Melchior Huurdeman, later presentator en eindredacteur van het televisieprogramma Vrije Geluiden, had in 1990 nog nooit van Hans Henkemans gehoord. Toen hij op enkele cd’tjes hoorde hoe die Debussy en Mozart speelde, raakte de jonge pianist en journalist echter helemaal in vervoering. Er ontstond zelfs een soort vriendschap met de veel oudere concertpianist en componist. Ze praatten ook talloze cassettebandjes vol. Die hebben nu hun weg gevonden naar het liefdevolle portret Weggewist – De Muzikale Nalatenschap Van Hans Henkemans (78 min.)
‘De man zou liever zelfmoord plegen dan een noot vermoorden’, zegt schrijver en dichter Bertus Aafjes, in een archieffragment uit 1966, in deze film van Harro Henkemans over zijn mysterieuze achter-oudoom. Dirigent Bernard Haitink had destijds ook niets dan lof voor de man die decennialang furore maakte als pianist van het Concertgebouworkest. ‘Henkemans is één van de mensen die ik bijzonder graag uitvoer. Omdat Henkemans iemand is die werkelijke menselijke emoties in een muzikale taal kan omzetten, zonder dat het nou vreselijk intellectueel wordt.’
Slechts enkele jaren later werd Hans Henkemans (1913-1995) nochtans rücksichtslos aan de kant geschoven – of zelfs in de ban gedaan – door wat hijzelf ‘de hedendaagse avant-gardistische kunst’ noemde. Nadat hij zich publiekelijk had uitgesproken tegen de experimentele muziekbeweging – dat was in zijn ogen geen muziek, maar ‘soniek’ – kon hij zijn biezen pakken bij het Concertgebouworkest. Henkemans pakte zijn oude beroep als psychiater weer op, maar bleef gefrustreerd over het feit dat zijn generatie musici ‘eigenlijk weggewist is van de orkestconcerten.’
Behalve met Melchior Huurdeman onderhield hij in zijn latere leven ook warme banden met de dirigenten Ed Spanjaard en Jac van Steen, die nu als postiljon d’amour fungeren voor de muzikant die in hun ogen nooit uit de tijd zou kunnen raken – al krijgt zijn oeuvre in deze gestileerde documentaire ook voldoende ruimte om voor zichzelf te spreken. Iemand die zo goed kan spelen zou nu echt wereldberoemd zijn geweest, zo is de consensus. ‘Ik heb niet gekozen voor de muziek’, zegt Hans Henkemans daar zelf over, in een door acteur Edo Douma ingesproken tekst. ‘De muziek koos mij.’
Het is een film over een koe en toch een heel intieme productie. Vrienden noemen het volgens The Guardian zelfs Andrea Arnolds meest persoonlijke film. De Britse regisseur maakte furore met speelfilms. Drie ervan – Red Road, Fish Tank en American Honey – wonnen de juryprijs op het filmfestival van Cannes. En haar eerste documentaire, Cow (94 min.), ging er in 2021 in première.
Arnolds protagonist luistert naar de naam Luma, een Holstein-Friesian koe, op de wereld gezet om melk te produceren – en nageslacht, dat ook. Dat is tevens het startpunt van deze klassieke ‘direct cinema’-film: Luma geeft het leven aan een nieuw kalfje en likt dit liefdevol schoon. Voor melk is het kind echter aangewezen op een flesje. Moederlief is al machinaal leeggemolken.
Een handheld-camera volgt daarna gedurende vier jaar hoe het hen vergaat, zonder enige vorm van opsmuk. Zonder interviews, montagetrucs of toegevoegde soundtrack (alhoewel Arnold daarmee vast een héél klein beetje heeft gesjoemeld, getuige de uitgelezen muziekkeuze in de stal). Een heel gewoon koeienleven, van de ene naar de andere zwangerschap. Fraai vereeuwigd.
In tegenstelling tot een vergelijkbare documentaire als Gunda, waarin Victor Kossakovsky het leven van een varken observeert, is de mens in Cow nadrukkelijk aanwezig. Veelal aan de zijkant van het frame, maar beslist niet als figurant. Eerder als een onbegrijpelijk opperwezen, dat naar believen ingrijpt. Niet uitsluitend onvriendelijk, overigens. Al denkt Luma daar wellicht anders over.
De melkkoe lijkt soms woest of wanhopig te loeien. Als ze ziet hoe een andere moeder haar kind moet afstaan bijvoorbeeld. Snapt ze wat haar straks weer te wachten staat? Arnold kruipt onder de koe’s huid en laat de kijker ervaren hoe ingrijpend het oormerken, dichtschroeien van beginnende hoorntjes of gewoon het melken kan zijn voor een dienend dier zoals Luma.
En dan heeft Andrea Arnold in dit psychologische portret nog een ronduit bruut einde achter de hand. Een waarheid als een… ja.
Kernenergie lijkt terug van nooit helemaal weggeweest. In de essayistische documentaire I Am So Sorry (96 min.) maakt de Chinese filmer Zhao Liang een verstilde rondgang langs de plekken en mensen die de sporen dragen van deze ‘schone’ vorm van energie. Hij komt als vanzelf terecht in de Oekraïense stad Tsjernobyl, in de toenmalige Sovjet-Unie, waar in 1986 een reactor van de plaatselijke kerncentrale explodeerde. Het is nog steeds de grootste kernramp ooit.
De omgeving is tegenwoordig grotendeels verlaten. Een enkeling is er echter blijven wonen of zelfs teruggekeerd. ‘Het is net als leven in een goelag’, zegt de oudere eenzaat Ivan Sevenyuk. ‘Dit is het Tsjernobyl-concentratiekamp.’ Maria Shovkuta, een verweerde vrouw met een hoofddoek, zit volgens eigen zeggen vooral op de dood te wachten. ‘Ik leef al zo’n dertig jaar alleen’, vertelt ze. ‘Ik ben het gewend om tegen mezelf te praten.’ In dezelfde omgeving woont ook Ina Chaliadzinskaya met haar zwaar gehandicapte dochtertje Lizaveta. Hun dorp zou eerst geëvacueerd worden, maar daarvoor ontbrak uiteindelijk toch het geld.
Nabij de kerncentrale van het Japanse Fukushima, waar in 2011 door een tsunami het ernstigste nucleaire ongeluk sinds Tsjernobyl plaatsvond, stuit de filmmaker op een ouder echtpaar in een tijdelijke woning. In de afgelopen zeven jaar hebben ze acht keer moeten verhuizen. Kalm – zeg maar gerust: traag – documenteert Liang zo de menselijke gevolgen die het gebruik van kernenergie kan hebben. Hij belandt verder onder andere bij protesten in Japan en Duitsland, in ondergrondse Finse tunnels waar voor de komende duizend jaar radioactief afval wordt opgeslagen en bij de ontmanteling van een Duitse fabriek.
Het is een ronduit unheimische trip langs verwoeste of verlaten werelden, waar Zhao Liang als een soort geest – in sommige geënsceneerde scènes bijna letterlijk, in de vorm van een gemaskerde figuur – doorheen waart. Op zoek naar leven, beducht voor stralingsgevaar. ‘Je zei dat dit de schoonste en veiligste vorm van energie was’, constateert hij bijvoorbeeld, bij beelden van de enorme controlekamer van een kerncentrale, in één van de voice-overs waarmee hij de verschillende elementen van de film verbindt. ‘Dat onze toekomst uit één en al geluk zou bestaan.’ De werkelijkheid is, zo laat de filmmaker met gevoel voor de esthetiek van het desolate zien, een stuk weerbarstiger.
Een man, een kunstenaar, een genie, een mythe, een personage, een evenement zelfs. Andy Warhol (1928-1987), één van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw, laat zich in deze serie niet zomaar in één enkele omschrijving vangen. ‘Andy Warhols belangrijkste kunstwerk is Andy Warhol’, stelt kunstkenner Jeffrey Deitch. ‘Hij is een perfect voorbeeld van de kunstenaar als kunst. Hij valt daarmee in dezelfde categorie als Gertrude Stein, Salvador Dali en Oscar Wilde.’
De Andy Warhol van The Andy Warhol Diaries (398 min.) is een man die het al lang en breed heeft gemaakt. De zesdelige docuserie is opgebouwd rond fragmenten uit een dagboek dat hij sinds 24 november 1976 bijhield en dat in 1989, twee jaar na zijn dood, onder redactie van zijn persoonlijke assistent Pat Hackett (aan wie hij het ook dicteerde) werd uitgebracht. Regisseur Andrew Rossi heeft Warhols stem met behulp van Artificial Intelligence gekloond en acteur Bill Irwin vervolgens de teksten laten inspreken. Die techniek is omstreden, maar lijkt in dit geval, ook gezien Warhols eigen kopieerkunst, zeker te billijken en zorgt bovendien voor een ongefilterde kijk in het hoofd en hart van een man, die doorgaans niet gemakkelijk in zijn ziel liet kijken.
Aan het woord komen verder Jay Johnson (de tweelingbroer van Andy’s eerste serieuze liefde Jed Johnson), Jay Gould (de tweelingbroer van Andy’s tweede serieuze liefde Jon Gould), vrienden, medewerkers, collega’s, kunstkenners en een flinke parade van sterren, die elk op hun eigen manier hun door Warhol voorspelde ’15 minutes of fame’ hebben geconsumeerd: Debbie Harry, Rob Lowe, John Waters, Julian Schnabel, Mariel Hemingway, Fab 5 Freddy en Jerry Hall. Zij kenschetsen hem als een man die zich van jongs af aan schaamt voor zijn uiterlijk, voordoet als aseksueel en – hoewel hij nooit écht uit de kast is gekomen – graag omringt met mooie jonge mannen. Een man ook waarbij de AIDS-crisis flink zal huishouden.
Behalve zijn relationele leven belichten zij tevens de artistieke ontwikkeling van Warhol. Daarbij ligt de nadruk op zijn latere carrière als hij allang zijn eigen merk is geworden, zich meer en meer als een typische celebrity gaat gedragen en tegelijkertijd steeds minder serieus wordt genomen binnen de kunstscene. Warhols formatieve jaren, inclusief daarmee verbonden begrippen zoals popart, The Factory en The Velvet Underground, worden slechts in de kantlijn behandeld. In plaats daarvan is er uitgebreid aandacht voor zijn rol als beschermheer voor een nieuwe generatie (straat)kunstenaars zoals Keith Haring en met name Jean-Michel Basquiat, met wie hij een win-winrelatie ontwikkelt die gaandeweg toch helemaal spaak loopt.
En dan nadert Andy Warhols oneindige ‘feest’ plotseling toch zijn eind, na een tragisch verlopen galblaasoperatie. Op één van de laatste schilderijen die hij maakt staat de tekst: heaven and hell are just one breath away! Als hij die laatste adem uitblaast, halverwege de laatste aflevering, heeft de kijker beslist een relatie opgebouwd met deze ‘mechanische voyeur’ uit een andere tijd, die als één van de allereerste influencers (en een eigenzinnige beschouwer van de bijbehorende cultuur) kan worden beschouwd. Ook al heeft diezelfde kijker, net als Warhols tijdgenoten, tegelijk nooit helemaal vat gekregen op de man, de kunstenaar, het genie, de mythe, het personage en het evenement Andy Warhol.
Heeft een jongere, die niet vroegoud is, iets te zoeken in de landelijke politiek? En zo ja, heeft zo iemand dan ook écht kans om te worden gekozen in de Tweede Kamer of moet een jeugdige kandidaat, vanaf een onverkiesbare plek, vooral voor diversiteit op de kieslijst zorgen? Melisa Can en Floris Rijssenbeek volgen in Momentum (40 min.) drie vrouwelijke aspirant-politici die zich tussen de Hoge Heren (en Dames) in Den Haag willen voegen.
Voor de verkiezingen van 2021 heeft Carline van Breugel (26) plek 32 op de D66-lijst bemachtigd. Als ze niet direct wordt gekozen – of, wanneer haar partij deelneemt aan de regering, een opvolgingsplek krijgt – heeft ze 17.000 voorkeursstemmen nodig om in de Tweede Kamer te komen. Een schier onmogelijke opdracht. Hetzelfde geldt voor Mikal Tseggai (26), die al factievoorzitter is van de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad van Den Haag. Zij staat op plek 17 van de PvdA-lijst.
Michantely de Jong (29) bivakkeert op de zesde plek bij BIJ1, een politieke partij die voor het eerst in het nationale parlement hoopt te komen. Zij is al tevreden als haar partij, in de persoon van lijsttrekker Sylvana Simons, straks vertegenwoordigd zal zijn in de Tweede Kamer. Hoewel de drie jonge vrouwen dus vanuit de relatieve luwte campagne kunnen voeren, pakken ze het serieus aan en hebben ze zich het jargon ook al heel aardig eigen gemaakt.
Tegelijkertijd vertegenwoordigen Carline, Mikal en Michantely elk op hun eigen manier een nieuw Nederland, waarin de hegemonie van witte mannen (in pakken) niet meer vanzelfsprekend is. Ze hebben ook volop ideeën over hoe dat land er dan uit zou moeten zien. Can en Rijssenbeek volgen hen op weg naar de verkiezingsdag, woensdag 17 maart 2021, en vangen zo, soms een beetje onrustig gefilmd, heel aardig de ambitie en opwinding die de campagne bij hen losmaakt.
En aan het eind, op de dag van de verkiezingen óf als de voorkeursstemmen zijn geteld, loopt de spanning op als duidelijk wordt of hun inspanningen ook daadwerkelijk tot een plek in de Tweede Kamer hebben geleid.
Ze zou een paar uur aan boord gaan. De Zweedse journaliste Kim Wall wilde een verhaal maken over de Deense uitvinder Peter Madsen. Daarbij hoorde ook een tocht met zijn zelfgebouwde onderzeeër Nautilus. Op 11 augustus 2017 gingen ze samen bij Kopenhagen te water. Kim zou nooit meer levend worden gezien, Peter wist ternauwernood zijn zinkende onderzeeboot te verlaten.
De verdwijning van Kim Wall was direct wereldnieuws. En met de excentriekeling Madsen, die op dat moment toevallig net met zijn eigen raket was geportretteerd in de documentaire Amateurs In Space, had de zaak ook meteen een tot de verbeelding sprekende verdachte. Al snel werd deze cartoonachtige figuur, met de bijnaam ‘Rocket-Madsen’, daadwerkelijk gearresteerd door de Deense politie.
In de uitstekende dramaserie The Investigation is het politieonderzoek in ‘de duikbootzaak’ onlangs al via rechercheur Jens Møller, gespeeld door acteur Søren Malling, minutieus doorlopen. Nuchter en realistisch, zonder enige vorm van sensatiezucht. Met bovendien nauwelijks aandacht voor de verdachte en alle ruimte voor het slachtoffer en de impact van Walls verdwijning op haar verwanten.
Het eerste deel van Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall (120 min.) doet dat onderzoek nog eens dunnetjes over. In deel twee van de true crime-docu zoomt Erin Lee Carr met onder anderen Madsens biograaf, een voormalige collega en (vrouwelijke) kennissen in op de man achter de larger than life-figuur. Een man die er duistere kanten en liefhebberijen op na blijkt te houden.
Daarmee wordt Undercurrent een heel aardige, hoewel tamelijk conventionele bijsluiter voor de fictieserie, die juist was bedoeld als een doelbewuste herijking van het true crime-genre. De keuze voor een meer traditionele benadering, met een klassieke gevaarlijke engerd, is overigens niet onlogisch: Peter Madsen is een bijzonder dankbaar personage voor iedereen die zich wel eens verlekkert aan een smakelijk misdaadverhaal.
Even voorstellen: ‘I’m Wanita (87 min.). Ik ben de Australische koningin van de honky tonk. Ik ben een bingedrinker. Ik rook sigaretten. Ik heb één kind, ben twee keer getrouwd geweest en ik was achttien jaar prostituee. En ik hou van God.’
Was getekend, de 47-jarige country & western-zangeres Wanita Bahtiyar, de hoofdpersoon van deze kostelijke documentaire van Matthew Walker. Wanita, die al haar hele leven vastzit in het onbeduidende Australische stadje Tamworth, heeft één grote droom: ze wil haar grote heldin Loretta Lynn naar de kroon steken en doorbreken in de countryhoofdstad van de wereld, Nashville – al zou een héél klein beetje meer erkenning in eigen land ook al helpen.
Haar veel oudere Turkse echtgenoot Baba, met wie ze gedurig kibbelt, heeft er eerlijk gezegd weinig fiducie in. Die reis kost bovendien een smak geld! En wie gaat er voor eten op tafel zorgen als zij haar droom najaagt in Amerika? Terwijl Wanita midden in opnames in de legendarische Sun Studio te Memphis zit, gaat het geruzie met Baba over de reparatie van hun auto in elk geval gewoon door. Waarna zij direct haar toevlucht neemt tot een andere liefde, Bacardi.
Haar trip door het land van de onbegrensde dromen is net onderweg. En het is Wanita’s nieuwe manager Gleny Rae Virus al zwaar te moede. Als haar protegé heeft gedronken, is er echt geen land mee te bezeilen. In New Orleans speelt Wanita bijvoorbeeld voor de verschoppelingen op straat, met wie ze zich duidelijk verbonden voelt. Al snel zet ze het zelf echter ook op een zuipen. ‘De dronken Maria Theresa’, constateert haar begeleidingsmuzikant Archer grinnikend.
Wanita is misschien het prototype ‘ongeleid projectiel’ – en niet zonder reden, zo wordt gaandeweg duidelijk – maar ze lijkt ook gewoon stiknerveus voor haar opnames met Nashville-producer Billy Yates, de apotheose van dit hartverwarmende portret van ‘Australia’s Queen of Honky Tonk’. Kan de vrouw die tot dusver een ideale stoorzender binnen haar eigen carrière is gebleken dan boven zichzelf uitstijgen? Of zakt ze definitief door haar hoeven?
‘Het gaat hem vreemd genoeg niet om het geld’, zegt zijn echtgenote Gail Golden-Icahn. ‘Hij raakt op een gegeven moment gewoon geobsedeerd door iets en gaat dan als een bulldozer door totdat hij heeft wat hij wil.’ Dan mengt haar echtgenoot, de hoofdpersoon van Icahn: The Restless Billionaire (101 min.), zich in het gesprek. ‘Het gaat om winnen. Met een nieuw idee komen waarmee je de concurrentie kunt verslaan.’
Carl Icahn, het ultieme ‘Greed Is Good’-type, heeft belangen in multinationals zoals Apple, eBay en Netflix en zou inmiddels goed zijn voor een kleine zeventien miljard dollar. Hij koopt zich doorgaans stiekem in bij een bedrijf. En zodra Icahn voldoende aandelen heeft verzameld, begint hij zich met de koers te bemoeien. Hij wordt ‘activist’ genoemd. Of ‘overvaller’. Een vechtersbaas, zoveel is zeker, waarachter een ‘papa, kijk dan!’-jongetje schuilgaat.
‘Jullie zijn er vandaag getuige van geweest dat er weer heel wat geschiedenis is geschreven, jongens’, zegt Carl Icahn bijvoorbeeld tegen regisseur Bruce David Klein en z’n cameraploeg als hij weer eens heeft geruzied met enkele ‘captains of industry’. En strijd, daar gedijt Icahn bij, getuige dit portret. Met onwillige CEO’s, de concurrentie en zijn eigen vrouw, een geplastificeerde blondine met wie hij heerlijk kan kibbelen.
De Amerikaanse investeerder, die inderdaad model schijnt te hebben gestaan voor Gordon ‘Greed is good’ Gekko in de speelfilm Wall Street, wordt in Icahn: The Restless Billionaire zeker kritisch benaderd. Toch spreekt uit de vermakelijke documentaire onmiskenbaar ook bewondering voor deze belichaming van het Amerikaanse ‘winner takes all’-kapitalisme, die ongegeneerd mag verhalen over zijn stoere zakenavonturen.
Het is een universeel dilemma dat in diverse uithoeken van de wereld opspeelt: een volk, provincie of land wil niet langer onderdeel uitmaken van het grotere geheel waartoe het behoort. Beter: een déél van dit volk, die provincie of dat land wil niet langer deel uitmaken van het geheel. De rest juist wel. Uitroepteken. Zo is een patstelling ontstaan die bij het minste of geringste kan uitmonden in een echt conflict.
Sinds 1721 maakt Groenland, samen met de Faeroër-eilanden, als zelfstandig gebied deel uit van het koninkrijk Denemarken. Meer dan de helft van de 56.000 inwoners van het in Noord-Amerika gelegen eiland wil echter onafhankelijk worden. Maar kan Groenland financieel wel echt op eigen benen staan en is Denemarken bovendien bereid en/of in staat om afstand te doen van het uitgestrekte arctische gebied?
In Kampen Om Grønland (Engelse titel: The Fight For Greenland, 96 min.) toont Kenneth Sorrento hoe een nieuwe generatie Groenlanders zich verhoudt tot deze vragen. De aspirant-politicus Kaaleeraq M Andersen bepleit bijvoorbeeld vrijmaking van Denemarken. Zijn missie heeft een wrange persoonlijke dimensie. Andersen tobt met zijn gezondheid. Voor een optimale behandeling kan hij alleen in een Deens ziekenhuis terecht.
Tillie Martinussen, een concurrent bij de aanstaande parlementsverkiezingen van de net opgerichte Cooperation Party, is er dan weer van overtuigd dat Groenland nooit zelfstandig kan overleven en in z’n eentje wel eens een speelbal zou kunnen worden van internationale grootmachten met snode plannen, zoals China of de Verenigde Staten. Met die mening maakt ze zich bepaald niet bij elke Groenlander geliefd.
In plaats van al die aandacht voor onafhankelijkheid van Denemarken zou er in de ogen van Martinussen veel meer aandacht moeten zijn voor de ernstige problemen van Groenlandse jongeren. Vrijwel permanent maken drank- en drugsmisbruik, seksueel geweld en zelfdoding nieuwe slachtoffers. Dat is een thema waarop ook de strijdbare rapper Josef Tarrak-Petrussen en zijn verloofde Paninnguaq Heilmann aanslaan.
De deplorabele situatie van nieuwe generaties Groenlanders, een fenomeen dat zich bij vrijwel alle onmachtige volkeren voordoet, is hen een doorn in het oog. Zij zoeken naar redenen om weer trots te kunnen zijn op hun oorsprong. Om dat idee zichtbaar uit te dragen hebben ze allebei traditionele Inuit-gezichtstatoeages laten zetten. En dat gevoel van trots op de eigen cultuur willen ze ook meegeven aan hun pasgeboren kind.
Stuk voor stuk zijn de jongelingen in deze boeiende film, die zich afspeelt tegen een indrukwekkend decor aan het noordelijke uiteinde van de aarde, bezig met het definiëren en uitdragen van hun eigen identiteit als Groenlanders. Daarbij blijken ze best veel gemeen te hebben, maar zijn er ook nog zoveel verschillen dat het verdomd lastig is om het eens te worden én te blijven.
Nadat ze voor het boek Gouden Bergen (2020) een jaar lang enkele influencers volgde, pluist filosoof en journalist Doortje Smithuijsen de online-cultuur en bijbehorende mores nu verder uit in enkele tv-docu’s.
Zo portretteerde ze in Mijn Dochter De Vlogger enkele ouders en hun influencerkinderen en schetste ze in Volg Je Me Nog? een paar ‘ouder’ wordende influencers die hun achterban zagen slinken. In Sociaal Tribunaal (36 min.) onderzoekt Smithuijsen de zogenaamde cancelcultuur. In een soort rechtbanksetting praat ze met gecancelden, cancelaars en deskundigen op het gebied van webcultuur, imagobeheer en wetgeving over de digitale rechtszaal waarin menigeen zich tegenwoordig moet verantwoorden of doet gelden. Op zoek naar wat het ons, of hen, kost en oplevert.
Met journalist en entrepreneur Sander Schimmelpenninck bespreekt ze bijvoorbeeld de rel die ontstond nadat hij de vijftienjarige Alexia in een podcast de lekkerste prinses had genoemd. Hij werd vervolgens en masse uitgemaakt voor pedo, voelde zich op dat moment echt bedreigd en pleit nu voor een verbod op anonieme profielen op social media. In dat verband komt ook het zogenaamde ‘trollenleger’ van een andere gesprekspartner van Smithuijsen, Telegraaf-journalist Wierd Duk, aan de orde. Die voelt zich echter helemaal niet verantwoordelijk voor wat het extreme deel van zijn achterban uitspookt.
En heeft Schimmelpenninck, met een messcherpe twitterdraad over een filmpje van Laura van Ree, zelf het leven van dit model/influencer ook niet nodeloos zuur gemaakt? Zij vindt van wel. Smithuijsen bekent vervolgens dat ze het bewuste filmpje ook heeft gedeeld. Zulke dwarsverbanden en dubbelrollen geven deze interviewfilm, die is opgefleurd met een White Lotus-achtige soundtrack, kleur en maken tevens duidelijk hoe ingewikkeld het speelveld op sociale media is. Want waar houdt het agenderen van een reëel probleem of prangende kwestie op en begint cancelen? En lukt het überhaupt om iets of iemand op die manier écht kalt te stellen?
Doortje Smithuijsen verkent deze discussie met een uiteenlopende groep gasten, waaronder ook Ian Buruma (die weg moest als eindredacteur bij de New York Review Of Books, nadat er onder zijn verantwoordelijkheid een artikel verscheen van een man die door diverse vrouwen werd beschuldigd van seksueel wangedrag), kunstcollectief Kirac (dat de eveneens van seksueel geweld betichte kunstenaar Julian Andeweg probeert te ontcancelen) én de ogenschijnlijk aimabele Mark Keus (die jarenlang onder de naam Henk de Vries loos ging op de sociale media, bijvoorbeeld over die #kutkaag).
Vlot stipt Sociaal Tribunaal via en met hen allerlei kernzaken, pijnpunten en principiële kwesties aan, waarover de menschen thuis dan lekker verder kunnen discussiëren.
Wonen in een beveiligd huis, doodsbedreigingen en geen baan meer kunnen krijgen. In #sociaaltribunaal praten we met mensen die digitaal aan de schandpaal zijn genageld én diegenen die daar aan meegedaan hebben. Dinsdag 15 maart om 21.00 uur op NPO 3. https://t.co/dgViyey9Kopic.twitter.com/oXsidsv7qT
‘Segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ Met die controversiële slogan, uitgesproken tijdens zijn inauguratiespeech in 1963, nestelde gouverneur George Wallace (1919-1998) zich in Amerikaanse geschiedenisboeken. Op een zwartgerande bladzijde, dat wel. Als de verpersoonlijking van giftige ‘southern pride’.
Die malicieuze woorden waren echter niet zozeer de uiting van een diepgewortelde overtuiging als wel van een politieke keuze van de gouverneur van Alabama, één van de frontlinies in de strijd om burgerrechten voor zwarte Amerikanen. Wallace, die zijn publieke carrière was begonnen als een progressieve politicus, had een pact met de Duivel gesloten. Nadat hij ten onder was gegaan tijdens zijn eerste campagne om het gouverneurschap van de oerconservatieve zuidelijke staat, wist de rasopportunist één ding zeker: hij zou nooit meer ‘outniggered’ worden.
Alleen als spreekbuis van ‘Apartheid’ had Wallace politieke toekomst in Alabama. En daarmee zou hij in de jaren zestig zelfs een landelijke bekende politicus worden, een geduchte outsider bij presidentsverkiezingen. Totdat de loner Arthur Bremer tijdens een campagnebijeenkomst in 1972, voor het oog van de camera, vijf kogels in zijn lijf joeg. George Wallace raakte verlamd en was de rest van zijn leven veroordeeld tot een rolstoel. Hij zou er uiteindelijk een ander mens door worden. Een man die publiekelijk boete wilde doen voor zijn zonden.
Die persoonlijke ontwikkeling – van een positie als spreekbuis van de gewone werkeman via een langgerekte periode als Amerika’s opper-redneck tot een onverwachte remonte als bekeerling – wordt uitputtend, goed gedocumenteerd en afgewogen geboekstaafd in de biografie George Wallace: Settin’ The Woods On Fire (160 min.). Acteur Randy Quaid fungeert als de nuchtere verteller van Wallace’s tumultueuze levensverhaal. Zijn tweede vrouw, zoon George Jr., medewerkers en politieke mede- en tegenstanders zorgen voor de bijbehorende herinneringen. En Hank Williams levert het treffende titelnummer.
George Wallace oogt in deze gelauwerde postume biografie van Daniel McCabe en Paul Stekler uit 2000 toch eerst en vooral als een tragische figuur: een ontzettend begaafde politicus die ten prooi valt aan ongebreidelde machtshonger en daardoor zijn eigen idealen verkwanselt. Hij neemt zijn toevlucht tot de volksmennerspraktijken, die ook moeiteloos zijn te herkennen bij hedendaagse populisten. In wezen heeft elk volk, elk land, elk tijdsgewricht zijn eigen George Wallaces, mannen die feilloos herkennen waar het wringt en dat vervolgens, soms zelfs ondanks henzelf, zonder scrupules exploiteren.
Hij heeft de schijn enigszins tegen. In de speelfilm JFK uit 1991 tuigde Oliver Stone met veel bravoure een enorm complot op rond de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963. Lee Harvey Oswald, die in het officiële onderzoek van The Warren Commission werd aangemerkt als de ‘lone gunman’, zou in werkelijkheid slechts een zondebok zijn geweest. JFK was in Stone’s vertelling uit de weg geruimd door een samenzwering van de CIA, maffia en anti-Castro activisten.
Oliver Stone’s paranoïde real life-thriller, waarin fictie en non-fictie virtuoos werden vervlochten, veroorzaakte heel wat commotie en dwong de Amerikaanse overheid in de navolgende jaren om allerlei officiële documenten rond de moord vrij te geven. Voor Stone is dat aanleiding om de zaak opnieuw onder de loep te nemen in de vierdelige docuserie JFK: Destiny Betrayed (236 min.). Bewandelt hij daarin het welbekende pad? Geeft hij ongelimiteerd een podium aan gestaalde complotdenkers? Of durft de befaamde regisseur ook zijn oorspronkelijke aannames kritisch te bevragen (en is hij zelfs bereid om zo nodig op zijn schreden terug te keren?)
De gebeurtenissen voor en na de moord op Kennedy, waarbij de actrice Whoopi Goldberg als verteller fungeert, roepen nog altijd veel vragen op. En die worden ook allemaal weer gesteld: over Oswalds vermeende wapen, zijn alibi, ’s mans avonturen in de Sovjet-Unie, de zogenaamde Zapruder-film van de moord, Kennedy’s autopsie, de liquidatie van Oswald zelf, diens connectie met extreemrechtse figuren en de zeer omstreden ‘magic bullet theory’ (de basis voor de officiële conclusie dat de president door één enkele schutter zou zijn gedood). Ondanks wat nieuw bewijsmateriaal verkoopt Stone hier toch vooral oude wijn in nieuwe zakken, verteld bovendien door usual suspects en een nieuwkomer zoals de zoon van John Kennedy’s eveneens vermoorde broer en minister van justitie Bobby Kennedy. Deze Robert Kennedy Jr. heeft in de afgelopen jaren overigens een geduchte reputatie als complotdenker opgebouwd.
Een update van Stone’s eigen speelfilm dus, waarvan hij soms ook gewoon een ronkende scene gebruikt. Definitieve antwoorden blijven uit. Natuurlijk. In de Kennedy-moordzaak, de moeder aller complottheorieën, is er inmiddels zóveel rook dat het vrijwel onmogelijk is om vast te stellen waar het vuur is – áls er al ooit vuur is geweest (behalve een schokkende politieke aanslag). Het interessantst wordt deze miniserie als Oliver Stone zich richt op Kennedy’s buitenlandbeleid, waarbij Donald Sutherland (Mr. X uit JFK) de voice-over verzorgt. De jonge politicus kwam al vóór zijn presidentschap in botsing met hardliners binnen de Amerikaanse overheid, die een veel agressievere politiek voorstonden. En de CIA, de buitenlandse inlichtingendienst, speelde daarin weer een sleutelrol.
Daar vindt Stone, die Kennedy overigens wel erg veel idealisme toedicht, ook nog altijd het motief voor de moord. Dat klinkt ronduit grotesk: een overheidsdienst die zijn eigen ‘commander in chief’ uit de weg ruimt. Tegelijkertijd hield de CIA zich in diezelfde periode zonder twijfel bezig met vuile zaakjes. De pogingen om Fidel Castro, de communistische leider van Cuba, koud te maken zijn inmiddels uitgebreid gedocumenteerd. En de buitenlandse veiligheidsdienst zou ook betrokken (kunnen) zijn geweest bij de moord op de Congolese president Patrice Lumumba, het fatale vliegtuigongeluk van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld en – later – het afzetten van de Chileense president Salvador Allende. De CIA was zeker – daarover kan geen misverstand bestaan – in staat om tegenstanders uit de weg te ruimen.
Of de moord op John F. Kennedy een ingenieus complot was of toch het werk van een doorgedraaide eenling? Voor een buitenstaander is dat nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat Oliver Stone nog altijd op hetzelfde spoor zit als ruim twintig jaar geleden, vooral nieuw bewijs heeft gezocht voor zijn eigen theorieën (bijvoorbeeld een schaduwkiller, Thomas Arthur Vallee, met min of meer hetzelfde profiel als Oswald) en geen serieuze poging heeft gedaan om de kritiek daarop ook te incorporeren.
Zien we het ongenaakbare vechtsporticoon, de goedlachse Bekende Nederlander en de Hollywood-actieheld in spe ook écht kwetsbaar in deze vierdelige docuserie? Rico: Dream Big (118 min.) probeert in elk geval het complete verhaal te vertellen van Rico Verhoeven.
Allereerst natuurlijk van de vechter Rico Verhoeven, sinds 2013 wereldkampioen kickboksen. Hoe hij samen met zijn vaste begeleidingsteam (hier vertegenwoordigd door onder anderen hoofdtrainer Dennis Krauweel, mental coach Alviar Lima, krachttrainer John van Dijk en manager Karim Erja) alles op alles zet om ook de volgende opponent omver te hoeken of beuken. Vanaf drie maanden voor het gevecht is alles daarop gericht. In de laatste week kruipt het team samen in één huis, het ‘fighter house’, om het alles of niets-gevecht – dat door regisseur Danny Stolker wordt voorgesteld als een schaakwedstrijd, een enigszins versleten metafoor – alvast tot in detail te imagineren.
Dan is er de man Rico Verhoeven: de alleenstaande vader die net zijn relatie heeft zien stuklopen, de entrepreneur die altijd weer nieuwe uitdagingen zoekt (een modelijn of restaurant bijvoorbeeld) en de kerel die geniet van alle aandacht en die er, niet eens stiekem, van droomt om in de voetsporen te treden van zijn jeugdhelden Jean-Claude Van Damme en Bruce Lee. In een geinige scène neuriet Rico op weg naar de filmset van Herrie In Huize Gerri, waarin hij een klein rolletje heeft bemachtigd, niet voor niets het deuntje van de ultieme boksfilm Rocky. Is hij zich bewust van de camera? Feit is dat hij gedurende de serie consequent de boodschap afgeeft dat Hollywood zijn nieuwe podium moet worden.
Tot slot is er het jongetje Rico Verhoeven, kind van een gebroken gezin. Met een moeder die, vanwege verslavingsproblematiek niet voor hem kon zorgen. En een vader met een eigen sportschool, die zijn zoon richting een vechtsportcarrière drilde en die, toen deze loopbaan eenmaal echt op gang kwam, zelf ten prooi viel aan Alzheimer. Dat deel van Rico’s leven wordt opgetekend met moeder Jacqueline Deurloo, oma Annie Verhoeven, zus Nadia Tsouli, oud-gymleraar Rob van Amsterdam en zijn jeugdvrienden John Hasny en Patrick van der Linden. Die jonge jaren zijn in elk geval een ideale voedingsbodem gebleken voor de persoon die hij is geworden: een man die nooit tevreden is – of kan zijn.
Of Danny Stolker met al die verhaallagen ook is doorgedrongen tot de échte Rico Verhoeven? Hij lijkt toch vooral het verhaal te vertellen dat Team Rico van diens leven heeft gemaakt, waarbij een filmcarrière nu de logische volgende stap zou moeten zijn voor de vechtersbaas. Deze miniserie eindigt wat dat betreft ook in stijl: niet met een daverend gevecht, maar met een reflectie op wat hij voor de vechtsport, en het imago daarvan, heeft betekend. In de voorgaande twee uur is de persoon Rico nét vaak genoeg achter het personage Rico vandaan gekropen om de kritische kijker bij de les te houden.
‘Verkrachting’, houdt Albert de verzamelde militairen voor. ‘Is dat een taak voor soldaten?’ De Nederlander laat een stilte vallen. ‘Hoe komt het dan dat dit gebeurt?‘ Daarna komt er mondjesmaat reactie vanuit de groep. Die is kortweg samen te vatten met de dooddoener: dat gebeurt nu eenmaal in oorlog. En de ontkenning dat zij zich daaraan schuldig maken laat natuurlijk ook niet lang op zich wachten.
Albert, zelf oud-militair, confronteert Zuid-Soedanese (onder)officieren namens het Rode Kruis met de internationale Rules Of War (52 min.), die zijn vastgelegd in de Conventie van Genève. ‘Het is jullie taak om ervoor te zorgen dat burgers gespaard blijven’, houdt hij zijn gesprekspartners voor. ‘Dat is het enige doel van de oorlogsregels.’ Dit lijkt misschien een open deur, maar stuit toch op onbegrip en soms zelfs verzet. Want spelen die burgers niet onder één hoedje met de vijand? En staan internationale organisaties zoals het Rode Kruis dat dan niet oogluikend toe?
Regisseur Guido Hendrikx maakte eerder lekker dwarse films als Stranger In Paradise en A Man And A Camera en kijkt nu mee als Albert, die met een speedboot het Zuid-Soedanese binnenland doorkruist, heel elementaire uitgangspunten voor oorlogsvoering voorlegt aan gestaalde mannen die nauwelijks een wereld zonder strijd of oorlog kennen. Voor hen lijkt vooral ‘Befehl ist Befehl’ te gelden – of anders op zijn minst het recht van de sterkste.
De film bestaat vrijwel volledig uit socratische gesprekken waarin de ethiek van de doorgewinterde vechtjassen diepgaand wordt bevraagd, door een man uit een heel andere wereld. Waardoor ook culturele verschillen onvermijdelijk een rol gaan spelen in deze interessante botsing van normen, waarden, woorden en daden, waarbij het machinegeweer voor eenmaal is ingeruild voor een spervuur van woorden.
Er zijn internationale regels die bedoeld zijn om een oorlog zo humaan mogelijk te voeren, de zogeheten 'rules of war'. Als gedelegeerde van het Rode Kruis onderwijst Albert deze regels in Zuid-Soedan. Kijk de documentaire 'Rules of War' vanavond om 22.30u op NPO 2. pic.twitter.com/V1NWPRyhPV
Het is een beetje de goden verzoeken: om als voormalig sterspeler van FC Barcelona de baan van coach te accepteren op het moment dat die club definitief door zijn hoeven lijkt te zakken. En om tijdens dat proces ook nog eens een cameraploeg toe te laten, dat ook. De kans dat de ultieme jongensdroom uitloopt op een gigantisch fiasco is immers levensgroot. Misschien tekent het echter de absolute winnaar in Ronald Koeman dat hij de uitdaging toch aangaat en dat afbreukrisico dan maar op de koop toeneemt.
Niet dat Koeman heel veel heeft te vrezen van regisseur Chiel Verbakel. Die geeft hem in de negendelige serie Força Koeman (280 min), uitgebracht in drie korte seizoenen, alle ruimte om zijn eigen verhaal te doen. Waarbij de hartproblemen, die hij in mei 2020 ondervond, hem zouden hebben aangespoord om nu eindelijk voor zijn droomclub te kiezen. Aan het woord komen verder Koemans vrouw Bartina, broer Erwin, moeder Marijke en kinderen Ronald junior, Tim en Debbie. Zij geven een leuk inkijkje in hoe de familie Koeman de terugkeer naar de Catalaanse hoofdstad beleeft, waar al zoveel zoete herinneringen liggen. Dat gevoel wordt nog eens versterkt met idyllische shots van de stad, vergezeld van traditionele muziek.
De voetbalinput komt van zaakwaarnemer Rob Jansen, Koemans assistenten Alfred Schreuder en Henrik Larsson, voorganger Pep Guardiola (met wie het heel lekker golfen is) en Frenkie de Jong. De Nederlandse middenvelder is inmiddels kind aan huis bij de Koemannetjes met zijn vriendin Mikki (die, als ze gearmd met Bartina door de stad flaneert, zou kunnen doorgaan voor een echt Koemeisje). De voetbaljongens houden zich veelal op de vlakte of debiteren clichés. Zoals de docuserie over het hier en nu – Koemans komst naar Barcelona en zijn lastige periode als coach – in eerste instantie sowieso niet zoveel nieuws heeft te melden. De problemen rond sterspeler Messi komen bijvoorbeeld nauwelijks aan de orde. En het gedwongen vertrek van diens boezemvriend Luis Suárez blijft al helemaal onbenoemd.
Als aan het eind van het seizoen, in de tweede serie van drie afleveringen die in september 2021 is uitgebracht, Ronald Koemans eigen positie in het gedrang komt, spreekt Kamp Koeman echter honderduit. De coach zelf heeft het gevoel dat de nieuwe voorzitter Laporta hem nodeloos laat bungelen (maar de Nederlander verbindt daar dan zelf ook geen consequenties aan). En Bartina is emotioneel en boos. Ze moeten van Ronald afblijven! Hij bedoelt het tenslotte goed en werkt ook zo hard, volgens zijn echtgenote, die moeite heeft om haar tranen te bedwingen. Uiteindelijk mag de Nederlander, die moedwillig in het openbaar is beschadigd en die zelf via de media ook flink heeft teruggevochten, tóch blijven. ‘De hypocrisie van de topsport’, zegt zaakwaarnemer en huisvriend Rob Jansen ijskoud. Hij doelt op de handelswijze van Barcelona’s nieuwe voorzitter.
Força Koeman kent meer van zulke onthullende momenten: als Koemans vriend, de sportpresentator Lluís Canut, bijvoorbeeld zijn mond voorbij lijkt te praten. Hij beweert te hebben gefungeerd als postillon d’amour tussen Barcelona en de trainer, waarbij het initiatief van de Nederlander schijnt te zijn gekomen. Dat strookt niet helemaal met het beeld dat is geschetst van Koemans overgang van het Nederlandse elftal naar de Spaanse topclub (en dat hier nog eens wordt bevestigd door Rob Jansen). De Barcelona-trein is dus niet zomaar gestopt voor Ronald Koeman, zodat hij er, nadat hij al twee keer ‘nee’ had gezegd, op kon springen. De trainer zou zelf hebben gevraagd of die trein, na Barcelona’s ‘Humillación Histórica’ (een 8-2 verlies tegen Bayern München), bij zijn stationnetje halt wilde houden.
Ook opvallend: Pedri, ‘het grootste talent van Spanje’, lijkt te zijn aangetrokken zonder dat Koeman hem überhaupt kende. Het zijn zulke, al dan niet bedoelde, nieuwtjes die van deze miniserie met een plastic promorandje best een aardige kijkervaring maken. Waarbij de relatie van de Koemannen en –vrouwen met Barcelona – en hun herinneringen aan de vroegere buurman Johan Cruijff – het allerleukst is. Dan worden ze net een gewone familie, met kinderen en kleinkinderen die opa en oma bij hun 35 jarige huwelijk vergasten op een surpriseparty en een zoon die ten overstaan van de gehele Koemanclan te paard in het huwelijk treedt. Dan ook toont Ronald Koeman even de man, of soms zelfs het jongetje, achter de geharde coach, die aan de job van zijn leven is begonnen. Waarvan hij niet weet of ie die, na een veelbewogen seizoen dat ondanks winst van de Spaanse beker in mineur eindigt, ook mag afmaken.
En dan, nadat zijn hoofd wekenlang op het hakblok heeft gelegen en hij aan het vervolg van zijn klus kan beginnen, meldt Messi met betraande ogen dat hij Barca gaat verlaten. En daar pikken de laatste drie afleveringen van Força Koeman, uitgebracht in maart 2022, de draad weer op. Als de Nederlandse trainer weinig vertrouwen voelt bij de clubleiding en steeds verder in het nauw komt. ‘De scheidsrechters zijn anti-Barcelona’, zegt Koeman tegen Bartina nadat hij is weggestuurd bij alwéér een teleurstellende wedstrijd. Clubkenner Simon Kuper stelt dat die slechte resultaten overigens vooral een gevolg zijn van jarenlang wanbeleid.
‘Het was gewoon wachten totdat de gelegenheid daar was voor de president om te zeggen: nu kan ik niet anders’, zegt zaakwaarnemer Rob Jansen als zijn cliënt dan toch ontslag is aangezegd. Wanneer de zeis is gevallen, zijn Verbakel en z’n cameraploeg erbij om de eerste reacties in Huize Koeman op te tekenen, waarbij met name Bartina weer geen blad voor de mond neemt. De hoofdpersoon zelf is alweer bezig met de toekomst: een nieuwe periode als bondscoach van het Nederlands elftal. ‘Dat zou ik wel doen’, zegt de man die natuurlijk nóóit zelf zou solliciteren voor die job. ‘Dat past eigenlijk misschien nog wel het beste bij mij.’ En zo loopt Ronald Koeman, nauwelijks verhuld, toch alvast warm voor een nieuwe episode van Força Oranje.
‘Die Erde atmet voll von Ruh und Schlaf’, klinkt ‘t in Der Abschied, het slot van Das Lied von der Erde. ‘Alle Sehnsucht will nun träumen.’ Met de symfonische liederencyclus wilde componist Gustav Mahler (1860-1911) harmonie met de wereld uitdrukken. Hij baseerde zich daarbij op Chinese poëzie uit de Tangdynastie, in dit geval Der Abschied Des Freundes van Wang Wei. ‘Die müden Menschen gehn heimwärts’, vervolgt het muziekstuk. ‘Im Schlaf vergeßnes Glück. Und Jugend neu zu lernen!’
De jonge Britse dirigent John Warner (27) voelt een verwantschap met Mahler. Ze delen een passie voor muziek en natuur. De Oostenrijkse componist is volgens hem zelfs een milieuactivist avant la lettre. Met zijn Orchestra For The Earth wil Warner diens muziek nu ten gehore brengen, liefst buiten een stedelijke omgeving. Op een plek ook, die bereikbaar is met het openbaar vervoer. Want de idealistische musici zijn het natuurlijk aan zichzelf verplicht om klimaatneutraal te reizen.
In de sfeervolle roadmovie Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde (52 min.) volgt de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer het kamerensemble naar Oostenrijk, waar het ook Mahlers huis aandoet. Daar zou hij, zo wil in elk het verhaal, elke ochtend vanaf het balkon van zijn villa in het meertje zijn gesprongen. Het duurt natuurlijk niet lang of ook de jonge muzikanten liggen er in het water, in één van de scènes die het ‘bloedserieuze’ karakter van de onderneming doorbreekt.
In gedragen sequenties laat Scheffer verder Mahlers majestueuze muziek en al even machtige natuurbeelden samenvloeien. Alsof ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Das Lied von der Erde is volgens John Warner ook echt een muziekstuk voor onze tijd. ‘Een symfonie die duidelijk maakt dat je alleen in harmonie komt met de wereld als je de koers van de natuur volgt.’
Natuur kwam telkens terug in het werk van de Oostenrijkse componist Gustav Mahler. De jonge dirigent John Warner gaat op zoek naar de diepere betekenis van 'Das Lied von der Erde'.
Op de filmklapper staat de werktitel voor deze documentaire: De Vrouwenfilm. Het is uiteindelijk Sisterhood (55 min.) geworden. Sophie Dros wil daarin praten over vrouw zijn en wat dat betekent. En daarvoor – zagen De Kijkende Man en z’n Vrouw – heeft Dros in een fraaie studiosetting enkele, ja, vrouwen uitgenodigd.
De flamboyante modeontwerpster Anne-Rixt Gast, Vlaamse televisiepersoonlijkheid Jamecia Baker (Ex On The Beach), bodybuildster Maria Wattel en journalist Tatjana Almuli (schrijfster van Knap Voor Een Dik Meisje) vertegenwoordigen verschillende uithoeken van een nieuwe generatie vrouwen, constateren De Kijkende Man en Vrouw eensgezind. Daarnaast spreekt Dros een groepje van vijf tienermeisjes.
Van tevoren legt de filmmaakster uit hoe ze het wil gaan aanpakken. Haar gesprekspartners mogen recht in de camera kijken. ‘Het wordt echt een beetje een gesprek’, zegt ze erbij. ‘Dus je kan ook dingen aan mij vragen.’ En als ze ergens liever niet over praten… Na alle plichtplegingen kan haar met iconische vrouwbeelden sjiek aangeklede interviewfilm beginnen. Met een citaat van Simone de Beauvoir bovendien.
Bij de opnames zijn overigens ook cameraman Boas van Milligen Bielke en geluidsman Gijs Domen betrokken. Zij kijken en luisteren mee als onderwerpen zoals menstruatie, verliefdheid en – vooral – irritante, onveilige of zelfs gevaarlijke mannen worden behandeld en mengen zich uiteindelijk ook voorzichtig in dit gesprek. Dat is ook wel zo prettig voor De Kijkende Man. Anders zou die zich maar een indringer voelen.
Bij gesprekken die volgens zijn Vrouw soms overigens op ‘wijvengezeik’ dreigen uit te lopen. Terwijl alle deelnemers toch vooral niet als een ‘zeikwijf’ gezien willen worden. De Kijkende Man, een witte van middelbare leeftijd bovendien, laat zich nochtans braaf meenemen door deze Vrouwenfilm, waarin uiteenlopende onderwerpen zoals de smurfen (en hun smurfin), dickpics en stalkers ook aan bod komen.
In hun conversatie zit een onverholen pleidooi verscholen voor een zusterschap, een verbond van vrouwen (en mannen, misschien zelfs De Kijkende) die hun onderlinge verhoudingen opnieuw proberen te definiëren. Tenminste, dat is wat Hij – al schrijvende en zijn Vrouw die er naderhand over door wilde praten negerende – uit dat kleine uurtje pregnante en soms ook wat vrijblijvende Vrouwenpraat heeft weten te destilleren.
De omvang van het drama is nog altijd nauwelijks te bevatten. Bij Babi Yar, een ravijn nabij de Oekraïense hoofdstad Kiev, vindt in september 1944 een massa-executie plaats. Soldaten van het Duitse Sonderkommando 4a van de Einsatzgruppe C, bijgestaan door twee bataljons van de plaatselijke politie, vermoorden in totaal bijna 34.000 Joden.
Het lijkt een brute vergeldingsactie, voor tegenaanvallen die voor een ravage hebben gezorgd in het centrum van de Oekraïense stad. Even daarvoor hadden Duitse troepen Kiev dat nog met veel uiterlijk vertoon ingenomen. Ze hingen er posters op, van Adolf Hitler als grootmoedige bevrijder, en deelden vlaggetjes met hakenkruizen uit. En toen begonnen de explosies.
Als represaille wordt nu de complete Joodse gemeenschap van Kiev verwijderd: verdreven of afgeslacht. En de lokale bevolking ziet het aan en laat het gebeuren. ‘Per uur wordt het leven in de stad weer normaler’, schrijft een Duitsgezinde krant zelfs op 5 oktober 1941. ‘Kiev, bevrijd van de oriëntaalse barbaren, kan opgelucht ademhalen en aan een nieuw leven beginnen.’
Babi Yar. Context (121 min.) is opnieuw een documentaire waarin Sergei Loznitsa nauwgezet een stuk 20e eeuwse geschiedenis van Oost-Europa doorneemt. Met veelal zwart-wit filmfragmenten en foto’s, soms voorzien van een nieuwe geluidstrack, reconstrueert hij de aanloop naar en jarenlange afwikkeling van de moordpartij bij Babi Yar, die precies halverwege de vertelling is gesitueerd.
Loznitsa laat de beelden het werk doen en voegt zelf alleen verbindende teksten in beeld toe. Die zijn doorgaans feitelijk van aard. Als het lot van de Joodse gemeenschap zich heeft afgetekend, permitteert hij zich alleen een uitstapje naar een tekst van schrijver Vasily Grossman, Oekraïne Zonder Joden. In even simpele als verpletterende woorden schetst die de menselijke catastrofe.
En dan neemt het Rode Leger in 1943 Kiev en omgeving weer in. Met een militair vertoon, dat een kopie van de Duitse exercitie en de reactie daarop van de stadsbevolking lijkt. Als de Hitler-posters weer zijn verwijderd, kan een levensgroot portret van Stalin op zijn plek worden gehangen en claimt de latere Sovjet-leider Chroestjov de overwinning in deze zeer effectieve historische reconstructie.
Na de oorlog moeten een aantal betrokkenen zich voor een militair tribunaal verantwoorden voor de massa-executie. Loznitsa toont gedetailleerde verklaringen van enkele overlevenden/ooggetuigen en een Duitse SS-soldaat die zelf inschat dat hij ongeveer 120 mensen executeerde. En dan volgt de naargeestige afrekening op een schavot, ten overstaan van een enorme mensenmenigte.
De broers en zussen van de Iraanse fotograaf Alireza zijn kritisch. Van een aantal van hen is de relatie uitgelopen op een echtscheiding – en bij enkele andere huwelijken zou dat niet minder dan een bevrijding zijn geweest. Toch wil de alleenstaande vader, zelf ook net gescheiden, zijn dochter van veertien uithuwelijken. Hij zit in financiële problemen. En er heeft zich een goede huwelijkskandidaat voor Asal aangediend: Soroush is gelovig en komt uit een goede familie.
Één van Alireza’s broers schetst nochtans een weinig rooskleurig beeld van het leven van getrouwde vrouwen in Iran: ‘Ze dragen hun lot en proberen met hun man te leven.’, zegt hij nuchter in The Doll (33 min.). ‘Ik laat mijn dochter nooit jong trouwen, zelfs niet met de zoon van de president’, stelt een zus van Alireza daarom beslist. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd’, vult een andere broer nog lachend aan. ‘Die pruilt als hij groente moet eten.’
Alireza is echter onvermurwbaar. En Asal heeft zo haar eigen overwegingen blijkt uit deze korte docu van Elahe Esmaili, die zich als jonge Iraanse vrouw zorgen maakt over kinderhuwelijken. ‘Sommige van mijn klasgenoten zijn getrouwd’, zegt het meisje. ‘Zij hebben geen problemen op school. Ze worden met rust gelaten.’ De tiener is er ook wel van gecharmeerd dat haar aanbidder gummibeertjes en Nutella voor haar heeft gekocht. ‘Als hij dat niet had gedaan, waren we niet verloofd geweest.’
Asals oudste broer Amir, die overigens een stuk jonger lijkt dan zijn verliefde zus, is niet overtuigd. ‘Soroush heeft nog niet bewezen dat hij van m’n zus houdt’, zegt het aandoenlijke jongetje ferm, terwijl hij een grote teddybeer wiegt. ‘Ik ben een man van eer. Als iemand haar lastigvalt, sla ik z’n voorruit in.’ En anders hakt Amir hem, werkelijk waar, gewoon doormidden. Het joch moet alleen nog bedenken welk (speelgoed)zwaard hij daarvoor wil gebruiken.
Met al die verschillende stemmen uit één en dezelfde familie – waarin religie, gevoel, gezond verstand, praktische overwegingen én het ontspoorde huwelijk van Asals ouders doorklinken – laat Esmaili niet alleen verschillende perspectieven op het uithuwelijken van kinderen zien, maar schetst ze tevens een boeiend portret van haar land, dat met het ene been in z’n culturele traditie staat en met het andere in een zeer moderne werkelijkheid.
Hij oogt als een hoogbejaard kind. Sam Berns heeft Progeria, een aandoening waardoor hij vroegtijdig veroudert. In de hele wereld zijn er zo’n 250 kinderen met Progeria. Er bestaat geen remedie. De meeste van hen worden niet ouder dan dertien of veertien. Dan vallen ze ten prooi aan ouderdomskwalen of een hartinfarct.
Sam uit Foxborough, Massachusetts, is inmiddels dertien. Zijn ouders, Leslie Gordon en Scott Berns, zijn allebei arts en runnen hun eigen stichting, The Progeria Research Foundation. Ze hebben inmiddels het gen ontdekt dat Progeria veroorzaakt en het medicijn Lonafarnib gevonden, dat ze willen gaan uittesten op een kleine dertig kinderen uit zestien verschillende landen. De tijd dringt. Ze hopen dat hun kind nog de vruchten van hun inspanningen kan plukken.
Dat is de startpositie voor Life According To Sam (94 min.), waarin het echtpaar Sean Fine en Andrea Nix Fine zes kinderen en hun ouders volgt. Vanuit India, Canada, Italië, Pakistan en de Verenigde Staten participeren zij in het wetenschappelijke onderzoek van Sams ouders. Ze variëren in leeftijd van zes tot en met achttien jaar oud en hopen stuk voor stuk, waarschijnlijk tegen beter weten in, dat ze die dodelijke ziekte achter zich kunnen laten.
Intussen zoomen de Fines ook in op de gedreven Leslie en Scott, hun zoon en de race tegen de klok waarin zij al sinds zijn geboorte zijn verwikkeld. ‘Ik ga heel anders met de dood om dan de meeste andere mensen’, zegt Sam in deze documentaire uit 2013. Hij is in de voorgaande jaren al de nodige vriendjes kwijtgeraakt. ‘Kinderen met Progeria kunnen het gevecht soms niet winnen en komen te overlijden. Daaraan probeer ik niet al te veel te denken.’
Sam is natuurlijk meer dan zijn aandoening. Een gelauwerde leerling, om maar eens wat te noemen. Toch wordt zijn leven wel degelijk gedomineerd door Progeria. Het is bijvoorbeeld mooi en wrang tegelijk om te zien hoe de jongen als een soort eregast wordt ontvangen bij een optreden van zijn favoriete groep, The Dave Matthews Band. Vader Scott, zelf ook fan, zou echter graag afzien van deze voorkeursbehandeling, bekent hij, als dat zou betekenen dat Sam gezond en gewoon kind kon zijn.
In werkelijkheid is de familie Berns, dat maakt deze aangrijpende documentaire heel tastbaar, veroordeeld tot leven met een zandloper die zienderogen door zijn korrels heen begint te raken. En tot de hoop, die je als ouder nu eenmaal nooit mag laten varen, dat er toch nog op tijd een remedie wordt gevonden.
Hoe het Sam Berns en zijn ouders ná Life According To Sam is vergaan, is hier te lezen.