Ren Faire

HBO Max

Gaat ‘King George’ voor een soort erfopvolging? Of geeft hij de troon gewoon aan de hoogste bieder? George Coulam, halverwege de tachtig, heeft volgens zijn eigen berekeningen nog negen jaar te leven. Daarin wil hij een ‘metgezel’ vinden en genieten van zijn kunst en tuin. De eigenaar van het Texas Renaissance Festival zit inmiddels op zo’n vijftien ‘sugar daddy’-sites en is erop gebrand om een leuke vrouw aan de haak te slaan. Het is George’s grote droom om straks tijdens de daad het leven te laten.

Zover is het echter nog lang niet in Ren Faire (167 min.), de driedelige serie van Lance Oppenheim (Some Kind Of Heaven). Eerst moet George zijn geesteskind, dat hij al een halve eeuw uitbaat, doorgeven of van de hand doen. Er zijn twee gegadigden: zijn rechterhand Jeff Baldwin, de ‘hoofd-Oompa Loompa’, een voormalige acteur die het Renaissance Festival tegenwoordig runt als algemeen directeur. En Louie Migliaccio, de zelfverklaarde ’Lord Of Corn’ met altijd een blikje energydrank bij de hand. Die brengt een flinke zak geld mee. De één zou meer een soldaat dan een commandant zijn, de ander heeft eigenlijk helemaal geen hart voor de zaak.

Daarmee staan de pionnen op George’s bord, voor een spel waarbij vooral de koning zelf wel lijkt te varen. Als een ouderwetse potentaat, 55 jaar in de business, regeert George over zijn rijk, een soort sprookjesbos voor volwassenen in de dennenbossen bij Todd Mission, Texas, dat elke festivaldag door zo’n 30.000 gewone stervelingen wordt bezocht. ‘Make way for the king’, roept een onderdaan als de koning samen met zijn ‘Hand’, Jeff dus, in een kar wordt rondgereden over het terrein. King George beziet alle activiteiten met een arendsoog, legt zijn oor bij Jan en alleman te luister over de verwachte bezoekersaantallen en vaardigt zo nu en dan een decreet uit.

Deze fascinerende miniserie opent die wondere wereld, met z’n geheel eigen mores en codes, waarin nochtans hele gewone bazige, jaloerse en konkelende mensen huizen. Oppenheim tekent alle intriges met enorme bravoure op: de cameravoering is krachtig en sfeervol, de montage zeer opwindend. De kleurcorrectie voegt franje en drama toe. En de soundtrack draagt werkelijk bij aan de spanning van het verhaal. Iedereen zit daarnaast goed in z’n rol – alsof het ook een rol is. De heerser is rücksichtslos en onberekenbaar, zijn rechterhand roept zowel sympathie als compassie op en diens rivaal is een überkapitalist die zich opmaakt voor de kill.

In de markt gezet als een soort kruising van Game Of Thrones en Succession ontwikkelt Ren Faire zich tot een superieur psychologisch steekspel, uitgevochten tegen de achtergrond van een commercieel uitgebaat historisch pretpark, dat ook in niets onderdoet voor zulk hoogwaardig drama.

They Shot The Piano Player

Periscoop Film

Het startpunt van deze volledig geanimeerde documentaire doet denken aan Searching For Sugar Man (2003), waarin Majik Benjelloul op zoek ging naar de verdwenen Amerikaanse singer-songwriter Sixto Rodriguez. Had die zichzelf van het leven beroofd, wellicht zelfs op het podium? In They Shot The Piano Player (103 min.) onderzoekt de Amerikaanse journalist Jeff Harris wat er is gebeurd met Tenório Jr., één van de toonaangevende Braziliaanse musici van zijn tijd. Hij verdween spoorloos in 1976.

Waar Bendjelloul soms selectief met de waarheid omging in zijn Oscar-winnende documentaire, hebben Fernando Trueba en Javier Mariscal die daadwerkelijk een handje geholpen: met Harris introduceren ze een fictief personage, ingesproken door de Amerikaanse acteur Jeff Goldblum. Hij wordt ingezet als protagonist bij hun eigen zoektocht naar informatie over het leven en de verdwijning van Tenório Jr. en gesprekken met toonaangevende spelers uit diens privé- en werkleven.

De animatiedocu start bij een verzonnen boekpresentatie te New York in 2009. Bij het schrijven van zijn niet-bestaande boek over de opkomst van de Braziliaanse bossanova-muziek is Harris volgens eigen zeggen op het verhaal van Tenório gestuit. In Rio de Janeiro probeert hij vervolgens meer te weten te komen over zowel de muzikale stroming als over de illustere pianist. Hij dringt eerst diep door in de swingende muziekscene en focust zich daarna op de in Buenos Aires verdwenen muzikant.

Dat fictiedeel voelt enigszins gekunsteld. De keuze om de film geheel te animeren, ook de interviews en nieuwsbeelden uit die tijd, versterkt dat nog eens, al wordt daardoor ook de eenheid van de vertelling versterkt en krijgt die er meer kleur en schwung van. De zoektocht van ‘Harris’ leidt alleen langs heel veel pratende (en getekende) hoofden, met elk hun eigen herinneringen aan Tenório Jr. En dan is het toch de vraag of zij dan, met al hun gedachten en emoties, niet gewoon in beeld horen.

Wat al die bronnen te vertellen hebben, is verbonden met een dramatische politieke ontwikkeling: de opkomst van dictatoriale regimes in Zuid-Amerika. In 1964 gaat Brazilië voor de bijl, twaalf jaar later volgt Argentinië. En daarmee ook het swingende bossanova-tijdperk en dat ene kopstuk van de Braziliaanse muziek. Hij gaat na een optreden in de Argentijnse hoofdstad zo’n mythisch pakje sigaretten halen en wordt dan als vermeend ‘subversief element’ van de straat geplukt.

En dan wacht de pianospeler het lot dat al zoveel ‘Desaparecidos’ van de Argentijnse junta ten deel is gevallen: ze verdwijnen plotseling van de aardbodem. En hun naasten moeten maar gissen naar wat er met hen is gebeurd. Al doet de titel van deze animatiedocu al wel enigszins vermoeden wat er toentertijd met Tenório Jr. is gebeurd.

Never Let Him Go

Disney+

Het leven neemt soms onverwacht een tragische afslag. De eerste interland van een begaafde voetballer wordt door een ernstige overtreding meteen zijn laatste. Het gevierde fotomodel loopt tegen een héél verkeerd vriendje aan. En een briljante 27-jarige Amerikaanse wiskundige valt nabij Sydney te pletter vanaf een klif. Dit fatale ongeval smoort een uiterst veelbelovend leven in de kiem. Suïcide, meent de plaatselijke politie. Zijn broer Steve kan die verklaring echter niet accepteren.

Op zaterdag 10 december 1988 wordt het levenloze lichaam aangetroffen van de Amerikaan Scott Johnson. Naakt. Een opmerkelijke manier om zelfmoord te plegen. Zeker als duidelijk wordt dat er op die klif, North Head, een zogenaamde ‘gay beat’ was, een plek waar homo’s elkaar ontmoeten voor anonieme seks. En Scott valt inderdaad op jongens en is ook naar Australië gekomen voor een man. Zijn broer Steve Johnson, een internetpionier met hele diepe zakken, start dus een eigen onderzoek naar Scotts overlijden en huurt daarvoor de Amerikaanse journalist Daniel Glick, bekend van de geruchtmakende JonBenét Ramsey-zaak, in als privédetective.

Want in de directe omgeving van Sydney, ‘het Australische San Francisco’ waar ook allerlei potenrammers actief zijn, blijken nog meer mannen zelfmoord te hebben gepleegd. Het lokale politiekorps zit alleen bepaald niet te wachten op een gefortuneerde Yank die zich met hun werk komt bemoeien. Zoals voormalig rechercheur Duncan McNab het toenmalige sentiment omschrijft bij het korps, dat zeker niet vrij is van homofobie: ‘The American with the big, swinging dick is influencing the way we do our business.’ En dat is inderdaad ook wel enigszins ongemakkelijk: zonder Steve’s financiële reserves zou de zaak van zijn broer allang een stille dood zijn gestorven.

Het komt in de vierdelige docuserie Never Let Him Go (218 min.) van Jeff Dupre en Jacob Hickey uiteindelijk tot een frontale botsing tussen het team van Steve Johnson en de officiële onderzoeksleider Pamela Young. Hij vindt dat zij hun inspanningen niet serieus neemt. Zij vraagt zich af waarom ze aan deze ‘cold case’ buitensporig veel meer aandacht zou moeten besteden dan aan alle andere zaken die ze onder haar hoede heeft. Ook daarbij wachten slachtoffers en hun eventuele nabestaanden immers op een antwoord. En zou het écht geen zelfmoord kunnen zijn geweest? Scott Johnson heeft al eens eerder een poging gedaan om zijn leven te beëindigen.

Dupre en Hickey nemen eerst de tijd om Scott, Steve en hun familie te introduceren, het anti-homo klimaat in Sydneys duisterste spelonken te schetsen en op de al dan niet dubieuze rol van de politie daarbij in te zoomen, voordat de zaak na enkele verrassende wendingen alsnog wordt afgerond. In de ontknoping van deze miniserie, die gelukkig nooit afdaalt naar het niveau van een routineuze true crime-productie, krijgt Steve Johnson eindelijk antwoord op de vraag die een levenswerk is geworden: wat is er gebeurd met mijn broer en wie was daarvoor verantwoordelijk? Als alle twijfels daarover zijn weggenomen komt er eindelijk ruimte voor zijn geliefde broer, Scott Johnson.

Een man die zoveel had kunnen worden – een belangrijke wiskundige of toch een heel gewone man met een heel gewoon leven – maar die door een wrede speling van het lot de zeventwintigjarige Amerikaan werd die aan de andere kant van de wereld van een klif viel.

Escaping Twin Flames

Netflix

‘Op het internet krioelt het van de mensen met problemen’, houdt Jeff Ayan zijn medewerkers voor tijdens een online coachingssessie. ‘En als jij met een oplossing komt, dan staan ze voor je in de rij.’ Hij wrijft demonstratief in zijn handen. Alsof de dollars elk ogenblik kunnen binnenstromen.

Voordat Ayan samen met zijn vrouw Shaleia (echte naam: Megan Plante) ongelukkige Amerikanen de ware liefde liet vinden, hun zogenaamde tweelingvlam, opereerde hij onder de noemer Ender Ayanethos en bracht hij een geneesmiddel tegen kanker aan de man. En toen hun Twin Flames Ascension School lekker begon te lopen – en er volop ‘spiegeloefeningen’ werden gedaan, zodat er overal ‘harmonious unions’ konden ontstaan – rolden ze dat lekker uit, met allerlei aanverwante clubs zoals Mind Alignment Process (MAP) Healing en Divine Dish. Om minder belasting te hoeven betalen begonnen ze bovendien meteen ook maar hun eigen kerk, The Church Of Union.

Cecilia Peck spreekt in de driedelige serie Escaping Twin Flames (175 min.) met voormalige discipelen en geschokte familieleden. Zij constateren dat de groep zich steeds meer begint te gedragen als een klassieke sekte, waarin de leiding alles bepaalt voor de individuele leden. Van wie hun ‘Twin Flame’ is tot hun eigen seksuele voorkeur en genderidentiteit (!). Jeff ‘Divine’ Ayan acteert intussen – voor insiders blijkbaar erg overtuigend, voor elke buitenstaander lachwekkend karikaturaal – de archetypische goeroe. Hij heeft elke vorm van wijsheid in pacht, vervat die in pakkende oneliners en brengt die met de stelligheid van een Heer die geen weerwoord duldt. 

De man verandert tegelijkertijd voortdurend van gedaante. Het ene moment oogt hij in pak en stropdas als een kwieke innovatie-ondernemer, het andere moment met lang haar en baard als – en dat is natuurlijk geen toeval! – een soort Jezus 2.0. Zijn eigen tweelingvlam Shaleia beperkt zich tijdens zijn georeer meestal tot instemmend geknik. Via talloze YouTube-coachingssessies van de twee maakt Peck, die eerder Seduced: Inside The NIXVM Cult maakte, het Twin Flames Universe inzichtelijk. Met harde hand domineren zij het leven van een groep kwetsbare jonge mensen, vooral vrouwen, die schaamteloos en genadeloos worden geëxploiteerd en soms zowel lichamelijk als geestelijk ernstig verminkt raken.

Dat klinkt als oude wijn in nieuwe zakken – een traditionele sekte, die opereert binnen een online-omgeving – maar pakt zo bizar uit dat ’t toch weer verbaast en schokt. Want een leider die ook wil bepalen of z’n volgelingen man of vrouw zijn, die was er nog niet. Toch?

Breaking Social

Cinema Delicatessen

‘Verandering begint aan de rand en trekt dan naar binnen’, stelt de Nederlandse schrijver/historicus Rutger Bregman, die in Breaking Social (92 min.) als één van de centrale sprekers wordt opgevoerd. ‘Dat is heel tegenstrijdig. Hoeveel George Floyds zijn er geweest vóór George Floyd, die geen massaal protest hebben veroorzaakt?’

De wereld kan ten positieve worden veranderd, is de stellige overtuiging van Bregman, bekend van zijn bevlogen stukken op de Correspondent. ‘Mensen die met nieuwe ideeën komen worden in eerste instantie altijd onredelijk en irritant gevonden’, stelt de opiniemaker, terwijl hij door zijn woonplaats Houten wandelt of fietst. ‘Maar als de utopie werkelijkheid wordt, wordt het iets vanzelfsprekends. “Ja, natuurlijk is de slavernij afgeschaft.” “We hebben een welvaartstaat.” “We hebben een democratie.” Dat zijn mijlpalen van beschaving.’

Dat de mens kan bijdragen aan een betere wereld lijkt uiteindelijk ook de boodschap van deze breed uitwaaierende documentaire van Fredrik Gertten (Push): in alle uithoeken van de aarde komen mensen in opstand tegen onrecht en proberen zij hun wereld bij te sturen, al is het dan maar een klein beetje. Chileense vrouwen verzetten zich bijvoorbeeld met zang en dans tegen het patriarchaat, Amerikaanse leerkrachten trekken samen op voor betere arbeidsomstandigheden en medewerkers van Amazon voeren actie tegen de manier waarop ze worden uitgebuit.

Er is ook alle reden om te protesteren, betoogt Gertten die zijn vertelling erg ruim heeft opgezet. Om zijn betoog te stutten verlaat hij zich, behalve op Rutger Bregman, ook op de Amerikaanse schrijfster Sarah Chayes. Zij spreekt over corrupte elites, die zich niet verbonden voelen met een land of de bewoners daarvan. Volgens haar staat het principe van ‘één burger, één stem’ daardoor onder druk. ‘We leven in een situatie van: één dollar of euro, één stem’, stelt Chayes. ‘En dat geeft rijke, invloedrijke CEO’s een disproportioneel grote invloed op de politiek.’

‘Als je niet boos bent, heb je gewoon niet opgelet,’ stelt Peter S. Goodman van The New York Times zelfs. Hoe kan het bijvoorbeeld dat een miljardair minder belasting betaalt dan degene die zijn wc schoonmaakt? Via een keur aan sprekers stipt Fredrik Gertten nog veel meer voorbeelden van misstanden aan – en initiatieven om die weer te corrigeren. Tot een dwingend narratief leiden al die mensen met hun eigen belangen, strijd en idealen niet. Zoals hij ook geen aangrijpend persoonlijk verhaal in het hart van deze documentaire heeft gepositioneerd.

Zonder zulke houvast – een schrijnend geval van onrecht bijvoorbeeld, waartegen iemand in het geweer komt – wordt Breaking Social vooral een interessante filosofische exercitie over de wereld waarin wij leven. Een Tegenlicht de luxe, zogezegd. Aan de hand van enkele treffende casussen – de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia, Cambridge Analytica en het ruimtereisje van Jeff Bezos bijvoorbeeld – worden de hedendaagse mores tegen het licht gehouden en van context voorzien. Maar om nu te zeggen dat ’t daarmee ook een héél enerverende film is geworden…

Till Murder Do Us Part: Soering Vs. Haysom

Netflix

Wie is de marionet en wie de bespeler ervan? Dat is nog eens een ‘heerlijk’ uitgangspunt voor een true crime-productie. De ouders van de Amerikaanse studente Elizabeth Haysom zijn op gruwelijke wijze vermoord. Heeft zij, als een kille manipulator, haar vriend Jens Söring aangezet tot die gruweldaad (of op zijn minst tot een significante poging om die te verhullen)? Of heeft de nerdy tiener, zoon van een Duitse diplomaat, het oudere echtpaar Derek en Nancy Haysom juist op eigen initiatief afgeslacht om z’n begeerlijke vriendin definitief in zijn greep te krijgen?

Bijna veertig jaar na die fatale dag in Bedford County in Virginia, zaterdag 30 maart 1985, is die elementaire vraag blijkbaar nog altijd niet afdoende beantwoord. De vierdelige serie Till Murder Do Us Part: Soering Vs. Haysom (Duitse titel: Der Fall Jens Söring: Tödliche Leidenschaft, 191 min.) buigt zich opnieuw over het bloedstollende misdrijf en de juridische afwikkeling daarvan, waarbij de voormalige geliefden lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Het hielp hen geen van tweeën: ze zouden uiteindelijk allebei ruim dertig jaar in de cel zitten. 

Zij hult zich tegenwoordig meestal in stilzwijgen als het gaat om de gewelddadige dood van haar ouders. Dat schijnt ze aan haar halfbroers te hebben beloofd. Hij is er nog altijd niet klaar mee. Nadat Jens Söring eerder bijvoorbeeld ook al zijn kant van het verhaal heeft gedaan in de documentaire Das Versprechen (2016), een boek en talloze andere producties, neemt de inmiddels 57-jarige Duitser ook weer plaats voor de camera van André Hermann en Lena Leonhardt. Söring houdt staande dat hij onschuldig is – ook al heeft hij in eerste instantie toch echt een bekentenis afgelegd.

‘Soms kon je niet zeggen waar de leugen begon en de waarheid ophield’, vertelt de plaatselijke nieuwsjournalist Jeff Taylor, die de zaak destijds op de voet heeft gevolgd, in deze miniserie. ‘Het is een gegeven dat één persoon zei: ik wil mijn ouders dood. En dat de ander stelde: liefde is het ultieme wapen. Twee mensen zijn overleden door deze “liefde” tussen hen.’ En omdat maar niet onomstotelijk kan worden vastgesteld wat er nu precies is gebeurd vormt dat ene tragische misdrijf een onuitputtelijke bron voor producties over de destructieve liefde van Jens en Elizabeth.

Till Murder Do Us Part serveert die nog maar eens volgens de welbekende true crime-methode uit: met ‘smeuïge’ verhoren, ‘schokkende’ rechtbankverklaringen, ‘schimmige‘ reconstructiescènes, ‘bizarre’ geschriften, ‘bloederige’ foto’s, ‘spannende‘ geluidseffecten en -muziek, ‘daverende’ cliffhangers en ‘onthullende‘ interviews met politiemensen, advocaten, journalisten en mensen uit de periferie van de twee hoofdrolspelers. Zo worden alle ‘dramatische’ gebeurtenissen nog eens minutieus doorgeakkerd. Totdat er een klassiek stranger than fiction-verhaal is ontstaan.

Daarbinnen houdt iedereen vast aan zijn eigen lezing. En de belangrijkste personages zitten ook vast in dat verhaal. Zeker de marionet en z’n bespeler. Wie dan ook wie is.

The Saint Of Second Chances

Netflix

‘Zou je misschien je vader willen spelen in deze film?’ vragen Morgan Neville en Jeff Malmberg aan het begin van The Saint Of Second Chances (94 min.)

‘Ik hak mijn been er niet af’, antwoordt Mike Veeck resoluut. ‘Punt uit.’

Even later zit hij desondanks, met een kalend hoofd, zonder ringbaardje en toch gewoon twee benen, tegenover een jongere uitvoering van zichzelf, de acteur Charlie Day. Het is 1975. ‘Vader’ en ‘zoon’ proosten op Bill Veecks aankoop van de honkbalclub The Chicago White Sox. ‘Het was wij tegen de wereld’, herinnert Mike, de echte, zich dat zijn vader zei. ‘We gaan iets doen waardoor we zullen opvallen.’ De jonge Mike gaat ook aan de slag bij The White Sox en houdt daar meteen een nieuw T-shirt aan over: Owners kid.

Die eigenaar is een imposante man, dan al een levende legende in het Amerikaanse honkbal. Bill Veeck verzint steeds weer een nieuwe list om geld en aandacht te trekken. De skybox bijvoorbeeld. Of een scorebord dat na elke homerun zowat explodeert. Zijn zoon kan niet achterblijven en gaat zich ook te buiten aan spectaculaire acties. Samen zullen ze The White Sox weer vol in de schijnwerpers zetten. Totdat de boel volledig in het honderd loopt door een wilde actie van zoonlief.

‘Laten we een beetje door de tijd reizen’, vervolgt verteller Jeff Daniels daarna lekker laconiek het verhaal. ‘In de tien jaar daarna vergokt Mike al z’n geld. Hij begint een reclamebureau. Hij exploreert de wereld van de stimulerende middelen en blijft stug doordrinken. Hij trouwt, heeft een hartaanval en krijgt een zoon, die hij Night Train noemt.’ En deze onfortuinlijke jongen komt meteen daarna zelf aan het woord. ‘Waar moet ik beginnen?’ zegt ie. ‘Raar, hè?’ Zijn vader, Mike: ‘Zij kreeg de voogdij.’

Pas als zijn eigen vader, Bill, op 71-jarige leeftijd overlijdt, grijpt Mike zichzelf bij zijn kladden en gaat voor z’n tweede kans. En de derde. En vast ook nog een vierde of vijfde. Dit ‘heldenverhaal’ is door Neville en Malmberg met veel bravoure, cheesy muziek en lekker melige humor verfilmd. Een real life-comedy, waarin archiefmateriaal en interviews worden gepaard aan scènes met acteurs, die een typetje maken van hun personages. Ze richten zich bovendien regelmatig rechtstreeks tot de kijker.

The Saint Of Second Chances is dus zeker geen serieus portret waarmee het leven van Mike (en Bill) Veeck psychologisch wordt geduid, maar een alleszins geslaagde poging om daarvan een jolig sterk verhaal te maken, dat zelfs met een groot persoonlijk drama niet om zeep kan worden geholpen. Dat amuseert zolang het duurt en een uitgelaten gevoel achterlaat. Meer niet. Maar zeker ook niet minder.

Jeff Beck: Still On The Run

Mercury

‘Ik zei hem dat hij in mijn ogen de Pablo Picasso van de elektrische gitaar is’, herinnert Guns N’ Roses-gitarist Slash zich. ‘En toen antwoordde hij: ik zat zelf meer aan Jackson Pollock te denken.’ Zelfspot van een man die ’t ongemakkelijk vindt om te worden bewierookt? Of toch gewoon arrogantie van een kunstenaar die in zijn eigen mythe is gaan geloven? Feit is dat Jeff Beck, die eerder dit jaar overleed, alom werd beschouwd als een meestergitarist. Rod Stewart, die voordat hij als soloartiest furore maakte zong bij The Jeff Beck Group, noemt hem zelfs ‘de meest originele gitarist aller tijden’.

In Jeff Beck: Still On The Run (87 min.), een typisch muzikantenportret van Matthew Longfellow uit 2018, gaat de man zelf er eens goed voor zitten om samen met collega-snarentemmers als David Gilmour (Pink Floyd), Jimmy Page (Led Zeppelin) en Ronnie Wood (The Rolling Stones) en de musici waarmee hij werkte zijn loopbaan, muzikale visie en eigen stijl te ontleden. Gaandeweg opereerde Beck steeds vaker zonder vocalisten en fungeerde z’n gitaar als zijn eigen persoonlijke stem. Alles wat hij deed, concludeert Aerosmith-gitarist Joe Perry, had een zekere ‘Fuck You-ness’.

Jeff Beck scoorde desondanks gewoon een pophitje (Hi Ho Silver Lining), speelde een essentiële rol in de totstandkoming van de Stevie Wonder-kraker Superstition en fungeerde als gast bij iconen zoals Diana Ross, Mick Jagger en Tina Turner. Uiteindelijk waren dat echter vooral opstapjes naar het baanbrekende werk dat hij met zijn eigen Group zou afleveren. Volgens zijn collega-gitaargod Eric Clapton (die net als Beck en Jimmy Page carrière maakte bij het Britse beatbandje The Yardbirds) behoorde Jeff Beck daarmee tot een zéér exclusief gezelschap: rock & roll-muzikanten die jazz begrijpen.

Of de man intussen verliefd, verloofd en getrouwd is geweest en kinderen op de wereld heeft gezet? Dat blijft in Jeff Beck: Still On The Run tot tien minuten voor het einde onduidelijk. Afgaande op deze lekkere muziekdocu heeft Becks complete bestaan echter vooral in het teken gestaan van zijn gitaar (en, vooruit, een onmetelijke liefde voor het sleutelen aan auto’s). Dat instrument was helemaal geen verlengstuk van Jeff Beck (1944-2023), de man zelf was een verlengstuk van zijn gitaar geworden.

Television Event

VPRO

Geen bloed. En geen verbrande lijken. De censoren van de Amerikaanse commerciële zender ABC lijken onverbiddelijk. Het is duidelijk dat zij geen idee hebben van wat de makers van die nieuwe ‘Saturday Night Movie’ proberen te bewerkstelligen. De filmcrew laat zich er in elk geval niet door weerhouden. Regisseur Nick Meyer en z’n team willen Amerika confronteren met de gevaren van een kernoorlog. Hun speelfilm The Day After wordt in 1983 een ongekend Television Event (86 min.) – en een prachtige metafoor voor de collectieve angst voor nucleaire verwoesting van de aarde.

‘In de jaren tachtig hadden Amerika en Rusland genoeg kernwapens om iedere man, vrouw en kind op aarde 54 keer te doden’, stelt Meyer, die even daarvoor nog een Star Trek-film heeft afgeleverd. ‘54 keer!’ Alle reden dus om het land wakker te schudden met een onvervalste ‘what if’-film. Alleen dreigt de licht ontvlambare filmmaker zelf een obstakel te worden. Tijdens het productieproces blijkt steeds weer dat waar Nick Meyer komt, ook ruzie komt. ABC Motion Pictures-onderdirecteur Stu Samuels ontwikkelt een serieuze vorm van ‘Nick-moeheid’ en overweegt om hem van de film af te halen.

Rondom die clashende ego’s ontwikkelt zich een discussie over of die film over gewone Amerikanen voor, tijdens en na een kernaanval er überhaupt moet komen. Is het meer dan ordinaire bangmakerij? Spelen ze grote vijand Rusland ermee in de kaart? De nieuw aangetreden regering van de ‘cowboy’ Ronald Reagan komt in elk geval met dwingende inhoudelijke suggesties. Blijkbaar is het idee van een film over een kernoorlog nog enger dan een echte kernoorlog. Intussen laait de Koude Oorlog, mede door Reagans retoriek over de Sovjet-Unie als ‘evil empire’, begin jaren tachtig ouderwets op. 

Via het voorbeeld van de controversiële kernoorlogsfilm belicht deze hele smakelijke reconstructie van Jeff Daniels intussen treffend de angst voor nucleaire destructie die als een grauwsluier over de jaren tachtig hangt (en die nu, gezien bijvoorbeeld de ontwikkelingen in Oekraïne, opnieuw uiterst actueel is). Totdat de regering Reagan toch maar toenadering zoekt tot de aartsvijand, om de ontspoorde wapenwedloop een halt toe te roepen – al is het de vraag of The Day After daarbij inderdaad zo’n prominente rol heeft gespeeld als Television Event, op toch wel typisch Amerikaanse wijze suggereert.

MH370: The Plane That Disappeared

Netflix

Aan theorieën bepaald geen gebrek in deze bijdetijdse detective over wat er toch is gebeurd met vlucht MH370: gezagvoerder Zaharie heeft het gedaan. Het vliegtuig is doelbewust neergehaald. Datzelfde toestel werd gekaapt en naar een onbekende locatie afgevoerd. Er was brand aan boord, waarna het vliegtuig is ontploft. Het bleek toch een bizarre verzekeringsfraude. En ga zo maar door: een meteoriet, gestolen door Noord-Korea, buitenaardse wezens…

Als op 8 maart 2014 een Boeing 777 van Malaysian Airlines op weg naar Beijing ongeveer veertig minuten na vertrek uit Kuala Lumpur van de radar verdwijnt, om volledig in lucht op te gaan, zorgt dit onvermijdelijk voor speculatie. ‘Vliegtuigen gaan de lucht in en komen weer naar beneden’, zegt luchtvaartjournalist Jeff Wise, het centrale personage van MH370: The Plane That Disappeared (158 min.) dat zijn bevindingen met, een voor dit soort producties verplicht, gevoel voor suspense uitserveert. ‘Het enige wat ze niet doen is zomaar in het luchtledige verdwijnen.’

Met het toestel zijn naar alle waarschijnlijkheid 239 mensen omgekomen, de 227 passagiers en de voltallige crew. Ze hebben een verbijsterde achterban achtergelaten, die compleet in het duister tast over wat er is gebeurd met hun geliefden. Al snel hebben de meesten van hen geen enkel vertrouwen meer in de informatie die ze, zeer mondjesmaat, krijgen van de verantwoordelijke vliegmaatschappij. En daarmee ontstaat een voedingsbodem voor serieus onderzoek door externe experts, het betere natte vinger-werk en volstrekt onverantwoorde complottheorieën.

Met enkele familieleden, deskundigen, journalisten en een vertegenwoordiging van Malaysian Airlines probeert regisseur Louise Malkinson het kaf van het koren te scheiden in een driedelige serie die is opgebouwd als een spannende zoektocht naar antwoord op de wat, wie en waarom-vragen. Aan de hand van mogelijke scenario’s (is er bijvoorbeeld een verband met dat andere Maleise toestel, MH17, dat ruim vier maanden later uit de lucht wordt geschoten boven Oekraïne?) probeert Jeff Wise, die zelf ook bepaald niet vies is van een gewaagde hypothese, klaarheid te krijgen.

‘Zoals bij alles in deze zaak’ stelt Wise, ‘kun je erin zien wat je wilt zien.’ Voormalig MH370-onderzoeker Peter Foley van het Australian Transport Safety Bureau verwoordt het nog een stuk plastischer. ‘Een mening is net een kontgat. Iedereen heeft er één.’ En zolang een definitief antwoord uitblijft over wat er nu precies gebeurd is met Vlucht MH370, kan (en zal) er altijd iemand opstaan die ‘toch alleen maar vragen stelt’ en intussen zijn eigen lezing van de feiten pusht. Deze miniserie doet in wezen hetzelfde: elke theorie, of ie nu ontmanteld wordt of niet, krijgt toch weer lucht.

Dat levert overigens wel enerverend kijkvoer op.

Travelin’ Band: Creedence Clearwater Revival At The Royal Albert Hall

CCR

‘Historici zullen deze gebeurtenis wellicht ooit duiden als een cruciaal punt in de ineenstorting van het Britse rijk’, stelt een verslaggever op 10 april 1970 met gevoel voor drama. ‘The Beatles gaan uit elkaar!’ Aan Creedence Clearwater Revival nu de opdracht, stelt verteller Jeff Bridges, om het predicaat van ‘grootste band ter wereld’ over te nemen. En dat treft: toevallig maakt de Amerikaanse rockgroep rond zanger/gitarist John Fogerty vier dagen later zijn debuut op Engelse bodem.

Dat cruciale concert is nooit eerder in z’n geheel uitgebracht en vormt nu het wild kloppende hart van Travelin’ Band: Creedence Clearwater At The Royal Albert Hall (82 min.). Zonder enige vorm van opsmuk zwoegen Fogerty (in toepasselijk houthakkershemd), zijn oudere broer Tom (gitaar), Stu Cook (bas) en Doug Clifford (drums) zich door een puike dwarsdoorsnede van hun eerste albums. Werkemansrock zoals het ooit was bedoeld: geen hoogdravende gedachtegangen, moeilijkdoenerij of valse pretenties, gewoon handen uit de mouwen en bloed, zweet en tranen geven.

Van tevoren belicht deze aangeklede concertfilm van Bob Smeaton de kennismaking van het viertal uit El Cerrito in Californië met de Europese steden Kopenhagen, Stockholm, Berlijn, Parijs en Rotterdam, waar ze als archetypische Amerikaanse toeristen rond lijken te banjeren. Daarna schetst hij hun jarenlange pogingen om door te breken, als achtereenvolgens The Blue Velvets, Tommy Fogerty and The Blue Velvets en The Golliwogs. Pas als The Beatles vanuit Engeland een beatrevolutie ontketenen vindt de band zijn uiteindelijke vorm als Creedence Clearwater Revival.

Met John Fogerty, en diens schuurpapieren stem, als blikvanger werpen ze zich op als glorieuze vertolkers van andermans werk (Suzie Q, I Put A Spell On You, The Midnight Special en I Heard It Through The Grapevine) en schrijven ze zelf songs die weer door anderen zullen worden geïnterpreteerd (Proud Mary, Fortunate Son en Have You Ever Seen The Rain?). CCR wordt een beeldbepalende band die, hoewel tegenwoordig enigszins in de vergetelheid geraakt, glorieert op het snijvlak van de jaren zestig en zeventig, de tijd van Vietnam, Woodstock en… radiorock.

Smeaton laat in deze docu vooral de bal het werk doen en vertrouwt erop dat Creedence Clearwater Revivals oorspronkelijke concertmateriaal, aangevuld met tamelijk obligate interviewtjes van tijdens de Europese tournee van 1970, de magie van weleer oproept. En dat werkt, inderdaad, héél aardig.

Super League: The War For Football

Apple TV+

Europese voetbalgrootmachten kunnen het zich eigenlijk niet meer permitteren om te verliezen. De financiële huishouding van topclubs zoals Real Madrid, Manchester City en Juventus is gebaseerd op zoveel vaste inkomsten dat ze een verplicht aantal topwedstrijden per jaar moeten spelen. In de Champions League kan het echter nog steeds gebeuren, al lijkt alles erop gericht om de kans daarop te minimaliseren, dat een potentiële winnaar voortijdig strandt tegen een kleinere club.

Om elke vorm van toeval of risico voortaan helemaal uit te sluiten, ontwikkelt een select gezelschap topclubs in 2020 een geheim plan voor een eigen competitie, die alleen toegankelijk is voor de allerrijksten (en dus: allerbesten): de Super League. Dat is tegen het zere been van zo’n beetje elke andere Europese club en de organisator van de Champions League, de UEFA. ‘Een fluim in het gezicht van iedereen die van voetbal houdt en van onze samenleving’, noemt Aleksander Ceferin, de Sloveense voorzitter van de Europese voetbalbond, het idee zelfs. Hij slaat een opmerkelijk populistische toon aan, die toch echt op gespannen voet staat met de staat van dienst van zijn eigen organisatie. ‘Wij zullen niet toestaan dat ze het voetbal van ons afpakken.’ 

Daarmee speelt Ceferin, slim dan wel oprecht, in op het sentiment van gewone voetballiefhebbers: dat het internationale voetbal steeds meer doorgestoken kaart wordt, waarbij de rijke clubs zich niets aan de anderen gelegen laten liggen en zo de volkssport voetbal wel eens de doodssteek zouden kunnen toebrengen. Aleksander Ceferin voelt zich in het bijzonder verraden door Juventus-voorzitter Andrea Agnelli. De man die hij beschouwde als een persoonlijke vriend heeft achter zijn rug geprobeerd om het hart uit de UEFA te snijden. En de Italiaan en zijn medestanders zijn dan weer van mening dat de voetbalbond een ideale kans laat lopen om het voetbal, dat volgens hen minder populair aan het worden is, grondig te vernieuwen.

Juist daar zit ook de kracht van de vierdelige serie Super League: The War For Football (232 min.), van Jeff Zimbalist (Favela Rising, The Two Escobars en The Line). De verschillende hoofdrolspelers komen hoogstpersoonlijk aan het woord en krijgen de ruimte om hun gezichtspunt over het voetlicht te brengen. Daarmee kan de miniserie – die is opgebouwd rond de ontwikkelingen tijdens vier turbulente dagen in april 2021, waarop het idee van de Super League uitlekte en vervolgens in het gezicht van de bedenkers ontplofte – bijna doorgaan voor een sportvariant op een productie van Brook Lapping, het Britse productiehuis dat zich profileert met documentaires over grote geopolitieke onderwerpen en daarbij de machthebbers zelf aan het woord laat.

Zimbalist heeft zowel de voorzitters van Real Madrid, Juventus en Barcelona als hun tegenpolen bij de UEFA, de Spaanse voetbalbond La Liga en clubs als Paris Saint-Germain, Bayern München en Ajax voor de camera gekregen. Samen met kritische volgers van het internationale voetbal en vertegenwoordigers van supporters geven zij inzicht in een keiharde business, waarbinnen ‘sugar daddy’s’, kiene ondernemers en dubieuze staten zich hebben opgeworpen als de nieuwe eigenaars van clubs die ooit van gewone voetballiefhebbers waren. Een wereld ook waarin de sport zelf nauwelijks ter zake lijkt te doen en werkelijk alle bestuurders, die van de UEFA en de wereldvoetbalbond FIFA beslist niet uitgezonderd, een berg boter op het hoofd hebben.

Dat is intrigerende materie: een soort Succession of House Of Cards binnen de voetballerij, waarbij ongegeneerde machtspolitiek, überkapitalisme en broedermoord – allemaal in het belang van de sport natuurlijk – voor allerlei enerverende verwikkelingen zorgen. Zimbalist bouwt daarmee een scherpe, kek vormgegeven en meeslepende vertelling, waarin de strijd om de Super League werkt als een breekijzer om de deur naar de bestuurskamer van de internationale voetballerij open te wrikken. Daar wikt en beschikt een op zichzelf betrokken herensociëteit over de toekomst van de sport die zichzelf nog altijd wijsmaakt dat ze van het gewone volk is.

Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes

Netflix

De documentaire als bijsluiter voor een op ware gebeurtenissen gebaseerde dramaproductie. Is het (meer dan) een doorzichtige poging om het momentum rond een nieuwe titel te verlengen? Bij Netflix lijkt er in elk geval sprake van een voorzichtige trend. Thai Cave Rescue werd bijvoorbeeld vergezeld door The Trapped 13: How We Survived The Thai Cave. Bij Blonde hoort The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes. En Extremely Wicked, Shockingly Evil And Vile heeft als ‘companion documentary’ Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

En dat laatste trucje was blijkbaar voor herhaling vatbaar. Want enkele weken na de omstreden serie Dahmer – waartegen slachtoffers van de Amerikaanse seriemoordenaar onlangs luidkeels protesteerden omdat ze van mening zijn dat hun persoonlijke leed, opnieuw, wordt geëxploiteerd voor een ‘lekker’ smeuïge true crime-productie – volgt Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes (180 min.). Daarbij kun je natuurlijk dezelfde bedenkingen hebben: is het werkelijk nodig om alle gruweldaden van de gestoorde killer wederom op te rakelen?

Dat is beslist een relevante vraag, waarop schrijver dezes – veelpleger, als het gaat om het bekijken van misdaaddocu’s – het antwoord ook even schuldig moet blijven. En doet het er dan toe dat de driedelige serie van Joe Berlinger, een maker met een aanzienlijk true crime-strafblad (behalve de Conversations With A Killer-series over Bundy en John Wayne Gacy ook de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en de franchise Crime Scene), zeer kundig is gemaakt en de wereld van de psychopaat, met behulp van 32 uur opnames van gesprekken die hij tussen juli en oktober 1991 had met zijn advocate Wendy Patrickus, overtuigend oproept?

De nadruk ligt wel volledig bij Jeffrey Dahmers duistere geest en zijn huiveringwekkende daden. De slachtoffers, veelal jonge homoseksuele mannen van kleur, worden nooit meer dan pionnen in het Duivelse spel van – opgepast: schokkende seriemoordenaarsnaam op komst! – ‘The Milwaukee Cannibal’. Net zoals ze dat voor hemzelf waren als hij in zijn donkerste ‘Exorcist’-modus kwam. En ook voor al die voormalige politiemensen, advocaten en psychiaters, die steeds blijven opdraven in dit soort horrorverhalen en daar bijna een carrière aan hebben overgehouden, lijken ze soms een soort ‘materiaal’ geworden, personages in het signatuurverhaal van hun (professionele) leven.

Een gruwelijke geschiedenis rond een bijzonder kwetsbare groep Amerikaanse jongens/mannen, die destijds het HIV-virus op afstand moest zien te houden en die in de publieke ruimte nauwelijks werd beschermd door de politie, wordt zo, met al z’n ongelooflijke ontwikkelingen en gore details, op een verwrongen manier ‘sexy’ gemaakt. Net als de omstreden serie Dahmer dus: kijkvoer om bij weg te kijken of blijven. Dat wil alleen – de menselijke geest, ook de mijne, is nu eenmaal zwak – niet helemaal lukken.

One Day Since Yesterday – Peter Bogdanovich And The Lost American Film

Je hebt geen idee wie je bent, zei Orson Welles in de jaren zeventig tegen hem. En inderdaad, bevestigt filmregisseur Peter Bogdanovich in de documentaire One Day Since Yesterday – Peter Bogdanovich And The Lost American Film (59 min.) van Bill Teck uit 2014, in zijn gouden jaren voelde hij zich nooit op z’n plek. ‘Het was alsof iedereen me haatte of op een vreemde manier aankeek. Ik voelde me altijd ongemakkelijk. Behalve als ik alleen was met Cybill.’

De jonge, behoorlijk zelfvoldane Bogdanovich had werkelijk alles: succes, aandacht én Cybill Shepherd, de glamoureuze actrice die een groot deel van de seventies zijn muze en geliefde zou zijn. Bioscoopsuccessen stapelden zich intussen op: van Paper Moon en The Last Picture Show tot What’s Up, Doc?. En toen begon hij aan They All Laughed (1981), een film die door menigeen wordt beschouwd als de laatste film van de jaren zeventig, het decennium waarin eigenzinnige regisseurs de macht grepen in Hollywood en de ene na de andere messcherpe klassieker afleverden.

Tijdens de filmopnames werd Peter Bogdanovich (1939-2022) smoorverliefd op Dorothy Stratten, een beeldschone blondine die al Playboy’s Playmate Of The Year was geweest en nu een filmcarrière ambieerde. Nog vóór hun gezamenlijke project kon worden afgerond werd zij echter vermoord door haar voormalige echtgenoot Paul Snider. Daarna braken er inktzwarte jaren aan voor Bogdanovich, een periode waarin hij zichzelf en zijn carrière even helemaal kwijtraakte. Hij schreef wel een boek over zijn tragische liefde: The Killing Of The Unicorn.

Dit verhaal – van een leven en loopbaan die door een persoonlijk drama helemaal ontsporen – wordt geïllustreerd met veel speelfilmfragmenten en setfoto’s en vervolgens ingekaderd door de man zelf, zijn zus en z’n dochters, waarbij ook persoonlijke medewerkers, collega’s als Quentin Tarantino, Wes Anderson en Noah Baumbach en acteurs waarmee de filmmaker meermaals werkte, zoals Jeff Bridges, Ben Gazzara en Cybill Shepherd, hand- en spandiensten verrichten. Peter Bogdanovich wordt zo de held die zich niet klein laat krijgen. Net als in de film.

En dan blijkt Dorothy Stratten een jongere zus te hebben: Louise.

The Anarchists

Vanaf 11 juli op HBO Max

De naam zegt eigenlijk genoeg: Anarchapulco, een conventie voor anarchisten die sinds 2015 jaarlijks wordt georganiseerd in de Mexicaanse badplaats Acapulco. ‘Fuck The State’ dus – met zelfverklaarde ‘freedom fighters’ zoals de belastingweigeraar Larken Rose, ontscholingspropagandist Dayna Martin en crypto-evangelist Joby Weeks – maar natuurlijk ook Going loco in Acapulco. Een feest zonder weerga, voor de happy few die ‘t zich kunnen veroorloven. Dat wel in ellende móet eindigen.

Anders zou er natuurlijk ook geen zesdelige documentaireserie over worden gemaakt: The Anarchists (317 min.). Filmmaker Tod Schramke is daarvoor in totaal zes jaar lang aangesloten bij Anarchapulco’s kernfiguren: de gefortuneerde Canadese oprichter Jeff Berwick, het organiserende echtpaar Lisa en Nathan Freeman en de dwarse crusties Lily Forester en John Galton. Hij ziet hoe de vanuit een utopisch ideaal (?) opgestarte anarcho-kapitalistische gemeenschap gaandeweg helemaal ontspoort.

Met idealen hebben de verwikkelingen in Anarchapulco al snel weinig meer te maken. Er ontstaat tweespalt in de vrijheidslievende enclave, waar het leven in eerste instantie goed lijkt, (behalve wat gehandel in Bitcoins) nauwelijks wordt gewerkt en een gezamenlijke vijand de boel bij elkaar houdt: de staat. Het is een levenshouding, veelal ingenomen vanuit pure frustratie of ongebreideld egoïsme, die onvermijdelijk herinneringen oproept aan die ene ontluisterende oneliner: wanneer iemand zegt dat hij van vrijheid houdt, dan bedoelt-ie niet jouw vrijheid.

Schramke graaft (heel treffend) niet al te diep naar de achtergronden van het anarchisme dat de naar Acapulco uitgeweken Amerikanen aanhangen, maar melkt de spanningen tussen de verschillende facties, en de drama’s en dreiging van geweld die daarmee gepaard gaan, wel helemaal uit. The Anarchists, opgeleukt met allerlei kleurrijke personages en enkele geanimeerde sequenties, begint daardoor gaandeweg steeds meer te trekken en gaat uiteindelijk, net zoals het fenomeen Anarchapulco zelf, als een nachtkaars uit.

Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song

IDFA

John Cale, Jeff Buckley en zelfs Shrek moesten eraan te pas komen, maar toen werd Leonard Cohens Hallelujah dan toch echt een absolute evergreen, die via televisieprogramma’s als The Voice, X Factor en – pak ‘m beet – Matthijs Gaat Door definitief zijn weg naar het grote publiek zou vinden. Het zorgde voor ‘een mild gevoel van wraak’ bij de Canadese zanger-songschrijver. Zijn eigen platenmaatschappij Columbia Records had de bijbehorende langspeler Various Positions, kant en klaar en dus allang betaald, in 1984 niet willen uitbrengen. Columbia’s baas Walter Yetnikoff vond het een waardeloze plaat en wilde er geen cent meer aan uitgeven.

Via een glorieuze omweg zou de wereld Hallejujah dus alsnog ontdekken. Het betekende ook eerherstel voor producer/arranger John Lissauer. Zijn bemoeienis met Various Positions leek enige tijd de nekslag voor zijn florerende opnamecarrière. Hij is één van de ‘helden’ van Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song (118 min.) – in zoverre een documentaire over zo’n uitgesproken persoonlijkheid als Cohen nog andere helden toelaat. Als dat zo is, dan verdient natuurlijk ook Jeff Buckley een eervolle vermelding. De begenadigde zanger, zoon van singer-songwriter Tim Buckley, leek de ideale vertolker van het Hallelujah-gevoel. Totdat hij in 1997 op slechts dertigjarige leeftijd een fatale duik in de Mississippi-rivier nam.

Deze film van Dan Geller en Dayna Goldfein start bij Cohens laatste uitvoering van Hallelujah op 21 december 2013, reconstrueert daarna met insiders als journalist Larry ‘Ratso’ Sloman, zangeres Judy Collins, ’s mans rabbi Mordecai Finley, samenwerkingspartner Sharon Robinson en ex-vriendin Dominique Isserman de loopbaan van de zwaarmoedige bard en werkt zo toe naar de conceptie en wedergeboorte van het lied, waaraan hij jaaaaaren werkte, dat wel 180 verschillende coupletten zou hebben gehad en waarvan sommige zinnen maar liefst 250 keer zouden zijn herschreven. Maar dan, zo wil de mythe, heb je ook wat.

Al heeft Bob Dylan zijn vrind Leonard naar verluidt wel eens ingewreven dat hij zijn eigen songs soms binnen een kwartier schrijft, gewoon achter in een taxi. Grootspraak meent de Ierse zanger Glen Hansard, die samen met vakbroeders zoals Brandi Carlile, Eric Church en Rufus Wainwright enthousiast de zegeningen van Cohens songschrijverschap telt in deze krachtige documentaire. Die vindt een slimme middenweg tussen een portret van de zanger/poëet en het verhaal van zijn signatuursong, waarin ‘s mans ‘holiness’ en ‘horniness’ perfect samenkomen. Één van de beste muziekfilms van het jaar.

In de documentaire Judges Under Pressure zit, voor de liefhebber, ook nog een heerlijke versie van Hallelujah. De woorden Andrzej en Duda, die samen de naam van de Poolse president vormen, blijken perfect in de melodie van Hallelujah te passen. En dan is er snel een zangeres gevonden…

The Line

Apple TV

Als ze Islamitische Staat in 2017 uit de Iraakse stad Mosul hebben verjaagd, lijkt het verhaal klaar voor team 7 van de Navy SEALs. Mission accomplished. Op dat moment begint het echter pas voor de Amerikaanse pelotonscommandant Eddie Gallagher en zijn elite-eenheid. De ervaren rot Gallager wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden. Door enkele leden van zijn eigen team, welteverstaan.

Die teamleden, en ook Gallagher zelf, komen aan het woord in The Line (226 min.), een vierdelige serie die is gebaseerd op de gelijknamige podcast. De ijzervreter, die van zijn ondergeschikten de bijnaam ‘El Diablo’ (de Duivel) heeft gekregen, kan niet begrijpen wat hij verkeerd heeft gedaan. Hij weet immers wat er van een man wordt gevraagd tijdens oorlog. En ze hebben hun missie toch tot een goed einde gebracht?

Gallaghers ondergeschikten verbazen zich er tegelijkertijd al heel lang over dat hij zo opzichtig pocht over het enorme aantal doden dat hij op zijn geweten heeft. Als ze eenmaal met hem in Irak zijn, zien de SEALs bovendien hoe Eddie een gewonde vijftienjarige krijgsgevangene doodsteekt, er een foto van maakt en die rondstuurt met de boodschap: ‘Deze heb ik te pakken gekregen met mijn jachtmes.’

Zijn teamleden hebben eveneens meegekregen hoe hij – voor de lol? – onschuldige Iraakse burgers neerschiet. Dat is niets minder dan moord met voorbedachte rade. Eddie bestrijdt dit echter met alles wat hij heeft. Als hij wordt opgepakt, zet zijn echtgenote Andrea direct een enorme Free Eddie-campagne op. Ze begint de klokkenluiders in de media bovendien weg te zetten als ‘millennial-SEALs’ die te laf zijn om echt te vechten.

In deze vierdelige serie proberen de documentairemakers Jeff Zimbalist en Doug Shultz er de vinger achter te krijgen wat er precies is gebeurd en hoe de zaak daarna is geëscaleerd. Ze hebben daarbij de beschikking over de oorspronkelijke verhoren en verklaringen in de rechtszaal, maar kunnen ook terugvallen op beelden die de militairen in Mosul hebben geschoten, onder andere met hun eigen helmcamera’s.

Naarmate The Line vordert, krijgt de serie steeds meer het karakter van een rechtbankdrama, waarin de verklaringen van Team Gallagher en de mannen die hem betichten van oorlogsmisdaden keihard botsen en – al dan niet bewerkte – getuigen voor onverwachte verhaalwendingen zorgen. De kwestie krijgt uiteindelijk zelfs een politieke lading als de Amerikaanse president Donald Trump zich er hoogstpersoonlijk mee bemoeit.

Het is een oncomfortabel verhaal, dat vrijwel alleen verliezers heeft opgeleverd. Waaronder, zo laat het zich tenminste aanzien, de waarheid. Dat wordt nog eens benadrukt in de epiloog waarin de zaak vanuit een geheel ander perspectief wordt belicht en Gallagher zelf nog heel even het achterste van zijn tong laat zien.

Tiger King 2

Netflix

Aan larger than life-personages was er al bepaald geen tekort in het eerste seizoen van de trashy bingehit Tiger King. Allereerst was er natuurlijk Joe Exotic zelf, de flamboyante, homoseksuele, country zingende, licht ontvlambare en altijd aandacht zoekende eigenaar van een privédierentuin in Oklahoma. Tussen het knuffelen met tijgers en leeuwen door zou hij een complot hebben gesmeed om Carole Baskin te laten vermoorden. Deze betweterige dierenrechtenactiviste, ook te zien in The Conservation Game, zou zelf dan weer een schimmige rol hebben gespeeld in de verdwijning van haar echtgenoot Don Lewis in 1997.

Rond dit tweetal had zich een bizarre verzameling typetjes verzameld: de kille Allen Glover werd ingehuurd als huurmoordenaar, maar bleek uiteindelijk toch niet op zijn taak berekend. James Garretson, een corpulente entrepreneur met niet al te veel smaak of ethiek, lapte Joe Exotic erbij en zorgde ervoor dat hij achter slot en grendel belandde. En would be-Hells Angel Jeff Lowe en zijn wulpse vriendin Lauren zouden hem dan weer op lafhartige wijze zijn dierentuin afhandig hebben gemaakt.

In Tiger King 2 (212 min.) wordt er nog een hele stoet andere profiteurs, lowlifes en wannabes aan deze dubieuze sterrencast toegevoegd. Terwijl Carole Baskin deelneemt aan Dancing With The Stars krijgt Joe Exotic bijvoorbeeld plotseling steun van ene Eric Love, een aalgladde cowboy die hij nog nooit heeft ontmoet. Met zijn ‘Team Tiger’ begint Love desondanks druk voor gratie te lobbyen bij president Trump. Hij reist op 6 januari 2021, de dag van de bestorming van het Capitool, zelfs in een speciaal vliegtuig, de ‘Exotic 1’, naar Washington om een handtekening onder Exotics gratieverzoek te krijgen.

Intussen krijgen de drie dochters van Don Lewis in hun zoektocht naar wat er bijna 25 jaar geleden is gebeurd met hun vader spontaan ‘hulp’ van privédetective Jerry Mitchell, internetspeurder Ripper Jack en ‘helderziende detective’ Troy Griffin. Schimmige figuren die vooral een plek in deze ranzige docusoap lijken te willen bemachtigen en die daarin ook alle ruimte krijgen van de makers Eric Goode en Rebecca Chaiklin. John Phillips, de advocaat die de nabestaanden van Lewis bijstaat, is de erven Lewis uiteindelijk toch te mediageil. Nadat hij voor zijn diensten is bedankt, gaat hij dus Joe zelf maar bijstaan – en blijft zijn bijrol in Tiger King verzekerd.

Joe Exotic, die alleen via de gevangenistelefoon kan participeren in de serie, krijgt in dit tweede seizoen zelf overigens serieuze concurrentie: zijn dwarse collega Tim Stark, die zich vreemd genoeg volledig vereenzelvigt met Johnny Cash’s A Boy Named Sue, blijkt al net zo’n meester in het veroorzaken van het soort commotie dat Goode en Chaiklin nodig hebben om weer vijf nieuwe afleveringen te vullen. Waarbij steeds nadrukkelijker de vraag opspeelt of Tiger King de weerslag is van wat er sowieso zou zijn gebeurd in de louche wereld van de grote katachtigen of dat al die spannend bedoelde verwikkelingen, al dan niet met medeweten van de makers, speciaal voor de serie in scène worden gezet.

Toneelstukjes of niet, elke vorm van entertainment, spanning en humor, die van dat eerste Tiger King-seizoen nog een ‘guilty pleasure’ maakte, is uit dit bloedeloze vervolg verdwenen. De bekende verhaallijnen voelen uitgekauwd, het nogmaals afspeuren van doodgelopen sporen levert nauwelijks iets op en de nieuwe intriges willen maar niet beklijven. Dan resteert plat kijkvermaak dat niet eens vermaakt.

De Tiger King-franchise heeft inmiddels ook een echte spin off, die zich volledig concentreert op een kwestieus bijpersonage uit de oorspronkelijke serie, de flamboyante eigenaar van Myrthle Beach Safari en het grote voorbeeld van Joe Exotic: Tiger King: The Doc Mantle Story.

Raising A School Shooter

Na zedendelinquenten (Pervert Park, 2014) en ouders die (mede)schuldig zijn aan de dood van hun kind (Death Of A Child, 2017) rondt het Deense echtpaar Frida en Lasse Barkfors z’n trilogie over sociale stigma’s af met alweer een hartbrekende film: Raising A School Shooter (69 min.).

Op 20 april 1999 richtte Sue Klebolds zeventienjarige zoon Dylan samen met klasgenoot Eric Harris een bloedbad aan op de Columbine High School in Colorado. ‘Ze hadden de bedoeling om iedereen op school te doden en de school zelf te verwoesten’, zegt Sue. ‘En als ik ergens in dit proces iets van dankbaarheid kan voelen, dan is het over het feit dat dat is mislukt.’ Dylan en Eric doodden uiteindelijk twaalf studenten en een leraar. En meer dan twintig mensen raakten gewond voordat het dodelijke tweetal de hand aan zichzelf sloeg.

Andy, de vijftienjarige zoon van Jeff Williams, trok op 5 maart 2001 een spoor van vernieling door de Santa Fe High School in Californië. Hij liet twee doden, dertien gewonden en een ontredderde vader achter. Met al even snode plannen betrad Clarence Elliots zestienjarige zoon Nicholas op 16 december 1988 de Atlantic Shores Christian School in Virginia. Hij droeg drie brandbommen, een semiautomatisch pistool en tweehonderd kogels bij zich. Zo bezien bleef de schade beperkt: een dode en een gewonde leraar. En een jongen die voor de rest van zijn leven de gevangenis inging.

De daden van hun kinderen werden de ouders zwaar aangerekend. Natuurlijk. Want zo gaat dat: ook voor ogenschijnlijk irrationele daden zoeken we rationele redenen. De opvoeding, daaraan moest het dus wel liggen. En daarmee moesten zij, ouders die de ellende ook op geen enkele manier aan hadden zien komen, maar zien te dealen. Naast het rouwproces dat ze sowieso al doormaakten: ontkenning, teleurstelling, onbegrip, schuldgevoelens, woede en acceptatie.

Die komen in deze stemmige vertelling stuk voor stuk uitgebreid ter sprake en worden door Frida en Lasse Barkfors gepaard aan intieme beelden van het huidige bestaan van hun protagonisten, die nog altijd dagelijks het gewicht met zich meetorsen van de onbegrijpelijke daden van hun kind. Dat vraagt immens veel van een mens. Zoals Sue Klebold het naar haar zoon Dylan verwoordde tijdens diens uitvaart: help het me begrijpen! ‘En dat is inderdaad de missie van mijn leven geworden.’

The People V. The Klan

CNN

Beulah Mae Donald uit Mobile, Alabama staat er in 1981 op dat de kist van haar vermoorde zoon Michael openblijft. Zoals ook Mamie Till dat ruim 25 jaar eerder had afgedwongen toen haar veertienjarige zoon Emmett was gelyncht omdat hij een wit meisje zou hebben nagefloten. De hele wereld moet zien hoe hun kinderen eerst bruut zijn afgeslacht en vervolgens genadeloos tentoongesteld. Puur en alleen vanwege hun huidskleur.

Deze moedige moeders hebben sindsdien tragische navolgers gekregen met #BlackLivesMatter-boegbeelden als Gwen Carr (Eric ‘I can’t breathe’ Garner), Wanda Johnson (Oscar Grant) en Tamika Palmer (Breonna Taylor). Documentairemaker Donnie Eichar legt in The People V. The Klan (168 min.) niet voor niets voortdurend de verbinding tussen de pogingen van Beulah Mae Donald om de moordenaars van haar zoon veroordeeld te krijgen en gebeurtenissen in het heden, waarbij het moderne lynchen gebeurt met een taser, wurggreep of politiepistool.

Deze vierdelige serie plaatst de lynching van Michael Donald ook overtuigend binnen de inktzwarte historie van Alabama, waar gouverneur George Wallace ooit ferm de overtuiging ‘segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ uitsprak, Martin Luther Kings protestmars van Selma naar Montgomery op Bloody Sunday rücksichtslos werd neergeslagen en de Ku Klux Klan jarenlang ongestraft zijn gang kon gaan, met als absoluut dieptepunt een bomaanslag op de 16th Street Baptist Church, waarbij vier zwarte meisjes om het leven kwamen.

Via gesprekken met familieleden van Donald en Till, politieagenten, openbaar aanklagers, advocaten, activisten, voormalige Klan-leden en voormalig minister van justitie Jeff Sessions, die toentertijd hulpofficier van justitie was in Alabama, ontvouwt zich in deze sterke productie een tragische geschiedenis, die van Beulah Mae Donald een krachtige heldin zal maken. Uiteindelijk reikt haar strijd om gerechtigheid ook voorbij de individuele Klan-leden. Ze wil de KKK zelf laten betalen voor de haat die ze al die jaren heeft gezaaid.