Vader In De Tuin

KRO-NCRV

Opa Koos woont driehoog, in een mooie ruime flat met een fijn ‘groen’ uitzicht. Binnenkort gaat hij echter even verderop wonen. Niet in een aanleunwoning of bejaardentehuis. Maar in de tuin. Bij zijn zoon Marco en diens gezin.

‘Is hij er slecht aan toe?’ wil interviewer Frans Bromet weten. ‘Nog niet’, antwoordt Marco lachend. Schoondochter Anita vult aan: ‘Hij is achtentachtig en hij is eigenlijk hartstikke goed.’ Bromet: ‘Gaat dat jullie niet heel veel tijd kosten?’ ‘Zwaaien?’ antwoordt Anita gevat. ‘Nee, dat valt wel mee, denken wij.’

Voorlopig lijkt zwaaien genoeg, maar de familie Korevaar realiseert zich terdege dat ze in werkelijkheid kiest voor een mantelzorg-constructie. In een ontspannen sfeer gaan ze een woning voor Vader In De Tuin (53 min.) aanschaffen. Die stelt zich ogenschijnlijk uiterst schappelijk op. Koos beseft tegelijkertijd: ‘Ik ben afhankelijk van iedereen.’

‘Dit is de laatste reis die ik maak’, zegt hij tijdens de daadwerkelijke verhuizing. ‘En de volgende reis, daar hoef ik me niet mee te bemoeien.’ Terwijl de nieuwe woning zijn beslag krijgt en opa Koos zich daar probeert te settelen, stelt Bromet hem zijn inmiddels welbekende impertinente vragen over verleden, heden én toekomst.

Intussen volgt hij gedurende enkele jaren hoe de man aardt in zijn steeds kleiner wordende wereld en langzaam maar zeker afscheid moet nemen van het leven dat hij ooit had. ‘Afvoeren’, noemt hij dat zelf. Hij zit gewoon te wachten. ‘Waarop zit u dan te wachten?’ vraagt Bromet naar de bekende weg. ‘Op die man met die zeis.’

Toch wordt deze tv-film geen moment topzwaar en verdient die ook weer moeiteloos het Bromet-vignet: dicht op de mens, ongepolijst en nooit sentimenteel. En Frans, zelf inmiddels ook 75 jaar oud, heeft blijkbaar nog altijd een onstilbare honger naar nieuwe verhalen en blijft dus gewoon stug doorgaan met veelfilmen. Híj gaat zelf in elk geval níet zitten wachten op die man en z’n zeis.

Buddha In Africa

NCRV / BOS

In het hart van Afrika krijgen kinderen een Chinese naam. Ze leren Mandarijn, eten (vegetarisch) met stokjes en krijgen onderricht in kung fu. Het weeshuis ACC in Malawi wordt gerund door de Boeddhistische oprichter Hui Li en een groep Chinese leerkrachten, die de Afrikaanse kinderen met tucht en discipline opvoeden.

De ultieme beloning is de mogelijkheid om door te studeren in China. Het vijftienjarige kung fu-talent Enock Bello (Chinese naam: Alu) krijgt die kans, maar erg veel zin heeft hij er eigenlijk niet in. Net als veel andere kinderen zou ‘Alu’ zich het liefst bevrijden van het Chinese juk. Maar wat is zijn alternatief? De jongen redt zich inmiddels beter in het Mandarijn dan in zijn eigen taal.

Met Buddha In Africa (93 min.) laat regisseur Nicole Schafer zien hoe de geschiedenis in Afrika zich blijft herhalen; waar zomaar een christelijke missieschooltje had kunnen staan, heeft zich nu een Chinees internaat op Boeddhistische grondslag gevestigd. De activiteiten van de verantwoordelijke liefdadigheidsinstelling zijn tevens een treffend voorbeeld van hoe China, dat jarenlang met zijn rug naar de rest van de wereld stond, zich nu actief bemoeit met het dagelijks leven op een ander continent.

De bevoogding van Afrikaanse jongeren zoals Enock begint gaandeweg steeds nadrukkelijker te schuren in deze observerende film. Ze raken vervreemd van hun directe omgeving, ten faveure van een cultuur waarvan ze ook nooit volwaardig deel kunnen uitmaken. Zo blijkt dat de weg naar de hel, zelfs als je persoonlijke verlichting nastreeft, toch geplaveid kan zijn met goede bedoelingen.

Puck & Hans: Made In Holland

AVROTROS

Een oproep op Facebook was nodig om een representatieve collectie samen te kunnen stellen voor hun overzichtstentoonstelling in het Amsterdam Museum. Zelf hadden Puck & Hans namelijk nauwelijks iets bewaard van hun werk. Zoals het rechtgeaarde modeontwerpers betaamt waren ze altijd gericht geweest op de toekomst, met nauwelijks oog voor het verleden.

Gelukkig waren er nog heel wat Nederlanders die ‘een echte Puck & Hans’ in de kast hadden hangen. Daphne Deckers bijvoorbeeld. Of de zussen Monique en Suzanne Klemann, blikvangers van de popgroep Loïs Lane. Zangeres Getty Kasper van Teach-Inn moet in Puck & Hans: Made in Holland (52 min.) dan weer bekennen dat ze echt niet weet waar de jurk is gebleven, waarmee ze in 1975 het Songfestival won.

Ruim dertig jaar hadden Hans Kemmink en Puck Kroon, volgens eigen zeggen ‘met een naald in haar handen geboren’, een eigen zaak aan het Rokin in Amsterdam. Samen met regisseur Peter Wingerder, die een radio-interview van het modeduo met Frénk van der Linden als structurerend element gebruikt, lopen ze in deze tv-docu op aanstekelijke wijze nog eens door hun kleurrijke loopbaan.

Nachts Sinds Alle Katzen Grau

Waar heb ik naar zitten kijken? vroeg ik me na ruim achttien minuten af. Naar Christian, dat in elk geval. Een excentrieke man van middelbare leeftijd en zijn katten Marmelade en Katyuscha. Als de korte documentaire Nachts Sind Alle Katzen Grau (18 min.) enkele minuten onderweg is, gaat hij met hen op weg naar de eigenaresse van de kater Hector. Terwijl Christian stilzwijgend een kopje koffie drinkt met haar, vermaakt Hector zich met Marmelade.

Niet zonder resultaat. Eenmaal thuis is Christian de hele godganse dag met zijn zwangere kat in de weer. ‘Ik hou van je, Marmelade’, fluistert hij haar ‘s nachts toe in deze observerende documentaire (Engelse titel: All Cats Are Grey In The Dark). ‘Jij bent mijn complete hart.’ Contact met andere mensen heeft hij verder niet. Alleen Alexa, een Duitstalige variant op Apples spraakassistent Siri, staat hem te woord. ‘Hoeveel babies kunnen katten krijgen? vraagt hij haar. ‘Dat weet ik helaas niet.‘

Als zijn kat ein-de-lijk gaat jongen, is Christian een soort emotioneel wrak geworden. Een man die in zijn onderbroek op de badrand zit en huilend, op van de zenuwen, een shaggie rookt. Waarom? Joost mag het weten. Of beter: Lasse Linder, de maker van deze tragikomische korte film, die uit louter stilstaande shots bestaat en naar een climax wordt gebracht met orgiastische dan wel bombastische klassieke muziek. Lasse zal het weten.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

Fire In Paradise

Netflix

De kinderen waren geëvacueerd. Ze zaten al in de bus. Hun onderwijzeres Mary Ludwig stapte ook maar in. Ze was doodsbang. Om hen heen rukte het vuur gekmakend snel op. Het Californische stadje Paradise dreigde volledig te worden verzwolgen door de vlammen. En toen kwam de bus met schoolkinderen vast te zitten in het verkeer. Voor hun ogen ging de McDonald’s in rook op. Hoe konden zij deze hel overleven?

In de korte documentaire Fire In Paradise (40 min.) van Drea Cooper en Zackary Canepari reconstrueren bewoners van Paradise, politieagenten, brandweerlieden en hulpverleners de zogenaamde Camp Fire, de dodelijkste natuurbrand ooit in Californië. die op 8 november 2018 een complete gemeenschap in lichterlaaie zette. Het concept voor de film is simpel: de hoofdpersonen kijken recht in de camera en zien nog eenmaal hun angst in de ogen.

‘We baden dat we zouden sterven door het inhaleren van rook’, bekent Mary Ludwig. Intussen moest ze zich groot houden voor ‘haar’ kinderen. Fire In Paradise legt zo de onmogelijke dilemma’s bloot, waarmee gewone mensen door de brand worden geconfronteerd. De 911-telefoniste die zich realiseert dat de vuurgrens steeds dichter bij haar eigen huis komt. Een vrouw, die alleen een deken en gebeden heeft om haar kinderen te beschermen. En de brandweercommandant die uiteindelijk voor zijn eigen veiligheid moet kiezen.

Hun beklemmende verhalen worden ondersteund door amateurfilmpjes en foto’s van de ontzaglijke natuurramp die zich voor hun ogen voltrekt. De ravage in Paradise is naderhand immens. Behalve verdriet is er ook vertwijfeling: met de huidige droogte kan er elke dag een nieuw vuur uitbreken. Die constatering geeft deze treffende film extra gewicht.

Munch In Hell

Wat moest er gebeuren met de nalatenschap van Edvard Munch? Toen de vermaarde Noorse expressionistische kunstenaar op tachtigjarige leeftijd overleed in 1944, op een moment dat zijn land nog volop verwikkeld was in de Tweede Wereldoorlog, liet hij zijn volledige collectie van ruim 20.000 prints en schetsen en meer dan duizend schilderijen na aan de gemeente Oslo. Na de oorlog ontstond er onmiddellijk een verhit debat over hoe Munch’s erfenis moest worden beheerd.

Inmiddels, 75 jaar later, is er na heel veel gesteggel eindelijk het nieuwe Munch-museum Lambda, 150 jaar nadat de kunstenaar werd geboren in een gezin dat werd geteisterd door ziekte en dood. Die achtergrond sijpelde door in zijn werk, waarmee hij volgens Munch In Hell (53 min.) mensen wilde laten zien zoals ze zijn, niet zoals ze eruit zien. Munch was op zoek naar de natuur van de menselijke soort, de relatie tussen man en vrouw in het bijzonder, en spaarde zichzelf en zijn directe omgeving daarbij niet. Het maakte hem tot een veelbesproken en omstreden kunstenaar.

Deze fraaie en stemmige film van Stig Andersen hinkstapt door de tijd voor en na Munch’s dood: tussen zijn (liefdes)leven, carrière en werk enerzijds en de eindeloze stroom incidenten en conflicten rond z’n nalatenschap anderzijds. Die parallelle vertelwijze, bijeengehouden door een prikkelende voice-over en vergezeld door een spannende synthesizersoundtrack, zorgt ervoor dat deze film meer wordt dan een chronologisch opgemaakte winst- en verliesrekening van een turbulent, ten volle geleefd leven, vol drankzucht, fatale liefdes, psychische inzinkingen en baanbrekende kunst.

Strike A Pose

‘Van een homofoob werd ik iemand die van iedereen houdt’, zegt het voormalige straatschoffie Oliver Crumes, de enige heteroseksueel van de dansers die furore maakten tijdens Madonna’s Blond Ambition-tour van 1990. De documentaire Strike A Pose (83 min.) van de Nederlanders Ester Gould en Reijer Zwaan maakte ruim 25 jaar later de balans met hen op.

Voor even leken ze, in het kielzog van de grootste popster van dat moment, doorgedrongen tot het centrum van de wereld. Nee, dat waren ze inmiddels zelf. Totdat Madonna verder ging met het verleggen van haar en onze grenzen en zij weer werden teruggeworpen op zichzelf. De weelde van het succes bleek niet te dragen. Met alle voorspelbare gevolgen van dien: conflicten, drugsgebruik én aids.

Madonnas eigen agenda, het bespreekbaar maken en oprekken van de heersende seksuele moraal, speelde hen daarbij ook parten. Zo was in Madonna: Truth Or Dare, de spraakmakende documentaire over de tournee die in 1991 werd uitgebracht, een hartstochtelijke zoen te zien die de twee betrokken dansers zou blijven achtervolgen. Gabriel Trupin smeekte haar bijvoorbeeld om hem niet te gebruiken, maar Madonna was niet te vermurwen: die kus bleef in de film.

‘Hij vond het gênant en schaamde zich dat hij zich had laten overrompelen’, vertelt de moeder van de inmiddels overleden Gabriel daarover in Strike A Pose. ‘Het was niet zijn statement. Het was haar statement.’ De kwestie leidde tot een rechtszaak. ‘Hiervoor zou je nooit over mij zeggen: die is homo’, verklaarde Gabriel daarbij. Nu wist iedereen ervan. Madonna zou hem hebben gezegd dat hij zich schaamde voor wie hij was. Gabriel: ‘Ze vond dat ik me eroverheen moest zetten.’

Een ‘forced outing’, in naam van de seksuele bevrijding. Dat wringt nog altijd. Toch hunkeren de met liefde geportretteerde dansers van de Blonde Ambition Tour, de een opzichtiger dan de ander, nog altijd naar de goedkeuring van Madonna, die hun levens en carrières een gigantische kickstart gaf. Het fenomeen zelf ontbreekt echter in deze documentaire uit 2016. En zowel de ster als de film varen daar uiteindelijk wel bij. Het draagt bij aan het mysterie dat nog altijd om Haar hangt.