Billie

‘Ik wil weten waarom alle zangeressen op een gegeven moment kapotgaan’, zegt de befaamde crooner Tony Bennett tegen Billie Holiday’s biograaf Linda Lipnack Kuehl. ‘Zodra ze de top bereiken, gebeurt er iets tragisch. Ik wil weten hoe dat komt.’ Voordat ze haar allesomvattende boek kon uitbrengen over de Amerikaanse jazzlegende, die in 1959 op slechts 44-jarige leeftijd overleed, was de journaliste zelf dood. Lipnack Kuehl, een vertegenwoordiger van de witte middenklasse die ogenschijnlijk niets gemeen had met haar protagonist, stierf op 38-jarige leeftijd in 1978.

De audiocassettes van de gesprekken die de biografe over Holiday voerde met mensen als John Hammond, Bennie Goodman en Count Basie en delen van haar onuitgebrachte manuscript, vormen nu het fundament onder Billie (98 min.) van regisseur James Erskine. Een gloedvol portret van de getormenteerde ‘zwarte zangeres’, die carrière moest zien te maken in een volledig gesegregeerde Verenigde Staten. Soms mocht Holiday niet eens gebruik maken van het toilet in de tent die ze dezelfde avond helemaal in vervoering zou zingen. En terwijl haar witte bandleden na een drukke dag uit mochten rusten in een hotelkamer, probeerde zij de slaap te vatten in de groepsbus of een geparkeerde auto.

Billie Holiday (echte naam: Eleonara Fagan) zou haar grootste hit, de wrange protestsong Strange Fruit, wijden aan dat continue onrecht. Daarmee werd ze een icoon van haar tijd én een geliefd doelwit voor gezagsdragers, die een zwarte vrouw zoals zij maar al te graag een toontje lager lieten zingen. Nu gaf ze die lieden ook wel alle gelegenheid om haar te attaqueren met ongebreideld drugsgebruik, een voorliefde voor foute mannen en promiscuïteit. Holiday zong zoals ze was, zou de enigszins gemakzuchtige conclusie kunnen luiden. Maar waarom wás ze dan zo? Erskine slaagt in dit ge(s)laagde portret, via de interviews die Linda Lipnack Kuehl afnam en slim gebruik van fraaie archiefbeelden, om een geloofwaardig antwoord te formuleren. En tussen de bedrijven door wordt ook die gestorven biograaf niet over het hoofd gezien.

‘Waarom lijkt het alsof zoveel jazzgrootheden al op jonge leeftijd overlijden?’ wilde een interviewer eens weten van Billie Holiday. Die antwoordde: ‘Ik kan die vraag alleen beantwoorden met: we proberen honderd dagen in één dag te leven.’ Zo bezien is ze toch nog behoorlijk oud geworden.

The Agony And Ecstacy Of Phil Spector

Over dat hele proces maak ik me geen seconde druk, zet de hoofdpersoon aan het begin van The Agony And Ecstacy of Phil Spector (100 min.) een geheel eigen redenering op. ‘Alleen het vonnis boezemt me angst in.’ De legendarische producer staat in het voorjaar van 2007 terecht voor de moord op de actrice Lana Clarkson. Phil Spector zou haar dood hebben geschoten in zijn eigen huis in Los Angeles.

Nou had Spector, om het mild uit te drukken, al een reputatie. Zo zou hij, volgens hardnekkige verhalen, de punkband The Ramones tijdens de opnames van hun album End Of The Century onder schot hebben gehouden met een pistool uit zijn uitbundige wapenverzameling. Waar Phil Spector was, zoveel werd steeds weer duidelijk, kwam gedoe. Altijd en overal. En geweldige muziek, dat ook. Altijd en overal.

Zijn geheel eigen stijl kreeg zelfs een aparte naam: de Wall Of Sound. Tegen de achtergrond van de rechtszaak gaat het megalomane enfant terrible in deze hele fijne film van Vikram Jayanti uit 2009 openhartig, lekker dwars en met ontzettend veel humor in op zijn eigen leven en carrière, die hem in de studio en achter de mixtafel bracht bij een ongelooflijke rij hitartiesten: The Crystals, The Righteous Brothers, The Ronettes, Leonard Cohen, Ike & Tina Turner en, jawel, The Beatles.

Spectors signatuursongs, in z’n geheel in de film opgenomen en bovendien voorzien van hele fijne citaten uit de biografie Tearing Down The Wall Of Sound van Mick Brown, gaan een bijzonder fijn huwelijk aan met de verwikkelingen tijdens het proces tegen de omstreden dwingeland. Op een gegeven moment meen je zelfs in de gesuikerdste pophits de psychopaat Spector te kunnen ontwaren. Een geduchte prestatie. En op een vreemde manier ook een perfect eerbetoon aan één van de gekste en geniaalste geesten uit de pophistorie.

Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro

Crux Productions

Op 6 september 2019 kwam er een einde aan Bernard Haitinks carrière van maar liefst 65 jaar. In die tijd werd de Nederlandse dirigent wereldwijd een begrip. De Britse documentairemaker John Bridcut benadert de inmiddels 91-jarige grootheid in Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro (90 min.) dan ook met alle egards en laat klinkende namen uit zijn métier, zoals operazanger Thomas Allen, mezzosopraan Sarah Connolly en klassiek pianist Emanuel Ax, uitgebreid de loftrompet over hem schallen. Deze klassiek gemaakte film, met een erg aanwezige voice-over van de maker, bevat natuurlijk ook fraaie beelden van de maestro aan het werk, als dirigent en als coach van nieuw talent. Een man die duidelijk helemaal in zijn element is.

Als hij met heel zijn hebben en houwen een orkest dirigeert, oogt Haitink imposant en ook wat streng. Eenmaal thuis, gezeten op een stoel naast zijn vrouw Patricia, lijkt de dirigent eerder verlegen. Dat is hij volgens eigen zeggen ook. Nog steeds. En tamelijk zwaarmoedig. In dit persoonlijke portret, waarin ook zijn kinderen Willem en Ingrid aan het woord komen, wordt dat verbonden aan zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En de Bevrijding, niet te vergeten. Die vond hij verschrikkelijk. Ineens had letterlijk iedereen bij het verzet gezeten. En de manier waarop er bijvoorbeeld wraak werd genomen op moffenmeiden stuitte hem ook ernstig tegen de borst.

Als kleine jongen werd Bernard Haitink tijdens een radioconcert volledig gegrepen door de achtste symfonie van de componist Anton Bruckner. ‘Het was niet normaal’, zegt hij zelf in deze film, die hem terechte eer betoont. ‘En ik ben bang dat ik ook geen normaal jongetje was. Want toen ik het op school vertelde, werd ik uitgelachen en voor de gek gehouden.’ Toen, in 1938 alweer, zou echter een levenslange liefde ontstaan, die hem na een korte periode op tweede viool vol in de schijnwerpers zou zetten als de leider van allerlei gerenommeerde orkesten. Hij ontdekte het geheim van dirigeren en musiceren in het algemeen. ‘Dat je het omhelst, zonder het te verstikken. En ja, dat heb ik mijn hele leven proberen te bereiken.’

Belushi

Showtime

De achternaam volstaat: Belushi (108 min.). Bijna veertig jaar na zijn dood, op slechts 33-jarige leeftijd, spreekt die nog altijd tot de verbeelding. John Belushi werd beroemd als gezicht van het populaire comedyprogramma Saturday Night Live, stal de show in de bioscoophit National Lampoon’s Animal House en vormde met zijn vaste kompaan Dan Aykroyd het onvergetelijke duo The Blues Brothers.

Intussen bouwde hij wel een heftige cocaïneverslaving op, die zijn toch al ontregel(en)de gedrag verder versterkte. Die tragiek – van een man die zichzelf gaandeweg helemaal kwijtraakt – vormt vanzelfsprekend ook de ruggengraat van deze gedegen biografie van R.J. Cutler, al krijgt ook hij zijn vinger er niet helemaal achter waarom Belushi steeds de rand van de afgrond opzocht.

‘Honey’, schrijft hij in een brief aan zijn vrouw en muze Judy. ‘Ik ben serieus verslaafd. Ik krijg mijn emoties niet onder controle als ik gebruik, maar het lukt me niet om daarmee te stoppen.’ Uit alle verhalen die in deze film – waarvoor Cutler gebruik kon maken van audio-interviews die Belushi’s biograaf Tanner Colby een jaar of tien geleden deed met intimi en collega’s zoals Dan Aykroyd, Chevy Chase en Carrie Fisher – rijst het beeld van een man die en plein publique een kuil graaft en er dan, inderdaad, zelf invalt.

Belushi werd, zoals ze dat zo treurig zeggen, ‘an accident waiting to happen’. Toen hij botste met zijn eigen sterfelijkheid – de boosdoener was naar verluidt heroïne – ging een beeldbepalende komiek verloren, waarop in deze documentaire met traditioneel archiefmateriaal en enkele geanimeerde sequenties nog eens ouderwets de schijnwerper wordt gezet. Zoals eerder gebeurde in thematisch verwante films over komieken als Robin Williams, Garry Shandling en Bill Hicks. Belushi dus.

Trial 4

Netflix

21 jaar, 7 maanden en 29 dagen. Het is niet de leeftijd van zijn oudste kind, de periode dat hij al bij dezelfde werkgever in dienst is of de tijd dat hij nu is gestopt met roken. Zo lang, bijna 22 jaar, zat de 44-jarige zwarte Amerikaan Sean Ellis vast. Voor een moord die hij niet zegt te hebben gepleegd. Drie keer stond hij al voor de rechter. En nu staat Trial 4 (440 min.) op het punt van beginnen.

Als hij daadwerkelijk heeft gedaan waar ie van wordt beschuldigd, dan is Ellis zo ongeveer het ergste wat je in Amerika kunt zijn: een ‘cop killer’. Op 26 september 1993 zou hij John Mulligan hebben omgelegd. Die werd dood aangetroffen in zijn auto, bij een betaalde beveiligingsklus bij een Walgreens-apotheek in Boston. Een executie leek het. Vijf kogels. In zijn gezicht geschoten ook. Alsof er een signaal moest worden afgegeven.

Dat is nogal wat voor een negentienjarige jongen zonder strafblad. En wat zou zijn motief dan zijn geweest? Het dienstwapen van de agent? Werkelijk? Bovendien heeft het er alle schijn van dat Mulligan een ‘dirty cop’ was. Moet de dader dan niet in een heel andere hoek worden gezocht? Mulligans collega’s bij de Boston Police Department kennen echter geen twijfel: Sean Ellis is, net als zijn vriend Terry Patterson (die ontbreekt in de serie en vreemd genoeg ook slechts beperkt ter sprake komt), schuldig en hoort achter de tralies.

Regisseur Remy Burkel keert de strafzaak tegen Ellis helemaal binnenstebuiten in deze achtdelige serie, heeft in dat kader ook kerngebeurtenissen uit het verleden laten animeren en diept daarnaast de context van de politiemoord tot in detail uit: Ellis’ achtergrond en familiesituatie, corruptie in het politiekorps van Boston, vergelijkbare stinkende zaken, het persoonlijke verhaal van advocaat Rosemary Scapicchio en de politieke situatie in de hoofdstad van Massachusetts, om maar eens wat te noemen. Het voordeel daarvan is dat Trial 4 geen eendimensionale crimetrash is geworden, het nadeel is dat al die zijpaden elke vorm van vaart uit de serie halen.

Iets anders wat je tegen deze docuserie, geproduceerd door Jean-Xavier de Lestrade (die de true crime-klassieker The Staircase regisseerde), kunt inbrengen is dat er wel heel veel kernfiguren ontbreken. Diverse mensen die een zwarte Piet krijgen toebedeeld hebben ervoor gekozen om daarop niet te reageren. Hoewel Burkels betoog, dat grotendeels stoelt op het betoog van Ellis’ strijdbare advocaat Scapicchio, in grote lijnen zeker plausibel lijkt, is voor buitenstaanders nauwelijks vast te stellen of er nog een andere kant zit aan dit verhaal.

De veroordeling van Sean Ellis verdient het zeker om onder het vergrootglas te worden gelegd in een serieuze documentaire, maar Trial 4 is echt te lang, eenzijdig en ongericht om de aandacht over de hele linie vast te houden.

Slay The Dragon

Slay The Dragon (104 min.) opent met een citaat: ‘Democracy never lasts long. It soon wasts, exhausts and murders itself. There never was a democracy yet that did not commit suicide.’ Hoe actueel wil je het hebben? Aan het woord is echter John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. De tweede Amerikaanse president, na de legendarische George Washington, sprak deze onrustbarende woorden uit in 1814, toen het Amerikaanse experiment nog geen halve eeuw onderweg was.

Inmiddels zijn er ruim twee eeuwen verstreken en lijkt de democratie in de Verenigde Staten inderdaad op zijn allerlaatste benen te lopen. Republikeinen en Democraten staan elkaar bijna letterlijk naar het leven, de rechterlijke macht is volledig geīncorporeerd in het politieke spel en het grote geld lijkt werkelijk alles te domineren. Stemmen wordt bijvoorbeeld alleen aangemoedigd als het voor de eigen kandidaat of partij is. En anders hebben de politieke partijen altijd nog middelen om ervoor te zorgen dat die stemmen er helemaal niet toe doen.

En daarmee zijn we aanbeland bij het thema van deze documentaire van Barak Goodman en Chris Durrance: gerrymandering. Tijdens het zogenaamde ‘redistricting’, elke tien jaar na de volkstelling, worden de grenzen van kiesdistricten zo getrokken dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In de regel is dat tegenwoordig de Republikeinse partij, die het aloude middel om de zittende macht in het zadel te houden in 2010 geheel nieuwe dimensies heeft gegeven met het project Redmap.

Een gemiddeld district ziet er inmiddels uit als een platgeslagen octopus, waarbij minderheidsgroeperingen doorgaans volledig in hetzelfde gebied zijn gepropt (packing) of juist zijn verdeeld over allerlei districten waarin ze nooit een meerderheid kunnen vormen (cracking). Zodat het uitgangspunt ‘one person, one vote’ gevoeglijk in de prullenbak kan worden gegooid, je met minder stemmen dan de tegenpartij tóch de verkiezingen kunt winnen en er een politieke klasse ontstaat die aan niemand verantwoording schuldig is.

Het gaat daarbij niet om incidentele gevallen, maar om een landelijk gecoördineerde actie, betoogt David Daley. ‘Het start met het trekken van nieuwe grenzen zodat ze alle kiesdistricten kunnen winnen’, zegt de auteur van het boek Ratf**ked. ‘Het tweede deel van datzelfde proces behelst allerlei vormen van ‘voter suppression’, zodat het moeilijker wordt voor Democraten en minderheden om te stemmen.’ Die houding is ook duidelijk zichtbaar in de huidige presidentsverkiezingen, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om andersdenkenden te ontmoedigen om gebruik te maken van hun democratische rechten.

Deze boeiende documentaire is niets minder dan een pamflet tegen zulke praktijken. Daarbij volgen Goodman en Durrance de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Voters Not Politicians in Michigan, die een handtekeningenactie opstarten om het gerommel met kiesdistricten ongedaan te maken. Daarbij stuiten ze op de gebruikelijke politieke profi’s, die met hun giftige attitude, goedgevulde bankrekening en liefst ook nog een bijbel in de hand mensen die dromen van een eerlijke democratie proberen te dwarsbomen.

Het is moeilijk om niet cynisch te worden van Slay The Dragon. Toch biedt de film, in de vorm van allerlei gewone burgers die opkomen voor hun recht, ook een zekere vorm van hoop. Hun weg leidt in 2018, met de steun van niemand minder dan Arnold Schwarzenegger, naar het Amerikaanse hooggerechtshof, dat moet bepalen of gerrymandering in strijd is met de grondwet.

The Trump Show

VPRO

Geen dankbaarder object – of doelwit – dan Donald Trump. Ook, of juist, in documentaires. En zoals je naar zijn Russische tegenhanger Vladimir Poetin kunt kijken vanuit de invalshoek van de eeuwige spion (zoals onlangs gebeurde in de miniserie: Putin: A Russian Spy Story), zo kun je Trump natuurlijk bezien als het gematerialiseerde reality-programma: The Trump Show (164 min.).

In deze driedelige docuserie komen, behalve enkele journalisten en politieke insiders, vooral de mensen aan het woord, die op de aftiteling van Trump’s reality show staan of hebben gestaan: persoonlijk advocaat Rudy Giuliani, strateeg Steve Bannon, stafchef Mick Mulvaney, campagnemedewerker Sam Nunberg, veiligheidsadviseur John Bolton en directeur communicatie Anthony Scaramucci. Enne… pornoster Stormy ‘Trump picked the wrong person to fuck with’ Daniels, met wie hij een affaire zou hebben gehad.

Het verhaal van Trumps turbulente opkomst en eerste ambtstermijn mag inmiddels bekend worden verondersteld. Veel roddels en achterklap zijn ook al eerder uitgelekt. En toch biedt deze making of van de reality show nog nieuwe inkijkjes. Witte Huis-medewerker Omarosa Manigault Newman, die Trump nog kent van het tv-programma The Apprentice, vertelt bijvoorbeeld dat de samenstelling van zijn regering een soort casting werd: met mannen die vooral op hun uiterlijk en imago werden geselecteerd.

En niet zonder resultaat. ‘Mensen onderschatten Trump, met negatieve gevolgen voor henzelf’, meent BBC-correspondent Jon Sopel. ‘Hij begrijpt theater en entertainment. En hij snapt politiek als vorm van entertainment.’ Geef het volk dus brood en spelen. Méér dan het kan verteren. Dat lijkt vanaf dag één het parool van het kijkcijferkanon. Daarover kan zijn voormalige woordvoerder Sean Spicer meepraten. Direct na Trumps inauguratie kreeg hij de opdracht om ‘alternative facts’ over het aantal bezoekers bij de inauguratie te verdedigen. ‘De ergste dag van mijn leven’, bekent hij nu.

En de eerste van een doldwaas schouwspel, dat zich nu al vier tumultueuze jaren voor het oog van de wereld voltrekt en dat hier, opgeleukt met beurtelings vette, cheesy en kekke muziek nog eens zwierig wordt opgedist. Via Russiagate, het impeachmentproces en de Black Lives Matters-demonstratie belandt de reality-held uiteindelijk bij zijn grootste uitdaging tot dusver: het Coronavirus. Dat resulteert in een genadeloze cliffhanger als ‘the chosen one‘ wordt ontslagen uit het ziekenhuis, nadat ook hij besmet is geraakt, en op het bordes van Het Witte Huis met een dramatisch gebaar zijn mondkapje afdoet. Komt hij terug voor nóg een seizoen?

Ademloos kijkt het grote publiek ook nu weer toe. Deze documentaireserie van Rob Coldstream is daarmee tevens confronterend als het gaat om wie wij zijn (geworden): wezens die zitten vastgelijmd aan een apparaat dat continu nieuws, ongein en schandalen ophoest. En geen betrouwbaardere leverancier dan Trump. Elke dag, elk uur, elke minuut als het moet. Love it or hate it, het is een show die geen mens, hoe Trump-moe hij of zij ook zegt te zijn, uiteindelijk wil missen.

Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer

Netflix

Generoso Pope Jr., de zoon van een maffiabaas en oprichter van The National Enquirer, had volgens de overlevering halverwege de jaren vijftig een openbaring toen hij de opstopping zag die werd veroorzaakt door een auto-ongeluk. Door het publiek dat zich stond te vergapen aan de ravage en ellende, om precies te zijn. Blijkbaar was dat wat mensen wilden zien. Zijn geesteskind, Amerika’s toonaangevende schandaalblad, zou de equivalent daarvan worden. Te beginnen met foto’s van die gruwelijke ongevallen. Later volgden (seks)schandalen, UFO’s en – natuurlijk – celebrities.

In de even vermakelijke als ongemakkelijke documentaire Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer (96 min.) van Mark Landsman vertellen oud-medewerkers openhartig over hun werk voor het sensatieblaadje. Over foto’s van Elvis in zijn lijkkist, de buitenechtelijke affaire van presidentskandidaat Gary Hart en de ware toedracht van het overlijden van komiek John Belushi. In elk verhaal zat altijd een kern van waarheid, bezweren ze. Een kerntje in elk geval. En soms lichtten ze zowaar echt belangrijke tegels, zoals bij de moordzaak tegen O.J. Simpson.

Zelfs gerespecteerde journalisten Carl Bernstein, Ken Auletta, Maggie Haberman kunnen daar niet omheen. Het blad had alleen geen héél goede reputatie, om het mild uit te drukken. ‘Ik dacht soms: zou het niet gemakkelijker zijn om te zeggen dat ik in de gevangenis of het gekkenhuis had gezeten?’ stelt redacteur Shelley Ross. ‘Maar de werkelijkheid was anders: ze beloofden me een driedubbel salaris en wereldreisjes. Maar ik moest wel een heel klein beetje roekeloos te werk gaan.’ 

Zonder gêne verhalen de ervaren ‘smut peddlers’ over de genadeloze onderlinge concurrentie bij The Enquirer, betaalde tipgevers uit de directe omgeving van beroemdheden én chantage van sterren die uit de bocht waren gevlogen. Zulke Catch and Kill-politiek – een ongewenste primeur wordt binnenkamers gehouden in ruil voor exclusieve verhalen – werd eerst uitgeprobeerd met schuinsmarcheerders zoals Bob Hope, Bill Cosby en Arnold Schwarzenegger en zou later, onder de nieuwe hoofdredacteur David Pecker, geperfectioneerd worden met Donald Trump.

In eerste instantie was er gewoon sprake van ruilhandel: The Donald voorzag het roddelblad van een constante stroom nieuwtjes en werd intussen zelf goed in het nieuws gehouden. Toen ‘s mans politieke carrière op stoom kwam, kreeg de deal evenwel een serieuzer karakter: schadelijke getuigenissen werden voor grof geld opgekocht en vervolgens voorgoed weggeborgen. Men neme bijvoorbeeld de getuigenissen van playmate Karen McDougal of pornoster Stormy Daniels. Dubieuze verhalen over Trumps concurrenten belandden vervolgens wél prominent op de voorpagina.

En daarmee vormt een blad als The National Enquirer een regelrechte bedreiging voor de Amerikaanse democratie. Want hoe onschuldig al dat roddelwerk van deze schmutzige variant op de Story, Privé en Weekend in eerste instantie meestal lijkt, het is en blijft de weerslag van een onvervalste dog eat dog-visie op het leven, waarbij alles en iedereen ondergeschikt wordt gemaakt en twijfelachtige congsies worden gesloten om de eigen doelen en ambities te verwezenlijken.

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar schimmige (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.

Unfit: The Psychology Of Donald Trump

Quizvraag: aan welke Amerikaanse politicus moet u denken bij de volgende termen: narcisme, paranoia, antisociale persoonlijkheid en sadisme? Vast niet aan Joe Biden. Al is er volgens psychiater John Gartner een dikke kans dat de Democratische presidentskandidaat in elk geval een narcist is. Dat geldt immers voor de meeste politici. Niet alleen de Amerikaanse overigens.

Nee, hij heeft het natuurlijk over – tromgeroffel, doodse stilte, paukengeschal – Donald J. Trump. En diens narcisme is bepaald niet het grootste probleem. Die andere drie kwalificaties maken hem in de ogen van Gartner pas echt gevaarlijk. Ga maar na: ’s mans complottheorieën, zijn slachtofferschap, het kleineren en demoniseren van anderen, zijn leugenachtigheid, het schenden van andermans rechten, zijn totale gebrek aan elke vorm van spijt en het overtreden van alle mogelijke normen en regels. Samengevat: kwaadaardig narcisme.

En natuurlijk, er bestaat zoiets als The Goldwater Rule, vernoemd naar de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater die in 1964 publiekelijk allerlei psychische stoornissen kreeg aangepraat door psychiaters. Sindsdien geldt het uitgangspunt: als psychiater houd je in het openbaar je mond over de mentale gesteldheid van een politicus. Maar dan treedt volgens Gartner en zijn collega’s de Tarasoff-regel in werking: het is de plicht van een therapeut om anderen te waarschuwen als ‘de patiënt’, volgens Commander In Cheat-schrijver Rick Reilly ook een notoire valsspeler op de golfbaan, een gevaar voor hen vormt.

Zie daar het centrale dilemma van de intrigerende documentaire Unfit: The Psychology Of Donald Trump (85 min.) van Dan Partland, waarin psychologen, historici en critici vanuit eigen kring zoals George Conway (de echtgenoot van Trumps adviseur Kellyanne), zijn voormalige perschef voor een dag of tien, Anthony Scaramucci, en conservatief boegbeeld Bill Kristol de man en het fenomeen Trump proberen te duiden. Daarbij komen en passant ook thema’s als de psychologie van het hedendaagse Amerika en moderne wetenschappelijke inzichten over leiderschap en groepsvorming aan de orde.

Waarbij de psychologische bevindingen en politieke ideeën van de sprekers over de Amerikaanse president natuurlijk volledig verknoopt raken, bijvoorbeeld als die omstreden parallel tussen Trump en autoritaire leiders als Mussolini en Hitler aan de orde komt. Die wordt overigens behoorlijk aannemelijk gemaakt, zonder dat The Donald meteen wordt gelijkgeschakeld aan Il Duce of Der Führer. Dat de vergelijking überhaupt wordt gemaakt zal voor critici echter al voldoende reden zijn om het lekker vlot gemonteerde en met animaties opgeleukte Unfit zonder omhaal van woorden af te doen als ‘hopeloze Trump-bashing’.

Als we Gartner en consorten mogen geloven wordt er tijdens de verkiezingen van dinsdag 3 november hoe dan ook een narcist tot president gekozen. Het is vooral de vraag of die regelmatig een hole-in-one slaat.

I Am A Killer: Released

Netflix

Er mag dan geen tweede kans bestaan om een eerste indruk te maken voor Dale Sigler (een beer van een vent met de bijpassende verlopen kop, lijzige ‘southern drawl’ en een lijf bezaaid met tatoeages, waarvoor je graag een straatje omloopt). Dat hoeft nog niet te betekenen dat hij geen tweede kans verdient in zijn leven. Sigler heeft al bijna dertig jaar in een Texaanse gevangenis versleten, nadat hij ooit in eerste instantie de doodstraf had gekregen. Hij hoopt nu opnieuw op clementie: de mogelijkheid om zijn laatste jaren in vrijheid door te brengen.

De nabestaanden van John Zeltner, de man die hij in april 1990 vermoordde tijdens een overval op de fastfoodketen Subway, hebben er geen enkel vertrouwen in. Zeltner was nota bene een oude bekende van wie hij even van tevoren nog een sigaretje had gebietst. Dale, zo twijfelen Zeltners halfbroers geen moment, gaat binnen de kortste keren weer de fout in. Een oudere vrouw die hij tijdens zijn gevangenisstraf heeft leren kennen, en die Dale liefkozend ‘mama Carole’ is gaan noemen, zegt nochtans toe dat hij welkom is bij haar.

En daarmee staan alle pionnen op het bord voor de driedelige true crime-serie I Am A Killer: Released (105 min.), een spin-off van de gelijknamige reeks over ter dood veroordeelden. Regisseur Itamar Klasmer is erbij als Dale voor het eerst Caroles stacaravan betreedt, waar hij in elk geval voor het komende jaar een klein slaapkamertje kan betrekken. Klasmer blijft hem daarna volgen als de inmiddels tot het geloof bekeerde ex-gedetineerde een normaal leven probeert op te bouwen. Intussen heeft Dale nog iets op zijn lever, dat zijn misdrijf in een ander perspectief zet en dat ook heel wat losmaakt bij de familieleden van zijn slachtoffer.

Deze serie brengt die ontwikkelingen betrekkelijk ingetogen in beeld en ontvouwt intussen rustig, op het trage af, wat er volgens Dale Sigler echt is gebeurd in die Subway, waar zijn leven voorgoed veranderde en dat van John Zeltner eindigde, met een heleboel kogels in zijn lijf.

Cunningham

Cherry Pickers

Dans is niet bedoeld om muziek of een verhaal te verbeelden. Dat was tenminste de stellige overtuiging van Merce Cunningham (1919-2009). Voor de Amerikaanse danser en choreograaf vormde dans een geheel eigen taal, die volledig op zichzelf stond en geen andere kunstvormen nodig had om een boodschap uit te drukken. Elke beweging kon dans zijn, iedereen dus een danser.

In de visueel overdonderende film Cunningham (93 min.) concentreert regisseur Alla Kovgan zich volledig op de stiel van haar protagonist, diens baanbrekende werk uit de periode van 1944 tot en met 1972 in het bijzonder. Ze volgt hem middels ingenieus verwerkt archiefmateriaal in zijn artistieke ontwikkeling, die door de man zelf en intimi als componist John Cage, met wie hij veelvuldig samenwerkte, verder wordt ingekaderd.

Cage was ook Cunninghams levenspartner, maar dergelijke biografische verhaallijnen laat Kovgan grotendeels links liggen. Ze concentreert zich liever op ‘s mans avant-gardistische werk. Dat laat ze met veel bravoure uitvoeren op uiteenlopende locaties (en naar verluidt ook in 3D), die ze bovendien op een verbluffende wijze naar haar hand zet. Van verlaten gebouwen, het bos tot een leeg metrostation.

Met die focus op moderne dans, de volstrekt eigenzinnige enscenering daarvan en de keuze om Cunninghams persoonlijk leven buiten beschouwing te laten reikt Kovgan naar aanzienlijke hoogte, maar veroordeelt ze deze gestileerde film ook een beetje tot een select groepje fijnproevers.

Spaceship Earth

Het is een ongelooflijk spektakel, dat rechtstreeks afkomstig lijkt uit Star Trek en tevens herinneringen oproept aan hoe de eerste lichting bewoners het Big Brother-huis inging: acht speciaal geselecteerde mannen en vrouwen in hetzelfde uniform maken zich op voor hun intrede in een gigantisch terrarium van glas en staal, waar ze de komende twee jaar zullen verblijven.

Een mensenmenigte kijkt in 1991 ademloos toe als ze via een soort loper daadwerkelijk Biosphere 2 betreden, de door gewone stervelingen samengestelde Hof van Eden met een afgewogen mixture van flora en fauna. ‘The future is here’, declameren de ‘bionauts’ na binnenkomst tegen de camera. Dit kon wel eens de opvolger worden van ‘Biosphere 1’, ofwel moeder aarde.

Het project is een geesteskind van het Amerikaanse ‘genie’ John Allen en zijn discipelen. Een groep wetenschappers, entrepreneurs en theatermakers – een commune of sekte, zeggen critici – die zich zorgen maakt over de toekomst van de aarde en daarom een geheel eigen ecosysteem heeft opgezet, dat straks ook op de maan of mars moet kunnen functioneren.

Op die volledig afgezonderde plek – zichtbaar voor publiek, dat wel – voeren de bionauts tests uit: kun je een boerderij runnen die niet schadelijk is voor het milieu of zoiets als een eigen koraalrif onderhouden? Is dat nu grensverleggende wetenschap? Of toch ‘trendy ecologisch entertainment’? Daarover lopen de meningen uiteen in de documentaire Spaceship Earth (114 min.).

In deze fascinerende film van Matt Wolf, thematisch verwant aan The Raft (over een menselijk experiment uit de jaren zeventig, op een soort Big Brother-boot), blikken enkele voormalige participanten en medewerkers van hun regieruimte, Biosphere 2’s ‘mission control room’, terug op de ambitieuze onderneming, die onder een levensgroot vergrootglas moest worden uitgevoerd.

Met een krachtige montage en dwingende klassieke muziek wekt Wolf het nét iets te mediagenieke project overtuigend tot leven. Hij schetst tevens het veredelde hippiegedachtegoed dat daarachter schuilgaat. En de onvermijdelijke kritiek. Waarbij elk foutje wordt uitvergroot en elk conflict breed uitgemeten. Totdat er weinig meer over lijkt van de grootse idealen waarmee het ooit begon.

Als het team in de identieke uniformen na afloop, opgewacht door opnieuw een enorme mensenmassa, Biosphere 2 weer verlaat, rest de vraag of de proef ook bruikbare kennis heeft opgeleverd. Het project drukte in elk geval een diep doorvoelde zorg over klimaatverandering uit. En een oprecht verlangen naar die betere wereld, waar we nu nog altijd op zitten te wachten.

The Biggest Little Farm

Het klinkt als de premisse voor een doldwaze aflevering van Ik Vertrek: stadskoppel uit Los Angeles zoekt vanwege hun dwangmatig blaffende hond een nieuwe woonplek en begint op een afgelegen stuk dode grond in Californië een ouderwetse boerderij, volledig in harmonie met de natuur. Filmmaker John Chester en zijn vrouw Molly, kok en culinair blogger, laten zich daarbij adviseren door een deskundige op het gebied van biodiversiteit, ene Alan York, die het koppel zo authentiek mogelijk wil laten boeren

Deze goeroe houdt het echtpaar voor om zich vooral niet te laten ontmoedigen. Zodra je de natuur zijn gang laat gaan, heeft die de ene na de andere uitdaging in petto. Van een ziek varken en vogels die al het fruit kapot vreten tot hevige regenval en kippen verslindende coyotes. Die ‘plagen’ worden door Chester, die zelf de voice-over verzorgt voor The Biggest Little Farm (93 min.), echter héél slim uitgeserveerd, zodat er levenslessen uit zijn trekken en het verhaal helemaal klopt. Of het dat in werkelijkheid nu deed of niet.

Op Apricot Lane Farms, een boerderij zoals we die kennen van vergeelde plaatjes, wordt gedurende acht intensieve jaren de natuurlijke orde der dingen hersteld. Met nieuw leven. En de dood, die ook. Prachtig vastgelegd. Als in de beste natuurfilms. Het dorre land komt tot leven in deze idyllische ode aan de voedselketen, die enkele vragen onbeantwoord laat (waar betalen de Chesters bijvoorbeeld al die dieren, planten en mensen van?), soms té zoetsappig dreigt te worden en tóch over de hele linie blijft boeien.

Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer

Netflix

Elke seriemoordenaar begint met het mishandelen van dieren. Los daarvan: je blijft met je poten van katten af, vindt Deanna Thompson (alias Baudi Moovan, op Facebook). En dus slaat de data-analiste uit Las Vegas direct aan als ze het filmpje ‘1 boy, 2 kittens’ spot. Een jongen stopt daarin twee poezen in een luchtdichte zak, die hij daarna vacuüm zuigt.

Als een soort dierenbeschermingsdependance van het online-onderzoekscollectief Bellingcat gaat ze met enkele andere computernerds uit haar speciale Facebook-groep, onder wie een geek met de schuilnaam John Green, op zoek naar de geheimzinnige dierenbeul, die steeds sadistische filmpjes en aanwijzingen over zijn eigen identiteit achterlaat.

Voor hun online-speurtocht – die zich laat bekijken als een handleiding voor bijdetijdse amateurdetectives of -journalisten – stuiten ze al snel op een clip uit Catch Me If You Can, een speelfilm met Leonardo DiCaprio over een meesteroplichter die zijn achtervolgers steeds te slim af probeert te zijn. Als dat geen uitdaging is…

Hun queeste zal hen in de driedelige serie Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer (186 min.) van Mark Lewis naar de engste uithoeken van het internet en de menselijke geest leiden, in het spoor van bizarre personages als Jamsey Cramsalot Inhisass en Luka Magnotta. En dan moeten ze het lugubere filmpje ‘1 lunatic, 1 ice pick’ nog ontdekken…

Zo ontvouwt zich een superieur verteld true crime-verhaal, waarin verontruste burgers vanachter hun computer een hypermoderne klopjacht naar een gewelddadige narcist opzetten. Een soort Catfish 3.0, de spannendste docuserie van het jaar én een ongemakkelijk exposé over het huidige tijdsgewricht, waarin privacy eigenlijk niet meer lijkt te bestaan.

The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

The Devil Next Door

Netflix

Voor menige Israëliër was eind jaren tachtig een proces eigenlijk overbodig. John Demjanjuk, een voormalige medewerker van de Ford-fabriek in Cleveland, moest wel de beul zijn die in het nazi-vernietigingskamp Treblinka eigenhandig tienduizenden Joden had vermoord. Daarover kon – en mocht – geen discussie zijn. ‘Ik was er honderd procent van overtuigd dat Demjanjuk niet Iwan de Verschrikkelijke was’, zegt zijn flamboyante Israëlische advocaat Yoram Sheftel. ‘En ik was er honderd procent van overtuigd dat hij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld zou worden.’

Sheftel is één van de blikvangers van de puike vijfdelige documentaireserie The Devil Next Door (222 min.) van Yossi Bloch en Daniel Sivan. ‘Ik heb van elke seconde genoten’, stelt de onvoorstelbaar pedante advocaat zelfs over de geruchtmakende rechtszaak tegen de vermeende oorlogsmisdadiger. En, inderdaad, het ‘showproces’ is nog niet afgerond of Sheftel heeft al een boek in de winkel liggen. Ruim dertig jaar na dato spugen zijn voormalige opponenten nog altijd op de man die duidelijk garen heeft gesponnen bij de kwestie John Demjanjuk, die in de Joodse gemeenschap zo ontzettend veel emotie losmaakte.

Vrijspraak zou een ongelooflijke klap in het gezicht zijn van de mensen die hem zeggen te herkennen als Iwan de Verschrikkelijke, de man die hele families uitmoordde en henzelf voor het leven tekende. Maar hoe betrouwbaar zijn ooggetuigen eigenlijk? Zeker als ze zwaar getraumatiseerd zijn en er sinds de gruwelijke daden bovendien meer dan veertig jaar is verstreken? Zulke godsonmogelijke dilemma’s maken van The Devil Next Door, waarin zowel Demjanjuks kleinzoon, schoonzoon en advocaten als de toenmalige aanklagers en rechters participeren, een fascinerende, aangrijpende en nog altijd actuele serie.

Wrinkles The Clown

Als je een vervelend kind de stuipen op het lijf wilt jagen, bel dan Wrinkles The Clown (78 min.). Hij roept ongehoorzame zoons of dochters genadeloos tot de orde, op een manier die ze nooit meer vergeten. Deze film openbaart wie er schuil gaat achter de beruchte horrorclown: een nurkse en morsige ouwe vent die alleen in een camper woont, zo nu en dan een stripclub bezoekt en beslist niet herkenbaar in beeld wil. Hij krijgt nu namelijk al continu telefoontjes, waaronder een hele zwik doodsbedreigingen. En je weet nooit zeker hoe serieus je die moet nemen.

Wrinkles appelleert aan de aloude angst voor clowns, die ook al in talloze griezelfilms is geëxploiteerd en in de jaren zeventig via seriemoordenaar John Wayne Gacy een gruwelijke real life-variant heeft gekregen. Er is zelfs een speciale webplek waarop sightings kunnen worden gemeld: HvUseenWrinkles? Met video’s van Wrinkles die door een beveiligingscamera wordt gesnapt als hij onder het bed van een meisje vandaan kruipt. Of van Wrinkles als hij op een schemerige parkeerplaats wordt gespot, sjokkend achter een winkelwagen met daarin zijn hele leven. De naargeestige clown is intussen een enorme hype geworden. Amerikaanse media krijgen geen genoeg van de engerd, die natuurlijk perfect aansluit bij de sensationele verhalen die zij het liefst vertellen.

Filmmaker Michael Beach Nichols zet de mythe rond de ‘terrorclown’ in deze slim opgebouwde documentaire nog eens flink in de steigers, haalt daarbij alle denkbare horror-clichés van stal en onderzoekt tegelijk met kinderen, hun ouders, clowns en deskundigen de aantrekkingskracht van griezelverhalen en urban legends in het algemeen. En uiteindelijk weet hij in deze, jawel, spannende film de echte Wrinkles The Clown tóch in beeld te krijgen.

The Accountant Of Auschwitz

Netflix

Vrolijke marsmuziek klinkt in de openingsscène van deze film. In beeld verschijnt de zwart-wit foto van een jonge militair. Rond brilletje, melancholiek gezicht. De stem van deze Oskar Gröning zorgt voor de herinneringen bij archiefbeelden van een concentratiekamp. ‘Het hoofdkamp van Auschwitz was net een klein dorp, met veel geroddel en geklets. Er was een kantine, een bioscoop.’ Intussen zien we hoe gezellig de medewerkers van het beruchte kamp ‘t hadden met elkaar. De opgewekte muziek zwelt weer aan: ‘Links um die Ecke…’ In het kader van de vrijetijdsbesteding wordt er enthousiast gesport. De atleten hebben ook mooie trainingspakjes aan, met een SS-embleem erop.

‘Het was een plek waar je vriendschappen voor het leven opdeed en waar ik met veel plezier op terugkijk’, blikt Gröning bij de start van The Accountant Of Auschwitz (75 min.) met weemoedige stem terug. Inmiddels wordt het archiefmateriaal van de levenslustige jongelingen afgewisseld met de huiveringwekkende beelden die we doorgaans associëren met het vernietigingskamp. ‘We waren ervan overtuigd dat we verraden waren door de hele wereld en dat er een grote samenzwering van Joden tegen ons was’, zegt de kampmedewerker nu, op zoek naar een verklaring en rechtvaardiging voor zijn eigen gedrag in de Tweede Wereldoorlog.

‘Maar je moet je toch hebben gerealiseerd dat zeker die kinderen je helemaal niets misdaan kunnen hebben?’ werpt de interviewer van dienst tegen, terwijl de alomtegenwoordige marsmuziek gaandeweg helemaal vastloopt en de openingsscène aan zijn einde komt. ‘Die kinderen zijn op het moment zelf natuurlijk niet de vijand’, stelt Gröning. ‘De vijand is het bloed dat door hun aderen stroomt.’ Die gedachtegang maakte het voor de Duitser (blijkbaar) mogelijk om te werken bij Auschwitz. Zijn werk in het kamp was voor hem een normale baan. De één werkt nu eenmaal bij Philips of Volkswagen, een ander bij de Firma Endlösung.

Oskar Gröning verzamelde bijvoorbeeld de spullen van Joden die aankwamen in het vernietigingskamp. Zij hadden die immers toch niet meer nodig – waaruit je overigens meteen kunt afleiden dat hij er wel degelijk van op de hoogte was wat er met de nieuwe kampgasten zou gaan gebeuren. Maar is de man, die zelf ogenschijnlijk verder geen geweldsdaden pleegde, daarmee ook (mede)verantwoordelijk voor de genocide die in zijn directe werkomgeving plaatsvond?

Die principiële vraag drijft deze film van Matthew Shoychet, waarin De Zaak Gröning wordt geplaatst tegen de achtergrond van rechtszaken tegen oorlogsmisdadigers (die verdacht vaak met een heel beperkte straf zijn weggekomen). Van beruchte beulen als John Demjanjuk lijkt het logisch dat ze tot in lengte van dagen worden vervolgd, maar kun je ook iemand veroordelen die zelf geen mens heeft vermoord en daartoe ook niet de opdracht heeft gegeven? En: wanneer houdt iemands schuld op?

Blue Note Records: Beyond The Notes

Een Duitse leeuw en wolf stonden ooit aan de basis van het vermaarde Amerikaanse platenlabel Blue Note Records. De jeugdvrienden Alfred Lion en Francis Wolff ontvluchtten in de jaren dertig de Jodenvervolging in nazi-Duitsland. In hun nieuwe vaderland focusten de twee outsiders zich op hun grote passie, jazz, en richtten in 1939 Blue Note op, een onderneming waarmee waarschijnlijk geen rooie rotcent was te verdienen. Een grotendeels zwart label bovendien, in een veelal witte industrie. Het zou niettemin een groot succes worden.

In Blue Note Records: Beyond The Notes (54 min.) blikken kopstukken als Herbie Hancock, Terrace Martin, Derrick Hodge en de huidige directeur van Blue Note, Don Was, terug op de hoogtijdagen van ‘de Cadillac onder de jazzlabels’, toen grootheden als Miles Davis, Thelonious Monk, John Coltrane, Art Blakey, Lee Morgan, Horace Silver en Sonny Rollins van Lion en Wolff volledige artistieke vrijheid kregen en met speels gemak muzikale grenzen verlegden. In een nieuwe studiosessie zoeken The Blue Note All-Stars intussen de magie van Blue Notes gouden jaren op.

Regisseur Sophie Huber richt zich in deze gedegen televisiedocumentaire compleet op de kunst: de muziek zelf natuurlijk, de bijbehorende coole zwart-wit foto’s en het stijlvolle artwork. Ze tekent ook de revival van het label in de tweede helft van de jaren tachtig op, als Blue Notes onmiskenbare sound wordt opgepikt door hiphoppers, opnieuw in de belangstelling komt te staan en nieuwe sterren als Norah Jones in de vaart der volkeren opstuwt.