Virunga

Netflix

‘Het is belangrijk om op het beste te hopen’, zegt commandant Emmanuel de Merode tegen zijn manschappen. ‘Maar je op het ergste voor te bereiden.’ De Merode is geen opperbevelhebber van een leger dat is verwikkeld in een bloedige strijd, maar directeur van het Nationaal Park Virunga in Congo. Het uitgestrekte natuurpark, dat op de werelderfgoedlijst staat, bevindt zich voortdurend op de drempel van oorlog sinds er olie is gevonden.

De Westerse oliemaatschappij SOCO ruikt in elk geval geld en laat zich daarbij weinig gelegen liggen aan het feit dat er in het park berggorilla’s, een bijna uitgestorven diersoort, worden opgevangen. De situatie in Virunga (100 min.), in 2014 genomineerd voor een Oscar, is sowieso gespannen omdat het Congolese regeringsleger en de rebellen van M23 elkaar daar al een tijdje naar het leven staan. Intussen proberen alle partijen natuurlijk ook een centje over te houden aan de schimmige situatie.

Een medewerker van de olie-exploitant, betrapt met een verborgen camera door de jonge Franse onderzoeksjournaliste Mélanie Gouby, formuleert het eenvoudig: ‘Hoeveel is natuurbescherming waard? Hoeveel is olie waard?’ Diens gesprekspartner, de Britse huurling John, windt er al helemaal geen doekjes om: ‘Het is maar een aap waar het om gaat. Wie geeft er nu ook maar ene moer om zo’n kloteaap?’ Dat cynisme, gevoegd bij de explosieve plaatselijke situatie, kan alleen maar tot ellende leiden.

Terwijl de spanningen verder oplopen in deze meeslepende documentaire van Orlando von Einsiedel, moeten directeur De Merode en zijn gedreven Park Rangers het hoofd koel en hun gorilla’s in leven zien te houden. ‘Je moet voor jezelf rechtvaardigen waarom je hier op aarde bent’, stelt verzorger Andre Bauma daarover, terwijl hij zijn wapen schoonmaakt. ‘Gorilla’s rechtvaardigen mijn bestaan. Ik ben bereid om voor hen te sterven.’

Op zijn eigen manier vertegenwoordigt de man hoop in dit getroebleerde deel van Afrika, waar idealisme steeds machtswellust, bloeddorst en hebzucht op zijn pad lijkt te vinden.

Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Makala

De camera kijkt over de schouder van Kabwita Kasongo mee als hij op de boom afloopt. Terwijl hij zijn bijl pakt, verlaat de lens hem en zwerft rustig over de takken de lucht in. Totdat de Congolese boer op de stam begint in te hakken. Steeds weer laat hij zijn gereedschap op het hout neerdalen. Nogmaals. Nog eens. En nog eens. Er lijkt geen einde aan te komen. Stukje bij beetje splijt hij de boom. Het is een kwestie van tijd en noeste arbeid voordat deze, uiteindelijk, breekt.

De tergend langzame openingsscène, waarin elke bijlslag er letterlijk inhakt, is exemplarisch voor de documentaire Makala (96 min.) van de Franse regisseur Emmanuel Gras én het leven van de hoofdpersoon van die film. Met beperkte middelen probeert Kabwita de wereld naar zijn hand te zetten. Hij heeft een idee. Die boom wil hij verwerken tot houtskool, dat in de stad moet worden verkocht. Zodat hij straks een huis kan bouwen voor zijn vrouw en kind.

Dan moet de jonge vader nog wel eerst in die stad aankomen. Vol goede moed – of de moed der wanhoop – laadt Kabwita zijn aftandse fiets he-le-maal vol met plastic zakken houtskool en begint in zijn dorp Walemba aan een voettocht van vijftig kilometer die hem uiteindelijk een behoorlijke som geld moet opleveren. Onderweg passeert hij anderen met een vergelijkbare lading en wordt hij zelf op zijn beurt ingehaald door brommers en motoren. Als de spreekwoordelijke boer ploegt hij voort, met de blik op oneindig.

Gras kijkt intussen met hem mee, leeft met hem mee. Hij grijpt niet in. Steekt geen helpende hand toe bij tegenslag. Kalm legt hij de ontberingen vast die zijn hoofdpersoon moet doorstaan. Elk shot lijkt te lang te staan, zodat de kijker gaandeweg begint te voelen wat de jonge Kabwita zichzelf heeft opgelegd en moet doormaken. Elke kilometer bestaat letterlijk uit duizend meter, elke meter uit honderd centimeter, elke centimeter uit tien millimeter. En die moeten allemaal worden overbrugd.

Intussen is elk geluid hoorbaar: het piepen van de fiets, de dwingende eisen van zelfbenoemde tollenaars en het wild opstuivende zand. Op gepaste moment kleurt Gras de gebeurtenissen in met gedragen muziek. Makala is daardoor bijna een zintuiglijke ervaring geworden, die ons, westerlingen, dwingt om de ganzenpas waarmee we doorgaans door het leven marcheren voor even vaarwel te zeggen voor een trage sleepgang door het armoedige en op de één of andere manier toch hoopvolle bestaan van een gewone Afrikaan.

City Of Joy

Netflix

Verkrachting als strategisch wapen. Volgens Christine Schuler-Deschryver, één van de oprichters van City Of Joy (76 min.), wordt dit brute middel systematisch ingezet tijdens de oorlog in Congo. Een gebied waar genoeg vrouwen en kinderen zijn overweldigd stroomt immers vanzelf leeg en kan dus worden ingenomen. Prettige bijkomstigheid: verkrachting is niet alleen traumatisch voor de vrouw zelf. Het is ook een vernedering voor haar echtgenoot. Dikke kans dat hij haar verlaat.

Via de vrouw wordt zo de vijand, en uiteindelijk de gehele gemeenschap, ontwricht. Want wat kan er terecht komen van de kinderen die worden geboren uit zo’n gruwelijke gewelddaad? Hoe kunnen zij ooit anderen, vrouwen in het bijzonder, respecteren? In de ‘stad der vreugde’, een veilige enclave nabij de Oost-Congolese stad Bukavu, proberen ze die vicieuze cirkel te doorbreken. De slachtoffers van ‘seksueel terrorisme’ worden opgevangen, op de been geholpen en vervolgens voorbereid op een voortrekkersrol in de samenleving.

Belangrijk werk, van moedige mensen die zich onderscheiden tijdens een eindeloze en vrijwel vergeten oorlog, dat in deze documentaire van Madeleine Gavin terecht onder de aandacht wordt gebracht. De film zelf spreekt alleen minder tot de verbeelding. Indringende interviews en scènes genoeg, maar een dwingende narratief of dramatische ontwikkeling ontbreekt. City Of Joy werkt vooral als een krachtig pleidooi voor medemenselijkheid, van vrouwen én mannen die van geen opgeven willen weten.