Anima

Newton Film

Het is als een levend organisme, de Rotterdamse haven. Waar individuele mensen niet meer dan radertjes zijn in een kolossale, ogenschijnlijk soepel draaiende machine. Taakbewust. Meestal aan het werk ook. Gesproken wordt er in elk geval nauwelijks in Anima (27 min.), de korte observerende film die Anna Witte en Josefien van Kooten in deze imposante omgeving hebben gemaakt.

De twee kijken aandachtig mee bij werkzaamheden die de vermogens van gewone mensen te boven gaan. De klussen worden veelal verricht door schepen, machines en vrachtwagens, de medewerkers spelen slechts een dienende rol. Met kleine handelingen houden ze de machine, die precies schijnt te weten wat er wanneer moet gebeuren, steeds maar weer aan de praat.

In de pauzes proberen al die werkemannen – nauwelijks een vrouw te zien – contact te houden met de rest van de aarde. Daarbij zijn ze veelal aangewezen op beeldschermen. Van hun smartphones natuurlijk, waarmee ze elk onbewaakt ogenblik hun zinnen kunnen verzetten. En van de televisietoestellen die overal, ongevraagd, een blik op een parallelle wereld verschaffen.

Intussen proberen ze in contact te blijven met zichzelf en elkaar. Via karaoke bijvoorbeeld. Tranentrekkers zoals Runaway Train of You’re My World lenen zich er uitstekend voor om eens lekker mee te galmen. Of via een potje biljart, waarbij Witte en Van Kooten de camera overigens onder de tafel hebben geplaatst, zodat vooral de badslippers en benen van de spelers zijn te zien.

Met zorgvuldig camerawerk vangen de filmmakers zo het anonieme leven in de haven. Geheel in lijn daarmee kiezen ze ook niet voor concrete hoofdpersonen, die onderdeel worden van hun eigen verhaal. Elke individu in deze film lijkt volstrekt inwisselbaar. Ook in werkelijkheid. De havenwerkers zijn intussen vermoedelijk de hele dag samen. En dikke kans dat ze zich toch vaak alleen voelen.

Anima is een sfeertekening van een wereld, waarin het individu zich maar staande heeft te houden en tegelijkertijd mens moet blijven. Tekenend is hoe een groepje in oranje werkkleding gestoken havenarbeiders en hun (vrouwelijke) voorganger zich in een ogenschijnlijk willekeurige werkruimte hebben verzameld voor een kerkdienst. Vanaf een beeldscherm zingen ze mee met een devoot lied.

Hunkerend naar begeestering in een ogenschijnlijk ontzielde wereld, zo lijkt ‘t, die vreemd genoeg toch ook weer in dienst staat van diezelfde mens.

Trump: The Criminal Conspiracy Case

BBC

Ze hebben tegenwoordig allemaal hun eigen ‘mugshot’: de omstreden advocate Sidney Powell, grondwetsdeskundige John Eastman, voormalig burgemeester van New York Rudy Giuliani en – natuurlijk – oud-president Donald Trump. In totaal stelt openbaar aanklager Fani Willis van Fulton County in de zaak van The State of Georgia vs. Donald J. Trump et. al negentien Amerikanen in staat van beschuldiging vanwege het opzetten van een criminele samenzwering na de tumultueuze presidentsverkiezingen van 2020.

De Britse documentaire Trump: The Criminal Conspiracy Case (89 min.) reconstrueert deze gevoelige kwestie met Willis, de verdachten John Eastman en Trevian Kutti, de conservatieve advocate Ashleigh Merchant, de verkiezingsofficials Brad Raffensperger en Gabriel Sterling van Georgia, de parlementsleden Beach en Jordan van die staat, Eric Coomer van de stemmachineleverancier Dominion, rechter Robert McBurney, de sheriff die Trumps politiefoto maakte en een jurylid (dat anoniem wil blijven).

Illustratief is het verhaal van Ruby Freeman, een vrijwilliger die er door Team Trump van wordt beschuldigd dat ze tijdens het tellen van de stemmen op de verkiezingsdag zou hebben gesjoemeld. Nadat haar naam in de openbaarheid is gebracht, wordt ze in haar woonplaats Atlanta ineens achtervolgd door een witte auto, met een man die erin die zich tegenover de politie identificeert als ‘pastor’ Stephen Lee. Deze schimmige figuur staat ook regelmatig te posten bij Freeman voor de deur.

Als de vogel Lee is gevlogen, ontvangt zij bezoek aan huis van ‘crisismanager’ Trevian Kutti, die vanuit Chicago is ingevlogen. Die dwingt uiteindelijk een ontmoeting op het politiebureau af, waar ze Freeman een advocaat probeert aan te smeren. Kutti zal uiteindelijk aangeklaagd worden voor pogingen om een valse getuigenverklaring te verkrijgen. ‘Ik ben mijn naam, reputatie en gevoel van veiligheid kwijt’, blikt Freeman geëmotioneerd terug tijdens haar officiële verklaring in de rechtbank.

Zo laat deze onrustbarende film toch nét weer een andere kant zien van de donkere periode tussen de presidentsverkiezingen van dinsdag 3 november 2020 en de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Het geweld op die dag komt ook slechts zijdelings aan de orde. De focus ligt veel meer bij de machinaties achter de schermen, om Trumps vicepresident Mike Pence ertoe te bewegen om nepdelegaties voor het electoral college te valideren, zodat zijn baas alsnog kan worden herkozen.

Het laatste deel van de documentaire besteedt filmmaakster Marian Mohamed tenslotte aan de rechtszaak tegen de negentien verdachten, een proces dat gepaard gaat met de gebruikelijke laster, bedreigingen én vertragingstechnieken. Zodat het vonnis over de verkiezingen van 2024 kan worden getild en één van hen straks misschien alle problemen weer kan wegwerken als hij opnieuw wordt gekozen tot president.

The Overnighters

Dogwoof

Terwijl de economische crisis van 2008 enkele jaren later nog altijd huis houdt in het Amerikaanse heartland, geniet North Dakota juist van economische voorspoed. In de dunbevolkte staat in het Noorden van het land, aan de Canadese grens, zorgt een olieveld voor enorme werkgelegenheid. Vanuit de gehele Verenigde Staten stromen dus arbeidskrachten toe. Het gaat vaak om mannen die niets meer hebben te verliezen. Ze hebben doorgaans geen nagel om aan hun kont te krabben en ook geen plek om te slapen.

In het plaatsje Williston zitten ze eigenlijk niet op zulke kerels te wachten. Ze overnachten noodgedwongen op parkeerplaatsen, in hun eigen camper of kampeerwagen, en zorgen voor een algeheel gevoel van onveiligheid. Het feit dat pastor Jay Reinke van de Concordia Lutheran Church zich hun lot aantrekt wordt hem binnen de lokale gemeenschap dan ook bepaald niet in dank afgenomen. Hij laat The Overnighters (101 min.) in en bij zijn kerk slapen, maar realiseert zich tegelijkertijd dat hij daarmee ook een risico neemt. ‘Knip je haar’, raadt hij één van de mannen aan. ‘Had Jezus kort haar?’ reageert die. Reinke: ‘Jezus had niet onze buren.’

The Williston Herald is eveneens kritisch op al die nieuwkomers. Met een continue stroom berichten over incidenten rond de vreemdelingen gooit de plaatselijke krant gedurig olie op het vuur. Een verslaggever komt in deze bezonken documentaire van Jesse Moss uit 2014 bovendien een verhaal op het spoor dat de pastor verder in het nauw brengt. De discussie over de arbeidsmigranten – uit andere delen van het door eenieder zo geliefde Amerika, in plaats van bijvoorbeeld Oost-Europa – laait er zo hoog door op dat Reinke zelfs begint te vrezen voor zijn baan. Hij dreigt ook z’n eigen gezin, een vrouw en vier kinderen die hem door dik en dun steunen, tegen zich te krijgen.

Is hij dan toch te ver gegaan en moet hij zijn eigen idealen nu even parkeren, ten faveure van andermans onderbuikgevoelens? Tegelijkertijd: was de kerk niet juist ook voor zondaars? Moss observeert hoe de idealistische pastor zich noodgedwongen herbezint en mede daardoor ook hard in botsing komt met de mannen over wie hij zich had ontfermd. En dan komt er, helemaal tot besluit van deze stemmige film over hoe de komst van (arbeids)migranten een gemeenschap kan verscheuren, nog een heel venijnig duveltje uit een doosje, dat al het voorgaande nét in een ander licht plaatst en van Jay Reinke zelf wel eens een ‘overnighter’ zou kunnen maken.

Three Mothers, Two Babies And A Scandal

Firecrest Films

Het is zo’n verhaal waarvan de schandaalpers smult: het Welshe echtpaar Judith en Alan Kilshaw adopteert in 2000 – via het internet, dat dan nog in de kinderschoenen staat – in de Verenigde Staten de tweeling Belinda en Kimberly. Die blijkt alleen eerder al te zijn geadopteerd door het Amerikaanse echtpaar Richard en Vickie Allen. Als de Kilshaws bereid blijken om meer te betalen (!), zou de biologische moeder Tranda Wecker, in overleg met Tina Johnson van het bemiddelingsbureau Caring Heart, echter hebben besloten om de twee meisjes alsnog aan hen te gunnen.

In een naïeve bui heeft de volkse Judith Kilshaw, die al snel door het leven zal gaan als de meest gehate vrouw van Groot-Brittannië, zelf contact opgenomen met Briony Warden van de Britse tabloid The Sun om de succesvolle adoptie te delen. Die heeft al snel door dat ze op een spraakmakend verhaal is gestuit over Three Mothers, Two Babies And A Scandal (150 min.). Ze laat de Kilshaws helemaal leeglopen, legt contact met het nette Amerikaanse echtpaar Allen en schermt de beide stellen vervolgens af van andere media. Zodat zij de primeur heeft over de ‘net twins’, een zaak waarvan haar bronnen duidelijk de reikwijdte nog niet overzien. Binnen de kortste keren staat de kinderbescherming bij de Kilshaws aan de deur.

In de eerste aflevering van deze driedelige serie is het met name Judith die haar kant van dit smeuïge verhaal mag doen. In aflevering 2 krijgt Vickie Allen de gelegenheid om daar vanuit haar perspectief op te reageren. Hun herinneringen staan regelmatig op gespannen voet met elkaar. Het gevecht om de kinderen zal uiteindelijk publiekelijk worden uitgevochten door de twee ouderparen. Op een gegeven moment zitten ze zelfs samen te bekvechten in de talkshow van Oprah Winfrey. Dat is in niemands belang – Oprah misschien uitgezonderd – en zeker niet in dat van de twee baby’s waar ze om strijden. Uiteindelijk raken ook de Allens ernstig beschadigd.

Documentairemaakster Alice McMahon-Major besluit de miniserie tenslotte met het persoonlijke relaas van de biologische moeder Tranda. Terwijl zij de achtergronden schetst van het ter adoptie aanbieden van haar dochters, belandt de ‘babies for cash’-zaak in Groot-Brittannië voor de rechter, worden feiten en fictie van elkaar gescheiden en kan de persoonlijke, sociale en financiële schade worden opgemaakt van een zaak die helemaal uit de klauw is gelopen. Niet in het minst door sensatiebeluste journalisten en media.

Life And Other Problems

Jacob Sofussen / Bullitt Film / VPRO

De aanleiding is relatief eenvoudig: mag de dierentuin van Kopenhagen de giraffe Marius doden? Het dier is twee jaar oud – een tiener dus – en leeft ogenschijnlijk gezond en gelukkig. Er is alleen geen plek meer voor Marius. De giraffepopulatie van de dierentuin mag niet te groot worden.

Al snel staat de halve wereld op z’n achterste benen. De schandaalpers voorop. Een gezond dier afschieten, dat doe je niet! Een Zweedse dierentuin – of is ‘t toch een dierenhandel? – wil Marius wel opvangen. Claus Hjelmbak, een Deense mannetjesmaker in Hollywood, regelt een miljoen dollar om de giraffe in een Amerikaans reservaat onder te brengen. En zelfs de Tsjetsjeense dictator Ramzan Kadyrov, boezemvriend van Vladimir Poetin, spreekt uit dat hij hem wil adopteren.

Het management van de dierentuin geeft alleen geen krimp. En dan is de wereld dus te klein. Zo eenvoudig als die kwestie rond Marius in eerste instantie lijkt, zo gelaagd en gecompliceerd blijkt de werkelijkheid. Tenminste, voor iedereen die bereid is om er eens écht goed naar te kijken. Voor de Deense filmmaker Max Kestner is de controverse rond de giraffe in elk geval aanleiding om na te denken over het mysterie van het leven en daarover in gesprek te gaan met enkele wetenschappers.

Bestaan wij en andere entiteiten ondanks of juist dankzij elkaar? En op basis waarvan ontwikkelt het leven zich eigenlijk? Is er een te bereiken eindstation? Wanneer is er dan sprake van bewustzijn? En bij wie? In hoeverre zijn orka’s en wolven bijvoorbeeld vergelijkbaar met de mens? Kestner spreekt daarover met de Britse schrijver en wetenschapper Charles Foster. Hij wilde ervaren hoe ’t is om een wild dier te zijn en heeft voor zijn bestseller Being A Beast een tijd geleefd als een vos, hert en das.

Met een bespiegelende voice-over meandert de Deense cineast in Life And Other Problems (99 min.) intussen ook door zijn eigen bestaan en het onvermijdelijke einde daarvan. ‘Voor m’n kinderen zal ik dan een herinnering zijn’, constateert hij. ‘Ik laat m’n DNA achter dat doorleeft in volgende generaties. En toch voel ik mij geen DNA maar wat anders. Ik voel mij iemand die ‘s ochtends eieren bakt voor z’n zoon. Iemand die legpuzzels doet met één dochter en boos wordt op de andere als ze rookt.’

Zo duikt Max Kestner steeds dieper in de vraag wie hij, wij en zij zijn, hoe de mens zich verhoudt tot het andere leven op aarde en waarin wij dan als soort daarvan verschillen – of we überhaupt anders zijn. En steeds als de film te filosofisch dreigt te worden, dient De Casus Marius zich weer aan. Want de directie van de Deense dierentuin bakt, ook als de hele wereld toekijkt, bepaald geen zoete broodjes. En hoe rechtlijnig en consequent ook, het zorgt bij menigeen voor ongemak en woede.

‘Waarom eten ze geen varkensvlees?’ roept een demonstrant bijvoorbeeld kwaad als in Kopenhagen de leeuwen worden gevoerd. ‘Net als wij.’

Alles Goed

Mokum

De oudere vrouw begint direct te huilen als ze haar kamer voor het eerst te zien krijgt. ‘Ik wil naar huis’, zegt ze geëmotioneerd en steekt vervolgens haar duim op naar de camera. Oké, klaar. Een andere vrouw pinkt, turend op haar telefoon, een traantje weg op haar kamer. Alles Goed (114 min.), zegt ze tegen zichzelf en tegen Petra Czisch-Lataster en Peter Lataster, de filmmakers die meekijken terwijl zij, Oekraïense vluchtelingen, hun intrek nemen in een nieuwe opvangplek te Weesp.

Het gaat voornamelijk om (oudere) vrouwen en kinderen, de mannen zijn doorgaans achtergebleven in eigen land. Vaders, zoons, broers en ooms. Dood of levend. Zonder hen moeten de Oekraïners in den vreemde een tijdelijk thuis inrichten. Bij aankomst in Weesp, de start van deze observerende film, beginnen ze direct met het zich eigen maken van de kamer die hen is toebedeeld. Zodat die – al is ‘t maar voor even – hún plek wordt. Om stil te zijn, even tot zichzelf te komen of te rouwen.

Het echtpaar Lataster toont hen zonder opsmuk, met veel oog voor de kleine menselijke momentjes. Als makers hebben zij allang aangetoond dat ze in staat zijn om zich klein te maken, zodat hun hoofdpersonen alle ruimte hebben om zichzelf te zijn. Kletsend, knuffelend met een huisdier of samen copieuze gerechten – en lol – makend in de keuken. Tussendoor laten ze hen ook, buiten beeld, aan het woord over de vervloekte oorlog, die de Russen enkele jaren geleden zijn begonnen in hun vaderland.

Alles goed, die boodschap klinkt soms ook vanuit Oekraïne, maar de goede verstaander weet wat daarvan de bedoeling is: het thuisfront, noodgedwongen naar het buitenland uitgeweken, gerust proberen te stellen. Terwijl de bewoners in deze kalme film samen een soort samengestelde familie beginnen te vormen, die zich opmaakt voor het jaarlijkse kerstfeest, blijven ze op de hoogte van wat er zich afspeelt in hun en ons land – het asieldebat en de verkiezingswinst van de PVV bijvoorbeeld.

Intussen vinden Peter en Petra Lataster symboliek in het alledaagse: het jongetje dat op een klein fietsje rondjes draait op een binnenplaats, een verminkte kat die naar de kerstboom strompelt en hoe Nederlandse ingrediënten in een Oekraïense lekkernij verdwijnen. Het zijn scènes die illustreren hoe het leven elders, uiteindelijk, gewoon doorgaat en toch altijd nét iets anders blijft dan echt thuis. Een simpele constatering die nog eens wordt benadrukt in de aangrijpende climax van deze film.

Over het thuisgevoel in tijden van oorlog – en als dat is verdwenen.

The Remarkable Life Of Ibelin

Netflix

Mats Steen was waarschijnlijk gewoon een onopvallende Noorse jongen geweest als hij niet de Ziekte van Duchenne had gehad. Hij werd in elk geval als een normaal kind met een volledig functionerend lichaam geboren, maar moest als gevolg van deze zeldzame vorm van spierdystrofie al op heel jonge leeftijd afscheid nemen van de ene na de andere lichaamsfunctie. Totdat hij, nog vóór z’n tiende, definitief in een rolstoel belandde.

Op slechts 25-jarige leeftijd kwam er in 2014 een einde aan het leven van Mats. Zijn ouders Robert en Trude waren diepbedroefd. Hun zoon had in zijn veel te korte bestaan nooit vriendschap of liefde ervaren en geen rol van betekenis in het leven van anderen mogen vervullen. Hij bracht het leeuwendeel van zijn dagen gamend door, zichzelf verliezend in het één of andere rollenspel. En toen toetsten ze het wachtwoord in dat Mats voor hen had achtergelaten en plaatsten een afscheidsbericht op zijn blog. De respons was overweldigend. Mats Steen bleek er nog een geheel ander leven op na te hebben gehouden, als de detective en edelman Ibelin Redmoore.

In The Remarkable Life Of Ibelin (103 min.) neemt regisseur Benjamin Ree, de man achter de topdocu’s Magnus en The Painter And The Thief, ons mee in het virtuele leven dat Mats heeft geleid in het spel World Of Warcraft. Op basis van het archief van de groep Starlight, waarvan de jonge Noor jarenlang lid was, heeft hij met animatoren en acteurs een nauwkeurige reconstructie van Steens online-bestaan gemaakt. En diens belevenissen in het fictieve land Azeroth sijpelen onvermijdelijk door naar zijn werkelijke leven – en vice versa. Het gevoel van de allereerste (game)kus bijvoorbeeld, of de complicaties van Duchenne.

Mats probeert zijn dagelijkse bestaan, waarin hij steeds meer wordt beperkt door zijn lijf en ook steeds intensievere zorg nodig heeft, nochtans af te schermen van zijn Starlight-vrienden. Bij hen kan hij daadwerkelijk de empathische, grootmoedige en verleidelijke man zijn, die hij in wezen altijd is geweest. Zoals hij er ook gewoon kan ruziën. Mats speelt in Starlight hoe dan ook een rol van betekenis in het leven van anderen. Hij bemiddelt bijvoorbeeld tussen de Nederlandse gamer ‘Rumour’ en haar ouders en voorziet ‘Xenia’ van advies, zodat zij de relatie met haar autistische zoon ‘Nikmik’ kan vergemakkelijken.

Via zijn tot de verbeelding sprekende protagonist, die in het dagelijks leven door menigeen over het hoofd werd gezien of met medelijden tegemoet getreden, exploreert Ree de betekenis van de digitale wereld voor mensen die zich in de ‘echte’ wereld niet (altijd) thuis voelen. Dat thema werd al eerder belicht, bijvoorbeeld in de baanbrekende VR-docu We Met In Virtual Reality (2022), maar werkte nog niet eerder zo krachtig en aangrijpend. Ree maakt tegelijkertijd invoelbaar hoe Mats zich ‘in real life’ heeft gevoeld en hoe hij zich ondertussen in ‘what should have been life’ heeft gemanifesteerd.

Het resultaat is een prachtige film, waarbij, ahum!, natte oogjes verzekerd zijn. Een documentaire waarin het leven van iemand met een lichamelijke beperking grondig wordt gereframed. Beter: waarin iemand met een lichamelijke beperking zijn eigen leven grondig reframet. Zonder dat zijn dierbaren ’t door hebben ervaart Mats Steen wel degelijk liefde en vriendschap en speelt hij een rol van betekenis in het leven van anderen.

Invisible Beauty

Pink Moon

Als zwart model geldt Bethann Hardison in de jaren zestig zo’n beetje als de belichaming van de ‘Black Is Beautiful’-gedachte. Later beijvert ze zich met haar eigen modellenbureau voor een meer diverse modewereld. Daarmee heeft de Afro-Amerikaanse activiste, zoals de actrice Tracee Ellis Ross ‘t lekker Amerikaans verwoordt in het intro van Invisible Beauty (111 min.), ‘de manier veranderd waarop schoonheid wordt gedefinieerd’. Uitroepteken. ‘Zonder haar had ik niet de kans gehad’, voegt actrice/model Zendaya daar nog aan toe, ‘om te doen waarvan ik hou.’

Met haar modellenbureau staat de strijdbare Hardison bijvoorbeeld aan de basis van de carrières van de zwarte topmodellen Veronica Webb, Naomi Campbell en Tyson Beckford, die in deze docu dan ook stuk voor stuk de loftrompet over haar steken. Samen met het Somalische topmodel Iman, die ze hoogstpersoonlijk welkom heeft geheten op de catwalk, vormt zij bovendien de belangenorganisatie The Black Girls Coalition, die ervoor moet zorgen dat modellen van kleur net zo vaak worden ingehuurd en net zo goed betaald als hun witte collega’s. Een gevecht dat een lange adem vereist.

In dit gedegen (zelf)portret – gemaakt samen met co-regisseur Frédéric Tcheng, met wie ze in de film regelmatig belt over hoe ‘t verder moet met die film – loopt Bethann Hardison netjes haar leven en loopbaan door. Van haar jeugd in Brooklyn, New York, waar ze als jong meisje opgroeit in een gebroken gezin, tot haar ontdekking als model, waardoor ze in een door en door witte industrie terecht komt. De rest van haar leven zal ze zich inspannen om die te veranderen. ‘Ik probeer geen zwarte mensen te helpen’, zegt ze daarover. ‘Ik probeer witte mensen op te voeden.’

Nu ze de tachtig inmiddels is gepasseerd, heeft Hardison eigenlijk niet heel veel meer nodig dan een hangmat en tequila. Zegt ze. Stiekem zou ze ook wel een betere relatie willen met haar zoon Kadeem, die ooit furore maakte als acteur met de rol van Dwayne Wayne in de tv-serie A Different World en die haar ondertussen nét iets te vaak heeft ervaren als een pinnige ‘momager’. En dan is er nog het werken aan haar memoires, een klus die de dame op leeftijd onverwacht veel kopzorgen bezorgt. Terwijl dat hoofd eigenlijk nog onverminderd bij de strijd voor een inclusievere modewereld is en wil zijn.

Met Invisible Beauty, waarin bijvoorbeeld ook fotograaf Bruce Weber, comédienne Whoopi Goldberg en ontwerper Ralph Lauren nog even opdraven voor enkele quotes en een lekkere zwarte soundtrack het geheel extra schwung geeft, toont Bethann Hardison via haar eigen loopbaan de voetangels en klemmen van de mode-industrie, waarin voor vrouwen van kleur zoals zij nog altijd een wereld te winnen is.

Agent Of Hapiness

Dogwoof

‘Hoe gelukkig bent u, naar uw mening, op een schaal van nul tot en met tien?’ vraagt Amber Kumar Gurung, in zijn hoedanigheid van Agent Of Hapiness (90 min.), namens de Bhutanese overheid aan een jonge man die in een dorp in het Himalaya-gebergte hout staat te hakken. ‘Ik ben op dit moment gelukkig omdat ik nu in mijn dorp ben’, antwoordt die. Hij is blij dat ie terug is van enkele jaren studeren in de stad. ‘Hier in mijn dorp heb ik het gevoel dat ik begrijp wat het ware geluk is.’

Op de geluksindex – waarop cijfers zijn ingevuld voor de topics woede, aantal ezels, vergevingsgezindheid, saamhorigheidsgevoel en tevredenheid – scoort de geënquêteerde uiteindelijk een geluksniveau van negen. ‘Dat was een gelukkig man’, constateren Amber en zijn collega Guna Raj Kuikel als ze wegrijden uit het dorp, op weg naar nieuwe inwoners om te bevragen. Samen met 73 andere ‘geluksagenten’ zijn de twee door de koning van Bhutan op pad gestuurd om het ‘Bruto Nationaal Geluk’ vast te stellen. Zodat dit daarna met gericht beleid kan worden verhoogd.

De enquêteurs hebben 148 vragen meegekregen, in negen verschillende categorieën. Vragen als hoe bang of jaloers bent u op een schaal van nul tot tien?. Maar ook: hebt u een trekker, grondfrees of geit? Trouw noteren Amber en Guna alle antwoorden. Of ze zo daadwerkelijk een beeld krijgen van hoe gelukkig hun landgenoten zijn, blijft de vraag. Ze krijgen in elk geval heel persoonlijke verhalen te horen. Van een man die 108 gebedsvlaggen heeft geplant voor zijn overleden vrouw bijvoorbeeld. Het zorgelijke meisje, met een moeder die te veel drinkt. Of de transvrouw die optreedt in een bar.

Ze ontmoeten ook een rijke boer met drie vrouwen. Hij schat z’n eigen geluk in op tien. ‘Hoe gelukkig is uw eerste vrouw?’ vraagt Amber het viertal. ‘Als ze niet volkomen gelukkig was, zouden we niet zo samenleven’, antwoordt hij direct. ’Ze is gelukkig, want zelfs al ben ik niet mooi en zij niet knap, ik zal altijd voor haar zorgen.’ De vrouwen doen er verder het zwijgen toe. Als hun echtgenoot uit de buurt is, komen ze echter los. ’Als we goed voor hem zijn, is hij geweldig. En anders is hij verschrikkelijk.’ Samen zijn ze ’t overigens wel goed eens. ‘Wij drieën hebben het geluk bij elkaar gevonden.’

Intussen heeft Amber Kumar Gurung zelf ook geluksissues in deze fijne kalme film van Arun Bhattarai en Dorottya Zurbó. Hij is inmiddels boven de veertig, maar woont nog altijd bij zijn oude, fragiele moeder. Hoog tijd om spijkers met koppen te slaan tijdens het daten. Amber heeft alleen één duidelijk minpunt: hij is z’n staatsburgerschap kwijt. Na een etnisch conflict in Bhutan is hem dat in de jaren negentig ontnomen, als kind van twee. Hij realiseert zich dat hij daardoor geen goed huwelijksmateriaal is. Als Amber een jonge vrouw ontmoet, hapt hij dan ook veel te gretig toe.

Via de aandoenlijke enquêteur en de gewone inwoners die hij in alle uithoeken van Bhutan ondervraagt, tekenen Bhattarai en Zurbó het leven op in het fraaie en uitgestrekte ‘Land van de Donderdraak’. De meeste Bhutanezen moeten met weinig genoegen nemen en proberen desondanks, ieder op z’n eigen manier, het geluk te vinden. En de Koning houdt in de gaten of dat een beetje wil lukken.

The Comeback: 2004 Boston Red Sox

Netflix

Al 86 jaar zijn ze geen wereldkampioen meer geworden – in Amerikaanse honkbal gaat er nu eenmaal niets boven het landskampioenschap – en nu staan The Boston Red Sox in de halve finale van de world series met 3-0 achter in een ‘best of seven’-match tegen de grote vijand, The New York Yankees, die dus nog maar één overwinning nodig heeft om hen wéér af te drogen.

Die rivaliteit begint in 1918 als Bostons ster Babe Ruth, samen met zijn teammaten goed voor vijf nationale titels in de eerste vijftien jaar van de world series, wordt verkocht aan de Yankees, die dan nog geen enkele titel op hun palmares hebben staan. Zij winnen daarna maar liefst 26 kampioenschappen, terwijl The Red Sox al die jaren met lege handen achterblijven. Die periode is in Boston bekend komen te staan als ‘de vloek van Bambino’.

2004 dreigt dus weer zo’n jaar te worden. Een kwestie van uithuilen en dan weer helemaal opnieuw beginnen. Als het daadwerkelijk was gelopen, zou deze driedelige serie alleen nooit zijn gemaakt. Hij heet ook niet voor niets: The Comeback: 2004 Boston Red Sox (188 min.), geregisseerd door Red Sox-fan Colin Barnicle. Gemakkelijk wordt het natuurlijk niet. ‘In Boston moet je elke dag een brand blussen’, aldus coach Terry Francona.

Deze patente sportserie is een soort honkbalvariant op The Last Dance (basketbal) en The Dynasty: New England Patriots (American football), dramatisch getoonzette producties waarin een cruciaal moment uit de geschiedenis van de sport met de direct betrokkenen en fraai beeldmateriaal van wedstrijden en achter de schermen wordt gereconstrueerd. Alle pijnpunten worden benoemd, maar zijn wel in het teken van het overwinnen ervan geplaatst.

Voor de poorten van de hel gaan The Boston Red Sox dus toch die overwinning tegen The New York Yankees wegslepen. En daarna wachten – als een soort mosterd na de maaltijd, in elk geval in deze serie – de St. Louis Cardinals voor dat ‘wereldkampioenschap’. De apotheose van The Comeback is dus volledig voorspelbaar: een volksfeest in Boston, voor een honkbalteam dat zich op heroïsche wijze de geschiedenisboeken in heeft gestreden.

En toch werkt ‘t. Omdat dat klassieke ‘verliezers worden winnaars’-verhaal met ontzettend veel drama, overtuiging en liefde voor de sport wordt verteld.

Une Famille

Le Bureau Films / Rectangle Productions / Periscoop

Eerst durft Christine Angot niet aan te bellen. Zodra ze die stap tóch heeft gezet en de stem van een oudere vrouw zich meldt via de intercom, vindt Angot ineens een ongekende daadkracht in zichzelf. ‘Hallo, het is Christine’, zegt ze ferm. ‘Kunt u mij binnenlaten, alstublieft?’ Als de zoemer voor het openen van de deur daadwerkelijk klinkt, duwt ze die resoluut open en stapt, begeleid door een draaiende camera, het huis in Straatsburg binnen. ‘Nee, geen foto’s’, zegt Elizabeth Weber nog. ‘Alsjeblieft!! Christine, ik wil geen foto’s.’

Die is echter onverbiddelijk, stormt de kamer binnen en houdt de deur open voor de cameravrouw die ze mee naar binnen heeft genomen. ‘Waarom doe je dit?’ vraagt Elizabeth, de tweede vrouw van Christines vader Pierre. Het komt tot een fikse confrontatie tussen de twee Franse vrouwen. En gaandeweg wordt ook voor de kijker duidelijk waar ’t hier om draait: als dertienjarig meisje is Christine misbruikt door haar vader. Ze heeft zich nooit gesteund gevoeld door Elizabeth en werpt haar dat nu bikkelhard voor de voeten.

Als schrijfster publiceerde Angot al over dit seksueel misbruik in de roman L’Inceste (1999) en enkele andere boeken. Daarmee riep ze heel wat over zichzelf af. En nu wil ze alsnog verhaal halen bij de mensen die er op de één of andere manier bij betrokken waren. Want haar vader is allang dood. De man die zij beschrijft beweert Elizabeth zelfs helemaal niet te kennen als echtgenote. Ze heeft Christines beschuldigingen ook nooit bij hem kunnen verifiëren, zegt ze. Tegen die tijd leed Pierre al aan Alzheimer en was hij niet meer aanspreekbaar.

Het is een zeer ongemakkelijke scène, helemaal aan het begin van Christine Angots persoonlijke en confronterende film Une Famille (81 min.), waarin zij de confrontatie opzoekt met de mensen uit haar directe omgeving, die direct of zijdelings betrokken zijn geweest bij haar jeugdtrauma: haar eigen moeder Rachel Schwartz, haar inmiddels ex-echtgenoot Claude Chastagner en haar eigen dochter Léonore Chastagner (met wie ze ook gedurig op oude, ogenschijnlijk onschuldige familiefilmpjes uit de jaren negentig is te zien).

Een buitenstaander voelt zich onherroepelijk een voyeur bij het aanschouwen van al die lange en geladen ontmoetingen en moet in eerste instantie ook naar houvast zoeken in Angots zoektocht naar rekenschap, die tamelijk ruw gefilmd en gemonteerd is. Gaandeweg openbaart zich in deze wrange film echter wat er is gebeurd, hoe dat heeft kunnen gebeuren en wat de gevolgen daarvan zijn. Hoe incest niet alleen het slachtoffer in z’n greep houdt, maar ook doorsijpelt naar andere levens – en ook daar onherstelbare schade veroorzaakt.

This Is The Zodiac Speaking

Netflix

Eens in de zoveel tijd meldt zich iemand die zegt ‘t te weten. En dan begint de hele mediahype weer van voor af aan. Ik ben de Zodiac. Of: hij is The Most Dangerous Animal Of All. Want wie de seriemoordenaar was die zich eind jaren zestig begon te bedienen van een mysterieuze schuilnaam en een serie berichten in geheimschrift naar kranten stuurde, is nooit vastgesteld. Voer voor speculatie dus – en een eindeloze stroom boeken, films en docuseries.

De seriemoordenaar zocht die aandacht doelbewust op. This Is The Zodiac Speaking (135 min.), schreef hij in 1969 in een open brief aan enkele kranten, toen San Francisco en omgeving werden opgeschrikt door een aantal geruchtmakende moorden. Die bevatten daderkennis, gecodeerde boodschappen en het dreigement dat hij nog meer slachtoffers, een bus met schoolkinderen bijvoorbeeld, zou gaan maken. De Zodiac was volgens eigen zeggen ‘slaven voor het hiernamaals’ aan het verzamelen.

David, Connie en Don Seawater weten het zeker: Arthur Leigh Allen is de man die de politie altijd te slim af is gebleven. Zij leerden hem begin jaren zestig op school kennen als leraar. Een goeie lobbes, die ook regelmatig leuke dingen met hen ging doen. Zoals een dagje naar het strand of een weekendje naar het racecircuit, plekken waar toevallig ook moorden van de Zodiac-moordenaar blijken te hebben plaatsgevonden. Dat klinkt in eerste instantie niet al te geloofwaardig, maar wordt allengs steeds aannemelijker.

Deze driedelige serie van Ari Mark en Phil Lott stoelt, behalve op de getuigenissen van de Seawaters, vooral op Robert Graysmith. Als cartoonist van The San Francisco Chronicle was hij erbij toen de zoektocht naar de seriemoordenaar de Verenigde Staten in z’n greep kreeg. Hij beet zich jarenlang vast in de zaak en schreef er een boek over. Zodiac (1986) vormde het uitgangspunt voor de gelijknamige speelfilm van David Fincher uit 2007, waarin Arthur Leigh Allen ook al een prominente rol kreeg toebedeeld.

Deze fascinerende true crime-productie is een soort ideaal vervolg op de Fincher-film. Een miniserie die ook niet alle antwoorden heeft, maar wel degelijk nieuwe informatie en verbanden lijkt toe te voegen aan de zaak die, juist omdat hij al zo lang onopgelost is, onverminderd tot de verbeelding blijft spreken. Tijdens een huiszoeking bij Arthur Leigh Allen werden in 1991 bijvoorbeeld allerlei spullen aangetroffen, die serieuze vragen oproepen. Het bleek alleen te weinig om de zaak definitief rond te maken.

En dus blijft er ruimte voor Jan en alleman om te zeggen: ik ben ‘t. Óf: hij is ‘t. Beter: hij wás ‘t. Want ruim een halve eeuw later wordt de kans natuurlijk steeds kleiner dat de Zodiac of mensen met zicht op ‘s mans identiteit nog in leven zijn. Arthur Leigh Allen, die volgens één van de Seawater-kinderen wel wat weg had van de goedmoedige Hoss uit de westernserie Bonanza, geldt nog altijd als een ‘droomkandidaat’. Maar of hij – of toch één van de andere gegadigden – ook daadwerkelijk de übercreep is?

Of ís er helemaal geen seriemoordenaar en zijn al die gruwelijke misdrijven in werkelijkheid door verschillende daders gepleegd, zoals schrijver Thomas Henry Horan betoogt in de documentaire Myth Of The Zodiac Killer (2023)? Feit is dat er nog altijd ongecodeerde brieven van de killer liggen, die nieuw licht op de zaak kunnen werpen. Tot nader order behoort This Is The Zodiac Speaking evenwel tot de meest overtuigende cases tegen een verdachte in deze serie weerzinwekkende moorden.

Billy & Molly: An Otter Love

National Geographic

Samen met zijn vrouw Susan en hun bordercollie Jade is Billy Mail teruggekeerd naar zijn geboortegrond op de Shetlandeilanden. In een huis nabij de zee, ten noordoosten van Schotland, gaan ze gelukkig worden. Dat wil alleen niet echt lukken. Billy ervaart een leegte in z’n leven. ‘Als je alles hebt wat je wilt, kun je jezelf ervan overtuigen dat dit ook alles is wat je nodig hebt’, stelt Susan, in één van de bespiegelende voice-overs waarmee ze, samen met haar echtgenoot, zijn verhaal aanstuurt. ‘Je vertelt jezelf dan dat je gelukkig bent. Ik denk dat wij ons daar allebei schuldig aan hebben gemaakt.’

En dan, op een doodnormale lentedag, dient Billy’s redder zich aan. Het is een graatmagere jonge otter die zich vol probeert te vreten aan een krab. Ook dat wil niet echt lukken. ‘Otters zijn normaal gesproken heel verlegen’, herinnert Billy zich het moment, dat hij ook meteen maar heeft gefilmd. ‘Dat zij zo relaxed was in mijn aanwezigheid betekende waarschijnlijk dat ze wanhopig was.’ Billy heeft geen idee waar het dier vandaan komt, maar weet wel dat er in de omgeving een dode moederotter is aangetroffen. Hij legt wat te eten klaar voor de genode gast. En Molly, de naam die hij haar geeft, laat zich zijn zorg graag aanleunen. Ze blijft steeds bij hem terugkeren. 

Zoals dat gaat in dit soort films worden de twee onafscheidelijk en kan Billy elementaire levenslessen leren van Molly. Zoals dat eerder gebeurde bij een onweerstaanbare octopus (My Octopus Friend), de potvis Dolores (Patrick And The Whale) en een opgroeiende ocelot (Wildcat). In dat opzicht is Billy & Molly: An Otter Love Story (77 min.) een klassiek verhaal, een sprookje bijna, over hoe een dier, gewoon door te zijn wat ‘t is en te doen wat ‘t nu eenmaal doet, diepere waarheden over het leven onthult. Ook over loslaten. Want daar draait ’t toch altijd weer op uit: het dier eerst volledig omarmen, je eraan vastklampen zelfs, en ‘t daarna toch, onbaatzuchtig, de vrijheid geven.

Voor het zover is, moet Molly echt nog meer vet op de botten krijgen. Als Billy de otter onder z’n hoede neemt, is ze zeker niet klaar voor de winter. Daarin kan hij dan weer een rol spelen. Zo’n vertelling over de symbiotische relatie tussen mens en dier pakt al snel nét iets te glad en zoet uit. En nuchter bekeken is deze film van Charlie Hamilton James ook best glad en zoet. Het verhaal van Billy en Molly’s vriendschap wordt alleen wel zéér effectief verteld en is een lust voor het oog, met fraaie scènes van de interactie tussen man en otter, prachtige beelden van het dier in de natuur en weldadige (drone)shots van de idyllische leefomgeving van het echtpaar Mail en hun hond.

De natuurfotograaf en filmer houdt tevens oog voor de symboliek van alle gebeurtenissen, zoals een beginnende winter, de woeste zee en het verbranden van alles wat achter je ligt tijdens de zogenaamde Up Helly Aa Posession. Daarmee stuurt Hamilton James z’n documentaire naar het moment waarop zijn hoofdpersonen hun lotsbestemming vinden – en ook Billy’s leegte wordt gevuld. Of de werkelijkheid daarbij soms een handje is geholpen? Ongetwijfeld. De vertelstem, afwisselend van Billy en Susan, en stevig aangezette soundtrack nemen de vertelling heel nadrukkelijk bij de hand. Maar Billy & Molly: An Otter Love kan ’t beslist hebben.

Want dit is zo’n film die je in je hart sluit. Die je wílt geloven.

Dahomey

Cinéart

Na 130 jaar zit hun gevangenschap erop. Samen met duizenden anderen werden zij in 1892 geroofd uit het Afrikaanse koninkrijk Dahomey (68 min.). Sindsdien zaten de kunstwerken vast in een museum te Parijs. Koloniale buit. Voor eenieder te bewonderen. En nu, in november 2021 om precies te zijn, worden zesentwintig van hen in vrijheid gesteld. Een zoenoffer. Zesentwintig van in totaal zevenduizend artefacten. Uitroepteken. En die worden teruggebracht naar hun geboorteland dat tegenwoordig Benin heet.

Terwijl de Frans-Senegalese cineaste Mati Diop in deze hybride van docu en fictie, winnaar van een Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn, observeert hoe zij zich gereedmaken voor vertrek, met alle égards worden ontvangen in Benin en daarna maar moeilijk kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving, doet één van hen, niet geheel toevallig nummer 26, hun verhaal. ‘Ik zit in een spagaat tussen de angst dat niemand me zal herkennen’, zegt dit kunstwerk met de vervormde stem van Malkenzy Orcel, ‘en de angst dat ik niets meer herken.’ En dan weerklinkt ook de kritiek van thuis: zijn die zesentwintig nog wel wie ze waren? En in hoeverre voldoet Benin zelf eigenlijk aan het ideaalbeeld van een beloofd land? Sterker: was Dahomey ook niet gewoon een slavenstaat?

Veel inwoners van Benin wisten in elk geval helemaal niet van het bestaan van de 26. ‘Op school leer je over de winnaars en de verliezers’, stelt een jongen tijdens een verhitte bijeenkomst op de universiteit van Abomey-Calavi. ‘Meer niet. Maar toen ik hoorde dat ze dit spul terug zouden geven… Ik noem het spul, want tot nu toe voel ik helemaal geen band met de beeldjes.’ Nee, geen eensgezind warm welkom. Anderen vinden dat ze zich niet moeten richten op dat materiële erfgoed in het buitenland. In eigen land is er immaterieel erfgoed te over: dansen, traditie en kennis. En ook die constatering, merken de 26, leidt weer tot gekrakeel. ‘Toen ik afgelopen zondag naar het paleis ging om die stukken te bezichtigen, heb ik een kwartier gehuild’, reageert een jonge vrouw. ‘Ik dacht echt: wauw!’

Zij is dan weer verbaasd over de genialiteit van hun voorouders. En wat kunnen hun afstammelingen discussiëren! constateren de teruggekeerden tegelijkertijd en waarschijnlijk ook enigszins mismoedig. En wat wordt er veel bijgehaald door die studenten! Aristoteles, Nelson Mandela en Voodoo. En de ziel van hun land, natuurlijk. Die zou zijn gestolen. De verschillende sprekers nemen bovendien erg veel ruimte in – en krijgen die ook van Diop. In een verder fraaie film die elementaire vragen over hun bestaan stelt, van de bevrijde artefacten en hun nieuwe/oude landgenoten, ingebed in een boeiende verkenning van erfgoed, identiteit en zelfbeschikking.

Jamal

Videoland

De ene na de andere dreun heeft hij in de voorgaande jaren moeten incasseren. In het najaar van 2020 lijkt Jamal ben Saddik eindelijk klaar voor een titelgevecht met zijn grote rivaal Rico Verhoeven. En dan krijgt de Belgische kickbokser ineens ernstige rugpijn. Bovendien wacht hem een halfjaarlijkse controle in het ziekenhuis om te kijken hoe ‘t staat met de schildklierkanker die hem al tweemaal eerder heeft overvallen.

Daarmee is het leed echter nog niet geleden voor Jamal (120 min.) in deze driedelige serie van Duco Coops, die als maker echt met z’n neus in de boter valt. Ben Saddik heeft al sinds december 2018 niet meer gevochten en moet daarom op een andere manier aan z’n brood zien te komen. De zaak waar de vechter uit de beruchte Antwerpse wijk Borgerhout mobiele telefoons verkoopt, bezorgt hem alleen ook weer de nodige problemen. Totdat de Marokkaanse Belg nauwelijks meer een uitweg ziet.

Ben Saddik wil weer terug de ring in, met een nieuwe trainer bovendien: Mike Passenier, de man die ook Badr Hari groot heeft gemaakt. Samen hebben ze eigenlijk te weinig tijd om hem volledig te prepareren voor een gevecht. Coops stapt met hen in de tunnel die Jamal desondanks een heroïsche overwinning moet bezorgen. Eerst wordt hij in Mike’s Gym in Oostzaan zowel fysiek als mentaal klaargestoomd, daarna volgt in het Arnhemse Gelredome de krachtproef met een imposante opponent.

Dit tweegevecht, de apotheose van de tweede aflevering, krijgt bijna Rocky-achtige allure, waarbij de outsider zowaar de gedoodverfde favoriet lijkt te kunnen vloeren. Duco Coops vangt zowel de dramatische aanloop naar het gevecht, inclusief de ‘stare down’, verbeten peptalks en de tergend lange laatste minuten voordat ze eindelijk de ring in mogen, als de adrenaline van de navolgende kamp, waarbij de twee elkaar beurtelings het licht uit de ogen lijken te gaan slaan en trappen.

Als er te langen leste dan toch een overwinnaar is uitgeroepen, wordt de hoofdpersoon in deze geladen miniserie weer teruggeworpen op zichzelf. Alle anderen, zowel zijn begeleiders als tegenstanders, zijn niet meer dan passanten. Uiteindelijk lijkt Jamal Ben Saddik toch vooral tegen zichzelf te vechten – en de beelden die hij bij anderen, inclusief politie en justitie, oproept over zichzelf. Een eenzamere strijd bestaat er niet.

The Eyes Of Orson Welles

Dogwoof

Vanuit de 21e eeuw richt Mark Cousins zich in deze videobrief uit 2018 tot een icoon van de vorige eeuw. Beste Orson Welles, begint de Britse cinefiel aan zijn exploratie van het leven van één van de meest uitgesproken Amerikaanse kunstenaars van de afgelopen honderd jaar: acteur, regisseur, theatermaker, radiostem en metershoog personage Orson Welles (1915-1985). Cousins verbale hinkstapsprong door het leven en oeuvre van de gigant zal een kleine twee uur later eindigen met een nederig ‘dank je.’

In de tussentijd probeert hij aan de hand van een doos met schetsen, tekeningen, karikaturen, schilderijen en kerstkaarten van zijn held door The Eyes Of Orson Welles (110 min.) te kijken naar een wereld die tot de verbeelding blijft spreken. Op zoek naar ‘s mans thematiek en beeldtaal zwerft hij ook langs Welles’ films, theaterstukken en radiowerk, op zoek naar grote verhalen en kleine details. Zo komt hij verdacht dicht bij de essentie van zijn even briljante als pompeuze held, die zijn tijd vaak vooruit leek.

En Orson Welles zou Orson Welles niet zijn – of toch Mark Cousins, of diens stroman Jack Klaff? – als hij zijn adept niet rechtstreeks van repliek zou dienen. Beste Mark, begint de man zelf, een kwartier voor tijd, met die imposante stem. ‘Spreek over me zoals ik ben. Niets verzachten.’ Daarna laat hij een korte stilte vallen. ‘Dus de wereld is gewoon blijven draaien na mijn dood, wie had dat nu kunnen bedenken?’ En daarover praat Cousins, die tevens afspreekt met Welles’ dochter Beatrice, hem dan weer bij.

Over een New York zonder Twin Towers bijvoorbeeld. Of ‘mobiele’ telefoons, die niet alleen woorden maar ook beelden kunnen verzenden. Zodat je er Citizen Kane op kunt kijken, kunt luisteren naar The War Of The Worlds of kunt chatten over die geest uit lang vervlogen tijden, Orson Welles.

Anne (32) Zoekt Vrienden

KRO-NCRV

Haar oude vriendschappen zijn verwaterd en nieuwe lijken nauwelijks te beklijven. Actrice en theatermaakster Anne van der Steen is begin dertig en vraagt zich af wie ze op haar verjaardag moet uitnodigen. De oorzaken voor die haperende vriendschappen lopen uiteen. De één heeft inmiddels kinderen en dus een andere belevingswereld, een ander zit eigenlijk al vol en niet te wachten op nieuwe verplichtingen. Feit is: Anne (32) Zoekt Vrienden (30 min.). Maar hoe doe je dat eigenlijk: een goede vriend zijn?

Anne gaat in deze speelse korte docu te rade bij enkele vriendenkoppels. ‘Vriendschap kun je niet kopen’, stellen twee gezworen vismaatjes. ‘Dat kun je niet dwingen.’ Je moet uitkijken voor te veel kieskeurigheid, waarschuwt een vrouwelijk messenwerpersduo. ‘Niet te veel eisen hebben.’ En twee vriendinnen met een gezamenlijke camper adviseren haar om vooral niet te veel haar best doen. ‘Jij ben een heel grappig en leuk iemand’, houden ze Anne voor. ‘Daar hoef je volgens mij niet zo aan te twijfelen. En dan ga je er zelf ook veel meer lol in hebben.’

Tijd om de koe bij de horens te vatten: op vriendschapsdate met een andere jonge vrouw. Samen paardrijden of een taartje gaan eten. Of alleen op stap, dat kan natuurlijk ook. Vrouwen ontmoet ze dan alleen niet en bij de mannen leidt zo’n avondje al snel tot drinken en geflirt. Met een losse, tragikomische voice-over praat Van der Steen alle verwikkelingen en haar eigen gedachten daarbij aan elkaar. De theatermaakster en actrice in haar zijn nooit ver weg – al lijken de emoties die sommige gesprekken en ontmoetingen oproepen wel degelijk oprecht.

Het is natuurlijk een construct, deze film. Alles lijkt van tevoren uitgedacht. Toch zit dat de docu niet in de weg. Die heeft een aanstekelijk feelgood-karakter. Met een melancholieke ondertoon. Waardoor ie toch ook wel raakt. Anne (32) snijdt losjes, zonder dit verder onder het vergrootglas te leggen, ook een wezenlijk thema aan: het feit dat veel mensen er tegenwoordig alleen voorstaan. Verbinding is niet meer zo vanzelfsprekend als het ooit was. Zeker als je een andere afslag neemt – of de geijkte afslag gewoon mist – dan de mensen in je directe omgeving.

Het kan tot een gevoel van eenzaamheid leiden. Onthechtheid. Onzekerheid ook. Angst om niet in de smaak te vallen. En hoe gemakkelijk ‘t ook klinkt, realiseert Anne zich in deze fijne kleine film, daarvoor is uiteindelijk maar één remedie: de stoute schoenen aantrekken. Uitnodigingen versturen, de taart alvast aansnijden en er samen met anderen toch maar een feestje van proberen te maken.

Greta Gerwig: Itenary Of A Rising Star

Arte

Greta Gerwig is nauwelijks veertig jaar oud als ze van Barbie (2023) de succesvolste film maakt die ooit door een vrouw is geregisseerd. In de tv-docu Greta Gerwig: Itinerary Of A Rising Star (52 min.) analyseert Pierre-Paul Puljiz hoe een meisje uit de wat duffe Californische hoofdstad Sacramento één van de belangrijkste hedendaagse filmmakers kon worden.

Puljiz kan daarvoor natuurlijk gebruik maken van talloze filmfragmenten en heeft ook jeugdbeelden van Gerwig en interviews met haar uit de talkshows van Stephen Colbert, Jimmy Fallon en James Corden tot z’n beschikking. Zelf heeft ie Gerwig niet te spreken gekregen. Hij moet ‘t doen met enkele oud-docenten, de filmcritici Richard Brody en Amy Taubin en een ogenschijnlijk tamelijk willekeurige actrice/fan, Joan Marie Flaherty. Daarnaast geeft hij z’n verteller, zoals te doen gebruikelijk in dit type celebrity-portretten, een sleutelrol.

‘Elke echte kunstenaar die de titel waard is worstelt met tegenstrijdige gevoelens, zegt die bijvoorbeeld, bij algemene beelden van New York. ‘Het verlangen om wonderen te creëren en de onzekerheid, de angst, om het niet te kunnen waarmaken. Dat is spannend maar ook angstaanjagend.’ Dit zou natuurlijk voor iedere willekeurige kunstenaar kunnen gelden. Net als bijvoorbeeld: ‘In het theater wordt op een klein podium een complete wereld gecreëerd, maar is de buitenwereld niet ook bijna een toneel?’

Hoe dan ook, Gerwig gaat in New York studeren aan Barnard College, wint al snel een prijs voor toneelschrijven en raakt bevangen door het medium film. Eerst gewoon als liefhebber. Daarna ook als actrice, in de zogenaamde mumblecore-films en producties van regisseur Noah Baumbach zoals Greenberg en Frances Ha, waaraan ze zelf bovendien druk meeschrijft. En tenslotte als regisseur van drie totaal verschillende speelfilms: het semi-autobiografische Lady Bird, het kostuumdrama Little Women én de blockbuster Barbie.

Het duurt ruim een half uur voordat dé bioscoophit van 2023 ter sprake komt. Een grote studiofilm, die tevens een artistiek succes wordt. Een feministisch pamflet, over een pop die een totaal onrealistisch vrouwbeeld representeert. Een onwaarschijnlijke hit kortom, die perfect de tijdgeest weerspiegelt. Woke, zou je kunnen zeggen. Al snel klinkt er dan ook kritiek vanuit Conservatief Amerika. Barbie zou het idee van het gezin als hoeksteen van de samenleving ondermijnen en bovendien ‘giftige vrouwelijkheid’ bevatten.

Die kritiek lijkt het imago van Greta Gerwig als beeldbepalende filmmaakster, als voorbeeld voor andere vrouwen in Hollywood, echter alleen maar te bevestigen.

Road Diary: Bruce Springsteen & The E Street Band

Disney+

Hoewel Thom Zimny ook documentaires heeft gemaakt over Johnny Cash, Sylvester Stallone en The Beach Boys, geldt hij toch eerst en vooral als huisfilmer van Bruce Springsteen. In de afgelopen twintig jaar verscheen er geen clip, special of docu van de Amerikaanse rocker of Zimny was erbij betrokken als regisseur, editor of producer. Ook bij Road Diary: Bruce Springsteen & The E Street Band (99 min.) zit hij weer aan de knoppen – al blijft het de vraag hoeveel ruimte The Boss zelf en zijn manager Jon Landau claimen.

Bruce Springsteen lijkt er de man niet naar om de teugels al te veel te laten vieren. Zo stuurt hij deze film, over de eerste tour in zes jaar met zijn befaamde E Street Band, weer aan met zijn welbekende, licht gezwollen voice-over, waarin de zegeningen van rock & soul en zijn band worden geteld, twee gestorven groepsleden worden geëerd (saxofonist Clarence Clemons en toetsenist Danny Federici, vervangen door respectievelijk neefje Jake Clemons en oudgediende Charles Giordano) en het verhaal dat hij ditmaal wilde vertellen met zijn concerten: over ‘leven en dood, en alles er tussenin’.

Aan een interview waagt hij zich verder niet. Alle andere leden van de aangeklede E Street Band, ditmaal met blazerssectie en achtergrondkoor, nemen wel de gelegenheid om hun zegje te doen en herinneringen op te halen aan de ‘glory days’ van de muzikale onderneming die ook hun leven domineert. Zoals er tevens ruimte is voor Springsteens wereldwijde aanhang, om nog maar eens uitbundig de loftrompet te steken over hun held en de bijna religieuze ervaringen die zijn concerten ook deze tournee, die nadrukkelijker dan ooit wordt beschouwd als mogelijk de allerlaatste, weer zijn geworden.

Vanzelfsprekend is dat in eerste instantie niet, getuige deze tourdocu. Bruce lijkt ditmaal niet zo’n zin te hebben in uitgebreid en alles tot in detail repeteren, constateert Jon Landau. Springsteens rechterhand, Steven Van Zandt, vindt zelfs dat de teugels moeten worden aangetrokken en begint daarom extra te oefenen met de band, voor het eerst in de historie zónder de grote baas zelf erbij. Van Zandt krijgt zelfs een officiële titel van zijn bloedsbroeder: music director. ‘Leuk hoor’, zegt ‘Little Steven’ grinnikend en laat vervolgens een korte stilte vallen. ‘Maar wel veertig jaar te laat.’

Met zulke aardige inkijkjes bij het groots opgezette rock & roll-circus waarmee Springsteen wederom de wereld rond is gegaan, gepaard aan hoogtepunten uit zijn vurige concerten met een excellerende E Street Band, voldoet Road Diary precies aan de verwachtingen. Die worden alleen ook niet overtroffen. Daarbij wreekt zich toch dat Springsteen en Landau de controle nooit helemaal uit handen lijken te geven. Als er zich ‘on the road’ al onverwachte, gênante of pijnlijke zaken hebben voorgedaan, dan zijn die waarschijnlijk nooit gefilmd of in elk geval in de montage gesneuveld.

Het maakt eerlijk gezegd benieuwd naar een Bruce-docu zónder Thom Zimny –  of Springsteen zelf – aan de knoppen. De ongefilterde Springsteen, dát zou pas wat zijn.

Children Of The Cult

Dartmouth Films

Twintig jaar geleden exploreerde Maroesja Perizonius in de persoonlijke documentaire Communekind (2004) haar verleden als kind binnen de Bhagwan-beweging. Met een duim op haar voorhoofd werd ze als zesjarig Nederlands meisje hoogstpersoonlijk door de grote leider Bhagwan Sri Rajneesh geïnitieerd. Samen met haar moeder Lietje zou ze in totaal zeven jaar lang deel uitmaken van diens beweging.

In de film confronteerde Maroesja Perizonius, toen in de dertig, haar moeder met de hachelijke situaties waarin zij als kind, omgedoopt tot Chandra, begin jaren tachtig terecht kwam. Ze voelde zich daarbij niet gesteund en beschermd door haar als ouder. Lietje probeerde de verwijten veelal af te weren. ‘Ik ben benieuwd naar over twintig jaar als jij misschien een koter hebt van dertien of zo’, zei ze. ‘En jij denkt daar het beste mee te doen en dat die dan daar natuurlijk ook de nadelen van meemaakt.’

Welnu, die jaren zijn inmiddels verstreken. In de tussenliggende periode leek met de serie Wild Wild Country (2018) het definitieve Bhagwan-document wel te zijn gemaakt. Anno 2024 pakt Perizonius de draad echter weer op met Children Of The Cult (75 min.). In de openingsscène leest ze direct enkele briefjes voor die zij als dertienjarig meisje ontving van volwassen ‘sannyasins’. ‘Lieve Chandra, je bent zo’n schatje en je hebt zo’n mooi lichaam’, schrijft de één. ‘Ik vind ’t geweldig om met je te slapen’, een ander.

Perizonius ontmoet in deze nieuwe film andere kinderen die zijn opgegroeid binnen de Bhagwan-beweging. Stuk voor stuk schetsen ze een leefomgeving waarin alles wordt geseksualiseerd, inclusief zijzelf. Als er in het Britse Suffolk een speciale kostschool wordt opgericht, zodat de ouders zich volledig kunnen richten op hun eigen spirituele ontwikkeling, loopt de situatie helemaal uit de hand. Jonge meisjes en jongens blijken in ‘Medina’, zonder vader of moeder in de buurt, een wel heel gemakkelijke prooi.

Ook Bhagwan zelf laat zich niet onbetuigd. Als de grote leider z’n sannyasins in 1981 richting de Verenigde Staten dirigeert, om daar een eigen stad te stichten, krijgt het misbruik een grootschaliger karakter. Rajneeshpuram wordt een plek, die menigeen voor het leven tekent. Maroesja Perizonius probeert ook in contact te komen met mannen die zich daar opdrongen aan minderjarige meisjes. Ze belt bijvoorbeeld met een sektelid, stiekem opgenomen, dat ronduit toegeeft dat hij destijds over de schreef is gegaan.

Een ander oud-lid verhaalt schuldbewust over de seksuele relatie die hij had met een tiener, maar verbaast zich erover hoe uitdagend de Bhagwan-kinderen zich toentertijd gedroegen. Als hij begint over hoe zij al op heel jonge leeftijd voorbehoedsmiddelen gebruikten, wordt het de verder daadkrachtig opererende Perizonius even te veel. Dat kent zij uit eigen ervaring. Toen ze naar Medina werd gestuurd, moest haar moeder een verklaring ondertekenen waarmee de contraceptie van haar dochter werd geregeld.

En daar zit ook de crux: de jongens en meisjes moesten zich binnen de sekte wel ontremd gedragen. Anders vielen ze uit de toon. Het seksueel misbruik dat daarop volgde heeft tientallen jaren later echter nog altijd gevolgen voor hun zelfbeeld, relaties en seksuele leven, zo toont deze ontluisterende film, die Perizonius regisseerde met Alice McShane. Zij schromen de confrontatie niet. Een notoire schuinsmarcheerder, nog altijd actief binnen de Bhagwan beweging, wordt met draaiende camera overvallen.

Maroesja Perizonius’ queeste mondt uit in een confrontatie met Bhagwans toenmalige rechterhand Ma Anand Sheela, die er wel van geweten móet hebben. Op voorhand is al duidelijk dat het bepaald niet zeker is dat zij ook haar verantwoordelijkheid zal nemen voor het verleden (dat hier nog eens in al z’n buitenissigheid wordt getoond met toch weer schokkende beelden). Voormalige leiders zoals Sheela beperken zich doorgaans tot (geveinsd?) begrip en routineuze antwoorden. Waarvan niemand wijzer wordt.