Heysel 1985: Dans L’Enfer De La Foule

RTBF

Van de beoogde hoofrolspelers worden Liverpool-icoon Kenny Dalglish en Juventus-ster Michel Platini gedegradeerd tot onbeduidende figuranten. Wat een zinderende finale van de Europa Cup I, de voorloper van de Champions League, had moeten worden, wordt op 29 mei 1985 een ongekende veldslag in het Heizelstadion te Brussel.

En dan niet tussen de elftallen van de twee voetbalgrootmachten, maar tussen hun supporters. Het zogenaamde Heizeldrama. Ruim voor aanvang van de wedstrijd vallen Engelse hooligans hun Italiaanse opponenten aan. Zij richten een bloedbad aan in het verouderde stadion: 39 doden, vooral Italianen, en dan nog ruim zeshonderd gewonden.

In Heysel 1985: Dans L’Enfer De La Foule (84 min.) reconstrueren Christophe Hermans en Boris Tilquin (Merckx) deze zwarte bladzijde uit de voetbalgeschiedenis met een aantal direct betrokkenen: Juve-supporter Giovanni Costacurta, de (veroordeelde) Liverpool-fan Terry Wilson, Belgische politieagenten en enkele journalisten.

Hun verhalen worden gestut met beelden van de immense chaos op deze tragische dag. Terwijl er massale rellen uitbreken, supporters op de vlucht slaan en de politie te paard toesnelt om de wapenstok ter hand te nemen, meldt een mededelingenbord doodleuk: ‘UEFA and the Belgian F.A. wish you a hearty welcome in the Heizelstadium.’

Veertig jaar na dato doen de beelden van het Heizeldrama, dat zich voor het oog van de camera opnieuw ontvouwt, denken aan taferelen die we kennen uit oorlogsgebied: angstige of gewonde mensen vluchten in blinde paniek weg. Hulpverleners proberen te redden wat er te redden valt. Intussen worden er levenloze lichamen afgevoerd.

En daarna wordt er, om verdere ellende te voorkomen, gewoon afgetrapt. De Franse ster Platini zal de wedstrijd alsnog in het voordeel van Juventus beslissen. Over die Cup-winst blijft echter altijd een grauwsluier hangen. Van een bezoedelde overwinning in een wedstrijd die nooit meer gespeeld had mogen worden – ook al is voetbal dan oorlog.

De Duitse televisie weigert in elk geval om de finale uit te zenden, tonen Hermans en Tilquin. Dat geeft geen pas. En daarna laten ze zien hoe Juventus-tifosi desondanks ongegeneerd de overwinning vieren. Het gênante tafereel wordt gevolgd door uitsluiting van Britse teams aan Europese toernooien én de zoektocht naar de verantwoordelijken.

‘Gedurende het ganse proces had ik de vraag: ben ik nu schuldig of ben ik alleen maar verantwoordelijk?’ zegt Rijkswachtkapitein Johan Mahieu, die belast was met de beveiliging. Hij krijgt een voorwaardelijke straf opgelegd voor zijn aandeel in het Heizeldrama. ‘Ik heb mij nooit schuldig gevoeld, ik heb mij wel verantwoordelijk gevoeld.’

Als deze donkere dag voor het Europese voetbal helemaal is afgewikkeld, volgt nog geen vier jaar later een nieuw dieptepunt in de Liverpool-historie: Hillsborough.

Trailer Heysel 1985: Dans L’Enfer De La Foule

The Bakersfield 3: A Tale Of Murder And Motherhood

HBO Max

Als je van een incident of affaire een groot schandaal wilt maken, dan plak je er sinds Watergate het woord ‘gate’ achter. Daarna volgden dus – een willekeurige greep – IrangateNipplegateHackgateSlapgate en Signalgate. En als je aandacht wilt voor schrijnend onrecht, dan verbind je daar een plaats en nummer aan. In het rijtje: The Beatrice SixCentral Park Five en Guildford Four zijn er nu dus The Bakersfield 3.

Drie jonge Amerikanen. Micah Holsonbake is verdwenen op 4 april 2018. Vier dagen later wordt James Kulstad vermoord. En Baylee Despot is sinds het einde van die maand ook spoorloos. In de eerste aflevering van de driedelige docuserie The Bakersfield 3: A Tale Of Murder And Motherhood (133 min.) schetst Jennifer Anderson in grove pennenstreken hun levens en de omstandigheden waaronder zij zijn verdwenen.

Hun moeders Cheryl, Di en Jane spelen daarbij een sleutelrol. Zij ontdekken gaandeweg dat de zaken verband houden met elkaar, beginnen samen op te trekken en dubben hun kinderen dus The Bakersfield 3. Naarmate de serie vordert wordt alleen duidelijk dat zij geen willekeurige slachtoffers waren. Stuk voor stuk zijn Micah, James en Baylee in de laatste jaren van hun leven in een buitengewoon ongezond milieu terechtgekomen.

De moeders beginnen zich ook ongevraagd met het onderzoek te bemoeien, weten daarbij de typisch Amerikaanse rechtschapen rechercheur Chad Garrett aan hun zijde en kunnen hun verhaal kwijt bij de al even Amerikaanse blonde verslaggeefster Olivia La Voice van de plaatselijke nieuwszender KGET. Voor allen geldt dat deze tragische geschiedenis, met de nodige lugubere ontwikkelingen, de zaak van hun leven wordt.

Deze weinig opzienbarende true crime-serie, die ook niet vrij is van enig effectbejag, zet alle verwikkelingen met het nodige aplomb achter elkaar. Intussen dreigen de belangen van Cheryl, Di en Jane ook te botsen. Want het zou zomaar kunnen dat niet al hun kinderen alleen slachtoffer zijn. Toch laten de vrouwen zich niet uit elkaar spelen. Ze blijven de zaak samen volgen – waar die hen en de andere ouders ook brengt.

Het rechtvaardigt de vraag wie nu eigenlijk de geuzennaam The Bakersfield 3 verdient: de drie jongelingen die aan de verkeerde kant van het spoor terecht zijn gekomen? Of toch hun dappere en vasthoudende ouders?

De Barbie Tapes

Karl Wolff (l) en Klaus Barbie (r) / WNL

In het Sheraton Hotel in de Boliviaanse hoofdstad La Paz ontmoeten twee oude kameraden elkaar. Het is augustus 1979, een kleine 35 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. SS-generaal Karl Wolff is op bezoek bij oorlogsmisdadiger Klaus Barbie. De twee spreken over de goeie ouwe tijd, toen ze allebei een vooraanstaande rol speelden in het nazi-regime. Spijt hebben ze niet.

Barbie laat zijn gast foto’s zien. ‘Hier zie je Mengele’, zegt hij op één van de negen cassettebandjes die bewaard zijn gebleven van hun ontmoeting. ‘Hier staat: de Beul van Lyon. Dat is mijn bijnaam. Twee keer ter dood veroordeeld.’ De Barbie Tapes (52 min.) zijn afkomstig van de Duitse journalist Gerd Heidemann van het weekblad Der Stern. Hij arrangeerde het samenzijn van de twee nazi-pensionado’s en nam de opnamen, die verder nooit werden gepubliceerd, op in zijn privécollectie in Hamburg, het grootste particuliere nazi-archief ter wereld in Hamburg.

Regisseur Foeke de Koe gebruikt de audiocassettes nu als onderlegger voor zijn portret van de beul Klaus Barbie, een man die aan het begin van de oorlog ook in Nederland huishield. Hij liet bijvoorbeeld Ernst Cahn, de Joodse eigenaar van een ijssalon in Amsterdam, in 1941 fusilleren. Daarna zou Barbie in Frankrijk verder werken aan zijn bedenkelijke reputatie. In Lyon verhoorde hij bijvoorbeeld de bekende verzetsheld Jean Moulin tot de dood erop volgde. En in Izieu liet hij een Joods weeshuis ontruimen: ruim veertig kinderen verdwenen naar Auschwitz.

De Koe fungeert zelf als gids door Barbies inktzwarte verleden, belicht diens tamelijk onbekommerde bestaan als pensioengerechtigde oorlogsmisdadiger in een Zuid-Amerikaanse dictatuur en zoomt ook uit naar hoe het nazi-kopstukken überhaupt verging na de ineenstorting van het Derde Rijk. Een behoorlijke tijd konden misdadigers zoals Barbie onder de radar blijven. Gaandeweg kwamen een aantal van hen echter toch in het vizier van nazi-jagers, zoals het echtpaar Beate en Serge Klarsfeld dat zich vastbeet in z’n prooien en hen, liefst publiekelijk, aanklaagde.

Met de Klarsfelds, enkele historici en een Amerikaanse journalist die jaren heeft gejaagd op Barbie probeert Foeke de Koe nu vat te krijgen op een man die nooit wroeging lijkt te hebben gekregen over wat hij in die oorlogsjaren heeft aangericht. Pas toen het Boliviaanse militaire regime moest wijken, werd hij gedwongen om verantwoording af te leggen voor zijn daden.

Trailer De Barbie Tapes

Diari De La Meva Sextorsió

Gadea Films

‘Please, don’t make me do this’, schrijft de onbekende hacker, die de hand heeft weten te leggen op haar laptop. ‘Pay now and let’s get it over with.’ 2400 dollar wordt Patricia Franquesa geacht om af te tikken in Bitcoins. Anders verstuurt de afperser de compromitterende foto’s, die hij op Patricia’s computer heeft aangetroffen, door naar haar complete adresboek. De Spaanse filmmaakster, actief voor Gadea Films uit Barcelona, heeft eigenlijk geen keuze.

In Diari De La Meva Sextorsió (Engelse titel: My Sextortion Diary, 63 min.) reconstrueert zij hoe ze in deze situatie terecht is gekomen en gaat ze op zoek naar de man (?) die haar het leven zuur maakt. Dat relaas begint in een café in Madrid, waar twee mannen op een onbewaakt ogenblik, zo is later te zien op beveiligingsbeelden, haar laptop ontvreemden, en eindigt zoals dit soort zaken wel vaker eindigen. Want Franquesa is bepaald niet het eerste slachtoffer van zulke slinkse chantage.

Deze clevere whodunnit speelt zich vooral af op haar beeldscherm. Daar zijn haar eigen selfies en vlogs te zien, chat ‘Pati’ met mensen uit haar directe omgeving (die ze waarschuwt voor wat er wellicht op komst is en die haar weer waarschuwen als dat daadwerkelijk is gekomen) en zet ze alle moderne middelen die tot haar beschikking staan in om de identiteit van de dader te achterhalen. Die heeft zich echter verschanst achter een VPN, in een schimmige uithoek van het internet.

De vormgeving van deze online-zoektocht – met veel gebruik van split screen, tintelfrisse kleuren en influencer-achtige inkijkjes in haar leven – is al even bijdetijds. Methodisch vlooit Patricia Franquesa de kwestie, die zich al snel ook uitstrekt tot haar professionele leven, helemaal uit. Zo ontvouwt zich een kat- en muisspel, tussen een jonge, kwetsbare vrouw en een onbekende afperser. Hij/zij wil haar de duimschroeven aandraaien, terwijl zij de onbekende figuur die haar leven overneemt probeert te traceren.

Zo toont Diari De La Meva Sextorsió de impact van sextortion – eerder bijvoorbeeld ook al geëxploreerd in Another Body – en daarmee ook welke mogelijkheden de anonimiteit op het internet lieden met héél verkeerde intenties biedt om andermans bestaan (of de samenleving als geheel) volledig te ontwrichten. Bij de Spaanse politie vangt Patricia Franquesa in elk geval bot – om het heel mild uit te drukken. Ze zal zelf op zoek moeten naar een manier om haar leven weer in handen te krijgen.

El Portal: La Historia Oculta De Zona Divas

Netflix

Het sekswerk in Mexico verlaten is vrijwel onmogelijk, stelt onderzoekster Karla Casillas Bermúdez. Als meisjes eenmaal zijn gearriveerd in Mexico-Stad – onder een vals voorwendsel overgehaald uit Venezuela of Argentinië, of wel degelijk in de wetenschap dat ze zullen worden ingezet als prostituee – is er geen weg terug meer.

Allereerst is er de schuld, opgebouwd voor en tijdens hun reis, die maar niet weggewerkt schijnt te kunnen worden. Daar zorgen de lieden, die hen hebben laten overkomen naar de Mexicaanse hoofdstad, wel voor. Na aankomst moeten er direct professionele foto’s en video’s gemaakt worden en daarna ook nog advertentieruimte ingekocht op de Zona Divas-website, waar ze worden uitgestald voor de clientèle. En zodra die kosten zijn gemaakt, komen er steeds nieuwe bij en behoort stoppen nauwelijks meer tot de mogelijkheden.

Noem het gerust mensenhandel – al hebben de vrouwen na aankomst in Mexico officieel bij een notaris (moeten) laten vastleggen dat ze vrijwillig aan het werk gaan. Er is ook behoorlijk geld te verdienen: drieduizend peso’s voor anale seks bijvoorbeeld, vijfduizend voor een triootje. ‘Het zijn luxeartikelen’, zegt een geanonimiseerde klant daarover. ‘Het zijn geen gewone consumptiegoederen.’ Via de Zona Divas-website kunnen de vrouwen zich laten boeken. ‘Snel geld’, benadrukt één van hen daarover. ‘Géén gemakkelijk geld!’

Als Astrid Rondero en Fernanda Valadez in El Portal: La Historia Oculta De Zona Divas (Engelse titel: Caught In The Web: The Murders Behind Zona Divas, 166 min.) het tamelijk troosteloze bestaan van zulke sekswerkers hebben geschetst, zoomen ze in op enkele bevriende vrouwen die hun leven als escort in Mexico met de dood hebben moeten bekopen. Vooral het drama rond het Venezolaanse Zona Divas-uithangbord Kenni Finol, die verzeild raakt in een gewelddadige relatie met een ‘sicario’, een huurmoordenaar, grijpt naar de keel.

Met nabestaanden van de vrouwen en (geanonimiseerde) collega’s, journalisten en kenners van het Mexicaanse criminele milieu reconstrueren Rondero en Valadez deze misdrijven en de grimmige wereld waarbinnen die kunnen plaatsvinden. Ze brengen die tot leven met indringende vlogs, foto’s en audioberichtjes van/naar de slachtoffers en ondersteunen hun vertelling met nachtelijke beelden van de metropool Mexico-Stad en al even duistere gedramatiseerde scènes van de vrouwen en hun klanten.

De levensverhalen van de moordslachtoffers in deze vierdelige docuserie vertonen ondertussen opmerkelijke overeenkomsten: omdat ze in eigen land het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden – niet in het minst omdat er vaak al heel jong kinderen zijn gekomen, die ze nauwelijks kunnen onderhouden – kiezen ze de vlucht naar voren. Als ‘Zona Diva’ hopen ze in korte tijd voldoende te verdienen om het tij te keren, maar schilderen ze zich in werkelijkheid in de hoek waar, net iets te vaak letterlijk, de klappen vallen.

Carlos

Sony Pictures Classics

In het tijdperk van de Grote Gitaargoden – Jimi Hendrix, Eric Clapton, Jimmy Page, Pete Townshend en Angus Young, om maar eens wat te noemen – voegt hij een onmiskenbaar Latijnse inslag toe: Carlos Santana. ‘Het perfecte kind van B.B. King en Tito Puente’, aldus zijn ontdekker Bill Graham, muziekpromoter bij de concertzaal Fillmore in San Francisco. Een jongen uit La Colonia Libertad, een getto in de Mexicaanse stad Tijuana. En de zoon van een sappelende (mariachi-) violist. Als jongen verhuist Carlos met z’n ouders naar de Verenigde Staten en vindt daar z’n bestemming als muzikant.

Op het legendarische Woodstock-festival in 1969 stijgt Santana naar grote hoogte. Volgens Carlos (88 min.) zelf is hij door Graham zorgvuldig opgetraind voor die bijzondere gelegenheid. Zijn band, die dan nog altijd geen plaat uitheeft, gaat geleidelijk op steeds grotere festivals spelen, zodat hij als frontman alvast aan een grote menigte kan wennen. ‘Hij zei: je moet weten dat je na dit festival nooit meer dezelfde zult zijn’, herinnert Santana zich in dit geslaagde portret van Rudy Valdez. ‘Ga naar huis, kijk in de spiegel naar die persoon, maar na Woodstock zal die persoon er niet meer zijn.’

Het is een treffende anekdote. Over een artiest en zijn entourage die hét moment herkennen. Of het echt zo is gegaan? Met de wijsheid van nu is de conclusie gemakkelijk te trekken dat het toen, op die uitgestrekte weide ten overstaan van zo’n 400.000 hippies, moest gebeuren. En dat deed ‘t: ‘s mans vertrokken kop, met de kin en geitensik omhoog, de boventanden blootgelegd door een extatische mond en de ogen stevig dichtgeknepen, heeft zich in het collectieve muzikale geheugen geëtst. Terwijl het zweet van zijn ranke lijf gutst, laat hij zijn gitaar vlammen, swingen en janken.

Na zijn hoogtijdagen in het begin jaren van de jaren zeventig gooit Santana ‘t over een andere boeg. Hij ‘omarmt’ een ‘spiritueel pad’ en volgt samen met zijn toenmalige vrouw Deborah van 1972 tot 1982 de ‘spirituele leider’ Sri Chinmoy, op zoek naar ‘de geur van de ziel’. Tot afgrijzen van zijn moeder, zo’n typische katholieke Mexicaanse matrone. ‘Hij stelt mijn geloof soms op de proef’, klaagde ze volgens Carlos’ zus Maria, die hier met enkele familieleden het levensverhaal van haar broer bekrachtigt. Intussen neemt die ook in zijn carrière minder voor de hand liggende afslagen.

Een volgend groot succes laat dus op zich wachten tot 1999, als hij zijn samenwerking met Clive Davis, de illustere platenbaas van Arista Records, hernieuwt en een commercieel album met allerlei gasten opneemt, Supernatural. De Gitaargod, begin vijftig inmiddels en volgens eigen zeggen spiritueel gegroeid, claimt daarmee zijn rechtmatige plek tussen hedendaagse pophelden en kan beginnen aan een tweede jeugd. ‘Ik ben niet wat ik doe’, zegt hij nochtans nuchter over zijn muziek, om vervolgens over zijn gezinsleven te beginnen. ‘Dit is wat ik doe, maar dit ben ik niet.’

Geen God dus, maar gewoon een man. Een man met een gitaar, dat wel.

Eddy Merckx: La Course En Tête

Elan Film

De Nederlandse wielrenner Rini Wagtmans reed ooit negentig kilometer in de gele trui. Hij had maar één opdracht: de eerste plaats in de Tour de France van 1971 weer afstaan. Aan zijn Belgische kopman Eddy Merckx, welteverstaan. ‘De Kannibaal’ wilde altijd alles winnen en had zich voor dat jaar voorgenomen om de volledige Ronde van Frankrijk in het geel te rijden. Door een vreemde speling van het lot was echter zijn meesterknecht Wagtmans in de leiderstrui beland. Die maakte nog dezelfde dag, tijdens een volgende korte etappe, plaats voor de toonaangevende coureur van zijn tijd.

Twee jaar later wordt de Belgische kampioen geportretteerd in Eddy Merckx: La Course En Tête (101 min.), een wat opmerkelijke film van Joël Santoni. Hij volgt Merckx gedurende 1973 zowel thuis als tijdens wielerkoersen, maar laat de renner helemaal niet aan het woord. Terwijl manlief Eddy onder de douche staat, zijn kinderen te eten geeft of met z’n gezin naar de kermis gaat is het wel zijn echtgenote Claudine die vertelt hoe haar Eddy soms bijvoorbeeld kampt met de hoge verwachtingen. ‘Als hij verliest, is ‘t altijd hetzelfde liedje’, zegt zij. ’Dit is het begin van het einde.’

Rond wielerwedstrijden kijkt Santoni als een vlieg op de muur mee. Voor de start en na de finish is er simpelweg het geluid ter plaatse en wil Merckx nog wel eens een interview geven of keuvelen met een verzorger of één van zijn ploeggenoten. Eenmaal op de fiets weerklinkt echter de barokke klassieke soundtrack van de Britse muzikant David Munrow, die je toch eerder bij een film over de middeleeuwse koningen Arthur of Richard Leeuwenhart zou verwachten. Of het moet de bedoeling zijn geweest om Eddy Merckx te portretteren als de koene ridder van de wielersport…

Daarmee wordt La Course En Tête zowel een collageachtig portret van de beste wielrenner aller tijden als een lyrische ode aan de wielersport, compleet met de onvermijdelijke valpartijen, pitstops en bevoorradingsmomenten. En bij de prijsuitreiking is het dan meestal Eddy Merckx, een man met een schier oneindige ambitie, die een bos bloemen in de lucht houdt. Zijn palmares is nog altijd onovertroffen: van vijf eindoverwinningen in de Tour de France en Giro d’Italia tot drie wereldkampioenschappen, zeges in zo’n beetje alle belangrijke klassiekers en verbetering van het werelduurrecord.

Een kannibaal, kortom, die een ander hooguit negentig kilometer in het geel gunt. Voordat ie ‘m met huid en haar opvreet.

La Mano En El Fuego

HBO Max

‘Om tegen een kind te zeggen: je bent een hoer en je hebt Pincelito verkracht.’ Mari Carmen Espinosa kan er nog altijd niet bij. ‘Godverdomme! Pfff….’ Haar dochter Verónica was dertien toen ze op zaterdagochtend oktober 1998 door een dorpsgenoot werd verkracht. De metselaar en duivenhouder Antonio ‘Pincelito’ Cosme was 63. En de andere inwoners van Benejúzar in Alicante stonden aan zijn kant. Zij konden zich niet voorstellen dat hij, lid van een bekende familie in het Spaanse dorp, zich werkelijk had vergrepen aan dat kind van die vrouw van buiten.

‘We kregen alleen maar minachtig, beledigingen en agressie van het dorp’, vertelde het tienermeisje zelf destijds. ‘Mensen op straat hebben me bedreigd: als Pincelito vrij is, snijdt hij je keel door. En die van je familie ook.’ Ruim 25 jaar later kunnen Verónica en haar inmiddels bejaarde moeder, die elkaar regelmatig moed inspreken tijdens hun gesprekken voor deze docuserie, nog altijd nauwelijks geloven hoe zij in de beklaagdenbank terecht kwamen. Het was een pijnlijk staaltje ‘victim blaming’. Want toen had Mari Carmen nog helemaal geen wraak genomen op Pincelito.

In het gelikte intro van La Mano En El Fuego (Engelse titel: Hell On Earth: The Veronica Case, 132 min.) – waarin, zoals tegenwoordig ‘goed’ gebruik is, alvast wordt geteased naar wat er nog gaat komen – geeft documentairemaakster Elena Molina dat direct prijs: de moeder van het dertienjarige slachtoffer heeft de verkrachter zeven jaar later overgoten met benzine en vervolgens levend in brand gestoken. Daarmee ligt het complete tragische verhaal al bij de start van deze driedelige serie op tafel en is het vooral de vraag hoe en waarom het zover heeft kunnen komen.

En dat is onvoldoende om drie afleveringen lang, ruim twee uur, te blijven boeien. Hoeveel drama Molina met tamelijk gekunstelde toneelstukjes tussen moeder en dochter, onheilspellende muziek en symbolische sequenties met duiven, een ontsnapt paard en vuur ook toevoegt, de serie blijft voelen als een eindeloze herhaling van zetten. Achteraf bezien zaten alle elementen die er echt toe deden in deze tragische geschiedenis al in die allereerste minuten verstopt en blijkt vrijwel alles wat daarna volgt niet héél veel meer dan het uitmelken daarvan.

Het is alleen nog de vraag of die wraakactie het gevolg was van spontane verstandsverbijstering of toch tot in detail was voorbereid.

Antares De La Luz: La Secta Del Fin Del Mundo

Netflix

De wereld zal vergaan op 21 december 2012. Een kleine maand daarvoor slaan Antares en zijn volgelingen nog een laatste aanval van de Duivel af. Op 23 november komt het tot een episch gevecht met het duister, dat door de Chileense sekteleider, die zich ‘de krijgershouding’ helemaal eigen heeft gemaakt, resoluut in hun voordeel wordt beslecht. Hij gooit het vleesgeworden kwaad eigenhandig in het vuur. Binnenkort is alles voorbij, zeggen ze dan tegen elkaar. Zij zullen vrij zijn!

Ruim tien jaar later kijken de sekteleden, sommigen na een gevangenisstraf, in Antares De La Luz: La Secta Del Fin Del Mundo (100 min.) ontzet terug op een periode die alle tekenen vertoont van een collectieve psychose. Ze waren volledig in de greep geraakt van Ramón Castillo Gaete, alias Antares, de incarnatie van God. ‘Ik ben vele malen geïncarneerd’, zou die tegen zijn secondant Pablo Undurraga hebben gezegd. ‘Sommige van die incarnaties dienden om te onderwijzen. Als Jezus kwam ik onderwijzen. Als Boeddha en Krishna kwam ik onderwijzen. Ditmaal ben ik niet gekomen om te onderwijzen. Ik ben deze keer gekomen om de duisternis te verslaan.’

En deze overtuiging, die vast niet helemaal los valt te zien van uitbundige meditatiesessies met de hallucinogene Ayahuasca-thee, leidt tot een stoutmoedige daad om de mensheid te redden. De mensheid zelf – niet gehinderd door een sjamanistisch amalgaam van de Maya-traditie, tegencultuur-icoon Carlos Castaneda en de godheid Viracocha – ziet er intussen iets geheel anders in: een onbestaanbare gruweldaad, een offer dat nooit gebracht had mogen worden. Zelfs als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat Antares en zijn trippende gevolg oprecht handelen vanuit hun ‘innerlijke wezen’ en er altijd van uit zijn gegaan dat het nooit 22 december 2012 zal worden.

Als die dag toch aanbreekt – en er zullen nog talloze dagen volgen, om alle zonden te overdenken – is dat in wezen het begin van het einde. Niet van de wereld zoals wij die kennen, maar van de sekte die een eindeloze nachtmerrie is geworden voor de leden. Gezamenlijk roepen zij die nu weer op. Alleen Pablo Undurraga komt daarbij herkenbaar in beeld, de anderen kiezen ervoor om anoniem te blijven. Regisseur Santiago Correa vervat hun schokkende herinneringen in dramatisch getoonzette reconstructies, ondersteunt die met getuigenissen van direct betrokkenen, politieagenten, juristen en psychiaters en topt het geheel af met enkele ingenieuze symbolische sequenties.

Uiteindelijk spitst deze krachtige documentaire zich toe op de vraag of de sekteleden destijds toerekeningsvatbaar waren, of zodanig gehersenspoeld dat hun bijdrage aan dat ene fatale offer hen – formeel – niet kan worden aangerekend? En hoe kunnen ze zelf, inmiddels helemaal uitgetript, verder met hun leven, in de wetenschap dat de wereld weliswaar niet is vergaan, maar dat de wereld zoals zij die kennen ook nooit meer dezelfde zal zijn?

La Singla

La Fábrica Naranja

Het mysterie is onweerstaanbaar: op het hoogtepunt van haar roem verdwijnt de Spaanse flamencodanseres Antonia Singla voorgoed van het toneel. Haar voeten, naar verluidt zo’n anderhalf miljoen peseta’s waard, zullen nooit meer die bezwerende cadans bereiken. Tracatraca… Als een voortsnellende trein. Tracatraca… Tracatraca… Tracatraca… Zelf kan Antonia dat onweerstaanbare ritme overigens alleen zien en voelen, want zij is kort na haar geboorte doof geworden.

Ergens in de jaren zestig komt La Singla (tv-versie: 52 min.) dus tot stilstand. Waarom? vraagt Helena Kaittani zich af in deze documentaire van Paloma Zapata. Wat is er met haar gebeurd? De jonge actrice, ingehuurd als protagonist voor deze film, begint aan een Searching For Sugar Man-achtige zoektocht. En net als in die Oscar-winnende documentaire over de plotsklaps verdwenen singer-songwriter Sixto Rodriguez vertelt ze onderweg het verhaal van haar enigmatische heldin.

Antonia Singla werd geboren in de sloppenwijk El Somorrostro, nabij het strand van Barcelona. Ze had een lastige jeugd. Als Roma-meisje leek ze sowieso al veroordeeld tot een leven vol armoede en geweld, maar zij verloor op heel jonge leeftijd ook nog eens haar gehoor. Ze weigerde daarna heel lang om te spreken. La Singla bleek desondanks geboren om te dansen. Het ritme zat bij haar van binnen en kwam tijdens de flamenco als vanzelf naar buiten. Alsof ze zo haar duivels kon uitdrijven.

Op zeventienjarige leeftijd brak ze internationaal door en stal menigeens hart. Het is niet moeilijk om te zien waarom: op de zwart-wit foto’s en beelden die bewaard zijn gebleven is een ongenaakbare schoonheid te zien die helemaal in haar element is. Daarachter gaat echter een stil en verlegen meisje schuil dat door haar overheersende vader, die zich na jaren afwezigheid weer heeft gemeld toen zijn dochter succesvol werd, volledig van de buitenwereld wordt afgeschermd.

En dan trekt Antonia Singla het gordijn definitief achter zich dicht. Ruim een halve eeuw later probeert een fictieve jonge vrouw, een enigszins gekunstelde ingreep van Paloma Zapata, nu dus te ontdekken wat er met haar is gebeurd en waar zij is gebleven. Met elke ravissante foto of danssequentie die Helena bekijkt, elke flamencoritme dat ze hoort en iedere persoon die ze en route ontmoet komt ze dichter bij haar ‘Sugar Woman’, de mysterieuze La Singla.

Viva Varda!

AVROTROS

Aan het eind van een lang en vruchtbaar leven kwam dan eindelijk de algehele erkenning. De Franse filmmaakster Agnès Varda (1928-2019), die zichzelf zonder (valse) bescheidenheid ‘de grootmoeder van de nouvelle vague’ was gaan noemen, werd bedolven onder oeuvreprijzen: een Palme d’Honneur in 2015 en een ere-Oscar in 2017. Ze oogde toen inmiddels als een uitvergrote versie van zichzelf: een excentrieke oma, met twee kleuren klaar en de goesting om zich eens ongegeneerd te laten fêteren.

Viva Varda! (tv-versie: 53 min.) is een viering van de vrouw en de kunstenaar. ‘Een radicale pionier in het maken van beelden in deze tijd’, aldus collega Atom Egoyan. En een onafhankelijk, origineel, veeleisend, rebels en geestig mens, volgens de andere sprekers in deze vlotte docu van Pierre-Henri Gibert, zoals haar dochter Rosalie, zoon Mathieu, assistenten Didier Rouget en Jacques Royer, actrice Sandrine Bonnaire en de regisseurs Audrey Diwan, Marjolaine Grandjean en Patricia Mazuy.

Ze werd geboren in een welgesteld gezin als Arlette Varda, het kind van de directeur van een staalfabriek, De Antwerpse Titaan. Ze had weinig op met haar vader, maar hield uiteindelijk wel een flinke erfenis aan hem over. Daarmee financierde zij, nadat ze haar naam had veranderd in Agnès, haar eerste film La Pointe Courte (1955). Die wordt beschouwd als een voorloper van de nouvelle vague, de Franse filmstroming die cineasten als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Francois Truffaut voortbracht.

Varda zou uiteindelijk te eigenzinnig blijken voor willekeurig welke kwalificatie. Steeds vond ze zichzelf opnieuw uit in films waarmee ze handig tussen fictie en non-fictie door slalomde – of de beide genres verbond in een hybride-form. ‘In mijn films verzet ik me een beetje tegen het systeem’, zei ze daar zelf over. ‘Ik zit niet in een bus of limousine. Ik ben te voet in de cinema. Misschien omdat het mijn eigen keus is en ik niet meedoe met het sterrensysteem en het spel niet wil meespelen.’

Agnès Varda brak door met een film over een zangeres die wacht op de uitslag van een kankeronderzoek (Cléo de 5 à 7), maakte in de Verenigde Staten films over hippies en Black Panthers, filmde de winkeliers in haar eigen Parijse straat in Daguerréotypes (1975), vroeg het uiterste van actrice Jane Birkin in Jane B. Par Agnès V. (1988) en ontdekte de intimiteit van een kleine digitale camera in het veel gelauwerde Les Glaneurs Et La Glaneuse (2000).

Intussen onderhield ze een moeizame relatie met de filmwereld (‘een familie waarin iedereen elkaar haat’). Agnès Varda hield er daarnaast ook een kleurrijk leven op na, getuige dit vermakelijke, voor haar doen alleen wel tamelijk conventionele portret. Met een grote liefde, regisseur Jacques Demy, die in alles een tegenpool bleek. Het leidde tot een zoon, echtscheiding en verzoening. Jacques was toen al ernstig ziek. Zijn vrouw probeerde hem te vereeuwigen door een film over hem te maken: Jacquot De Nantes (1991).

‘Zolang we filmen, leeft Jacques nog’, zou ze daarover hebben gezegd. En datzelfde uitgangspunt leek ze later ook op zichzelf toe te passen. Tot het allerlaatst bleef de lekker dwarse Française actief. Met het kostelijke Visages Villages ((2017), gemaakt met haar ruim een halve eeuw jongere zielsverwant JR, sleepte ze zelfs nog een Oscar-nominatie in de wacht. En toen het einde zich daadwerkelijk aandiende, hield Agnès Varda – hoe kan het ook anders? – zelf de regie.

No Estás Sola: La Lucha Contra La Manada

Netflix

‘Wij zeiden: je kunt er geen vijf aan. Zij zei: echt wel. Alle vijf.’
‘Zij koos elk standje.’
‘Ze genoot ervan.’

De vijf vrienden uit Sevilla maakten op 6 juli 2016 ook nog een video van hun avontuur tijdens San Fermín, de jaarlijkse festiviteiten in de Spaanse stad Pamplona die uitmonden in stierenrennen. Zodat ze er later nog eens van konden genieten, vertellen ze in de rechtbank. Het was alsof ze in hun eigen pornofilm speelden. De vijf zijn zich van geen kwaad bewust. Er was zeker geen sprake geweest van verkrachting – al hadden ze van tevoren in hun eigen appgroep, genaamd De Wolvenroedel, nog wel even gespeculeerd over het meenemen van chloroform en touw. ‘Als we allemaal willen verkrachten.’

Hun geanonimiseerde slachtoffer “Lucia” komt in No Estás Sola: La Lucha Contra La Manada (Engelse titel: You Are Not Alone: Fighting The Wolfpack, 102 min.) aan het woord via getuigenissen, die zijn gebaseerd op haar officiële verklaringen en ingesproken door een actrice. Haar verhaal wordt door de filmmakers Almuneda Carracedo en Robert Bahar (El Silencio De Otros) aangevuld met interviews met direct betrokkenen: politieagenten, de aanklager, advocaten en hulpverleners. ‘Hoe vertel ik dit aan mijn moeder?’ zou ze direct na de traumatische gebeurtenis tegen een agente hebben gezegd.

Het onderzoek naar wat er is gebeurd leidt naar een soortgelijk voorval, enkele maanden eerder, waarbij een eveneens geanonimiseerde vrouw, “Paloma”, bij de kermis van Córdoba zou zijn misbruikt door dezelfde vriendengroep, waarvan er één overigens, treffend detail, een Carpe Diem-tatoeage nabij de schaamstreek heeft. Inderdaad: pluk de dag. En de zaak rond de Wolvenbende doet eveneens denken aan de geruchtmakende moord op Nagore Laffage, acht jaar eerder, een knappe verpleegkundige die werd vermoord door de man op wiens avances ze niet wilde ingaan.

Deze stevige docu reconstrueert de rechtsgang tegen de vriendengroep uit Sevilla. De vonnissen die daaruit voortvloeien zorgen voor een storm van verontwaardiging en massale protesten in heel Spanje. Is dit niet gewoon ‘victim blaming’? vraagt menigeen zich af. ‘Zus, wij geloven jou’, houden Spaanse vrouwen “Lucia” intussen voor. Zo zetten ze Spanje’s eigen variant op #metoo in gang. Getuige de weerzinwekkende moraal van het vriendenclubje, ook wel La Manada (de kudde) genoemd, en andere Spanjaarden die hun gedrag rechtvaardigden is dat ook hard nodig.

Zij menen blijkbaar dat je je als man tijdens San Fermín zelf ook als een dolle stier mag gedragen. ‘Één chick met zijn vijven neuken’, zei de Wolvenbende direct na afloop nog tegen elkaar, in die vermaledijde appgroep. ‘Wat een geweldige reis!’

Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces

Prime Video

Gaan we een deal sluiten met een moordenaar? vragen Officier van Justitie Sander de Haas en zijn collega zich af na een geheim gesprek met Peter la Serpe? Die heeft zojuist uit de eerste hand verklaard over de liquidatie van vastgoedman Kees Houtman in 2005. Durven ze het aan om deze rasopportunist, die al zijn hele leven vuistdiep in het criminele milieu zit, in te zetten als kroongetuige? De Haas twijfelt. Als niet veel later een moord wordt gepleegd, die al min of meer is aangekondigd door La Serpe, komt de zaak alsnog in een stroomversnelling. Tegelijkertijd realiseren de medewerkers van het Ministerie van Justitie zich terdege dat ze een risico nemen. De onderwereld oordeelt vaak heel eenvoudig over lieden die uit de school klappen: zwijgen is zilver, spreken is lood.

De deal leidt tot een rechtszaak tegen enkele criminele kopstukken, die worden beschouwd als de sleutelfiguren van de liquidatiegolf in de Amsterdamse onderwereld. In de zesdelige docuserie Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces (283 min.) reconstrueren Erica Reijmerink en Peet Gelderblom met kenners van/uit het criminele milieu, rechercheleden, strafrechtadvocaten, officieren van justitie, rechters, hoogleraren strafrecht en misdaadjournalisten het geruchtmakende proces. Zij zijn stuk voor stuk aan de tand gevoeld in een soort verhoorkamer. Hun verklaringen worden omkleed met nieuws- en achtergrondreportages uit de tijd van de liquidaties (1993-2006) en rechtsgang (2007-2017) – al blijft het geheel tamelijk praterig.

Reijmerink en Gelderblom onderbreken hun vertelling zo nu en dan voor een miniprofiel van hoofdrolspelers zoals Dino Soerel en Willem Holleeder (die zelf overigens niet terecht staat tijdens het Passageproces), vragen rechtbanktekenaar Adrien Stanziani om alle sleutelfiguren te portretteren en geven forensisch rechercheur Carina van Leeuwen haar eigen Opsporing Verzocht-momentjes, waarin ze met behulp van maquettes enkele schokkende moorden doorneemt. Zo ontstaat een zeer complete en afgewogen impressie van een rechtszaak, die heel Nederland in z’n greep heeft gehouden. Waarbij verschillende lezingen van wat er is gebeurd naast of tegenover elkaar staan en soms ook nog altijd frontaal met elkaar botsen, met name tussen het Openbaar Ministerie en enkele prominente advocaten.

Dino Soerel ontbreekt in de zeer complete bronnenlijst. Hij heeft van Justitie geen toestemming gekregen om te participeren in de serie. Terwijl het Passageproces – zeker nadat medeverdachte en ‘moordmakelaar’ Fred Ros een deal heeft gesloten als tweede kroongetuige (!) – zich gaandeweg steeds nadrukkelijker op hem begint te richten. Soerels volwassen dochter Rachel treedt in Pact Met De Duivel op als zijn plaatsvervanger. Erg moeilijk wordt het haar niet gemaakt. Ze krijgt de gelegenheid om (weer) een mens van vlees en bloed van hem te maken: een opa bijvoorbeeld die elke Kerst een aardige boodschap stuurt aan zijn kleinkinderen. In elk geval niet de man die naar voren komt uit het Passageproces-dossier, waarin een mensenleven vaak nog geen stuiver waard lijkt.

In een tamelijk lang uitgevallen epiloog zet de miniserie deze grimmige fase in de Nederlandse criminele geschiedenis tot slot nog in hedendaags perspectief. Want de generatie ‘Holleeder’ mag dan een serieus gevaar voor de samenleving hebben gevormd, de volgende lichting criminele kopstukken, kortgezegd de generatie ‘Taghi’, lijkt bereid om nóg verder te gaan, getuige de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B., diens advocaat Derk Wiersum en misdaadjournalist Peter R. de Vries. En de opvolger van het Passageproces, het zogenaamde Marengo-proces, is al even tumultueus verlopen. Ridouan Taghi en twee medeverdachten hebben levenslang opgelegd gekregen, kroongetuige Nabil B. toch ook nog tien jaar.

God Save Texas

HBO Max

Zestien jaar en 265 executies later keert de Amerikaanse filmmaker Richard Linklater (Boyhood en de trilogie Before Sunrise/Sunset/Midnight) terug naar zijn geboortegrond, waar hij in 2003 het protest tegen de executie van Delma Banks Jr. bij de gevangenis van Huntsville bijwoonde. Er zijn tegenwoordig maar liefst zeven gevangenissen in dit deel van Texas. Gedetineerden zijn de drijvende kracht achter de plaatselijke economie geworden. In Hometown Prison (87 min.), onderzoekt Linklater de impact van het gevangenissysteem en de doodstraf op Texas, dat inmiddels meer dan honderd penitentiaire inrichtingen telt.

Het eerste deel van het drieluik God Save Texas, dat is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Lawrence Wright (die overigens in elke aflevering als klankbord voor de filmmaker van dienst fungeert), verbindt de speelfilms die Linklater heeft gemaakt, zijn eigen levensverhaal en gesprekken met de mensen die hij in zijn Texaanse jaren heeft leren kennen. Stuk voor stuk hebben ze te maken gekregen met het justitiële systeem in de Lone Star State: als gedetineerde, bewaarder, advocaat of lid van het executieteam. Het levert een genuanceerde film op – de blikvanger van de drie – waarmee de bekende regisseur uiteindelijk toch duidelijk stelling neemt tegen de gevangenisindustrie in Texas.

Linklaters collega Alex Stapleton probeert in deel 2, The Price Of Oil (55 min.), het zwarte verhaal van Zwart Texas te vertellen – en de rol van de olie-industrie daarin. Ook zij gebruikt daarvoor haar eigen achtergrond en familie. In dat kader keert ze terug naar de periode van de slavernij. Ook toen die officieel werd afgeschaft, bleef de positie van Afro-Amerikanen in Texas penibel. Zo werden zij, in het midden van de twintigste eeuw, door de racistische Jim Crow-wetten bijvoorbeeld nog altijd buiten reguliere woonprojecten voor Amerikanen met een middeninkomen gehouden. Pas toen in 1948 initiatieven zoals Pleasantville ontstonden, leken de kansen voor zwarte Amerikanen te keren.

Juist deze wijken zouden echter met vervuiling door de fossiele industrie te maken krijgen. In haar eigen familie zijn er mensen ernstig ziek geworden, constateert de filmmaakster. Socioloog Robert Bullard van de Texas Southern University noemt het een typisch geval van ‘environmental racism’ door Big Oil. En dat staat volgens Stapleton dan weer niet op zichzelf. ‘Heb je je ooit afgevraagd waarom je nog nooit een zwarte JR Ewing hebt gezien?’ stelt ze, met een verwijzing naar de schurk uit de populaire tv-serie Dallas, in deze degelijke docu een retorische vraag, waarop het antwoord voor de hand ligt. ‘Dat komt omdat alle grote Amerikaanse oliebedrijven een witte CEO hebben.’

In La Frontera (54 min.), het afsluitende deel van deze Texas-trilogie, belicht Iliana Sosa de problematiek in haar geboorteplek El Paso, waar de grens van oudsher een enorme aantrekkingskracht heeft op immigranten uit Midden-Amerika. Sosa’s ouders zijn ook ooit vanuit Mexico overgekomen en hebben daar twee kinderen op de wereld gezet, die zich eerder Amerikaans dan Mexicaans voelen. Prikkeldraad en een heuse muur moeten tegenwoordig voorkomen dat ‘gelukszoekers’ zoals haar ouders de Verenigde Staten bereiken. Het is de weerslag van een tamelijk vijandige houding tegenover immigranten, die in 2019 ook z’n weerslag heeft gekregen in een ‘mass shooting’, waarbij een witte racist ruim twintig mensen doodde in een Walmart in El Paso.

Gezamenlijk schetsen deze drie televisiedocu’s, vanuit het persoonlijke perspectief van drie plaatselijke en toch gerenommeerde filmmakers, een aardig portret van het moderne Texas, dat zich maar moeilijk los kan maken van zijn beladen historie en ook in het heden nog z’n pregnante issues heeft.

Stranded

Zeitgeist Films

Over sommige onderwerpen raken we nooit uitgesproken – of gefilmd. De Vliegramp in de Andes bijvoorbeeld, nu ruim een halve eeuw geleden. Een vliegtuig met aan boord een Uruguayaans rugbyteam en aanhang, op weg naar een toernooi in Chili, crasht in oktober 1972 op een bergtop. Het toestel wordt uiteengereten, diverse bemanningsleden en passagiers zijn op slag dood en de overlevenden moeten zich te midden van de bergen, sneeuw en ijzige kou zien te redden. Een deel van hen overleeft uiteindelijk maar liefst 72 dagen, onder meer door hun gestorven medepassagiers (deels) op te eten.

Dit ongelooflijke, afschuwwekkende en toch hoopvolle verhaal heeft inmiddels twee ijzersterke speelfilms opgeleverd: Alive (1993) en, ruim dertig jaar later, de Spaanse Oscar-kandidaat La Sociedad De La Nieve (2024). En behalve talloze tv-docu’s heeft de Andesvliegramp ook al geresulteerd in een gezaghebbende documentaire: Stranded (112 min.) uit 2007. Regisseur Gonzalo Arijon groeide op met enkele inzittenden van vlucht 571 van 13 oktober 1972 en wist alle overlevenden van de ramp en enkele familieleden zover te krijgen dat ze wilden meewerken aan zijn film. Samen keerden ze, soms vergezeld door hun inmiddels volwassen kinderen, terug naar de plek des onheils.

De stap om mensenvlees te gaan eten – waarbij de kwalificatie ‘kannibalisme’ toch echt misplaatst lijkt – krijgt daarbij vanzelfsprekend de nodige aandacht. ‘Als je de stap eenmaal hebt gezet en zogezegd aan de overkant bent beland, zie je dat er niets vreemds gebeurt’, vertelt Roberto Canessa, die als arts in opleiding een bijzondere verantwoordelijkheid voelde. ‘Natuurlijk, het was bizar, maar dit was een probleem dat we tenminste zelf konden oplossen.’ Contact met de buitenwereld was een andere zaak. Terwijl hun familie steeds hoop bleef koesteren, hadden de plaatselijke autoriteiten hen eigenlijk al opgegeven. Gewoon wachten op een reddingsactie zou hen dus fataal zijn geworden.

De zestien overlevenden waren volledig op zichzelf en elkaar aangewezen. Daar – in menselijkheid, solidariteit, moed en verbondenheid – zit de kern van hun ontzagwekkende verhaal en deze al even imposante film, die met de getuigenissen van de direct betrokkenen, gereconstrueerde scènes een bezoek aan die ijzige en verlaten gletsjer in de Andes hun ervaring op de grens van leven en dood in het midden van helemaal nergens heel behoorlijk weet te benaderen. Stranded komt tot een climax tijdens een emotioneel weerzien bij de Vallei van de Tranen, waar een gedenkplaats is ingericht voor de 29 slachtoffers van de vliegramp, die er met hun lijf voor zorgden dat de anderen konden leven.

‘Onze ouders leven verder in jullie’, zegt een zoon geëmotioneerd tegen de Andes-veteranen, terwijl ze met zijn allen gearmd in een kring gaan staan.

The Border Crossed Us

Amstel Film

Als we drugs aantreffen kunnen we de waar innemen en vernietigen, legt de bedachtzame hoofdcommissaris Ramon Gonzalez van de grenspolitie van het Texaanse grensstadje La Joya uit. Bij mensensmokkel is dat veel gecompliceerder. ‘Deze mensen worden steeds teruggestuurd en elke keer opnieuw betalen ze weer voor de overtocht.’ Totdat ‘t lukt. Dan verdwijnen ze zogezegd pas van de markt. Het is een weinig hoopgevende constatering en ook bepaald geen stimulerende gedachte voor politiemensen, die permanent met illegalen en smokkelaars worden geconfronteerd.

Dagelijks proberen zo’n achtduizend illegale migranten de Rio Grande-rivier, de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico, over te steken. Die rivier behoorde vroeger tot Mexicaans grondgebied, maar fungeert tegenwoordig als toegangspoort naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ofwel: The Border Crossed Us (72 min.), de nieuwe film van de Nederlands-Puerto Ricaanse documentairemaakster Loretta van der Horst. Zij debuteerde in 2019 met Behind The Blood, een grimmige film over de Hondurese stad San Pedro Sula die gevangen zit in een bloedige drugsoorlog.

Deze documentaire, een portret van enkele agenten van La Joya, is minder heftig en meer bespiegelend van toon. Van der Horst volgt haar hoofdpersonen tijdens patrouilles, verhoren van een verdachte of een inval. Tussendoor laat ze hen uitgebreid aan het woord over een gevecht dat misschien niet is te winnen – maar ook niet níet mag worden gevoerd – en over de impact die dat op henzelf heeft. De één strijkt nog wel eens over zijn hart, een ander houdt zich strikt aan de regels. ‘Als ik mijn werk moet doen’, zegt Manuel Casas bijvoorbeeld ferm, ‘doe ik mijn werk.’

Dat wordt tastbaar tijdens een verhoor dat hij heeft met de, geanonimiseerde, vrouw van een mensensmokkelaar. Zij is druk bezig om een verblijfsvergunning te krijgen, maar kan al haar rechten weer kwijtraken en uitgezet worden als blijkt dat ze betrokken was bij de activiteiten van haar echtgenoot. Casas draait haar kalm de duimschroeven aan, zeker als hij zich toegang verschaft tot haar mobiele telefoon en eens langs al haar berichten, filmpjes en foto’s kan scrollen. ‘Ik weet dat het verkeerd is’, zegt zij uiteindelijk verontschuldigend. Hij reageert koel: ‘Het is méér dan verkeerd.’

Veel smokkelaars komen er, tot grote frustratie van de agenten die hen hebben ingerekend, met een voorwaardelijke straf vanaf. Binnen de kortste keren hervatten ze doorgaans hun activiteiten – en anders zorgt het kartel wel voor vervangers. Zo zitten ze in deze stemmige film, die ’t meer van introspectie en sfeer dan van spanning en sensatie moet hebben, aan beide zijden van de wet en van de grens vast in een somber stemmende situatie, waarin nauwelijks beweging is te krijgen en de rollen, afhankelijk van waar je geboren bent, bovendien tamelijk willekeurig lijken te zijn verdeeld.

L’Affaire Bettencourt: Scandal Chez La Femme La Plus Riche Du Monde

Netflix

Tussen 1997 en 2007 schenkt ‘de rijkste vrouw van de wereld’ Liliane Bettencourt, erfgename en hoofdaandeelhouder van de cosmeticagigant L’Oréal, 917 miljoen euro aan François-Marie Banier, met wie ze innig bevriend is geraakt. Geheel indachtig L’Oréals slogan ‘because you’re worth it.’ Als vervolgens Bettencourts echtgenoot André overlijdt, een bekende politicus met wie ze een tamelijk liefdeloos huwelijk lijkt te hebben gehad, wil de Franse fotograaf dat ze hem ook nog officieel tot erfgenaam maakt. Dat is tegen het zere been van het enige kind van het echtpaar, Françoise Bettencourt-Meyers. Zij komt lijnrecht tegenover haar moeder te staan.

L’Affaire Bettencourt: Scandal Chez La Femme La Plus Riche Du Monde (Engelse titel: The Billionaire, The Butler And The Boyfriend, 149 min.)  is geboren en opent – zoals de driedelige docuserie zelf ronkt – ‘de geheime wereld van de superrijken’. Dat gebeurt alleen op een totaal andere manier dan dochter Françoise, die 21 uur geheime opnamen van haar moeder laat uitlekken, had gedacht. Dit geluidsmateriaal, door een butler gemaakt met een verborgen dictafoon, brengt vooral de pogingen tot belastingontduiking van de Bettencourts, hun verwevenheid met de politieke elite (waaronder de Franse president Nicolas Sarkozy) en het geld dat ze daarnaartoe schuiven onder de aandacht.

De opnamen van dat gebedel om geld en invloed – verrijkt met abstracte, van bovenaf gefilmde scènes met acteurs – vormen het hart van deze miniserie van Baptiste Etchegaray en Maxime Bonnet, waarin ook enkele direct betrokkenen bij de geruchtmakende affaire en volgers van de kwestie tekst en uitleg geven. Gaandeweg komt ook de vraag op tafel of de inmiddels hoogbejaarde Liliane Bettencourt eigenlijk nog wel in staat is om haar eigen geld te beheren en bij de mensen om haar heen het kaf van het koren kan scheiden. Want wie stelt zich daadwerkelijk dienstbaar op voor de rijke dame, goed voor zo’n dertig miljard euro? En wie is alleen uit op een deel van haar fortuin?

L’Affaire Bettencourt brengt dat proces treffend in beeld: hoe de roofdieren zich verzamelen rond een prooi als ze bloed hebben geroken. Because they’re worth it. Aan het rest nog slechts één vraag: komt François-Marie Banier, die de zaak onbedoeld aan het rollen heeft gebracht, werkelijk met de schrik vrij?

La Memoria Infinita

Periscoop Film

‘Laten we het samen doen’, zegt Augusto lachend tegen zijn vrouw, tijdens een lunch in een restaurant. ‘Want als ik ‘t alleen ga proberen met mijn Alzheimer, maak ik er een rotzooi van. Ik herinner me helemaal niets meer en zet mezelf voor schut.’ Pauli kijkt hem liefdevol aan. ‘We zijn drie jaar geleden getrouwd, maar het mooie is dat we elkaar al 23 jaar kennen. Dus we zijn pas getrouwd toen we elkaar al twintig jaar kenden.’

Ontspannen proberen ze vervolgens samen hun allereerste date te reconstrueren. Gaandeweg ontwaakt daarbij Augusto’s geheugen en kan hij meteen verwoorden wat zij voor hem betekent. Pauli krijgt zo wat ze wil. Zij is in deze hartverwarmende film van regisseur Maite Alberdi voortdurend in de weer om Augusto’s brein, verleden en hun late liefde levend te houden.

En dat gebeurt in La Memoria Infinita (Engelse titel: The Eternal Memory, 85 min.) in een ontspannen setting die doet denken aan Alberdi’s eerdere films The Grown-Ups (2016) en The Mole Agent (2020). Het leven zoals de Chileense filmmaakster ‘t presenteert in haar films is zeker niet vrij van pijn of verdriet, maar behoudt wel te allen tijde een optimistische grondtoon.

In zijn vorige leven, dat koste wat het kost behouden moet blijven, was Augusto Gongóra televisiejournalist. Hij maakte ’t tot zijn persoonlijke missie om de misdaden tegen de menselijkheid van het regime van dictator Augusto Pinochet te documenteren, zodat die in het collectieve geheugen konden worden opgeslagen. Pauli Urrutia was ooit minister van cultuur in Chili en is nog altijd actrice.

Terwijl ze zorgt voor haar man – en dat zeer intiem vastlegt met een camera – speelt Pauli ook nog gewoon in voorstellingen. In een fraaie scène laat Alberdi zien hoe ze met haar gezelschap een groots opgezette dansscène repeteert. Augusto doet gewoon lekker mee. Zo gemakkelijk, idyllisch bijna, laat de dementie zich echter niet vangen. Die krijgt haar echtgenoot steeds meer in z’n greep.

‘Het is belangrijk dat je me niet vergeet’, houdt Pauli hem, op een wanhopig ogenblik later in de film, huilend voor. ‘Want ik ben altijd bij je.’ En met al wie hij nog is probeert haar echtgenoot, die soms nauwelijks meer weet wie die vrouw in zijn huis is, haar te troosten. Hij voert ook hele gesprekken met zijn beste vriend: de oudere heer die hem vanuit de spiegel bekijkt.

Met impressies van zijn werk als journalist en televisiemaker en familievideo’s van hun gezamenlijke verleden roept Maite Alberdi tevens de man op die hij ooit was en het stel dat ze nog steeds proberen te zijn. Dat is pijnlijk, maar werkt ook vertroostend. Hoewel hij tegenwoordig een schim is van de charmante en onverschrokken journalist in beeld, heeft hun liefde ogenschijnlijk weinig aan kracht ingeboet.

Dat is tenminste de boodschap van deze ontroerende, met lekker weemoedige muziek aangeklede film, die zowel qua toon als inhoud aansluit bij persoonlijke dementiefilms zoals Liefsteling, Dick Johnson Is Dead en Wei. Intussen houdt Maite Alberdi de totale ontluistering nadrukkelijk buiten de deur.

La Oscuridad De La Luz Del Mundo

Netflix

Ze moeten de apostel dienen. In alles. En alleen het beste is goed voor Hem, als directe afgezant van God. De leider wil natuurlijk ook hun kostbaarste bezit hebben. Dat neemt hij in ontvangst in de beslotenheid van de slaapkamer. Met een zakdoek vangt zijn eerste secretaresse dan het bloed op, dat vervolgens ook nog aan de apostel moet worden getoond. ‘Dat was mijn eerste keer’, vertelt één van de Jane Does, die de leider van de kerkgemeenschap La Luz Del Mundo (LLDM) nu hebben aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

De Mexicaanse pater familias Naasón Joaquin Garcia heeft zich altijd onaantastbaar gewaand. Ook omdat hij hoogstpersoonlijk door God is uitverkoren. Net als, heel toevallig, ook zijn vader Samuel en grootvader Eusebio. Zij regeren LLDM samen al een kleine honderd jaar. Ze worden aanbeden als God zelve, baden vanzelfsprekend in weelde en kunnen ook vrijelijk over hun volgelingen beschikken. Anderen kunnen zich bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen wat een machtig gevoel het geeft om mannen en vrouwen die elkaar nog nooit hebben ontmoet met elkaar te laten trouwen. Gewoon omdat zij dat hadden bedacht.

En die meisjes, vol leven, gedienstig, onbezoedeld, ja, die blijven een traktatie! Zij zijn bereid om hun onschuld aan God te geven, via de man die door de Heer is uitverkoren. En daarop richt ook de documentaire La Oscuridad De La Luz Del Mundo (114 min.) zich weer. Niet op zijn verdiensten als gepassioneerde redenaar. Niet op de vijf miljoen aanhangers die zich – tenminste, volgens de officiële cijfers – inmiddels laven aan Het Licht Van De Wereld. En ook niet op de imposante tempel die zij in Guadalajara hebben laten bouwen. Nee, Naasóns ruimhartigheid om zorgvuldig geselecteerde meisjes toe te laten tot zijn intieme leven moet het weer ontgelden.

Is dat verhaal nu nog niet vaak genoeg verteld? Zo’n beetje elke film over een religieuze beweging begint en eindigt met een leider die ervan wordt beschuldigd dat hij zich heeft vergrepen aan de macht, het geld en de vrouwen – en dat iedereen die zich daartegen verzet de mond is gesnoerd of direct wordt geëxcommuniceerd. Deze lijvige documentaire van Carlos Perez Osorio heeft in dat opzicht geen nieuwe inzichten te bieden – al wennen de slachtofferverhalen, bijzonder plastisch en emotioneel, echt nooit en blijft ook het feit dat een groot deel van Naasóns aanhangers hem unverfroren in de rug blijft dekken ongenadig steken.

En dan te bedenken dat er nu elders in de wereld vast alweer een nieuwe Naasón Joaquin Garcia is opgestaan, die geld afroomt bij zijn achterban, zelfbedachte Goddelijke ge- en verboden uitvaardigt en de allermooiste Jane Does opeist…

Voor een andere documentaire over het misbruikschandaal binnen LLDM, Unveiled: Surving La Luz Del Mundo, ontwikkelde ik overigens een zeer praktische invuloefening.

La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas

Netflix

Deze seriemoordenaar heeft het nu eens niet voorzien op jonge meisjes of jongens. Hij heeft het gemunt op bejaarde vrouwen. De Mexicaanse killer, volgens het signalement lang en gezet, maakt rond de eeuwwisseling zeker 49 slachtoffers. Mexico is in rep en roer. Het land heeft geen ‘traditie’ op het gebied van seriemoordenaars. Al zeker zestig jaar Is het verschoond gebleven van het type roofdier dat bij de grote bovenbuur, de Verenigde Staten, bijna op elke hoek van de straat een prooi staat te beloeren.

De onderzoekers gaan in de leer in het buitenland. In Frankrijk hebben ze bijvoorbeeld ervaring met Thierry Paulin. Het ‘beest van Monmartre’ zou zo’n twintig Franse ouderen hebben beroofd en gedood, voordat hij in 1989 stierf aan de gevolgen van AIDS. ‘La Mataviejitas’ blijkt echter nergens mee te vergelijken. Is het bijvoorbeeld wel een (echte) man die in Mexico-Stad weerloze senioren wurgt in hun eigen huis? Of überhaupt één enkele persoon? Zijn er misschien ook ‘copycats’ aan het werk?

Geduldig ontleedt Maria Jose Cuevas de zaak in La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas (112 min.). Ze neemt de gebeurtenissen min of meer chronologisch door met nabestaanden, opsporingsambtenaren, deskundigen en verdachten. Gaandeweg wordt zo het motief van de moordenaar duidelijk, kunnen er vingerafdrukken worden veiliggesteld en komt gaandeweg ook de dader in beeld. De filmmaakster serveert dit met gevoel voor drama, visuele flair en een zeer uitgesproken klassieke soundtrack uit.

De seriemoordenaar, op heterdaad betrapt door een buurman van één van de slachtoffers, blijkt zowaar een fervent liefhebber van worstelen, die bovendien technieken van deze sport voor malicieuze doeleinden heeft ingezet. De aanhouding van deze dader betekent echter niet dat daarmee alle zaken definitief zijn opgelost. Te elfder ure zet een onverwachte wending de zaak – en ook deze krasse true crime-docu – nog eens goed op zijn kop.