeventienjarige biologiestudent Anya Pavlikova. Zij oogt als een konijn in de koplampen wanneer ze in 2018 wordt voorgeleid bij de rechter. Daar confronteren de aanklagers haar met (afgedwongen) bekentenissen van groepsgenoten.

‘We zijn gewend geraakt aan een leven met angst’, stelt Shishova in één van de voice-overs waarmee ze de gebeurtenissen rond het proces begeleidt. ‘Die heeft ons gehoorzaam en onverschillig gemaakt.’ Gedwongen door de omstandigheden begint met name moeder Julia, ondersteund door de jonge mensenrechtenactivist Kostya Kostov, zich echter steeds openlijker en militanter te verzetten tegen het lot dat haar dochter ten deel valt.

Aan de hand van deze ene casus legt Shishova intussen een Kafkaësk politiek systeem bloot, dat ze verbindt met de genadeloze repressie van het Stalinisme. Demonstraties tegen het regime worden bijvoorbeeld keihard neergeslagen. En politieke tegenstanders een kopje kleiner gemaakt, liefst letterlijk. Elke vorm van oppositie wordt volstrekt onmogelijk gemaakt. Zodat, constateert de filmmaakster bitter, Poetin zijn handen vrij heeft voor het buitenland.

The New Greatness Case laat zo het hedendaagse Rusland nog eens in al z’n lelijkheid zien, een land waar de waarheid en de verkondigers daarvan er zijn om vertrapt te worden. Tenminste, als het de grote leider en zijn trawanten uitkomt.

The Vow Part II

HBO Max

‘The Vow is overcompleet, eenzijdig en véél te lang’, schreef een scribent, ikzelf, die koude rillingen kreeg van het veelbesproken eerste seizoen van de docuserie over Keith Raniere’s NXIVM-sekte. ‘Met zijn ongelooflijke inkijk in de inwendige machinerie van NXIVM – vrijwel elke activiteit of training lijkt te zijn vastgelegd – is de serie op de één of andere verwrongen manier tóch een aanrader voor iedereen met oprechte interesse in de werking van sekte-achtige organisaties en/of de diepgevoelde behoefte om zich eens ongegeneerd te ergeren aan mensen die het staren in hun eigen navel tot kunst hebben verheven.’

Voor al die mensen, en die ene scribent, is er nu een zesdelig tweede seizoen, waarin de sekteleider voor de rechter moet verschijnen. Keith Raniere – die volgens eigen zeggen in de media is neergezet als een soort kruising tussen Jeffrey Epstein en Jim Jones – wordt beschuldigd van seksueel misbruik, mensenhandel, fraude, chantage en, o ja, georganiseerde misdaad. Vrijwel alle hoofdrolspelers uit het eerste seizoen zijn weer van de partij, met ditmaal een centrale positie voor Raniere’s afvallige secondant Nancy Salzman. Advocaat Marc Agnifilo, die optreedt als Raniere’s mediagenieke raadsman, maakt bovendien een overtuigende entree. En ook openbaar aanklager Moira Penza blijkt een zeer verdienstelijke nieuwkomer.

Iedereen pakt, kortom, zijn rol weer in The Vow Part II (372 min.), waarmee Jehane Nouhaim netjes voortborduurt op de eerste negen afleveringen en in wezen nauwelijks nieuwe elementen of onthullingen toevoegt aan het spraakmakende verhaal over de Amerikaanse ‘sex cult’. De basis wordt gevormd door de rechtszaak tegen Raniere, waarvan met animaties een reconstructie is gemaakt, en de rol die de verschillende getuigen daarin spelen. En Keith Raniere reageert daar dan zelf weer op, telefonisch vanuit de gevangenis. Als de malicieuze schurk die vanuit de schaduw nog altijd aan de touwtjes probeert te trekken.

Tegen die achtergrond zoomt Nouhaim ook nog maar eens in op De Methode Raniere, de modus operandi van een orakel/ziener/therapeut die door sommige vroegere volgelingen en enkele huidige aanhangers (verzameld in The NXIVM Five) nog altijd bijzondere krachten worden toegedicht. Hij heeft volgens hen een sleutel naar de psyche van de mens, waardoor van hardnekkige ‘problemen’ zoals het Gilles de la Tourette-syndroom – voor het oog van de camera, natuurlijk – simpelweg ‘uitdagingen’ kunnen worden gemaakt. In wezen betoogt de serie daarmee dat Keith Raniere zelf weliswaar is te vergelijken met een willekeurige maffiabaas, maar dat zijn behandelwijze ook nu nog altijd wonderen zou kunnen verrichten.

Daarbij zijn zonder twijfel kanttekeningen te plaatsen, die in deze serie echter achterwege blijven. Alle aangerichte schade overziend doemt toch vooral de vraag op: is het leven werkelijk zo maakbaar als deze aanhangers van de ‘persoonlijke groei’-religie veronderstellen? Tegelijkertijd blijft het ook verbazingwekkend hoe gemakkelijk sommige hoofdrolspelers van rol lijken te zijn gewisseld: van overtuigde Raniere-discipel naar al even overtuigde NXIVM-dissident, ogenschijnlijk zonder wezenlijke reflectie ertussenin. En altijd is er opnameapparatuur in de buurt. Dit roept onvermijdelijk de vraag op: doen ze wat ze doen terwíjl de camera loopt, of omdát de camera loopt?

Ook The Vow 2 is dus overcompleet, eenzijdig en véél te lang, concludeert de scribent, die nog altijd koude rillingen krijgt van deze docuserie over Keith Raniere’s NXIVM-sekte. Dit vervolg is bovendien net zo overbodig als pak ‘m beet de tweede seizoenen van Making A Murderer en Tiger King. En hoewel het verhaal nu echt, écht!, helemaal lijkt te zijn afgerond, is daarmee niet gezegd dat er ook geen derde seizoen komt. Er kunnen zich zomaar nog nieuwe performers melden die een rol claimen in dit bijzonder mediagenieke drama.

Riotsville, U.S.A.

Dogwoof

Het is een beproefd middel om de lont uit het kruitvat te halen, het land te verenigen, een zondebok aan te wijzen of de boel simpelweg eindeloos te vertragen: het instellen van een breed samengestelde commissie die het hete hangijzer van dat moment eens goed – en liefst ook lang – gaat onderzoeken.

Als de Verenigde Staten in de tweede helft van de jaren zestig permanent in brand lijken te staan en op plekken als Watts, Chicago en Newark grootschalige rellen uitbreken, tuigt de Amerikaanse president Lyndon Baines Johnson dus The National Advisory Commission On Civil Disorders op. De commissie, onder leiding van gouverneur Otto Kerner, bevat uitsluitend leden uit het politieke midden, die van tevoren te verstaan hebben gekregen dat ze zich horen te gedragen als ‘Johnson Men’ en op zoek moeten naar ‘provocateurs van buiten’.

Die laatsten – de sixties-variant op de FBI-medewerkers of Antifa-lieden die de bestorming van Het Capitool op 6 januari 2021 zouden hebben uitgelokt – kan De Kerner Commissie echter helemaal niet vinden. Sterker: het rapport trekt hele andere conclusies en komt als een boemerang terug bij degenen die de schuld hopen te leggen bij een klein groepje extremisten. Zwarte extremisten, welteverstaan. Want de rellen zijn een manifestatie van de onvrede, die op gezette tijden terugkeert en in de afgelopen jaren bijvoorbeeld is uitgemond in de Black Lives Matters-demonstraties.

Het prikkelende beeldessay Riotsville, U.S.A. (91 min.), aangekleed met unheimische muziek, is volledig opgebouwd uit archiefmateriaal uit de jaren zestig, gemaakt voor televisie of door het Amerikaanse leger. Regisseur Sierra Pettengill heeft in die beelden een prachtige metafoor gevonden voor de houding van de Amerikaanse overheid tegenover de onlusten. Op voormalige legerbases in zuidelijke staten zijn destijds surrogaatstadjes gebouwd, waar de Amerikaanse politie tijdens nagespeelde ongeregeldheden kan trainen op lekker kordaat optreden. 

‘Waar kijken we naar?’ vraagt verteller Charlene Modeste bij deze surrealistische generale repetities voor politiegeweld. ‘Riotsville is een schaakbord, een toneel met alles en niets van de jaren zestig. Nepnamen op niet bestaande plaatsen, die soldaten voorbij zien marcheren. Op weg naar de volgende akte van het toneelstuk. Misschien is het niet meer dan een droom. Want hier fabriceert De Staat zijn grootste angsten, wreedste wanen en gescheurde stukjes geheugen.’ En na een ‘geslaagd’ ingrijpen van de politie klinkt zowaar een enthousiast applaus vanaf de tribunes.

Pijnlijk precies construeert Pettengill zo hoe de Amerikaanse overheid zich in wezen gedraagt als een politiestaat, die zijn burgers, in elk geval een specifiek deel daarvan, is gaan zien en behandelen als de vijand. Die houding is zowel een weerspiegeling ván als een inspiratiebron vóór vooroordelen en racisme bij de zwijgende meerderheid van de Amerikaanse bevolking – en een steen des aanstoots voor de zwarte minderheid, die in die tumultueuze laatste jaren van de sixties letterlijk de klappen moet opvangen.

Voorbij Het Paradijs

VPRO

‘Hoe kan iemand tot zo’n daad komen?’ vraagt Hans Simonse zich af bij de start van Voorbij Het Paradijs (57 min.). Sterker: ‘zou mij dit ook kunnen overkomen?’ Met die vragen in de achterzak ontrafelt Simonse het tragische relaas van dat ‘leuke gezin’ met drie kinderen dat een ‘idyllisch boerderijtje’ aan de Lek bij Schalkwijk heeft betrokken. Daar is het op zaterdagnacht 21 oktober 2012 helemaal misgegaan. Vader Rob heeft eerst zijn vrouw Rianne en dochters Samantha en Anouk en daarna zichzelf van het leven beroofd. Die informatie levert meteen zijn eigen vragen op: wat is er met het derde kind gebeurd? En hoe moet het daarmee verder?

Simonse legt deze vragen voor aan de broer van Rianne en diens vrouw, de moeder en zus van Rob, een vriendin van Rianne en een vriendin van dochter Samantha. Gezamenlijk schetsen zij de jarenlange aanloop naar het drama, dat niemand zag aankomen maar iedereen achteraf op de één of andere manier wel kan plaatsen. Het is niet het verhaal van een monster, dat willens en wetens is overgegaan tot moord en doodslag, maar van een gezin dat zich met de aankoop van een oude monumentale boerderij steeds verder in de nesten werkt. Totdat de man des huizes, ogenschijnlijk een hele normale kerel, geen uitweg meer ziet en overgaat tot een absolute wanhoopsdaad.

Deze indringende interviewfilm uit 2014 over een tragisch familiedrama, waarin de gesprekken worden afgewisseld met familievideo’s en een steeds terugkerende sequentie van een auto die bij nacht over de weg dendert (waarvan pas later de betekenis duidelijk wordt), vermijdt daarbij goedkoop effectbejag of gemakkelijke conclusies – al verrast Simonse zijn gesprekspartners een enkele keer nog wel met nieuwe informatie. Hij laat verder de verschillende perspectieven op Rob, zijn relatie met Rianne, de oplopende spanningen rond de aangekochte (en desondanks eigenlijk niet te betalen) boerderij en die diep tragische nacht in oktober 2012, waarin er iets in Robs hoofd is geknapt, naast elkaar bestaan en bij elkaar komen.

Waarbij de vragen hoe een gewone huisvader tot zo’n daad kan komen en wat er is gebeurd met het derde kind afdoende worden beantwoord en de kijker zichzelf intussen ongetwijfeld de vraag stelt of hem/haar dit ook zou kunnen overkomen. Het antwoord van de verwanten en vrienden van Rob, Rianne en hun kinderen is in elk geval ondubbelzinnig: ja. Punt. En juist daarom, meent Rianne’s vriendin, moeten we elkaar een beetje in de gaten houden.

A Radical Life

Discovery+

‘Ik wilde dat mijn kinderen de besten en slimsten zouden zijn’, zegt Tania Joya vol overtuiging en recht in de camera aan het begin van de aan haar gewijde documentaire A Radical Life (84 min.). ‘Ik laat domkoppen niet de wereld overnemen.’ Dit wordt gezegd door een vrouw die getrouwd is geweest met de hoogste Amerikaan binnen de terreurgroep Islamitische Staat (IS): John Georgelas, een tot de islam bekeerde jongeling uit een welgesteld gezin in Texas. Tijdens de huwelijksvoltrekking stapte hij bewust op haar voet. Om te laten zien wie er de baas was.

In deze gedegen, soms wat vet aangezette documentaire van Ricki Stern blikt Tania gedetailleerd terug op een veelbewogen leven dat haar naar het hart van het kalifaat in Irak en Syrië zal leiden. Ze groeit op in Londen als jongste van een gezin met Bengaalse wortels, wil als kind vooral dansen en is jarenlang fan van Boys 2 Men en Madonna. De ommekeer komt ook voor haar met de aanslagen van 11 september 2001. Die wordt door sommige mensen in haar directe omgeving met gejuich ontvangen en bezorgt de grote man van de terreurbeweging al-Qaeda, Osama bin Laden, de status van ‘Robin Hood van de moslimgemeenschap’.

Als de Amerikaanse president George W. Bush vervolgens begint te spreken over een ‘kruistocht’ tegen de terroristen, is dat voor Tania reden om voortaan een nikab te gaan dragen (en om dat, met een dramatisch gebaar, te onderstrepen trekt ze tijdens het centrale interview voor deze film daadwerkelijk een zwarte sluier over haar gezicht). Haar radicalisering is vanaf dat moment een feit, wil ze maar zeggen. De stap is meteen bedoeld als middelvinger naar de extreemrechtse British National Party en skinheads die haar en andere leden van de Aziatische gemeenschap van het Verenigd Koninkrijk jarenlang hebben belaagd.

Via de website Muslim Matrimony gaat Tania Joya op zoek naar een vrome echtgenoot. Zo stuit ze op een negentienjarige Amerikaan, die zich voorstelt als Yahya al-Bahrumi. Hij zal van haar, een jong onvolwassen meisje op zoek naar ‘Aladdin’-achtige romantiek en avontuur, een Britse zuster van de bekende Nederlandse IS-bruid Laura H. maken. Daarbij is het de vraag – en die wordt aan het eind zowel aan Tania als aan (terrorisme)deskundigen voorgelegd – wat haar als (ongelukkige) echtgenote van een overtuigde jihadist valt aan te rekenen en of zij medeverantwoordelijk is voor de wandaden van IS. En moet zij de kans krijgen om zich te rehabiliteren?

Getuige A Radical Life’s enigszins zijige einde is Ricki Sterns antwoord helder: ja, vrouwen zoals de inmiddels geheel verAmerikaanste Tania Joya hebben een belangrijke signaalfunctie. Zij kunnen voorkomen dat andere verdwaasde jongeren het pad richting radicalisme nemen.

American Movie

Mark Borchardt (l) en Mike Schank (r)

Zijn hele omgeving moet eraan geloven. Mark Borchardt gaat een film maken. En daarbij kan de Amerikaanse slacker iedereen gebruiken: als acteur, crewlid, figurant óf (kleine) financier. Oom Bill bijvoorbeeld. Die zit alleen nogal op zijn centen. Als iemand hem kan overtuigen om tóch een serieuze donatie te doen, dan is het echter Mark. ‘Je komt op de aftiteling te staan als producer’, zegt de wannabe-filmmaker enthousiast, nadat hij zijn oom ook al lekker heeft proberen te maken met een fles rode wijn. Volgens zijn broer Alex kan Mark praten als Brugman. Erg veel fiducie heeft hij echter niet in diens filmcarrière. ‘Hij kan het beste in een fabriek gaan werken.’

Voor hun American Movie (102 min.) uit 1999 volgen Chris Smith en Sarah Price de gedreven filmfreak gedurende enkele jaren terwijl hij zijn pièce de résistance, een no-budget horrorfilm genaamd Northwestern, van de grond probeert te krijgen. Intussen ligt er ook nog een kleinere productie, Coven, om af te ronden. Borchardt laat zich niet uit het veld slaan door alle tegenslag, het gebrek aan geld en de openlijke twijfel vanuit zijn directe omgeving die het jarenlange productieproces begeleiden. Hij richt zich op de kleine geneugten van het filmbestaan. Een begraafplaats bijvoorbeeld, en de mensen die er liggen, als perfecte setting voor een geweldige scène. ‘Eerlijk gezegd dacht ik vroeger dat hij een stalker of seriemoordenaar zou worden’, bekent zijn broer Alex.

Via hun protagonist, die er ook nog drie kleine kinderen op na blijkt te houden en de kost verdient met stofzuigen bij een uitvaartcentrum, portretteren Smith en Price een kleine morsige gemeenschap in Milwaukee, Wisconsin, waarvan de leden met gemak kunnen worden weggezet als een stelletje losers. Neem bijvoorbeeld Marks jeugdvriend Mike Schank. ‘Als je aan de loterij meedoet, win je de ene keer en verlies je de andere keer’, vertelt de enigszins wereldvreemde ‘stoner kid’, die tevens de soundtrack voor deze documentaire heeft verzorgd en door zijn bijdrage aan American Movie een soort cultstatus zal krijgen. ‘Het is echter beter dan drugs of alcohol. Zeker drugs.’ Hij lacht ontwapenend. ‘Dan verlies je altijd.’

Op hun eigen manier leven Borchardt en Schank hun eigen gemankeerde versie van de ‘American dream’. De één weigert een reguliere baan te nemen en blijft compromisloos in zijn eigen droom geloven (hoe provisorisch die ook in leven moet worden gehouden) en de ander steunt hem door dik en dun, zoals een echte vriend doet. Deze cultfilm, die er op het Sundance Film Festival van 1999 met de Grand Jury Prize vandoor ging, wordt daardoor een tragikomisch eerbetoon aan de spreekwoordelijke ‘loser’ die, waarschijnlijk zonder dat hij ‘t zelf doorheeft, subiet ieders hart steelt.

The Lincoln Project

Showtime

‘Donald Trump is een drol in de punchbowl’, zegt de Republikeinse strateeg Rick Wilson, nadat hij een bikkelharde campagnespot van zijn eigen anti-Trump organisatie The Lincoln Project (289 min.) heeft bekeken. ‘Als je eenmaal een drol in de punchbowl hebt gehad, is het geen punch meer, maar strontwater.’ Wilson maakt er in de openingsscène van deze vijfdelige documentaireserie geen geheim van dat er hem veel aan is gelegen om de Amerikaanse president uit zijn ambt te verdrijven. Hij is duidelijk ook trots op hoe ze Trump aanpakken, de leider van hun eigen politieke partij. Psychologische oorlogsvoering, noemt Wilson dit. ‘Niemand heeft ooit zo gekloot met een kandidaat als wij hebben gekloot met deze kandidaat.’

Is het oprechte bevlogenheid, een slinks verdienmodel, gestolde rancune of toch zoiets als oprechte spelvreugde? Feit is dat de politieke dieren van The Lincoln Project, die hun sporen verdienden bij traditionele Republikeinse politici zoals George W. Bush, John McCain en Mitt Romney en omstreden pressiegroepen van de Koch-broers, nu al hun politieke kennis, communicatieve vaardigheden én vuile trucs inzetten om de leider van het land – en van hún Republikeinse partij, die ze op geen enkele manier meer zeggen te herkennen – te onttronen. Twee maanden voor de presidentsverkiezingen van dinsdag 3 november 2020, waarbij Donald Trump het opneemt tegen de Democratische kandidaat Joe Biden, sluiten Fisher Stevens en Karim Amer aan bij deze ‘losgebroken speciale eenheid’, die alles in het werk gaat stellen om het verkiezingsresultaat te beïnvloeden.

De filmmakers zoomen tevens in op de individuele leden van deze politieke variant op The Magnificent Seven, waarbij prominente campagnetijgers zoals Steve SchmidtMike Madrid en Reed Galen worden gedwongen om te reflecteren op hun eigen verleden. Hebben zij zelf – bijvoorbeeld met de racistische Willie Horton-campagnespot, de keuze voor Sarah ‘Barracuda’ Palin als John McCains running mate in 2008 en dubieuze aanvallen op Barack Obama? – niet aan de basis gestaan van de verwording van de Republikeinse partij tot een racistische, ondemocratische organisatie? In dat opzicht kunnen hun activiteiten voor The Lincoln Project, waarmee ze hun eigen carrière wel eens definitief op slot zouden kunnen gooien, ook worden beschouwd als een persoonlijke boetedoening. ‘We played too much on the dark side’, erkent Stuart Stevens, die als politieke consultant betrokken is geweest bij zaken waarvoor hij zich nu geneert.

Tijdens hun strijd tegen de Trump-machine die hun voormalige partij is geworden, roepen ze de hulp in van de linkse acteur John Leguizamo (waarmee ze latino’s hopen te bereiken), Trumps eigen nicht Mary (met wie hij al lang geleden gebrouilleerd is geraakt), de populaire zangeres Demi Lovato (die met Commander In Chief een soort strijdlied heeft geschreven) en de Trump-criticaster George Conway (tevens de echtgenoot van Trumps bekende medewerker, Kellyanne Conway). Die blik achter de schermen, waarbij Fisher Stevens en Karim Amer vrijwel ongelimiteerd toegang lijken te hebben gekregen, levert fascinerende taferelen op van hoe ze bijvoorbeeld de presidentiële debatten volgen en er direct op reageren via social media en spots maken om Trump zelf via een soort middelvinger-tactiek te provoceren, zodat hij terug gaat slaan en hun boodschap daarmee naar een veel groter publiek brengt.

Terwijl verkiezingsdag en de officiële certificering van de uitslag op 6 januari 2021 naderbij komen, lopen de spanningen ook intern, waar talloze grote ego’s en politieke sluipmoordenaars van allerlei verschillende gezindten proberen samen te werken, flink op. Totdat, enkele weken na de bestorming van het Capitool in Washington en de officiële inauguratie van Joe Biden tot president, de bom definitief barst als oprichter John Weaver ernstig in opspraak raakt en Lincoln Project-medewerkers elkaar met ‘dirty tricks’ gaan bestoken… Deze miniserie heeft zich tegen die tijd allang bewezen als de verplichte campagnedocu van dit jaar. Spekkie voor het bekkie van politieke fijnproevers, would be-spindokters en BKB-alumni, voor wie politiek een spel om de macht is dat je nu eenmaal wilt winnen. En tegelijk een fascinerend verslag vanuit de frontlinie van de oorlog om de Amerikaanse democratie.

All That Breathes

Dogwoof

Vanaf het adembenemende openingsshot – van een stad bij nacht waar allerlei verschillende dieren hun kans schoon zien en op zoek gaan naar voedsel – is glashelder dat de Indiase filmmaker Shaunak Sen in All That Breathes (94 min.), winnaar van de World Cinema Grand Jury Prize op het Sundance Festival en de L’Oeil d’Or op het Film Festival van Cannes, een wonderbaarlijke wereld gaat openen. Een wereld die steeds nieuwe geheimen prijsgeeft.

In de Indiase metropool New Delhi, overbevolkt en vervuild, vangen de broers Mohammad Saud en Nadeem Shehzad in hun eigen Wildlife Rescue gewonde roofvogels op, met name zwarte wouwen. Die kunnen door het drukkende weer zomaar uit de lucht vallen en moeten dan weer opgelapt worden. ‘Als andere vogels in de lucht vliegen, zie je dat ze daarvoor moeite moeten doen’, verklaren de broers, in één van de filosofische voice-overs die als anker voor de film fungeren, hun liefde voor de zwarte wouw. ‘Maar de wouw zwemt, zagen we vroeger als we door een gat in het tentdoek keken. Een luie stip op de horizon.’

De zwarte wouwen hebben zich echter wel degelijk aangepast aan hun urbane omgeving. Ze gebruiken bijvoorbeeld sigarettenpeuken om zich te beschermen tegen parasieten. Andere vogels slaan dan weer een hogere toon aan om boven het verkeerslawaai uit te komen. Shanauk Sens cameramannen Ben Bernhard en Riju Das excelleren in het vereeuwigen van al die verschillende levende wezens in een door de mens gecreëerde omgeving. Hun camerawerk – met zinsbegoochelende scherpteverleggingen, spiegelingen in het water en kalme bewegingen naar een parallelle gebeurtenis – maakt van deze film een weldadige kijkervaring.

Terwijl de twee broers en hun vaste vrijwilliger Salik Rehman, die in een prachtige observerende scène ineens zijn bril verliest aan een vrijpostige wouw, zich in hun werkplaats ontfermen over gehavende dieren en proberen externe financiering voor hun activiteiten te vinden, spelen op de achtergrond spanningen tussen verschillende facties en religies. Als praktiserende moslims proberen Saud en Nadeem daar zoveel mogelijk buiten te blijven, zeker als het geweld even verderop in de stad flink oplaait. Hun werk met de roofvogels, waarvan de situatie eveneens steeds nijpender lijkt te worden, verschaft hen daarvoor een alibi.

All That Breathes wordt zo een levendig portret van de twee broers, maar schildert met onvergetelijke beelden – een verzameling zwarte wouwen die lijkt te poseren als een soort koninklijke familie, bijvoorbeeld, of een jong uiltje dat lekker in een teiltje wordt gebadderd – tevens hun intrigerende biotoop. Zo wordt inzichtelijk gemaakt hoe veelzijdig, gecompliceerd en oogverblindend het bestaan in een metropool kan zijn en hoe al die levens, van mens en dier, daar met elkaar verknoopt zijn geraakt.

A Game Of Secrets

HBO

De vraag is: wie? Wie zit er achter Football Leaks, de Portugese website die vanaf 2015 met een reeks onthullingen de geheime kant van het internationale voetbal blootlegt? Is het een idealistische hacker, die zich illegaal toegang heeft verschaft tot arbeidscontracten, geheime clubbestanden en ingewikkelde financiële constructies met spelersagenten? Iemand vanuit het hart van de business misschien, die last heeft gekregen van zijn geweten? Of toch een cynicus die er een slaatje uit probeert te slaan of gewoon de concurrentie een loer wil draaien?

In A Game Of Secrets (84 min.) reconstrueert Niels Borchert Holm met de nodige suspense de zoektocht naar ‘John’, de geheimzinnige klokkenluider die zichzelf afficheert als ‘de Robin Hood van de voetbalindustrie’, maar door sommigen in deze business eerder wordt gezien als een ‘Wolf Of Wall Street’ die het voetbal heeft geïnfiltreerd. Zijn onthullingen zijn uiteindelijk te herleiden naar informatie die afkomstig is van Doyen Sports. Het internationaal opererende investeringsfonds zorgt voor alternatieve financiering van voetbaltransfers en heeft zo bijvoorbeeld meegedeeld in de miljoenenwinsten op de aan- en verkoop van topspelers zoals Xavi Hernández, Neymar en David Beckman.

Doyen-CEO Nélio Lucas (volgens zijn eigen whatsapp: ‘always available 4 good deal!’) vertelt dat hij over de uitgelekte informatie is benaderd door ene Artem Lobuzov. Hij heeft ook een enigszins schimmige ontmoeting gehad met diens advocaat. Voor een ‘ruimhartige donatie’ kan die ervoor zorgen dat er geen schadelijk nieuws meer naar buiten komt. Dit roept natuurlijk serieuze vragen op over de intenties van de anonieme klokkenluider. Met diverse journalisten, spelersagent Jonathan Barnett (die een recorddeal heeft gesloten tussen Gareth Bale en Real Madrid) en diverse pleitbezorgers voor ‘John’ concentreert Borchert Holm zich in deze witte boorden-krimi voornamelijk op het uitpluizen van dat verhaal. 

De illegale/bedenkelijke activiteiten die ‘John’ in de openbaarheid heeft gebracht – massale belastingontduiking, beïnvloeding van scheidsrechters en luxueuze privéfeestjes met prostituees om deals te sluiten bijvoorbeeld – worden vooral behandeld als bijvangst. Alleen de banden van Doyen met een Kazachstaans-Turkse oligarchenfamilie krijgen extra aandacht. Daarmee worden de geruchtmakende Football Leaks teruggebracht tot een spannend David & Goliath-verhaal – waarbij boven de markt blijft hangen of David in werkelijkheid misschien een Sywert is – en wordt A Game Of Secrets niet het genadeloze exposé over de internationale voetbalwereld, waar de echte fan wellicht op had gehoopt.

Jane Par Charlotte

Piece Of Magic

‘Jou filmen is simpelweg een excuus om naar je te kijken’, zegt Charlotte bij aanvang van deze persoonlijke film bijna fluisterend tegen haar moeder. Ze zitten samen ontspannen op een balkon, voor wat een intiem ouder-kind gesprek moet worden. Dat wordt intussen overigens wel door enkele camera’s vereeuwigd voor de rest van de mensheid. Als die daarin geïnteresseerd is, tenminste.

Dikke kans van wel overigens. Want moeder, de hoofdpersoon van deze documentaire, is niemand minder/meer dan de befaamde Engelse actrice/zangeres Jane Birkin en naamgever van de zogenaamde Birkin Bag. En de maakster ervan, haar tweede dochter, luistert naar de naam Charlotte Gainsbourg. Dat is zelf ook een geliefde actrice en zangeres. De man die hen bindt tenslotte, Jane’s voormalige geliefde en Charlotte’s vader, is de veel bewierookte Franse dichter, zanger, componist, acteur, regisseur, provocateur en drinkebroer Serge Gainsbourg.

Jane Par Charlotte (88 min.) dus. En daar moet je, eerlijk gezegd, wel zin in hebben. Of tegen kunnen. Want nee, Je T’Aime… Moi Non Plus, het legendarische hijgduet van Gainsbourg en Birkin, is ons niet vergund. En, ook filmfragmenten blijven achterwege. Net als echte scènes, trouwens. Tenminste, als je daarbij verwacht dat er iets boeiends gebeurt, dat dan bovendien niet als de eerste de beste home-video is gefilmd. Al probeert Charlotte het geheel nog wel een onmiskenbaar artistiek randje te geven met de foto’s en filmbeelden die ze van haar protagonist maakt met oude camera’s.

In 1987 werden Birkins persoonlijk leven en carrière al eens ingenieus doorgelicht door nouvelle vague-icoon Agnès Varda, in Jane B. Par Agnès V. Deze nieuwe film van haar dochter, waarin elke vorm van context achterwege blijft, is vooral een oneindig (als in: eindeloos) gesprek tussen moeder en dochter, waarbij tussen neus en lippen ook wel eens iets interessants wordt gezegd – en waar uiteindelijk zowaar ook een kwetsbaar familieverhaal uitrolt, dat dan maar als het hart van deze film moet worden beschouwd. Zullen we Jane By Charlotte voor de grap een moderne Grey Gardens noemen? 

Het is in elk geval een documentaire voor fijnproevers, waarin twee vrouwen via elkaars navel naar hun gezamenlijke ziel proberen te kijken. Of zoiets.

PS

Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes

Netflix

De documentaire als bijsluiter voor een op ware gebeurtenissen gebaseerde dramaproductie. Is het (meer dan) een doorzichtige poging om het momentum rond een nieuwe titel te verlengen? Bij Netflix lijkt er in elk geval sprake van een voorzichtige trend. Thai Cave Rescue werd bijvoorbeeld vergezeld door The Trapped 13: How We Survived The Thai Cave. Bij Blonde hoort The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes. En Extremely Wicked, Shockingly Evil And Vile heeft als ‘companion documentaryConversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

En dat laatste trucje was blijkbaar voor herhaling vatbaar. Want enkele weken na de omstreden serie Dahmer – waartegen slachtoffers van de Amerikaanse seriemoordenaar onlangs luidkeels protesteerden omdat ze van mening zijn dat hun persoonlijke leed, opnieuw, wordt geëxploiteerd voor een ‘lekker’ smeuïge true crime-productie – volgt Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes (180 min.). Daarbij kun je natuurlijk dezelfde bedenkingen hebben: is het werkelijk nodig om alle gruweldaden van de gestoorde killer wederom op te rakelen?

Dat is beslist een relevante vraag, waarop schrijver dezes – veelpleger, als het gaat om het bekijken van misdaaddocu’s – het antwoord ook even schuldig moet blijven. En doet het er dan toe dat de driedelige serie van Joe Berlinger, een maker met een aanzienlijk true crime-strafblad (behalve de Conversations With A Killer-series over Bundy en John Wayne Gacy ook de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en de franchise Crime Scene), zeer kundig is gemaakt en de wereld van de psychopaat, met behulp van 32 uur opnames van gesprekken die hij tussen juli en oktober 1991 had met zijn advocate Wendy Patrickus, overtuigend oproept?

De nadruk ligt wel volledig bij Jeffrey Dahmers duistere geest en zijn huiveringwekkende daden. De slachtoffers, veelal jonge homoseksuele mannen van kleur, worden nooit meer dan pionnen in het Duivelse spel van – opgepast: schokkende seriemoordenaarsnaam op komst! – ‘The Milwaukee Cannibal’. Net zoals ze dat voor hemzelf waren als hij in zijn donkerste ‘Exorcist’-modus kwam. En ook voor al die voormalige politiemensen, advocaten en psychiaters, die steeds blijven opdraven in dit soort horrorverhalen en daar bijna een carrière aan hebben overgehouden, lijken ze soms een soort ‘materiaal’ geworden, personages in het signatuurverhaal van hun (professionele) leven.

Een gruwelijke geschiedenis rond een bijzonder kwetsbare groep Amerikaanse jongens/mannen, die destijds het HIV-virus op afstand moest zien te houden en die in de publieke ruimte nauwelijks werd beschermd door de politie, wordt zo, met al z’n ongelooflijke ontwikkelingen en gore details, op een verwrongen manier ‘sexy’ gemaakt. Net als de omstreden serie Dahmer dus: kijkvoer om bij weg te kijken of blijven. Dat wil alleen – de menselijke geest, ook de mijne, is nu eenmaal zwak – niet helemaal lukken.

Changing The Game

Als het verhaal van één minderheid in de afgelopen jaren zichtbaar is gemaakt via documentaires, dan is het waarschijnlijk de worsteling van de transgemeenschap om gezien en geaccepteerd te worden. Internationaal via films als Disclosure, Petite Fille en Seahorse: The Dad Who Gave Birth. En ook in Nederland. Via het baanbrekende Valentijn van Hetty Nietsch, natuurlijk, en recente titels zoals Mevrouw Faber, Jason en Ryan Is Zwanger.

De Amerikaanse documentaire Changing The Game (52 min.) uit 2019 richt zich specifiek op de dilemma’s van transsporters. Regisseur Michael Barnett portretteert enkele jongeren die een transitie hebben ondergaan en nu op een serieus niveau sport beoefenen. Kan dat nog? Wat zijn daarvoor de regels? Is een geslachtsbevestigende operatie een absolute vereiste of niet? En met wie mogen/moeten deze gedreven sporters zich dan meten? Het blijken verdomd venijnige vraagstukken, waarmee in elke staat bovendien anders wordt omgegaan.

Is het bijvoorbeeld fair als jonge vrouwelijke atleten in Connecticut het moeten opnemen tegen hardloopster Andraya Yearwood, die is geboren als jongen? Het verhaal van Mack Beggs is helemaal saillant. De worstelaar uit Texas wil graag om de eer strijden met jongens, maar is nog altijd veroordeeld tot de meisjes – en wint daar menig toernooi, ook dat nog. In een mediamaatschappij zoals de Verenigde Staten komt hem dat vanzelfsprekend op boude kritiek en onversneden haat te staan.

Gelukkig heeft Mack de steun van zijn grootouders, bij wie hij is opgegroeid. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Oma Nancy werkt bijvoorbeeld al 25 jaar als hulpsheriff, is overtuigd lid van de Republikeinse partij en heeft een heel arsenaal wapens in huis. Niet het prototype transvriendelijke Amerikaan, zou je op voorhand zeggen. Ook in dit geval wint liefde het echter van vrees en vooroordelen. Tegelijkertijd maakt dat het verlies niet minder zuur voor het worstelmeisje dat nu het onderspit delft tegen Mack.

Barnett sympathiseert duidelijk met zijn hoofdpersonen en legt hun strijd, binnen en buiten de sport, met de nodige bravoure en bombast vast. Bovendien verrijkt hij hun persoonlijke verhalen met quotes van gewone Amerikanen, sportofficials en deskundigen, fragmenten uit nieuwsprogramma’s en talkshows, en de resultaten van onderzoek binnen de transgemeenschap. Zo ontstaat een genuanceerd beeld van deze bijzondere en toch ook weer gewone Amerikanen, waarbij hun sportcarrière als een aansprekende arena voor de uitdagingen des levens fungeert.

Aftershock: Everest And The Nepal Earthquake

Netflix

Een dag eerder, op vrijdag 24 april 2015, is er in het klooster van het Himalaya-dorp Langtang nog een ‘ghewa’ gehouden, een boeddhistisch ritueel voor een overleden inwoner. ‘De hele gemeenschap was bijeen’, vertelt de dorpeling Jhangbu, die niet veel later zijn hele hebben en houwen kwijt zal raken. ‘We chantren mantra’s en dansten. We dansten tot de volgende middag. Dat was de laatste ghewa.’

Het zal zelfs de allerlaatste activiteit in het Nepalese dorp ooit worden. Want op zaterdag 25 april slaat het noodlot toe, in de vorm van de heftigste aardbeving in tachtig jaar. Die zorgt tevens voor een ongekende ravage, massale paniek en bijna negenduizend doden in Kathmandu en omgeving. En ook westerse klimmers op de Mount Everest worden er volledig door overvallen. Zij zien de dood letterlijk in de ogen als ze volledig afgesloten raken van de bewoonde wereld.

In de driedelige docuserie Aftershock: Everest And The Nepal Earthquake (149 min.) kijken stedelingen, dorpsbewoners, buitenlandse toeristen, sjerpa’s, professionele klimmers en hulpverleners terug op hoe ze na de ramp, beducht voor naschokken en verraderlijke lawines, zichzelf en anderen in veiligheid proberen te brengen. Regisseur Olly Lambert kan daarbij tevens terugvallen op foto’s en filmbeelden die zij voor, tijdens en na de beving hebben gemaakt.

Daarbij springt de miraculeuze redding van Pemba Tamang, een achttienjarige jongen die vijf dagen onder het puin heeft gelegen, natuurlijk in het oog. Dit is echter niet louter een verhaal van opoffering, mededogen en solidariteit. Nadat enkele Israëlische toeristen geld blijken te hebben meegenomen van een overleden inwoner van Langtang komen de verhoudingen met de plaatselijke bevolking bijvoorbeeld op scherp te staan. Die betichten hen van diefstal en het ontheiligen van de doden.

En ook de manier waarop andere westerse bergbeklimmers tijdens de reddingsacties een bevoorrechte positie proberen te claimen, stuit menigeen ter plaatse tegen de borst. Het pleit voor Lambert dat hij in deze gedegen reconstructie ook de lelijke kanten van de mens laat zien. Zodat Aftershock niet blijft steken op het niveau van een gladgestreken ode aan het menselijke uithoudings- en doorzettingsvermogen in barre tijden en de dodelijke slachtoffers die desondanks zijn gevallen.

Going Clear: Scientology And The Prison Of Belief

HBO

In 2015 krijgt de Scientology-kerk vanuit de documentairewereld een dubbele kaakslag toegediend. Eerst verschijnt Alex Gibney’s Going Clear: Scientology And The Prison Of Belief (119 min.), enkele maanden later volgt de Britse televisiemaker Louis Theroux met My Scientology Movie. Waar Theroux nadrukkelijk de confrontatie zoekt met Scientology’s doodenge communicatie- en beveiligingsmedewerkers, probeert zijn Amerikaanse collega vooral het grotere verhaal van de omstreden religie op te tekenen.

Gibney spreekt in dat kader met Lawrence Wright, auteur van het boek Going Clear: Scientology, Hollywood & The Prison Of Belief. Hij laat tevens oud-leden, waaronder filmmaker Paul Haggis (die in 2004 een Oscar won voor de speelfilm Crash) en voormalige oudgedienden uit de top van de beweging zoals Mike Rinder, Tom de Vocht en Marty Rathbun (die ook een hoofdrol claimt in de documentaire van Louis Theroux), getuigen over hun persoonlijke ervaringen. Daarbij komen nadrukkelijk ook Scientology’s schaduwzijden aan de orde.

Eerst concentreert Gibney zich op de wonderlijke levensloop van oprichter L. Ron Hubbard, een voormalige sciencefiction-schrijver met meer fantasie dan voor wie dan ook goed was. Behalve voor hemzelf, natuurlijk. ‘Hij zei vaak dat religie de enige manier was om goed te verdienen’, aldus zijn voormalige echtgenote Sara. Via het boek Dianetics (1950) bouwde Hubbard een compleet begrippenkader op, met volkomen eigen termen als auditor, E-meter en OT-levels. Deze geheel eigen newspeak zou vervolgens de basis vormen voor Scientology – samen met een uitzinnig verhaal over buitenaardse wezens – dat als religie werd vrijgesteld van het betalen van belasting.

En dan, bijna halverwege de film, kondigt Hubbards secondant David Miscavige in 1986 met een speech aan dat de grote leider ‘het volgende level van OT-onderzoek’ heeft bereikt. Het begint zijn publiek pas te dagen wat hij bedoelt als Miscavige eraan toevoegt dat dit level zich in ‘een exterieure fase’ afspeelt, ‘volkomen los van het lichaam ‘. Met deze aankondiging grijpt David Miscavige tevens de macht binnen Scientology en krijgt zowel de sekte als deze nauwgezette ontleding ervan een steeds grimmiger karakter. Alle clichés passeren daarbij de revue: bizarre rituelen, uitbuiting en een extreem vijandige houding naar de buitenwereld, inclusief excommunicatie en intimidatie van ex-leden.

Scientology heeft in het publieke domein intussen een uitgesproken troef verworven: steracteur Tom Cruise. Nadat eerder zijn collega John Travolta al hand- en spandiensten verrichtte voor de (pseudo)religie, wordt de klassieke Hollywood-held Cruise uiteindelijk het gezicht naar buiten. Hij krijgt daarvoor zelfs een potsierlijke onderscheiding (de IAS Freedom Medal Of Valor ). Intussen wordt zijn relatie met Nicole Kidman stelselmatig ondermijnd, terwijl tegelijkertijd een studente wordt klaargestoomd als zijn nieuwe vriendin. Tom Cruise begint in media-optredens allengs enger te worden dan in zijn sterkste rol, de cynische vrouwentemmer Frank T.K. Mackey uit de mozaïekfilm Magnolia.

Going Clear wordt zo een typische Alex Gibney-film, die aansluit bij de manier waarop hij bijvoorbeeld ook Julian Assange (We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks), Theranos-oprichter Elizabeth Holmes (The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley) of de Sackler-familie, die aan de basis stond van de Amerikaanse Opioid Crisis (The Crime Of The Century), onder het vergrootglas heeft gelegd: maatschappelijk relevant, toegankelijk en bijzonder entertainend.

A World To Shape

Dave Hakkens bij Project Kamp / Newton Film

Een betere wereld. Voor minder doen ze het niet. Beter: een verbeterde wereld. Die de problemen van het heden achter zich heeft gelaten en klaar is voor een duurzame toekomst. Dat vraagt om designers die groot kunnen én durven te denken. A World To Shape (52 min.) is een dubbelportret van Nienke Hoogvliet en Dave Hakkens, twee jonge idealisten die samen een uitstekend uithangbord vormen voor die nieuwe generatie Nederlandse ontwerpers.

Toch lijkt hun benadering wezenlijk anders. Nienke Hoogvliet beijvert zich met haar vriend/werkpartner Tim Jongerius voor het verduurzamen van de ernstig vervuilende textielindustrie. Daarvoor probeert ze verschillende toepassingen van zeewier, zoals garen en verf, te ontwikkelen. Eerder maakte ze ook al schaaltjes van gebruikt wc-papier. Met haar eigen studio probeert Hoogvliet zo, via museumstukken en collector’s items, het systeem van binnenuit te veranderen en die duurzamere wereld dichterbij te brengen.

Dave Hakkens, die eerder van zich deed spreken met baanbrekende open source-projecten zoals Phonebloks en Precious Plastic, lijkt zich juist van de bestaande structuren af te wenden. Zoals het een echte wegbereider betaamt zorgde dat tijdens zijn studie voor de nodige weerstand, die door zijn succes overigens allang is weggenomen. Nu wil Hakkens een eigen parallelle wereld creëren. In Portugal heeft hij een stuk land opgekocht, waarop hij met medestanders het prototype voor een nieuwe, duurzame leefgemeenschap ontwikkelt: Project Kamp.

Regisseur Ton van Zantvoort plaatst de twee ontwerpers naast elkaar, als twee varianten op hetzelfde thema, in een film die zich volledig concentreert op hun werk en de idealen die daarin tot uiting worden gebracht. Hun persoonlijke beslommeringen of de professionele hobbels die ze onderweg moeten nemen blijven grotendeels achterwege in het fraai gefilmde en verzorgd gemonteerde A World To Shape, dat daardoor wel eerder aan het hoofd dan aan het hart appelleert.

Blijven Gaan

The Film Kitchen

Een fit lijf houdt ook de geest lenig. Of andersom. In een Rotterdamse sportschool probeert een groepje zeventigplussers uit handen te blijven van Magere Hein – en intussen lichaam en geest ook een beetje op peil te houden. Anneloek Sollart portretteert deze vitale senioren liefdevol in Blijven Gaan (56 min.) en laat hun belevenissen bovendien met de nodige sjeu aan elkaar praten door stadgenoot Wilfried de Jong.

Leen Sitskoorn is voor zijn negentig jaar nog heel fit. Hoewel hij volgens eigen zeggen al even ‘over de datum’ is en zijn geliefde saxofoon ook al een jaar of tien geleden definitief heeft opgeborgen, wil hij vooral niet ‘krakkemikkerig’ worden. En dus loopt Leen dagelijks talloze trappen om de krant te halen en gaat hij een paar keer per week naar de sportschool. Daar treft hij regelmatig Jan Wijntjes. Ook al werkt diens linkerarm dan niet meer helemaal naar behoren, Jan wil toch best 120 worden. Dat betekent dus stug doortrainen. ‘Want doe ik het niet, dan ken ik dadelijk in een rolstoel gaan zitten of met een rollator lopen’, constateert hij nuchter. ‘Dat zie ik helemaal niet zitten.’

Ria de Leeuw komt vooral voor de gezelligheid naar de sportschool en laat er ook echt geen bokkenpootje voor liggen om fit te blijven. Haar echtgenoot is nog niet zo lang geleden plotseling overleden. ‘Ik mis hem zo, met mijn grote muil’, zegt ze in plat Rotterdams, als het haar even te veel wordt. ‘Ik mis hem echt zo. Elke dag weer alleen.’ Harry van Dormolen kan daarover meepraten. De weduwnaar heeft een prachtig penthouse, maar wat heb je daaraan in je eentje? Hij heeft inmiddels kennis gekregen aan een 25 jaar jongere Russische vrouw, waarvoor hij ook wat geld in een hondentrimsalon heeft gestoken. Die duizenden kilometers afstand blijven alleen behelpen…

In de sportschool, bij hun enthousiaste trainster Lieve en de goedlachse gastheer en trainer Remi (de man met de open glimlach en lekkere koffie), komen senioren zoals zij letterlijk los. In een aandoenlijke film die een lekker rozig sausje over hun oude dag giet, een beetje zoals Young @ Heart een aantal jaren geleden deed over de leden van een Amerikaans ouderenkoor, dat geheel eigen interpretaties van pop- en rocksongs zong. Terwijl de Rotterdamse oudjes ook in de winter van hun bestaan consequent het adagium ‘stilstand is achteruitgang’ blijven huldigen, sluipen ze stiekem bij de kijker naar binnen, als personages om voor even in het hart te sluiten.

The Last Movie Stars

HBO Max

‘Hoe was het om hen te zijn?’ vroeg acteur, regisseur en schrijver Ethan Hawke zich af toen hij als zestienjarige jongen op school in New Jersey het befaamde acteurskoppel Paul Newman (1925-2008) en Joanne Woodward (1930-…) zag lopen. Zij hadden daar ook een kind in de klas zitten. Paul Newman was zo’n beetje alles wat de jonge Hawke wilde zijn: knap, gelukkig, succesvol en bovendien gezegend met een goed hart.

Terwijl de halve wereld vanwege het Coronavirus in lockdown zit, wordt de volwassen Ethan Hawke door Newmans dochter Claire gevraagd om zich in het befaamde koppel te verdiepen. Hij valt bijna van zijn stoel als hij hoort dat Paul Newman zijn vriend Stewart Stern ooit heeft gevraagd om hem, Joanne en enkele sleutelfiguren uit hun leven te interviewen voor memoires, die uiteindelijk nooit zijn verschenen. De tapes daarvan zijn weliswaar vernietigd, maar de gesprekken blijken volledig te zijn uitgeschreven. Hawke begint te videobellen met bekende vrienden: wisten zij eigenlijk wel dat Paul…? En hadden ze enig idee dat Joanne…? Wat herinneren zij zich überhaupt nog van hen?

Die zoom-gesprekken met collega’s als Martin Scorsese, Sam Rockwell, Zoe Kazan, Richard Linklater, Karen Allen, Mark Ruffalo, Paul Schrader, Steve Zahn, Ewan McGregor, David Letterman, Sally Field en Vincent D’Onofrio vormen een terugkerend element in deze zesdelige serie, die demonstreert hoe Hollywood sindsdien (niets) is veranderd. Hawke en z’n vrinden spreken daarnaast ook indringend over of/hoe ze zich herkennen in Newman en Woodward en over acteren in het algemeen. En daarna stelt hij hen de vraag die al een tijd in de lucht hangt: hebben zij misschien zin om die uitgeschreven gesprekken – en daarmee ook The Last Movie Stars (360 min.) zelf – tot leven te brengen? 

En zo wordt George Clooney de klassieke Hollywood-ster Paul Newman, Laura Linney zijn al even gelauwerde grote liefde Joanne Woodward en pak ‘m beet Brooks Ashmanskas een lekker schmierende schrijver/acteur Gore Vidal. Met verve kleuren zij het archiefmateriaal rond de twee iconen en de talloze fraaie en strategisch ingezette fragmenten uit hun filmografie in. Tegelijkertijd gaat Hawke in gesprek met een dochter uit Newmans eerste huwelijk en de kinderen die hij later tijdens zijn relatie met Woodward kreeg. Zij kijken gezond kritisch terug op het leven van hun ouders, die weliswaar langdurig succes hadden maar ook moesten dealen met hun eigen demonen en gezamenlijke issues.

Met deze dubbelbiografie van epische proporties, waarmee hij weer mensen van vlees en bloed maakt van ooit onaantastbaar gewaande iconen, vertelt Ethan Hawke in wezen tegelijkertijd zijn eigen verhaal als acteur, beroemdheid en (ex-)partner van een grote ster. Zo laat hij bijvoorbeeld ook zijn acterende dochter Maya en echtgenote Ryan aan het woord. Met zijn vrouw, die tevens als producer van deze miniserie fungeert, bespreekt hij bijvoorbeeld kritiek op een voorlopige montage van de productie. Daarmee onderstreept Hawke de meta-visie op zijn onderwerp en vak, die hij wil neerleggen in deze serie. Een scène die niet werkt krijgt en passant een duw in de goede richting.

Hoewel The Last Movie Stars in totaal maar liefst zes uur beslaat – en Hawke daarin zelf een aanzienlijke positie claimt en zich het leven van zijn protagonisten soms ook toe-eigent – blijft de serie moeiteloos overeind. Het is een monument geworden voor twee (buiten)gewone mensen, aan wie je je kunt blijven vergapen en die tegelijkertijd zeer aanraakbaar worden.

Valentijn

VPRO

‘Het is 1998 als ik Valentijn voor het eerst ontmoet’, vertelt Hetty Nietsch aan het begin van haar baanbrekende documentaire Valentijn de Hingh uit 2007. ‘Hij werkt mee aan een NOVA-reportage over kinderen die problemen hebben met hun seksuele identiteit. We filmen hem en dan al weet ik: dit kind laat me nooit meer los.’

Ze spreken af dat Nietsch eens in de zoveel tijd mag langskomen met haar filmploeg. En ook het gezin zelf gaat de camera ter hand nemen. Dat zullen ze uiteindelijk negen jaar volhouden, een periode waarin Valentijn (53 min.) van een blond jongetje uitgroeit tot een stralend zeventienjarig meisje. Dat gaat niet vanzelf. Op de balletacademie is Valentijn bijvoorbeeld niet welkom als danseres. Alleen als ‘mannelijke’ danser. En daarbij hoort dus ook geen lang haar.

Denk je dat je er ooit aan gewend zult zijn dat je tóch een jongen bent? heeft Nietsch aan het begin nog gevraagd aan het achtjarige kind. ‘Nee, dat denk ik eigenlijk niet.’ Even later is Valentijn zelfs nog stelliger: ‘Ik denk dat dat nooit zal veranderen: je bent het en je blijft het.’ En zo zal het inderdaad zijn en gaan. In het hele proces, dat zeker in de puberteit veel vraagt van Valentijn zelf, ouders Lejo en Klette en broertje Floris, is er één constante: Valentijn zelf twijfelt geen ogenblik.

Vijftien jaar nadat deze docu werd uitgebracht, geldt Valentijn de Hingh als een bekend (rol)model, dat zich onlangs bijvoorbeeld nog sterk maakte voor versoepeling van de Transgenderwet. Alle thema’s die opspeelden rond transmensen en die tegenwoordig min of meer gemeengoed zijn geworden, voelden destijds nog heel onwennig aan. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe lang Valentijns omgeving gewoon ‘hij’ blijft gebruiken, terwijl ‘zij’ zich allang in het openbaar als meisje profileert.

Hoewel er ongetwijfeld nog altijd een wereld te winnen is, maakt deze documentaire dus ook duidelijk hoe de emancipatie van de transgemeenschap in de afgelopen jaren op stoom is gekomen. En Valentijn en deze film van Hetty Nietsch hebben daarin ongetwijfeld een sleutelrol gespeeld.

In de follow-up Valentijn – X Jaar Na Dato uit 2015 kijken hoofdpersoon en maker acht jaar later samen met interviewer Chris Kijne terug op de periode die Valentijn toch als eenzamer en verdrietiger heeft ervaren dan het soms lijkt in de documentaire.

Valentijn is hier te bekijken.

Into The Deep: The Submarine Murder Case

Netflix

‘Emma, ik hoop dat je weet waar je aan begint’, schrijft de Deense uitvinder Peter Madsen aan Emma Sullivan, de regisseur van de documentaire Into The Deep: The Submarine Murder Case (87). ‘Ik schrijf je vanuit een mechanische walvis, de gevechtsonderzeeër Nautilus. Vanavond blijf ik hier slapen. Hier voel ik me geborgen.’

Zeventien maanden later zal diezelfde Peter Madsen wereldnieuws worden als de Nautilus zinkt en de Zweedse journaliste Kim Wall daarbij vermist raakt. ‘Rocket Madsen’, die dan al de nodige bekendheid geniet als hobby-astronaut en in die hoedanigheid ook de hoofdrol speelt in de documentaire Amateurs In Space, weet zelf op tijd de zinkende duikboot te verlaten, maar komt vervolgens serieus in beeld bij de Deense politie als verdachte van moord.

Die geruchtmakende misdaad is al uit-en-te-na behandeld in de uitstekende dramaserie The Investigation en Erin Lee Carrs gedegen tweedelige docu Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall. Wat kan deze nieuwe documentaire daar nog aan toevoegen? vraagt een buitenstaander zich op voorhand af. Hoewel dat nooit een bezwaar lijkt voor true crime-docu’s, is deze zaak toch écht al tot op het bot afgekloven. Welnu, de meerwaarde zit hem bijvoorbeeld in de zeventien maanden die de Australische filmmaakster al aan het filmen is bij Madsen en de vrijwilligers van zijn Rocket Madsen Space Lab (RML) als Wall verdwijnt.

Alle betrokkenen denken dan nog dat ze meewerken aan een productie over een groepje idealisten, aangevoerd door de excentriekeling Madsen, met bijna bovenmenselijke aspiraties. Als Kim Wall vermist raakt op 11 augustus 2017, krijgt dat verhaal echter een sinistere wending. En Emma Sullivan staat er met haar neus bovenop. Zo vangt ze de allereerste ontreddering bij RML als de Nautilus verdwenen blijkt te zijn, de verbazing wanneer Madsen zelf weer boven water komt en hun gezamenlijke vrees als duidelijkheid over het lot van de journaliste maar uitblijft.

Sullivan alterneert in Into The Deep voortdurend tussen de zaak die zich zo voor haar camera ontwikkelt en het beeldmateriaal dat ze eerder, tot op de dag van de vermissing, heeft gemaakt van Madsen en zijn vertrouwelingen. De directe omgeving van de avonturier, waaronder ook zijn persoonlijke vriend en ‘flight director’ Christoffer Meyer, kan naderhand nauwelijks geloven hoe de Kim Wall-zaak zich ontwikkelt en voelt zich tegelijkertijd ook verraden door de man die lang een open boek leek. Het beeldmateriaal van Madsen blijkt bovendien, met de wijsheid van nu, diverse belastende verklaringen en scènes te bevatten.

Deze docu komt daarmee véél dichter bij wat er is gebeurd met de Zweedse journaliste en de man die daarvoor verantwoordelijk is geweest dan Undercurrent. ‘Ik heb Peter-angst’, vertelt een RML-vrijwilliger, die bevriend was met Madsen en die nét voor Kim Wall door hem werd uitgenodigd op zijn duikboot, bijvoorbeeld aan Emma Sullivan. Terwijl de jonge vrouw een paniekaanval probeert af te wenden, kijkt ze of er nog nieuws in de zaak tegen Peter Madsen is. ‘Om 8.20 uur, voordat hij met Kim uitvoer, heeft hij op internet gezicht naar “onthoofding”, “lijden” en “pijn”.’ Sullivan realiseert zich tegelijkertijd dat zijzelf op dat moment onderweg was om diezelfde man te gaan filmen.

Om een lang verhaal toch kort te maken: dit is dé documentaire om te zien over de Kim Wall-zaak. Into The Deep blijkt bovendien al begin 2020 in première te zijn gegaan op het Amerikaanse Sundance Film Festival. Zo bezien had de startvraag voor dit stuk dus moeten luiden: wat kan Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall eigenlijk nog toevoegen aan de uitstekende dramaserie The Investigation en de ijzingwekkende documentaire Into The Deep? Weinig, eerlijk gezegd.