Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem

Ça Tourne Productions

Hij rommelt wat aan in en rond zijn zomerhuis in Caraquet, ontvangt er nieuwe en oude vrienden en probeert vooral in leven te blijven. De befaamde Canadese keramist Léopold Foulem slikt inmiddels zo’n vijftien pillen per dag, om de diabetes in toom te houden en z’n hartproblemen te bezweren. Zijn echtgenoot Richard en zus Marie-Paule fungeren daarbij als zijn linker- en rechterhand. Richard bedient de oven en maakt de foto’s van Léopolds werk. Marie-Paule, opgeleid als verpleegster, verzorgt haar broer en ondersteunt hem in de huishouding.

En nu heeft een dorpsgenoot, Renée Blanchar, het plan opgevat om een portret te maken van de vermaarde kunstenaar. Ze kwam vroeger als klein meisje al in Léopolds cadeaushop Le Royaume Du Cadeau. Voor haar was de winkel, vertelt ze geëmotioneerd aan hem, een eerste venster op wat de wereld verder nog te bieden had. ‘Het was alsof ik Ali Baba’s grot binnenging. Ik zag dingen die ik nog nooit eerder had gezien.’ En achter de toonbank stond een flamboyante jonge man zoals ze die nog niet eerder had gezien. Door hem, weet ze nu, is ze zelf later filmmaker geworden.

Haar film heeft dan allang het karakter aangenomen van een Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem (52 min.). Geen gewone keramist overigens, maar een conceptuele keramist. Hij maakt geen decoraties, maar interpretaties van decoraties. ‘Het lijkt misschien een object’, vertelt Foulem aan galeriehouder John Leroux, die bij hem op bezoek komt. ‘Maar is in feite een abstractie ervan. Het object heeft z’n functie verloren.’ Dit misverstand wordt ook in de hand gewerkt door het materiaal waarmee Foulem werkt, keramiek. Daardoor lijkt het al snel alsof hij simpelweg gebruiksvoorwerpen maakt.

Iemand die beter kijkt, zoals Blanchar met haar camera, ziet echter de ideeënrijkdom, de grotere verhalen en de kleine details over pak ‘m beet religie, macht en seksualiteit. Beelden waarmee hij niet alleen haar raakt. ‘Lieve Léopold’, besluit zij dit kleine en huiselijke portret, als de keramist voor de rest van het jaar naar zijn andere huis in Montréal vertrekt, met een persoonlijke voice-over. ‘Je hebt mijn verbeelding verrijkt. Je voedde mijn eerste intuïtie over het bestaan van een wereld waarin je jezelf kunt uitvinden en kunt creëren op je eigen manier.’

Skradzione Dzieci

HBO Max

Er zouden in de afgelopen halve eeuw honderdduizenden baby’s clandestien zijn verkocht in Georgië. Uitroepteken. Na de bevalling kregen de biologische ouders van slinkse medewerkers van de kraamkliniek te horen dat hun kind voor, tijdens of na de geboorte was overleden. Het ziekenhuis zorgde er vervolgens voor dat de baby snel werd begraven op het plaatselijke kerkhof. In werkelijkheid werd die stiekem doorverkocht, veelal aan een kinderloos stel. Daar groeide het kind dan op, in de stellige overtuiging dat dit z’n natuurlijke ouders waren.

De bekende Georgische televisiejournalist Tamuna Museridze is één van deze kinderen. Na de dood van haar ouders ontdekte ze in 2016 op haar eigen geboorteakte een afwijkende geboortedatum. Al snel volgde de realisatie dat ze niet bij haar biologische ouders was opgegroeid – en dat ze bepaald niet de enige was. Sindsdien werpt Museridze zich op als pleitbezorger van alle slachtoffers, zowel van de kinderen als van hun ouders, die dus vaak helemaal niet wisten dat hun kroost nog leefde. Zij hebben tegenwoordig een nieuw wapen om hun verloren familieleden op te sporen: DNA.

Terwijl Tamuna Museridze in Skradzione Dzieci (internationale titel: Stolen Children, 97 min.) tijdens een lang en pijnlijk proces haar eigen ouders probeert te traceren, stuit ze in deze film van Martyna Wojciechowska en Jowita Baraniecka ook op het verhaal van de jonge tweelingzussen Tako en Ano, die apart zijn opgegroeid en elkaar hebben ontdekt via TikTok. Negentien jaar lang waren zij niet op de hoogte van elkaars bestaan. En ze tasten nog altijd in het duister over hun oorsprong. Hun adoptiemoeders kunnen ‘t alvast goed met elkaar vinden, maar ook die hebben geen antwoord op al hun vragen.

Wojciechowska en Baraniecka concentreren zich in deze schrijnende film vrijwel volledig op de slachtoffers van mensenhandel en de gevolgen van de bijbehorende ontworteling op hun verdere levens. De verantwoordelijken daarvoor blijven vrijwel volledig buiten beeld – ook omdat een groot deel van hen inmiddels is overleden. Zij konden vermoedelijk zo lang hun gang gaan omdat het (niet) krijgen van kinderen zeer gevoelig ligt in Georgië. Na een bruiloft hoort er snel nageslacht te komen. En als dat niet direct wil lukken, zorgt dit voor stress en schaamte – en een potentiële afzetmarkt.

In de casus van Tamuna Museridze, die ze zelf van binnenuit documenteert, zit intussen ontwikkeling, maar dat betekent nog niet dat Skradzione Dzieci automatisch afstevent op een onbekommerde hereniging tussen de journaliste en haar biologische ouders. Museridzes persoonlijke zoektocht gaat gepaard met hobbels en blijft uiterst beladen. Niet in het minst omdat vertrouwen, ook die tussen ouder en kind, nu eenmaal te voet komt, maar te paard gaat.

The Secrets We Bury

HBO Max

Vader George ging begin jaren zestig een spreekwoordelijk pakje sigaretten halen en kwam dus nooit meer terug. Moeder Dorothy verving hem al snel met een man uit de buurt, ene Richard Darress. Geen leuke vent, volgens haar kinderen. Ruim een halve eeuw later vragen Mike Carroll, zijn oudere broer Steve en hun zus Jean zich nog altijd af wat er toch is geworden van hun vader, de Korea-veteraan George Carroll. ‘Geen goeie kerel’, aldus hun moeder, de alom geliefde ‘Dotty’. Zij liet echter niet los of ze misschien toch meer wist over wat er met hem was gebeurd.

Jongste zoon Mike oogt tegenwoordig als een klassieke, nét iets te zware ‘all American guy’. Hij is altijd in het ouderlijk huis in Long Island blijven wonen, heeft daarvan een klassieke hoardersplek gemaakt en wordt nog steeds geplaagd door The Secrets We Bury (89 min.). Het zal uiteindelijk duren tot 31 oktober 2018 voordat er klaarheid komt in de zaak van hun vermiste vader. En ook dan staan er, zoals dat gaat in true crime-producties, nog heel wat vragen open. Over sommige antwoorden valt, zoveel jaar na dato, ook alleen te speculeren. Wie waarvan wist, bijvoorbeeld. En waar te graven.

Regisseur Patricia E. Gillespie loopt al deze kwesties gestructureerd af in deze gedegen docu, inclusief de rol van een helderziende in het ontdekken van wat er is gebeurd. Ze speelt ondertussen gedurig met spanning en verrassing, zet de ontwikkelingen in de zaak geroutineerd naar haar hand en ‘leukt’ de boel dan nog op met een spannend of stemmig muziekje. Gaandeweg wordt duidelijk dat het antwoord op alle vragen dicht bij huis is te vinden. Dan is ook al helder hoeveel schade het jeugdtrauma van de Carrolls, en de geheimen die daar nog achter vandaan komen, heeft veroorzaakt in hun levens.

All The Empty Rooms

Netflix

En dan staan ze ineens voor de deur, een journalist en een fotograaf. Steve Hartman en Lou Bopp bellen netjes aan. De ouders nemen hen vervolgens mee naar boven. Ze hebben eerder al uitgebreid met de twee gesproken. Naar die immens lege slaapkamer. Alhoewel, leeg? De kamer staat vol met SpongeBob, foto’s en vuile kleren. Met een houten kastje, fleurige schoolprojecten en die ene kattentrui van Amazon. Of: met knuffelberen, roze muren en allerlei lichtjes, die sindsdien nooit meer uit zijn geweest.

Toen verslaggever Steve Hartman van CBS News in 1997 zijn eerste reportage maakte over een schietpartij op school, waren er nog maar zo’n zeventien ‘school shootings’ per jaar in de Verenigde Staten. Inmiddels staat de teller op 132. Om de dag dringt er een schutter een willekeurig schoolgebouw in en maakt daar één of meerdere slachtoffers. Hartman is lam geslagen door al dit uitzinnige geweld en zijn eigen verslagen daarvan. Sinds zeven jaar werkt hij daarom aan een langere productie over de slaapkamers van vermoorde kinderen. Samen met fotograaf Lou Bopp heeft hij er nog drie te gaan.

In de korte documentaire All The Empty Rooms (35 min.) sluit filmmaker Joshua Seftel bij hen aan, te beginnen met de online-kennismaking met de getroffen ouders. Daarna stappen ze samen die huizen binnen, waar het leed nog altijd alomtegenwoordig is. De ouders ontvangen Hartman en Bopp met verhalen over hun kinderen en laat hen  familiefoto’s en -filmpjes zien. Tussendoor koesteren de twee mannen hun eigen kinderen, ook hun dierbaarste bezit. Met zijn dochter Rose maakt Bopp bijvoorbeeld elke dag ‘de ochtendfoto’, om de voortgang van het leven vast te leggen. Die elders ontbreekt.

Hartman denkt tevens na over de rol van de media na de ‘shootings’. Is er niet veel te veel aandacht voor de daders, met de schutters van Columbine als meest navrante voorbeeld? En heeft hij met zijn eigen, veelal positief ingestoken, reportages de wereld niet vaak witgewassen? Met hun productie over de verlaten slaapkamers, en Seftels ingetogen weerslag daarvan, leggen ze de aandacht weer waar die hoort: bij de kinderen. En hun ouders krijgen naderhand een persoonlijk fotoboek. Met herinneringen aan de jurk voor het schoolbal, een schoenenverzameling en briefjes aan een toekomstige zelf.

The Carman Family Deaths

Netflix

Tragisch ongeluk of gecalculeerde moord? Zo’n vraag stellen bij een true crimeproductie is hem doorgaans ook beantwoorden: een geraffineerde misdaad dus, liefst gepleegd door een diabolische killer.

In dit geval gaat het bovendien om een verdachte met een autismespectrumstoornis. De 22-jarige Nathan Carman raakte in 2016 tijdens een vistripje met zijn moeder Linda vermist op zee. Na zes dagen staakte de Amerikaanse kustwacht z’n onderzoek. Twee dagen later, na acht dagen op de Atlantische Oceaan, werd Nathan alsnog gevonden op een opblaasbaar reddingsvlot. Hij had op wonderbaarlijke wijze een ramp overleefd.

Wat een heroïsch verhaal leek te gaan worden, mondde echter al snel uit in een rechercheonderzoek. Want waar was zijn moeder? En wat hadden de aantekeningen die werden aangetroffen in zijn huis, waarin Nathan zich al vóór hun vertrek leek voor te bereiden op een politieverhoor, eigenlijk te betekenen? Hoe onschuldig was dit ongeluk in werkelijkheid? Regisseur Yon Motskin diept de spraakmakende zaak vaardig uit.

De titel The Carman Family Deaths (90 min.) is bovendien niet voor niets in het meervoud gesteld. In de Carman-familie was er nóg een verdacht sterfgeval. Drie jaar eerder, op vrijdag 20 december 2013, werd Nathans 87-jarige opa thuis dood aangetroffen.  John Chakalos – voor het laatste gezien door… juist – bleek in koelen bloede te zijn doodgeschoten. Hij liet een erfenis na van zo’n 42 miljoen dollar.

Motskin pelt dit verhaal niet alleen met de gebruikelijke detectives en journalisten en een autismedeskundige af, maar vraagt ook Nathans vader Clark, zijn tante Charlene Gallagher en neef Charles Lapenna om de achtergronden te schetsen van de ‘Griekse dynastie’ die Nathan Carman heeft voortgebracht en de twee tragische sterfgevallen die aan hem worden toegeschreven van enige context en nuance te voorzien.

Zo ontvouwt zich stapsgewijs, met de gebruikelijke onthullingen en onverwachte afslagen, een compleet beeld van de achtergronden van de Carman-doden, die dus inderdaad – voor het geval dat nog een vraag mocht zijn – allebei géén ongeluk lijken te zijn.

Selena Y Los Dinos

Netflix

Hoewel Spaans zijn eerste taal is, kent de Mexicaans-Amerikaanse zanger Abraham Quintanilla vrijwel alleen Engelstalige liedjes. Dat moet anders bij zijn kinderen, voor wie hij een soort Mexicaanse variant op The Jackson 5 in gedachten heeft: Los Dinos. Het stralende middelpunt daarvan, jongste dochter Selena, zal uitgroeien tot een absolute vedette. In 1997 wordt haar leven zelfs verwerkt tot een speelfilm, met die andere latino-superster Jennifer Lopez in de hoofdrol.

Samen met zijn echtgenote Marcella, hun andere kinderen en enkele medewerkers doet pater familias Abraham in deze documentaire nu het verhaal van Selena Y Los Dinos (117 min.), die in de jaren tachtig met hun Tejano-muziek – een mix van Mexicaanse cumbia’s en polka’s, vermengd met Amerikaanse pop, rock en country – doorbreken in de Verenigde Staten. In hun moederland Mexico kunnen ze in eerste instantie geen potten breken. Ook dat is echter een kwestie van een tijd.

De tintelfrisse Selena, vervat in fraaie jeugd-, backstage- en concertbeelden, blijkt een natuurtalent. Voor het prijsnummer Cré Creías laat ze bijvoorbeeld een man op het podium komen, liefst de plaatselijke playboy. Die mag dan het ex-vriendje spelen, voor wie ze het lied heeft bedoeld. Willekeurige mannen zingt Selena, uitdagend en nét iets te dichtbij, dan het schaamrood op de kaken. Een sterke latino-vrouw, die ogenschijnlijk elke vent aan kan – al houdt ze ‘t al snel bij haar gitarist Chris Pérez.

In eerste instantie ziet haar dominante vader niets in die relatie. Maar ook hem kan Selina aan. Als ze in 1993 een Grammy Award heeft gewonnen en zich opmaakt om ook de Engelstalige markt te gaan veroveren, slaat het noodlot echter toe en verschiet deze gedegen film van Isabel Castro ineens van kleur. Een beetje zoals ‘t echt is gegaan: zonder aankondiging of logische verklaring. De Zwarte Vrijdag van de Tejano-wereld wordt zonder uitleg afgewikkeld. Het is wat is. Een leven om te betreuren.

Deze documentaire is te vergelijken met het aan haar gewijde museum dat Selena’s familie sindsdien runt in hun uitvalsbasis Corpus Christi, Texas: een eerbetoon aan een jonge vrouw die nog zoveel had kunnen worden, maar die in nog geen 25 jaar toch ook al heel wat werd. Een latino-legende, om te beginnen.

Nora Speelt Nora

NTR

Ergens is er een kink in de kabel gekomen. Maar hoe en waar? Nora Fischer, de jonge Nederlandse zangeres die in binnen- en buitenland werd binnengehaald als een onwaarschijnlijk vocaal talent, is al enkele jaren de controle over haar stem kwijt. Ze heeft al haar verplichtingen gecanceld.

‘Ik kan ‘t gewoon niet uitleggen’, zegt ze tegen filmmaakster Lieza Röben, terwijl ze buiten de was staat op te hangen. Misschien is ze zichzelf gaan afmeten aan de kwaliteit van haar stem, de lof die ze daarmee oogst? En als het dan een keer niet lukt, speculeert Fischer verder in de documentaire Nora Speelt Nora (57 min.), bevestigt dit meteen dat ze ‘niet-lovable’ is.

Ooit was zingen volstrekt vanzelfsprekend. Op jeugdfilmpjes is te zien hoe Nora samen met haar oudere zus Paula onbekommerd het leven aanging. Toch waren er ook verwachtingen. Van hun ouders, de befaamde Hongaarse dirigent en componist Iván Fischer en de Nederlandse blokfluitiste Anneke Boeke. En: omdat zij hun dochters waren. Adel verplicht immers.

Nora Fischer viel ten prooi aan een ‘innerlijke oordeeloorlog’, waarbij ze ging invullen wat de mensen in haar directe omgeving over haar dachten, zonder dat ook bij hen te verifiëren. Voor de camera wil ze daarmee nu korte metten maken. Ze gaat zowaar zingen in een amateurkoor, brengt haar stem in bij een soort familieopstelling en begint te werken aan een persoonlijke theatervoorstelling.

Terwijl Fischer samen met een vriendin, theatermaakster Nina de la Parra, toewerkt naar de première daarvan, houdt ze Röben via audioberichtjes op de hoogte van wat er in haar omgaat. Die geven deze film een heel intiem karakter. Dapper daalt ze af in haar leven, verleden en psyche – en wat haar zou kunnen belemmeren om fris van de lever te zingen. Waar komt die faalangst vandaan?

Op een gegeven moment was ze zelfs, God betere ‘t, bang voor een hoge E. ‘Die E was het begin van het einde’, constateert Fischer nu. Haar gevoelsleven is tevens verbeeld met enkele theatrale scènes, waarvoor Boukje Schweigman de choreografie heeft gedaan: criticasters die Nora vanuit de zaal besluipen, prikkende ogen in haar rug en handen die haar langzaam de adem benemen.

‘Ooit vond ik het gewoon leuk om te zingen’, zegt Nora Fischer verbeten in haar solovoorstelling De Sprong. ‘En was ‘t zo simpel als dat.’

Gaza’s Twins, Come Back To Me

Alef / Een van de jongens/ BNNVARA

Via de foto’s en video’s die haar zus Isreen met haar telefoon doorstuurt, proberen de Palestijnse vrouw Rania Deifallah en haar echtgenoot Akram hun pasgeboren tweeling te leren kennen. Hamoud en Jowan hadden oorspronkelijk ook nog een zusje. Dat is in november 2023 echter overleden in het Kamal Adwan-ziekenhuis te Beit Lahia, in het noorden van Gaza. Door complicaties bij de bevalling of de continue bombardementen van het Israëlische leger, wie zal het zeggen?

Na hun geboorte moesten de twee andere baby’s aansterken in de couveuse. Toen het ziekenhuis vervolgens werd geëvacueerd, zijn zij, na een periode waarin onduidelijk was ’t of ze ’t überhaupt overleefd hadden, in zuid-Gaza terechtgekomen. Daar worden ze opgevangen door hun tante Isreen en de rest van de familie, die daar al eerder was beland. Een reisverbod houdt hun moeder Rania vast in Beit Hanoun, in het uiterste noorden van de Gazastrook. Daar wacht zij op de tweeling.

Intussen probeert de jonge vrouw met haar man en hun andere kinderen in barre omstandigheden te overleven. De rest van de familie lijdt al evenzeer door de oorlog en moet steeds verkassen naar een nieuw, min of meer veilig, onderkomen. In de indringende documentaire Gaza’s Twins, Come Back To Me (96 min.) volgt regisseur Mohammed Sawwaf, zelf woonachtig in Gaza, gedurende zestien maanden of het hen lukt om de ouders en hun kinderen te herenigen.

Terwijl de beide takken van de familie de dood te slim af proberen te zijn – effectief tegenover elkaar weggesneden door de filmmaker, die dicht op het verhaal zit – beginnen de kinderen zich ook te hechten aan hun liefdevolle tantes en grootouders. En moeder Rania moet van een afstandje toekijken. Óók als blijkt dat Hamoud achterloopt bij zijn zusje ‘Juju’. Hij is niet volledig ongeschonden uit de bevalling gekomen en heeft behoefte aan extra zorg, die niemand hem in deze helse situatie kan bieden.

Het kwetsbare jongetje zal gewoon moeten overleven, in de hoop dat er ooit betere tijden komen. Net als de rest van zijn familie. Aan woede of wanhoop worden verder verrassend weinig woorden gewijd. ‘We wachten allemaal gewoon op de dood’, laat Rania zich weliswaar een keer ontglippen, maar al snel herpakt ze zichzelf en is het parool weer: moedig voorwaarts. Samen. In desolate omstandigheden die mensen dwingen om te laten zien uit welk hout ze gesneden zijn.

Daarmee wordt deze film over de twee Palestijnse baby’s een lofzang op familie, het sociale netwerk en de gemeenschap. Het geheel blijkt weer eens meer dan de som der delen, aangetoond in bijzonder tragische omstandigheden. Samen zijn ze moediger, vindingrijker en liefdevoller dan ze zelf waarschijnlijk ooit zouden hadden kunnen bedenken.

Remake

remakemovie.com

Ze hebben een andere betekenis gekregen, de beelden die Ross McElwee al zijn hele leven lang maakt van zijn zoon. Sinds Adrian zeven jaar eerder is overleden, zijn ze van kleur verschoten. De hoofdpersoon behoort niet meer tot dit leven, maar bevindt zich ergens in een soort halfbestaan. Adrian is weer dat ontwapenende jongetje, een weerspannige tiener en de jongvolwassene die met zichzelf in de knoop ligt – en vervolgens een uitweg zoekt in drank en drugs.

Zijn vader bekijkt de beelden die hij door de jaren heeft gemaakt van zijn opgroeiende zoon, diens moeder Marilyn en zijn geadopteerde zus Maryah met een nieuw paar ogen. Ooit claimden deze snapshots van zijn eigen leven al hun rechtmatige plek in documentaires zoals Sherman’s March, In Paraguay en Photographic Memory, nu kiezen ze opnieuw positie in het bestaan dat Ross McElwee sinds Adrians dood grondig moet herbezien. Met een nieuwe film documenteert ie – hij kan blijkbaar niet anders – dat pijnlijke proces: Remake (116 min.).

Tussendoor houdt hij zich onledig met het voorstel van een andere regisseur om een fictiefilm te maken, die is gebaseerd op McElwees pièce de résistance Sherman’s March. En hij wil daar zelf – het bloed kruipt nu eenmaal… – weer een making of-documentaire bij maken. Over het Droste-effect gesproken: leven -> documentaire -> fictieproductie -> documentaire -> leven. Adrian heeft alvast het moment vastgelegd waarop zijn vader z’n handtekening zet op de overeenkomst. Want ook zoonlief wilde filmen. Alsof/omdat zijn leven ervan afhing.

Alles krijgt zo opnieuw betekenis: de echtscheiding waarbij zowel Ross McElwee als zijn ex-echtgenote Marilyn zich zorgen maakten over wat die betekende voor de kinderen. ‘Maar niet bezorgd genoeg om er niet mee door te gaan.’ De nieuwe relatie die hij kreeg met de Zuid-Koreaanse filmmaakster Hyun Kyung Kim, die alleen niet met haar gezicht in beeld wil bij zijn films. En McElwees beste vriendin Charleen Swansea, één van de ‘sterren’ van Sherman’s March, die inmiddels haar herinneringen kwijt is. Zij vormen stukjes voor een nieuwe puzzel.

Die probeert hij in deze sensitieve documentaire, die tevens het karakter krijgt van een retrospectief, hardop denkend te leggen. Met zijn ingetogen voice-over doorzoekt Ross McElwee scènes uit de verschillende uithoeken van zijn leven en laat die een nieuwe verbinding met elkaar aangaan. Zo probeert hij, de obsessieve beeldenverzamelaar, zijn herinneringen aan Adrian en het leven dat ze samen hebben geleid vast te houden en een ander verhaal te laten ontstaan, dat op de één of andere manier zin kan geven aan de grootste tragedie van zijn leven.

Stiller & Meara: Nothing Is Lost

Apple TV+

Samen met zijn acterende oudere zus Amy is de Amerikaanse acteur, komiek, regisseur en producent Ben Stiller druk doende met het ontruimen van het appartement van hun ouders, Jerry Stiller en Anne Meara. Zij braken in de jaren zestig, via optredens in het populaire televisieprogramma The Ed Sullivan Show, door als het komische duo Stiller & Meara en waren later ook los van elkaar succesvol. Zij als serieuze actrice, hij als het populaire personage Frank Constanza in de comedy Seinfeld. Meara overleed in 2015, Stiller vijf jaar later. Vrijwel hun hele leven, in totaal ruim zestig jaar, waren ze bij elkaar – al was dat lang niet altijd gemakkelijk.

De egodocu Stiller & Meara: Nothing Is Lost (98 min.) past in de Hollywood-traditie van kinderen die in de voetsporen van hun ouder(s) treden en daar dan een film over maken. Robert De Niro portretteerde senior, Robert Downey Jr. ook. En Law & Order-ster Mariska Hargitay zocht onlangs in een zeer fraaie documentaire naar haar moeder Jayne Mansfield. Net als zijn collega’s maakt Ben Stiller via zijn ouders ook een film over zichzelf, in het bijzonder over de parallellen tussen het huwelijk van zijn ouders en zijn eigen relatie met de actrice Christine Taylor. Die leek in 2017 op de klippen te zijn gelopen, maar werd enkele jaren later toch weer in ere hersteld.

‘Jerry, ik weet niet waar de act eindigt en het huwelijk begint’, zei Stillers moeder Anne ooit tegen Bens vader, met de scherpe tong die ook schade kon aanrichten. Toen ze een sketch over een ruziënd koppel oefenden, kwam dochter Amy eens binnen. Die legden ze uit: mama en papa zijn nu aan het repeteren. Enkele weken later was ‘t echt prijs. Amy kwam opnieuw binnen en wist ‘t zeker: mama en papa zijn aan het repeteren. Nee, zeiden die: mama en papa hebben ruzie. Hoe ‘t werkelijk zat? Hun kinderen ‘Benji’ en Amy zijn de draad een beetje kwijtgeraakt. Daarom maken we ook deze documentaire, zeggen ze tegen elkaar, zittend in de woonkamer van hun ouders.

De relatie tussen de tegenpolen Jerry Stiller en Anne Meara was in elk geval stormachtig. Hij moest keihard werken om te floreren, bij haar kwam ’t meer van nature. Zij haalde haar neus alleen een beetje op voor comedy. En allebei hadden ze een verleden om te vergeten – of, op de één of andere manier, in hun werk te verwerken. Hun kinderen kregen, ongevraagd, ook een plek in het publieke leven van hun ouders. Zo moesten Amy en Benji begin jaren zeventig bijvoorbeeld een muzikaal optreden geven in The Mike Douglas Show. ‘Relax’, zegt hun moeder, zogenaamd bemoedigend, op de toch wat pijnlijke beelden. ‘Er kijken maar dertig miljoen mensen.’

Met de wijsheid van nu probeert hun zoon hun levens en relatie te vatten. Hij kan daarbij terugvallen op het monnikenwerk van zijn vader, die alles filmde en opnam, bewaarde en documenteerde. Dit verzoenende nepoportret is dus rijk aan kijkjes achter de schermen bij de Stillers. Van twee – nee: vier – levens die tot elkaar waren veroordeeld. ‘Kinderen van acteurs hebben zo hun issues’, zegt Bens dochter Ella Stiller, die net als haar broer Quin zelf ook in Hollywood is beland, niet zonder ironie tegen haar vader. ‘Het fijne van jou is dat je zowel de acterende ouder als het kind van acteurs bent. Dat heb ik niet met mama. Die is alleen acteur.’

Marlou Fernanda – Waar Ga Ik Heen?

AVROTROS

In haar werk is ze op zoek naar krachtige beelden die écht raken. ‘Simplicity, maar tegelijkertijd superveel impact’, legt de Rotterdamse kunstenares Marlou Fernanda uit in het portret Marlou Fernanda – Waar Ga Ik Heen? (53 min.), in die typische mengelmoes van Nederlands en Engels.

Ze wordt voorgesteld als een ‘walking work of art’ tijdens de presentatie van de nieuwe editie van het tijdschrift Harper’s Bazaar, waar zij op de voorkant prijkt. ‘Dit geeft je een ‘snippet’ van wie ik ben’, voegt het covermodel daar vervolgens zelf nog aan toe tijdens de bijbehorende speech. ‘Ik ben een hart dat ondanks alles in mezelf blijft geloven, met een intens bevragende ‘mind’ die daar soms op achterloopt.’

Wat is mijn ‘purpose’? vraagt Fernanda zich ook regelmatig af, in deze associatieve film van Denise Janzée, die langs allerlei onderwerpen uit haar leven meandert, op een wijze die aansluit bij de manier waarop de hoofdpersoon zelf ook lijkt te denken en opereren. In haar werk als multidisciplinaire kunstenares, die zich uitdrukt in kleurrijke schilderijen, performances of videokunst, komen verschillende werelden samen.

En soms lijkt Marlou Fernanda ook een vat vol tegenstrijdigheden. Ze kroop als kind bijvoorbeeld regelmatig weg achter haar zus, maar wilde tegelijkertijd ook gezien worden. Die ‘dualiteit’ is er nog altijd. Ze wil opgemerkt worden – geliket ook – maar vraagt zich evengoed af waarom ze dat eigenlijk wil. Het is alsof ‘Nu-Nu’, haar hart, en ‘Marlou’, de bijbehorende ‘mind’, continu met elkaar vechten om voorrang.

Janzée geeft Fernanda in deze documentaire alle gelegenheid om te presenteren waar ze voor staat. Openhartig spreekt ze bijvoorbeeld over waar ze vandaan komt: uit een gebroken gezin dat, toen ze zelf nog maar vier jaar oud was, van Curaçao naar Nederland verhuisde. Haar Braziliaanse vader verdween uit beeld, maar kan zich ook zomaar, onverwacht, weer melden. En haar moeder kreeg een ernstige spierziekte.

Deze pijnlijke ervaringen zetten hun dochter al op jonge leeftijd aan tot creëren. En dat doet ze, getuige deze collageachtige film, inmiddels altijd en overal. In eigen land of – om maar een dwarsstraat te noemen – in New York. En al die ‘snippets’ van wie ze is en wat ze doet zoeken naar hun plek in Fernanda’s leven en deze grillige, met smaakvolle muziek aangeklede weerslag daarvan. Zodat alles ‘sense’ maakt.

Death Of A Showjumper

SkyShowtime

Nadat ie haar had geschopt, geslagen en gestompt, begon de bekende Ierse springruiter Jonathan Cresswell zijn vriendin Abigail Lyle te wurgen. ‘En ik weet nog dat ik…’, schiet de jonge vrouw helemaal vol. Tot dat moment heeft ze vrijwel onbewogen haar verhaal gedaan. Over aanhoudend huiselijk geweld, nu een kleine vijftien jaar geleden. Dat ontspoorde steeds verder en bracht haar, een amazone die in 2024 nog aan de Olympische Spelen zou meedoen, destijds aan de rand van de afgrond.

‘Mijn broer is overleden in 2005’, vertelt Abi verder. ‘Ik weet nog dat hij me begon te wurgen en ik dacht: je mag niet doodgaan. Dat kun je je ouders niet aandoen.’ Zeg wat hij wil horen, hield Abigail zichzelf voor. ‘Johnny’ bleef haar vragen waarom ze zo’n hoer is. Het juiste antwoord bleek: ‘Omdat mijn moeder een hoer is.’ Enkele maanden later kwam Abi’s moeder, die toen al enige tijd kanker had, daadwerkelijk te overlijden. ‘Ik haat het dat ik dat moest zeggen’, stamelt Abigail.

Tien jaar later raakt diezelfde Johnny betrokken bij de zelfdoding van de talentvolle 21-jarige amazone Katie Simpson uit het dorpje Tynan in het Noord-Ierse graafschap Derry. Hij heeft dan een relatie met haar oudere zus Christina en vindt Katie op 9 augustus 2020 als ze zich in hun huis heeft verhangen. Voor iedereen in hun directe omgeving lijkt Jonathan boven elke verdenking verheven. Hij is een graag geziene gast in de plaatselijke gemeenschap en een ster binnen de Ierse paardenwereld.

Bij de plaatselijke rechtbankjournaliste Tanya Fowles, die destijds verslag deed van de rechtszaak tegen Cresswell vanwege de ernstige mishandeling van Abigail en die ook Katie al van kinds af aan kent, gaan echter alle alarmbellen af. Fowles krijgt ook de politieagenten Nuala Lappin en James Brannigan aan haar zijde. Samen stuiten zij alleen op aanzienlijke weerstand binnen de paardengemeenschap, die Jonathan ook na zijn eerdere veroordeling direct weer in de armen sloot.

Rond Cresswell heeft zich bovendien een hele coterie van jonge vrouwen verzameld, die hem consequent de hand boven het hoofd houdt. In de stevige driedelige true crime-serie Death Of A Showjumper (137 min) probeert Niamh Kennedy te ontleden hoe dat in z’n werk is gegaan: hoe kan een ogenschijnlijk goedlachse allemansvriend zoveel mensen naar z’n hand zetten, zodat ze hun eigen beoordelingsvermogen aan de kant schuiven en zich inlaten met zijn zeer dubieuze acties?

Tegelijkertijd is er de strafzaak zelf: wat is er nu precies waarom gebeurd? Wie moet er meer van weten? En hoe kan er voor gerechtigheid worden gezorgd? Want als deze zaak op z’n beloop wordt gelaten, zoals wel vaker gebeurt als sluitend bewijs ontbreekt, trekken de vrouwen bijna van nature aan het kortste eind.

Mediha

Periscoop Film

Sinds ze is teruggekeerd van haar ontvoering door Islamitische Staat (IS), kan Mediha (90 min.) niet meer altijd de juiste woorden vinden. De familie van het Jezidi-tienermeisje vindt het sowieso beter als zij zwijgt over wat ze tijdens haar gevangenschap heeft meegemaakt. Ze moet ’t maar proberen te vergeten.

De Jezidi’s uit de Noord-Irakese stad Sinjar vormen een christelijke minderheid in het overwegend islamitische land en worden al eeuwenlang vervolgd. Als IS in 2014 een kalifaat sticht in Irak en Syrië, worden Mediha Alhamad en haar drie broertjes ontvoerd. Ghazwan en Adnan zijn inmiddels ook gered en leven met haar en hun oom Omar in een vluchtelingenkamp. Naar Mediha’s jongste broertje Barzan wordt nog druk gezocht door Kinyat, een mensenrechtenorganisatie die is opgericht door Bahzad Farhan.

Van hun ouders Ibrahim en Afaf ontbreekt vooralsnog ook elk spoor. Mediha’s vader leeft waarschijnlijk niet meer. Oudere Jezidi-mannen zijn vaak direct gedood door Islamitische Staat en daarna gedumpt in massagraven, terwijl de jongens werden klaargestoomd als kindsoldaat – of zelfmoordterrorist, zoals haar broertjes hebben ervaren. En van de meisjes en vrouwen werden seksslaven gemaakt, zoals Mediha zelf  – en waarschijnlijk ook haar moeder Afaf – aan den lijve heeft ondervonden.

Bahzad laat in deze film van Hassan Oswald een kast met ordners zien. Elke map bevat de vermiste en vermoorde inwoners van één enkel dorp. Er waren bijvoorbeeld slavenmarkten, zowel online als echt, waarop vrouwen en kinderen werden verkocht. ‘IS-leden gebruikten dit handelssysteem voor Mediha en haar broers’, vertelt Bahzad, terwijl hij door een map met foto’s van, soms nog altijd vermiste, slachtoffers bladert. In totaal worden zo’n drieduizend Jezidi’s vermist. En reddingsacties zijn even gecompliceerd als duur.

Geruchten over wat er met Mediha’s broertje en moeder is gebeurd zijn er te over. Barzan zou onder een andere naam in Turkije kunnen leven. En Afaf kon wel eens in het gevangenenkamp Al Hol in Syrië verblijven, waar IS-strijders nog altijd Jezidi-vrouwen gevangen houden. Intussen moet Mediha, die het dagelijks leven filmt dat ze met Ghazwan en Adnan leidt, op de één of andere manier in het reine komen met de trauma’s – en bijbehorende schaamte – die ze bij Islamitische Staat heeft opgelopen.

Als er een gebedsoproep klinkt, stopt Mediha bijvoorbeeld onmiddellijk met praten en sluit haar oren af.  Naderhand is ze zichtbaar ontdaan. Ze vraagt zich ook af of ze de IS-man die haar heeft vastgehouden moet aanklagen. Tegelijkertijd spelen haar broertjes lachend, ogenschijnlijk zonder er verder bij na te denken, een onthoofding na. Zo geven ze, elk op hun eigen manier, het verleden een plek in hun huidige bestaan. En daarmee kunnen ze pas écht verder als duidelijk is hoe ‘t de andere gezinsleden is vergaan. 

Hun zoektocht, ondersteund door gedreven helpers als Bahzad Farhan, is zowel spannend als aangrijpend, roept z’n eigen pijnlijke dilemma’s op en illustreert nog maar eens welk leed de Jezidi-gemeenschap vanaf 2014 is toegebracht door de groep barbaren die onder de noemer IS ongenadig huis heeft gehouden in Irak en Syrië. Die kwestie is weliswaar eerder belicht – in verwante films zoals SabayaDaughters Of The Sun en On Her Shoulders bijvoorbeeld – maar verdient aanhoudende aandacht.

Want hoewel Islamitische Staat al in 2019 uit z’n eigen kalifaat is verdreven, duren de pijn en het verdriet van hun schrikbewind voort.

Devi

First Hand Films

Om hem te raken, vergrepen ze zich aan haar. Als zus van een lokale rebellenleider werd Devi Khadka op zeventienjarige leeftijd tijdens de Nepalese Burgeroorlog (1996-2006), waarbij maoïstische strijders tegenover het leger van de koning stonden, bruut gemarteld en verkracht. Inmiddels geldt zij in Nepal als een beeldbepalende vrouw. Ze maakte naam als vrouwelijke legercommandant en parlementslid.

In stilte maakt Devi (81 min.) zich er alleen al een tijd kwaad over dat de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die na de oorlog door haar eigen partij is ingesteld, in de afgelopen veertien jaar nog geen enkele oorlogsmisdaad tegen vrouwen heeft behandeld. Verkrachting wordt daarmee gelegitimeerd. Terwijl de slachtoffers ervan met de nek worden aangekeken, hebben de daders gewoon carrière kunnen maken.

Devi Khadka besluit de handschoen op te pakken. Ze heeft ook geen keus, vertelt ze in deze geladen film van Subina Shresta. ‘Ik ben tot één conclusie gekomen: als ik me niet uitspreek, zal niemand dat doen.’ Vanzelf gaat dit niet. Khadka probeert tijdens therapie grip te krijgen op haar eigen trauma en moet daarnaast andere oorlogsslachtoffers ervan overtuigen dat ook zij met hun bijzonder pijnlijke verhaal naar buiten treden.

In een mannenmaatschappij zoals Nepal, waar veel vrouwen hun verhaal niet durven te doen en nog meer mannen dat ook helemaal niet willen horen, is dit bepaald geen sinecure. ‘Op het moment lijkt ‘t alsof wij de misdadigers zijn’, houdt ze andere vrouwen, die hun gezicht afschermen voor de camera, voor tijdens een bijeenkomst om ervaringen uit te wisselen. ‘Waarom zouden we onze gezichten anders verbergen?’

Bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie zijn slechts 314 zaken van seksueel geweld geregistreerd – waarmee tot dusver dus niets is gedaan. In werkelijkheid moeten er zeker vijf keer zoveel slachtoffers van oorlogsverkrachting zijn. En beide partijen hebben zich tijdens de burgeroorlog schuldig gemaakt aan zulke wandaden. Dat is ook voor Khadka een bittere pil om te slikken: haar partij streed toch voor gelijkheid voor iedereen?

Moedig gaat ze, vergezeld door Shresta’s sensitieve camera, desondanks verder met het bespreekbaar maken van juist datgene waarover eigenlijk niet gesproken wordt. Bij andere vrouwen krijgt ze uiteindelijk enkele huiveringwekkende slachtofferverklaringen los. En bij de mannen aan de macht volgen dan toch de toezeggingen om nu eindelijk eens werk te maken van het seksuele geweld tijdens de Nepalese burgeroorlog.

Tegelijk weet Devi Khadka als geen ander: woorden worden in haar land niet altijd vanzelfsprekend ook gevolgd door daden.

Slachtofferhulp

BNNVARA

‘Weet je wat slachtoffers helpt?’ staat er op een wand in het kantoor van Slachtofferhulp Nederland. ‘Oordeel uit, aandacht aan.’ Die houding wordt in de praktijk gebracht door veertig speciaal daarvoor opgeleide casemanagers. Zij ondersteunen slachtoffers en nabestaanden van een ongeval of misdrijf.

In de vierdelige serie Slachtofferhulp (187 min.) brengt Elena Lindemans dit delicate, belangrijke en soms onmenselijk zware werk in beeld via zes casemanagers en de mensen die zij begeleiden. In situaties waarin de emoties zeer hoog oplopen en hun cliënten soms helemaal de weg kwijt dreigen te raken, proberen zij orde in de chaos te scheppen. Ze kunnen het verschil maken, is de stellige overtuiging van Gré’, één van deze professionele hulpverleners. Maar niet in elke situatie.

Hoe begeleid je bijvoorbeeld een gezin, waarvan de 24-jarige zoon zomaar in hun eigen huis is doodgestoken? Als blijkt dat zijn dode lichaam niet goed is geprepareerd? Als de voorlopige hechtenis van één van de twee vermoedelijke daders vanwege ziekte tijdelijk wordt onderbroken en hij de benen neemt? Of als de advocaat van de verdachten tijdens de rechtszaak de kosten van het schoonmaken van de woning, het wegschilderen van het bloed van hun eigen kind, in twijfel trekt.

Al die tijd staat Sandra aan de zijde van de familie Struijs – al is het ook haar soms zwaar te moede. Zulk werk kun je alleen doen als je zelf in balans bent, laat Lindemans, die eerder de series In de TBS en Een Goede Dood maakte, met een mix van observerende scènes en interviews met de casemanagers zien. Anders wordt de last, ook voor een beroepskracht, te zwaar om te dragen en lukt het niet om cliënten langs onderzoekdossiers, fotoschouwen en slachtofferverklaringen te loodsen.

Als cliënt Claudia in de rechtszaal bijvoorbeeld moet aanhoren hoe haar ex opnieuw de verantwoordelijkheid voor de dood van hun zoontje Livio, slechts 55 dagen oud, probeert af te schuiven en diens advocate later zowaar haar onder vuur begint te nemen, dreigen de stoppen door te slaan bij de Brabantse vrouw. Woedend beent ze naar buiten. En Chantal van Slachtofferhulp probeert haar buiten beeld, mooi gevangen met behulp van een zendermicrofoontje, weer tot bedaren te brengen.

Als hulpverleners mogen zij zich niet laten meeslepen door emoties, stelt haar collega Femke, die zelf twee zeer delicate familiekwesties begeleidt. Ze moeten het proces bewaken. Haar collega Peter staat bijvoorbeeld een ouderpaar bij, dat serieuze twijfels heeft bij de zelfdoding van hun dochter. Heeft de politie haar toxische relatie wel goed onderzocht? Hij verbaast zich daarbij over de veerkracht van mensen, maar weet ook: zolang je niet weet waar je mee verder moet, kun je niet verder.

Via de wisselwerking tussen de casemanagers en hun cliënten, het appcontact dat zij daarover hebben en enkele persoonlijke scènes, waarin de mens achter de hulpverlener even is te zien, toont Elena Lindemans alle facetten van Slachtofferhulp. Het is werk dat ertoe doet, met cliënten die veel vragen – en soms ook keihard eisen. Veel langer dan zeven jaar moet je het eigenlijk niet doen, maar sommige medewerkers kunnen en willen langer door. Omdat hun werk er écht toe doet.

‘Jij hebt echt honderd procent naast mij gestaan’, slaat één van de cliënten de spijker op z’n kop tegen haar begeleider. ‘En dat maakte – want je vertrouwt op dat moment niemand meer – dat ik toch dacht: kijk, er zijn nog wel goede mensen.’

The Yogurt Shop Murders

HBO Max

‘Kunt u beginnen met vertellen hoe uw dochters zijn vermoord?’ Ruim vijftien jaar later geneert Claire Huie zich voor de openingsvraag die ze stelde aan Barbara Ayres-Wilson, de moeder van Jennifer en Sarah Harbison. Achteraf bezien was het wel heel ongevoelig om zo een interview met een rouwende ouder te beginnen, vindt Huie nu, terwijl ze thuis liefdevol haar eigen baby vasthoudt. Ze heeft het beeldmateriaal van haar onderzoek naar de viervoudige moord in Austin, waarmee zij zich in 2009 op de kaart wilde zetten als filmmaakster, nu doorgespeeld aan haar collega Margaret Brown (Descendant).

En die maakt in The Yogurt Shop Murders (239 min.) veelvuldig gebruik van Huies materiaal. Ook van datzelfde interview met de moeder van de zeventien- en vijftienjarige zussen Harbison die op 6 december 1991 samen met hun vriendinnen Eliza Thomas (17) en Amy Ayers (13) werden vermoord in de ‘I Can’t Believe It’s Yogurt!’-winkel in een winkelcentrum te Austin. Ayres-Wilson vertelt bijvoorbeeld hoe ze zelf de vader van haar dochters en andere familieleden moest bellen en hen toen vertelde ‘dat het leven voorbij was’. Daarna hoorde ze alleen nog geschreeuw aan de andere kant van de lijn.

Het is een exemplarische scène voor deze vierdelige true crime-serie. Brown holt niet zomaar hijgend achter de zoektocht naar de daders aan, maar buigt zich vooral over de impact van het misdrijf, dat diepe sporen door de Texaanse gemeenschap en de levens van nabestaanden en direct betrokkenen heeft getrokken. Volgens Eliza Thomas zus Sonora ontwricht zo’n traumatische gebeurtenis het leven van tal van mensen voor meerdere decennia. Als je een broer of zus verliest, weet ze uit eigen ervaring, verlies je bijvoorbeeld ook je ouders. ‘Dat is veel belangrijker dan ontdekken wie ‘t heeft gedaan.’

‘Ik weet dat er ergere dingen zijn gebeurd met mensen’, vat Pam Ayers, die samen met haar echtgenoot Bob en het gehele gezin van hun zoon Shawn participeert in de miniserie, het verlies van haar dertienjarige dochter dertig jaar later geëmotioneerd samen. ‘Maar dat waren niet mijn kinderen.’ De schade is ook niet beperkt gebleven tot de familie. John Jones, de oorspronkelijke leider van het politieonderzoek, zit weliswaar al 153 lichamen bij de afdeling Homicide van de Austin Police Department – want zo tel je de dagen als moordrechercheur – maar is inmiddels wel gediagnosticeerd met PTSS.

En dan zijn er nog de hangjongeren die jarenlang in de gevangenis hebben gezeten voor de Yogurt Shop-moorden. Waren zij daadwerkelijk schuldig of zijn ze tijdens hun politieverhoor simpelweg onder de druk bezweken? Hoewel het er alle schijn van heeft dat zij een valse bekentenis hebben afgelegd, worden ze nog altijd scheef aangekeken. Zo pelt Margaret Brown het schokkende misdrijf helemaal af. Daarbij belicht ze ook de permanente media-aandacht voor de moordzaak en de druk op het politiekorps om de daders te vinden. Die hebben in Austin voor een zeer ongezonde dynamiek gezorgd.

Want zo’n viervoudige moord is nu eenmaal – hoewel je op basis van de talloze andere hap-slik-weg true crime-producties anders zou kunnen vermoeden – geen spannende puzzel die stukje bij beetje moet worden gelegd, waarna het totaalbeeld, niets minder dan de waarheid, zich als vanzelf aandient. Nee, zo’n tragisch misdrijf is eerder te vergelijken met een gigantische krater, waar alle direct betrokkenen omheen proberen te leven en soms ook gewoon keihard invallen. The Yogurt Shop Murders, tot nader order de beste true crime-docu van het jaar, maakt de diepte en reikwijdte daarvan voelbaar.

Intussen stelt de miniserie tevens wezenlijke vragen over het (Amerikaanse) rechtssysteem, de waarde van bekentenissen en de werking van ons geheugen.

Een maand nadat deze true crime-serie werd afgerond, kwam er alsnog klaarheid in de zaak rond de Yogurt Shop-moorden. Die ontwikkeling en de gevolgen daarvan zijn vervat in een aangrijpende epiloog: The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter.

I’m Your Venus

Netflix

De drie Amerikaanse broers Pellagatti zijn in het verkeerde verhaal beland. Joe, John en Louie zouden vast helemaal op hun plek zijn geweest in een film over politiemannen, brandweerlieden of – voor mijn part – Sopranos-achtige ‘wisemen’ uit New Jersey. Door een schokkende gebeurtenis in hun familieverleden zijn de drie no nonsense-mannen van Italiaanse en Puerto Ricaanse afkomst echter in een transtragedie beland: hun zus Venus werd in december 1988 vermoord. En de dader is nooit gepakt.

Venus Xtravaganza (1965-1988) was een transvrouw, die door haar participatie aan de klassieke documentaire Paris Is Burning (1990), een bruisend portret van de New Yorkse ballroom-scene, een ijkpunt in de Amerikaanse transhistorie werd. Óók omdat het dus slecht met haar afliep. Dat gebeurde in die tijd overigens wel vaker: transvrouwen bewogen zich noodgedwongen aan de rafelranden van de samenleving en hielden zichzelf vaak in leven met sekswerk. En dat lukte soms alleen met drugsgebruik.

De drie broers van Venus – de naam die ze bij haar geboorte als jongen heeft gekregen, haar zogeheten ‘deadname’, wordt in deze film van Kimberly Reed nooit genoemd – gaan ruim dertig jaar na dato alsnog op onderzoek uit. Niet alleen naar hoe, waar en door wie ze stierf, maar ook naar wie zij eigenlijk was. In dat kader zoeken ze in I’m Your Venus (84 min.) ook nadrukkelijk contract met vertegenwoordigers van haar andere familie, het House Of Xtravaganza, waar tegenwoordig ‘mother’ Gisele de scepter zwaait.

Joe, John en Louie Pellagatti hebben bijvoorbeeld een ontmoeting met José Disla Xtravaganza, die Venus destijds heeft gekend. Dit gesprek begint buitengewoon stroef. José weet dat hun zus zich niet geliefd voelde door haar familie en legt dat nu op hun bord. ‘Hoe kan ik iets begrijpen waar ik niets over weet?’, reageert Louis, vanuit zijn tenen, maar zeker niet zonder respect. ‘Maar ik begrijp haar pijn omdat ze van ons en haar familie hield. En hoe ze zich gevoeld moet hebben. En dat doet mij ook pijn.’

Dat is ook het aardige van deze film: hier komen daadwerkelijk twee werelden samen, waarbij het verleden niet zomaar wordt gladgestreken. Het vormt tegelijkertijd ook geen onoverkomelijke beletsel richting de toekomst. ‘Ik heb veel dingen gedaan die haar kapot maakten’, bekent oudste broer John bijvoorbeeld tegenover een vriendin van zijn zus, Helen. Als Venus op zijn zoon Mikey oppaste, kreeg ze van John een duidelijke boodschap mee: ‘Als je met hem naar buiten gaat, kleed je dan niet als een vrouw.’

En nu werken ze samen, zulke traditionele mannen en leden van het huis Xtravaganza, aan de nalatenschap van hun gezamenlijke familielid. Kan Venus wellicht een postume naamsverandering krijgen? Dat is nog nooit eerder gebeurd, maar zou haar recht doen. En kan er dan ook gewoon ‘Venus’ op haar grafsteen en overlijdensakte worden gezet? Tegelijk is er nog altijd dat vastgelopen moordonderzoek. Wat heeft dit opgeleverd? En kan dit – en daarover lopen de meningen van de Pellagattis uiteen – worden vervolgd?

Hoewel I’m Your Venus, zeker tegen het eind, soms wel erg Amerikaans wordt, raakt de film ook aan iets heel wezenlijks: hoe het vreemde weer eigen kan worden – ook al was ’t dat feitelijk altijd al. En dat raakt.

Sally

National Geographic

Als de eerste vrouwelijke astronaut van de Verenigde Staten groeit Sally Ride (1951-2012) in de jaren tachtig uit tot één van de bekendste gezichten van haar land. Ze geldt als een rolmodel, een vrouw die erin is geslaagd om een plek te verwerven in een ongekend mannenbastion, de NASA. In de praktijk wordt ook zij echter nog altijd regelmatig geconfronteerd met vooroordelen over vrouwen die de ruimte in willen – astronauten huilen toch niet? – en loopt ze zelf ook met een geheim rond. Ride verbergt een wezenlijk deel van haar leven: ze valt op vrouwen.

Bij één van haar eigen voorbeelden, toptennisser Billie Jean King, heeft ze gezien wat er kan gebeuren als je publiekelijk wordt geout. Sally (103 min.) kiest dus de vlucht naar voren: ze trouwt met medeastronaut Steve Hawley. Tegelijk besluit ze om zich niets aan te trekken van de vooroordelen en bekrompen sfeer binnen de NASA – waarmee ook zwarte astronauten, getuige de recente documentaire The Space Race, jarenlang hebben moeten dealen. Sally Ride laat zich niet uit het veld slaan en blijkt helemaal in haar element binnen de ruimtevaartorganisatie.

Behalve tijdens de verplichte persmomenten. Kan een ruimtereis later gevolgen hebben voor een mogelijke zwangerschap? vragen journalisten dan. Of: hoe hebt u tijdens de crewtrainingen gereageerd op stressvolle situaties? Huilt u dan bijvoorbeeld? Sally lacht eens ongemakkelijk. ‘Waarom vraagt niemand dat aan Rick?’ wendt ze zich gegeneerd tot de collega naast haar. En dan zijn er nog de praktische vragen vanuit de NASA zelf. Heeft ze bijvoorbeeld behoefte aan een make-up set in de ruimte? Hoeveel tampons moeten er eigenlijk mee op een vlucht van een week?

Behalve zulk ongemak belicht deze ferme film van Cristina Costantini ook de spanning en extase van het astronautenbestaan, vervat in de gebruikelijke zinnenprikkelende beelden vanuit de ruimte. Sally Ride wordt tegen die tijd allang beschouwd als ‘one of the guys’. Wanneer ze terugkeren op aarde, is zij echter het enige crewlid dat een ongetwijfeld goedbedoelde bos bloemen krijgt aangeboden van de NASA. En wanneer ze die teruggeeft, springen de media daar natuurlijk weer bovenop. Want voor de buitenwacht blijft zij altijd Sally Ride, de eerste astronaute.

De vrouw die zo gesloten was als een oester en liever niet over haar gevoelens sprak, ook niet met de mensen om haar heen, wordt in dit postume portret liefdevol opgetekend door haar moeder Joyce en zus Bear Ride, voormalig echtgenoot Steve Hawley, ex-vriendin Molly Tyson en haar NASA-collega’s Kathy Sullivan, Anna Fisher, John Fabian en Mike Mullane, volgens eigen zeggen destijds een onvervalste ‘male sexist pig’. En ook Tam O’Shaugnessy, die 27 jaar in stilte haar levenspartner was, voelt zich tegenwoordig vrij om te vertellen over haar grote liefde.

Gezamenlijk vangen zij een vrouw die weliswaar door het glazen plafond van de aarde brak, maar liever niet al te zeer in de belangstelling stond. Ook omdat dan wel eens ontdekt zou kunnen worden wie zij werkelijk was.

Moeders Springen Niet Van Flats

VARA

Elena Lindemans maakt het in de openingsscène van deze zeer persoonlijke film meteen heel concreet. Tastbaar. Misschien ook wel voor zichzelf, om er enigszins vat op te kunnen krijgen. Feitelijkheden. De drie Muntflats in Heerenveen. Vijftien verdiepingen hoog. Maandag 25 februari 2002. 16.02 uur, om precies te zijn. Toen en daar eindigde het leven van haar moeder. ‘Ik wist wat ze ging doen en ik heb haar niet tegengehouden.’

Lindemans is nooit terug naar die plek geweest. Ze durfde er vanaf de snelweg zelfs niet naar te kijken. Voor Moeders Springen Niet Van Flats (56 min.) uit 2014 besluit ze om er tóch naartoe te gaan. ‘Ik heb vragen aan iedereen die met de dood van mijn moeder te maken kreeg en ik ben niet meer bang voor de antwoorden.’ Bestemming bereikt, meldt haar navigatiesysteem even later, als ze ter plaatse arriveert. Bestemming bereikt.

En dan wacht de confrontatie met die drie imposante flatgebouwen en het lot van de vrouw die al zo lang leed. Ondraaglijk en uitzichtloos, vindt Lindemans. Ze gaat erover in gesprek met haar zus Birgitta en Ed Gloudemans, de vriend van haar moeder. Samen waren ze er getuige van hoe zij al een tijd zocht naar een zachte dood. En toen euthanasie haar niet bleek gegeven – wérd gegeven – zocht ze een andere uitweg.

Elena gaat tevens op bezoek bij flatbewoners die haar moeder op die laatste dagen zagen komen – niet voor het eerst overigens – en zagen springen. Een onderbuurman maakte naderhand hoogstpersoonlijk schoon. Ook zij werden getekend door die fatale val – bepaald niet de enige in de voorgaande jaren. Een vrouw herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe ze slechts ternauwernood één van deze desolate mensen kon ontwijken.

En dan zijn er nog de behandelaars, waarmee Elena Lindemans tijdens deze aangrijpende zoektocht in gesprek wil. Zij zagen behandelperspectief bij haar moeder – of durfden ’t simpelweg niet aan. Geen schande, wel uitermate pijnlijk voor alle direct betrokkenen, die ene volstrekt wanhopige vrouw in het bijzonder. Scherp, maar respectvol bevraagt haar dochter hen nu over hun keuzes en beroepsopvatting.

Moeders Springen Niet Van Flats wordt zo een indringend pleidooi voor een humane dood voor mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een thema dat Elena Lindemans tien jaar later met de docuserie Een Goede Dood (2024) nog eens verder zou exploreren. Want het einde dat haar moeder uiteindelijk moest kiezen, gun je geen mens.

Ceathrar Guildford: 50 Bliain Na Mbréag

TG4

Het duurt even voordat Gerry Conlon, in het archiefinterview uit 2013 dat wordt gebruikt in de tv-docu Ceathrar Guildford: 50 Bliain Na Mbréag (60 min.) van Sinéad Ingoldsby, niet meer op de karakteracteur Daniel Day-Lewis lijkt – en zijn broze vader Guiseppe niet meer op Pete Postlethwaite. In de speelfilm In The Name Of The Father (1993) gaven zij op een verpletterende manier een gezicht aan de Noord-Ierse vader en zoon Conlon, die onschuldig in de gevangenis waren beland. Guiseppe zou deze nooit meer verlaten.

Samen met Paul Hill, Carole Richardson en Paddy Armstrong werd Gerry in 1974 gearresteerd voor bomaanslagen van de IRA in twee pubs te Guildford. Ze zouden ruim vijftien jaar in een Britse cel zitten en kwamen bekend te staan als ‘The Guildford Four’. Intussen waren ook Gerry’s vader en zes andere leden van hun uitgebreide familie ingerekend vanwege het bezit van nitroglycerine, een vloeistof waarmee bommen kunnen worden gemaakt. Zij gingen door het leven als ‘The Maguire Seven’.

Voor de veroordeling van deze ‘terroristen’ uit het weerspannige Noord-Ierland was geen enkel bewijs. Hun straf was volledig gebaseerd op verklaringen die de verdachten zelf hadden afgelegd – onder zéér moeilijke omstandigheden en immense druk. En hoewel de Britse politie, toen en later, alle reden had om die getuigenissen nog eens goed onder de loep te nemen, bleven ze dat consequent weigeren. Dat was het gemakkelijkste. Die lui uit Ulster zaten netjes achter slot en grendel – of ze nu schuldig waren of niet.

Ruim een halve eeuw na dato maakt deze documentaire de balans op van die onverkwikkelijke geschiedenis. De onterechte veroordelingen stalen niet alleen vijftien jaar uit het leven van de direct betrokkenen, maar bleven hen ook naderhand parten spelen. Ze waren de lol in het leven definitief kwijt, hadden psychologische hulp nodig en/of kampten met PTSS. Gerry Conlon, die in 2014 op slechts zestigjarige leeftijd overleed, bleef volgens zijn advocaat Alastair Logan bijvoorbeeld een ‘troubled man’.

Van de zogenaamde ‘Guildford Four’ zijn alleen Hill en Armstrong nog in leven. Die laatste participeert ook in deze film. Hij oogt opmerkelijk mild en laat zich alle aandacht aanleunen. Paddy Armstrong geniet van een schilderij dat van hem is gemaakt en bezoekt een voorstelling over zijn levensverhaal (dat eerder ook al het boek Life After Life (2017) heeft opgeleverd). Dat lijkt een keuze te zijn. Na zijn vrijlating is Paddy een nieuw leven begonnen. Bitterheid kan je opvreten. Dit wilde hij niet laten gebeuren.

Dat is niet iedereen gegeven: voor Gerry Conlons zus Bridie, die dus ook haar vader Guiseppe verloor, gaat het verleden bijvoorbeeld niet weg. Dat wil ze ook helemaal niet. Zij heeft zich vastgebeten in de zaak van The Guildford Four en Maguire Seven en probeert nog altijd geheime documenten vrij te krijgen. Hoewel er inmiddels vijftig jaar zijn verstreken sinds de Britse politie het huis van enkele onschuldige Noord-Ierse burgers binnenviel, is de zaak dus nog altijd niet naar tevredenheid afgerond.

Ceathrar Guildford: 50 Bliain Na Mbréag, dat dit verhaal van binnenuit en voor een belangrijk deel ook in de plaatselijke taal Gaelic vertelt, is daarvan het tragische bewijs. De weerslag van schrijnend onrecht, dat willekeurige burgers wordt aangedaan als de jacht op ‘een’ schuldige de zoektocht naar de waarheid volledig overvleugelt.