Pray, Obey, Kill

This image has an empty alt attribute; its file name is prayobeykill.jpg
HBO

Pastor Helge Fossmo van de Knutby Philadelphia-kerk had er al over gedroomd dat zijn vrouw Heléne zou sterven. En verdomd, niet veel later overleed ze inderdaad, slechts 27 jaar oud, in de badkuip. De hele kerkgemeente in het Zweedse dorp was er in 1999 van overtuigd dat God hem de boodschap hoogstpersoonlijk had ingefluisterd. Tegelijkertijd was er enorm respect voor de martelaar Helge, een weduwnaar die zijn lot manmoedig droeg. Nu scheelde ‘t natuurlijk ook dat Heléne naar een betere plek ging. Uiteindelijk was zij in de hemel misschien zelfs wel beter af dan hier in het ondermaanse.

Vijf jaar later verwisselde ook Helge’s tweede echtgenote Alexandra het tijdelijke voor het eeuwige. Zij bleek te zijn neergeschoten door Sara Svensson, het kindermeisje van het stel dat op dezelfde avond ook hun buurman Daniel Linde ernstig verwondde. Van diens vrouw Anette werd overigens gefluisterd dat ze alles had om vrouw numero drie van Helge te worden. Het was hem als pastor alleen niet toegestaan om te scheiden. Echt vreemd was het dan ook niet dat de politie in 2004 serieus inzoomde op het uitbundige SMS-verkeer tussen Helge en Sara. Hij zou haar toch niet hebben aangezet om zijn vrouw en de echtgenoot van zijn clandestiene geliefde neer te schieten?

Het illustere duo opereerde, getuige de zesdelige docuserie Pray, Obey, Kill (318 min.) van Henrik Georgsson, alleen beslist niet in een vacuüm. Ook Åsa Waldau, de leidster van de eigenzinnige pinkstergemeente die zich ‘de Bruid van Christus’ liet noemen, speelde daarin een prominente rol. Zij had haar zinnen eveneens gezet op Helge – een man die nochtans eerder oogt als een gemiddelde verwarmingsmonteur dan als een dodelijke combinatie van Brad Pitt, George Clooney en Johnny Depp – en wilde de ontwikkelingen ook maar al te graag naar haar hand zetten. Oh ja, om de zaak helemaal ingewikkeld te maken: Åsa was tevens de oudere zus van Alexandra.

De gebeurtenissen worden vijftien jaar na dato nog eens grondig onderzocht door de journalisten Martin Johnson en Anton Berg, die de hand weten te leggen op de originele politieverhoren van Helge Fossmo en met behulp van maquettes en tests duidelijk proberen te krijgen wat er precies gebeurd kan zijn. Ze krijgen tevens de kans om allerlei leden van de kerkgemeenschap te interviewen, inclusief de man die sinds 2004 vastzit voor de mysterieuze dood van zijn echtgenotes én de vrouw die namens hem bij echtgenote numero twee de trekker zou hebben overgehaald. Een handlanger met wie hij, natuurlijk, ook amoureuze betrekkingen had aangeknoopt.

Zoals dat gaat bij dit soort true crime-producties doorlopen de protagonisten allerlei onderzoekspistes die de zaak verdiepen of verbreden, worden ze aan het eind van elke aflevering met een belangwekkend nieuw feit geconfronteerd en stuiten ze onderweg op bewijs dat de gebeurtenissen wel eens in een ander licht zou kunnen plaatsen, zoals het ruwe materiaal van de politiereconstructie van Sara’s dodelijke tocht langs de slaapkamers van Alexandra en Daniel. De pogingen van Johnson en Berg om – via een continue onderlinge dialoog, die soms op een toneelstukje begint te lijken – tot waarheidsvinding te komen zijn overtuigend en spannend.

Wat er zich rond de eeuwwisseling precies heeft afgespeeld in die verknipte Zweedse sekte te Knutby, is na een kleine zes uur nog altijd niet helemaal opgehelderd: wie was het werktuig van welke duivel? Trok de onopvallende charmeur Helge aan de touwtjes? Of was het stiekem tóch, in de woorden van Sara, ‘de koningin van de hemel, de opperste liefde van het universum’ Äsa? Pray, Obey, Kill laat de kijker in elk geval achter met een knoeperd van een cliffhanger, die doet vermoeden dat er nog wel eens een tweede seizoen in het vat zou kunnen zitten.

Hitchcock/Truffaut

‘Beste meneer Truffaut, uw brief zorgde voor tranen in mijn ogen’, schreef de vermaarde filmregisseur Alfred Hitchcock begin jaren zestig aan zijn veel jongere Franse collega. ‘Ik ben zo dankbaar voor deze erkenning van u.’

Nouvelle vague-pionier François Truffaut wilde in gesprek met de ‘master of suspense’, die hij beschouwde als de beste regisseur ter wereld. En de Britse gigant, geplaagd door het gevoel dat hij niet serieus werd genomen als kunstenaar, wilde zich maar al te graag uitgebreid – een week lang zelfs, met een vertaalster – laten interviewen over zijn oeuvre.

De gesprekken die ze voerden voor Hitchcock/Truffaut, het boek dat daaruit voortvloeide en dat wordt beschouwd als een essentieel werk over het medium film, vormen de basis voor deze documentaire van Kent Jones uit 2015, die verplichte kost is voor elke cinefiel en tevens dienst kan doen als masterclass voor aspirant-filmmakers.

Aan de hand van fragmenten uit klassieke Hitchcock-films zoomen de hedendaagse filmmakers David FincherMartin Scorsese, Arnaud Desplechin, Richard Linklater, Kiyoshi Kurosawa, Wes Anderson, James Gray, Paul Schrader, Peter Bogdanovich en Olivier Assayas in op het werk van de grootmeester en destilleren er elementaire lessen uit.

Hitchcock/Truffaut (80 min.), dat ook een fotoserie van de tweegesprekken incorporeert, slaagt daardoor ook als eigenstandig kunstwerk: de documentaire dwingt de kijker om de alledaagse werkelijkheid, waartoe we de speelfilms van Alfred Hitchcock toch zo langzamerhand mogen rekenen, met arendsogen te bekijken.

En dan valt er, ruim een halve eeuw na dato, nog van alles te ontdekken. Want, zoals één van de sprekers ‘t formuleert, zelfs de slechtste Hitchcock-film is vele malen interessanter dan de meeste andere rolprenten.

Tina

HBO

De Bruin, Fey of Trucker? Nee, met Tina wordt natuurlijk Turner bedoeld. De achternaam die ze erfde van haar eerste echtgenoot Ike. De voornaam verzon hij, zonder overleg overigens, voor haar: Tina (117 min.). Die dus eigenlijk Anna Mae Bullock heet. En nu haar eigen documentaire heeft. Na eerder al een autobiografie (I, Tina: My Life Story), een speelfilmhit die daar weer op was gebaseerd (What’s Love Got To Do With It) en onlangs nog eens Tina: The Musical.

De Amerikaanse zangeres is inmiddels begin tachtig, maar wordt nog altijd geassocieerd met Ike, de ploert die ze alweer bijna een halve eeuw geleden verliet. Enkele jaren later zou ze, via een openhartig interview met het tijdschrift People in 1981, eindelijk schoon schip proberen te maken. Over de jaren waarin ze met de Ike & Tina Turner Revue de wereld veroverden – en hij haar achter de schermen alle hoeken van de (kleed)kamer liet zien.

Dat interview met Carl Arrington, gepubliceerd onder de kop ‘Tina Turner, The Woman Who Taught Mick Jagger To Dance’, krijgt ook weer een prominente plek in deze biopic van Daniel Lindsay en T.J. Martin. Zoals het misbruik Anna Mae haar hele leven zou blijven achtervolgen. Ook toen ze in de jaren tachtig als soloartiest een onverwachte comeback maakte en uitgroeide tot een absolute wereldster, bleef iedereen maar vragen naar Ike. Nooit kwam ze los van die vent. Ook nu niet.

Het is de tragiek van een vrouw die, tegen wil en dank, een voorbeeld werd voor andere vrouwen die gebukt gaan onder huiselijk geweld. In die zin biedt deze ongebreidelde lofzang op Tina Turner ook weinig nieuws over dat oude vertrouwde verhaal – verteld door de hoofdpersoon zelf en haar vriendin Oprah Winfrey, achtergrondzangeres/danseres Le’Jeune Fletcher, ghostwriter Kurt Loder, manager Roger Davies en Zwitserse echtgenoot Erwin Bach.

Behalve dan dat het vertellen van dat verhaal nog altijd zwaar weegt op Anna Mae. En dat daarachter nog een ander verhaal schuilgaat. Over een liefdeloze jeugd. Dat al wat later kwam – wellicht – een beetje verklaart. En dat in deze liefdevolle film, waarin haar huidige familieleven overigens behoorlijk wordt afgeschermd, als opmaat fungeert naar de gelikte apotheose. De documentaire die volgens haar man Erwin een soort punt zet. Achter Tina’s leven en carrière.

Turner.

De Boerenrepubliek

Bert ter Beek / ICU Documentaires

Het is een aangrijpend tafereel. Boer Bert ter Beek uit Oene, een man die je direct in je hart sluit, bidt het Onze Vader en heft vervolgens, te midden van de loeiende koeien in zijn stal, Psalm 121 aan. Als Bert klaar is, gaat hij aan het werk met de mannen die zijn gekomen om zijn vee te ruimen. Hij pakt een touw en leidt de eerste de beste koe de vrachtwagen in. Zijn hoogbejaarde vader kan het niet aanzien. Bert slaat zijn arm om hem heen en zegt troostend: ‘Stil maar, jongen. We redden het wel.’

‘De burger begrijpt de boer niet meer’, constateert verteller Felix Meurders aan het begin van de vierdelige serie De Boerenrepubliek (200 min.) van Hans Hermans en Martin Maat. ‘En de boer snapt de overheid al helemaal niet meer.’ De Brabantse varkensboer Frans Meulenmeesters verwoordt dat gevoel perfect. ‘Het is nooit, maar dan ook nooit, maar dan ook nooit genoeg.’ ‘s Mans bittere constatering vormt de opmaat naar een breed opgezette, empathische en genuanceerde rondgang langs de permanente botsing van belangen tussen boer, natuur en overheid, aan de hand van de MKZ-crisis in het voorjaar van 2001. Die ijlt twintig jaar na dato nog altijd na in agrarisch Nederland.

Het eerste geval van mond- en klauwzeer werd aangetroffen in Oene, een dorp in het Noordoosten van Gelderland dat direct in lockdown moest – een term die toen overigens nog helemaal niet werd gebruikt. De plaatselijke melkveehouder Albert Hassink haalde destijds het NOS Journaal met een videodagboek vanuit zijn eigen bedrijf. De beelden maken nog altijd indruk. ‘Die worden allemaal afgemaakt’, zegt Hassink met een snik in zijn stem, bij de aanblik van zijn ogenschijnlijk kerngezonde koeien. ‘Daar heb je je hele leven hard voor gewerkt. Je ouders, je voorouders, om dit op te bouwen. Het wordt in één dag allemaal afgemaakt. Allemaal.’ Hij sluit zijn video af met een oproep aan de toenmalige minister van landbouw, Laurens Jan Brinkhorst: ‘Minister, dit gaat fout. Dat ziet u toch ook wel?’

‘De reactie van deze boer begrijp ik heel goed’, reageert Brinkhorst twintig jaar later. ‘De individuele boer valt niks te verwijten.’ Het is volgens de oud-minister wel tragisch: omdat Nederland zelf – met steun van belangenorganisaties van de boeren – een toonaangevende exporteur van landbouwproducten wilde worden, moest het Europese non-vaccinatiebeleid worden ingevoerd. ‘De gevolgen zijn natuurlijk dat je je export kwijt bent als je gaat vaccineren.’ En dus werd er niet geënt, zoals de betrokken boeren wilden, maar ‘geruimd’, een eufemistische term voor het doden van de dieren. ‘Koeienmoord’, volgens sommige agrariërs. Van in totaal zo’n kwart miljoen, voor het grootste deel gezonde dieren. Dat zou uiteindelijk leiden tot rellen in Kootwijkerbroek. En die waren dan weer een logisch vervolg op de boerenprotesten van de jaren negentig en een voorbode van de grootschalige acties die organisaties als Farmers Defence Force tegenwoordig opzetten.

In deze ambitieuze reeks worden al die elementen, zo nu en dan met ingrijpen van voice-over Meurders, op een logische manier met elkaar verbonden: van de uitbraak van varkenspest tot het huidige stikstofbeleid en de Coronacrisis (die in 2001 al min of meer werd voorspeld door viroloog Ab Osterhaus). Met oog voor zowel de gevoelens en belangen van de Nederlandse boer als van zijn natuurlijke opponenten, de natuur- en dierenbeschermers. Die spreken over dierenbevrijding, een klimaatcrisis en gebrek aan biodiversiteit (en als gevolg daarvan zoiets als ‘landschapspijn’). Beide partijen lijken elkaar gevangen te houden in een kansloze strijd, waarin ook hun gezamenlijke vijand, ‘de politiek’, vooralsnog het verschil niet weet te maken.

Sinds de MKZ-crisis is het aantal boeren gehalveerd en het aantal dieren gelijk gebleven. Dat lijkt vragen om problemen. Alleen een fundamentele herbezinning zou de Gordiaanse knoop die de Nederlandse landbouw gaandeweg is geworden kunnen ontwarren. De Boerenrepubliek besteedt in dat kader ook aandacht aan veelal kleinschalige initiatieven om het boeren te vernieuwen. Uiteindelijk bepaalt de consument natuurlijk welke daarvan succesvol kunnen zijn. ‘Drie keer per dag hebben wij als mensen een stem in wat voor voedselsysteem wij willen’, stelt varkenshouder Jeffrey Korsmit uit Sint Willebrord. Hij houdt zijn Magalitza varkens gewoon buiten, waar ze lekker in de modder kunnen rollen. Voor hem en het welslagen van zijn bedrijf is het vanzelfsprekend essentieel dat de kwaliteit van het product (weer) voorop komt te staan.

Op een respectvolle manier belicht deze verzorgde serie zo, aan de hand van een crisis die diepe sporen heeft getrokken door de boerengemeenschap, alle verschillende posities en perspectieven rond de Nederlandse landbouw en hoe de toekomst daarvan eruit zou kunnen zien.

De Boerenrepubliek is hier te bekijken.

De Jongens Van De Broederweg

EO

Er wordt luidkeels gezongen. En gedronken natuurlijk. ‘t Is en blijft tenslotte een studentenvereniging. Gewoon nette jongens en meisjes die nog even de bloemetjes buiten zetten, zou je denken. Totdat de plicht roept en het volwassen bestaan een aanvang neemt. Als buitenstaander zie je er in elk geval niet aan af dat een belangrijk deel van de aanwezigen zich geroepen voelt tot God. Ze studeren theologie en zijn voorbestemd om predikant te worden.

In de verzorgde korte documentaire De Jongens Van De Broederweg (30 min.) worden drie jongens geportretteerd, die samen in een studentenhuis te Kampen wonen en zich voorbereiden op een leven als dominee. Natuurlijk kampen ze soms met twijfels over hun lotsbestemming. ‘Soms heb je wel zoiets van: ja, het had me ook wel leuk geleken om wat anders te doen’, zegt Ben van Steenis, die op een stoel naast een kratje Jupiler-bier zit. In de weekends thuis in Bleskensgraaf werkt hij gewoon bij een tanktransportbedrijf en hangt hij rond met zijn oude vrienden. Toch blijft het geloof roepen. ‘Gewoon voor God leven. En als ik daarmee bezig kan zijn, vind ik dat gewoon mooi.’

Via de drie dominees in spe brengt filmmaker Michiel van de Kamp de toekomst van gelovig Nederland in beeld. Tweedejaars student Simon Haverkamp loopt bijvoorbeeld stage en mag zijn eerste preek verzorgen in de voor hem onbekende gemeente Steenwijk. Onderweg naar dat grote moment raakt hij alleen verdwaald. ‘Ik heb ’t er wel voor over’, constateert hij over zijn roeping. ‘Maar ik weet niet of ik het aankan.’ Martin Kamp is intussen bijna afgestudeerd. Hij gaat een beetje gebukt onder de verwachtingen die het ambt oproept. Een predikant moet in zijn ogen zonder zonden zijn. ‘Ik voel me daar toch een beetje los van staan.’ Misschien is jeugdwerk toch meer iets voor hem?

Zo zijn de twintigers, net als hun leeftijdsgenoten, op zoek naar hoe ze hun volwassen leven willen invullen. Welke rol zal God daarin spelen? En kunnen ze de eenzaamheid van het predikantschap wel aan? Van de Kamp maakt een sfeervolle momentopname, met drie jonge mensen die aan de vooravond staan van wat een betekenisvol leven moet worden. Hij gaat daarbij de plekken waar het schuurt, knarst of wringt niet uit de weg, maar zoekt die ook niet doelbewust op. Dat resulteert in een empathisch portret van een nieuwe kerkgeneratie.

Joe Strummer: The Future Is Unwritten

Hij werd als diplomatenkind John Graham Mellor geboren in het Turkse Ankara, moest opgroeien op een typisch Engelse kostschool en werd volwassen op de kunstacademie. Waar zijn oudere broer David in zijn tienerjaren extreemrechts en het absolute zwart opzocht, zou Joe Strummer een onvervalste globalist en socialist worden. En het boegbeeld van The Clash, de Britse band die deze idealen vervatte in eerst dampende punk en later muziek die naar alle windstreken uitwaaide.

En toen, op 22 december 2002, hield het ineens op. Een fatale hartaanval. Joe was slechts vijftig. Hij had nog een hele toekomst voor zich, leek het. Regisseur Julien Temple roept de slordige halve eeuw die hem wél waren gegund overtuigend op in Joe Strummer: The Future Is Unwritten (119 min.). Hij bedient zich daarbij van zijn kenmerkende collagemontage, waarin beelden van Strummer en zijn bands samensmelten met speelfilmfragmenten, nieuwsbeelden en scènes uit de tekenfilm Animal Farm.

Als een soort radiodeejay verbindt Joe zelf alle elementen met elkaar. Een hele stoet sprekers – van vriendinnen, intimi en Clash-leden tot beroemde fans als Johnny Depp, Bono en Martin Scorsese – kleurt het personage Joe Strummer verder in. Want dat was het: een personage. Waar je als buitenstaander lastig doorheen kwam. Een man met een aanzienlijk ego ook. Met vastomlijnde ideeën over wie of wat hij wilde zijn. Die ruzies daarover bepaald niet uit de weg ging. En zichzelf nogal eens in de voet schoot.

Toch sloten ze hem allemaal in hun hart, beweren de sprekers, die door Temple rond een soort (virtueel) kampvuur zijn gepositioneerd. En daar komen hun stemmen en die akoestische gitaar natuurlijk ook goed van pas. Die ontspannen setting, gemodelleerd naar de Strummerville-campfires die zijn foundation sinds Joe’s dood organiseert op het Glastonbury-festival, doet deze film uit 2007 goed. Die werkt toe naar een dramatische climax als Strummer, net als hij weer richting lijkt te hebben gevonden na een jarenlange midlifecrisis, bezwijkt aan dat wild kloppende hart van hem.

Maya Angelou: And Still I Rise

‘Één van de fantasieën die ik op mijn zevende had, was dat er ineens iemand ‘Shazaam!’ zou zeggen en dat ik dan ineens wit zou zijn’, blikt Maya Angelou (1928-2014) een kleine halve eeuw later terug op haar jeugd in Stamps, een gehucht in de Amerikaanse staat Arkansas. ‘En dat ik niet meer met zo’n weerzin bekeken zou worden als ik door het witte deel van de stad liep.’ 

Het is een pijnlijke herinnering. Tegelijkertijd is ook duidelijk de verhalenverteller Angelou aan het woord. De zinnen die deze heeft gevonden worden bovendien uitgesproken door de performer Angelou. Haar kindertijd wordt zo onderdeel van het verhaal dat de schrijfster, zangeres en danseres van haar leven heeft gemaakt en dat ze in Maya Angelou: And Still I Rise (113 min.) samen met haar zoon Guy Johnson en mensen uit haar directe omgeving vol verve opdist.

Een veelbewogen bestaan was het zeker, dat haar aan de zijde bracht van Afro-Amerikaanse helden als Martin Luther King, Malcolm X en James Baldwin (over wie enkele jaren geleden de thematisch verwante documentaire I Am Not Your Negro is gemaakt) en dat in algehele erkenning zou uitmonden toen ze als een soort dichteres des vaderlands de natie mocht toespreken tijdens de inauguratie van Bill Clinton tot president van de Verenigde Staten in 1993.

Clinton ontbreekt natuurlijk niet in deze ongegeneerde lofzang op de befaamde zwarte schrijfster van Bob Hercules en Rita Coburn Whack uit 2016. Net als zijn vrouw Hillary en protegés als talkshowhost Oprah Winfey, hiphopper Common en regisseur John Singleton. Zij illustreren Maya Angelou’s eigen verhaal over een leven vol schade, schande en triomfen. Dat zou haar maken tot een ‘wise old woman’, die nadrukkelijk haar sporen achterliet in een nieuwe generatie Afro-Amerikanen en het land dat intussen ook het hunne was geworden.

Martin Luther King Vs. The FBI

Zouden we eigenlijk moeten willen weten wat er op de audiotapes staat die de FBI in de jaren zestig stiekem maakte van burgerrechtenleider Martin Luther King? vraagt één van de sprekers in Martin Luther King Vs. The FBI (106 min.) zich af. Want de schadelijke ‘feiten’ die de G-men van directeur J. Edgar Hoover destijds op slinkse wijze vastlegden hadden slechts één doel: de ‘most dangerous negro in America’ zwartmaken. En het bewijsmateriaal – van Kings buitenechtelijke affaires, ‘s mans rechterhand met communistische antecedenten en zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën – was bovendien op volstrekt illegale wijze verkregen.

De onlangs vrijgegeven officiële documenten over deze kwestie stellen vooral de FBI – directeur voor het leven Hoover in het bijzonder – in een kwaad daglicht. King, die in de halve eeuw na zijn gewelddadige dood in 1968 is uitgegroeid tot een held van welhaast mythische proporties, blijkt vooral een gewoon mens, met enorme gaven en enkele, ogenschijnlijk heel normale, karakterzwakten. De FBI daarentegen, die destijds nog door menigeen werd beschouwd als een organisatie met louter nobele wetshandhavers, komt daadwerkelijk naar voren als de ‘dark state’ waarover Donald Trump tegenwoordig regelmatig rept. Een in het duister opererende schaduwoverheid, die bijvoorbeeld een brief over Kings seksuele escapades liet opstellen met maar één bedoeling: de zwarte leider te bewegen om een einde aan zijn leven te maken.

Die achterbakse actie vormt één van de schrijnendste episoden uit de jarenlange pogingen van de binnenlandse veiligheidsdienst om, in Hoovers woorden, ‘the most notorious liar in the United States’ onschadelijk te maken. Die campagne wordt in deze boeiende documentaire van Sam Pollard belicht met een combinatie van oude reportages, interviews en slim uitgekozen en geplaatste fragmenten uit klassieke speelfilms. Hij roept daarmee de turbulente sixties en de bijbehorende strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging op. Dat archiefmateriaal wordt, buiten beeld, ingekaderd en van context voorzien door FBI-directeur James Comey, burgerrechtenactivist Andrew Young en diverse FBI-agenten, schrijvers en historici.

MLK/FBI is in eerste instantie een historische reconstructie van een scharnierpunt in de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. Tegelijkertijd heeft de film een actuele boodschap: zo lelijk wordt de wereld dus als overheidsfunctionarissen en het justitiële apparaat de vrije hand krijgen om vertolkers van een tegengeluid te betitelen als staatsgevaarlijk en het leven onmogelijk te maken. Een dergelijke waarschuwing resoneert op elke plek waar democratische waarden hoog in het vaandel staan. De illegale audiocassettes die de FBI heeft gemaakt van Martin Luther King blijven overigens zeker tot 2027 achter slot en grendel. Het is de vraag of ze dan het beeld van de legendarische burgerrechtenactivist Martin Luther King Jr., of de man daarachter, nog kunnen of mogen kantelen.

3 1/2 Minutes, 10 Bullets

Was het de loop van een geweer? Of toch een loden pijp? Of, zoals de vrienden van Jordan Davis beweren, niet meer dan wat uitdagende woorden? Feit is dat Michael Dunn, een 45-jarige witte Amerikaan, op 23 november 2012 bij een tankstation het vuur opende op de zwarte tiener. 3 ½ Seconds, Ten Bullets (98 min.).

Of ging het toch gewoon om te harde muziek? Klotemuziek, dat wel. Gangsterrap. ‘Rapcrap’, aldus Dunn. ‘Kun je die muziek zachter zetten?’ zou hij hebben gevraagd. ‘Ik kan mezelf niet eens horen denken.’ En Jordan reageerde naar zijn maten in de trant van: ‘Fuck dat, zet die muziek weer aan!’ Net iets te agressief. Waarna Michael Dunn zijn pistool pakte, het wapen opzichtig doorlaadde en de trekker overhaalde. Tien maal dus. Uit zelfbescherming, beweert hij. Hij voelde zich bedreigd. Maar rechtvaardigt dat zulke drastische maatregelen? Zeker als dat wapen van de zeventienjarige jongen nooit wordt gevonden.

Marc Silver onderzoekt in deze stemmige documentaire uit 2015 wat er daadwerkelijk is gebeurd op die dramatische Black Friday in Jacksonville, Florida. Hij laat in dat kader ooggetuigen aan het woord, toont beeldmateriaal van beveiligingscamera’s en de politieverhoren van Michael Dunn en laat telefoongesprekken horen die deze na afloop met zijn verloofde Rhonda Rouer voerde. Intussen volgt Silver via Davis’ ouders de rechtszaak tegen Dunn. Die blijkt op de fatale dag naar de bruiloft van zijn zoon te zijn geweest. Had Michael Dunn daar misschien te veel gedronken? Of was hij soms geïrriteerd doordat de muziek op het feest hem niet aanstond? En hoe geloofwaardig is zijn verweer dat hij zich bedreigd voelde?

Het zijn vragen die in de rechtszaal tot in detail worden behandeld en ook in deze stevige film uitgebreid aan de orde komen. Die trekt daardoor soms een beetje. Tegelijkertijd zijn nuance en context wel degelijk van eminent belang om deze zaak in zijn volle omvang te begrijpen. De ‘loud music-shooting’ paste immers binnen een trend. Enkele dagen na de fatale schietpartij bij het benzinestation werd Jordans vader benaderd door de vader van Trayvon Martin, een zwarte tiener die negen maanden eerder was doodgeschoten door een witte man. ‘Welkom bij de club waarvan niemand lid wil zijn’, zei hij volgens Ron Davis. Een nieuwe hashtag zou opgeld doen en een begrip worden in het hedendaagse Amerika: #BlackLives Matter

A Night At The Louvre: Leonardo da Vinci

Piece Of Magic

Zou het daadwerkelijk een alternatief kunnen zijn? Niet gewoon achteraan aansluiten in de rij, tussen opgewonden Japanse toeristen, en dan als het moment komt in alle haast, met nét te veel ogen in de rug, wereldberoemde werken mogen bewonderen. Maar op een zelfverkozen plaats en tijd: gewoon thuis of in de bioscoop. Compleet ontspannen en tegelijkertijd volledig geconcentreerd door leven en werk van een wereldberoemde kunstenaar wandelen.

In A Night At The Louvre: Leonardo da Vinci (95 min.) leidt verteller Coraly Zahonero, ondersteund door de bevlogen conservatoren Vincent Delieuvin en Louis Frank, kunstliefhebbers door de expositie die in het najaar van 2019 ruim een miljoen bezoekers naar het Parijse museum bracht. Voor een retrospectief met 160 werken van homo universalis Leonardo da Vinci, die vanuit de gehele wereld waren ingevlogen en inmiddels stuk voor stuk alweer naar hun plek van herkomst zijn teruggekeerd.

Regisseur Pierre-Hubert Martin laat de camera door het nachtelijke Louvre schrijden voor een sfeervolle, door klassieke muziek begeleide tocht, die uiteindelijk culmineert in het onvermijdelijke bezoek aan de Mona Lisa, waar een gepast moment van stilte wordt ingelast. ‘Misschien is de Mona Lisa zo iemand die de ruimte betreedt en stilletjes observeert’, probeert de alomtegenwoordige Zahonero haar gehoor aan het denken te zetten. Zou de mysterieuze dame daarom zo glimlachen? Elke dag mag ze immers zo’n 30.000 bezoekers begluren.

Die 29.999 anderen kunnen de meeste museumbezoekers waarschijnlijk wel missen. Voor hen zou deze virtuele rondleiding inderdaad een alternatief kunnen zijn, al moeten ze zich dan wel overgeven aan de blik van de regisseur, zijn artistieke keuzes en de informatie die hij hen laat influisteren. In dat opzicht zou A Night At The Louvre in een interactieve vorm waarschijnlijk nóg beter tot z’n komen. Als de kunstliefhebber iets van het eigenaarschap van zijn museumbezoek kan behouden.

Under The Wire

underthewiremovie.com

Ze moest letterlijk een oog geven voor haar missie. In 2001 te Sri Lanka, tijdens een bloedige burgeroorlog. Een ooglapje zou het handelsmerk worden van de Amerikaanse oorlogscorrespondent Marie Colvin. Net als dat ze voor de Duvel niet bang was en koste wat het kost, ongeacht de omstandigheden, de verhalen van gewone mensen wilde vertellen. Zo zou ze ook aan haar einde komen, bij een raketaanval in de Syrische stad Homs op 22 februari 2012.

Colvin was zo’n vrouw waarover films worden gemaakt: A Private War (het speelfilmdebuut van de gevierde documentairemaker Matthew Heineman, met Rosamund Pike als de onvervaarde journaliste) en de documentaire Under The Wire (93 min.) van Chris Martin. Beide films uit 2018 zijn zowel een eerbetoon aan de vrouw zelf als aan haar stiel, de oorlogsjournalistiek, en vormen tevens een vlijmscherpe aanklacht tegen oorlog in het algemeen.

Waar de speelfilm Colvins complete loopbaan probeert te vatten, inclusief haar trauma’s en drankmisbruik, reconstrueert deze docu alleen de helletocht die zou leiden tot haar dood (en die van haar Franse collega Rémi Ochlik). ‘Er is een vrouw dood’, roept een man op huiveringwekkende amateurbeelden, die de paniek van het moment perfect weerspiegelen. ‘Wie?’ reageert een ander. ‘Marie van The Sunday Times?’ Het antwoord slaat alle hoop de bodem in: ‘Ja, Marie van The Sunday Times. Ze is dood.’

Maar, om een bekende boutade te parafraseren: achter elke succesvolle vrouw staat een sterke man: fotograaf Paul Conroy. Colvins vaste partner in crime is de eigenlijke hoofdpersoon van deze beklemmende documentaire. Die is ook gebaseerd op het boek dat hij schreef over hun werkreis naar Assads Syrië. Nadat ze samen de voorpagina van de krant hadden gehaald en zij dat met de dood moest bekopen, belandde hij weer bij de benauwde kilometerslange tunnel die hen op de plek des onheils had gebracht.

Conroy had nog maar één missie: zijn verhaal vertellen. Hun verhaal. Samen met enkele collega’s die erbij waren op dat fatale moment en in de rug gedekt door een slimme combinatie van reconstructiebeelden en shockerende opnamen van de ‘slachting’ ter plaatse brengt hij de horror tot leven. Dat komt hard binnen. Marie, een ijzervreter van het zuiverste water, zou vast niet anders gewild hebben.

Weerzien In Pristina

ICU Docs

In twintig jaar tijd kunnen mensen sadder, wiser én grijzer worden. Zoals documentairemaker Hans Hermans. In 1999 ontmoette hij als verslaggever van Netwerk in een vluchtelingenkamp bij de Macedonische grens een stel uit Kosovo, Valon en Flutura Murtezi. Tijdens de zoveelste Balkanoorlog waren ze van huis en haard verdreven en per trein gedeporteerd naar de grensplaats Blace. Hermans trok zich hun lot aan, maar verloor de geliefden na de oorlog uit het oog.

Twintig jaar later blijken de Murtezi’s een tienerdochter te hebben. Via social media legt zij namens hen contact met de Nederlander, die zich destijds om hen bekommerde. Hij reist vervolgens af naar de voormalige brandhaard in het hart van Europa. Deze televisiedocumentaire, gemaakt met Hermans’ vaste samenwerkingspartner Martin Maat, is de weerslag van dat Weerzien In Pristina (60 min.) en gebruikt die ontmoeting om terug te blikken op de strijd tussen de Servische troepen en het Kosovaarse bevrijdingsleger UCK en tevens de schade daarvan op te nemen.

Na twintig jaar zijn de wonden nog altijd vers. Niet vreemd: Kosovo was eind jaren negentig het toneel van massaslachtingen, met duizenden doden en nog steeds drieduizend vermisten tot gevolg. Gewapend met foto’s en filmbeelden van mensen die hij in die tijd portretteerde gaat Hans Hermans op zoek naar wat er van hen is geworden. Óf er iets van hen is geworden. Want het is bepaald niet zeker dat ze de oorlog ook allemaal hebben overleefd.

De mensen die hij uiteindelijk opspoort weten niet wat ze zien als Hermans z’n laptop opent: zichzelf, in een andere wereld, toen niemand veilig was. Het zijn beelden die ze nooit eerder hebben gezien. Van gebeurtenissen, die na twintig jaar nog altijd niet volledig zijn verwerkt. De kapot geschoten huizen mogen dan zijn herbouwd, de menselijke schade valt niet zomaar te repareren. ‘Die oorlog gaat voor mij nooit voorbij’, stelt een voormalige UCK-strijder. De man lijkt voor een complete generatie Kosovaren te spreken. Zij gaan gebutst door het leven.

Zijn die wonden van Kosovo over twintig jaar wél geheeld, als de mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt stilaan plaats beginnen te maken voor een nieuwe generatie, die alleen de verhalen erover kent? Afgaande op Weerzien In Pristina, een menselijke film over een ontwrichte samenleving, valt daarover niets met zekerheid te zeggen. De erfenis van de vorige oorlog kan tot een ‘dat nooit meer’-houding leiden, maar zou voor hetzelfde geld de basis voor de volgende oorlog kunnen vormen. De tijd zal ook dat leren.

Martin Margiela In His Own Words

Hij is en blijft een mysterie. Een man die geen interviews geeft en zich niet laat filmen of fotograferen. Het werk van Martin Margiela moet voor zichzelf spreken. Soms heeft hij spijt van die beslissing, zegt de Belgische modeontwerper in de documentaire Martin Margiela In His Own Words (90 min.), waarvoor hij dus tóch heeft ingestemd met een interview. ‘Het is moeilijk om naam te maken voor jezelf als men die niet kan verbinden met een gezicht.’

Herkenbaar in beeld wil Margiela nog steeds niet. Dat laat hij in deze stijlvolle film van regisseur Reiner Holzemer over aan mensen uit zijn directe (werk)omgeving of kenners zoals trendwatcher Li Edelkoort, collega Jean Paul Gaultier en filmmaakster/model Sandrine Dumas, die zijn eigen visie op z’n leven, carrière en collecties aanvullen en becommentariëren. ‘Mij bevalt het idee niet, om beroemd te zijn’ zegt hij nog. ‘Anonimiteit is waardevoller voor mij. Zijn zoals alle anderen, houdt me in balans.’

Een kwestie van zelfbehoud, zo lijkt het. Geen opzichtige poging tot mythevorming. Al wordt Margiela her en der wel degelijk ‘de Banksy van de modewereld’ genoemd. En dus zijn in dit gedegen (zelf)portret, waarvoor Holzemer nauwgezet de verschillende shows van de ontwerper doorloopt en de toonaangevende Belgische band dEUS de soundtrack verzorgde, alleen zijn handen in beeld. De werktuigen van een eigenzinnige en inventieve geest, die de internationale modewereld stormenderhand heeft veroverd.

En die in 2008 plotseling ander werk kregen, toen hij bij het twintigjarige jubileum van de Maison Martin Margiela in Parijs op 29 september 2008 plotsklaps besloot om per direct de modewereld te verlaten. Sinds die tijd mogen die handen schilderen en beeldhouwen en leidt de man die hun arbeid ongetwijfeld met een kritisch oog beziet écht een anoniem leven. ‘Ik vind het heerlijk om alleen te zijn, met niemand om me heen. Gewoon alleen zijn en doen wat ik leuk vind.’

Once Were Brothers: Robbie Robertson & The Band

Elliot Landy

Ze gingen dwars tegen de tijdgeest in. Terwijl hun generatiegenoten opzichtig rebelleerden tegen alles wat ook maar riekte naar de wereld van hun ouders, gingen de vijf leden van The Band voor hun debuutalbum Music From Big Pink pontificaal op de foto met hun families.

Het bleek de ideale illustratie van hun muzikale attitude: in de hoogtijdagen van de psychedelische pop ging de Canadese groep in 1968 ongegeneerd terug naar de basis. Met zwaar dooraderde muziek, die we sindsdien ‘americana’ zijn gaan noemen. Gemaakt op het tijdloze kruispunt van folk, country, rock, blues en pop.

Ruim een halve eeuw later zijn er nog maar twee leden in leven: toetsenist Garth Hudson én gitarist/songschrijver Robbie Robertson. En die doet in Once Were Brothers: Robbie Robertson & The Band (101 min.) zijn muzikale levensverhaal, dat uiteindelijk tot een climax komt in de veelgeroemde supergroep (die tevens fungeerde als band voor Bob Dylan).

Robertson toont zich een geanimeerde verteller. Hij wordt bovendien in de rug gedekt door zijn vrouw Dominique en diverse medewerkers van zijn band, waarbij dat andere nog levende Band-lid, Hudson, helaas ontbreekt. Ze zijn ook allang geen broeders meer, zingt Robertson in het titelnummer van de film, Once Were Brothers.

Regisseur Daniel Roher geeft deze gedegen popdocu echter extra ‘star quality’ met mannen bij wie alleen de achternaam al volstaat: Clapton, Springsteen en Scorsese. Die laatste documenteerde in 1978 ook het afscheid van The Band, die toen al ten prooi was gevallen aan de verleidingen waarmee elke groep van statuur wordt geconfronteerd.

The Last Waltz vormt ook de vanzelfsprekende apotheose van deze film, die de band recht doet. Zonder tot enorme hoogte te stijgen.

Coldplay: A Head Full Of Dreams

NTR

Begin de film alstjeblieft niet met een band die het podium oploopt, geeft Chris Martin regisseur Mat Whitecross mee bij de start van Coldplay: A Head Full Of Dreams (105 min.). Dat is immers al zoooo vaak gedaan. Verder legt de zanger zijn lot volledig in handen van de filmmaker die de Britse popgroep al sinds 1996 kent en filmt. Martin hoeft de documentaire ook niet te zien. Anders komt hij toch maar in de verleiding om allerlei oekazes uit te vaardigen over wat er wel en niet in mag.

Waarna Coldplay, gevolgd door de camera, het podium van een volgepakt stadion in Sao Paulo opstapt en die film kan beginnen… Dat wordt uiteindelijk toch een vrij conventionele popdocu over de opkomst van een toonaangevende band. Dat Whitecross er vanaf het prille begin bij was, toen de leden elkaar als aspirant-muzikant ontmoetten op University College, betaalt zich wel uit in fraaie opnames van de allereerste optredens van de groep die later onder de noemer Coldplay zal doorbreken én in vrijwel ongelimiteerde toegang als diezelfde band inmiddels wereldberoemd is.

Die insidersblik wordt gecompleteerd door de groepsleden zelf, die aan de hand van Whitecross’ beelden (volledig offscreen) terugblikken op hun carrière. Het grote gebaar, waarmee ze de aarde veroverden, zat er vanaf het begin in. Net als, zeker bij Chris Martin, grote ambities. Al in 1998, toen zijn band nog gewoon een bandje was, voorspelde de frontman op camera dat Coldplay binnen de kortste tijd ‘een gigantische band’ zou zijn. ‘Over vier jaar zie je dit op de nationale televisie.’ In 2002, op de kop af vier jaar en drie dagen later, was de groep de hoofdact van het Glastonbury-festival.

In de navolgende jaren zouden er nog vele pieken volgen, maar ook diepe dalen en felle kritiek (‘muziek voor bedplassers’, aldus Oasis-ontdekker Alan McGee). Die worden in deze lijvige autobiografie stuk voor stuk grondig nagelopen. En dan, helemaal aan het eind, als alles is gezegd en elke hit is gespeeld (en luidkeels meegezongen), lopen ze na een diepe buiging naar het euforische publiek en de verplichte groepsknuffel onder een ovationeel applaus van het podium af en begint de aftiteling te lopen…

Hoog Water: De Watersnood Van 1995

BNNVARA

In januari 1995, nu 25 jaar geleden, dreigde er een enorme watersnoodramp te ontstaan in Nederland. Het leidde tot de grootste naoorlogse evacuatie: 250.000 mensen moesten huis en haard verlaten om het wassende water te ontlopen. Die bange dagen worden opnieuw opgeroepen in Hoog Water: De Watersnood Van 1995 (200 min.). Qua opzet en speelduur kan deze vierdelige miniserie van Martin Maat en Hans Hermans bijna wedijveren met When The Levees Broke, Spike Lee’s vierdelige documentaire-epos over hoe orkaan Katrina in 2005 een ongelooflijke chaos veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans. De uitkomst is echter – typisch Nederlands, zou je bijna zeggen – minder dramatisch.

Niet dat de dreigende overstroming zonder gevolgen bleef: huwelijken ging eraan kapot, wethouders moesten ervan aftreden en kinderen werden noodgedwongen elders geboren. Op dat kleine menselijke niveau zit ook de kracht van Hoog Water: de paniek van het moment bij gewone mensen, het onbegrip dat er nog altijd geen deugdelijke dijken blijken te zijn aangelegd en de boosheid op ‘de hoge heren in Den Haag’, die het zelf natuurlijk wél droog houden – een sentiment dat op de hedendaagse Groningse woede over de gevolgen van de aardgaswinning lijkt.

Het overvloedige archiefmateriaal, waaronder bijzonder fraaie amateurbeelden, krijgt alle ruimte en wordt ingekaderd door direct betrokkenen, die het hoogwater van 1995 nog glashelder op hun netvlies hebben staan. Behalve over de bijna-ramp zelf verhalen zij ook over gemeenschapszin en saamhorigheid. Hoog Water heeft alleen wel erg veel vlees op de botten en vertelt, in elk geval in de eerste twee afleveringen over Zuid-Limburg en het Land van Maas en Waal, steeds min of meer hetzelfde verhaal: van het moeten verlaten van je thuis, de angst dat je daarmee alles kwijtraakt en later de opluchting dat een echte ramp tóch kon worden voorkomen.

De complete serie Hoog Water is hier te bekijken.

The Kleptocrats

In de filmindustrie had niemand ooit van Red Granite Pictures gehoord. Toch investeert het bedrijf ettelijke honderden miljoenen dollars in de Hollywood-blockbuster The Wolf Of Wall Street uit 2013, een film van Martin Scorsese met in de hoofdrol Leonardo DiCaprio als überkapitalistisch roofdier. Op het Filmfestival van Cannes organiseert Red Granite bovendien een groots, zéér exclusief feest, waarbij sterren als Pharrell Williams, Jamie Foxx en Kanye West optreden. Dat kan niet kloppen, zou je zeggen. En dat doet het dus ook niet.

Het spoor in de boeiende financiële thriller The Kleptocrats (86 min.) leidt naar Najib Razak, de minister-president van Maleisië. Via het geheime fonds 1MDB zou op grote schaal publiek geld zijn weggesluisd om zijn herverkiezingscampagne te financieren. Gelukkig bleven er ook nog wat dollars over voor de man zelf en zijn lieftallige echtgenote Rosmah Mansor. Van die ene diamant van 27 miljoen dollar die Razak aan zijn vrouw gaf, hadden 3.333 leraren een jaar kunnen worden betaald, becijfert oppositielid Tony Pua. Zelfs Nazir Razak, de broer van de Maleisische premier, verbaast zich in deze documentaire over de welig tierende corruptie onder het bewind van zijn broer, die tot massale protesten leidt in de straten van Kuala Lumpur.

Een deel van het gestolen geld is ook in Hollywood beland. En dus gaan de filmmakers Sam Hobkinson en Havana Marking, in het kielzog van enkele onderzoeksjournalisten, op zoek naar de investeerder Jho Low, een omhoog gevallen sjacheraar die het breed laat hangen in het Amerikaanse uitgaansleven en zich probeert op te houden in de directe omgeving van sterren als Leonardo DiCaprio, Paris Hilton en Robert De Niro (die overigens lekker nijdig wordt, als hij telefonisch wordt bevraagd over zijn connectie met Low en diens plannen om te investeren in de nieuwe Scorsese-film The Irishman). Die speurtocht naar witteboordencriminelen levert een smakelijke film op, die aantoont dat de wereld van het grote geld inmiddels echt grenzeloos is geworden.

‘De echte vraag is: was dit allemaal legaal?’ vraagt Leonardo DiCaprio, als Jordan Belfort in The Wolf Of Wall Street, demonstratief aan de kijker. Hij antwoordt zelf: ‘Absoluut niet!’

Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story By Martin Scorsese

‘Waarom Rolling Thunder Revue?’ Larry ‘Ratso’ Sloman legt uit: ‘Bob wilde het eigenlijk Montezuma’s Revue noemen. Maar toen hij thuis een naam zat te bedenken hoorde hij een knal in de lucht. En toen, van links naar rechts door de lucht, van boem, boem, boem.’

Even later: ‘Voor we op weg gingen, zei Chesley Millikin, die ook meeging: Weet je wat Rolling Thunder betekent voor indianen?’ Bob tastte volgens Ratso in het duister. ‘De waarheid spreken.’

‘Later hoorden we dat Rolling Thunder de codenaam was voor Nixons bombardementen op Cambodja.’ Ratso haalt zijn schouders op. ‘Dus wie weet wat het ware verhaal is…’

Feit is dat Bob Dylan in het najaar van 1975 met de Rolling Thunder Revue (waarbij gasten als Patti Smith, Allen Ginsberg, Joan Baez, Ramblin’ Jack Elliott, Roger McGuinn en Joni Mitchell aanhaakten) een korte tour door het Noord-Oosten van de Verenigde Staten en Canada maakte. Per bus, met de singer-songwriter zelf zo nu en dan hoogstpersoonlijk achter het stuur, reisde het gezelschap twee maanden het land rond voor ruim dertig optredens.

Een cameraploeg legde de concerten vast en verzamelde het gebruikelijke backstage- en tourmateriaal. Deze beelden vormen het hart van Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story By Martin Scorsese (142 min.). Het was nog een hele klus om ze te maken, beweert de toenmalige regisseur, de Nederlander (!) Stefan van Dorp die eerder met Shocking Blue werkte aan de wereldhit Venus. ‘Van Dorp was een vreemde vent’, stelt Dylan in een nieuw interview met Scorsese. ‘Hij was zo iemand die een vijand zoekt. Hij maakte vijanden die er niet waren.’

Deze film bevat nog veel meer opmerkelijke ontboezemingen. Zo verhaalt actrice Sharon Stone bijvoorbeeld over hoe ze als 19-jarig meisje met haar moeder doordrong tot de vermaarde zanger en met hem in gesprek raakte over haar Kiss T-shirt. Net als de leden van die hardrockband ging Dylan vervolgens tijdens de tournee gezichtsbeschildering gebruiken. Hij had ook nog een lied over haar geschreven, zei hij: Just Like A Woman. Vreemd genoeg werd dat echter al in 1966 uitgebracht.

Truth is stranger than fiction? Of toch: gewoon fictie? ‘Als iemand een masker draagt, vertelt hij de waarheid’, stelt Dylan cryptisch tegenover Martin Scorsese. ‘Als hij geen masker draagt, is dat onwaarschijnlijk.’ De man, onbeschilderd ditmaal, neemt in het interview zo nu en dan opzichtig een loopje met de waarheid en geeft daarmee ogenschijnlijk authenticiteit aan de – juist! – verzonnen personages en gebeurtenissen die regisseur Scorsese in deze mockumentary aan de werkelijke touractiviteiten toevoegt.

Dat is best vermakelijk – acteur Michael Murphy in een reprise van zijn rol als politicus Jack Tanner uit de klassieke mockumentary Tanner ‘88 bijvoorbeeld – maar de echte meerwaarde van deze fictieve elementen ontgaat me een beetje. Voor overtuigde Dylan-adepten zijn de concertbeelden van Dylan in topvorm méér dan voldoende. De rest wordt nooit meer dan geinige ballast. Zeker omdat de film toch al erg ruim in z’n jasje zit.

Camino: A Feature Length Selfie

‘Zo’n lange schaduw heb ik nog niet gehad’, mijmert Martin de Vries hardop tegen de camera van zijn smartphone. Hij loopt de Camino, de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela en filmt zichzelf, de omgeving en dus zijn eigen schaduw. ‘Die volgt me niet. Die loopt vooruit steeds.’

Camino: A Feature Length Selfie (81 min.) is een uiterst sobere documentaire: de wandelende De Vries, zijn overpeinzingen over zichzelf, de tocht en het leven in het algemeen en het pad dat hem in een dag of zeventig door Frankrijk naar Spanje voert. Ondersteund door sfeervolle muziek. Dat is het. Een film zonder enige opsmuk.

Een particuliere beleving, dat ook. De mensen die De Vries, ooit de montagerechterhand van Van Kooten en De Bie, onderweg ontmoet en de plekken die hij bezoekt of waar hij overnacht ontbreken vrijwel volledig. Dit is het relaas van een man alleen, die iets aan zichzelf heeft te bewijzen of het een en ander wil doorakkeren.

‘You start as a hiker and you come back as a pilgrim’, houdt hij zichzelf voor. Gaandeweg wordt het steeds stiller in hem en komt ook zijn persoonlijke motivatie om de Camino te lopen wat meer naar voren. Erg veel context geeft de film nochtans niet. Alsof De Vries over zichzelf wil zeggen: ik ben gewoon één van die oudere mannen die elk jaar de pelgrimstocht onderneemt.

Zo voelt de documentaire zelf ook een beetje: als een willekeurige wandeltocht die voor de betrokkene vast een enorme betekenis heeft, maar waarvan de impact lastig is te communiceren naar buitenstaanders.

De Waarheid Over Mijn Vader

Mijn vader is een held. In zijn geboorteland Liberia probeerde hij jarenlang zijn idealen in de praktijk te brengen. Hij is nu eenmaal een echte wereldverbeteraar.

Tenminste, dat dacht journaliste/columniste Clarice Gargard, die zelf in Nederland opgroeide. Totdat ze ontdekte dat ‘daddy’ onderdeel was van het regime van Charles Taylor. En werd die, sinds de staatsgreep die hem in 1992 aan de macht bracht, niet in verband gebracht met gedrogeerde kindsoldaten, kannibalisme en misdaden tegen de menselijkheid?

Filmmaker Shamira Raphaëla volgt Clarice terwijl ze, bijna tegen beter weten in, klaarheid probeert te krijgen over de rol van haar vader in de voortdurende Liberiaanse burgeroorlog. Is hij werkelijk een man om trots op te zijn? Of heeft haar onvoorwaardelijke liefde als kind een eerlijke beoordeling van Martin Gargard altijd in de weg gezeten?

De Waarheid Over Mijn Vader (52 min.) verstrekt dochterlief geen gemakkelijke antwoorden. En Raphaëla ziet zich soms genoodzaakt om Clarice Gargard ongemakkelijke vragen te stellen. Ze omkleedt de verhalen en ontdekkingen van haar hoofdpersoon bovendien met getuigenissen van slachtoffers over de gruwelen van de Liberiaanse oorlog.

De tone of voice, het unheimische geluidsdecor en de duistere kleurzetting van deze film (Engelse titel: Daddy And The Warlord) zijn opvallend onheilszwanger. Alles wijst erop dat pa Gargard echt wat op zijn kerfstok heeft. De symboliek van een beeld waarin ‘Daddy’ zich achter tralies lijkt te bevinden, is bijvoorbeeld nauwelijks mis te verstaan.

Intussen blijft het de vraag of Clarice de waarheid over haar vader wil zien. Of ze die als dochter eigenlijk wel kán zien.