Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Dagen Met Blue

VPRO

Ze oogt stoer. Een strijdbare zwarte vrouw. Iemand die altijd haar eigen pad kiest. Onkwetsbaar – zolang je tenminste niet verder kijkt dan je neus lang is. Piercings in de mond, neus en wenkbrauwen. Lange afro-vlechten. Onder haar linkeroog is bovendien een klein hartje getatoeëerd. Met daarnaast: Blue.

Zo noemt de hoofdpersoon van Amanda van Hesterens korte documentaire Dagen Met Blue (48 min.) zich. Haar echte naam is Eliya, blijkt later. De Nederlandse filmmaker zoekt Blue met haar camera op in Marseille en laat zich daar zeven dagen lang meevoeren op de woeste golven van haar leven. Al snel belanden ze samen bijvoorbeeld clandestien bij een exclusief feest, waar Blue ‘Fuck the rich’ begint te roepen.

In de navolgende drie kwartier vangt Van Hesteren flarden van een getroebleerd leven, dat langzaam bij elkaar moet worden gepuzzeld en soms wel wat extra context had kunnen gebruiken. ‘Trauma is net als een onopgemaakt bed, waar je heel lekker in kunt liggen’, zegt Blue zelf. ‘Het heeft alle vlekken van je kindertijd. Op een gegeven moment realiseer je je echter dat dat bed helemaal niet goed voor je is. Het zorgt voor stagnatie.’

Reken alleen maar eens af met een start als kind van een dakloze tienermoeder in Londen. En zonder vader – natuurlijk zou je bijna zeggen. Blue fotografeert vrouwen zoals haar moeder. Ze brengt haar gevoelens onder in poëtische woorden. Wentelt zich in haar veilige queer-omgeving. En lijkt soms behoorlijk losgeslagen. Trippend op paddo’s, op het dak van een hoog gebouw klimmend of zomaar ineens languit liggend op de weg.

‘Ik ben doodmoe van het zoeken naar redenen waarom het leven de moeite waard is’, bekent Blue aan Van Hesteren, als het haar even veel te veel wordt in deze rauwe ‘slice of life’ van een jonge vrouw op zoek naar een basis. ‘Ik moet dat allemaal laten varen en accepteren dat de wereld heel donker is.’

The Crash

Netflix

Een gebroken dijbeen, drie gebroken ribben, een gescheurde lever en nier, en beschadigde halsslagaders. Mackenzie Shirilla overleeft het ernstige ongeluk op 31 juli 2022 weliswaar, maar ze komt er bepaald niet ongeschonden uit. De zeventienjarige Amerikaanse scholier heeft er in eerste instantie ook geen weet van dat haar vriendje Dom en hun gezamenlijke vriend Davion, die ook in de auto zaten waarmee zij op volle snelheid tegen een huis in Strongsville is gebotst, de crash niet hebben overleefd. Die informatie houden haar ouders nog even bij zich.

Via schrijnende bodycam-beelden van de politie is te zien hoe zij, moeder Natalie en vader Steve Shirilla, in het ziekenhuis worden geïnformeerd over hun overlijden. De aanloop naar het ongeluk, het drama zelf en de nasleep daarvan worden in The Crash (94 min.) in beeld gebracht met een indringende collectie beeldmateriaal van bodycams, beveiligingscamera’s, social media-posts, politieverhoren en de rechtszaak. In die zin is deze true crime-docu van Gareth Johnson, die eerder de intrigerende miniserie The Body Next Door maakte, helemaal van deze tijd. Niets lijkt privé. Dat roept allerlei ethische vragen op, maar zorgt tevens voor een fascinerende film, waarin ook de families van de twee dodelijke slachtoffers zijn vereeuwigd op bijzonder kwetsbare momenten.

Enne… true crime? Jazeker, want aan dat dodelijke ongeluk lijkt een luchtje te zitten. Via gesprekken met alle belangrijke spelers in deze tragische geschiedenis probeert Johnson duidelijkheid te krijgen over wat er zich op die vroege zondagochtend, nadat Mackenzie Shirilla, Dominic Russo en Davion Flanagan op een feestje zijn geweest, heeft afgespeeld. In de Toyota waarmee zij plankgas door de bebouwde kom reden, worden zowel wiet als paddo’s aangetroffen. ‘Kenzie’ beweert dat ze zich helemaal niets van deze dodemansrit kan herinneren. Lijdt ze werkelijk aan geheugenverlies? Of speelt ze een spelletje, om te verhullen dat ze haar auto bewust – en wellicht ook met voorbedachte rade – heeft laten crashen? Bij ruzies zinspeelde de tiener al eens op een ongeluk.

En net als het typische TikTok-meisje, met name op basis van haar eigen (online-)gedrag, zo schuldig als wat lijkt te zijn, voegt Gareth Johnson extra informatie of een nieuw verhaalelement toe, die deze conclusie toch weer in twijfel trekken. Kan Mackenzie misschien ook een black-out hebben gehad? Al die verschillende scenario’s van wat er tijdens die fatale autorit gebeurd kan zijn, zorgen ervoor dat deze documentaire continu blijft boeien, maar maken het ook verdomd lastig om definitieve conclusies te trekken over wat nu het vervolg zou moeten zijn voor Mackenzie Shirilla: fikse gevangenisstraf of toch intensieve zorg? Of allebei?

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

Het Bloed Van Mijn Vader

BNNVARA / Tangerine Tree

Een belangrijk deel van wat Kimberley van haar biologische vader weet, weet ze uit het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Op zaterdagochtend 25 januari 2014 is Kenneth Renaldo Richards dood aangetroffen in zijn Amsterdamse woning. De Surinaamse café-eigenaar, bijgenaamd ‘Flaco’, is om het leven gebracht. ‘Kenneth deed niet zomaar voor iedereen open’, stelt presentatrice Anniko van Santen. ‘Nee, hij was daar zelfs heel kritisch in’, beaamt politiewoordvoerder Ellie Lust. ‘Dat hij zo voorzichtig was, kan te maken hebben met het feit dat hij in 1996 ontvoerd is geweest vanwege een drugsgerelateerd conflict.’

Kenneths dochter Kimberley is zeventien als hij wordt vermoord. Ze kennen elkaar slechts beperkt. Ruim tien jaar later zoekt zij nog altijd naar antwoorden: wat is er destijds gebeurd en wie was haar vader eigenlijk? Ze reist naar Suriname en begint eens rond te bellen in de familie- en vriendenkring. ‘Wanneer iemand is overleden, kan jij die persoon niet meer zien’, houdt één van haar gesprekspartners Kimberley voor. ‘Maar vanuit de hemel ziet ie alles. Hij ziet ‘t.’ Ze herhaalt: ‘Hij ziet ‘t.’ Veel wijzer wordt z’n dochter verder niet. Mensen die haar vader hebben gekend laten het achterste van hun tong niet zien of willen hem niet in een kwaad daglicht stellen.

Een Surinaamse paragnoste kenschetst Kenneth dan weer als een levensgenieter. ‘Hij heeft bijna alles gedaan wat God verboden heeft’, zegt ze tegen Kimberley. ‘Ik hoop dat je dat weet.’ Daarmee moet de jonge vrouw ’t zo’n beetje doen. Kenneth Richards wil maar niet meer worden dan een schim uit het verleden. Terwijl zij in Het Bloed Van Mijn Vader (52 min.) de man die haar op de wereld heeft gezet probeert te vatten en ook stappen zet om officieel zijn dochter te worden, komt ook haar eigen achtergrond steeds duidelijker in beeld. Op het moment dat haar vader stierf, was Kimberley bijvoorbeeld zelf uit huis geplaatst. Ze werd beschouwd als een probleemjongere.

Hoewel ze in de praktijk niet veel verder komt, boekt Kimberley in haar hoofd wel degelijk vooruitgang. Regisseur Jorn Koning omlijst dit persoonlijke proces met sfeervolle sequenties die haar gemoedstoestand weerspiegelen en mythische dronebeelden van de Surinaamse jungle, waarin allerlei familiegeheimen verborgen lijken te zijn én blijven. Het is uiteindelijk aan Kimberley Richards zelf – de jonge vrouw die voorheen bekend stond als Kimberley van Friderici – om de man die achter haar herinneringen vandaan komt te omarmen. Ondanks – of juist door – dat haar vader was wie hij was.

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

De Man Met De Glimlach

Verde Film / NTR

‘It is easy enough to be pleasant’, begint het gedichtje dat Bram Cohen drie jaar lang boven zijn bed heeft hangen. ‘When life flows-along like a song. But the man worthwhile is the man with a smile. When everything goes dead wrong.’ De woorden helpen de vader van documentairemaker Paul Cohen overleven in het Jappenkamp. Als hij eind september 1945 wordt vrijgelaten, weegt ie nog slechts 46 kilo. Bram Cohen is 21 jaar en zijn halve familie kwijt.

Zo’n anderhalf jaar later gaat De Man Met De Glimlach (101 min) op vakantie. Via Duitsland reist hij in maart 1947 met de trein naar Kopenhagen. ‘Ik besefte dat ik genoot’, schrijft Bram dan in zijn reisverslag. ‘En daardoor genoot ik dubbel.’ Bij de aanblik van het verwoeste Duitsland kan hij een triomfantelijk gevoel nauwelijks onderdrukken. Totdat hij op het station van Hamburg een uitgehongerd vijfjarig meisje ziet en weer iets van compassie in zichzelf vindt. Op de plaats van bestemming zal hij bovendien de jonge Deense studente Lis Rohleder ontmoeten.

Terwijl Paul Cohen in het gezelschap van zijn zus Inge – en begeleid door de geschriften van hun vader, die in 1975 overleed bij een val in een ravijn – bijna een halve eeuw later per trein eveneens naar Denemarken reist, laat hij ook diens ervaringen in het kamp Tjimahi op Java de revue passeren. Hij portretteert tevens enkele passagiers, die elk op hun eigen manier ook op zoek zijn naar vergeving in zichzelf. Een jonge man die de as van zijn moeder wil uitstrooien. Een Vietnamese vrouw die is getekend door het verleden. En een Duits echtpaar dat als kind leed onder de oorlog.

Via de persoonlijke verhalen van zijn medereizigers en de herinneringen van en aan Bram Cohen probeert de filmmaker in deze ingetogen roadmovie, die ook veel overlaat aan de verbeelding van de kijker, zijn vader te begrijpen. Een man die op weg naar Denemarken het leven terugvindt en er desondanks, in weerwil van de glimlach die hij op zowat elke afzonderlijke foto laat zien, z’n hele bestaan mee zal blijven worstelen.

Chess Mates

Netflix

‘Ik had het gevoel dat ik niet tegen een mens speelde’, zegt Magnus Carlsen, de beste schaker van de wereld, als hij terugblikt op zijn tweekamp met Hans Niemann tijdens de strijd om de prestigieuze Sinquefield Cup in St. Louis in 2022. De gedoodverfde Noorse favoriet is daar van het bord gespeeld door een negentienjarige uitdager, die door elke kenner véél lager wordt aangeslagen en tóch heer en meester bleek in de tweekamp. Dat riekt naar vals spel. Heeft Niemann zich stiekem laten influisteren door een schaakcomputer?

‘Het is duidelijk dat Hans niet te vertrouwen was’, stelt Carlsens vader en manager Henrik onomwonden in de boeiende documentaire Chess Mates (75 min.) van Thomas Tancred (Last Stop Larrimah), één van de betere afleveringen van Netflix’s sportdocuserie Untold. ‘Hij was een potentiële bedreiging voor de schaakwereld.’ Zijn zoon Magnus laat het er niet bij zitten. Hij verlaat het toernooi en maakt zijn New Yorkse opponent, via een slinkse omweg, publiekelijk zwart. Hans Niemann zou tijdens de wedstrijd in het geheim signalen hebben gekregen via, werkelijk waar, ‘anale kralen’.

De jonge grootmeester die de zwarte Piet krijgt toegeschoven is zich zelf van geen kwaad bewust. Volgens Niemann is Carlsen gewoon een slechte verliezer. Hij heeft de schijn wel tegen: toen hij tijdens de Coronacrisis als jonge hond, met veel bravoure en theater, furore begon te maken op het toonaangevende online-platform chess.com, werd de schaakinfluencer al eens betrapt op vuil spel. Nu de kampioen een banvloek over hem heeft uitgesproken, wordt Niemann daarom direct in de ban gedaan. Maar betekent dit ook dat hij op een oneerlijke manier heeft gewonnen van Carlsen?

Tancred zet de twee rivalen, de meester die gewend is om te winnen en de ‘angry young man’ die diens heerschappij zonder enige vorm van respect aanvecht, nog eens recht tegenover elkaar in deze enerverende film. Hoeveel minachting of achterdocht ze ook koesteren, de twee lijken veroordeeld tot elkaar. In een man-tot-man gevecht, online of juist ‘over the board’, over wie er de beste schaker in de wereld is. Waarbij veel, zo niet alles, geoorloofd lijkt om te winnen. Op het bord of in de publieke opinie.

The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson

Netflix

Ze heeft haar leven in sneltreinvaart geleefd. Alsof ze altijd al wist dat haar tijd beperkt zou zijn… Althans, dat is het gevoel dat moeder Karen, vader Eric en broer Matt hebben overgehouden aan het veel te korte bestaan van Anna Moriah Wilson (1996-2022). Van start tot finish zijn de Amerikaanse wielrenster uiteindelijk nog geen 26 jaar vergund geweest. Het leven van de jonge Amerikaanse vrouw, die voorbestemd leek voor een topsportcarrière als gravelbiker, is op 11 mei 2022 bruut beëindigd in Austin, een stad in de zuidelijke staat Texas.

Moriah Wilson verblijft dan voor de Gravel Locos-wedstrijd bij een vriendin die ze thuis in Vermont, helemaal in het noordoosten van de Verenigde Staten, heeft leren kennen. Caitlin Cash zal haar daar ook levenloos en zwaar bebloed aantreffen. Verder kent ‘Mo’ maar één andere persoon in Austin: Colin Strickland, een succesvolle gravelbiker met wie ze al een tijdje aan het daten is. Hij is sinds enige tijd weer vrijgezel – al woont zijn ex Kaitlin Armstrong nog wel in hetzelfde huis – en zal de laatste persoon worden die haar in levende lijve heeft gezien.

In The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson (97 min.) belicht Marina Zenovich kort Wilsons wielercarrière, waarna ze zich vooral richt op het misdrijf en de nasleep daarvan, die via interviews met direct betrokkenen en beelden van bodycams van politiemensen, verhoren en beveiligingscamera’s zorgvuldig in kaart worden gebracht. Deze docu moet ‘t niet zozeer hebben van z’n true crime-gehalte – relatief weinig spanning & sensatie! – maar focust zich op de menselijke tol en de nauwelijks te bevatten rol daarbinnen van pure pech.

Vanachter de kille moord komen bovendien enkele indringende vragen tevoorschijn: kun je altijd de gevolgen van je eigen daden overzien? Wanneer ken je iemand echt? En (hoe) kun je betekenis geven aan het verlies van het dierbaarste wat je hebt?

Vonnis

VPRO

Als geestelijk verzorger wil humanist Jacob gedetineerden een veilige ruimte bieden. Om in de penitentiaire inrichting, een verder heel harde, masculiene en gesloten omgeving, even hun ware gezicht te kunnen laten zien – ook aan zichzelf. Dat gezicht kan film- en theatermaakster Zorba Huisman overigens niet laten zien in Vonnis (48 min.), haar documentaire over hoe je in de gevangenis en na een delict mens blijft of (weer) wordt.

Tijdens persoonlijke gesprekken en groepssessies laat ze dus Jacob en zijn islamitische collega, imam Omar, zien. Als spiegel van de ziel van die ander, een geanonimiseerde man met een delict op hun geweten. Die moet dealen met schuld, verantwoordelijkheid, berouw, eenzaamheid en vergeving. Buiten de gevangenismuren hebben Jacob en zijn vakbroeders zich ook tot zulke persoonlijke thema’s te verhouden.

Tussendoor deelt hij zijn eigen worsteling als vader. Net als sommige gedetineerden dreigde hij zijn kind kwijt te raken. Huisman gebruikt dit persoonlijke relaas, sfeervol en van zeer nabij opgetekend, als anker voor een verder best afstandelijk beeldverhaal, dat met een wirwar aan ontboezemingen, die lijken na te echoën in het hoofd van de geestelijk verzorgers, en een uitgesproken soundtrack wordt ingekleurd.

Jacob nodigt z’n gesprekspartners uit tot bezinning: wat betekent het voor mij om in detentie te zijn? ‘Wat ik gedaan heb, vind ik heel erg slecht’, zegt één van de gedetineerden treffend. ‘Ik weet van mezelf dat ik ook een heel goed mens kan zijn. Maar ik voel me nu geen goed mens.’ Jacob en zijn collega Omar helpen hem en zijn lotgenoten met het vinden van een weg door dat doolhof van gevoelens.

Hoe ga je om met wie je zelf denkt te zijn, wat je inmiddels op je kerfstok hebt en hoe de buitenwereld daarnaar en naar jou kijkt? Het zijn grote levensvragen die in Vonnis worden opgeworpen, zonder dat er direct een pasklaar antwoord komt. Als dit überhaupt al bestaat…

Den Sista Resan

Universal

Van de levenslustige kerel die in 2008 als docent Frans afscheid nam van de Ullvi-school en zich samen met zijn echtgenote Tiina opmaakte voor zijn derde levensfase, z’n ‘troisième âge’, is helemaal niets meer over. Lars Hammar zit er op z’n tachtigste, na een periode van ziekte, sombertjes bij. Elke vorm van levenslust is verdwenen. In hun huis in de Zweedse stad Köping is hij nauwelijks nog uit zijn Belgische leren fauteuil te krijgen. Lars zit gewoon op de dood te wachten.

Dat wil zijn zoon, televisiepersoonlijkheid Filip Hammar, niet laten gebeuren. Hij tikt een oranje Renault 4 op de kop, de auto waarmee ze in de jaren zeventig als gezin op vakantie naar Frankrijk gingen, en besluit om daarmee gouden tijden te laten herleven. Ook Filips tv-maatje Fredrik Wikingsson gaat mee op Den Sista Resan (internationale titel: The Last Journey, 88 min.), waarop Lars weer een beetje zin in het leven moet krijgen. En alles wordt gefilmd, voor wat zo’n typische hartverwarmende roadmovie moet worden.

Op weg naar hun vroegere vakantiebestemming Beaulieu-sur-Mer wordt alles uit de kast gehaald om de oude man op te vrolijken en zijn geheugen op te frissen. Het duo Filip en Fredrik laat niets aan het toeval over en zet de gekste dingen in scène om de vroegere Lars weer uit de broze oude man met de rollator tevoorschijn te laten komen. Dat levert aandoenlijke reacties op van de Francofiel op leeftijd, maar krijgt al snel ook iets krampachtigs. Los daarvan lijken al die strapatsen ook het echte vader-zoon contact in de weg te zitten.

‘Ik hoop dat je niet teleurgesteld in me bent’, zegt Lars als hun gezamenlijke reis er bijna op zit. ‘Waarom zou ik?’ antwoordt Filip, misschien net iets te snel. Lars: ‘Omdat ik niet meer zo ben als vroeger.’ Zijn zoon heeft echter nog één ding voor hem geregeld, in de hoop dat hij daarmee nog een laatste keer de gevoelige snaar kan raken bij zijn vader, voor het verplichte sentimentele einde van deze speciaal voor hem samengestelde Surprise Show.

Mysteriepakken

A5 Film / DR Sales

Al 22 jaar wordt er met kerst een pakketje bezorgd bij het oudere echtpaar Arne en Inge Sandnes in Valldal, in het uiterste noorden van Noorwegen. Er zitten geschenken in voor de gehele familie. Met een handgeschreven briefje erbij: prettig kersfeest vanuit Arendal. Wie de gulle gever is, is na al die jaren nog altijd niet duidelijk. Veel meer dan dat hij of zij de pakketjes op de post doet in Arendal, helemaal in het zuiden van Noorwegen, weet de familie niet.

Dat is dus een mooie opdracht voor de kleinkinderen Edle (9) en Brage (6). Als rechtgeaarde kinderdetectives gaan zij direct enthousiast aan het werk. Ze overleggen voortdurend met elkaar via walkie talkies, ondervragen ‘verdachten’ in de familie en vriendenkring en proberen verder bewijsmateriaal, zoals vingerafdrukken op het Mysteriepakken (internationale titel: The Mystery Package, 75 min.), veilig te stellen. Deze kerst moet het raadsel echt worden opgelost!

En hun moeder Silje Evensmo Jacobsen, die enkele jaren geleden met A New Kind Of Wilderness (2024) een fraaie en ingetogen documentaire over verlies en rouw maakte, sluit aan bij de doldwaze queeste van Edle en Brage en legt hun speelse onderzoek met zichtbaar plezier vast. Daarbij helpt ze de kinderen – en de waarheid – zo nu en dan ook wel eens een handje, in deze Linus-achtige documentaire die aanvoelt als een hartveroverende jeugdfilm.

Die pakketjes begonnen overigens te komen na een tragische gebeurtenis in de familie: de zelfdoding van hun oom Hans Petter, de oudere broer van vader Magnus. Zit daar misschien een aanknopingspunt voor de nijvere speurders? Alle familieleden, inclusief de aanhang, laten zich in elk geval graag voor hun karretje spannen in deze verrukkelijke combinatie van whodunnit en familiedocu, die op een luchtige manier een zwaar thema toegankelijk maakt.

Een ideale film, kortom, voor de winterse dagen. Een kerstdocu, zogezegd.

The Winning Generation

Bind Film

Nadat Shant Harutyunyan is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, doet zijn zeventienjarige zoon Shahen van zich spreken tijdens de voetbalwedstrijd van hun land Armenie tegen Portugal op 13 juni 2015 in Jerevan. Met een spandoek, met de tekst ‘Freedom for Shant Harutyunyan and all poitical prisoners in Armenia’ erop, bestormt hij het veld. Shahen wordt al snel overmeesterd door de politie. De strijd van zijn vader is inmiddels echter de zijne geworden: samen eisen ze een vrij en onafhankelijk Armenië, dat niet langer wordt geknecht door Rusland.

Hij staat daarmee in een familietraditie die nog een generatie verder teruggaat. Shahens grootvader, naar wie hij ook is vernoemd, werd na twee arrestaties zelfs de Sovjet-Unie uitgezet en leeft nu in de Verenigde Staten. Hij liet zijn megafoon achter voor zijn naamgenoot. Die behoort tot wat hij zelf The Winning Generation (102 min.) noemt, de generatie Armeniërs die de patstelling rond hun volk nu eindelijk eens gaat doorbreken. Vanuit de gevangenis voorziet zijn nurkse vader hem intussen van advies en zit hij Shahen soms ook flink op de huid.

Ruim tien jaar lang volgt filmmaker Marco De Stefanis de volwassenwording van Shahen Harutunyan en het ontluiken van zijn politieke talent, in tijden die het uiterste vragen van hem en zijn medestanders. Intussen moet hij zich ook losmaken van zijn opa en vader, mannen die alles opgaven voor hun strijd, inclusief de relatie met hun vrouw en kinderen, en die van vechten hun tweede natuur hebben gemaakt. Kan Shahen daarmee breken en meteen een uitweg vinden uit de uitzichtloze positie waarin Armenië zich al sinds mensenheugenis bevindt?

Van dichtbij tekent De Stefanis zijn ontwikkeling op in deze klassieke coming of age-docu. Terwijl de relatie met buurland Azerbeidzjan in het nabijgelegen Nagorno-Karanach onder ernstige spanning komt te staan, probeert de beminnelijke jongeling – met steun van en soms ook ondanks z’n hoekige vader – zijn eigen stem te vinden als politicus. De tijd zal uitwijzen of hij zich kan ontwikkelen tot een soort Armeense Obama of uiteindelijk toch in de geschiedenisboeken belandt als de vertegenwoordiger van opnieuw een verliezende generatie.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen

Pieter van Huystee Film / NTR

Nadat hij met een belletje heeft geklingeld, spreekt Hans Rasker de andere genodigden aan de Indische tafel toe. ‘Hartelijk welkom bij deze laatste maaltijd voor de zomervakantie’, zegt hij tegen de leden van de tamelijk chique mannenclub, waarna ie even recht in de camera kijkt. ‘En Pieter, jij ook van harte welkom en je medewerkers.’

Pieter is documentaireproducent Pieter van Huystee, de maker van Als Ik Mijn Ogen Sluit (2024), een persoonlijke film over de ervaringen van zijn eigen moeder en oma en andere Nederlandse vrouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp zaten. Nu laat hij de mannen, bij wie zijn vader ooit aan tafel zat, de ogen sluiten en speelt dan in op wat er bij hen bovenkomt, verhalen die ze verder alleen met elkaar delen.

Verhalen ook die ze, vanwege hun jonge leeftijd, soms alleen uit de overlevering kennen – hoewel hun ouders er lang niet altijd happig op waren om ze na de oorlog te vertellen. De inmiddels gepensioneerde ‘jongens’ verlaten zich op hun prille geheugens en op wat er bewaard is gebleven van hun levens in het voormalige Nederlands Indië: dagboeken, brieven, foto’s, tekeningen, boeken, knuffels en andere herinnerdingen.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen (70 min.) is hun gezamenlijke relaas over een kindertijd die een kwestie van overleven werd. Dat lukte niet iedereen. Zoals ook sommige moeders zouden bezwijken aan de ontberingen van het kamp. Honger, ziekte en geweld werden menigeen te veel. Intussen raakte hun vader, met wie ze na de oorlog herenigd hoopten te worden, steeds verder op de achtergrond.

Van Huystee omlijst de herinneringen van deze ontheemde mannen, die zich tachtig jaar later nog steeds niet altijd thuis voelen in Nederland, met een uitgebreide collectie archieffoto’s en -beelden en versterkt de dramatische loop van zijn vertelling met een uitgesproken soundtrack. Zo roept hij de klamme hitte, zoemende krekels en geur van kretek-sigaretten op van een verloren wereld, die maar niet vergeten kan worden.

Als ze tien worden – halverwege deze geladen film – moeten de jongens het kamp verlaten, weg bij hun moeders. Ze hebben geen idee waar ze naartoe gaan. ‘Niemand huilde’, herinnert één van hen zich. ‘De vrouwen hielden zich allemaal goed. En wij waren ook stil. Ik geloof niet dat er één jongetje huilde.’ Op de dag vóór zijn vertrek wordt er, bij gebrek aan foto’s, een tekening van hem gemaakt. En dan wacht het onbekende…

Donor Unknown

Met Film

‘Jij hebt een donor’, zei haar moeder vroeger tegen JoEllen. ‘Geen vader.’ Dat gaf haar als kind alle ruimte om te fantaseren: hij was een filmster. Een zakenman in een kantoor. Of hij woonde in het buitenland.

Van haar moeders familie, de Marshes, weet JoEllen nagenoeg alles. Ze kan hun stamboom helemaal uittekenen tot aan de legendarische Mayflower, het schip met Engelse kolonisten dat in 1620 naar het beloofde land Amerika voer, op zoek naar een leven in vrijheid. De begraafplaats van, jawel, Marshtown ligt vol met familieleden. Van haar vader, de spermadonor, weet de jonge vrouw uit Pennsylvania echter niets. Behalve dat hij bij de California Cryobank geregistreerd stond als Donor 150. 

JoEllen heeft ook het profiel gevonden dat haar moeder destijds heeft opgesteld voor de beoogde donor. Het is de vraag of/hoe dit correspondeert met de man die door regisseur Jerry Rothwell aan het begin van de documentaire Donor Unknown (76 min.) uit 2010 al is geïntroduceerd als haar biologische vader: een wat wereldvreemde dierenvriend in een rommelige camper op Venice Beach, Los Angeles. Sperma doneren was voor hem jarenlang een soort substituut voor een reguliere baan.

Pas halverwege de film wordt onthuld hoe ‘150’ werkelijk heet. Daarna werkt Rothwell langzaam toe naar een ontmoeting tussen de man en zijn nageslacht. Want intussen hebben zich, via het register donorkinderen, ook andere zoons en dochters van hem gemeld, halfbroers en -zussen van JoEllen met soortgelijke vragen en ervaringen. Zij hebben ook meegewerkt aan een artikel in The New York Times, dat ook donor 150 onder ogen is gekomen. Hij voelt zich verplicht om contact op te nemen.

Met deze exploratie van de gevolgen van spermadonatie begeeft Jerry Rothwell zich in de schimmige wereld van spermabanken en -donoren, die sindsdien nog veel vaker in documentaires is bezocht: is het niet vanwege sjoemelende vruchtbaarheidsartsen, zoals de Nederlandse dokter Jan Karbaat, die in het pre-DNA tijdperk niet schroomden om hun eigen zaad te gebruiken, dan wel vanwege véél te enthousiaste donoren, zoals de Amerikaan Ari Nagel en de Nederlander Jonathan Jacob Meijer.

Donor Unknown belicht de zoektocht van 150’s kinderen, maar schetst ook de business. Van praktische zaken, zoals de ‘masturbatoria’ in een spermabank, tot de manier waarop de zoektocht naar een donor is ingericht. Zo kunnen wensouders bijvoorbeeld aangeven op welke beroemdheid die moet lijken. Dat betekent overigens niet dat je kinderen ook op Ben Affleck lijken als je die uitkiest, haast een medewerker zich om erbij te zeggen. ‘Ben Afflecks eigen kinderen lijken niet eens op hem.’

Voor de toekomst kan echter niets worden uitgesloten, zo valt ruim vijftien jaar nadat deze delicate documentaire werd uitgebracht inmiddels wel vast te stellen. We hebben nu al 60.000 kinderen verwekt’, stelde de eigenaar van een spermabank destijds trots. ‘Het begint nu pas.’

Mijn Broer

Serious Film / KRO-NCRV

Thuis in het Zeeuwse dorp ‘s-Heer Hendrikskinderen hebben zijn ouders nooit een groot probleem gemaakt van de homoseksualiteit van Bart Davidse. Voor hen blijft de oudere broer van filmmaker Koert Davidse gewoon Bart. Ze spreken alleen nooit over zijn geaardheid. Ook niet als hij, inmiddels als kunstenaar woonachtig in Amsterdam, besmet raakt met het HIV-virus.

In het dagboek van zijn vader leest Koert een kleine veertig jaar later dat die boodschap wel degelijk is overgekomen. ‘Bart belt om zeven uur dat hij weer ernstig ziek is’, schrijft pa begin 1986, het jaar waarin zijn zoon op slechts 28-jarige leeftijd zal overlijden, in het dagboek waarin hij het leven en werk in hun tuinderij documenteert. ‘Zware koorts. Dat is al de derde maal binnen één maand. Wij zijn erg bang dat hij AIDS heeft.’

Als familie weten zij zich geen raad met de situatie. ‘Ik weet nog heel goed dat ik met ma bij Bart zijn bed zat’, herinnert Koert zich. ‘Hij lag op de IC. Toen liep er een traan uit zijn oog.’ Als z’n moeder die wil wegvegen, houdt Koert haar tegen, bang voor besmetting. ‘We wisten dus echt niks van AIDS’, constateert hij nu, vol schaamte. ‘Echt verschrikkelijk!’ ‘Ja’, reageert zus Karin, terwijl ze strak voor zich uit kijkt. ‘Klopt.’

Samen met Karin, hun andere zus Wilma en vrienden uit Barts andere leven in Amsterdam reconstrueert Davidse het veel te korte bestaan van zijn grote broer. In de hoofdstad zal Bart zich vestigen als kunstenaar en kan hij zich uitleven in darkrooms, leerbars bezoeken en cruisen op straat. En daar, in dat Sodom en Gomorra, ligt volgens de veelal vrome mensen uit z’n geboortedorp ook de oorsprong van zijn ondergang.

In Mijn Broer (83 min.) onderzoekt Koert Davidse de enorme afstand tussen Barts levens, die na het overlijden van zijn broer ernstig opspeelt. De Zeeuwse begrafenisondernemer blijkt bijvoorbeeld niet bereid om zijn lichaam op te halen. En er is eigenlijk ook geen kerk die de uitvaart wil verzorgen. Behoedzaam waadt deze delicate film door dat ongemakkelijke verleden, met oog voor beide kanten van het verhaal.

Davidse ondersteunt zijn relaas met live geënsceneerde foto’s, die dierbare herinneringen aan het leven met zijn broer en belangrijke momenten uit zijn beladen ziekteproces en afscheid representeren. Tegelijkertijd maakt hij ook weer kennis met die broer via zijn kunst en bezittingen, die tezamen zijn opgenomen in de expositie Bart Davidse: Een Leven In Beelden, die zijn bewonderde broer weer tot leven wekken.

En met hem wordt ook die traumatische episode uit de wereldwijde queerhistorie, nog niet eens zo lang geleden, weer uitgelicht. Als een dodelijke ziekte ook in Nederland homo’s nog eens extra tot outcast verklaart.

Wrong Time Wrong Place

Cobos Films

Het plan waarmee documentairemaker John Appel al een tijd rondloopt, krijgt op 22 juli 2011 ineens zijn ‘inciting incident’. Hij wil een film maken over hoe leven zonder risico feitelijk onmogelijk is. Ons bestaan wordt bepaald door toeval – ook al leven we daar helemaal niet naar. Geheel in stijl wacht Appel geduldig op een geschikte aanleiding om zijn plan ten uitvoer te brengen. Een flinke kettingbotsing misschien?

En dan pleegt de Noorse extremist Anders Breivik op die vrijdag in juli eerst een bomaanslag in Oslo en vertrekt hij vervolgens naar het eiland Utøya, waar de jeugdafdeling van de sociaaldemocratische Arbeiderspartij een zomerkamp organiseert. Als een moordmachine houdt Breivik daar huis. Hij maakt op deze ene fatale dag in totaal 77 dodelijke slachtoffers en werpt zich zo op als de meest verafschuwde terrorist van de westerse wereld.

John Appel – zoon van een onvervalste gokker, The Player – is echter niet op zoek naar het wezen van het monster Breivik, die in zijn film nooit bij naam wordt genoemd. Te midden van alle journalisten die zich direct naar het Noorse drama spoeden wil hij zijn oorspronkelijke idee over toeval gaan uitwerken. De Nederlandse filmmaker moet uiteindelijk praten als brugman om toegang te krijgen tot overlevenden en nabestaanden van de aanslag.

In Wrong Time Wrong Place (80 min.), de openingsfilm van het International Documentary Festival Amsterdam van 2012, spreekt hij bijvoorbeeld met de ouders van de jonge Georgische vrouw Tamta, die door haar vriendin Natia is overgehaald om mee naar het Noorse zomerkamp te gaan. Natia gaat de dag voor de aanslag zwemmen en kent daardoor een plek bij het water om zich te verbergen voor de schutter, die al talloze slachtoffers heeft gemaakt.

‘Als ze had kunnen zwemmen, had ze ‘t misschien overleefd’, constateert Tamta’s moeder triest. Want haar dochter heeft altijd geweigerd om zwemles te nemen en mijdt water. Zij wordt het laatste dodelijke slachtoffer op Utøya. Tamta’s moeder gelooft niet in toeval: het moest zo zijn. ‘Zonder dit ongeluk was Tamta ergens anders aan doodgegaan’, zegt ze. Haar echtgenoot reageert fel: ‘Zonder die moordenaar had niets anders mijn dochter kunnen doden.’

Verder spreekt Appel enkele jonge mensen die zich op Utøya in een WC-hokje verstoppen. ‘We dachten dat hij door de deur zou schieten en iedereen zou doden die binnen was’, herinnert de Noorse tiener Håkon zich. Het Koerdische meisje Hajin richt zich daar tot Allah. Ze kan het gebed moeiteloos terughalen. De Oegandese vluchtelinge Ritah vertelt hen dat ze twee maanden zwanger is en een miskraam vreest. Ze noemt het kind Michaël, hij wordt haar beschermengel.

Stuk voor stuk ervaren zij hoe ’t is om een speelbal van (ogenschijnlijk) toevallige gebeurtenissen te zijn. In het geval van Harald lijkt de bliksem zelfs tweemaal op dezelfde plek te zijn ingeslagen. Eerst verliest de Noorse ambtenaar zijn zoon Yngve bij een basejump-ongeluk. Daarna overleeft hij zelf ternauwernood Breiviks bomaanslag in Oslo, omdat hij toevallig even niet op zijn plek zit op kantoor. Harald raakt wel vrijwel zijn volledige gezichtsvermogen kwijt.

Het leven is, betoogt Appel via mensen zoals hij in deze indringende en bespiegelende film, een aaneenschakeling van toevalligheden. Elke dag kan een ‘point of no return’ worden, waarop het bestaan zomaar een andere wending neemt. En wij, eenvoudige stervelingen, zijn dan als plastic zakjes die worden meegenomen door de wind – op weg naar God weet waar. Naar een goede plaats, goede tijd, hopelijk.

Sins Of My Father

HBO

Sebastian Marroquin was pas zestien toen zijn vader in december 1993 werd gedood in de stad waarin hij zo lang had geheerst, Medellin. De zoon van de beruchte Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar hoorde het nieuws van een verslaggeefster. ‘Hallo, wilt u ons aub niet storen?’ nam Sebastian toen de telefoon op. ‘We kijken net naar de televisie en denken dat het nieuws over mijn vader niet klopt.’

Zij hielp hem direct uit de droom, die net zo goed een nachtmerrie kon worden genoemd. ‘De politie heeft het nieuws zojuist bevestigd. Hij was in het winkelcentrum Obelisco in Medellin.’ Heel even klonk Sebastian daarna als de zoon van zijn vader. ‘Ik ga alle klootzakken die hem vermoord hebben zelf doden.’ Al snel volgde de bezinning. Samen met zijn moeder Maria Isabel Santos en zus vluchtte hij vervolgens naar Argentinië.

Daar zoekt regisseur Nicolas Entel hem vijftien jaar later op voor Sins Of My Father (88 min.). ‘Mensen kunnen ons niet verbieden om van mijn vader te houden’, zegt Sebastian dan. ‘Het heeft geen zin om te ontkennen dat we een liefdevolle relatie hadden. Een gewone familierelatie.’ Voor hem was de alom gevreesde Pablo Escobar de man die een verhaaltje voorlas. Of de zanger die, niet al te toonvast, La Donna È Mobile galmde.

Toch heeft Juan Pablo Escobar, zoals de echte naam luidt van Sebastian Marroquin, zich wel degelijk te verhouden tot het criminele verleden van zijn liefdevolle vader. Die tekende bijvoorbeeld voor twee schokkende politieke moorden, op minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla in 1984 en op presidentskandidaat Luis Carlos Galán, vijf jaar later. Zijn zoon zoekt nu contact met hun kinderen, om hen om vergiffenis te vragen.

‘Toen mijn vader overleed, was ik acht jaar oud’, vertelt Lara Bonilla’s zoon Rodrigo. ‘Ik herinner me hoe ik muziek luisterde en dan fantaseerde over hoe ik een wapen in mijn hand had en zijn dood zou wreken.’ Ook hij moet in deze bespiegelende film over z’n eigen schaduw stappen. Want mag een zoon gestraft worden voor de zonden van zijn vader? En verdient Sebastian niet gewoon de erkenning dat ook hij een slachtoffer is?

Entel tast dit terrein, in het kielzog van zijn bedachtzame hoofdpersoon, voorzichtig af in deze bezonken film, die de schurkenmythe rond Pablo Escobar terugbrengt tot menselijke proporties en die zich vervolgens ontwikkelt tot een overtuigend pleidooi voor vergeving en verzoening.