Jacinta

Jacinta (l) en Rosemary (r) / Hulu

Rosemary vindt het verschrikkelijk dat de gevangenisstraf van haar 26-jarige dochter Jacinta (105 min.) erop zit. Zelf heeft ze nog een jaar of drie te gaan. De twee vrouwen werden allebei op zeer jonge leeftijd moeder en kampen met een hardnekkige drugsverslaving. Is Jacinta Hunt nu wel in staat om van de heroïne af te blijven en bovendien een bestendige relatie op te bouwen met haar eigen tienjarige dochter Caylynn?

De vooruitzichten zijn ronduit slecht: de jonge vrouw is al eerder de fout ingegaan en heeft thuis in de Amerikaanse staat Maine een wel heel wankele basis om op terug te vallen. Want Jacinta is een telg van de lokaal beruchte familie Geisinger. Onvervalste ‘deplorables’, altijd in de weer met dope en/of criminaliteit. Haar halve familie – van haar broer tot de vader van haar kind – zit inmiddels in de bajes of is hard op weg om daarnaar terug te keren.

Filmmaker Jessica Earnshaw sluit drie jaar lang met haar camera aan bij Jacinta en haar verwanten en legt van zéér dichtbij hun strubbelingen met drugs, elkaar en het leven in het algemeen vast. Balancerend tussen hoop en wanhoop, tussen clean, helemaal van de wereld en ‘cold turkey’, lijken ze stuk voor stuk inwisselbare onderdelen van een volstrekt disfunctioneel familiesysteem, dat zichzelf al generaties lang in stand houdt.

Terwijl ze in de periode na haar vrijlating steeds twee stappen vooruit en één achteruit zet (of andersom), probeert Jacinta op de één of andere manier een relatie te onderhouden met Caylynn. ‘Heb ik nu de keuze gemaakt om high te worden, in plaats van mijn kind te zien?’ zegt ze op een ontmoedigend moment, ergens halverwege haar trip naar de uitgang/draaideur. ‘Ja. Maar dat gaat volledig tegen mijn eigen gevoel in.’

Haar dochter fungeert sowieso afwisselend als licht aan het einde van de tunnel en – als dit uit het zicht raakt – als onuitputtelijke bron voor wéér een periode duisternis. Jacinta’s pogingen om voor haar dochter een betere versie van zichzelf te vinden vormen daardoor een bij vlagen ronduit deprimerend verhaal, waarbij het nog maar de vraag is of ze zich uiteindelijk weet te ontworstelen aan het verwachtingspatroon dat anderen – en zijzelf – van haar hebben.

Hi My Name Is Jonny Polonsky

Humo

‘Ik wil niet alleen met hem in huis zijn’, zegt Iris Nechelput, de vriendin van Otto-Jan Ham. De radio- en televisiepresentator, die carrière maakte bij Studio Brussel, VIER en Canvas, heeft ‘t in zijn hoofd gehaald om zijn jeugdheld, de New Yorkse rocker Jonny Polonsky, over te laten komen voor een korte tournee door België – en om daar, dat lijkt ook al vanaf het allereerste begin het plan, een film over te maken.

Hoewel Polonsky allang in de vergetelheid is geraakt – als er al mensen zijn die zich zijn gruizige debuutalbum Hi My Name Is Jonny (1996), geproduceerd door Pixies-voorman Frank Black, überhaupt nog herinneren – is het Ham toch gelukt om enkele optredens te regelen in het najaar van 2020. Er is alleen nauwelijks budget. En dus zal de Amerikaanse zanger/songschrijver, waarmee hij zelf welgeteld één keer contact heeft gehad via Instagram, in zijn eigen huis in Halle moeten logeren.

Niet alleen daarmee neemt Otto-Jan Ham, die tevens zal optreden als tourmanager en er zelfs over fantaseert om bas te spelen in een speciaal samengestelde begeleidingsband rond Polonsky, een risico: zijn ontmoetingen met een grote held niet sowieso gedoemd om te mislukken? De Jonny Polonsky van toen, die hij overigens nooit zag optreden, kan zomaar een arrogante kwal, schim van zijn vroegere zelf of suffe broodmuzikant zijn geworden. Een man die je berooft van dromen.

Als de Amerikaan arriveert op vliegveld Zaventem staat Ham, ter zijde gestaan door cameraman Sjoerd Tanghe, hem met een naambordje op te wachten. De tour door Vlaanderen, met een uitstapje naar Amsterdam, en de weerslag daarvan, Hi My Name Is Jonny Polonsky (70 min.), kunnen nu echt beginnen. Van tevoren legt Ham voor de zekerheid nog wel even zijn oor te luister bij musici als Mauro Pawlowski, Stijn Meuris en Isolde Lasoen. Die muziek van Polonsky is toch helemaal oké? 

De man die zich in het huis van zijn superfan meldt en beleefd onderhoudt met diens kinderen blijft alleen een enigma. Hij houdt zich in gesprekken steeds op de vlakte en doet tijdens optredens in bars en achterafzaaltjes gewoon zijn ding, terwijl zijn grootste fan, tourmanager en bassist in spe – al heeft Jonny daarvan nog geen idee – zijn uiterste best doet om het hem naar de zin te maken. In de hoop dat de vonk nog eens ouderwets overslaat.

Het blijkt een uitstekend recept voor lol, ongemak, stress en – hopelijk – vlammende rock & roll in deze smeuïge roadmovie, die werkt als een aanstekelijke ode aan live-muziek en het onbekommerd, tegen beter weten in zelfs, najagen van ’s mans jeugddromen.

Hi My Name Is Jonny Polonsky is hier te bekijken.

Not Carol

AVROTROS

Nee, niet Carol! Alle direct betrokkenen – Carol Coronado’s echtgenoot Rudy, moeder Julie, zus Robyn, schoonzus Sandra en vrienden uit de buurt – benadrukken het nog maar eens: ze was zo’n getalenteerde vrouw, zo’n fijne vriendin en zo’n lieve moeder. Toch sloegen op 20 mei 2014 de stoppen door bij Carol: in een vlaag van verstandsverbijstering doodde ze haar drie dochtertjes Sophia, Yazmine  en Xenia.

In de Twin Towers-gevangenis te Los Angeles wacht Carol haar berechting af. Ze weet manlief Rudy daarbij nog altijd aan haar zijde. Hij blijft ervan overtuigd dat zij eigenlijk ‘een veel beter mens’ is dan hij. Toch kunnen de dramatische gebeurtenissen in Not Carol (73 min.) eigenlijk niet als een verrassing zijn gekomen voor Carols directe omgeving. Na de geboorte van haar derde kind in slechts drie jaar tijd begon ze steeds opzichtiger te ontsporen.

Terwijl de zaak tegen Carol Coronado voor het gerecht wordt gebracht, zoomt deze documentaire van Eamonn Harrington en John Watkin uit naar het grotere thema: postpartum psychose. Een thema waarvoor doorgaans, ook door schaamte, weinig aandacht is. Enkele lotgenoten van Carol, en hun verwanten/nabestaanden, vertellen hoe de ‘babyblues’ die na de geboorte van een kind kan volgen ook bij hen steeds naargeestigere vormen begon aan te nemen.

Carols casus wordt zo in een breder perspectief geplaatst. Tegelijkertijd is duidelijk dat er in haar geval ook sprake was van erfelijke aanleg en een keten van traumatische ervaringen. De vrouw die in opdracht van de stemmen in haar hoofd de tweejarige peuter Sophia, haar eenjarige zusje Yazmine en de drie maanden oude baby Xenia van het leven beroofde en daarna de hand aan zichzelf probeerde te slaan was een ander. Niet Carol.

Help Me

BNNVARA

De ene na de andere beller meldt zich tijdens de Corona-periode bij de medewerkers van het crisisinterventieteam Hart van Brabant in Tilburg. Met al dan niet expliciet geformuleerde hulpvragen rond suïcidale gedachten, drank- en drugsverslaving of complotten. En de dreiging van agressie lijkt ook alomtegenwoordig in of rond de eigen woning: van een ontspoorde zoon of dochter, de verwarde buurman of een gewelddadige (ex-)partner.

Het leeuwendeel van de duizenden meldingen van noodsituaties die jaarlijks binnenkomen bij het team, is terug te brengen tot een eenvoudig verzoek: Help Me (46 min.). Voor de camera van Hetty Nietsch staan casemanager Sietske Martens en haar collega’s zulke bellers empathisch te woord. Ze proberen ondertussen vast te stellen hoe hoog de nood is en of ingrijpen noodzakelijk lijkt. Soms overleggen ze ook even met een collega of blazen stoom af bij elkaar. Want sommige telefoontjes gaan ook hen niet in de koude kleren zitten.

Deze tv-docu bestaat vrijwel volledig uit zulke gesprekken, waarbij de hulpvragen consequent zijn geanonimiseerd en de bijdragen van de bellers opnieuw zijn ingesproken door acteurs (en dat is, helaas, meestal ook voel- en hoorbaar). Dit geheel wordt door Martens, buiten beeld, van context en duiding voorzien. Zo wordt het leven achter Neerlands voordeur, waar de spanning gedurende lange tijd of zomaar ineens flink kan oplopen, treffend inzichtelijk gemaakt. Net als de pogingen van betrokken en gedreven hulpverleners om de lont, al is het maar tijdelijk, uit het kruitvat te krijgen.

Catching A Killer: A Diary from The Grave

Channel 4

Als de gepensioneerde Britse schooldirectrice Ann Moore-Martin uit het kleine plaatsje Maids Moreton in mei 2017 onder verdachte omstandigheden komt te overlijden, besluit de plaatselijke politie om ook een sterfgeval van twee jaar eerder te onderzoeken: de dood van haar buurman, de leraar Engels Peter Farquhar. Die leek destijds te zijn gestorven aan een alcoholvergiftiging.

De twee sterfgevallen hebben één ding met elkaar gemeen: de overledenen hadden allebei een innige vriendschap opgebouwd met Ben Field, een 26-jarige jongeman die in opleiding is om Anglicaans priester te worden. En hij is door hen allebei opgenomen in hun testament. Hoofdrechercheur Mark Glover voelt aan z’n water dat er iets niet klopt. Dit zou wel eens een dubbele moord kunnen zijn.

In Catching A Killer: A Diary from The Grave (82 min.) sluiten Jezza Neumann en Jess Stevenson aan bij het politieonderzoek dat vervolgens op gang komt. Ze kijken mee als het rechercheteam van Thames Valley stuit op Peters dagboek en besluit om zijn lichaam op te graven. Daar zit ook meteen de kracht van deze misdaaddocu: de zaak wordt niet achteraf gereconstrueerd maar ontwikkelt zich echt voor de camera.

De filmmakers lijken toegang te hebben gekregen tot alle belangrijke ontwikkelingen in de zaak, leggen die als de spreekwoordelijke vlieg op de muur vast en presenteren de gebeurtenissen vervolgens zonder al te veel poespas. Via uitgebreide interviews met agenten, verwanten en getuigen worden bovendien Fields doopceel gelicht en de beschuldigingen tegen hem gedetailleerd in kaart gebracht. 

Het resultaat is een interessant inkijkje bij een moordonderzoek, dat uiteindelijk enkele jaren in beslag zal nemen. Glover en zijn teamleden moeten over een heel lange adem beschikken om de schuldigen in de kraag te kunnen vatten.

Gurrumul

Drie dagen voor zijn dood op 25 juli 2017 zou Geoffrey Gurrumul Yunupingu zijn goedkeuring aan deze film hebben gegeven. En dat was al heel wat. Want Gurrumul (96 min.) stond niet te boek als een grote prater. Sterker: de begenadigde Australische muzikant zei meestal geen woord. Zijn muziek vertelde alles wat hij had te zeggen. Over zijn identiteit als (blinde) aboriginal uit Galiwikin’ku, in het noorden van het land.

Vragen van journalisten of fans liet de zoon van de Yolnu-stam doorgaans over aan zijn jonge, witte producer Michael Hohnen, die behalve zijn muzikale rechterhand en personal assistant ook z’n spreekbuis werd. En als zijn ‘broeder’ geschoren moest worden, haalde de ‘balanda’ Michael, getuige deze boeiende documentaire van Paul Damien Williams uit 2018, ook gerust het scheerschuim voor de dag en schoor hem vervolgens liefdevol.

Behalve een innemend portret van een ondoorgrondelijke man en volstrekt oorspronkelijke zanger/gitarist, die volgens zijn vader kon zien met zijn hart, is deze film ook een diepe duik in de Australische aboriginal-cultuur, die regelmatig haaks lijkt te staan op de mores van de westerse wereld. De eigen rituelen en tradities zijn daarbij leidend en krijgen voorrang op zoiets triviaals als een uitgekiende carrièreplanning.

Een mismatch ligt dus voortdurend op de loer. Dat komt bijzonder treffend tot uiting in een schurende scène met Sting, waarbij het voor Gurrumul in eerste instantie onmogelijk lijkt om een bijdrage te leveren aan een live-uitvoering van diens popklassieker Every Breath You Take. Uiteindelijk vinden de twee rasmuzikanten elkaar tóch in de universele taal die ze allebei tot in de finesses beheersen en zingt de Australische zanger zich moeiteloos ieders hart in.

‘Gurrumul bouwde een brug tussen de Yolnu en balanda’, zegt een familielid treffend. ‘Hij maakte een brug voor ons, zodat wij daarnaartoe kunnen gaan.’ Nadat Gurrumul zich op slechts 46-jarige leeftijd in het hiernamaals bij zijn voorouders voegde, zijn ’s mans naam en muziek dan ook gedurig blijven rondzingen. Als één van de belangrijkste exponenten van authentiek Australische cultuur.

Requiem For Auschwitz

Pink Moon

Ruim twintig jaar heeft componist Roger Moreno-Rathgeb gewerkt aan zijn Requiem For Auschwitz (64 min.). Binnen drie weken had hij de eerste zes delen, bijna drie kwartier muziek, min of meer klaar. En toen stokte zijn dadendrang, vertelt hij in Bob Entrops documentaire Een Stukje Blauw In De Lucht uit 2008. Hij voelde zich helemaal leeg en besloot om zelf een kijkje te gaan nemen bij het vernietigingskamp, waar meer dan een half miljoen leden van zijn gemeenschap, de Sinti en Roma, werden vermoord. ‘En toen was het helemaal voorbij met de inspiratie.’

Uiteindelijk heeft Moreno-Rathgeb de draad toch weer opgepakt, zo blijkt uit deze vervolgfilm van Bob Entrop, de Bredase filmmaker die zich in de afgelopen jaren heeft opgeworpen als chroniqueur van de Nederlandse zigeunergemeenschap. Entrop heeft op die manier een belangrijke rol gespeeld bij zowel de emancipatie van de Nederlandse Sinti en Roma als de erkenning dat ook zij tot de belangrijkste slachtoffers van het verderfelijke naziregime behoren. Ook al wilden – of konden – ze daar in eerste instantie vaak nauwelijks over praten.

In deze documentaire mag natuurlijk ook dat ene hartverscheurende beeld van Settela Steinbach, het meisje dat na de oorlog was uitgegroeid tot hét symbool van de vervolging van Nederlandse Joden, niet ontbreken. Vanuit een treinwagon op Kamp Westerbork kijkt de tiener, die op weg moet naar Auschwitz, desolaat de wereld in. Pas in 1994, vijftig jaar na dato, ontdekte de journalist Aad Wagenaar dat het in werkelijkheid om een Limburgs Sinti-meisje ging. Settela werd opnieuw een symbool: voor de afgevoerde Nederlandse zigeuners en hoe weinig aandacht daarvoor tot dan toe was geweest.

Die tragedie – het verwoesten van een complete gemeenschap en het zwijgen daarover – komt in deze film indringend tot uiting in scènes waarin jonge Sinti en Roma worden geconfronteerd met de herinneringen van vertegenwoordigers van een eerdere generatie zigeuners die de vernietigingskampen overleefden. Intussen is het muziekstuk van Roger Moreno-Rathgeb dan toch klaar om uitgevoerd te worden. Ter voorbereiding daarop brengt de componist met leden van het Nederlands Begeleidingsorkest een bezoek aan Auschwitz-Birkenau. Zodat ze weten en voelen wat ze gaan musiceren.

De beelden van overlevenden die afdalen in het diepste van hun zwartgeblakerde ziel en anderen die zich bij de plekken des onheils en bijbehorende monumenten proberen in te leven hoe het geweest moet zijn om volledig overgeleverd te raken aan een moorddadig regime, mogen dan inmiddels overbekend zijn, echt wennen doen ze nooit. Deze documentaire benadrukt nog maar eens het belang van dat herinneren en herdenken en voegt daar de helende kracht die muziek, hopelijk, kan hebben aan toe. Als balsem voor de gebutste ziel.

Tandzorgen

Human

Het sociale gezicht van een land wordt vaak weerspiegeld in de glimlach van zijn inwoners. Want mensen die weinig hebben te besteden willen nog wel eens besparen op tandzorg. En voor ze het weten, hebben ze zomaar een pijnlijk zichtbare bezuinigingspost in hun aangezicht. Zij denken nog wel eens een keer na voordat ze een ander tegemoet treden met een kamerbrede glimlach.

Elke donderdagmiddag houdt de van oorsprong Zuid-Afrikaanse tandarts Didi Landman in Rotterdam een gratis spreekuur voor dak- en thuislozen. Ze melden zich bij haar met ontstoken tandvlees, kiespijn en/of rotte tanden. ‘Ik ben helemaal blij’, zegt één van de patiënten blij als ze zichzelf na de behandeling bekijkt in de spiegel. Praten gaat nog wat moeilijk, maar glimlachen des te beter.

Landman is van mening dat de gezondheidszorg in Nederland over het algemeen goed is geregeld. Alleen de tandheelkundige zorg moet zo snel mogelijk weer worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering, zegt ze in de korte documentaire Tandzorgen (16 min.). Dan kunnen ‘haar’ mensen weer hun plek in de samenleving innemen, gaan solliciteren en een partner vinden.

Dat lijkt, getuige deze boeiende kleine film van Marcel Ouddeken, erg hoog gegrepen voor sommige patiënten. Zij kampen met een hardnekkige drugs- of alcoholverslaving en hebben al moeite om bij een volgende afspraak te verschijnen en de (gratis) behandeling af te ronden. Tegelijkertijd is ook helder dat een gaaf gebit een heilzaam effect kan hebben op hun zelfvertrouwen en -respect.

Met relatief eenvoudige ingrepen kunnen zij – en de in totaal anderhalf miljoen Nederlanders die, nadat de mondzorg in 2006 uit het basispakket is gehaald, nooit meer bij de tandarts komen – zich in alle opzichten beter gaan voelen.

Elin

KRO-NCRV

Ze wil weten wat er in haar kind omgaat. Elin (86 min.) heeft zoveel te vertellen, maar het komt er heel moeilijk uit. Het meisje heeft rond haar geboorte een hersen- en gehoorbeschadiging opgelopen en is bijzonder lastig te verstaan. Elins vader Patrick en tweelingzus Bente kunnen haar lang niet altijd begrijpen. En de buitenwereld al helemaal niet. Haar moeder Marie-José Schelvis weigert zich daarbij neer te leggen: zeker nu de puberteit voor de deur staat wil ze dat haar kind zich kan uiten. Anders zit Elin ‘nog meer gevangen in haar eigen lijf’.

Marie-José wil ook haar eigen verhaal kwijt. Ze blogt over haar ervaringen als moeder van een zwaar gehandicapt kind. Die blogs fungeren tevens als anker voor deze observerende documentaire van Cinta Forger en Walther Grotenhuis. ‘Ik ben moe’, schrijft Marie-José bijvoorbeeld, als ze lijkt af te stevenen op een burn-out. ‘En weet je? Ik mag moe zijn. Het is geen normale situatie. Ik moet het niet meer continu bagatelliseren. Mijn emmer is nooit helemaal leeg, dat accepteer ik, maar misschien krijg ik hem af en toe halfleeg.’

Samen met haar echtgenoot Patrick, die voor zijn werk regelmatig naar het buitenland moet, zoekt Marie-José naar een geschikte spraakcomputer, die Elin met haar mond kan aansturen. Dit wordt een intensief en frustrerend proces, dat in deze aangrijpende film met begrip, compassie en oog voor detail is opgetekend. Werkelijk alle betrokkenen lopen over van de goede wil, maar zelfs zoiets praktisch als het bestellen van een aardbeienijsje – laat staan het uiten van gedachten of gevoelens – heeft al veel meer voeten in de aarde dan wie dan ook wil.

Intussen houdt Marie-José zich ook bezig met de vraag hoe het verder moet met haar dochter als zij niet meer haar ‘handen en tolk’ kan zijn. Elin lijkt op haar eigen manier eveneens gericht op volwassen worden. Van tekenfilmseries verlegt ze haar aandacht naar games, waarin ze – aan de zijde van haar tweelingzus – even helemaal vrij kan zijn. En op Elins kamer in het nieuwe huis dat het gezin, mede voor haar, betrekt moet een vliegtuigenbehang komen. Zodat ze zich, in elk geval in gedachten, soms los kan maken van dat onwillige lijf, om frank en vrij de wereld te verkennen.

Marie-José Schelvis cijfert zich vrijwel volledig weg voor haar opvallend montere kind. Het evenwicht in haar leven, tussen de vastberaden liefde die ze als moeder voelt voor haar dochter en de verantwoordelijkheid die ze voor datzelfde meisje moet (en koste wat het kost ook: wil) dragen lijkt nochtans broos en is afhankelijk van kleine overwinninkjes. Die bieden hoop voor Elins toekomst.

Dit Was Aad, Goedenavond

KRO-NCRV

‘Hoe kan dat nou, iemand die zoveel betekend heeft voor de Nederlandse televisie?’ vraagt Mark van den Heuvel zich enigszins verontwaardigd af, als hij samen met zijn zus Caroline ontdekt dat hun vader Aad ontbreekt op de Wall of Fame van museum Beeld & Geluid te Hilversum. ‘Met Brandpunt, met de Alles Is Anders-show, met de J.C.J. Van Speykshow, met Ook Dat Nog!, waar ook vier miljoen mensen naar keken. Ja, dan mag er toch op zijn minst wel iets tastbaars hier te vinden zijn.’

Het overlijden van journalist en televisiemaker Aad van den Heuvel ging in de zomer van 2020 ook al enigszins verloren in het nieuws over de Coronacrisis. Zijn kinderen Mark en Caroline, die in navolging van hun vader eveneens in de journalistiek terecht zijn gekomen, betreuren dat. Met Dit Was Aad, Goedenavond (50 min.) richten ze alsnog een televisiemonumentje op voor de man die zij overigens consequent ‘Aad’ noemen, een pionier die altijd de wijde wereld opzocht en mede daardoor als vader wat op afstand bleef.

Mark bezoekt bijvoorbeeld samen met zijn jeugdvriend Matthijs van Nieuwkerk idyllische plekken uit hun jeugd die ze associëren met Aad, gaat op audiëntie bij Joop van den Ende en ontmoet Youp van ‘t Hek, die doorbrak met een optreden in een tv-programma van zijn vader. Caroline spreekt op haar beurt af met collega’s als Catherine Keyl en Fons de Poel, kijkt met cameraman Ron van der Lugt ruw materiaal uit Rwanda terug en zoekt Aads weduwe Annette op, om beelden uit hun privé-archief te bekijken.

Hun vader had last van het tegendeel van heimwee. ‘Fernweh’, noemde Aad van den Heuvel dat zelf. Hij wilde zijn waar het gebeurde. En dus deed hij bijvoorbeeld vanuit Memphis verslag van de moord op Martin Luther King, was hij ooggetuige van een bombardement in Biafra en kon hij de Indonesische leider Soekarno net voordat die afstand moest doen van de macht nog een vileine vraag stellen. Toen hij later in zijn carrière aan het lichtere werk begon, bleef zijn betrokkenheid bij de wereld.

Volgens Anna Visser, met wie Aad van den Heuvel de idealistische omroep Llink oprichtte, was hij ‘behoorlijk woke voor een witte oude man’. En zo gaat hij ook de herinnering in: als een westerse journalist die altijd over de grenzen van zijn eigen wereld heen wilde kijken.

Hunting The Essex Lorry Killers

BBC

Maurice Robinson, de 25-jarige chauffeur van de vrachtwagen, vertrekt in eerste instantie geen spier als hij wordt gearresteerd. In de container achter z’n truck zijn op 23 oktober 2019 39 lijken gevonden. De politie heeft via een tekening weergegeven hoe ze zijn aangetroffen. Het geheel oogt als de schematische plattegrond van een aan te schaffen tent. Alleen liggen de lichamen, gemarkeerd met de letter V van Victim en een willekeurig nummer, niet netjes verspreid over de ruimte, maar op, over of onder elkaar. 

Een grootschalig politieonderzoek komt op gang, allereerst naar de identiteit van al die gezichtsloze poppetjes, gestikt op hun weg naar een beter leven. En daarna is het een kwestie van Hunting The Essex Lorry Killers (60 min.), een jacht op gewetenloze mensenhandelaars, die vermoedelijk nog veel meer bloed aan hun handen hebben. Via het verhoor van Robinson – getuige of toch verdachte? – en zijn gedrag in de voorgaande 24 uur, gereconstrueerd met gegevens van zijn mobiele telefoon en beelden van beveiligingscamera’s, komt het rechercheteam steeds dichter bij wat er zich heeft afgespeeld rond die verdoemde truck.

Terwijl de politiemensen in deze zeer gedegen documentaire van Niamh Kennedy stapsgewijs hun onderzoek doorlopen en gaandeweg stuiten op een internationaal netwerk van mensensmokkelaars, geven enkele nabestaanden de 39 slachtoffers een gezicht. Van anonieme ‘gelukszoekers’ worden zij weer mensen met dromen, idealen én een volwaardig leven. Dat hebben ze definitief moeten achterlaten, in de diepste krochten van het Europese niemandsland waar wetteloosheid regeert en het slechtste in de mens – of althans in sommige mensen – komt bovendrijven.

Akwasi

Videoland

Die ene omstreden uitspraak tijdens de Black Lives Matter-demonstratie van 1 juni 2020 vormt het startpunt voor de documentaire Akwasi (51 min.): ‘Op het moment dat ik in november een Zwarte Piet zie, ik trap hoogstpersoonlijk op z’n gezicht.’ De ‘slip of the tongue’ gaat in de maanden daarna een eigen leven leiden en zet allerlei ontwikkelingen in gang, waardoor de welbespraakte rapper indringend wordt geconfronteerd met de wereld om hem heen én zichzelf.

Johan Derksen, Geert Wilders en talloze anonieme onverlaten gaan helemaal los op Akwasi Ansah, die wordt weggezet als de archetypische ‘angry black man’. Al snel volgen er concrete bedreigingen. ‘Ik denk dat heel veel witte mensen zwarte mensen accepteren, tolereren, zolang je aan het beeld dat zij van je hebben voldoet’, zegt zijn vriend Mitchell Esajas. Hij legt uit: ‘Je mag protesteren, maar wel vreedzaam. Je mag iets zeggen over racisme, maar wel wanneer wij dat acceptabel vinden, dus niet tijdens de Sinterklaasperiode. Doe het maar daarbuiten.’

Deze documentaire van Remco Garcia laat met persoonlijke vlogs en intieme beelden vanuit de familiekring zien welke impact de commotie en dreigementen hebben op Akwasi, zijn vrouw Ahisha Ansah en hun kinderen, bijvoorbeeld als er een poederbrief wordt bezorgd of een stel boosaardige zwarte pieten voor de deur staat. Medestanders zoals schrijver Adriaan van Dis, rapper Bizzey, documentairemaker Sunny Bergman en rapper/zanger Typhoon geven daarbij duiding en context.

Iets meer tegengeluid of kritische vragen over Akwasi’s eigen rol in de controverses zouden daarbij welkom zijn geweest, al is het duidelijk niet Garcia’s bedoeling om z’n hoofdpersoon het vuur aan de schenen te leggen. Deze film wil zijn kant van het verhaal laten zien en werkt uiteindelijk toe naar het moment waarop Akwasi, in het najaar van 2020, betrokken raakt bij de ledenwerfactie van Omroep Zwart, dat een nieuw, kleurrijk geluid wil toevoegen aan het vaderlandse omroepbestel.

Daarmee lijkt het verhaal van deze uitgesproken stem van het hedendaagse Nederland overigens nog lang niet afgerond. Deze film is vooral een tussenopname, de weerslag van een formatieve periode uit zijn bestaan als opinieleider.

For Heaven’s Sake

Ziggo

De 31-jarige Harold Heaven vertrok in het weekend van 27 oktober uit zijn afgelegen hut en werd daarna nooit meer gezien. Het is een kwestie die de Canadese familie Heaven uit Haliburton County, Ontario, al geruime tijd bezighoudt: wat zou er toch met hem zijn gebeurd? Een familielid, de nerdy acteur/comedian Mike Mildon, en zijn doortastende vriend Jackson Rowe, twee ontzettende true crime-fans, besluiten om de cold case – zeg maar gerust: icecold case! – te gaan onderzoeken voor hun eigen epische misdaadklassieker: de achtdelige docuserie For Heaven’s Sake (244 min.), geregisseerd door Tim Johnson.

Één ding weet het olijke duo zeker: Harold Heaven zelf zullen ze niet meer vinden. Hij verdween immers al in 1934 en zou inmiddels zo’n 115 jaar oud zijn. En al zijn vrienden, mogelijke getuigen en potentiële verdachten zijn natuurlijk ook allang kassiewijlen. Mike en Jackson zijn voor hun kansloze missie (?) dus aangewezen op het originele politieonderzoek én op de Heaven-familie. Want die brengt al generaties lang amateurdetectives voort, op wie de verdwijning van Harold een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent. En één ding weten die dan weer zeker: hun excentrieke (oud-)oudoom stierf beslist geen natuurlijke dood.

De twee speurneuzen lopen in elke aflevering een andere onderzoekspiste af: van zelfdoding en criminele wegwerkers tot boze buurmannen en ontvoering door buitenaardse wezens. Intussen diepen ze allerlei bewijsmateriaal op, doen hoogstpersoonlijk onderzoek, laten enkele cruciale gebeurtenissen naspelen en tuigen natuurlijk een heus true crime-overzichtsbord met verdachten, motieven en dwarsverbanden op. Wat lijkt te beginnen als een uit de hand gelopen grap krijgt gaandeweg een serieuzer karakter. Met hun zoektocht krijgen Mike en Jackson daadwerkelijk het nodige boven tafel en slagen ze er ook in om de wereld van die ene verdwenen man op te roepen.

Een wereld waarin wel eens geen plek zou kunnen zijn geweest voor een ‘zonderling’ zoals Harold Heaven. En hoewel deze slimme true crime-pastiche zowaar nog best spannend wordt ook, ontleent For Heaven’s Sake, lekker laconiek verteld en met veel melige humor, z’n bestaansrecht toch vooral aan zijn bijzondere positionering: op het kruispunt van familiemythe, lokale geschiedschrijving en ‘urban legend’. Waar de jacht, zoals dat gaat in dit soort amateurdetective-producties, bijna altijd mooier is dan de vangst…

Nuit Et Brouillard

Het is onmogelijk voor ons, kinderen van de 21e eeuw, om mentaal terug te keren naar de jaren van direct na de Tweede Wereldoorlog. Toen de volle omvang duidelijk begon te worden van wat Nazi-Duitsland had aangericht. Nuit Et Brouillard (32 min.) dateert uit die periode. 1955, om precies te zijn. Tien jaar na de capitulatie van de Duitsers is het bloed in Auschwitz opgedroogd, groeit er onkruid en is het bedrieglijk stil. Toch ademt de plek waar ooit de dood regeerde volgens verteller Michel Bouquet nog altijd onheil.

Het is voor ons – kijkers die zich vast al eens hebben ondergedompeld in pak ‘m Holocaust, Shoah, Schindler’s List, Night Will Fall en/of Son Of Saul – natuurlijk onmogelijk om weer níet te zien. Om deze korte, essayistische documentaire van de vermaarde Franse cineast Alain Resnais (Hiroshima Mon Amour, L’Année Dernière A Marienbad en Mon Oncle D’Amérique) te bekijken zoals hij destijds is gezien. Door mensen die de oorlog zelf hadden meegemaakt, dagelijks worstelden met de gevolgen ervan of hem maar al te graag probeerden te vergeten.

De militaire parades, de spoorlijnen, de barakken, natuurlijk. Het prikkeldraad, het afbeulen, het gas, niet (nooit!) te vergeten. Iconische beelden ook van Tsvi Chaim Nussbaum, dat hartverscheurende jongetje in het getto van Warschau, en van Settela, het Nederlandse zigeunermeisje in de trein naar het vernietigingskamp dat toen, in de jaren vijftig, nog onterecht voor een Joodse tiener werd aangezien. En het ogenschijnlijk onbekommerde leventje van de kampbewakers afgezet tegen het ronduit onbeschrijflijke leed van de door hen bewaakten.

Scriptschrijver Jean Cayrol, zelf een overlevende van de kampen, brengt die tragedie tóch onder woorden. Hij heeft verteller Bouquet voorzien van een messcherpe tekst. ‘De mensen die links staan worden aan het werk gezet’, laat hij hem bijvoorbeeld droog constateren, bij beelden van rijen gevangenen in het kamp. ‘En de mensen rechts hebben nog een paar minuten voordat ze worden vernietigd.’ En dat lot, het onmenselijke einde en de al even inhumane afhandeling daarvan, wordt door Resnais zéér expliciet in beeld gebracht.

Nuit Et Brouillard wordt daardoor niets minder dan een hellegang door het vernietigingskamp, die ook een kleine zeventig jaar later nog altijd nauwelijks om aan te zien is. Terwijl kijken, onder ogen blijven zien, erkennen, eigenlijk niets minder dan onze collectieve plicht is.

A Parked Life

Docmakers

Terwijl hij zijn truck door heel Europa stuurt, heeft Petar Doychev de rest van zijn leven noodgedwongen geparkeerd. De Bulgaarse chauffeur is soms maandenlang van huis. ‘Zonder vrouw die ons vertelt wat we moeten doen zijn wij mannen verloren’, constateert hij, niet zonder zelfspot. ‘Daarom heeft God ons de tachograaf gegeven.’ En die heeft volgens Petar ‘een foutloos geheugen en is klaar om je kleinste foutjes tegen je te gebruiken’. Dus: ‘geen tieten, geen kont’.

Petar is één van de talloze Oost-Europese chauffeurs die het leeuwendeel van het jaar onderweg zijn. Terwijl hij van de ene naar de andere uithoek van het continent rijdt, verliest de trucker langzamerhand het contact met zijn vrouw Snezhina en hun zoontje Jordan, die hij met zijn werk, waaraan hij eigenlijk een gloeiende hekel heeft, probeert te onderhouden. Zoals een collega, die zich herkent in Petars ervaringen, ’t treffend uitdrukt: een leven, vervlogen in de vrachtwagencabine.

In A Parked Life (76 min.) observeert documentairemaker Peter Triest gedurende meerdere jaren het leven van zijn hoofdpersoon, een man die zich steeds meer bewust wordt van wat hij thuis, vaak duizenden kilometers ver weg, allemaal mist. Toen zijn zoon werd geboren, was hij bijvoorbeeld aan het werk in Zweden. En nu zijn echtgenote erop staat dat Jordan eindelijk, na bijna vier jaar uitstel, wordt gedoopt, dreigt hij opnieuw verstek te moeten laten gaan.

Deze roadmovie, waarin Petar via een monologue intérieur mijmert over zijn leven, zet uiteindelijk koers naar het binnenste van de hoofdpersoon. Dit leven kost hem zowat alles, maar wat levert het eigenlijk op? ‘Houd van me en respecteer me omdat ik zorg dat je niet op straat hoeft te wonen’, bijt Petar Snezhina niet voor niets toe tijdens één van hun telefonische ruzies. Met de beste bedoelingen van de wereld heeft hij zichzelf gereduceerd tot een man die elke drie maanden het vlees aansnijdt.

Triest vangt de eenzaamheid, monotonie en vervreemding van Petars nomadenbestaan in straffe snapshots van het leven onderweg: van de verplichte eindeloze files, het barre weer, de wasserettes op een pleisterplaats, het provisorische koken bij de vrachtwagen en het rijden met lege pallets. En ook de lotsverbondenheid met andere chauffeurs, vervat in een spontaan avondje kletsen en drinken, aan wie het leven net zo snel voorbij trekt als het Europese wegennetwerk.

En dan te bedenken dat Petar Doychev ooit droomde van een bestaan als astronaut. ‘Elk jaar rijd ik net zo ver als de afstand naar de maan’ constateert hij somber, in de wetenschap dat hij alleen maar verder verwijderd raakt van alles wat hem lief is.

Never Stop Dreaming: The Life And Legacy Of Shimon Peres

Netflix

Als na ruim zes minuten de toch al behoorlijk aanwezige klassieke muziek verder aanzwelt en de titel van de documentaire – Never Stop Dreaming: The Life And Legacy Of Shimon Peres (129 min.) – in beeld verschijnt, heeft verteller George Clooney eigenlijk het complete levensverhaal van Peres al afgeraffeld: hij werd geboren in Oost-Europa, ontwikkelde zich in zijn nieuwe vaderland Israël van een onvervalste havik tot een prominente vredesduif en bleef tot op hoge leeftijd politiek actief.

In diezelfde zes minuten hebben drie Amerikaanse presidenten (Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama) alsmede de voormalige Britse premier Tony Blair, zangeres Barbra Streisand en Simon Peres’ zoon Chemi en kleindochter Mika al gul de loftrompet laten schallen over de hoofdpersoon, waarna die de kijker hoogstpersoonlijk nog een persoonlijke opdracht meegeeft. ‘Altijd optimistisch zijn, maar nooit tevreden’, zegt hij. ‘Toe maar, droom!’ En dan heeft deze lijvige (auto)biografie nog ruim twee uur te gaan…

Natuurlijk begint regisseur Richard Trank daarna gewoon weer bij het begin: ‘s mans geboorte op 2 augustus 1923 in het Joodse dorp Vishnjeva in (dan nog) Polen. Hij werkt vervolgens netjes zijn leven af totdat dit in 2016 vredig eindigt. Peres zal in die ruim negentig jaar betrokken raken bij vrijwel alle kerngebeurtenissen in Israëls woelige historie, met als dieptepunt de moord op premier Yithzak Rabin in 1995. Samen sloten ze twee jaar eerder een vredesakkoord met de Palestijnse leider Yasser Arafat.

De gelauwerde hoofdpersoon, zelf ook meermaals minister-president van zijn nieuwe vaderland, krijgt alle ruimte om zijn kant van het verhaal goed in de verf te zetten en wordt daarbij terzijde gestaan door zijn biograaf Michael Bar-Zohar. De film is goed gedocumenteerd en behandelt consciëntieus alle hoogte- en dieptepunten uit het veelbewogen bestaan van deze gelauwerde politieke overlever, maar is tegelijkertijd ook wel erg braaf en conventioneel van opzet. Maar dat was al na zes minuten al glashelder.

D.B. Cooper: Where Are You?!

Netflix

‘Mijn naam is D.B. Cooper.’

‘Mijn naam is D.B. Cooper.’

‘Mijn naam is D.B. Cooper.’

Je hoort het Wie Van De Drie’s gastheer bijna zeggen: ‘Mijn naam is D.B. Cooper. Ik heb op 24 november 1971 een vliegtuig gekaapt en ben daarna met een parachute en 200.000 dollar losgeld uit een Boeing 727 gesprongen. Sindsdien ben ik nooit meer gezien. Was getekend, D.B. Cooper.’

Ja, de premisse van de joyeuze vierdelige docuserie D.B. Cooper: Where Are You?! (169 min.) heeft wel wat weg van het bekende televisieprogramma Wie Van De Drie. Alleen zijn er inmiddels véél meer dan drie gegadigden voor de ‘rol’ van Dan Cooper. D.B. is de broer, neef of oom van de één, een buurman of collega van een ander. Werkelijk Jan en alleman speculeert over wie deze meesterdief zou kunnen zijn, onlangs nog in de delicieuze documentaire The Mystery Of D.B. Cooper.

Daarbij is de lijn tussen het doen van min of meer serieus onderzoek, het opdienen van broodjes aap of het – voor eigen gewin – uitventen van complottheorieën weer eens verdacht dun. Regisseur Marina Zenovich brengt de cultus rond D.B. Cooper, die al heeft geresulteerd in films, boeken, podcasts, bars, en een festival (CooperCon), met zichtbaar plezier in beeld en zoomt tevens in op een aantal onofficiële lezingen van de zaak, die Amerikaanse amateurdetectives nu al een halve eeuw aan het werk houdt.

Ze introduceert bijvoorbeeld schrijver, journalist en amateurdetective Tom Colbert, die al tien jaar druk doende is om D.B. te ontmaskeren en ervan overtuigd is dat hij De Enige Echte nu toch echt (écht!) heeft gevonden: Dick Briggs. Of, nee: Robert Rackstraw. Colbert houdt intussen een multidisciplinair cold caseteam van zo’n veertig, veelal gepensioneerde, specialisten aan het werk om de zaak voor eens en altijd op te lossen. ‘Ze houden van de passie van de jacht’, zegt hij er met gepaste trots bij.

Alleen: Rackstraw blijft maar ontkennen als hij met draaiende camera wordt aangesproken door Colberts reporter Jim Forbes, die eigenlijk helemaal niet houdt van overvalinterviews. Óók als hij vervolgens lekker wordt gemaakt met een film en boek. Of als Rackstraw, terwijl Colbert stiekem filmt (wat hij glashard ontkent), een flink smak geld krijgt aangeboden. Colberts A-Team weet The History Channel in 2016 nochtans te overtuigen van de docu D.B. Cooper: Case Closed?. Gelukkig zijn er dan weer anderen die daarvan gehakt maken.

Waar The Mystery Of D.B. Cooper de mythe rond de vliegtuigkaper gebruikt als voertuig om enkele gewone Amerikanen en het verhaal dat ze op elke verjaardag vertellen te portretteren, zet D.B. Cooper: Where Are You?!, gezegend met een White Lotus-achtig themamuziekje en volgestort met allerlei ‘kenners’, de schijnwerper vooral op de industrie die, getuige bijvoorbeeld ook de moord op Kennedy of Bigfoot, steevast ontstaat rond dit soort tot de verbeelding sprekende mysteries.

Intussen krijgt elke afzonderlijke onderzoeker – is de link met die stripboekenreeks over een piloot met de naam Dan Cooper trouwens al eens goed onderzocht? – vroeg of laat te maken met de Cooper-vloek: nét als hij denkt dat de zaak helemaal rond is, blijkt er toch nog één klein dingetje niet te kloppen…

One Day Since Yesterday – Peter Bogdanovich And The Lost American Film

Je hebt geen idee wie je bent, zei Orson Welles in de jaren zeventig tegen hem. En inderdaad, bevestigt filmregisseur Peter Bogdanovich in de documentaire One Day Since Yesterday – Peter Bogdanovich And The Lost American Film (59 min.) van Bill Teck uit 2014, in zijn gouden jaren voelde hij zich nooit op z’n plek. ‘Het was alsof iedereen me haatte of op een vreemde manier aankeek. Ik voelde me altijd ongemakkelijk. Behalve als ik alleen was met Cybill.’

De jonge, behoorlijk zelfvoldane Bogdanovich had werkelijk alles: succes, aandacht én Cybill Shepherd, de glamoureuze actrice die een groot deel van de seventies zijn muze en geliefde zou zijn. Bioscoopsuccessen stapelden zich intussen op: van Paper Moon en The Last Picture Show tot What’s Up, Doc?. En toen begon hij aan They All Laughed (1981), een film die door menigeen wordt beschouwd als de laatste film van de jaren zeventig, het decennium waarin eigenzinnige regisseurs de macht grepen in Hollywood en de ene na de andere messcherpe klassieker afleverden.

Tijdens de filmopnames werd Peter Bogdanovich (1939-2022) smoorverliefd op Dorothy Stratten, een beeldschone blondine die al Playboy’s Playmate Of The Year was geweest en nu een filmcarrière ambieerde. Nog vóór hun gezamenlijke project kon worden afgerond werd zij echter vermoord door haar voormalige echtgenoot Paul Snider. Daarna braken er inktzwarte jaren aan voor Bogdanovich, een periode waarin hij zichzelf en zijn carrière even helemaal kwijtraakte. Hij schreef wel een boek over zijn tragische liefde: The Killing Of The Unicorn.

Dit verhaal – van een leven en loopbaan die door een persoonlijk drama helemaal ontsporen – wordt geïllustreerd met veel speelfilmfragmenten en setfoto’s en vervolgens ingekaderd door de man zelf, zijn zus en z’n dochters, waarbij ook persoonlijke medewerkers, collega’s als Quentin Tarantino, Wes Anderson en Noah Baumbach en acteurs waarmee de filmmaker meermaals werkte, zoals Jeff Bridges, Ben Gazzara en Cybill Shepherd, hand- en spandiensten verrichten. Peter Bogdanovich wordt zo de held die zich niet klein laat krijgen. Net als in de film.

En dan blijkt Dorothy Stratten een jongere zus te hebben: Louise.

Nile Rodgers – Secrets Of A Hit-Maker

Magellan TV

Aan zijn hand maakte Diana Ross een geweldige comeback, flirtten The Rolling Stones opzichtig met funky zwarte muziek en brak Madonna definitief door. Intussen was gitarist/producer Nile Rodgers op eigen kracht natuurlijk ook al een poplegende geworden. Met de band Chic, opgericht met zijn vaste maatje Bernard Edwards (bas), had hij in de jaren zeventig de dansvloer veroverd met een nieuw muziekgenre dat volgens sommige puristen ‘sucks’: disco.

In Nile Rodgers – Secrets Of A Hit-Maker (51 min.), een tv-docu van Marjory Déjardin uit 2015, loopt de ‘wandelende groovemachine’ uit New York, die inmiddels een oeuvre van ruim een halve eeuw heeft opgebouwd en dit jaar als bijna-zeventiger nog mocht aantreden op het Pinkpop-festival, zijn eigen loopbaan door, waarbij de ene na de andere hitsingle – van klanten zoals Sister Sledge, David Bowie en INXS – er wel voor zorgt dat het nooit saai wordt.

Rodgers, met die kenmerkende rastahaardos, laat met zijn gitaar in de hand zien hoe al die popklassiekers tot stand zijn gekomen en krijgt daarnaast natuurlijk alle lof toegezwaaid van vakbroeders als Pharrell Williams, Avicii en Duran Duran. Wanneer ziekte, de dood van Edwards en een drugsverslaving – waarmee hij zich in de bedenkelijke slipstream begeeft van zijn ouders – hem dreigen te vellen, richt Rodgers zich op en maakt aan de zijde van het übercoole Daft Punk zelf een geweldige comeback.

En als ooit het moment komt dat de swingendste opa van de westerse wereld zelf niet meer in staat is om een mensenmassa in beweging te brengen, dan doen nieuwe artiesten dat vast wel voor hem met een smakelijke sample uit zijn indrukwekkende hookboek.

L’Assassin De Ma Fille

Netflix

Volgens de Duitse autoriteiten is het vijftienjarige meisje Kalinka op 10 juli 1982 een natuurlijke dood gestorven. Haar vader, de Franse accountant André Bamberski, weigert die uitleg te accepteren. Hij verdenkt Dieter Krombach, de tweede echtgenoot van zijn ex-vrouw Danièle, ervan dat hij de hand heeft gehad in Kalinka’s overlijden. Heeft Krombach, die eerder al Bamberski’s huwelijk kapot heeft gemaakt, nu geprobeerd om seksueel misbruik van zijn stiefdochter Kalinka te maskeren?

Dieter Krombach, een gewaardeerde dokter uit het kuuroord Lindau aan de Bodensee, ontkent alle beschuldigingen. En ook Danièle is ervan overtuigd dat haar man niets heeft misdaan. Bamberski neemt daar echter geen genoegen mee en bijt zich vast in L’Assassin De Ma Fille (84 min.). Met hem en andere direct betrokkenen analyseert regisseur Antoine Tassin in deze degelijke docu de beschuldigingen tegen de omstreden arts en het politieonderzoek dat daarnaar heeft plaatsgevonden.

Tassin neemt ruim de tijd om de gebeurtenissen in de ruim dertig jaar die sinds Kalinka’s dood zijn verstreken in kaart te brengen. Daarbij gaat de vaart er soms behoorlijk uit. Het boeiendst wordt deze film als Krombach, via de spaarzame interviews die hij ooit heeft gegeven, zelf aan het woord komt over de relatie met zijn stiefdochter en andere vrouwen waarmee hij, al dan niet met hun toestemming, seks heeft gehad. Op zulke momenten laat hij zich ongewild in de kaarten kijken.

Zo leren we een man kennen die zich onaantastbaar waant en denkt dat hij overal mee wegkomt. André Bamberski, aangemoedigd door een handlanger die bereid is om de grenzen van de wet op te zoeken, wil heel ver gaan om dat te voorkomen.