Who Killed Little Grégory?

Netflix

Als in het najaar van 1984 de vierjarige Grégory dood wordt aangetroffen in de Volonge-rivier weet iedereen in het Franse dorp Lépanges wie de moordenaar is: de kraai. De man of vrouw achter dit angstaanjagende pseudoniem valt de familie van Grégory Villemin, zijn ouders Jean-Marie en Christine in het bijzonder, immers al jaren lastig met venijnige, lasterlijke en bedreigende brieven en telefoontjes. Maar wie binnen of nét buiten de familie is deze kraai? vraagt de enerverende eerste episode van deze vijfdelige true crime-serie zich af. Hij/zij zal in elk geval een dramatische keten van gebeurtenissen in gang zetten.

In Who Killed Little Grégory? (297 min.) wordt de onopgeloste moordzaak 35 jaar na dato nog eens kritisch tegen het licht gehouden. Het is een bizar relaas, dat zo nu en dan doet denken aan de geruchtmakende zaak rond de verdwenen peuter Maddy McCann (die onlangs werd behandeld in de docureeks The Disappearance Of Madeleine McCann) en dat hier vooral uit de doeken wordt gedaan door omstanders: politieagenten, advocaten en journalisten. De echte hoofdrolspelers, de Villemins en aanverwanten, blijven zwijgen.

Bijzondere aandacht besteedt regisseur Gilles Marchand aan de kwalijke rol van de Franse schandaalpers. Die heeft, geholpen door publiciteitsgeile overheidsfunctionarissen, allerlei roddels en insinuaties de wereld ingestuurd, waarmee de verhoudingen nog verder op scherp zijn gezet. Een familietragedie in de Vogezen werd zo een landelijk mediaspektakel van jewelste. Zelfs oprechte zoekers naar de waarheid zagen door de bomen het bos niet meer.

Deze miniserie ontleedt die hype vakkundig, maar heeft (logischerwijs) meer moeite om klaarheid in de zaak zelf te brengen en krijgt dat verhaal dan ook niet rond. De zoektocht naar de identiteit van ‘de kraai’, en de nefaste rol die deze heeft gespeeld in de familie Villemin, raakt in de latere afleveringen zelfs helemaal op de achtergrond, ten faveure van allerlei complicaties bij het onderzoek naar de moord op de kleine Grégory. Waardoor ook deze true crime-productie de belofte van zijn spannende start uiteindelijk niet volledig waarmaakt.

Bikram: Yogi, Guru, Predator

Netflix

Hoe is het toch mogelijk dat anderen direct kunnen zien wat voor jou soms heel lang verborgen blijft? Neem Bikram Choudhury. Één blik op deze blitse yogaleraar, meestal alleen gekleed in een Speedo, is eigenlijk voldoende: charlatan, machtswellusteling en seksfreak. Toch weet de man vanaf begin jaren zeventig een enorme schare volgelingen op te bouwen. Hij wordt de ‘bad boy van yoga’ gedubd. McYoga zelfs. En met zijn ‘martelkamer-aanpak’ weet de Indiase yogameester in de Verenigde Staten een lucratieve franchise op te bouwen. Waarbij ‘s mans massale lerarentrainingen een geweldige ‘cash cow’ werden.

Kijk er een fractie van een seconde naar in de documentaire Bikram: Yogi, Guru, Predator (95 min.) en je ziet: een slinkse combinatie van grootspraak, vernedering en groepsdruk. Vervat in platte, semi-diepzinnige oneliners. Zijn leerlingen hebben evenwel het gevoel dat hij recht in hun ziel kijkt, hen de straf geeft die ze al zo lang verdienen en – uiteindelijk – een beter mens van hen zal maken. Wat zien zij wel en wij, de buitenstaanders, niet? En waarom zien zij niet dat dit onmogelijk goed kan blijven gaan? Iets wat elke outsider vanaf de allereerste minuut voorziet?

Deze stevige film van Eva Orner wordt afgewikkeld volgens het inmiddels welbekende #metoo-sjabloon: man met machtspositie dringt zich op bij van hem afhankelijke jonge vrouw en overschrijdt langzaam maar zeker al haar grenzen. Het overkwam bijvoorbeeld Sarah Baughn, die later een rechtszaak tegen Bikram zou aanspannen. Nadat ze door hem was overweldigd, hoorde ze zichzelf bij vertrek gewoon ‘goedenacht, chef’ zeggen. Zo waren de verhoudingen. Hij was de baas. En zij was gebaat bij zijn goedkeuring, dat ook. Mede daardoor duurde het zo lang voordat de zaak publiek werd: allemaal wilden ze een eigen Bikram-school runnen en bleven ze ook in de achterliggende filosofie geloven.

Bikram zelf blijft intussen een enigma. De archetypische goeroe die ook maar gewoon een man van vlees, dat vooral, en bloed blijkt te zijn. Uitgerust met dat typische roofdierachtige instinct, waarmee hij onmiddellijk het zwakste plekje van anderen weet te vinden en dit vervolgens genadeloos exploiteert. Zou deze Bikram, een goeroe tenslotte, zien wat wij zien als we naar hem kijken? Het lijkt er vooralsnog helemaal niet op. Aan het eind van de film blijkt dat hij zijn werkterrein simpelweg heeft verlegd. En daar ziet blijkbaar (nog) niemand wat wij, kijkers van deze frontale aanval, niet meer kunnen aanzien.

Midnight Traveler

Zó ver is het vrije westen vanuit Afghanistan. Van eigen land gaat het eerst naar Tadzjikistan, dan terug naar Afghanistan, via Iran, naar Turkije, vast in Bulgarije, via Servië, naar… Enfin, u begrijpt de strekking van dit verhaal.

Nadat de Taliban in maart 2015 een doodsvonnis heeft uitgesproken over filmmaker Hassan Fazili, vertrekt hij samen met zijn vrouw Fatima en hun jonge dochters Nargis en Zarah richting Europa. Enkele duizenden kilometers liggen er tussen hen en hun beoogde plaats van bestemming. Het Afghaanse gezin zal echter jarenlang onderweg zijn…

Voor Midnight Traveler (86 min.) hebben ze hun reis gedocumenteerd met drie smartphones. De ontberingen, natuurlijk: bedrog door mensensmokkelaars, dagenlang overnachten in een ijskoud bos en agressie van demonstranten in Oost-Europa. Maar ook het gewone dagelijks leven: sneeuwpret, liefdevol echtelijk gekibbel en leren fietsen.

Tijdens de reis worden de kinderen zichtbaar groter. Zonder een echt thuis groeien ze uit tot grote meiden. In de mooiste scène van deze roadmovie-tegen-wil-en-dank is te zien hoe de oudste dochter Nargis als een bijna-puber meezingt en -danst met een Michael Jackson-hit. ‘They don’t really care about us’, galmt ze uit volle borst. Zou ze door hebben wat ze zingt?

Het zijn zulke kleine menselijke momenten die deze documentaire een optimistische ondertoon geven. Hoeveel tegenslag de Fazili’s ook ondervinden of hoe vaak hun hoop op snel uitsluitsel ook wordt ondermijnd, steeds weer lijken ze te kunnen putten uit een schier onuitputtelijk reservoir van moed, (mede)menselijkheid en familiezin.

Die maken van Midnight Traveler een onweerstaanbare film.

The Kingmaker

De fotolijstjes staan netjes uitgestald: Imelda met allerlei wereldleiders. Ze is er duidelijk trots op. De voormalige ‘first lady’ van de Filipijnen pakt één van de lijstjes om de foto voor de camera te laten zien. Diverse andere fotolijstjes vallen daardoor op de grond. Terwijl de inmiddels hoogbejaarde weduwe van president Ferdinand Marcos onverstoorbaar haar verhaal doet, veegt één van haar medewerkers in stilte de scherven bij elkaar.

Tijdens het filmen voor The Kingmaker (100 min.) zijn er zo voortdurend stille krachten beschikbaar om Imelda’s haar te schikken, haar make-up bij te werken of de vouwen uit één van haar talloze jurken te wrijven. Documentairemaker Lauren Greenfield, die met The Queen Of Versailles en Generation Wealth eerder liet zien dat ze een oog heeft voor de gekte van de allerrijksten, grijpt zulke kleine momentjes aan om haar hoofdpersonage, type ‘stijl met hoofdletter S’, te kenschetsen.

Nu heeft Greenfield met Marcos ook wel het prototype Verkwistende Vrouw te pakken: Imelda’s schoenencollectie, die volgens eigen zeggen slechts drieduizend paar omvat, is met de jaren een symbool van ongegeneerd materialisme geworden. Een ‘mooie’ anekdote is ook hoe ze talloze wilde dieren uit Afrika liet importeren, om op een Filipijns eiland een heus safaripark te laten aanleggen. En dat daarvoor de oorspronkelijke eilandbewoners, ruim 250 families, moesten wijken? Soit. 

‘Perceptie is echt’, stelt ze resoluut tegen de Amerikaanse documentairemaakster. ‘En de waarheid niet.’ En dus strooit de voormalige Miss Manilla driftig met bankbiljetten als ze wordt geconfronteerd met minderbedeelde landgenoten. Ze kan natuurlijk ook wel wat missen. Toen het presidentschap van haar inmiddels overleden echtgenoot in 1986 na 21 jaar eindigde, zou ze het land met een waar fortuin hebben verlaten. Over sigaren uit eigen doos gesproken.

Dit is echter niet alleen het verhaal van een vrouw, die op kosten van gewone Filipino’s al ruim een halve eeuw als een koningin leeft. Dit is tevens het verhaal van de Marcos-dynastie die nog altijd machtspolitiek bedrijft in de Filipijnen. Zo schuift Imelda, zelf inmiddels alweer parlementslid in haar geboorteland, in 2016 haar zoon Bongbong naar voren als kandidaat voor het vicepresidentschap, achter de nieuwe sterke man Rodrigo Duterte.

De wandaden van het regime van haar echtgenoot worden door ‘Meldy’ nog altijd stelselmatig onder het tapijt geveegd. Greenfield laat haar daarmee niet wegkomen. Met slachtoffers neemt ze de rekening op van ruim twee decennia Marcos aan de macht. Daarmee ontwikkelt The Kingmaker zich gaandeweg van een tragikomisch portret van een zelfbenoemde vorstin tot een politiek geladen film over de recente historie van de Filipijnen – en wat de Marcosjes wellicht nog in petto hebben voor het land.

The Amazing Johnathan Documentary

Nee, het is geen probleem hoor als Ben filmt dat hij speed rookt. Johnathan heeft twintig jaar coke gebruikt, maar daarmee is hij nu gestopt. En het is trouwens geen speed, maar crystal meth. Net als de gebruiker en de documentairemaker er helemaal klaar voor zijn om een ongetwijfeld spraakmakende scène te filmen, gaat de telefoon.

Het is John Edward Szeles alias The Amazing Johnathan zelf, die na de opnames toch zijn bedenkingen heeft gekregen. ‘Je kunt beter geen materiaal laten zien waarin ik drugs gebruik’, zegt hij tegen regisseur Ben Berman. Een zwart vierkantje erover, dat is misschien beter. Dan kunnen we het alleen horen en niet zien. En zo zal inderdaad geschieden. Voila!

Inmiddels is dan al wel duidelijk dat The Amazing Johnathan Documentary (92 min.) bepaald geen standaarddocumentaire is, waarin een prangende maatschappelijke kwestie vanuit een artistiek bijzonder verantwoorde visie wordt benaderd. Welnee, dit is pure lol! Makerslol ook. Zo heeft Johnathan bijvoorbeeld nog een figurant nodig voor zijn comebacktournee. Of Bermans geluidsman even wil meewerken? Geen probleem, natuurlijk.

Enne…. comebacktournee, zegt u? Ja, dat komt doordat Johnathan eigenlijk was gestopt als goochelende comedian. Omdat hij doodgaat. Oh, was dat nog niet duidelijk? Nou ja, zelfs dat mag de pret niet drukken. Het overlijden van de hoofdpersoon zou toch ook wel een natuurlijk einde zijn voor de film, niet? Dan is er alleen nog die andere cameraploeg waarmee de man blijkbaar in zee is gegaan. Van de producer van Oscar-winnende documentaires als Man On Wire en Searching For Sugar Man, dat ook nog.

Dan lijkt de lol er héél even af bij Berman. Maar ook die hobbel kunnen de filmmaker en zijn onberekenbare protagonist uiteindelijk nemen in deze dolkomische docu, die qua toon en inhoud perfect aansluit bij de Andy Kaufman-achtige pranks die Johnathan al z’n hele leven uithaalt met zijn publiek (lees: iedereen). Intussen steekt The Amazing Johnathan Documentary ook lekker de draak met de stijlvorm documentaire en de wereld waarbinnen die wordt geproduceerd.

Zelden zal het Droste-effect met meer plezier en – laten we dat alstjeblieft ook niet vergeten – kunde zijn ingezet. Dit portret van Amazing Johnathan, deze documentaire dus, is niets minder dan een verademing. Te midden van al die films die gemaakt móésten worden, mág deze er beslist ook zijn. Beslist!

Aswang

IDFA

Als mensen je waarschuwen voor de Aswang (85 min.), stelt Alyx Ayn Arunpak in de gelijknamige film, dan bedoelen ze eigenlijk: wees bang. De Aswang lijkt een soort Filipijnse variant op Magere Hein. Hij maakt zijn slachtoffers zonder aanziens des persoons. Althans, zo zou het moeten zijn. De werkelijkheid is natuurlijk anders in het land van president Rodrigo Duterte.

De lijken die de Aswang achterlaat liggen steevast in de slechte buurten van Manilla. Gewoon midden op straat, druipend van het bloed. Afval. Die ontzielde lichamen zijn onvermijdelijk verbonden met de nietsontziende ‘war on drugs’ die de Filipijnse president in 2016 afkondigde. Tegen gewone drugsgebruikers – of mensen die eruit zien alsof ze drugs gebruiken. De drugsdealers laten zijn doodseskaders meestal ongemoeid.

In deze grimmige film registreert de jonge filmmaakster Arunpak via een mortuariumbeheerder, journalist en broeder hoe Dutertes staatsterreur in de praktijk uitpakt. Ze komt daarbij ook in contact met Jomari, een dakloos jongetje van een jaar of zeven dat zich het leven op straat al helemaal eigen heeft gemaakt. Hij verlangt eigenlijk naar zijn moeder, die in de gevangenis zit. En dan, ineens, verdwijnt het aandoenlijke joch van de radar…

De zon schijnt zelden in deze duistere, wat fragmentarische film, die een land ontleedt dat zich al in verregaande staat van ontbinding bevindt. Waarbij het parool lijkt: de beste manier om armoede te bestrijden is de armen vernietigen. In een protestmars tegen de president wordt het treffend uitgebeeld. Vanachter een levensgrote afbeelding van Rodrigo Duterte komt een duivelskop tevoorschijn.

Laten we hem Aswang noemen.

The Australian Dream

Sport belichaamt de essentie van wat een samenleving definieert, zegt één van de sprekers in The Australian Dream (106 min.). Daarmee vertolkt hij ongetwijfeld ook de mening van de Britse filmmaker Daniel Gordon, die inmiddels meerdere meeslepende sportdocu’s op zijn conto heeft staan, zoals 9,79, Hillsborough en The Fall. Films waarvoor de sport zelf uiteindelijk niet meer is dan een decor voor verhalen over hypocrisie, mediahypes en/of discriminatie.

Gordons nieuwste film speelt zich af binnen de Australian Football League, ‘rugby Ozzy style’, en heeft in de goedlachse sterspeler Adam Goodes van The Sydney Swans een aansprekende protagonist. De populaire footballer, in 2014 verkozen tot Australiër van het jaar, komt ineens publiekelijk onder vuur te liggen als hij zich begint te verzetten tegen het openlijke racisme (‘aap’) waarmee hij als aboriginal soms wordt bejegend.

Via ‘Goodesy’ belicht Gordon de uiterst ongemakkelijke relatie van Australië met zijn oorspronkelijke bewoners. Wat voor gewone Aussies Onafhankelijkheidsdag heet, wordt door aboriginals bijvoorbeeld beschouwd als Invasiedag. Terwijl de rest van het land ongegeneerd feestviert, rouwen zij om een cultuur die na 60.000 jaar rücksichtslos om zeep is geholpen en bewenen ze hun doden, gewonden en verminkten.

Die geschiedenis heeft ook een verpletterend effect op hun zelfbeeld. ‘De kans dat een inheems kind in de gevangenis belandt is groter dan dat het de middelbare school afmaakt’, stelt de prominente journalist Stan Grant, zelf van Wiradjuri-afkomst, tijdens een geruchtmakende speech. Als kind probeerde hij in bad altijd zijn kleur eraf te wassen, vertelt hij in deze onthutsende documentaire.

Hoewel The Australian Dream zich aan het andere eind van de wereld afspeelt, gaat de film ontegenzeggelijk ook over ons. Over hoe ook Nederland nog altijd moeite heeft om z’n eigen koloniale geschiedenis te accepteren. En over hoe we blijven steggelen over Zwarte Piet en racisme in voetbalstadions.

The Forum

Klaus Schwab & Jair Bolsonaro / idfa.nl

‘Een pastoor wil de zondaren ook binnenhalen in zijn kerk’, zegt Klaus Schwab, de inmiddels 81-jarige oprichter en directeur van het World Economic Forum in Davos. ‘Die ziet hij nog liever komen dan zijn vaste parochianen.’ De man wordt op zijn wenken bediend. Tijdens The Forum (118 min.) van 2018 mag hij de Amerikaanse president Donald Trump ontvangen, een jaar later volgt diens al even omstreden Braziliaanse tegenhanger Jair Bolsonaro.

Deze fascinerende documentaire van Marcus Vetter volgt de geboren diplomaat Schwab van de ene naar de andere editie en kijkt achter de schermen mee bij zijn non-profit organisatie en het jaarlijkse terugkerende forum, dat geldt als het ultieme podium voor al die witte mannen die wereldwijd de politiek en economie bestieren. Schwab is daarvoor een perfect boegbeeld. Hij oogt niet alleen een beetje als een schildpad, hij lijkt ook zo te opereren. Behoedzaam, zorgvuldig en altijd attent. Met oog voor ieders belangen en alle mogelijke gevoeligheden.

‘Het is niet altijd zo slecht als het eruit ziet’, meent de man in kwestie als hij aan de filmmaker probeert uit te leggen waarom zijn organisatie samenwerkt met omstreden bedrijven als Nestle en Monsanto. Het World Economic Forum bestaat nu eenmaal bij de gratie van de stille dialoog, stelt Schwab, in plaats van openlijke confrontatie. ‘Mega-groepsdenken’, werpt Jennifer Morgan van Greenpeace tegen. Zij vraagt zich af of de deelnemers aan het WEF ooit écht iets goeds doen voor de wereld. Volgens haar bestendigen ze vooral de status quo. Intussen wordt de situatie rond het klimaat steeds nijpender.

Het knappe aan The Forum is dat de film nooit een gemakkelijke aanval op de gevestigde orde wordt. Tegelijkertijd besteedt de documentaire aandacht aan loffelijke initiatieven van Schwab en de zijnen, zoals betere distributie van medicijnen in Rwanda en pogingen om ontbossing tegen te gaan in Indonesië, maar zonder dat dit een kritiekloze lofzang wordt op de organisatie, die zich profileert met de slogan ‘Committed To Improving The State Of The World’.

En aan het eind slaagt Vetter er zowaar in om van al die speeches, overleggen en bilateraaltjes meeslepende cinema te maken, waarbij de klimaatdiscussie twee uitersten als gezicht krijgt: de Braziliaanse Amazone-verwoester Bolsonaro versus de jeugdige klimaatactiviste Greta Thunberg. Het is zo’n beetje het levenswerk geworden van Klaus Schwab om dergelijke tegenstellingen in Davos te overbruggen. Met zalvende woorden, een zuinig mondje en ontzettend veel ausdauer.

Honeyland

Neon

Te mooi om waar te zijn. De weelderige wereld van Hatidze Muratova doet bijna onwerkelijk aan. Samen met haar ziekelijke moeder Nazife woont ze in een afgelegen stenen huisje in het bergachtige Noord-Macedonië. De tijd lijkt er, zoals ze dat dan zeggen, helemaal stil te hebben gestaan. Hatidze beoefent een oud ambacht: ze is de laatste vrouwelijke honingjager van Europa. Onbevreesd treedt ze, vrijwel zonder bescherming, haar wilde bijen tegemoet, die zich op de gekste plekken in de idyllische omgeving schuilhouden. De honing die ze zo bemachtigt verkoopt de verweerde vrouw op de markt, enkele uren lopen verderop.

Hatidze en haar hoogbejaarde moeder leiden een klein en eenvoudig leven in het verlaten bergdorp. Armoedig zelfs. Zonder stromend water en elektriciteit, maar met elkaar. Het is er rustig. Vredig. Totdat met heel veel kabaal een nieuw buurgezin arriveert – de gebeurtenis die deze bijzondere vertelling in gang zet. Uit hun gammele caravan springen maar liefst zeven overactieve kinderen, die aan elke vorm van rust rigoureus een einde maken. Deze Turkse familie van Jan Steen brengt daarnaast een kudde koeien mee, die zich ook weinig gelegen laat liggen aan de (gemoeds)rust van de twee buurvrouwen.

Met de nieuwe buren dient zich behalve sociaal contact ook de vooruitgang aan in Honeyland (85 min.). Want de nieuwe buurman denkt dat er met honingbijen wel een aardige boterham valt te verdienen. Hij ontwikkelt zich al snel tot een soort bijdetijdse concurrent voor Hatidze, die het bovendien een stuk minder nauw neemt met het welzijn van de bijen. Het leven van moeder en dochter Muratova wordt daardoor volledig door elkaar geschud. Kunnen zij hun traditionele manier van leven volhouden? En hoe lang heeft Nazife, die steeds nadrukkelijker met haar gezondheid begint te kampen, überhaupt nog te leven? ‘Ik ga niet dood’, grapt ze tegen Hatidze vanaf haar ziekbed. ‘Ik probeer gewoon jouw leven te verpesten.’

Drie jaar lang filmden Tamara Kotevska en Ljubomir Stefanov de Muratova’s voor dit hartverwarmende, grappige en ontroerende portret, dat bijna te mooi is om waar te zijn. In een wantrouwende bui zou je de makers ervan kunnen verdenken dat ze de waarheid een handje hebben geholpen. Soms, als je maar voldoende geduld hebt, vallen alle dingen echter zomaar op hun plek en ontstaat er zoiets als een perfect verhaal. Honeyland, niet voor niets al talloze malen in de prijzen gevallen, komt daar verbazingwekkend dichtbij.

Rotjochies

Jahlano (l), Mitchel (m) & Mike (r) / VPRO

Met Alicia ging Maasja Ooms heel Nederland rond. Tweemaal zelfs. Eerst met de camera toen het verweesde meisje van de ene naar de andere opvangplek werd gestuurd, om te bekijken waar ze op haar plek zou zijn – of op zijn minst gehandhaafd kon worden. En daarna met de film zelf, die als een aanklacht tegen de Nederlandse jeugdzorg moest worden opgevat – of op zijn minst als een serieuze aansporing om het nu toch écht eens beter te gaan doen.

Voor opvolger Rotjochies (91 min.) is Ooms afgereisd naar het Franse platteland, waar de Nederlandse jeugdwerker Petra Knol enkele jongeren opvangt die thuis niet meer welkom zijn en die in den vreemde een allerlaatste kans krijgen om hun leven te beteren. Knol houdt er de wind onder en confronteert de jongeren indringend met hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Die geladen gesprekken legt de filmmaakster, die zich blijkbaar bijna onzichtbaar wist te maken, van zéér nabij vast.

Niet dat de jongens zomaar het achterste van hun tong laten zien. Binnen hun nieuwe omgeving, waar de verleidingen van thuis zijn vervangen door kluswerk in en rondom het huis, proberen ze vooral de aandacht niet op zich te vestigen. Onderhuids broeit er echter van alles. Als ze buiten het zicht zijn van Petra, en ook Ooms en haar camera niet in de buurt zijn, kan de boel toch nog snel ontvlammen en vallen de ‘mannetjes’ terug op hun (vroegere) overlevingsstrategie: geweld en intimidatie.

En als ze daarmee worden geconfronteerd, is de reactie altijd hetzelfde: glashard ontkennen. Totdat het écht niet meer kan. En dan gewoon ruiterlijk toegeven. Alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld is. Hoe dring je door het pantser van zulke beschadigde jongeren? Als gewonde dieren besluipen en beloeren ze elkaar – en zichzelf. Ondanks enkele pittige aanvaringen lijken de jongens in de Morvan in eerste instantie tot een soort wapenstilstand te kunnen komen. En dan verschijnt er een meisje op het toneel…

Maasja Ooms voorziet de ontspoorde jongeren slechts beperkt van context. Uit hun gedragingen en de gesprekken met begeleider Petra zijn zo nu en dan clous te destilleren, die een verklaring zouden kunnen vormen voor hun gedrag. De filmmaakster kadert dit verder niet in met interviews of verbindende teksten. Ze observeert slechts en laat de kijker z’n eigen conclusies trekken als de jongens gaandeweg, of ze dat nu willen of niet, toch steeds meer van zichzelf laten zien.

Waar haar vorige film Alicia de uiterst wrange weerslag was van een jarenlang proces, is Rotjochies eerder een momentopname. Een diepe duik in het leven van zogenaamde probleempubers, met een enigszins frustrerend open einde. Omdat het verhaal niet af is – als het al een verhaal is, met een duidelijke kop en staart. Als kijker wil je weten hoe het de jongens na het maken van de film is vergaan. Want het mogen dan kutmennekes zijn, op de één of andere manier kruipen ze tóch in je hart.

Overseas

Iota Productions

Een Filipijnse vrouw poetst het toilet in de onwerkelijke openingsscène van de observerende documentaire Overseas (91 min.). De bril, de pot, de vloer. Ze poetst. Poetst. En poetst. Ze begint zacht te snikken. Harder. En nog harder. Totdat ze voluit huilt.

‘Huil nooit waar je werkgever bij is’, doceert een oudere vrouw even later. Ze bereidt een groepje Filipijnse vrouwen voor op een bestaan als OFW: Overzeese Filipijnse Werker. Ze staan op het punt om voor enkele jaren naar een land als Saudi-Arabië, Dubai of Singapore te vertrekken. Voor een betrekking als uiterst gedienstige huishoudster. Helden zijn ze, volgens president Duterte, maar zo worden ze natuurlijk niet behandeld.

Behalve praktische vaardigheden zoals het bed opmaken, een baby in bad doen en de tafel schikken oefenen de vrouwen, die soms al enige tijd in het buitenland verbleven en lang niet altijd met prettige ervaringen thuiskwamen, vooral hoe ze moeten overleven in een omgeving waar de baas of bazin alles, letterlijk alles, bepaalt. Hoe zorg je ervoor dat je desondanks wordt behandeld als mens? Want dat zijn ze – daar zijn de cursusleiders behoorlijk stellig in.

En hoe houd je je de baas des huizes van het lijf? Natuurlijk, een ferme trap in zijn kruis zal voor even wel afdoende zijn, maar wat zijn je andere opties? Het zijn absurde taferelen, door regisseur Sung-A Yoon met een zekere distantie vastgelegd, die worden afgewisseld met persoonlijke ontboezemingen van de vrouwen onderling. Waarbij het voor buitenstaanders niet altijd helder is welke situaties en emoties echt en welke nagebootst zijn

Het doel van de gedrilde vrouwen is duidelijk: ze doen het ‘voor de familie’ (regel 1 van hun onderricht). Die moeten ze daarvoor dan wel enige jaren in de steek laten. In het opleidingscentrum, en deze boeiende film, werken ze gestaag toe naar een vanzelfsprekende climax: het moment waarop ze zichzelf thuis achterlaten en voor een nauwelijks te bevatten periode hun slavenpak aantrekken.

Becoming Zlatan

Waarom werd juist Zlatan Ibrahimovic een absolute wereldster en weet hij, inmiddels dik in de dertig, nog altijd van geen ophouden? Die vraag ligt impliciet onder de documentaire Becoming Zlatan (95 min.) uit 2016. In deze fijne sportfilm belichten Fredrik en Magnus Gertten hoe het Zweedse voetbaltalent Zlatan Ibrahimovic het fenomeen ‘Zlatan’ werd – hoewel hij dat volgens Mido, de Egyptische aanvaller die zijn directe concurrent was bij Ajax, eigenlijk van jong af aan al was geweest.

‘Ik koop nooit een speler zonder hem in de ogen te kijken’, stelt de toenmalige technisch directeur van Ajax, Leo Beenhakker. ‘Het was bijzonder: hij was 19, maar keek me recht in de ogen. Binnen een half uur waren we klaar. Vraag me niet waarom. Vraag me niet waarom je verliefd wordt op het ene meisje en niet op het andere.’ Zlatan had, volgens de altijd smakelijk formulerende Beenhakker, dat ene. Je ne sais quoi. Een onmiskenbaar vuur in de ogen.

Luciano Moggi, de directeur van Ibrahimimovic’ volgende club Juventus formuleert het anders. ‘Als hij geen voetballer was, was hij waarschijnlijk fietsendief geworden’, zegt hij lachend. Dat is wat minder bezijden de waarheid dan het in eerste instantie misschien lijkt. De boomlange sterspits groeide op in een getroebleerd migrantengezin in Zweden. Zijn ouders waren afkomstig uit het voormalige Joegoslavië en konden hem geen veilige thuisbasis bieden. Ibra, die zichzelf een zigeuner noemt, werd een onvervalst straatratje. Óók op het veld.

Een joch dat nog wel eens een elleboog wilde uitdelen en zo nu en dan in de clinch lag met alles en iedereen, zo wordt duidelijk in deze grotendeels uit archiefmateriaal opgebouwde film, die zijn roerige tijd bij Ajax (2001-2004) als uitgangspunt neemt. In die periode stoomde hij zichzelf klaar voor een loopbaan bij de grootste clubs van Europa. Insiders als David Endt, Ronald Koeman en Marco van Basten en zijn medespelers Mido, Jan van Halst, Jari Litmanen en Andy van der Meijde hebben levendige herinneringen aan het enfant terrible waarmee ze toen te maken hadden.

Parallel aan Zlatans Amsterdamse periode schetsen de gebroeders Gertten zijn ontwikkeling als tiener in Malmö. Ook toen waren er diverse momenten waarop zijn loopbaan een verkeerde afslag had kunnen nemen. Het succes dat nu, met de wijsheid van achteraf, zo vanzelfsprekend lijkt, kwam in werkelijkheid tot stand door een mengeling van talent, geluk en doorzettingsvermogen. Waarbij Zlatan over het vermogen bleek te beschikken om juist als alle signalen op rood leken te staan het allerbeste uit zichzelf te halen.

Deze documentaire toont daarvan het ultieme voorbeeld: na de tumultueus verlopen vriendschappelijke interland Nederland – Zweden, waarin Ibrahimovic teamgenoot Rafael van der Vaart blesseerde, scoorde hij de mooiste goal uit zijn Ajax-periode.

MS

‘Ik wil die puzzel oplossen’, zegt de ambitieuze neurowetenschapper Jeroen Geurts tegen schrijfster Lineke van den Boezem, die tegenover hem heeft plaatsgenomen. ‘Jij hebt die ziekte in je. Die zit in jou. Jij wil die puzzel ook oplossen.’ Ze kunnen (en mogen ook) niet zonder elkaar, de onderzoeker die speurt naar de oorzaak van de aandoening Multiple Sclerose (MS) en de vrouw die de gevolgen daarvan dagelijks aan den lijve ondervindt.

In de documentaire MS (54 min.) probeert Suzanne Raes met behulp van een insiders- en outsidersblik de gevreesde ziekte te doorgronden. Lineke kan Jeroen vertellen hoe dat is als je nauwelijks meer op schoenen met hak kunt lopen – een treffend beeld, van een vrouw die uiteindelijk niet meer op haar benen kan blijven staan, dat echt beklijft.

Hij kan die symptomen dan weer vanuit wetenschappelijk oogpunt verklaren en van een achtergrond en toekomstperspectief voorzien. Samen moeten ze ervoor zorgen dat neurowetenschapper en ervaringsdeskundige dezelfde taal blijven spreken en – een stokpaardje van Geurts – dezelfde metaforen gebruiken. Zo is het brein volgens hem eerder te vergelijken met een zwerm vogels dan met een traditionele computer.

Raes verrijkt deze perspectieven met een wirwar van zinnenprikkelende beelden, waarmee de ziekte wordt gevisualiseerd. Daarnaast portretteert ze de levens van Geurts en Van den Boezem, die door een tragische speling van het lot samen zijn gekomen. Waarbij de één overweegt om in Portugal een behandeling met Vitamine D te gaan doen, terwijl de ander op een congres juist constateert dat die remedie zijn beste tijd toch echt heeft gehad.

Het is de tegenstelling tussen hoop en geloof enerzijds en wetenschappelijk bewijs anderzijds, die in dit boeiende dubbelportret treffend over het voetlicht wordt gebracht.

Advocate

Philippe Bellaïche / Homemadedocs

Het is een duivels dilemma, maar advocaat Lea Tsemel lijkt geen moment te twijfelen. Ze staat de 13-jarige Palestijnse jongen Ahmad bij. Hij zou in Pisgat Ze’ev, een wijk van Jeruzalem, een Joodse leeftijdsgenoot hebben neergestoken. Als de zaak wordt afgewikkeld vóórdat Ahmad veertien wordt, de minimumleeftijd waarop je in Israël kunt worden veroordeeld tot gevangenisstraf, kan hij ervan afkomen met jeugddetentie. Dan moet Ahmad alleen wel bekennen dat hij van plan was om de Joodse jongen te vermoorden, iets wat hij ten enen male ontkent.

Tsemel, een Israëlische ijzervreetster die van het verdedigen van politieke gevangenen haar levensmissie heeft gemaakt, laat de zaak voorkomen. Dat kan haar jonge cliënt duur komen te staan. Hoewel de puber tijdens een verhoor flink onder druk is gezet om te bekennen, blijft Tsemel een onwankelbaar vertrouwen houden in het Israëlische rechtssysteem. Ze wil bovendien voorkomen dat het imago van Palestijnse jongeren met een (valse) bekentenis verder wordt bezoedeld. Maar rechtvaardigt dat doel het risico dat ze neemt voor haar jeugdige cliënt?

In de messcherpe documentaire Advocate (109 min.) observeren Rachel Leah Jones en Philippe Bellaïche van héél dichtbij hoe Tsemel en haar Palestijnse collega Tareq Barghout, samen met de ouders van Ahmad, de verdediging van de jongen opzetten. Ahmad zelf is met animatie onherkenbaar gemaakt. Tussen de beraadslagingen en zittingen door wordt tevens het levensverhaal van de idealistische advocate zelf verteld, dat meteen dienst doet als een beknopte historie van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Haar werk maakte van Tsemel en haar echtgenoot Michel Warschawski, die zich als journalist ook sterk maakt voor de Palestijnse zaak, paria‘s in hun eigen gemeenschap.

‘Zij kan ook geen einde maken aan de bezetting, ook al is ze er zelf waarschijnlijk van overtuigd dat dit nog tijdens haar leven gaat gebeuren, en mede dankzij haar’, zegt dochter Talila, die zich blijft verbazen over haar moeders strijdbaarheid. ‘Ik ben bereid om de prijs daarvoor te betalen, zodat er ruimte blijft voor een vrouw zoals zij.’ In de onderhavige casus is het echter wel de vraag of diezelfde Lea haar hand niet heeft overspeeld. Waarvoor de dertienjarige Ahmad nu wellicht de rekening krijgt gepresenteerd, in de vorm van een fikse gevangenisstraf.

One Child Nation

onechildnation.com

We deden gewoon wat er van ons werd verwacht. Het is een verklaring die, in wisselende bewoordingen, steeds weer wordt uitgesproken door gewone Chinezen, die de officiële eenkindpolitiek van het land ten uitvoer brachten. Elk Chinees gezin mocht maar één kind krijgen, liefst een jongetje. 338 Miljoen geboorten werden zo sinds begin jaren zeventig voorkomen, volgens een propagandafilmpje van de Chinese overheid.

Het was een oorlog tegen overbevolking, stelt Nanfu Wang in One Child Nation (89 min.), die uitmondde in een onvervalste oorlog tegen het volk. De inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige filmmaakster keert in deze egodocumentaire, die ze maakte samen met Jialing Zhang, terug naar China om de gevolgen van de omstreden politiek in haar eigen geboortedorp op te tekenen.

Behalve verdriet en wroeging vindt Nanfu daar ook nog altijd trots, op de manier waarop het landelijke beleid lokaal werd uitgevoerd. ‘Het nationale belang kwam voor mijn persoonlijke gevoelens’, zegt Shuqin Jiang bijvoorbeeld, die als plaatselijke functionaris familieplanning gedwongen sterilisaties en (extreem late) abortussen liet uitvoeren. ‘Het was alsof we moesten vechten in een oorlog. De dood is daarbij onvermijdelijk.’

Hoe dieper Nanfu Wang in de eenkindpolitiek duikt, hoe schrijnender de verhalen worden die ze vindt. Over meisjes als tweederangs kinderen of erger, veel erger. En daarmee verbonden corruptie, foute adopties en grootschalige (overheids)criminaliteit. Stuk voor stuk terug te herleiden naar een onmenselijk systeem, dat van gewone mensen slachtoffers, bureaucraten, verweesden, nabestaanden of doodgewone misdadigers heeft gemaakt. En een erg indringende film heeft opgeleverd.

The Gift: The Journey Of Johnny Cash

YouTube

In Walk The Line, de Hollywood-versie van zijn turbulente bestaan, zijn er in het leven van zanger Johnny Cash twee fasen te onderscheiden: de tijd vóór en nádat hij een relatie kreeg met June Carter, halverwege de jaren zestig. Van tevoren was hij de spreekwoordelijke Man In Black, een getroebleerde, met drugs en woede worstelende figuur. En daarna manifesteerde hij zich als de allemansvriend Johnny, een goedlachse en sociaal geëngageerde vent met het hart op de goede plek.

De werkelijkheid was, natuurlijk, oneindig veel gecompliceerder, zo toont The Gift: The Journey Of Johnny Cash (94 min.). Johnny’s diepste dal kwam volgens zijn zoon John Carter Cash pas in de jaren tachtig. ‘In de relatie van mijn ouders ontstonden enorme problemen door de drugsverslaving van mijn vader. Als kind heb ik daarvan veel meegekregen. Ze zijn bijna uit elkaar gegaan. Er bestaan heel veel misverstanden over hun relatie. Alsof ze na hun huwelijk gewoon nog lang en gelukkig leefden. Dat was bepaald niet het geval.’

De mythe van het ideale stel Johnny en June wordt door zijn kinderen netjes doorgeprikt in deze complete, overtuigende en aangrijpende documentaire van Thom Zimny, die al jaren dienst doet als de huisfilmer van Bruce Springsteen en vorig jaar de fijne Elvis-biopic The Searcher afleverde. Cash wordt weer een man van vlees en bloed in plaats van de verdoemde broodzanger die via de liefde van zijn leven een metershoge held werd. En dat doet ook zijn zwaar dooraderde muziek, die sinds zijn dood in 2003 nóg populairder lijkt te zijn geworden, alleen maar goed.

The Gift: The Journey Of Johnny Cash is gemaakt volgens een inmiddels vertrouwd procédé: de film bestaat volledig uit archiefmateriaal, waardoor de aandacht te allen tijde bij de hoofdpersoon blijft liggen. De prachtige beelden worden verlevendigd en ingekaderd met offscreen quotes van Cash zelf (via audio-interviews uit 1995-1997 voor een autobiografie), mensen uit zijn directe entourage en artiesten die door hem zijn beïnvloed. Het resultaat ontstijgt het niveau van de gemiddelde, routineuze popdocu met gemak en kan tot nader order worden geboekstaafd als het definitieve portret van één van de interessantste muzikanten van de twintigste eeuw.

Scheme Birds

‘Locked up’ of ‘knocked up’? Dat is doorgaans waarop het uitdraait voor de jongeren uit de Schotse industriestad Motherwell, die worden geportretteerd in de coming of age-docu Scheme Birds (86 min.). Sinds de Britse premier Margaret Thatcher de plaatselijke staalindustrie de nek omdraaide – zo zien ze dat tenminste ter plaatse – is er nauwelijks meer perspectief voor de lokale jeugd.

Neem de tiener Gemma Gillon, de hoofdpersoon van deze fijne film van Ellen Fiske en Ellinor Hallin. Véél meer dan haar net iets te stoere vriendje, de vechtersbaas Pat, lijkt ze niet te hebben. Haar moeder, die is weggezonken in haar eigen drugsverslaving, heeft ze nauwelijks gekend en hoeft ze – zegt ze zelf – ook nooit meer te zien. En vader is eveneens buiten beeld. Alleen ‘papa’ is gebleven, haar opa die een boksschool runt, waar soms ook duivententoonstellingen worden gehouden.

Zuipen, blowen en tattoos zetten, héél veel meer doen het tienermeisje en haar wild feestende vrienden niet. En ruzie maken, veel en heftig. Met de mond, hun vuisten en alles wat er toevallig voorhanden is. De gevolgen zijn soms ronduit verpletterend. En ook in Gemma’s kleine leventje dient zich een wezenlijke verandering aan. Die zet alles he-le-maal op zijn kop. De losbol zal moeten opgroeien. Of ze nu dat nu wil en kan of niet.

De Zweedse filmmakers Fiske en Hallin observeren het ontwortelde meisje en haar vrienden van héél dichtbij. Scheme Birds, straf gemonteerd en aangezet met dikke alternatieve popmuziek, sluit gevoelsmatig perfect aan bij het kitchen sink realism van sociaal bewogen filmers als Ken Loach. Alleen is het verhaal van Gemma écht echt. Zij is geen speelfilmpersonage, maar een jonge vrouw die zich moet losmaken van alles wat ze was om te worden wie ze wil zijn. Als een duif uit papa’s boksschool.

Sea Of Shadows

Wie is de El Chapo van de totoaba? vraagt de Mexicaanse televisiejournalist Carlos Loret de Mora zich met gevoel voor drama af. De totoaba, een vissoort die razend populair is in China en daar helende krachten wordt toegedicht, wordt ook wel ‘de cocaïne van de zee’ genoemd en is ten prooi gevallen aan Chinese smokkelaars en Mexicaanse drugskartels.

De netten die plaatselijke vissers in de zee van Cortez droppen om totoaba te vangen hebben bovendien een treurige bijvangst: dode vaquitas. Van deze Californische bruinvissen schijnen er nog maar zo’n dertig in ’s werelds wateren te leven. In Sea Of Shadows (103 min.) volgt regisseur Richard Ladkani een boot met vrijwilligers van Sea Shepherd die netten uit de zee verwijderen en de confrontatie aangaan met hun gewapende vijand.

Tegelijkertijd spannen ze zich in om zelf vaquitas te vangen, zodat die in een beschermde omgeving kunnen voortleven. Als ze daadwerkelijk zo’n zeldzaam (ontwapenend) schepsel onderscheppen, blijkt het echter nog bepaald geen sinecure om het dier in leven te houden. Dit resulteert in één van de aangrijpendste scènes van deze activistische film, een moderne variant op de Oscar-winnende documentaire The Cove uit 2009.

Net als die film over de Japanse jacht op dolfijnen wil de spannende actiedocu Sea Of Shadows, waarvan de afkorting niet voor niets S.O.S. is, behalve entertainen ook duidelijk een boodschap kwijt: de handel in exquise vis vertoont alle tekenen van georganiseerde misdaad, met de gewelddadige Mexicaan Oscar Parra als sinistere kartelleider, en moet dus heel dringend een halt worden toegeroepen. Uitroepteken.

The Trial

Als je hun eigen toelichting hoort, kan er geen twijfel bestaan over de schuld van de verdachten. Zij hebben zich schuldig gemaakt aan verraad van het proletariaat en het socialistische ideaal en geven dat nu ruiterlijk toe. Vanuit hun functies hebben de vooraanstaande wetenschappers en economen een poging gewaagd om het communistische regime omver te werpen.

In de rechtszaal luistert een enorm publiek ademloos toe hoe deze mannen zichzelf beschuldigen. Buiten roepen demonstranten ongegeneerd om de doodstraf. Het is 1930. Jozef Stalin is sinds twee jaar aan de macht in de Sovjet-Unie. Tegenstanders zullen in de komende jaren stelselmatig monddood worden gemaakt. Of gewoon dood.

En er zullen processen worden gevoerd. Showprocessen. Tegen iedereen die kan worden aangemerkt als criticaster van Stalins schrikbewind. In The Trial (128 min.) reconstrueert Sergei Loznitsa de eerste vertoning. Want dat was het: een opvoering. Waarbij een geheel verzonnen complot te berde wordt gebracht, op basis waarvan daadwerkelijk mensen worden veroordeeld.

Als de uitkomst niet zo naargeestig zou zijn – en het venijn zit in deze film echt in de staart – en de links met het heden niet zo voor de hand hadden gelegen – probeer maar eens níet te denken aan de schijnwereld die de huidige Russische leider Vladimir Poetin om zich heen optrekt – had het een geinig schouwspel kunnen zijn. Een dictatoriale komedie.

Loznitsa maakt het de kijker alleen niet gemakkelijk. Hij observeert slechts en laat de rechtszaak tot in detail zien. Elke getuigenis wordt, ogenschijnlijk, van begin tot eind in beeld gebracht. Zo is te zien hoe bureaucratisch de aanklagers te werk gingen en wordt het archaïsche taalgebruik daarbij (‘krachten van de oude bourgeoisie’) benadrukt.

Met een speeltijd van ruim twee uur is deze film echter een heel lange zit, die serieuze investering en doorzettingsvermogen van de kijker vereist. Als pijnlijk precieze geschiedschrijving is The Trial niets minder dan een voltreffer. Dat is echter niet per definitie hetzelfde als het engageren van je publiek met een meeslepend verhaal. Dat had ook moeiteloos in de helft van de speelduur gekund.

Oma En Chris & De Rode Auto

BNNVARA

Lekker enkele daagjes naar Luxemburg. Voor misschien wel haar allerlaatste vakantie. De 94-jarige Hildegard is ‘s ochtends alleen meestal even kwijt dat ze in het buitenland is. Haar kleinzoon Chris moet haar er elke dag bij het wakker maken aan herinneren. Liefdevol heeft hij zijn breekbare oma op sleeptouw genomen. De oude vrouw wordt echt verwend.

Het tweetal wordt gevolgd door nicht/kleindochter Ingrid Kamerling, die zelf, enigszins onvast, de camera ter hand neemt. In Oma En Chris & De Rode Auto (65 min.) observeert ze hoe Chris ook tijdens deze korte vakantie invulling geeft aan de belofte die hij ooit deed aan hun opa. Bij diens dood verzekerde Chris hem dat hij oma Hildegard nog enkele fijne jaren zou bezorgen. In ruil daarvoor kreeg hij de rode auto waarmee ze nu naar Luxemburg zijn afgereisd.

Het is bijna niet te geloven dat diezelfde opgeruimde Chris ooit is gediagnosticeerd met autisme, een kwalificatie die hij ver van zich werpt, en inmiddels in een speciale woongroep leeft. De mantelzorg die hij enkele dagen per week verleent aan zijn oma is onderdeel van zijn eigen activiteitenprogramma. Het voormalige zorgenkind is zowaar een zorgkind geworden.

Zo bezien is dit redelijke dubbelportret van de fragiele oudere vrouw en haar kleinzoon, gelardeerd met homevideo’s van Chris en familiefilmpjes, een hoopvolle film. Samen komen we voorbij onze eigen en elkaars beperkingen en kunnen we het leven (weer) aan, zo lijkt Kamerling te willen zeggen. En de lach van haar oma, als die uiteindelijk afscheid neemt van Chris, is ronduit onbetaalbaar.