Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

Verhalen Van Berlijn – Paul Spies In Het Humboldt Forum

Alexander Schippel

Ooit stond er het Berliner Stadtschloss. Het Pruisische paleis werd echter zwaar beschadigd in de Tweede Wereldoorlog en in 1950 op instigatie van DDR-leider Walter Ulbricht zelfs opgeblazen. Op diezelfde plek, in het hart van Berlijn, is nu een moderne replica herrezen: het Humboldt Forum. Voor het samenstellen van een permanente expositie aldaar over de relatie van Berlijn tot de wereld wordt in 2016 zowaar een Nederlander gevraagd: kunsthistoricus Paul Spies, de directeur van het Amsterdam Museum.

‘Bewonderenswaardig’ vindt die het, dat een buitenlander zo’n belangrijke klus krijgt toebedeeld. In Verhalen Van Berlijn – Paul Spies In Het Humboldt Forum (91 min.) volgt Sonia Herman Dolz de Nederlandse chef-curator gedurende enkele jaren tijdens zijn poging om de moderne geschiedenis van de Duitse hoofdstad samen te ballen in de permanente expositie Berlin Global, een ‘omstreden prestigeproject’ aldus verteller Huub Stapel. Spies richt zich daarbij op verhalen van de Berlijners zelf en hun beleving van de wereldstad.

Een mooi voorbeeld daarvan is de massieve deur van een kluis uit het befaamde Joodse warenhuis Wertheim, die in de jaren negentig onderdak bood aan de ondergrondse technoclub Tresor. Nadat de club in 2005 werd gesloten, bevond de loodzware roestige deur zich jarenlang in een kraakpand. Van daaruit heeft hij nu zijn weg gevonden naar de expositie, waar de deur allerlei aspecten van de stadsgeschiedenis representeert; van de Jodenvervolging tot de periode dat Berlijn de technohoofdstad van de wereld was.

Herman Dolz zet haar film breed op. Ze concentreert zich natuurlijk op de totstandkoming van de expositie, maar belicht ook het gezinsleven van Paul Spies en ruimt tijd in voor het werk van zijn vrouw Meike Ziegler, die een kunstwerk over de Muur maakt. Daarnaast waaiert ze uit naar de persoonlijke verhalen van gewone Berlijners die verschillende elementen van de stad weerspiegelen, zoals het leven in de DDR, de Turkse gemeenschap van Berlijn en het voormalige Niemandsland rond de Muur, waar tegenwoordig een levendig ‘Mauerpark’ is.

Dat is een ambitieuze opzet, waarbinnen niet alle verhaallijnen tot volle wasdom komen. Tegelijkertijd doet die grootse aanpak recht aan de wereldstad Berlijn, waarin allerlei uiteenlopende verhalen samen proberen te komen tot één enkele vertelling, die voortdurend van kleur verschiet.

Paul Newman: Behind Blue Eyes

Mediawan Rights

‘Er zat altijd een bepaalde kwetsbaarheid in hem’, zegt zijn biografe Elena Oumano. ‘Ook als hij een slechterik speelde, werden vrouwen verliefd op hem en wilden ze “die stoute jongen” redden.’ Met die gevoelige onderstroom voorkwam acteur Paul Newman (1925-2008) volgens haar dat hij overkwam als de eerste de beste bordkartonnen versie van mannelijkheid. ‘Hij was zo aantrekkelijk en verleidelijk’, vult regisseur Ron Shelton aan, ‘omdat je hem nooit helemaal te pakken kreeg.

In Paul Newman: Behind Blue Eyes (52 min) akkert regisseur Pierre-Francois Gaudry Newmans complete filmografie door, met een hele zwik fraaie speelfilmfragmenten, enkele oude interviews met de ster zelf, een bescheiden hoeveelheid backstage-beelden en quotes van acteurs die samen met hem op het witte doek belandden, zoals Ellen Burstyn, James Naughton, Brigitte Fossey, Mary Elizabeth Mastrantonio en Lolita Davidovich.

Zoals dat gaat in dit soort tv-portretten schetsen zij een aansprekend beeld van de Amerikaanse acteur die ruim een halve eeuw een beeldbepalende figuur was in Hollywood en schitterde in bioscoophits als Cat On A Hot Tin Roof, The Hustler, Cool Hand Luke, Butch Cassidy And The Sundance Kid, The Sting en The Color Of Money. Tegelijkertijd was er de man achter de filmster: verlegen, progressief en zéér op zijn privéleven gesteld.

Deze film, waarin een alwetende verteller de boel soepel aan elkaar praat, brengt die elementen netjes bij elkaar en werkt toe naar het einde van Newmans leven op 83-jarige leeftijd, als eindelijk het grafschrift kan worden geopenbaard dat hij zich al in de jaren vijftig had ingebeeld: ‘Hier ligt Paul Newman. Zijn acteercarrière eindigde toen zijn blauwe ogen bruin werden.’

De Bellers

Remko Liebregts / KRO-NCRV

Een speciaal team onderhoudt het contact met de familie van de patiënten. Vanwege de strenge Corona-maatregelen, tijdens de eerste golf in het voorjaar van 2020, moeten ze dat telefonisch doen. Vrijwel dagelijks informeren De Bellers (75 min.) verwanten over hoe het gaat met hun vader, moeder of broer, die is opgenomen op de Intensive Care-afdeling van Amsterdam UMC.

Het zijn intensieve gesprekken. De familieleden aan de andere kant van de lijn, die vaak al een hele tijd zijn afgesneden van hun geliefde, snakken naar goed nieuws. Soms kunnen de artsen van het speciale support team hen inderdaad hoop geven, andere keren moeten ze die hoop juist de bodem inslaan. De bijbehorende emoties zijn regelmatig van hun gezicht af te lezen als ze de familie empathisch en toch professioneel proberen te informeren.

Die telefoongesprekken vormen het hart van deze observerende documentaire van Meral Uslu, Maria Mok, Paul Cohen en Martijn van Haalen, die verder nog enkele indringende scènes vanuit het ziekenhuis zelf bevat. De gesprekken geven enerzijds inzicht in wat er ook op menselijk vlak van ziekenhuisartsen wordt gevraagd en laten tegelijkertijd zien hoe zij dat deel van hun werk tijdens de pandemie echt met één arm op de rug gebonden moeten doen.

Tijdens sommige telefoontjes, met familieleden die niet of nauwelijks Nederlands spreken, worden ze gedwongen om nóg een extra omweg, via een tolk, te nemen. ‘Goeiedag, meneer’, begint dokter Remko Liebregts bijvoorbeeld zo’n gesprek. ‘We hebben elkaar dit weekend gesproken. Toen ging het nog niet zo goed met uw broer, maar de situatie lijkt nu wat gunstiger te zijn.’

Nadat de arts heeft uitgelegd dat de patiënt minder ondersteuning nodig heeft van beademingsapparatuur, neemt de Imam en geestelijk verzorger van het ziekenhuis het over. ‘Met Allah’s hulp is zijn toestand verbeterd’, geeft Mohammed Ben Ayad een vrije vertaling van Liebregts’ boodschap aan het familielid aan de andere kant van de lijn. ‘Moge Allah jullie kracht geven, zodat jullie sterk blijven. En dat Hij jullie gebeden mag accepteren en dat Hij jullie beloont.’ De man reageert geëmotioneerd. ‘God zij dank’, klinkt het. ‘God zij geprezen.’

Het Coronavirus blijkt echter een grillige vijand. De patiënt die nu uit de gevarenzone lijkt te zijn, kan morgen weer in kritieke toestand geraken. De medici kunnen soms niet meer dan volgen en proberen de verwanten daarin mee te nemen. Dat verzacht beslist de pijn – al kan die lang niet altijd worden weggenomen.

The Beatles: Get Back

Disney+

‘Zonder de docu gezien te hebben: nee’, tweette Kirsten Verdel deze week. De opiniemaakster reageerde op een Twitter-vraag van het radio 1-programma De Nieuws BV. ‘De Beatles-documentaireserie Get Back is vanaf vandaag te zien. Regisseur Peter Jackson dook in de archieven en maakte er een film van 8 uur van. Is dat niet te lang?’

Dat is eigenlijk de attitude waarmee elke nieuwe release van/rond The Beatles – of Bob Dylan of David Bowie of (zelfs) Queen – wordt ontvangen. Daar kan geen serieuze beschouwing tegenop. Als elke scheet van John, Paul, George en Ringo interessant is – en daar lijkt het op, ik heb me daar hier al eens over uitgelaten – dan doet het er niet meer toe hoe die feitelijk ruikt.

Ik waag toch een poging. Even vooraf: ik ben geen Beatles-fan (en was dit, om dat onderwerp ook maar meteen te tackelen, ooit wél van The Stones), maar heb zowel de rode als de blauwe verzamelaar in huis staan en wil op geen enkele manier het belang van The Beatles voor de popgeschiedenis ondermijnen. Ik wil alleen wel frank en vrij over deze serie oordelen.

De voorgaande alinea’s schreef ik zonder dat ik ook maar een seconde van Get Back (468 min.) had gezien. En daarna ben ik gaan kijken, gewoon zoals ik altijd doe: het bestand openen, linksonder op dat driehoekje klikken en dan maar zien wat er gebeurt. Als het goed is, schuif ik ongemerkt naar het puntje van mijn stoel. En anders zak ik langzaam maar zeker onderuit.

Terzake: Peter Jackson start met een disclaimer. Hij wil ‘een accuraat portret van de gebeurtenissen en personen’ schetsen. Het lijkt een verwijzing naar de tv-special Let It Be die regisseur Michael Lindsay-Hogg in 1970 maakte van de live-opnamen voor de laatste Beatles-elpee. De band was daarover zo ontevreden dat het materiaal voor een halve eeuw in een kluis verdween.

Het beeld dat met die zestig uur beeldmateriaal en honderdvijftig uur audio-opnamen was gecreëerd – van een band die tijdens zijn allerlaatste verrichtingen al volop in ontbinding is, met Paul McCartney als verlichte despoot en John Lennons geliefde Yoko Ono als een soort vleesgeworden splijtzwam – zou zich echter vastzetten in het collectieve geheugen.

Aan Beatles-fan Jackson, een filmmaker die zowel de gigantische speelfilmtrilogie The Lord Of The Rings als de indrukwekkende WOI-docu They Shall Not Grow Old op zijn naam heeft staan, valt nu de eer ten deel om dat beeld te corrigeren. Hij neemt eerst in vogelvlucht de bandcarrière door en stoomt daarna door naar de sessies in de Londense Twickenham Studio’s.

Zijn die interessant? Tis maar hoe je het bekijkt: als je vindt dat elk woord dat de vier met elkaar wisselen, elke riedel die ze samen spelen en elke fase van hun songschrijfproces het documenteren, bewaren en aanzien waard is, dan zeker. Dan is Get Back niets minder dan essentiële geschiedschrijving. Klinkt goed, ziet er geweldig uit en laat ook nog de mensen achter de iconen zien.

Neem bijvoorbeeld het moment waarop George Harrison, met de gemompelde zin ‘I’m leaving the band’, bijna ongemerkt uit The Beatles vertrekt. ‘Als hij dinsdag nog niet terug is, regelen we Clapton’, zegt John Lennon, wanneer ze de dag erop zonder hem repeteren. De navolgende verzoeningspoging, die diverse dagen in beslag neemt, is al even fascinerend.

Ook fraai: de komst van keyboardspeler Billy Preston, als de band inmiddels is verkast naar hun knussere kantoor in Londen. Hij geeft het haperende creatieve proces nieuw elan. De serie bevat alleen ook véél ruis: kleine gesprekjes, groepsoverleg en veel grappen en grollen. Op zich aardig als sfeertekening, maar Jackson had hier echt scherper moeten selecteren.

Zonder het ontzag waarmee ook het koningshuis vaak wordt benaderd – en zijn The Beatles niet gewoon de koninklijke familie van de popmuziek? – is de conclusie zelfs onvermijdelijk: interessante inkijkjes in de groepsdynamiek, geniale muzikale oprispingen en scharnierpunten uit de bandhistorie, maar echt véél te lang. Verteltijd en vertelde tijd lijken bijna één op één te lopen.

Get Back wordt een beetje de docu-variant op wat in de popwereld gemeengoed is geworden. Van belangwekkende artistieke prestaties wordt ook het restmateriaal aan de wereld toevertrouwd: B-kantjes, covers en gesneuvelde tracks. Waarbij de oorspronkelijke magie, afhankelijk van je gezichtspunt, wordt gesmoord in overdaad of juist in context gezet.

Tijdens het bekijken van dit epische werk bekroop mij gaandeweg het gevoel dat ik, in de woorden van muziekjournalist Atze de Vrieze op Twitter, ‘in een boomerfuik gezwommen ben’. Waarin anderen dus het liefst hun halve leven zouden ronddrijven. Zelf zak ik echter langzaam maar zeker onderuit in mijn stoel, terwijl de verwikkelingen rond The Beatles behang dreigen te worden…

En dan gaat het viertal dat dak op voor wat een legendarisch laatste concert zal worden, dat hier voor het eerst integraal, met veel gebruik van split screen (zodat er veel is te kijken) en reacties van omstanders (die het optreden over het algemeen wel kunnen waarderen, al krijgt de politie ook klachten over geluidsoverlast) wordt vertoond.

Songs Of Repression

Gusto Entertainment

Hoewel hun leider Paul Schäfer al 25 jaar geleden is vertrokken, zijn zo’n 120 leden van Colonia Dignidad altijd op hun plek gebleven. Ruim een halve eeuw nadat de voormalige nazi Schäfer begin jaren zestig de oversteek maakte van Europa naar Chili is de voertaal in de christelijke gemeenschap van Villa Baviera bovendien nog steeds Duits. De stemmen van de bewoners vloeien prachtig samen als ze traditionele liederen aanheffen.

Ooit leefden de mannen en vrouwen volledig van elkaar gescheiden. Op instigatie van de grote leider, die inspiratie had opgedaan bij de Hitlerjugend, groeiden ook de jongens en meisjes apart op. Zodat Paul Schäfer zich, kan er met de wijsheid van nu cynisch aan worden toegevoegd, ongestraft kon vergrijpen aan al die ontluikende jongenslijven. De meisjes en vrouwen, tweederangs burgers, werden vooral geslagen – en zonodig seksueel afgestraft.

Die tragische geschiedenis, inclusief Schäfers hechte band met de Chileense dictator Pinochet en het beulswerk dat zijn onderknuppels in de martelkelder uitvoerden voor diens regime, werd onlangs helemaal uit de doeken gedaan in de Netflix-serie Colonia Dignidad: Una Secta Alemana En Chile. Een naargeestig verhaal over een volledig ontspoorde religieuze groep, van binnenuit opgeroepen met een combinatie van getuigenissen en archiefmateriaal.

Songs Of Repression (89 min.) vertrekt echt vanuit het heden en tekent van daaruit, zonder oude beelden, de gevolgen van het leven in die gemeenschap op. Geduldig portretteren Marianne Hougen-Moraga en Estephan Wagner de leden in hun natuurlijke habitat en spreken met hen over de periode dat Schäfers wil wet was. De jaren waarin de één levenslange trauma’s heeft opgelopen worden door een ander beschouwd als ‘die goeie ouwe tijd’.

De harmonie die ze in hun samenzang zo gemakkelijk vinden is in werkelijkheid ver te zoeken. Daders en slachtoffers moeten samenleven. Net als mensen die Schäfer ‘een monster’ of ‘Hitler-type’ vinden en Pinochet ‘zo’n lieve man’. Terwijl het verleden zich blijft opdringen – ondanks de nadrukkelijke opdracht om te vergeten en vergeven – probeert de gespleten gemeenschap zich tegelijkertijd te vernieuwen als een ideale plek voor toerisme.

Wanneer in Villa Barbiera bijvoorbeeld een traditioneel Oktoberfest wordt gevierd, vindt er buiten de poort een stil protest plaats. Die schizofrenie – van een beladen plek en leefgemeenschap, die de toekomst desondanks zonnig tegemoet probeert te zien – geeft deze even subtiele als krachtige film een bijzonder ongemakkelijke ondertoon.

Curse Of The Chippendales

Was het simpelweg het idee (een groep mannelijke strippers), de chique uitvoering ervan (een soort tegenhanger van Hugh Hefners playmates) of toch de tijdgeest die er nu eenmaal rijp voor was (de eighties, waarin de gevaren van seks en drugs nog nauwelijks werden onderkend)? Feit is dat The Chippendales begin jaren tachtig overal voor uitzinnige ‘ladies only’-avonden begonnen te zorgen.

‘Take it off’ riepen ze vanuit het publiek, totdat de mannen in kwestie alleen nog een minuscule string droegen. Eerst in thuisbasis Los Angeles, daarna in ‘the place to be’ New York en tenslotte op wereldtournee. Waar de blitse binken ook kwamen – in een nachtclub, gemeenschapshuis of plattelandsdisco – ze werden begroet door dolenthousiaste vrouwen van alle leeftijden en gezindten. Moeder de vrouw kon zich dan ineens gedragen als de eerste de beste lellebel.

‘De hele tent werd op zijn kop gezet’, vertelt Michael Rapp, ooit een gewoon onzeker joch, in Curse Of The Chippendales (193 min.) over zijn allereerste optreden als Chippendale. ‘Voor mij!’ De boomlange adonis zou al snel alle schroom van zich afwerpen en een immens populaire Perfect Man-routine ontwikkelen. Die bracht hem tevens in contact met een lieftallige fan, het blonde fotomodel Nancy Dineen. Tezamen vormden ze een droomkoppel.

Het huwelijkse leven laat zich alleen lastig verenigen met het bestaan van een Chippendale. Zoals het runnen van een stripshow ook moeilijk is te combineren met een normale bedrijfsvoering, zo toont deze smeuïge terugblik van Jesse Vile aan. Zodra het Chippendale-businessmodel goed geld begint op te leveren, begint eigenaar Steve Banerjee bijvoorbeeld uitbundig te clashen met enkele (oud)medewerkers. Dat loopt al snel helemaal uit de hand, met moord en doodslag tot gevolg.

Daardoor krijgt met name het slot van deze vierdelige serie een onmiskenbaar true crime-karakter. De drie zwierige delen daarvoor, waarin de nadruk vooral ligt op het ontstaan en uitventen van het Chippendales-concept, zijn echter zeker zo leuk, niet in het minst door het heerlijke beeldmateriaal van übercoole kerels die er alles (behalve hun string) voor over hebben om hun publiek te plezieren en een zeer gemêleerde groep vrouwen die daarvan ongegeneerd geniet. Het blijft een onweerstaanbaar tafereel, dat een kleine veertig jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Colonia Dignidad: Una Secta Alemana En Chile

Netflix

Al vóórdat de Duitse christelijke gemeenschap in 1961 aankwam in z’n nieuwe thuisbasis Chili, waren er beschuldigingen van seksueel misbruik tegen leidsman Paul Schäfer. Hij zou zich in eigen land hebben vergrepen aan enkele kinderen. Daarom had het voormalige lid van de Hitlerjugend ook elders zijn heil moeten zoeken. In het Zuid-Amerikaanse land stichtte Schäfer Colonia Dignidad: Una Secta Alemana En Chile (312 min.), waarbij hij ruim dertig jaar als een despoot heerste en ook zijn eigen jeugdbeweging kon starten, Villa Baviera.

‘Hij was een pathologische leugenaar’, zegt voormalig volgeling Ida Gatz. ‘Een oplichter. En een rattenvanger van Hamelen.’ Die kwalificaties, door meerdere oud-kolonisten onderschreven, contrasteren nogal met de idyllische beelden die destijds in Schäfers opdracht werden gemaakt van zijn gemeenschap: zingende, dansende of houthakkende sekteleden in lederhosen, hemels samenzingende koren en Florence Nightingale-achtige verpleegsters die zich over plaatselijke kinderen ontfermden. Propaganda van de bovenste plank.

Schäfer zelf bleef overigens het liefst buiten beeld. Alsof hij eigenlijk ook wel wist dat wie hij was of wat hij deed het daglicht niet kon verdragen. Van zijn blaffende Duits, dat onvermijdelijk aan die andere Germaanse leider doet denken, is wel meer dan genoeg audio bewaard gebleven. Dat verraadt de ware aard van de man, die gaandeweg een echt schrikbewind begon te voeren in de sekte. Het werd een pedofielenparadijs, vertelt een vroegere kolonist. Een ander begint meteen over de zogenaamde ‘Kartoffelkeller’, een martelplek waar heel wat bloed zou vloeien.

Deze zesdelige serie van Wilfried Huismann en Annette Baumeister verbindt de ontwikkeling van Schäfers geesteskind nadrukkelijk met de woelige politieke historie van Chili, dat eerst in 1970 de socialist Salvador Allende tot president verkoos en enkele jaren later een militaire staatsgreep te verduren kreeg, waardoor Augusto Pinochet aan de macht kwam. Die wist Schäfer, en daarmee ook diens volgelingen, steevast aan zijn zijde. Colonia Dignidad ontwikkelde zich tot een gewillig werktuig van Pinochets dictatuur.

Deze duistere geschiedenis, inclusief structureel seksueel misbruik, wordt met krachtige getuigenissen van direct betrokkenen, slachtoffers of een combinatie van beiden en bijzonder sprekend archiefmateriaal gedetailleerd opgeroepen. Zodat de volle omvang van Paul Schäfers perverse regime wordt geopenbaard.

In de naargeestige documentaire Songs Of Repression kijken voormalige leden van Colonia Dignidad op hun jaren binnen de gemeenschap en bedenken ze bovendien hoe de toekomst van Villa Barbiera eruit zou kunnen zien.

House Of Cardin

Genie. Visionair. Enigma. Bij de start van dit geautoriseerde portret van designer Pierre Cardin (1922-2020) regent het superlatieven. De verantwoordelijke sprekers vormen bovendien een indrukwekkende gastenlijst: ontwerper en protegé Jean Paul Gaultier, hardrocker Alice Cooper, zangeres Dionne Warwick, supermodel Naomi Campbell, componist Jean-Michel Jarre, actrice Sharon Stone en talloze andere (mode)ontwerpers. Gezamenlijk vertegenwoordigen ze tevens het enorme terrein dat Cardin in zijn lange, imposante loopbaan bestreek.

Er is vrijwel geen product te bedenken of Pierre Cardin heeft er zijn naam aan geleend. Haute couture, natuurlijk. Brillen. Parfum. Handdoeken. Dominospellen. Tassen. Deodorant. Sieraden. Make-up. Onderbroeken. Föhns. Auto’s. En zelfs vliegtuigen. Als de protagonist in House Of Cardin (97 min.) over zijn werk praat, spreekt hij regelmatig in de derde persoon. Alsof het niet van hemzelf is – nooit was ook – en moet worden toegeschreven aan een fenomeen dat hem, de man van vlees en bloed, volledig ontstijgt: Cardin.

Voor deze documentaire van P. David Ebersole en Todd Hughes uit 2019 is het complete archief van de invloedrijke ontwerper gelicht. Zo ontstaat een compleet overzicht van zijn carrière, die met name in de jaren zestig en zeventig een enorme vlucht nam. Als couturier vertaalde hij de tijdgeest naar somtijds futuristisch werk. Pierre Cardin begon in die periode tevens speciale mode voor mannen te ontwikkelen en zette bij de presentaties van nieuwe collecties ook de deur open voor zwarte en Aziatische modellen.

En zoals past bij een man van zijn statuur is er nu een film die hem, nog nét bij leven en welzijn, vol in de schijnwerper heeft gezet. De ontwerper Pierre Cardin om precies te zijn. De mens Pierre Cardin komt daar slechts zo nu en dan achter tevoorschijn en blijft dus – geheel in stijl bij een man die van zichzelf een symbool, een logo, maakte – enigszins een raadsel.

De Villamoord – Seizoen 2

KRO-NCRV

Niet minder dan 44 afleveringen van zijn misdaadprogramma wijdde Peter R. de Vries ooit aan de zogenaamde Puttense moordzaak. Totdat de geruchtmakende moord op Christel Ambrosius echt he-le-maal was uitgeplozen en de naam van de onterecht veroordeelde zwagers Herman du Bois en Wilco Viets definitief gezuiverd.

Met het wederom drie afleveringen tellende tweede seizoen van de true crime-serie De Villamoord (143 min.) is Joost van Wijk inmiddels zes afleveringen onderweg met het onder de aandacht brengen van een andere zaak: de gewelddadige dood van een 63-jarige villabewoonster uit Arnhem in 1998. Dat zou ook zomaar een gerechtelijke dwaling kunnen zijn – al wil de Hoge Raad daar (voorlopig) nog niet aan.

Waar de documentairemaker zich in het eerste seizoen van De Villamoord vooral concentreerde op de intimiderende politieverhoren, een valse bekentenis die daaruit voortkwam en het schrale fysieke bewijs op basis waarvan hoofdverdachte Nefzat Altay en acht andere mannen uiteindelijk werden veroordeeld, zoomt hij in dit vervolg nadrukkelijk uit naar het criminele circuit van Arnhem.

In het beruchte Spijkerkwartier hielden de veelal Turkse mannen zich bezig met de handel in heroïne en is waarschijnlijk ook het antwoord te vinden op de vraag waarom juist zij als daders van de moord zijn aangemerkt. In het bijzonder bij ‘straatagent’ Henk Evers en het zogenaamde Dotterteam, dat destijds de welig tierende drugscriminaliteit te lijf ging.

Hoewel de nieuwe afleveringen dezelfde strafzaak behandelen – en de sfeer en toonzetting vergelijkbaar zijn, de muziekkeuze vertrouwd smaakvol is en verteller Stefan Stasse de bevindingen weer met net zoveel bravoure uitserveert – worden die geen herhaling van zetten. Ze bevatten bijvoorbeeld een keur aan nieuwe bronnen: enkele nog niet eerder geïntroduceerde verdachten, (anonieme) getuigen en opvallend kritische rechercheurs die toentertijd betrokken waren bij het politieonderzoek.

Aan Eline, een kennis van het slachtoffer die de fatale avond in de villa op wonderbaarlijke wijze overleefde, wordt ditmaal zelfs helemaal geen aandacht besteed. Van Wijk concentreert zich op het ontrafelen – en daarmee onderuit halen – van de strafzaak tegen de negen veroordeelde mannen. Met als onderliggende vraag: leed het team van de omstreden onderzoeksleider Ad Baars, die zelf niet aan de serie wil meewerken, aan tunnelvisie? Of was er meer aan de hand?

Dat betoog legt (wederom) allerlei zwakke plekken (of zelfs ernstige misstanden) in het politieonderzoek bloot, maar wordt tijdens het secuur uitpluizen van het onderzoek soms ook wat praterig en stroperig. Joost van Wijk waagt zich verder niet aan wat er dan wél kan zijn gebeurd als de veroordeelden inderdaad onschuldig zouden blijken te zijn. Na twee seizoenen heeft de serie daardoor nog altijd meer vragen opgeworpen dan beantwoord. Wordt dus ongetwijfeld weer vervolgd.

Hoeveel afleveringen van De Villamoord er nog moeten komen? Peter R. zou het wel weten: totdat onomstotelijk vaststaat wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is. En geen seconde eerder.

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council

The Jam is dood, lang leve The Style Council. Toen zanger en songschrijver Paul Weller begin jaren tachtig klaar was met de melodieuze punkband die hem enkele jaren daarvoor had gebombardeerd tot belangrijke vaandeldrager van de Britse muziek, was hij klaar voor een meer volwassen benadering. Op het drielandenpunt tussen pop, soul en jazz. Dat was even slikken voor de fans die hem na klassiekers als Town Called Malice en Going Underground in de armen hadden gesloten.

En toch – de goede verstaander voelt hem al aankomen; waarom zouden ze anders een kleine 35 jaar later een documentaire maken over de band? – kwam het nog goed met The Style Council. Met zichtbaar plezier blikken Weller en zijn voormalige bandmaten in Long Hot Summers – The Story Of The Style Council (74 min.) op de tropenjaren die zouden volgen. Het gezoek in de beginperiode, alle verplichte pieken en dalen en het einde van de band dat zich te langen leste onvermijdelijk aandient.

Zulke popdocu’s staan of vallen met de houdbaarheid van de muziek (lekkere hits en clips genoeg), de hoeveelheid smeuïge anekdotes (ruim voldoende; zo noemt Weller de liefdadigheidssingle van Band Aid, waaraan hij met zichtbare tegenzin meewerkte, bijvoorbeeld ‘vreselijk’) en de kwaliteit van de opgevoerde celebrities die de loftrompet over de groep mogen steken (behoorlijk: Culture Club-zanger Boy George, acteur Martin Freeman en singer-songwriter Billy Bragg).

Waarbij moet worden aangetekend dat The Style Council veel politieker was dan de soepele sound deed vermoeden en dat daarvoor vanzelfsprekend ook plek is ingeruimd in dit bandportret van Lee Cogswell. Dat is uiteindelijk een vermakelijke film geworden over een groep die tot de blikvangers van de eighties mag worden gerekend. Totdat de rek er echt uit was en het tijd werd voor: The Style Council is dood, leve Paul Weller!

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council is hier te bekijken.

The Sons Of Sam: A Descent Into Darkness

Netflix

In de eerste aflevering bewandelt The Sons Of Sam: A Descent Into Darkness (239 min.) nog netjes het seriemoordenaarspad. Trefzeker schetst de doorgewinterde true crimer Joshua Zeman het desolate New York van halverwege de jaren zeventig, waar een mysterieuze killer volstrekt willekeurige slachtoffers begint te maken. Op zogenaamde ‘lover’s lanes’, plekken waar geliefden zich terugtrekken om elkaar te verkennen, liquideert hij koelbloedig enkele jongeren. Om de spanning verder op te voeren begint de freak bovendien een publieke briefwisseling met columnist Jimmy Breslin van The New York Daily News. En dan wordt aan het eind van aflevering 1 David Berkowitz, alias The Son Of Sam, in de boeien geslagen. Case closed, zou je zeggen.

Het echte verhaal moet dan echter nog beginnen. Zeman volgt daarin het spoor van crimejournalist Maury Terry (1946-2015), die ook bij de start van de serie al voorzichtig is geïntroduceerd als verteller en via acteur Paul Giamatti een eigen, nét iets te vet aangezette stem heeft gekregen. Terry gelooft er niets van dat de politie met Berkowitz, een 24-jarige postbode uit Yonkers die beweert dat hij in opdracht van de duizenden jaren oude hond van de buren opereerde, de (enige) moordenaar in de kraag heeft gegrepen. Hij lijkt helemaal niet op de politietekeningen die aan de hand van getuigenverklaringen zijn gemaakt. En hoe zit het trouwens met die buurman? Die heet toch Sam en heeft ook nog eens twee zoons?

Gaandeweg begint Terry’s onderzoek naar de ware toedracht van de Summer Of Sam bijna karikaturale proporties aan te nemen. Hij legt ‘een eindeloos web van moorden door het hele land’ bloot, waarin werkelijk geen uitwas ontbreekt: orgies, zwarte magie, Scientology, de Manson-familie, satanisme, kinderporno en ‘snuff films’. ‘Elke nieuwe aanwijzing leek onvermijdelijk te leiden naar een dood spoor en het volgende lijk’, constateert Maury Terry in zijn boek The Ultimate Evil, dat in 1987, ruim tien jaar na de Son Of Sam-moorden, zou verschijnen . ‘Er was iets smerigs aan de hand.’ Hij zou een vaste gast worden in Amerika’s schmutzigste praatprogramma’s.

Handelde David Berkowitz in zijn eentje? Of was hij toch onderdeel van een occulte sekte? Voor de protagonist van deze serie, het prototype ‘complotdenker’, kan daarover geen twijfel bestaan. Zijn lezing van de feiten wordt bovendien bevestigd door enkele directe collega’s en oud-politieagenten. Dat betekent alleen niet dat Terry ook wordt geloofd door de autoriteiten, die in deze intrigerende serie zo nu en dan de ruimte krijgen om Terry’s take op de moorden te ontmantelen. Berkowitz, die ’s mans conclusies desgevraagd best wil bevestigen, voorspelde die desinteresse overigens al in een brief aan de amateurdetective. ‘Maury, het publiek zal je nooit echt geloven’, schrijft hij in een zin die het leidmotief voor diens kruistocht zou worden, ‘hoe goed je je bewijs ook presenteert.’

Sons Of Sam volgt ’s mans paranoïde gedachtespinsels, verbeeld met duistere shots en aangezet met een onheilszwangere soundtrack, intussen tot het bittere einde. Als een moegestreden Maury Terry in z’n echoput eigenlijk alleen nog zijn eigen stem terug hoort. Case closed, zou je opnieuw zeggen. Wat rest is een tijdloos exposé over de bezeten zoektocht naar een eigen waarheid en het uitsluiten van elke vorm van twijfel daarbij. En dan geeft documentairemaker Joshua Zeman op de valreep toch weer lucht aan ‘s mans wilde theorieën…

De Blinde Voetbaltrainer

KRO-NCRV

‘Kom op, vechten!’ roept Uber Trochez streng. De Colombiaanse jeugdvoetbaltrainer coacht op zijn gehoor. Hij ziet alleen wit licht. Toch strooit Uber tijdens trainingen en wedstrijden onvermoeibaar met kritiek en aanwijzingen. En zijn spelertjes geloven hem op zijn woord. Voor sommige van hen is hij niets minder dan een soort tweede vader.

Via sport probeert Uber hen te behoeden voor de plagen die zijn land teisteren, drugs en misdaad. Hij deelt daarbij de belangrijkste lessen uit zijn eigen leven. De positie van De Blinde Voetbaltrainer (48 min.) staat echter onder druk. De plaatselijke sportbobo heeft een gediplomeerde trainer aangenomen, die boven hem is geplaatst.

Dat is een aardig uitgangspunt voor een portret van een man, die zijn handicap leek te hebben overwonnen en er alsnog door dreigt te worden ingehaald. Uber laat zich echter niet zomaar uit het veld slaan. Hij vervolgt onverdroten zijn eigen levenspad in deze film van de Nederlandse documentairemaker Paul Cohen.

‘s Mans onverwoestbare optimisme – dat je beperking niet bepaalt wie je bent – vormt het hart van deze docu, waarin verder eigenlijk relatief weinig gebeurt. Of het moet zijn dat Uber met zijn levenshouding ook anderen, op het Colombiaanse platteland en ver daarbuiten, stimuleert om te zijn wie ze (willen) zijn. Daar neemt De Blinde Voetbaltrainer dan wel behoorlijk ruim de tijd voor.

Tegelijkertijd blijft het geinig om te zien hoe de blinde voetbalcoach – net als veel collega’s die wél kunnen zien – ogenschijnlijk volstrekt willekeurige platitudes roept als zijn team in de problemen komt of juist scoort. In de trant van mouwen opstropen, de neuzen dezelfde kant opzetten en je de ‘queso’ natuurlijk niet van het brood laten eten.

Hitchcock/Truffaut

‘Beste meneer Truffaut, uw brief zorgde voor tranen in mijn ogen’, schreef de vermaarde filmregisseur Alfred Hitchcock begin jaren zestig aan zijn veel jongere Franse collega. ‘Ik ben zo dankbaar voor deze erkenning van u.’

Nouvelle vague-pionier François Truffaut wilde in gesprek met de ‘master of suspense’, die hij beschouwde als de beste regisseur ter wereld. En de Britse gigant, geplaagd door het gevoel dat hij niet serieus werd genomen als kunstenaar, wilde zich maar al te graag uitgebreid – een week lang zelfs, met een vertaalster – laten interviewen over zijn oeuvre.

De gesprekken die ze voerden voor Hitchcock/Truffaut, het boek dat daaruit voortvloeide en dat wordt beschouwd als een essentieel werk over het medium film, vormen de basis voor deze documentaire van Kent Jones uit 2015, die verplichte kost is voor elke cinefiel en tevens dienst kan doen als masterclass voor aspirant-filmmakers.

Aan de hand van fragmenten uit klassieke Hitchcock-films zoomen de hedendaagse filmmakers David FincherMartin Scorsese, Arnaud Desplechin, Richard Linklater, Kiyoshi Kurosawa, Wes Anderson, James Gray, Paul Schrader, Peter Bogdanovich en Olivier Assayas in op het werk van de grootmeester en destilleren er elementaire lessen uit.

Hitchcock/Truffaut (80 min.), dat ook een fotoserie van de tweegesprekken incorporeert, slaagt daardoor ook als eigenstandig kunstwerk: de documentaire dwingt de kijker om de alledaagse werkelijkheid, waartoe we de speelfilms van Alfred Hitchcock toch zo langzamerhand mogen rekenen, met arendsogen te bekijken.

En dan valt er, ruim een halve eeuw na dato, nog van alles te ontdekken. Want, zoals één van de sprekers ‘t formuleert, zelfs de slechtste Hitchcock-film is vele malen interessanter dan de meeste andere rolprenten.

The Pickup Game

Good women love bad men.  Als eenvoudige, doordeweekse jongen moet je dus gewoon zo’n slechte vent spelen. Anders loop je het risico dat de babe, waar jij al weken natte dromen van hebt, je gaat beschouwen als haar beste vriend. Of, nog erger, als een soort oudere broer. Als je niet uit jezelf zo’n gladde praatjesmaker bent die genadeloos toeslaat als zij het niet ziet aankomen, dan kun je terecht bij zogenaamde Pickup Artists, onvervalste players die jou wel eens even haarfijn uitleggen hoe je elke rondborstige bimbo binnen de kortste keren je bed inlult. Tegen een billijke vergoeding, natuurlijk.

The Pickup Game (98 min.) buigt zich over de industrie die stiekem is ontstaan rond al die alleenstaande mannen die zich geen echte vent voelen en wel wat hulp kunnen gebruiken bij het veroveren van dames. ‘Respect the cock’, zou Frank T.J. Mackie uit de magnifieke speelfilm Magnolia zeggen. ‘And tame the cunt.’ Het begon allemaal in 1988 bij de bestseller How To Get The Women You Desire In Bed van Ross Jeffries, een voormalige brekebeen op het liefdespad, die technieken uit Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) besloot te gaan toepassen op het versieren van vrouwen. En de rest is geschiedenis.

Tegenwoordig kun je als schutterende versierder, getuige deze slicke documentaire van Matthew en Barnaby O’Connor, terecht bij professionele alfamannetjes als Maximilian ‘RSDMAX’ BergerRobert ‘Beckster’ Beck en Erik ‘Mystery’ von Markovik. Die leren de deelnemers aan hun cursus of workshop hoe ze het ‘target’ eerst moeten benaderen, daarna in hun invloedssfeer kunnen krijgen en tenslotte op het juiste moment hun kans moeten zien te grijpen. Waarbij de vrouwen in kwestie, tijdens de praktijkoefeningen op straat en in uitgaansgelegenheden gefilmd met een verborgen camera, worden gereduceerd tot willoos neukobject.

Dat je daarin ook te ver kunt gaan, toont het voorbeeld van versiercoach Julien Blanc, die onder vuur kwam te liggen omdat hij had gesuggereerd dat je Japanse vrouwen gewoon op straat bij hun hoofd kunt pakken, dat je vervolgens met ferme hand richting je eigen kruis duwt. Dat het bestaan van een pickup-artiest uiteindelijk alleen leidt tot emotionele leegte, betoogt spijtoptant Paul Janka, die inmiddels keurig getrouwd is. En dat The Game, de term die Neil Strauss ooit muntte in het gelijknamige boek, misogynie en geweld tegen vrouwen in de hand werkt, heeft dating- en ontwikkelingscoach Minnie Lane met eigen ogen kunnen vaststellen.

Die hele pickup-business, stelt een geanonimiseerde marketeer die de business inmiddels de rug heeft toegekeerd, heeft bovendien echt maar één bedoeling: de nietsvermoedende klant zoveel mogelijk geld uit de broek kloppen, voordat hij zich in het bijzijn van een appetijtelijke dame daadwerkelijk van die broek kan ontdoen. Het is een even treurige als voorspelbare conclusie voor deze interessante film, waarin de zelfverklaarde ladykillers juist op dat thema nog wel wat steviger hadden mogen worden aangepakt.

Finding Jack Charlton

‘Dat ben ik’, zegt de oudere man tegen zijn kleindochter als hij zichzelf op het televisiescherm ziet. ‘Dat ben ik. En ik herinner me er niets van.’ Samen met zijn gezin kijkt Jack Charlton naar oude beelden van hoe hij, en zijn onafscheidelijke pet, het één of andere kasteel aanprijst. Hij was decennialang een Bekende Brit: eerst als voetballer van Leeds United en het Engelse nationale elftal, later als coach, met name van Engelands grote rivaal Ierland.

En nu weet hij daar weinig meer van. Charlton is ten prooi gevallen aan dementie, een aandoening die voetballers van zijn generatie gemiddeld drie tot vijf keer zo vaak treft. Als gevolg van de kopduels die hij als boomlange verdediger, bijgenaamd ‘de Giraffe’, jarenlang uitvocht op ‘s werelds velden, zo is de veronderstelling. Samen met zijn meer getalenteerde jongere broer Bobby, met wie hij een moeizame relatie onderhield, werd Jack Charlton in 1966 wereldkampoen met het Engelse nationale voetbalelftal. Dat zijn teamgenoot Geoff Hurst een hattrick scoorde in de finale is hem echter allang ontglipt.

De delicieuze sportdocu Finding Jack Charlton (97 min.) is opgebouwd rond zijn periode als coach van het Ierse elftal, dat hij zelfvertrouwen gaf en eindelijk succes bracht. De opmars van het nationale voetbalteam aan het begin van de jaren negentig fungeerde als vliegwiel voor een nieuw zelfbewustzijn, stellen prominente Ieren als schrijver Roddy Doyle, U2-drummer Larry Mullen en de voormalige Taoiseach Bertie Ahern. Dat had namelijk een flinke deuk opgelopen tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland. Charlton, een Engelsman nota bene, bracht het elan terug. Hij werd zo een heuse volksheld, die als eerbetoon zou worden uitgeroepen tot ereburger. Net als Nelson Mandela. ‘De Kennedy-familie, moeder Teresa’, somt zijn oudste zoon John op, waarna hij naar zijn vader kijkt. ‘En dan heb je hem.’

‘s Mans werkwijze wordt in deze documentaire van Gabriel Clarke en Pete Thomas verbeeld via een pilaar waarop alle briefjes die Charlton als coach volkalkte zijn bevestigd. ‘You reap what you sow’, staat er bijvoorbeeld op. ‘Never assume they know and understand.’ En: ‘Be a dictator, but be a nice one.’ Bij dat laatste parasiteerde hij zonder enige twijfel op zijn heerlijke gevoel voor humor. Daarmee nam hij alles en iedereen voor zich in, zo kunnen voormalige pupillen als Paul McGrath, Niall Quinn en Pat Bonner bevestigen. Voor ‘the boss’, hoe eigenzinnig en koppig die ook kon zijn, gingen ze door het vuur.

En op basis van dit puntgave portret van Jack Charlton, een authentiek ‘character’ dat tot zijn dood op 10 juli jongstleden trouw bleef aan zichzelf, is dat niet meer dan logisch. De man mocht zichzelf dan langzaam maar zeker vergeten, dit betekent niet dat hij ook wordt vergeten.

The Art Of Political Murder

HBO

Twee dagen nadat de Guatemalteekse bisschop Juan Gerardi een rapport over mensenrechtenschendingen had gepresenteerd, werd hij op zondag 26 april 1998 bruut vermoord. Blijkbaar zat niet iedereen te wachten op ‘s mans bevindingen over de burgeroorlog die tussen 1960 en 1996 woedde in Guatemala en zo’n 200.000 burgerslachtoffers had gemaakt. Of zat er toch een persoonlijk motief achter zijn uiterst gewelddadige dood? Kort nadat hij moest zijn gestorven, zag een dakloze man hoe een kerel met ontbloot bovenlichaam Gerardi’s woning verliet.

The Art Of Political Murder (89 min.) laat de tijd herleven dat het Midden-Amerikaanse land nog volledig werd verscheurd door de strijd tussen de militaire regering van stijfrechtse signatuur en linkse rebellen, die werden ondersteund door de oorspronkelijke Maya-bevolking van Guatemala. Deze tweespalt zou ook de loop van het politieonderzoek naar de moord op de bisschop en mensenrechtenactivist beïnvloeden. Kon het recht ooit zijn loop hebben binnen zo’n politiek geladen context? Zou er überhaupt een fatsoenlijk onderzoek naar de ware toedracht kunnen plaatsvinden?

Ruim twintig jaar na dato kijken de officier van justitie, direct betrokkenen en de dakloze ooggetuige, die nog een kaart in zijn mouw blijkt te hebben, in deze krachtige documentaire van Paul Taylor terug op Guatemala’s nationale tragedie, waarbij ook Gerardi’s eigen huisgenoot, eerwaarde Mario Orantes, nog een opmerkelijke rol zal spelen.

Dood In De Bijlmer

Witfilm

‘Nederland ziet er niet meer uit zoals Anita van Loon’, zegt Anita van Loon. De medewerkster van uitvaartorganisatie Yarden en hoofdpersoon van de documentaire Dood In De Bijlmer (74 min.) wordt verantwoordelijk voor ‘het eerste multiculturele uitvaartcentrum van Nederland‘, dat moet verschijnen in Amsterdam-zuidoost.

Van Loon bezoekt in dat kader diverse gemeenschappen om bij de potentiële clièntele de vraag te inventariseren. Worden de toiletten wel groot genoeg? vraagt een vrouw van Afrikaanse komaf. Ze is bang dat ze met haar traditionele gewaad niet terecht kan op een kleine Nederlandse wc. Kan ik voor mijn uitvaart mijn eigen drankjes meenemen uit de Lidl of Aldi? wil een man weten.

En er moet een keuken komen in het nieuwe centrum, constateren ze bij de uitvaartonderneming. Zodat er roti kan worden gekookt. Gelukkig mag er op de gekozen plek gewoon lawaai gemaakt worden. Want Ghanezen willen tijdens hun afscheidsceremonies kunnen dansen. Terwijl ze zich zo verdiept in hoe andere culturen de overledene uitgeleide doen, bijvoorbeeld via een soort re-enactment van een Hindoestaanse uitvaart, krijgt Van Loon in eigen kring te maken met een sterfgeval.

‘De dood is wel een dingetje’, constateert ze in deze intrigerende documentaire van Paul Sin Nam Rigter. Intussen kost het haar werkgever heel wat kruim om de business case voor het nieuwe uitvaartcentrum rond te maken. Want is er bij elke cultuur wel evenveel behoefte? De moskee redt het bijvoorbeeld best op eigen kracht. ‘Dit land is gestoeld op het christendom.’, stelt oprichter Muhammad Gaffar scherp. ‘Ze hebben alles verwaarloosd.’

Gedurende vijf jaar volgt Dood In De Bijlmer (Internationale titel: Dealing With Death) het proces dat moet leiden tot een breed gedragen uitvaartcentrum. Tegelijkertijd zoomt de film via bijzonder sprekende fly on the wall-scènes ook in op verschillende uitvaartdiensten, waarbij een zeer extraverte Ghanese afscheidsbijeenkomst en een traditionele Nederlandse begrafenis bijvoorbeeld parallel zijn gemonteerd.

Zulke intieme inkijkjes in verschillende culturen maken tevens helder hoe weinig we eigenlijk van elkaar weten, ook al maken we misschien gebruik van dezelfde school of supermarkt. Het is een gedachte die ook bij Anita van Loon post lijkt te vatten. Ze begint zich af te vragen of dat idee van een uitvaartcentrum voor iedereen niet een zinsbegoocheling is. Want dood gaan we allemaal, maar afscheid nemen doet ieder toch echt op zijn of haar eigen manier. En in zijn eigen omgeving.

Skies Above Hebron

Doxy

‘Soldaat!’ roept de Joodse overbuurvrouw naar militairen van de legerpost als de Palestijnse broers Amer (11) en Anas (7) te dichtbij komen met de duiven die ze houden op hun dak. Tegen de jongens: ‘Deze plek is niet van jullie. Wegwezen!’

‘Ga zelf weg’, roepen ze terug. ‘Houd je mond!’ De broers weten dan al hoe laat het is. ‘Nu komen de soldaten eraan’, zegt Anas. Hij maakt er schietgeluiden en –bewegingen bij. Als de Israëlische militairen zich daadwerkelijk melden, raken de gemoederen snel verhit. ‘Ik zweer bij God dat ik je hoofd verbrijzel als je mijn zoon meeneemt’, zegt de moeder van de broers.

‘Ze hebben iets gedaan’, legt één van de soldaten uit. ‘We moeten ze boven aan een officier laten zien. Alle kinderen. Nu! Anders kom ik vannacht terug en arresteer ik iedereen in huis.’

Skies Above Hebron (56 min.) is nauwelijks vijf minuten onderweg en de situatieschets is compleet: Hebron, een stad aan de Westelijke Jordaanoever waar de Palestijnse bevolking en Joodse kolonisten op voet van oorlog met elkaar leven. Het is de plek waar de broers Quneibi en een andere Palestijnse jongen, Marwaan Sharabati, opgroeien. Die heeft als elfjarige al een foto gemaakt van een ‘martelaar’ die werd doodgeschoten door een Israëlische soldaat.

‘Ik was daar aan het spelen’, vertelt hij, bij zijn huis tegenover een grote Israëlische nederzetting. ‘Daar beneden viel hij neer, bij die witte steen. Hij vervolgt: ‘Een oude kolonist richtte zijn geweer op me. Hij schoot en ik bukte. De kogel ging net langs me heen.’ Toen kwamen er soldaten, die het geheugenkaartje van Marwaans telefoon wilden hebben. Dat liet hij niet gebeuren. Met vastberaden blik toont de jongen zijn foto. Die gun je geen enkel kind.

Esther Hertog en Paul King volgen de opgroeiende jongens gedurende enkele jaren. Het conflict dat rondom hen woedt werkt vormend. Ook zij worden, of ze dat nu willen of niet, meegezogen in de tragische waan van de dag. Waarbij camera’s worden ingezet als wapen, kinderen aan een waterpijp lurken om de stress te managen en Joden, en Joodse kinderen, automatisch tot vijand worden gebombardeerd.

Totdat iedereen, zo laat Skies Above Hebron trefzeker zien, zijn voorbestemde plek in de strijd heeft ingenomen of eieren voor z’n geld besluit te kiezen. Intussen proberen Amer en Anas gewoon hun duiven in leven te houden. In een wereld die daarin geen potentieel vredessymbool herkent, maar ze gewoon betrekt in de strijd.

Under The Wire

underthewiremovie.com

Ze moest letterlijk een oog geven voor haar missie. In 2001 te Sri Lanka, tijdens een bloedige burgeroorlog. Een ooglapje zou het handelsmerk worden van de Amerikaanse oorlogscorrespondent Marie Colvin. Net als dat ze voor de Duvel niet bang was en koste wat het kost, ongeacht de omstandigheden, de verhalen van gewone mensen wilde vertellen. Zo zou ze ook aan haar einde komen, bij een raketaanval in de Syrische stad Homs op 22 februari 2012.

Colvin was zo’n vrouw waarover films worden gemaakt: A Private War (het speelfilmdebuut van de gevierde documentairemaker Matthew Heineman, met Rosamund Pike als de onvervaarde journaliste) en de documentaire Under The Wire (93 min.) van Chris Martin. Beide films uit 2018 zijn zowel een eerbetoon aan de vrouw zelf als aan haar stiel, de oorlogsjournalistiek, en vormen tevens een vlijmscherpe aanklacht tegen oorlog in het algemeen.

Waar de speelfilm Colvins complete loopbaan probeert te vatten, inclusief haar trauma’s en drankmisbruik, reconstrueert deze docu alleen de helletocht die zou leiden tot haar dood (en die van haar Franse collega Rémi Ochlik). ‘Er is een vrouw dood’, roept een man op huiveringwekkende amateurbeelden, die de paniek van het moment perfect weerspiegelen. ‘Wie?’ reageert een ander. ‘Marie van The Sunday Times?’ Het antwoord slaat alle hoop de bodem in: ‘Ja, Marie van The Sunday Times. Ze is dood.’

Maar, om een bekende boutade te parafraseren: achter elke succesvolle vrouw staat een sterke man: fotograaf Paul Conroy. Colvins vaste partner in crime is de eigenlijke hoofdpersoon van deze beklemmende documentaire. Die is ook gebaseerd op het boek dat hij schreef over hun werkreis naar Assads Syrië. Nadat ze samen de voorpagina van de krant hadden gehaald en zij dat met de dood moest bekopen, belandde hij weer bij de benauwde kilometerslange tunnel die hen op de plek des onheils had gebracht.

Conroy had nog maar één missie: zijn verhaal vertellen. Hun verhaal. Samen met enkele collega’s die erbij waren op dat fatale moment en in de rug gedekt door een slimme combinatie van reconstructiebeelden en shockerende opnamen van de ‘slachting’ ter plaatse brengt hij de horror tot leven. Dat komt hard binnen. Marie, een ijzervreter van het zuiverste water, zou vast niet anders gewild hebben.