De Rockstar À Tueur: Le Cas Cantat

Netflix

Ze zou tegen de verwarming zijn gevallen. De zware verwondingen die de bekende Franse actrice Marie Trintignant in de nacht van 26 op 27 juli 2003 heeft opgelopen, corresponderen alleen helemaal niet met een tragisch ongeval. Het verhaal dat haar nieuwe geliefde, de bekende zanger Bertran Cantat, tegen de Litouwse politie heeft verteld, kan dus niet kloppen.

De twee zijn in Vilnius vanwege de opnames voor een film, waarin zij een belangrijke rol speelt. De frontman van de populaire rockband Noir Désir komt haar daar opzoeken en wordt, vanwege zijn bezitterige en jaloerse gedrag, al snel beschouwd als een stoorzender op de filmset. Op hun hotelkamer is het ‘s nachts tot een serieus handgemeen gekomen, moet Cantat al snel toegeven, waarna Trintignant, een telg van de bekende Franse filmfamilie, in coma is beland.

In De Rockstar À Tueur: Le Cas Cantat (124 min.) reconstrueren Zoé de Bussiere, Karine Dusfour, Anne-Sophie Jahn en Nicolas Lartigue de geruchtmakende zaak, die Frankrijk ruim twintig jaar geleden in rep en roer heeft gebracht. Als het nieuws uitlekt dat Marie Trintignant op de intensive care voor haar leven vecht, is nog helemaal niet bekend dat zij een relatie heeft met Cantat, die voor haar halsoverkop zijn Hongaarse vrouw Krisztina Rády en hun twee kinderen heeft verlaten. 

Deze driedelige true crime-serie vliegt De Casus Cantat niet al te subtiel aan en probeert in eerste instantie vooral uit te vlooien wat er zich precies heeft afgespeeld tijdens die traumatische nacht in dat Litouwse hotel. Een cruciale rol is daarbij weggelegd voor een publiek verhoor van de – afhankelijk van wie je ‘t vraagt – zeer emotionele/manipulatieve Bertrand Cantat, die de verantwoordelijkheid voor de dramatische gebeurtenissen ook nadrukkelijk bij het slachtoffer legt.

Zijn ex-vrouw Krisztina bivakkeert daarbij nadrukkelijk aan zijn zijde en staat in voor zijn karakter. Nee, Bertrand is tegenover haar nooit gewelddadig geweest, houdt ze vol, waarschijnlijk ook in het belang van hun kinderen. Die aap zal in de slotaflevering van deze miniserie nog een dramatisch staartje krijgen als de twee hun gezamenlijke leven vervolgen. Met terugwerkende kracht wordt dan ook duidelijk dat Marie Trintignants tragische lot wellicht te voorkomen was geweest.

Als de situatie in die Litouwse hotelkamer niet simpelweg was afgedaan als een passiemoord, zo’n tot de verbeelding sprekende ‘crime passionel’. Als Trintignant – vier kinderen van vier verschillende vaders, wat ben je dan voor een vrouw? – niet doelbewust was afgeschilderd als een onmogelijke femme fatale. En als hij, de onweerstaanbare zanger, niet vergoelijkend was bekeken als zo’n typische gekwelde ziel die de rockhistorie wel vaker aflevert.

Het is de trieste conclusie van een casus die tegelijk gauw en nooit mag worden vergeten.

Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure

Netflix

Ergens in de Rocky Mountains is een schatkist verborgen. Daarin zit goud ter waarde van enkele miljoenen dollars. Het is een idee van de gefortuneerde kunsthandelaar Forrest Fenn. In The Thrill Of The Chase, zijn autobiografie uit 2010, heeft hij een gedicht opgenomen, waarin negen aanwijzingen zijn verwerkt om de schat te vinden.

Het lijkt in eerste instantie niet meer dan een truc om zijn boek onder de aandacht te brengen, maar al snel loopt Fenns idee helemaal uit hand. Talloze gewone Amerikanen raken bevangen door goudkoorts en proberen het gedicht te ontcijferen. De Hursts, een stel rednecks, weten bijvoorbeeld zeker dat de buit is verstopt in het voormalige mijnwerkersdorp Kirwin in Wyoming, terwijl de gepensioneerde ingenieur Cynthia Meachum ervan overtuigd raakt dat de schat in New Mexico is te vinden.

Op zoek naar ‘fortuin en glorie’, aldus de montere softwareontwikkelaar Justin Posey. Want wie wil er nu geen Indiana Jones zijn? Niet iedereen is echter gemaakt voor de rol van avonturier, blijkt in de driedelige docuserie Gold & Greed: The Hunt For Fenn’s Treasure (160 min.) van Jared McGilliard. Het duurt niet lang of de schattenjacht eist z’n eerste slachtoffer: ene Randy Bilyue raakt nabij Santa Fe vermist als hij in hartje winter, met een rubberboot van Walmart, de Rio Grande probeert af te varen.

Forrest Fenns autobiografie wordt in de media, die ’s mans meesterzet en de navolgende goudkoorts helemaal uitmelken, dan al omschreven als: ‘the book that lures readers to their deaths’. Fanatieke speurders zoals Meachum, die bij Fenn zelf op zoek gaat naar aanwijzingen, en de Hurst-familie, dromend van een leven buiten het ‘trailer park’, laten zich daardoor niet weerhouden. En de inventieve Posey begint doodleuk een hond te trainen, zodat die letterlijk kan worden ingezet als speurneus.

McGilliard volgt hen terwijl ze hun nieuwste theorie najagen en ergens in Amerika op zoek gaan naar de goudkist. Hij snijdt hun verhalen slim door elkaar en leukt ze op met een avonturenfilmsoundtrack en gewiekste cliffhangers, zodat ’t steeds spannend blijft of iemand op de buit stuit – en wie dat dan is. Tegelijkertijd schetst ie ook de gekte in de schatzoekersgemeente. Die krijgt gaandeweg ook een naar kantje: vergezochte hypothesen krijgen gezelschap van onvervalste complotten.

Op een luchtige manier toont Gold & Greed zo hoe het idee van eeuwige rijkdom voor tal van gewone Amerikanen een obsessie wordt. Totdat ze zowaar tien jaar van hun leven hebben gespendeerd aan een waanidee – al heeft zelfs dat z’n aantrekkelijke kanten. De jacht is immers mooier dan de vangst. Justin Posey realiseert zich dat terdege en probeert in deze joyeuze productie zowaar in de voetsporen te treden van Forrest Fenn, die in 2020, na een enerverende oude dag, op negentigjarige leeftijd is overleden.

Jim Carrey: America Unmasked

VPRO

‘Hoe werd Carrey, aan het begin van de jaren negentig nog volledig onbekend, de grappigste man ter wereld?’ vraagt de stem zich af. ‘Wie was het werkelijke doelwit van zijn lawine van karikaturen? En maskeerde zijn ongegeneerde idioterie misschien kritiek op de samenleving die hij grof en vulgair vond?’

Met die vragen zet de vertelstem, ingesproken door Lison DanielJim Carrey: America Unmasked (52 min.), een tv-portret van de befaamde Canadese komiek en acteur, in gang. ‘Een grappig gezicht met benen’ aldus diezelfde stem, ook wel voice-over genaamd. Rubber benen, welteverstaan. En ook een rubberen gezicht, trouwens.

Jim Carrey ontwikkelde zich, zo betoogt deze film van Thibaut Sève en Adrien Dénouette, tot een soort nineties-versie van Charlie Chaplin. Met zijn gekke bekken kon hij doorgaan voor een kolderieke reactie op de actiehelden van de jaren tachtig, een platvloerse parodie op de American Dream en een uitvergroting van het bijbehorende materialisme.

Hij was ‘een comedymachine die zich door niets of niemand laat stoppen’, stelt de stem nog maar eens, ten overvloede. Ga maar na: de Ace Ventura-films, Dumb & Dumber en The Mask. Terwijl hij zich puur op archiefmateriaal moet verlaten – filmfragmenten, tv-optredens en archiefinterviews – wandelt de verteller door Carreys leven en loopbaan.

Eenmaal aan het einde van de twintigste eeuw aanbeland, stijgt die nog naar grote hoogte met de televisietrilogie The Cable GuyThe Truman Show en Man On The Moon. In de volgende eeuw, zeker na 11 september 2001, wordt alles anders. De klok heeft geslagen voor cartooneske komieken zoals Eddie Murphy, Robin Williams en Jim Carrey.

In een wereld waarin sinds de komst van het internet echt iedereen beroemd kan worden, zijn eigen Truman Burbank zogezegd, is er eigenlijk vooral behoefte aan kijkers, mensen die ’t op zich af laten komen. ‘De acteur is geleidelijk van het toneel verdwenen’, constateert de stem, ‘en wordt de laatste kijker, die de gekte van de wereld aanschouwt.’

En dat geeft hem, de karikaturale buitenbeen, alle ruimte om de ontregelende boodschappen die altijd al in films zoals Ace VenturaHow The Grinch Stole Christmas en Me, Myself & Irene verstopt zaten, nu ongefilterd op de wereld los te laten. Jim Carrey is politieker dan ooit, concludeert de vertelstem, ook al legt zich hij tegenwoordig vooral toe op schilderen.

Trailer Jim Carrey: America Unmasked

Ik Was Een Kind

Doxy / EO

‘Wat heb ik van die man gehouden!’ constateert Anneloes van ‘t Licht aan het einde van Geertjan Lassches indringende film Ik Was Een Kind (76 min.). Het is een bijzonder wrange conclusie. Diezelfde man – haar eigen vader, inmiddels overleden – heeft haar ook gesloopt.

Als zestienjarig meisje deed Anneloes aangifte tegen hem, een bekende SGP-politicus. Vanwege seksueel misbruik. Incest. Nu, 25 jaar later, overziet ze de schade die dat heeft veroorzaakt in haar leven. De manier waarop ze na die aangifte, ook tegen haar broer, werd behandeld vond ze nog erger dan het misbruik zelf. Ze werden bovendien niet veroordeeld – ook niet in hoger beroep. Het bewijs zou onrechtmatig zijn verkregen.

Voor deze documentaire heeft Anneloes brieven rondgestuurd, in de Gereformeerde gemeenschap waarbinnen ze opgroeide. De brief aan haar moeder heeft ze persoonlijk bezorgd. Slechts een enkeling – een broer van vader, een nicht, een gezinsverzorgster – blijkt bereid om met haar in gesprek te gaan. Net als tal van hulpverleners, die ze in die heftige periode en het van tragiek doortrokken leven daarna, op haar pad vond. 

Van ‘t Licht nodigt hen uit, om de maalstroom van gebeurtenissen die haar hebben getekend door te nemen, om er samen vat op te krijgen. Lassches camera is daarbij permanent gericht op de hoofdpersoon, die centraal in beeld zit. De anderen zijn niet meer dan passanten in haar schrijnende relaas. ‘Ik moet dit doen’, houdt ze zichzelf voor in dagboekfragmenten die de ontmoetingen inkaderen. ‘Voor mezelf, voor m’n kinderen.’

Met deze documentaire wil Anneloes zichzelf laten zien, ‘met alles wat er in mij zit’. Woede bijvoorbeeld. Over de ‘victim blaming’, verhalen over ‘seksueel wervend gedrag’. ‘Dat jullie ‘t in het verborgene willen houden, ergens snap ik het zelfs nog’, zegt ze boos tegen de camera. ‘Maar stóp met mij de schuld geven. Ík heb niet mezelf misbruikt.’ Ze laat een stilte vallen. ‘En ma, u weet, u wéét, dat ik de waarheid spreek. U wéét het.’

Ik Was Een Kind is echter niet zozeer een keiharde afrekening met haar familie als wel een poging om te begrijpen wat er is gebeurd, waarom haar dierbaren hebben gehandeld zoals ze deden en wat dit nu voor haar betekent. De film markeert wel het afscheid van een waardensysteem en de bijbehorende zwijgcultuur, waarvan Anneloes niet langer deel uit wil en kan maken – ook al zit dit, of ze nu wil of niet, diep in haar verankerd.

Die worsteling met het verleden, haar familie en zichzelf is pijnlijk om te zien. Een lijdensweg, een afspiegeling van de weg die ze daadwerkelijk heeft moeten afleggen, die in het hier en nu, voor de camera, nog eens wordt opgeroepen, om die dan, als ‘t enigszins kan, definitief achter zich te laten. Zodat de vrouw, die gedwongen door de omstandigheden altijd kind moest blijven, nu eindelijk in het heden kan gaan leven.

Larger Than Life: Reign Of The Boybands

SkyShowtime

Het is natuurlijk een beetje vloeken in de kerk om een documentaire over boybands te starten met The Beatles – al lijkt soms alles in de popmuziek ooit te zijn begonnen met John, Paul, George en Ringo. Beatlemania was echter onmiskenbaar een voorbode van de boybands die in de jaren negentig, geheel geprofessionaliseerd, door de muziekbusiness aan het meisje werden gebracht: een groepje zorgvuldig geselecteerde hartendieven, met voor elke fangirl wat wils.

En van The Beatles is het een logische stap naar The MonkeesThe Jackson 5 en The Osmonds. ‘Ik begon op m’n vierde met zingen en werd op mijn vijfde professional’, vertelt Donny Osmond in Larger Than Life: Reign Of The Boybands (96 min.). ‘Dus toen de Osmond-gekte in 1970 begon, zat ik al heel lang in het vak.’ Toch werd ook hij destijds nog verrast door het enorme gegil van al die tienermeisjes. ‘Ik dacht: dat meen je niet’, herinnert Osmond zich lachend. ‘Dit moet ik de rest van m’n leven doen.’

Vanuit deze grondleggers van een popgenre, waarvan zij toen vast geen idee hadden dat het ooit zou floreren en waarmee ze wellicht ook helemaal niets te maken wilden hebben, werkt regisseur Tamra Davis met leden van bekende boybands naar het heden toe: Michael Bivins (New Edition), Donnie Wahlberg (New Kids On The Block), AJ McLean (Backstreet Boys), Zac, Taylor en Isaac Hanson (Hanson), Chris Kirkpatrick en Lance Bass (*NSYNC) en Nick Lachey en Jeff Timmons (98 Degrees).

En dat heden bestaat toch vooral uit K-pop. De ultieme Zuid-Koreaanse popgroep lijkt Seventeen, in deze gelikte productie vertegenwoordigd door Vernon en Hoshi, een boyband met maar liefst dertien leden. Met écht voor elke fangirl dus wat wils. Onderweg naar dit punt in de pophistorie worden ook One Direction en de (christelijke) Jonas Brothers nog uitgebreid besproken, maar komen niet-Amerikaanse bands zoals Take ThatBoyzone en Menuda er wel heel bekaaid vanaf.

Vlotjes behandelt Larger Than Life nog wel deelonderwerpen als de typecasting binnen een band, rivaliteit met andere groepen, de rol van ouders, solocarrières en het negatieve imago van boybands in het algemeen. Davis richt zich verder niet op de uitwassen die in andere boybanddocu’s al uit en te na zijn behandeld – al komen de wurgcontracten die de leden vrijwel zonder uitzondering hebben getekend nog wel aan de orde. Want het was natuurlijk vooral business, die boybands.

Waar de tienerjongens van de jaren negentig hun lol al op konden met rock, punk of rap, hadden de meisjes, die van tevoren nooit serieus waren genomen als muziekliefhebber, duidelijk behoefte aan ook iets voor zichzelf. Speciáál voor hen.

De Surinaamse Voetbaldroom

BNNVARA

Als Dean Gorré in 2018 bondscoach wordt van Suriname, stelt het nationale voetbalelftal helemaal niets voor. ‘Natio’ staat 154e op de wereldranglijst. Voetbal is niet meer dan een amateursport in de voormalige Nederlandse kolonie, waar ook Gorré’s eigen wortels liggen. Tegelijkertijd constateert de oud-speler van onder andere Feyenoord, Ajax en Barnsley dat Oranje met ‘Suriprofs’ zoals Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Clarence Seedorf jarenlang grote successen heeft gevierd. Bij zijn aantreden telt de voetbalwereld bovendien ruim 250 profs met Surinaamse roots, waaronder de Nederlandse internationals Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum.

Alle reden dus voor Gorré om werk te maken van ‘de paspoortsituatie’, een kwestie die politiek alleen zeer gevoelig ligt in Suriname. Hij wil bekende profs zoals Kelvin Leerdam, Warner Hahn en Diego Biseswar verleiden om zich aan te sluiten bij Natio. Ooit bevond hij zich zelf in een vergelijkbare positie. Als negentienjarige jongen sloeg Gorré de uitnodiging af om met het zogenaamde Kleurrijk Elftal enkele wedstrijden te spelen in Suriname. De spelers die wél gingen, waaronder zijn neef Lloyd Doesburg (Ajax), kwamen vervolgens om het leven bij een ongeluk op vliegveld Zanderij. Dat trauma drijft Gorré nog altijd voort om Suriname op de voetbalkaart te zetten.

Voorlopig moet de nieuwe bondscoach ‘t in De Surinaamse Voetbaldroom (72 min.) echter doen met goedwillende amateurs. Zij krijgen direct een spoedcursus profvoetbal van de nieuwe baas, die zich per sé wil plaatsen voor een eindtoernooi. ‘Suriname gaat naar de top van de wereld’, houdt hij zijn team voor. ‘En als je mee wilt naar de top, dan moet je je top gedragen.’ Een belangrijk deel van deze spelers zal overigens moeten afvloeien als het Gorré lukt om profs te strikken. Op weg naar die top telt immers alleen het resultaat. En dat is vooralsnog goed. De kwalificatie voor de CONCACAF Gold Cup van 2021, met louter plaatselijke jongens, verloopt voorspoedig.

Deze vlot lopende productie van Sander Coumou heeft dan nog een uitgesproken positieve insteek. Suriname schudt het ene na het andere Midden-Amerikaanse of Caribische land af, in stadions met doorgaans weinig publiek en sfeer. Gaandeweg dreigen Gorré’s pogingen om zijn team te professionaliseren, echter stuk te lopen op onvermogen bij de Surinaamse voetbalbond. Want die laat organisatorisch wel héél veel steken vallen. Daarmee verdwijnt langzamerhand ook het zorgeloze optimisme uit deze vertelling, die de gebeurtenissen puur vanuit het perspectief van Dean Gorré en z’n directe entourage belicht en verder geen wederhoor gaat halen bij bondsofficials.

In de zomer van 2021, als Corona ook in de Surinaamse voetbalwereld huishoudt, komt Gorré’s positie als bondscoach – en daarmee ook het ambitieuze project waaraan hij ruim twee jaar eerder is begonnen – steeds meer in gevaar. Wat er precies speelt blijft echter ongewis. Sindsdien zijn er alweer bijna vier jaar verstreken. Op het moment dat deze film wordt uitgebracht, bekommert een andere Suriprof, Stanley Menzo, zich inmiddels om de Surinaamse voetbaldroom. In zijn selectie bevinden zich de nodige Surinaamse Nederlanders, die voor het land van hun voorouders hebben gekozen. Met hen probeert Natio zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap van 2026. Suriname heeft zich zojuist alvast voor de tweede keer gekwalificeerd voor de Gold Cup.

Trailer De Surinaamse Voetbaldroom

Food For Profit

MCO Film

Het punt dat Food For Profit (90 min.) wil maken, is binnen enkele minuten helder: de Europese ‘green deal’ is niet meer dan een rookgordijn. Met Europees geld worden megastallen gefinancierd, die bijzonder schadelijk zijn voor mens, dier en aarde.

De Italiaanse onderzoeksjournaliste Giulia Innocenzi en filmmaker Pablo D’Ambrosi, bijgestaan door de lobbyist Lorenzo met z’n verborgen camera, leveren het toch weer schokkende bewijsmateriaal in deze activistische documentaire, waarmee misstanden in Europese megastallen en de invloed van de agrifoodsector op het Europese landbouwbeleid aan de kaak worden gesteld. Van veronachtzaamde en mishandelde dieren tot smerige stallen, milieuverontreiniging en zulke beroerde hygiëne dat het serieuze gevaren oplevert voor de volksgezondheid.

Daarvoor maken ze niet alleen gebruik van een verborgen camera, maar ook van een duidelijk zichtbare camera waarmee (overigens onherkenbaar gemaakte) medewerkers en eigenaren van megastallen worden overvallen. Giulia Innocenzi is duidelijk in haar element als ze de confrontatie kan aangaan met dierenbeulen, smeerpoetsen en milieuverontreinigers van bedrijven, waarvan de namen eveneens zorgvuldig zijn weggepoetst, en hen ter verantwoording mag roepen. Sommige confrontaties raken zo verhit dat een handgemeen dreigt.

Achter de schermen probeert Lorenzo intussen op slinkse wijze Europarlementariërs, lobbyisten en landbouwspecialisten uit de tent te lokken. Niemand lijkt echter wakker te liggen van varkens met zes poten, kippen zonder veren (zodat ze niet meer geplukt hoeven te worden) of koeien met twee voortplantingsorganen, die ‘dus’ dubbel zoveel melk produceren. De Italiaanse volksvertegenwoordiger Paolo de Castro vertrekt ook geen spier bij een nepamendement om koeienmest, opgehaald via een buis in het rectum van het dier, voortaan om te zetten in voer.

De Castro, die warme banden onderhoudt met de vleesindustrie, zou vermoedelijk ook geen bezwaren hebben gehad tegen de hilarische ‘Reburger’ die The Yes Men ooit introduceerden in hun gelijknamige documentaire. Dergelijke humor ontbeert dit ronkende groene pamflet – type: van dik hout zaagt men planken – wel een beetje. Zoals ook de uiteindelijke boodschap een wel erg hoog ‘waarheid als een koe’-gehalte heeft: democratie in plaats van lobbycratie. En, natuurlijk: minder vlees eten.

Chaplin: Spirit Of The Tramp

Periscoop Film

Na de dood van hun moeder vindt Victoria Chaplin in een afgesloten lade van een kast in hun Zwitserse huis Manoir de Ban een brief die haar vader Charlie heeft ontvangen na het publiceren van zijn autobiografie in 1964. Ze geeft hem aan haar broer Michael, die er helemaal van ondersteboven is. De brief is afkomstig van ene Jack Hill. Hij noemt hun vader een leugenaar. ‘Hallo Charlie, je schrijft over je geboortehuis’, schrijft Hill. ‘Je liegt alleen dat je barst. Je kunt helemaal niet weten waar je bent geboren of wie je eigenlijk bent. Als je ‘t zo nodig wilt weten: je bent geboren in een caravan.’

De wereldberoemde Britse komiek en acteur Charlie Chaplin (1889-1979) – die vader dus – kwam ter wereld op de zogenaamde Black Patch in Smethwick, nabij de Britse industriestad Birmingham. In een Roma-caravan, naar verluidt zelfs van de Gypsy Queen van de gemeenschap, Jack Hills tante. Chaplin had dus ‘zigeunerbloed’ door zijn aderen vloeien en zou zijn jonge jaren in erbarmelijke omstandigheden en diepe armoede doorbrengen. In Chaplin: Spirit Of The Tramp (90 min.) onderzoeken twee kleindochters van Chaplin, de zussen Carmen (regie) en Dolores (productie), hoe die wortels zijn te traceren in ‘s mans leven en werk.

Chaplins oudste zoon, de schrijver Michael J. Chaplin, fungeert daarbij als verteller. Hij wordt terzijde gestaan door zijn broer Christopher (musicus) en zussen Geraldine (actrice), Victoria (circusartiest) en Jane (schrijfster) en gaat verder in gesprek met bekende vertegenwoordigers van de Roma-gemeenschap zoals regisseur Tony Gatlif, schrijver Damian Lebas, regisseur Emir Kusturica en muzikant Stochelo Rosenberg. Stuk voor stuk vinden zij talloze aanknopingspunten in Chaplins oeuvre. Te beginnen natuurlijk bij zijn voornaamste creatie, The Tramp. Een zwerver die zomaar voor een zigeuner kan worden versleten.

Het feit dat Charlie Chaplin in producties als de stomme film-klassieker The Gold Rush (1925) en de genadeloze Hitler-pastiche The Great Dictator (1940) gebruik maakte van composities van Johannes Brahms, die sterk was beïnvloed door Romani-muziek, is minder voor de hand liggend. Of dat de manier waarop hij, in de woorden van Emir Kusturica (de maker van de ultieme gypsy-komedie Black Cat, White Cat), vecht met de zwaartekracht (zoals naderhand treffend wordt geïllustreerd met een slapstick koorddansscène uit The Circus, waarvoor Chaplin in 1928 een Oscar won) ook kan worden verbonden met zijn Roma-roots.

Hoewel de verhaallijn in deze ‘familiefilm’ van The Chaplins, waarin ook Charlies biograaf David Robinson en acteur Johnny Depp nog even kort hun zegje mogen doen, soms wat scherper had gekund en de docu ook stilistisch een beetje een ratjetoe wordt (met interviews, ontmoetingen, archiefbeelden, filmfragmenten en uitzinnige Roma-sequenties) voegt Chaplin: Spirit Of The Tramp wel degelijk een waardevol perspectief toe aan The Real Charlie Chaplin (2021), de documentaire die enkele jaren geleden het definitieve portret leek van de baanbrekende entertainer.

Liza: A Truly Terrific Absolutely True Story

Atlas Media Corp

Deze vrouw heeft een publiek nodig. Ook nu ze bijna tachtig is. Als Liza Minnelli wordt geprepareerd voor het centrale interview van de documentaire Liza: A Truly Terrific Absolutely True Story (101 min.) van Bruce David Klein, zit ze al helemaal in haar rol van Hollywood-diva, die alles en iedereen om haar heen dirigeert, er nog altijd tiptop bij wil zitten en toch ook wel een soort zelfspot lijkt te hebben.

Die allure heeft ze ongetwijfeld met de paplepel ingegoten gekregen van haar ouders, de wereldberoemde actrice, zangeres en danseres Judy Garland en filmregisseur Vincente Minnelli. En anders was de creatieve duizendpoot Kay Thompson, die zich over Liza ontfermde na de voortijdige dood van haar getroebleerde moeder in 1969, vast een aardige mentor. En al die (bekende) mannen in haar leven hebben ongetwijfeld ook hun sporen achtergelaten in Minnelli’s theatrale persoonlijkheid.

Ze was nochtans een natuurtalent, beweren sleutelfiguren uit haar lange carrière in film, musical en theater. Liza kon zingen, acteren, dansen en flaneren als de allerbeste. Als haar moeder dus, simpel gezegd. Want het kostte haar nogal wat kruim om zich los te maken van het predicaat ’de dochter van…’ 1972 was in dat verband een geweldig jaar: ze won een Emmy Award voor de tv-special Liza With A Z en een Oscar voor de rol van de zangeres Sally Bowles in de verfilmde musical Cabaret.

Het exuberante personage Liza Minnelli kwam daarin optimaal tot z’n recht en zou ook in de navolgende decennia nog regelmatig floreren in allerlei producties. Maar wie de vrouw achter al die glitter en glamour nu echt is? Afgaande op dit gesmeerd lopende en zwierig aangeklede portret, waarin heel lang geen onvertogen woord valt, is Liza achter de schermen aardig, oprecht, kwetsbaar, gul en bescheiden. En ze staat dus blijkbaar – eerst zien, dan geloven – ook wel eens niet ‘áán’.

Uiteindelijk wordt Liza Minnelli toch ingehaald door het turbulente leven dat ze al die jaren heeft geleid en moet ze onder ogen zien dat ze ongewild in het voetspoor is getreden van haar zelfdestructieve moeder. Daarmee krijgt dit helemaal geweldige en absoluut ware verhaal, nét voor de verplichte grande finale natuurlijk, alsnog de te overwinnen crisis die zo’n film over een boegbeeld van de internationale showbusiness (and there’s no business like…) nu eenmaal nodig heeft.

‘Sometimes you’re happy and sometimes you’re sad’, zingt ze tot besluit met ouderwetse bravoure, op piano begeleid door haar trouwe vriend, archivaris en vleesgeworden loftrompet Michael Feinstein. ‘But the world goes roooouuuund.’

The Trouble With Mr Doodle

Acme Films

Als het aan Sam Cox ligt, is de hele wereld niet meer dan een canvas voor zijn ‘doodles’, de lijntekeningen die de meeste mensen vooral maken om hun gedachten te verzetten. Als kind wilde de jonge Brit al obsessief tekenen, liefst vijftien uur per dag. Gedachteloos de stift ter hand nemen en dan letterlijk elk papier vullen waar je de hand op kunt leggen. Zo blijft de echte wereld ook op afstand. En dat is wel zo prettig, want Sam is nu niet direct een sociale jongen.

Hij ontwikkelt een alter ego: Mr Doodle, een slapstickachtige figuur met een doodlepak aan, die alles voltekent wat hij op zijn pad treft en die via foto’s en filmpjes op social media al snel een populair personage en een gewaardeerde kunstenaar wordt. Sams grote doom is een volledig wit geschilderd huis, dat hij vervolgens, van binnen en van buiten, he-le-maal kan voltekenen met zijn kenmerkende naïeve figuurtjes, voorwerpen en vormen. Tegen die tijd hebben zijn enthousiast ontvangen ‘droedels’ alleen al een behoorlijk ongezond trekje gekregen.

The Trouble With Mr Doodle (88 min.) is een aangrijpend portret van een jonge getalenteerde tekenaar die stilaan volledig doordraait. Totdat Sam Cox zichzelf dood verklaart en daadwerkelijk verder wil als Mr Doodle, een tragische figuur die z’n levensdagen slijt in het nachtmerrieachtige Doodleland. ‘Ik dacht dat ik bevriend was geraakt met Banksy en heel close was met Kanye West’, vertelt hij daarover. ‘Donald Trump vroeg me om te doodelen op de muur tussen de Verenigde Staten en Mexico. Wij gingen samen de hele wereld doodelen!’

Deze film van Jamie D’Cruz, Ed Perkins en Alex Nott maakt alvast een ferme start met die wereld en is volkomen volgedoodeld. Zodat het intimiderende karakter van dat tekenen in Sams leven bijna fysiek voelbaar wordt. De documentaire begon ooit bij het witte huis – wat een project om te documenteren! – maar ontwikkelde zich gaandeweg tot een portret van de wankele man daarachter. De doodles spatten daarin zowat van het scherm af en overweldigen elke plek waarin ze terecht zijn gekomen. Cox zit gevangen in zijn eigen kunst en het manisch vervaardigen daarvan.

The Trouble With Mr Doodle maakt zichtbaar hoe dun en fragiel de lijn kan worden tussen genie en gekte. Het kunstenaarschap wordt voor Sam Cox, zonder dat hij daar zelf vat op krijgt of ’t zelfs maar door heeft, een juk om onder te bezwijken. Sams mentale staat baart natuurlijk ook zijn ouders Andrea en Neill en Oekraïense vriendin Alena ernstige zorgen. Maar hoe red je iemand van zijn zelfverkozen levensmissie?

A Body In The Snow: The Trial Of Karen Read

HBO Max

‘Hos long to die in the snow?’ Die Google-zoekopdracht, ingetoetst in de nacht van 29 januari 2022, biedt Karen Read wellicht een uitweg. De vraag van haar kennis Jennifer McCabe, inclusief tikfout, impliceert dat die ervan op de hoogte is dat Reads geliefde, politieman John O’Keefe, op dat moment in de buurt van het huis van McCabes zus Nicole Albert in de sneeuw ligt dood te gaan. Na een avondje stappen waren ze met z’n allen nog wat gaan borrelen bij de Alberts aan 34 Fairview in Canton, Massachusetts.

Karen Read, een financieel analist van nét in de veertig, wordt nu Johns dood aangewreven. Ze zou na die dronken avond, al dan niet bewust, tegen hem zijn aangereden en hem vervolgens in de directe omgeving van het huis van de Alberts hebben achtergelaten in de kou. Toen zijn lichaam enkele uren later levenloos werd aangetroffen, sprak ze dat ook uit. ‘Did I hit him? Coud I have hit him?’ Later herhaalde ze die gedachte volgens getuigen. ‘I hit him.’ Drie keer achter elkaar maar liefst.

Ze hadden die dag ruzie gehad, geeft Karen Read toe. En ja, ze liet die nacht woedende boodschappen achter op zijn voicemail. Maar nee, ze is niet schuldig aan O’Keefes dood. Om die boodschap kracht bij te zetten geven Read en haar advocaten filmmaakster Terry Dunn Meurer ruim baan om hen voor en tijdens de rechtszaak te filmen. Het resultaat ligt er nu, nét voordat die zaak een nieuwe fase ingaat: de vijfdelige true crime-serie A Body In The Snow: The Trial Of Karen Read (215 min.).

Hoewel de serie vast was bedoeld als onderdeel van de verdedigingsstrategie, laat Dunn Meurer ook personen uit de entourage van John O’Keefe en onafhankelijke deskundigen aan het woord, die zich soms genoodzaak zien om de wilde theorieën te ontzenuwen die Team Read rondstrooit. Want dat wil vooral twijfel zaaien en richt zich in het bijzonder op Michael Proctor, de leider van het politieonderzoek die wordt neergezet als een variant op Mark Fuhrman, de ‘bad cop’ die O.J. Simpson erin zou hebben geluisd voor moord.

Het standpunt van de verdediging wordt ook uitgedragen door de losgeslagen influencer Aidan Kearney, alias Turtleboy, die een heuse Free Karen Read-beweging heeft opgestart. Ingefluisterd door Team Read. Bij de rechtbank maken demonstranten luidkeels duidelijk dat zij onschuldig is. In roze shirts. Tegenover ‘blauw’ voor de mensen die willen dat Read wordt veroordeeld voor de dood op een politieman. De zoektocht naar de waarheid is dan allang verworden tot een ongelooflijk mediaspektakel.

Deze serie is daar natuurlijk onderdeel van. Alles komt op tafel: bodycambeelden van de agenten die het lichaam vonden en de verdachte aanhielden, persoonlijke berichten van vrijwel alle mensen die betrokken raakten bij de zaak en beelden uit de rechtbank, van soms tamelijk verbijsterende getuigenverklaringen. Waarbij toch onmiskenbaar de indruk ontstaat dat Read en haar team het ‘flooding the zone with shit’-principe hanteren. Zodat alle betrokkenen besmeurd raken – en de waarheid uit het zicht.

De family O’Keefe ontbreekt overigens in deze aardige weerslag van dat ontluisterende proces. Die heeft volgens dit artikel van Vanity Fair z’n medewerking al toegezegd aan een Netflix-productie over John O’Keefes dood. Want, ja, zo gaat dat in true crimeland. In elk misdrijf zit in potentie een saillant verhaal, dat televisiemakers maar al te graag willen vertellen. En elke partij in zo’n zaak zoekt dus de meest geschikte samenwerkingspartner.

Crazy Love

Magnolia Pictures

Het was nu niet direct liefde op het eerste gezien toen Linda Riss in september 1957 Burton Pugach ontmoette. Ze hield de boot af toen hij haar, een lookalike van Elizabeth Taylor, overlaadde met rozen. Enkele dagen later ging Linda, die eruit zag als een flirt maar volgens vriendinnen in werkelijkheid heel braaf was, toch overstag. Voor een ritje in zijn… vliegtuig.

Samen met vrienden, collega’s, journalisten en deskundigen vertellen de twee tortelduifjes vijftig jaar later het brisante verhaal van hun Crazy Love (91 min.). Hij, de man die het breed kon laten hangen, was stapelverliefd op haar. En zij was op haar beurt best onder de indruk van de playboy, die graag liet zien dat hij een man van de wereld was. Burt was alleen wel getrouwd. En zij wilde pas seks als ze zelf getrouwd waren.

Toen het daarna helemaal misging tussen Linda en Burt, kreeg hij volgens eigen zeggen ‘primitieve gedachten’. In de trant van: als ík haar niet kan hebben… De onverbeterlijke charmeur nam z’n toevlucht tot een wanhoopsdaad, die de loop van hun levens voorgoed zou veranderen – en waardoor ze meteen het favoriete stel werden van de roddelpers, die in chocoladeletters uitpakte over hoe liefde letterlijk blind kan maken.

Met fraaie zwart-wit foto’s, ronkende krantenkoppen en een nostalgische soundtrack tekenden Dan Klores en Fisher Stevens in 2007 deze onnavolgbare liefdesgeschiedenis op. Over twee mensen die blijkbaar tot elkaar veroordeeld waren. Haar gedrag en keuzes bleven voor menigeen volstrekt onbegrijpelijk, terwijl het tegelijkertijd heel begrijpelijk was dat hij in de tabloids werd uitgeroepen tot ‘America’s most horrible husband’

En dan hadden zelfs die waarschijnlijk niet kunnen voorzien dat ook deze oude vos wel z’n haren zou verliezen, maar niet z’n streken. Evangeline Borja, 27 jaar jonger, kon ervan getuigen. In 1996, bijna veertig jaar later, zou ook zij de donkere kant van Burton Pugach leren kennen. ‘Ik mag Burt echt heel graag’, zegt zijn vriend Bob Janoff daarover. Waarna hij er lachend aan toevoegt: ‘Echt waar! Ze zeggen dat zelfs Hitler vrienden had.’

Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Of Pugach een soort slachtoffer van zijn eigen obsessies was of toch ‘gewoon’ een psychopaat, valt op basis van deze bedrieglijk nostalgische film nauwelijks te zeggen. Hij oogt als een goedmoedige oude baas, met een vrouw die hém het leven zuur maakt. Zoals schijn nu eenmaal kan bedriegen. Ook bij deze Crazy Love, die vast niemand echt gelukkig heeft gemaakt.

Een Kano Naar Zee

Amstelfilm

‘Weinig mensen beseffen dat zij die in Rotterdam, het Rijnmondgebied of in het Westland wonen voortdurend de kans lopen om, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, in één klap uitgerookt, vergiftigd of opgeblazen te worden’, stelt een stem op gezaghebbende toon bij beelden van zware industrie en een uitslaande brand in het Rotterdamse havengebied. ‘Men leeft hier in feite op een vulkaan die elk moment kan ontploffen, maar de bewoners en de overheid blijven toekijken hoe het waterweggebied zich ontwikkelt tot een gouden delta, terwijl ‘t in feite niet meer is dan een industrieel getto, waar iedereen die erin woont z’n leven ter beschikking stelt als offer aan wat wij welvaart noemen.’ De man laat een dramatische stilte vallen. ‘We stinken erin..!’

Het alarmistische filmpje – gericht tegen Shell in het bijzonder, waarbij de S consequent wordt weggelaten en de tweede l soms ook – markeert de ommekeer in het denken over de haven van Rotterdam. Van grote aanjager van werkgelegenheid en welvaart in de jaren na de Tweede Wereldoorlog naar steen des aanstoots voor eenieder die het milieu liefheeft. Die imagoverandering begint zich te voltrekken vanaf de jaren zeventig, vermoedelijk ook de periode dat het antifilmpje werd gemaakt, en is door regisseur André van der Hout zo’n beetje halverwege zijn erg lijvige documentaire Een Kano Naar Zee (135 min.) geplaatst. Als scharnierpunt in een groter verhaal over de ontwikkeling van het Rotterdamse havengebied in de afgelopen honderd jaar.

Met archiefquotes en nieuwsbeelden en -reportages, ingekaderd door interviews met allerlei deskundigen en direct betrokkenen, schetst hij eerst de ‘Polderconsensus’ die ervoor zorgt dat het havenbedrijf heel lang min of meer vrij spel krijgt. Daardoor moeten woon- en natuurgebieden bijna per definitie wijken voor de economische vooruitgang die de haven heeft te bieden. Daarna belicht Van der Hout de periode waarin, aangejaagd door de Club van Rome, de schaduwzijden van fossiele brandstoffen zoals kolen en olie steeds nadrukkelijker aan de orde worden gesteld. En dit zorgt voor een fundamentele discussie over de toekomst van ‘de meest gehavende stad van de wereld’. Kan die met enige aanpassingen op de oude voet verder?

Biedt technologie wellicht de oplossing? Of is toch een totaal andere manier van denken noodzakelijk? Daarover verschillen de meningen in deze helikopterview op de Rotterdamse haven, die te midden van alle uiteenlopende visies over hoe de levensader wel of niet de toekomst in moet wel wat sjeu en kleine individuele verhalen had kunnen gebruiken. De menselijke maat komt nu in de vorm van enkele fraaie muzikale intermezzo’s van Ferry Heine & De Kift, die lucht geven aan een documentaire die verder volledig op de inhoud zit.

Leaving Neverland II: Surviving Michael Jackson

Amos Pictures / Videoland

Met de documentaire Leaving Neverland werd Michael Jackson (1958-2009) begin 2019 definitief onderdeel gemaakt van een dubieus, nog altijd uitdijend gezelschap: Harvey Weinstein, R. Kelly, Jeffrey Epstein, Bill Cosby, Gérard Depardieu, Kevin Spacey, Marilyn Manson en P. Diddy, wereldberoemde mannen uit de entertainmentwereld die herhaaldelijk in verband zijn gebracht met ernstig seksueel misbruik.

De indringende documentaire van de Britse filmmaker Dan Reed was opgebouwd rond de persoonlijke getuigenissen van Wade Robson en James Safechuck, die los van elkaar beweerden dat ze als kind waren misbruikt door de Amerikaanse superster. De erven Jackson verwezen hun verhalen direct naar de prullenbak – het ging de twee alleen maar om geld – maar de belastende verklaringen van Robson en Safechuck lieten zich niet zomaar wegredeneren. Daarvoor bevatten ze te veel details en was er ook nét iets te veel ondersteunend bewijsmateriaal.

Zes jaar later krijgt hun zaak een vervolg met Leaving Neverland II: Surviving Michael Jackson (53 min.). Óók in de rechtbank. Ondersteund door hun advocaten Vince Finaldi en John Manly proberen Robson en Safechuck al ruim tien jaar om hun zaak voor de rechter te brengen. Ze richten zich daarbij op Jacksons bedrijven MJJ Productions en MJJ Ventures. Die zouden op de hoogte zijn geweest van ‘s mans ‘draaimolen van kinderen’ en zijn wangedrag hebben gefaciliteerd. ‘Dit bedrijf had controle over kinderen’, betoogt Finaldi. ‘Het had de plicht om ze te beschermen.’

Na de eerste documentaire, die nogal wat stof deed opwaaien en van Robson en Safechuck een geliefd doelwit maakte van woeste Michael Jackson-fans, heeft Dan Reed zich verder verdiept in het vermeende kindermisbruik. Hij voert nu ook een openbaar aanklager en politieagent op. Zij hebben geprobeerd om een strafzaak op te starten tegen Jackson. Dit liep echter steeds spaak, omdat de entertainer steeds alsnog – naar verluidt voor exorbitante bedragen – wist te schikken met de beschuldigers en/of andere slachtoffers hun zaak niet durfden door te zetten.

Reed probeert ook wederhoor te halen, maar vangt steeds bot bij de mensen die nu Jacksons nalatenschap beheren. Hij vindt alleen een online quote van mede-executeur John Branca die na de release van Leaving Neverland, in april 2019, spreekt van ‘inconsistenties en regelrechte leugens’ in de film. Verder moet dit vervolg ’t doen met een bijdrage van de YouTuber Andy Signore, die nog altijd een financieel motief ziet bij Robson en Safechuck (én Reed), en quotes van enkele fans. Zij blijven Jackson door dik en dun steunen of zijn juist aan het twijfelen gebracht.

Over een financieel motief gesproken: MJJ Productions en Ventures hebben er natuurlijk ook alle belang bij dat hun verdienmodel – het commercieel uitbaten van Jacksons werk – niet in gevaar komt. Zij proberen de juridische procedures dus zo lang mogelijk te rekken en lijken te hopen dat van uitstel afstel komt. De zaak is voorlopig nog wel onder de rechter. Dit tweede deel van Leaving Neverland vormt dus niet meer dan de tussenbalans. De eindafrekening in de zaak tegen Michael Jackson zal te zijner tijd ongetwijfeld worden opgemaakt in Leaving Neverland III.

Magic & Bird: A Courtship Of Rivals

HBO

Pas later realiseerden basketballiefhebbers zich waar ze op 26 maart 1979 getuige van waren geweest. Tijdens een ogenschijnlijk reguliere basketbalwedstrijd tussen twee collegeteams ontstond een rivaliteit die de sport de navolgende decennia zou domineren. Michigan State versus Indiana State kwam in de schaduw te staan van Earvin ‘Magic’ Johnson versus Larry Bird. Tegenpolen. Blufkikker versus ‘The Hick from French Lick’. Glamourboy versus binnenvetter. Kamerbrede glimlach versus ongemakkelijke stilte. Én zwart versus wit.

In Magic & Bird: A Courtship Of Rivals (88 min.) portretteert Ezra Edelman, die later de Oscar-winnende docuserie O.J.: Made In America (2016) en een groots opgezet en vooralsnog getorpedeerd Prince-project heeft afgeleverd, de twee sporters die elkaar te vuur en te zwaar bestreden en daar allebei beter van werden. Met de flamboyante Johnson namens The Los Angeles Lakers en de onverzettelijke Bird als boegbeeld van The Boston Celtics kreeg de kwakkelende National Basketball League (NBA) bovendien twee nieuwe aansprekende uithangborden.

Basketbal was rond 1980 in feite een zwarte sport geworden. Vrijwel alle topspelers waren Afro-Amerikaans. En dat was – geen fijne conclusie om te trekken – ten koste gegaan van de populariteit. Om de sport weer een boost te geven en commercieel aantrekkelijk te maken was er een witte held nodig. En veel witter dan Larry Bird, een wat boerse vent uit Indiana, kwamen ze niet. Hij kreeg een alleszeggende bijnaam (‘Great white hope’) en werd recht tegenover de grote zwarte held gepositioneerd: Earvin Johnson. De twee hadden nog nét geen bijpassende cowboyhoeden op.

Zij bevochten elkaar op leven en dood om NBA-titels. Over een heroïsche tweekamp tussen de Lakers en de Celtics waarin hijzelf ten onder ging, verzucht de verliezer nu: ‘Ik klop mezelf altijd op de borst dat ik de vent ben die z’n team de overwinning kan bezorgen en dat ik onder druk lever. Ditmaal gebeurde dat alleen niet.’ Zijn Nemesis is tegelijk rücksichtslos. ‘Ik hoop dat het pijn deed en dat hij kapot zat van binnen. Hij maakte een flink aantal verkeerde keuzes. En niemand was gelukkiger dan ik. Wetende dat de wedstrijd goed ging en dat die ander pijn had.’

Toch wordt de soep tussen Magic en Bird niet zo heet gegeten als ie wordt opgediend, toont dit aandoenlijke dubbelportret uit 2010. Toen ze elkaar beter leerden kennen, ontdekten de gezworen vijanden dat ze in wezen ‘twee helften van hetzelfde brein’ hadden: ze leefden voor het spel en konden dat beter lezen dan wie dan ook. En toen Magics lot bezegeld leek te zijn na de diagnose HIV, stak zijn aartsvijand hem zowaar een hart onder de riem. Hoewel ze elkaar jarenlang met alle mogelijke middelen bevochten hadden, bleek toen ineens dat ze niet zonder elkaar konden.

Die wending geeft het oerdegelijke Magic & Bird, braaf aan elkaar gepraat door acteur Liev Schreiber, de extra emotionele lading die elke geslaagde sportfilm nodig heeft en maakt het verhaal van die geboren twee winnaars die elkaar soms dwongen om te verliezen – hoe Amerikaans ook – helemaal rond.

Gaucho Gaucho

Bantam Film

Michael Dweck en Gregory Kershaw scoorden enkele jaren geleden een fikse hit met The Truffle Hunters (2021), een gestileerd en tragikomisch portret van een stilaan verdwijnende gemeenschap in Noord-Italië, die truffels als eetbare diamanten beschouwt en daar onversaagd op jaagt. Voor Gaucho Gaucho (83 min.) heeft het Amerikaanse docuduo ongetwijfeld soortgelijke plannen gehad met een al even karakteristieke wereld: de Argentijnse gauchocultuur. In de provincie Salta leiden Zuid-Amerikaanse cowboys een traditioneel bestaan met hun koeien en elkaar.

Als de gaucho’s op hun paard door de uitgestrekte Calchaquí-valleien van San Carlos draven, lijkt er zowaar zoiets als een ‘empanadawestern’ te ontstaan. Een wereld met strikte eigen codes bovendien. Een gaucho moet kunnen omgaan met een rijdier en zijn zadel, legt een man van dik in de tachtig, die vast in datzelfde zadel wil sterven, uit aan een jongetje. En verder moet ie natuurlijk een lasso leren gebruiken. ‘Wees niet zoals degenen die beweren een gaucho te zijn en dan hun zadels versieren met opzichtige strikken. Nee, een echte gaucho doet ‘t met wat hij heeft en gaat z’n eigen gang.’

Uit deze stijlvolle zwart-wit film spreekt een uitgesproken romantische visie op het eenvoudige leven, dat in harmonie met de natuur wordt geleefd. Een gauchovader brengt z’n zoontje bijvoorbeeld de kneepjes van het vak bij, in de hoop dat er ook in hem een gaucho schuilt. Enkele gaucho’s houden, met de hoed in de hand, een minuut stilte voor een gestorven koe. En een tienermeisje weigert om haar schoolkostuum te dragen. Ze is immers een echte gaucha – al wordt ze wel opvallend snel afgeworpen door het nagebootste paard, een ton aan touwen die vier gaucho’s wild op en neer schudden.

Gaucho Gaucho bevat sowieso een overdaad aan memorabele scènes: cowboys zingen een weemoedig lied, doen een koddig dansje of bidden tot de Heer om regen. De camera beweegt daarbij nauwelijks. Elk beeld is een wereld op zich, een klein schilderijtje bijna. Van een leven dat nu moet worden vereeuwigd. Anders is het misschien al verdwenen. Tegelijk bevat de film ook wel erg veel opgeprikte tweegesprekjes: van vader en zoon, man en vrouw of vrienden onder elkaar. Over het leven, de liefde of – pak ‘m beet – hoe een condor een kalf helemaal leeg kan trekken.

De gauchos lijken zich dan heel bewust van de camera die op hen is gericht. Alsof ze, nadat het shot zorgvuldig is geframed en uitgelicht, van Michael Dweck en Gregory Kershaw een teken (actie!) hebben gekregen dat hun gesprekje kan beginnen en ze dan vol verve zichzelf beginnen te acteren. De film voelt daardoor ook wel enigszins gekunsteld. Alsof al die gaucho’s simpelweg een spel spelen met elkaar – en met de argeloze kijker. En die zou daardoor wel eens moeite kunnen hebben om écht betrokken te raken bij de lotgevallen van deze iconische Argentijnse cowboys en cowgirls.

Héél even dringt zich zelfs het beeld op van gaucho’s die na gedane arbeid, het filmen, snel hun gewone kloffie weer aandoen, voor de beeldbuis kruipen en dan de spreekwoordelijke greep in de zak chips doen. Heel even maar.

Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke

Disney+

In een perfecte wereld leefde eens een perfect gezin met een perfecte moeder die met haar perfecte echtgenoot en perfecte kinderen een perfect gezinskanaal had op YouTube. Nou ja, bijna dan. In elk geval voor het oog. Want voor en na de opnames… Enfin, Amerika smulde ervan. Al snel had Ruby Franke, die zichzelf beschouwde als een eenvoudig instrument van God, ruim een miljoen abonnees – en kwam er toch al gauw 100.000 dollar per maand binnen bij 8 Passengers, het familiebedrijf van het Mormoonse gezin Franke uit Springville in Utah.

Totdat één van Ruby’s vlogs blootlegde dat ‘America’s mom’ haar perfecte tienerzoon Chad vanwege problemen op school maandenlang in de kelder had laten slapen. Volgers en sponsoren lieten haar daarna keihard vallen. Een slachtoffer van cancelcultuur, vond ze zelf. Franke zocht haar toevlucht tot een levenscoach en groef daarmee haar eigen graf. Of, beter: ze plaveide de weg naar het gevang. Want als rechterhand van Jodi Hildebrandt, volgens critici leider van ‘een mannen hatende sekte’, zou ze pas echt uitgroeien tot ’the mom you love to hate’ en een fikse gevangenisstraf krijgen.

Samen met enkele vriendinnen, buren en een plaatselijke therapeut blikken Ruby’s echtgenoot Kevin en hun oudste kinderen Chad en Shari nu in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke (150 min.) terug op hoe een ogenschijnlijk onberispelijke gezinsvlogger, die blijkbaar een stuk labieler was dan ze wilde lijken, onder invloed van een alwetende goeroe verwerd tot een godsdienstwaanzinnige, die haar eigen ondergang documenteerde met bizarre opvoedvideo’s. En die ideeën bracht ze natuurlijk ook in de praktijk, getuige de huiveringwekkende mishandeling van haar eigen kinderen.

Samen met Chad en Shari staat echtgenoot Kevin, die alle ontwikkelingen wel héél lijdzaam onderging en die nu ook wel héél deemoedig terugkijkt op het drama, regisseur Olly Lambert niet alleen te woord. Ze hebben hem ook ruim duizend uur nog niet eerder vertoond beeldmateriaal gegeven voor deze driedelige serie. Daarmee kan Lambert zowel Ruby’s vlogs, op zichzelf vaak al tenenkrommend, laten zien als wat er gebeurde vóór en nádat de recordknop werd ingedrukt. Want ook een christelijke influencer zoals Ruby Franke toont haar volgers alleen de allerbeste versie van zichzelf en haar gezin.

Daarmee is zij ook een typische representant van Utah, het epicentrum van het gezinsvloggen. Het streven naar perfectie in de ‘Happy Valley’ is een weerslag van wat de Mormoonse Kerk consequent uitdraagt. Lambert benadrukt dit met de framing van de interviews met buurtgenoten van de Frankes. Dit zitten er perfect bij. Als zorgvuldig gestylede decorstukken. In perfecte huizen, waar misschien heel wat scheef zit maar in elk geval niets scheef staat. Die symmetrie is ook zichtbaar in de manier waarop hij hun omgeving portretteert. Een perfect aangeharkte en steriele wereld, voor ideale mensen.

Binnen die volstrekt klinische bubbel kon Ruby Franke – en  Jodi Hildebrandt die haar, dat is althans Lamberts suggestie, als een poppenspeler heeft aangestuurd – tot een monster uitgroeien. Waarbij het de vraag blijft of de vrouw die tijdens het bestrijden van de Duivel in haar familie zelf een soort versie van de Duivel werd, werkelijk kwaad in de zin had of volledig verstrikt was geraakt in haar eigen waangedachten. Én of er in Frankes achtergrond wellicht aanwijzingen zijn te vinden voor wie ze uiteindelijk zou worden. Want daarop werpt de intrigerende docuserie Devil In The Family dan weer geen licht.

Het sprookje dat Ruby Franke met veel succes van haar leven had gemaakt eindigde in elk geval in een tragedie. Cru gesteld: en ze leefde nog lang en ongelukkig.

Eind 2025 heeft Netflix z’n eigen documentaire over dit verhaal uitgebracht, ditmaal met Jodie Hildebrandt als hoofdpersoon: Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story.

Heb Je Geen Kinderen?

c: Elvin Boer

Heb Je Geen Kinderen? (46 min.). Die vraag krijgt journalist en podcastmaker Liesbeth Rasker, net als sommige andere Nederlandse vrouwen die geen moeder willen worden, al heel lang voor haar kiezen. Gevolgd door de wacht maar-opmerking: wacht maar tot je in de dertig bent of een vaste relatie hebt. Rasker heeft daar last van. Er gaat sociale druk van uit. Ze gaat er ook weer van twijfelen of ze niet tóch een kind wil.

Terwijl ze eigenlijk weet: het moederschap is niets van mij. Die constatering gaat dan weer gepaard met verdriet. En dat is in haar specifieke situatie ook helemaal niet vreemd: Rasker verloor op tienjarige leeftijd haar eigen moeder, een onderwerp dat ze vorig jaar uitgebreid met familieleden, vrienden en lotgenoten heeft geëxploreerd in de aangrijpende documentaire Vroeg Verloren van Tessa Louise Pope.

Dat het overlijden van haar moeder verband zou kunnen houden met het ontbreken van een kinderwens wimpelt Liesbeth Rasker in eerste instantie resoluut af. Het onderwerp komt echter toch weer ter sprake tijdens een workshop met lotgenoten, Nederlandse vrouwen die ook geen moeder willen worden, welteverstaan. Met memoblaadjes die op een spiegel worden gegroepeerd inventariseren ze hun ervaringen en gevoelens.

In deze veilige omgeving benoemt Liesbeth Rasker ook dat voor haar ‘het overlijden van een kind een onacceptabel risico’ is. Die opmerking wordt verder alleen nauwelijks onderzocht. Zoals deze film van Pim Castelijn sowieso vooral z’n punt lijkt te willen maken: dat het krijgen van kinderen nog altijd de norm is en dat dit door vrouwen die het ‘niet-moederschap’ ambiëren als zeer beknellend kan worden ervaren.

En dus gaat Rasker vooral praten met geestverwanten: een jonge vrouw die zich al heel jong heeft laten steriliseren, een stel waarbij de man wél en de vrouw géén kinderwens had (en die met een lesbisch koppel ‘de beste oplossing ooit’ voor alle betrokkenen vonden) en een moeder op wie het ouderschap zwaar weegt (een thema dat vorig jaar overigens ook al werd uitgewerkt in de docu Spijtmoeders van Milou Gevers).

Rasker vindt bij haar bronnen precies wat ze zocht – ook omdat kritische vragen achterwege blijven – en lijkt niet serieus te hebben gezocht naar wezenlijk andere gezichtspunten. Ze heeft ook wel erg nadrukkelijk in de mediawereld rondgekeken. Toen ze te gast was in de talkshow van Eva Jinek, om over dit onderwerp te spreken, bleek zelfs de host de druk om moeder te worden te hebben ervaren. Uitroepteken.

En interviewer Antoinnette Scheulderman, waarbij ze aan het eind langsgaat, is ongetwijfeld een geschikt rolmodel voor vrouwen die bewust kinderloos zijn, maar nieuwe inzichten levert haar inbreng dan niet meer op. Wat zou het hebben gebracht als Rasker haar eigen kring eens had verlaten en zou gaan spreken met kinderloze vrouwen die zich nooit belemmerd hebben gevoeld of die juist later tóch spijt hebben gekregen?

Niet omdat Raskers eigen voorkeur voor het niet-moederschap er niet zou mogen zijn of moet worden verdedigd, maar juist om die bij anderen te toetsen en verrijken. Nu wordt Heb Je Geen Kinderen? waarschijnlijk precies wat de makers voor ogen hadden – ‘een emancipatoir pamflet vanuit een persoonlijke invalshoek’ – maar heeft de film niet heel veel méér te bieden.

The Twister: Caught In The Storm

Netflix

Ze waren begonnen met het volgen van de storm. En toen begon die hen te volgen. Een groot eng monster, dat zich blijkbaar thuis voelde in het gebied dat niet voor niets ‘Tornado Alley’ wordt genoemd. ‘Er klonk gerommel’, herinnert Kaylee zich. ‘Alsof moeder natuur honger had.’ Samen met haar broer Eric en vriend Mac was ze een kijkje gaan nemen bij de tornado die Joplin, Missouri, zou gaan aandoen. De drie tieners moesten rennen voor hun leven.

In The Twister: Caught In The Storm (89 min.) reconstrueert Alexandra Lacey met Mac, Kaylee en andere overlevenden de wervelwind die op 22 mei 2011 ongenadig huishield in het hart van Amerika. Het was alsof de apocalyptische visioenen over het einde der tijden, waarover onheilspredikers al een tijd spraken in ‘de gesp van de biblebelt’, dan toch waren bewaarheid. Joplin werd volledig met de grond gelijk gemaakt. Wat restte was een soort slagveld, waar net de Derde Wereldoorlog leek te zijn uitgevochten.

Met een vloeiende combinatie van echte opnamen van de natuurramp en gedramatiseerde beelden – waarbij zeker niet altijd helder is waar het ene begint en het andere eindigt – wordt de ontwikkeling van de wervelwind opnieuw opgeroepen. Direct betrokkenen – een vanuit Californië ingevlogen aspirant-weerman van dertien, enkele rondrijdende tieners en een middelbare scholier die juist op die dag z’n diploma had gekregen bijvoorbeeld – vertellen hoe ze die ramp ternauwernood hebben overleefd.

The Twister beperkt zich tot de ontwrichtende gebeurtenissen op die ene meidag en de directe gevolgen daarvan – behalve ongelooflijke materiële schade zo’n 160 doden – en laat het grotere verhaal van de ramp links liggen. Daarmee wordt de documentaire een soort real life-variant op de ouderwetse rampenfilm uit de jaren zeventig, waarbij de kijker zich van een veilige afstand kan verlustigen aan uitzinnig natuurgeweld, zonder zich te hoeven bekommeren over de oorzaken en lange termijngevolgen daarvan.

De tornado van Joplin wordt vooral behandeld als een spannend verhaal, een levensveranderende gebeurtenis, met bovendien een wel erg Amerikaans einde. Want alle overlevenden zijn er natuurlijk beter uitgekomen en voelen zich dan verantwoordelijk voor de wederopbouw van de plaatselijke gemeenschap. Zodat al die angst, dat lijden en ook het verlies van 22 mei 2011 – de Dag des Oordeels, zou iemand die ’t achteraf altijd beter weet zeggen – misschien toch nog ergens goed voor zijn geweest.

Spellbound

Blitz/Welch

Spellen is geen spel – en toch ook weer wel. Van de circa negen miljoen Amerikaanse kinderen die meedoen aan spellingswedstrijden, dringen er uiteindelijk maar 249 door tot The Nationals, een tweedaags, landelijk toernooi in Washington, DC. En van hen gaan er daar, voorspelt de begintekst van deze gelauwerde documentaire van Jeffrey Blitz uit 2002 met bijna S-A-R-D-O-N-I-S-C-H genoegen, 248 een spelfout maken.

Spellbound (97 min.) volgt acht van deze spellers tijdens de 72e editie van The Scripps Howard National Spelling Bee in 1999. Eerst worden zij echter geportretteerd in hun T-H-U-I-S-S-I-T-U-A-T-I-E. De deelnemers, doorgaans hooguit twaalf of dertien jaar oud, komen uit alle delen van de Verenigde Staten en zijn soms nooit eerder in de hoofdstad geweest. De winnaar krijgt, behalve natuurlijk eeuwige roem, maar liefst 10.000 dollar.

Er zitten opvallend veel kinderen van buitenlandse afkomst tussen – alsof die zich extra willen/moeten bewijzen. Zoals Angela Arenivar uit Texas, de dochter van Mexicaanse immigranten die zelf nauwelijks Engels spreken. De Indiase ouders van Neil Kadakia zijn bloedfanatiek. Zijn voorbereiding op de wedstrijd wordt gepland als een militaire operatie. Neil oefent 7000 tot 8000 woorden per dag en mediteert ook F-R-E-Q-U-E-N-T.

Het studieuze meisje Nupur Lala, eveneens met wortels in India, deed al eens eerder mee aan de spellingswedstrijd. Toen werd ze in de derde ronde uitgeschakeld. Nu zint ze op sportieve wraak. Nupur moet ’t dit jaar bijvoorbeeld opnemen tegen April DeGideo, die zeker vijf tot zes uur per dag traint om de P-R-E-S-T-I-G-I-E-U-Z-E speltitel te winnen. Aprils ouders stimuleren haar om ook eens gewoon met vriendinnen af te spreken.

Harry Altman, een hyperactief joch uit New York, speelt gitaar, doet graag een robot na en heeft een echt B-E-U-G-E-L-B-E-K-K-I-E. En als hij naar de juiste letters zoekt, wordt zijn hele lijf één groot vraagteken. De alleenstaande moeder van het Afro-Amerikaanse meisje Ashley White weet ’t intussen zeker. ‘My baby gonna win.’ De wens is ongetwijfeld de vader van de gedachte: moeder en dochter kunnen die 10.000 dollar goed gebruiken.

Precies halverwege schakelt Spellbound door naar The Grand Hyatt Hotel voor de wedstrijd. Als de spelopdracht is gegeven, volgt vaak nog de vraag naar de definitie of achtergrond van het woord. En dan staan de spel(l)ers er helemaal alleen voor. S-P-A-N-N-O-N-D-! Nerveus wachten ze na het spellen af of het belletje voor een fout antwoord klinkt. Als het klingelen uitblijft, hoeven ze de wedstrijd (nog) niet te verlaten.

Met I-N-G-E-N-I-E-U-Z-E vormgeving laat Blitz steeds zien wie van de acht hoofdpersonen nog in de race zijn voor de overwinning en hoeveel deelnemers de voorgaande ronden überhaupt hebben overleefd. Bij het laatste deel van de afvalrace, die zowaar live wordt uitgezonden door de Amerikaanse sportzender ESPN, zijn er nog vijf bekende gezichten in competitie. Zij moeten 41 concurrenten afschudden.

Spellbound is echter meer dan een klassieke T-O-E-R-N-O-O-I-D-O-C-U. De wedstrijd is in wezen niet meer dan een arena voor kinderen van allerlei verschillende achtergronden – en niet te vergeten: hun ouders – om hun versie van de American Dream na te jagen. En dat is van alle tijden. In 2020 kwam er dan ook een vervolg op Spellbound, Spelling The Dream, die ook ingaat op waarom spellen zo populair is bij Indiase Amerikanen.

De kinderen van Spellbound zijn nu overigens allang volwassen. In 2015 keek The Smithsonian al wat er toen van de deelnemers was geworden. Op de Wikipedia-pagina van de documentaire is een actuele stand van zaken te vinden.