JDL – Behind The Wall

AVROTROS

‘Ze vertrouwt ons voor geen meter’, zegt één van de Italianen, in zijn eigen taal, over Judith de Leeuw tegen een collega. ‘Klopt’, zegt die, terwijl zij, de Nederlandse straatkunstenaar JDL, er gewoon naast staat. Ze heeft haar lokale medewerkers zojuist de wacht aan gezegd. Één van hen had zich vergist met de markeringen op de wand van een flat in Zuid-Italië. En daardoor dreigt de muurschildering die ze daarop gaat aanbrengen, nummer 4 uit de serie Love Is Stronger Than Death, nu helemaal de mist in te gaan. ‘Daar zakt mijn broek van af’, reageert Judith boos. ‘Hoe dan?’

Het project in de arbeiderswijk Paolo VI in Taranto lijkt niet onder een gelukkig gesternte geboren. De Leeuw heeft al in 62 verschillende landen enorme ‘murals’ gemaakt, realistische muurschilderingen over een maatschappelijk onderwerp. Deze grauwe flat, waarop een vrouw die wordt vastgehouden door onbekende handen moet verschijnen, blijkt echter een flinke uitdaging. Ze wil nu een projector laten komen, om het probleem te verhelpen en ook verdere tijdsdruk te voorkomen. Maar zie zo’n ding maar eens te vinden op een willekeurige zondagmiddag…

De moeizame totstandkoming van het kolossale werk in Taranto fungeert als rode draad voor de documentaire JDL – Behind The Wall (52 min.), waarin regisseur Deborah Faraone Mennella tevens de achtergrond van Judith de Leeuw uitdiept. De twintiger heeft al een woelig leven achter de rug, waarin ze gedurig met jeugdzorg in aanraking is gekomen en ook een tijdje heeft rond gezworven op straat. Toen De Leeuw ontdekte dat ze kon tekenen, heeft zij al haar kaarten daarop gezet. En haar kunst is inderdaad een uitweg gebleken uit een tamelijk uitzichtloze situatie.

Met dat werk wil JDL nu een stem geven aan mensen zoals ze zelf ooit was: zij die niet worden gezien of gehoord. Inmiddels weerklinkt dit geluid, dat wel een beetje doet denken aan vakbroeders als JR en Banksy, in de openbare ruimte van pak ‘m beet Rome, Tblisi en Athene en wordt ze zelfs gevraagd om TedX Talks te geven. Dit succes kan evenwel niet verhullen – en dat maakt dit persoonlijke portret alleen maar interessanter – dat in de succesvolle kunstenaar ook nog altijd een boze en verdrietige dochter en zoekende jonge vrouw verscholen zit.

Want zoals dat gaat: voor de goede kijker toont Judith de Leeuw via haar imposante werk ook zichzelf aan de wereld.

Wir Die Wand

Real Fiction Filme

De twaalfde man is in het Westfalenstadion van Borussia Dortmund ook vaak een vrouw – of, ook geen probleem, een homo. Op de zogenaamde Südtribune, de grootste staantribune van Europa, nemen elke week ruim 25.000 BVB-supporters van alle klassen, gezindten en overtuigingen plaats. Samen vormen zij Die Gelbe Wand.

Tijdens Dortmunds thuiswedstrijd tegen FSV Mainz 05 op 20 april 2013 staan er topspelers als Gündogan, Lewandowski, Götze, Sahin en Hummels in het elftal, dat onder leiding staat van de huidige Liverpool-coach Jürgen Klopp. Regisseur Klaus Martens heeft voor en tijdens de match echter alleen oog voor de tribune. Daar mag al 33 seconden nadat het signaal ‘Volgass’ is gegeven de vlag uit. Marco Reus, die overigens nog altijd voor BVB uitkomt, zet de thuisclub op een 1-0 voorsprong.

Wir Die Wand (83 min.) is een groepsportret. Van mensen die nauwelijks iets met elkaar gemeen hebben, behalve hun onvoorwaardelijke liefde voor Borussia Dortmund: de man die verantwoordelijk is voor de geel-zwarte spandoeken, een voormalige koempel, de officiële voorzanger, een LHBTIQ+-supporter, de universitair docent wiskunde, een broze oudere vrouw, het voormalige voetbaltalent dat van de ene naar de andere blessure ging, een jeugdige prostituee en de Turkse beveiliger.

Martens zet een camera op al die verschillende individuen en bekijkt hoe zij de wedstrijd beleven. Intussen laat hij hen buiten beeld aan het woord over hun persoonlijk leven en wat de club daarin betekent. Een bijzondere positie is er voor stadionspeaker Norbert Dickel. Hij heeft zelf het BVB-shirt gedragen en zijn carrière, zo wil althans de mythe, zelfs opgeofferd voor de club. In de bekerfinale van 1989 draafde de geblesseerde ‘Nobby’ toch op en maakte toen twee beslissende doelpunten.

Wat verder opvalt op de Südtribune: geen kwetsende spreekkoren, geen troep op het veld en geen (dreigend) geweld. Een bezoek aan het BVB-stadion, inmiddels omgedoopt tot het Signal Iduna Park, voltrekt zich in een familiaire sfeer. Iedereen mag er zijn en hoort erbij. Daar, in het hart van de geel-zwarte familie, wordt zichtbaar waarom stadions wel eens de nieuwe kerken worden genoemd. En dus is Wir Die Wand niets minder dan reclame voor het voetbal en de devote aanhangers daarvan.

Gérard Depardieu: La Chute De L’Ogre

France 2

Als Gérard Depardieu, gevolgd door de Franse schrijver/regisseur Yann Moix en zijn camera, in 2018 naar Noord-Korea vertrekt als eregast van het dictatoriale regime, is de #metoo-geest al enige tijd uit de fles. Dat weerhoudt de dan zeventigjarige Franse acteur er echter niet van om zich ongenadig te laten gaan tegenover zo’n beetje iedere vrouw die zijn pad kruist. Laten we ‘t de aard van het beest noemen. Die laat zich blijkbaar niet zomaar verloochen – ook niet als de halve wereld in kan meekijken.

Deze ontluisterende beelden, bijna achttien uur in totaal, bleven jarenlang in de kast liggen, maar zijn nu dan toch in de openbaarheid gebracht. Niet voor niets waarschijnlijk. Dépardieu, die al zijn halve leven wordt omgeven door geruchten over wangedrag, heeft inmiddels zestien beschuldigingen van seksueel geweld aan zijn broek. In oktober 2023 reageert de acteur in het nauw met een ingezonden brief naar de krant Le Figaro: ‘Ik wil voor eens en voor altijd zeggen: ik heb nog nooit een vrouw misbruikt.’

Enkele maanden later verschijnt vervolgens de journalistieke documentaire Gérard Depardieu: La Chute De L’Ogre (Engelse titel: Gérard Depardieu: The Fall Of The Ogre, 55 min.). En dat zou toch wel eens de nagel aan zijn doodskist kunnen zijn – al weet je het bij dit soort onverbeterlijke alfamannen eigenlijk nooit. Terwijl hij door Noord-Korea banjert moet werkelijk elke vrouw, netjes geanonimiseerd in deze docu, ‘t ontgelden. Soms gromt Depardieu alleen, meestal volgt er een obscene grap.

‘Ik weeg 124 kilo, schat’, zegt hij bijvoorbeeld schalks tegen de tolk van dienst, met een hand op haar schouder. ‘Maar als ik een erectie heb, is het 126.’ Misplaatste humor van een man die de tijdgeest niet meer helemaal aanvoelt, zou een buitenstaander misschien kunnen denken. Dat is alleen in tegenspraak met de aanhoudende stroom concrete beschuldigingen vanwege seksueel geweld tegen Depardieu.

In deze film van Damien Fleurette leggen enkele vrouwen, met name actrices die zijn grensoverschrijdende gedrag op de set moesten verduren, een belastende verklaring af over de acteur. Net als bij vergelijkbare gevallen zoals Harvey Weinstein, Bill Cosby en R. Kelly moet iedereen die met hem werkte hebben geweten van zijn strapatsen. Heeft de Franse filmwereld stelselmatig de andere kant op gekeken als de bonkige filmster weer eens uit de bocht vloog? Of werd dit zelfs doelbewust afgedekt?

Al in 1978 gaf Gérard Depardieu een geruchtmakend interview aan een Amerikaans tijdschrift, waarin hij vertelde dat hij vanaf zijn negende betrokken is geweest bij seksueel geweld. ‘Ik heb veel verkrachtingen meegemaakt’, vertelde hij toen. ‘Te veel om op te noemen.’ Dat interview werd destijds in eigen land afgedaan als een buitenlandse poging om een Franse filmster erin te luizen. En dat de kous daarmee blijkbaar af was én bleef, is misschien nog wel het meest schokkend van deze typische #metoo-docu.

Want nog altijd wil vrijwel niemand in de Franse filmbusiness zijn vingers branden aan het wangedrag van één van zijn succesvolste representanten.

The Curious Case Of Natalia Grace (Natalia Speaks)

HBO Max

The Curious Case Of Natalia Grace (261 min.) zoekt in 2023 de absolute ondergrens op van wat nog een docuserie mag worden genoemd. In deze ranzige kruising tussen een misdaadsoap en een realityserie wordt de onwaarschijnlijke geschiedenis opgelepeld van een Oekraïens adoptiekind met dwerggroei dat in een Amerikaans gezin terechtkomt. De Barnetts ontdekken al snel dat ze seksueel geperverteerd is. Het meisje begint bovendien een ernstige bedreiging voor de andere familieleden te vormen. Het lijkt alsof er een soort Duivel in Natalia huist. Ze wordt ook veel ouder ingeschat: uiteindelijk stelt een rechter zelfs officieel vast dat ze niet acht maar tweeëntwintig jaar oud is.

Deze lezing van een opeenstapeling van vreemde, gênante en onaangename gebeurtenissen komt met name van Natalia’s adoptievader Michael Barnett, één van de meest theatrale, onoprechte en ergens toch ook wel weer intrigerende true crime-personages van de afgelopen jaren. Vergelijkbaar met de blikvangers van absolute genreklassiekers, zoals John Mark Byers (de Paradise Lost-trilogie), Peter Madsen (Into The Deep: The Submarine Murder Case) en Robert Durst (The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst, waarvan dit jaar overigens een nieuw seizoen verschijnt). Al benadert deze schmutzige serie, waarvan je je naderhand toch wat vies voelt, op geen enkele manier dat niveau.

En dat geldt ook voor het zesdelige tweede seizoen, dat qua overbodigheid is te vergelijken met de vervolgen op Making A Murderer en Tiger King, waarin datzelfde verhaal nog eens vanuit een ander perspectief wordt verteld. The Curious Case Of Natalia Grace: Natalia Speaks (264 min.) heeft behalve allerlei extra bronnen slechts één echte troef: Natalia zelf. En een ontmoeting met haar ‘vader’ Michael, die ook deze nieuwe gelegenheid om in de aandacht te staan – steeds nét iets anders geknipt, geschoren en gekleed – natuurlijk niet onbenut laat. Ook om Natalia’s adoptiemoeder Kristine, met wie hij een vechtscheiding achter de rug heeft, als échte kwade genius aan te wijzen.

Zij heeft besloten om niet mee te werken aan deze serie. Als gevolg daarvan kunnen lieden die haar niet goed gezind zijn, ondersteund door allerlei ‘deskundigen’, ooggetuigen en ordinaire aandachtstrekkers, Kristine Barnett natuurlijk wel ongehinderd met pek en veren overgieten. En als ook al die verhaallijntjes helemaal zijn afgewikkeld – compleet met de verplichte tijdsprongen, plompe plotwendingen, slinkse cliffhangers, veel te expliciete reconstructiescènes, een typische horrorsoundtrack en vooral heel veel herhalingen van zetten – zijn er nog pijnpunten te vinden in Natalia’s Oekraïense verleden en het leven bij haar nieuwe adoptieouders Antwon en Cynthia Mans.

The Curious Case Of Natalia Grace symboliseert in zekere zin de totale verwording van het true crime-genre, waarbij het ‘truth is stranger than fiction’-adagium een alibi lijkt te zijn geworden om traumatische gebeurtenissen en de bijbehorende mensen, die zich met een beetje geluk/pech al snel gaan gedragen als ‘larger than life’-personages, he-le-maal uit te melken. Totdat er een bizar verhaal ligt, dat kan dienen als bingevermaak voor brave burgers, die zich maar al te graag verlustigen aan curieuze gevallen zoals dat van Natalia Grace. En die krijgen, getuige de cliffhanger in de epiloog van dit tweede seizoen, terzijnertijd beslist nog een vervolg voorgeschoteld. Want zolang er een publiek voor is…

En jawel hoor: begin 2025 verscheen seizoen 3: The Final Chapter.

Roger & Me

Warner Bros Pictures

Het is een perfecte ‘running gag’, die als stuwende kracht voor de documentaire fungeert en meteen het centrale punt daarvan uitdraagt. In zijn debuutfilm Roger & Me (90 min.) uit 1989 probeert Michael Moore anderhalf uur lang tevergeefs in contact te komen met Roger Smith. Als topman van de autofabrikant General Motors (GM) is die verantwoordelijk voor het sluiten van enkele vestigingen in Moore’s geboorteplaats Flint, Michigan. Dat heeft geresulteerd in zo’n dertigduizend nieuwe werkelozen, maar de grote baas laat zich daarover niet aan de tand voelen.

Michael Moore’s halve familie heeft bij GM gewerkt. Zijn vader Frank stond 33 jaar aan een lopende band bij het bedrijf, dat decennialang Cadillacs, Buicks en Chevrolets afleverde en voor welvaart zorgde in Flint. Die is overigens nog steeds terug te vinden in de industriestad. Op een chique Great Gatsby-feest bijvoorbeeld, waar de bevoorrechten te paard een spelletje polo spelen, zalig kunnen bijpraten over hoe mensen zoals zij aan de basis hebben gestaan van de industriële revolutie en de lokale bevolking ondertussen een centje laten bijverdienen als levend standbeeld.

‘Sta op in de morgen en ga eens wat doen’, adviseert een nette heer stadsgenoten die hun zaakjes niet zo goed voor elkaar hebben. ‘Start jezelf op en zorg dat je je motor aan de praat krijgt. Er is genoeg te doen.’ Elders in de stad is de recessie overal zichtbaar. Moore nut dat contrast zeer effectief uit. Vanaf het roaring twenties-feestje voor Flints ‘happy few’ snijdt hij bijvoorbeeld rechtstreeks door naar hulpsheriff Fred Ross. Hij moet stadgenoten, liefst goedschiks, uit hun huis zetten omdat ze een fikse huurachterstand hebben opgelopen. Ross doet ook maar gewoon z’n werk.

Het is Michael Moore ten voeten uit. Alle stijlelementen waarmee hij in de navolgende 25 jaar zal uitgroeien tot Amerika’s succesvolste documentairemaker zijn al herkenbaar: de humorvolle voice-over, het joyeuze ge/misbruik van allerhande archiefmateriaal, de overval-met-draaiende-camera scènes en dat uitstekende oog voor de absurditeit van ‘Merica. Daarmee koerst hij dan richting een hap-slik-weg boodschap, die doorgaans weinig ruimte laat voor nuance of weerwoord. Zijn films hameren hun (linkse) boodschap erin, maar blijven tegelijkertijd ook altijd entertainen.

Voorbeelden te over. Volgens Money Magazine is Flint ‘de slechtste plek om te leven in het hele land’. Dat laten plaatselijke chauvinisten natuurlijk niet over hun kant gaan. Ze gaan over tot een heuse tijdschriftverbranding. Feit is dat de banen in Flint niet voor het oprapen liggen. Kunnen voormalige GM’ers misschien terecht bij de nieuwgebouwde gevangenis (waar, gezien de snel oplopende misdaadcijfers, wel behoefte is aan verse arbeidskrachten)? Het complex wordt geopend met een Jailhouse Rock. Voor honderd dollar mag elke geïnteresseerde een nachtje in de cel doorbrengen.

De film komt tot een climax via de ontluisterende parallelmontage van een kersttoespraak van Roger Smith en de huisuitzetting van een Flints gezin. De twee gebeurtenissen lijken tegelijkertijd plaats te vinden, maar dat is natuurlijk een construct van de maker. Zoals ’t inmiddels toch ook wel de vraag is of de General Motors-CEO Michael Moore écht nooit te woord heeft gestaan. In deze ‘oral history’ van Roger & Me’s maakproces wordt wel degelijk gesproken over een interview. En Moore zelf rept inmiddels ook van een kort vraaggesprek. Over een ander onderwerp, zogezegd.

Moja Siostra

IDFA

‘Op een gegeven moment zal je haar misschien moeten loslaten’, zegt Mariusz Rusinski vanachter de camera. ‘Ze wordt binnenkort achttien.’ Zijn moeder Natasza reageert fel: ‘Nou en. Ze blijft altijd ons schatje. Jij ben ook al bijna 23 en ik maak me nog steeds zorgen over jou. Het is gekkenwerk. Soms ben ik jaloers op mensen die geen kinderen hebben. Zij kunnen tenminste rustig slapen.’

Het gesprek volgt in de korte egodocu Moja Siostra (Engelse titel: Sister Of Mine, 30 min.) op een indringende scène, waarin Mariusz’s creatieve zus Zuzanna is opgehaald met een ambulance. Even later barst moeder in huilen uit. Het drugsgebruik van haar dochter, dat Natasza noopt om in huiselijke kring urinecontroles uit te voeren, ontwricht het gehele gezin. ‘Zuzia’ moet naar een afkickkliniek, een indringende ervaring die ze vervat in een gedicht.

Ook daarna blijft ze het gezin echter uit elkaar spelen. Zuzanna daagt de anderen uit om zich ook eens bloot te geven en zet de onderlinge verhoudingen in deze observerende film zodanig op scherp, dat ook haar broer zich niet meer aan de confrontaties voor zijn camera kan onttrekken. De pijnlijke gesprekken binnen het Poolse gezin dienen te leiden tot verzoening, maar daarvoor moet er nog heel wat water door de Wisla in dit schrijnende familieportret.

Niemand Die Het Ziet

BNNVARA

Iedereen in beeld heeft daarbij een belang. Dat moet de conclusie zijn van de vierdelige docuserie Niemand Die Het Ziet (200 min.). Want waarom zou je anders, voor iedereen herkenbaar of juist geanonimiseerd met een masker en stemvervorming, een bijdrage leveren aan een geopolitieke thriller over hybride oorlogsvoering? Dat is tenslotte niet zonder gevaar. Al kan ‘t voor hetzelfde geld ook weer riskant zijn om jouw versie van de waarheid juist níet met de wereld te delen.

Het belang van Volkskrant-journalist Huib Modderkolk lijkt helder: de waarheid over Stuxnet boven tafel krijgen. Met dit computervirus zouden de inlichtingendiensten van Israël en de Verenigde Staten in 2007 Irans kernwapenprogramma in Natanz onschadelijk hebben gemaakt. En de Nederlandse geheime dienst AIVD lijkt daarbij zowaar een sleutelrol te hebben gespeeld: een monteur zou met malware een succesvolle cyberaanval in gang hebben gezet. Maar wat is er daarna dan met deze ‘Agent X’ gebeurd?

Modderkolk spreekt op allerlei plekken in de wereld af met goed ingevoerde bronnen. Zo ontmoet hij bijvoorbeeld het voormalige hoofd van Israëls militaire geheime dienst, de enige man ter wereld die drie nucleaire faciliteiten heeft vernietigd. Toch? Tweeënhalf, reageert de Israëliër direct. Want de cyberaanval die hij liet uitvoeren op Iran was toch niet helemaal geslaagd. Heeft hij nu zojuist toegegeven dat hij betrokken was bij Stuxnet? vraagt de Nederlandse journalist zich naderhand af tijdens het joggen.

Europarlementariër Bart Groothuis (VVD), één van de andere hoofdpersonen van deze enerverende miniserie van Mea Dols de Jong, Chris Westendorp, Reijer Zwaan en Ester Gould, maakt zich zorgen over de wereldorde, die continu wordt bedreigd door landen als Rusland, China en Iran. Van propaganda en desinformatie tot sabotage en hackaanvallen. ‘Er is geen onderscheid meer tussen oorlog en vrede’, zegt Groothuis. Met gevoel voor drama vergelijkt hij de situatie met Tolkiens The Lord Of The Rings. ‘Het oog van Sauron kijkt altijd mee.’

In Kyiv krijgt Sevgil Musaieva, hoofdredacteur van de krant Ukrainska Pravda, gedurig te maken met cyberaanvallen. De Russen proberen op alle mogelijke manieren de Oekraïense samenleving ontwrichten. ‘Onzichtbare aanvallen vormden de opmaat naar een maar al te zichtbare invasie’, stelt Renée Fokker, die als de mysterieuze verteller fungeert voor deze miniserie. ‘In de wereld van verborgenheden bestaat geen toeval’, beweert ze elders. En, al even cryptisch: ‘Sommige informatie is ook na jaren nog met raadsels omgeven.’

Soepel schakelt deze ambitieuze productie ook naar een Oekraïens flatgebouw, waar een jonge strijdster aan een geheime frontlinie al negen maanden digitaal flirt met een Russische soldaat. ‘Hij stuurt graag vieze sms’jes waarin hij omschrijft hoe we seks zouden hebben’, vertelt ze over haar ‘ork’ Pavel. ‘En daarna stuurt hij dan foto’s van dode Oekraïense soldaten.’ Haar collega begint te glimlachen. ‘Heb je op zo’n moment geen zin om terug te schrijven?’ vraagt hij. ‘Gast, je bent de lul. Dit is de Oekraïense geheime dienst.’

Digitale oorlogsvoering en oorlog ‘in real life’ raken voortdurend met elkaar vermengd, met de waarheid als vanzelfsprekende eerste slachtoffer. Wie zit er bijvoorbeeld achter de aanslagen op de Nordstream-gasleidingen? En is er ooit met zekerheid antwoord te krijgen op die vraag? Iedereen ontkent. Natuurlijk. Zoals China ’t ook nooit zal toegeven als/dat ze onderzeese kabels onklaar heeft gemaakt, waardoor het internet in Taiwan werd platgelegd. Mensenrechtenactivist Puma Shen vreest intussen een Chinese invasie.

Niemand Die Het Ziet springt steeds slim op en neer tussen de verschillende verhaallijnen, ondertussen voortdurend de dreiging, het belang en de urgentie daarvan accentuerend. Het is een schemerwereld, benadrukt Fokker nog maar eens, waarin geheimen vanzelfsprekend zijn – en waarin iedereen dus ook een verborgen agenda kan hebben. Medewerkers van inlichtingendiensten doen zich immers vaak voor als journalist, politicus of bron. Wie is kortom wie in deze serie met internationale allure? En, onlosmakelijk daarmee verbonden: waarom?

Intussen lijkt Huib Modderkolk brisant nieuws op het spoor…

You’ve Been Trumped (Too)

Journeyman Pictures

Wat wisten we pakweg vijftien jaar eigenlijk over Donald Trump? Behalve dat hij een succesvolle Amerikaanse ondernemer, bekende tv-persoonlijkheid en ideale belichaming van nouveau riche was. Van Don Jr. had sowieso nog geen mens gehoord. En dan wordt in 2011 You’ve Been Trumped (100 min.) uitgebracht en krijgt The Donald ineens de rol van schurk toebedeeld – en zoonlief die van rechterhand en dommekracht.

Deze typische David & Goliath-docu van Anthony Baxter wordt verteld vanuit het perspectief van enkele bewoners van het Schotse graafschap Aberdeenshire. Sinds enkele jaren beijvert Trump zich om daar, op het ongerepte platteland, een golfbaan met luxehotel te bouwen. En de plaatselijke bevolking moet dan maar gaan wieberen. Die leiden toch slechts een ‘slumlife’, aldus de Amerikaanse projectontwikkelaar, die speciaal met zijn Trump-privéjet is ingevlogen en voor de verzamelde pers poseert met een golfclub in de aanslag en twee doedelzakspelers in vol ornaat op de achtergrond. Hij heeft ’t in het bijzonder over ‘buurman’ Michael Forbes. De bonkige boer en visser leeft volgens Donald Trump in een zwijnenstal. ‘Disgusting!’

Bij mensen zoals Forbes, die weigert om zijn land aan Trump te verkopen en samen met zijn moeder Molly het gezicht wordt van het verzet tegen de flamboyante bullebak, worden dus gewoon plotseling het water en de elektriciteit afgesloten of melden zich lieden die de grens van hun land betwisten. En de autoriteiten kijken de andere kant op of lijken zelfs aan de zijde te staan van de Amerikaanse entrepreneur die de Schotse economie een impuls moet geven. Trump krijgt in deze activistische film intussen een Roger Smith-achtige rol toebedeeld, de General Motors-topman die documentairemaker Michael Moore in z’n debuutfilm Roger & Me tevergeefs aan de tand probeert te voelen over de ontslagronde die hij heeft doorgevoerd in zijn woonplaats Flint, Michigan.

Als Anthony Baxter in 2016 de opvolger You’ve Been Trumped Too (79 min.), die overigens ook los van zijn voorganger is te bekijken, het levenslicht laat zien, is Donald Trump al hard op weg om president van de Verenigde Staten te worden en behoort zijn golfresort Menie Estate, waarvoor een groot deel van het traditionele duinlandschap heeft moeten wijken, inmiddels tot het vaste decor van het Schotse graafschap Aberdeenshire. Van de beloofde werkgelegenheid is weinig terechtgekomen. En Molly Forbes, dik in de negentig inmiddels, heeft al jaren niet of nauwelijks stromend water meer, omdat een medewerker van de Trump-organisatie ooit ‘per ongeluk’ de leiding heeft beschadigd en sindsdien nooit meer kans heeft gezien om die te repareren. 

Baxter gaat verhaal halen aan de andere kant van de Atlantische oceaan, als de verkiezingscampagne van 2016 op gang komt en er in Michael Moore’s thuishaven Flint zowaar ook een watercrisis is ontstaan, die door de schurk van dit verhaal al even nadrukkelijk wordt genegeerd (en die het onderwerp zal worden van één van Baxters volgende films, Flint). De Britse documentairemaker confronteert gewone Amerikanen nu met wat hun beoogde leider in Schotland heeft aangericht. Die geven niet al te veel sjoege. Ze zijn druk genoeg met hun eigen sores, waarvan de duizenddingenman Trump hen zal gaan verlossen. Zelfs Michael Forbes maakt nog de oversteek, gekleed in Schotse rok, om Cleveland te bezoeken voor de Republikeinse conventie.

Dat Amerikaanse deel van Baxters tweede docu voelt enigszins gekunsteld. De verwikkelingen in Schotland waar de bewoners nog altijd met nieuwe complicaties rond dat prestigieuze golfproject worden geconfronteerd zeggen méér dan genoeg. You’ve Been Trumped (Too), een Michael Moore-achtige actiefilm zonder diens ontwapenende humor, toont nog maar eens aan dat de Donald Trump die we sinds de presidentscampagne van 2016 in de hele wereld hebben leren kennen eigenlijk een logische voortzetting is van de egocentrische patser die zich eerder als zakenman deed geleden. En allebei belijden ze vooral met de (grote) mond dat ze het beste voorhebben met de gewone Schot/Amerikaan.

Bitconned

Netflix

Zoals hij daar zit in het centrale interview van Bitconned (94 min.), oogt Raymond Trapani als een klassieke snelle jongen. De gesoigneerde Amerikaanse twintiger heeft plaatsgenomen op een grote fauteuil, die netjes uitgelijnd in een luxueus ogende kamer is geplaatst. Ray zit er duidelijk op zijn gemak. Gekleed in een casual zwarte Ralph Lauren-outfit, met modieuze witte sneakers erbij. Quiet luxury, zogezegd. En zo nu en dan neemt hij, nog altijd een meester in het verkopen van lucht, een achteloos trekje van zijn vape. Zo, brave burgermensen, ziet succes eruit.

Hoe anders zou deze aanstekelijke schelmendocu hebben aangevoeld als Ray was opgevoerd in zo’n typisch oranje gevangenispak en vanachter het glas van een spreekruimte regisseur Bryan Storkel te woord zou hebben gestaan? Nadat eerst nog even zijn handboeien waren losgemaakt, welteverstaan. Want Ray Trapani is een rascrimineel, zo geeft hijzelf meteen grif toe. ‘Het is niet makkelijk om een huis te kopen’, zegt hij bijvoorbeeld in de openingsscène, terwijl ie een nieuw maatpak krijgt aangemeten. ‘Je moet het systeem te slim af zijn. Dat is de moderne American Dream.’

Nadat hij met zijn vaste partner Sam ‘Sorbee’ Sharma een tijdje een autoverhuurbedrijf heeft gehad in Florida, besluiten de twee in 2017 in de ondoorzichtige bitcoin-wereld te stappen. Met Centra Tech willen ze een credit card uitbrengen waarmee je altijd en overal met cryptovaluta kunt betalen. Vrijwel direct stromen de investeerders toe. Want als er ergens snel geld is te verdienen… Bovendien wekken de achtergrond van de twee oprichters (Harvard) en de oudere CEO die zij hebben aangetrokken, voormalig Chase Bank- en Wells Fargo-bestuurder Michael Edwards, vertrouwen.

Storkel laat er vanaf het begin geen misverstand over bestaan: Centra is niet meer dan de toevalstreffer van twee omhoog gevallen kruimeldieven. ‘Als ik wist dat ik illegaal dertig miljoen kon verdienen, zou ik het dan doen of niet?’ reageert Ray Trapani, inmiddels allang tegen de lamp gelopen, op de vraag of hij nog eens zo’n zwendel zou opzetten. ‘Ik denk dat ik het risico zou nemen.’ Hij geniet in elk geval zichtbaar van alle aandacht. De lefgozer laat zich maar al te graag in strak pak en stropdas, met een cocktail aan het zwembad of achter het stuur van een snelle bolide filmen.

Want net als bij Centra, zonder scrupules aan de man gebracht door (dik betaalde) beroemdheden zoals bokser Floyd Mayweather en DJ Khaled, is ook in deze film het beeld, het image, wat beklijft. Zolang het maar lijkt alsof je succesvol bent, ben je ook daadwerkelijk succesvol – ook als dat succes volledig op een leugen berust. Bryan Storkel geeft zijn protagonist daarvoor alle ruimte. Hij is duidelijk niet uit op een psychologisch portret van Ray Trapani, kind van een alleenstaande moeder met drie kinderen, maar wil vooral diens hondsbrutale ‘scam’ in al z’n groteske absurditeit tonen.

En dat werkt heel aardig, ook op de lachspieren. En zoveel onbeschaamdheid heeft, ook doordat de slachtoffers ervan nauwelijks in beeld komen, op de één of andere verwrongen manier ook wel weer z’n charme. Totdat journalist Nathaniel Popper van The New York Times eens begint te graven in het bedrijfsmodel van de crypto-startup. Wordt die Centra Card werkelijk ondersteund door bedrijven als Visa, Mastercard en Bancorp? En dan dondert het hele kaartenhuis, opgebouwd in een gigantisch spiegelpaleis, in elkaar en is het ouderwets ieder voor zich en… juist. Samen voor ons eigen.

Waarbij de één in de cel belandt en de ander in een koophuis. En daarmee krijgt Bitconned op de valreep, als de balans voor de verschillende betrokkenen wordt opgemaakt, ook nog wel een lekker kartelrandje. Een moraal van het verhaal, zo je wilt. Over misdaad en lonen – alleen dan nét anders. Nu is het alleen nog wachten op het moment dat Sam ‘Sorbee’ Sharma in zijn eigen docu, liefst met een sigaar in de mond en een koffer vol contant geld binnen handbereik, zijn kant van dit ongelooflijke (en toch ook wel weer heel gemakkelijk te geloven) verhaal doet.

De Kresj / Onze Kresj

VPRO

Marije Meerman werd in 1967 in dezelfde week geboren als koning Willem-Alexander. Terwijl de oudste zoon van prinses Beatrix en haar echtgenoot Claus al van jongs af aan werd klaargestoomd om ooit de troon te bestijgen, werden Marije en haar broertje Gregor begin jaren zeventig door een oudercollectief anti-autoritair opgevoed in een crèche in een Amsterdams kraakpand.

‘Leef en werk in de geest van Lenin’, stond er op de muur gekalkt. Grenzen werden er niet gesteld aan hun gedrag, gestraft al helemaal niet. De machtsstructuur van het traditionele gezin moest worden doorbroken. Ze wilden een nieuwe autonome, kritische en solidaire mens creëren, die bestand zou zijn tegen autoritaire tendensen. Trots ging Marije’s idealistische moeder Hilde dan ook met een voorlichtingsfilm over het experiment, voor de Rijksvoorlichtingsdienst gemaakt door Jan van den Brink, het land in.

In 1995 ging Meerman, gewapend met datzelfde beeldmateriaal, voor haar afstudeerfilm De Kresj (57 min.) in gesprek met vijf twintigers die rond 1970 als kleuter met haar op de Kresj Prins Konstantijn hadden gezeten. Hoe kijken ze terug op die periode? En in hoeverre zijn de idealen van hun ouders doorgesijpeld naar hun eigen leven? Zijn ze door dat ’uit de hand gelopen experiment’ – of juist ondanks dat wilde plan – op het podium, achter de bar, aan de zelfkant, in de kraakbeweging of achter (en nu ook een beetje voor) de camera terechtgekomen?

In de opvolger Onze Kresj (95 min.) uit 2014 buigt Marije Meerman zich over het archief van haar inmiddels overleden moeder en spreekt ze, bijgestaan door haar broer Gregor als cameraman, met de andere hippies van weleer. Hoe kijken deze voormalige voortrekkers van de protestgeneratie, die inmiddels stilaan de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, erop terug dat zij hun kinderen ‘de vrije lustbeleving’ lieten ontdekken? En is het gelukt om daarbij ‘de patriarchale gezinsstructuur’ daadwerkelijk los te laten?

Duidelijk is dat theorie en praktijk ook toen al soms ongenadig met elkaar botsten. En dan moest er eindeloos worden gediscussieerd of vergaderd om iedereen weer op hetzelfde spoor te krijgen. ‘De mensen die daar het hoogste woord hadden vond ik op de werkvloer niet echt overtuigend’, herinnert Peter zich. ‘Nou, die hadden ook geen kinderen’, vult Samantha aan. En dan waren er nog de verplichtingen die ze als ouders en volwassenen hadden naar elkaar. Want het was ook de tijd van de vrije liefde, communes en partnerruil.

Al reflecterend op die formatieve jaren worden De Kresj en Onze Kresj veel meer dan simpelweg een terugblik op een onorthodoxe Amsterdamse crèche. Meerman kijkt naar wat de idealen van de jaren zestig te weeg hebben gebracht. Zijn de rimpelingen van de steen die toen in het water is gegooid nog altijd zichtbaar? En zijn die idealen daardoor dichterbij gekomen of juist (definitief) kaltgestellt? De vrijheid blijheid die de ouders destijds aan hun kinderen wilden meegeven, in de hoop dat ze zo weerbare mensen zouden afleveren, lijkt in elk geval vervlogen.

De Kresj is hier online te bekijken.

Onze Kresj is hier online te bekijken.

Blind Vertrouwen

Omroep Max

Een visuele beperking hoeft geen beperking te betekenen voor je ambities. Die boodschap ligt er duimendik bovenop in Blind Vertrouwen (60 min.). De tv-docu, naar een idee van Tjarda Struik, werd uit ruim 3500 inzendingen gekozen als winnaar van het initiatief ‘Jouw idee op TV’. Dat er werk aan de winkel is als het gaat om de emancipatie van blinden en slechtzienden is overigens ook duidelijk: naar schatting heeft slechts zo’n dertig procent van hen betaald werk.

Struik is zelf ook één van de drie hoofdpersonen van deze film van Ary Schouwenaar, Floor Collin, Dolf Gerbers en Roy Ferwerda. Als ‘blindfluencer’ is ze met meer dan 200.000 volgers inmiddels een bekend gezicht op de sociale media. ‘Hoi, ik ben Tjarda en ik ben bijna blind’, de zin waarmee ze filmpjes begint, is zelfs een begrip te worden. Struik is ambitieus en gaat bijvoorbeeld te rade bij de bekende influencer Nienke Plas. Want ze wil nóg meer volgers. ‘Zodat veel mensen zien, letterlijk zien, dat als je niet ziet er nog heel veel deuren openstaan in het leven.’ En ooit, liever vandaag dan morgen, wil Arda Struik burgemeester worden.

Veertiger Ronald Boef, die blind werd geboren, is zowaar golfprofessional. Hij moet daarbij puur op zijn gehoor of gevoel afgaan, want Ronald heeft zelf dus nog nooit een golfbal, -club of -baan gezien. Met zijn beschermende vader Rein als caddie en golfcoach Adrian Morley aan zijn zijde wil hij het wereldkampioenschap voor blinden en slechtzienden in Zuid-Afrika op zijn naam schrijven. Om Ronalds sportcarrière te faciliteren, is alleen wel veel geld nodig. En dus zetten zijn ouders, die hun leven volledig in het teken lijken te zetten van hun enige kind, zich in voor een fundraiser.

Annemarie Nodelijk tenslotte heeft tijdens haar modeopleiding een hersentumor gekregen. Sindsdien is  ze slechtziend. Dit weerhoudt ook haar er niet van om het hoogste na te streven. In haar geval: een show waarbij ze haar werk als tassenontwerpster aan de wereld kan tonen. ‘Verliezers hebben een excuus en winnaars hebben een plan’, zegt ‘Annie’ daarover. ‘Dus volg je plan en ga er gewoon voor!’ En precies die attitude spreekt ook uit Blind Vertrouwen, waarin misschien niet altijd alles volgens plan verloopt – wel bijna, overigens – maar waaruit een onmiskenbaar ‘waar een wil is…’-gevoel spreekt.

En voor Tjarda Struik, initiatiefnemer en hoofdpersoon van deze niet al te diepgravende docu, zit er aan het eind zowaar nog een aardige surprise in het vat. Om het centrale punt, van haar eigen idee op TV, nog eens extra goed in de verf te zetten.

De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar

NTR

Die naam roept verwarring op: De Vereniging Rembrandt. Alsof de vereniging, in 1883 opgericht door particuliere kunstliefhebbers, zich alleen met Rembrandt van Rijn zou bezighouden. Het ‘collectief mecenaat’ telt tegenwoordig 18.000 leden en heeft inmiddels meer dan 2500 Nederlandse kunstaankopen gesteund. Zonder De Vereniging Rembrandt zou er in eigen land nauwelijks een Hollandse meester zijn te zien, maar de leden ontfermen zich net zo goed over moderne kunst. ‘Elke aankoop is een wonder’, stelt directeur Fusien Bijl de Vroe.

En dan komt er zowaar toch een aanvraag voor de aankoop van een Rembrandt binnen. Van één van de bestuursleden nota bene. Directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum in Amsterdam vraagt een aanzienlijke bijdrage voor de aankoop van De Vaandeldrager, een schilderij uit 1636 dat wellicht kan worden aangekocht van de familie De Rothschild. Zij vragen tweehonderd miljoen voor het kunstwerk, dat zijn dagen al sinds jaar en dag in een kluis te Monte Carlo slijt en niet toegankelijk is voor het publiek. Niet elk bestuurslid is op voorhand even enthousiast.

Terwijl het bestuur onder leiding van voorzitter Arent Fock begint te delibreren over of steun aan het Rijksmuseum nu wel of niet opportuun is, bivakkeert Dibbits op de gang. En als hij terugkeert in de vergadering, laat geen van zijn collega’s iets los. Er kan nog geen knipoogje vanaf, verzucht hij in De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar (55 min.) van Oeke Hoogendijk, die na Het Nieuwe RijksmuseumMarten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk en Mijn Rembrandt dus monter verder is gegaan met het ontsluiten van het beheer van (inter)nationale kunst door de gegoede burgerij.

De documentairemaakster slaagt er opnieuw in om van een op zichzelf tamelijk elitair onderwerp een toegankelijke film te maken, die bovendien actuele vragen stelt over de manier waarop musea hun collecties samenstellen. Kiezen die bijvoorbeeld niet veel te gemakkelijk voor de grootmeesters van De Gouden Eeuw, die door een gebrek aan interesse van de Nederlandse overheid in de achttiende en negentiende eeuw veelal in buitenlandse handen zijn beland? En souperen die dan niet veel te veel van het beschikbare budget voor kunst en cultuur op?

Fusien Bijl de Vroe laat zich door zulke discussies niet meer van de wijs brengen. ‘Dat is één van de dingen die ik prachtig vind van naar het museum gaan: er hangen geen prijskaartjes meer aan’, stelt ze. ‘Je mag gewoon kijken.’

Longstay

Mok & Uslu BV

In principe is dit het perspectief voor de rest van hun leven, hier op de Longstay (90 min.). Want deze mannen vormen volgens hun begeleiders nog steeds een gevaar voor de samenleving. In 2009 biedt de Pompestichting in het Brabantse dorp Zeeland aan zo’n veertig mensen Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg. Zij hebben ooit TBS opgelegd gekregen, maar worden inmiddels beschouwd als uitbehandeld. Het is de vraag of ze ooit nog naar buiten mogen. De patiënten moeten zich er dus mee verzoenen dat dit hun leven is, achter de hekken van de longstay-afdeling.

‘Ik heb zelf voor longstay gekozen, omdat ik weet dat ik gevaarlijk ben’, vertelt Frank in deze observerende documentaire, waarmee Meral Uslu en Maria Mok een Gouden Tegel hebben gewonnen. Frank weet van zichzelf: buiten gaat ’t mis. Hij wil geen slachtoffers meer maken. ‘Wat heeft het namelijk voor zin om jezelf te belazeren en gewoon net te doen alsof, naar een resocialisatie te gaan en daar naar buiten te stappen en het volgende slachtoffer voor je neus te zien staan?’ zegt hij. ‘Nee, sorry, dat ging er bij mij dus niet in. Dus heb ik gezegd: pas.’

Zo berust de één in zijn lot, terwijl een ander er maar geen vrede mee kan hebben. Rudy, een goedlachse Antilliaanse man die een kleine twintig jaar geleden een ernstig geweldsdelict pleegde, heeft nog altijd de hoop dat hij ooit vrijkomt. ‘Ik beschouw het toch wel als inhumaan’, zegt zijn advocaat tijdens een rechtszitting over de verlenging van Rudy’s TBS, ‘dat deze cliënt, die toch al heel veel  jaren stabiel is en ook goed functioneert, toch een soort verkapt levenslang heeft gekregen en hem eigenlijk door de kliniek weinig tot geen behandelperspectief wordt geboden.’

‘Wij hebben allemaal een stoornis in het hoofd’, vertelt Willem, die inmiddels bijna veertig jaar vastzit en zich daar ook mee verzoend lijkt te hebben. ‘En dat gaat niet meer weg en is erger geworden door drugs en drank.’ Samen met zijn begeleider Marjo gaat hij op bezoek bij zijn familie. Zij maakt zich er geen zorgen over dat hij er onderweg tussenuit knijpt. ‘Willem is bang dat ie mij uit het oog verliest’, zegt ze vanachter het stuur. ‘Samen uit, samen thuis’, beaamt de man, die soms last heeft van psychoses en stemmen in z’n hoofd en dan erg angstig en wantrouwend kan zijn.

Als vliegen op de muur, hun handelsmerk, kijken en luisteren Uslu (camera) en Mok (geluid) mee op de longstay-unit. Het resultaat is een uniek kijkje achter de hekken. Als er een groep nette dames wordt rondgeleid, een sneeuwballengevecht ontstaat of een tatoeage wordt gezet. Bij het werk, de pedicure of het separeren. Intussen volgen en voeren ze kleine gesprekjes. Over het hebben van een relatie, medicatie innemen, op verlof gaan, drugs gebruiken, ‘getherapeutiseerd’ zijn, stiekem porno kijken en de nieuwe woonlocatie, waar ze met een grotere groep gaan samenleven.

Bij de ene patiënt blijft de achterliggende problematiek goed verborgen en zie je als leek een ogenschijnlijk netjes gesocialiseerde man, bij een ander is vanaf de eerste aanblik duidelijk dat er iets grondig mis is. Meral Uslu en Maria Mok oordelen verder niet en laten elke persoon, hoe beschadigd ook, in z’n waarde. Deze film maakt weer mensen van hen – al is Longstay ook zeker geen pleidooi om iedereen weer een leven buiten de kliniek te gunnen. Want in andere omstandigheden kunnen ze zomaar weer een gevaar zijn. Voor zichzelf, hun directe omgeving én de samenleving als geheel.

Danger Zone

Dogwoof

Als het hommeles is in Somalië, wil iedereen volgens Rick Sweeney naar Somalië. Wanneer het misgaat in Irak, dan ontstaat er automatisch vraag naar Irak. Zo werkt het volgens de Amerikaanse reisorganisator in de wereld van de War Zone Tours. Sweeney wilde als jongen het leger in, maar werd afgekeurd vanwege rugproblemen. Omdat hij echter nadrukkelijk bleef zoeken naar de adrenalinerush van, zoals hij dat zelf noemt, de betere Bruce Willis-film, begon de ‘thrillseeker’ commerciële reizen naar oorlogsgebieden te organiseren.

Eleonora Giuliani uit Los Angeles is zo’n toerist die af en toe de Danger Zone (92 min.) opzoekt. Ze ervaart het normale leven vaak als nep en oppervlakkig en heeft daarom volgens eigen zeggen soms behoefte aan de drie R’en: raw, real en rough. In Irak mocht ze bijvoorbeeld al eens met een mortier op een kamp van Islamitische Staat schieten. Nu maakt ze zich op voor een trip naar het Afghanistan van de Taliban. Eerst krijgt ze in eigen land nog een training. Eleonora gaat, natuurlijk, schieten en mag ook een auto besturen die zogenaamd op de vlucht is en allerlei objecten moet ontwijken. En aan het eind wacht de verplichte foto met een coole blik en indrukwekkende mitrailleur.

De Amerikaanse jongeling AJ Harris wil ook wel eens zo’n gevaarlijke trip maken en sluit in deze sterke film van Vita Maria Drygas aan bij de ervaren oorlogstoerist Andrew Drury. Thuis laat de Brit hem alvast wat parafernalia zien, die hij in de loop der jaren heeft verzameld: een raket uit Tsjetsjenië, het naamplaatje van een opgeblazen man en een menselijk botje dat hij opdeed in Soedan. Drury heeft zulke heftige ervaringen nodig in zijn leven, zegt hij. Hij houdt weliswaar zielsveel van zijn vrouw en kinderen, maar gewoon is ook maar zo gewoon. En we kunnen met z’n allen, legt hij voor de zekerheid nog eens uit in een vlog, natuurlijk ook leren van het lijden van anderen.

Drygas kijkt zonder commentaar mee bij de pleziertrip van Eleonora naar Afghanistan en het ramptoerisme van het duo AJ (steevast met zonnebril) en Andrew (die de stemming erin houdt/brengt met observaties zoals: dit moet toch echt ‘één van de gevaarlijkste plekken op aarde’ zijn) in het Somalische Mogadishu. De twee reizen zijn parallel gemonteerd. Als de spanning op de ene plek oploopt, zijn er op de andere genoeg weerloze kinderen om je weer een goed gevoel te bezorgen. ‘Het is net als in een film’, vertelt AJ aan zijn vriendin. En Eleonora bezigt nog maar eens de lijfspreuk van verwende westerlingen: YOLO, You Only Live Once.

Zo sterft iedereen natuurlijk ook maar één keer – al willen sommige ramptoeristen eigenlijk wel duizend doden sterven (om dan overigens weer vrolijk verder te gaan met hun leven). Gaandeweg blijkt echter dat deze geheel verzorgde all inclusive-tripjes naar oorlogsgebied toch niet voor iedereen zijn weggelegd of op z’n minst meer kosten dan in eerste instantie gedacht. Zonder opsmuk of al te opzichtig waardeoordeel kijkt Vita Maria Drygas naar deze parasitaire industrie, waarbij menige kijker desondanks toch wel even zijn wenkbrauwen zal fronsen.

De Wereld In Ter Apel

BNNVARA

Als er één onderwerp is waarbij feiten en fabels voortdurend door elkaar lopen, dan is ‘t wel de Nederlandse asielcrisis. Aan de journalistiek de taak om het kaf van het koren te scheiden en de feiten, en de daarbij betrokken personen, te laten spreken. Waar de miniserie Bij Ons Op Het AZC onlangs het dagelijks leven binnen het asielzoekerscentrum van Zutphen in beeld bracht en de mensen portretteerde die daar verblijven en werken, kiest De Wereld In Ter Apel (212 min.) nu een systeembenadering: hoe werkt het veelbesproken Nederlandse asielbeleid in de praktijk?

De vierdelige serie van Martin Maat en Hans Hermans, het duo dat de afgelopen jaren ook al De Boerenrepubliek en Een Porseleinen Huwelijk uitbracht, start op 21 november 2023, de avond vóór de Tweede Kamerverkiezingen, die een politieke aardverschuiving te weeg brengen. In het veelbesproken aanmeldcentrum in het Groningse dorp, ‘de enige voordeur van Nederland’ brengen 165 asielzoekers dan de nacht door op de vloer van drie wachtkamers. Het is het beschamende sluitstuk van een turbulent jaar, waarin de filmmakers hebben meegekeken in Ter Apel.

Daarna gaat de miniserie terug naar het begin van 2023, als het nog relatief rustig is in het centrum. Stapsgewijs lopen Maat en Hermans in eerste instantie de verschillende elementen van de asielprocedure door, waarbij ze getuige zijn van verhoren door de vreemdelingenpolitie, IND-gehoren en terugkeergesprekken met mensen uit landen als Syrië, Colombia, Somalië, Marokko en Iran. Na afloop delen de makers, die de gebeurtenissen via een voice-over op neutrale toon inkaderen, de uitkomst ervan. Meestal is dat een variant op: de procedure loopt, de uitkomst ervan laat nog op zich wachten.

Tegelijkertijd neemt De Wereld In Ter Apel ook elders in de wereld poolshoogte. In Raqqa bijvoorbeeld, waar het leven door de Syrische burgeroorlog nog altijd volledig ontregeld is. Bij het oerbos tussen Polen en Belarus, waar vluchtelingen, in strijd met Europees en internationaal recht, gedwongen worden teruggestuurd. Op de Middellandse Zee, ‘de dodelijkste grens ter wereld’, waar Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen uit gammele boten proberen te redden. En in Ethiopië, waar honderdduizenden gevluchte Somaliërs ‘in de eigen regio’ worden opgevangen.

Hoewel de verwikkelingen in binnen- en buitenland soms echt met elkaar gematcht moeten worden, is de bedoeling duidelijk: de Nederlandse asielcrisis is niet los te zien van ontwikkelingen in de rest van de wereld en dus ook niet zomaar vanuit hier bij te sturen. Intussen loopt de situatie in de loop van 2023 steeds verder uit de hand. Ter Apel kampt met veel te weinig plekken en overlast gevende asielzoekers. In de rest van het land blijft er een schrijnend tekort aan opvanglocaties en is er ook weinig animo om bij te springen. En Den Haag blijft maar bakkeleien over de spreidingswet.

Daarmee krijgt deze serie, die nuchter, kalm en beschrijvend begint, gaandeweg steeds meer drama en urgentie. Als het systeem aan de basis helemaal dreigt vast te draaien. Omdat elders het vermogen of de bereidheid ontbreekt om de maatregelen te nemen die nodig zijn om deze uitdaging, die het kleine Nederland natuurlijk ontstijgt, beheersbaar te houden.

The Player

Cinema Delicatessen

‘Misschien is niets geheel waar en zelfs dát niet.’ Met dit citaat van Multatuli opent John Appel deze bekroonde zoektocht naar zijn vader. Naar de man zelf en mannen zoals hij. Gokkers. Waaghalzen. Oplichters. Mannen die leven met, door en voor risico.

Appel start in The Player (84 min.) bij een zwart-wit foto. Van zijn vader, bij diens luxewagen, een Mercedes. Hij pakt een brief erbij, gedateerd op dinsdagochtend 18 april 1978. De enige die zijn vader hem ooit schreef, een half jaar voor zijn dood. ‘Je vader heeft het “ei van Columbus” uitgevonden’, schrijft hij. Even later gevolgd door: ‘Natuurlijk zul je denken: dat is weer een truc van je vader, maar nee, dat is het niet. Het resultaat zal ongelovelijk succesvol zijn.’ Pas aan het einde van de film wordt duidelijk wat voor een ei John Appels vader denkt te hebben gevonden en of ‘t een gouden exemplaar is – of toch eerder een lege dop.

Om dichter bij die spannende en ook onbegrijpelijke ouder te komen, zoekt zijn zoon in deze persoonlijke film uit 2009 zielsverwanten van hem op, mannen die een deel van de ‘thrillseeker’ Appel senior representeren. Op de renbaan in Duindigt, bij de paardenraces die zijn vader ook veelvuldig bezocht in de laatste fase van zijn leven, ontmoet John bijvoorbeeld de charmante en ondoorgrondelijke bookmaker Harry Engels. ‘Er is één ding in mijn leven’, vertelt die, niet zonder trots. ‘Alles is onzeker.’ De joviale heer pronkt bovendien met een eindeloze rij foto’s van vriendinnen, die hun heil echter stuk voor stuk elders hebben gezocht.

In de Koepelgevangenis van Haarlem spreekt Appel daarnaast met Harry Hofland, een man die al een aanzienlijke periode vastzit vanwege oplichting en nu echt zijn leven wil beteren. Echt. Tegelijkertijd vertelt Hofland hoe liegen en bedriegen hem met de paplepel zijn ingegoten en inmiddels ook een soort tweede natuur zijn geworden. Als het hem lukt om ergens mee weg te komen, vindt hij dat ‘onbeschrijfelijk mooi’. In San Remo tenslotte mag de documentairemaker meekijken bij gokker Ted Stolzenbach. ‘Zodra je het Casino binnenloopt heb je geen verleden’, stelt die filosofisch. ‘Je hebt alleen nog maar een toekomst.’

Van Stolzenbach is ook de uitspraak die als een soort leidmotief voor deze documentaire geldt: een echte gokker zet zichzelf op het spel. Het is een vorm van Russische roulette, beweert hij. Die levenshouding spreekt ook uit zo’n beetje elke anekdote van John Appel over zijn vader, waarmee hij deze intrigerende film aanstuurt en richting geeft. De man móest balanceren op het slappe koord tussen spel en realiteit. De gedachte dat hij elk moment naar beneden zou kunnen vallen bleef tot het allerlaatst onweerstaanbaar. En dat was weer volstrekt onbegrijpelijk voor al wie hem liefhad.

Bassie & Adriaan – Een Schat Aan Herinneringen

AVROTROS

Adriaan is acrobaat. En Bassie zit vol kattenkwaad. Tenminste, zo zitten ze in het collectieve geheugen van (eeuwige) kinderen opgeslagen: Bassie & Adriaan.

De Vlaardingse broers Bas en Aad van Toor, beiden inmiddels dik in de tachtig, begonnen echter allebei als acrobaat. Onder de naam The Crocksons traden ze van 1955 tot 1980 op als duo. En op dat acrobatenwerk zijn ze misschien nog wel het meest trots, stelt Aad. Ze hadden echt internationaal succes. ‘Wat de gein is: je komt op als de grote onbekende’, vult zijn oudere broer aan. ‘En na vijf minuten hebben die mensen door dat je wat presteert… Jóh, zie je dat? Dat is natuurlijk fantastisch!’

In Bassie & Adriaan – Een Schat Aan Herinneringen (45 min.) gaan de twee er eens lekker voor zitten om herinneringen op te halen. Want toen ze te oud werden voor het acrobatenleven, vonden de gebroeders Van Toor zichzelf opnieuw uit als komisch duo. Hele generaties Nederlanders zijn opgegroeid met B&A en door hen verzonnen creaties zoals De Plaaggeest (een schurk waarvan kinderen echt wakker lagen), De Baron, Robin de robot, Vlugge Japie en de boeven B2 en B100.

De verhalen van Bas en Aad zijn natuurlijk gelardeerd met hoogtepunten uit hun oeuvre en worden aangevuld door oud-medewerkers zoals acteur Hans Beijer (B100) en archivaris Martijn Passchier. De bekende Bassie & Adriaan-liefhebbers Paul de Leeuw, Gert Verhulst, Danny Verbiest en Mart Hoogkamer dragen eveneens hun steentje bij aan deze ongegeneerde lofzang op de kindervrienden, waarbij de ruzies tussen de twee, breed uitgemeten in de roddelpers, maar achterwege zijn gelaten.

Want wat er ook gebeurt in het Bassie & Adriaan-universum, altijd blijven lachen….

The Fog Of War

Sony Pictures Classics

Hoe is ’t toch mogelijk dat een groep vooraanstaande Amerikaanse denkers en politici jarenlang zo de mist is ingegaan in Vietnam? Wat heeft een evident intelligente man als Robert McNamara (1916-2009) bijvoorbeeld bewogen om zijn land, als de langstzittende minister van Defensie uit de geschiedenis van de Verenigde Staten, consequent dat duivelse moeras in te blijven sturen?

Hij had kunnen voortleven als de man die autofabrikant Ford eind jaren vijftig grondig moderniseerde, als president Kennedy’s topadviseur bij het bezweren van de Cubacrisis in 1962 (toen de toekomst van de wereld aan een zijden draadje hing) of als president van de Wereldbank. Robert McNamara zou alleen de geschiedenis ingaan als ‘de architect van de Vietnamoorlog’.

In The Fog Of War (107 min.), in 2003 bekroond met de Oscar voor beste documentaire, gaat Errol Morris samen met de briljante, stronteigenwijze en nog altijd strijdbare intellectueel en politicus op zoek naar een antwoord. Dat resulteert volgens de ondertitel van de film in ‘Eleven lessons from the life of Robert S. McNamara’. Die zijn door Morris uit hun interviews gedestilleerd.

Probeer je te verplaatsen in je opponent, bijvoorbeeld. Of: verhoog de efficiëntie. En: kijk altijd kritisch naar je eigen gedachtegang. Het gesprek tussen de heren, van in totaal zo’n twintig uur, heeft plaatsgevonden via de door Morris ontwikkelde ‘interrotron’. De twee mannen maken oogcontact met elkaar via een spiegel in de cameralens. Daardoor kan McNamara récht in de camera kijken.

Indringend. Fel. En een enkele keer ook geëmotioneerd. Een oudere man inmiddels. Sadder and wiser, maar nog net zo helder denkend en messcherp formulerend als in de dagen dat hij in het centrum van de macht stond. ‘Ik denk dat wij als menselijk ras meer over doden moeten nadenken’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘Hoeveel slechtheid kunnen we ons veroorloven om goed te doen?

Via zijn gesprekspartner schetst Errol Morris de Amerikaanse historie van pak ‘m beet de Tweede Wereldoorlog via de Koude Oorlog tot de smadelijke terugtocht uit Vietnam. De nadruk ligt natuurlijk op die verdoemde oorlog, waarvan Robert McNamara, die zowel John F. Kennedy als diens opvolger Lyndon Johnson diende als minister van Defensie, het tamelijk hautaine gezicht is geworden.

Morris illustreert de bespiegelingen van de inmiddels 87-jarige oud-politicus met archiefbeelden, audio-opnamen van diens gesprekken met zijn presidenten en collega’s en een enkele visualisatie, zoals bijvoorbeeld van de beruchte Dominotheorie, op basis waarvan de Verenigde Staten ooit heeft geïntervenieerd in Vietnam. Want het Aziatische land mocht beslist niet communistisch worden.

De befaamde componist Philip Glass heeft ook deze Morris-productie weer van een urgente soundtrack voorzien, die de film continu voortstuwt. En dan ligt aan het eind alleen de beginvraag nog ongeduldig op antwoord te wachten: hoe dan? McNamara’s antwoord zit al vervat in de titel: het is de mist die nu eenmaal rondom oorlog hangt. Oorlog is te complex voor het menselijke brein.

Door die mist kun je als beslisser vaak geen hand voor ogen zien en is het dus onvermijdelijk dat je verkeerde beslissingen neemt. Tien jaar later zou de Amerikaanse filmmaker overigens nog een soort vervolg op The Fog Of War maken: The Unknown Known. Over de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, de architect van de oorlog in Irak. Ook hij raakte verdwaald in de mist.

Hell Camp: Teen Nightmare

Netflix

Eens in de zoveel tijd steekt het idee weer de kop op: de jeugd van tegenwoordig deugt nergens voor en moet dus collectief naar een heropvoedingskamp worden gestuurd.

Sommige ouders voegen de daad bij het woord. Nadine, volgens eigen zeggen het opstandige zwarte schaap van haar familie, was vijftien jaar oud toen ze in 1989 ’s ochtends vroeg van haar bed werd gelicht. ‘Als ik probeerde te vluchten’, herinnert de Amerikaanse vrouw zich, ‘zouden ze me in de boeien slaan.’ In het donker werd ze naar het vliegveld gebracht en met een privévliegtuig naar de woestijn van Utah vervoerd. Daar kreeg de tiener een briefje in haar handen gedrukt: ‘Beste Nadine, dit is voor je eigen bestwil. We houden van je. Papa & mama’.

Ze is terechtgekomen bij de Challenger Foundation, het geesteskind van Steve Cartisano, een voormalige sergeant bij de Amerikaanse luchtmacht. En dan kan iedereen wel bedenken hoe ’t er tijdens dat ‘wildernistherapiekamp’ aan toegaat: discipline, tucht en héél veel psychologie van de koude grond. Een beetje angst kan geen kwaad, meent voormalig field director Lance ‘Horsehair’ Jaggar in Hell Camp: Teen Nightmare (90 min.). Hij is absoluut tegen mishandeling, maar zegt ook: een goed pak slaag kan soms wonderen doen.

Deze documentaire van Liza Williams had een kritische reflectie kunnen worden op zulke heropvoedingskampen voor probleemjongeren, die met name in de Verenigde Staten nog altijd zeer populair zijn. Het is een industrie waarin behoorlijk wat geld omgaat. En het blijft natuurlijk de vraag wat het totaal afbreken van tieners, om ze vervolgens weer helemaal opnieuw op te bouwen, uiteindelijk doet met jongeren. Dat is echter niet de insteek van deze film, die liever het fenomeen Steve Cartisano en de misstanden bij zijn kampen belicht.

’s Mans carrière verloopt al net zo rommelig als deze weerslag daarvan. Als bij één van zijn kampen een zestienjarige deelneemster overlijdt, gaat het al snel bergafwaarts met Steve en zijn lucratieve onderneming. Hij zoekt zijn heil noodgedwongen in het buitenland. In exotische oorden probeert hij ontspoorde jongeren van gefortuneerde ouders weer op het juiste spoor te krijgen. In plaats daarvan belandt Steve Cartisano echter zelf steeds nadrukkelijker in de problemen. En hij trekt de aan hem toevertrouwde tieners met zich mee, inclusief twee van zijn eigen kinderen.

Hell Camp – de goedkope titel en het effectbejag in de openingsscène deden ’t al een beetje vermoeden – belandt ondertussen op steeds schimmiger terrein en verkiest consequent spanning en sensatie – met een pijnlijke beschuldiging aan het adres van Cartisano, als nauwelijks meer te verifiëren uitsmijter – boven het serieus doorlichten van heropvoedingskampen: wat is het effect op de lange termijn van zo’n kamp? En heeft de jeugd van tegenwoordig baat bij zo’n strikte, wat meer militair ingestoken aanpak of wordt er vooral schade aangericht?

Lutar, Lutar, Lutar

ESPN

Alleen de liefde zelf maakt net zulke grote emoties los als de belangrijkste bijzaak van de wereld, voetbal. Lutar, Lutar, Lutar (110 min.) levert het tastbare bewijs, via de aanhang van Clube Atlético Mineiro, sinds 1908 de trots van de Braziliaanse mijnwerkersstad Belo Horizonte. De gezworen fans Sérgio Borges en Helvécio Marins Jr. belichten de turbulente historie van hun club, vanuit de beleving van supporters zoals zijzelf. ‘Wij zijn geen team dat de ene na de andere cup wint’, zegt een fan van ‘Galo’ treffend. ‘Wij zijn een team van eer, lef en traditie. Nog een beker in de prijzenkast? Big fucking deal. Ik ben een Atleticano. Die cups kunnen me gestolen worden. Ik ben een martelaar.’

‘Huwelijken, verjaardagen, noem ’t maar op’, zegt Tia Célia Diniz, een oudere vrouw, die voor de camera heeft plaatsgenomen in het zwart-witte clubshirt. ‘Als Galo speelt, hoeven ze niet op me te rekenen. Dan zit ik in het stadion.’ De quote zou zo afkomstig kunnen zijn uit Fever Pitch, het heerlijke boek dat Nick Hornby schreef over zijn tragische liefde voor de Londense voetbalclub Arsenal. Tia illustreert nog maar eens hoever haar liefde gaat: ‘Mijn dochters bevielen altijd als het seizoen al was begonnen. Ik bracht hen dan naar het ziekenhuis en zei: als ik terugkom van de wedstrijd, kun je me vertellen of het een jongen of een meisje is geworden. Het is hoe dan ook een Atleticano.’

De club maakt elementaire clangevoelens los. Die spelen nog altijd duchtig op bij de herinnering aan de dramatische beslissingswedstrijd om het Braziliaanse kampioenschap van 1977 tegen grote rivaal São Paulo. Het onrecht stapelde zich werkelijk op: Galo had in de competitie elf punten voorsprong opgebouwd (die nu ineens niet meer meetelden), moest aantreden zonder z’n sterspeler Reinaldo, werd een glaszuivere strafschop onthouden en ging toen de bietenbrug op na een dramatisch verlopen penaltyreeks. Het verlies leidde tot massale rouwtaferelen in de Braziliaanse stad. ‘Belo Horizonte heeft nooit een triestere dag gekend’, zegt Reinaldo in dit gepassioneerde clubportret.

De traumatische nederlaag is ook een bevestiging: Atlético Mineiro wordt stelselmatig benadeeld tegenover de clubs uit grote steden zoals Rio de Janeiro of São Paulo. En dat Calimero-complex blijkt, in combinatie met blinde clubliefde, een prima drijfveer om tóch te komen tot grote prestaties. Al kunnen die dat gevoel van miskenning nooit helemaal wegnemen. Want zeg nou zelf: Reinaldo is toch beslist niet minder dan de legendarische Pele, die alom wordt beschouwd als de beste speler aller tijden? Bedenk daarbij dat de sterspeler van Galo jarenlang he-le-maal kapot is geschopt en daarnaast op alle mogelijke manieren werd tegengewerkt door de militaire machthebbers in het land.

Borges en Marins Jr. volgen hun club over hoge toppen en door diepe dalen. Via interviews met voormalige topspelers als ÉderToninho Cerezo en Ronaldinho en ronduit schitterende voetbalbeelden uit de meer dan een eeuw omvattende clubhistorie, natuurlijk. Eerst en vooral is Lutar, Lutar, Lutar – wat zoveel betekent als: streef, streef, streef, een leus die regelmatig door Galo’s thuisbasis Mineirão galmt – echter een lyrische ode aan al die Atleticano’s en de manier waarop zij leven met hun club. Als Atlético Mineiro na enkele magere jaren in 2013 eindelijk de Copa Libertadores in de wacht sleept, het hoogtepunt uit de clubhistorie en de climax van deze film, is het volksfeest dan ook niet te overzien.

‘Dank u God, vader, moeder, oom dat ik een Atleticano mocht worden’, vat verteller Carol Leandro dit sentiment nog even samen, bij een beeld waarop ze in het stadion met andere fans een doelpunt viert. ‘Dit ben ik: Carol. Vrouw, zwart en supporter. Maar er is geen betere definitie van mij dan de zin op het spandoek hier achter op de foto. Wij als Atleticano spreken altijd in meervoud. Wij blijven en wij zingen. Wat er ook gebeurt, ongeacht de tijd of omstandigheden, dat is een vanzelfsprekendheid in ons leven. Wij blijven en wij zingen.’ Waarna het ‘Galo, Galo, Galo…’ weer van de tribunes neerdaalt…