Rockfield: The Studio On The Farm

‘Ik herinner me er eerlijk gezegd helemaal niets van’, zegt Liam Gallagher (Oasis), als de eeuwige puber die hij nu eenmaal is, aan het begin van de heerlijke documentaire Rockfield: The Studio On The Farm (92 min.). Zijn band nam nochtans z’n sleutelabums Definitely Maybe en (What’s The Story) Morning Glory op in de plattelandsstudio van de Welshe broers Kingsley en Charles Ward. Zij bouwden het boerenbedrijf van hun familie eind jaren zestig om tot een opnamestudio, waar artiesten tevens, ver weg van het stadse leven, konden verblijven. 

‘Dus je hebt muzikanten genomen als vervangers van de varkens?’ grapt Robert Plant, die zichzelf er na het uiteenvallen van zijn band Led Zeppelin opnieuw uitvond als soloartiest, tegen de aandoenlijke Kingsley. Die moet daar smakelijk om lachen. Zijn broer Charles zou nog tot 1975 gewoon koeien blijven melken op de plek die al snel een populaire studio werd. Op een goede dag kon je er zien hoe Freddie Mercury in een stal de laatste hand legde aan Bohemian Rhapsody, Iggy Pop en David Bowie op het erf rondzwierven, The Stone Roses dertien maanden lang (!) werkten aan een album, de gebroeders Gallagher op de vuist gingen of, dat ook, een koe kalverde.

Hele generaties Britse bands streken in de afgelopen halve eeuw neer bij Rockfield in Wales, werkten er aan hun beste platen en vertellen er nu met zichtbaar plezier over in deze vlotte, grappige en liefdevolle documentaire. En regisseur Hannah Berryman verluchtigt de herinneringen van Ozzy Osbourne (Black Sabbath), Dave Brock (Hawkwind, met destijds nog Motorheads boegbeeld Lemmy Kilmister in de gelederen), Jim Kerr (Simple Minds), Tim Burgess (The Charlatans), Martin Carr (The Boo Radleys), James Dean Bradfield (Manic Street Preachers) en Chris Martin (Coldplay) met videoclips, hartstikke geinige animaties en beelden van de idyllische omgeving. Daarmee vervolmaakt zij deze fijne film over een kostelijk stukje popgeschiedenis op het platteland.

Queen Of Meth

Discovery+

‘Ik heb er absoluut geen spijt van’, zegt Tom Arnold over het feit dat hij de begrafenis van hun moeder Linda niet heeft bijgewoond.

‘Dat zou wel moeten’, vindt zijn zus Lori.

‘Ze was geen moeder.’

‘Nee, dat niet’, beaamt Lori.

‘Heb jij Josh ooit drugs of alcohol gegeven?’ vraagt Tom even later.

‘Dat zou ik nooit doen’, antwoordt Lori beslist.

‘Waarom niet?’

‘Omdat hij mijn zoon is.’

‘Precies. Zoiets doet een moeder niet.’

‘Ze heeft fouten gemaakt’ erkent Lori.

Tom reageert woedend: ‘Ze heeft je leven verpest.’

Zo bekvechten broer en zus nog even door bij het graf van hun moeder Linda. Tom, die later een bekende komiek/acteur is geworden en ook nog enige roem verwierf als (ex-)echtgenoot van Roseanne Barr, kan niet geloven dat Lori zo laconiek terugkijkt op haar jeugd: Linda liet haar op veertienjarige leeftijd trouwen met een man van 23 met een ongezonde voorkeur voor (te) jonge meisjes. Later kon Lori, aan de zijde van de leider van de motorclub The Grim Reapers, haar tweede echtgenoot Floyd Stockdall, bovendien uitgroeien tot de Queen Of Meth (141 min.).

Lori Arnold zou in de jaren tachtig zo’n tweehonderdduizend dollar per week hebben verdiend met de handel in zelf geproduceerde methamfetamine, die vanuit hun eigen bikerbar The Wild Side in Ottumwa werd verkocht. En daar hebben Lori, haar broers Tom en Scott, vriendinnen en allerlei figuren uit haar ‘white trash’-milieu in Iowa, in deze driedelige serie van Julian P. Hobbs nog genoeg sterke verhalen over te vertellen. Tot erg veel zelfreflectie of berouw komt het overigens niet. Ook niet over de gevolgen van hun gedrag als de Amerikaanse Drug Enforcement Agency binnenvalt, een einde maakt aan de lucratieve handel en ‘Tom Arnolds zus’ de cel instuurt.

Queen Of Meth graaft niet al te diep en is vooral geslaagd als sfeertekening van een gemeenschap, waar meth in de afgelopen decennia flink heeft huisgehouden. Hoewel Lori zegt dat ze niet trots is op haar eigen rol daarin – en de gevolgen van haar handelen voor met name haar zoon Josh betreurt – ontleent ze er op bijna pensioengerechtigde leeftijd ook nog altijd een zekere status aan. Ze dist bijvoorbeeld met zichtbaar plezier allerlei verhalen en anekdotes op, die met allerhande archiefmateriaal, gelikte reconstructiebeelden en stoere rockmuziek zijn geïllustreerd en samen best een vermakelijk geheel vormen.

I’m Wanita

Even voorstellen: ‘I’m Wanita (87 min.). Ik ben de Australische koningin van de honky tonk. Ik ben een bingedrinker. Ik rook sigaretten. Ik heb één kind, ben twee keer getrouwd geweest en ik was achttien jaar prostituee. En ik hou van God.’

Was getekend, de 47-jarige country & western-zangeres Wanita Bahtiyar, de hoofdpersoon van deze kostelijke documentaire van Matthew Walker. Wanita, die al haar hele leven vastzit in het onbeduidende Australische stadje Tamworth, heeft één grote droom: ze wil haar grote heldin Loretta Lynn naar de kroon steken en doorbreken in de countryhoofdstad van de wereld, Nashville – al zou een héél klein beetje meer erkenning in eigen land ook al helpen.

Haar veel oudere Turkse echtgenoot Baba, met wie ze gedurig kibbelt, heeft er eerlijk gezegd weinig fiducie in. Die reis kost bovendien een smak geld! En wie gaat er voor eten op tafel zorgen als zij haar droom najaagt in Amerika? Terwijl Wanita midden in opnames in de legendarische Sun Studio te Memphis zit, gaat het geruzie met Baba over de reparatie van hun auto in elk geval gewoon door. Waarna zij direct haar toevlucht neemt tot een andere liefde, Bacardi.

Haar trip door het land van de onbegrensde dromen is net onderweg. En het is Wanita’s nieuwe manager Gleny Rae Virus al zwaar te moede. Als haar protegé heeft gedronken, is er echt geen land mee te bezeilen. In New Orleans speelt Wanita bijvoorbeeld voor de verschoppelingen op straat, met wie ze zich duidelijk verbonden voelt. Al snel zet ze het zelf echter ook op een zuipen. ‘De dronken Maria Theresa’, constateert haar begeleidingsmuzikant Archer grinnikend.

Wanita is misschien het prototype ‘ongeleid projectiel’ – en niet zonder reden, zo wordt gaandeweg duidelijk – maar ze lijkt ook gewoon stiknerveus voor haar opnames met Nashville-producer Billy Yates, de apotheose van dit hartverwarmende portret van ‘Australia’s Queen of Honky Tonk’. Kan de vrouw die tot dusver een ideale stoorzender binnen haar eigen carrière is gebleken dan boven zichzelf uitstijgen? Of zakt ze definitief door haar hoeven?

Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

The Velvet Queen

Periscoop Film

De pijn verbijten, de tijd vergeten en nooit twijfelen of je krijgt wat je verlangt. Dat is kortweg, in de woorden van de Franse romanschrijver en rasavonturier Sylvain Tesson, de attitude van zijn reisgenoot in The Velvet Queen (originele titel Les Panthère Des Neiges, 92 min.). Natuurfotograaf Vincent Munier heeft Tesson meegenomen naar het Tibetaanse hoogland. In dat adembenemende decor, op duizenden meters hoogte en in ijzige kou, hopen ze samen een sneeuwluipaard te betrappen.

Tijdens hun wekenlange voettocht praat de fotograaf zijn metgezel fluisterend bij over de dieren die ze ontwaren: antilopen, blauwschapen, yaks, Tibetaanse vossen of blauwe beren. Samen verbazen ze zich over deze majestueuze wereld, waarin de mens niet meer is dan een voetboot. De heilige graal, zo’n ongrijpbaar luipaard, blijft vooralsnog echter buiten (camera)bereik. ‘Waar is mijn kameraad naar op zoek?’ vraagt Tesson, die als verteller fungeert, zich ondertussen af. ‘Rondsnuffelend tussen de rotsen met zijn verrekijker.’ Munier zegt dat hij vooral de schoonheid van de natuur wil vieren. Hij is er niet op uit om de onvolkomenheden daarvan bloot te leggen.

Die houding, vervat in een ontzag voor al wat leeft of geleefd heeft, geeft hun queeste – en daarmee ook deze film – een groots en filosofisch karakter. Waarbij de twee mannen steeds die ene zin in hun achterhoofd houden: Big Brother is watching you. Misschien zien wij het dier dat we zoeken niet, maar dat ziet ons wel degelijk. Illustratief daarvoor is de intrigerende foto van een valk die de Franse fotograaf tijdens een eerdere reis naar Tibet heeft gemaakt. Is dat werkelijk een sneeuwluipaard dat hem vanachter die rotspartij gadeslaat? Of is het toch een zinsbegoocheling?

Munier en Tesson gebruiken alles wat ze hebben om het mythische dier alsnog te vangen. Ze plaatsen bijvoorbeeld op strategische plekken kleine, gecamoufleerde cameraatjes, in de hoop zo een glimp van een sneeuwluipaard te kunnen opvangen. Dat streven naar een ogenschijnlijk vrijwel onbereikbaar doel drijft deze magnifieke documentaire van Marie Amiguet, waarin de vergezichten van Tesson en Munier, het weldadige decor en de prachtige soundtrack van Warren Ellis, gemaakt in samenwerking met Nick Cave, op een glorieuze manier versmelten. Via deze ontzagwekkende wereld laat The Velvet Queen de mens zien zoals hij werkelijk is: een nietig wezen, dat ongegeneerd begeesterd en ontroerd kan, mag én moet raken door al wat hem omgeeft.

Madonna: Truth Or Dare

‘De onschuld van de dansers ontroerde me. Ik bedoel: ze waren nog nooit ergens geweest’, zegt de ‘Queen of Pop’ over de jonge dansers die ze onder haar hoede nam. ‘Dit is de kans van hun leven. Ze hebben geen gemakkelijk bestaan gehad: lastige familie of gewoon armoede. Ik wilde hen de sensatie van hun leven geven.’

Kun je als cameraploeg observeren, zonder de werkelijkheid te beïnvloeden? De vraag stellen is hem in zekere zin ook beantwoorden. Toch kan een ervaren team, zolang het zich maar onzichtbaar kan maken en vooral heel veel geduld heeft, wel degelijk iets van de waarheid vinden. Het is alleen de vraag of dat ook nog lukt als degene die bespied moet worden zo imagobewust is als Madonna. Geen detail lijkt aan haar oog te ontspannen. Ook als ze gewoon zichzelf – wat dat ook moge zijn – probeert te zijn.

Madonna: Truth Or Dare (119 min.) uit 1991 was naar verluidt oorspronkelijk bedoeld als concertfilm. Regisseur Alek Keshishian ving achter de schermen van de immens succesvolle Blond Ambition Tour echter zoveel interessant materiaal dat het toch een volwaardige documentaire moest worden. Die beelden werden vervolgens zwart-wit gemaakt om ze de ‘feel’ van klassieke direct cinema-films mee te geven. De concertbeelden van de groots opgezette, ravissante en wellustige show bleven wel in kleur en ogen dertig jaar na dato nog altijd vitaal. Hoewel het absolute ‘Dreh- und Angepunkt’ eerlijk gezegd niet altijd even overtuigend zingt.

Wat er achter de schermen ook gebeurt, het is in één oogopslag duidelijk wie er de lakens uitdeelt. Als ze vanwege stemproblemen bijvoorbeeld naar haar stem laat kijken en vriendje van het moment Warren Beatty zich hardop afvraagt of dat soort dingen eigenlijk wel gefilmd moeten worden (ja dus). Als in een roddelblad wordt beweerd dat ze een relatie is begonnen met haar achtergronddanser Oliver (nu stoppen met die onzin). En als de politie haar dreigt te arresteren vanwege een obscene masturbatiescène tijdens haar show (geen gelul, artistieke vrijheid).

Als een echte moederkloek – die status claimt ze overigens maar al te graag in de voice-overs waarmee de film aaneen is gesmeed – waakt Madonna ook over haar entourage. Ze is bovendien het middelpunt van elk feest. Daar zorgt ze wel voor. Óók, of juist, als andere celebrities zoals Al Pacino, Olivia Newton-John en Kevin Costner op audiëntie komen in de kleedkamer. Een kleine tegenvaller moet ze ook verwerken: de Spaanse acteur Antonio Banderas blijkt al getrouwd en heeft zijn vrouw ook nog eens bij zich. Madonna kan er niet over uit hoe knap Antonio is. Er zal toch ook wel iets níet perfect zijn aan hem? ‘Hij heeft vast een kleine penis.’

Zo is en blijft deze documentaire, die in grote delen van de wereld onder de titel In Bed With With Madonna werd uitgebracht, te allen tijd De Grote Madonna Show. Zelfs als dat ten koste gaat van mensen in haar directe omgeving, zoals in die ene klassiek geworden scène waarin één van haar dansers, die dan nog stevig in de kast zit, tijdens een spelletje Truth Or Dare een andere man moet tongzoenen. Dat tafereel had hij, getuige de documentaire Strike A Pose, maar al te graag uit de film laten verwijderen. Madonna – en niemand anders – beschikte echter anders. De werkelijkheid die zij voor de observerende camera orkestreerde bleek uiteindelijk heilig.

Aretha Franklin – Soul Sister

David Redfern

Deze tv-docu begint in de kerk. Natuurlijk. Kan een film over de Queen of Soul ergens anders beginnen dan in een zwarte kerk? In de New Bethel Baptist Church van dominee C.L. Franklin in Detroit, Michigan, om precies te zijn. Daar groeide de aankomende wereldster op en was bijvoorbeeld ook Martin Luther King kind aan huis. Aretha’s vader kon preken alsof niet alleen zijn eigen leven ervan afhing. Daarvan werden zelfs langspelers gemaakt, die in heel Amerika gretig aftrek vonden.

De appel viel niet ver van de boom, getuige Aretha Franklin – Soul Sister (53 min.). C.L.’s dochter erfde zijn gaven als voorganger en was bovendien gezegend met een kolossale stem. Zo gemakkelijk, zo expressief, zo raak! Ze zong bij menigeen de tranen in en uit de ogen. De carrière die Aretha Franklin op basis daarvan opbouwde staat centraal in dit portret, waarin haar werk in zijn culturele, politieke, raciale en muzikale context wordt geplaatst door de gebruikelijke pratende hoofden, zoals biograaf Mark Bego, enkele historici en tijdgenoot Abdul ‘Duke’ Fakir van The Four Tops.

Echte intimi komen er niet aan het woord. En ook Aretha zelf krijgt slechts zo nu en dan een paar zinnetjes toebedeeld. Dit is dan ook geen psychologisch profiel van de vrouw, maar een duiding van het fenomeen Aretha Franklin. En dat lukt regisseur France Swimberge met de hulp van de zangeres zelf, via prachtig archiefmateriaal van allerlei glorieuze performances, uiteindelijk best behoorlijk. Waarna Franklins kleindochter Grace nog eenmaal om R.E.S.P.E.C.T. mag vragen. In die ene zwarte kerk, natuurlijk. Waar alles begon en nog altijd wordt voorgezet.

The Windsors: Inside The Royal Dynasty

EO

Voor wie hoogstpersoonlijk wil controleren of de populaire Netflix-serie The Crown werkelijk wordt geschraagd door de feiten, is er nu The Windsors: Inside The Royal Dynasty (252 min.). In deze zesdelige documentaireserie wordt de bewogen historie van het Britse koningshuis, van het begin van de twintigste eeuw tot nu, uitvoerig behandeld.

Verteller Rosamund Pike leidt de kijker met straffe hand van het grote Britse rijk van koning George V in episode 1 naar een in zelf gekeerd Verenigd Koninkrijk, dat zich in aflevering 6, als zijn inmiddels hoogbejaarde kleindochter Elizabeth al ruim zestig jaar regeert, afwendt van Europa en kiest voor een Brexit. Intussen besluiten haar zoon Harry en diens vrouw Meghan de Koninklijke familie te verlaten.

Met een uitputtende collectie archiefmateriaal, ondersteund door gelikte reconstructies, belicht de serie alle belangrijke crises, ontwikkelingen en familie-intriges in de tussenliggende periode. Die worden met ronkende muziek en de nodige bombast opgediend en van commentaar voorzien door een hele stoet historici, biografen en insiders, waaronder enkele verre familieleden.

De ‘Royals’ zelf schitteren (natuurlijk) door afwezigheid. Hoewel The Windsors daardoor nooit écht aan de binnenkant van de Britse monarchie komt, geeft deze groots opgezette productie een gedegen beeld van het reilen en zeilen van de meest besproken familie van Europa. Zonder het romantische sausje dat een dramaserie zoals The Crown daar nu eenmaal onvermijdelijk overheen gooit.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story

Queen Productions LTD / NTR

Hoe kun je als wereldberoemde band verder zonder je zanger, frontman en blikvanger? Kan dat überhaupt? En: mág het eigenlijk wel?

Na het overlijden van Freddie Mercury in 1991 beet menige topvocalist zich stuk op Queens breed uitwaaierende repertoire en het imposante stembereik van die geboren frontman. Zijn band leek dood en begraven. Of veroordeeld tot een stille dood in het golden oldies-circuit. Deze zanger, voor wie elk superlatief (blijkbaar) tekort schiet, was écht niet te vervangen.

‘Er zijn veel Freddie-na-apers, met een plaksnor en geel jackje aan’, zegt drummer Roger Taylor in deze gelikte tv-docu van Christopher Bird en Simon Lupton. ‘Nou, veel succes ermee. Op het cruiseschip.’ Het bleef echter kriebelen bij de overgebleven Queen-leden. Zou er dan tóch een opvolger zijn, iemand die Freddies vocale spierballenvertoon kon interpreteren in plaats van kopiëren? Het antwoord laat zich raden: jawel, American Idol-runner up Adam Lambert.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story (86 min.) toont de lange weg die gitarist Brian May en drummer Roger Taylor moesten afleggen om, na de nodige bokkensprongen en zijstappen, met Lambert een volwaardige nieuwe incarnatie van hun band uit de grond te stampen. Queen 8.0, of zoiets. Die ontwikkeling wordt van commentaar voorzien door bekendheden als het wereldberoemde jurylid Simon Cowell, Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins en Rami Malek, de acteur die Freddie Mercury speelde in de gelijknamige biopic uit 2018.

Vanzelfsprekend valt er geen onvertogen woord in deze lofzang op alles wat met Queen te maken heeft – niemand wil zich tenslotte bezondigen aan heiligschennis – die helemaal is dicht gesmeerd met uitbundige live-versies van de hits van de superband. En van bovenaf zag Freddie – dat is tenminste de stellige overtuiging van zijn oude bandmakkers – dat het goed was…

Wig

HBO

In hoeverre kan Wigstock in de 21e eeuw nog een bijdrage leveren aan empowerment van de LGBT-gemeenschap? vraagt een drag queen aan haar collega. Of zou het festival wel eens te ‘Disney’ kunnen worden? In de jaren tachtig en negentig was de functie van Wigstock glashelder: travestie bevrijden uit de randen van de nacht en aantonen dat de stijlvorm, en de bijbehorende beoefenaars, het daglicht wel degelijk kon verdragen.

Sinds 2001, toen het festival na de aanslagen van 11 september werd stopgezet, is er evenveel hetzelfde gebleven als veranderd, bewijst Wig (90 min.), een portret van de veelkleurige New Yorkse drag scene en haar bewogen historie. De gemeenschap die in eerste instantie vooral een emancipatoir karakter had en uitbundig de eigen diversiteit wilde vieren, heeft zich gaandeweg flink doorontwikkeld. Met (meer) acceptatie kwam ook professionalisering – en verdween volgens sommigen de oorspronkelijke charme.

Exemplarisch is het verhaal van Charlene Incarnate, één van de hoofdpersonen van deze documentaire. Zij was volgens eigen zeggen een ‘closeted church boy from Alabama’, werd nadat ze uit de kast kwam verstoten door haar familie en begon in New York een nieuw leven. Inmiddels heeft ze haar transitie van man naar vrouw onderdeel gemaakt van haar Drag Queen-performance. Tijdens een festival in 2015 liet ze op het podium bijvoorbeeld voor het eerst vrouwelijk hormoon inspuiten. Inmiddels heeft Charlene een pronte buste, die ze zonder enige gêne laat zien.

Regisseur Chris Moukarbel alterneert voortdurend tussen heden en verleden in deze collectie snapshots van een uitbundige subcultuur, die kan worden beschouwd als een update van de klassieke documentaire Paris Is Burning uit 1990. De baanbrekende toeren die de queens toentertijd uithaalden zijn echter allang (uitvergrote) clichés geworden, blijkt uiteindelijk op het Wigstock-festival van 2018, de climax van deze wat fragmentarische film. Intussen worden er alweer vrolijk nieuwe grenzen verlegd.

Generation Wealth

Amazon

‘Wat heb je gedaan in Dubai?’, vraagt regisseur Lauren Greenfield aan Kacey Jordan, het Amerikaanse pornosterretje dat een veelbesproken affaire had met acteur Charlie Sheen. Ze antwoordt laconiek: ‘de prins.’ Kacey is nu voor de elfde keer zwanger, bekent ze later op een kwetsbaar moment. Ze denkt er ditmaal serieus over om het kind te houden.

Kacey Jordan is één van de mensen die in de afgelopen jaren zijn geportretteerd door fotograaf Greenfield en waarmee ze nu in de documentaire Generation Wealth (106 min.), die wordt vergezeld door een expositie, de balans opmaakt. Tezamen vormen ze een bonte stoet larger than life-personages. De alleenstaande moeder die zich verliest in plastische chirurgie. Het zesjarige beauty queentje Eden dat maar één doel zegt te hebben: money, money en nog eens money. En Greenfields voormalige studiegenoot, die uitgroeide tot een louche geldgraaier.

De documentairemaakster vergelijkt de wereld waarin zij, en wij, leven met de cultuur van de Egyptenaren. Toen zij de piramides bouwden, stonden ze al aan de rand van de afgrond. Zonder dat ze dat zelf in de gaten hadden, overigens. Ook wij dansen volgens Greenfield met zijn allen op een vulkaan, die elk moment kan uitbarsten. De American dream is immers allang verworden tot een plastic zucht naar roem en rijkdom.

Greenfield belandde nog eens nadrukkelijk op dat spoor door haar vorige documentaire The Queen Of Versailles, een lekkere jeukfilm over een Amerikaans nouveau riche-stel dat zich heeft voorgenomen om een (vanzelfsprekend smakeloze) replica van het illustere Franse paleis te laten maken. De filmmaakster/fotografe ontdekte zo een thema dat eigenlijk haar complete oeuvre domineerde: rijkdom. Of de ultradecadentie, waartoe het westerse kapitalisme zijn onderdanen lijkt te dwingen.

In Generation Wealth richt ze haar camera niet alleen op excessen in de buitenwereld. Naarmate de documentaire vordert kijkt Greenfield ook steeds meer naar binnen, naar haar eigen verslaving aan werk. Ze filmt haar man en kinderen en gaat in gesprek met haar eigen ouders. Daarmee verliest de film ook een beetje richting. Want wil ze werkelijk zeggen dat het leven uiteindelijk toch om hele andere dingen gaat dan poen en status? Dat zou een wat al te gemakkelijke conclusie zijn voor deze bijzonder bijdetijdse docu, die pregnante vragen stelt over wie we zijn (geworden).