Wij Praten Niet

Halal

Ze zitten vast, in elk geval in hun hoofd, in een wereld, waarin ze vaak niet meer waren dan een lichaam. Dat kon worden ingezet, gebruikt, misbruikt. Al vanaf (te) jonge leeftijd speelt seks een dominante rol in het leven van Dunya (18), Adil (16), Amy (15) en Delilah (15), met desastreuze gevolgen voor hoe ze kijken naar het leven, jongens/mannen én zichzelf. Hoe kunnen ze zich losmaken van die wereld, waardoor ze uiteindelijk zullen worden vermorzeld?

Deze vier jeugdige slachtoffers van seksueel geweld, onherkenbaar in beeld gebracht, doen in Wij Praten Niet (70 min.) onverbloemd hun verhaal tegenover een therapeut. De gezichten van de verschillende hulpverleners fungeren daarbij als spiegel voor de ontboezemingen van de tieners. Meestal reageren zij empathisch en professioneel, een enkele keer schemert er ook iets van hun eigen gedachten of gevoelens door in hun respons.

De ervaringen van hun geanonimiseerde cliënten vormen onmiskenbaar het hart van deze schurende film. Verhalen die zijn doortrokken van schaamte, spijt en stoerheid. Over seks voor een slaapplek, héél onveilige klanten en groepsverkrachting van gedrogeerde meisjes bijvoorbeeld. De jongeren maken daarbij van hun hart bepaald geen moordkuil. Intussen klinkt ook door hoe weinig waarde ze in dat verband aan zichzelf lijken te hechten.

Regisseur Marjolein Busstra omlijst deze gesprekken met symbolische sequenties, zoals een dans op straat waarin alle opgekropte emotie eruit komt, een vervaarlijk ogende hond als ultieme vertrouweling of een hand met een ijshoorntje dat geleidelijk aan helemaal wordt overvoerd met softijs. Zo verbeeldt ze de unheimische atmosfeer die oprijst uit de tienerverhalen, maar lijkt ze ook de copingstrategieën van de beschadigde tieners te willen veruiterlijken.

Uiteindelijk zit de essentie van Wij Praten Niet desondanks in de woorden. ‘Ik zou het wegduwen’, zegt Dunya bijvoorbeeld, heel treffend, over hoe het zou zijn als ze voor de verandering eens liefde, oprechte genegenheid, zou krijgen. ‘Ik zou het afstoten. Ik hou er niet van. Ik wil het niet in mijn leven. Oprotten!’

Secrets Of Playboy

Hij overleed een maand voordat in oktober 2017 de #metoo-affaire rond Harvey Weinstein losbarstte. Hugh Hefner bleef dus buiten schot. Enkele jaren na zijn dood komt de oprichter van Playboy echter alsnog aan de beurt. Met de twaalfdelige (!) docuserie Secrets Of Playboy (506 min.) gaat zijn zorgvuldig gecultiveerde imago van gedistingeerde ladiesman, met pijp, badjas en verheven woorden over emancipatie en de vrijheid van meningsuiting, alsnog aan gruzelementen. Maar of ‘Hef’ daar, nadat hij ruim zestig jaar onbekommerd zijn gang heeft kunnen gaan, nu echt last van zal hebben?

Hugh Hefner (1926-2017) kon al die tijd doorgaan voor een typische representant van de Mad Men-periode. Voor mannen zoals hij waren (jonge) vrouwen toch vooral ‘eye candy’ of – als je een beetje een geslaagde vent was – ‘arm candy’. En ja, dat hij van seks hield en het ‘geen handvol, maar een land vol’-principe huldigde, daarvan maakte Hef ook nooit een geheim. En dat het bed met hem delen de kans vergrootte om Playmate Of The Year te worden, lag ook wel min of meer voor de hand. Zo ging dat nu eenmaal in de ideale wereld van machtige mannen. De vleesgeworden Playboy leefde gewoon de droom van elke gezonde kerel.

Getuige deze serie van Alexandra Haggiag Dean waren zijn Playboy Mansion en de Playboy-clubs in de rest van het land, waar de zogenaamde Bunnies in hun ultrakorte jurkjes met konijnenoren, strikje en staart werkzaam waren, echter ook het toneel voor drugsgebruik en -handel en grootschalig seksueel misbruik: opgedrongen plastische chirurgie, stiekeme seksopnames, (groeps)verkrachting, bestialiteit en het bekijken van ‘snuff films’. Waarbij ieders grenzen werden overschreden als dat het ‘male chauvinist pig’ Hefner of bekende vrinden zoals Tony Curtis, Roman Polanski, Jim Brown en Bill Cosby te pas kwam. Intussen kon hij zijn façade van sociaal bewogen voorvechter van burgerrechten ophouden.

Met voormalige playmates, bunnies en medewerkers, gereconstrueerde scènes en natuurlijk veel fraai archiefmateriaal, waarin het naakt overigens consequent is weggeretoucheerd, schetst Secrets Of Playboy – glad, overcompleet en écht te sensatiebelust – een ontluisterend beeld van Hugh Hefner, zijn seksverslaving, narcisme en machtshonger, en de entourage waardoor hij die in stand kon houden. Een aantal van zijn medewerkers, inclusief ook enkele vrouwen, hebben zijn gedrag jarenlang goedgepraat en gefaciliteerd. Nu, na zijn dood, spreken zij zich alsnog uit en worden die getuigenissen verbonden aan vullis die al eerder werd opgediept over Mr. Playboy.

Van weerwoord is verder geen sprake. Deze serie is een onvervalste – en waarschijnlijk ook niet geheel onterechte – lynchpartij. Zodat het misschien tóch zou kunnen dat Hef zich nu, als hij daar tenminste alleen in is gaan liggen, spontaan omdraait in zijn graf.

Sexual Healing

Tangerine Tree

‘Ik heb ineens een vrouwenlijf, zeg maar’, constateert Evelien als ze voor het eerst in jaren een beha gaat passen. Ze is zichtbaar blij met wat ze ziet. ‘Potverdikkie!’ zegt ze tegen haar persoonlijk begeleider, die haar ook nog zal meetronen naar een erotiekwinkel, op het spoor zet van een seksverzorger of gewoon eens goed in de spiegel laat kijken. Want dat, het kijken naar en accepteren van jezelf, is een voorwaarde voor een fijne beleving van je eigen lichaam.

Evelien ontdekt in Sexual Healing (55 min.) dat ze ‘meer is dan die handicap en dat spastische lijf’. Ze kent haar lichaam vooral als een kerker, waarbinnen ze gevangen zit. Of als een machinerie die voortdurend ondersteuning nodig heeft, in de vorm van dagelijkse zorg. ‘Het was niet de bedoeling dat ik in dit lijf zou zitten’, vertelt ze. Evelien werd te vroeg geboren. De eerste tien dagen van haar leven had ze volgens eigen zeggen zelfs niet eens een naam. Het lag immers niet in de lijn der verwachting dat ze zou blijven leven, maar zie daar: ruim een halve eeuw later is ze er nog en bovendien op zoek naar intimiteit en genegenheid.

Elsbeth Fraanje volgt de dappere vrouw tijdens een persoonlijke ontdekkingstocht naar hoe ze ook kan genieten van het lichaam dat haar al zoveel kopzorgen heeft opgeleverd. Haar ervaringen met seksualiteit zijn tot dusver beperkt gebleven en veelal negatief van aard. Om dit te veranderen, zal ze eerst anders naar zichzelf moeten leren kijken. Dat is een heel intiem proces, dat eerder om zelfrespect draait dan om lichamelijk genot. Al is ook dat laatste belangrijk. ‘Hoe ik me nu al, heel subtiel, anders voel in mijn eigen lijf’, constateert Evelien onderweg. ‘Ik vind het heel fijn om te ontdekken dat je niet dood bent vanonder, of zo.’

Sexual Healing belicht Eveliens ervaringen van héél dichtbij. Open, onomwonden, plastisch zelfs. En toch subtiel. Menselijk vooral. Met lange close-ups van het gezicht van haar hoofdpersoon, veelal gemaakt vanaf het blad van haar rolstoel, en een slim geconstrueerde monologue interieur, waarin Eveliens gedachten kriskras door haar hoofd lijken te schieten, slaagt Fraanje erin om de kwetsbare persoon binnen dat gemankeerde lijf te openen. Een vrouw die in deze fraaie, moedige en erg aangrijpende film hoopt dat ze, net als een Duitse lotgenoot bij wie ze haar licht heeft opgestoken, een ervaring gaat opdoen die ‘wunder-wunder-wunderschön’ is.

Bad Vegan: Fame. Fraude. Fugitives.

Netflix

Het adagio ‘Good women love bad men’ begint zowaar een eigen plekje te claimen binnen de overvloed aan true crime-documentaire(serie)s. Een jonge, aantrekkelijke vrouw van de wereld (in dit geval: Sarma Melngailis, eigenaresse van het trendy veganistische restaurant Pure Food And Wine in New York) valt halsoverkop voor een mysterieuze kerel (de geheimagent ‘Shane Fox’) en wordt daarna helemaal leeggeschud door hem (een oplichter die in werkelijkheid Anthony Strangis blijkt te heten).

En net als in pak ‘m beet The Tinder Swindler, Love Fraud en The Puppet Master wordt de charade grotendeels verteld vanuit het perspectief van het toch wel erg naïeve slachtoffer, dat zich in de luren laat leggen door de belofte van een leven van overdadige liefde, luxe en, jawel, onsterfelijkheid. Voor haar hond Leon, welteverstaan. Want het ontluisterende proces dat de hoofdpersoon aan het eind ontredderd en berooid zal achterlaten, is ditmaal behalve met kolder over mysterieuze CIA-missies ook omkleed met een totaal bizar new age-verhaal (dat verder nauwelijks begrijpelijk wordt gemaakt).

In de vierdelige docuserie Bad Vegan: Fame. Fraude. Fugitives. (209 min ) pelt Chris Smith die pijnlijke geschiedenis helemaal af met Sarma en haar familie, medewerkers, investeerders en kennissen. Stuk voor stuk kregen ze te maken met de nieuwe man in haar leven, die dat al snel helemaal begon te ontregelen. Met lede ogen moesten ze aanzien hoe Sarma in zijn kielzog alles achter zich liet, inclusief een berg schulden. En daarmee joeg ze meteen haar directe omgeving tegen zich in het harnas, want ook die had zich laten verleiden of dwingen om diep in de buidel te tasten.

Het tweetal zou uiteindelijk tegen de lamp lopen door het bestellen van een pizza in Tennessee. En dat kwam met name Sarma, de bekendste van dit Bonnie & Clyde-achtige duo, op publieke hoon te staan. Zij, de veganistische restauranthouder, de vrouw van het ‘raw food’, was dus blijkbaar toch overstag gegaan voor zoiets banaals als fastfood. De werkelijkheid bleek, natuurlijk, genuanceerder. In meerdere opzichten overigens. En dat probeert Smith eveneens te vangen in deze miniserie, die daarmee tóch geen carbon kopie van al die andere man-kleedt-vrouw(en)-uit producties wordt.

Daar lijkt het alleen behoorlijk lang wél op. Bijna drie uur oogt Bad Vegan, ondanks enkele ingenieuze verhaalvondsten, als het eendimensionale relaas van een ‘good woman’ die er bijna om vraagt om te worden bedrogen door die ‘bad man’, vervolgens inderdaad gigantisch wordt belazerd en zich tenslotte zelfs, als het vleesgeworden Stockholm-Syndroom, ontwikkelt tot een handlanger van de kerel die haar leven kapotmaakt. Al zou ook in dit geval, getuige de twijfel die Chris Smith aan het eind van de miniserie zaait, niets kunnen zijn wat het lijkt. Of juist wel, natuurlijk.

Liefsteling

KRO-NCRV

Hoe houd je de liefde vast terwijl de persoon je ontglipt? Hetty (76) ziet zich gesteld voor het typische dilemma waarmee de partner van iemand die begint te dementeren wordt geconfronteerd: hoe ga je ermee om dat de persoon waarvan je zielsveel houdt – in Hetty’s geval: haar levenspartner Jeanne (91) – langzaam maar zeker verandert in iemand waarvoor je zeer intensief moet zorgen – en waarover je je dagelijks zorgen maakt, dat ook?

In haar eerste lange documentaire Liefsteling (72 min.) portretteert Eva van Barneveld de twee oudere vrouwen, die steeds meer moeten prijsgeven van wie ze waren en toch vrede proberen te hebben met wie ze zijn. Voor Jeanne is dat vanzelfsprekend: zij lijkt tamelijk onbekommerd in het heden te leven. Voor Hetty is dat veel meer een keuze: ze wil bij en met Jeanne blijven. Totdat de dood hen scheidt. Die dient zich wellicht aan in de vorm van enkele tumoren. Zou het een probleem zijn als die Jeanne inhalen, voordat haar ‘vergeetachtigheid’ verder verergert?

Hoewel deze documentaire zeker ook zijn ontluisterende momenten kent – als Jeanne tegen haar eigen beperkingen oploopt of Hetty het gevoel heeft dat ze compleet faalt – is Liefsteling geen typische dementiefilm geworden, waarin de hoofdpersoon onvermijdelijk afstevent op het moment dat hij of zij afscheid heeft moeten nemen van alles wat ie ooit was. Van Barneveld heeft er eerder een ode aan de liefde van gemaakt. In uitdagende tijden, dat wel. Ze heeft zichzelf echt onderdeel gemaakt van het dagelijks leven van de twee vrouwen, die zich op hun meest intieme momenten laten vereeuwigen.

Het grootste deel van de film zijn ze ook letterlijk samen in beeld, als een hechte eenheid, nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat gevoel – noem het gerust romantisch – wordt nog eens geaccentueerd met dromerige accordeonmuziek en de chansons van Charles Aznavour, Edith Piaf en Ramses Shaffy, waar Hetty en Jeanne helemaal aan verknocht zijn. Liefsteling wordt zo een tedere film, over samen in liefde oud worden. Ook al komt die ouderdom dan misschien met gebreken.

Fanny: The Right To Rock

Ze repeteerden op dezelfde plek als The Band, rookten een jointje met The Rolling Stones en werden vergeleken met The Beatles. Zulke roem zou echter nooit zijn weggelegd voor Fanny. Hoewel er geen enkele twijfel was over dat ‘ze’ konden spelen, bleven het natuurlijk wel meiden. Elk interview ging daar ook over: hoe was dat nou, zo tussen al die mannen?

Als eerste Amerikaanse rockgroep met een platencontract én louter vrouwelijke leden, waarvan er ook nog een paar lesbisch en van Filipijnse afkomst waren, plaveiden ze de weg voor (succesvollere) geestverwanten als Cherie Curry (The Runaways), Kathy Valentine (The GoGo’s) en Kate Pierson (The B52’s) die hen in de documentaire Fanny: The Right To Rock (96 min.) ook alle eer bewijzen.

Fanny had één klein hitje, Butter Boy, een nummer dat zou zijn geïnspireerd door de affaire van bassiste Jean Millington met hun bekende fan David Bowie. ‘He was hard as a rock’, zongen ze daarin. ‘But I was ready to roll. What a shock to find out. I was in control.’ Toen het ondeugende nummer in 1975 de hitlijsten beklom, was de verantwoordelijke band alleen al uit elkaar.

Fanny, opgekomen ten tijde van de eerste feministische golf, gaf er voortijdig de brui aan. En nu, voor het oog van de camera van documentairemaakster Bobbi Jo Hart, willen ze dat alsnog proberen te repareren. Een reünie met vrijwel alle oud-bandleden, waarbij natuurlijk ook een nieuw album hoort. En jawel, het zal niemand verbazen: ‘ze’ kunnen het nog.

Voordat ze op tournee kunnen gaan om hun comeback kracht bij te zetten, slaat het noodlot echter toe en moet Fanny in deze eikenhouten muziekfilm opnieuw alle zeilen bijzetten.

Phoenix Rising

HBO

Er gingen al jaren verhalen rond over de ongezonde interesse van filmproducent Harvey Weinstein in actrices. In de omgeving van Jeffrey Epstein werd er openlijk gegrapt over zijn voorkeur voor veel te jonge meisjes. Maar Brian Warner had, getuige Phoenix Rising (149 min.), echt de ideale deal met de duivel gesloten. Via een alter ego genaamd Marilyn Manson kon hij als rockartiest al zijn bedorven fantasieën kwijt aan de wereld. Intussen mocht hij die achter de schermen, als een horror-variant op R. Kelly, daadwerkelijk botvieren op enkele zorgvuldig geselecteerde slachtoffers, onder wie zijn voormalige vaste vriendin en de protagonist van deze tweedelige documentaire, de Amerikaanse actrice Evan Rachel Wood. Volgens haar broer Ira is Manson niets minder dan een wolf in wolfskleding.

‘Ik was geen fan van zijn muziek, maar ik mocht hem en waar hij voor stond’, schreef Evan Rachel Wood (Thirteen, The Wrestler en Westworld) na hun ontmoeting in 2006 in haar dagboek. ‘Hij houdt mensen een spiegel voor en wijst ze op hun hypocrisie en domheid.’ Zij was achttien, hij zevenendertig. Wood, een kwetsbaar meisje uit een gebroken gezin, raakte al snel volledig in de ban van de bekende rockster. Volgens haar was het een typisch geval van ‘grooming’: hij maakte haar volledig afhankelijk van hem, isoleerde haar van haar directe omgeving en begon haar vervolgens als zijn privéslaaf te behandelen. Tot er helemaal niets meer van haar over was. ‘Ik begon te beseffen dat ik daar zou sterven’, zegt ze in deze film van Amy Berg, die heel dicht bij haar komt. ‘Ik wist niet hoe ik weg kon.’

Zeker in het tweede deel daalt Evan Rachel Wood daadwerkelijk af in de hel die Marilyn Manson ruim viereneenhalf jaar van haar leven heeft gemaakt, inclusief brandmerken, elektroshocks en zweepslagen (met een nazizweep, natuurlijk; ze was tenslotte Joods). Haar getuigenissen zijn gelardeerd met schrijnende details, komen overeen met de ervaringen van andere ex-vriendinnen en maken daardoor een zeer geloofwaardige indruk. Om het helemaal pijnlijk te maken verwerkte hun agressor de vernederingen ook in zijn werk. Zoals een ander slachtoffer het verwoordt: misbruik als kunst. Soms ook letterlijk: tijdens de opnames voor een videoclip, die tot frustratie van de #IStandWithEvan-crowd overigens nog altijd online staat, zou Manson tegen haar wil seks hebben gehad met Wood. Verkrachting, gewoon voor de camera.

Marilyn Manson heeft inmiddels gereageerd op de beschuldigingen met een aanklacht vanwege smaad. In de documentaire is hij veelvuldig te zien – via zijn werk, dat door deze nieuwe bijsluiter een nog naargeestiger karakter heeft gekregen – maar komt hij zelf niet aan het woord. Via citaten uit zijn autobiografie The Long Hard Road Out Of Hell probeert Amy Berg toch vat te krijgen op de beschadig(en)de persoon Brian Warner. ‘Ik kreeg de kans om herboren te worden’, schrijft hij daarin. ‘Marilyn Manson was de perfecte hoofdpersoon voor een gefrustreerde schrijver als ik. Een personage dat vanwege z’n minachting voor de wereld om hem heen en vooral voor zichzelf er alles aan doet zodat mensen hem aardig vinden. Als hij hun vertrouwen eenmaal heeft gewonnen, maakt hij ze kapot.’

Dat lijkt een adequate beschrijving van de handelswijze waarvan hij nu wordt beticht door ‘survivors’ zoals Evan Rachel Wood. Een kleine tien jaar na het einde van hun relatie is de actrice nog altijd doodsbang voor hem. De weg die zij met Manson heeft afgelegd – van onschuldig meisje naar beschadigde vrouw – wordt door Berg geïllustreerd met animaties die Disney-achtig beginnen en gaandeweg een steeds naargeestiger karakter krijgen. Dat is een wel erg Amerikaanse inkleuring van de loop der dingen, maar op basis van deze doeltreffende film is er zeker alle reden om Brian Warner, die jarenlang achter zijn Antichristus-achtige personage heeft kunnen schuilen, indringend te bevragen over de verontrustende #metoo-beschuldigingen aan zijn adres. Phoenix Rising zou daarbij wel eens als breekijzer kunnen fungeren.

Aldwyth: Fully Assembled

AVROTROS

In speciale plastic tasjes bewaart collagekunstenares Aldwyth uitgeknipte plaatjes en afbeeldingen. Die zijn thematisch ingedeeld. ‘Hersenen en schedels’ bijvoorbeeld. ‘Grote dingen’. Of ‘ogen’. Een pelikaan kan vervolgens zomaar terecht komen naast een klassiek geschilderde dame en een blauwe opblaasfiguur. Achter hen komen dan drie zwart-witte kerels gebroederlijk voor een modern houten huis te zitten. Zo is, ogenschijnlijk geheel spontaan, een buitengewoon eigenzinnige collage ontstaan, waarnaar je kunt blijven kijken. 

‘Als ik al weet hoe het eruit gaat zien, hoef ik het niet meer te maken’, verduidelijkt de verantwoordelijke kunstenares in Aldwyth: Fully Assembled (53 min.). ‘Het is juist de bedoeling om te zien hoe het wordt en wat er gebeurt.’ En dan kan er bijvoorbeeld ook een werk ontstaan dat volledig bestaat uit oogbollen van kunstenaars, het natuurlijk oogvormige Casablanca Classic. Daarin is een tamelijk macabere verwijzing verwerkt naar de bekendste zin uit de Humphrey Bogart-film Casablanca: here’s looking at you, kid. In Aldwyth’s creatie kijken onder anderen Dali, Picasso en haar grote held Duchamp terug naar de kijker. Het werk is zelfs voorzien van een legenda, waarin is terug te vinden welke oogbol van wie afkomstig is.

Vrijwel haar hele leven bleef de Amerikaanse kunstenares Aldwyth (echte naam: Mary Aldwyth Dickman), getuige dit verzorgde portret van Olympia Stone, een echte outsider in de kunstwereld. In eerste instantie was ze vooral huismoeder. Twintig jaar vastgeklonken aan een vent, van wie ze ooit zwanger dacht te zijn. Dacht. Toen ze erachter kwam dat ze helemaal niet in verwachting was, waren ze al in de echt verbonden. De kunst deed ze er vervolgens maar bij. En toen Aldwyth eindelijk van hem verlost was, bleek er nauwelijks interesse voor haar werk. ‘Ik maak dingen die niemand anders wil’, zegt ze lachend, nu de waardering op latere leeftijd toch is gekomen. ‘Maar ik vind ze mooi.’

Aldwyth mag er tegenwoordig laconiek over doen. Die afwijzingen deden wel degelijk pijn. Illustratief is haar werk We Regret To Inform You (1994), een vlijmscherpe reactie op alle brieven, die begonnen met de zinsnede ‘Het spijt ons om u te moeten mededelen…’ Ze knipte ze stuk voor stuk uit en nagelde ze daarna met een roestige spijker op een totemfiguur. ‘Een perfecte visualisatie van haar afwijzing door de kunstwereld’, aldus connaisseur Mark Sloan. Inmiddels is het tij gekeerd en heeft Aldwyths volstrekt intuïtieve werk, waarin iedereen wel iets voor zichzelf kan vinden, eindelijk de waardering gevonden die het verdient. Hetgeen nog eens wordt benadrukt met deze liefdevolle documentaire.

Duty Of Care

Hij vond een uitweg uit de machteloosheid die veel klimaatactivisten al tijden helemaal lamsloeg. Nadat Roger Cox Al Gore’s alarmistische documentaire An Inconvenient Truth (2006) had gezien, realiseerde de Limburgse jurist zich dat de klimaatcrisis de voornaamste uitdaging van onze tijd is en dat het recht een belangrijk instrument zou kunnen zijn om die te bezweren. Namens Urgenda daagde hij de Nederlandse staat voor het gerecht, om zo het verminderen van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen af te dwingen, en boekte daarmee een juridische overwinning die in de hele wereld met gejuich werd begroet.

Sindsdien doet in alle windstreken het idee opgeld dat een overheid ook een zogenaamde Duty Of Care (78 min.), een zorgplicht, heeft als het gaat om de staat van de aarde. En dat idee wil de Vlaamse filmmaker Nic Balthazar, die zich al jaren zorgen maakt over het klimaat, samen met 58.000 eisers verder exploreren. Met de Nederlandse advocaat aan hun zijde brengen zij de zaak ook in België voor de rechter. Intussen heeft Roger Cox zich alweer in een nieuwe kwestie vastgebeten: namens Milieudefensie daagt hij multinational Royal Dutch Shell voor het gerecht. Saillant detail: zijn vrouw Saskia, tevens jurist, komt uit een echte Shell-familie.

Balthazar volgt de Nederlandse klimaatadvocaat in deze vlotte activistische film tijdens zijn baanbrekende werk en laat dit inkaderen en becommentariëren door internationale medestanders zoals de activiste Luisa Neubauer, klimaatjurist Farhana Yamin en eurocommissaris Frans Timmermans. Cox is inmiddels een internationale bekendheid geworden. Het invloedrijke Amerikaanse tijdschrift Time riep hem eind 2021 zelfs uit tot één van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld. En de motivatie daarbij werd, om de cirkel rond te maken, geschreven door niemand minder dan de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al Gore.

Op een terrasje zinspeelt Roger Cox tegenover Nic Balthazar ondertussen alweer op nieuwe grensverleggende juridische stappen: kunnen de CEO’s van multinationals ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de milieuschade die zij veroorzaken?

The Meaning Of Hitler

Uwaga Film LLC / VPRO

Over de man, het kwaad dat hij belichaamde en de grenzeloze ellende die hij veroorzaakte is nagenoeg alles bekend. En toch dreigen de lessen die we hadden moeten leren van Adolf Hitler opnieuw verloren te gaan. In deze essayistische documentaire buigen Petra Epperlein en Michael Tucker zich aan de hand van Sebastian Haffners boek The Meaning Of Hitler (88 min.) over de betekenis en het erfgoed van de man die het afschrikwekkendste regime uit de moderne historie aanvoerde.

Ze akkeren daarvoor Hitlers levensloop door, brengen een bezoek aan de plekken die hem vormden en proberen vat te krijgen op de angstaanjagende leider met vooraanstaande schrijvers en historici. Het wordt een fascinerende trip, waarbij ze bijvoorbeeld ook het belang schetsen van een nieuwe microfoon (de zogenaamde Neumann-fles) voor Hitlers overtuigingskracht als redenaar, een kunstkenner ‘s mans schilderijen laten beoordelen en parallellen trekken tussen zijn populariteit en die van The Beatles.

‘Het probleem is dat de nazi’s niet onmenselijk waren, maar menselijk’, stelt de eminente Holocaust-onderzoeker historicus Yehuda Bauer niet voor niets. ‘Dat is in wezen het probleem. Met onszelf, niet met de nazi’s.’ De bekende nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld, die ooit de beruchte Duitse oorlogsmisdadiger Klaus Barbie opspoorden, denken dan ook dat ‘het’ zo weer kan gebeuren. ‘Je hebt Polen, Hongarije, Nederland… Gevaarlijk. De opkomst van rechtse partijen. Kort geleden nog ondenkbaar.’

De Methode Hitler duikt op allerlei plekken op en is meestal relatief eenvoudig te herkennen. Al wagen de meeste deskundigen zich niet aan soms toch behoorlijk voor de hand liggende vergelijkingen met hedendaagse politici. Alleen de voormalige Amerikaanse president Trump, die eerder op een soortgelijke wijze is doorgelicht in Unfit: The Psychology Of Donald Trump, wordt niet gespaard. De Britse romanschrijver Martin Amis ziet bijvoorbeeld duidelijke parallellen met Hitler: ‘Smetvrees is er een van. En liegen natuurlijk.’

De beruchte Holocaust-ontkenner David Irving, die in Polen ‘ware geschiedenis’-excursies langs belangrijke Hitler-locaties verzorgt, bevindt zich intussen maar wat graag in het gezelschap van ‘Der Führer’. Ooit zong hij voor het dochtertje van een prominente journalist: ‘Ik ben Ariër, geen Jood of sektariër. Ik wil niet trouwen met een aap of rastafari.’ Irving moet er nog altijd om gniffelen. ‘Het was een heel goed versje. Ik noteerde het in mijn dagboek’, zegt hij doodgemoedereerd. ‘Ze brachten het naar voren als bewijs dat ik een racist zou zijn.’

Was alle Hitler-verering maar zo stupide! De meeste erfgenamen opereren alleen veel subtieler. ’s Mans ideeën worden ‘onderzocht’. Of er worden ‘gewoon’ kritische vragen gesteld. De spreker kan dan niet zomaar worden betrapt. En de goede verstaander weet toch genoeg. Deze denkfilm, die na een luchtig begin steeds serieuzer van toon wordt, toont hoe Hitlers gedachtegoed zich zo kan verspreiden: in een wereld waarin ieder zijn eigen platform kan krijgen en bij een generatie die zelf nooit oorlog heeft gekend. 

De voorbeelden zijn schokkend: Amerikaanse jongeren met toortsen die tijdens een demonstratie in Charlottesville luidkeels ‘Jews Will Not Replace Us’ scanderen. De jonge gamestreamer die zonder gêne laat zien hoe ze naar een remix van een welbekende hit en een speech van Hitler luistert. En de rechts-extremist die vol trots zijn aanslag op een synagoge in het Duitse Halle gaat filmen. Het is duidelijk: The Meaning Of Hitler mag dan met één been in het bruine verleden staan, de docu is zeker géén louter historische exercitie.

In deze film helpt het verleden vooral om vat te krijgen op het heden en – God verhoede ‘t – de toekomst.

Myanmar Diaries

Zindoc/Cinema Delicatessen

Op 1 februari 2021 gaat het licht uit in Myanmar. Alweer. Met veel machtsvertoon nemen militairen de macht over in het Aziatische land, ook wel bekend als Birma. En dan is het gedaan met de vrijheid. Van doen, zijn en denken. De nieuwe machthebbers proberen het land bovendien hermetisch van de buitenwereld af te sluiten.

Net als in de korte documentaire Sad Film, een eerdere productie van het gezichtsloze Myanmar Film Collective die is uitgebracht door de Nederlandse documentaireproducent Zindoc, zijn alle hoofdpersonen van deze film geanonimiseerd. Al lijkt de oudere vrouw, die op straat luidkeels een konvooi met politieagenten aanspreekt, zich helemaal niet te bekommeren om het verhullen van haar identiteit. ‘Wij willen geen dictators’, roept ze hen meermaals toe. ‘Jullie worden door hen gebruikt. Wij hebben medelijden met jullie.’

Myanmar Diaries (70 min.) bestaat volledig uit clandestien gemaakt bewijsmateriaal tegen het regime, verzameld via mobiele telefoons en verdekt opgestelde (beveiligings)camera’s, dat stilletjes het land is uitgesmokkeld. Deze documentaire is daardoor te beschouwen als een soort opvolger voor Anders Østergaards klassieke documentaire Burma VJ: Reporting From A Closed Country (2008), waarmee een eerdere machtsgreep van het Birmese leger in beeld wordt gebracht en tevens aan de kaak gesteld.

De collageachtige film is echter niet louter een rechttoe-rechtaan aanklacht tegen de dictatuur met stiekem gefilmde arrestaties, lawaaiprotesten of stakingsacties van de Civil Disobedience Movement, maar probeert ook de psychologie van een onvrije samenleving te pakken te krijgen. Via unheimische poëtische beelden van plaatselijke filmmakers, zoals bijvoorbeeld van een man met een vuilniszak over het hoofd, die hem langzaam maar zeker de adem beneemt. Of via het tragische relaas van twee geliefden, die in hun relatie met allerlei complicaties te maken krijgen.

Myanmar Diaries bevat verder geen vaste of herkenbare hoofdpersonen. En ook de westerse filmmakers die van het aangeleverde materiaal uiteindelijk de film zelf samenstelden worden niet met name genoemd. Zij zijn solidair met hun collega’s, tien jonge (film)kunstenaars uit Myanmar, die met gevaar voor lijf en leden een camera ter hand hebben genomen.

The Lost Leonardo

Sony Pictures

Nog geen 1200 dollar betaalden kunstjager Alexander Parish en handelaar Robert Simon in 2005 voor het schilderij dat ze aantroffen bij een veiling in New Orleans. Zou het van een leerling van Leonardo da Vinci kunnen zijn? Of zelfs – de twee durven er nauwelijks over te speculeren – een werk van de meester zelf? Dat lijkt vrijwel onmogelijk. Er is al ruim een eeuw geen échte Leonardo meer ontdekt. Bovendien blijft de herkomst van dit werk, dat rond 1500 moet zijn gemaakt, erg onduidelijk. Waar zou de Salvator Mundi dan al die tijd zijn geweest?

Al snel ontstaat er strijd rond The Lost Leonardo (100 min.). Allereerst over de authenticiteit van het schilderij, vervolgens over de verhandeling ervan. Daarbij komen de slinks opererende Zwitserse handelaar Yves Bouvier en de Russische oligarch Dmitry Rybolovlev, die zeker vijftig miljoen te veel lijkt te betalen voor het werk, bijvoorbeeld recht tegenover elkaar te staan. En als de Rus het schilderij van Da Vinci vervolgens in 2017 aanbiedt via veilinghuis Christie’s, gepresenteerd als ‘De Mannelijke Mona Lisa’, komt er nog een veel hogere prijs op tafel: 450 miljoen dollar.

Met direct betrokkenen, kunstkenners, handelaren, verzamelaars en Dianne Modestini, de restaurateur van ‘De verlosser van de wereld’, ontleedt documentairemaker Andreas Koefoed tot in detail de gekte, het opportunisme en de hebzucht rond het herontdekte meesterwerk, dat uiteindelijk in dubieuze private handen belandt. En zelfs dan blijft de vraag opspelen of het wel een echte Da Vinci is. Kenners van het wonderkind van de Italiaanse Renaissance kunnen het daar maar niet over eens worden.

Daarmee begeeft Koefoed zich met zichtbaar plezier op hetzelfde terrein als Oeke Hoogendijk in Mijn Rembrandt. Die film komt alleen nóg dichter bij de hoofdrolspelers en het bijbehorende upperclass-milieu en beziet de verwikkelingen bovendien met veel ironie. The Lost Leonardo heeft dan weer meer een politieke dimensie. Uiteindelijk wordt de Salvator Mundi onderdeel van een internationaal spel dat de onnavolgbare kunsthandel, die hier weer genadeloos te kijk wordt gezet, zonder moeite ontstijgt. En dan is het omstreden schilderij ineens ook weer verdwenen…

Weggewist – De Muzikale Nalatenschap Van Hans Henkemans

Melchior Huurdeman, later presentator en eindredacteur van het televisieprogramma Vrije Geluiden, had in 1990 nog nooit van Hans Henkemans gehoord. Toen hij op enkele cd’tjes hoorde hoe die Debussy en Mozart speelde, raakte de jonge pianist en journalist echter helemaal in vervoering. Er ontstond zelfs een soort vriendschap met de veel oudere concertpianist en componist. Ze praatten ook talloze cassettebandjes vol. Die hebben nu hun weg gevonden naar het liefdevolle portret Weggewist – De Muzikale Nalatenschap Van Hans Henkemans (78 min.)

‘De man zou liever zelfmoord plegen dan een noot vermoorden’, zegt schrijver en dichter Bertus Aafjes, in een archieffragment uit 1966, in deze film van Harro Henkemans over zijn mysterieuze achter-oudoom. Dirigent Bernard Haitink had destijds ook niets dan lof voor de man die decennialang furore maakte als pianist van het Concertgebouworkest. ‘Henkemans is één van de mensen die ik bijzonder graag uitvoer. Omdat Henkemans iemand is die werkelijke menselijke emoties in een muzikale taal kan omzetten, zonder dat het nou vreselijk intellectueel wordt.’

Slechts enkele jaren later werd Hans Henkemans (1913-1995) nochtans rücksichtslos aan de kant geschoven – of zelfs in de ban gedaan – door wat hijzelf ‘de hedendaagse avant-gardistische kunst’ noemde. Nadat hij zich publiekelijk had uitgesproken tegen de experimentele muziekbeweging – dat was in zijn ogen geen muziek, maar ‘soniek’ – kon hij zijn biezen pakken bij het Concertgebouworkest. Henkemans pakte zijn oude beroep als psychiater weer op, maar bleef gefrustreerd over het feit dat zijn generatie musici ‘eigenlijk weggewist is van de orkestconcerten.’

Behalve met Melchior Huurdeman onderhield hij in zijn latere leven ook warme banden met de dirigenten Ed Spanjaard en Jac van Steen, die nu als postiljon d’amour fungeren voor de muzikant die in hun ogen nooit uit de tijd zou kunnen raken – al krijgt zijn oeuvre in deze gestileerde documentaire ook voldoende ruimte om voor zichzelf te spreken. Iemand die zo goed kan spelen zou nu echt wereldberoemd zijn geweest, zo is de consensus. ‘Ik heb niet gekozen voor de muziek’, zegt Hans Henkemans daar zelf over, in een door acteur Edo Douma ingesproken tekst. ‘De muziek koos mij.’

Cow

IDFA

Het is een film over een koe en toch een heel intieme productie. Vrienden noemen het volgens The Guardian zelfs Andrea Arnolds meest persoonlijke film. De Britse regisseur maakte furore met speelfilms. Drie ervan – Red Road, Fish Tank en American Honey – wonnen de juryprijs op het filmfestival van Cannes. En haar eerste documentaire, Cow (94 min.), ging er in 2021 in première.

Arnolds protagonist luistert naar de naam Luma, een Holstein-Friesian koe, op de wereld gezet om melk te produceren – en nageslacht, dat ook. Dat is tevens het startpunt van deze klassieke ‘direct cinema’-film: Luma geeft het leven aan een nieuw kalfje en likt dit liefdevol schoon. Voor melk is het kind echter aangewezen op een flesje. Moederlief is al machinaal leeggemolken.

Een handheld-camera volgt daarna gedurende vier jaar hoe het hen vergaat, zonder enige vorm van opsmuk. Zonder interviews, montagetrucs of toegevoegde soundtrack (alhoewel Arnold daarmee vast een héél klein beetje heeft gesjoemeld, getuige de uitgelezen muziekkeuze in de stal). Een heel gewoon koeienleven, van de ene naar de andere zwangerschap. Fraai vereeuwigd.

In tegenstelling tot een vergelijkbare documentaire als Gunda, waarin Victor Kossakovsky het leven van een varken observeert, is de mens in Cow nadrukkelijk aanwezig. Veelal aan de zijkant van het frame, maar beslist niet als figurant. Eerder als een onbegrijpelijk opperwezen, dat naar believen ingrijpt. Niet uitsluitend onvriendelijk, overigens. Al denkt Luma daar wellicht anders over.

De melkkoe lijkt soms woest of wanhopig te loeien. Als ze ziet hoe een andere moeder haar kind moet afstaan bijvoorbeeld. Snapt ze wat haar straks weer te wachten staat? Arnold kruipt onder de koe’s huid en laat de kijker ervaren hoe ingrijpend het oormerken, dichtschroeien van beginnende hoorntjes of gewoon het melken kan zijn voor een dienend dier zoals Luma.

En dan heeft Andrea Arnold in dit psychologische portret nog een ronduit bruut einde achter de hand. Een waarheid als een… ja.

I Am So Sorry

Mokum

Kernenergie lijkt terug van nooit helemaal weggeweest. In de essayistische documentaire I Am So Sorry (96 min.) maakt de Chinese filmer Zhao Liang een verstilde rondgang langs de plekken en mensen die de sporen dragen van deze ‘schone’ vorm van energie. Hij komt als vanzelf terecht in de Oekraïense stad Tsjernobyl, in de toenmalige Sovjet-Unie, waar in 1986 een reactor van de plaatselijke kerncentrale explodeerde. Het is nog steeds de grootste kernramp ooit.

De omgeving is tegenwoordig grotendeels verlaten. Een enkeling is er echter blijven wonen of zelfs teruggekeerd. ‘Het is net als leven in een goelag’, zegt de oudere eenzaat Ivan Sevenyuk. ‘Dit is het Tsjernobyl-concentratiekamp.’ Maria Shovkuta, een verweerde vrouw met een hoofddoek, zit volgens eigen zeggen vooral op de dood te wachten. ‘Ik leef al zo’n dertig jaar alleen’, vertelt ze. ‘Ik ben het gewend om tegen mezelf te praten.’ In dezelfde omgeving woont ook Ina Chaliadzinskaya met haar zwaar gehandicapte dochtertje Lizaveta. Hun dorp zou eerst geëvacueerd worden, maar daarvoor ontbrak uiteindelijk toch het geld.

Nabij de kerncentrale van het Japanse Fukushima, waar in 2011 door een tsunami het ernstigste nucleaire ongeluk sinds Tsjernobyl plaatsvond, stuit de filmmaker op een ouder echtpaar in een tijdelijke woning. In de afgelopen zeven jaar hebben ze acht keer moeten verhuizen. Kalm – zeg maar gerust: traag – documenteert Liang zo de menselijke gevolgen die het gebruik van kernenergie kan hebben. Hij belandt verder onder andere bij protesten in Japan en Duitsland, in ondergrondse Finse tunnels waar voor de komende duizend jaar radioactief afval wordt opgeslagen en bij de ontmanteling van een Duitse fabriek.

Het is een ronduit unheimische trip langs verwoeste of verlaten werelden, waar Zhao Liang als een soort geest – in sommige geënsceneerde scènes bijna letterlijk, in de vorm van een gemaskerde figuur – doorheen waart. Op zoek naar leven, beducht voor stralingsgevaar. ‘Je zei dat dit de schoonste en veiligste vorm van energie was’, constateert hij bijvoorbeeld, bij beelden van de enorme controlekamer van een kerncentrale, in één van de voice-overs waarmee hij de verschillende elementen van de film verbindt. ‘Dat onze toekomst uit één en al geluk zou bestaan.’ De werkelijkheid is, zo laat de filmmaker met gevoel voor de esthetiek van het desolate zien, een stuk weerbarstiger.

The Andy Warhol Diaries

Netflix

Een man, een kunstenaar, een genie, een mythe, een personage, een evenement zelfs. Andy Warhol (1928-1987), één van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw, laat zich in deze serie niet zomaar in één enkele omschrijving vangen. ‘Andy Warhols belangrijkste kunstwerk is Andy Warhol’, stelt kunstkenner Jeffrey Deitch. ‘Hij is een perfect voorbeeld van de kunstenaar als kunst. Hij valt daarmee in dezelfde categorie als Gertrude Stein, Salvador Dali en Oscar Wilde.’

De Andy Warhol van The Andy Warhol Diaries (398 min.) is een man die het al lang en breed heeft gemaakt. De zesdelige docuserie is opgebouwd rond fragmenten uit een dagboek dat hij sinds 24 november 1976 bijhield en dat in 1989, twee jaar na zijn dood, onder redactie van zijn persoonlijke assistent Pat Hackett (aan wie hij het ook dicteerde) werd uitgebracht. Regisseur Andrew Rossi heeft Warhols stem met behulp van Artificial Intelligence gekloond en acteur Bill Irwin vervolgens de teksten laten inspreken. Die techniek is omstreden, maar lijkt in dit geval, ook gezien Warhols eigen kopieerkunst, zeker te billijken en zorgt bovendien voor een ongefilterde kijk in het hoofd en hart van een man, die doorgaans niet gemakkelijk in zijn ziel liet kijken.

Aan het woord komen verder Jay Johnson (de tweelingbroer van Andy’s eerste serieuze liefde Jed Johnson), Jay Gould (de tweelingbroer van Andy’s tweede serieuze liefde Jon Gould), vrienden, medewerkers, collega’s, kunstkenners en een flinke parade van sterren, die elk op hun eigen manier hun door Warhol voorspelde ’15 minutes of fame’ hebben geconsumeerd: Debbie Harry, Rob Lowe, John Waters, Julian Schnabel, Mariel Hemingway, Fab 5 Freddy en Jerry Hall. Zij kenschetsen hem als een man die zich van jongs af aan schaamt voor zijn uiterlijk, voordoet als aseksueel en – hoewel hij nooit écht uit de kast is gekomen – graag omringt met mooie jonge mannen. Een man ook waarbij de AIDS-crisis flink zal huishouden.

Behalve zijn relationele leven belichten zij tevens de artistieke ontwikkeling van Warhol. Daarbij ligt de nadruk op zijn latere carrière als hij allang zijn eigen merk is geworden, zich meer en meer als een typische celebrity gaat gedragen en tegelijkertijd steeds minder serieus wordt genomen binnen de kunstscene. Warhols formatieve jaren, inclusief daarmee verbonden begrippen zoals popart, The Factory en The Velvet Underground, worden slechts in de kantlijn behandeld. In plaats daarvan is er uitgebreid aandacht voor zijn rol als beschermheer voor een nieuwe generatie (straat)kunstenaars zoals Keith Haring en met name Jean-Michel Basquiat, met wie hij een win-winrelatie ontwikkelt die gaandeweg toch helemaal spaak loopt.

En dan nadert Andy Warhols oneindige ‘feest’ plotseling toch zijn eind, na een tragisch verlopen galblaasoperatie. Op één van de laatste schilderijen die hij maakt staat de tekst: heaven and hell are just one breath away! Als hij die laatste adem uitblaast, halverwege de laatste aflevering, heeft de kijker beslist een relatie opgebouwd met deze ‘mechanische voyeur’ uit een andere tijd, die als één van de allereerste influencers (en een eigenzinnige beschouwer van de bijbehorende cultuur) kan worden beschouwd. Ook al heeft diezelfde kijker, net als Warhols tijdgenoten, tegelijk nooit helemaal vat gekregen op de man, de kunstenaar, het genie, de mythe, het personage en het evenement Andy Warhol.

Momentum

BNNVARA

Heeft een jongere, die niet vroegoud is, iets te zoeken in de landelijke politiek? En zo ja, heeft zo iemand dan ook écht kans om te worden gekozen in de Tweede Kamer of moet een jeugdige kandidaat, vanaf een onverkiesbare plek, vooral voor diversiteit op de kieslijst zorgen? Melisa Can en Floris Rijssenbeek volgen in Momentum (40 min.) drie vrouwelijke aspirant-politici die zich tussen de Hoge Heren (en Dames) in Den Haag willen voegen.

Voor de verkiezingen van 2021 heeft Carline van Breugel (26) plek 32 op de D66-lijst bemachtigd. Als ze niet direct wordt gekozen – of, wanneer haar partij deelneemt aan de regering, een opvolgingsplek krijgt – heeft ze 17.000 voorkeursstemmen nodig om in de Tweede Kamer te komen. Een schier onmogelijke opdracht. Hetzelfde geldt voor Mikal Tseggai (26), die al factievoorzitter is van de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad van Den Haag. Zij staat op plek 17 van de PvdA-lijst.

Michantely de Jong (29) bivakkeert op de zesde plek bij BIJ1, een politieke partij die voor het eerst in het nationale parlement hoopt te komen. Zij is al tevreden als haar partij, in de persoon van lijsttrekker Sylvana Simons, straks vertegenwoordigd zal zijn in de Tweede Kamer. Hoewel de drie jonge vrouwen dus vanuit de relatieve luwte campagne kunnen voeren, pakken ze het serieus aan en hebben ze zich het jargon ook al heel aardig eigen gemaakt.

Tegelijkertijd vertegenwoordigen Carline, Mikal en Michantely elk op hun eigen manier een nieuw Nederland, waarin de hegemonie van witte mannen (in pakken) niet meer vanzelfsprekend is. Ze hebben ook volop ideeën over hoe dat land er dan uit zou moeten zien. Can en Rijssenbeek volgen hen op weg naar de verkiezingsdag, woensdag 17 maart 2021, en vangen zo, soms een beetje onrustig gefilmd, heel aardig de ambitie en opwinding die de campagne bij hen losmaakt.

En aan het eind, op de dag van de verkiezingen óf als de voorkeursstemmen zijn geteld, loopt de spanning op als duidelijk wordt of hun inspanningen ook daadwerkelijk tot een plek in de Tweede Kamer hebben geleid.

Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall

HBO Max

Ze zou een paar uur aan boord gaan. De Zweedse journaliste Kim Wall wilde een verhaal maken over de Deense uitvinder Peter Madsen. Daarbij hoorde ook een tocht met zijn zelfgebouwde onderzeeër Nautilus. Op 11 augustus 2017 gingen ze samen bij Kopenhagen te water. Kim zou nooit meer levend worden gezien, Peter wist ternauwernood zijn zinkende onderzeeboot te verlaten.

De verdwijning van Kim Wall was direct wereldnieuws. En met de excentriekeling Madsen, die op dat moment toevallig net met zijn eigen raket was geportretteerd in de documentaire Amateurs In Space, had de zaak ook meteen een tot de verbeelding sprekende verdachte. Al snel werd deze cartoonachtige figuur, met de bijnaam ‘Rocket-Madsen’, daadwerkelijk gearresteerd door de Deense politie.

In de uitstekende dramaserie The Investigation is het politieonderzoek in ‘de duikbootzaak’ onlangs al via rechercheur Jens Møller, gespeeld door acteur Søren Malling, minutieus doorlopen. Nuchter en realistisch, zonder enige vorm van sensatiezucht. Met bovendien nauwelijks aandacht voor de verdachte en alle ruimte voor het slachtoffer en de impact van Walls verdwijning op haar verwanten.

Het eerste deel van Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall (120 min.) doet dat onderzoek nog eens dunnetjes over. In deel twee van de true crime-docu zoomt Erin Lee Carr met onder anderen Madsens biograaf, een voormalige collega en (vrouwelijke) kennissen in op de man achter de larger than life-figuur. Een man die er duistere kanten en liefhebberijen op na blijkt te houden.

Daarmee wordt Undercurrent een heel aardige, hoewel tamelijk conventionele bijsluiter voor de fictieserie, die juist was bedoeld als een doelbewuste herijking van het true crime-genre. De keuze voor een meer traditionele benadering, met een klassieke gevaarlijke engerd, is overigens niet onlogisch: Peter Madsen is een bijzonder dankbaar personage voor iedereen die zich wel eens verlekkert aan een smakelijk misdaadverhaal.

I’m Wanita

Even voorstellen: ‘I’m Wanita (87 min.). Ik ben de Australische koningin van de honky tonk. Ik ben een bingedrinker. Ik rook sigaretten. Ik heb één kind, ben twee keer getrouwd geweest en ik was achttien jaar prostituee. En ik hou van God.’

Was getekend, de 47-jarige country & western-zangeres Wanita Bahtiyar, de hoofdpersoon van deze kostelijke documentaire van Matthew Walker. Wanita, die al haar hele leven vastzit in het onbeduidende Australische stadje Tamworth, heeft één grote droom: ze wil haar grote heldin Loretta Lynn naar de kroon steken en doorbreken in de countryhoofdstad van de wereld, Nashville – al zou een héél klein beetje meer erkenning in eigen land ook al helpen.

Haar veel oudere Turkse echtgenoot Baba, met wie ze gedurig kibbelt, heeft er eerlijk gezegd weinig fiducie in. Die reis kost bovendien een smak geld! En wie gaat er voor eten op tafel zorgen als zij haar droom najaagt in Amerika? Terwijl Wanita midden in opnames in de legendarische Sun Studio te Memphis zit, gaat het geruzie met Baba over de reparatie van hun auto in elk geval gewoon door. Waarna zij direct haar toevlucht neemt tot een andere liefde, Bacardi.

Haar trip door het land van de onbegrensde dromen is net onderweg. En het is Wanita’s nieuwe manager Gleny Rae Virus al zwaar te moede. Als haar protegé heeft gedronken, is er echt geen land mee te bezeilen. In New Orleans speelt Wanita bijvoorbeeld voor de verschoppelingen op straat, met wie ze zich duidelijk verbonden voelt. Al snel zet ze het zelf echter ook op een zuipen. ‘De dronken Maria Theresa’, constateert haar begeleidingsmuzikant Archer grinnikend.

Wanita is misschien het prototype ‘ongeleid projectiel’ – en niet zonder reden, zo wordt gaandeweg duidelijk – maar ze lijkt ook gewoon stiknerveus voor haar opnames met Nashville-producer Billy Yates, de apotheose van dit hartverwarmende portret van ‘Australia’s Queen of Honky Tonk’. Kan de vrouw die tot dusver een ideale stoorzender binnen haar eigen carrière is gebleken dan boven zichzelf uitstijgen? Of zakt ze definitief door haar hoeven?

Icahn: The Restless Billionaire

HBO Max

‘Het gaat hem vreemd genoeg niet om het geld’, zegt zijn echtgenote Gail Golden-Icahn. ‘Hij raakt op een gegeven moment gewoon geobsedeerd door iets en gaat dan als een bulldozer door totdat hij heeft wat hij wil.’ Dan mengt haar echtgenoot, de hoofdpersoon van Icahn: The Restless Billionaire (101 min.), zich in het gesprek. ‘Het gaat om winnen. Met een nieuw idee komen waarmee je de concurrentie kunt verslaan.’

Carl Icahn, het ultieme ‘Greed Is Good’-type, heeft belangen in multinationals zoals Apple, eBay en Netflix en zou inmiddels goed zijn voor een kleine zeventien miljard dollar. Hij koopt zich doorgaans stiekem in bij een bedrijf. En zodra Icahn voldoende aandelen heeft verzameld, begint hij zich met de koers te bemoeien. Hij wordt ‘activist’ genoemd. Of ‘overvaller’. Een vechtersbaas, zoveel is zeker, waarachter een ‘papa, kijk dan!’-jongetje schuilgaat.

‘Jullie zijn er vandaag getuige van geweest dat er weer heel wat geschiedenis is geschreven, jongens’, zegt Carl Icahn bijvoorbeeld tegen regisseur Bruce David Klein en z’n cameraploeg als hij weer eens heeft geruzied met enkele ‘captains of industry’. En strijd, daar gedijt Icahn bij, getuige dit portret. Met onwillige CEO’s, de concurrentie en zijn eigen vrouw, een geplastificeerde blondine met wie hij heerlijk kan kibbelen.

De Amerikaanse investeerder, die inderdaad model schijnt te hebben gestaan voor Gordon ‘Greed is good’ Gekko in de speelfilm Wall Street, wordt in Icahn: The Restless Billionaire zeker kritisch benaderd. Toch spreekt uit de vermakelijke documentaire onmiskenbaar ook bewondering voor deze belichaming van het Amerikaanse ‘winner takes all’-kapitalisme, die ongegeneerd mag verhalen over zijn stoere zakenavonturen.