The Long Breakup

VPRO

Ze groeit in de jaren zeventig en tachtig op met het idee dat zij aan de goede kant van de Koude Oorlog bivakkeert en is doodsbang voor alle slechteriken aan de andere kant van het IJzeren Gordijn, die dekselse Amerikanen. Inmiddels is Katya Soldak zo’n twintig jaar woonachtig in het hart van de Verenigde Staten, New York om precies te zijn, en werkt ze als journalist voor het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Magazine. In de tussentijd is haar thuis veranderd van een vanzelfsprekend onderdeel van de Sovjet-Unie in een onafhankelijke natie: Oekraïne.

The Long Breakup (85 min.) is zowel haar levensverhaal als een persoonlijke impressie van de recente geschiedenis van haar land. Soldak heeft overigens een bijzondere verhouding tot Oekraïne: ze beschouwt zichzelf echt als een Sovjet-kind, heeft Russisch als eerste taal en woont nu al ruim twintig jaar in het buitenland. Vanuit die positie – de relatieve buitenstaander met een insidersblik – belicht ze de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen en spreekt daarover met familieleden, vrienden en mensen op straat. De centrale vraag is daarbij al dertig jaar min of meer hetzelfde: hoort Oekraïne bij Europa of is het eigenlijk onderdeel van Rusland?

En die vraag wordt ook door Katya Soldaks verwanten verschillend en in de loop der jaren, als gevolg van diepe teleurstellingen en slinkse propaganda, zelfs steeds weer anders beantwoord. Als deze egodocu in 2019 met de verkiezing van Volodymyr Zelensky tot president – een pro-Russische kandidaat (!) volgens Soldaks moeder – zijn afronding nadert, is Oekraïne tot op het bot verdeeld, heeft Ruslands Poetin inmiddels de Krim geannexeerd en lijkt de oorlog die begin 2022 inderdaad zal beginnen al onvermijdelijk geworden. In dat opzicht heeft The Long Breakup sinds z’n release in 2020 alleen aan kracht gewonnen: als ooggetuigenverslag van de jarenlange aanloop naar oorlog.

Grossman

Ofer Yanuv

Waarom ben jij niet zoals alle anderen? vroegen ze hem als kind. Want dat was de norm thuis: normaal zijn én doen. Maar hoe normaal was het dat een jongetje van een jaar of vier gebukt ging onder de gedachte dat we allemaal, en misschien nog wel snel ook, doodgaan? Hij ging verhalen vertellen, om zulke gedachten te bezweren, en werd een gelauwerde auteur: de Israëlische (kinderboeken)schrijver David Grossman.

In het zelfportret Grossman (54 min ) vertelt hij, zo nu en dan ondersteund door zijn echtgenote Michal, het verhaal van zijn leven. Dat is doordesemd met schrijven. Zoals hij dit zelf noemt: ‘een proces van het uit elkaar halen en afbreken van je ziel’. David Grossman dompelt zich regelmatig volledig, met gevaar voor eigen lijn en leden, onder in een hem wezensvreemd personage of thema (de Holocaust bijvoorbeeld, waarmee hij zelf nooit rechtstreeks te maken had). 

Hij leeft vóór het schrijven, zo maakt deze boeiende film van Adi Arbel duidelijk. Maar hij leeft ook dóór het schrijven. En wordt daarbij soms ingehaald door de werkelijkheid. Terwijl Grossman zich publiekelijk uitspreekt over Israëls oorlog in Libanon en ondertussen worstelt met een boek over een moeder die haar kind verliest in een oorlog, wordt hij bijvoorbeeld getroffen door verlammend persoonlijk leed. Hij kent maar één uitweg: schrijven alsof zijn leven ervan afhangt.

Met zijn werk aan het boek Uit De Tijd Vallen (2012), dat later ook anderen tot steun is geweest, weet hij zich, al is het maar voor even, los te maken van de gebeurtenis die zijn bestaan op z’n grondvesten heeft doen schudden. Want in verhalen kun je wél wonen. ‘Het proces van het schrijven van een verhaal zorgt ervoor dat ik sommige dingen zeer intens kan beleven’, zegt Grossman tijdens een bijeenkomst met zijn vaste vertalers. ‘En dat is veel interessanter dan zonder een verhaal zitten.’

Waarvan akte.

Trump: Unprecedented

Discovery+

Tijdens de hoorzittingen van het Amerikaanse congres over de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 werd onlangs een explosieve nieuwe getuige gepresenteerd: documentairemaker Alex Holder. Hij bleek enkele maanden achter de schermen opnamen te hebben gemaakt bij de familie Trump tijdens de presidentscampagne van vader Donald, óók op die ene donkere dag waarop de Amerikaanse democratie dreigde te bezwijken voor intimidatie en geweld. Enkele weken later is er zowaar al de driedelige documentaireserie Trump: Unprecedented (148 min.).

‘President Trump, his family and advisors had no editorial control in the making of this series’, meldt Holder voor de zekerheid aan het begin van elke aflevering. Toch krijgt de Trump-clan (Donald, zijn kinderen Donald Jr., Eric en Ivanka en schoonzoon Jared Kushner) behoorlijk wat ruimte in wat al met al toch een tamelijk traditionele familiekroniek, verteld vanuit de tumultueuze campagne van 2020, is geworden. Waarbij de pater familias zo nu en dan een tablet in de handen krijgt gedrukt, om op beelden of uitspraken van zijn kroost te reageren.

Met kritische vragen valt Holder zijn hoofdpersonen, die hij tevens volgt bij politieke bijeenkomsten, verder niet lastig. Dat laat hij over aan enkele onafhankelijke kenners van de familie, die de mooi weer-verhalen van Donald en z’n kids in perspectief plaatsen. Zo ontstaat een gelaagd portret van het politieke familiebedrijf Trump, op smaak gebracht met een soundtrack die niet geheel toevallig refereert aan zowel House Of Cards als Succession. Het zou de documentairemaker alleen wel hebben gesierd als hij zijn subjecten ook persoonlijk het vuur aan de schenen had gelegd.

Het duurt uiteindelijk tot aflevering drie voordat de serie aanbelandt bij woensdag 6 januari 2021. Dan maakt ook vicepresident Mike Pence, de man die toen tot grote frustratie van de familie Trump de verkiezingsoverwinning van zijn Democratische tegenstrever Joe Biden certificeerde en daarna ternauwernood aan Trumps woedende aanhang kon ontsnappen, ineens zijn opwachting. Niet dat hij ook maar iets wil zeggen over de dag waarop zijn baas, die hij jarenlang door dik en dun heeft verdedigd, hem voor de leeuwen wierp. Net als de leden van het familiebedrijf trouwens.

Dat is een enigszins teleurstellende uitkomst voor een serie die de kijker eigenlijk ‘all access’ heeft beloofd. Zoals Trump: Unprecedented sowieso weinig nieuws heeft te melden over de dag waarop datzelfde bedrijf een vijandige overname van ‘Merica probeerde uit te voeren. Wat rest is een heel aardige zedenschets van een man/merk/familie die maar al te graag wil uitgroeien tot een politieke dynastie. Want of vader Donald zich in 2024 nu wel of niet kandidaat stelt voor het presidentschap, de Trump-clan gaat zich ongetwijfeld nog in de nodige politieke campagnes wagen.

Fire Of Love

The Searchers

Elke vulkaan heeft zijn eigen persoonlijkheid, meent Maurice Krafft. Samen met zijn echtgenote Katia reist hij van de ene naar de andere eruptie. De twee vulkanologen hebben zich afgewend van de mens, laven zich aan de oerkracht van de aarde en zijn bereid om hun eigen leven daarvoor in de waagschaal te stellen. Elke fout kan fataal zijn, zo beseffen ze allebei.

‘Ik wil steeds dichter bij de buik van de vulkaan komen’, stelt de waaghals Maurice, ogenschijnlijk zonder twijfel. ‘Dat wordt ooit mijn dood, maar daar kan ik me niet druk over maken.’ Zijn vrouw vult al even onverstoorbaar aan: ‘Het is niet dat ik doelbewust flirt met de dood. Maar op zo’n moment kan het me gewoon niets schelen. Een fascinatie met gevaar? Misschien.’

Fire Of Love (93 min.) is een overweldigende ode aan hun liefde, voor actieve vulkanen en elkaar. Die is weliswaar (bewust) kinderloos gebleven, maar heeft een ongelofelijke beeldenpracht opgeleverd. Regisseur Sara Dosa nut die in deze topdocu volledig uit. Van boos brommende en onheil ophoestende bergen tot kolkende, spuitende en attaquerende lava, magma en as.

De mens valt vrijwel weg tegen het ontzaglijke natuurgeweld, dat hier met veel gevoel voor kleur, detail en compositie is vereeuwigd. Een werkelijkheid die door zijn schaal en schoonheid soms bijna onwerkelijk oogt. Alsof die op de studioset van een sciencefictionfilm, met zorgvuldig gestylede acteurs, veel special effects en de nodige montagetrucs, is gecreëerd.

Vulkanen moeten vernietigen om te kunnen creëren, stelt kunstenaar, filmmaker en schrijver Miranda July die als verteller van deze film alle aspecten van de strijd, romance en poëzie van de Kraffts en hun professie verkent. Zij krijgt bovendien steun van een stemactrice, die Katia’s eigen geschriften heeft ingesproken en haar kant van het verhaal kracht bijzet.

Want – zoveel is vanaf de start duidelijk – het onafscheidelijke duo zelf spreekt alleen nog via wat het heeft nagelaten. Op 3 juni 1991 is tijdens een expeditie in Japan het doek voor hen gevallen. Hoewel ze in hun leven de ene na de andere kamikazeactie hebben uitgehaald, is Maurice er nooit in geslaagd om zijn grote droom te verwezenlijken: met een kano door een rivier van lava varen.

Fire Of Love is intussen een sprekend voorbeeld geworden van wat documentaires teweeg kunnen brengen: ze rukken je los van je eigen leven en transporteren je vervolgens, zonder oog voor tijd en plaats, naar een onbekende wereld. Daar kun je, al is ’t slechts voor een uur of anderhalf, een ander leven leven. In dit geval: als onderdeel van een verzengende liefde. Voor vulkanen en die ander.

Waarna je een héél klein beetje veranderd weer je eigen bestaan instapt.

In 2022 verscheen er zowaar nóg een documentaire over de Kraffts. Van Werner Herzog. En die is eveneens de moeite waard: The Fire Within: A Requiem For Katia And Maurice Krafft.

The Anarchists

Vanaf 11 juli op HBO Max

De naam zegt eigenlijk genoeg: Anarchapulco, een conventie voor anarchisten die sinds 2015 jaarlijks wordt georganiseerd in de Mexicaanse badplaats Acapulco. ‘Fuck The State’ dus – met zelfverklaarde ‘freedom fighters’ zoals de belastingweigeraar Larken Rose, ontscholingspropagandist Dayna Martin en crypto-evangelist Joby Weeks – maar natuurlijk ook Going loco in Acapulco. Een feest zonder weerga, voor de happy few die ‘t zich kunnen veroorloven. Dat wel in ellende móet eindigen.

Anders zou er natuurlijk ook geen zesdelige documentaireserie over worden gemaakt: The Anarchists (317 min.). Filmmaker Tod Schramke is daarvoor in totaal zes jaar lang aangesloten bij Anarchapulco’s kernfiguren: de gefortuneerde Canadese oprichter Jeff Berwick, het organiserende echtpaar Lisa en Nathan Freeman en de dwarse crusties Lily Forester en John Galton. Hij ziet hoe de vanuit een utopisch ideaal (?) opgestarte anarcho-kapitalistische gemeenschap gaandeweg helemaal ontspoort.

Met idealen hebben de verwikkelingen in Anarchapulco al snel weinig meer te maken. Er ontstaat tweespalt in de vrijheidslievende enclave, waar het leven in eerste instantie goed lijkt, (behalve wat gehandel in Bitcoins) nauwelijks wordt gewerkt en een gezamenlijke vijand de boel bij elkaar houdt: de staat. Het is een levenshouding, veelal ingenomen vanuit pure frustratie of ongebreideld egoïsme, die onvermijdelijk herinneringen oproept aan die ene ontluisterende oneliner: wanneer iemand zegt dat hij van vrijheid houdt, dan bedoelt-ie niet jouw vrijheid.

Schramke graaft (heel treffend) niet al te diep naar de achtergronden van het anarchisme dat de naar Acapulco uitgeweken Amerikanen aanhangen, maar melkt de spanningen tussen de verschillende facties, en de drama’s en dreiging van geweld die daarmee gepaard gaan, wel helemaal uit. The Anarchists, opgeleukt met allerlei kleurrijke personages en enkele geanimeerde sequenties, begint daardoor gaandeweg steeds meer te trekken en gaat uiteindelijk, net zoals het fenomeen Anarchapulco zelf, als een nachtkaars uit.

Girl In The Picture

Netflix

Als de moeder van Tonya Hughes in het voorjaar van 1990 wordt opgebeld met het gruwelijke nieuws dat haar dochter, een stripper uit Oklahoma City, dood langs de kant van de weg is aangetroffen, reageert die resoluut: dat kan helemaal niet, Tonya is al twintig jaar dood. Uitroepteken. En dan blijkt de echtgenoot van ‘Tonya’ al jaren voortvluchtig te zijn. Deze Clarence Hughes, een veel oudere man, houdt er bovendien meerdere valse identiteiten op na en blijkt een flink strafblad te hebben.

Wie is de Girl In The Picture (102 min.) in werkelijkheid en welke rol heeft ‘Clarence Hughes’ gespeeld in haar korte leven? Uitstekende vragen voor een intrigerende true crime-docu, waarin regisseur Skye Borgman stukje bij beetje de tragische geschiedenis ontrafelt van Tonya, haar echtgenoot en de zoon, een tweejarige peuter genaamd Michael, die zij samen opvoedden. Het is een verhaal dat nog diverse onverwachte afslagen zal nemen en op enkele schokkende plekken gaat belanden.

Datzelfde ‘too bad to be true’-verhaal heeft eerder al z’n weg gevonden naar twee boeken van Matt Birkbeck, A Beautiful Child en Finding Sharon, en wordt nu geduldig uitgeserveerd, waarbij Borgman gedurig op en neer springt in de tijd, cruciale verhaalelementen heeft gereconstrueerd en nieuwe bronnen pas introduceert als de vertelling weer een oplawaai kan gebruiken. En al die tijd hangt boven de markt wat de ware identiteit is van de ‘mooie jonge vrouw die gevangen zat in het kwaad’ en wat er is geworden van haar kind.

En als (vrijwel) alle vragen aan het eind zijn beantwoord, dringt pas echt door hoe triest het leven van Tonya Hughes moet zijn geweest. Ze wist zelf niet eens wie ze was.

Haagse Sjonnie

IKON

‘In verband met het grote aantal ongepaste reacties heeft de redactie moeten besluiten de reactiemonitor voor dit bericht te sluiten’, staat er onder het bericht ‘Haagse Sjonnie verliest strijd tegen kanker‘ op de website van Omroep West. De 53-jarige Hagenees is in 2014 overleden aan de gevolgen van longkanker.

John Waldschmit kreeg acht jaar eerder landelijke bekendheid door de tv-docu Haagse Sjonnie (54 min.) van Joost van der Valk. Daarin oogt, klinkt en gedraagt hij zich als de archetypische Hagenees, een bijna karikaturale Tokkie die verdacht veel lijkt op een extra small-versie van de beroepshooligan Henk Bres. De ‘vrije jongen’ ligt continu met iets of iemand overhoop: de sociale dienst, zijn aannemer (‘beunhaas’) of de woningbouwvereniging. En met elke tegenstander van zijn cluppie FC Den Haag natuurlijk, waar hij tot de harde kern behoort.

Thuis, in een door schimmel overwoekerde huurwoning, gaat het er precies zo aan toe als je verwacht. Er wordt bijvoorbeeld nauwelijks gekookt in Huize Waldschmit. De heer des huizes leeft op shoarma, biefstuk en patat en drinkt minimaal vijftien bakken koffie per dag, maar is inmiddels wél gestopt met alcohol. ‘Met een grammetje of acht, negen wiet erbij lukt het wel.’ Want anders kan-ie, in de woorden van zijn eigen dochter Priscilla, als een ‘boze aap’ tekeergaan. Sjon, die volgens eigen zeggen niet in deze maatschappij hoort, laat zich echter zomaar niet naar de ‘spychiater’ sturen.

Van der Valk, getuige zijn films over de Haagse jeugdbende Crips en motorclub Satudarah een liefhebber van types die met liefde en plezier de grenzen van de wet opzoeken of routineus overschrijden, legt de onaangepaste Hagenees geen strobreed in de weg en documenteert simpelweg zijn dagelijks leven, waarbij Sjon tegen alles aan beukt wat op zijn pad komt. ‘Goed blowen’, zegt hij bijvoorbeeld tegen zichzelf, als hij met een flinke stapel cash op weg is naar de woningbouwvereniging om zijn huurachterstand af te kopen. ‘Anders sla ik er dadelijk weer één z’n hoofd dicht.’

Terwijl hij zo van het twaalfde ambacht in het dertiende ongeluk valt – de nieuwste onderneming, opgezet met zoon Johnny Jr., valt onder de categorie ‘growshop’ – maakt hij van zijn hart bepaald geen moordkuil, waarbij het k-woord veelvuldig als stoplap wordt gebruikt: kankermoskee, kankerrechter en natuurlijk kankerjoden (ofwel: Ajax-supporters). Pas aan het eind van deze rauwe, observerende film uit 2006, als Van der Valk doorvraagt naar Waldschmits achtergrond, wordt enigszins duidelijk waarom hij eigenlijk als ‘een lopende tijdbom’ door het leven gaat.

Voor echte compassie met deze Haagse rouwdouwer, waarnaar je als een soort amateurantropoloog kunt blijven kijken, is het dan al aan de late kant.

17 Blocks

Als je één en hetzelfde gezin gedurende twintig jaar filmt – of zichzelf laat filmen – ontdek je onvermijdelijk iets over het leven. Over hoe het de één optilt en een ander op zijn plek houdt. Over hoe het je lam kan slaan, uit het lood of gewoon, keihard, op je bek. En over hoe de plek waar je wordt geboren – de familie, buurt en stad – kan bepalen wie je bent en wordt, of juist helemaal niet.

Als filmmaker Davy Rothbart in 1999 op Emmanuel Sanford-Durant (9) en z’n oudere broer Smurf (15) stuit, hun zus Denice ontmoet en alleenstaande moeder Cheryl leert kennen, kan hij op geen enkele manier vermoeden wat de toekomst in petto heeft voor hen. Of toch wel. Het samengestelde gezin woont immers in het zuiden van Washington D.C., een frontlinie in de Amerikaanse ‘war on drugs’ die slechts 17 Blocks (98 min.) verwijderd is van het Capitool.

Duizend uur beeldmateriaal wordt daar verzameld, die voor deze doorleefde documentaire moest worden teruggebracht tot dik anderhalf uur. Hele en halve levens, verteld in luttele minuten. Hoogtepunten, dieptepunten en het ‘gewone’ leven. Emmanuel heeft bijvoorbeeld een studerende vriendin en wil brandweerman worden. Smurf hangt rond op de beruchte straathoeken, zit zo nu en dan vast en zet ondertussen enkele kinderen op de wereld. En Denice wordt eveneens op jonge leeftijd (alleenstaande) moeder.

Als het noodlot toeslaat – en dat lijkt het onherroepelijk te doen in dit soort levens – en letterlijk overal in huis bloedspatten achterlaat, nemen de zaken in de familie Sanford een dramatische wending. Waarbij Cheryl, de vrouw die haar kinderen een stabiele basis wilde meegeven, worstelt met schuldgevoelens en haar toevlucht zoekt tot middelen die de situatie alleen maar kunnen verergeren. Rothbart slaat dit proces van zeer dichtbij gade en documenteert tevens hoe de Afro-Amerikaanse familie het tij probeert te keren.

Het is nu twintig jaar geleden dat de baanbrekende tv-serie The Wire het rauwe leven rond de ‘corners’ in grote Amerikaanse steden en de zieke drugseconomie die daaromheen is ontstaan op indringende wijze agendeerde. Dit jaar verscheen bovendien het ‘vervolg’ We Own This City, over de bijbehorende politiecorruptie. Een documentaire zoals 17 Blocks brengt diezelfde ontwikkelingen terug tot menselijke proporties en laat treffend zien hoe drugs en geweld een spoor van vernieling kunnen trekken door een gewone familie.

Waarbij het natuurlijk nog maar de vraag is of de tijd wel alle wonden kan helen. Want zo is het leven: een aaneenschakeling van losse gebeurtenissen die pas achteraf, bezien vanuit de achteruitkijkspiegel, een verhaal blijken te vormen. En als er al een happy end komt, staat dit op voorhand zeker niet vast.

Mijn Geniale Broer Harry

Harry Dames (l) en Roy Dames (r) / c: Roy Dames

Mijn Geniale Broer Harry (54 min.) lijkt een film over de oudere broer van Roy Dames, die op 22-jarige leeftijd overleed. ‘Anderhalf jaar ouder was hij, maar vele lichtjaren wijzer.’ In wezen is deze indringende film uit 2013 echter vooral een portret geworden van de filmmaker zelf, die na Harry’s vroegtijdige dood met zijn camera steevast de zelfkant begon op te zoeken.

Zijn broer Harry zocht het juist hogerop: in de sterren. Hij ging wiskunde en sterrenkunde studeren in Leiden, had best astronaut willen worden en kreeg uiteindelijk van de NASA de kans om een prestigieus promotieonderzoek naar de planeet Jupiter te gaan doen. Totdat hij in 1974, in hun ouderlijk huis te Beverwijk, overleed aan een hersentumor.

Roy was twintig toen Harry stierf. Bijna veertig jaar na zijn dood gaat hij op zoek naar de betekenis van diens leven – en probeert hij vat te krijgen op zijn dood. Hij brengt daarom een bezoek aan hun moeder, zijn zussen, Harry’s studiebegeleider, zijn promotor, een studievriend, de wetenschapper die z’n onderzoek afrondde en de pastoor die hem moest begraven.

Terwijl hij Harry’s sporen traceert, vertelt Dames – via een persoonlijke, aan zijn broer gerichte voice-over – ook zijn eigen levensverhaal: over hoe hij via een studie tropische landbouw op een melaatsenkolonie in India belandde en daarna Nederlandse ‘onaanraakbaren’ ging filmen. Kleine krabbelaars, zwervers en – net als hijzelf – onverbeterlijke zuipschuiten.

Hij voelde zich verwant met hen. Ze hadden vaak niets meer te verliezen. Behalve een film over zijn broer, zijn woelige eigen bestaan en onderwerpen zoals de hemel, het heelal en die ongrijpbare dood wordt Mijn Geniale Broer Harry daarmee ook een handzame bijsluiter voor het omvangrijke oeuvre van Roy Dames, dat op overtuigende wijze wordt verbonden met zijn leven.

Te midden van rauwe, uit het leven gegrepen producties zoals Foute Vrienden, Meiden Van de Keileweg en Afrikaanse Bruid is dit zonder twijfel zijn meest persoonlijke film – en misschien ook wel gewoon zijn mooiste.

Hans van Manen – Just Dance The Steps

c: Willem Aerts

‘Hoe jong mag je zijn?’ vraagt Hans van Manen zich af. De Nederlandse choreograaf, die binnenkort negentig jaar oud wordt, heeft volgens zeggen nooit serieus nagedacht over stoppen. ‘Omdat ik altijd dacht: Het is nog niet goed genoeg geweest. Het moet beter kunnen.’

Die ambitie is nooit geweken, blijkens het persoonlijke portret Hans van Manen – Just Dance The Steps (52 min.), waarin regisseur Willem Aerts de éminence grise van het Nederlandse ballet van dichtbij observeert, bijvoorbeeld via lange en intieme close-ups, tijdens zijn leven en werk. Van Manen staat midden in het leven, dat voor hem onlosmakelijk met dans en choreografieën is verbonden. Hij dirigeert, stimuleert en corrigeert nog altijd als vanouds.

Een veeleisende man, zoveel is duidelijk, volledig in z’n element. Eerzuchtig ook. Als Van Manen de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje krijgt uitgereikt en in de berichtgeving daarover onnauwkeurigheden ontdekt, zorgt hij ervoor dat die worden gecorrigeerd. ‘Ja, ik heb wel een paar dingen rechtgezet’, vertelt hij grinnikend in een treffende scène. Het moest dus zijn: honderdvijftig balletten, internationaal uitgevoerd door negentig gezelschappen.’

Tegelijkertijd sijpelt in deze toch ook wat weemoedige film steeds nadrukkelijker door dat de befaamde choreograaf ook bezig is met afronden. Hij maakt bijvoorbeeld geen nieuwe balletten meer (want hij hoeft zich niet meer te bewijzen), heeft een oude liefde, de fotocamera, al jaren niet meer aangeraakt en gaat na ruim veertig jaar verhuizen. Want trappen lopen is toch wel belastend geworden. ‘Dag huis’, zegt Van Manen quasi-luchtig als hij de deur achter zich dicht trekt.

Hij moet ook nadenken over zijn artistieke nalatenschap. Van Manen schenkt zijn balletten aan het Nationale Ballet en heeft Rachel Beajeaun, de danseres die vroeger zijn muze was, tot beheerder gebombardeerd. Zij moet er zorg voor dragen dat zijn werk voortleeft als hij dat zelf niet meer doet. Beajeaun en andere mensen uit Van Manens directe (werk)omgeving komen tevens offscreen aan het woord over de hand van de meester, die hen nog altijd (bege)leidt.

Zo krijgt deze film het karakter van een krachtig eerbetoon, aan een vitale man voor wie het harnas, waarin hij waarschijnlijk ooit wil sterven, nog altijd als gegoten zit. Totdat het tóch goed genoeg blijkt te zijn geweest.

Eye Of The Storm

Montrose Pictures

‘Ik moet maar hopen dat ik goed heb gegokt’, zegt James Morrison (1932-2020) enigszins opgelaten lachend, terwijl hij in zijn atelier in het Schotse kuststadje Montrose kijkt naar de helblauwe lucht die hij heeft geschilderd. ‘s Mans zicht en gezondheid gaan zienderogen achteruit. ‘De gedachte dat ik hier aan het werk ben en niet de juiste kwast kan uitkiezen en vervolgens iets kan maken wat ertoe doet, boezemt me echt angst in.’

De tijd dat hij buiten kon werken ligt sowieso al achter de Schotse schilder. Jarenlang stond hij met zijn poten in modder als hij de wereld om hem heen vereeuwigde op zijn canvas. Ten tijde van de opnames voor het sfeervolle portret Eye Of The Storm (tv-versie: 52 min.) is Morrison, ook door de dood van zijn geliefde vrouw Dorothy, echter al enige tijd veroordeeld tot zijn eigen werkruimte. Toch probeert hij onverminderd zijn eigen hoge standaard te blijven halen.

Zijn hele leven lang zag hij de wereld – zijn eigen thuisbasis Schotland in het bijzonder – zoals niemand anders die zag. En anderen mochten met hem meekijken. Tijdens From Angus To The Arctic, een overzichtstentoonstelling in The Scottish Gallery te Edinburgh, is de weerslag daarvan te zien: expressieve werelden, waarin nauwelijks een mens is te zien. Want die is uiteindelijk irrelevant voor het landschap, aldus de hoogbejaarde kunstenaar.

Regisseur Anthony Baxter omkleedt Morrisons levenslange ‘jacht op het licht’ met beelden uit oude reportages, een weelderige soundtrack en animaties die Catriona Black maakte aan de hand van zijn reizen naar de Noordpool. Zo ontstaat het beeld van een man met een missie, die nochtans aimabel en bescheiden is gebleven. Ook nu zijn tijd er langzamerhand opzit. ‘Het kan me niet schelen of ik slecht schilder. In dit stadium ben ik al blij dat ik verf op het canvas kan aanbrengen.’

Vastgelegd

KRO-NCRV

‘Je hebt een film gemaakt toen ik geboren was, in 1962, van de eerste dagen of weken’, zegt Batya Wolff in de persoonlijke documentaire Vastgelegd (63 min.) tegen haar vader Max. ‘En toen ik die film voor het eerst zag, dacht ik: die film gaat over iemand die dood is. Terwijl ik kijk naar een film van het begin van mijn leven.’ Één van Batya’s zussen, waarvoor Max een vrijwel identiek geboortefilmpje maakte, heeft zelfs het gevoel dat haar kinderbedje niet voor haar was ‘maar dat er allemaal botten in liggen van dode mensen’.

Die associaties zijn niet vreemd. Van hun Joodse familie zijn bijna driehonderd leden vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. De enthousiaste filmer Max Wolff heeft er een enorm boekwerk over geschreven. ‘Een Joods monument van onze familie’, zegt hij trots tegen Batya. Zij vindt dat boek echter beladen. ‘Max’, begint ze. ‘Al wat van jou is, draag ík ook bij me.’ Ze wil duidelijk een punt maken, maar haar hoogbejaarde vader pakt het luchtig op. ‘Dat vind ik niet erg. Hoef ik het niet alleen te dragen.’ En daarna bladert hij rustig verder in z’n boek. Zijn dochter blijft hem nadrukkelijk aankijken. ‘En ik dan?’

Deze vraag, tamelijk demonstratief voor de camera opgeworpen, zal onbeantwoord blijven, maar maakt de afstand tussen ouder en (volwassen) kind heel tastbaar. Vader Max wil/moet zijn oorlogsverleden blijven delen en zijn dochter krijgt hem niet aan zijn verstand gebracht dat hij haar daarmee belast. Daar zit de kern van deze schurende film, waarin Batya onderzoekt, in woord en beeld, afwisselend begeleid door hoorbare stilte en dwingende pianomuziek, wat dat vastleggen van het oorlogsverleden, dat vasthouden ook daaraan, betekent voor een volgende generatie.

‘Kan ik iets hebben verloren als ik het nooit gehad heb?’ vraagt ze zich bijvoorbeeld hardop af. ‘Kan ik rouwen om iemand die ik nooit gekend heb?’ Tegelijkertijd zoekt Batya Wolff in deze egodocu, gemaakt met Arnoud Holleman, ook naar manieren om de dood uit te bannen en al die overleden familieleden op de één of andere manier weer onderdeel te laten worden van haar huidige familiekring. Als doodgewone, levenslustige mensen, in plaats van als de symbolen van Jodenvervolging die ze mettertijd zijn geworden.

Ze Weten Alles Van Je

Videoland

Is hij er stilletjes tussenuit geknepen, op een geheime missie gegaan, ergens de weg kwijtgeraakt, op slinkse wijze ontvoerd door een inlichtingendienst of zelfs uit de weg geruimd? De vrienden van Arjen Kamphuis tasten in het duister. Sinds 20 augustus 2018 is de Nederlandse cyberexpert (47) spoorloos verdwenen.

In de vierdelige serie Ze Weten Alles Van Je (130 min.) gaat de Nederlandse journaliste Nadia op onderzoek uit in Noorwegen, het land waar Arjens spoor vier jaar geleden is doodgelopen. Ze heeft van haar chef zes dagen gekregen om nieuwe aanwijzingen te vinden voor wat er met Kamphuis, die veelvuldig in verband werd gebracht met Julian Assange en de klokkenluiderssite Wikileaks, is gebeurd.

Interessant uitgangspunt voor een typische true crime-docuserie, zou je zeggen. Waarin prominente vrienden van de gedreven cyberdeskundige zoals de bekende internetactivist Ancilla van de Leest, onderzoeksjournalist Sanne Terlingen, hacker Jos Weyers en privacydeskundige Helma de Boer, die gezamenlijk een grootscheepse zoekactie naar Arjen Kamphuis op touw zetten, de vermiste held proberen te duiden.

Nadia probeert intussen met getuigen, direct betrokkenen en deskundigen de laatste stappen van Kamphuis te reconstrueren. Zo ontspint zich een enerverende ontdekkingstocht door een mysterieus (geëindigd) leven. Het type true crime-docu dat overigens vaker wél dan niet in een deceptie eindigt. Want definitieve antwoorden, of zoiets cheesys als een happy end, zijn dit soort producties doorgaans niet gegeven.

Ze Weten Alles Van Je is echter geen reguliere docuserie, maar een hybride van fictie en non-fictie-elementen. En Nadia is een fictief personage, gespeeld door de actrice Charlie Chan Dagelet. Zoals haar chef een rol is van Monic Hendrickx en de informant die ze onderweg ontmoet van Jim Deddes. Het is een gedurfde keuze van regisseur Hanro Smitsman, waarmee dit enerverende verhaal een extra paranoïde thrillerlaagje krijgt.

Of de serie die dramatische ingreep, waarover de maker overigens vanaf het begin transparant is, daadwerkelijk nodig heeft? Dat is nog maar de vraag. Deze verhaallijn maakt de serie ongetwijfeld gemakkelijker te verhapstukken, maar sommige scènes en ontwikkelingen liggen er, in elk geval in de ogen van een dogmatische doculiefhebber, nét te dik bovenop en dreigen de geloofwaardigheid dan een beetje te ondermijnen.

Intussen roept deze ambitieuze productie wel degelijk relevante vragen op, die bovendien verder reiken dan het persoonlijke lot van Arjen Kamphuis: over hoe onze privacy is geborgd in een wereld waarin iedereen overal digitale sporen achterlaat, hoe ver de macht van overheden en inlichtingendiensten daarbij reikt en de zorgen die we daarover allemaal zouden moeten hebben.

Endangered

HBO

’We moeten de mainstream-media vernietigen’, houdt een spreker de achterban van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro voor tijdens een politieke bijeenkomst in 2020, waarbij verslaggever Patrícia Campos Mello van de kritische krant Folha De São Paulo gewoon haar vak probeert uit te oefenen. ‘Iemand moet het doen. En het Braziliaanse volk en president Bolsonaro krijgen dat voor elkaar. Die verslaggevers zijn criminelen. Ze moeten worden uitgeroeid.’

Campos Mello heeft het twee jaar eerder, tijdens de verkiezingscampagne van 2018, hoogstpersoonlijk aan de stok gekregen met de Trumpiaanse leider van haar land. Toen zij onwelgevallige artikelen over hem publiceerde, maakte hij haar voor de camera zwart. Ze zou haar ‘gat’ hebben aangeboden, in ruil voor belastende informatie over Bolsonaro. Het is een beproefde methode om vrouwelijke journalisten onschadelijk te maken, waarmee meteen haar hele beroepsgroep in een kwaad daglicht wordt gezet.

Endangered (89 min.), de nieuwe film van het gerenommeerde docuduo Rachel Grady en Heidi Ewing (Jesus CampOne Of Us en Love Fraud), toont een beroepsgroep in de verdrukking. Ook in landen die te boek staan als democratie. De journalistiek komt steeds meer onder vuur te liggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Mexicaanse fotografe Sáshenka Gutiérrez. Terwijl haar land in de loop van 2020 in de greep komt van Coronavirus, wordt het niet gewaardeerd als zij het regeringsbeleid ter discussie stelt.

In de Verenigde Staten raakt de Afro-Amerikaanse fotograaf Carl Juste verzeild in Black Lives Matter-demonstraties waarbij de politie hard optreedt. Intussen probeert de Britse journalist Oliver Laughland van The Guardian in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen vat te krijgen op de aanhangers van Donald Trump en hun soms totaal eigen idee van de waarheid, dat achteraf bezien wel tot de gewelddadige bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 móest leiden.

Elk op hun eigen manier moeten de (foto)journalisten in het geladen Endangered zich staande houden in een buitengewoon vijandig klimaat, doelbewust gecreëerd door politieke leiders die hun aanhang wijsmaken dat de pers ‘de vijand van het volk’ is. Grady en Ewing tonen wat het deze bewakers van de vrijheid van meningsuiting, zowel privé als beroepsmatig, kost om ondanks alle desinformatie, intimidatie en het gebruik van de diskwalificerende term ‘fake news’ gewoon hun werk te blijven doen. 

Zo hopen ze het slachtoffer in elke (informatie)oorlog, de waarheid, in elk geval voorlopig nog in leven te houden.

The Loving Story

Mildred Jeter Loving en Richard Perry Loving worden in 1958 gearresteerd omdat ze het in hun hoofd hebben gehaald om te trouwen. Want dat is een misdaad in de zuidelijke Amerikaanse staat Virginia. Tenminste, als de één zwart en de ander wit is. Het stel is ruim een maand eerder elders in het huwelijk getreden en wordt nu voor straf hun thuisstaat uitgezet. De puurheid van de rassen moet, zo luidt de lokale redenering, koste wat het kost worden beschermd.

Dat de Lovings zijn opgegroeid in een kleine, geïntegreerde gemeenschap, waar nauwelijks iemand opkijkt van hun liefde, doet voor de beslissers ter plaatse niet ter zake. Zij zetten daarmee The Loving Story (77 min.) in gang en zorgen ervoor dat het koppel onderdeel wordt van de (juridische) strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Want hoewel president Lincoln de slavernij bijna honderd jaar eerder afschafte, is de positie van Amerikaanse ‘negroes’, zeker in het oerconservatieve zuiden, nog altijd zeer penibel.

Regisseur Nancy Buirski heeft voor deze documentaire uit 2011 de beschikking gekregen over privéfoto’s en filmmateriaal van de Loving-familie en oude interviews en nieuwsreportages met bouwvakker Richard, een man van weinig woorden, en zijn fijnbesnaarde vrouw Mildred. En ze laat hun familie, vrienden, streekgenoten en advocaten een halve eeuw na dato terugblikken op de tijd dat de Lovings het gesprek van de dag vormen in (Zwart) Amerika.

Toch zoomt deze film nauwelijks in op het persoonlijke relaas van dit bijzondere echtpaar, dat gaat staan voor z’n principes. The Loving Story is eerst en vooral het verhaal van een huwelijk dat wordt ingezet als breekijzer, om via het Amerikaanse hooggerechtshof interraciale relaties legaal te maken – en gelijke rechten voor Afro-Amerikanen af te dwingen. Door die focus op het maatschappelijke verhaal is echte identificatie met de Lovings alleen lastig.

Wat de kwestie voor de echtelieden zelf moet hebben betekend komt beter uit de verf in de gelauwerde speelfilm Loving (2016). Gezamenlijk schetsen de twee producties het complete verhaal van twee doodgewone mensen die, simpelweg door in het huwelijk te treden en vast te houden aan hun positie van man en vrouw, het Amerikaanse ‘project’ een heel klein beetje wisten bij te sturen.

Anne Frank: Parallel Stories

Netflix

‘Hoe kunnen mensen zo onmenselijk worden?’ vraagt @KaterinaKat zich in een Instagram-post af bij een foto van Anne Frank en haar oudere zus Margot. ‘Ik kan me de wreedheid niet voorstellen.’ De coole tiener, die per trein heel Europa doorreist en de rouwplekken van de Holocaust bezoekt, plaatst er de hashtags #courage en #endurance bij.

Het fictieve personage Katerina, een rol van de Italiaanse actrice Martina Gatti, heeft duidelijk een educatieve functie. Ze wordt in Anne Frank: Parallel Stories (94 min.) op een nogal opzichtige manier ingezet om hedendaagse jongeren bij de tragedie van Anne te betrekken. Waarbij het de vraag is of dat werkelijk nodig is bij zo’n iconisch verhaal, dat onverminderd tot de verbeelding spreekt.

Ook omdat de filmmakers Sabina Fideli en Anna Migotto nóg een belangrijke ingreep doen: ze introduceren de Britse actrice Helen Mirren als alomtegenwoordige verteller. Vanuit een replica van Het Achterhuis vertelt zij Anne Franks levensverhaal, leest met het nodige drama voor uit haar dagboek en schetst de maatschappelijke ontwikkelingen die zich ondertussen voordoen.

Mirren introduceert tevens vijf overlevenden, die net zoals Anne als kind in de vernietigingskampen zijn beland en nu vanuit hun eigen ervaring iets kunnen vertellen over wat het Joodse meisje moet hebben gedacht en ervaren. Hun persoonlijke getuigenissen – en de gedachten daarbij van hun (klein)kinderen – worden van context voorzien door historici en WOII-deskundigen.

Het geheel maakt uiteindelijk een tamelijk onevenwichtige en enigszins gekunstelde indruk. De tragische verwikkelingen rond Anne Frank en haar lotgenoten, tot leven gewekt met foto’s en beelden die zich in je ziel blijven etsen, raken weliswaar nooit sleets en zijn als zodanig dan ook nauwelijks te ‘verpesten’, maar dreigen hier soms te verzuipen in de erg geconstrueerde vertelling.

‘Lieve Anne, ik was ontdaan van je hoopvolle dagboek’, schrijft @KaterinaKat voordat ze met haar telefoon een foto neemt van Eduardo Kobra’s gigantische Anne Frank-graffiti op de NDSM-werf in Amsterdam. ‘Maar het herinnert me eraan om nooit op te geven.’ Om te benadrukken dat dit een actuele boodschap blijft, zet ze er de hashtags #donotlookaway en #noprejudices bij.

Descending The Mountain

Vanuit hun eigen perspectief willen ze allebei de menselijke geest openen met psychedelica. De één, psychiater en neurowetenschapper Franz Vollenweider, vertrekt daarbij vanuit de wetenschap. ‘Psychedelica tonen je de aard van je bewustzijn’, stelt hij. De ander, Zen-meester Vanja Palmers, gebruikt psychedelica vooral ‘om te onderzoeken wat het betekent om mens te zijn.’

Op Mount Rigi in Zwitserland vinden deze twee ogenschijnlijke tegenpolen, kinderen van de tegencultuur van de jaren zestig, elkaar in een wetenschappelijk meditatie-onderzoek dat wordt gesitueerd in Palmers’ Zen-centrum. Daarbij krijgt de ene helft van de deelnemers, stuk voor stuk bedreven beoefenaars van meditatie, psilocybine, de werkzame stof in paddenstoelen, toegediend en de andere helft een placebo. En dan is het afwachten wat er wanneer met wie gebeurt.

‘Het fascineerde me dat zij naar de hersenen kijken van de buitenkant’, stelt Palmers in Descending The Mountain (77 min.). ‘En wij onderzoeken de hersenen van binnenuit.’ Vollenweider en hij fungeren als hoofd en hart – al zijn de rollen niet zo strak verdeeld – van een experiment, dat psychedelica uit de illegale sfeer haalt, waarin ze sinds de start van ‘the war on drugs’ verzeild zijn geraakt, en ze bovendien losrukt van de medische context waarin ze soms nog wél worden gebruikt.

Binnen een positieve en veilige omgeving krijgen participanten de ruimte om daadwerkelijk hun geest te verruimen. Regisseur Maartje Nevejan probeert niet alleen de betekenis van die ervaring te vatten, maar ook de ervaring zelf te vereeuwigen. In een treffende scène laat één van de deelnemers bijvoorbeeld zijn gebruikelijke remmingen los en geeft zich ongegeneerd over aan extatisch gekreun. Van zijn gezicht spreekt even later evenveel verbazing als verrukking.

Behalve impressies van het onderzoek in het Zen-boeddhistische klooster op de berg probeert Nevejan met behulp van artificiële intelligentie, animaties en een zinnenprikkelende soundtrack ook om te visualiseren hoe het is om dieper te kijken, voorbij het intellectuele begrip te gaan en simpelweg te ervaren. Dit wordt bijvoorbeeld fraai verbeeld met schier eindeloze inzoomshots, waarin afbeeldingen steeds weer nieuwe tot de verbeelding sprekende betekenislagen prijsgeven.

Descending The Mountain wordt zo een mystieke, soms wat zoete kijkervaring, op het snijvlak van kunst, wetenschap en spiritualiteit, waarbij Palmers en Vollenweider als gids fungeren tijdens een innerlijke zoektocht naar het wezen van menszijn: ergens tussen diepere wijsheid en kinderlijke verwondering.

Het Langzame Leven Van Kees Torn

André van der Hout

Het is een tamelijk stereotiep tafereel, bij aanvang van Het Langzame Leven Van Kees Torn (53 min.), dat het imago van de cabaretier in ruste nog eens bevestigt: bij de glasbak ontdoet hij zich geroutineerd van een rugzak vol lege flessen. Een man die structureel te diep in het glaasje kijkt. Alleen de navolgende scène waarin Torn in een willekeurige supermarkt achteloos een stapel halve literblikken bier op de kassaband dropt blijft achterwege. Al meldt hij zich, zo gebiedt de eerlijkheid te zeggen, later in de film nog wel bij een drankspeciaalzaak voor een fles goede whisky.

Sinds hij nog vóór zijn vijftigste vrijwillig met vroegpensioen is gegaan als kleinkunstenaar, leeft Kees Torn volgens eigen zeggen van zijn spaargeld. ‘En dat gaat vrij hard’, zegt hij erbij. ‘Want ik rook dure sigaren.’ En daarmee is, behalve die whisky, meteen een ander terugkerend element uit zijn eigenzinnige oeuvre geïntroduceerd: ‘s mans voorliefde voor exclusieve rookwaar. In fragmenten uit zijn voorstellingen, waarmee regisseur André van der Hout dit lekker trage portret doorsnijdt, volgen al snel nog enkele ijkpunten uit Kees Torns Wondere Wereld: een ongelooflijke virtuositeit met de Nederlandse taal, lenig pianospel en heerlijk wereldvreemde humor.

En ook de hilarische act waarin hij, met het nodige kunst en vliegwerk, tijdens een voorstelling zijn been in z’n nek legt, ontbreekt natuurlijk niet in de chronologisch opgebouwde dwarsdoorsnede van zijn inmiddels afgesloten cabaretcarrière. ‘Zag er op papier wel leuk uit’, vertelt hij er gortdroog bij. Dit portret lijkt hem in eerste instantie ook af te beelden als de persoon die we al van zijn theatervoorstellingen kennen: een man uit een andere tijd, die op een ouderwetse typemachine brieven tikt aan vrienden, rustig naar vogels gaat staan turen en tijdens een potje scrabble met echtgenote José Olsthoorn de tijd neemt om een woord op te zoeken.

Gaandeweg komt vanachter het typetje Kees Torn echter een ander mens tevoorschijn. Niet zozeer een warhoofd als een sombermans. Met een alcoholprobleem, dat wel. Net als zijn vader. Een man ook die volgens eigen zeggen het vak is verleerd, die niets meer te zeggen heeft en die desondanks over genoeg denkvoer beschikt om nachten wakker te liggen. Hij heeft alleen de moed niet om dit van zich af te gaan schrijven voor een nieuwe voorstelling, bekent hij als Van der Hout doorvraagt. Om de bijbehorende maanden van afzondering aan te gaan. En dus gaat de schrijver tegen wil en dank, van zowel tekst als muziek, zonder de spotlights – of illusies – door met wat-ie altijd al deed.

Totdat het licht definitief uitgaat – of onverhoopt tóch weer aan moet.

The Mountain Path

One Mind Productions

Ze vormen een perfecte stip aan de horizon voor alles en iedereen die aan de hectiek van de westerse wereld wil ontsnappen. In het Chinese Zhongnan-gebergte leeft een handvol boeddhistische monniken. Deze eenzaten leiden een zeer eenvoudig kluizenaarsbestaan, zonder enige vorm van luxe en (vrijwel) alleen. Ze proberen volledig zen te worden – of lijken het simpelweg al te zijn.

De overtuigde asceten oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de Amerikaanse filmmaker Edward A. Burger. Een kleine twintig jaar geleden trok hij op z’n 23e naar China om de taal te leren, zo’n oude kluizenaar in de bergen te vinden en zen van hem te leren. Toen stuitte hij op zijn eigen leermeester Shifu, die hem heeft geholpen om zichzelf te vinden.

The Mountain Path (91 min.) is de weerslag van Burgers spirituele zoektocht. Hij bezoekt diverse boeddhistische kluizenaars, voor wie innerlijke rust en afstand nemen van het wereldse het summum van leven lijkt te zijn. ‘Een kloosterling leeft van de bedelnap’, zegt één van de beoefenaars bijvoorbeeld. ‘Ze zien de dingen anders. Ze zijn deze wereld vol obsessies ontstegen. Dus verlaten ze het wereldse leven.’

‘Als je maar meegaat in de chaos en nooit eens wat beter kijkt, dan zit je erin gevangen’, stelt een ander. ‘Dan helpt het niet om te lijden en ook niet om te genieten. Je moet de illusie doorzien. Alleen als je loslaat, bereik je bevrijding.’ Het is een levensfilosofie – weg van alles en iedereen, terug naar jezelf – die door Burger, en de meeste andere makers van spirituele films, verder niet kritisch wordt bevraagd.

Hij kiest eerder de rol van gewillige leerling, die zich steeds laaft aan een nieuwe Meester en alle opgediepte kennis – ergens tussen diepere wijsheden, eikenhouten spreekwoorden en complete wartaal – gretig in zich opzuigt. Zo wordt de leefwijze van de kluizenaars, die natuurlijk wel z’n eigen uitdagingen met zich meebrengt en dus niet voor alles en iedereen is weggelegd, stiekem behoorlijk geïdealiseerd.

The Mountain Path fungeert daardoor eerder als spiegel voor ons, de westerlingen die zich hebben overgeleverd aan alle grillen van de moderne tijd, dan voor hen die zich van diezelfde wereld hebben afgezonderd en liever naar zichzelf dan naar een ander zoeken.

Civil: Ben Crump

Netflix

Zijn hele carrière lijkt een voorbereiding op deze ene missie. Daarin stond Ben Crump al aan de zijde van de families van prominente Black Lives Matter-slachtoffers zoals Trayvon Martin, Michael Brown en Tamir Rice. Als de nabestaanden van George Floyd de Afro-Amerikaanse advocaat benaderen om hen bij te staan, realiseert hij zich dan ook direct: ik ben geknipt voor deze zaak. Terwijl er na Floyds dood, die op 25 mei 2020 als gevolg van politiegeweld is gestorven, in de hele wereld demonstraties ontstaan, probeert Crump namens zijn verwanten de geleden schade te verhalen bij het stadsbestuur van Minneapolis.

‘De politie vermoordt al honderden jaren zwarte mensen en dat heeft nooit financiële gevolgen voor ze gehad’, zegt de advocaat in Civil: Ben Crump (101 min.), waarvoor regisseur Nadia Hallgren hem in 2020-2021 een jaar heeft gevolgd. ‘Ik wil het financieel onhoudbaar voor ze maken om zwarte mensen onterecht te blijven doden.’ Crump, die regelmatig wordt verketterd op Fox News, is daarmee een moderne variant geworden op zijn eigen held, de legendarische burgerrechtenadvocaat Thurgood Marshall die in 1967 als eerste zwarte Amerikaan werd benoemd in het hooggerechtshof.

Behalve de familie van George Floyd staat Crump ten tijde van de opnames voor deze film ook de nabestaanden van andere politieslachtoffers zoals Andre Hill en Breonna Taylor bij. En hij springt overal bij waar Afro-Amerikanen onrecht wordt aangedaan. Ten koste van zijn eigen welzijn, getuige deze film. Zijn familieleden vinden dat hij ‘t rustiger aan moet doen. En van zijn collega’s hoeft Ben Crump niet meer zo nodig burgerrechtenzaken te doen. Met ander juridisch werk is gemakkelijker geld te verdienen. Dan hebben ze echter buiten ’s mans rechtvaardigheidsgevoel gerekend.

Voor deze gedegen film, waarin ook Crumps achtergrond en gezinsleven zijdelings aan de orde komen, is Hallgren precies op het juiste moment aangehaakt bij deze gedreven strijder voor de rechten van Afro-Amerikanen. Vanuit de coulissen kan ze meekijken hoe hij in enkele beeldbepalende zaken de belangen dient van zijn cliënten en de gewonde zwarte gemeenschap waarvan die deel uitmaken. Zijn pogingen om George Floyd recht te doen fungeren daarbij als rode draad. Voor zulke zaken zijn sociaal geëngageerde juristen zoals Benjamin Crump nu eenmaal op aarde gezet.