Miracle: The Boys Of ’80

Netflix

Een ijshockeystadion als arena om de Koude Oorlog nog eens uit te vechten. Op weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid stuiten de ‘underdogs’ van de Verenigde Staten op de gedoodverfde kampioen, de Sovjet-Unie. Drie keer raden wie er wint in de (typisch) Amerikaanse sportdocu Miracle: The Boys Of ‘80 (101 min.). En die zege betekent natuurlijk véél meer dan zomaar een gewonnen ijshockeywedstrijd.

Ruim 45 jaar later nemen enkele sleutelfiguren uit dat legendarische Amerikaanse team gezamenlijk plaats op de tribune van het Olympic Center, om beelden terug te kijken en herinneringen op te halen. Hun bikkelharde coach Herb Brooks (1937-2003) maakte destijds een hecht team van deze mannen, die elkaar vanuit verschillende teams jarenlang naar het leven hadden gestaan. Geen beter team immers dan een ‘team of rivals’. En coach Brooks wilde best als hun gezamenlijke vijand fungeren.

Dat ging niet bepaald subtiel. ‘Je hebt niet genoeg talent om daarop te leunen’, zei hij tegen de één, ‘gouden benen, maar oerdom’ tegen een ander. En Mike Eruzione kreeg te horen dat hij speelde met ‘a ten pound fart’ op z’n hoofd. ‘Hoe ziet zo’n scheet eruit?’ vraagt Eruzione zich nog altijd af. ‘Ik ben 68 en ik word nog steeds ‘s nachts zwetend wakker’, bekent zijn teamgenoot Steve Janaszak. ‘Janaszak, je speelt elke dag slechter’, zei Herb Brooks tegen hem. ‘Je speelt nu al als volgende week.’

Met andere woorden: zonder Brooks’ ‘tough love’ zouden de Yanks op 22 februari 1980 geen enkele kans hebben gehad tegen de ongenaakbare Sovjets. Die boodschap hameren de filmmakers Max Gershberg en Jacob Rogal er stevig in, terwijl ze de weg naar die allesbeslissende match afleggen en de voornaamste hoofdrolspelers op deze route eruit lichten. En dat met het verslaan van de ‘Soviet bastards’ ook het gedachtegoed van deze vijanden van de vrijheid onschadelijk zou worden gemaakt.

De ironie van dat idee – gezien de huidige ontwikkelingen in de Verenigde Staten – gaat volledig aan deze ronkende documentaire voorbij. In dat opzicht is het patriottische Miracle: The Boys Of ’80 inderdaad een typisch Amerikaanse film: met hun zogeheten ‘miracle on ice’ creëren de helden van weleer, stuk voor stuk aandoenlijke kerels overigens, een aantrekkelijk David & Goliath-verhaal dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al is een overwinning op het ‘evil empire’ zeker nog geen garantie voor goud.

The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father

Jackson Reffitt / DR Sales

Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024 loopt in het gezin van Guy Reffitt de verkiezingskoorts véél hoger op dan elders. De man des huizes zit in de gevangenis. Hij is veroordeeld vanwege zijn bijdrage, als supporter van president Donald Trump, aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Als Trump nu opnieuw wordt gekozen, krijgen ‘gijzelaars’ zoals Guy waarschijnlijk amnestie.

Niet alle leden van het Texaanse gezin zitten erop te wachten dat papa weer thuiskomt. Net als in veel andere Amerikaanse families heeft Trump voor tweespalt gezorgd bij de Reffitts. Guys linkse tienerzoon Jackson staat recht tegenover zijn vader, die behoort tot de gewelddadige rechtse anti-overheidsmilitie The Three Percenters. De FBI heeft Jackson zelfs geadviseerd om het ouderlijk huis in Wylie, Texas, te verlaten.

De spanningen tussen de twee zijn in 2021 al zo hoog opgelopen dat Guy z’n zoon heeft bedreigd en landverrader noemde. Waarna Jackson op zijn beurt de FBI heeft getipt op zijn vader. Dat is ook het startpunt voor The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father (53 min.), waarin Steffen Kretz moeder Nicole Reffitt, Jackson en zijn twee zussen Sarah en Peyton volgt in afwachting van de verkiezingsuitslag.

Nicole heeft zich in de jaren na Guys arrestatie opgeworpen als een vurige spreekbuis namens de zogeheten ‘J6’ers’, Jackson houdt vast aan de kritiek op zijn vader en zijn zussen zoeken de gulden middenweg in deze lastige familiesituatie. Zij proberen vooral het beeld van hun vader als een gewelddadige man te nuanceren. Tegelijk spreekt Peyton ook uit dat ze vindt dat Trump verantwoordelijk is voor 6 januari.

Intussen dreigen de Reffitts alles, waaronder ook hun huis, kwijt te raken. Er hangt dus nogal wat af van die verkiezingsuitslag, in dit boeiende portret van een Amerikaans gezin, dat model staat voor de oplopende spanningen in de Verenigde Staten. Op microniveau is te zien hoe wat ooit vanzelfsprekend één was nu van binnenuit wordt verscheurd. Totdat er veel meer is wat hen verdeelt dan wat hen bindt.

Als Trumps opponent Kamala Harris in 2024 zou zijn verkozen, dan zat Guy Reffitt nu nog gewoon in de Cimaron Prison te Oklahoma. Zoals bekend zal het anders lopen. Zijn zoon Jackson is alvast verhuisd naar een geheime locatie en heeft, typisch Amerikaans, maar een vuurwapen aangeschaft.

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

Breakdown: 1975

Netflix

Ooit wisten Amerikanen het min of meer zeker: aan het eind winnen ‘the good guys’. In 1975 is dat echter bepaald niet meer zo vanzelfsprekend. Enkele politieke moorden, Watergate en de Vietnamoorlog hebben geknaagd aan het zelfvertrouwen van de trotse natie, die het jaar erop precies twee eeuwen zal bestaan. En dat gevoel wordt weerspiegeld in Hollywood. ‘1975 was het beste jaar om mensen een film met een slechte afloop te geven’, stelt acteur/komiek Patton Oswalt in het aantrekkelijke essay Breakdown: 1975 (91 min.) van Morgan Neville. ‘Ze gingen er massaal naartoe.’

Naar de rampenfilms The Towering Inferno en The Poseidon Adventure. ‘Revenge-o-matics’ zoals het omstreden Charles Bronson-verhikel Death Wish. De Blaxploitation-hits Shaft, Super Fly en Sweet Sweetback’s Baadasssss Song. Paranoiathrillers zoals The Conversation, Three Days Of The Condor en The Parallax View. En, natuurlijk, de hits van ‘New Hollywood’, toen de gekken zogezegd even het gesticht mochten runnen en zwartgeblakerde klassiekers afleverden zoals One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Taxi Driver, Chinatown, All The President’s Men, Dog Day Afternoon en Network.

Aan de hand van de meest uitgesproken films van halverwege de jaren zeventig, slim met elkaar versneden en toegelicht door een combinatie van direct betrokkenen, beschouwers en liefhebbers zoals Martin Scorsese, Ellen Burstyn, Oliver Stone, Peter Biskind, Seth Rogen en Bill Gates doet Neville, via zijn verteller Jodie Foster, het verhaal van een samenleving die zogezegd in een ‘post-alles en pre-niets’-tijdperk verzeild was geraakt. Amerika bleek hard toe aan introspectie. Of, in de woorden van die tijd: de Verenigde Staten moesten gaan werken aan zichzelf. Tijd dus voor ‘De Mij-generatie’.

Breakdown: 1975 openbaart zich intussen als een film van grote ideeën, meeslepende verhalen en soms ook behoorlijk korte bochten. Gesitueerd in het jaar, waarin via een televisiepersonage zoals Archie Bunker (All In The Family), de Oscar-winnende documentaire Harlan County USA en de entree van de rozige tv-series Happy Days en Little House On The Prairie tevens de toekomst van Amerika zichtbaar begon te worden. In de vorm van pak ‘m beet cultuuroorlogen, een gedesillusioneerde arbeidersklasse en opperste nostalgie, het verlangen naar een land dat in werkelijkheid nooit had bestaan.

Het einde van dit kanteljaar in de Amerikaanse (film)historie werd natuurlijk ingeluid door – taada, tada, tada, tada, tada, taada! – Steven Spielbergs Jaws, de eerste van een lange rij blockbusters. Toen de beoogde recette in Hollywood definitief de overhand leek te krijgen op artistieke zeggingskracht. Tegelijk trok de Disney-versie van Amerika de zege naar zich toe. Ook de ‘goeien’ gingen dus weer winnen….

The Last Republican

Media Courthouse Documentary Collective

Samen met Liz Cheney is hij verworden tot de risee van zijn eigen partij. Niet alleen heeft het Republikeinse congreslid Adam Kinzinger begin 2021 vóór het opstarten van een afzettingsprocedure tegen de Amerikaanse president Donald Trump gestemd. Net als Cheney is hij nu ook toegetreden tot de commissie die de gebeurtenissen op 6 januari van dat jaar – de dag waarop het Capitool, op instigatie van zijn partijgenoot Trump, werd bestormd – officieel gaat onderzoeken.

Rond die tijd begint Steve Pink ook te filmen met The Last Republican (90 min.). De twee komen allebei uit de Amerikaanse staat Illinois, maar hebben verder niets met elkaar. Pink is een klassieke ‘liberal’, Kinzinger een conservatief. In andere tijden zouden ze elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Nu Donald Trump de Republikeinse partij echter volledig heeft overgenomen, zijn ze ineens veroordeeld tot elkaar – en gaan ze zowaar samen een film maken. Over het verval van de Amerikaanse democratie.

Dat gaat in het begin gepaard met enig wantrouwen, maar dat maakt al snel plaats voor een vertrouwelijke sfeer én humor. Wat had je dan verwacht? houdt Pink zijn hoofdpersoon bijvoorbeeld voor, als die weer eens met pek en veren is overgoten door zijn eigen partijgenoten. Het zijn Republikeinen. Uitroepteken. Kinzinger laat zich op zijn beurt ook niet onbetuigd over Pinks verrichtingen als filmmaker – diens Hot Tub Time Machine in het bijzonder – en blijkt over een gezonde dosis zelfspot te beschikken.

Adam Kinzinger is een klassieke conservatieve Republikein, een man die zijn liefde voor het partij-icoon Ronald Reagan nog altijd niet onder stoelen of banken steekt. Hij werd als jongetje al actief voor de partij (van zijn ouders), begon als tiener taferelen uit de Amerikaanse burgeroorlog te re-enacten en nam na 11 september 2021 direct dienst. Als piloot van de United States Air Force raakte hij betrokken bij de oorlogen in Irak en Afghanistan. Een volbloed patriot, kortom, met bovendien bona fide ‘pro life’-ideeën.

Die nochtans wordt uitgekotst door de mensen waar hij al z’n hele leven bij hoort. Vanwege zijn stem tégen Trump en het feit dat hij in die vervloekte onderzoekscommissie is gaan zitten. Niet uit vrije wil overigens, stelt hij tegenover Pink. Nancy Pelosi, de gewiekste leider van de Democraten in het Amerikaanse congres, heeft hem erin geluisd. Tijdens een televisie-interview kondigde Pelosi doodleuk aan dat ze hem zou gaan bellen, in de wetenschap dat hij dan geen nee meer kon zeggen.

The Last Republican biedt talloze van zulke interessante doorkijkjes. Over Kinzingers bijdrage aan de eerste hoorzitting van de commissie bijvoorbeeld, waarin hij enkele politieagenten toespreekt die gebutst en gehavend uit 6 januari zijn gekomen. ‘You guys won!’ houdt hij hen voor, woorden die hem even daarvoor blijken te zijn ingefluisterd door zijn echtgenote Sofia. Bij de gedachte aan wat die agenten hebben doorgemaakt op de dag dat de Amerikaanse democratie werd aangevallen, schiet Kinzinger zelf vol.

En daarmee maakt hij zichzelf tot een doelwit van volksopruiers zoals Tucker Carlson en Sean Hannity. Intussen stromen de bedreigingen permanent binnen, op kantoor en thuis, waar Sofia hun eerste kind verwacht. Met zijn principiële keuze vóór de democratie vervreemdt Kinzinger zich van vrijwel zijn complete natuurlijke omgeving. Zelfs enkele familieleden zien zich genoodzaakt om in een openbare brief afstand van hem te nemen. Het congreslid begint intussen steeds meer te ogen als een gewond dier.

Met deze meeslepende documentaire brengt Steve Pink de ontmanteling van de Amerikaanse democratie in beeld via één enkele man die daaraan weigert mee te werken. Hij toont tevens hoe dat ontluisterende proces doorwerkt bij Adam Kinzinger zelf, zijn directe familie en z’n medewerkers. Want de nasleep van 6 januari wordt behalve een maatschappelijke ook een persoonlijke tragedie. De relativerende humor van het duo Pink-Kinzinger houdt de ellende nochtans draaglijk en de film in balans.

De tijd zal leren of ook die andere Republikeinen ooit nog worden aangesproken op de keuzes die zij maakten in de nasleep van de bestorming van het Capitool.

The New Yorker At 100

Netflix

Al honderd jaar kan Ons Soort Mensen blind varen op The New Yorker, de plek voor baanbrekende onderzoeksjournalistiek, briljante korte verhalen, geestige columns, gezaghebbende recensies en nét iets te slimme cartoons. En daar zijn ze bij het New Yorkse opinieblad niet een klein beetje trots op ook. Samen maken ze niets minder dan hét tijdschrift voor de Amerikaanse elite. Herstel: de élite.

Bij zo’n jubileum hoort een documentaire waarin de historie wordt geëerd, successen nog eens worden gevierd en de eigen relevantie opnieuw, natuurlijk ten overvloede, wordt aangetoond. Die is er nu: The New Yorker At 100 (97 min.), een film van een gerespecteerde regisseur, Marshall Curry, die bovendien is ingesproken door een bekendheid die uitstekend aansluit bij de doelgroep, actrice Julianne Moore.

Verder steken trouwe lezers zoals Sarah Jessica Parker, Jon Hamm, Molly Ringwald en Jesse Eisenberg de loftrompet over het blad dat dwars tegen de tijdgeest in – en bepaald niet zonder succes – Intellectueel Amerika blijft bedienen. De huidige redactie onder leiding van David Remnick, sinds 1998 aan het roer als pas de vijfde hoofdredacteur in honderd jaar, toont bovendien hoe het jubileumnummer van februari 2025 tot stand komt.

Curry stuurt vaardig op en neer tussen heden en verleden en houdt daarbij ook halt bij enkele beeldbepalende publicaties en figuren – John Herseys essay over overlevenden van ‘Hiroshima’, de omstreden true crime-klassieker In Cold Blood van Truman Capote en Ronan Farrows #metoo-onthullingen over filmproducent Harvey Weinstein bijvoorbeeld – maar heel veel meer dan een vermakelijke terugblik en stavaza wordt dit nooit.  

The New Yorker At 100 doet ‘t vermoedelijk uitstekend bij Ons Soort Mensen, tijdens de onvermijdelijke festiviteiten ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan. Als artistiek verantwoorde zelffelicitatie, netjes ingebed in de democratische crisis waarin de VS zich nu bevinden en de pers nogal eens tot vijand van het volk wordt verklaard. En als stevige bodem voor de drankjes en hapjes die dan, al even onvermijdelijk, nog zullen volgen.

Life After

Together Films

Het heeft nogal wat voeten in de aarde als Elizabeth Bouvia in 1983 in haar rolstoel de rechtszaal in het Californische Riverside wordt binnengereden. De 25-jarige vrouw, die in haar dagelijks leven volledig afhankelijk is van de zorg van anderen, eist het recht op om te mogen sterven – om zichzelf, onder begeleiding, te mogen uithongeren. Deze aangekondigde dood zal haar door de rechter echter niet worden gegund.

In 1997 wordt Bouvia, liggend in bed, nog eens voor het televisieprogramma 60 Minutes geïnterviewd door Mike Wallace. Daarna verdwijnt ze van het toneel. Filmmaker Reid Davenport vraagt zich bij de start van Life After (99 min.) af of het boegbeeld van de right-to-die beweging nog leeft, hoe het haar sindsdien is vergaan en wat haar erfenis is. Hij heeft zelf een ernstige lichamelijke beperking en buigt zich in deze scherpe film over het zelfbeschikkingsrecht dat zij zo nadrukkelijk heeft opgeëist.

Davenport gaat de ongemakkelijke issues niet uit de weg. Want is de keuze voor de dood, die Bouvia wilde maken en die andere mensen met een lichamelijke beperking sindsdien hebben willen maken, werkelijk ingegeven door pijn of een gebrekkige kwaliteit van leven? In hoeverre spelen praktische overwegingen daarbij ook een rol? De Canadese euthanasiewet Medical Assistance In Dying (M.A.I.D.) is bijvoorbeeld inmiddels speciaal voor mensen met een lichamelijke beperking opengesteld.

Zorgt dat niet voor (extra) druk op hen? Michal Kaliszan, een man uit Ontario, ziet in euthanasie bijvoorbeeld ‘een uitweg’. Na de dood van zijn moeder lijkt zijn enige alternatief een in zijn ogen uitzichtloos leven in een instelling. Dan verkiest hij toch de dood, zegt hij stellig, de minste van twee kwaden. Voor Michael Hickson, een man die aan een periode in coma ernstige schade overhield, maken zijn artsen die keuze. Zijn vrouw Melissa is het daar helemaal niet mee eens. Ze hoort ’t echter pas een dag later.

De ontwikkelingen rond Dying With Dignity gaan tegenwoordig snel in Canada, vertellen direct betrokkenen, véél sneller dan in traditionele gidslanden zoals Nederland en België. Daarbij wordt er volgens hen ook gecommuniceerd dat zo’n zachte dood tot lagere zorgkosten kan leiden. Over perverse prikkels gesproken. ‘Je kunt geen menselijk lijden verhelpen door mensen te doden’, vindt professor Catherine Frazee van de universiteit van Toronto, die zelf in een rolstoel zit en zuurstof krijgt toegediend. 

Reid Davenport kamt het hele gebied rond euthanasie voor mensen met een lichamelijke beperking uit, waarbij onvermijdelijk ook de eugenetica en de Amerikaanse voorvechter Jack Kevorkian van het honoreren van doodswensen, de revue passeren. Het resultaat is een emancipatoire film, die opnieuw aanzet tot nadenken over ieders (?) recht om te sterven en die eindigt waar ie begon: bij de vrouw met het, volgens sommige Amerikaanse media, ‘useless body’: Elizabeth Bouvia. Waarom wilde zij nu écht dood?

Thoughts & Prayers

HBO Max

Never waste a good crisis! Al die dodelijke schietpartijen op Amerikaanse scholen – waar in wezen natuurlijk helemaal niemand op zit te wachten – hebben inmiddels wel voor een bruisende nieuwe bedrijfstak gezorgd. In de ‘active shooter preparedness industry’ gaat tegenwoordig al gauw drie miljard dollar om.

Vol verve brengen typisch Amerikaanse mannen – doorgaans oud-politiemensen, veteranen en handige ondernemers – hun nieuwe technologie, trainingsprogramma’s en producten aan de onderwijzer, leerling en ouder. Een door de overheid aanbevolen active shooter-game bijvoorbeeld. Skateboards, klaptafels en rugzakken die kunnen worden ingezet als kogelwerende barrière. En een robot als een valse aanvalshond.

Er moet natuurlijk ook massaal worden getraind – en geschoten – in deze volvette film van Zackary Canepari en Jessica Dimmock, die dezelfde branche opzoekt als de documentaires Bulletproof en The Bad Guy. En daarvoor zijn dan weer plastic machinegeweren, zelfklevende nepwonden en andere hebbedingetjes nodig. Want er is blijkbaar behoefte aan. En wie zijn deze ondernemers dan om daar niet aan te voldoen?

De boodschap is duidelijk en wordt er met behulp van gestileerde beelden, erg bombastische muziek en veelvuldig gebruik van slow motion vol verve ingeramd. Tussendoor vertellen Amerikaanse kinderen en tieners hoe zij kijken naar de industrie waarvoor zij een belangrijk, ja, doelwit zijn – en de huiveringwekkende wereld, van zeer reëel gevaar en een al even echte angstcultuur, die daarachter schuilgaat.

Soms lijken zij precies te verwoorden wat de filmmakers met deze docu willen zeggen. Als de voormalige groene baret Thrasher bijvoorbeeld heeft verteld dat al die ‘school shootings’ helemaal niets te maken hebben met het bezit van (automatische) wapens in de Verenigde Staten en alles met de mentaliteit van de mensen, faden Canepari en Dimmock hem weg en geven het woord aan een bedachtzaam tienermeisje.

Veel mensen vinden hun eigen recht om een wapen te bezitten het allerbelangrijkst, stelt zij verontwaardigd. ‘Dus mij een zorg als jij in je klas wordt neergeschoten.’ Haar klasgenoot, die naast haar in het lokaal heeft plaatsgenomen, benadrukt vervolgens nog maar eens hoe zijn land daarmee afwijkt van de rest van de wereld: ‘Het is de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen in dit land. Dat is toch absurd.’

En die absurditeit is precies wat deze documentaire nog eens vol in de schijnwerper wil zetten. Ten overvloede, zou je kunnen zeggen. Alleen de politici, die categorisch weigeren om iets te doen aan ‘school shootings’ en die elke nieuwe wapenwet torpederen, schitteren ditmaal door afwezigheid. Terwijl dat er nog maar aan ontbrak: hun obligate, schijnheilige en volstrekt gratuite Thoughts & Prayers (84 min.).

Free Leonard Peltier

The Film Collaborative

Dat hij op die 26e juni 1975 op de Pine Ridge Indian Reservation in South Dakota op FBI-agenten heeft geschoten, geeft Leonard Peltier toe. Het was volgens hem zelfverdediging. Dat hij de agenten Ronald Williams en Jack Coler in koelen bloede heeft geëxecuteerd, ontkent de ‘Native American’ echter ten enen male. ‘Ik heb nog nooit in mijn leven iemand vermoord’, stelt Peltier, inmiddels begin tachtig. Hij zit al een halve eeuw in de gevangenis. Volgens zijn achterban is hij de langstzittende politieke gevangene van de Verenigde Staten – en een exemplarisch voorbeeld van hoe Amerika z’n inheemse bevolking behandelt.

In Free Leonard Peltier (108 min.) lichten Jesse Short Bull en David France de pijnlijke zaak, die in 1992 al eens werd behandeld in Michael Apteds klassieke documentaire Incident At Oglala, nog eens helemaal door. Daarvoor zoomen ze eerst uit: naar hoe de troosteloze situatie van de oorspronkelijke bewoners van de VS, die steeds opnieuw zijn bedrogen door ‘de witte man’ en ondertussen werden verdreven naar reservaten, begin jaren zeventig noopt tot actie. De belangenorganisatie AIM (American Indian Movement) begint zich te manifesteren met de zogeheten Trail Of Broken Treaties, organiseert een protestactie in het omstreden Bureau Of Indian Affairs en bezet 71 dagen lang Wounded Knee, een plek waar ruim tachtig jaar eerder een enorm bloedbad werd aangericht.

Als het in 1975 tot een dodelijke schietpartij komt bij Pine Ridge – de dood van de ‘Native American’ Joe Stuntz leidt overigens nooit tot vervolging – worden er drie inheemse activisten gearresteerd. Dino Butler en Bob Robideau beroepen zich op zelfverdediging en worden vrijgesproken. Leonard Peltier krijgt echter levenslang – hoewel er nauwelijks bewijs is tegen hem. Daarbij weegt zwaar dat zijn eigen vriendin Myrtle Poor Bear een getuigenverklaring tegen Peltier heeft afgelegd. Één probleem daarbij: Leonard kent Myrtle helemaal niet. Hij verdwijnt desondanks achter de tralies. De ongerijmdheden in deze zaak zullen in de navolgende decennia nog veel aandacht krijgen in de media. Tot vrijlating komt ‘t, ook door aanhoudende protesten vanuit de FBI, echter nooit.

Short Bull en France zetten deze tragische geschiedenis netjes op een rij, met gebruik van split screen en bezwerende inheemse muziek, en sluiten verder aan bij een nieuwe poging van de gedreven activisten Holly Cook Maccaro en Nick Tilsen om Peltier, die inmiddels bijna vijftig jaar vastzit en allerlei gezondheidsproblemen heeft, alsnog vrij te krijgen. Ze hopen president Joe Biden begin 2025 te bewegen om in de allerlaatste dagen en uren van zijn ambtstermijn alsnog amnestie te verlenen aan dit icoon van hun gemeenschap. Dan krijgt deze historische documentaire, die nog wat traag op gang is gekomen, ineens ook een enorme emotionele lading. ‘Ik ben verdomme een strijder’, zegt Peltier vanuit de gevangenis fel tegen Maccaro. ‘Ik ga nu echt niet opgeven!’

Free Leonard Peltier is begin 2025 in première gegaan op het Amerikaanse Sundance Film Festival, maar heeft sindsdien, vanwege nieuwe ontwikkelingen in de zaak, een ander, zeer aangrijpend slot gekregen. En, met een beetje geluk, wordt de vertoning van deze cruciale film over een schandvlek in Amerika’s geschiedenis, net als onlangs op het International Documentary Festival Amsterdam, ingeleid door Leonard Peltier zelf, een man met een broos lichaam, maar nog altijd met een roestvrijstalen wil. ‘We hebben jullie hulp nodig in dit gevecht’, houdt hij de kijker dan voor, recht in de camera kijkend. ‘Één allerlaatste gevecht.’

Flana

Karada Films

Waar is mijn vriendin? Ruim twintig jaar na dato vraagt de Iraakse actrice en filmmaakster Zahraa Ghandour zich dit nog altijd af. Haar tienjarige buurmeisje Nour werd in 2001 huilend meegenomen. Zahraa zag ’t door een raam van de huiskamer gebeuren. Ze heeft haar sindsdien nooit meer gezien. Nour is een Flana (87 min.) geworden. Een vergeten, naamloze vrouw.

Samen met haar ongetrouwde tante Hayat, een vroedvrouw die zowel Nour als haar ter wereld heeft gebracht, buigt de Iraakse filmmaakster zich in deze persoonlijke film over waarom meisjes en vrouwen zo weinig waarde lijken te hebben in Irak. Aanstaande ouders hopen met heel hun hart op een jongetje. Een meisje wordt doorgaans met stilzwijgen begroet. Een gevoel van verwrongen rouw.

Nour werd geboren bij Hayat thuis. ‘Toen haar moeder aan het bevallen was, vertelde ze dat haar echtgenoot tegen haar had gezegd: als je een meisje krijgt, kom dan niet bij me terug’, herinnert tante zich. ‘Dan scheid ik van je.’ En dus liet ze het kind achter bij Hayat, met de belofte dat zij snel zou worden opgehaald. Niet dus. Toen een kinderloos stel later het geschrei van Nour hoorde, wilde dat de baby adopteren.

Daarmee was het leed echter nog niet geleden. Uiteindelijk verdween van Nour dus elk spoor. In de zoektocht naar haar vriendin stuit Ghandour op een andere beschadigde vrouw. Laïla. Net als andere ‘flana’ heeft zij de koude schouder van het huidige Irak leren kennen. Ooit konden vrouwen er frank en vrij leven, weet tante Hayat zich nog te herinneren. Maar ergens onderweg is hun land veranderd.

Ghandour begeleidt haar tocht door die vijandige wereld met een persoonlijke voice-over, gericht aan Nour. ‘Ik blijf zoeken’, zegt ze bijvoorbeeld, bij beelden van meisjes die voor contant geld lijken te dansen. ‘Ik vind anderen. Slachtoffers. Die zichzelf elke nacht verliezen in deze geschifte stad.’ Ze noemt ze bij naam: ‘Dalia. Raghad. Duha. Mariam. Aya. Mery. Lina. Zainab. Hiba. Te veel om op te noemen.’

Met haar geladen film vraagt Ghandour aandacht voor alle naamloze vrouwen, die tussen de kieren van deze patriarchale samenleving verdwijnen. Elke week wordt er ook wel één meisje vermoord. En als de dader een mannelijk familielid blijkt te zijn, kan die zowaar z’n straf ontlopen. Ongedocumenteerde meisjes zoals Nour kunnen dus ook ineens verdwijnen. Zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Connected

SkyShowtime

Als de Russische oppositieleider Aleksej Navalny begin 2021 wordt gearresteerd, kiest de man die hem al jaren openlijk steunt, Dmitry Borisovitsj Zimin, de vlucht naar voren. Hij verlaat zijn geboorteland en zal er ook nooit meer terugkeren. Binnen een jaar is ‘Dim’ er zelfs helemaal niet meer. De bijna negentigjarige oprichter van de telecomgigant VimpelCom, het eerste Russische bedrijf op de beurs van New York, heeft voor een zachte dood gekozen, op zijn eigen voorwaarden.

In de interessante documentaire Connected (105 min.) van Vera Krichevskaya vertelt zijn veel jongere vriend en compagnon Augie Fabela hun verhaal. Samen gingen ze halverwege de jaren negentig, toen de Sovjet-Unie uiteen was gevallen en de aartsvijanden van de Koude Oorlog toenadering zochten tot elkaar, met hun startup naar de beurs. De Rus Zimin en de Amerikaan Fabela, een kind van Mexicaanse en Colombiaanse immigranten, werden vrienden voor het leven.

Later kregen ze met hun bedrijf te maken met nietsontziende Russische criminelen, die uit waren op hun geld, en werden ze geconfronteerd met een nieuwe autocratische leider, Vladimir Poetin, en de corrupte clan die zich daaromheen verzamelde. Rusland begon, op een totaal andere manier, net zo’n totalitaire staat te worden als de Sovjet-Unie. Zimin trok er zijn conclusies uit. Hij verliet de business en besloot zijn aanzienlijke fortuin beschikbaar te stellen voor goede doelen.

Met deze terugblik op zijn opmerkelijke leven belicht Krichevskaya tevens de geschiedenis van de Sovjet-Unie en Rusland. In 1935 werd Zimins vader gearresteerd. Hij zou sterven in een strafkamp. Na de dood van de destijds almachtige leider Jozef Stalin in 1953, ontving zijn familie zowaar een rehabilitatieformulier. Dims moeder kreeg ook nog enkele maanden salaris van haar echtgenoot overgemaakt. ‘Ik weet niet of het tragisch was, of een farce’, herinnerde hun zoon zich later.

Het lot van zijn vader zou een enorme vastberadenheid losmaken in Dmitry Zimin. ‘We zullen nooit ergens komen’, hield de man, die ooit werd opgeleid als ingenieur en jarenlang werkzaam was in het militair-industriële complex, zijn gehoor voor tijdens een speech in 2011, ‘als we geen respect ontwikkelen voor afwijkende meningen.’ En daaraan zal hij ook het finale deel van zijn leven wijden, bezegeld met een allerlaatste reis met zijn vrouw Maya op hun zeiljacht.

En daar komt Augie, die op latere leeftijd zowaar politieagent is geworden, hem natuurlijk opzoeken. Ook bij hem kruipt het bloed waar ’t niet gaan. Als Rusland Oekraïne binnenvalt, kort na Dims dood, komt Fabela in actie – vast ook om zijn hartsvriend te eren.

Secret Mall Apartment

Secret Mall Apartment

Een kunstproject, protestactie, sociaal initiatief en uit de hand gelopen grap ineen. Het idee van Michael Townsend en enkele andere kunstenaars om in 2003 een Secret Mall Appartment (91 min.) te openen krijgt al snel de contouren van een onvervalst en onweerstaanbaar jongensboekverhaal.

De komst van een kolossaal winkelcentrum in het hart van de Amerikaanse stad Providence is hen een doorn in het oog geweest. Providence Place, geopend in augustus 1999, moet de stad weer aantrekkelijk maken voor een koopkrachtig publiek, maar is ook ten koste gegaan van de culturele enclave Fort Thunder, waar jonge kunstenaars en alternatieve muzikanten een thuis hadden gevonden. Een projectontwikkelaar koopt de vrijhaven op en laat die in 2002 slopen.

Een jaar later nemen Townsend en de zijnen wraak. Ze vinden een tussenruimte van zo’n 75 vierkante meter in het protserige winkelcentrum en beginnen daarin te verblijven. Het is zomaar een onbezonnen idee. Langer dan een week zal ‘t niet duren. Dat is echter buiten hun eigen vindingrijkheid gerekend – en het volstrekt onpersoonlijke karakter van zo’n winkelkolos. Het wilde plan wordt gekker en gekker. Ze documenteren de hele onderneming met kleine consumentencameraatjes.

Die totaal onwerkelijke beelden vormen de basis voor deze heerlijke documentaire van Jeremy Workman, waarin de direct betrokkenen met overduidelijk plezier terugkijken op het bizarre avontuur dat ze met elkaar zijn aangegaan. Om dit verhelderen hebben ze zowel een maquette van het winkelcentrum als een levensechte replica van het appartement gemaakt. De ruimte waar ze zo’n vier jaar hebben vertoefd, wordt zo weer tastbaar gemaakt. Want in gelul kan je nu eenmaal niet wonen.

Secret Mall Appartment wordt intussen ook een portret van Michael Townsend, een bevlogen kunstenaar en docent die in de periode van het appartement tevens sociale projecten met tapekunst opzet in zorginstellingen en de dragende kracht van een 911-kunstproject is. Het geheime appartement lijkt zijn meesterzet, een kunstwerk dat is opgebouwd uit allerlei kringloopspullen, een zelfgemaakte muur van betonblokken en de dringende behoefte om een punt te maken.

Tegen gentrificatie en de vercommercialisering van de hedendaagse maatschappij. Voor creativiteit, doorzettingsvermogen en eigenzinnigheid. En over de waarde van kunst.

Stiller & Meara: Nothing Is Lost

Apple TV+

Samen met zijn acterende oudere zus Amy is de Amerikaanse acteur, komiek, regisseur en producent Ben Stiller druk doende met het ontruimen van het appartement van hun ouders, Jerry Stiller en Anne Meara. Zij braken in de jaren zestig, via optredens in het populaire televisieprogramma The Ed Sullivan Show, door als het komische duo Stiller & Meara en waren later ook los van elkaar succesvol. Zij als serieuze actrice, hij als het populaire personage Frank Constanza in de comedy Seinfeld. Meara overleed in 2015, Stiller vijf jaar later. Vrijwel hun hele leven, in totaal ruim zestig jaar, waren ze bij elkaar – al was dat lang niet altijd gemakkelijk.

De egodocu Stiller & Meara: Nothing Is Lost (98 min.) past in de Hollywood-traditie van kinderen die in de voetsporen van hun ouder(s) treden en daar dan een film over maken. Robert De Niro portretteerde senior, Robert Downey Jr. ook. En Law & Order-ster Mariska Hargitay zocht onlangs in een zeer fraaie documentaire naar haar moeder Jayne Mansfield. Net als zijn collega’s maakt Ben Stiller via zijn ouders ook een film over zichzelf, in het bijzonder over de parallellen tussen het huwelijk van zijn ouders en zijn eigen relatie met de actrice Christine Taylor. Die leek in 2017 op de klippen te zijn gelopen, maar werd enkele jaren later toch weer in ere hersteld.

‘Jerry, ik weet niet waar de act eindigt en het huwelijk begint’, zei Stillers moeder Anne ooit tegen Bens vader, met de scherpe tong die ook schade kon aanrichten. Toen ze een sketch over een ruziënd koppel oefenden, kwam dochter Amy eens binnen. Die legden ze uit: mama en papa zijn nu aan het repeteren. Enkele weken later was ‘t echt prijs. Amy kwam opnieuw binnen en wist ‘t zeker: mama en papa zijn aan het repeteren. Nee, zeiden die: mama en papa hebben ruzie. Hoe ‘t werkelijk zat? Hun kinderen ‘Benji’ en Amy zijn de draad een beetje kwijtgeraakt. Daarom maken we ook deze documentaire, zeggen ze tegen elkaar, zittend in de woonkamer van hun ouders.

De relatie tussen de tegenpolen Jerry Stiller en Anne Meara was in elk geval stormachtig. Hij moest keihard werken om te floreren, bij haar kwam ’t meer van nature. Zij haalde haar neus alleen een beetje op voor comedy. En allebei hadden ze een verleden om te vergeten – of, op de één of andere manier, in hun werk te verwerken. Hun kinderen kregen, ongevraagd, ook een plek in het publieke leven van hun ouders. Zo moesten Amy en Benji begin jaren zeventig bijvoorbeeld een muzikaal optreden geven in The Mike Douglas Show. ‘Relax’, zegt hun moeder, zogenaamd bemoedigend, op de toch wat pijnlijke beelden. ‘Er kijken maar dertig miljoen mensen.’

Met de wijsheid van nu probeert hun zoon hun levens en relatie te vatten. Hij kan daarbij terugvallen op het monnikenwerk van zijn vader, die alles filmde en opnam, bewaarde en documenteerde. Dit verzoenende nepoportret is dus rijk aan kijkjes achter de schermen bij de Stillers. Van twee – nee: vier – levens die tot elkaar waren veroordeeld. ‘Kinderen van acteurs hebben zo hun issues’, zegt Bens dochter Ella Stiller, die net als haar broer Quin zelf ook in Hollywood is beland, niet zonder ironie tegen haar vader. ‘Het fijne van jou is dat je zowel de acterende ouder als het kind van acteurs bent. Dat heb ik niet met mama. Die is alleen acteur.’

We Are Fugazi From Washington, D.C.

Fugazi

Als nu één groep het punkprincipe Do It Yourself heeft uitgedragen, dan is ‘t Fugazi (1987-2002). De post-hardcoreband uit Washington D.C. deed z’n eigen management, bracht met Dischord Records zelf platen uit en hield bij optredens een open deurbeleid aan: iedereen die opnames wilde maken was welkom. Met deze fanvideo’s, inclusief de bijbehorende flyers en posters, is een heel aardig bandjesfilm te maken, die op z’n Do It Yourselfs ook daadwerkelijk is gemaakt door Joe Gross, Jeff Krulik en Joseph Pattisall: We Are Fugazi From Washington, D.C. (96 min.).

Tussen opwindende uitvoeringen van publieksfavorieten zoals Song #1, Bulldog Front en Waiting Room door geven zij het woord nu eens niet aan de bandleden, maar aan de filmers van dienst. En die hebben destijds, voor of na een show, ook wel eens een interviewtje gedaan. ‘Als ik bakker was, zou ik brood bakken voor mensen die honger hebben’, vertelt Fugazi- en straight edge-boegbeeld Ian MacKaye dan bijvoorbeeld aan Sean Capone, die destijds z’n eigen queerzine runde. ‘Als ik timmerman was, zou ik huizen bouwen voor daklozen. Als muzikant kan ik mensen ondersteunen die dat soort werk doen.’

Want Fugazi was een band met een uitgesproken links gedachtengoed. Voor een concert werden er soms tekstvellen verspreid onder het publiek, zodat iedereen goed meekreeg wat ze te melden hadden. Uit data die fan Carni Klirs heeft gevisualiseerd blijkt bijvoorbeeld ook hoeveel geld de band heeft opgehaald voor goede doelen. Eerst en vooral is dit echter een verzameling dampende live performances, waarbij de band speelt alsof z’n leven ervan afhangt, er nauwelijks een barrière lijkt te bestaan tussen podium en publiek en iedereen die lomp stagedivet direct tot de orde wordt geroepen.

Fugazi had zonder enige twijfel helemaal binnen kunnen lopen, maar weigerde consequent om compromissen te sluiten. En dus bleef ‘t bij zo’n honderd songs, duizend shows en onvergetelijke herinneren. Aan een tijd dat de wereld, de muziekbusiness en het clubcircuit wel zo overzichtelijk waren. Je deugde – of niet.

The Alabama Solution

HBO Max

Nergens in de Verenigde Staten sterven er zoveel gedetineerden door een overdosis, worden er zoveel moorden gepleegd en zijn er zoveel zelfdodingen als in de gevangenissen van Alabama. Niet dat het Amerikaanse publiek daar doorgaans veel van meekrijgt. Het hooggerechtshof heeft bepaald dat gevangenisdirecteuren journalisten kunnen weigeren als de veiligheid of beveiliging in het geding komt. En dus bereikt in de regel alleen de officiële werkelijkheid de buitenwereld.

Als filmmaker Andrew Jarecki, die eerder de documentaireklassiekers Capturing The Friedmans en The Jinx maakte, in 2019 mag filmen bij een feestelijke barbecue in de Easterling Correctional Facility, wordt hij stiekem benaderd door gedetineerden. Ze willen graag de achterkant van The Alabama Solution (114 min.) laten zien: ernstige misstanden. De cellen zitten overvol, terwijl de gevangenisstaf volstrekt onderbezet is. Ze leven in ronduit erbarmelijke omstandigheden, waarbij geweld onvermijdelijk is.

Samen met coregisseur Charlotte Kaufman komt Jarecki al snel de ernstige mishandeling van Steven Davis op het spoor. Hij is zelfs afgevoerd naar het ziekenhuis. Eenmaal daar aangekomen blijkt Davis echter al te zijn overleden. Hij zou een bewaarder hebben aangevallen en is daarna flink aangepakt. Zijn familie heeft ernstige twijfels bij de officiële lezing van de feiten en wordt daarin bijgevallen door enkele medegevangenen van Steven, die al een tijd ijveren voor gevangenishervormingen.

Raoul Poole, Robert Earl Council en Melvin Ray hebben afstand genomen van hun criminele verleden, zijn in de wetboeken gedoken en vormen tegenwoordig de Free Alabama Movement. Zij leggen met hun mobiele telefoons consequent de abominabele leefomstandigheden in de gevangenissen van hun staat vast. Daaraan zit ook een prijs: de gevangenisleiding probeert hen het leven onmogelijk te maken. Want de manier waarop gevangenissen in Alabama worden gerund, moet beschermd worden.

En dat lijkt – over perverse prikkels gesproken – niet geheel los te staan van de economische waarde die gedetineerden vertegenwoordigen. Zij worden stelselmatig ingezet als goedkope arbeidskrachten, ook buiten de gevangenismuren. Tegelijk krijgen steeds minder gedetineerden hun ‘parole’ toegekend. ‘Ze vertrouwen me het werken in de gemeenschap toe’, klaagt Poole. ‘Maar ze vertrouwen me dan weer niet genoeg om me voorwaardelijk in vrijheid te stellen, zodat ik naar huis kan om bij mijn familie te zijn.’

Dit schotschrift tegen de Amerikaanse gevangenis(industrie), in de loop van ruim tien jaar gefilmd, agendeert deze kwestie overtuigend. De beelden van structurele misstanden – van eenzame opsluiting tot buitensporig geweld – spreken in dat verband voor zich. Zoals ook het onderzoek naar de verdachte dood van Steven Davis toch wel heel veel vragen oproept, in het bijzonder over de getuigenverklaring van zijn celgenoot James Sales, die maar niet overtuigend worden beantwoord door de autoriteiten.

Hoewel The Alabama Solution waarschijnlijk niet zo’n klassieker wordt als Jarecki’s eerdere werk – daarvoor borduurt deze pijnlijke film toch te nadrukkelijk voort op eerdere gevangenisdocu’s – is de boodschap onontkoombaar: de kwaliteit van een samenleving is ook af te meten aan hoe humaan die omgaat met de leden die erbuiten zijn geplaatst.

The World According To Dick Cheney

Showtime

Het hele lijstje vragen wordt zonder problemen afgewikkeld. Zijn belangrijkste karaktereigenschap? Integriteit. Wat hij het meest waardeert in vrienden? Eerlijkheid. Zijn favoriete eten? Spaghetti. En dan valt ie toch even stil, de man die alles zo zeker weet. Bij de vraag wat zijn grootste fout is. ‘Daar denk ik eerlijk gezegd niet zoveel over na, moet ik eerlijk bekennen.’ En dan kan The World According To Dick Cheney (109 min.) daadwerkelijk van start.

Iedereen die vluchtig aan ‘de machtigste vicepresident die de Verenigde Staten ooit hadden’ denkt, roept bij die vraag waarschijnlijk meteen: de Amerikaanse inval in Irak. De respons van president George W. Bush op de terroristische aanslagen van 11 september 2001 – naar verluidt ingefluisterd door Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld, die nog een appeltje hadden te schillen met de Iraakse leider Saddam Hoessein – liep uit op een bloedige oorlog.

Gedrieën zouden ze zich ontwikkelen tot de kop van Jut voor links Amerika, de hardliners die hun land in alwéér een nodeloze oorlog hadden gestort, op basis van nepbewijs rond Hoesseins vermeende ‘weapons of mass destruction’. Intussen hadden ze in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib en het strafkamp Guantanamo Bay ook nog alle mogelijke mensenrechten geschonden bij krijgsgevangenen. ‘Het was belangrijker om succesvol te zijn dan geliefd’, zegt Cheney over de periode na 911.

Op die turbulente jaren ligt vanzelfsprekend ook de nadruk in deze gedegen film van R.J. Cutler (A Perfect CandidateBelushi en Billie Eilish: The World’s A Little Blurry) uit 2013, waarin behalve de Republikeinse mastodont zelf ook zijn vrouw Lynne, enkele politieke vertrouwelingen en gezaghebbende duiders zoals Bob Woodward, Ron Suskind en Jo Becker aan het woord komen. Zij schetsen een politieke loopbaan waarin het doel vrijwel altijd de middelen lijkt te rechtvaardigen.

En ook zijn trouwe vriend Don Rumsfeld ontbreekt niet in dit politieke portret, waarvoor acteur Dennis Haysbert als verteller fungeert. Zij trokken al samen op in de regering van Richard Nixon, vormden later de zogeheten ‘Praetorian Guard’ van diens opvolger Gerald Ford (die tijdens het beschermen van de president zelf ook aanzienlijke macht verwierf) en fungeerden als kloppend hart van het kabinet van George W. Bush, dat hen tot Amerika’s meest gehate mannen zou maken.

In de halve eeuw voordat Donald Trump de macht greep in zijn partij speelde Dick Cheney (1941-2025) eigenlijk bij elke afzonderlijke Republikeinse regering een sleutelrol. En tussendoor was hij ook nog enkele jaren CEO van de oliegigant Halliburton. Een man met macht, statuur en tegenstanders. Het vertrouwde gezicht van (oer)conservatief Amerika, dat zelf vast ook niet had kunnen bedenken dat hij zich ooit niet meer thuis zou kunnen voelen binnen de Republikeinse partij.

Toch is dat precies wat er in de afgelopen jaren is gebeurd: in navolging van zijn dochter Liz, prominent congreslid, heeft Dick Cheney zich als ‘wise old man’ van de Republikeinse partij publiekelijk afgekeerd van de huidige president Trump. De twee hadden nochtans een gemeenschappelijke vijand: James Comey, de man die als onderminister van Justitie vicepresident Cheney de voet dwars zette, werd later als FBI-directeur een gezworen vijand van Donald Trump.

Die heeft de huidige minister van Justitie onlangs opgedragen om Comey te laten vervolgen. En daar scheiden de wegen van de Republikeinse kopstukken. Want zulke acties lijken zelfs voor een ijzervreter zoals Dick Cheney toch echt een brug te ver.

Draw For Change!

Clin D’oeil Fims

Zes verschillende vrouwen in zes verschillende landen. Syrië, Mexico, Rusland, India, Egypte en de Verenigde Staten. Met hun cartoons opereren zij aan de frontlinie van het vrije woord. Daar binden ze onversaagd de strijd aan met de vernietigingsdrang van Assad en Poetin, vrouwenhaat en femicide, huiselijk geweld, een religieus bewind dat geen tegenspraak duldt, de lange arm van de Moslimbroederschap en de wankelende Amerikaanse democratie (via een overigens nogal afwijkend college staatsrecht).

De cartoonisten Amany Al-Ali, Mar Maremoto, Victoria Lomasko, Rachita Taneja, Doaa el-Adl en Ann Telnaes zetten hun eigen persoonlijke veiligheid en die van hun geliefden op het spel om gebruik te kunnen maken van de vrijheid van de meningsuiting. Deze zes moedige vrouwen worden in Draw For Change! (322 min.), een zesdelige documentaireserie van de Belgische showrunners Vincent Coen en Guillaume Vandenberghe, geportretteerd door zes – ik bedoel: zeven – vrouwelijke filmmakers.

Alisar Hasan & Alaa Amer, Karen Vazquez Guadarrama, Ana Mosienko, Sama Pana, Nada Riyadh en Laura Nix tekenen de zes cartoonisten, natuurlijk ook met behulp van hun tot leven gewekte tekeningen en de reacties die deze oproepen, op in gloedvolle kleuren en schetsen tevens de grauwe wereld waarbinnen zij opereren. Vrouwen in wat ooit werd beschouwd als een mannenberoep. Feministen. Die in hun persoonlijk leven willen gaan trouwen, dealen met een dominante vader of worden lastiggevallen.

Samen agenderen zij het belang van persvrijheid, hoe die op diverse plekken in de wereld in het geding is en wat daarvan de consequenties zijn voor hen, de vrouwen die zich in het openbaar doen gelden. Die gevolgen laten zich raden: intimidatie, bedreiging (ook van hun naasten) én juridische procedures. Enkele cartoons van Rachita Taneja liggen in India bijvoorbeeld zo gevoelig dat ze een gevangenisstraf van zes maanden riskeert. Taneja’s advocaat raadt haar zelfs af om ze te laten zien in Draw For Change!.

Intussen zet deze zesdelige serie de schijnwerper op zes dappere vrouwen die blijven spreken, liefhebben, twijfelen, zwijgen, provoceren, tandenknarsen, bang zijn, grappen maken, zichzelf censureren en – ondanks alles – tekenen. In zes uiteenlopende verhalen over het belang van het vrije tekenen.

The Devil Is Busy

HBO Max

Als er een kloppend hartje is te zien op de echo, kunnen ze in Georgia niets voor een zwangere vrouw doen. Dat mogen ze niet. Sinds het Amerikaanse hooggerechtshof in 2022 het federale recht op abortus schrapte, kan elke staat z’n eigen regels bepalen. In sommige delen van het land, zoals in de Zuidelijke staat Georgia, is het daardoor voor vrouwen veel moeilijker, zo niet onmogelijk, geworden om een abortus te krijgen.

De telefoniste van het feministisch gezondheidscentrum voor vrouwen in Atlanta vindt ‘t ‘hartverscheurend’ om vrouwen nee te verkopen, vertelt ze in The Devil Is Busy (32 min.). Zij moet hen doorverwijzen naar een andere Amerikaanse staat. Als het vruchtzakje leeg is, mogen ze de zwangerschap nog wel onderbreken. De meeste vrouwen weten dan alleen nog helemaal niet dat ze in verwachting zijn.

Georgia’s verbod om een zwangerschap na zes weken af te breken komt volgens de dienstdoende gynaecoloog in de praktijk dus neer op een totaalverbod op abortus. ‘Ik had nooit kunnen nemen bedenken dat ik 25 jaar geleden meer rechten zou hebben dan mijn dochter nu’, vult de echoscopist van de abortuskliniek aan, terwijl ze onderzoekt of de vrouw op haar behandeltafel de zes wekengrens al heeft bereikt.

Het gelovige hoofd beveiliging Tracii, de verbindende schakel in deze interessante korte documentaire van Christalyn Hampton en Geeta Gandbhir, heeft ’t er intussen ook druk mee. De kliniek wordt permanent belaagd door demonstranten. ‘Waarom kies je ervoor om een onschuldig kind te vermoorden?’ roept één van hen door een microfoon naar de vrouwen, die zich daar, al dan niet met hun partner, melden voor hulp.

Tracii heeft weinig begrip voor de antiabortusactivisten. Één van hen, Jason, heeft bijvoorbeeld in de gevangenis gezeten omdat hij had geprobeerd om een zwarte kerk in brand te steken. ‘Ik vroeg hem ooit: hoe kun jij mensen naar de hemel of hel sturen alsof die van jou zijn? Hij zei: ik heb berouw getoond, God heeft me vergeven.’ Ze is er nog altijd beduusd van. ‘Dus daarom denk je nu dat je anderen mag veroordelen?’

Het Complot

EO

Bloemen leggen op een begraafplaats. Het lijkt een liefdevolle daad. In het Zuid-Hollandse dorp Bodegraven krijgt dit ritueel in 2020, als het Coronavirus Nederland in z’n greep neemt, echter een zeer unheimisch karakter. De bloemen zijn bedoeld voor misbruikte en vermoorde kinderen, die daar stiekem zouden zijn begraven. En de leggers ervan, uit het hele land overgekomen, hebben zich laten aansporen door een complottheorie, op basis van hervonden herinneringen, waarvoor geen enkel bewijs is. Toch grijpt die in de krochten van het internet wild om zich heen.

In de fascinerende vierdelige serie Het Complot (175 min.) onderzoekt Joost Engelberts, die eerder ook de intrigerende podcast Onland maakte, hoe de wilde beschuldigingen van één enkele inwoner, de inmiddels in het buitenland woonachtige Joost Knevel, over Satanisch Ritueel Misbruik (SRM) door notabelen van Bodegraven konden uitmonden in intimidatie, bedreigingen en fundamenteel wantrouwen tegenover de Nederlandse overheid. Hij belandt zo in de unheimische wereld van notoire complotdenkers zoals Micha Kat en Wouter Raatgever, die het vuur in hun eigen Red Pill Journal telkenmale blijven oppoken.

Engelberts spreekt ook met Knevel zelf, die van de rechter voortaan zijn mond moet houden over deze gevoelige kwestie. Hij is er echter niet op uit om nu hém aan de schandpaal te nagelen, maar wil oprecht begrijpen waar Knevels beschuldigingen vandaan komen en hoe die konden leiden tot een naargeestige samenzweringstheorie. Engelberts kijkt daarna ook voorbij Bodegraven: naar de angst van bepaalde christelijke stromingen voor de Duivel, de ‘Satanic Panic’ die de Verenigde Staten ooit in z’n greep kreeg en hoe onverantwoord media, ook in Nederland, soms berichten over vermeend grootschalig kindermisbruik.

Het kost Engelberts moeite om mensen te vinden die hem te woord willen staan over dit gevoelige thema. Menigeen wil daar zijn vingers liever niet aan branden. Christiaan van der Kamp, de voormalige burgemeester van Bodegraven, en Johan, een dorpsbewoner wiens overleden broer onterecht in verband werd gebracht met Satanisch Ritueel Misbruik, stemmen uiteindelijk wel in met een gesprek. En gaandeweg, als hij uitzoomt naar het grotere thema van complotten over kindermisbruik, komen daar een officier van justitie, rechercheurs, therapeuten, theologen, een Amerikaanse podcastmaakster én enkele SRM-gelovers bij.

Samen met hen waadt Engelberts, die het onderzoek aanstuurt met zijn betrokken vertelstem, behoedzaam door een moeras waarin ‘t makkelijk verdwalen of verzuipen is. Hij kijkt bijvoorbeeld naar de oorsprong van complottheorieën over ritueel kindermisbruik, die al duizenden jaren steeds weer de kop lijken op te steken. Nog niet zo lang geleden ook in Nederland, waar therapeuten werden beïnvloed door Amerikaanse verhalen over seksueel misbruik en de Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS), die daarmee soms wordt geassocieerd. Twee vrouwen vertellen bijvoorbeeld hoe zij tijdens hun behandeling pijnlijke ‘herinneringen’ hervonden.

Bij cases rond SRM is er vaak sprake van omgekeerde bewijslast, laat Engelberts tevens zien. Want hoe kun je nu bewijzen dat iets niet bestaat en nooit is gebeurd? En mensen die onterecht van de gruwelijkste wandaden worden beschuldigd en volgens de criminoloog Marnix Eysink-Smeets, die over de treurige kwestie in Bodegraven het rapport Bloemen Op De Begraafplaats schreef, dus het slachtoffer zijn van ‘famacide’, reputatiemoord, waken er wel voor om olie op het vuur te gooien en zichzelf opnieuw tot doelwit te maken.

In dit vacuüm kan er, aangejaagd door een maatschappelijke crisis zoals het Coronavirus, ruimte ontstaan voor een kwalijke samenzweringstheorie rond het dierbaarste van het menselijke ras: onze kinderen. In Het Complot tast Joost Engelberts dit zeer gevoelige thema met zowel oprechte interesse, empathie en respect als doortastendheid en een kritische blik af. Het eindresultaat raakt het hart van wat wij/zij geloven.

@omroepeo

Nieuw bij de EO: ‘Het Complot’. Aan het begin van de coronaperiode leggen honderden mensen bloemen op de begraafplaats in Bodegraven, na verhalen over satanisch ritueel misbruik. Maker Joost Engelberts onderzoekt in ‘Het Complot’ hoe dit verhaal kon uitgroeien tot een maatschappelijk explosief dossier en wie erbij betrokken waren. In de eerste aflevering is o.a. de toenmalige burgermeester van Bodegraven aan het woord. Hij vertelt over de gebeurtenissen in zijn dorp en hoe hij deze heeft beleefd. Ben je benieuwd naar deze EO docu-serie? 📲 Kijk vanavond om 22.10 uur naar de eerste aflevering van ‘Het Complot’ op NPO 2. 🔶 Alle afleveringen zijn ook te zien via NPO Start.

♬ origineel geluid – EO

Happy Hooker, Lust Om Te Leven

BNNVARA / Witfilm

Iets wat ik altijd weg had gegeven, werd ineens betaald. Het was een openbaring voor Xaviera Hollander, een jonge Nederlandse vrouw die in de Verenigde Staten verzeild was geraakt. In 1971 schreef ze een boek over haar leven als prostituee en bordeelhoudster, dat een internationale bestseller werd: The Happy Hooker. Met die geuzennaam werd ze in de navolgende halve eeuw een icoon van ‘vrijheid blijheid’.

Inmiddels is Hollander, die in 1943 in Nederlands Indië werd geboren als Vera de Vries, al even in de tachtig. Ze is niet meer zo goed ter been, maar haar hoofd werkt prima en ze schrijft ook nog altijd. Ook over niet seks gerelateerde onderwerpen overigens. Haar vroegste herinneringen aan het Jappenkamp, waar het gezin werd gescheiden en haar ouders gruwelijk zijn gefolterd, vervatte ze bijvoorbeeld in het persoonlijke boek Kind Af (2001).

Daar, in die traumatische jeugd en hoe die stiekem altijd heeft doorgewerkt in haar leven, zit ook het drama in Happy Hooker, Lust Om Te Leven (55 min.). Verder verlaat regisseur Barbara Makkinga zich in dit portret vooral op het fraaie archiefmateriaal dat bewaard is gebleven uit de verschillende fasen van Hollanders persoonlijke en publieke bestaan en voorgelezen fragmenten uit haar boeken, die ze lekker tegen elkaar wegsnijdt.

Nadat Hollander een dampende scène uit haar succesboek heeft voorgelezen, volgt bijvoorbeeld een fragment uit het televisieprogramma Klasgenoten (1988), waarin medeleerlingen haar typeren als een ‘oversekste lellebel’. In werkelijkheid had ze ‘het’ echter nog helemaal niet gedaan. Wel zo’n beetje al het andere uitgeprobeerd, overigens. ‘Jullie hebben me gedeeltelijk nog als maagd gekend dus’, houdt ze haar toenmalige klasgenoten voor.

Makkinga heeft verder geen uitgebreide ronde langs Xaviera Hollanders entourage gemaakt. Behalve de hoofdpersoon zelf komt alleen haar vriendin en ex-geliefde Dia Huizinga uitgebreid aan het woord. Daarnaast zijn er scènes van een boekpresentatie en feest van haar zelfbewuste protagonist, die de controle nooit helemaal uit handen lijkt te geven in deze film. Happy Hooker, Lust Om Te Leven laat haar zien zoals ze waarschijnlijk ook gezien wil worden.

Als een vrouw van de wereld, die volgens haar eigen voorwaarden leeft.