Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse

Zoetrope

‘Mijn film is geen film. Hij gaat niet over Vietnam, hij ís Vietnam’, zegt regisseur Francis Ford Coppola met gevoel voor drama bij de persconferentie voor zijn film Apocalypse Now op het festival van Cannes in 1979. ‘Zo was het echt. Het was gekkenwerk. De manier waarop we hem maakten is vergelijkbaar met de manier waarop de Amerikanen zich gedroegen in Vietnam. We waren in de jungle, we waren met te veel en we hadden te veel geld en apparatuur. En langzaam maar zeker werden we gierend gek.’

Orson Welles beet zich al eens stuk op het boek Heart Of Darkness van Joseph Conrad. Coppola, helemaal vol van zichzelf na het immense succes van zijn twee Godfather-films, liet zich daardoor niet weerhouden. Hij zag in de aardedonkere klassieker een prima gelegenheid om zijn bedrijf Zoetrope nieuw leven in te blazen. John Milius had het onverfilmbare verhaal enkele jaren daarvoor al in een scenario gegoten. Gesitueerd in een actueel decor bovendien, de Vietnam-oorlog. En dus vertrok de sterregisseur met zijn crew naar de Filipijnen voor wat zijn grootste film moest worden. Coppolas vrouw Eleanor mocht mee om een making of-docu te maken. Ze weet nog altijd niet of haar echtgenoot geen zin had in nóg een professionele filmcrew of haar gewoon bezig wilde houden.

Hoogmoed komt voor de… triomf. Uiteindelijk, tenminste. Eleanor Coppola legde de voorafgaande val van haar man echter genadeloos vast. Ze nam zelfs stiekem privégesprekken met hem op, oorspronkelijk bedoeld voor een productiedagboek. De documentaire-opnamen en interviews zouden jarenlang ongebruikt blijven totdat Eleanor ze overhandigde aan Fax Bahr en George Hickenlooper. Zij strikten de voornaamste hoofdrolspelers voor een interview, onder wie het echtpaar Coppola en de acteurs Martin Sheen, Robert Duvall, Frederic Forrest, Dennis Hopper en Sam Bottoms (die bekent dat hij tijdens de filmopnames hasj, LSD en speed heeft gebruikt en regelmatig onder invloed voor de camera stond) en lieten mevrouw Coppola een verbindende voice-over inspreken. Het resulteerde in 1991, vijftien jaar na de start van de filmopnames voor Apocalypse Now, in de klassieker Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (96 min).

De documentaire brengt de desastreuze filmopnames en het onttakelingsproces bij Coppola zelf haarscherp in beeld. Na slechts een week filmen besluit de regisseur bijvoorbeeld al zijn hoofdrolspeler te vervangen. Harvey Keitel blijkt niet zijn gedroomde captain Willard, Martin Sheen des te meer. Zoals hij tijdens een bloederige scène, stomdronken opgenomen op diens 36e verjaardag, feilloos aantoont. Maar Sheen brengt ook problemen met zich mee. En die heeft Francis Ford Coppola al zoveel: een rammelend script, door tropische regens verwoeste filmlocaties en een peperdure ster, die voor drie weken werk een honorarium van maar liefst drie miljoen dollar heeft bedongen. Ondanks een voorschot van een miljoen weigert Marlon Brando echter mee te denken over wanneer hij naar de Filipijnse jungle afreist. En als hij uiteindelijk toch arriveert in Coppola’s creatieve chaos, blijkt de man zijn tekst niet te kennen. Sterker: heeft de zwaarlijvige acteur Heart Of Darkness eigenlijk wel gelezen?

‘Deze film is een ramp van twintig miljoen dollar’, vertrouwt de regisseur zijn vrouw toe als hij de wanhoop allang voorbij is. ‘Ik denk erover om mezelf dood te schieten.’ Apocalypse Now, een ‘journey into self’ voor Coppola, een confrontatie met zijn eigen ambities en angsten, dreigt een ongelooflijk debacle te worden. ‘Apocalypse When?’ en ‘Apocalypse Forever’, koppen de media al als de draaiperiode, achteraf bezien, nog maar halverwege is. Coppola zinkt intussen zienderogen weg in zijn eigen moeras. Hij zal uiteindelijk 238 filmdagen nodig hebben. Tegen alle verwachtingen in is het resultaat er echter naar: een zinnenprikkelende filmklassieker die de complete gekte van oorlog belichaamt en die bovendien een intrigerende documentaire heeft opgeleverd, die perfect past in de prachtige traditie van films over geniale gekken aan het werk, die eerder docu-evergreens over Werner Herzog (Burden Of Dreams), Terry Gilliam (Lost In La Mancha) en – juist – Orson Welles (They’ll Love Me When I’m Dead) heeft opgeleverd.

Sunderland ‘Til I Die

Netflix

Sunderland zit in de hoek waar de klappen vallen. De trots van de arbeidersstad in het Noordoosten van Engeland, die eerder al de scheepswerven en mijnen zag sluiten, is in de zomer van 2017 gedegradeerd uit de Premier League en moet zo snel mogelijk terug naar het hoogste niveau. ‘Laten we bidden voor Sunderland Football Club en onze stad’, gaat pater Marc Lyden-Smith van de St. Mary’s Church zijn in het rood-wit gestoken kerkgangers voor. ‘Heer, onze God, help ons te begrijpen wat voetbal voor onze gemeenschap betekent.’

De achtdelige serie Sunderland ‘Til I Die (314 min.) van Leo Pearlman en Ben Turner, die eerder betrokken waren bij de Manchester United-documentaire The Class Of ‘92, volgt de club in zijn eerste seizoen in de Britse variant op de Keukenkampioen Divisie, The Championship. Na tien jaar op het allerhoogste niveau. Geld is er bij aanvang van het ‘do or die’-jaar 2017-2018 nauwelijks. De club heeft Jordan Pickford, inmiddels doelman van de Engelse nationale ploeg, bijvoorbeeld moeten verkopen. Zijn plek onder de lat wordt ingenomen door twee nobody’s, waaronder voormalig FC Utrecht-keeper Robbin Ruiter.

De nieuwe manager Simon Grayson zal ook een beroep moeten doen op de eigen jeugd. De eerste resultaten vallen echter tegen. Sunderland heeft ‘the numbers’ niet, constateren kenners halverwege de transferperiode. Nieuwe ‘bodies’ zijn nodig. ‘Waarom staat Ibrahimovic onderaan die lijst’, vraagt algemeen directeur Martin Bain aan zijn scoutingteam. ‘Hebben jullie ergens geld gevonden?’ Assistent-manager Glynn Snodin gaat op een druilerige dinsdagavond dus maar kijken bij de wedstrijd Scunthorpe United tegen Fleetwood. Over de gescoute speler is hij echter niet te spreken. ‘Hij heeft handschoenen aan, het is niet eens koud.’

De aankopen die Sunderland uiteindelijk wél doet bieden ook geen soelaas. Langzaam maar zeker zakken The Black Cats zelfs op het tweede niveau af naar de degradatiezone. Voor de fans, die steeds nadrukkelijk de confrontatie zoeken met de leiding, is dat misschien een drama, voor deze serie is het zonder enige twijfel een zegen. Anders was Sunderland ‘Til I Die, waarvoor de makers toegang hebben gekregen tot het hart van de club en tevens een aantal seizoenkaarthouders volgen, ongetwijfeld een heel gelikte bedoening geworden. Zoals de documentaireserie die Netflix eerder dit jaar uitbracht over de Italiaanse topclub Juventus.

Bij Sunderland worden er geen bekers opgepoetst en de tegenslag kan ook niet zomaar worden weggepoetst. Het water staat de club echt aan de lippen. Om de financiële problemen het hoofd te bieden, wordt bijvoorbeeld alles in het werk gesteld om een peperdure speler uit betere tijden, die tegenwoordig als een Britse variant op Winston Bogarde alleen nog maar op de bank zit, definitief te lozen. Een andere speler kan vanwege een slepende blessure niet brengen waarvoor hij is gehaald en begint zo aan zichzelf te twijfelen dat er een mental coach aan te pas moet komen. Ook sportief is de club bezig aan een treurmars, waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Hoeveel zit er nog in die gifbeker?

Alle ingrediënten zijn kortom aanwezig voor een boeiend sportfeuilleton, met dramatische slow-motion beelden, bombastische muziek en alle denkbare voetbalclichés. Van het verplichte enthousiasme over alweer een nieuwe trainer tot de klaagzang van de vaste schare supporters, die tegen beter weten in blijft lijden aan ‘fever pitch’. Wat er op het spel staat is van meet af aan duidelijk: tezamen stijgen ze boven zichzelf uit of gaan ze, strijdend natuurlijk, ten onder. ‘We are Sunderland’, scanderend. ‘We are Sunderland.’ Op weg naar een emotionele apotheose…

Inmiddels is er een tweede seizoen van Sunderland ‘Til I Die.

What We Started


Vooroordeel: de playlist is vooraf al helemaal klaar. Tijdens het optreden zelf hebben de meeste deejays eigenlijk niet al te veel te doen. Ze kijken héél ingewikkeld, drukken zo nu en dan met gefronste wenkbrauwen een koptelefoon tegen hun hoofd en zwaaien vooral superenthousiast die handen door de lucht, om de dansende meute nóg verder op te peppen.

Zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Vóór die uitzinnige show moet er immers muziek worden gemaakt – of op zijn minst gecombineerd. En het vak van deejay vereist zowel muzieksmaak en -kennis als technische vaardigheden, zoveel wordt ook duidelijk uit de documentaire What We Started (94 min.).

Deze gelikte film van Bert Marcus en Cyrus Saidi portretteert twee tegenpolen van de hedendaagse electronic dance music (EDM): de Nederlandse tiener Martin Garrix en de Britse oudgediende Carl Cox, resident dj van Space Ibiza. De één belichaamt het wereldwijde succes van dance bij jongeren, de ander is het toonbeeld van een leven lang EDM in alle soorten en maten.

Met deze uitersten, die toch ook weer veel gemeen blijken te hebben, als startpunt schetst What We Started de moderne dancescene en de historie daarvan. Grofweg: van disco via de klassieke house uit Chicago en Detroit en Britse acid house naar moderne techno, waarbij er natuurlijk ook aandacht is voor illegale raves, de Love Parade in Berlijn en drugsgebruik.

Aan aansprekende bronnen geen gebrek: met Paul Oakenfold, Pete Tong, Louie Vega, Afrojack, Moby, Tiësto, Ed Sheeran, David Guetta en Usher bewandelt de documentaire zorgvuldig de middenweg tussen underground en mainstream. Erg diep gaat het allemaal niet, maar informatief en vermakelijk is What We Started zeker.

Keep Quiet


Geen grotere fanatiekeling dan de bekeerling. Neem Csanád Szegedi, één van de leiders van de antisemitische Hongaarse partij Jobbik, die er plotseling mee wordt geconfronteerd dat hij Joods bloed heeft. Alsof PVV-ideoloog Martin Bosma ontdekt dat hij een islamitische grootvader heeft.

In Keep Quiet (92 min.) van Sam Blair en Joseph Martin maakt Szegedi niettemin moeiteloos de overstap van vertegenwoordiger van de extreemrechtse partij Jobbik en leider van de bijbehorende militie De Hongaarse Garde naar overtuigd lid van de Joodse gemeenschap én student van de Holocaust (die door zijn grootmoeder slechts ternauwernood werd overleefd).

Waar hij voor zijn onvrijwillige ‘outing’ gepassioneerd de nationalistische ideeën van Jobbik uitdroeg en zich in bedekte termen negatief uitliet over Joden, zet hij zich nu met evenveel overtuiging in voor het Joodse ideaal. Oprecht of opportunistisch? Die vraag blijft Szegedi de komende jaren zonder twijfel omgeven en drijft ook deze degelijke documentaire.

LA 92


Het verleden is een proloog voor het heden, luidt de tagline van de documentaire LA 92 (114 min.) uit 2017. Als je de woede van de huidige Black Lives Matter-beweging over politiegeweld tegen Afro-Amerikanen wilt begrijpen, dien je naar het verleden te kijken. Naar slavernij natuurlijk, de strijd van de burgerrechtenbeweging én de rassenrellen aan het begin van de jaren negentig.

Deze film van Daniel Lindsay en T.J. Martin, het team dat met Undefeated een Oscar won, richt zich op de grootschalige rellen die in 1992 ontstonden in Los Angeles, nadat de politieagenten die de zwarte taxichauffeur Rodney King in elkaar sloegen werden vrijgesproken door een vrijwel volledig blanke jury. Terwijl er toch echt een filmpje was van die mishandeling.

Het was de druppel die de emmer deed overlopen voor de zwarte gemeenschap van LA, die eerder ook al had moeten aanzien hoe de eigenaresse van een winkel een onschuldige zwarte tiener doodschoot (voor ‘een fles sinaasappelsap’) en er vervolgens zonder gevangenisstraf vanaf kwam. Los Angeles werd het toneel voor een onvervalste burgeroorlog.

Die wordt in LA 92 met louter archiefmateriaal, ondersteund door meeslepende muziek, opnieuw tot leven gebracht. Als kijker beleef je ‘live’ mee hoe de crisis steeds verder escaleert. Na bijna twee uur resteert een tot op het bot verscheurde stad, die compleet in de hens is gezet.

De rellen zouden uiteindelijk uitmonden in een nieuwe crisis: de rechtszaak tegen OJ Simpson, die tot vreugde van het zwarte deel van Los Angeles eindigde met een zeer omstreden vrijspraak. Over die kwestie verscheen in 2016 de geweldige documentaireserie OJ: Made In America, die enkele maanden geleden de Oscar voor beste documentaire in de wacht sleepte. Daarmee vergeleken is dit krachtige LA 92 inderdaad niet meer dan een (sterke) proloog.