The Taste Of Desire

Halal

De Japanse pareljuwelmaakster Chitose Ochi is nog altijd vrijgezel en vindt in oesters – liefst imperfecte en dus unieke exemplaren – parels die ze als haar kinderen beschouwt.

Voor de Zweedse oesterduikster Lotta Klemming is haar huidige kluizenaarsbestaan een uitweg gebleken uit een leven in de modewereld dat haar geleidelijk aan de keel dichtkneep. Nu dreigt het alleen een beletsel te worden in haar relatie met de Nederlander Sander Schimmelpenninck.

Burlesque-danseres Angie Pontani uit Coney Island in New York gebruikt een levensgrote oester als voornaamste rekwisiet bij haar sensuele optredens en probeert die carrière te combineren met het moederschap.

De Franse chefkok Olivier Roellinger, verzot op oesters, heeft jarenlang op een derde Michelinster gejaagd, maar is na een levensveranderende gebeurtenis tot bezinning gekomen. Hij probeert z’n zoon Hugo, die in zijn voetsporen wil treden, nu te behoeden voor soortgelijke tomeloze ambitie.

De Britse psycho-analyst Nigel Moore heeft een terminale vorm van kanker, maar hoopt nog voor zijn dood een boek over oesters af te kunnen ronden – al zou de weg daarbij wel eens belangrijker kunnen zijn dan de bestemming.

En voor Willemiek Kluijfhout, maakster van The Taste Of Desire (87 min.), is de oester dan weer eerst en vooral een metafoor voor het schier oneindige menselijk verlangen. De drang die ons alsmaar blijft voortjagen. Vaak tevergeefs. Zonder dat het doel in zicht komt. Een bron ook die vaak voor spijt en frustratie zorgt. Waardoor we vast kunnen lopen binnen onszelf

Die elementen vindt Kluijfhout bij alle hoofdpersonages van deze fraaie, sfeervolle en poëtische film. Ze verbindt ze met elkaar via een sensuele vertelstem, ingesproken door Catherine Somzé, die smakelijk tussen de verschillende verhaallijnen door glibbert en zeker stelt dat A Taste Of Desire, een film over grote thema’s als wat het leven heeft te bieden en wat het daadwerkelijk biedt, met smaak naar binnen kan worden geslobberd.

Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan

Netflix

De diagnose meervoudige persoonlijkheidsstoornis – of de hedendaagse benaming: dissociatieve stoornis – kan doorgaans op scepsis rekenen. Zeker als die wordt ingezet als verklaring voor criminele uitspattingen van de patiënt. Dan duurt het nooit lang voordat iemand ‘onzin!’ roept. Of: ‘geweldige acteerprestatie!’

Bij Billy Milligan, in 1977 opgepakt omdat hij enkele vrouwen zou hebben verkracht op de Ohio State-universiteit, ging dat natuurlijk niet anders. Was dit een truc van zijn verdediging of een zinsbegoocheling van nét iets te gewillige zielenknijpers? Of was er daadwerkelijk iets aan de hand met de 23-jarige Amerikaan, die toen al een aanzienlijke psychiatrische historie had? En waren al die persoonlijkheden dan inderdaad onderdeel van een overlevingsstrategie – net als bij de hoofdpersoon van de toenmalige bestseller Sybil – waarmee extreem trauma uit zijn verleden onschadelijk moest worden gemaakt?

In Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan (242 min.) probeert Olivier Megaton door dat woud van persoonlijkheden te waden. Hij maakt die zichtbaar door bij oude interviewfragmenten van Billy te titelen welke persoon er wanneer aan het woord is. Ragen bijvoorbeeld, de agressor met het Joegoslavische accent. De verlegen negentienjarige lesbienne Adalana. Of Engelsman Arthur, die de boel op de één of andere manier bij elkaar probeert te houden. Als al die verschillende figuren, met elk hun eigen functie en risico’s, daadwerkelijk bestaan in één enkele persoon, dan moet die wel ontoerekeningsvatbaar zijn. En in dat geval – logische conclusie – ligt niet gevangenisstraf maar therapie voor de hand.

Megaton ontleedt de zaak rond/tegen Billy Milligan met zijn broer Jim en zus Kathy, jeugdvrienden en juristen, psychiaters en begeleiders die betrokken waren bij het psychiatrische onderzoek, de strafzaak of z’n behandeling. En natuurlijk ontbreekt ook de schrijver niet die als een gier op zo’n bijzonder geval duikt, om het vervolgens helemaal af te kluiven. Om het unheimische karakter van de hele geschiedenis te benadrukken interviewt de documentairemaker hen bovendien stuk voor stuk in een sinister ogende setting. Niet thuis in een ontspannen atmosfeer of juist binnen een professionele context, maar in een lege kerk, een verlaten cellencomplex of een fabriekshal waar de verf van de muren afbladdert.

Het is en blijft tenslotte true crime. Een genre dat ook gedijt bij nét iets te donkere gedramatiseerde scènes, een duistere soundtrack en slim geplaatste cliffhangers. Ook daarin stelt Monsters Inside niet teleur. Deze vierdelige serie melkt alleen de bizarre levenswandel van Billy Milligan soms wel erg opzichtig uit, maar geeft tegelijkertijd ook interessante achtergrondinformatie over de discussie rond de meervoudige persoonlijkheidsstoornis en hoe die zich sindsdien heeft ontwikkeld. Daar zit ook de meerwaarde van deze diepe duik in de valkuilen dan wel doortrapte streken van de menselijke geest.

Wonder Boy – Olivier Rousteing, Né Sous X

Netflix

‘Nu ik steeds beter weet waar ik heen wil, moet ik weten waar ik vandaan kom’, zegt Olivier Rousteing gedecideerd tegen zijn chauffeur Mohammed. Op zijn 24e werd de jonge Fransman creatief directeur van het prestigieuze Parijse modehuis Balmain, het wonderkind van de internationale modewereld. Inmiddels is Rousteing enkele jaren verder en een gevestigde naam geworden. In stilte worstelt hij echter met zijn afkomst.

Daarvan weet hij heel weinig. Olivier Rousteing zou een kind zijn van een heel donkere moeder en een heel witte vader. Meer weet – of wil? – zijn adoptiemoeder er ook niet over te vertellen. In Wonder Boy: Olivier Rousteing, Né Sous X (82 min.) begint hij aan een persoonlijke zoektocht naar zijn oorsprong. Hij wil zijn biologische ouders vinden. Om te ontdekken waarom ze hem hebben afgestaan. Afgewezen, zoals hij dat zelf ervaart.

Regisseur Anissa Bonnefont mag getuige zijn van dat zéér intieme proces en vangt de emoties die hem onderweg overspoelen met lange, intieme shots. Rousteings existentiële eenzaamheid sijpelt gaandeweg ook steeds meer door naar zijn werk. Te midden van celebrities als Claudia Schiffer, Neymar en Jennifer Lopez begint hij, ogenschijnlijk het middelpunt van elk feest, steeds meer te ogen als een verweesd jongetje.

Het contrast tussen de intieme scènes van het volwassen kind dat via officiële instanties zijn ouders hoopt te vinden en de grootse taferelen rond de gevierde ontwerper wordt door Bonnefont ten volle uitgenut in deze stemmige en aangrijpende film. De conclusie die Olivier Rousteing zelf allang heeft getrokken wordt daarmee onvermijdelijk: zonder ouderliefde – en de daarmee verbonden eigenliefde – stelt dat succes geen ene mallemoer voor.

‘Ik ben bang voor het einde van deze film’, bekent Rousteing halverwege tegen Mohammed, die hij als een soort biechtvader gebruikt. ‘Wat wordt de laatste scène?’ Hij laat een lange stilte vallen. ‘Gaat mijn leven daarna gewoon door?’

Hitchcock/Truffaut

‘Beste meneer Truffaut, uw brief zorgde voor tranen in mijn ogen’, schreef de vermaarde filmregisseur Alfred Hitchcock begin jaren zestig aan zijn veel jongere Franse collega. ‘Ik ben zo dankbaar voor deze erkenning van u.’

Nouvelle vague-pionier François Truffaut wilde in gesprek met de ‘master of suspense’, die hij beschouwde als de beste regisseur ter wereld. En de Britse gigant, geplaagd door het gevoel dat hij niet serieus werd genomen als kunstenaar, wilde zich maar al te graag uitgebreid – een week lang zelfs, met een vertaalster – laten interviewen over zijn oeuvre.

De gesprekken die ze voerden voor Hitchcock/Truffaut, het boek dat daaruit voortvloeide en dat wordt beschouwd als een essentieel werk over het medium film, vormen de basis voor deze documentaire van Kent Jones uit 2015, die verplichte kost is voor elke cinefiel en tevens dienst kan doen als masterclass voor aspirant-filmmakers.

Aan de hand van fragmenten uit klassieke Hitchcock-films zoomen de hedendaagse filmmakers David FincherMartin Scorsese, Arnaud Desplechin, Richard Linklater, Kiyoshi Kurosawa, Wes Anderson, James Gray, Paul Schrader, Peter Bogdanovich en Olivier Assayas in op het werk van de grootmeester en destilleren er elementaire lessen uit.

Hitchcock/Truffaut (80 min.), dat ook een fotoserie van de tweegesprekken incorporeert, slaagt daardoor ook als eigenstandig kunstwerk: de documentaire dwingt de kijker om de alledaagse werkelijkheid, waartoe we de speelfilms van Alfred Hitchcock toch zo langzamerhand mogen rekenen, met arendsogen te bekijken.

En dan valt er, ruim een halve eeuw na dato, nog van alles te ontdekken. Want, zoals één van de sprekers ‘t formuleert, zelfs de slechtste Hitchcock-film is vele malen interessanter dan de meeste andere rolprenten.

Gewoon Boef

Videoland

Waar houdt Boef op en begint Sofiane Boussaadia? Waren die veelbesproken treitervlogs bijvoorbeeld het werk van een artiest die zich zo nodig moest manifesteren of van een allochtone jongen die zijn oprechte frustraties over de politie uitte? En hoe zat het met die al even omstreden uitspraak over ‘kechs‘, vrouwen die zich als hoeren gedroegen? Doelbewuste provocatie van een slim enfant terrible, verkeerd uitgelegde rant of toch een verbaal slippertje van een oerconservatieve jongen, die per ongeluk het achterste van zijn doorgaans zo vaardige tong liet zien?

In de driedelige serie Gewoon Boef (86 min.) trekt Olivier Garcia ruim een half jaar op met het omhoog gevallen ettertje/de buitengewoon getalenteerde rapper en zoomt daarbij tevens in op de achtergrond van dit vat vol tegenstrijdigheden, zijn stormachtige opkomst en de daaruit voortgevloeide controverses. Net als de docuserie die Videoland eerder uitbracht over generatiegenoot Famke Louise is het geheel snel en puur op inhoud gesneden. De drie afleveringen springen voortdurend in de tijd en wisselend gedurig van locatie; van een optreden in Turkije, Thaise relaxvakantie en rootsreis naar Parijs tot de plek waar Boefs/Sofianes leven zich sinds kort afspeelt: een ontzettend protserige villa.

Zelf ziet hij die als bevestiging van het feit dat hij het inmiddels heeft gemaakt. Al weet ook deze Boef dat geld bepaald niet altijd gelukkig maakt. Dat materialisme zou bovendien wel eens een uitingsvorm van verlatingsangst kunnen zijn, concluderen zowel maker als subject van deze serie in een privésessie psychologie van de koude grond. ‘Iemand die van je houdt kan de volgende dag niet meer van je houden. Dat is gewoon het leven’, stelt de beschadigde jongen/rapper met dollartekens in de ogen. ‘Maar geld… Als je honderd euro naast je bed legt en je wordt wakker, dan ligt er nog steeds honderd euro naast je bed.’

Noem dat gerust plat of cynisch. Hij heeft met die attitude wél de belofte waargemaakt die de tiener Sofiane, ook toen al een Boef overigens, ooit deed aan zijn adoptiemoeder. ‘Please make something of your life’, zei zij op haar sterfbed tegen de jongen, die speciaal voor de gelegenheid enkele dagen uit de gevangenis mocht. ‘Dat is me bijgebleven’, zegt hij nu. ‘Ik dacht: ik moet het maken, begrijp je? En drie jaar later blies ik op.’ Ondanks dat succes is de behoefte aan een thuis gebleven, zo blijkt uit persoonlijke gesprekken met de hoofdpersoon zelf, enkele jeugdvrienden en de bijna onvermijdelijke Ali B. Die krijgen in dit schurende portret bovendien extra reliëf via de omgang met zijn Habiba Selma en ontmoetingen met zowel zijn biologische als zijn stiefvader.

Gewoon Boef schetst zo trefzeker het fenomeen Boef/de (probleem)jongere Soef. Held van de jeugd van tegenwoordig. En tevens de verpersoonlijking van wat je ‘de jeugd van tegenwoordig’ zou kunnen noemen.

On The President’s Orders

Frontline

‘Adolf Hitler slachtte drie miljoen Joden af. Wij hebben drie miljoen verslaafden. Die zou ik met liefde en plezier afslachten.’ Was getekend: Rodrigo Duterte, president van de Filipijnen. Een man die ook niet schroomt om de daad bij het woord te voegen en van de ‘war on drugs’ daadwerkelijk een oorlog te maken.

Hoe dat gevecht tegen drugsgebruikers en -dealers er in de praktijk uitziet, wordt glashelder in de huiveringwekkende documentaire On The President’s Orders (55 min.). De business loopt als een tierelier, vertelt een plaatselijke uitvaartondernemer. Zijn houding is exemplarisch voor de totale ontmenselijking van alles en iedereen die met drugs te maken heeft. Ze worden opgejaagd door doodseskaders, die er met hun skeletmaskers uitzien als de schurken in een slechte horrorfilm.

‘Veel schietpartijen ogen heel professioneel’, constateren de filmmakers James Jones en Olivier Sarbil als ze de commandant van een gemilitariseerde politie-eenheid confronteren met de enorme hoeveelheid dodelijke slachtoffers. ‘U kunt zich vast voorstellen waarom mensen denken dat de politie erbij betrokken was?’ Ja, antwoordt Octavio Deimos, met een mitrailleur in de hand. ‘Het kan best zijn dat mensen dat denken, maar in werkelijkheid klopt dat niet.’

Even later: ‘Natuurlijk doodt de politie mensen als ze terug vecht.’ Deimos schiet er spontaan van in de lach. ‘Als de politie dat doet, is het geoorloofd. Wij zijn nu eenmaal de politie. En wij handhaven de wet.’ Waarna de man zijn flinterdunne verdedigingslinie helemaal laat vallen. ‘Drugsgebruikers of -dealers hebben hier helemaal niks te zoeken. Zij willen gewoon niet leven. Ze leven al in de hel, dus kunnen wij ze er net zo goed ook echt naar toesturen.’

Zelden zal de zondeboktheorie zo openlijk en zonder enige vorm van verontschuldiging in de praktijk zijn gebracht als tijdens Dutertes schrikbewind in de Filipijnen. Het gevolg, daadkrachtig vervat in deze onrustbarende film, is doodeng: een duistere politiestaat, waarin de absolute leider zijn domme krachten, geanonimiseerd en zwaarbewapend, rücksichtslos op de bevolking loslaat en uiteindelijk – dat valt vrij eenvoudig te voorspellen – niemand veilig zal blijken te zijn.

Torso

‘Dan mag je een heel klein beetje zo je billen naar achter doen’, zegt de vrouw met de spuitfles met lichaamsbruiner in de openingsscène van deze korte documentaire. Axel Paulina staat met zijn rug naar de camera. In een soort minitent, poedelnaakt. Zijn brede schouders en rug, bekleed met een imposante tatoeage, worden van een dun laagje bruin voorzien. De titel verschijnt in beeld: Torso (24 min.). Van Olivier J. Garcia.

In de volgende scène showt Paulina zijn spierballen. Eerst licht onzeker, daarna met zelfvertrouwen. Opgepompt, in een strakke slip. Zijn tienerzoons Caine en Montell (die in 2017 overigens Holland’s Next Top Model won) kijken vol bewondering naar de man die bij een bodybuild-toernooi zijn comeback maakt. Hun inmiddels 48-jarige vader, die jarenlang buiten beeld was, is terug én in vorm.

Nog niet zo lang geleden had hij een buikje. En papperige bovenbenen. Die zijn binnen korte tijd met een personal trainer weggewerkt. Axel wilde een nieuwe man worden. Een ouder voor zijn twee jongens. ‘Je oogst wat je zaait’, zegt hij over zijn vroegere bestaan als vechtsporter, drugsdealer en afperser, dat z’n sporen heeft achtergelaten op zijn lijf. ‘Ik zaai ellende en ik krijg ook ellende terug.’

‘Was je toen heel anders?’ wil de documentairemaker weten. ’Toen had je me niet willen leren kennen’, antwoordt de held van zijn film met een ontwapende glimlach. ’Ik was een heel andere persoon.’ Die ‘bad boy’ laat zich niettemin nog wel eens zien voor Garcia’s camera. Als hij bij het begin van het toernooi bijvoorbeeld zijn zoons probeert op te trommelen. ‘Waar ben je?’ klinkt het nét iets te dwingend.

Hij oogt op zulke momenten als de man die hij ooit geweest moet zijn. Die gewend is om zijn zin te krijgen – of zijn zin, met alles wat hij in zich heeft, af te dwingen. Zo moeten zijn zoons nú naar hem komen kijken. Vaders wil is wet. Axel hengelt ondertussen ook naar hun goedkeuring en respect. Zodat hij dat ook voor zichzelf kan opbrengen, vermoedelijk.

In sfeervol zwart-wit brengt deze krachtige film haarfijn in beeld hoe Axel als vader zijn kinderen probeert terug te verdienen. Terwijl die jongens al die tijd, zeggen ze zelf, gewoon ‘een superheld’ in hem zijn blijven zien.

Skip En De Rhythm Rangers

Witfilm

Skip danst. Dat is leuk. Erg leuk zelfs. Maar ook lastig. Want Skip is een jongen. En veertien. Hij wil stoer zijn. En toch dansen. Met zijn vrienden. De Rhythm Rangers. Geen mietjes hoor. Gewoon dansende jongens.

Nu moeten ze voguen. Vo-gu-en. Wie heeft dat nu weer bedacht? Ze zijn toch geen mietjes? Gewoon jongens hoor. Die toevallig willen dansen. En stoer zijn. En veertien. En Skip heten. Ja, rare naam, hè?

Gepest is-ie ermee. Skip. Wie verzint zoiets? Het maakt hem niks uit. Echt niet. Ze krijgen hem niet klein. Beslist niet. Voguen zal hij! Wat ze er ook van zeggen. Want dat zullen ze. Vast en zeker. Hij lijkt zo net een meisje.

In deze fijne jeugddocu. Van Olivier Garcia. Vlot en filmisch. En toch met inhoud. Veertien jaar in veertien minuten. Bijna vijftien. De belangrijke dingen. Over zelfvertrouwen. Pesten. En desondanks gewoon dansen. Stoer zijn. Een jongen. Skip.

Helse Pijn

KRO-NCRV

Afgelopen week was er in de media, bijvoorbeeld in de talkshow Jinek, veel aandacht voor de documentaire Helse Pijn van Olivier van der Zee, waarin één van de blijkbaar drie miljoen (!) Nederlanders met chronische pijn wordt gevolgd in z’n pogingen om zijn leven terug te krijgen.

De 41-jarige truckchauffeur Patrick Stuurman hield aan een galblaasoperatie gruwelijke pijn over, die hem elke lust ontneemt om te leven. Bij de pijnspecialisten van het Amsterdams Medisch Centrum laat hij onderhuids een apparaatje plaatsen dat de pijn draaglijk moet maken. Maar natuurlijk gaat ook dat gepaard met… Juist: pijn.

Helse Pijn (80 min.) laat op een no-nonsense manier zien hoe pijn alle regionen van het leven kan gaan beheersen. Niet alleen dat van de gepijnigde zelf, maar ook van diens directe omgeving. Treffend is bijvoorbeeld de scène waarin Stuurman, die zelf nauwelijks het hoofd boven water kan houden, zijn bezorgde zoontje probeert te troosten. Een typische kwestie van helse pijn, in het kwadraat.