FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Messi: La Cinta Olvidada

ESPN / Disney+

Lionel Messi had de beste voetballer kunnen worden die Spanje ooit heeft gehad. Hoe vaak zou hij wereldkampioen zijn geworden, met zijn vaste maatjes van FC Barcelona, Xavi en Iniesta, aan zijn zijde? Het zal echter anders lopen: de kleine Leo wordt de grote held van zijn geboorteland Argentinië, de enige echte opvolger van Diego Maradona – die hij inmiddels ook wel heeft overvleugeld.

Als tiener is Messi, die op z’n dertiende al naar Barcelona is verkast, echter buiten beeld geraakt bij de nationale jeugdteams van Argentinië. De Spaanse voetbalbond staat tegelijk klaar om hem in te lijven. Dat is Messi’s agent Horacio Gaggioli toch te gortig. Hij vraagt journalist Jaume Marcet van Barça TV om een videoband samen te stellen met hoogtepunten van de behendige en watervlugge linkspoot.

Messi: La Cinta Olvidada (internationale titel: Messi: The Forgotten Tape, 24 min.) is het verhaal van die VHS-tape. Claudio Vivas, de assistent-trainer van het Argentijnse nationale elftal is direct overtuigd. Hij laat de compilatievideo zien aan bondscoach Marcelo Bielsa. ‘Laat eens zien, speel wat af’, zegt die, herinnert Vivas zich. ‘Maar speel hem op normale snelheid af.’ De assistent kan zijn eigen ogen ook nauwelijks geloven. ‘Marcelo, dit is normale snelheid. Ik drukte alleen op afspelen.’

De Mythe Messi is geboren. Een speler die sneller denkt en handelt dan gewone stervelingen, waaronder gerenommeerde voetbaltrainers, kunnen bevatten. Zelfs nu hij tegen de veertig loopt. In deze alleraardigste korte docu van Nicolás Salazar is de jonge Messi te zien, een dartele tiener die iedereen helemaal doldraait – en die zijn voormalige jeugdtrainers en medespelers nog altijd in verrukking brengt.

Een heerlijk klein verhaal over een grote voetballer, in de markt gezet dus met een videoband. Omdat zien in zijn geval nu eenmaal automatisch tot geloven leidt. Ineens krijgt de Argentijnse voetbalbond dus haast. Op 1 juni 2004 wordt ‘Leonel André Mecci Cuccittini’ opgeroepen voor een nationaal elftal van zijn geboorteland. Argentijnse voetbalfans krijgen daarna nog volop gelegenheid om zijn naam te leren spellen.

Eat More Trees

M&N Film Distribution

De woestijn dreigt hen in te halen, vertelt Yanniek Schoonhoven. Ze woont samen met haar echtgenoot Alfonso Chico de Guzmán en hun kinderen op de familieboerderij La Junquera in Zuid-Spanje. Met regeneratieve landbouw proberen ze om te gaan met de aanhoudende droogte en andere gevolgen van klimaatverandering. In dat kader dromen ze er ook van om de rivier, die acht jaar geleden is opgedroogd, weer terug te brengen in de nabijgelegen Quipar-vallei en zo hun leefgebied nieuw leven in te blazen.

Vanuit deze casus maakt landschapsontwerper/filmmaker Louis De Jaeger in de documentaire Eat More Trees (79 min.), die hij samen met regisseur Arne Focketyn heeft gemaakt, een rondgang langs allerlei inspirerende initiatieven elders op aarde. Bij The Land Institute in de Amerikaanse staat Kansas worden bijvoorbeeld gewassen verbouwd die bestand zijn tegen bodemerosie en klimaatverandering. Op een biologische boerderij in het Britse Reading stimuleert Iain Tolhurst de biodiversiteit en hoopt zo de uitgeputte bodem te reanimeren. Bij de Green Pastures Farm in Missouri proberen ze het grasland te herstellen met grazend vee. En in het sterrenrestaurant Blue Hill at Stone Barns van chefkok Dan Barber in New York wordt het farm-to-table principe gehanteerd.

Het moet uit zijn, betoogt verteller Hanna Verboom namens De Jaeger en Focketyn, met de industriële landbouw en het algehele kortetermijndenken. Door ontbossing dreigt binnen enkele generaties bijvoorbeeld ook savannevorming in het Braziliaanse regenwoud. En dat is – het mag geen nieuws meer zijn – uiteindelijk catastrofaal voor de gehele aarde. Initiatieven zoals het voedselbos van Pedro Diniz, een voormalige Formule 1-coureur uit Brazilië, zijn daarom essentieel om natuurlijke regeneratie op gang te brengen en de ontbossing tot staan te brengen. De aarde spreekt, zegt Benki Piako, de leider van de Ashaninka-stam die in het Amazonegebied de inheemse agroforestry-beweging heeft opgericht, met het nodige drama. Maar wanneer gaan we luisteren?

De ‘call to action’ van deze onvervalste film met een boodschap is onontkoombaar: met concrete maatregelen, zoals bijvoorbeeld de keuze voor polycultuur, meerjarige gewassen en verantwoord waterbeheer, is het tij nog altijd te keren. Hoe kunnen wij voor het land zorgen, vat één van de sprekers de basisgedachte van Eat More Trees samen, zodat het land voor ons kan zorgen?

Ultras: Pasion Y Muerte

HBO Max

Op 13 januari 1991 bereikt de alsmaar verder ontsporende rivaliteit tussen Boixos Nois, de harde kern van FC Barcelona, en de beruchte Brigadas Blanquiazules van stadgenoot Espanyol een nieuw dieptepunt: de Espanyol-supporter Frederic Rouquier gaat de boeken in als het eerste dodelijke slachtoffer in de geschiedenis van georganiseerd supportersgeweld in Spanje. Het gaat vermoedelijk om een wraakactie: een maand eerder is Boixos Nois-lid Sergi Segarra ernstig gewond geraakt.

Rouquier heeft een karakteristiek profiel, met extreemrechtse antecedenten. Hij is afkomstig uit Frankrijk, heeft een verleden in het Front National en werkt sinds enige tijd in een Spaanse winkel waar skinheadkleding wordt verkocht. Daarmee past hij prima in een subcultuur, die in 1982 is ontstaan nadat Britse hooligans het WK in Spanje bezochten en die in Spanje regelmatig wordt gelinkt aan neonazi’s en fascisten. Rouquiers dood staat centraal in de eerste aflevering van de driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte (internationale titel: Ultras: Passion And Death, 133 min.).

Daarna zoomt regisseur Pedro García Campos in op een volgend ijkpunt binnen de Spaanse hooliganscene waarin relschoppende kaalkoppen in bomberjacks en legerkistjes de dienst uitmaken. Afwisselend steken zij hun middelvinger op, maken de Hitlergroet of gaan op de vuist (en erger). Bij een wedstrijd tussen Atletico Madrid en Real Sociedad wordt op 9 december 1998 Aitor Zabaleta, een 28-jarige fan uit San Sebastián, doodgestoken door een lid van Frente Atletico. De fatale steekpartij dreigt de spanningen tussen Baskenland en de rest van Spanje te verergeren.

In de laatste aflevering van deze grimmige, door geanonimiseerde ultra’s bevolkte en met reconstructies aangeklede miniserie belicht Campos een massale vechtpartij in 2014, tussen Frente Atletico en de radicale supportersgroep Riazor Blues van Deportivo La Coruna. Die kost de Galicische fan ‘Jimmy’ leven kost. Als hij aan de rand van een brug hangt, wordt ie met flessen op zijn hoofd geslagen. Jimmy valt bewusteloos in een rivier. En Jan en alleman kan via talloze filmpjes van het geweld meegenieten. Zijn dood geldt als de eerste Spaanse ‘voetbalmisdaad in het digitale tijdperk’.

Met zijn focus op het hooliganisme, waarbij oudgediende José Luis Ochaita van Real Madrids omstreden Ultra Sur nog de rol van spijtoptant op zich neemt, wordt Ultras: Pasion Y Muerte bijna het tegendeel van de documentaire Ultras (2026), waarin Ragnhild Ekner juist voorbij het geweld kijkt en de rol van supportersgroepen als sociaal netwerk benadrukt. Campos komt bovendien tot de conclusie dat het einde nog lang niet in zicht is. De ongeregeldheden verplaatsen zich naar kleinere clubs en naar buiten het stadion. Rivaliserende clans spreken nu ook rustig in de bossen af.

Si Tu Tues, Appelle-Moi

Ladybirds Films

Aan bijnamen heeft hun beroepsgroep nooit een gebrek gehad: maffiamaatje, advocaat van de duivel en – natuurlijk – consigliere. Als juridisch adviseur van een crimineel kopstuk kunnen deze advocaten bovendien zelf in de vuurlinie belanden. Letterlijk. En voor hetzelfde geld worden ze ook meegezogen in het strafrechtelijke moeras waarin hun cliënten al terecht zijn gekomen.

Tegelijkertijd zijn er de macht, de roem en de inkomsten die bij de job horen. In de interviewdocu Si Tu Tues, Appelle-Moi (internationale titel: If You Kill, Call Me, 55 min.) uit 2022 laat Eduardo Febbro enkele prominente advocaten, die drugskartels, de maffia of andere georganiseerde misdaadorganisaties bijstaan, aan het woord over hun leven en werk en de Capo’s die zij hebben vertegenwoordigd. Ze balanceren in hun professie voortdurend op het slappe koord tussen gewoon hun juridische werk doen en daadwerkelijk onderdeel worden van een crimineel netwerk.

‘Mijn oma zei altijd: advocaten gaan naar de hel’, vertelt Gustavo Salazar, de vaste advocaat van de legendarische Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar, die zelf opgroeide in een arm boerengezin. ‘En ook mijn hele familie was ertegen. Het zijn dieven of leugenaars, zeiden ze tegen me, die niet meer gered kunnen worden. Op een ochtend werd ik echter wakker en zei tegen mijn moeder: ik word advocaat en ga naar de hel.’ Salazar heeft een glashelder uitgangspunt. ‘Vertel mij de waarheid’, zegt hij tegen zijn cliënten. ‘Zodat ik kan liegen tegen de jury.’

Juristen zoals hij kiezen hun woorden doorgaans zorgvuldig, óók in deze aardige rondgang langs met name Mexicaanse vertegenwoordigers van de beroepsgroep, waaronder verschillende advocaten van Joaquin ‘El Chapo’ Guzmán, de leider van het Sinaloa-drugskartel. Zij spreken vooral in algemeenheden, mijden al te concrete voorbeelden of navrante inkijkjes en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tegenover hen posteert Febbro een openbaar aanklager, een lid van de Mexicaanse orde van advocaten en de weduwe van een vermoorde advocaat.

Zo wordt in grote lijnen het speelveld van de karteladvocaat afgebakend, waarbij zij vooral aan de zijlijn moeten blijven staan en nooit aan het spel zelf mogen gaan deelnemen. En via hen komt ook het schrikbeeld van een narcostaat in beeld.

Green over Gray: Emilio Ambasz

AVROTROS

Groen over grijs. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn, aldus Emilio Ambasz. Een architect dient als beschermheer te fungeren voor de stenen woestijn die de mens heeft gemaakt van zijn steden. De natuur moet daarin worden teruggebracht. Niet als decor of decoratie, maar als integraal onderdeel van een organisch geheel van de mens, z’n woon- en werkomgeving en de aarde. Zo brengt de Argentijnse visionair vanaf de jaren zeventig architectuur en natuur weer bij elkaar en vraagt hij tevens aandacht voor de noodzaak om te strijden tegen wat we later klimaatverandering zijn gaan noemen.

In de gestileerde documentaire Green Over Gray: Emilio Ambasz (52 min.) tonen Francesca Molteni en Mattia Colombo daarvan enkele fraaie voorbeelden. Het imposante huis La Casa de Retiro Espiritual in Sevilla bijvoorbeeld. De botanische tuin van het Texaanse San Antonio. Het ACROS-gebouw in Fukuoka in Japan, dat eerst alleen een betonnen kolos leek, daarna langzaam overwoekerd raakte door groen en toen z’n volledige potentieel onthulde. En met het Ospedale Dell’Angelo in het Italiaanse Venice-Mestre toonde Ambasz aan dat ook een ziekenhuis kan worden vergroend.

Aan de hand van deze sprekende voorbeelden laten enkele collega-architecten en kenners hun licht schijnen over de visie, werkwijze en impact van hun enigmatische collega, die zelf met enkele poëtische teksten z’n eigen mythe nog eens versterkt. Ambasz tekent naar verluidt helemaal niet om z’n ideeën stapsgewijs aan te scherpen. De concepten komen in hun totaliteit tot hem. Alsof ze allang ergens rondzweefden en alleen nog door hem, de man met het idee, esthetische gevoel en ideaal, uit de lucht moesten worden gepakt, om vervolgens op de dorre aarde te worden gedropt.

Deze film – over het levenswerk, in plaats van het leven daarachter – brengt de visie van Emilio Ambasz overtuigend over het voetlicht.

La Fiscal

Netflix

‘Waarom is straffeloosheid de norm?’ vraagt de zojuist benoemde hoofdofficier van justitie Femicide van Mexico-stad, de activistische advocate Sayuri Herrera Román, zich af bij aanvang van La Fiscal (internationale titel: The Prosecutor, 176 min.). In 2020 zijn er bijna 3800 vrouwen vermoord in Mexico, waaronder zo’n duizend gevallen van femicide. Op de dag dat zij aantreedt, nemen alle openbaar aanklagers echter ontslag. Ze weigeren om samen te werken met deze linkse ‘herrieschopper’.

Onrecht voor één vrouw betekent onrecht voor alle vrouwen, vindt Herrera. Overal op het kantoor van het Parket Femicide liggen gigantische stapels papieren, dossiers van allerlei openstaande cases. ‘Deze samenleving genereert geweld omdat het sociale weefsel gewelddadig is’, vertelt ze in de driedelige docuserie van Paula Mónaco Felipe en Miguel Tovar. ‘We lossen één moord op en er komen drie nieuwe bij.’ En desondanks blijft ze zich met haar team vastbijten in de lijvige onderzoeksdossiers.

Enkele van die zaken worden in La Fiscal verder uitgewerkt. Jonge vrouwen die plotseling zijn verdwenen of bruut vermoord, met doorgaans hun (ex-)partner als voornaamste verdachte. Als Sayuri Herrera en haar gedreven collega’s zich in zulke casussen verdiepen, ontdekken ze hoe weinig een vrouwenleven soms waard is in hun land en hoe moeilijk ‘t is om mannen daarvoor veroordeeld te krijgen, ook omdat die regelmatig in de rug worden gedekt door machtige vrienden of corrupte autoriteiten.

De strijd tegen femicide krijgt zo ook een politiek karakter, waarbij Herrera en haar beschermvrouwe, procureur-generaal Ernestina Godoy, zich opwerpen als pleitbezorgers van de vermoorde vrouwen en hun nabestaanden. Intussen besluit zij, als alleenstaande vrouw, ook om een kind te adopteren – een verhaallijn waarvan de achtergronden slechts beperkt wordt uitgewerkt. De keuze voor het moederschap dwingt Herrera tot zelfreflectie: is haar missie wel te combineren met het opvoeden van een kind?

Deze schrijnende miniserie toont hoe weerbarstig dat gevecht om gerechtigheid is. Hoe hard de hoofdofficier van justitie Femicide, haar medewerkers en de familieleden en vrienden van de slachtoffers ook hun best doen om de waarheid boven tafel te krijgen, veel daders blijven tot hun grote verdriet en frustratie onbestraft. Terwijl het, in de woorden van Sayuri Herrera, in wezen heel simpel is: gerechtigheid is de beste therapie. Voor de nabestaanden, Mexicaanse vrouwen en hun land in het algemeen.

Overal waar ze komt, ontmoet zij echter vrouwen – moeders, zussen, vriendinnen – die een foto omhoog houden. Van nóg een slachtoffer dat op gerechtigheid wacht.

Just Our Heart

Amstelfilm

Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt, zegt de boeddhistische schrijfster en rouwdeskundige Joan Halifax, één van de hoofdpersonen van Just Our Heart (105 min.), de nieuwe documentaire van Maartje Nevejan (Ik Ben Er Even Niet / Descending The Mountain). In deze spirituele reis onderzoekt de Nederlandse filmmaakster, die zelf een verlies heeft te dragen en die bij haar kinderen ziet hoe ook de verwording van de aarde tot rouw kan leiden, naar nieuwe rituelen om afscheid te nemen en te treuren.

De film begint direct met zo ongeveer de gemakkelijkst invoelbare vorm van rouw: het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. De vader en moeder van de Belgische zussen Linde (10) en Bente (7) zijn tien maanden eerder omgekomen bij een auto-ongeluk. Theatermaakster Barbara Raes neemt hen mee naar een schip, voor een reis op zee waarbij ze met spel, muziek en andere rituelen hun verlies onder ogen mogen zien en een plek kunnen geven. Dit resulteert in aangrijpende taferelen, zowel voor de verweesde meisjes zelf als hun directe omgeving.

Ook de verliesverhalen van de deelnemers aan een wetenschappelijk studie van de psycholoog Déborah González naar het gebruik van ayahuasca bij rouw zijn onmiddellijk herkenbaar. Bij La Montaña de Montserrat, een berg in de omgeving van Barcelona, verkennen zij met behulp van de hallucinogene thee hun binnenwereld en het verdriet dat daar wild rondgaat, in de hoop dat ze na dit overgangsritueel doorstromen naar een nieuwe fase in de omgang daarmee. Zodat ze, in de woorden van Joan Halifax, kunnen terugkeren naar hun leven. Als een andere persoon, dat wel.

Bij de andere stations die Nevejan aandoet in haar stemmige reis is de rouw abstracter en betreft ie geen verloren mensenlevens maar de verwording van de aarde en de giftige erfenis van het kolonialisme. Ibelisse Guardia Ferraggutti organiseert bijvoorbeeld rouwrituelen voor Moeder Aarde. Op de heilige berg Cerro Rico laat zij oude gebruiken van de inheemse bevolking van Bolivia herleven. Eeuwenlang werd daar zilver gedolven dat vervolgens naar Spanje werd gebracht. Terwijl miljoenen arbeiders stierven, werd volgens haar zo het fundament voor de westerse welvaart gelegd.

Ecoloog Monica Galiano is intussen tot de overtuiging gekomen dat de westerse mens opnieuw moet leren om mens te zijn en te co-creëren met z’n natuurlijke omgeving. ‘Als we onszelf terugplaatsen binnen de familie van de aarde, dan hoeven we onszelf niet meer als een plaag zien’, stelt ze. ‘We zouden dan gewoon tot de kinderen behoren.’ Samen met Joan Halifax fungeert Galiano als getuige-deskundige in Nevejans sfeervolle exploratie, die echt de tijd neemt om diep in de materie door te dringen en zo de verschillende vormen en stadia van verdriet en rouw te verbeelden.

Met z’n beladen thematiek, zweverige beelden en etherische muziek lijkt Just Our Heart wel een trip die niet iedereen zal willen aangaan. Deze film is vooral bestemd voor degenen die hun verbinding met de aarde, het leven en de dood, en zichzelf verder willen verkennen. Teneinde, om Monica Galiano te parafraseren, het anker uit te kunnen werpen op de enige geschikte plek: het hart.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Kandinsky, The Colours Of Sounds

Jaune Rouge Bleu, 1925 © Centre Pompidou, MNAM-CCI / AVROTROS

Een uitvoering van Wagners opera Lohengrin zet in 1896 alles op zijn kop. Wassily Kandinsky is voorbestemd om jurist te worden, maar besluit daarna om zijn vaderland Rusland te verlaten en zich aan kunst te gaan wijden. In de kunstenaarsstad München neemt Kandinsky, die als kind piano en cello leerde spelen, regelmatig tentoonstellingen bezocht en vaste gast was in het theater en bij de opera, vanaf 1900 les bij ‘de vorst van de schilderkunst’ Frans von Stuck.

‘Ik had het gevoel herboren te zijn, maar stuitte op de grenzen van m’n vrijheid’, schrijft Kandinsky destijds, een tekst die nu is ingelezen door Pierre-Henri Gibert, één van de makers van Kandinsky, The Colours Of Sounds (53 min.). ‘Gevangen in het werken naar een model.’ Hij besluit om zijn eigen weg te gaan. Zijn liefde voor muziek, de manier waarop die hem tot in elke vezel van zijn lichaam weet te raken, werkt daarbij inspirerend. Kandinsky ontdekt ‘een esthetiek van gekleurde vlekken’, aldus de verteller van dit kunstenaarsportret. In deze schilderijen zit muziek!

De ontwikkeling die de schilder in de navolgende jaren doormaakt wordt in deze documentaire door Gibert en zijn coregisseur Adrien Minard fraai inzichtelijk gemaakt met een stapsgewijze ontleding van zijn stijl, kleurgebruik en gebruik van symboliek en uitleg daarbij van kunsthistorici én muziekwetenschappers. Want de Russische kunstenaar laat zich voortdurend inspireren door zijn andere grote liefde, muziek. Als Kandinsky in 1911 samen met zijn vriendin Gabriele Münter naar een concert van Arnold Schönberg is geweest, valt voor hem ook als schilder het kwartje.

In deze ‘wereld zonder simpele herkenningstekens’ lijkt de tonaliteit volledig te zijn losgelaten. Schönbergs muziek krijgt direct zijn weerslag in Kandinsky’s eerste abstracte doek, Schilderij Met Cirkel. Hij schrijft tevens een bedankbrief aan de componist, die de start vormt van een samenwerking tussen de uitvinder van de atonaliteit en de vader van de abstracte kunst. Kandinsky probeert zijn idee van een totale kunst ook onder woorden te brengen, bijvoorbeeld in de alamanak Der Blaue Reiter. Voor hem overstijgt kunst, ongeacht de vorm ervan, alle talen, haat en grenzen.

Abstracte thematiek voor de gemiddelde 21e eeuwer, zou je zeggen, maar in deze ferme film helder uiteengezet en invoelbaar gemaakt. Langzaam maar zeker zal Kandinsky in zijn verdere leven, zo nu en dan gehinderd door de grillen van de liefde en de wereldgeschiedenis, zijn eigen stijl verder verfijnen. Na een woelige periode in z’n vaderland belandt hij aan het begin van de jaren twintig weer in Duitsland, waar hij floreert in de Bauhaus Schule. Totdat de nazi’s er de macht grijpen en zijn werk tot ‘ontaarde kunst’ verklaren…

The Unstoppable Shirley MacLaine

AVROTROS

Ze is inmiddels begin negentig en zit al ruim zeventig jaar in het vak. The Unstoppable Shirley MacLaine (53 min.) maakte sinds de jaren vijftig naam als actrice, danseres, zangeres, schrijfster en new age-goeroe.

Jean Lauritano probeert al die facetten van haar lange leven en loopbaan tot hun recht te laten komen in deze gesmeerd lopende archieffilm, die wordt aangestuurd door een alwetende verteller. Daarin komen verder alleen verschillende incarnaties van Shirley MacLaine aan het woord en in beeld. Zonder dat andere pratende hoofden de aandacht daarvan kunnen afleiden.

Shirley MacLaine debuteerde in 1955 in de Hitchcock-film The Trouble With Harry en stond als vrouw jarenlang haar mannetje binnen The Rat Pack, een groep acteurs/zangers, onder wie Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr., die de toon zette in Hollywood. MacLaine – met in haar kielzog jongere broer Warren Beatty – werd eveneens zéér succesvol.

Ze liet de ene op de andere filmhit volgen en begon (overigens onverzilverde) Oscar-nominaties te verzamelen: Some Came Running (1959), The Apartment (1961), Irma la Douce (1964) en The Turning Point (1978). Totdat ze in 1984 als vijftigjarige dan tóch een Academy Award op de schouw mocht zetten, voor haar rol als dominante moeder in Terms Of Endearment (1984).

Dit tv-portret zet alle hoogte- en dieptepunten uit het publieke leven van Shirley MacLaine nog eens netjes op een rijtje, zonder dat de kijker ook echt een kijkje achter de façade krijgt bij de larger than life-diva, één van de allerlaatste representanten van de zogeheten ‘Golden Age Of Hollywood’ die voor interviews altijd enkele snedige oneliners in de achterzak lijkt te hebben.

Een vrijgevochten vrouw die, ondanks een huwelijk van bijna dertig jaar, seksuele vrijheid zocht. Ze speelde dat imago ook lekker in het openbaar uit. ‘Ik wil al mijn mannelijke tegenspelers bedanken, met wie ik op het scherm of in het echt de liefde heb bedreven’, krijgt ze tijdens een speech bijvoorbeeld de lachers op haar hand. ‘Ik kan me hooguit de helft van hen herinneren.’

En collega Carrie Fisher zet daar, naar aanleiding van het verhaal dat MacLaine op één dag met drie verschillende mannen zou hebben geslapen, nog een uitroepteken achter: ‘You’re someone I wanna be when I grow balls.’ En dat is in het algemeen het beeld van Shirley MacLain dat na dit portret blijft hangen: een vrouw die met hetzelfde gemak ‘one of the guys’ als een femme fatale speelt.

The Nazi Cartel

SkyShowtime

Vóór Pablo Escobar was er de Boliviaanse drugsbaas Roberto Suárez. Hij wordt beschouwd als de eerste cocaïnekoning van de wereld en zou zelfs model hebben gestaan voor het personage Alejandro Sosa in de ultieme gangsterfilm Scarface.

En als rechterhand van Suárez fungeerde ene Klaus Altmann, een Duitser die na de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Amerika was beland. In werkelijkheid ging het om de oorlogsmisdadiger Klaus Barbie, bijgenaamd ‘De Beul van Lyon’, die ook in Nederland nog ongenadig huis had gehouden. Samen met enkele andere oud-nazi’s speculeerde Barbie eind jaren zeventig nog altijd over een Vierde Rijk.

En er was een Amerikaanse undercoveragent, die zich namens de Drug Enforcement Agency (DEA) al jaren voordeed als dealer. Michael Levine begon zich actief met de handel te bemoeien. Samen met Suárez’s zoon Gary en schoonzoon Gerardo Caballero fungeert deze klassieke ‘tough guy’ nu als voornaamste getuige-deskundige van The Nazi Cartel (145 min.), een driedelige docuserie van Justin Webster.

Die duikt diep in deze onverkwikkelijke geschiedenis, waarin ook het Boliviaanse leger een belangrijke rol zou gaan spelen, en serveert die met veel drama en suspense uit. Webster maakt daarbij gebruik van nieuwsbeelden en reconstructies, spreekt allerlei direct betrokkenen en deskundigen en zet tevens enkele met AI geconstrueerde voice-overs in, die zijn gebaseerd op citaten uit een boek over Suárez.

De kongsi tussen Roberto Suárez en Klaus Barbie leidde in 1980 tot een bloedige staatsgreep, de zogenaamde Cocaïne Coup. Met hulp van het leger en huurlingen van Los Novios De La Muerte werd een linkse regering voorkomen. Onder de nieuwe militaire leider García Meza kon Bolivia vervolgens uitgroeien tot de eerste Zuid-Amerikaanse narcostaat. En de kans dat die Barbie zou uitleveren leek vrijwel nihil.

Dit politieke verhaal, mede verteld door slachtoffers van het regime, beklijft uiteindelijk meer dan de tamelijk routineuze jacht van Amerikaanse DEA-agenten op drugscriminelen. De vraag die daarachter ligt spreekt eveneens tot de verbeelding: was de CIA, die een kleine tien jaar eerder in Chili al de dictator Pinochet aan de macht had geholpen, misschien ook betrokken bij de Boliviaanse coup?

Volgens zijn zoon was Roberto Suárez er in elk geval best trots op dat hij was geportretteerd in Scarface. Hij herkende enkele filmpersonages ook uit zijn eigen omgeving. García Meza bijvoorbeeld. En Pablo Escobar, ofwel het legendarische Al Pacino personage Tony Montana. Suárez zou met Escobar breken, vóórdat die echt helemaal losging en zo aan de basis stond van de narcostaat Colombia.

Nora Speelt Nora

NTR

Ergens is er een kink in de kabel gekomen. Maar hoe en waar? Nora Fischer, de jonge Nederlandse zangeres die in binnen- en buitenland werd binnengehaald als een onwaarschijnlijk vocaal talent, is al enkele jaren de controle over haar stem kwijt. Ze heeft al haar verplichtingen gecanceld.

‘Ik kan ‘t gewoon niet uitleggen’, zegt ze tegen filmmaakster Lieza Röben, terwijl ze buiten de was staat op te hangen. Misschien is ze zichzelf gaan afmeten aan de kwaliteit van haar stem, de lof die ze daarmee oogst? En als het dan een keer niet lukt, speculeert Fischer verder in de documentaire Nora Speelt Nora (57 min.), bevestigt dit meteen dat ze ‘niet-lovable’ is.

Ooit was zingen volstrekt vanzelfsprekend. Op jeugdfilmpjes is te zien hoe Nora samen met haar oudere zus Paula onbekommerd het leven aanging. Toch waren er ook verwachtingen. Van hun ouders, de befaamde Hongaarse dirigent en componist Iván Fischer en de Nederlandse blokfluitiste Anneke Boeke. En: omdat zij hun dochters waren. Adel verplicht immers.

Nora Fischer viel ten prooi aan een ‘innerlijke oordeeloorlog’, waarbij ze ging invullen wat de mensen in haar directe omgeving over haar dachten, zonder dat ook bij hen te verifiëren. Voor de camera wil ze daarmee nu korte metten maken. Ze gaat zowaar zingen in een amateurkoor, brengt haar stem in bij een soort familieopstelling en begint te werken aan een persoonlijke theatervoorstelling.

Terwijl Fischer samen met een vriendin, theatermaakster Nina de la Parra, toewerkt naar de première daarvan, houdt ze Röben via audioberichtjes op de hoogte van wat er in haar omgaat. Die geven deze film een heel intiem karakter. Dapper daalt ze af in haar leven, verleden en psyche – en wat haar zou kunnen belemmeren om fris van de lever te zingen. Waar komt die faalangst vandaan?

Op een gegeven moment was ze zelfs, God betere ‘t, bang voor een hoge E. ‘Die E was het begin van het einde’, constateert Fischer nu. Haar gevoelsleven is tevens verbeeld met enkele theatrale scènes, waarvoor Boukje Schweigman de choreografie heeft gedaan: criticasters die Nora vanuit de zaal besluipen, prikkende ogen in haar rug en handen die haar langzaam de adem benemen.

‘Ooit vond ik het gewoon leuk om te zingen’, zegt Nora Fischer verbeten in haar solovoorstelling De Sprong. ‘En was ‘t zo simpel als dat.’

Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia

Netflix

Ooit huldigde de nieuwe maffiabaas van Philadelphia, de Siciliaan John Stanfa, een eenvoudig parool: scoor geld, geen krantenkoppen. Toen hij en zijn getrouwen begin jaren negentig verzeild raakten in een strijd om de macht met de ‘young guns’ van Joey Merlino, ging echter elke vorm van rede overboord. De twee rivaliserende groepen begonnen te moorden. Op de ene brute afrekening volgde de andere. En op de andere weer…

‘Het lijkt wel The Godfather’, zegt maffioso Johnny Alite, die zelf overigens wel één van The Sopranos lijkt, als hij terugkijkt in Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia (137 min.), een driedelige serie van regisseur Raissa Botterman en het team dat eerder vergelijkbare documentaireproducties zoals Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) en Get Gotti (2023) afleverde. Gelikte georganiseerde misdaadseries die hun eigen rol spelen in de nog altijd voortdurende mythologisering van de maffia.

De mobsters die de bendeoorlog hebben overleefd kijken daar duidelijk met een zekere trots en zonder al te veel wroeging op terug. En ook de politieagenten, die met hen een duchtig partijtje Cops & Robbers speelden, halen graag herinneringen op aan de tijd dat ze de georganiseerde misdaad op de hielen zaten. Via afluisterapparatuur konden ze destijds bijvoorbeeld live horen hoe de mobsters in klare taal moordplannen smeedden, die daarna ook ten uitvoer werden gebracht.

Op die geluidsopnames wordt zelfs gesproken over ‘La Cosa Nostra’, terwijl de leden daarvan doorgaans bij hoog en bij laag bleven beweren dat deze illustere criminele organisatie helemaal niet bestond. Zo leverden de boeven zelf het bewijsmateriaal, waarmee ze later moesten worden veroordeeld. In die strijd kwamen in Philadelphia, de stad van ‘Brotherly Love’ ook de broers Ciancaglini tegenover elkaar te staan. De één streed voor Stanfa, de ander doodde voor Merlino.

Zulke wreedheden worden nu opgeroepen met sterke verhalen, straffe oneliners en volvette, zelfvoldane lachjes. Want niets brengt deze mannen van de wereld van hun stuk. Merlino zelf had naar verluidt een prijs op zijn hoofd staan: een half miljoen. ‘Voor een half miljoen dollar vermoord ik mezelf’, reageerde hij gevat tegenover een verslaggever. De gewetenloze killer John Veasey had ook geen scrupules. Toen ze hem polsten om Merlino uit de weg te ruimen, zei hij alleen: ‘Get me the gun.’

Intussen klinken hun verhalen ruim dertig jaar later maar al te vertrouwd. Afrekeningen in woonwijken? Moordmakelaars en huursoldaten? Of gerichte acties tegen familieleden van een kroongetuige? Ook Nederland kan er inmiddels over meepraten. En dan gaat de bravoure, waarmee patserige mobsters tamelijk onbekommerd herinneringen aan de maffiaoorlog in Philly opdissen, toch wat wringen.

Être Noir À L’Opéra

Arte

Met het Manifeste De La Question Raciale A L’Opéra National De Paris gooien vierhonderd medewerkers van de Opéra van Parijs in het najaar van 2020 de knuppel in het hoenderhok: het prestigieuze gezelschap moet nu eindelijk eens inclusiever worden. De ondertekenaars bepleiten het afschaffen van praktijken die voortkomen uit kolonialisme en/of slavernij. Geen ‘blackface’ of ‘yellowface’ dus meer. En een divers repertoire en materiaal, zoals make-up en maillots, dat is aangepast aan de huidskleur van de artiesten. Het moet, kortom, afgelopen zijn met ballet als een typisch witte kunstvorm.

Ook de 23-jarige danser Guillaume Diop zet zijn handtekening. Drie jaar later wordt hij gekozen tot étoile, de eerste zwarte sterdanser van L’Opéra. ‘Als je zwart en Aziatisch bent, heb je te maken met positieve discriminatie’, vertelt hij in Être Noir À L’Opéra (52 min.), de film die Virginie Plaut en Youcef Khemane maakten over het delicate proces dat in de afgelopen jaren binnen het door en door witte instituut is ingezet. ‘Elke keer als je iets bereikt, vraag je je af of het daardoor komt. Daarom heb ik me kapot gewerkt, want ik wilde niet dat mensen zeggen: je hebt dat alleen bereikt omdat je zwart bent.’

Sulivan Loiseau, die later in de documentaire wordt geïntroduceerd als hoofdpersoon, herkent dat gevoel. De contrabassiste uit Martinique is vooralsnog veroordeeld tot een volledig witte orkestbak, waarin ze samen met haar collega’s de voorstelling De Notenkraker instudeert. Ook op het conservatorium was ze al de eerste zwarte vrouw. Ze doet er laconiek over. Klassieke muziek is nu eenmaal de muziek van witte Europeanen, legt Sulivan uit aan een toetseniste van kleur, met wie ze thuis muziek opneemt. ‘Dus is het raar dat er meer witten zijn? Niet per se.’ Soms wil je echter onder mensen zijn die je niets hoeft uit te leggen over racisme of discriminatie.

Binnen de ‘adviescommissie diversiteit’ wordt intussen besproken wat er en wel niet kan binnen die inclusieve realiteit, waarin oude zekerheden ruimte moeten maken voor nieuwe uitgangspunten en niet alleen de dansers op hun tenen lopen. Deze film, die evenveel onwennige gesprekken en discussies als zorgvuldig gearrangeerde balletscènes bevat, doet in dat verband enigszins denken aan White Balls On Walls, de documentaire van Sarah Vos over de herijking van het Stedelijk Museum Amsterdam. Verandering komt nu eenmaal nooit zonder strijd. Tegelijkertijd blijft ook gewoon gelden: geen geluk zonder schoonheid.

Les Glaneurs Et La Glaneuse

Cinéart / vanaf donderdag 4 september in de bioscoop

De opzet van de film zit al in de titel verscholen. Met haar zojuist aangeschafte digitale camera verzamelt de befaamde Franse cineaste Agnès Varda, oftewel La Glaneuse, fragmenten uit de levens van landgenoten die na de oogst verlaten akkers, boomgaarden of kassen leegrapen, tussen het restafval nog voldoende voedsel vinden of overal afdankertjes op de kop weten te tikken. Deze Glaneurs leven van wat er in de hedendaagse consumptiemaatschappij overblijft. En Varda weer van wat zij aan haar overlaten. Les Glaneurs Et La Glaneuse (82 min.), juist.

Agnès Varda (1928-2019) is al even in de zeventig als ze door Frankrijk trekt. Ze gold in de jaren vijftig als één van de pioniers van de nouvelle vague-filmstroming, maakte vervolgens als documentairemaakster naam met films over onder andere de tegencultuur in de Verenigde Staten (Black Panthers, 1968), de winkeliers in haar eigen Parijse straat (Daguerréotypes, 1975) en actrice Jane Birkin (Jane B. Par Agnès V., 1988) en zou later, enkele jaren voor haar dood, samen met fotograaf JR nog eens duchtig pieken met de weldadige roadmovie Visages Villages (2017).

Deze reisdocu over verzamelaars, afgerond in 2000, geldt als een essentiële titel in Varda’s oeuvre. Het is een zoektocht naar wat werkelijk waarde heeft. Ze spreekt daarvoor met een keur aan rapers, jutters en verzamelaars. Zij hebben allemaal hun eigen redenen: om in hun levensonderhoud te voorzien, verspilling en overconsumptie tegen te gaan of gewoon voor de leuk. Anderen, de rechtmatige eigenaars, stellen daar dan weer grenzen aan of vaardigen een verbod uit – óf ze geven hun bezit juist vrij, zodat ieder aan z’n trekken komt en er ook niets verloren gaat.

Op haar tocht ontmoet Agnès Varda, die haar sprokkeltocht begeleidt met een bespiegelende voice-over, bijvoorbeeld alternatieve jongeren die voor de rechter zijn gedaagd omdat ze steeds de vuilcontainer van een supermarkt plunderen en spreekt ze tevens met de desbetreffende winkelier. Zij trekt even op met een man die al ruim tien jaar vanuit principe leeft van weggegooid voedsel en in die tijd volgens eigen zeggen nooit ziek is geweest. En ze laat zich verrassen door de kok van een tweesterrenrestaurant die een deel van zijn kaart zelf verzamelt op het land.

Tussendoor waaiert Varda ook lekker uit, bijvoorbeeld naar de vochtplekken en schimmel in haar eigen huis. Die zorgen ervoor dat de muren ogen als landschappen of abstracte schilderijen. Of ze buigt zich over het pionierswerk van de chronofotograaf Étienne-Jules Marey, die halverwege de negentiende eeuw al met bewegend beeld experimenteerde. Het is, zo lijkt ze te willen zeggen in dit subtiele vertoog tegen de hedendaagse consumptiemaatschappij waarin alles van waarde in feite weerloos is, afhankelijk van hoe je naar de wereld kijkt wat je ziet.

Les Glaneurs Et La Glaneuse is 25 jaar dato, getuige de voedselbanken, weggeefwinkels en blikjesverzamelaars in onze hedendaagse wereld, bovendien nog even actueel als toen de film, direct na de millenniumwisseling, werd uitgebracht.

La Caravana

Cabal Films / True Day Films / Omroep Zwart

‘Als iedereen in Honduras werk en geld had, dan bestond deze karavaan niet’, zegt metselaar Miguel Ortiz in La Caravana (76 min.). Samen met zijn negentienjarige echtgenote Maryuri ‘Yuri’ Serrano, acht maanden zwanger, en hun tweejarige zoontje Santiago is de Hondurese jongeling in oktober 2018 op weg gegaan naar het beloofde land, de Verenigde Staten. Het onzekere voor het zekere. Alles beter dan de armoe, het geweld en de pure uitzichtloosheid van thuis. En de drugskartels die wel raad weten met jonge mensen zonder perspectief.

Het gezinnetje is onderdeel van de zogenaamde immigrantenkaravaan, die inmiddels is aanbeland in de Mexicaanse deelstaat Chiapas. Nog ruim vierduizend kilometer tot de Amerikaanse grens, de zwaarbewaakte poort naar een land waar vrijwel niemand op hen zit te wachten. Tijdens zijn eerste verkiezingscampagne betitelde president Donald Trump immigranten uit Centraal-Amerika al als drugsdealers, criminelen en verkrachters. ‘And some, I assume, are good people’. En nu de congresverkiezingen van 2018 er aankomen, maakt hij weer flink kabaal rond deze ‘invasie’.

Wat ze daar in de karavaan zelf van meekrijgen? Afgaande op deze observerende film van Nuria Clavero en Aitor Palacios: betrekkelijk weinig. De hoogzwangere Yuri is vooral bezig met haar eigen agenda. Ze heeft haar zinnen gezet op een bevalling in de Verenigde Staten. Zodat hun kind straks geldt als Amerikaans staatsburger. Eerst moeten ze echter Mexico nog achter zich laten en dan in het grensstadje Tijuana een list verzinnen. Want terwijl er onderweg nog volop solidariteit is tussen de migranten, wordt ’t in het zicht van de haven toch vooral ieder voor zich en God voor ons allen.

Thuis in El Progreso, een flinke stad in het noordwesten van Honduras, maken Miguels ouders zich ondertussen zorgen over hun zoon en zijn gezinnetje. Via de telefoon probeert vader hen te behoeden voor onheil. Hij voelt zich ongetwijfeld zoals al die andere achterblijvers, die ooit afscheid moesten nemen van hun geliefden. Op weg naar een nieuw bestaan en het leven van de Amerikaanse droom. Vrijwel alle inwoners van de Verenigde Staten stammen feitelijk af van soortgelijke ‘gelukszoekers’, die ooit dezelfde stap zetten als het Hondurese stel Miguel en Maryuri.

La Caravana kiest hun perspectief en toont zo meteen dat er inderdaad ‘good people’ op weg zijn – en, dat ook, onderweg. Al is die weg ook lang en vaak onbegaanbaar en weet niemand zeker dat ie daadwerkelijk de eindbestemming bereikt.

La Batalla De Chile

Equipe Tercer Ano

‘Gelooft u in verkiezingen of ook in andere middelen?’ wil een verslaggever in de openingsscène van La Batalla De Chile (internationale titel: The Battle Of Chile, 263 min.) weten van gewone Chilenen op straat, nadat hij hen eerst naar hun politieke voorkeur heeft gevraagd. Een man, die een ruime overwinning voor de rechtse oppositie voorspelt bij de verkiezingen van 1973, stelt nadrukkelijk dat de regering die uitslag dan ook moet accepteren.

Hij wordt aangevuld door een slanke oudere vrouw, ogenschijnlijk een nette dame, die zich bruusk voor de camera wurmt. ‘De president moet ter verantwoording worden geroepen’, verwoordt zij in felle bewoordingen het overheersende sentiment bij conservatief Chile. ‘Hij moet worden aangeklaagd en op 21 mei naar buiten worden geschopt. Hij heeft ons land kapot gemaakt. Deze regering is ontaard, corrupt en smerig. Al die vuile communisten moeten weg uit Chili!’

Elders schreeuwen aanhangers van de socialist Salvador Allende, de president die sinds 1970 aan de macht is met zijn Unidad Popular, hun linkse leuzen: De Macht Aan Het Volk, natuurlijk. En ook: Voorwaarts Zonder Compromis. Zij reppen, in de woorden van hun tijd, over een strijd van het proletariaat tegen de bourgeoisie. Het Zuid-Amerikaanse land staat duidelijk voor een essentiële splitsing: door op de ingeslagen linkse weg of een fundamenteel andere koers met de conservatieven?

Het vervolg moge bekend zijn en zindert ruim een halve eeuw later nog altijd na: Salvador Allende weet de electorale aanval af te slaan, maar wordt nog datzelfde jaar vermoord bij een militaire staatsgreep, die wordt gesteund door de Amerikaanse regering van de Republikeinse president Richard Nixon. Zo komt uiteindelijk de dictator Augusto Pinochet aan de macht. De voormalige opperbevelhebber van het Chileense leger zal het land tot 1990 in een ijzeren greep houden.

Dit gelauwerde drieluik in zwart-wit van regisseur Patricio Guzmán (1975-1979) wordt gezien als het definitieve document over deze gewelddadige ommekeer. In deel 1 schetst de Chileense filmer hoe de gemoederen na de parlementsverkiezingen steeds verder verhit raken, met als dramatische apotheose het eindshot van de Argentijnse verslaggever Leonardo Henrichsen. Hij vangt het ware gezicht van het Chileense leger, maar moet dat wel met de dood bekopen.

Allende is aan het begin van deel 2 nog vastbesloten om vast te houden aan democratie, maar aanhoudende confrontaties, doelbewuste obstructie en gericht geweld maken hem het leven onmogelijk. Een militaire coup op 11 september beëindigt vervolgens met brute kracht ‘de kanker van het marxisme’. Het slot van de trilogie gaat daarna terug in de tijd, naar de aanloop voor de bloedige afrekening in 1972, als het nog bij vurige woorden blijft tussen strijdbare arbeiders en de gevestigde orde.

Voor hedendaagse begrippen neemt Guzmán erg veel tijd om alle ontwikkelingen te schetsen. La Batalla De Chile lijkt vooral bedoeld als een ooggetuigenverslag van hoe een socialistische droom met bot geweld de nek wordt omgedraaid, met een alwetende verteller die de gebeurtenissen aan elkaar praat en al weet hoe ’t afloopt. Het drieluik schetst tevens een essentieel tijdsbeeld, van de periode waarin de geest van de jaren zestig oppopt en dan weer terug in de fles wordt gepropt.

Intussen loopt het geloof in een maakbare samenleving de ene na de andere knauw op – en wordt daar uiteindelijk ook korte metten mee gemaakt.