Tina In Sexbierum

VPRO / vanaf donderdag 7 mei, om 21.20 uur, op NPO3

Haar vrienden voorspellen dat ze binnen de kortste keren terug komt naar Amsterdam. Met hangende pootjes, natuurlijk. Want wat heeft zij als Iraanse kunstenares nu te zoeken in – ongemakkelijke stilte, nauwelijks onderdrukte lach of misprijzende blik – een dorp in Friesland? Tina Farifteh (Kitten Of Vluchteling?) gaat het desondanks proberen in het verre Noorden, waar ook nog Nederlanders schijnen te wonen.

In Sexbierum sluit ze vriendschap met de aimabele aardappelboer Auke. Zijn hele familie, inclusief zijn vrouw, ligt begraven in het Friese dorp. En Auke, inmiddels al even in de tachtig, straks ook. ‘Ik wil hier ook koste wat het kost niet vandaan’, zegt hij stellig. Zij krijgen hem echt met nog geen honderd paarden Sexbierum uit. ‘Zelfs jij niet.’ Auke is weleens in Amsterdam geweest, vertelt hij lachend, maar dan wil ie meestal al snel weer terug naar huis. ‘Dan begonnen we halverwege de Afsluitdijk het Friese volkslied weer te zingen.’

Die dijk is Tina, op zoek naar een betaalbare woning, nu ook overgestoken. In Amsterdam heeft ze zich nooit ‘de ander’ gevoeld. Lukt het haar in Sexbierum ook om onderdeel te worden van de ‘Mienskip’, de plaatselijke gemeenschap? Dat lijkt tevens de centrale vraag van de driedelige serie Tina In Sexbierum (95 min.). Kan zij zich als ontwortelde vrouw thuis voelen in de provincie – en buiten haar eigen bubbel? Samen met de plaatselijke bevolking, enkele ‘Hollanders’ en andere import tast Farifteh de grenzen af.

Is het Sinterklaasfeest in Sexbierum bijvoorbeeld een beetje met z’n tijd meegegaan? En in hoeverre is integratie in het Friese dorp werkelijk een proces dat van beide kanten komt? Wat valt er op dat gebied te leren van de fanfare, die is samengegaan met twee andere verenigingen? Naarmate de miniserie vordert, krijgt die ook meer scherpe randjes – niet in het minst omdat de situatie in Fariftehs geboorteland Iran steeds verder ontspoort en zij zich daardoor nog eens extra realiseert waar ze vandaan komt en waar ze nu is beland.

Ver van Teheran verlangt ‘Onze Vrouw in Friesland’ naar een thuisgevoel, waarin al wat zij is op een vanzelfsprekende manier samenkomt. Ze drukt die behoefte uit in een theatrale apotheose, de zorgvuldig gechoreografeerde ontmoeting tussen haar twee werelden waarmee Tina in Sexbierum, onderdeel van een gelijknamig transmediaal project, wordt afgerond. Die voelt enigszins als een Fremdkörper, niet in het minst omdat de held van deze fijne serie, haar steun en toeverlaat Auke, dan even ontbreekt.

Marlon Brando In Paradise

TVF / vrijdag 1 mei, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Als de Amerikaanse steracteur Marlon Brando (1924-2004) tijdens opnames voor de Hollywood-film Mutiny On The Bounty begin jaren zestig in de Stille Zuidzee stuit op het prachtige eiland Tetiaroa, weet hij direct: dit is de plek voor mij. Enkele jaren later koopt Brando het paradijselijke oord daadwerkelijk aan.

Het is de vervulling van een jeugddroom: als getroebleerde tiener droomde hij al regelmatig weg bij foto’s van Tahiti. De eilandengroep appelleert ook aan Brando’s geknakte ambitie om wetenschapper te worden en zo een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van de aarde. Het Frans-Polynesische koraaleiland Tetiaroa kan een thuishaven worden voor wetenschappelijke experimenten, bedreigde diersoorten en nieuwe vormen van toerisme (die al snel onbetaalbaar blijken).

Het postume portret Marlo Brando In Paradise (52 min.) van Dirk Heth en Silvia Palmigiano behandelt ‘s mans filmcarrière – die resulteert in klassiekers zoals On The Waterfront, The Godfather en Apocalypse Now – vooral als een decor waarin zijn idealisme, sociale bewogenheid en milieubewustzijn tot volle wasdom kunnen komen. Hij is, in de woorden van zijn biograaf Susan Mizruchi (Brando’s Smile), de eerste ‘celebrity do-gooder’ – en daardoor ook bepaald niet onomstreden.

Als Brando in 1973 bijvoorbeeld weigert om de Oscar voor zijn rol als maffiabaas Don Corleone te accepteren en in zijn plaats een vertegenwoordigster van de Native Americans naar de uitreiking stuurt om de Amerikaanse filmindustrie te bekritiseren, wordt hem dat zeker niet door iedereen in dank afgenomen. Buiten Hollywood voelt Marlo Brando zich duidelijk meer senang. Op Tetiaroa kan hij de man zijn die hij diep in zijn hart wil zijn – ook al blijken niet al zijn ideeën levensvatbaar.

Toch leeft ‘s mans droom, ruim twintig jaar na zijn dood, daar nog altijd voort, getuige bijvoorbeeld The Tetiaroa Society en The Brando Resort. De drijvende krachten achter deze initiatieven, alsmede Brando’s dochter Rebecca, krijgen in deze aardige film over één van de meest uitgesproken mannen van Hollywoods gouden jaren dan ook de rol die doorgaans aan insiders van de filmbusiness is voorbehouden: het inkaderen van de held en op gepaste wijze lof over hem uitstrooien.

Één ding is zeker, stelt zijn voormalige personal assistant Avra Douglas nog: Marlon Brando sprak over zo ongeveer alles liever dan over acteren.

Trailer Marlon Brando In Paradise

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

EPIC: Elvis Presley In Concert

Neon

Wanneer hij het podium verlaat, als een veldheer na alweer een zegetocht, beloont ie sommige vrouwelijke fans met een kus. Een enkeling probeert daar een heuse zoen van te maken. En hij stribbelt dan niet tegen. Want de Elvis Presley van EPIC: Elvis Presley In Concert (96 min.) is (nog) niet de Elvis die we sindsdien zijn gaan associëren met Las Vegas: een karikaturale, volgevreten en lamgeslagen showbizzbeest, dat in niets meer doet denken aan de viriele rockgod met de soepele stem, het gebronsde gelaat en de op hol slaande heupen van twintig jaar eerder.

Hier staat nog altijd een rasperformer, vereeuwigd in de periode 1970-1972, die weliswaar ouder en wijzer is geworden, maar desondanks topfit oogt. On top of his game – en dus ook nog altijd onweerstaanbaar voor vrouwelijke fans, die soms bijna in katzwijm dreigen te vallen onder zijn aanblik of het spontaan op een gillen zetten. Terwijl regisseur Baz Luhrmann, die eerder ook de speelfilm Elvis (2022) maakte, ‘The King of Rock & Roll’ bijna halverwege deze docu devote fans laat begroeten, mag hij buiten beeld vertellen over zijn jeugd. ‘Ik was helemaal niet populair’, herinnert Presley zich. ‘Ik had geen vriendinnetje op school.’ Een halve eeuw later eten de meisjes ongegeneerd uit zijn hand.

Het hart van EPIC wordt gevormd door concertfragmenten van deze geïnspireerde Elvis, aangetroffen in een vergeten hoekje van zijn nalatenschap en slim versneden met beelden van de bijbehorende repetities, waarin hij lekker geint met zijn bandleden en oprecht lijkt te genieten van het samen musiceren. Luhrmann kleedt zijn enerverende optredens verder aan met een persconferentie, archiefinterviews, oude televisieoptredens en dus een monologue intérieur. Waarin de man die, zo laat het zich vooralsnog aanzien, ondanks zijn dood in 1977 altijd zal blijven bestaan op een aardse manier de balans opmaakt van een leven in sneltreinvaart, dat daarna snel zijn eindstation zal bereiken.

Hij is ‘maar een entertainer’, laat ie zelf niet na om te zeggen. Met dampende uitvoeringen van You’ve Lost That Loving Feeling, Burning Love en Suspicious Minds toont deze concertfilm deluxe echter overtuigend aan dat Elvis Presley als entertainer nauwelijks z’n gelijke kent.

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.

Mijn Broer

Koert Davidse

Thuis in het Zeeuwse dorp ‘s-Heer Hendrikskinderen hebben zijn ouders nooit een groot probleem gemaakt van de homoseksualiteit van Bart Davidse. Voor hen blijft de oudere broer van filmmaker Koert Davidse gewoon Bart. Ze spreken alleen nooit over zijn geaardheid. Ook niet als hij, inmiddels als kunstenaar woonachtig in Amsterdam, besmet raakt met het HIV-virus.

In het dagboek van zijn vader leest Koert een kleine veertig jaar later dat die boodschap wel degelijk is overgekomen. ‘Bart belt om zeven uur dat hij weer ernstig ziek is’, schrijft pa begin 1986, het jaar waarin zijn zoon op slechts 28-jarige leeftijd zal overlijden, in het dagboek waarin hij het leven en werk in hun tuinderij documenteert. ‘Zware koorts. Dat is al de derde maal binnen één maand. Wij zijn erg bang dat hij AIDS heeft.’

Als familie weten zij zich geen raad met de situatie. ‘Ik weet nog heel goed dat ik met ma bij Bart zijn bed zat’, herinnert Koert zich. ‘Hij lag op de IC. Toen liep er een traan uit zijn oog.’ Als z’n moeder die wil wegvegen, houdt Koert haar tegen, bang voor besmetting. ‘We wisten dus echt niks van AIDS’, constateert hij nu, vol schaamte. ‘Echt verschrikkelijk!’ ‘Ja’, reageert zus Karin, terwijl ze strak voor zich uit kijkt. ‘Klopt.’

Samen met Karin, hun andere zus Wilma en vrienden uit Barts andere leven in Amsterdam reconstrueert Davidse het veel te korte bestaan van zijn grote broer. In de hoofdstad zal Bart zich vestigen als kunstenaar en kan hij zich uitleven in darkrooms, leerbars bezoeken en cruisen op straat. En daar, in dat Sodom en Gomorra, ligt volgens de veelal vrome mensen uit z’n geboortedorp ook de oorsprong van zijn ondergang.

In Mijn Broer (83 min.) onderzoekt Koert Davidse de enorme afstand tussen Barts levens, die na het overlijden van zijn broer ernstig opspeelt. De Zeeuwse begrafenisondernemer blijkt bijvoorbeeld niet bereid om zijn lichaam op te halen. En er is eigenlijk ook geen kerk die de uitvaart wil verzorgen. Behoedzaam waadt deze delicate film door dat ongemakkelijke verleden, met oog voor beide kanten van het verhaal.

Davidse ondersteunt zijn relaas met live geënsceneerde foto’s, die dierbare herinneringen aan het leven met zijn broer en belangrijke momenten uit zijn beladen ziekteproces en afscheid representeren. Tegelijkertijd maakt hij ook weer kennis met die broer via zijn kunst en bezittingen, die tezamen zijn opgenomen in de expositie Bart Davidse: Een Leven In Beelden, die zijn bewonderde broer weer tot leven wekken.

En met hem wordt ook die traumatische episode uit de wereldwijde queerhistorie, nog niet eens zo lang geleden, weer uitgelicht. Als een dodelijke ziekte ook in Nederland homo’s nog eens extra tot outcast verklaart.

June

Paramount

Bij de gedachte aan June Carter Cash (1929-2003) ziet menigeen waarschijnlijk Reese Witherspoon voor zich, de actrice die haar vol verve vertolkte in de biopic van haar echtgenoot, Walk The Line. Of ze denken gewoon aan hem, de Amerikaanse countrylegende Johnny Cash. Het duurt echter ruim een half uur voordat de illustere zanger met die uit duizenden herkenbare, aardedonkere stem haar levensverhaal binnenstapt in de documentaire June (98 min.). Met, natuurlijk, de iconische woorden: ‘Hello, I’m Johnny Cash’.

Het is dan 1956 en June heeft er al een half leven opzitten: ze groeit op als lid van de befaamde folkgroep The Carter Family, wordt daarna als komisch talent ontdekt in de befaamde Grand Ole Opry in het countrymekka Nashville en is dan al aan haar tweede huwelijk bezig – en heeft als gevolg daarvan ook twee dochters, Carlene en Rosie. Na enige tijd afhouden kan ze ‘The Man in Black’ begin jaren zestig echter niet meer weerstaan – ook al is hij een onverbeterlijke junk. De real life-versie van Walk The Line staat op het punt om te beginnen.

Als hij ein-de-lijk is afgekickt, leven ze nog lang en gelukkig. Althans, in de sprookjesversie van hun leven, zoals één van de sprekers in deze documentaire van Kristen Vaurio de speelfilm met Joaquin Phoenix als Cash en Witherspoon als zijn onweerstaanbare echtgenote betitelt. Dat beeld is overigens ook al flink genuanceerd in The Gift: The Journey Of Johnny Cash (2019), tot nader order het definitieve portret van de muzikale legende Cash. June zal nog tot diep in de jaren tachtig heel wat te stellen hebben met de verslavingen van haar echtgenoot.

Intussen staat zij, de telg van een baanbrekende muzikale familie, ook volledig in zijn schaduw. Terwijl June – betogen hun kinderen, vrienden en bekende collega’s zoals Dolly Parton, Willie Nelson en Emmylou Harris – bijvoorbeeld zijn grootste hit Ring Of Fire heeft geschreven. Niet Johnny. Zij zal zich echter naar hem moeten plooien, Als een matrone blijft ze ook zijn leven bijsturen. ‘It’s hard to be Johnny Cash’, zegt June wel eens vergoelijkend over haar echtgenoot, volgens hun zoon John Carter Cash. Voor zichzelf huldigt ze een eenvoudig levensparool: Press On.

En met een soloalbum dat zo is getiteld wint ze in 1999, slechts enkele jaren voor haar dood, zowaar een Grammy Award, de kroon op een dienstbaar leven, als vrouw, moeder en artiest, dat in deze film nu eens centraal wordt gezet. Haar man, die ’t nog maar een paar maanden zal volhouden zónder haar, heeft daarin slechts een bijrol. De belangrijkste bijrol, dat wel. Daarmee wordt June een prima tegenhanger voor The Gift – en voor My Darling Vivian (2021), het portret van de eerste vrouw van Cash, Vivian Liberto.

Muriel Leferle

La Sept Cinema / Double D Copyright Films

Meer dan de helft van deze film bestaat uit één enkel shot. Twee vrouwen, tegenover elkaar zittend. Van opzij gefilmd, aan een tafel met verder alleen een lamp en een telefoontoestel erop. In gesprek. De één, links, vertelt. De ander, rechts, vraagt. Het lijkt bijna een spel – vraag, antwoord, vraag… – maar zou bittere ernst moeten zijn. De jonge vrouw links, Muriel Leferle (76 min.), is aangehouden vanwege autodiefstal en probeert het achterste van haar tong niet te laten zien bij de mevrouw rechts, een psychologe die niet eens zoveel ouder lijkt, maar veel degelijker oogt.

Het gesprek is afkomstig uit Délits Flagrants, de klassieke direct cinema-film die Raymond Depardon in 1994 maakte over het Franse rechtssysteem. Daar zat dit verbale steekspel ook al in, terug gesneden tot enkele minuutjes. Nu is vrijwel het volledige gesprek van drie kwartier te zien. Plots dreigt Muriel daarin op te stappen. ‘Ik heb je dit alleen verteld omdat ik dacht dat dit onder ons zou blijven’, zegt ze tegen haar gesprekspartner – en voor Depardons geduldig registrerende camera. Of de psychologe haar aantekeningen niet kan verscheuren? ‘Ik ontken toch alles.’

Daarna volgen nog twee, veel kortere ontmoetingen. ‘Wat zal ik zeggen?’ zegt Muriel, als de assistent-aanklager haar confronteert met getuigen die verklaren dat ze op heterdaad is betrapt terwijl zij een gestolen auto probeerde te starten. ‘De waarheid, graag’, antwoordt de vrouw tegenover haar glimlachend. Muriel is wel wijzer. Ze houdt het bij: ‘Ik heb daarop niets te zeggen.’ Even later confronteert de aanklaagster Muriel met haar aanzienlijke strafblad, het gevolg van een hardnekkige drugsverslaving. Ze zal ditmaal, zoveel is duidelijk, niet ontkomen aan rechtsvervolging.

Tot slot ontmoet Muriel de advocaat, die haar is toegewezen voor de gang naar de rechter. Ze is bang dat ze nu niet aan een gevangenisstraf ontkomt. ‘Je gaat zeker naar de gevangenis als je de rechter onzin probeert te verkopen’, spreekt hij haar vermanend toe als ze hem een totaal ongeloofwaardig verhaal vertelt over haar aanwezigheid in die auto. In de rechtszaal zal Muriel toch echt met een betere verklaring moeten komen. Depardon kijkt intussen nog altijd mee. Als een, inderdaad, Franse Frederick Wiseman. Zonder in te grijpen, bijna dan, of de boel te verfraaien.

Net als Délits Flagrants (1994) en 12 Jours (2017), Depardons film over Fransen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting en in dat kader voor de rechter moeten verschijnen, toont Muriel Leferle (1999) de gewone feilbare mens tegenover het systeem, dat dan afwisselend z’n formele, bureaucratische en – hopelijk – menselijke gezicht toont. Er gebeurt helemaal niets en tegelijk van alles.

KIJK HIER: Muriel Leferle

Knokke In Cadzand

BNNVARA / D2D Media / woensdag 4 maart, om 20.25 uur, op NPO2

Ploegleider Maarten Molema ziet het met lede ogen aan. Als ze met de vrijwillige brandweer van Cadzand moeten uitrukken, heeft hij steeds minder mensen tot z’n beschikking. Totdat het eigenlijk niet meer verantwoord is.

Het Zeeuwse dorp is groter dan ooit, maar heeft feitelijk nog altijd maar zeshonderd vaste inwoners. Net als de nabijgelegen Belgische kustplaatsen herbergt Cadzand alsmaar meer zomerhuizen, vakantieappartementen en tweede woningen. Voor de lokale bevolking heeft dat nogal wat consequenties: een groot deel van het jaar staat het dorp een heel eind leeg, de huizen zijn onbetaalbaar geworden en plaatselijke voorzieningen, zoals de brandweer, zijn nauwelijks overeind te houden.

‘Het dorpsgevoel is helemaal weg’, zegt Molema in de documentaire Knokke In Cadzand (50 min.) van Ellis Smulders. ‘Het begint steeds meer op Knokke te lijken.’ Dat is niet bedoeld als compliment. De lokale makelaar Wim van Akker behoorde tot de architecten van dat nieuwe Cadzand. Toen Knokke helemaal volgebouwd leek, zag hij daarin een kans voor zijn eigen dorp, dat wel wat nieuwe impulsen kon gebruiken. Tegenwoordig verblijven er in het hoogseizoen zo’n zestigduizend mensen in Cadzand.

De kustlijn is er intussen, net als in België, bepaald niet mooier op geworden. En met die ‘verroompottisering’ zijn ook toeristen van het eerste uur, zoals het oudere Belgische stel Willy en Nicole, niet blij. Zij maken zich daarnaast zorgen over de stijgende kosten. Zo hebben alle hoofdpersonen van dit aardige portret van een dorp in transitie hun eigen gedachten bij het massale toerisme. Zonder kan Cadzand, dat ooit dreef op landbouw en visserij, niet meer, maar hoe voorkomen ze dat het dorp definitief z’n ziel verliest?

De geboren Cadzander Maarten Molema overweegt in elk geval om elders te gaan wonen. En het moment dat de lokale brandweerwagen niet meer kan uitrijden komt ook steeds dichterbij.

Murder In Glitter Ball City

HBO Max

Met enige goede wil kan de tragische vondst in het Victoriaanse huis van Jeffrey Mundt en Joey Banis in juni 2010 worden beschouwd als een verrijking van de plaatselijke folklore. De oude stadswijk Old Louisville, waar volgens Jan en alleman regelmatig geesten worden waargenomen, kan nog wel een ‘moordhuis’ gebruiken.

De plaatselijke schrijver David Dominé vertelt er graag over tijdens de rondleidingen die hij verzorgt door de grootste stad van Kentucky. Hij heeft eerder ook al een boek gewijd aan het lijk dat is aangetroffen op 1435 South 4th Street, de woning van het homoseksuele koppel: A Dark Room In Glitter Ball City. In het souterrain van Mundt en Banis blijkt al zo’n zes maanden het levenloze lichaam van Jamie Carroll verstopt te liggen. Door wie de ‘drag queen’ om het leven is gebracht, blijft echter ongewis. Daarover gaan héél verschillende verhalen de ronde.

Fenton Bailey en Randy Barbato beginnen hun tweedelige documentaire over deze moord eveneens bij Dominé, die de nare geschiedenis ook als verteller lekker opleukt en tevens de nodige ‘coureur locale’ toevoegt. De filmmakers borduren daarop lustig verder en laten kleurrijke inwoners van Old Louisville voorlezen uit zijn boek. Murder In Glitter Ball City (149 min.) begint daardoor bedrieglijk luchtig – al zit er vóór de rondgang langs al die paradijsvogels nog wel een intrigerende bekentenisvideo. Die zal een doorslaggevende rol spelen in de afwikkeling van de moord.

Deze video keert regelmatig, steeds op een nét iets andere manier, terug in de film én in de rechtszaal, waar de zaak definitief dient te worden beslecht. Daarvoor moet eerst de relatie tussen de ‘bad boy’ Joey en de braverik Jeffrey helemaal worden uitgevlooid. De punker met de hanenkam, tattoos en het strafblad versus een IT’er, die jarenlang aan de universiteit werkt en nu een bed & breakfast wil starten. Op het eerste gezicht ligt voor de hand wie Carroll naar de andere wereld heeft geholpen, maar een nadere blik op de kinky relatie van de twee zorgt toch voor twijfel.

Van een zwierige rondgang langs de bonte gemeenschap van Old Louisville is Murder In Glitter Ball City dan allang getransformeerd in een klassieke true crime-vertelling rond de vraag der vragen in misdaadverhalen: whodunnit?

How To Die In Oregon

HBO

‘It was easy, folks!’ zegt Roger Sagner, net voor hij zijn laatste adem uitblaast in de openingsscène van de aangrijpende documentaire How To Die In Oregon (107 min.) uit 2011. ‘It was easy.’ Even daarvoor heeft Roger, omringd door zijn naasten en enkele vrijwilligers van de ideële organisatie Compassion And Choices een drankje ingenomen, dat naar verluidt ‘houtachtig’ smaakt, om zijn leven te beëindigen.

Als de Amerikaanse staat Oregon halverwege de jaren negentig de Death With Dignity Act aanneemt, zijn er nog maar twee landen in de wereld – Zwitserland en Nederland – waar euthanasie is gelegaliseerd. Ruim vijftien jaar later hebben inmiddels ruim vijfhonderd ‘Oregonians’ de zachte dood gekregen die zij, gedwongen door de omstandigheden, hebben gezocht. Ze moeten het dodelijke middel uiteindelijk overigens wel zelf innemen. Hun artsen kunnen en willen zich nog niet wagen aan het verlenen van actieve hulp.

In deze film brengt documentairemaker Peter Richardson verschillende aspecten van dit delicate proces in beeld. Hij volgt bijvoorbeeld Cody Curtis, een aimabele 54-jarige vrouw met leverkanker, die is uitbehandeld en een waardig levenseinde nastreeft. Samen met haar echtgenoot Stan en hun volwassen kinderen Jill en zoon Thomas probeert Curtis, voortdurend ondersteund door haar oncoloog Katherine Morris, te genieten van elke goede dag die haar nog is vergund – al voelt ze zichzelf ook een ‘dead woman walking’.

Nancy Niedzielski uit Seattle is intussen vastbesloten om de laatste wens van haar echtgenoot Randy in vervulling te laten gaan. Hij overleed na een lange lijdensweg aan hersenkanker. ‘Zes weken voor zijn dood zei hij: dit wordt een heel lelijk proces’, herinnert ze zich geëmotioneerd. ‘Beloof me dat je je best doet om de wet te laten veranderen.’ Dat wordt vervolgens Nancy’s levensdoel. Pas als de Death With Dignity-wet is aangenomen in de staat Washington, is haar huwelijk echt voorbij – en kan zij eindelijk gaan rouwen.

Tegenstanders noemen zo’n zachte dood consequent ‘assisted suicide’ en bestrijden die te vuur en te zwaard. Richardson is er echter niet op uit om het politieke gevecht rond euthanasie te belichten, maar richt zich op de menselijke verhalen. Zo wil Randy Stroups zorgverzekeraar bijvoorbeeld zijn behandeling voor prostaatkanker niet vergoeden, omdat die te weinig effect zou hebben op z’n levensverwachting. Een ‘doctor assisted suicide’ blijkt wel bespreekbaar. Als Stroup daarmee naar buiten treedt, krijgt ie alsnog zijn behandeling.

Sober, zonder enige vorm van effectbejag, belicht How To Die In Oregon intussen de dagelijkse praktijk in Ohio rond Death with Dignity. Na een onverwachte zomer begint intussen ook de geleende tijd van Cody Curtis op te raken. Ze ziet er nog bedrieglijk goed uit – Curtis volgt een ‘kankerdieet’, zegt ze zelf – maar voelt het einde wel degelijk naderen. Als het zover is, brengt Peter Richardson dit met gepaste distantie in beeld. Als treffend slot van een ingetogen en juist daardoor zo indringende film.

Mel Brooks: The 99 Year Old Man!

HBO Max

Als ambassadeur van de Amerikaanse comedy doet Judd Apatow zich al jaren gelden. Hij speelde als producer een belangrijke rol bij de Hollywood-hits The Cable Guy, Knocked Up en The 40 Year Old Virgin en behoorde tot de drijvende krachten achter series zoals The Larry Sanders Show, Girls en Love.

En als documentairemaker eert Apatow z’n helden. Met The Zen Diaries Of Garry Shandling (2018) bijvoorbeeld en het dit jaar te verschijnen Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story. Samen met Michael Bonfiglio, met wie hij eerder ook al George Carlin’s American Dream maakte, portretteert hij nu ook een levende legende: Mel Brooks: The 99 Year Old Man! (217 min.), in het jaar, op 28 juni om precies te zijn, waarin die honderd jaar oud hoopt te worden.

De Joodse komiek, regisseur, producer en schrijver Mel Brooks (echte naam: Melvin Kaminsky) scoorde in zijn leven kaskrakers zoals The ProducersBlazing Saddles en Spaceballs, maar leverde zo nu en dan ook flinke flops af. Collega’s zoals Ben Stiller, Conan O’Brien, Jerry Seinfeld, Dave Chappelle en Adam Sandler vinden hem ronduit geniaal. Anderen, ‘de critici’ waarvoor hij graag z’n neus ophaalt, noemen zijn werk dan weer dom en platvloers.

Deze lijvige biografie in twee delen, waarin ook z’n zoons Nicholas, Eddie en Max hun zegje doen, neemt zijn leven van begin tot eind door. Sterke verhalen, smakelijke anekdotes en grappige fragmenten te over. Iemand die zo lang leeft, moet zichzelf nu eenmaal steeds opnieuw uitvinden – als producent van serieuze films, gelauwerd musicalschrijver of ‘wise old man’ van de Amerikaanse comedy bijvoorbeeld – en kan diverse malen in en uit de mode raken.

Te midden van alle (on)gein, gevatheid en wansmaak verschijnt een man die alle tegenslag met humor tegemoet treedt en op de één of andere manier altijd de moed vindt om verder te gaan. Nadat zijn echtgenote Anne Bancroft is overleden, spendeert Mel Brooks bijvoorbeeld elke avond bij zijn beste vriend, collega-komiek Carl Reiner. Hij is ook bij hem als Reiner in 2020 op 98-jarige leeftijd overlijdt. En Brooks blijft ook daarna naar diens woning komen.

‘Maandenlang kwam hij naar het huis, nadat mijn vader gestorven was, om daar te zitten, tv te kijken en te eten’, vertelt Carls zoon Rob Reiner, die onlangs samen met zijn echtgenote Michele op tragische wijze om het leven werd gebracht, aan Apatow en Bonfiglio. Brooks vraagt Rob ook om het hem te laten weten als ze het huis willen verkopen. ‘En toen zei ik: misschien is het beter als we het huis te koop zetten, met jou erin? Wellicht is het dan meer waard.’

Wat er ook zijn levenspad komt – een jong gestorven vader, de Tweede Wereldoorlog of bezoek van Magere Hein – Mel Brooks blijft ogenschijnlijk onverstoorbaar doorwandelen. Nog steeds. Totdat de weg toch doodloopt en even later de allerlaatste lach wegsterft…

The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father

Jackson Reffitt / DR Sales

Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024 loopt in het gezin van Guy Reffitt de verkiezingskoorts véél hoger op dan elders. De man des huizes zit in de gevangenis. Hij is veroordeeld vanwege zijn bijdrage, als supporter van president Donald Trump, aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Als Trump nu opnieuw wordt gekozen, krijgen ‘gijzelaars’ zoals Guy waarschijnlijk amnestie.

Niet alle leden van het Texaanse gezin zitten erop te wachten dat papa weer thuiskomt. Net als in veel andere Amerikaanse families heeft Trump voor tweespalt gezorgd bij de Reffitts. Guys linkse tienerzoon Jackson staat recht tegenover zijn vader, die behoort tot de gewelddadige rechtse anti-overheidsmilitie The Three Percenters. De FBI heeft Jackson zelfs geadviseerd om het ouderlijk huis in Wylie, Texas, te verlaten.

De spanningen tussen de twee zijn in 2021 al zo hoog opgelopen dat Guy z’n zoon heeft bedreigd en landverrader noemde. Waarna Jackson op zijn beurt de FBI heeft getipt op zijn vader. Dat is ook het startpunt voor The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father (53 min.), waarin Steffen Kretz moeder Nicole Reffitt, Jackson en zijn twee zussen Sarah en Peyton volgt in afwachting van de verkiezingsuitslag.

Nicole heeft zich in de jaren na Guys arrestatie opgeworpen als een vurige spreekbuis namens de zogeheten ‘J6’ers’, Jackson houdt vast aan de kritiek op zijn vader en zijn zussen zoeken de gulden middenweg in deze lastige familiesituatie. Zij proberen vooral het beeld van hun vader als een gewelddadige man te nuanceren. Tegelijk spreekt Peyton ook uit dat ze vindt dat Trump verantwoordelijk is voor 6 januari.

Intussen dreigen de Reffitts alles, waaronder ook hun huis, kwijt te raken. Er hangt dus nogal wat af van die verkiezingsuitslag, in dit boeiende portret van een Amerikaans gezin, dat model staat voor de oplopende spanningen in de Verenigde Staten. Op microniveau is te zien hoe wat ooit vanzelfsprekend één was nu van binnenuit wordt verscheurd. Totdat er veel meer is wat hen verdeelt dan wat hen bindt.

Als Trumps opponent Kamala Harris in 2024 zou zijn verkozen, dan zat Guy Reffitt nu nog gewoon in de Cimaron Prison te Oklahoma. Zoals bekend zal het anders lopen. Zijn zoon Jackson is alvast verhuisd naar een geheime locatie en heeft, typisch Amerikaans, maar een vuurwapen aangeschaft.

Le Chant Des Forêts

Periscoop Film

Michel Munier kan het zich nog als de dag van gisteren herinneren – ook al is ‘t toch al ruim een halve eeuw geleden. Eind jaren zestig, vertelt de oudere Franse natuurliefhebber, bijna fluisterend, aan zijn kleinzoon Simon, zag hij voor het eerst een auerhoen. ‘We liepen door het bos’, herinnert de oude man zich. ‘Er lag een pak sneeuw van twee meter dik. Het leek net een kathedraal, met hoge stammen, hoge sparren.’

Michels zoon, de filmmaker Vincent Munier, luistert eveneens aandachtig toe in die knusse boshut in de Vogezen. Hij kijkt ook naar wat opa’s verhaal losmaakt bij zijn zoon Simon. Later heeft Vincent nog bijna mythische beelden toegevoegd aan de anekdote, die in zijn documentaire Le Chant Des Forêts (internationale titel: Whispers In The Woods, 94 min.) wordt opgedist als een spannend verhaal. ‘Toen de mist weer dichttrok, zei ik bij mezelf: je hebt gedroomd’, vervolgt zijn vader/opa Michel. ‘Dat beeld is me altijd bijgebleven. Het beeld van een fantoom. De fantoomvogel.’

Michel Munier is al net zo’n bevlogen verteller als zijn zoon Vincent, die enkele jaren geleden een fikse hit scoorde met de zinderende film The Velvet Queen (2021), over zijn zoektocht naar een sneeuwluipaard in het Tibetaanse hoogland. Ditmaal zoekt de Franse natuurfilmer en -fotograaf ‘t in alle opzichten dichter bij huis, met een documentaire over hoe zijn vader ook zijn eigen zoon Simon inwijdt in de geheimen van moeder natuur. Michel neemt hen daarvoor mee op een ontdekkingstocht door hun eigen omgeving, om te kijken én luisteren naar al wat daar leeft. 

Hun belevenissen in het uitgestrekte bos, waar ze uilen, eekhoorns en een lynx observeren en het gehamer van nijvere spechten, bronstig brullende herten en het gezang van een lijster proberen te vangen, worden begeleid door muziek van Warren Ellis, ditmaal ondersteund door Dom La Nena en Rosemary Standley. Le Chant Des Forêts, met z’n schilderachtige luchten, imposante bomen en dierenpracht, ziet er bovendien schitterend uit – al voelen de familiegesprekken in die knusse, fraai uitgelichte boshut soms wel enigszins opgeprikt.

Intussen wordt de auerhoen, een vogel die sinds de laatste ijstijd in de Vogezen leeft, met uitsterven bedreigd. ‘Voor mij is dat hartverscheurend’, vertelt Michel aan zijn kleinzoon. ‘Vooral omdat we ons hebben ingezet om z’n bos te behouden.’ Waarna de drie generaties Munier een list bedenken om Simon alsnog z’n eerste auerhoen te laten aanschouwen, in het winterse Noorwegen. En met het laten zien en horen van de schoonheid van de aarde, liefst in een goed geoutilleerd filmtheater, werpen Michel, Vincent en Simon meteen een deugdelijke verdedigingswal op.

Wie via de Muniers kennis maakt met de geheimen van het bos, kan er nooit meer onverschillig doorheen wandelen.

Wakker In Paraguay

VPRO

Jeroen maakte van zijn vlucht een bestemming, aldus Roos Ouwehand. De empathische verteller van deze vijfdelige serie van Fleur Amesz en Gijs Swantee kruipt, in navolging van klassieke documentaireproducties zoals Schuldig en Stuk, in het hoofd van de personages en heeft voor elke hoofdpersoon van Wakker In Paraguay (216 min.) slechts enkele pennenstreken nodig om die te kenschetsen. Het gaat om verontruste burgers die zich, zeker sinds de Coronacrisis, ernstig bekneld voelen in Nederland en aan de andere kant van de wereld, in de door Duitse immigranten gestichte gemeenschap Hohenau, samen een nieuw bestaan willen beginnen met de leefgemeenschap Oasis.

Mart ziet bijvoorbeeld ‘wat er echt speelde in de wereld’, hoopt in Paraguay een ongevaccineerde partner te vinden en wil in de ‘stralingsvrije jungle’ ook zijn frequentieapparaten blijven verkopen. Carla werd in haar jeugd beschouwd als onhandelbaar – ‘alsof ze niet wilde luisteren’ – maar was in werkelijkheid doof aan één oor. Zij zou met haar broer Rob naar het Zuid-Amerikaanse land verkassen, maar die is op het laatste moment afgehaakt. En Jan groeide op met ‘een diep wantrouwen tegen de overheid’ en besloot nieuwe invallen of arrestaties van de politie niet meer af te wachten – ‘ook al betekende dat dat hij zijn twee opgroeiende kinderen moest achterlaten’.

En jurist, ondernemer en voormalig drugshandelaar Jeroen Pols, die eerst samen met Jans broer Willem Engel het gezicht was van de omstreden actiegroep Viruswaarheid en die inmiddels geldt als de onofficiële voorman van de ‘wakkere’ gemeenschap, maakt van zijn vlucht dus een bestemming. Pols heeft de krachten gebundeld met een jong hoogopgeleid ondernemersstel, dat net z’n eerste kind heeft gekregen in Paraguay. ‘De onrust in Nederland legde Anne en Lester geen windeieren’, vertelt Ouwehand over hen, als zij een bijeenkomst ‘op een kil bedrijventerrein in het winterse Weesp’ organiseren. ‘Een zaal vol zeer verontruste mensen die hun hoop op hen hadden gevestigd.’

‘De belofte van vrijheid, eenvoud en ruimte was groot’, constateert de alomtegenwoordige verteller nog maar eens. ‘Zou Paraguay ook echt het beloofde land blijken te zijn?’ De vraag stellen is hem vermoedelijk ook beantwoorden. Pols’ motto ‘ieder voor zich, allemaal samen’ doet intussen toch echt denken aan de slogan die de ‘vrije jongens’ van De Tegenpartij, de culthelden van het illustere satirische duo Van Kooten & De Bie, ooit gebruikten: samen voor ons eigen. ‘Project Paraguay’ moet een oase van vrijheid worden. Met een kleine overheid, want dat is volgens Pols als ‘een kankergezwel’, en zónder 5G-straling, lockdowns, pedonetwerken en chemtrails.

Amesz en Swantee bezien de lotgevallen van hun hoofdpersonen met oog voor de mens en zonder duidelijk oordeel en vallen hen ook niet lastig met kritische vragen. Ze portretteren daarnaast wel Enrique, een vertegenwoordiger van de ‘inheemse’ bevolking die regelmatig met de wakkere gemeenschap van doen heeft, en Bart, een Nederlander die al veel langer in het Zuid-Amerikaanse land bivakkeert. Zij bezien de nieuwkomers en de manier waarop die zich manifesteren, ook online, met de nodige verbazing. Zo vormt zich een intrigerend groepsportret van een gemeenschap, die z’n toevlucht heeft gezocht tot een land dat jarenlang leefde onder een militaire dictatuur en een thuishaven was voor gevluchte nazi’s.

Het lijkt onvermijdelijk dat er gaandeweg steeds meer barsten zichtbaar worden in de wakkere idylle. Of zoals verteller Roos Ouwehand ‘t bij aanvang van de slotaflevering verwoordt: ‘Hier in het verre Zuid-Amerika hadden ze eindelijk gevonden, waar ze zo wanhopig naar op zoek waren: vrijheid. Maar… bestond er werkelijk zoiets als vrijheid zonder een prijs?’

Happy Clothes: A Film About Patricia Field

Greenwich Entertainment

Zelf maakt Patricia Field het meestal niet moeilijker dan ‘t is: ze zweert bij gelukkige kleding. ‘Ik houd nu eenmaal van gelukkig’, zegt de New Yorkse modeontwerpster en stylist ter verduidelijking. Ze zou dus nooit willen meewerken aan een oorlogsfilm of een horrorfilm. Field maakte als ontwerper naam met de ‘happy clothes’ van de kaskrakers Sex And The City, Emily In Paris en The Devil Wears Prada.

En de sterren van zulke succesproducties betonen de Grieks-Amerikaanse ontwerpster maar al te graag eer in deze vlotte documentaire van Michael Selditch. ‘Toen ik Pat voor het eerst ontmoette, was ik verliefd’, zegt Sarah Jessica Parker, ofwel Carrie Bradshaw uit Sex And The City, bijvoorbeeld. ‘Ik kan me geen betere partner indenken’, stelt haar collega Kim Cattrall, die samen met Field op shoptrips ging om samen het spraakmakende personage Samantha Jones verder te ontdekken.

En toen Pat Field de jeugdige Lily Collins, de hoofdrolspeelster van Emily In Paris, direct omarmde en zelfs een complimentje gaf voor de broek die ze droeg, voelde die zich de koning te rijk. ‘I feel like I’m winning!’ herinnert Collins zich het gevoel dat ze kreeg tijdens deze eerste ontmoeting. Field voelt zich intussen enigszins bezwaard onder alle loftuitingen, zegt ze meermaals in Happy Clothes: A Film About Patricia Field (100 min.) – misschien ook wel een beetje omdat dat zo hoort.

Bij het optekenen van ‘Planet Pat’ legt Selditch Field en haar getrouwen, die zich nog altijd rond haar tafel of in haar kunst- en modegalerie verzamelen, in elk geval geen strobreed in de weg. Ook niet als die ene, typisch Amerikaanse accessoire in de interviews en gesprekken wel héél vaak wordt gebruikt om de ontwerper met het opvallende rode haar, de zwaar doorrookte stem en inmiddels meer dan tachtig levensjaren in de ongetwijfeld fleurige achterzak te duiden: de veer in de reet.

Van de vrouw achter de trendsetter wordt de bewonderaar van haar happy clothes ondertussen niet al te veel wijzer. Want deze film besteedt nauwelijks aandacht aan Fields persoonlijk leven en richt zich vrijwel volledig op haar professionele bestaan en de hippe New Yorkse (queer)scene waarvan haar werk tegelijk de weerslag en een aanjager is.

Breakdown: 1975

Netflix

Ooit wisten Amerikanen het min of meer zeker: aan het eind winnen ‘the good guys’. In 1975 is dat echter bepaald niet meer zo vanzelfsprekend. Enkele politieke moorden, Watergate en de Vietnamoorlog hebben geknaagd aan het zelfvertrouwen van de trotse natie, die het jaar erop precies twee eeuwen zal bestaan. En dat gevoel wordt weerspiegeld in Hollywood. ‘1975 was het beste jaar om mensen een film met een slechte afloop te geven’, stelt acteur/komiek Patton Oswalt in het aantrekkelijke essay Breakdown: 1975 (91 min.) van Morgan Neville. ‘Ze gingen er massaal naartoe.’

Naar de rampenfilms The Towering Inferno en The Poseidon Adventure. ‘Revenge-o-matics’ zoals het omstreden Charles Bronson-verhikel Death Wish. De Blaxploitation-hits Shaft, Super Fly en Sweet Sweetback’s Baadasssss Song. Paranoiathrillers zoals The Conversation, Three Days Of The Condor en The Parallax View. En, natuurlijk, de hits van ‘New Hollywood’, toen de gekken zogezegd even het gesticht mochten runnen en zwartgeblakerde klassiekers afleverden zoals One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Taxi Driver, Chinatown, All The President’s Men, Dog Day Afternoon en Network.

Aan de hand van de meest uitgesproken films van halverwege de jaren zeventig, slim met elkaar versneden en toegelicht door een combinatie van direct betrokkenen, beschouwers en liefhebbers zoals Martin Scorsese, Ellen Burstyn, Oliver Stone, Peter Biskind, Seth Rogen en Bill Gates doet Neville, via zijn verteller Jodie Foster, het verhaal van een samenleving die zogezegd in een ‘post-alles en pre-niets’-tijdperk verzeild was geraakt. Amerika bleek hard toe aan introspectie. Of, in de woorden van die tijd: de Verenigde Staten moesten gaan werken aan zichzelf. Tijd dus voor ‘De Mij-generatie’.

Breakdown: 1975 openbaart zich intussen als een film van grote ideeën, meeslepende verhalen en soms ook behoorlijk korte bochten. Gesitueerd in het jaar, waarin via een televisiepersonage zoals Archie Bunker (All In The Family), de Oscar-winnende documentaire Harlan County USA en de entree van de rozige tv-series Happy Days en Little House On The Prairie tevens de toekomst van Amerika zichtbaar begon te worden. In de vorm van pak ‘m beet cultuuroorlogen, een gedesillusioneerde arbeidersklasse en opperste nostalgie, het verlangen naar een land dat in werkelijkheid nooit had bestaan.

Het einde van dit kanteljaar in de Amerikaanse (film)historie werd natuurlijk ingeluid door – taada, tada, tada, tada, tada, taada! – Steven Spielbergs Jaws, de eerste van een lange rij blockbusters. Toen de beoogde recette in Hollywood definitief de overhand leek te krijgen op artistieke zeggingskracht. Tegelijk trok de Disney-versie van Amerika de zege naar zich toe. Ook de ‘goeien’ gingen dus weer winnen….

The New Yorker At 100

Netflix

Al honderd jaar kan Ons Soort Mensen blind varen op The New Yorker, de plek voor baanbrekende onderzoeksjournalistiek, briljante korte verhalen, geestige columns, gezaghebbende recensies en nét iets te slimme cartoons. En daar zijn ze bij het New Yorkse opinieblad niet een klein beetje trots op ook. Samen maken ze niets minder dan hét tijdschrift voor de Amerikaanse elite. Herstel: de élite.

Bij zo’n jubileum hoort een documentaire waarin de historie wordt geëerd, successen nog eens worden gevierd en de eigen relevantie opnieuw, natuurlijk ten overvloede, wordt aangetoond. Die is er nu: The New Yorker At 100 (97 min.), een film van een gerespecteerde regisseur, Marshall Curry, die bovendien is ingesproken door een bekendheid die uitstekend aansluit bij de doelgroep, actrice Julianne Moore.

Verder steken trouwe lezers zoals Sarah Jessica Parker, Jon Hamm, Molly Ringwald en Jesse Eisenberg de loftrompet over het blad dat dwars tegen de tijdgeest in – en bepaald niet zonder succes – Intellectueel Amerika blijft bedienen. De huidige redactie onder leiding van David Remnick, sinds 1998 aan het roer als pas de vijfde hoofdredacteur in honderd jaar, toont bovendien hoe het jubileumnummer van februari 2025 tot stand komt.

Curry stuurt vaardig op en neer tussen heden en verleden en houdt daarbij ook halt bij enkele beeldbepalende publicaties en figuren – John Herseys essay over overlevenden van ‘Hiroshima’, de omstreden true crime-klassieker In Cold Blood van Truman Capote en Ronan Farrows #metoo-onthullingen over filmproducent Harvey Weinstein bijvoorbeeld – maar heel veel meer dan een vermakelijke terugblik en stavaza wordt dit nooit.  

The New Yorker At 100 doet ‘t vermoedelijk uitstekend bij Ons Soort Mensen, tijdens de onvermijdelijke festiviteiten ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan. Als artistiek verantwoorde zelffelicitatie, netjes ingebed in de democratische crisis waarin de VS zich nu bevinden en de pers nogal eens tot vijand van het volk wordt verklaard. En als stevige bodem voor de drankjes en hapjes die dan, al even onvermijdelijk, nog zullen volgen.